Auteursarchief: Arnout de Vries

Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten.

Burgerparticipatie in de opsporing, Politiekunde nr. 30

Cornelissens, A., H. Ferwerda, I. van Leiden, N. Arts & T. van Ham (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Amsterdam: Reed Business.

Op tal van plaatsen binnen de politie wordt ge?xperimenteerd met creatieve manieren om burgers bij de opsporing te betrekken. Daarbij wordt handig gebruik gemaakt van nieuwe media. Voorbeelden zijn internetsites, mail-alerts en sms-bommen. Die maken het ook mogelijk in heterdaadsituaties snel burgers als mogelijke getuigen te mobiliseren wat de pakkans vergroot. Ook worden burgers uitgenodigd actief mee te denken bij lopend of opnieuw opgestart onderzoek (cold cases). Hoewel sommige burgers de burgerparticipatie zien als een inbreuk op de privacy – bijvoorbeeld bij een ongevraagd sms-je van de politie – zijn burgers in het algemeen erg positief over deze vormen van burgerparticipatie. Het draagt bij aan hun vertrouwen in de politie. Voorwaarde is wel dat ze beter ge?nformeerd worden over relevante uitkomsten en resultaten van hun inspanningen. Voorts moet binnen de politie gewaakt worden voor wildgroei en dienen initiatieven en ervaringen beter uitgewisseld te worden.

Getuigenverhoren en buurtonderzoek zijn klassieke methoden om in en ten behoeve van?opspringsonderzoeken informatie van burgers te verkrijgen. In het laatste decennium zijn er tal van innovatieve en creatieve manieren bijgekomen om de burger bij het politiewerk te betrekken waarop volop gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van de nieuwe media. Nieuwe technieken en mediakanalen maken het nu mogelijk opsporingsboodschappen en masse over te brengen. De vraag die daarbij rijst is welke innovatieve vormen van burgerparticipatie er anno 2010 door de politie worden toegepast en wat deze opleveren voor de opsporing. En wat vinden burgers ervan dat zij via steeds meer kanalen door de politie om informatie worden gevraagd?

Het onderzoek laat zien dat er bij de Nederlandse politie op veel plaatsen ge?xperimenteerd is en wordt met allerlei manieren om burgers actief bij de opsporing te betrekken. In het boek worden twaalf vernieuwende vormen van burgerparticipatie beschreven. Daarbij gaat het vooral om vormen waarbij gebruik wordt gemaakt van internet en (mobiele) telefonie zoals internetsites, mail-alerts en sms-bommen. Maar ook om creatieve vormen zoals het gebruiken van posters en flyers.
De meeste van deze vormen van burgerparticipatie zijn feitelijk oude methoden in een nieuw jasje: nieuwe manieren om burgers op te roepen om te getuigen. Maar sommige gaan ook verder, wanneer niet een beroep op burgers wordt gedaan om te getuigen maar om actief mee te denken: de burger als co-rechercheur. De burger krijgt dan bijvoorbeeld de kans mee te denken met een lopend opsporingsonderzoek dat op internet wordt geplaatst zoals op www.politieonderzoeken.nl.

Dankzij de nieuwe communicatiemiddelen kan er direct na een misdrijf snel een beroep worden gedaan op potenti?le getuigen die op dat moment bijvoorbeeld in de buurt van de plaats delict zijn waardoor de pak- en ophelderingskans worden vergroot. Bovenal legitimeert een gouden tip over een ernstig misdrijf elke inspanning van de zijde van de politie en de burger.

Over het algemeen zijn burgers erg positief over burgerparticipatie in de opsporing. Doordat ze beter op de hoogte zijn wat er in hun omgeving gebeurt, geven ze aan meer grip op de eigen veiligheidssituatie te hebben. Verder lijkt de betrokkenheid een positief effect te hebben op de alertheid van de burger en het vertrouwen in de politie en voelt men zich door de politie serieus genomen. Niet iedereen kan het echter waarderen, sommige burgers zien de burgerparticipatie namelijk als een inbreuk op de privacy wanneer ze bijvoorbeeld ongevraagd een sms-bericht van de politie ontvangen.

Het onderzoek leert dat er enkele belangrijke randvoorwaarden zijn om de doorontwikkeling van vormen van burgerparticipatie goed te stroomlijnen. Zo blijkt allereerst dat verschillende politiekorpsen soms met min of meer dezelfde methoden experimenteren. Dit veroorzaakt enige wildgroei die voor de burger maar ook voor de politie verwarrend kan werken. Het centraal bundelen, doorontwikkelen en co?rdineren van het toepassen van burgerparticipatie is daarom wenselijk. Daarnaast is borging en onderhoud van belang. Vaak komen initiatieven van?zeer enthousiaste politiemensen op de werkvloer maar is er geen ruimte voor verdere ontwikkeling en bloedt het dood. Ten overstaan van de burger is een goede communicatie belangrijk. Terugkoppeling van resultaten die zijn behaald dankzij de reactie van burgers stimuleert de participatie en vergroot de betrokkenheid.

Samenvatting

Voor succesvolle opsporing is de politie in veel opzichten afhankelijk van burgers: slachtoffers die aangifte doen of getuigen die zich melden met belangrijke informatie. Het betrekken van burgers bij het opsporingsproces is een vorm van burgerparticipatie. De laatste jaren wordt door de politie veel ge?nvesteerd in nieuwe vormen en methoden, mogelijk gemaakt door de snelle opkomst van nieuwe media: internet en mobiele telefonie. Was voorheen het tv-programma Opsporing Verzocht een van de bekendste vormen van burgerparticipatie, nieuwe media bieden geheel nieuwe mogelijkheden, zoals smsbommen, e-mailalerts en websites waarop de politie onopgeloste of lopende zaken plaatst. De achterliggende gedachte is veelal tweeledig. Enerzijds dat meer mensen gewoonweg meer weten en als ze hun kennis (tijdig) delen met de politie, stijgt de kans op opheldering van misdrijven. Tegelijk draagt het actief betrekken van burgers bij het politiewerk vermoedelijk ook bij aan het versterken van het maatschappelijk vertrouwen en gezag van de politie. In deze studie worden de belangrijkste ontwikkelingen en initiatieven in kaart gebracht en, voor zover mogelijk, beoordeeld op hun nut en effectiviteit. Beschreven wordt hoe verschillende vormen van burgerparticipatie er precies uit zien en op welke wijze ze toegepast worden. Daarnaast worden de do’s en don’ts van het benutten van burgerparticipatie in de opsporing uiteengezet, mede aan de hand van wat deze initiatieven in de praktijk kosten en opleveren.

Bron: Reed Business

 

Internet banging: een nieuwe trend op social media onder bendeleden

Bendeleden hebben wapens maar tegenwoordig ook een smartphone met Twitter in hun broekzak. Steeds vaker berichten de media dat bendeleden social media sites als Twitter , Facebook en YouTube gebruiken om beledigingen uit te wisselen of bedreigingen te uiten die tot moord of geweld leiden. Deze vorm van communicatie heet internet banging. Politiediensten in de grote steden hebben meer middelen nodig om dit probleem te bestrijden. Interessant is dat er weinig tot geen literatuur is over dit onderwerp. Internet banging is een cultureel fenomeen dat is ge?volueerd uit de grootschaligere deelname in social media van bendes en is een nieuwe vorm van interactie op het bestaande social media. ?De rol van hiphop in de ontwikkeling van internet banging is interessant en het markeert ook de veranderende rollen van zowel hiphop en digitale communicatie als ondersteuning van de sociale weergave van het leven in gewelddadige gemeenschappen. Een tekstuele analyse van de muziek -en video-inhoud zijn een goede illustratie van de gewelddadige reacties op de virtuele interacties, zoals in bijgaande analyse te lezen valt.

Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?

In de publicatie van VDMMP zitten een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat de impact op de opsporing en sociale onrust, ook bij kleinere incidenten flink kan zijn.

Nij Beets
Vrijdag 6 augustus 2010 wordt Nij Beets, een dorp in de gemeente Opsterland, opgeschrikt door het bericht dat een vrouw van 26 wordt verdacht van moord op haar eigen vier baby?s. Na het bekend worden van deze zaak, is binnen?afzienbare tijd de foto van de verdachte online te vinden, net als al haar adresgegevens.?Een van de gevolgen hiervan is het aantrekken van ?ramptoeristen?.?Het dorp wordt overspoeld met mensen die even komen kijken. Ook de zoektocht?naar de vader van de vier baby?s gebeurde via Twitter, Hyves en weblogs.
Verder worden allerhande vragen gesteld over de nasleep van het incident. Komt er een stille tocht? Er worden tips gegeven in het kader van de opsporing, maar?ook zijn er berichten en zorgen over de psychosociale ondersteuning van het?gezin en betrokkenen. Het is exemplarisch voor de tijd waarin we leven. Een?tijd waarin we alles realtime kunnen volgen.

De volgende cases worden beschreven:
  • Neergeschoten agent, Baflo
  • Schietincident, Rotterdam?
  • Flitspaalincident, Voorschoten?
  • Voetbalrellen, Utrecht
  • Gevangenisopstand Teylingereind?
  • Schietincident C1000?
  • Onrust winkelcentrum Zuidplein?

Social media & Politie. Een onderzoek naar de behoefte van generatie Einstein aan de inzet van social media door de Nederlandse politie.

Hoog Antink, A.A.H.J, (2013). Social ?media & ?politie ? Een ?onderzoek ?naar ?de ?behoefte ?van ?generatie?Einstein?aan ?de ?inzet ?van ?social ? media ?door ?de ?Nederlandse ?politie. ?Politieacademie?en Canterbury?Christ?Church?University.

Crowdsourced Disaster Response for Effective Mapping and Wayfinding

Dit onderzoek stelt een gedistribueerd mechanisme voor die de getroffen bevolking betrekt om de reactie op een ramp te verbeteren. Het systeem maakt gebruik van het potentieel van de getroffen bevolking om als gedistribueerde, actieve sensoren de rampsituatie te beoordelen. Op deze wijze kunnen ze zichzelf in veiligheid brengen, terwijl ze helpen om snel een duidelijk beeld van de ramp te vormen zonder de reeds hoge werkdruk van de hulpdiensten te verzwaren. De studie toont aan dat dit mechanisme in staat is om de werkdruk van de hulpdiensten te verlagen en om de effectiviteit van rampbestrijding te verbeteren. Door betere situatiebewustzijn van het rampgebied, kunnen humanitaire hulp en reddingsactiviteiten effectiever uitgevoerd worden waarbij slachtoffers sneller dan voorheen gered kunnen worden. Derhalve kan het in dit proefschrift voorgestelde systeem de basis vormen voor een volgende generatie rampenbestrijdingssystemen?.