Tagarchief: burgers

Sociale media vaak betrokken bij noodsituaties

Sociale media zijn en blijven een belangrijke informatiebron bij noodsituaties. Whatsapp, Twitter en Facebook zijn nog steeds de belangrijkste kanalen voor informatie, hoewel een klein deel van de Nederlanders vindt dat hulpdiensten ook via Youtube relevante informatie zouden moeten communiceren.

Dat blijkt uit onderzoek van VDMMP (sinds 1 sept?onderdeel van?PBLQ)?in opdracht van het Rode Kruis. Mensen verwachten anno 2015 dat hun hulpvraag in noodsituaties door de betrokken instanties snel wordt beantwoord. Een melding via sociale media zou volgens 40% van de respondenten in 2020 net zo snel opgepakt moeten worden als een melding via 112. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan hulpdiensten via sociale media te benaderen indien het telefoonnetwerk overbelast is.

Persoonlijk contact nog steeds het belangrijkst
Mensen aanwezig bij een noodsituatie halen hun informatie steeds vaker van sociale media. Ook andere media en telefonisch contact met familie en vrienden zijn belangrijk. Respondenten aanwezig bij een noodsituatie hebben vooral via televisie, radio, websites van lokale overheid en de Whatsapp informatie ontvangen. Twitter en Facebook volgen hierna pas.

In dit digitale tijdperk is telefonisch contact nog steeds populairder dan sociale media om familie en vrienden op de hoogte te brengen van de eigen situatie. Minder dan de helft van de respondenten is van plan zelf berichten op sociale media te plaatsen, mochten zij in een noodsituatie verkeren.

Onderzoeker Niek van As van VDMMP: ?Interessant is dat sociale media ??n van middelen is voor informatie, terwijl de bron van informatie zoals familie/vrienden, buurtbewoners, hulpdiensten en media verschillen. De bronnen komen dus bij elkaar op sociale media. De onderzoeken laten door de jaren heen zien dat sociale media vooral worden gebruikt om informatie te ontvangen bij noodsituaties, minder om zelf informatie te delen. Je zag bijvoorbeeld na de ramp met de MH17 op 17 juli 2014 in de Oekra?ne dat iets minder dan de helft (45%) van de respondenten sociale media gebruikt, waarbij 90% het heeft gebruikt voor het verzamelen van informatie.?

MH17 social media

Als het gaat over alerteringen bij noodsituaties, hebben de bestaande alerteringen via bijvoorbeeld NL-Alert de voorkeur (zo?n 60%). Een extra app gebruiken om informatie te ontvangen bij een noodsituatie heeft de voorkeur van ruim 40% van de respondenten. Nieuwe mogelijkheden zien respondenten ook voor YouTube als rampenzender, maar dit gaat voor sommigen nog te ver. Inmiddels zijn halverwege 2015 de (live) streaming apps Periscope en Meerkat door enkele media, zoals RTV Noord en TV West, al omarmd als extra communicatiekanaal.

social media noodsituaties

Werk aan de winkel voor het Rode Kruis
Om familie en vrienden te informeren bij noodsituaties is het ook mogelijk om gebruik te maken van de Rode Kruis website ?ikbenveilig.nl?. Minder dan 5% geeft echter aan de website al te kennen. De website is bedoeld om het grotere sociale netwerk buiten directe familie en vrienden te bereiken in geval van nood.

Het Rode Kruis kan rekenen op veel burgerhulp. Indien het Rode Kruis een oproep zou doen om hulp te verlenen bij een noodsituatie geeft 49% van de respondenten aan dat zij hier gehoor aan wil geven (al dan niet via sociale media). Hun reactie is daarmee vaak dat ze een bijdrage willen leveren aan waar de hulp nodig is. Ruim een derde geeft aan zich te willen aanmelden. Dit kan inmiddels ook bij het netwerk Ready2Help van het Rode Kruis. Overigens geeft zeventig procent aan niet eerder voorlichting of tips over noodsituaties te hebben gezien van het Rode Kruis.

burgerhulp

Samenwerking VDMMP met het Rode Kruis
Het onderzoek ?Sociale media bij noodsituaties? is in 2012 voor het eerst landelijk uitgevoerd door VDMMP. In 2015 is samengewerkt met het Rode Kruis. Het onderzoek is deze keer met een geactualiseerde vragenlijst uitgezet bij een panel, voor een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Ruim duizend respondenten hebben deelgenomen aan het onderzoek.

Lees hier het onderzoeksrapport.

Bronnen: VDMMP, SocialMediaSocialMedia

Laatste plaatsen: Seminar over burgeropsporing – De Moderne Sherlock

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een speciale seminar over online burgeropsporing.

In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen politie en OM. Diederik Greive van het OM zal optreden als dagvoorzitter op deze middag.

De onderwerpen komen vanuit drie invalshoeken; het OM, de politie en burgers.

Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar?bit.ly/demodernesherlock.

Wees er snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt!

ModerneSherlock uitnodiging

 

Achtergrond van de sprekers

Opening: Annemarie Jorritsma-Lebbink

Burgemeester Annemarie JorritsmaAnnemarie Jorritsma-Lebbink werd geboren op 1 juni 1950 te Hengelo (Gld.). Na het behalen van haar MMS-diploma in 1967 volgde zij in Breda de School voor Toeristische Vorming (einddiploma 1969). Vervolgens was zij werkzaam bij een reisbureau en als exportmanager. Zij was voor de VVD van 1978 tot 1989 lid van de gemeenteraad in Bolsward en van 1982 tot 1994 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was gedurende deze periode voor haar fractie woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat.

Voorts was zij secretaris Provinciale Vrouwen VVD en plaatsvervangend adviesraadslid Vrouwen VVD, lid van de commissie eigen woningbezit van de stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, lid van de Raad van Bestuur van het Perscentrum Nieuwspoort, lid van de provinciale raad voor de Friese taal en cultuur “Berie foar it Frysk”, lid curatorium Thorbecke Akademie en lid van het bestuur van de Stichting Hoogbouw.

Annemarie Jorritsma-Lebbink werd op 22 augustus 1994 benoemd tot minister van Verkeer en Waterstaat in het Eerste Kabinet Kok. Op 3 augustus 1998 werd zij benoemd tot vice-minister-president en minister van Economische Zaken in het Tweede Kabinet Kok.

Vanaf 22 juli 2002 tot 29 januari 2003 was Jorritsma-Lebbink weer lid van de Tweede Kamer en van 11 februari t/m 17 augustus 2003 was ze waarnemend burgemeester van Delfzijl. Per 18 augustus 2003 is ze benoemd tot burgemeester van Almere. Op 25 maart 2014 opende zij samen met de heer Ivo Opstelten het PIT-museum.

Dagvoorzitter: Diederik Greive

Diederik GreiveDiederik Greive is Hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en heeft een levenslange passie voor opleiden. Sinds 1985 geeft hij les en de laatste tien?jaar treedt hij regelmatig op als procesbegeleider/ discussieleider bij workshops en evenementen. De positie bij SSR in het College van Bestuur sluit goed aan bij zijn ervaring en plezier in leren & ontwikkelen.

Na zijn rechtenstudie en raio opleiding heeft hij zich verder geschoold in creativiteit, organisatie- en bestuurskunde. Bij het OM heeft Diederik veel verschillende functies gehad. Zo is hij officier van justitie, teamleider, recherche officier en hoofdofficier geweest bij?vier verschillende parketten. Tussendoor heeft hij drie?jaar als Directeur van de Dienst Prisma gewerkt, het toenmalige organisatie- en adviesbureau van de rechterlijke macht. Zo heeft Diederik in het werk evenwicht gezocht tussen vak, organisatie en maatschappelijke functie.

Op dit moment is Diederik, naast zijn werk voor SSR, ook OM portefeuillehouder opsporingsberichtgeving, wat betekent dat hij landelijk verantwoordelijk is voor de wijze waarop media gebruikt worden om burgers te betrekken bij opsporing. Deze ervaring met media komt goed van pas bij de grote veranderingen die zich in het leren voltrekken. Als docent probeert Diederik visualisatie en interactie op te nemen in leervormen. Als bestuurder van een opleidingsinstituut hanteert hij een beeldende en interactieve stijl. Deze stijl richt zich op ontwikkeling van mens & organisatie en de verbinding met de partners in de omgeving van het opleidingsinstituut.

Spreker: Henk Bril (perspectief vanuit politie)

Volgt.

Spreker: Johan Bac (perspectief vanuit OM)

Johan-BacMr. dr. J.R. Bac (1969) is hoofdofficier van justitie?parket Midden-Nederland.?Naast zijn studie rechten haalde hij ook zijn propedeuse psychologie. Na zijn studie werkte hij vier jaar aan de VU te Amsterdam, gaf onderwijs en deed daarnaast onderzoek naar jeugd(proces)recht. Van 1998 tot 2003 werkte hij als raio bij de rechtbank in Den Bosch, het parket Utrecht en als tactisch co?rdinator bij de politie Utrecht. Van 2003 tot 2007 werkte hij als officier van justitie in Arnhem. Hij vervulde daar de functies van gebiedsofficier Nijmegen, veelplegerofficier, co?rdinerend officier frontoffice, raio-opleider,?tegenspreker en portefeuillehouder mensenhandel/-smokkel.

Vanaf 2007 werkt Johan Bac weer bij parket Midden-Nederland, aanvankelijk als rechercheofficier,?sinds maart 2010 als plaatsvervangend hoofdofficier en sinds 1 april 2011 als hoofdofficier van justitie.

 

 

Spreker:?Maurice de Hond?(perspectief vanuit burgers)

Maurice de hondIn 1971 is Maurice de Hond afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij 15 jaar actief als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d?Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was Maurice de Hond in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara?s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd Maurice de Hond assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en hij directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd hij tot 1999 voorzitter van de raad van commissarissen. Van 1998 tot en met 2001 is hij CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 runt Maurice de Hond?www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. Tot slot is Maurice betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Locatie

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het seminar vindt plaats in PIT Expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

U bent van harte welkom. Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Het adres is?Schipperplein 4?Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Burger Review Team in Cold Cases

Cold cases zijn de afgelopen jaren in Nederland steeds meer een begrip geworden. Vanuit zowel de politie en justitie, als de maatschappij, is de behoefte gegroeid om ernstige onopgeloste zaken te heropenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat onderzoek in cold case zaken loont. Zo blijkt dat ongeveer een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken, jaren na dato, alsnog tot opheldering van het misdrijf heeft geleid. Een andere ontwikkeling die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan, is de ontwikkeling van burgerparticipatie. Zo staat er in het concept inrichtingsplan van de Nationale Politie (2012) het volgende: ‘Wij zijn een politie die intensief samenwerkt met burgers & partners.’

Uit onderzoek is gebleken dat burgers de belangrijkste succesfactor zijn voor effectief en efficiënt opsporen en dat burgers in het algemeen erg positief staan tegenover burgerparticipatie in de opsporing. In de Verenigde Staten werkt de politie in opsporingsonderzoeken ook op diverse manieren samen met burgers. Ook bij het onderzoeken van cold cases worden er burgers ingezet. Bij de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina, wordt er sinds 2003 gebruik gemaakt van een ‘Civilian Review Team’. Het team, voornamelijk bestaande uit gepensioneerde opsporingsambtenaren maakt vast deel uit van het cold case team en is verantwoordelijk voor de ordening en review van cold cases.

Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de inzet van een civilian review team, zoals toegepast bij de CMPD, als een zogenaamde ‘best practice’ wordt beschouwd. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de CMPD met zich meebrengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. Het doel hiervan is dat de inzichten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, door opsporingsafdelingen gebruikt kunnen worden om afwegingen te maken over het al dan niet inzetten van cocreatie bij opsporingsonderzoeken. Om inzicht in deze doelstelling te verkrijgen is de volgende probleemstelling behandeld:

In hoeverre is het mogelijk om bij cold case onderzoeken in Nederland, gebruik te maken van een burger review team, zoals deze is samengesteld en ingezet door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina en wat voor bijdrage levert de inzet van een burger review team aan het onderzoeken van cold cases?
Om tot de beantwoording van de centrale probleemstelling komen, zijn de volgende drie onderzoeksvragen opgesteld:
1. Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?
2. Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?
3. In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd?

METHODE VAN ONDERZOEK
Aan de hand van verschillende onderzoeksmethoden is antwoord gegeven op de drie onderzoeksvragen. Alle onderzoeksvragen zijn deels beantwoord door middel van de methoden literatuuronderzoek en interviews. Hierbij werden zowel semi-gestructureerde (mini)interviews afgenomen als gestructureerde vragenlijsten gebruikt.

Door middel van een studiebezoek heeft onderzoeker enkele teamleden van de cold case unit bij de CMPD persoonlijk geïnterviewd. Daarnaast werd voor dit onderzoek een klankbordbijeenkomst georganiseerd waarbij met een groep deskundigen een discussie heeft plaatsgevonden over de (on)mogelijkheden van de inzet een burger review team zoals toegepast bij de CMPD. De discussiepunten werden gebruikt om onderzoeksvraag 2 te kunnen beantwoorden. Om onderzoeksvraag 3 te kunnen beantwoorden werd er een experiment opgezet. Er is één cold case gereviewd door een groep van acht reviewers. Het experiment is opgezet op basis van de resultaten van de eerste twee onderzoeksvragen. Het kader voor het experiment is vastgesteld met inachtneming van de adviezen van de klankbordgroep. Dat wil zeggen dat de grote lijnen van de werkwijze van de CMPD werden aangehouden, maar dat bepaalde aspecten anders werden ingezet, vanuit het oogpunt van de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zouden brengen bij toepassing ervan in de Nederlandse situatie.

RESULTATEN ONDERZOEKSVRAAG 1
De cold case unit bij de CMPD bestaat uit twee rechercheurs, twee vrijwilligers en twee reviewers en is opgericht onder druk van het gemeentebestuur in verband met het grote aantal onopgeloste kapitale delicten. Momenteel zitten er bij de CMPD zo’n 700 cold cases in het archief.

Het verschil tussen de vrijwilligers en de reviewers is dat de vrijwilligers in overleg met de rechercheurs een cold case verzamelen en ordenen en dat de reviewers de cold case reviewen. Kenmerkend aan de reviewers is dat zij allemaal in meer of mindere mate een opsporingsachtergrond hebben. Een reviewer bestudeert meestal individueel een cold case en krijgt een kopie van de cold case mee naar huis die is samengesteld door de vrijwilliger. Gemiddeld krijgt een reviewer een maand de tijd om een cold case te reviewen. De reviewers maken middels een vaste methodiek een samenvatting van het onderzoek. Deze samenvatting, inclusief aanbevelingen, wordt aan het hele team gepresenteerd, waarbij gezamenlijk wordt bepaald in hoeverre de cold case potentie heeft om opgehelderd te worden.

Het team heeft de afgelopen jaren diverse onderscheidingen ontvangen en werd in literatuurstukken benoemd als succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. De inzet van een civilian review team heeft diverse voordelen. Het onderzoek wordt namelijk met een frisse  lik bekeken en er kunnen meer cold cases onderzocht worden omdat de rechercheurs direct aan de slag kunnen met de aanbevelingen. Zij kunnen ook op basis van de review besluiten dat de cold case niet in behandeling wordt genomen. Het succes dat het team boekte, kwam volgens de teamleden niet alleen door de bijdrage van het civilian review team of de bijdrage van de rechercheurs, maar vooral door de onderlinge samenwerking.

Volgens de teamleden waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team zo effectief hebben gemaakt, te weten een zorgvuldige selectie van de reviewers, vertrouwen tussen de reviewers en de rechercheurs en de tijd die de reviewers krijgen om hun werk te verrichten en hun draai in het team, als team te vinden.

RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 2
Er zijn op dit moment diverse initiatieven gaande waarbij de burger op diverse wijzen actief wordt betrokken bij opsporingsonderzoeken. Uit deze initiatieven is gebleken dat er ook in Nederland
gemotiveerde burgers zijn die op vrijwillige basis een bijdrage willen leveren aan opsporingsonderzoeken en dat er mensen binnen de politie zijn die het bestaan van een burger review team een plek willen geven. Er is daarnaast veel aandacht voor de aanpak van cold cases en door de professionalisering in de opsporing op zowel forensisch als op tactisch gebied, is de behoefte om meer zaken te onderzoeken gegroeid. Deze ingrediënten zorgden voor draagvlak en animo bij het cold case team om te experimenteren met de inzet van een burger review team.

Na onderzoek is gebleken dat de structuur die de werkwijze van de CMPD biedt, als positief werd gezien en dat het aanbrengen van structuur in de aanpak van cold cases door burgers, mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van een burger review team in Nederland. Daarnaast werd het aspect van het inzetten van mensen met een politieachtergrond, als kansrijk ervaren.

De bezwaren die naar voren kwamen gingen met name over het feit dat één reviewer één zaak zou moeten reviewen in één maand tijd. Bij de CMPD wordt dit met name gedaan omdat er zich tussen de cold cases een aantal onafgeronde zaken bevinden. Door de andere wijze van het onderzoek naar kapitale delicten in eerste aanleg, zijn er nog veel onderzoeken met ‘open einden’. Daarbij is om die reden het onderzoeksdossier een stuk kleiner dan een Nederlands onderzoeksdossier. Bij de CMPD ligt de nadruk van de review daarom op de kwantiteit. Het uitgangspunt van burgerparticipatie in Nederland is het verbeteren van de kwaliteit van de onderzoeken. Door het inschakelen van burgers hoopt men op nieuwe inzichten die een effectieve bijdrage kunnen leveren aan een opsporingsonderzoek. Om die redenen zou het voor de Nederlandse situatie niet effectief zijn om zoals bij de CMPD, één reviewer één zaak toe te wijzen.

Hoewel de rol van vrijwilliger in het reviewproces als nuttig werd ervaren, werd in verband met de haalbaarheid van het experiment besloten om de rol van vrijwilliger bij het reviewproces buitenwegen te laten.

RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 3
De review heeft drie maanden geduurd. Een door de teamleider geselecteerde cold case werd gedigitaliseerd, op een beveiligde USB stick geplaatst en verstrekt aan de reviewers. Alle reviewers hadden een politieachtergrond maar zijn overgestapt naar het bedrijfsleven.

Net als bij de CMPD hebben de reviewers een samenvatting gemaakt. Deze samenvatting werd inclusief de aanbevelingen besproken met leden van het cold case team tijdens de reviewbijeenkomst. Zowel bij het cold case team als bij het burger review team was er na deze bijeenkomst sprake van enthousiasme en de bereidheid om samen te werken. Zowel het burger review team als de leden van het cold case team gaven aan positief te kijken naar een samenwerkingsverband in de toekomst, mits de review op enkele punten verder zou worden ontwikkeld. Het is namelijk van groot belang te concluderen dat de ontwikkeling van een burger review team moet worden gezien als ‘work in progress’. Het overnemen van de werkwijze van de CMPD, bij dit experiment heeft nog niet geleid tot de meest optimale inzet van een burger review team, maar het kan wel worden gezien als een stap in de goede richting. Volgens de cold case teamleden hebben de reviewleden namelijk enkele relevante aanbevelingen gegeven. De meerwaarde voor de teamleider van het cold case team van de review door het burgerteam is dat een stapel dozen in de hoek van zijn kantoor nu een zaak is die potentie heeft om opnieuw bekeken te worden.

De samenstelling van het team, de inhoud van de samenvatting en de invulling van de reviewbijeenkomst, zijn punten die door zowel de reviewleden als cold case teamleden als ontwikkelpunten werden benoemd. Zoals eerder omschreven waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team bij de CMPD zo effectief hebben gemaakt. Uit het experiment is gebleken dat investering in deze factoren bij zou kunnen dragen aan een positieve ontwikkeling van het burger review team.

Uit de review is gebleken dat naast een individuele selectie, de samenstelling van de groep ook een belangrijke factor is waar rekening mee gehouden moet worden indien er een burger review team zou worden geformeerd. De groepsleden voldeden als individu ruimschoots aan de selectiecriteria, maar als groep was de samenstelling mogelijk te eenzijdig. Om een cold case vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te bekijken werd deelname van vrouwelijke reviewers en reviewers met een gevarieerde leeftijd en (politie)achtergrond als wenselijk werd gezien.

Door het enthousiasme van de burger reviewers en de cold case teamleden is er een goede vertrouwensbasis om de inzet van een burger review team verder te ontwikkelen. Het inzetten van een burger review team betreft een vorm van cocreatie. Dit is een actieve vorm van burgerparticipatie, die wederkerigheid vereist van beide partijen. Dit brengt met zich mee dat bij het invoeren van een soortgelijke werkwijze er wederzijdse verwachtingen en verplichtingen zullen ontstaan. Er zal dus het een en ander aan verwachtingsmanagement moeten worden gedaan.

Als het team daarnaast de tijd en ruimte krijgt om zijn draai te vinden, is de kans groot dat het in de toekomst zijn meerwaarde zou kunnen bewijzen.

AANBEVELINGEN
• Investeer in de ontwikkeling van een burger review team bij cold case onderzoeken en plan daarvoor een periode van ongeveer één jaar. Gebruik deze periode om met diverse werkwijzen te
experimenteren en om deze werkwijzen te evalueren en daar waar nodig te ontwikkelen.
• Stel in de opstartperiode een speciaal geselecteerde werkgroep samen die zich richt op de voortgang en ontwikkeling van het burger review team.
• Stel in de opstartperiode een procesbegeleider aan die fungeert als aanspreekpunt voor de burger reviewers en de cold case teamleden. De procesbegeleider is verantwoordelijk voor het faciliteren van de reviewers en begeleidt daarnaast het groepsproces en de brainstormsessies tijdens de review bijeenkomsten. Deze procesbegeleider kan tevens de samenwerking tussen het cold case team en het burger reviewteam monitoren en waar mogelijk verbeteren.
• Investeer in een goede selectie van reviewers en experimenteer met de samenstelling van het team. Onderzoek daarbij de mogelijkheid van één of meerdere burger reviewers zonder politieachtergrond.
• Zorg voor voldoende draagvlak voor zowel binnen als buiten de politie door de samenwerking en de eventuele successen van een burger review team te communiceren. Mogelijk kan dit bevorderd worden door een communicatieadviseur deel te laten nemen aan de eerder genoemde werkgroep.
• Bij dit onderzoek is het juridisch aspect van de inzet van een burger review team nauwelijks belicht. Zorg in overleg met het openbaar ministerie voor een duidelijke juridische afbakening van het burger review team en de werkwijze van het team en zorg dat dit in een protocol wordt vastgelegd.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425288&doc=burgerreviewteam-200909070742&type=d]

Bron: Politieacademie

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??