Cocreatie en de spagaat tussen de macht van de burgers en de bestuurlijke macht

Tijdens het?Open Innovatie Festival?eind november 2010 hebben ik en mijn TNO collega Christiaan van den Berg ons in de discussie gemengd in zowel?Groningen?als?Den Bosch?(provincie Noord-Brabant). Wij organiseerden beiden een sessie met als onderwerp burgerparticipatie. En dan met name de digitale variant hiervan: eParticipatie, met een trend naar steeds meer (online) cocreatie. Met behulp van bijgaande links meer informatie hierover: het?beslismodel?voor user empowerment en eParticipatie waarover we een reeks artikelen hebben geplaatst, en onze?presentatie?uit het event. Wij gaan graag de dialoog met je aan!

spagaat

Er waren een aantal?vragen?en?discussies?die ons zijn bijgebleven en we zijn benieuwd naar de diverse meningen hierover. Hieronder 10 discussie-onderwerpen, in willekeurige volgorde:

1 ? Ambtenaren en overheidsinstellingen worden op termijn steeds meer aangestuurd door de maatschappij door verdergaande ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie. En de bestuurders dan? Hoe gaan we om met deze?spagaat?
2 – Zit de burger er wel op te wachten om overal maar mee te praten??Overdaad dreigt, hoe zorg je dat het relevant blijft en aansluiting vindt?
3 – Gaat eParticipatie geen?zachte dood?sterven, net als interactieve besluitvorming een tiental jaren geleden?
4 – Is de doelgroep van zo’n discussie niet ‘de politiek‘? Waar zou het maatschappelijk debat over eParticipatie gevoerd moeten worden?
5 – Je moet aan de ene kant een duidelijke?deadline?hebben voor een eParticipatie-initiatief met concreet einddoel (hadden ze uit een vorige crowdsourcing sessie geleerd) en aan de andere kant willen burgers soms graag?voortdurend?eParticiperen. Dat terwijl het project vanuit de gemeente of provincie “klaar is” (bijv realisatie van een buurthuis oid). Hoe ga je daarmee om?

6 – Hoe kun je eParticipatie succesvol inzetten voor onderwerpen die heel?abstract?zijn, zoals met beleidsmatige onderwerpen vaak het geval is?

7 – Hoe zorg je ervoor dat je niet telkens de?usual suspects?hebt zoals ook de mensen die altijd op bewonersbijeenkomsten komen en de rest overstemmen?

8 – Hoe bepaal je het?succes?van een eParticipatie-initiatief?

9 ? Het vergt?lef en vertrouwen?om burgers publiekelijk met elkaar en met ambtenaren de discusssie te laten aangaan. In die dialoog kunnen ook gevoelige onderwerpen in de openbaarheid komen.

10 – Hoe krijg je?commitment?van je collega ambtenaren? Ook al lopen er genoeg mensen met frisse moed, toch is en blijft het moeilijk om de handen ineen te slaan voor een nieuw eparticipatie initiatief. Jammer is bovendien dat het vaak blijft bij iets dat bedacht is door de afdeling communicatie of techniek. Bredere adoptie van de werkwijze blijft helaas vaak uit.

Laat weten hoe jij aankijkt tegen deze zaken door te reageren. Wens je meer informatie over de begrippen, of simpelweg goede voorbeelden? Dan ben je niet de enige. Er zijn veel partijen die behoefte hebben om in het 2.0 landschap hun weg te vinden en door de bomen het bos niet meer zien. Dat er veel goede voorbeelden zijn is positief en er zijn genoeg sociale media mogelijkheden (tools), maar advies op maat is nodig. Het?eparticpatie dashboard?helpt in het bieden van overzicht, met daarbij aandacht voor de?oproep?om hier je eigen initiatief aan toe te voegen!

Enkele reacties zijn reeds gegeven:

?Reactie van?Liset Verschoore?op 13 December 2010 op 9.13

2. Het is inderdaad zo dat niet iedere burger altijd zin ?n tijd heeft om te participeren. Ik kan mij dus voorstellen dat burgers? af en toe ?participatiemoe? zijn, zeker als zij meerdere malen gevraagd worden om mee te participeren voor verschillende projecten in dezelfde omgeving. Als tip geef ik projectorganisaties altijd mee om te onderzoeken wat er al gedaan wordt/is aan publieksparticipatie (omgeving/project). Als dat zo is, kun hier eventueel bij aansluiten.

Daarnaast merk ik dat overheden steeds vaker nauw met elkaar samen werken. Bijvoorbeeld bij het project N31 Traverse Harlingen. Rijkswaterstaat, de provincie Friesland en de gemeente Harlingen trekken samen op en hebben verschillende meedenksessies georganiseerd en de informatie hieruit gebruikt voor verschillende projecten van zowel de gemeente (structuurvisie) als de provincie en Rijkswaterstaat (otb/mer).

5,6. eParticipatie zie ik slechts als een middel om het publiek te bevragen. Kijk eerst naar het doel van de publieksparticipatie, de doelgroep, de vragen die je wil gaan stellen en welk soort antwoorden daarop verwacht voordat je het middel bepaalt.

Bij projecten waarvan de onderwerpen abstract zijn zou je cartoons/tekeningen/augmented reality/serious games kunnen gebruiken om het onderwerp goed te communiceren en te verduidelijken naar het publiek. Hiervoor lenen nieuwe media zich uitstekend.

Maar ook door gerichte vragen te stellen maak je het voor publiek makkelijker om te antwoorden. Op welke vragen zoek je nog een antwoord? Welke informatie uit de omgeving heeft de bestuurder nodig om straks een goed besluit te kunnen maken? Of op welke vragen zoekt de projectorganisatie nog antwoord? Bekijk of je deze vragen ook zou kunnen stellen aan

8. E?n van de succesfactoren van publieksparticipatie is dat de resultaten meegenomen zijn in het beleid of de besluitvorming. Het heeft dus echt iets opgeleverd. Daarnaast zie ik het ook als een succes als mensen begrip hebben voor het beleid en of besluit en het gevoel hebben dat zij erg betrokken zijn gedurende het proces.

9. Zeker.

Reactie van?Davied?op 8 December 2010 op 21.54
Goede vragen allemaal. Even wat commentaren van mijn kant:Ad 1, 4: Veel mensen zeggen juist dat bestuurders en politici eerder veranderen omdat ze afhankelijk zijn van verkiezingen en zichtbaarheid. Maar verandering moet op alle fronten plaatsvinden, van onder en van boven;
Ad 2, 3, 5: Volgens mij begint het bij transparantie, zodat burgers kunnen zien wat er gebeurt op de terreinen (onderwerp, gebied) die voor hen interessant zijn en vervolgens kunnen reageren, bijdragen of contact opnemen. Als het relevant is en de overheid open staat voor opmerkingen, dan willen mensen wel meedoen. Het gaat immers over hen;
Ad 7: deels is dat niet te voorkomen, maar je kunt diversificeren in de vormen, bijv. regelmatig online en offline een interactie organiseren. Ook kun je op zoek gaan naar relevante communities;
Ad 9: stel goede vragen, mik op idee?n en kennis (niet alleen meningen) en doe aan verwachtingenmanagement. Zie mijn blogs over beleid 2.0, te vinden via?http://beleid.ambtenaar20.nl

De Grote Habbo inval

Habbo is vaak het?doelwit geweest van georganiseerde aanvallen van Anonymous?(lees onderaan dit blog een interessant onderzoek naar deze beweging). In 2006 ontstonden ongefundeerde geruchten op 4chan?over vermeend racistisch gedrag van Habbo moderators die spelers?willekeurig de toegang zouden verbieden omdat de huidskleur van avatar gekleurd was. Als gevolg hiervan hebben vele mensen zich?aangemeld op?Habbo en zich een dergelijke?avatar aangemeten.

De aanval?werd onder andere georganiseerd door Mikeyk??en hij koos 12 juli uit, omdat het verjaardag van Bill Cosby was.?Men nam zoveel mogelijk dezelfde avatar, namelijk die van een zwarte man met een grijs pak en een Afro kapsel. Gezamenlijk (zo’n 400 avatars) blokkeerden ze letterlijk de toegang tot het zwembad en later ook de bibliotheek met de boodschap dat deze gesloten werd vanwege “AIDS”. Toen Habbo deze mensen uiteindelijk de toegang moest ontzeggen (op basis van IP adres of opheffen van accounts) omdat de situatie onhoudbaar werd, werden ze uiteraard alsnog van racisme beschuldigd. Het idee van de inval (meer een?digitale bezetting, ook wel?virtual?sit-in) was om de bezetting van het zwembad een afleiding?te laten zijn voor een andere actie: een inval in het gehele Habbo hotel.

De inval was groot nieuws en de Habbo beheerders maakte een paar noodzakelijke veranderingen na de inval en Habbo VS werd zelfs tijdelijk stilgelegd. Er zijn een aantal gebruikersnamen die nu op de zwarte lijst zijn komen te staan, zoals “Caturday”, “business”, “loli”, “nigra” en “black power”. De bot avatar in het zwembad heeft nu vooral anti-aggressiepropaganda, zoals “het Habbo zwembad is de schoonste zwembad waar je in kunt zwemmen!” en “de waterkant ?is de beste gemodereerde kamer van het hele?Habbo hotel!”. Gebruikers verkleed als Nigras worden nu meestal weggestuurd als ze binnenkomen, zelfs als ze niets verkeerd doen.

Maar de term (en meme)?Pool?s Closed?is nu een bekende uitdrukking geworden, die geassocieerd wordt met diverse acties van?Anonymous. Er zijn later nog wel een paar acties geweest, maar het werd steeds complexer om ze uit te voeren. Vandaar dat er gedetailleerde instructies gedeeld werden om dit nog te kunnen doen met grote aantallen. Er was zelfs software die je erbij konm helpen (de ‘Pool Tool’).

Na het online succes van de inval en de vele aandacht die het kreeg werd het zo populair dat men het ook in de fysieke wereld ging nadoen. In Finland ging met met een groep het hoofdkantoor van Habbo Hotel binnen met pruiken en kostuums:

??

De foto van met de ‘nigra’-avatar met de boodschap ?Pool?s Closed? werd nog veel gebruikt op diverse plaatsen.

??
 

In 2007 and 2008, people met up and went to screenings of the 2006 action thriller film?Snakes on a Plane?in afro wigs and suits. In 2006, a Second Life griefer group formed called?Patriotic Nigras, their name inspired by the raids. At the Anthrocon 2007, a small scale protest reportedly took place.

Controversy

Begin 2008 kwam de Texaanse Mary Alice Altorfer zo’n bordje tegen in haar buurt en ze belde de lokale nieuwszender om rassendiscriminatie aan te kaarten. Altorfer’s was duidelijk niet bekend met de internet meme die ze in het echte leven ontdekte en de nieuwsuitzending werd op YouTube geplaatst. De leden van Anonymous lanceerden in de dagen daarna als grap een intimidatiecampagne tegen de vrouw.

?

Habbo raid in 2013:

Bronnen: Wikia, Wikipedia, KnowYourMeme

 

Virginia Tech schietincident

Op 16 april 2007 schoot de Zuid-Koreaan Cho Seung-Hui 33 mensen (waaronder zichzelf) dood op de Virginia Polytechnic Institute and State University in Amerikaanse stad Blacksburg. Er vielen daarnaast 29 gewonden. Het schietincident had?op dat moment de meeste dodelijke slachtoffers door 1 schutter uit de Amerikaanse geschiedenis. De Koreaanse student bleek een mentale aandoening te hebben, wat leidde tot verscherping van de wet-en regelgeving om aan een wapen te kunnen komen. Ondanks de enorme angst en paniek gebeurde er iets opmerkelijks vlak na het incident: de mensen gingen verslag doen van wat er om hen heen gebeurde.?Op?8 december?2011?vond er wederom een schietpartij plaats. Hierbij werden een aantal personen doodgeschoten. Onderstaande gaat over het grootste incident in 2007 waarin de social media revolutie nog maar net begonnen was, maar een zeer belangrijke rol kreeg.

Allereerst de informatiedeling en nieuwsgaring voor de rest van de wereld:

virginia1

Screenshot van www.wikinews.com

Nog tijdens de aanslag zetten studenten hun ervaringen op een speciale wikinieuwspagina. Daar kan de reguliere journalistiek bijna niet tegenop. Maar deze vorm van nieuwsgaring en verslaggeving zet ook de offici?le getuigenverklaring onder druk. Stel dat Cho Seung-Hui was gevlucht en pas na drie maanden was gepakt, hoe zuiver zou zijn getuigenverklaring dan nog zijn? Hetzelfde geldt ook voor de getuigen: hebben ze zelf iets gezien of komt hun informatie van het web? Zeker als er daarna ook nog druk gecommuniceerd is op de social media.

virginia2

Screenshot www.trendmatcher.nl

Binnen 24 uur alle vermisten terecht via Facebook

Binnen twee uur na het schietincident van Virginia Tech startten studenten een Facebook-groep genaamd “I am OK at VT”, terwijl autoriteiten het terrein nog niet veilig hadden kunnen stellen ((Palen et al., 2007). Binnen 24 uur waren alle vermisten terecht waarbij ook e-mail en Instant Messaging gebruikt werd. Door simpelweg te zien dat iemand ‘online’ was (ingecheckt) of een bericht had achtergelaten, kon men zien dat mede studenten nog leefden. De Facebook pagina ‘liken’ met 1 druk op de knop was daarna eigenlijk voldoende. Autoriteiten hadden hier via klassieke methoden een stuk langer over gedaan. Het was mooi om te zien dat men er wel op wees dat het nog een onoffici?le lijst was. Amateurs kunnen fouten maken (wat later niet zo bleek te zijn), maar het verbroederde, omdat men gezamenlijk een intens proces doorliep, en het verbond de direct betrokkenen met de buitenwereld die veel waardering kregen voor hun acties:

virginia6

De pagina werd ook gebruikt om aan ” self-policing” te doen, wat wil zeggen dat men feiten en media framing checkte die op het nieuws voorbij kwamen en zelf veel informatie produceerde.

virginia4virginia3

Ook de?Prayers for VT Facebook groep trok wat later veel bezoekers en bijdragen. In deze groep probeerde men de lijst met slachtoffers op orde te krijgen. Hoewel het de autoriteiten 39 uur kostte om het aantal dodelijke slachtoffers vast te stellen op 33 (inclusief de schutter), werkte deze groep intussen aan de namen waarbij men diverse bronnen benutte (Vieweg et al., 2008).

Op Second Life werden gedenkstenen gecre?erd ene een plaats om de slachtoffers te herdenken en eren:

virginia5?virginia

Ook werd er geld ingezameld via een virtueel T-short dat mensen konden dragen in Second Life en waarvan de opbrengsten naar de slachtoffers gingen:

virginia7

Niet alleen computerspellen moeten het ontgelden na de schietpartij op de Virginia Tech universiteit, ook sociale netwerksites als Facebook en Digg krijgen kritiek.?De kritiek op discussiesites en sociale netwerksites richt zich met name op de klopjacht op de dader die online ontstond na de schietpartij. Een student van de Virginia Tech universiteit die op zijn blog en Facebook-pagina foto’s van zijn vuurwapenverzameling toonde, werd al snel na het bloedbad aangemerkt als dader. Links naar zijn website werden razendsnel verspreid via sites als Digg.com, waarna diverse doodsbedreigingen op de pagina van de student werden achtergelaten. Een foto van de jongen werd zelfs op de nationale televisie vertoond, in het programma van Fox News-correspondent Geraldo Rivera. De jongen bleek niets met het schietincident te maken te hebben.?De jongen plaatste een bericht op zijn profielpagina waarin hij verklaarde niet de schutter te kunnen zijn ? aangezien de schutter zichzelf om het leven bracht na zijn moordpartij. Volgens de ten onrechte beschuldigde student bezochten 123.000 mensen zijn website, in de veronderstelling dat deze aan de dader toebehoorde.

Snelheid

Volgens analist Josh Bernoff van Forrester Research is de snelheid waarmee informatie op internet kan worden aangepast een belangrijk pluspunt vanwege de zelfcorrigerende werking. Anderzijds wijst hij op de valkuilen. Omdat ‘geruchten’ eerder doordringen op netwerksites dan op meer betrouwbare nieuwssites, is niet alle informatie even betrouwbaar.?Ondanks de kritiek op het functioneren van sociale netwerksites, werden de online communities ook gebruikt voor het versturen van condoleances. Ook wisselden studenten maandag op de online gemeenschap Fark.com informatie uit om vast te stellen hoe gevaarlijk de situatie op de universiteit was.

Crisis Informatics: Studying Crisis in a Networked World (Palen e.a. 2007):

Site seeing in disaster: an examination of online social convergence,?Jeannette Sutton e.o (2008)

Twitter bericht als eerste bij poldercrash Turkish Airlines (2009)

Turkish Airlines-vlucht TK1951?was een passagiersvlucht die op woensdag 25 februari 2009 neerstortte in de buurt van het Nederlandse vliegveld?Schiphol. Hierbij kwamen negen van de 135 inzittenden om het leven.

De eerste beelden vanuit het vliegtuig werden op YouTube geplaatst:

Het offici?le onderzoek van de?Onderzoeksraad Voor Veiligheid?wees inadequaat handelen van de?piloten?als hoofdoorzaak aan voor het ongeluk. Ondanks een defecte?hoogtemeter?en onvolledige instructies van de?luchtverkeersleiding?hadden de piloten het ongeluk kunnen voorkomen, aldus de Onderzoeksraad. Ook was de communicatie van hulpdiensten niet ideaal:

Eerste verslaggeving op Twitter

Op?iReport?een beknopte reportage die grotendeels van burgers afkomstig is.?CNN verwoord de rol van Twitter als volgt:

The social networking site Twitter again stole a march on traditional media when it was the first outlet to publish dramatic pictures of the Turkish Airlines crash.?Moments after the plane crashed at Amsterdam?s Schipol airport on Wednesday morning the news was appearing on Twitter, CNN?s Errol Barnett said.

?This is a story that broke on Twitter first and continued to unfold from there. Eyewitnesses were posting comments about the shock of seeing the plane ?dive? and amazement of passengers walking out of the wreckage,? Barnett said.

?It was a dramatic image of a fractured plane posted on Twitter.com that was the first worldwide view of the Turkish Airlines crash. It was snapped by an eyewitness driving on the nearby A-9 highway, just north of the crash site.?

Een Turkse passagier filmde met zijn telefoon na de crash:

Zelfredzaamheid Poldercrash

De publicatie?(Zelf)redzaamheid tijdens de Poldercrash?geeft een verhalende reconstructie van de handelingen die de passagiers en toegesnelde omstanders hebben uitgevoerd om zichzelf en anderen te redden, en de wijze waarop professionele hulpverleners met deze (zelf)redzaamheid zijn omgegaan. Aanvullend hierop geven de passagiers, omstanders en de professionele hulpverleners hun perceptie over en motivatie van hun handelingen. Dit onderzoek laat zien wat overheden en hulpdiensten kunnen leren van de Poldercrash als het gaat om het handelen van burgers mede in relatie tot het handelen van de professionele hulpverleners. Ook biedt het inzicht in de behoeften van burgers bij een dergelijk ongeval. Het geeft bovendien concrete aanknopingspunten om de zelfredzaamheid en redzaamheid van passagiers en omstanders bij een (gelijksoortig) vliegtuigongeval beter te kunnen benutten en te versterken.

Meer achtergronden:?

Bronnen: Wikipedia, CNN

23 Opsporingsdingen

23dingen

Eind 2008 is de oorspronkelijke cursus ?23 Things?door Natalie Hensen deels herschreven naar de politiewereld.?De site?is?namelijk een online cursus en?is al door vele rechercheurs gevolgd. In 23 oefeningen maak je hier kennis met de huidige digitale wereld, het sociale web, denk je na over wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in de politieorganisatie waar je werkt.

?23 Dingen? is anders dan andere cursussen of e-learning programma?s. Je leert over het sociale web vooral door?z?lf dingen te ontdekken.??Leren door te doen? is het credo. De rol van docent is hier veranderd. Geen allesweter die vertelt hoe het moet, maar een begeleider die assisteert bij onduidelijkheden en die tevens leert?m?t de mensen die dit programma volgen.

De 23 Dingen

In 23 oefeningen maak je hier kennis met web 2.0, je bedenkt wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in je werk.

Er zijn verschillende manieren waarop je 23 Dingen kunt doen, maar het is het handigst als je begint bij #1 en finisht bij #23. Lees, voordat je begint, ook de informatie bij?Over?23 Dingen?en de?FAQ?met vragen en antwoorden.

Introductie en bloggen

1.?Lees dit weblog en ontdek waar deze cursus over gaat
2.?Weblogs: communicatiemiddel met impact

Sociale netwerken

3.?Sociale netwerken ? profielensites
4.?Andere sociale netwerken

De diensten van Google en veiligheid

5.?Google regeert het internet
6.?Veiligheid en privacy op web 2.0

Microbloggen en speuren

7.?Microbloggen: Twitter en Yammer
8.?Zoeken op internet

RSS en RSS-feeds vinden

9.?Maak je leven eenvoudiger met RSS en een nieuwslezer
10.?RSS-feeds?en ?realtime intelligence?

Pauzeweek

11.?Tussenevaluatie

Foto?s en video?s

12.?Ontdek Flickr, ??n van de populairste foto-opslagsites
13.?Ontdek wat YouTube video te bieden heeft

Wiki?s en webtools

14.?Ontdek wiki?s en hoe de politie ze kan toepassen
15.?Handige webtools

Nog meer web 2.0

16.?Mobiele toepassingen
17.?Politie 2.0 en de toekomst van de politie

Afsluiting en cases

18.?Evalueer wat je in de afgelopen tijd hebt geleerd
19 ? 23 Opsporingscases (stuur een mail naar [email protected] om de opsporingscases te ontvangen!)

Bron: 23Opsporingsdingen

Orkaan Katrina en het online PeopleFinder project

De?orkaan Katrina?was de elfde storm, de vijfde?orkaan?en de op twee na grootste orkaan van?het Atlantische orkaanseizoen in 2005. De orkaan veroorzaakte 1.836 doden en voor ruim 81?miljard?dollar?schade.

Het?Katrina PeopleFinder Project?werd in 2005 opgezet door ruim 4000?vrijwilligers?na?orkaan Katrina. De Amerikaanse regering had hierom gevraagd omdat het zich grote zorgen maakte over de wirwar aan lijsten met vermisten die in omloop waren. Het bood een virtual messaging center met een geuniformeerde manier van data uitwisseling. Handmatig werden op vrijdag 2 september 15.200 namen ingevoerd in minder dan 24 uur. en het stopte uiteindelijk met 90.000 namen op 7 september.?

Daarna heeft Google de dienst overgenomen in 2010: Google person finder. Deze dienst is daarna ingezet bij diverse rampen:?

As had happened in the aftermath of the?September 11 attacks, a multitude of sites had been independently gathering lists of survivors or missing-persons requests. This project set up a system for entering data according to a standard format (PeopleFinder Interchange Format, also known as PFIF), and reached out to the other sites gathering this information to encourage them to use the same database and avoid duplicating effort.

The People Finder Interchange Format (PFIF) is an?XML?format used for exchanging information about individuals found or identified in the aftermath of a disaster. It was created quickly following the devastation of Hurricane Katrina as part of the Katrina PeopleFinder Project, in September, 2005. PFIF is an example of a?nonprofit technology?initiative implemented entirely by volunteers.?Google Person Finder?is based on PFIF.

Bronnen: Wikipedia?(EN en NL)

Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007)

Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007)

?Veiligheid is geen zaak van politie en?justitie alleen. Burgers, bedrijven en?organisaties zijn medeverantwoordelijk??? Regeerakkoord, 2007, p. 10

Sociale media en de politie, een wereld te winnen… – een eerste verkenning

Snel, G., & P. Tops (Eds.) (2011). Een wereld te winnen…. Sociale media en de politie, een eerste verkenning. Politieacademie, Apeldoorn.

B?ij de opening van het academisch jaar 2011-2012 biedt de Politieacademie geinteresseerden een boekje aan waarin de relatie tussen politie en sociale media centraal staat. Het onderwerp is actueler dan ooit en heeft belangrijke consequenties voor blauw vakmanschap. Recente gebeurtenissen laten zien dat sociale media een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het politiewerk, of dat nu de opsporing, de wijkgerichte politiezorg of de handhaving betreft. Bij de grote brand in Moerdijk, bijvoorbeeld, hebben sociale media een belangrijke rol in de crisiscommunicatie gespeeld, wijkagenten twitteren er inmiddels lustig op los en opsporingsinstanties gebruiken sociale media om burgers bij de opsporing te betrekken.
In dit boekje wordt een aantal aspecten van het gebruik van sociale media nader verkend. We spreken nadrukkelijk over een eerste verkenning. Er is immers nog veel onderzoek en durf nodig om de mogelijkheden van sociale media ten volle te benutten, maar ook om de gevaren en risico?s in hun volle omvang te leren kennen. Het boekje schetst een aantal relevante ontwikkelingen maar heeft niet de pretentie volledig te zijn. Een aantal werkvelden van de politie komen nu niet aan bod, zoals de twitterende wijkagent, maar zullen in vervolgverkenningen worden beschreven.

In deze eerste verkenning beschouwen Stavros Zouridis en Pieter Tops de betekenis van sociale media vanuit twee perspectieven; als bron van collectieve wijsheid, maar ook als bron van sociale verstoring. Beide doen zich tegelijkertijd voor. Cees Sprenger en Eddy Lassche doen verslag van een verkenning in Zeist waar zij met burgers meekeken met politiemensen in de uitvoering
van het werk. Samen zagen zij tal van nieuwe mogelijkheden om door middel van sociale media effectiever en herkenbaarder te werken.

Mari?lle den Hengst wijst op consequenties van sociale media, zoals het ontstaan van nieuwe vormen van criminaliteit, maar ook van nieuwe
communicatiemiddelen en een ongekende hoeveelheid informatie, die input is voor het intelligenceproces.

Nicolien Kop schetst de kansen voor de opsporingspraktijk. Zij belicht de diverse mogelijkheden van sociale media om burgers een rol in op-sporingsprocessen te laten spelen.

Menno van Duin richt zich tenslotte op de rol van sociale media bij het ontstaan maar ook het beteugelen van crises.

Dit boekje maakt duidelijk dat sociale media in het politiewerk een steeds belangrijker rol spelen en dat onderzoek daarnaar nog slechts in de kinderschoenen staat. Tegelijkertijd kunnen we ook constateren dat er al veel in gang is gezet en dat er talloze praktische toepassingen zijn ontwikkeld. Belangrijk is deze initiatieven ook met elkaar te delen. Ook hierbij kunnen sociale media een nuttige rol spelen, maar ook een boekje als dit (ook al is het een ?oud medium?). Uiteraard is de tekst van dit boekje ook online via PKN beschikbaar. Met de komst van sociale media is een dimensie aan het politievak toegevoegd die niet genegeerd kan en mag worden, maar waar tegelijkertijd nog een wereld te winnen valt?

Redactie, Gerard Snel & Pieter Tops
Rapport Een Wereld Te Winnen Sociale Media en de Politie, Een Eerste Verkenning

Congres Politie en Sociale media inleiding door Pieter Tops (lid college van bestuur)

Sociale media, de sleutel, een zegen of een zorg tijdens een crisis?

Er kwamen heel wat master theses uit op crisiscommunicatie dit jaar. Hieronder een greep:

Masterthesis van Martine de Bas

Deze tijd wordt getypeerd door snelle nieuwsgaring en verspreiding door media, maar ? met de komst van sociale media ? ook door burgers. Sociale media stellen gebruikers in staat om informatie te cre?ren en uit te wisselen (Bos et. al, 2010; Kaplan & Haenlein, 2010). Anno 2011 willen burgers onmiddellijk door de overheid ge?nformeerd worden over zaken die hun welzijn raken, maar ook over zaken die hen niet direct raken maar hen wel interesseren.
Burgers willen zien, horen en meeleven (Schepers, 2010). Wanneer de overheid deze behoefte niet snel genoeg (kan) bevredig(t)(en), worden andere bronnen aangeboord (Sutton et. al, 2008). Ooggetuigen of anderszins direct betrokkenen worden sociale media zoals twitter, You Tube en facebook gebombardeerd tot journalisten en journalisten bombarderen betrokken burgers tot betrouwbare bron. Hierin en steeds vaker lijkt snelheid boven zorgvuldigheid te gaan. Nieuws wordt veelvuldig gerecycled en media verwijzen naar elkaar voor meer informatie (Vasterman, 2005; Korsten, 2003).
Vanuit de beroepsgroep communicatieprofessionals komen steeds meer geluiden dat de overheid tijdens crises sneller moet communiceren en dat dit het meest effectief zou gaan middels sociale media1. Aannames die hierbij gedaan worden zijn: mensen zijn snel(ler) ge?nformeerd, weten beter waar ze aan toe zijn, weten wat ze moeten doen (en doen dat dan ook), er zijn veel mensen die twitteren en de berichtgeving volgen ? bereik is groot, er is een mogelijkheid om tweerichtingsverkeer te genereren en er kan tijdig worden ingegrepen bij ontstaan geruchtvorming. Verder wordt gesteld dat de overheid actief moet worden binnen de sociale media omdat ze anders het contact en voeling met de burger en wat hem beweegt, verliest2.
Het is de vraag of deze stellingname onderbouwd kan worden met empirische gegevens. Tentatief onderzoek op twitter wijst uit dat sociale media niet alleen een vindplaats van informatie zijn, maar vooral een ?chambre de reflexion? en een plek waar mensen elkaar de helpende hand reiken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het noodweer tijdens Pukkelpop (Hasselt, Belgi?; 18 augustus 2011) waarbij een aantal mensen om het leven komen, een groot aantal anderen gewond raken en duizenden naar huis proberen te komen. Spontaan ontstaat een vorm van burgerhulp op twitter en Facebook.

Festivalgangers kregen van volslagen onbekenden via sociale media hulp aangeboden in de vorm van vervoer, een slaapplek of de mogelijkheid gebruik te maken van het internet. Een analyse van 498 tweets naar aanleiding van de brand in de Stegemanfabriek in Deventer op 9 april 2010 leert dat 41% van de tweets uitsluitend grappig bedoelde opmerkingen of gevoelsuitingen bevatten. Van de 59% van de tweets die wel een informatief karakter hebben, gaat het om 74% berichtgeving van media of retweets van media. 26% van de tweets met een informatief karakter betreft berichtgeving door burgers of retweets van deze berichten. In beide gevallen speelt de overheid geen rol van betekenis.
Cijfers met betrekking tot bereik en effect van overheidscommunicatie via twitter in Nederland zijn niet voorhanden. Ook is niet duidelijk of het gebruik van sociale media uitsluitend het effect heeft wat voorstanders ervan verwachten: goed ge?nformeerde burgers die weten wat er aan de hand is, wat er van hen verwacht wordt en wat zij nog kunnen verwachten. Sociale media zijn gericht op tweerichtingsverkeer. Dat betekent dat er een gelijk potentieel aan zowel zenders als ontvangers is, omdat iedere deelnemer berichten kan ontvangen en verzenden. Valt de overheidsboodschap ? die op twitter maximaal 140 tekens bevat ? dan nog wel op? Of raken mensen juist in verwarring door de stortvloed aan informatie zoals Quarantelli (1986) en Jonkers (2010) stellen en wordt het voor burgers lastiger om de feiten te scheiden van de niet-feiten?
Het is derhalve wetenschappelijk relevant te bezien of crisiscommunicatie inderdaad gebaat is bij deelname van de overheid aan twitter. Op welke manier zet de overheid het sterk interactief bedoelde medium in; als kanaal om feiten en aanwijzingen door te geven, of juist meer als een sociaal medium door de crisis te duiden en emoties te kanaliseren? Wat is de toegevoegde waarde voor de overheid als de overheid actief wordt binnen sociale media in het algemeen en twitter in het bijzonder? Heeft de aanwezigheid van de overheid op twitter gevolgen voor de manier waarop burgers zich op twitter manifesteren of heeft Thelwell (2010) gelijk als hij stelt dat twitter toch vooral een kanaal is om sentimenten te delen? Met een drietal casestudies wordt bestudeerd welke informatie gedeeld wordt tijdens een crisis en welke rol de overheid op dit moment inneemt binnen twitter. De uitkomsten van deze casestudies kunnen behulpzaam zijn theorievorming met betrekking tot de rol van de overheid op twitter. De invalshoek hierbij is niet hoe het zou moeten zijn, maar hoe de overheid in de praktijk op twitter aanwezig is en de interactie met derden daarbij.
In deze thesis wordt een inventarisatie gemaakt van de (theoretische) doelen op het gebied van crisiscommunicatie die de overheid nastreeft tijdens een crisis en in een directe relatie daarmee, de activiteiten van de overheid op twitter in crisissituaties. De centrale onderzoeksvraag waarop in deze thesis een antwoord geformuleerd wordt, is:
Op welke wijze wordt Twitter door burgers en de overheid gebruikt bij crisis en hoe verhoudt dit gebruik zich tot elkaar??
Sociale Media – Zegen of Zorg Tijdens Een Crisis

Bron: Vrije Universiteit (Amsterdam)

Sociale media: De sleutel tot succesvolle crisiscommunicatie?

?Een onderzoek naar de rol van medium- en zenderkenmerken bij de beoordeling van een crisiscommunicatie bericht? van Deborah Blok,?Master Psychologie Conflict, Risico en Veiligheid,?Faculteit Gedragswetenschappen Universiteit Twente, Enschede.

Sociale media zijn een relatief nieuw en uitbreidend fenomeen die sinds de eenentwintigste eeuw een sterke groei hebben doorgemaakt. De ontwikkeling van sociale media brengt voor crisiscommunicatie voordelen met zich mee. Sociale media zijn sneller, interactiever en kunnen meer mensen bereiken dan de traditionele media. Dit onderzoek kijkt naar de rol van zender- en mediumkenmerken bij de beoordeling van een crisiscommunicatie bericht. Het experiment wordt uitgevoerd middels een 2 (zender: burger vs. overheid) x2 (medium: teletekst vs. Twitter) between-subjects experiment. Het Elaboration Likelihood Model wordt gebruikt als theoretisch kader. Het idee hierbij is dat zowel de motivatie als de mogelijkheid (ability) bij de respondenten hoog is, en dat zij hierdoor de centrale route van het Elaboration Likelihood Model volgen. Bij de centrale route vervullen de variabelen medium en zender de rol van argumenten, in plaats van de rol van ?cues? die horen bij de perifere route. De beoordeling van de crisiscommunicatie berichten werd gemeten door 18 eigenschappen van communicatie, die na factoranalyse resulteerden in de drie factoren expertise, betrouwbaarheid en bericht overdracht. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat er voor de factoren expertise en bericht overdracht een significant hoofdeffect is van medium, waarbij Twitter hoger scoort op beide factoren. Tevens is er een significant hoofdeffect van de factor zender. Het bericht van de overheid scoort significant hoger op alle drie de factoren. Er werd geen interactie-effect tussen medium en zender gevonden op de drie factoren. Tevens is er gekeken naar de rol van zender- en mediumkenmerken in de beslissing van een individu om risico-informatie te zoeken. De resultaten tonen aan dat er geen significant hoofdeffect is van medium. Er werd wel een significant hoofdeffect gevonden van zender. Eveneens werd er een significante interactie gevonden tussen de zender van het bericht en het medium. Hieruit blijkt dat het bericht van de overheid middels Twitter tot meer informatie zoekgedrag leidt dan het bericht van een burger middels Twitter.
Sociale Media de Sleutel Tot Succesvolle Crisiscommunicatie