Tagarchief: cocreatie

Waar staat je organisatie? Maturiteit en de participatieladder

LadderDit tweede artikel in de reeks ?Bepaal je online co-creatie of eParticipatiestrategie? gaat in op de maturiteit (rijpheid) van een organisatie en community: het eerste onderdeel van het beslismodel voor online participatiestrategie?n. Hiermee kunnen organisaties bepalen hoe zij eParticipatie en (online) co-creatie op een effectieve manier kunnen inzetten. We zijn daarbij benieuwd hoe jullie dit model zouden gebruiken en kunnen aanvullen!

 

Hoe een organisatie succesvol gebruik kan maken van eParticipatie en user empowerment (consumenten en burgers die zelf initiatieven starten) en wat de impact is voor een organisatie, daarover is weinig bekend. Een ?traditionele? cultuur, gebrek aan inzicht en angst voor het onbekende, staan nieuwe initiatieven vaak in de weg. TNO is daarom een onderzoek gestart om strategie?n voor, en de waarde van, organisatiegestuurde eParticipatie en user empowerment te bepalen. Samen met markt- en overheidsorganisaties ontwikkelt TNO een beslismodel waarmee organisaties succesvolle eParticipatiestrategie?n kunnen vaststellen.

maturity model

Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatiestrategie, met daarin aandacht voor het onderdeel maturiteit.

 

Waar wil je als organisatie staan op eParticipatieladder?

ladderIs je organisatie geschikt voor eParticipatie? En indien je het al doet, waar sta je op de ladder? Waar zou je willen staan? De huidige plek op de ladder wordt bepaald door de mate van ervaring en adoptie; in welke mate is er nu al dialoog met doelgroepen of de massa en welk deel van de organisatie speelt hierin een rol? De doelstellingen en strategie van de organisatie zijn bepalend voor de gewenste plek op de ladder. Dit doel verschilt uiteraard sterk per type organisatie; niet elke organisatie zal online participatie in zijn strategie opnemen. Organisatiecultuur, processen en management zijn belangrijke indicatoren om te bepalen hoe goed online participatie past bij de organisatie en om te weten welke verandering de organisatie zal moeten ondergaan om er meer succes mee te bereiken.

Hoewel er ook participatieladders zijn voor?overheden, bedoelen wij de betekenis van de ladder hier anders, en wel als metafoor voor de maturiteitsstappen die bepalend zijn voor de adoptie van eParticipatie bij enerzijds de organisatie en anderzijds de community.

In eerdere artikelen (zoals?transformatie van co-creatie) zijn verschillende bestaande modellen genoemd die gebruikt zijn om meer inzicht in de geschiktheid en volwassenheid van organisaties voor eParticipatie te bepalen. Op basis hiervan is een maturiteitsmodel ontwikkeld, dat hier besproken wordt.

Maturiteitsmodel voor eParticipatie

maturityladderHet maturiteitsmodel geeft inzicht in:

  • de plek waar de organisatie staat op maturiteit (o.a. adoptie en ervaring);
  • de plek waar de organisatie graag wil staan (op aspecten als cultuur, management en technologie);
  • de aspecten die veranderd moeten worden om de volgende stap te bereiken.

Let op:

  • Het model bestaat uit logische stappen, een grote stap van fase 2 naar 4 is af te raden. Elke stap is iets dat in je organisatie moet slijten.
  • Het model impliceert niet dat alle organisaties fase 4 moeten bereiken; dit verschilt per organisatie.
  • Het model stelt ook niet dat alle aspecten op hetzelfde niveau moeten zijn. Zo kan een organisatie ver vooruitlopen op technologisch vlak, maar een cultuur hebben die hierop achterblijft.

Adoptieschaal

schaal

Deze figuur toont de eigenschappen (vrij vertaald uit het model) van de organisatie per stap op de eParticipatieschaal. Het model is bewust hanteerbaar gehouden met deze beperkte set van stappen; in de praktijk zal het een geleidende schaal zijn.

  • Fase 1 is de?observatiefase?waarin een organisatie nog niet actief participeert, maar wel (enigszins) bewust is van haar omgeving. Een klein deel van de organisatie zal (bewust) sociale media monitoren om invloeden van buiten te volgen. Dit zijn dus organisaties die wel enig bewustzijn hebben van de potentie van sociale media en verkennende activiteiten ontplooien om in latere fase een eParticipatiestrategie te gaan bepalen.
  • Fase 2 is de?experimentele fase?waarin een organisatie de eerste eParticipatie initiatieven opzet, om zo ervaring op te doen met de kansen en impact van sociale media. Dit kan zijn door actief te worden in bestaande community-omgevingen of door zelf een initiatief te lanceren. In de organisatie is er meestal geen specifiek beleid en zullen initiatieven vaak bottom-up en op ad-hoc basis starten ? veelal vanuit een concrete behoefte van een organisatieonderdeel of project.
  • Fase 3 is de?consolidatiefase?waarin een organisatie eParticipatie structureler oppakt en vormgeeft. Er zijn meerdere initiatieven die worden samengenomen, er is meer commitment bij het management en er wordt gewerkt aan een visie, beleid en processen. Ook worden keuzes gemaakt in o.a. tools en communicatie zodat er meer lijn komt in de participatie van de organisatie. Er ontstaat een structurele dialoog die met duidelijke organisatiedoelstellingen voor ogen wordt gevoerd, en de organisatie is hierin proactief. Er is op het gebied van participatie een strategie die steeds meer tot uiting komt in de dagelijkse praktijk en gericht is op een duurzame dialoog. Voor organisaties die in fase 3 willen staan is eParticipatie een belangrijke (meer-)waarde die goed geborgd moet worden in de organisatie.
  • Fase 4 is de?strategische fase?en gaat hierin nog een stap verder. Voor organisaties in deze fase is eParticipatie zelfs een kernwaarde geworden. Een belangrijk deel van de (of zelfs de hele) organisatie is doordrongen van de noodzaak van een relevante, continue en duurzame dialoog en samenwerking. eParticipatie is een essentieel onderdeel van het DNA van de organisatie geworden. De dialoog met klanten, burgers of partners, maar ook intern in de organisatie is in deze fase cruciaal om de organisatiedoelstellingen te kunnen halen.

Naast fase 1 t/m 4 is er strikt genomen nog een 0-fase voor organisaties die niet weten wat eParticipatie is of zich er bewust niet mee bezighouden, bijvoorbeeld omdat het niet past bij het type organisatie of organisatiedoelstellingen. In het artikel van volgende week volgt een verdere verdieping van het maturiteitsmodel.

Dit artikel maakt deel uit van de reeks ??Bepaal je co-creatie of eParticipatiestrategie?.?Het beschrijft het eerste deel van een model dat in ontwikkeling is en in dit onderzoek fijngeslepen wordt aan de hand van een reeks praktijkcases in 3 sectoren: corporate, overheid en onderwijs. Wij nodigen je daarom uit om online te participeren en gezamenlijk oplossingen te cre?ren voor dit vraagstuk, en ons feedback te geven op de bruikbaarheid van het model.

Dit artikel verscheen eerder op Frankwatching.

Bepaal in 4 stappen je co-creatie of eParticipatiestrategie

Co-creatie, user driven innovation, eParticipatie, co-design, crowdsourcing en open innovatie: aan termen geen gebrek. Maar wat moet je organisatie ermee? TNO onderzoekt de strategie?n voor en de waarde van organisatiegestuurde eParticipatie en user empowerment.

 

eParticipatiemodel

Figuur 1: Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatiestrategie

Dat het samenwerken met partnerbedrijven en betrekken van consumenten of burgers voor steeds meer organisaties van belang is, staat vast. Ook starten consumenten en eindgebruikers steeds vaker hun eigen initiatieven, onafhankelijk van het beleid van organisaties, waarop organisaties vervolgens op een goede wijze moeten reageren. Er is weinig bekend over hoe een organisatie echt succesvol gebruik kan maken van eParticipatie (als verzamelterm voor bovenstaande termen) en user empowerment (consumenten en burgers die zelf initiatieven starten), en wat de impact is voor een organisatie. Tegelijkertijd staan een ?traditionele? cultuur, gebrek aan inzicht in de waarde van eParticipatie en angst voor het onbekende het opzetten van nieuwe initiatieven vaak in de weg.

TNO is daarom een onderzoek gestart om strategie?n voor en de waarde van organisatiegestuurde eParticipatie en user empowerment te bepalen. Samen met onder andere markt- en overheidsorganisaties ontwikkelen we een beslismodel waarmee organisaties succesvolle eParticipatiestrategie?n kunnen vaststellen. In een reeks van 6 artikelen zal komende weken iedere donderdag worden ingezoomd op de diverse elementen van het beslismodel.

Deel 1 (dit artikel) vormt een introductie over hoe organisaties hun eParticipatiestrategie kunnen vormgeven.

Sociale innovatie

Het internet fungeert al langere tijd als een platform voor samenwerking, uitwisseling, innovatie en user-created content (Lai en Turban, 2008). Participatie is van alle tijden (zoals?crowdsourcing door de eeuwen heen), maar het is vandaag de dag niet meer mogelijk om ?alle kennis van de wereld? te doorgronden door slechts een paar slimme koppen bij elkaar te brengen in bijvoorbeeld een Forum uit de oudheid. De massa is nu mondiger en meer ?empowered? geworden; iedereen doet mee, de wereld is plat (Thomas Friedman, 2005). Nieuwe ontwikkelingen (sociaal en technologisch) zorgen ervoor dat gebruikers een steeds meer centrale rol gaan innemen en gelukkig wordt door overheden en bedrijven steeds meer gebruikgemaakt van de verbindingen tussen deze gebruikers en hun?collectieve intelligentie.

Belangrijke randvoorwaarden om in een gelijkwaardige dialoog met burgers en consumenten te treden zijn onder andere intensieve en rijke interactiviteit,?transparantie, vertrouwen versus management en controle (David Weinberger),?decentralisatie?en?lagere drempels. eParticipatie en co-creatie veranderen de waardeketen (zie figuur 2 en 3) en voor alle stakeholders zou er sprake moeten zijn van waardecreatie.

Klassiek vindt participatie aan het einde van de waardeketen plaats, bij zowel overheden als bedrijven.

Waardeketen

Figuur 2: Waardeketen producenten van producten, content of diensten

Waardeketen

Figuur 3: Waardeketen overheidsinstellingen

Maar eParticipatie door de gehele keten met allerlei verschillende stakeholders (waaronder eindgebruikers) zal leiden tot een dialoog met meer impact.

Waardeketennieuw

Figuur 4: Indicatieve aanduiding van eParticipatiemogelijkheden door de hele waardeketen

Keuzes, keuzes, keuzes?

De keuzes voor het ontwikkelen van een eParticipatiestrategie vallen grofweg uiteen in 4 elementen ? het bepalen van:

  1. het eParticipatie adoptieniveau en -doelstellingen;
  2. waar je eParticipatie voor wilt inzetten;
  3. hoe je strategie eruit moet zien;
  4. hoe je de doelstellingen en strategie gaat evalueren.

eParticipatiemodel

Figuur 1: Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatie strategie

ladder1. Waar wil je als organisatie staan op eParticipatieladder?

Is je organisatie geschikt voor eParticipatie? En indien je het al doet: waar sta je op de ladder en waar zou je willen staan? De huidige plek op de ladder wordt bepaald door de mate van ervaring en adoptie; in welke mate is er nu al een dialoog met doelgroepen of de massa en welk deel van de organisatie speelt hierin een rol? De doelstellingen en strategie van de organisatie zijn bepalend voor de gewenste plek op de ladder. Dit doel verschilt uiteraard sterk per type organisatie; niet elke organisatie zal online participatie in zijn strategie opnemen. Organisatie cultuur, processen en management zijn belangrijke indicatoren om te bepalen hoe goed online participatie past bij de organisatie en om te weten welke verandering de organisatie zal moeten ondergaan om er meer succes mee te bereiken.

In het onderzoek worden allerlei indicatoren bekeken die in andere maturity modellen worden gebruikt, zoals in:?Social Media?of?E-business, marketing, verandermanagement, het?Ninesigma?crowdsourcing model,?business modellen?voor co-creatie of de diverse methodieken om strategic fit te bepalen voor organisatie en beoogde doelgroep (zoals o.a. TNO?s spinoff?InnovationFit?met SUMI doet). Deze indicatoren worden gebruikt tot inzicht te komen in de geschiktheid en volwassenheid van organisaties t.a.v. eParticipatie.

FOCUS2. Wat is de sweet spot?

Zelfs als je organisatie veel aan eParticipatie doet, moet je je per initiatief afvragen of dit het juiste middel is. En als het geschikt is, zit je dan in de ?sweet spot? waarin je met weinig inspanning bijna gegarandeerd succes lijkt te bereiken, of zit je daar verder vanaf en zijn er een aantal belangrijke aandachtspunten?

Naast de organisatiedoelstellingen uit het vorige onderdeel heeft elk initiatief specifieke doelstellingen en randvoorwaarden. Welke rollen en businessmodellen zijn wenselijk, is de organisatie er klaar voor en is de groep of massa goed te bereiken en (intrinsiek) gemotiveerd om te participeren?

Er zijn verschillende modellen die inzicht geven over de geschiktheid van online participatie voor het beoogde initiatief zoals voor?co-creatie,?crowdsourcing?(intern crowdsourcing model?en?extern crowdsourcing model),?business modellen voor co-creatie communities?en het door TNO ontwikkeldeICSE model?dat de sweet spot bepaalt in termen van plaats in de innovatiecyclus, mate van expertise, grootte van de crowd en complexiteit.

Dit onderzoek bouwt voort op deze kennis en scherpt deze indicatoren aan op basis van zowel wetenschap als ervaringen in de praktijk.

Ultimatesuccesformula3. Wat is de succesformule?

Als je weet dat eParticipatie geschikt is, hoe bereik je dan het beoogde succes? Welke participatiestrategie kun je het beste implementeren en hoe doe je dat succesvol?
Hoe vertaal je de doelstelling van het initiatief in een concreet communicatieplan, participatieproces, de juiste selectie van faciliterende middelen (o.a. tools en incentives voor participanten), gewenste rolverdeling en geschikt waardemodel?

Veel partijen (commercieel en wetenschappelijk) proberen meer zicht te krijgen op een goed toepasbare succesformule, dat tegelijkertijd breed toepasbaar is. Zo is er een?FLIRT?model voor crowdsourcing, weer gebaseerd op het?DART?co-creatie model van Prahalad waarin gelijkwaardige dialoog, laagdrempelige toegang tot informatie en tools, risico?s en transparantie belangrijke succesfactoren zijn. Verder zijn er vele bronnen waarin geleerde lessen en tips verzameld worden zoals voor overheidsorganen de participatieprincipes en richtlijnen van?Ambtenaar 2.0?en uitgangspunten van de?participatieladder.

Dit onderzoek probeert tot een hanteerbare handleiding te komen met de belangrijkste succescriteria die organisaties concreet helpen bij het maken van implementatiekeuzes.

evaluatie4. Hoe meet je succes (met harde feiten)?

Hoe leer je van elk initiatief en hoe bepaal je het succes? Dit onderdeel evalueert feitelijk de voorgaande 3 onderdelen: in welke mate heeft het bijgedragen aan de doelstellingen van de organisatie en het initiatief, en wat kan er geleerd worden van het proces? Deze aspecten maken duidelijk wat de impact (waardecreatie) was voor de organisatie en voor de betrokken groep of massa, en geeft alsmede inzicht in de lessons learned; wat ging goed en wat kon beter bij de uitvoering?

Er zijn op dit moment slechts een beperkt aantal manieren om het succes van eParticipatie te evalueren. Zo zijn er modellen in ontwikkeling voor?waardebepaling?van co-creatie, men kan?web analytics?of?socialnomics?modellen toepassen, overwegingen bij evaluatie zoals?Interact, hetevaluatiemodel?van het Teledemocracy Centre en de TNO?eParticipatiemonitor?zoals gebruikt voor deeParticipatie-awards?zijn enkele voorbeelden.

Dit TNO-onderzoek tracht niet alleen de meest betrouwbare en concrete meetmethoden te identificeren, maar probeert ook hetgeen gemeten wordt (o.a. de waardecreatie) in harde cijfers uit te drukken.

Wetenschappelijke discussie over terminologie van co-creatie of eParticipatie is niet het doel van dit onderzoek, wel meer valide bewijs over hoe je ?HET? succesvol inzet en wat het oplevert. Wij nodigen je uit om online te participeren en gezamenlijk oplossingen te cre?ren voor dit vraagstuk.

Lees hier de hele serie ?Bepaal je co-creatie of eParticipatiestrategie?.

Cocreatie en de spagaat tussen de macht van de burgers en de bestuurlijke macht

Tijdens het?Open Innovatie Festival?eind november 2010 hebben ik en mijn TNO collega Christiaan van den Berg ons in de discussie gemengd in zowel?Groningen?als?Den Bosch?(provincie Noord-Brabant). Wij organiseerden beiden een sessie met als onderwerp burgerparticipatie. En dan met name de digitale variant hiervan: eParticipatie, met een trend naar steeds meer (online) cocreatie. Met behulp van bijgaande links meer informatie hierover: het?beslismodel?voor user empowerment en eParticipatie waarover we een reeks artikelen hebben geplaatst, en onze?presentatie?uit het event. Wij gaan graag de dialoog met je aan!

spagaat

Er waren een aantal?vragen?en?discussies?die ons zijn bijgebleven en we zijn benieuwd naar de diverse meningen hierover. Hieronder 10 discussie-onderwerpen, in willekeurige volgorde:

1 ? Ambtenaren en overheidsinstellingen worden op termijn steeds meer aangestuurd door de maatschappij door verdergaande ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie. En de bestuurders dan? Hoe gaan we om met deze?spagaat?
2 – Zit de burger er wel op te wachten om overal maar mee te praten??Overdaad dreigt, hoe zorg je dat het relevant blijft en aansluiting vindt?
3 – Gaat eParticipatie geen?zachte dood?sterven, net als interactieve besluitvorming een tiental jaren geleden?
4 – Is de doelgroep van zo’n discussie niet ‘de politiek‘? Waar zou het maatschappelijk debat over eParticipatie gevoerd moeten worden?
5 – Je moet aan de ene kant een duidelijke?deadline?hebben voor een eParticipatie-initiatief met concreet einddoel (hadden ze uit een vorige crowdsourcing sessie geleerd) en aan de andere kant willen burgers soms graag?voortdurend?eParticiperen. Dat terwijl het project vanuit de gemeente of provincie “klaar is” (bijv realisatie van een buurthuis oid). Hoe ga je daarmee om?

6 – Hoe kun je eParticipatie succesvol inzetten voor onderwerpen die heel?abstract?zijn, zoals met beleidsmatige onderwerpen vaak het geval is?

7 – Hoe zorg je ervoor dat je niet telkens de?usual suspects?hebt zoals ook de mensen die altijd op bewonersbijeenkomsten komen en de rest overstemmen?

8 – Hoe bepaal je het?succes?van een eParticipatie-initiatief?

9 ? Het vergt?lef en vertrouwen?om burgers publiekelijk met elkaar en met ambtenaren de discusssie te laten aangaan. In die dialoog kunnen ook gevoelige onderwerpen in de openbaarheid komen.

10 – Hoe krijg je?commitment?van je collega ambtenaren? Ook al lopen er genoeg mensen met frisse moed, toch is en blijft het moeilijk om de handen ineen te slaan voor een nieuw eparticipatie initiatief. Jammer is bovendien dat het vaak blijft bij iets dat bedacht is door de afdeling communicatie of techniek. Bredere adoptie van de werkwijze blijft helaas vaak uit.

Laat weten hoe jij aankijkt tegen deze zaken door te reageren. Wens je meer informatie over de begrippen, of simpelweg goede voorbeelden? Dan ben je niet de enige. Er zijn veel partijen die behoefte hebben om in het 2.0 landschap hun weg te vinden en door de bomen het bos niet meer zien. Dat er veel goede voorbeelden zijn is positief en er zijn genoeg sociale media mogelijkheden (tools), maar advies op maat is nodig. Het?eparticpatie dashboard?helpt in het bieden van overzicht, met daarbij aandacht voor de?oproep?om hier je eigen initiatief aan toe te voegen!

Enkele reacties zijn reeds gegeven:

?Reactie van?Liset Verschoore?op 13 December 2010 op 9.13

2. Het is inderdaad zo dat niet iedere burger altijd zin ?n tijd heeft om te participeren. Ik kan mij dus voorstellen dat burgers? af en toe ?participatiemoe? zijn, zeker als zij meerdere malen gevraagd worden om mee te participeren voor verschillende projecten in dezelfde omgeving. Als tip geef ik projectorganisaties altijd mee om te onderzoeken wat er al gedaan wordt/is aan publieksparticipatie (omgeving/project). Als dat zo is, kun hier eventueel bij aansluiten.

Daarnaast merk ik dat overheden steeds vaker nauw met elkaar samen werken. Bijvoorbeeld bij het project N31 Traverse Harlingen. Rijkswaterstaat, de provincie Friesland en de gemeente Harlingen trekken samen op en hebben verschillende meedenksessies georganiseerd en de informatie hieruit gebruikt voor verschillende projecten van zowel de gemeente (structuurvisie) als de provincie en Rijkswaterstaat (otb/mer).

5,6. eParticipatie zie ik slechts als een middel om het publiek te bevragen. Kijk eerst naar het doel van de publieksparticipatie, de doelgroep, de vragen die je wil gaan stellen en welk soort antwoorden daarop verwacht voordat je het middel bepaalt.

Bij projecten waarvan de onderwerpen abstract zijn zou je cartoons/tekeningen/augmented reality/serious games kunnen gebruiken om het onderwerp goed te communiceren en te verduidelijken naar het publiek. Hiervoor lenen nieuwe media zich uitstekend.

Maar ook door gerichte vragen te stellen maak je het voor publiek makkelijker om te antwoorden. Op welke vragen zoek je nog een antwoord? Welke informatie uit de omgeving heeft de bestuurder nodig om straks een goed besluit te kunnen maken? Of op welke vragen zoekt de projectorganisatie nog antwoord? Bekijk of je deze vragen ook zou kunnen stellen aan

8. E?n van de succesfactoren van publieksparticipatie is dat de resultaten meegenomen zijn in het beleid of de besluitvorming. Het heeft dus echt iets opgeleverd. Daarnaast zie ik het ook als een succes als mensen begrip hebben voor het beleid en of besluit en het gevoel hebben dat zij erg betrokken zijn gedurende het proces.

9. Zeker.

Reactie van?Davied?op 8 December 2010 op 21.54
Goede vragen allemaal. Even wat commentaren van mijn kant:Ad 1, 4: Veel mensen zeggen juist dat bestuurders en politici eerder veranderen omdat ze afhankelijk zijn van verkiezingen en zichtbaarheid. Maar verandering moet op alle fronten plaatsvinden, van onder en van boven;
Ad 2, 3, 5: Volgens mij begint het bij transparantie, zodat burgers kunnen zien wat er gebeurt op de terreinen (onderwerp, gebied) die voor hen interessant zijn en vervolgens kunnen reageren, bijdragen of contact opnemen. Als het relevant is en de overheid open staat voor opmerkingen, dan willen mensen wel meedoen. Het gaat immers over hen;
Ad 7: deels is dat niet te voorkomen, maar je kunt diversificeren in de vormen, bijv. regelmatig online en offline een interactie organiseren. Ook kun je op zoek gaan naar relevante communities;
Ad 9: stel goede vragen, mik op idee?n en kennis (niet alleen meningen) en doe aan verwachtingenmanagement. Zie mijn blogs over beleid 2.0, te vinden via?http://beleid.ambtenaar20.nl

Cocreatie in de publieke sector. Een verkennend onderzoek naar nieuwe, digitale verbindingen tussen overheid en burger

Bekkers V. & A. Meijer (2010). Cocreatie in de publieke sector: een verkennend onderzoek naar nieuwe, digitale verbindingen tussen overheid en burger. Boom Juridische Uitgevers, Den Haag.