Met Mobile Fence (Android) wordt bijgehouden waar je kind op dat moment is. Daarnaast krijg je alarm als je kind een vooraf ingestelde ‘veiligheidszone’ verlaat of binnengaat.
Bronnen: Mobile Fence
Met Mobile Fence (Android) wordt bijgehouden waar je kind op dat moment is. Daarnaast krijg je alarm als je kind een vooraf ingestelde ‘veiligheidszone’ verlaat of binnengaat.
Bronnen: Mobile Fence
Vanaf vandaag is het boek ?De factor gedrag? online beschikbaar. Hierin maakt de lezer kennis met de visies en resultaten uit het Enabling Technology Programme ?Gedrag en Innovatie?, dat dit jaar na vier jaar onderzoek wordt afgerond. Dit boek is interessante kost voor ieder binnen en buiten TNO die meer wil weten over de wisselwerking tussen mens en (technologische) innovatie. Zo ook een reeks onderzoeken naar online gedrag op social media (vanaf pagina 23).
Vier maatschappelijke thema?s
De resultaten van het onderzoeksprogramma zijn beschreven aan de hand van vier maatschappelijke thema?s. Het eerste hoofdstuk van het boek, ?Sleutelen aan een duurzaam systeem?, gaat vooral in op pogingen om op grote schaal duurzame technologie en gedrag ingevoerd te krijgen. Het tweede hoofdstuk ?Participeren door online te communiceren? verkent de contouren van de participatiesamenleving en de rol die technologie daarin speelt. Het derde hoofdstuk ?Een leven lang goed functioneren, presteren en genieten? laat zien hoe je als burger van wieg tot graf gezonder, veiliger, zelfredzamer en productiever kunt leven. Het vierde en laatste hoofdstuk ?De e-burger en de digitale sneeuwbal? gaat, om een link te leggen met de praktijk, in op de risico?s van informatie- en communicatietechnologie en hoe die te voorkomen zijn of in elk geval in te dammen.
Gedragsverandering in de praktijk
Daarnaast worden veel cases beschreven: praktijkvoorbeelden waarin innovatie en gedragsverandering op een geslaagde manier samengaan. Ten slotte maken de projectleiders van het ETP Gedrag en Innovatie je deelgenoot van wat zij tijdens dit programma meemaakten en vertellen zij u wat de samenleving in hun ogen aan de resultaten kan hebben. Door het boek heen wordt, om dat te verduidelijken, een dag beschreven uit het fictieve gezin Dobbelaar. De leden van dit gezin ervaren in hun dagelijks leven de mogelijkheden van de innovaties die onderzocht werden in het ETP Gedrag en Innovatie.
Veel leesplezier, innovatie en gedragsverandering toegewenst!
Lees ?de factor gedrag? hier online: http://issuu.com/ono-ono/docs/tno_digi_issuu/1
Bronnen: TNO
In het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.
Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.
Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.
Online sociale be?nvloeding
Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.
Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.
SON-M: het onderzoek van TNO
TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:
TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.
Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:
Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:
Zelfredzaamheid is het credo in de nieuwe participatiestaat. Burgers steeds vaker het heft in eigen hand, in de online en fysieke wereld. Mensen wachten na een incident niet tot hulpdiensten ter plekke zijn maar gaan meteen zelf over tot actie, en door het internet en genetwerkte maatschappij steeds vaker ook van een (grote) afstand. Velen nemen zelf initiatieven om problemen in de wijk aan te pakken en de leefbaarheid te vergroten. Helaas ? zo stelt hoogleraar psychologische besliskunde Jos? Kerstholt van de UT en werkzaam bij TNO – geldt dat zelfredzame gedrag lang niet voor iedere burger. Ondanks dat moderne middelen als social media dit laagdrempeliger maken. Eind vorig jaar kwam?TNS NIPO?met het rapport ?Niet iedereen is toe aan de participatiesamenleving. Handreiking voor een gesegmenteerde doe-democratie-strategie.? Uit dit rapport blijkt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse burgers bereid is anderen te helpen maar dat niet iedereen geschikt is om anderen te helpen.?Hoe zorg je ervoor dat m??r burgers het heft in eigen handen nemen? Kerstholt beantwoorde deze vraag tijdens haar intreerede. Inzicht in het menselijk beslisgedrag kan ervoor zorgen dat meer burgers meedoen: mensen hebben soms een klein zetje in de rug nodig.Kerstholt kijkt als psycholoog vooral naar het individuele niveau ? wat zijn de basisprocessen die aan keuzegedrag en zelfredzaamheid ten grondslag liggen, wat drijft nou eigenlijk die individuele burger. Zij richt haar onderzoek voornamelijk op het domein van sociale leefbaar- en veiligheid. Kerstholt: ?Er zijn nog genoeg klussen die burgers niet willen doen. Daarnaast is het lastig mensen aan te zetten tot preventief gedrag, denk bijvoorbeeld aan de installatie van rookmelders.?
Beslissingen
Wanneer je volgens Kerstholt het beslisgedrag van burgers begrijpt, kun je ze ook beter ondersteunen. Beslissingen worden gestuurd vanuit twee verschillende systemen: een analytisch en een intu?tief systeem. Analytische beslissingen worden bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen worden echter intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief, onbewust en gevoelsmatig. Kerstholt: ?Ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.?
Heft in eigen hand
Burgers nemen steeds vaker zelf het initiatief om de leefbaarheid in hun directe omgeving te verbeteren: zij richten buurthuizen op, onderhouden gezamenlijk de groenvoorziening en houden speeltuinen en zwembaden open die door bezuinigingen met sluiting worden bedreigd. Maar dit zelfredzame gedrag geldt niet voor elk onderwerp en niet voor elke burger. Zo willen burgers best de stoep voor hun eigen huis vegen maar is er veel minder animo voor het onderhouden van de groenvoorziening in de wijk.1?Bovendien zijn mensen in wijken waar men weinig voor elkaar doet minder bereid om zich in te zetten voor het publieke belang dan burgers in wijken waar men al veel voor elkaar doet. Om meer burgers zelfredzamer te maken is inzicht nodig in menselijk beslisgedrag.
Hoe vergroot je de zelfredzaamheid van mensen? Kerstholt noemt drie manieren. Ten eerste ontwikkelde zij met haar team een ?Serious Game?. Bij ?Serious Gaming? gaat het bijvoorbeeld om een leeromgeving die zich zowel op het analytische als intu?tieve denken richt. In het spel (soort triviant-vorm) gaan deelnemers informatie en verhalen uitwisselen. Het tweede voorbeeld betreft een keuzehulp die gebaseerd is op verhalen en videofragmenten. Kerstholt: ?Door de inzet van deze keuzehulp worden mensen zich bewust van hun motieven. Waarom willen ze graag vrijwilligerswerk doen bijvoorbeeld? Door inzet van deze keuzehulp blijken mensen beter in staat te zijn om hun eigen keuzes te maken en daar ook aan vast te houden.? Tenslotte kun je proberen bureaucratische hobbels en obstakels weg te nemen. Of je kunt proberen beter aan te sluiten bij natuurlijke neigingen van mensen. Zo zou je bij ontwerpplannen voor evacuaties rekening kunnen houden met het feit dat veel mensen vluchten via de weg waarlangs ze ook zijn binnengekomen.
Ons gedrag is veelal gewoontegedrag en daarmee lastig bewust te sturen
Beslissingen kunnen op twee manieren worden genomen: op een analytische en op een intu?tieve manier.2?De analytische manier houdt in dat alle voor- en nadelen van mogelijke opties expliciet tegen elkaar worden afgewogen. Dergelijke beslissingen worden dus bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen komen echter niet op zo?n analytische manier tot stand, maar worden intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief (het is gebaseerd op ervaringskennis), gevoelsmatig en men is zich niet bewust van het onderliggende proces.
Ons gedrag wordt meer bepaald door intu?ties dan door analytische afwegingen. Jonathan Haidt gebruikte in dit verband de metafoor van een olifant en zijn berijder3: de olifant is het intu?tieve denken en de berijder het analytische denken. De olifant is geneigd om op zijn gevoel en ervaringskennis af te gaan en daarmee gebaande paden te volgen. De berijder kan in principe verder kijken, overziet het keuzelandschap, en kan zich bewust zijn van de kwaliteit van de verschillende paden. De olifant is echter moeilijk bij te sturen. Met andere woorden: ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.
Mensen doen pas iets als ze gevraagd worden
Daarnaast weet de berijder vaak ook niet welk pad de olifant het liefst zou bewandelen. Hij overziet weliswaar het hele landschap, maar omdat hij de wensen van de olifant niet kent, weet hij niet welk pad het beste is. Met andere woorden: we zijn ons vaak niet bewust van wat wij zelf belangrijk vinden. In het kader van actief burgerschap betekent dit dat mensen zich misschien wel voor de publieke zaak in willen zetten, maar zich niet bewust zijn van hun eigen motieven, hun eigen waarden en hun eigen rol. Gevolg is dat mensen pas iets gaan doen als ze gevraagd worden en niet kiezen op basis van eigen persoonlijke voorkeuren.
Burgers helpen keuzes te maken in vrijwilligerswerk
Om burgers te ondersteunen bij de bewustwording van hun eigen voorkeuren voor vrijwillige inzet, hebben wij een keuzehulp ontwikkeld. Het intu?tieve denken is gebaseerd op ervaring, op beelden en verhalen. Wij gebruiken daarom verhalen om mensen te helpen zich bewuster te zijn van hun keuzes. Ze krijgen korte videofragmenten te zien waarin acteurs een bepaald aspect van het vrijwilligerswerk belichten, bijvoorbeeld overwegingen als ?je hoort iets voor de samenleving te doen? of ?je kunt er iets van leren?. Als mensen zo?n verhaaltje horen, weten ze vaak direct of ze het ermee eens zijn of niet. Het roept een gevoelsmatige reactie op en geeft daarmee informatie over onbewuste voorkeuren. Hierdoor worden mensen zich bewust van wat ze kennelijk meer of minder belangrijk vinden in vrijwilligerswerk en zijn ze beter in staat om eigen keuzes te maken.4
De overheid moet het initiatiefnemers makkelijker maken
Nu kun je proberen om het gedrag van de olifant te sturen, maar je kunt ook ingrijpen in het keuzelandschap. Een voor de hand liggende manier is om ervoor te zorgen dat het gewenste pad ? eigen initiatief ? goed begaanbaar is. In de praktijk blijkt dat burgers vaak nog de nodige bureaucratische hobbels moeten nemen om hun initiatief gerealiseerd te krijgen. Deze burgers zijn dus uit zichzelf al het goede pad ingeslagen, zijn zelfredzaam, maar moeten wel over een forse dosis wilskracht beschikken om niet halverwege af te haken vanwege belemmerende regelgeving en voorschriften. De overheid moet het kortom initiatiefnemers makkelijker maken om hun idee?n ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.
Zelfredzaamheid leidt tot minder autonomie bij de kwetsbaren
Een andere manier waarop je het landschap zo kunt veranderen dat het tot meer zelfredzaamheid leidt, is door nieuwe paden te cre?ren. Als gevolg van de bezuinigingen wordt er bijvoorbeeld een moreel app?l gedaan op burgers om meer hulp aan elkaar te verlenen. En dat is natuurlijk een mooi principe, maar uiteindelijk komt het erop neer dat juist de kwetsbare mensen, bijvoorbeeld ouderen, meer hulp uit hun sociale omgeving moeten gaan ontvangen. Deze mensen krijgen dus niet m??r autonomie maar juist minder en bovendien tast je de wederkerigheid in de relaties aan. Dit pad is dus voor veel mensen helemaal niet zo aantrekkelijk.
In Haarlem heeft men daarom een nieuw pad aangelegd. Daar hebben ze een omgeving gecre?erd ? genaamd BUUV, van buurvrouw ? waarin burgers hulp kunnen vragen en aanbieden.5?Iemand kan bijvoorbeeld via de site hulp vragen bij het onderhouden van z?n tuin of hij of zij kan aanbieden om op donderdag op kinderen te passen. BUUV stimuleert burgers dus om elkaar in het dagelijks leven vaker te helpen, en het doorbreekt de sociale normen die in traditionele netwerken als familie of wijk een rol spelen. Deelnemen is een eigen vrije keuze waardoor de drempel lager is om hulp te vragen en aan te bieden.
Deze voorbeelden laten zien dat effectieve interventies tot meer zelfredzaam gedrag leiden. Daartoe is echter wel inzicht nodig in menselijk (beslis)gedrag. Alleen als we snappen welke mechanismen aan gedrag ten grondslag liggen, zijn we in staat om aan de juiste knoppen te draaien, en kunnen we ervoor zorgen dat er geen mensen uit de boot gaan vallen en de participatiestaat ook echt voor iedereen toegankelijk is.
Jos? Kerstholt?is als bijzonder hoogleraar?Psychologische besliskunde?met bijzondere aandacht voor zelfredzaamheid?verbonden aan het onderzoeksinstituut?IGS, van de Universiteit Twente (faculteit GW, vakgroep?PCRV). De leerstoel is mogelijk gemaakt door?TNO.?Haar onderzoek richt zich op zelfredzaamheid in het fysieke veiligheidsdomein (risicoperceptie, voorbereidingsgedrag en burgerhulp) en in het sociale veiligheidsdomein (actief burgerschap, vrijwilligers).
Noten:
Bronnen: UTwente, Sociale Vraagstukken, TNO
De oratie van Jos? Kerstholt:
Kun je gebeurtenissen zoals Project X in Haren voorspellen aan de hand van Twitterberichten? Is de invloed?van een bericht afhankelijk van de persoon, het sociale netwerk van die persoon of de boodschap in het?bericht? En hoe kun je het gedrag van mensen be?nvloeden via sociale media? Deze en andere vragen?stonden centraal tijdens het symposium ?Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media? dat?TNO op 5 november organiseerde in Soesterberg. Het symposium werd bezocht door ruim 60 deelnemers?afkomstig uit verschillende sectoren, zoals veiligheid, financi?n, mobiliteit, telecom, overheid, media en?NGO?s.
Het doel van dit symposium was om een breed publiek op laagdrempelige manier toegang te geven tot de?resultaten van onderzoek dat TNO heeft gedaan naar hoe je gedrag kun voorspellen en be?nvloeden met?sociale media. Externe sprekers schetsten een breder beeld van de relevantie van het onderwerp en de?toepassing van de resultaten in de praktijk.
Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte Reint?Jan Renes, lector aan de Hogeschool Utrecht, tot hoe menselijk gedrag werkt en?hoe je daar invloed op kunt uitoefenen. Mensen hebben twee systemen, een?impulsief en een reflectief?systeem. Veel communicatie?richt zich op het reflectieve?systeem, oftewel het gezond?verstand. Maar mensen maken?in de praktijk vaak gedachteloos gedragskeuzes op basis van?het impulsieve systeem. Sociale media maken het mogelijk?om op het kritieke moment het gedrag te be?nvloeden en?informatie op maat aan te bieden. Daarbij is het effectiever?om gewenst gedrag te faciliteren (bijvoorbeeld de weg wijzen naar een openbaar toilet) dan om ongewenst?gedrag te verbieden.
Bob Overbeeke, die zich bij Oxfam Novib bezighoudt met internet-campagnes en?innovatie op het internet, gaf een beeld van de activiteiten van Oxfam Novib die
mogelijk worden gemaakt door sociale media. Oxfam Novib kan bij het activeren?van mensen bijvoorbeeld meer maatwerk leveren voor individuen in plaats van
zich te hoeven richten op doelgroepen. Via sociale media steunde Oxfam Novib bovendien activisten bij de opstanden in Egypte en konden zij goed volgen welke
gebeurtenissen plaatsvonden, zoals een demonstratie of een arrestatie van?activisten.
In vier workshops werden de resultaten van het verkennende onderzoek van TNO gepresenteerd en sociale?mediavraagstukken en toepassingservaringen van de workshopdeelnemers met elkaar uitgewisseld.
Twitteren, wie en wat is belangrijk?
Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.
Je organisatie via sociale media promoten, wat werkt?
Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.
De publieke mening, bestuurbaar of niet?
David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.
Trends voorspellen, waar staan we?
Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.
Arnout de Vries van TNO sloot af met de plenaire presentatie ?Social media: the good, the?bad and the ugly? waarin hij uiteenlopende voorbeelden gaf van goede, slechte en lelijke?kanten van sociale media. Hiermee toonde hij aan dat sociale media groepen mensen?kunnen mobiliseren om samen goede dingen te doen, maar ook kunnen functioneren als?katalysator voor bedreigingen van de maatschappelijke veiligheid en economie.
Lees meer over de inventarisatie van het gebruik van online be?nvloeding?bij overheden en bedrijfsleven uit 2012.
Ge?nteresseerd in meer informatie? Neem contact op met Rosemarie Huver