Auteursarchief: Arnout de Vries

Man and machine: Partners in (preventing) crime?

Onderzoek van Martijn Wessels laat zien hoe politiemensen met artificial intelligence samenwerken binnen de politieorganisatie. Hij heeft daarbij als casus het werken met het predictive policing systeem CAS onderzocht. Hieronder de samenvatting van het onderzoek en de resultaten en het volledige rapport.?

Politieorganisaties over de hele wereld maken steeds meer gebruik van algoritmes die hen helpen om tijdruimtelijke voorspellingen te maken van waar en wanneer criminaliteit de grootste kans heeft om plaats te vinden in de toekomst. Rondom dit zogenaamde predictive policing heerst veel controverse en scepsis. Allereerst wordt eraan getwijfeld in hoeverre deze vorm van politievoering inderdaad leidt tot een verbetering van de effectiviteit en effici?ntie van de politie, aangezien empirisch bewijs schaars is en het lastig is om het effect van predictive policing methoden te isoleren. Daarnaast worden er ook ethische bezwaren aan het gebruik van algoritmen genoemd. Er wordt gesteld dat dergelijke algoritmen niet transparant zijn en het gebruik ervan wellicht kan leiden tot de profilering en stigmatisatie van bevolkingsgroepen. Wat er echter ontbreekt in dit wetenschappelijke debat is hoe politieprofessionals momenteel omgaan met dergelijke algoritmen. Dit is van groot belang voor de evaluatie van deze vorm van politievoering omdat menselijk handelen uiteindelijk bepaalt in hoeverre de (eventuele) onbedoelde consequenties van predictive policing tot uiting kunnen komen.

Om het debat rondom predictive policing te voorzien van context is de Nederlandse politieorganisatie bestudeerd om inzichtelijk te maken hoe een dergelijk algoritme (het Criminaliteitsanticipatiesysteem; CAS) wordt gebruikt. Binnen de Nederlandse Politie hebben de zogenaamde intelligence specialisten de taak om de agenten op straat te adviseren in hun handelen. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van een aantal informatiesystemen, waaronder CAS. Vandaar dat de werkwijze van deze functiegroep binnen een veiligheidsregio in Nederland is bestudeerd. In dit onderzoek is gekeken naar de organisatiestructuren die het gebruik van CAS be?nvloeden, maar ook naar de consequenties die het gebruik van CAS heeft voor de politieorganisatie. Voor deze studie is bewust gekozen om onderzoek te verrichten binnen een regio die al een langere tijd gebruik maakt van CAS.

De hoofdvraag die centraal staat in het onderzoek luidt:

Hoe en in hoeverre gebruiken de intelligence specialisten van de Nationale Politie het Criminaliteitsanticipatiesysteem en interacteren daarbij met bestaande organisatiestructuren?

Orlikowski?s (2000) theorie van technologies-in-practice is gebruikt om te bestuderen hoe technologie wordt gebruikt binnen een organisationele context. Deze practice lens gaat ervan uit dat de manier waarop technologie wordt gebruikt wordt be?nvloed door bestaande organisatiestructuren, maar dat tegelijkertijd diezelfde organisatiestructuren worden be?nvloed door het technologiegebruik. Het model van Orlikowski (2000) is aangepast voor dit onderzoek zodat dit geschikter is voor het bestuderen van het gebruik van algoritmes. Algoritmes verschillen namelijk van traditionele informatiesystemen omdat het gebruik van algoritmes ook vraagt om de evaluatie van de output van het systeem: de verwachtingen van CAS dienen te worden vertrouwd alvorens de intelligence specialisten dit systeem ook echt betrekken in hun werk. Deze notie is daarom toegevoegd aan het analytische model van Orlikowski (2000), wat heeft geresulteerd in een aangepaste analytische lens: de algorithm in practice lens.

Middels een combinatie van semigestructureerde interviews en de analyse van beleidsdocumenten is onderzocht hoe de intelligencespecialisten gebruik maken van CAS en hoe dit gebruik wordt be?nvloed door organisatiestructuren. De eerste structuur die wordt herkend is de trend van de Nederlandse politie richting informatie-gestuurde politievoering. De politie heeft namelijk voor ogen om het gebruik van informatie en data een steeds belangrijkere rol te geven en probeert ook haar organisatieprocessen hieraan aan te passen. Dit heeft ogenschijnlijk geleid tot een verdere standaardisatie van het werk van de intelligence specialisten en een centrale rol van deze functiegroep in het politieproces, waarin de intelligencespecialisten uitgebreid contact hebben met verschillende partijen binnen de politie, waaronder de agenten op straat. Dit is dan ook de tweede
organisatiestructuur die invloed heeft op het gebruik van CAS: de behoeften van de agenten op straat. De intelligence specialisten lijken zeer gericht te zijn op de wensen en (informatie)behoeften van de agenten op straat, waardoor er een continue wisselwerking bestaat tussen beide partijen.

De normen van de intelligence specialisten lijken daarbij sterk te worden be?nvloed door de trend richting het informatie-gestuurde werken ?n door de behoeften van de straatagenten. De normen van de intelligence specialisten worden voornamelijk omschreven als het verschaffen van kwalitatief hoogwaardig advies (in termen van bruikbaarheid voor de agenten op straat). Dit resulteert in het feit dat de percepties en interpretaties van de intelligence specialisten ten aanzien van CAS doorslaggevend zijn: als CAS niet als toegevoegde waarde voor hun advies wordt gezien zal het ook niet worden gebruikt. Deze attitude jegens CAS lijkt door een derde organisationele structuur te worden be?nvloed: de opinie van de directe sociale omgeving van de intelligence specialisten. Omdat een aantal van de ge?nterviewde intelligence specialisten met CAS kennismaakte via een collega, is de mening van die collega over CAS van groot belang. Indien degene die CAS moet uitleggen aan een nieuwe collega negatief is over het gebruik van CAS, is de kans waarschijnlijk groter dat de nieuwe intelligence specialist zijn/haar percepties en interpretaties van het systeem over zal nemen.

Uiteindelijk zijn er drie categorie?n herkend hoe CAS wordt gebruikt:

1) De ondersteunende collega: CAS wordt gebruikt als een ondersteunend middel voor het opstellen van een advies. Hierbij worden meerdere voordelen van CAS genoemd. CAS zou de intelligence specialisten helpen omdat het tunnelvisie kan voorkomen, het anders ?denkt? aangezien het meerde databronnen combineert, het snel is in het verwerken van grote hoeveelheden data en dat intelligence specialisten advies kunnen geven als ze zelf niet over voldoende informatie beschikken. Desalniettemin achten ze hun eigen kennis en expertise als het allerbelangrijkst en verschaffen daarbij ook advies op de actuele trends en gebeurtenissen die zij op dat moment observeren.

2) De ongeschikte of onnodige collega: CAS voegt geen waarde toe aan het advies van de intelligence specialisten omdat het ofwel niet accuraat is in zijn voorspellingen, of omdat de output geen toegevoegde waarde zou zijn voor de operationele laag van de politie. Vandaar dat de intelligence specialisten in deze categorie advies ontwikkelen dat vooral is gebaseerd op eigen kennis en ervaringen.

3) De sturende collega: CAS wordt gebruikt als een middel om direct de operationele laag mee te sturen. De intelligence specialist communiceert de uitkomst van CAS nadrukkelijk omdat dit wordt gezien als een legitiem middel om beslissingen op de baseren.

Deze drie manieren van het gebruik van CAS hebben verschillende consequenties voor de trend richting de informatie-gestuurde politievoering. De adviezen die worden gegeven door de intelligence specialisten in de eerste categorie ontstaan uit een combinatie van eigen ervaringen, kennis, observaties en statistische informatie uit CAS. Dit lijkt de notie van informatie-gestuurde politievoering te versterken omdat het gebruik van expliciete informatie een prominente rol heeft. De intelligence specialist horende bij de derde groep benadrukt het gebruik van data en informatie ogenschijnlijk nog meer aangezien de eigen ervaringen en kennis minder belangrijk lijken te zijn. De intelligence specialisten die CAS niet gebruiken in hun werk baseren hun advies op de eigen assumpties en kennis, waardoor de informatie-gestuurde politietrend afhankelijk blijft van de (impliciete) assumpties van de intelligence specialist.

Dit onderzoek heeft meerdere theoretische contributies. Allereerst laat het zien hoe een algoritme wordt gebruikt binnen een politieorganisatie. Dit kan het debat rondom predictive policing verder helpen. Dit onderzoek laat zien dat er (momenteel) nog steeds voldoende menselijke invloed lijkt te zijn bij de vorming van beslissingen. Daarnaast benadrukt deze studie dat er verder wetenschappelijk onderzoek moet komen naar het gebruik van dergelijke algoritmen. Ook lijken de aanpassingen die zijn gedaan aan het originele model van Orlikowski (2000) geschikt om het gebruik van algoritmen te begrijpen en wordt het aangemoedigd om deze ook toe te passen bij vergelijkbaar onderzoek in de toekomst.

Verder heeft dit onderzoek ook praktische implicaties. Middels dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt hoe CAS wordt gebruikt door intelligence specialisten en welke organisationele processen en mechanismen dit gebruik be?nvloeden. De Nederlandse Politie kan deze inzichten gebruiken om het huidige CAS gebruik te evalueren en om te bepalen wat zou moeten worden aangepast in de politieorganisatie om het gebruik van CAS waar nodig te veranderen. Daarnaast lijkt de grootste groep van respondenten CAS te zien als een ondersteunend systeem. Zij beschouwen de uitkomsten van CAS niet als een absolute waarheid maar zien het voornamelijk als een middel dat ze kunnen gebruiken om de kwaliteit van hun adviezen te vergroten. Vandaar dat er kan worden gesteld dat d?t misschien ook de toegevoegde waarde van CAS is in het politieproces. De politie kan overwegen of en in hoeverre ze CAS een centraal element willen maken voor de politieregio?s die in de toekomst dit systeem gaan gebruiken, of dat het een ondergeschikt systeem moet worden. Tot slot lijkt het erop dat de transparantie en ?uitlegbaarheid? van het systeem moet/kan worden verbeterd om de intelligence specialisten beter te kunnen helpen bij hun werk. Een dergelijke verbetering zal ook een bijdrage leveren aan de beoordeling van de vertrouwelijkheid en accuraatheid van het systeem.

[slideshare id=106562797&doc=masterthesismartijnwessels12072018-180719080416&type=d]

MEDI@4SEC project: Europees onderzoek naar hoe social media voor veiligheid ingezet kan worden

Sociale media verandert de spelregels in onderlinge communicatie tussen mensen en gemeenschappen. De impact ervan kan zowel positief als negatief zijn. Voor de veiligheid en beveiliging van stedelijke omgevingen en de mensen die er wonen, biedt dit een scala aan kansen en uitdagingen.

Hoe kunnen veiligheidsinstanties beter begrijpen op welke manieren sociale media om hen heen worden gebruikt? En hoe kunnen deze organisaties zich aanpassen aan en gebruik maken van sociale media bij het leveren van een veiligere omgeving?

Door middel van dit Europese onderzoek en een reeks thematische workshops voor vakprofessionals biedt MEDI@4SEC een netwerk van veiligheidsinstanties die wereldwijd ervaringen kunnen uitwisselen en het gebruik van sociale media in de dagelijkse praktijk van openbare orde en veiligheid kunnen verbeteren. Partners in dit project zijn de universiteit van Warwick, TNO, Fraunhofer, EOS, Efus, KEMEA, X-Lab, universiteit van Utrecht, Politie Valencia en de Noord-Ierse Politie PSNI.

Het project bestaat uit 6 thematische workshops, met verslagen en rapportages over de opbrengsten ervan:

  1. Do It Yourself Policing
  2. Rellen en grootschalige evenementen
  3. Dark Web
  4. Alledaagse veiligheid
  5. Trolling
  6. Innovatieve marktoplossingen

Naast deze rapportages en verslagen zijn er ook een aantal belangrijke kernpublicaties uit het project die hier gratis beschikbaar zijn. Deze zijn ondermeer de internationale stand van zaken van social media gebruik door veiligheidsinstanties, best practices en geleerde lessen, ethische en juridische aspecten en een framework om social media gebruik te beoordelen. Ook is er een overzicht gemaakt van de social media patronen zoals die door diverse veiligheidsinstanties worden gebruikt.

Bron: MEDI@4SEC

Podcast: De moord op Patrick

Voorbeelden waarin?de politie zelf gebruik maakt van (online) podcasts, waarbij informatie gegeven wordt over misdrijven, criminelen of preventie zijn zeer zeldzaam. Er zijn er wel wat voorbeelden waarmee podcasts vooral gebruikt worden om zo dichter bij de mensen te kunnen staan. Totdat?Serial, een nieuwe podcastserie van de makers van?This American Life?een echte moordzaakserie online slingerden en honderdduizenden volgers kreeg?die deels online zelf op zoek gingen in deze zaak.?Een paar jaar geleden schreven we al?over deze podcast die miljoenen mensen in zijn greep hield, en ook?in het rechtssysteem heel wat teweeg bracht.?Serial?liet zien waar het medium toe in staat is. Nu is er opvolging van dit concept in Nederland door Argos van de VPRO met de Limburgse cold case “De Moord op Patrick”. We zijn benieuwd naar wat het teweeg brengt…

Featured Image for True-crime podcast ???Serial??? will convert you to the format

De moord op Patrick

Op tweede kerstdag 2002 wordt een 36-jarige tennisleraar ?s ochtends dood gevonden in zijn appartement. Hij is vermoord. Twintig rechercheurs worden op de zaak gezet. Vijftien jaar later is de moord op Patrick van der Bolt nog steeds niet opgelost. Sanne Boer duikt in het leven van Patrick en ontdekt dat niets is wat het lijkt. In Argos vertelt Ron, de broer van Patrick, voor het eerst zijn verhaal.

In Nederland zijn er ruim 1500 onopgeloste zaken, cold cases. Waar ging het mis in het politieonderzoek bij Patrick? En wat zegt dit over de kwaliteit van de opsporing in Nederland?

Aflevering 1 – Het bericht

In de eerste aflevering van?De moord op Patrick?hoor je een reconstructie van die Tweede?kerstdag in 2002. De dag dat Patrick gevonden werd.?Waarom is het de politie nog niet gelukt om de moord op te lossen? En wat zegt dit over de kwaliteit van het opsporingsonderzoek? Patricks broer vertelt?voor het eerst zijn kant van het verhaal.

In de tweede aflevering van?De moord op Patrick?gaat het over de ex van Patricks vriendin. Waarom was hij lange tijd de hoofdverdachte en dus volgens de politie de mogelijke moordenaar van Patrick? Bewijs dat hij degene was die met kerst in het appartement is geweest en Patrick vanachter heeft neergeschoten, is er nooit gevonden. De vrienden van Patrick lijken meer te weten.

Politie en justitie hebben in 2013 informatie gekregen over de moord op Patrick van der Bolt uit Heerlen begin deze eeuw. Maar met die aanknopingspunten, aangeleverd door rechtspsycholoog Robert Horselenberg van de Universiteit Maastricht, is tot op heden ogenschijnlijk niets gedaan.

Heropening van de zaak?

Het Openbaar Ministerie in Limburg laat in een reactie weten dat de moordzaak zeker niet gesloten is, of dat informatie terzijde is geschoven. “We bekijken of we deze cold case weer kunnen activeren”, laat een woordvoerder weten. Hij weet niet precies wanneer dat gaat gebeuren. “Soms gaan zaken niet zo snel als we zouden willen.”

Abonneer je via volgende kanalen om niets te missen via??iTunes, ?RSS-feed,??Stitcher?.

Nieuwe afleveringen zijn ook te horen in Argos, iedere zaterdagmiddag van 14.00 tot 15.00 uur op NPO Radio 1. De afleveringen zullen onregelmatig verschijnen omdat de opnames nog lopen. De serie wordt gemaakt door Sanne Boer. Heb je een tip? Mail naar:?[email protected].

Bronnen: VPRO,?De Limburger

App: Hunch

A NEW smartphone app will let you alert the police (and your neighbours) when you feel like “trouble may be brewing” nearby. It’s called Hunch, and it’s part of the London Metropolitan Police’s ongoing bid to tackle knife crime in the UK.

Met de smartphone-app Hunch (iOS, Android) kun je de politie (en je buren) waarschuwen als je het gevoel hebt dat er ‘problemen opborrelen’ in je buurt. De app heet Hunch (NL: een vermoeden) en is nu vast onderdeel van de London Metropolitan Police om met name steekpartijen en andere vormen van criminaliteit met steekwapens in het Verenigd Koninkrijk aan te pakken.

Het idee is om iedereen in het land de ogen en oren van de Britse autoriteiten te laten worden. Iedereen met de app kan een locatie labelen als ze vermoeden dat er iets in de buurt aan de hand is of staat te gebeuren. De app waarschuwt de autoriteiten, maar waarschuwt ook andere burgers in het gebied – zodat zij de situaties kunnen verstoren of kunnen voorkomen dat het erger wordt.

Je kunt alleen Hunchen in het gebied waar je je momenteel bevindt, en je bent gelimiteerd tot een maximum van drie Hunches per uur.

“De meeste interventies zijn gericht op diegenen die een steekwapen dragen, en er zijn al veel initiatieven op dit gebied”, zei een woordvoerder van Atomic, het Londense bureau dat de app in samenwerking met de Met Politie bouwde. “Wij dachten dat het slim zou zijn om de andere mensen, die geen steekwapens gebruiken, aan te spreken en iets in handen te geven, omdat ze het zat zijn dat steekwapens in hun buurten worden gebruikt en levens ru?neren.”

De app kan gratis worden gedownload op zowel iPhone- als Android-telefoons en je identiteit blijft volledig anoniem tijdens het ‘Hunchen’. De politie geeft geen officieel stempel op de app, omdat ze willen dat de app een onafhankelijke app kan zijn?waarin iedereen zich veilig voelt. Het is gemakkelijk om problemen met de app te zien aankomen voor politie, zoals?de vele valse meldingen en allerlei kleine verstoringen die de kanalen van de politie zullen verstoppen. Hunches zijn volgens de makers ervan ontworpen om de openbare paniek te beperken, dus je kunt geen commentaar toevoegen over de details van je melding. En de Hunches zullen slechts een uur meegaan, dus ze zullen mensen niet heel lang uit een bepaald gebied verjagen.

Stephen Hammond, MP voor London’s Wimbledon, zei: “Steekwapen criminaliteit is in 2017 met 22% gestegen in Engeland en Wales – de grootste jaarlijkse stijging ooit – dus het is hoog tijd dat we hierbij betrokken raken. Deze vorm van criminaliteit?is iets dat ons allen op de een of andere manier raakt. Hunch lijkt me een potentieel krachtige nieuwe tool die gefrustreerde gemeenschappen kunnen gebruiken om het probleem zelf aan te pakken. Niet alleen zal het fungeren als een hulpmiddel om andere leden van een buurt te waarschuwen, het kan de Met ook helpen met potenti?le aanwijzingen voor nader onderzoek dankzij het brede publiek.”

Atomic vertelde dat de app ? 50.000 kostte om te maken, en dat onderhoudskosten ? 24.000 per jaar zullen zijn. Dit wordt volledig gefinancierd door Atomic, een creatief bureau gevestigd in de hoofdstad.

Toch is Hunch niet zonder kritiek gelanceerd. Jim Killock, van de Open Rights Group, vertelde The Sun dat hij zich zorgen maakte over de app. “Burgers hebben het recht om aangifte te doen van misdrijven, en burgermeldingen van allerlei aard kunnen waardevol zijn, maar het kan ook misleidend, nadelig en tijdverspillend zijn”, legt Jim uit. “Er zijn veel manieren waarop een dienst als deze de fout in kan gaan, zoals profilering en daarmee rassendiscriminatie, valse criminaliteitsstatistieken, en het voorspellen van misdaadreacties op de vooroordelen van de app-gebruikers.”

Bronnen: Hunch app,?The Sun, BBC

Burgeropsporing: Trends in Veiligheid 2018

17 miljoen agenten
In Haarlem werden twee meisjes mishandeld door een aantal jongens, maar ze wisten de daders binnen een paar uur via Facebook te vinden. Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. De advocaat van de jongens vond het belachelijk en zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. De rechter sprak dat tegen en zei: ?Welkom in de 21ste eeuw.?

Highlights

  • De politieorganisatie stuurt door middel van apps en websites actief aan op burgerparticipatie.
  • Burgers worden door technologische ontwikkelingen uitgenodigd om deel te nemen aan preventie en opsporing.
  • Er kleven aanzienlijke risico?s aan het uitvoeren van politiewerk door burgers.
  • Een regiefunctie van de politie is cruciaal.

Burgerparticipatie loont. Van alle aangehouden verdachten wordt 85% op heterdaad betrapt en gearresteerd. Daarvan is een percentage van 60% te danken aan de alertheid en meldingsbereidheid van de burger. Dit komt neer op 51% van het totaal aantal aangehouden verdachten. De samenwerking tussen politie en burgers is wat dit betreft zeker aanwezig. De politie is blij met de oplettende burger, en de burger ondersteunt de politie graag in haar opsporingstaken. Door hun deelname aan het opsporingsproces krijgen burgers bovendien het gevoel dat ze meer grip krijgen op de veiligheidssituatie in hun straat, wijk, stad of land.

Vormen van burgerparticipatie

Buurtpreventieprojecten, al dan niet in combinatie met WhatsApp, zijn misschien wel de meest bekende vorm van burgerparticipatie in het veiligheidsdomein. In dit artikel richten wij ons naast preventieve burgerparticipatie op burgerparticipatie in de opsporing. In bovenstaande tabel worden beide vormen kort uitgelegd4. De burger wordt meer en meer betrokken bij opsporingstaken. Op verschillende terreinen zien we dat de politieorganisatie steeds vaker de burger om hulp vraagt. Experimenten om de burger te betrekken bij de opsporing schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. Voornamelijk social media en mobiele applicaties zijn belangrijke opkomende middelen in het betrekken van de burger bij de opsporing. Hoewel een enkele burger de toenemende burgerparticipatie als een inbreuk op zijn privacy ziet, is het grootste deel van de maatschappij vooral positief over het feit dat de politie steeds vaker de burger inzet, voornamelijk in het terugdringen van criminele activiteiten die ons veiligheidsgevoel aantasten. Dit bleek onder ander uit het Trends in Veiligheid onderzoek dat is uitgevoerd voorafgaand aan de publicatie van dit artikel. De methoden om de burger aan te spreken hebben een flinke groei doorgemaakt. Waar de politie vroeger de burger nog benaderde met posters en televisie-uitzendingen, groeide dit al snel door naar sms, WhatsApp, websites zoals opsporingsonderzoeken.nl, social media zoals Facebook en Twitter, en zelfs mobiele applicaties waarmee de burger op speelse wijze de politie kan ondersteunen.

Q-teams van de politie

Dergelijke applicaties en websites worden door de politie zelf ontwikkeld. Er zijn speciale Q-teams opgericht om hier vorm aan te geven. ?Q is een beweging die werkt aan een toekomstbestendige opsporing door te verbinden, innoveren en experimenteren. Q pakt idee?n op, maakt ze concreet en cre?ert ruimte voor samenwerking5.? De Q-teams zijn ??n van de initiatieven naar aanleiding van de opdracht die de toenmalig minister van Veiligheid en Justitie in de zomer van 2015 aan de politietop gaf. Er werd vastgesteld dat de opsporing, als integraal onderdeel in de aanpak van criminaliteit, tekortschoot en achterbleef op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Binnen de politieorganisatie is het besef doorgedrongen dat burgerparticipatie zo effici?nt en effectief mogelijk moet worden ingezet en dat technologische mogelijkheden hier een belangrijke rol in kunnen spelen6. We zetten een aantal grote innovaties op een rij.

1. Gamification in de opsporing
Momenteel zien we vormen van gamification in de opsporingstechnieken. Door Pok?mon Go-achtige applicaties te ontwikkelen, wil de politie het voor de burger aantrekkelijk maken om deel te nemen aan de opsporing. Een goed voorbeeld is de app ?Automon?, waarmee burgers op zoek kunnen gaan naar auto?s die als vermist of gestolen geregistreerd staan. Automon maakt gebruik van augmented reality, waarmee de echte wereld met de digitale wereld wordt gecombineerd. De speler kan kentekens fotograferen en ziet gelijk of het voertuig als gestolen geregistreerd staat. Daarnaast kunnen spelers opgeroepen worden om in hun omgeving uit te kijken naar een specifiek kenteken. Spelers verdienen punten wanneer ze een ?hit? hebben. Een andere mobiele applicatie, die momenteel nog doorontwikkeld wordt, is ?Samen Zoeken?. Met deze app kan de burger de politie helpen in haar zoektocht naar vermiste personen. In de app kunnen burger en politie van elkaar zien op welke plaatsen al gezocht is, zodat er geen dubbel zoekwerk verricht wordt. Het belang van dit soort apps is in verschillende zoektochten naar vermiste personen duidelijk geworden, want vaak kreeg de politie hierbij veel ondersteuning van burgers.

2. Wearables en dashcams
De ontwikkelingen in sensor- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat deze technologie ieder jaar goedkoper, krachtiger, kleiner en zuiniger wordt. Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie mobiele apparaten die op het lichaam worden gedragen: de zogeheten wearables, zoals smartwatches, fitbands en slimme brillen. Wearables kunnen onder andere de zelfredzaamheid van burgers vergroten. Een voorbeeld is Nimb, een ring die uitgerust is met een waarschuwingsknop. Wanneer de gebruiker op de knop drukt, wordt een waarschuwingsbericht (inclusief gpslocatie) gestuurd naar een vooraf ingesteld contactpersoon of naar de hulpdiensten. Oftewel een panic button die je altijd bij je hebt. Wanneer op deze manier de drempel verlaagd wordt om verdachte of strafbare feiten te melden, zal de burger naar verwachting ook meer participeren in de opsporing. Een ander voorbeeld zijn de dashcams, waarmee burgers gevaarlijk of strafbaar gedrag op de weg kunnen vastleggen. Het Verbond van Verzekeraars stelde onlangs dat inmiddels ongeveer 250.000 Nederlanders een dashcam bezitten.

3. In en rondom huis
Het gebruik van beveiligingscamera?s om inbrekers af te schrikken en strafbaar gedrag mee vast te leggen, is een bekend fenomeen. Naast camera?s zijn slimme speakers in opkomst in veel (vooral nog Amerikaanse) huishoudens. De Amazon Echo kan antwoord geven wanneer de gebruiker bijvoorbeeld vraagt of er files staan. Maar hoewel dit apparaat vooral gebruikt wordt voor het afspelen van muziek en voor simpele zoekopdrachten, wordt in de VS een moordzaak in de staat Arkansas mogelijk opgelost dankzij deze slimme speaker. De politie ontdekte dat het apparaatje per abuis heeft opgenomen hoe zijn eigenaar is vermoord. Naast slimme speakers bevat ook ?slim speelgoed? vaak microfoons en gps-chips. De ontwikkeling zit hem niet alleen in de opnamefunctie van apparaten, maar ook in het feit dat opgenomen data in toenemende mate naar de Cloud geschreven wordt. In theorie wordt deze data dus toegankelijk voor de hele wereld.

Een andere ontwikkeling is het uitrusten van consumentenproducten met chips die het voor de burger mogelijk maken om het product met behulp van een smartphone op te sporen wanneer deze vermist of gestolen is. De telefoon geeft bijvoorbeeld automatisch een melding wanneer een fiets onbedoeld verplaatst wordt. Het is vervolgens aan de burger om de keuze te maken om er zelf achteraan te gaan of de politie in te schakelen.

De digitale schandpaal en de rol van de politie

Zeventien miljoen paar ogen op straat. Het klinkt mooi, en naar de mogelijkheden moet zeker goed gekeken worden. Maar er schuilen ook grote risico?s in deze nieuwe denkwijze. Want burgers zijn niet getraind om politiewerk te doen en kunnen hierdoor in gevaarlijke situaties terechtkomen of trauma?s oplopen, bijvoorbeeld bij het vinden van een lichaam in een zoektocht naar een vermist persoon. Daarnaast bestaat er het risico dat burgers uit vergelding opsporingswerk gaan verrichten, en dus voor eigen rechter gaan spelen. Een ander struikelblok is dat participerende burgers mogelijk belangrijke sporen wissen, waardoor een eventuele veroordeling in het geding komt. Wanneer burgers zelfgemaakte foto?s of video?s als bewijsmateriaal aanleveren, zijn deze vaak van slechte kwaliteit. Burgers zetten de beelden soms ook op social media, waardoor al meerdere malen mensen onterecht als dader zijn aangemerkt en aan de digitale schandpaal zijn genageld. Kortom: het is belangrijk dat de politie de regie pakt daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders van de straat te halen en te houden. Naast het vormgeven en handhaven van de grenzen van burgerparticipatie loopt de politieorganisatie nog tegen een andere uitdaging aan. Want sinds de opkomst van de smartphone en social media wordt er een gigantische hoeveelheid aan foto- en filmmateriaal door burgers vervaardigd. In theorie biedt dit natuurlijk enorm veel mogelijkheden voor opsporingsinstanties. Maar in de praktijk zorgt het vaak voor verwarring, chaos en privacyvraagstukken. Daarnaast vergt het enorm veel politieinzet om alle foto?s en filmpjes daadwerkelijk te analyseren.

Conclusie

De nieuwe vormen van burgerparticipatie kunnen een aanzienlijke verandering in de openbare veiligheid teweegbrengen en kunnen ons huidige begrip van politiewerk aanzienlijk herdefini?ren. Burgerparticipatie bij opsporing is niet te stoppen. Hoewel we ons terdege bewust zijn van de bedreigingen en obstakels die dit nieuwe type van politiewerk in de weg staan, moedigen we beleidsmakers sterk aan om de mogelijkheden en prachtige kansen die de nieuwe vormen van burgerparticipatie bieden niet uit het oog te verliezen. Essentieel is wel dat de politie haar regierol blijft houden en vanuit deze rol de burgerparticipatie in goede banen leidt, zodat burgers niet voor eigen rechter gaan spelen en het vertrouwen van burgers niet geschaad wordt. Maar zoals beschreven gaan de ontwikkelingen enorm snel, en hier moet op geacteerd worden. Als de politie niet snel en adequaat inspeelt op de ontwikkeling van burgerparticipatie, wordt de openbare orde en veiligheid in gevaar gebracht.

[slideshare id=104362228&doc=17-miljoen-agenten-180705123748&type=d]

Bron: Trends In Veiligheid

App: StopIt

k12 app phones side image

Pesten is een probleem in de hele wereld. Ongeveer 1 op de 3 kinderen zeggen dat ze gepest worden. Hoewel er vooruitgang geboekt is dankzij meer bewustwording van het probleem, is cyberpesten een groeiend probleem, dat de aanpak moeilijker dan ooit maakt voor de slachtoffers ervan. Een nieuwe app is in veel scholen van de VS geaccepteerd om het gemakkelijker maken om cyberpesten te melden.

De overgrote meerderheid van pestgedrag in Amerika gebeurt nog steeds op school. Maar een groeiend aantal studenten wordt nu digitaal gepest. “Wat we zien is dat cyberpesten of online intimidatie niet per se vaker voorkomt dan fysiek pesten, maar dat het snel verergert omdat het een extra vorm is met nieuwe mogelijkheden. Dus als je gepest wordt op school, heb je ook meer kans online gepest te worden en dat verergert wat er al gaande is, omdat je het niet zomaar weg kunt halen, “zei Joe Kosciw, hoofd research en strategie van GLSEN. Wat vroeger kon worden beperkt tot de school is nu een probleem waar geen ontsnappen meer aan is. De aanvallen bestaan ??meestal uit intimiderende teksten en het verspreiden van valse geruchten via sociale media.

David Brearley van de High School in Kenilworth, New Jersey, probeert het probleem aan te pakken met nieuwe technologie. Deze school heeft de nieuwe app StopIt geintroduceerd. Studenten kunnen het gratis downloaden, en kunnen dan een ??foto maken van een online incident en dan opsturen naar de school als een klacht. “Alles wat er op gebeurt op Facebook, Twitter, Snapchat, je kunt er een foto van maken en dat naar ons sturen, “zei Brian Luciani, van de school. Hij ontvangt nu ??gemiddeld zeven beschuldigingen van pesten per maand. Sinds de introductie van de app anderhalf jaar geleden, is dat aantal pestmeldingen gedaald tot drie. “Het afschrik effect is heel krachtig omdat de leerlingen begrijpen dat op elk moment een foto kan worden gemaakt en gerapporteerd aan school, aan hun ouders of iemand anders.” Meer scholen onderzoeken nieuwe technologische mogelijkheden om pesten te stoppen. De app is nu al gebruikt op meer dan 100 scholen in de Verenigde Staten.21n4oq1

Voor oplossingen tegen pesten en cyber pesten, sprak CCTV-Amerika met expert?Dr Patti Agatston. Ze is de president van de Internationale Vereniging Pesten Preventie en co-auteur van het boek “Cyberpesten: Intimidatie in het digitale tijdperk”.

Lagere school:

Middelbare school:

Op het werk:

De app voor op het werk:

stopitapp

  • StopIt werkt?zowel als afschrikmiddel en faciliteert het “Upstander Effect” (ipv het passieve Bystander effect)
  • Stelt scholieren,?studenten en medewerkers in staat om een screen capture, foto of video van aanstootgevend gedrag op te nemen en anoniem op te sturen naar de aangewezen ambtenaren?op school, of vertrouwenspersoon op het werk of daarbuiten.
  • Melden met 1 druk op de knop
  • Echt Anoniem melden
  • Stelt beheerders in staat om kwaadaardige of fictieve meldingen te onderkennen
  • Overal veilig met de GPS-locatie ondersteuning
  • De paniek knop waarschuwt direct instanties met een locatie en eventueel ook vrienden of familie (vertrouwenspersonen)
  • Tweeweg anonieme communicatie met StopIt messenger
  • Ondersteunt push notificatie van tekst en video

Bronnen: CCTV America, StopIt, NJ

Politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij oplossing cold case

De politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij een onopgeloste vermissing. En dat is vrij uniek. Het gaat om de vermissing van Herman Ploegstra. Hij was 35 jaar toen hij op 26 oktober 2010 verdween.

Hij zou gaan sporten in de plaats Breskens, maar kwam niet meer thuis in zijn woonplaats IJzendijke. Zijn auto is later nog wel gevonden, met daarin zijn sleutels en z’n portemonnee. Na onderzoek gaat de politie inmiddels uit van een misdrijf. Vanavond is er een speciale meedenk-avond. De complete presentatie kun je hieronder bekijken en is geplaatst in een artikel van Omroep Zeeland:

De 35-jarige kraanmachinist Herman Ploegstra uit IJzendijke is in oktober 2010 spoorloos verdwenen, onder verdachte omstandigheden. De politie gaat ervan uit dat hij het slachtoffer is geworden van een misdrijf.

Beloning

De politie wil reuring in IJzendijke brengen om de zaak Ploegstra eindelijk op te lossen. Het cold case team vermoedt dat het antwoord dichtbij is, maar op dit moment zijn er nog geen verdachten in beeld. Er is ook nog altijd een beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 15.000 euro. Die beloning staat al jarenlang uit, maar heeft nog niets opgeleverd.

De familie en het televisieprogramma Vermist hebben in oktober 2014 de beloning?verdubbeld tot 30.000 euro, maar ook die verhoogde beloning leidde niet tot de gouden tip. Inmiddels is die verdubbeling niet meer van kracht en is dus nog ‘alleen’ de originele beloning van politie en justitie van 15.000 euro over.

Vragen

Bij bijeenkomst in het gemeentehuis van de gemeente Sluis, in Oostburg, waren 25 ge?nteresseerden aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werden er ook enkele vragen voorgelegd aan de inwoners van IJzendijke, die de politie graag snel beantwoord wil krijgen:

  • Wie weet er meer over Hermans buitenechtelijke relaties? Het cold case team weet al van meerdere mogelijke buitenechtelijke relaties, maar is nog op zoek naar meer informatie over een Marokkaanse vrouw waar Herman volgens getuigen mee om zou gaan. De politie weet nog niet om wie het gaat.
  • Waar kluste Herman bij ten tijde van zijn verdwijning? Volgens zijn baas verdiende hij een zakcentje bij, mogelijk met zwart werk. De politie wil nu weten waar hij toen bijkluste.
  • Waar is Hermans geheime telefoon? Hij had een tweede telefoon om zo zijn buitenechtelijke escapades geheim te houden. Die telefoon is nooit gevonden.
  • Waar ging Herman heen als hij wegsloop op zijn werk? Tijdens een werkdag ging hij weleens ongeoorloofd weg, de politie wil nu weten waarnaartoe.
  • Naar wie belde Herman vanaf de kraanmachine? Volgens getuigen zat hij urenlang te bellen, de politie wil weten met wie.
  • Werd Herman bedreigd door criminelen? In de periode voor zijn verdwijning zou hij meerdere malen zijn bedreigd, de politie wil nu weten of hij bij criminele activiteiten betrokken was.

De politie hoopt dat dankzij deze zogenoemde bewonersparticipatieavond mensen uit het dorp naar voren komen met nieuwe informatie over de zaak. Tegelijkertijd is het cold case team ook realistisch. De kans is klein dat iemand zijn vinger opsteekt en zegt: “Ik heb het gedaan.” Maar bij het bestuderen van het oorspronkelijke onderzoek is volgens het cold case team gebleken dat nog lang niet alle getuigen het achterste van hun tong hebben laten zien.

Kritisch op het oorspronkelijke onderzoek

Het cold case team is sowieso erg kritisch op het oorspronkelijke onderzoek. Zo zou er niet, of in ieder geval onvoldoende, gekeken zijn op plaatsen waar Herman zich op dat moment mogelijk had kunnen bevinden. Ook zouden niet alle mogelijke getuigen verhoord zijn en waren bij sommige getuigen die w?l ondervraagd zijn volgens het cold case team de verhoren niet grondig genoeg.

Daarom heeft het cold case team besloten om het volledige oorspronkelijke onderzoek opnieuw uit te voeren, inclusief alle verhoren en het forensisch onderzoek. Bovendien zijn er al meerdere bruikbare tips binnengekomen sinds het heropenen van de zaak. De politie is tevreden over het aantal binnengekomen tips, maar hoopt op meer, mede dankzij deze informatieavond.

Emotionele oproep

Tijdens de informatieavond werd ook aandacht besteed aan de impact van deze zaak op de familie. Hermans oudste broer Jan deed daarom een emotionele oproep: “Dit is heel moeilijk, maar ik ben gekomen om te kijken of we dit samen kunnen oplossen, om antwoorden te krijgen op alle vragen. Ik hoop echt dat er antwoorden komen. En aan iedereen die wat weet, zeg ik: meld het. Hoe klein het ook is. Dank u wel.”

Papa, ik mis je

Ook werd een briefje getoond dat dochter Anouk korte tijd na de verdwijning van haar vader schreef. “Papa, ik mis je en ik wil je zien, maar dat gaat niet en ik hoop dat je gevonden wordt”, schreef ze destijds.

Briefje van de dochter van Herman Ploegstra over de verdwijning van haar vader (foto: Politie)

In oktober 2010 verdween de toen 35-jarige Herman Ploegstra spoorloos. Een rechercheonderzoek leverde geen aanwijzingen op. Na bijna acht jaar heeft het Cold Case Team van de politie Zeeland-West-Brabant besloten deze zaak te heropenen.

De feiten op een rij

Tijdens de presentatie zette het cold case team nogmaals de feiten rond Ploegstra’s vermissing op een rij. Herman vertrok thuis rond 19.15 uur en reed naar de sportschool. Daar reed hij tussen 21.15 en 21.30 uur weg, maar hij zou nooit thuis aankomen.

Tussen 23.15 en 23.30 uur vonden vrienden zijn auto, haastig in de berm geparkeerd, met de sleutels nog in het contact en zijn portemonnee en brandweerpieper lagen naast de auto. Bij forensisch onderzoek werden later kleine bloedspatten in de auto gevonden.

Kaart van route die Herman Ploegstra aflegde op dag van zijn verdwijning (foto: Politie)

Het cold case team gaat uit van een misdrijf. Daarbij wordt rekening gehouden met drie scenario’s: dat het gaat om een misdrijf vanuit de familiale kring, de relationele sfeer of het crimineel circuit.

Tweede telefoon

Het cold case team bevestigt het beeld dat eerder in documentaires van misdaadjournalisten Peter R. de Vries en John van den Heuvel werd geschetst, namelijk dat Ploegstra er een dubbelleven op nahield. Hij ging vreemd en onderhield met behulp van een tweede telefoon contact met zijn buitenechtelijke sekspartners.

Het cold case team vermoedt nu dat meerdere ‘bekenden’ van Herman belang hadden bij het laten verdwijnen van zijn ‘geheime vrouwtjes-telefoon’, zoals de politie het toestel omschrijft. Het cold case team hoopt dat er inwoners van IJzendijke zijn die weten wie er mogelijk baat bij zou kunnen hebben om Ploegstra’s tweede telefoon te laten verdwijnen. Verder had Herman volgens het cold case team ruzie met ??n of meer collega-brandweermannen.

Uitgescheurde pagina

In zijn notitieboekje werd een uitgescheurde pagina gevonden. In de pagina eronder stond een vreemde tekst doorgedrukt. Herman schreef daarin onder meer: “Na al die tijd ben ik er vorige week achter je karakter gekomen”, en: “Ik geef om je maar niet op zoo’n manier.” Het cold case team wil nu weten om wie dit gaat.

Notitie van Herman Ploegstra, over wie heeft hij het hier? (foto: Politie)

In Hermans agenda werden ook meerdere vreemde symbolen gevonden. Vermoedelijk waren dit notities voor ontmoetingen met iemand. Mogelijk weet degene met wie Herman die afspraken maakte meer over wat er met hem is gebeurd.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Wat voor symbool dat is, wil teamleider Ralph Nagelkerke van het cold case team niet zeggen. “Ik ga niet vertellen wat wij denken dat het zou kunnen zijn, ik vraag u om aan ons te vertellen wat u denkt dat het is”, zei hij tegen de aanwezigen.

Mysterieuze notities

Het cold case team hoopt dat dorpsgenoten meer weten over deze geheime afspraakjes en mysterieuze notities in zijn agenda. Mogelijk hebben deze notities te maken met Hermans buitenechtelijke escapades, maar het kan ook iets te maken hebben met een ander scenario: dat van zijn vermeende criminele contacten.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Zo heeft Herman voor zijn verdwijning meerdere keren tegen zijn broers gezegd dat hij werd bedreigd, maar niemand kan die bedreigingen bevestigen. “De door Herman geuite bedreigingen zijn door niemand anders waargenomen dan door Herman zelf”, staat te lezen in de presentatie van het cold case team.

Kogel onder de ruitenwisser

Volgens zijn broers had Herman een envelop met daarin een kogel onder zijn ruitenwisser gevonden, waren zijn banden herhaaldelijk lekgestoken, werd hij meerdere malen achtervolgd en kreeg hij ’s nachts vaak dreigende telefoontjes. Volgens het cold case team is daar nog geen hard bewijs voor, maar het is wel een van de scenario’s die nu onderzocht worden.

Sinds de heropening van de zaak heeft het cold case team van de politie al meerdere zaken in beslag genomen die relevant zijn voor het onderzoek. Bij de presentatie kondigt het team aan dat er mogelijk meerdere huiszoekingen zullen volgen en dat de komende tijd meer goederen voor onderzoek in beslag genomen zullen worden.

Nogmaals het briefje van dochter Anouk

Tot besluit van de informatieavond toont het cold case team nogmaals het briefje van dochter Anouk, om alle aanwezigen ervan te doordringen dat nu nog steeds na acht jaar de familie van Herman nog altijd niet weet wat er gebeurd is met hun man, broer, vader of zoon. Iedereen die nog informatie wordt opgeroepen om die nu alsnog te delen, zodat zijn familieleden eindelijk de antwoorden krijgen waar ze nu al bijna acht jaar op wachten.

Bronnen: RTL, Omroep Zeeland

App: FBI Wanted

Vroeger waren wanted posters te vinden in de postkantoren en op straat. Nu heeft iedereen een mobiele telefoon, dus dat is hoe de FBI nu misdaad wil bestrijden. Iedereen die de smartphone-app Wanted gebruikt, kan hun eigen stad doorzoeken en het profiel van een verdachte vinden. Ze kunnen dan een bericht sturen via de app en de FBI vertellen wat ze weten. De FBI noemt het technologiegedreven misdaadbestrijding. “De FBI moet zijn waar de mensen zijn, en dat is op sociale media”, zegt Sandra Breault bij de FBI Las Vegas. “Het is niet alleen op Twitter of Facebook, maar via deze interactieve apps kun je de FBI ook rechtstreeks bereiken.”

De nieuwe mobiele applicatie FBI Wanted biedt het publiek snel en eenvoudig toegang tot profielen, foto’s en meer over FBI-gezochte voortvluchtigen. Er is ook informatie beschikbaar over ontvoerde en vermiste personen, waaronder kinderen. Chris Allen is hoofd van de eenheid Investigative Publicity and Public Affairs, vertelt: “Het doel is om de Wanted-poster voor zoveel mogelijk mensen aan te bieden. Dus dat was vroeger een Gezocht-poster in een postkantoor, want daar waren mensen. En nu gaan we naar waar de mensen zich bevinden – en dat zijn mobiele applicaties.

Je bekijkt je lokale nieuws op tv wanneer je een verhaal over een gezochte voortvluchtige in je gemeenschap ziet. De persoon lijkt iemand te zijn die je een paar blokken verderop hebt gezien. Je pakt je mobiele telefoon, opent de FBI Wanted-app, doorzoekt je stadsnaam en vindt snel het profiel van de persoon met extra foto’s en informatie. De gelijkenis is opvallend. Dus je tikt op de knop “De FBI bellen” in de app en meld wat je weet.

Met de app kunt u bijvoorbeeld:

  • Toegang krijgen tot informatie in ??n gebruiksvriendelijke interface, met ??n tik op het app-pictogram met alle Gezocht-profielen;
  • Maak gebruik van een reeks zoek- en filteropties (zie zijbalk);
  • Meld eenvoudig informatie via knoppen die de FBI bellen of rechtstreeks naar het online formulier van het Bureau gaan voor het geven van tips;
  • Maak een bladwijzer van afzonderlijke profielen met ??n druk op de knop, voeg ze toe aan een favorietenpagina zodat u ze later gemakkelijk kunt openen; en
  • Pas uw startscherm aan om de informatie weer te geven die voor u het meest relevant of interessant is.

Samen met het hierboven beschreven tv-nieuwscenario kan de app in een aantal situaties nuttig zijn. Je zou iemand kunnen zien die op een verdachte of gevaarlijke manier handelt en wil bepalen of die persoon wordt gezocht door de FBI. Of misschien ben je ge?nteresseerd in de gevallen waar het Bureau hulp nodig heeft bij jou in de buurt.

FBI Wanted is de derde mobiele app gebouwd door het Bureau. Met de Child ID-app, ge?ntroduceerd in 2011, kunnen ouders de foto’s van hun kinderen en essenti?le informatie elektronisch opslaan voor het geval hun kinderen vermist raken; het is bijna 350.000 keer gedownload. De FBI Bank Robbers app werd gelanceerd in augustus 2016 en publiceerde onbekende gewelddadige en seri?le overvallers gezocht door het Bureau.

Sinds 1996 – toen de FBI begon met het plaatsen van wanted posters op haar nieuwe website – heeft het Bureau een aantal digitale technologie?n gebruikt om de hulp van het publiek in te lokken bij het lokaliseren en identificeren van verschillende individuen. Deze hulpmiddelen zijn oa:

  • Sociale media: de FBI publiceert informatie over voortvluchtigen, vermiste personen en andere personen via meer dan 60 afzonderlijke pagina’s of sites voor sociale media, waaronder een speciale FBI Most Wanted Twitter-pagina met 50.000 volgers.
  • Digitale reclameborden: sinds 2007 werkt de FBI samen met externe reclamebedrijven om belangrijke openbare veiligheidsberichten te delen, waaronder meldingen over gezochte voortvluchtigen en vermiste kinderen, op ongeveer 6700 digitale billboards in het hele land.
  • Audio- en video-podcasts: het bureau publiceert een regelmatige reeks podcasts in de reeks Wanted by the FBI die beschikbaar zijn op iTunes en FBI.gov. Video-podcasts – of vodcasts – kunnen worden bekeken op YouTube of de FBI-website.
  • RSS-feeds: op FBI.gov kun je je op 170 verschillende feeds abonneren die het nieuws en de informatie van de organisatie bezorgen. Meer dan 70 van deze feeds hebben betrekking op opsporingsberichtgeving.
  • Mobiele app: op basis van de Bank Robbers-website brengt de FBI Bank Robbers App de locatie van overvallen lokaal en nationaal in kaart en stelt mensen in staat zich aan te melden voor nieuwe vermeldingen.
  • Widgets: de FBI heeft verschillende widgets of modules gemaakt die kunnen worden opgenomen in andere websites of blogs, waaronder vier met betrekking tot het Wanted-programma: Ten Most Wanted, Wanted door de FBI, Predators en vermiste personen en meest gezochte bankrovers.

Bronnen: FBI

Agent in burger

De politie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP). Sociale media en nieuwe technologie spelen hierbij een belangrijke rol, omdat ze nieuwe mogelijkheden cre?ren voor verdergaande samenwerking. Daarnaast is er een trend dat burgers meer initiatieven gaan nemen, wat (nog) meer eisen stelt aan de co?rdinatie van verschillende activiteiten. Om goed in te kunnen spelen op het brede scala aan burgerhulp is meer inzicht nodig in de mechanismen die hieraan ten grondslag liggen.

Een artikel van Jos? Kerstholt, hoogleraar psychologische besliskunde aan de Universiteit Twente en Arnout de Vries, senior onderzoeker op het gebied van veiligheid en internet. Beiden zijn werkzaam bij TNO.

Binnen het concept van GGP is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Op basis van
een categorisatie van Van der Land, Van Stokkom en Boutellier (2014) stelden Kerstholt et al. (2015) een indeling langs twee dimensies voor: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein (zie tabel 1).

Burgerparticipatie: altijd een ?agent? in de buurt
Voor de mate van betrokkenheid van burgers bij een activiteit werd de volgende driedeling gehanteerd: informeren en consulteren; adviseren; en coproduceren/meebeslissen. Bij informeren en consulteren is de betrokkenheid van burgers het laagst, omdat de controle en beslisbevoegdheid geheel bij de politie liggen. Dat is anders op het hoogste niveau van participatie, waar sprake is van een gelijkwaardige samenwerking en burgers en politie gezamenlijk het probleem aanpakken. Daarnaast kan burgerparticipatie plaatsvinden in verschillende veiligheidsdomeinen: preventie, handhaving, opsporing en ?kwaliteit van leven?. In de tabel staan typische voorbeelden van initiatieven waarin burgers en politie in bepaalde mate samenwerken op elk veiligheidsdomein.

De rol van social media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet los staan van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van online communicatie ten behoeve van offline contactmomenten is het concept van de mobiele wijktafel en later het ?pop-uppolitiebureau? dat door de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot landelijke bekendheid kreeg en daarna in diverse andere eenheden,
maar ook bij andere veiligheidspartners opvolging zag. Over het algemeen is er een verschuiving waarneembaar naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding
naar meer politietaken, waaronder ook opsporing. Deze verschuiving brengt echter ook de nodige risico?s met zich mee. Burgers die bijvoorbeeld actiever worden in handhaving of opsporing maken steeds vaker inbreuk op privacy van anderen en eigenrichting ligt op de loer. Om deze initiatieven in goede banen te leiden, is het van belang beter te begrijpen wat burgers motiveert om mee te doen aan activiteiten in het veiligheidsdomein.

Menselijk gedrag
Menselijk gedrag wordt door verschillende factoren be?nvloed. Om als burger in actie te komen, moet je bijvoorbeeld weten dat er ?berhaupt een probleem is. Mensen be?nvloeden elkaar bij het detecteren en oplossen van allerlei problemen en ook hoe burgers de politie zien speelt een rol bij de bereidheid om zelf in actie te komen. Op alle niveaus (individueel, groep en institutioneel) spelen verschillende mechanismen een rol. Inzicht in deze mechanismen biedt aangrijpingspunten voor meer effectieve interventies (Lub, 2013).

Individueel niveau
Bewustwording De eerste voorwaarde om in actie te komen, is dat burgers zich ervan bewust zijn dat er ?berhaupt een probleem of risico is en dat zij iets kunnen bijdragen aan de oplossing
daarvan. Binnen de handhaving wordt dit vaak al op een?goede manier gecommuniceerd. Een bericht dat bijvoorbeeld via Burgernet wordt verspreid, geeft duidelijk aan wat er aan de hand is (bijvoorbeeld een vermissing) en wat er van burgers wordt verwacht (geef het door als je iemand ziet die aan dit signalement voldoet).

Samenwerking met burgers vindt steeds meer plaats op het snijvlak van offline en online communicatie. Zo werkt de politie momenteel aan webcare voor modern contact met burgers. Via sociale media kunnen vragen van burgers worden beantwoord en kan gerichter advies worden gegeven. Dit draagt niet alleen bij aan een grotere bewustwording onder burgers, maar zal ook invloed hebben op de zichtbaarheid en legitimiteit van de politie.

Efficacy
Verder is van belang dat mensen zichzelf in staat achten om het aangeboden handelingsperspectief ook daadwerkelijk uit te voeren (in het Engels self-efficacy genoemd). Een heel simpel voorbeeld is dat mensen misschien niet weten waar zij een bericht naartoe moeten sturen als zij een voorval in hun buurt willen melden. En wat complexer voorbeeld is dat voor conflictbemiddeling specifieke competenties nodig zijn waarover niet iedereen beschikt. En ook niet iedereen zal zichzelf in staat achten om bij te dragen aan toezicht via een buurtpreventieteam.

Naast self-efficacy wordt response efficacy onderscheiden: de inschatting van mensen dat hun actie ook daadwerkelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem. Bij fietsendiefstal bijvoorbeeld is de response efficacy doorgaans laag. Mensen kunnen wellicht wel aangifte doen, maar omdat ze inschatten dat het effect van hun handeling laag zal zijn, doen ze dat misschien toch niet. Van een
gebrek aan response efficacy is eveneens sprake bij de toenemende cybercrime, waarbij de verwachtingen van burgers na aangifte over opvolging op gespannen voet staan
met het huidige gebrek aan kennis op dit gebied bij de politie en de lage pakkans.

Een voor de hand liggende manier om self-efficacy te versterken, is burgers feedback te geven over hoe hun activiteiten hebben bijgedragen aan het oplossen van bepaalde problemen. In het voorbeeld van aangifte bij fietsdiefstal kan de response efficacy verhoogd worden door meer feedback te geven over wat er is gebeurd met de aangifte, zodat de inschatting van mensen over het nut van aangifte zal toenemen.

?The police are the public and the public are the police?

Sir Robert Peel (188-1850), voormalig premier van het Verenigd Koninkrijk en oprichter van de Metropolitan Police in Londen in 1829.

Emoties
Behalve voor bewustwording en kennis is er de laatste jaren ook meer aandacht gekomen voor de invloed van emoties op de motivatie van burgers om in actie te komen. Emoties zijn een belangrijke trigger voor gedrag. Onderzoek van Schreurs et al. (2018) laat bijvoorbeeld zien dat directe reacties van burgers op misstanden, zoals mensen aanspreken op hun gedrag of de politie bellen, sterk worden gestuurd door morele emoties als schuld, verwarring of boosheid.

Emoties worden steeds vaker via sociale media gedeeld, waardoor een vonk kan overslaan op anderen (Kramer, Guillory & Hancock, 2014; De Vries et al., 2018). Zo werden heftige emoties losgemaakt door de opsporingsvideo van de ?kopschoppers Eindhoven?. Hoewel de daders dankzij de hulp van een grote groep burgers in ??n dag werden opgespoord, kregen zij strafvermindering omdat hun privacy was geschaad. Hoewel de burgers waarschijnlijk in actie kwamen door de verspreide beelden, laat dit voorbeeld dus ook zien dat politie en Openbaar Ministerie in het contact met burgers een goede balans moeten zoeken tussen informatiewaarde en de rol van emoties. Inspelen op emoties vereist een andere manier van communiceren dan alleen maar informeren en is ook lastiger omdat emoties niet overeen hoeven te komen met wat er feitelijk gaande is.

Groep

Trekkers en volgers
Mensen leven niet in een sociaal vacu?m, maar worden sterk be?nvloed door hun sociale omgeving. Bij initiatieven die burgers zelf nemen kan een onderscheid worden gemaakt tussen trekkers en volgers. Trekkers nemen een bepaald initiatief, bijvoorbeeld het opzetten van een zoekactie als iemand wordt vermist. Zij zijn vaak mensen die iets voor hun omgeving willen betekenen en bij meerdere initiatieven betrokken zijn. In de praktijk is er echter een veel grotere groep volgers: mensen die met het initiatief gaan meedoen. Dit komt niet door gebrek aan motivatie, maar simpelweg omdat menselijk gedrag nu eenmaal redelijk associatief tot stand komt. Bij de vermissingszaken van Ruben en Julian en later ook Anne Faber ontstond, aangewakkerd door (sociale)
media, een ongekende betrokkenheid die al snel leidde tot grootschalige mobilisatie onder burgers om te gaan zoeken. In de zaak van Anne Faber richtte de familie zelfs een soort eigen TGO (Team Grootschalige Opsporing) op naast het TGO van de politie. Enerzijds kon de politie hier baat bij hebben, omdat burgers de belangrijkste succesfactor zijn in de opsporing (Kop, 2016), maar anderzijds kon het onderzoek hiervan schade ondervinden doordat bijvoorbeeld sporen vernield werden. In dit soort situaties is het lastig om een balans te vinden tussen de belangen van effectieve opsporing en die van de helpers en de nationale aandacht die dit soort situaties nu eenmaal oproept.

Een recente innovatieve ontwikkeling is de co?rdinatie van zoekacties van burgers naast die van de politie in goede banen leiden via apps als ?Samen zoeken? (zie kader). Hierin is aandacht voor overdracht van informatie over bijvoorbeeld gebieden waar men geweest is, maar wordt ook vermeld wanneer de politie een zoekactie van burgers overneemt.

“De familie richtte zelfs een soort eigen TGO op naast dat van de politie”

De zoektocht naar Anne Faber
?Als een van de ME?ers het commando ?voorwaarts, n?? roept, stapt het legertje burgers als lijn het bos in; rustig lopen de zoekers voorwaarts, soms gehinderd door dicht struikgewas en stekelige braamstruiken. Opeens klinkt het commando ?Halt houden, n?? door de bosschages als de linie uiteen dreigt te vallen. Snel wordt de rij hersteld? (Penris, 2017). Of massale zoektochten door burgers veel zin heeft, wordt door deskundigen betwijfeld. Maar als ze dan toch gaan zoeken, dan kun je dat maar beter in goede banen leiden. Helemaal zinloos zijn de massale zoekacties zeker niet, want je houdt de mensenmassa ermee in de hand. De politie kan op deze manier bovendien veel effici?nter zoeken op de plekken waar het er echt toe doet, zoals in het water. Sinds de
vermissingszaak van Ruben en Julian in 2013 heeft de politie volgens Petra Blankwaard van het burgerinitiatief ?Zoek Je Mee? grote stappen voorwaarts gemaakt. ?Ze zijn heel actief op sociale media, delen veel informatie met de burger, geven antwoord op vragen en reageren heel serieus op tips, hoe waardeloos die ook kunnen zijn.?

Samen zoeken
?Samen zoeken? is een app die burgers helpt in de co?rdinatie van het (mee)zoeken naar een vermiste en geeft tips hoe en waar te zoeken. De app is nog in ontwikkeling en is in eerste instantie een zelfhulptool om een zoekactie op te starten, waarna mensen die willen meezoeken zich kunnen aansluiten. Via gps wordt op een kaartje bijgehouden waar men gezocht heeft. Deelnemers kunnen onder meer foto?s toevoegen en chatten met de co?rdinator en zodra de politie aansluit, kan alle informatie over de zoektocht overdragen worden. Dit initiatief getuigt van een wezenlijk andere kijk op burgerparticipatie: de politie vraagt burgers niet om te helpen bij opsporing, maar helpt burgers bij hun zoektocht.

Sociale samenhang
Burgers die in buurten wonen met een grote mate van sociale samenhang komen eerder in actie dan burgers in buurten waarin men zich minder met elkaar bemoeit. Daarnaast komen burgers die al actief zijn in de buurt eerder in actie dan burgers die dat niet zijn (Penris, 2017). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat actieve burgers grotere netwerken hebben, waardoor zij eerder informatie krijgen over een bepaald initiatief (zie de paragraaf over bewustwording hiervoor).

Een voorbeeld van activiteiten op groepsniveau zijn de duizenden BuurtWhatsAppgroepen. Hoewel dergelijke platformen nuttig zijn voor het delen van allerlei aan veiligheid gerelateerde informatie, verloopt het contact tussen de politie en de BuurtWhatsAppgroepen op veel plaatsen nog moeizaam door allerlei belemmeringen. Zo is er privacy- en politiewetgeving die het de politie lastig maakt om lid te worden van deze groepen en met gemiddeld ??n wijkagent per vijfduizend inwoners is het onhaalbaar om goed contact te onderhouden met alle deelnemers.
Overal in het land zoekt men naar betere werkvormen, zoals WhatsAppgroepsbeheerders die met elkaar een escalatiegroep vormen over de buurtgroepen heen en als intermediairs contact houden met elkaar en met overheidsinstanties, waaronder de politie.

BuurtWhatsApp
De duizenden BuurtWhatsAppgroepen in Nederland hebben steeds vaker een kort lijntje met de politie, en dat helpt. Koppen als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? zijn te vinden in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Ook worden hiermee verloren voorwerpen en huisdieren teruggevonden ? minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn. De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook, waar andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. En in de meeste spelregels staat duidelijk dat burgers geen vervanging zijn van de politie. Een belangrijke spelregel is dan ook: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen. BuurtWhatsAppgroepen zijn daarmee geen vervanging van, maar een belangrijke aanvulling op bestaande politiekanalen.

Instituties

Van burgerparticipatie naar politieparticipatie
Naarmate burgers zelf meer initiatieven nemen (verschuiving op de participatieladder) en ook het pakket van veiligheidstaken breder wordt (van handhaving naar preventie en opsporing), verandert de rol van de politie. Over het algemeen is een omschakeling vereist van een organisatie die top-down stuurt naar een organisatie die initiatieven van burgers omarmt en faciliteert. In deze context wordt wel gesproken van de verschuiving van burgerparticipatie naar politieparticipatie.

Vertrouwen
Vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te bevorderen (Beunders et al., 2011; Flight, Van den Andel & Hulshof, 2006). Uit de Veiligheidsmonitor van 2017 (CBS, 2017), die opnieuw dalende criminaliteitscijfers laat zien, blijkt dat vanaf?2005 de tevredenheid over het contact met de politie met?15?procent is toegenomen en dat de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt en in het algemeen niet is veranderd in vergelijking met?2016, maar iets is toegenomen in vergelijking met?2012. Slechts 20 procent van de burgers is het echter eens met de stelling dat
de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (47 procent) over de zichtbaarheid van de politie, waarbij 40 procent vindt dat de politie ?te weinig uit de auto komt?. De Commissie-Kuijken, die uitgebreid onderzoek deed naar de stand van zaken binnen de politieorganisatie, constateerde: ?Dankzij beyond the call of duty inzet en improvisatievermogen in alle geledingen van het korps bleven ondanks alle interne turbulentie de operaties en de voor de burger direct zichtbare dienstverlening goeddeels doordraaien? (Kuijken, 2017).

Empowerment
Om burgers in actie te laten komen, is het niet alleen vertrouwen van burgers in de politie nodig, maar ook vertrouwen van de politie in burgers. Paton (2013) spreekt in dit verband van empowerment. Burgers die het gevoel hebben dat zij controle hebben over de situatie en door professionals serieus genomen worden, zijn actiever en zullen meer doen voor het gemeenschappelijke belang.

Zowel in het faciliteren als het stimuleren van burgerinitiatieven is goede communicatie van groot belang. Dat lijkt simpel, maar is het niet. Communicatie wordt sterk be?nvloed door de verwachtingen die partijen van elkaar hebben. Tonkens en De Wilde (2013) constateren op basis van casestudies bijvoorbeeld dat burgers zich vaak niet serieus genomen voelen in de communicatie met instituties. Mogelijk spelen emotionele factoren (zoals erkenning, respect en gezien worden) hierbij een grotere rol dan de inhoud.

Conclusies
Burgers kruipen individueel of als groep steeds meer in de rol van de politie en zij doen dat met betrekking tot steeds meer politietaken: preventie en toezicht, handhaving, opsporing en hulpverlening. Er is een verschuiving gaande naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding naar een toenemend aantal domeinen van politiewerk. De rol van de politie verschuift daarmee steeds meer naar politieparticipatie.

De rol van de politie kan vari?ren van het faciliteren van processen om zaken in goede banen te leiden tot het overnemen van taken van burgers als dat nodig is. De politie dient daarom meer in de huid te kruipen van burgers, want alleen als zij de onderliggende psychologische mechanismen begrijpt, kunnen de interventies worden gekozen die hierbij goed aansluiten. Daarnaast kunnen professionals de burgeramateurs helpen met advies over hoe zij bepaalde zaken kunnen aanpakken. Een voorbeeld is de app ?Samen zoeken?, die burgers helpt met advies en hulpmiddelen om
zelfstandig een zoekactie op te zetten en wanneer nodig de samenwerking met de politie op te zoeken, zeker bij complexe en risicovolle zaken.

Er dient meer aandacht te zijn voor de rol van (sociale) media als het om zaken gaat die sterke emoties oproepen. Wijzen op (zelf)hulpmiddelen en advies op inhoud volstaat dan niet meer. Interventies die gericht zijn op het kanaliseren van emoties worden belangrijker en lokale webcare, maar ook nieuwe vormen van samenwerking kunnen hierin een belangrijke rol spelen. In alle gevallen zal de reactie op maat moeten zijn, toegesneden op de lokale context. Dit betekent dat basisteams en wijkagenten discretionaire ruimte nodig hebben: zij moeten de ruimte hebben om
binnen algemene kaders zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie.

Vertrouwen in elkaar en een samenwerkingsbasis in de ?koude fase? zijn noodzakelijke voorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie op het moment dat het er (ineens) toe doet. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn noodzakelijk om het vertrouwen van burgers in de politie te bevorderen. Sociale media en webcare kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Door snelle en directe communicatie kunnen burgers beter betrokken worden en wordt het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde van burgers verbeterd en beter benut. ?

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions).

Literatuur

  • Beunders, H.J.G., Abraham, M.D., Dijk, A.G. van & Hoek, A.J.E. van (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
  • Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2017). Afname criminaliteit in alle delen van Nederland. Geraadpleegd op 7 mei 2018 via?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/09/afname-criminaliteit-in-alledelen-nederland
  • Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
  • Kerstholt, J.H., Vries, A. de, Mente, R. & Huis in ?t Veld, M. (2015). Politie en burgers. Van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid, 14, 78-88.
  • Kop, N. (2016). Burgerparticipatie in de opsporing. Kunnen we een treetje hoger? Tijdschrift voor de Politie, 78(7), 27-30.
  • Kramer, A., Guillory, J.E. & Hancock, J.T. (2014). Experimental evidence of massive-scale emotional contagion through social networks. Proceedings of the National Academy of Sciences,?111(24),8788-8790.
  • Kuijken, W.J., (2017). Evaluatie Politiewet 2012. Doorontwikkelen en verbeteren. Den Haag: Commissie Evaluatie Politiewet 2012.
  • Land, M. van der, Stokkom, B. van & Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid. Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid. Den Haag: WODC.
  • Lub, V. (2013). Schoon, heel en werkzaam? Sociale interventies op het terrein van leefbaarheid wetenschappelijk beoordeeld. Den Haag: Boom Lemma.
  • Paton, D. (2013). Disaster Resilient Communities. Developing and testing an all-hazards theory. IDRiM Journal, 3(1) 1?17.
  • Penris, I. (2017). Publiek zoekt massaal mee. Maar heeft dat zin? Algemeen Dagblad, 6 oktober.
  • Schreurs, W., Kerstholt, J. Giebels, E. & Vries, P. de (2018). Citizen participation in the police domain. The role of citizens? attitude and morality. Journal of Community Psychology (doi: 10.1002/jcop.21972).
  • Tonkens. E. & Wilde, M. de (2013). Op zoek naar erkenning. Verhitte verhoudingen tussen bewoners en instituties. In: E. Tonkens & M. de Wilde (red.), Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk. Amsterdam: Van Gennep.
  • Vries, A. de, Menkhorst, M., Vliet van, H., Stavleu, H., Bonte, C. & Schilder, C. (2018). Wie kijkt er mee?? Het Nieuwe Melden. De impact van beeld. Den Haag: TNO

Bron: Tijdschrift voor de politie

[slideshare id=102812278&doc=1805tvdplowres-180622110139&type=d]

Filmende tienermeiden jagen op zakkenrollers

Tienermeiden Sara en Iris uit Rotterdam hebben een bijzondere hobby. In plaats van de gebruikelijke selfies, leggen ze met hun mobiele telefoon zakkenrollers vast. Dankzij hun inspanning heeft de politie Rotterdam in een jaar tijd zeventig zakkenrollers opgepakt.

Ze willen niet met achternaam of leeftijd genoemd worden. ,,Het liefst blijven ze zo anoniem mogelijk”, legt politiewoordvoerder Willemieke de Vos uit.

Het tweetal begon tussen het winkelend publiek op Zuidplein. Inmiddels lopen ze twee dagen in de week rond in het centrum van Rotterdam en hebben ze contact met wijkagent Henri Appeldoorn. Die geeft hen tips. Onveilig is het nooit, stelt de politie. ,,Ze blijven altijd op gepaste afstand, houden met elkaar contact via de telefoon, en wanneer ze een dief in het vizier hebben stappen ze op beveiliging af of bellen ze ons.”

Het tweetal werd niet direct serieus genomen door beveiligers. ,,Inmiddels kennen ze ons bijna allemaal.?

Niet moeilijk

De politie van Rotterdam liet de meisjes ? geanonimiseerd ? aan het woord. Volgens de twee is het niet moeilijk een zakkenroller te ontdekken tussen het winkelend publiek. Hun signalement? De gauwdieven lopen qua mode drie jaar achter, dievegges lopen vaak op ?afgetrapte ballerina?s?, dieven op afgetrapte sportschoenen. En niet onbelangrijk: de straatstropers gedragen zich vreemd. Zo steken ze ?een winkelstraat vaak meerdere keren over en kijken ze vaak achterom?.

De politie van Rotterdam is dolblij met alle hulp. ?Samenwerking met burgers is essentieel?, zegt Willemieke de Vos van de Rotterdamse politie. ?Maar deze meiden hebben zich in korte tijd ontwikkeld tot een zeer gewiekst koppel. Of ze gevaar lopen? Wij denken van niet. Ze zijn tot nu toe nog nooit herkend en als ze het gevaarlijk vinden worden, dan stoppen ze ermee.?

De twee werken inmiddels samen met beveiligers in het centrum van Rotterdam en dragen zo de zakkenrollers aan de politie over. ?Ze leveren dus ?cht een bijdrage aan de veiligheid van de stad?, aldus De Vos.

Bronnen: AD, Trouw, Hart van Nederland