Sinds korte tijd heeft Bill Bratton zijn welverdiende pensioen weer ingeruild voor het werk dat in zijn hart en nieren zit: politiewerk. De ’top cop’ keert weer terug als korpschef op zijn oude stek: New York City. En sinds een paar dagen maakt hij ook gebruik van social media, namelijk:?Twitter.
Spent time today w/ NYPD leadership team & @BilldeBlasio preparing for NYC Super Bowl events.?We?re ready! pic.twitter.com/uDf8Wn7Uz1
? Commissioner Bratton (@CommissBratton) January 25, 2014
Politiecommisaris Bill Bratton heeft ten tijde van de Londense rellen ook in de Europese media veel aandacht gekregen nadat de Britse politiek zijn hulp had ingeroepen. De Britse politietop was niet gelukkig met de komst van de Amerikaan. Commissaris Hugh Orde, voorzitter van de Association of Chief Police Officers gaf aan dat als je 400 bendes hebt in de Verenigde Staten, je niet echt effectief bent in de bestrijding daar van. En als je naar de manier van politieoptreden kijkt in de VS, en het niveau van geweld, dan is dat fundamenteel anders dan in Engeland.
Bill Bratton bij CBS-news
Bill Bratton in het NOS-journaal
Bill Bratton heeft er al een hele carri?re opzitten. Sinds de jaren tachtig leidde hij de politie in Amerika’s moeilijkste steden – Boston, New York en Los Angeles. Hij liet een erfenis na die twintig jaar terug ondenkbaar leek: overal waar hij werkte ging de stijgende criminaliteit over in een spectaculaire daling. Zijn aanpak werd wereldwijd overgenomen. In de media verklaarde hij dat het aantal moorden in New York halveerde tijdens zijn bewind, in Los Angeles daalde het aantal misdaden door bendes met 60 procent. Rellen zijn volgens Bratton niet alleen te stoppen door veel mensen te arresteren. Ook aan de sociale redenen voor de onrust moet worden gewerkt. Bratton zal de Britse regering advies geven. Hij is vooral gevraagd om te kijken naar het probleem van misdaad en geweld door bendes. Beperking van bewegingsvrijheid van bendeleden zodat ze niet samen kunnen komen, ze geen mobiele telefoons kunnen hebben en op bepaalde tijden niet op bepaalde plekken mogen zijn, zei hij in The Daily Telegraph. Tevens wil hij sociale media inzetten om activiteiten van bendeleden te volgen.
Britse politiecommissaris over social media
Hieronder een aantal van zijn stokpaardjes
Broken windows theorie:
Bratton, heeft in de Verenigde Staten het ‘kapotte-ruitenbeleid’ in de praktijk gebracht. Volgens deze criminologische visie leidt goed onderhoud van een stedelijke woonomgeving tot minder criminaliteit.?Uitleg Brolen windows theory hieronder:
Compstat:
Bill Bratton voerde een computersysteem in waarmee misdaden nauwkeurig konden worden bijgehouden. De agenten moesten optreden tegen agressief en hinderlijk gedrag van met name zwervers. Hij liet de politie nauwgezet de resultaten registreren, zodat patronen van criminaliteit zichtbaar werden. Districtchefs werden aangesproken op de resultaten in ‘hot spots’ van criminaliteit.
Achtergrondfilm uitleg Compstat
BlueLine
Sinds kort heeft Bill Bratton ook geholpen met de realisatie van BlueLine. Het internet social media platform voor de Amerikaanse politie. Enigzins vergelijkbaar met het Nederlandse Politie+.

Zero tolerance:
Bill Bratton had eerder ook invloed op Nederlandse politie hij bedacht het ?zero tolerance? beleid. Bratton had zijn idee?n ontwikkeld als chef van de spoorwegpolitie, waar hij agenten in de metro en treinen meer liet surveilleren en strenger controleren op zwartrijden, bedelen, dronkenschap, rondhangen, enzovoort. Het aanpakken van relatief kleine vergrijpen hielp grotere vergrijpen voorkomen en oplossen.
Predective Policing:
Een zeer interessante ontwikkeling waar hij in de Verenigde Staten mee experimenteert is predective policing: de politie slaat zoveel persoonlijke gegevens over burgers op in de computer dat ze voortaan kan voorzien waar en door wie een misdaad zal worden gepleegd.
Een voorbeeld is een jongetje dat met een pistool op de stoep in New York speelt . Een man passeert, het jongetje schiet per ongeluk, de man schiet terug en ontkomt. Getuigen zeggen dat de schutter een tatoeage – ‘I love you’ – op zijn onderarm had.
Vroeger duurde het dagen, soms weken, voordat de politie in zo’n geval de identiteit van de verdachte achterhaalde. Nu kan het veel sneller: de korpsen van New York en Los Angeles beschikken namelijk over real time crime centers, databanken waarin de intieme persoonsgegevens – zoals tatoeages – van miljoenen burgers zijn opgeslagen.
Daarin kan de politie terugvinden dat er in New York een aantal mensen zijn die een variant van ‘I love you’ op hun lichaam hebben getatoe?erd. Dan wordt het een stuk makkelijker om verder te rechercheren.
Het interessante is dat de politie diezelfde databanken nu ook kan gebruiken om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld uit de politiepraktijk van een grote Amerikaanse staat. De scholen in die stad hebben te maken met een schrikbarend hoog moordpercentage. Een politiecommissaris besloot de persoonsgegevens van alle vermoorde leerlingen van de laatste jaren in een databank te stoppen voor een slachtofferprofiel. Zo was het mogelijk om een lijst van vijfhonderd studenten samen te stellen die het risico lopen dat ze ook vermoord worden. Nu weet de politie beter waar ze moet zijn en op wie ze moeten letten. Het is nog onduidelijk of het werkt, want het is een proefproject, maar Bratton voorziet dat dit de toekomst van politiewerk is.
Achtergrondmateriaal:
Compstat strategic police management for effective crime deterrence in new york city
Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte
Bob Overbeeke
Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.
Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.
David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.
Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.