Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007)
?Veiligheid is geen zaak van politie en?justitie alleen. Burgers, bedrijven en?organisaties zijn medeverantwoordelijk??? Regeerakkoord, 2007, p. 10
Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007)
?Veiligheid is geen zaak van politie en?justitie alleen. Burgers, bedrijven en?organisaties zijn medeverantwoordelijk??? Regeerakkoord, 2007, p. 10
Snel, G., & P. Tops (Eds.) (2011). Een wereld te winnen…. Sociale media en de politie, een eerste verkenning. Politieacademie, Apeldoorn.
B?ij de opening van het academisch jaar 2011-2012 biedt de Politieacademie geinteresseerden een boekje aan waarin de relatie tussen politie en sociale media centraal staat. Het onderwerp is actueler dan ooit en heeft belangrijke consequenties voor blauw vakmanschap. Recente gebeurtenissen laten zien dat sociale media een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het politiewerk, of dat nu de opsporing, de wijkgerichte politiezorg of de handhaving betreft. Bij de grote brand in Moerdijk, bijvoorbeeld, hebben sociale media een belangrijke rol in de crisiscommunicatie gespeeld, wijkagenten twitteren er inmiddels lustig op los en opsporingsinstanties gebruiken sociale media om burgers bij de opsporing te betrekken.
In dit boekje wordt een aantal aspecten van het gebruik van sociale media nader verkend. We spreken nadrukkelijk over een eerste verkenning. Er is immers nog veel onderzoek en durf nodig om de mogelijkheden van sociale media ten volle te benutten, maar ook om de gevaren en risico?s in hun volle omvang te leren kennen. Het boekje schetst een aantal relevante ontwikkelingen maar heeft niet de pretentie volledig te zijn. Een aantal werkvelden van de politie komen nu niet aan bod, zoals de twitterende wijkagent, maar zullen in vervolgverkenningen worden beschreven.
In deze eerste verkenning beschouwen Stavros Zouridis en Pieter Tops de betekenis van sociale media vanuit twee perspectieven; als bron van collectieve wijsheid, maar ook als bron van sociale verstoring. Beide doen zich tegelijkertijd voor. Cees Sprenger en Eddy Lassche doen verslag van een verkenning in Zeist waar zij met burgers meekeken met politiemensen in de uitvoering
van het werk. Samen zagen zij tal van nieuwe mogelijkheden om door middel van sociale media effectiever en herkenbaarder te werken.
Mari?lle den Hengst wijst op consequenties van sociale media, zoals het ontstaan van nieuwe vormen van criminaliteit, maar ook van nieuwe
communicatiemiddelen en een ongekende hoeveelheid informatie, die input is voor het intelligenceproces.
Nicolien Kop schetst de kansen voor de opsporingspraktijk. Zij belicht de diverse mogelijkheden van sociale media om burgers een rol in op-sporingsprocessen te laten spelen.
Menno van Duin richt zich tenslotte op de rol van sociale media bij het ontstaan maar ook het beteugelen van crises.
Dit boekje maakt duidelijk dat sociale media in het politiewerk een steeds belangrijker rol spelen en dat onderzoek daarnaar nog slechts in de kinderschoenen staat. Tegelijkertijd kunnen we ook constateren dat er al veel in gang is gezet en dat er talloze praktische toepassingen zijn ontwikkeld. Belangrijk is deze initiatieven ook met elkaar te delen. Ook hierbij kunnen sociale media een nuttige rol spelen, maar ook een boekje als dit (ook al is het een ?oud medium?). Uiteraard is de tekst van dit boekje ook online via PKN beschikbaar. Met de komst van sociale media is een dimensie aan het politievak toegevoegd die niet genegeerd kan en mag worden, maar waar tegelijkertijd nog een wereld te winnen valt?
Redactie, Gerard Snel & Pieter Tops
Rapport Een Wereld Te Winnen Sociale Media en de Politie, Een Eerste Verkenning
Congres Politie en Sociale media inleiding door Pieter Tops (lid college van bestuur)
Er kwamen heel wat master theses uit op crisiscommunicatie dit jaar. Hieronder een greep:
Masterthesis van Martine de Bas
Deze tijd wordt getypeerd door snelle nieuwsgaring en verspreiding door media, maar ? met de komst van sociale media ? ook door burgers. Sociale media stellen gebruikers in staat om informatie te cre?ren en uit te wisselen (Bos et. al, 2010; Kaplan & Haenlein, 2010). Anno 2011 willen burgers onmiddellijk door de overheid ge?nformeerd worden over zaken die hun welzijn raken, maar ook over zaken die hen niet direct raken maar hen wel interesseren.
Burgers willen zien, horen en meeleven (Schepers, 2010). Wanneer de overheid deze behoefte niet snel genoeg (kan) bevredig(t)(en), worden andere bronnen aangeboord (Sutton et. al, 2008). Ooggetuigen of anderszins direct betrokkenen worden sociale media zoals twitter, You Tube en facebook gebombardeerd tot journalisten en journalisten bombarderen betrokken burgers tot betrouwbare bron. Hierin en steeds vaker lijkt snelheid boven zorgvuldigheid te gaan. Nieuws wordt veelvuldig gerecycled en media verwijzen naar elkaar voor meer informatie (Vasterman, 2005; Korsten, 2003).
Vanuit de beroepsgroep communicatieprofessionals komen steeds meer geluiden dat de overheid tijdens crises sneller moet communiceren en dat dit het meest effectief zou gaan middels sociale media1. Aannames die hierbij gedaan worden zijn: mensen zijn snel(ler) ge?nformeerd, weten beter waar ze aan toe zijn, weten wat ze moeten doen (en doen dat dan ook), er zijn veel mensen die twitteren en de berichtgeving volgen ? bereik is groot, er is een mogelijkheid om tweerichtingsverkeer te genereren en er kan tijdig worden ingegrepen bij ontstaan geruchtvorming. Verder wordt gesteld dat de overheid actief moet worden binnen de sociale media omdat ze anders het contact en voeling met de burger en wat hem beweegt, verliest2.
Het is de vraag of deze stellingname onderbouwd kan worden met empirische gegevens. Tentatief onderzoek op twitter wijst uit dat sociale media niet alleen een vindplaats van informatie zijn, maar vooral een ?chambre de reflexion? en een plek waar mensen elkaar de helpende hand reiken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het noodweer tijdens Pukkelpop (Hasselt, Belgi?; 18 augustus 2011) waarbij een aantal mensen om het leven komen, een groot aantal anderen gewond raken en duizenden naar huis proberen te komen. Spontaan ontstaat een vorm van burgerhulp op twitter en Facebook.
Festivalgangers kregen van volslagen onbekenden via sociale media hulp aangeboden in de vorm van vervoer, een slaapplek of de mogelijkheid gebruik te maken van het internet. Een analyse van 498 tweets naar aanleiding van de brand in de Stegemanfabriek in Deventer op 9 april 2010 leert dat 41% van de tweets uitsluitend grappig bedoelde opmerkingen of gevoelsuitingen bevatten. Van de 59% van de tweets die wel een informatief karakter hebben, gaat het om 74% berichtgeving van media of retweets van media. 26% van de tweets met een informatief karakter betreft berichtgeving door burgers of retweets van deze berichten. In beide gevallen speelt de overheid geen rol van betekenis.
Cijfers met betrekking tot bereik en effect van overheidscommunicatie via twitter in Nederland zijn niet voorhanden. Ook is niet duidelijk of het gebruik van sociale media uitsluitend het effect heeft wat voorstanders ervan verwachten: goed ge?nformeerde burgers die weten wat er aan de hand is, wat er van hen verwacht wordt en wat zij nog kunnen verwachten. Sociale media zijn gericht op tweerichtingsverkeer. Dat betekent dat er een gelijk potentieel aan zowel zenders als ontvangers is, omdat iedere deelnemer berichten kan ontvangen en verzenden. Valt de overheidsboodschap ? die op twitter maximaal 140 tekens bevat ? dan nog wel op? Of raken mensen juist in verwarring door de stortvloed aan informatie zoals Quarantelli (1986) en Jonkers (2010) stellen en wordt het voor burgers lastiger om de feiten te scheiden van de niet-feiten?
Het is derhalve wetenschappelijk relevant te bezien of crisiscommunicatie inderdaad gebaat is bij deelname van de overheid aan twitter. Op welke manier zet de overheid het sterk interactief bedoelde medium in; als kanaal om feiten en aanwijzingen door te geven, of juist meer als een sociaal medium door de crisis te duiden en emoties te kanaliseren? Wat is de toegevoegde waarde voor de overheid als de overheid actief wordt binnen sociale media in het algemeen en twitter in het bijzonder? Heeft de aanwezigheid van de overheid op twitter gevolgen voor de manier waarop burgers zich op twitter manifesteren of heeft Thelwell (2010) gelijk als hij stelt dat twitter toch vooral een kanaal is om sentimenten te delen? Met een drietal casestudies wordt bestudeerd welke informatie gedeeld wordt tijdens een crisis en welke rol de overheid op dit moment inneemt binnen twitter. De uitkomsten van deze casestudies kunnen behulpzaam zijn theorievorming met betrekking tot de rol van de overheid op twitter. De invalshoek hierbij is niet hoe het zou moeten zijn, maar hoe de overheid in de praktijk op twitter aanwezig is en de interactie met derden daarbij.
In deze thesis wordt een inventarisatie gemaakt van de (theoretische) doelen op het gebied van crisiscommunicatie die de overheid nastreeft tijdens een crisis en in een directe relatie daarmee, de activiteiten van de overheid op twitter in crisissituaties. De centrale onderzoeksvraag waarop in deze thesis een antwoord geformuleerd wordt, is:
Op welke wijze wordt Twitter door burgers en de overheid gebruikt bij crisis en hoe verhoudt dit gebruik zich tot elkaar??
Sociale Media – Zegen of Zorg Tijdens Een Crisis
Bron: Vrije Universiteit (Amsterdam)
Sociale media: De sleutel tot succesvolle crisiscommunicatie?
?Een onderzoek naar de rol van medium- en zenderkenmerken bij de beoordeling van een crisiscommunicatie bericht? van Deborah Blok,?Master Psychologie Conflict, Risico en Veiligheid,?Faculteit Gedragswetenschappen Universiteit Twente, Enschede.
Sociale media zijn een relatief nieuw en uitbreidend fenomeen die sinds de eenentwintigste eeuw een sterke groei hebben doorgemaakt. De ontwikkeling van sociale media brengt voor crisiscommunicatie voordelen met zich mee. Sociale media zijn sneller, interactiever en kunnen meer mensen bereiken dan de traditionele media. Dit onderzoek kijkt naar de rol van zender- en mediumkenmerken bij de beoordeling van een crisiscommunicatie bericht. Het experiment wordt uitgevoerd middels een 2 (zender: burger vs. overheid) x2 (medium: teletekst vs. Twitter) between-subjects experiment. Het Elaboration Likelihood Model wordt gebruikt als theoretisch kader. Het idee hierbij is dat zowel de motivatie als de mogelijkheid (ability) bij de respondenten hoog is, en dat zij hierdoor de centrale route van het Elaboration Likelihood Model volgen. Bij de centrale route vervullen de variabelen medium en zender de rol van argumenten, in plaats van de rol van ?cues? die horen bij de perifere route. De beoordeling van de crisiscommunicatie berichten werd gemeten door 18 eigenschappen van communicatie, die na factoranalyse resulteerden in de drie factoren expertise, betrouwbaarheid en bericht overdracht. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat er voor de factoren expertise en bericht overdracht een significant hoofdeffect is van medium, waarbij Twitter hoger scoort op beide factoren. Tevens is er een significant hoofdeffect van de factor zender. Het bericht van de overheid scoort significant hoger op alle drie de factoren. Er werd geen interactie-effect tussen medium en zender gevonden op de drie factoren. Tevens is er gekeken naar de rol van zender- en mediumkenmerken in de beslissing van een individu om risico-informatie te zoeken. De resultaten tonen aan dat er geen significant hoofdeffect is van medium. Er werd wel een significant hoofdeffect gevonden van zender. Eveneens werd er een significante interactie gevonden tussen de zender van het bericht en het medium. Hieruit blijkt dat het bericht van de overheid middels Twitter tot meer informatie zoekgedrag leidt dan het bericht van een burger middels Twitter.
Sociale Media de Sleutel Tot Succesvolle Crisiscommunicatie
As, N. (2012).?Sociale media bij noodsituaties. Gaan social media over vijf jaar 1-1-2 vervangen??VDMMP, Houten.
Dit rapport bevat een overzicht van de onderzoeken, de gebruikte methoden, een samenvatting van de resultaten, een vergelijking van de verschillende uitkomsten en een conclusie. Hierbij komen onder meer de volgende onderwerpen aanbod:?het plaatsen van hulpvragen op sociale media, de vraag of sociale media 1-1-2 gaan vervangen en de verwachting van burgers bij het gebruik van sociale media door de hulpdiensten tijdens noodsituaties. Het onderzoek sluit aan bij enkele recentelijke vraagstukken over de rol van sociale media bij zelfredzaamheid en het communiceren van de overheid richting burgers bij noodsituaties. Eerder deed het Rode Kruis in de VS een onderzoek waaruit bleek dat jongeren verwachten dat de autoriteiten een noodoproep op Facebook oppikken.

De afgelopen jaren zijn sociale netwerken bijzonder populair geworden en hebben ze een vaste plek veroverd in de communicatie. Sociale netwerken zijn interactieve internettoepassingen die gebruikers in staat stellen om een persoonlijk profiel te cre?ren, informatie te delen en contacten te onderhouden met andere gebruikers. Hoewel sociale netwerken een waardevol en leuk interactieplatform zijn voor het uitwisselen en beschikbaar stellen van informatie, kleven er ook allerlei beveiligings- en privacyrisico?s aan voor gebruikers.
Den Hengst-Bruggeling, M. (2010). Informatierijk en toch kennisarm!?. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het lectoraat Intelligence aan de Politieacademie op 16 maart 2010 te Hilversum.
Gesteld wordt dat de politie informatierijk is, maar onvoldoende gebruik maakt van deze rijkdom. Consequentie daarvan is dat de politie vooral reactief handelt bij bedreigingen van de veiligheid. Geeft een toelichting op het begrip intelligence, en gaat in op de verschillende belevingen bij intelligencegestuurd politiewerk. Beschrijft hoe de politie een kennisrijke organisatie kan worden door in te gaan op de huidige lancunes in intelligence bij de politie, ontwikkelingen te bespreken die in potentie een verrijking van het intelligenceproces zijn en door aan te geven wat het voor de politie betekent om kennisrijk te zijn.