Auteursarchief: Arnout de Vries

App: Red Panic Button

Als je in de problemen raakt druk je op de rode knop. Dat moet iedereen kunnen onthouden moeten ze gedacht hebben bij het ontwerpen van deze app. De RedPanicButton (iOS, Android) is een eenvoudige dienst die een SMS en e-mail verstuurd met een linkje naar een Google Map met de co?rdinaten van de melder. Ze noemen het zelf een gebruiksvriendelijk?Early Warning & Vulnerability Alert System (EWVAS) dat ‘one-to-many’ communicatie mogelijk maakt omdat er potentieel veel ontvangers van het bericht ingesteld kunnen worden. Zo cre?er je je eigen vangnet als je in nood komt en hoef je maar 1 knop in te drukken als het mis gaat. Je kunt je vrienden, familieleden, politie en andere hulpdiensten toevoegen aan de ontvangerslijst. Naast de grote rode knop biedt deze app ook andere vormen van communicatie met deze ontvangers, want je kunt ze ook gewoon bellen, SMSen, e-mailen of via social media benaderen als Facebook en Twitter.

Bron: RedPanicButton

App: OnWatchOnCampus

IphoneEen op de vijf studentes wordt aangerand of sexueel lastig gevallen. Maar zelfs een is teveel stelt de app OnWatchOnCampus (iOS, Android)die zich speciaal richt op deze doelgroep. Met twee drukken op de knop zijn vrienden en nooddiensten op de hoogte als je wordt lastiggevallen of een angstig moment beleeft. Je GPS co?rdinaat wordt met die druk op de knop automatisch meegestuurd en daarmee kunnen hulpdiensten of vrienden die mogelijk dichterbij zijn te hulp schieten.

OnWatchOnCampus is een betaalde app die je voor 20 dollar per jaar of 3 dollar per maand kunt afnemen. Het heeft zes soorten alerteringsknoppen die allerlei urgentieniveau’s en type situaties ondersteunen. Zo kun je rechtstreeks 911 bellen (112), de Campus Police die op veel universiteiten aanwezig is, of je vrienden. Maar je kunt ze ook allemaal tegelijkertijd verwittigen. Je kunt met de app behalve de geautomatiseerde melding ook bellen, SMSen, e-mailen en ook iets op Facebook plaatsen.

Embedded image permalink

H – Handel: nepgoud

KLPD-tweet over nepgoudverkoop A15

Snelwegpolitie KLPD heeft een?tweet?verzonden met een waarschuwing voor illegale verkopers van nepgoud. Die zijn woensdagochtend actief langs de A15 rond Dodewaard, Ochten en Echteld. Het is voor het eerst dat het KLPD twitter inzet voor nepgoudverkopers langs de Nederlandse snelwegen.

Het KLPD kreeg rond elf uur een melding van een weggebruiker die was aangesproken. Dat gebeurde door buitenlandse personen, die rondrijden in een zwarte BMW met in het kenteken de letters QXP.

Het KLPD roept mensen die last hebben gehad van de verkooppraktijken op om de politie te informeren; ook als de illegale verkopers inmiddels verder getrokken zijn.?Langs de Nederlandse snelwegen verkopen voornamelijk Oost-Europeanen soms nepgouden sieraden. In 2009 kreeg het KLPD meer dan vijfhonderd meldingen binnen over nepgoudverkopers.

Er zijn een paar simpele trucjes om nepgoud te herkennen. Natuurlijk zijn er veel meer professionelere technieken om nepgoud van echt goud te scheiden, maar niet iedere consument beschikt over een 20.000 euro kostend r?ntgenanalyse-apparaat.

  • Wie goud koopt, doet er goed aan een magneet mee te nemen. Als het gouden object wordt aangetrokken door de magneet, dan is het nepgoud. Echt goud wordt niet of nauwelijks aangetrokken door een magneet.
  • Ook handig om mee te nemen: een schoonmaakdoekje voor juwelen. Vraag of u het gouden object even mag schoonmaken. Als u stevig schuurt en de gouden laklaag verdwijnt, dan is het object niet van echt goud.
  • Er zijn ook speciale schoonmaakmiddelen voor sieraden. Wanneer u een sieraad van nepgoud een dag laat weken in een vloeibaar badje, dan oxideert het sieraad en wordt het dof. Dit zal bij echt goud niet gebeuren.
  • Wanneer u zeker van uw zaak wilt zijn, kunt u altijd nog een setje kopen met een teststeen en enkele vloeistoffen. Op eBay worden deze zogenaamde ?Gold Testing Kit Sets? massaal aangeboden voor ongeveer 20 dollar per stuk.

Bron: Gelderlander, Scientias

Hudson vlucht 1549

1827262

US Airways-vlucht 1549?was een passagiersvlucht die op?15 januari?2009?vlak na het opstijgen van ?LaGuardia Airport?in New York City?in een geslaagde?noodlanding?in de?Hudson?eindigde.?Het vliegtuig?was op weg van?New York?naar?Seattle, met een tussenstop in?Charlotte. Alle 155 inzittenden overleefden het ongeluk.

De piloot meldde de?luchtverkeersleider?dat het vliegtuig door een vlucht vogels was gevlogen. Beide motoren waren uitgevallen, waardoor het vliegtuig een noodlanding moest maken. Passagiers meldden dat ze een sterke brandstofgeur roken.

Circa zes minuten na de start landde het vliegtuig in het water van de Hudson ter hoogte van 48th street van Manhatten.

Het was een incident waarin social media als eerste nieuwsbron een belangrijke rol vervulde. Twitter en Tumblr en ook Facebook speelden hierin een sleutelrol en velen gebruikten deze diensten niet alleen in de verslaglegging maar ook om op de hoogte te brengen. De eerste crashfoto dook op Twitter (TwitPic) op en was afkomstig van Janis Krums.

Omdat de foto naar allerlei andere sites gelinkt werd klapte TwitPic er al snel uit (overbelasting). Krums werd meteen door allerlei gerenommeerde nieuwsmedia geinterviewd, zoals NBC en ABC. ” Twitter is sneller dan CNN” schreef men toen al. In 2009 was het bijzonder dat er in een dag tijd “al” 1500 tweets verstuurd werden over het ongeluk. Toch waren er ook critici die aangaven dat er op TV toch heel wat meer nieuwswaarde was te vinden dan die paar tweets van ooggetuigen. Dat social media de traditionele media zou vervangen werd in alle toonaarden ontkent, niet in de laatste plaats door gerenommeerde media. Achtergrondverhalen van de slachtoffers en duiding van experts was op dat moment duidelijk niet aanwezig op social media, maar stond wel in de kranten en werd breed uitgemeten op diverse TV kanalen. Toch gaf in die tijd het Rode Kruis al toe dat social media voor hen een van de meest succesvolle instrumenten was bij crisismanagement, zoals recentelijk ook gebleken was bij de natuurbranden in Californi?. ?Ooggetuige verslagen direct vanaf het plaats incident en ook het zelf corrigerende en zelfredzame vermogen van benoemden zijn als belangrijkste elementen. Toch plaatsen diverse mensen kritische kanttekeningen bij die berichtgeving, omdat iedereen kan meedoen; misbruik en propaganda vanuit politieke of militaire doelstellingen kan deze nieuwe vorm van nieuwsgaring negatief be?nvloeden. Een analyse van het 304e Militaire Intelligence Bataljon van de Amerikaanse Defensie?liet destijds al zien dat ook terroristen Twitter ontdekt hebben als handig instrument.

Hieronder de vluchtroute op die dag op een kaart en in een animatie:

File:US Airways Flight 1549.png

Later werd er ook een?video van de noodlanding?vrijgegeven door?de?Amerikaanse kustwacht.

Bronnen: Internet News, Wikipedia, 925, NRC

Cocreatie en de spagaat tussen de macht van de burgers en de bestuurlijke macht

Tijdens het?Open Innovatie Festival?eind november 2010 hebben ik en mijn TNO collega Christiaan van den Berg ons in de discussie gemengd in zowel?Groningen?als?Den Bosch?(provincie Noord-Brabant). Wij organiseerden beiden een sessie met als onderwerp burgerparticipatie. En dan met name de digitale variant hiervan: eParticipatie, met een trend naar steeds meer (online) cocreatie. Met behulp van bijgaande links meer informatie hierover: het?beslismodel?voor user empowerment en eParticipatie waarover we een reeks artikelen hebben geplaatst, en onze?presentatie?uit het event. Wij gaan graag de dialoog met je aan!

spagaat

Er waren een aantal?vragen?en?discussies?die ons zijn bijgebleven en we zijn benieuwd naar de diverse meningen hierover. Hieronder 10 discussie-onderwerpen, in willekeurige volgorde:

1 ? Ambtenaren en overheidsinstellingen worden op termijn steeds meer aangestuurd door de maatschappij door verdergaande ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie. En de bestuurders dan? Hoe gaan we om met deze?spagaat?
2 – Zit de burger er wel op te wachten om overal maar mee te praten??Overdaad dreigt, hoe zorg je dat het relevant blijft en aansluiting vindt?
3 – Gaat eParticipatie geen?zachte dood?sterven, net als interactieve besluitvorming een tiental jaren geleden?
4 – Is de doelgroep van zo’n discussie niet ‘de politiek‘? Waar zou het maatschappelijk debat over eParticipatie gevoerd moeten worden?
5 – Je moet aan de ene kant een duidelijke?deadline?hebben voor een eParticipatie-initiatief met concreet einddoel (hadden ze uit een vorige crowdsourcing sessie geleerd) en aan de andere kant willen burgers soms graag?voortdurend?eParticiperen. Dat terwijl het project vanuit de gemeente of provincie “klaar is” (bijv realisatie van een buurthuis oid). Hoe ga je daarmee om?

6 – Hoe kun je eParticipatie succesvol inzetten voor onderwerpen die heel?abstract?zijn, zoals met beleidsmatige onderwerpen vaak het geval is?

7 – Hoe zorg je ervoor dat je niet telkens de?usual suspects?hebt zoals ook de mensen die altijd op bewonersbijeenkomsten komen en de rest overstemmen?

8 – Hoe bepaal je het?succes?van een eParticipatie-initiatief?

9 ? Het vergt?lef en vertrouwen?om burgers publiekelijk met elkaar en met ambtenaren de discusssie te laten aangaan. In die dialoog kunnen ook gevoelige onderwerpen in de openbaarheid komen.

10 – Hoe krijg je?commitment?van je collega ambtenaren? Ook al lopen er genoeg mensen met frisse moed, toch is en blijft het moeilijk om de handen ineen te slaan voor een nieuw eparticipatie initiatief. Jammer is bovendien dat het vaak blijft bij iets dat bedacht is door de afdeling communicatie of techniek. Bredere adoptie van de werkwijze blijft helaas vaak uit.

Laat weten hoe jij aankijkt tegen deze zaken door te reageren. Wens je meer informatie over de begrippen, of simpelweg goede voorbeelden? Dan ben je niet de enige. Er zijn veel partijen die behoefte hebben om in het 2.0 landschap hun weg te vinden en door de bomen het bos niet meer zien. Dat er veel goede voorbeelden zijn is positief en er zijn genoeg sociale media mogelijkheden (tools), maar advies op maat is nodig. Het?eparticpatie dashboard?helpt in het bieden van overzicht, met daarbij aandacht voor de?oproep?om hier je eigen initiatief aan toe te voegen!

Enkele reacties zijn reeds gegeven:

?Reactie van?Liset Verschoore?op 13 December 2010 op 9.13

2. Het is inderdaad zo dat niet iedere burger altijd zin ?n tijd heeft om te participeren. Ik kan mij dus voorstellen dat burgers? af en toe ?participatiemoe? zijn, zeker als zij meerdere malen gevraagd worden om mee te participeren voor verschillende projecten in dezelfde omgeving. Als tip geef ik projectorganisaties altijd mee om te onderzoeken wat er al gedaan wordt/is aan publieksparticipatie (omgeving/project). Als dat zo is, kun hier eventueel bij aansluiten.

Daarnaast merk ik dat overheden steeds vaker nauw met elkaar samen werken. Bijvoorbeeld bij het project N31 Traverse Harlingen. Rijkswaterstaat, de provincie Friesland en de gemeente Harlingen trekken samen op en hebben verschillende meedenksessies georganiseerd en de informatie hieruit gebruikt voor verschillende projecten van zowel de gemeente (structuurvisie) als de provincie en Rijkswaterstaat (otb/mer).

5,6. eParticipatie zie ik slechts als een middel om het publiek te bevragen. Kijk eerst naar het doel van de publieksparticipatie, de doelgroep, de vragen die je wil gaan stellen en welk soort antwoorden daarop verwacht voordat je het middel bepaalt.

Bij projecten waarvan de onderwerpen abstract zijn zou je cartoons/tekeningen/augmented reality/serious games kunnen gebruiken om het onderwerp goed te communiceren en te verduidelijken naar het publiek. Hiervoor lenen nieuwe media zich uitstekend.

Maar ook door gerichte vragen te stellen maak je het voor publiek makkelijker om te antwoorden. Op welke vragen zoek je nog een antwoord? Welke informatie uit de omgeving heeft de bestuurder nodig om straks een goed besluit te kunnen maken? Of op welke vragen zoekt de projectorganisatie nog antwoord? Bekijk of je deze vragen ook zou kunnen stellen aan

8. E?n van de succesfactoren van publieksparticipatie is dat de resultaten meegenomen zijn in het beleid of de besluitvorming. Het heeft dus echt iets opgeleverd. Daarnaast zie ik het ook als een succes als mensen begrip hebben voor het beleid en of besluit en het gevoel hebben dat zij erg betrokken zijn gedurende het proces.

9. Zeker.

Reactie van?Davied?op 8 December 2010 op 21.54
Goede vragen allemaal. Even wat commentaren van mijn kant:Ad 1, 4: Veel mensen zeggen juist dat bestuurders en politici eerder veranderen omdat ze afhankelijk zijn van verkiezingen en zichtbaarheid. Maar verandering moet op alle fronten plaatsvinden, van onder en van boven;
Ad 2, 3, 5: Volgens mij begint het bij transparantie, zodat burgers kunnen zien wat er gebeurt op de terreinen (onderwerp, gebied) die voor hen interessant zijn en vervolgens kunnen reageren, bijdragen of contact opnemen. Als het relevant is en de overheid open staat voor opmerkingen, dan willen mensen wel meedoen. Het gaat immers over hen;
Ad 7: deels is dat niet te voorkomen, maar je kunt diversificeren in de vormen, bijv. regelmatig online en offline een interactie organiseren. Ook kun je op zoek gaan naar relevante communities;
Ad 9: stel goede vragen, mik op idee?n en kennis (niet alleen meningen) en doe aan verwachtingenmanagement. Zie mijn blogs over beleid 2.0, te vinden via?http://beleid.ambtenaar20.nl

De Grote Habbo inval

Habbo is vaak het?doelwit geweest van georganiseerde aanvallen van Anonymous?(lees onderaan dit blog een interessant onderzoek naar deze beweging). In 2006 ontstonden ongefundeerde geruchten op 4chan?over vermeend racistisch gedrag van Habbo moderators die spelers?willekeurig de toegang zouden verbieden omdat de huidskleur van avatar gekleurd was. Als gevolg hiervan hebben vele mensen zich?aangemeld op?Habbo en zich een dergelijke?avatar aangemeten.

De aanval?werd onder andere georganiseerd door Mikeyk??en hij koos 12 juli uit, omdat het verjaardag van Bill Cosby was.?Men nam zoveel mogelijk dezelfde avatar, namelijk die van een zwarte man met een grijs pak en een Afro kapsel. Gezamenlijk (zo’n 400 avatars) blokkeerden ze letterlijk de toegang tot het zwembad en later ook de bibliotheek met de boodschap dat deze gesloten werd vanwege “AIDS”. Toen Habbo deze mensen uiteindelijk de toegang moest ontzeggen (op basis van IP adres of opheffen van accounts) omdat de situatie onhoudbaar werd, werden ze uiteraard alsnog van racisme beschuldigd. Het idee van de inval (meer een?digitale bezetting, ook wel?virtual?sit-in) was om de bezetting van het zwembad een afleiding?te laten zijn voor een andere actie: een inval in het gehele Habbo hotel.

De inval was groot nieuws en de Habbo beheerders maakte een paar noodzakelijke veranderingen na de inval en Habbo VS werd zelfs tijdelijk stilgelegd. Er zijn een aantal gebruikersnamen die nu op de zwarte lijst zijn komen te staan, zoals “Caturday”, “business”, “loli”, “nigra” en “black power”. De bot avatar in het zwembad heeft nu vooral anti-aggressiepropaganda, zoals “het Habbo zwembad is de schoonste zwembad waar je in kunt zwemmen!” en “de waterkant ?is de beste gemodereerde kamer van het hele?Habbo hotel!”. Gebruikers verkleed als Nigras worden nu meestal weggestuurd als ze binnenkomen, zelfs als ze niets verkeerd doen.

Maar de term (en meme)?Pool?s Closed?is nu een bekende uitdrukking geworden, die geassocieerd wordt met diverse acties van?Anonymous. Er zijn later nog wel een paar acties geweest, maar het werd steeds complexer om ze uit te voeren. Vandaar dat er gedetailleerde instructies gedeeld werden om dit nog te kunnen doen met grote aantallen. Er was zelfs software die je erbij konm helpen (de ‘Pool Tool’).

Na het online succes van de inval en de vele aandacht die het kreeg werd het zo populair dat men het ook in de fysieke wereld ging nadoen. In Finland ging met met een groep het hoofdkantoor van Habbo Hotel binnen met pruiken en kostuums:

??

De foto van met de ‘nigra’-avatar met de boodschap ?Pool?s Closed? werd nog veel gebruikt op diverse plaatsen.

??
 

In 2007 and 2008, people met up and went to screenings of the 2006 action thriller film?Snakes on a Plane?in afro wigs and suits. In 2006, a Second Life griefer group formed called?Patriotic Nigras, their name inspired by the raids. At the Anthrocon 2007, a small scale protest reportedly took place.

Controversy

Begin 2008 kwam de Texaanse Mary Alice Altorfer zo’n bordje tegen in haar buurt en ze belde de lokale nieuwszender om rassendiscriminatie aan te kaarten. Altorfer’s was duidelijk niet bekend met de internet meme die ze in het echte leven ontdekte en de nieuwsuitzending werd op YouTube geplaatst. De leden van Anonymous lanceerden in de dagen daarna als grap een intimidatiecampagne tegen de vrouw.

?

Habbo raid in 2013:

Bronnen: Wikia, Wikipedia, KnowYourMeme

 

Virginia Tech schietincident

Op 16 april 2007 schoot de Zuid-Koreaan Cho Seung-Hui 33 mensen (waaronder zichzelf) dood op de Virginia Polytechnic Institute and State University in Amerikaanse stad Blacksburg. Er vielen daarnaast 29 gewonden. Het schietincident had?op dat moment de meeste dodelijke slachtoffers door 1 schutter uit de Amerikaanse geschiedenis. De Koreaanse student bleek een mentale aandoening te hebben, wat leidde tot verscherping van de wet-en regelgeving om aan een wapen te kunnen komen. Ondanks de enorme angst en paniek gebeurde er iets opmerkelijks vlak na het incident: de mensen gingen verslag doen van wat er om hen heen gebeurde.?Op?8 december?2011?vond er wederom een schietpartij plaats. Hierbij werden een aantal personen doodgeschoten. Onderstaande gaat over het grootste incident in 2007 waarin de social media revolutie nog maar net begonnen was, maar een zeer belangrijke rol kreeg.

Allereerst de informatiedeling en nieuwsgaring voor de rest van de wereld:

virginia1

Screenshot van www.wikinews.com

Nog tijdens de aanslag zetten studenten hun ervaringen op een speciale wikinieuwspagina. Daar kan de reguliere journalistiek bijna niet tegenop. Maar deze vorm van nieuwsgaring en verslaggeving zet ook de offici?le getuigenverklaring onder druk. Stel dat Cho Seung-Hui was gevlucht en pas na drie maanden was gepakt, hoe zuiver zou zijn getuigenverklaring dan nog zijn? Hetzelfde geldt ook voor de getuigen: hebben ze zelf iets gezien of komt hun informatie van het web? Zeker als er daarna ook nog druk gecommuniceerd is op de social media.

virginia2

Screenshot www.trendmatcher.nl

Binnen 24 uur alle vermisten terecht via Facebook

Binnen twee uur na het schietincident van Virginia Tech startten studenten een Facebook-groep genaamd “I am OK at VT”, terwijl autoriteiten het terrein nog niet veilig hadden kunnen stellen ((Palen et al., 2007). Binnen 24 uur waren alle vermisten terecht waarbij ook e-mail en Instant Messaging gebruikt werd. Door simpelweg te zien dat iemand ‘online’ was (ingecheckt) of een bericht had achtergelaten, kon men zien dat mede studenten nog leefden. De Facebook pagina ‘liken’ met 1 druk op de knop was daarna eigenlijk voldoende. Autoriteiten hadden hier via klassieke methoden een stuk langer over gedaan. Het was mooi om te zien dat men er wel op wees dat het nog een onoffici?le lijst was. Amateurs kunnen fouten maken (wat later niet zo bleek te zijn), maar het verbroederde, omdat men gezamenlijk een intens proces doorliep, en het verbond de direct betrokkenen met de buitenwereld die veel waardering kregen voor hun acties:

virginia6

De pagina werd ook gebruikt om aan ” self-policing” te doen, wat wil zeggen dat men feiten en media framing checkte die op het nieuws voorbij kwamen en zelf veel informatie produceerde.

virginia4virginia3

Ook de?Prayers for VT Facebook groep trok wat later veel bezoekers en bijdragen. In deze groep probeerde men de lijst met slachtoffers op orde te krijgen. Hoewel het de autoriteiten 39 uur kostte om het aantal dodelijke slachtoffers vast te stellen op 33 (inclusief de schutter), werkte deze groep intussen aan de namen waarbij men diverse bronnen benutte (Vieweg et al., 2008).

Op Second Life werden gedenkstenen gecre?erd ene een plaats om de slachtoffers te herdenken en eren:

virginia5?virginia

Ook werd er geld ingezameld via een virtueel T-short dat mensen konden dragen in Second Life en waarvan de opbrengsten naar de slachtoffers gingen:

virginia7

Niet alleen computerspellen moeten het ontgelden na de schietpartij op de Virginia Tech universiteit, ook sociale netwerksites als Facebook en Digg krijgen kritiek.?De kritiek op discussiesites en sociale netwerksites richt zich met name op de klopjacht op de dader die online ontstond na de schietpartij. Een student van de Virginia Tech universiteit die op zijn blog en Facebook-pagina foto’s van zijn vuurwapenverzameling toonde, werd al snel na het bloedbad aangemerkt als dader. Links naar zijn website werden razendsnel verspreid via sites als Digg.com, waarna diverse doodsbedreigingen op de pagina van de student werden achtergelaten. Een foto van de jongen werd zelfs op de nationale televisie vertoond, in het programma van Fox News-correspondent Geraldo Rivera. De jongen bleek niets met het schietincident te maken te hebben.?De jongen plaatste een bericht op zijn profielpagina waarin hij verklaarde niet de schutter te kunnen zijn ? aangezien de schutter zichzelf om het leven bracht na zijn moordpartij. Volgens de ten onrechte beschuldigde student bezochten 123.000 mensen zijn website, in de veronderstelling dat deze aan de dader toebehoorde.

Snelheid

Volgens analist Josh Bernoff van Forrester Research is de snelheid waarmee informatie op internet kan worden aangepast een belangrijk pluspunt vanwege de zelfcorrigerende werking. Anderzijds wijst hij op de valkuilen. Omdat ‘geruchten’ eerder doordringen op netwerksites dan op meer betrouwbare nieuwssites, is niet alle informatie even betrouwbaar.?Ondanks de kritiek op het functioneren van sociale netwerksites, werden de online communities ook gebruikt voor het versturen van condoleances. Ook wisselden studenten maandag op de online gemeenschap Fark.com informatie uit om vast te stellen hoe gevaarlijk de situatie op de universiteit was.

Crisis Informatics: Studying Crisis in a Networked World (Palen e.a. 2007):

Site seeing in disaster: an examination of online social convergence,?Jeannette Sutton e.o (2008)

Twitter bericht als eerste bij poldercrash Turkish Airlines (2009)

Turkish Airlines-vlucht TK1951?was een passagiersvlucht die op woensdag 25 februari 2009 neerstortte in de buurt van het Nederlandse vliegveld?Schiphol. Hierbij kwamen negen van de 135 inzittenden om het leven.

De eerste beelden vanuit het vliegtuig werden op YouTube geplaatst:

Het offici?le onderzoek van de?Onderzoeksraad Voor Veiligheid?wees inadequaat handelen van de?piloten?als hoofdoorzaak aan voor het ongeluk. Ondanks een defecte?hoogtemeter?en onvolledige instructies van de?luchtverkeersleiding?hadden de piloten het ongeluk kunnen voorkomen, aldus de Onderzoeksraad. Ook was de communicatie van hulpdiensten niet ideaal:

Eerste verslaggeving op Twitter

Op?iReport?een beknopte reportage die grotendeels van burgers afkomstig is.?CNN verwoord de rol van Twitter als volgt:

The social networking site Twitter again stole a march on traditional media when it was the first outlet to publish dramatic pictures of the Turkish Airlines crash.?Moments after the plane crashed at Amsterdam?s Schipol airport on Wednesday morning the news was appearing on Twitter, CNN?s Errol Barnett said.

?This is a story that broke on Twitter first and continued to unfold from there. Eyewitnesses were posting comments about the shock of seeing the plane ?dive? and amazement of passengers walking out of the wreckage,? Barnett said.

?It was a dramatic image of a fractured plane posted on Twitter.com that was the first worldwide view of the Turkish Airlines crash. It was snapped by an eyewitness driving on the nearby A-9 highway, just north of the crash site.?

Een Turkse passagier filmde met zijn telefoon na de crash:

Zelfredzaamheid Poldercrash

De publicatie?(Zelf)redzaamheid tijdens de Poldercrash?geeft een verhalende reconstructie van de handelingen die de passagiers en toegesnelde omstanders hebben uitgevoerd om zichzelf en anderen te redden, en de wijze waarop professionele hulpverleners met deze (zelf)redzaamheid zijn omgegaan. Aanvullend hierop geven de passagiers, omstanders en de professionele hulpverleners hun perceptie over en motivatie van hun handelingen. Dit onderzoek laat zien wat overheden en hulpdiensten kunnen leren van de Poldercrash als het gaat om het handelen van burgers mede in relatie tot het handelen van de professionele hulpverleners. Ook biedt het inzicht in de behoeften van burgers bij een dergelijk ongeval. Het geeft bovendien concrete aanknopingspunten om de zelfredzaamheid en redzaamheid van passagiers en omstanders bij een (gelijksoortig) vliegtuigongeval beter te kunnen benutten en te versterken.

Meer achtergronden:?

Bronnen: Wikipedia, CNN

Orkaan Katrina en het online PeopleFinder project

De?orkaan Katrina?was de elfde storm, de vijfde?orkaan?en de op twee na grootste orkaan van?het Atlantische orkaanseizoen in 2005. De orkaan veroorzaakte 1.836 doden en voor ruim 81?miljard?dollar?schade.

Het?Katrina PeopleFinder Project?werd in 2005 opgezet door ruim 4000?vrijwilligers?na?orkaan Katrina. De Amerikaanse regering had hierom gevraagd omdat het zich grote zorgen maakte over de wirwar aan lijsten met vermisten die in omloop waren. Het bood een virtual messaging center met een geuniformeerde manier van data uitwisseling. Handmatig werden op vrijdag 2 september 15.200 namen ingevoerd in minder dan 24 uur. en het stopte uiteindelijk met 90.000 namen op 7 september.?

Daarna heeft Google de dienst overgenomen in 2010: Google person finder. Deze dienst is daarna ingezet bij diverse rampen:?

As had happened in the aftermath of the?September 11 attacks, a multitude of sites had been independently gathering lists of survivors or missing-persons requests. This project set up a system for entering data according to a standard format (PeopleFinder Interchange Format, also known as PFIF), and reached out to the other sites gathering this information to encourage them to use the same database and avoid duplicating effort.

The People Finder Interchange Format (PFIF) is an?XML?format used for exchanging information about individuals found or identified in the aftermath of a disaster. It was created quickly following the devastation of Hurricane Katrina as part of the Katrina PeopleFinder Project, in September, 2005. PFIF is an example of a?nonprofit technology?initiative implemented entirely by volunteers.?Google Person Finder?is based on PFIF.

Bronnen: Wikipedia?(EN en NL)