Categoriearchief: Burgeropsporing

Find My Phone: documentaire

anthony-van-der-meer

Per week wordt er in Nederland ongeveer 300 keer aangifte gedaan van smartphonediefstal. Naast het feit dat jij een vaak dure telefoon kwijt bent, heeft een onbekende ook nog eens toegang tot al je foto?s, video?s, e-mails, contacten en berichten. Maar wat voor persoon steelt eigenlijk een telefoon? En waar komen al die smartphones uiteindelijk terecht?

Op die vragen probeert Anthony van der Meer (23)?een antwoord te geven in zijn afstudeerdocumentaire?Find my Phone.

Anthony kwam op het idee voor de film nadat z’n eigen telefoon?gestolen werd?in een caf? in Amsterdam. “Ik vond het echt een heel naar idee dat iemand anders toegang had tot mijn foto’s, mijn contacten, mijn mail.” vertelt hij de NOS. Maar de diefstal maakte hem ook nieuwsgierig. “Ik wilde weten waar mijn telefoon terechtkwam.”

Hij ging op onderzoek uit en kwam op het idee om nog een keer een?telefoon te laten stelen, maar dan eentje met aangepaste spionagesoftware Cerberus erop. Via de software kan hij op zijn computer de telefoon op afstand uitlezen. Hij kan zien waar de telefoon precies is, hij kan?berichten lezen, contactgegevens zien. Maar hij kan ook foto’s, video’s en geluidsopnamen maken.?Zo ziet hij al snel dat de dief er een Arabische simkaart in plaatst, dat hij een Egyptenaar is die vooral in Amsterdam verblijft.?En het duurt ook niet lang voor hij een foto van het gezicht van de man kan maken.

“Ik vond het op bepaalde momenten extreem stressvol. Ik was constant bang voor een technische fout die ervoor zou zorgen dat ik niks meer met de telefoon kon.” Ondertussen kreeg?hij een inkijkje in het leven van de man.?Hij zag hem?porno kijken op zijn telefoon, hij hoorde hem afspreken met vrouwen die hij online ontmoette, hij hoorde hem bidden. “Ik kreeg een band met hem; toen ging ik me best wel?schuldig voelen.”

Privacy uit je broekzak

boef

De documentaire gaat voor het grootste deel over de dief van de telefoon. Maar dat is niet het enige, zegt Anthony.?”Het is een portret van iemand die een telefoon steelt, maar tegelijkertijd wil ik laten zien hoe makkelijk het was om iemand te volgen. Hoe privacygevoelig je telefoon is.”

Hoe goed kun je iemand eigenlijk leren kennen aan de hand van zijn telefoon? Maar misschien nog wel veel belangrijker. Wat kan iemand allemaal wanneer je telefoon wordt gehackt?

“Via zijn telefoon kon ik zo’n goed beeld van zijn leven krijgen. Dat zou iemand anders ook bij jou kunnen?doen. We doen alles met onze telefoon, we delen er zo veel mee. Stel je voor dat iemand mee kan kijken met alles wat je doet.”

Vervolg

Anthony kon de man in Amsterdam twee weken lang volgen. Daarna ging?de telefoon offline. Zeven maanden later ging hij pas weer aan. Dat was in?Roemeni?. Wie de telefoon?toen in handen kreeg, houdt Anthony nog voor zich. Hij werkt aan een vervolg van zijn documentaire.

Bronnen: NOS, DutchCowboys, Parool, Joop, Bright

Forensic Architecture

HoB calculation 1 amended-new

Hoe zoek je uit wat er gebeurd is op een bepaalde tijd en plaats in een oorlogsgebied? Forensic Architecture, een onderzoeksbureau aan de Universiteit van Londen, doet dit met behulp van de nieuwste technologie?n op het gebied van 3d-modellering. Wetenschappers, architecten en experts op het gebied van ruimtelijke planning werken in dit initiatief samen om internationale aanklagers en mensenrechtengroepen te voorzien van informatie.

Fragment ‘saydnaya’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:


Een van hun grootste projecten is het gevangenencomplex?Saydnaya, dat door de Syrische regering wordt gebruikt om tegenstanders van het regime – waaronder burgerjournalisten – vast te houden en te martelen. Afgezien van de autoriteiten weet niemand precies hoeveel mensen gevangen zitten in het complex. Daarnaast is het voor journalisten niet toegestaan het gebouw te bezoeken. Er is geen beeldmateriaal van het gebouw. De enige mensen die weten hoe het er van binnen uit ziet, zijn de bewakers en de Syrische autoriteiten. Gevangenen zien namelijk niks; ze worden in donkere ruimtes gestopt. Als ze naar een andere ruimte moeten, gebeurt dit geblinddoekt.

‘Forensisch onderzoek in de populaire cultuur gaat over regeringen die onderzoek doen naar burgers; wij draaien de rollen om.’

Desondanks wisten onderzoekers van Forensic Architecture een 3d-model te maken van de gevangenis. Aangezien de gevangenen niets konden zien, werd het model gemaakt afgaande op geluiden als opengaande deuren en voetstappen van bewakers, zoals op de video hierboven te zien is.

forensic-architecture2

De organisatie is bezig met soortgelijke projecten over heel de wereld, zoals onderzoek naar genocide in Guatemala?en Isra?lische aanvallen op de Gazastrook.

Bronnen: Arch Daily, VPRO

Airwars

Airwars is een onderzoekscollectief bestaande uit journalisten, mensenrechtenactivisten en vluchtelingen. Airwars doet onderzoek naar luchtaanvallen uitgevoerd in Syri?, Irak en Libi?. Wegens een gebrek aan transparantie van alle partijen in deze conflictgebieden, doet dit elfkoppige team z?lf onderzoek naar exacte locaties en data van luchtaanvallen. Belangrijker nog; de burgerslachtoffers die hierbij vallen.

Deze worden namelijk vaak ‘over het hoofd gezien’. Zo claimt de Amerikaanse overheid – die aan hoofd staat van de Internationale Coalitie tegen IS – slechts twintig burgerdoden op haar geweten te hebben door bombardementen in 2015. Hoewel het lastig blijft om de exacte data te achterhalen, schat Airwars het aantal burgerslachtoffers in de honderden. De organisatie neemt ook luchtaanvallen van de Russische en Syrische regeringen onder de loep, die volgens bronnen van Airwars vaak met opzet?op burgers gericht zijn.

Fragment ‘Airwars’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:

Maar hoe komt Airwars aan haar informatie?

Het collectief maakt gebruik van een grote verscheidenheid aan bronnen: internationale, lokale en landelijke media worden in de gaten gehouden, samen met berichten op Facebook en Twitter. Ook YouTube en Google Maps worden gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van gebeurtenissen. Soms wordt zelfs propagandamateriaal van IS aangehaald als bewijs, maar dan wordt dat wel als zodoende bestempeld. Omdat niet elke bron even betrouwbaar is, maakt Airwars gebruik van een?beoordelingssysteem. Dit, in combinatie met de brede vari?teit aan bronnen, heeft ertoe geleid dat Airwars gezien wordt als een van de meest betrouwbare bronnen voor westerse media, als het om de oorlogen in Syri? en Irak gaat.

Bronnen: Airwars, VPRO

Jaime van Gastel en zijn hobby: zakkenrollers jagen in Amsterdam

jaime van gastel

Eens per week pakt Jaime van Gastel?de trein naar Amsterdam om daar zijn hobby uit te oefenen: zakkenrollers jagen. Hij is er inmiddels zo bizar goed in dat zelfs de politie er met de pet niet bij kan: ?Je moet het zelf meemaken, anders geloof je het niet.? De jacht is geopend.?Onderstaand?artikel van Jochem Davidse stond eerder in Panorama.?

Zakkenrollers,? zegt Jaime van Gastel (44).

We staan op het Koningsplein in hartje Amsterdam, aan het begin van de Bloemenmarkt, waar het zoals altijd wemelt van de toeristen. In de tien minuten dat we hier staan te posten heb ik om mij heen nauwelijks een woord Nederlands gehoord. Het is Engels, Duits, Spaans, Italiaans en Japans dat hier de klok slaat. Als mieren krioelen hordes toeristen tussen bloembollen, koelkastmagneten, kazen en ansichtkaarten.

?Zakkenrollers? Waar?? vraag ik.

?Ssst,? sist Jaime. ?Hier recht voor je, twee vrouwen en een man.?

Op nauwelijks twee meter afstand van ons loopt het drietal de Bloemenmarkt op.

De vrouwen voorop, de man erachteraan. ?Deze?? vraag ik fluisterend, terwijl ik het gezelschap zo discreet mogelijk nawijs. Jaime knikt. ?Honderd procent,? zegt hij. Behalve op toeristen oefent de Bloemenmarkt ook een grote aantrekkingskracht uit op zakkenrollers. Dat is de reden dat ik hier ben, om op zakkenrollers te jagen, al probeer ik die intenties uiteraard uit alle macht te verbergen. Gemaakt nonchalant scan ik iedereen die passeert, maar het gezelschap in wie Jaime in ??n enkele oogopslag zakkenrollers herkent, had ik op eigen houtje onopgemerkt laten passeren.

?Wat deden ze dan?? vraag ik, terwijl we ons doelwit op afstand achtervolgen.

?Nog niets,? zegt Jaime.

?Ken je hen?? vraag ik.

?Nee,? zegt Jaime. ?Nooit gezien.?

?Maar… Hoe weet je het dan zo zeker?? vraag ik.

Zonder aankondiging duwt Jaime me een bloemenstal in.

?Niet meer kijken nu,? zegt hij. ?Ze hebben ons door.?

Jaime verschuilt zich achter een muur van bloemen, terwijl ik interesse veins in een bak mini-cactussen. Jaime haalt zijn telefoon tevoorschijn.

?Wat doe je?? vraag ik, zonder van de cactusjes op te kijken.

?Ik bel het zakkenrollersteam,? zegt Jaime. ?Wij zijn stuk.?

Door de telefoon hoor ik hem onze locatie en de signalementen van de verdachten doorgeven. Een breedgeschouderde man in een wit T-shirt en met een donkere zonnebril op zijn hoofd, een mollige vrouw met een bril in een lichtpaars T-shirt en een tengere vrouw met lang donker haar, een ronde zonnebril en een zwart-rood gestreept shirt. Een jaar of dertig, veertig. Inmiddels lopen ze niet meer over de Bloemenmarkt, maar drinken ze koffie op een terras in een van de zijstraatjes. Glurend vanachter de bloemen kan ik nog net een glimp opvangen van de man, maar dan trekt Jaime mij weg.

?Wij zijn stuk,? zegt hij nogmaals. ?Ze voelen nattigheid. Als ze ons nog een keer zien, kunnen we het vergeten.

De jongens van het zakkenrollersteam nemen het over.?

?Moeten we daar niet op wachten dan?? vraag ik.

?Die zijn er al,? zegt Jaime.

De verbazing die in rap toenemende mate van mijn gezicht druipt, ontgaat hem niet.

?Zie je die man daar op de hoek, dat is politie,? zegt Jaime terwijl hij wijst naar een kerel met grijs haar, een bruine korte broek, een rugzak en een zwart T-shirt.

?En die ook,? wijst Jaime. Een lange man met een baard en een petje verdiept zich ogenschijnlijk in een rek ansichtkaarten. Uit zijn kontzak steekt een plattegrond van Amsterdam centrum.

Wanneer we ons verder terugtrekken en het ontdekkingsgevaar geweken is, steekt Jaime triomfantelijk zijn hand naar me op.

?YES!!!? roept hij wanneer ik aarzelend zijn high five beantwoord. Jaime lacht.

?Wat is er?? vraagt hij.

?Ik snap hier helemaal niets van,? zeg ik.

De Amsterdamse politie weet al jaren wie ‘zakkenrollerjager’ Jaime van Gastel (44) is, maar door Youtube leert nu ook het grote publiek de waakzame winkelmanager kennen. Zijn filmpjes van pikkedieven in het centrum van Amsterdam zijn een regelrechte hit.

De agenten in burger zijn nagenoeg onherkenbaar, maar als de camera inzoomt zien we hen in ??n geroutineerde beweging een man en een vrouw uit het winkelende publiek plukken. De man verzet zich en wordt tegen een winkelruit klemgezet, de vrouw wordt meteen in de boeien geslagen. Ze huilt, schreeuwt door haar tranen iets in het Roemeens. De camera registreert het allemaal. En dan klinkt in plat Haags, rustig en droogjes: ‘Moet je niet stelen.’

Zakkenrollersradar

In een mailtje vertelde hij over zijn bijzondere hobby: zakkenrollers jagen. Eens per per week neemt hij vanuit zijn woonplaats Almere de trein naar Amsterdam Centraal en loopt dan zijn vaste rondje: Damrak, Dam, Kalverstraat, Bloemenmarkt, Koningsplein, Heiligeweg en dan weer linksaf de Kalverstraat in en terug naar het station. Een toeristische route waarop het vrijwel altijd prijs is. In de ruim tien jaar dat hij het nu doet, pakte de politie op zijn aanwijzingen al zeker vijfhonderd zakkenrollers op.

?Tachtig procent is Oostblokker,? zegt hij op een woensdagochtend in de zon voor Amsterdam CS. Hoewel we tegenover elkaar staan, kijkt hij me geen moment aan. Zijn ogen schieten alle kanten op. Iedereen in zijn blikveld wordt door Jaime in een fractie van een seconde gescand op mogelijke aanwijzingen.

?Probleem is wel dat die tegenwoordig een stuk minder herkenbaar zijn,? vervolgt hij. ?Vroeger liepen Roemenen en Polen in van die vormeloze gedateerde kleding, maar dat is niet meer. Tegenwoordig zijn het prima verzorgde en modieuze types.?

En Jaime kan het weten want hij heeft zijn leven lang in schoenen- en kledingzaken gewerkt. Daar begon ook zijn hobby. Zestien jaar geleden werkte hij als bedrijfsleider in een schoenenzaak in de Kalverstraat. Daar kreeg hij regelmatig mannen over de vloer die niets kochten, maar die hij soms wel geheimzinnig en onverstaanbaar in de kraag van hun jas zag fluisteren. Politie in burger, op jacht naar winkeldieven en zakkenrollers. Zodoende ging hij er zelf ook op letten. In zijn winkel, maar ook na sluitingstijd, wanneer hij door het centrum terugliep naar het station, zag hij steeds vaker handen in zakken en tassen verdwijnen waar ze niets te zoeken hadden. Hij ontdekte de trucs, de hotspots en de patronen, en ontwikkelde zo een zakkenrollersradar die zelfs de pet van opgeleide politieagenten ver te boven gaat. ?Je moet het meemaken, anders geloof je het niet,? vertelt een lid van het zakkenrollersteam mij later.

Vanaf het station lopen we richting Damrak. Les ??n van Jaime?s spoedcursurs Hoe herken ik een zakkenroller? is weinig bemoedigend: ze zijn er in alle soorten en maten. In al die jaren betrapte hij oude kerels, zwangere vrouwen, tienermeisjes, verlopen types en mannen strak in pak. Toch zijn er een paar algemene kenmerken, doceert Jaime. Zakkenrollers zijn minimaal met z?n twee?n zodat de een de handelingen van de ander kan afschermen voor de ogen van derden. Om diezelfde reden dragen ze vrijwel altijd iets bij zich. Dat kan een tas zijn, of een sjaal, een krant of een plattegrond. Alles is goed, zolang het niet te veel opvalt en je er een dievenhand maar voor een paar tellen mee kunt camoufleren.

Zakkenrollers zie je zelden lachen. Veel mensen die door een winkelstraat lopen zijn ontspannen, zakkenrollers niet. Ze zijn aan het werk. Ze zijn gefocust, en dat is vooral wat hen onderscheidt van de brave burgers: hun kijkgedrag. Zakkenrollers kijken niet naar etalages en koopwaar, ze kijken naar mensen, naar spullen van mensen, en dan met name naar tassen en koffers.

?Even wachten hier,? zegt Jaime, waarna hij een paar tellen naar iets of iemand kijkt om vervolgens te concluderen dat het niets is, of niet wat we zoeken.

?Jij wil alleen zakkenrollers toch?? vraagt hij.

?Jij niet dan?? vraag ik.

?Jawel, maar ik zie net een paar gasten met een geprepareerde tas de Bijenkorf binnenstappen. Die gaan stelen. Kon zijn dat je dat interessant vond.?

We lopen verder. Met de lessen van Jaime op zak probeer ik de mensenmassa te lezen. Ik heb jaren in Amsterdam gewoond. Ik moet hier net als Jaime honderden keren gelopen hebben, maar nog nooit zag ik wat hij zag. Het is een andere manier van door de stad lopen, een compleet andere manier van kijken.

?Ga jij weleens winkelen met je vriendin?? vraag ik wanneer we de Dam oversteken.

?Daar vindt ze niet zoveel aan met mij,? zegt Jaime.

?Oh nee?? vraag ik, maar de grap ontgaat Jaime.

De prooi ontsnapt

Wanneer we bij de Bloemenmarkt arriveren gaat zijn denkbeeldige alarm voor het eerst af. Twee vrouwen staan een tijdje op een afstand te dralen en lopen dan de drukte in.

?Zakkenrollers,? zegt Jaime en nog voor we de achtervolging kunnen inzetten, ritst een van hen al een rugzak open van een Aziatische toeriste die er niets van merkt. Onmiddellijk grijpt Jaime naar zijn telefoon.

Een paar minuten later wijst hij mij links en rechts op mannen die deel uit maken van het zakkenrollersteam van de Amsterdamse politie. Agenten in burger die naadloos opgaan in de menigte. Op afstand volgen ze de twee vrouwen richting het Rokin, maar wanneer ze niets verdachts zien en hen een kwartier later in een tram zien stappen, laten ze hen gaan en verleggen ze hun aandacht naar een paar winkeldieven die betrekkelijk eenvoudig, met drie gestolen zonnebrillen ter waarde van 700 euro op zak, in hun kraag worden gevat. Jaime baalt en vloekt een paar keer. De door hem ontdekte zakkenrollers gaan vrijuit. Hij snapt wel waarom. De politie kan het zich niet permitteren om uren achter een vermoedelijke zakkenroller aan te lopen zonder dat die daadwerkelijk iets strafbaars doet. Jaime doet dat wel. Als hij beet heeft, laat hij niet los. Ooit achtervolgde hij een verdacht duo drie uur lang. In die drie uur gebeurde er helemaal niets, maar Jaime vertrouwde op zijn gevoel. Hij kreeg gelijk. Uiteindelijk sloeg het tweetal toe.

?En dan?? vraag ik. ?Als de politie er niet is, wat dan??

?Dat ligt eraan,? zegt Jaime. ?Ik mag niemand aanhouden, ik ben gewoon een burger, maar als het kan probeer ik er wel voor te zorgen dat het slachtoffer zijn eigendommen terugkrijgt. Zakkenrollers schrikken vaak wanneer je erop afrent en laat weten dat je het gezien hebt. Met een beetje geluk laten ze dan de buit vallen en gaan er vandoor.? Wanneer we zonder resultaat voor de tweede keer de hele Kalverstraat zijn door gelopen ? Jaime hanteert een looptempo dat anderen uitsluitend reserveren voor het halen van een trein of bus ? begin ik hem te knijpen. Stel nou dat we niemand pakken vandaag? ?Uitgesloten,? zegt Jaime stellig. ?Op de Bloemenmarkt is het altijd prijs.?

Adrenaline

Het is een bewering die niet alleen voortkomt uit eigen ervaring. Ook de statistieken geven Jaime gelijk. Hoewel landelijk de cijfers spectaculair teruglopen (van 40.000 in 2013 naar 29.000 in 2015), blijft het aantal aangiftes van zakkenrollerij in Amsterdam stijgen. Van 9385 aangiftes in 2014, naar 9573 in 2015. Een stijging van twee procent. En dat ondanks de inzet van gespecialiseerde teams van de politie, voor wie het dweilen met de kraan open lijkt. Ondanks Jaime van Gastel, die hen de zakkenrollers op een presenteerblaadje aanbiedt.Ook deze keer.

?Hier, moet je voelen,? zegt Jaime terwijl hij mijn hand op zijn borst drukt. Zijn hart beukt alsof het eruit wil.

?Adreline,? zegt hij in een dusdanige staat van opwinding dat hij niet de tijd neemt om alle lettergrepen van het woord uit te spreken.

Het drietal vermeende zakkenrollers heeft inmiddels de koffie achter de kiezen. Ze verlaten het terras en lopen door de Vijzelstraat richting de Heineken Experience en de Albert Cuypmarkt. Wat ze niet weten is dat een lid van het zakkenrollersteam amper vijftien meter achter hen loopt. Zelf houden we meer afstand omdat Jaime er nog altijd rekening mee houdt dat wij ?stuk? zijn.

?Maar wat heb je nou eigenlijk concreet gezien?? vraag ik. ?Genoeg,? zegt Jaime. ?Maar wat dan??

?Het is het hele plaatje,? zegt Jaime. ?Het klopt niet. Dit zijn geen toeristen. De man keek op de Bloemenmarkt al even naar een tas, en een van die vrouwen keek twee keer achterom. Daarna gingen ze koffiedrinken, om rustig om zich heen te kunnen kijken en er zeker van te zijn dat ze niet in de gaten werden gehouden.? ?Hoe weet je dat nou zo zeker?? vraag ik. ?Ik kijk ook wel eens achterom. Mijn ogen blijven onbewust ook wel eens aan een tas hangen. Ik drink ook wel eens koffie.? Precies op dat moment gaat Jaime?s telefoon.

?Zie je wel, motherfuckers!? roept Jaime als hij ophangt.

De agent die het drietal op de hielen zit, heeft de mollige vrouw zojuist een poging zien wagen in een vestiging van de Tours & Tickets. Het slachtoffer dat er in de rij stond te wachten had niets in de gaten, maar mist ook geen eigendommen, zo blijkt wanneer een van de agenten het haar laat controleren. Nauwelijks honderd meter verderop, bij een hotdogkraam tegenover de Heineken Experience proberen ze het bij een andere toerist.Van een afstand zie ik hoe ze kort op de rij wachtenden gaan staan en net doen of ze de menukaart bestuderen. Ondertussen zoekt een hand naar kostbaarheden. Een paar seconden. Dan zijn ze weer weg. Jaime?s opwinding kent geen grenzen meer.

?IK ZEI HET TOCH! MOTHERFUCKERS!? roept hij over zijn schouder terwijl hij een rood voetgangerslicht negeert en bijna dood wordt gereden. ?IK ZEI HET TOCH!? roept hij nogmaals vanaf de overkant.

Op heterdaad

Op het Marie Heinekenplein is het prijs. Een groep Amerikaanse toeristen staat te luisteren naar hun gids, wanneer de tengere vrouw in het rood-zwart gestreepte shirt haar slag slaat. Ze mengt zich in de groep en loopt er dan weer uit. Ze is een paar tellen uit ons zicht geweest, maar niet uit dat van het zakkenrollersteam. Uit verschillende hoeken komen agenten in burger aangesneld en in een mum van tijd staat het drietal met handboeien om tegen een muur.

Jaime is er als de kippen bij om zijn trofee?n op te eisen.

?I got you, h?, I got you!? zegt hij grijnzend, terwijl hij zijn neus zo?n beetje tegen die van de aangehouden man drukt. Daarna gaat hij met elke trofee afzonderlijk uitgebreid op de foto. Als een jager met een hert of een wild zwijn. Alleen bij Jaime zijn het Roemenen. ?Zie je dat?? zegt Jaime, wijzend op de tengere vrouw die, gelet op het mooie weer, een opvallende sjaal draagt. ?Om af te schermen, h?.? Het slachtoffer is inmiddels ook achterhaald. Van de politie-actie op het plein heeft ze niets gemerkt en van het zakkenrollen evenmin. Als een agent haar aanspreekt, heeft ze geen idee waarover het gaat. Ze mist niets. ?Kijkt u eens goed in uw tas,? zegt een agent.

?Maar die heb ik de hele tijd in mijn handen,? zegt de vrouw.

?Kijkt u toch even,? zeg de agent. De verbazing op haar gezicht maakt plaats voor ongeloof en daarna voor blinde paniek. Haar portemonnee, met een flinke hoeveelheid cash en al haar creditcards, is weg. Net als het paspoort van haar man en dat van haarzelf. De agent geeft haar de buit terug. De tengere Roemeense was het gelukt om de buit ongezien uit de handtas van de Amerikaanse te vissen, terwijl die haar tas dus in haar handen had. Haar dank is groot. En Amerikaans.

?You guys are heroes,? zegt ze. ?You keep this city safe! God bless you!?

Dankbaar nemen de leden van het zakkenrollersteam de complimenten in ontvangst. Complimenten die voor een groot deel ook Jaime toekomen. Tegen een van de agenten zeg ik dat ik het opvallend vond hoe snel ze na zijn telefoontje in actie kwamen. ?Vooral omdat hij het drietal op dat moment nog niets strafbaars had zien doen,? verduidelijk ik.

?Dat is juist het bijzondere aan hem,? zegt de agent. ?Hij betrapt zakkenrollers voordat ze iets doen.?

?Heeft hij het ook wel eens mis?? vraag ik. ?Ik heb het nog niet meegemaakt,? zegt de agent.

Even later kijkt Jaime toe hoe het politiebusje de straat uitrijdt en zijn prooi wordt afgevoerd richting politiecel. Hij straalt van oor tot oor. Langzaam zakt zijn hartslag weer tot onder de 200. En daar is die hand weer.

?High five, motherfucker! Ik zei het je toch??

Zo simpel is het, vindt winkelmanager Jaime van Gastel (spreek uit: Gaime). Zakkenrollers moeten worden gepakt en als hij daar een handje bij kan helpen, dan doet hij dat. En dus jaagt hij al achttien jaar op mannen en vrouwen met grijpgrage handjes, in samenwerking met de Amsterdamse politie.

Zodra Van Gastel potenti?le zakkenrollers signaleert, vaak nog v??r zij de fout ingaan, belt hij het zakkenrollersteam van de politie. De agenten in burger komen dan aanfietsen, laten zich door hem instrueren, volgen de verdachten en rekenen hen in zodra ze iets stelen. Hij zit er nooit naast, vertelt een extatische Van Gastel. ‘Er zijn meer dan 400 zakkenrollers door mij opgepakt.’

Een politiewoordvoerder bevestigt dat aantal: ‘Jaime heeft er echt een neus voor. Het is knap wat hij kan. Dat is niet eens elke politieman gegeven.’ Na een ‘heterdaadje’ nodigen agenten hem uit op het bureau, zegt Van Gastel. ‘Voor wat eten of een bakkie koffie. Heel sociaal.’

Amsterdam als jachtterrein

“Het begon toen ik elke dag huilende vrouwen aan mijn kassa had”

Nu de winkelmanager zijn bijzondere hobby sinds kort ook op Youtube etaleert, is hij ineens een halve beroemdheid. Op internet trokken zijn vier filmpjes (het eerste zette hij op 10 december online) al meer dan 300 duizend kijkers. In de media heet hij ineens de ‘zakkenrollerjager’. ‘Een paar dagen terug had mijn Youtube-kanaal nog maar 18 digitale abonnees, nu zijn het er meer dan 3.500’, vertelt de Van Gastel terwijl hij door Amsterdam loopt. ‘Het is alsof er een bom is gebarsten.’

De Hagenees koos de hoofdstad als jachtterrein omdat hij daar jarenlang werkte, als manager van twee schoenenwinkels in de Kalverstraat. ‘Het begon toen ik elke dag huilende vrouwen aan mijn kassa had. Portemonnee gestolen, tas weg. Keer op keer.’ Onrecht, noemt Van Gastel dat. ‘Je moet gewoon van andermans spullen afblijven.’

“Voor zakkenrollers is Amsterdam het paradijs op aarde”

Daarom – ‘en ok?, ook vanwege de adrenaline’ – besloot hij op zijn dagelijkse route van station Amsterdam Centraal naar de Kalverstraat op zakkenrollers te gaan ‘jagen’. Maar ook nu hij in Lelystad werkt reist hij minstens een keer per week naar Amsterdam om urenlang het Damrak en de Kalverstraat af te speuren, op zoek naar dieven. ‘Voor mij is dit ontspanning, even geen klanten helpen. En voor zakkenrollers is Amsterdam het paradijs op aarde. Een paradijs met dagjesmensen die hun geld niet diep genoeg wegstoppen, toeristen die hun jassen over een stoel hangen in een restaurant en dames die hun schoudertassen niet met een hand tegen hun lijf houden. En rugtassen, levensgevaarlijk.’

Ook na al die jaren kan Van Gastel niet goed uitleggen hoe hij zakkenrollers precies herkent. ‘Bij mij in de schoenenwinkel zag ik: die mensen zijn niet met het product bezig. Die pakken een schoen, zonder er goed naar te kijken, en zoeken dan een plek naast een van mijn klanten. Of beter gezegd: naast de tas van mijn klanten. Maar op straat herken je hen lastiger. Mijn eerlijke antwoord is: ze hebben allemaal een beetje van die rotkoppen.’ Lachend: ‘En ja, ik heb d’r misschien ook wel de kop voor, maar ik ben zelf nooit een dief geweest.’

“Ik vind het heel stoer om de politie te kunnen helpen bij het opsporen van zakkenrollers,” zei Van Gastel over zijn hobby in een eerder interview. Hij spot de zakkenrollers en schakelt vervolgens de politie in voor de arrestatie. “En toen dacht ik: misschien vinden mensen het ook wel stoer om hier naar te kijken.”

Een schot in de roos, zo blijkt. Met slechts vier filmpjes? wist hij meer dan 200.000 kijkers en 3500 abonnees binnen te halen. En Van Gastel is niet de eerste. De onlangs doodgeschoten misdaadblogger Martin Kok stond erom bekend verdachten herkenbaar in beeld te brengen en van nog niet bewezen misdrijven te beschuldigen.

Ook de Amsterdamse camerajournalist Frank Buis heeft deel van zijn bekendheid te danken aan zijn zakkenrolfilmpjes. Zijn meest bekeken video’s, minstens 100.000 kijkers per stuk, gaan over Roemeense dieven en manke bedelaars die worden ontmaskerd omdat blijkt dat ze prima kunnen lopen. Net als bij Van Gastel komen de hoofdrolspelers volledig herkenbaar in beeld.

De video’s vallen duidelijk in de smaak, maar roepen ook juridische en ethische vragen op. ?Van Gastel helpt de politie door ze op de zakkenrollers te wijzen, maar brengt ze tegelijkertijd huilend in beeld wanneer ze in de boeien worden geslagen. Hun verdiende loon of privacy-schending? Frederik Zuiderveen Borgesius, onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam, probeert antwoord te geven op die vraag.

Deze criminelen worden op heterdaad betrapt, op de openbare weg, waarom zou je hen niet in beeld brengen?
“Ondanks het feit dat ze gearresteerd worden, gaat het hier nog steeds om verdachten, niet veroordeelden. Stel dat achteraf blijkt dat iemand, om wat voor reden dan ook, toch niet schuldig is, dan kunnen deze beelden hem voor altijd achtervolgen. In zo’n filmpje gaat elke nuance verloren.”

Toch lijken de meeste mensen die op de filmpjes reageren er geen moeite mee te hebben dat deze beelden online staan
“Dat het zo makkelijk is om beelden online met elkaar te delen is relatief nieuw. Dat betekent dat de normen en waarden die we hierbij hebben nog een beetje moeten indalen. Net als in de jaren negentig, toen veel mensen weinig kwaad zagen in het online delen van films en muziek met elkaar. Terwijl dit wel illegaal was.”

Maar is dit illegaal?
“Ja,?je mag? volgens de wet niet zomaar beelden van verdachten op het internet zetten. Het is een vorm van eigenrichting die teveel inbreuk maakt op de privacy van de verdachte.”

Wanneer is de inbreuk van privacy wel een optie?
“De politie of justitie publiceert wel eens foto’s of beschrijvingen van verdachten als ze naar hen op zoek zijn. Winkels die camerabeelden op Facebook zetten om winkeldieven op te sporen, overtreden daarmee vaak de wet. In zo’n geval is de privacy-inbreuk (het openbaar maken van de beelden) te zwaar om het doel (opsporing) te bereiken. Maar die winkels hebben nog het doel om een misdrijf op te lossen. In het geval van dit YouTube-kanaal worden de zakkenrollers al op beeld gearresteerd; er is dus niet eens een opsporingsbelang om de beelden online te zetten.”

Vaak beroepen de makers van dit soort video’s zich op het feit dat ze journalist zijn. Verandert dat de zaak?
“Tot een bepaalde hoogte. In de journalistiek gaat het over de balans tussen de privacy van de persoon en de vrijheid van meningsuiting van de journalist. Er moet nog steeds worden gekeken of de privacy-inbreuk proportioneel is. In dit geval denk ik niet dat dit zo is. Sterker nog, het zou zelfs kunnen dat een rechter afziet van het bestraffen van een zakkenroller omdat het feit dat de video online is gezet al als een straf op zich wordt gezien.”

En hoe zit het nu met privacy?

De boeven worden tot nu toe allemaal herkenbaar door Jaime in beeld gebracht. De Amsterdamse politie heeft daar helemaal geen moeite mee. “Hij staat gewoon op de openbare weg als hij filmt. We vinden daar verder niets van”, zegt een woordvoerder.?Hij is juist?blij met de inzet van Jaime. “Hij is goed coachbaar en doet het heel goed.” Jaime helpt volgens de woordvoerder al jaren met het opsporen van zakkenrollers.

“Het is niet zo dat je iemand die een misdrijf pleegt, zomaar op internet mag zetten.” – aldus?internetjurist?Bart Schermer.?Maar dat hij?op een openbare weg filmt, betekent niet dat de video’s geen juridische gevolgen kunnen hebben. “Als je iemand heel specifiek gaat filmen, valt het niet meer onder het recht om in de openbare ruimte te filmen”,?stelt Bart Schermer.?”Dat is dan een inbreuk op de privacywet ? ongeacht of iemand nou iets legaals of illegaals doet.”

“Het gaat dan uiteindelijk dus om de afweging van het journalistieke belang van Jaime ? hij legt misdrijven vast die worden gepleegd ? tegenover de privacy van iemand die gefilmd is. Het is niet gezegd dat omdat iemand een misdrijf heeft gepleegd, je diegene zomaar op internet mag zetten.”

Jaime denkt er over na om in het vervolg de gezichten te blurren.?Hij heeft woensdag met zijn account?een video geliket met de titel ‘Hoe maak je iemand onherkenbaar in een video’. Liever houdt hij de daders?gewoon herkenbaar.

Hij heeft er?een goed gesprek over gehad met het zakkenrollersteam. “Ik moet voortaan wat meer op een afstandje staan, niet zo overdreven als de vorige keer. Agenten mogen er sowieso niet op.” Bovendien is er een kans dat door de beelden de straf van een dader een stuk lager uitvalt. Als iemand herkenbaar in beeld is gebracht, kan de rechter oordelen dat diegene “in de media al genoeg is gestraft”. Een voorbeeld is een gefilmde?mishandeling in Eindhoven. De beelden waren te zien op tv en social media. De rechter gaf de daders een lagere straf dan was ge?ist?vanwege alle media-aandacht.

Op naar?Barcelona

Jaime wil?voorkomen dat hij zijn?video’s van de rechter moet verwijderen.?”Als ik straks een goede actiefilm heb en ik moet die vanwege een rechtszaak weer verwijderen, dan heb ik een groot probleem.” Hij overweegt naar Barcelona te gaan om daar video’s te maken. “Volgens mij mag het daar gewoon.”

Bronnen: Panorama, De Volkskrant, Parool, De Telegraaf, NOS

Helpende hackers

helpende hackers

?Ziekenhuis lekt pati?ntengegevens?, ?OV-chipkaart zo lek als een mandje?, ?Bankierenapp onbetrouwbaar? ? het lijkt wel of tegenwoordig alles te hacken is. Gelukkig hoeft de persoon die dat doet geen cybercrimineel te zijn. Ethisch hackers zoeken naar veiligheidslekken in websites, pasjes, apps en andere informatiesystemen, om anderen te waarschuwen en de criminelen juist voor te zijn.

De eigenaar van het informatiesysteem moet dan wel de gelegenheid krijgen het lek te dichten en erop kunnen vertrouwen dat de hacker niets heeft uitgehaald met persoonlijke data. Hier zijn richtlijnen voor en dat heet: ?responsible disclosure?. Maar of een onthulling verantwoord is, moet helaas nog vaak voor de rechtbank worden uitgevochten. Want het gaat niet alleen om een systeem, het gaat vaak om onze persoonlijke data en daar kun je nooit voorzichtig genoeg mee zijn.

Wat drijft deze ethisch hackers? Hoe gaan organisaties om met hun meldingen? Wat doet de journalistiek ermee? Wanneer komt het tot een rechtszaak? En waarom is hier zoveel politieke discussie over geweest? Het boek Helpende Hackers van Chris van ’t Hof vertelt de verhalen van de personen achter de vele meningen, met cases uit 2013 tot 2015 om zo te begrijpen hoe hackers kunnen helpen.

Bedrijven huren ethische hackers in

Een bedrijf dat niet gehackt wil worden, kan zich indekken door zelf hackers in te huren. De ‘helpende’ hacker is in opkomst in het bedrijfsleven. Bemiddelaars tussen hackers en bedrijven zijn booming business.

Ethische hackers, noemen ze zichzelf. Of liever: researchers. Jongens en meisjes die naar lekken in de beveiling van websites speuren en op websites inbreken. Niet stiekem, vanachter een computer op een schemerige zolderkamer, maar op uitnodiging van bedrijven. Grote bedrijven als Facebook, Apple, Google en Twitter loven hiervoor beloningen uit. In Nederland moedigen banken als ING en de Rabobank, maar ook bedrijven als Gamma, en de rijksoverheid hackers aan om lekken te melden.

De meeste mensen kennen alleen de black hat-hacker, kwaadwillende cybercriminelen die een digitale ‘slotgracht’ omzeilen en gevoelige data stelen. De white hat- of ethische hacker daarentegen, waarschuwt een bedrijf of de overheid als hij een veiligheidslek vindt. Soms staat daar een beloning tegenover, soms gaat het om de sport. Bedrijven vragen ethische hackers nu actief om hulp.

“Drie tot vijf jaar geleden was dit ondenkbaar”, zegt Junior Meijering. Als hacker richtte hij bemiddelingsbureau Zerocopter op dat goedwillende hackers koppelt aan bedrijven. “Voor bedrijven is het nogal spannend om hackers op hun website uit te nodigen.” Zerocopter selecteert daarom uit een netwerk van betrouwbare hackers zo’n tien tot twintig hackers die zich per keer op een bedrijf mogen ‘storten’. Wie iets vindt, verdient tussen de 50 en 5.000 euro, afhankelijk van hoe gevaarlijk het lek voor een bedrijf is.

Het blijkt een gat in de markt. Zerocopter verdient 35 procent per beloning en heeft klanten als energiebedrijf Nuon en gereedschapsgigant Makita. Het hackerbedrijf sluit aan in de rij van vergelijkbare bemiddelaars als HackerOne, Crowdbug en Cobalt. “De markt voor internetbeveiliging is booming”, zegt Meijering.

“Een nieuwe levendige markt is aan het ontstaan voor hackers”, zegt ook Chris van ’t Hof, Internetsocioloog die vorig jaar het boek ‘Helpende Hackers’ uitbracht. “Bedrijven zetten naast de ouderwetse beveiligingsbedrijven de hulp van ethische hackers in. Dit is inmiddels onderdeel van het risicomanagement van veel bedrijven”, zegt van ’t Hof.

Die hulp is hard nodig. Dagelijks komen er gevaarlijke hacks in het nieuws. Gisteren werd bekend dat een hacker persoonlijke gegevens van honderden politici en medewerkers van de Amerikaanse Democratische partij online heeft gezet. Eerder deze maand probeerde een cybercrimineel 200 miljoen accountgegevens van Yahoo te verkopen op een marktplaats op het Dark Web. Dezelfde hacker had dit eerder gedaan met acountgegevens van Myspace en LinkedIn.

In Nederland lagen in 2012 gegevens van honderdduizenden pati?nten op straat na een hack van het Groene Hart Ziekenhuis. Volgens Van ’t Hof had het ziekenhuis drie ton schade, kostte het drie miljoen euro aan IT-verbeteringen, en was er vooral reputatieschade. “Door dit soort incidenten zien bedrijven de noodzaak van verbeterde beveiliging in.” Goedwillende hackers helpen hierbij graag een handje. En ze zijn niet allemaal uit op een beloning. “Voor velen gaat het om het oplossen van de puzzel en de erkenning achteraf”, zegt Van ’t Hof. “Voor hun wall of fame.”

Computers kraken voor 1 miljoen airmiles

De Nederlandse hacker Olivier Beg (19) werd vorige week wereldnieuws nadat hij vliegmaatschappij United Airlines hackte. Als dank voor het melden van de softwarebugs kreeg hij ??n miljoen Airmiles waarmee hij nu gratis de wereld over vliegt.

Hij prijkt boven aan de lijst van ethische hackers en verdiende twee jaar geleden 16.000 dollar nadat hij veiligheidslekken bij Yahoo meldde. Ook hackte hij Facebook en Uber. “Ik begon met programmeren. Toen mijn eigen website werd gehackt, wilde ik dat ook leren,” zegt hij. “Ik hack alleen bedrijven die daartoe uitnodigen. Waarom? Omdat ik niet de gevangenis in wil”, zegt hij. “Bedrijven kunnen heel panisch reageren op hackers.” Facebook heeft sinds 2011 zijn eigen Bug Bounty-programma en loofde in totaal 4,3 miljoen dollar uit aan meer dan 800 researchers die kwetsbaarheden in de digitale omheining meldden. Gemiddeld betaalde de social mediasite 1780 dollar per lek.

Natuurlijk is het veel spannender om een ‘black hat’, een kwaadwillende hacker, te zijn, vindt ook Beg. “Maar de schade is veel groter dan de lol die je hebt. De pakkans is groot en op de zwarte markt kan je niet altijd veel geld verdienen.” Alhoewel, van de overheid krijgt hij voor meldingen ‘alleen een T-shirt’. Maar Beg doet het niet voor het geld. Hij is inmiddels in dienst van Zerocopter, waar hij aan het hoofd van alle hackers staat.

Bronnen:?Trouw, CvtH.nl

Bellingcat: ?Wij laten zien hoe regeringen liegen, stap voor stap?

bellingcat4

Artikel van Petra ter Doest dat eerder is gepubliceerd op Reporters Online.

Als iemand laat zien hoe door nieuwe technologie de grenzen vervagen tussen mensenrechten, journalistiek, recherchewerk en internationale betrekkingen, is het wel Eliot Higgins. Met zijn onderzoeksteam Bellingcat maakt hij wereldnieuws, onder meer over MH17. Petra ter Doest reisde naar Leicester, Groot-Brittanni?; en praatte twee uur met hem over zijn drijfveren, en over hoe sociale media en nieuwe techniek alles veranderen wat wij mensen kunnen weten, blootleggen en ervaren.

De naam en faam van Bellingcat laat zich niet aflezen aan het kantoor. Het pand is oud en imposant en ligt aan een achttiende-eeuws voetgangerspad dat dwars door de stad Leicester loopt. Maar als je de voordeur voorbij bent, is het gedaan met de charme. Een kale receptie leidt naar een kale lift en gang, en vervolgens naar de nog kalere kamer van Bellingcat. Een bureau, twee stoelen, een plafonni?re en een laptop. Dat is het.
Eliot Higgins (37) zelf is langer en vooral dunner dan gedacht op basis van foto?s, maar dat komt, zo zal hij later uitleggen, door het dieet dat zijn vrouw volgt en waardoor opeens ook bij hem de kilo?s eraf vlogen. Een stuk gezonder, vindt hij. De voormalige financi?le administratiemedewerker/ blogger/ autodidactische onderzoeker die van achter zijn computerscherm al vaak voor wereldnieuws zorgde, zit voornamelijk alleen in zijn kantoor. Het contact met zijn team loopt via het messengerprogramma Slack.
Higgins maakt een open indruk. Hij vraagt tijdens het gesprek een enkele keer om iets niet te publiceren, maar vraagt niet om inzage in de publicatie. We praten op 3 augustus 2016 twee uur en mailen nog wat na. Het gesprek gaat over zijn drijfveren, zijn frustratie over de journalistiek, het activisme, de leugenachtigheid van regeringen en machthebbers, zijn financiers, het businessmodel van Bellingcat, het eindeloos moeten bekijken van gruwelijk videomateriaal, zijn eigen veiligheid en vooral natuurlijk over het belang en de mogelijkheden van ?openbronnenonderzoek?. Intussen komen spannende wapenfeiten van Bellingcat voorbij zoals die van de Siberische selfie-soldaten en het Kroatische wapenverhaal.

Kun je me vertellen wie jouw publiek is? Voor wie schrijf je?
?Dat is een goede vraag. Bellingcat gaat niet primair over journalistiek zoals je misschien denkt. Bellingcat gaat over openbronnenonderzoek en de verspreiding van dat soort onderzoek over zo veel mogelijk terreinen. Journalistiek is meer een eindproduct voor ons. Bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn er op dit moment een paar zaken over Oekra?ne waarbij door ons verzamelde informatie een rol speelt. Ik bespreek nu met juristen hoe we van onze informatie forensisch bewijs kunnen maken. Want wij doen wel goed onderzoek maar wat we vinden, houdt niet zomaar stand in een rechtszaak. Dus hoe krijgen we dat voor elkaar?
?Ik werk ook met de politie in verschillende landen. Dat kan over van alles gaan. De politie hier in Leicester wil weten hoe ze een openbronnenonderzoek kunnen toepassen bij zaken rond vermiste personen of bij misbruikzaken. De Nederlandse politie is twee keer hier geweest vanwege het onderzoek naar het neerstorten van de MH17. De eerste keer vroeg ze me om stap voor stap door het proces te gaan met ze, zodat ze ervan kon leren. De tweede keer hadden ze zelf al een afdeling opgezet. Dus dat doe ik ook: politieagenten trainen. Mijn ideale publiek omvat eigenlijk iedereen die een openbronnenonderzoek kan gebruiken.?

higgins

Journalistiek is voor jou een middel om de boodschap te helpen verspreiden?
?Ja, een goed voorbeeld daarvan is ons eerste lange rapport over de Buk-raket waarmee MH17 werd beschoten. (Ptd: Hierin wordt aan de hand van open bronnen zoals satellietbeelden en video?s en foto?s op sociale media geconcludeerd dat een Buk-installatie van de 53ste Brigade van het Russische leger werd gebruikt om de raket af te schieten.) Onze blogpost waarin we een samenvatting gaven van het rapport, kreeg 100.000 views dankzij de journalisten die ons werk volgen. Er werden tientallen artikelen over geschreven over de hele wereld, die weer door miljoenen mensen zijn bekeken. We weten van een Russische site die alleen al een half miljoen views had. Mij kan het niet schelen wie ons werk kaapt ?- als ze maar de juiste credits geven, is het prima.?

Maar het is toch interessant wie wat doet sinds journalisten het monopolie op nieuws publiceren zijn kwijtgeraakt. Dus?
?Wat interessant is aan de journalistiek, althans voor een buitenstaander, want zo zie ik mezelf, is dat traditionele journalisten die een verhaal in handen hebben, dat voor zichzelf willen houden. Neem die film Spotlight, over het misbruikschandaal in de katholieke kerk in Boston dat door journalisten naar buiten wordt gebracht. De journalisten in die film hebben het de hele tijd over wie het verhaal als eerste heeft! Bij Bellingcat en organisaties waarmee wij werken zoals het OCCRP (Ptd: Organized Crime and Corruption Reporting Project; dit is een journalistieke non-profitorganisatie die al veel grote onderzoeken uitvoerde en daarvoor ook prijzen kreeg), gaat het om samenwerken en elkaar aanvullen. Wij zijn goed in openbronnenonderzoek, anderen kunnen weer dingen waar wij niet goed in zijn.
?Zo hebben we ook gewerkt in het geval van de selfie-soldaten. Na onze eerste publicaties over de aanwezigheid van Russische troepen in Oekra?ne ten tijde van MH17 kwam de denktank Atlantic Council naar ons toe met de vraag of we wilden helpen met een openbronnenonderzoek voor een rapport dat zijzelf wilden uitbrengen. Dat werd het rapport ?Hiding in Plain Sight?. E?n van de dingen die we deden, was het bestuderen van honderden Facebook-selfies van Russische soldaten. Zo identificeerden we een regiment uit Siberi?. We konden de achtergronden in de selfies van de soldaten van dit regiment herleiden naar locaties in Oekra?ne ten tijde van de aanslag op MH17.
?Terwijl we bezig waren met ons onderzoek, liep ik in Kiev de Amerikaanse journalist Simon Ostrovsky van Vice News tegen het lijf en vertelde hem wat we aan het doen waren. Hij zag er een reportage in en we hebben toen nauw samengewerkt om alle locaties van de Facebook-selfies van ??n soldaat terug te vinden. Simon reisde de weg terug waarlangs deze soldaat gekomen was en eindigde in zijn geboortestad in Siberi?. We waren letterlijk met hem online op het moment waarin hij aan het einde van de reportage contact legt met de soldaat die weer terug is en hem vraagt wat hij in Oekra?ne deed. De reportage ?Selfie Soldiers: Russia checks into Ukraine? was een groot succes voor Vice News en voor Simon. We hebben met liefde ons werk met ze gedeeld. Als we dit verhaal voor onszelf hadden gehouden, zou het veel minder impact hebben gehad.?

bellingcat3

Als je zo praat over impact klink je een ook beetje als een activist; die wil ook alleen maar impact.
[Grote zucht] ?Ik denk dat activisme, net als journalistiek, verschillende dingen betekent voor verschillende mensen. Toen ik na MH17 onderzoek ging doen naar de ramp, was dat niet omdat ik dacht: h? Rusland! Ik dacht: wat interessant, wat is daar gebeurd? En daarna zijn we op allerlei zaken gestuit. Er zijn veel mensen die zeggen dat ik er alleen maar op uit ben om Rusland de schuld te geven. Ik zie ze de hele dag op Twitter, maar dat was nooit het geval. We deden alleen zo veel ontdekkingen over voertuigen die van Rusland naar Oekra?ne gingen, dat we daar verder in zijn gedoken. Van het een kwam het ander. Ik volgde het conflict op de Krim niet totdat MH17 in juli 2014 naar beneden werd geschoten. Ik was nog totaal gefocust op Syri?.?

Waarom wil je de kat de bel aanbinden??Je was toen ook net begonnen met Bellingcat?
?Ik had in juli 2014, net voor MH17, de website Bellingcat gelanceerd als opvolger van mijn oude blog Moses Brown waarmee ik enige bekendheid had verworven. Ik had al veel geschreven over het afluisterschandaal hier in Engeland en natuurlijk over Syri?. Dat ik een website begon, was omdat ik veel mensen zag die net als ik online onderzoek deden naar allerlei onderwerpen, maar veel minder aandacht kregen dan ik. Dat vond ik zonde en ik wilde ze een plek geven om te schrijven. Er kwam ook meer belangstelling voor openbronnenonderzoek, dus ik wilde ook een plek maken waar je dit kunt leren. Er staat dan ook veel leermateriaal op de site.?

?We hebben te maken met regeringen in Rusland, in Syri?, maar ook in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk die zoveel onzin, leugens en nep-informatie verspreiden. Sinds de Irak-oorlog, het ?dodgy? dossier (Ptd: het rammelende MI6-dossier dat premier Tony Blair gebruikte om het Britse parlement mee te trekken de Irak-oorlog in) en George Bush is het moeilijk overheden nog te vertrouwen, iedereen weet nu dat ze tegen je liegen. Maar wat we de afgelopen vijf jaar ook hebben gezien, is de komst van een immense hoeveelheid bronnen online via satellieten, via sociale media. Al die nieuwe beelden stellen ons in staat, ook al zitten we op grote afstand van een bepaalde situatie, om toch inzicht te krijgen in wat daar gebeurt.
?De beelden helpen ook om offici?le verklaringen te onderzoeken die regeringen doen. Soms lukt dat omdat ze in technisch opzicht achter de feiten aanlopen, soms omdat het ze niets kan schelen. Dat laatste geldt voor de Russische benadering van informatie-oorlogvoering waardoor niets waar is en alles mogelijk is. Je hebt de tv-zender Russia Today, je hebt alle andere door de staat gecontroleerde media en je hebt het Russische ministerie van Defensie. En al die partijen spinnen tegenstrijdige verhalen, net zolang tot mensen niet meer weten wat de waarheid is. Ze raken alleen maar in de war en geven ?t op om de wereld nog te begrijpen. Die tactiek is heel effectief geweest voor Rusland.
?Wat wij tegenover dat liegen stellen, is het volgende: je kunt informatie verzamelen van uiteenlopende, onafhankelijke bronnen, die kun je verifi?ren, je kunt feiten naast elkaar leggen en vergelijken en dat alles met het doel zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. E?n van de redenen waarom de Russen zo heftig regeren op mij en op Bellingcat is dat ze ons als bedreiging zien. Als ze nu liegen, zeggen wij: wij gaan laten zien hoe je liegt, we laten in onze presentaties en verslagen elke stap van een leugen zien. En dat is beschadigend voor ze. Als het wantrouwen bij het publiek al groot is en je wordt als leider constant als leugenaar weggezet, dan ben je niet langer leugenachtig, dan word je belachelijk. En dat is veel beschadigender. Als mensen gaan lachen om een overheid, nemen ze die niet meer serieus.?

bellingcat2

Dus regeringen logen altijd al, maar pas nu hebben we de kans om ze te ontmaskeren?
?Het gaat me niet alleen om regeringen. Dat ik ging bloggen, was ook omdat ik verslagen tegenkwam in de media van gebeurtenissen waarvan ik wist uit open bronnen dat de situatie complexer was dan wat ik las, of dat er meer details bekend waren, of dat de journalisten iets over het hoofd zagen. Mijn drijfveer is dus een frustratie over de manier waarop zowel overheden als media dingen weergeven: over een gebrek aan diepgang en accuratesse.?

Waarom raakt je dat zo?
?Soms voelt het alsof ik de enige ben die zo werkt. Neem het debat over de saringas-aanvallen in Syri? op 21 augustus 2013. De Syrische regering zei dat de rebellen gifgas hadden gebruikt, de rebellen zeiden dat de Syrische regering het had gedaan. Ik weet dat het de regering was, omdat ik een jaar lang elke flinter informatie heb bekeken die ik maar kon vinden en alles wees maar ??n kant uit. En toen kregen we de Pulitzer-prijswinnaar Seymour Hersh die schreef (Ptd: in de London Review of Books) dat de rebellen het hadden gedaan. Hij had ??n of twee anonieme bronnen en een verhaal dat nergens op sloeg. Ik had foto?s, video?s, alles. Als ik niet al dat werk had gedaan en al die tijd had doorgezet, wie had het dan wel gedaan?
?Daarom trainen we zo veel mogelijk organisaties en mensen: we trainen Koerdische journalisten uit Noord-Irak, Syrische journalisten, journalisten uit heel Oost-Oekra?ne. Dat we zo populair zijn bij al die mensen, is slecht nieuws voor sommige publieke figuren. Maar als een journalist een verhaal maakt met onze methoden en aantoont dat Amerika iets slechts heeft gedaan, ben ik ook blij dat hij onze kennis heeft gebruikt.?

bellingcat1

Maar waar komt die gedrevenheid vandaan?
?Ik heb een licht obsessieve persoonlijkheid. De drang om me bezig te houden met grote conflicten in de wereld kwam, toen ik werkte bij een uitvoeringsorganisatie die bezig was met huisvesting voor vluchtelingen. Ik deed de administratie: spreadsheets bijhouden, dat soort dingen. Toen mijn organisatie geen nieuw contract kreeg, hadden we naar verloop van tijd zo weinig vluchtelingendossiers onder handen dat ik veel tijd overhield die ik doorbracht op een live blog dat The Guardian bijhield over de opstanden in het Midden-Oosten. Na het uitbreken van de opstand in Libi? in 2011, bekeek en las ik echt alles wat ik maar kon vinden, dag in, dag uit. Je kon makkelijk geobsedeerd raken door de frontlinies op de voet te volgen. Want je zag het conflict gewoon van dag tot dag voortbewegen. Dat ik er ook over begon te bloggen, was omdat ik tweets voorbij zag komen van strijders die vertelden wat ze gingen doen. En dat was vaak iets heel anders dan wat ik verslaggevers in het gebied hoorde vertellen. Die hadden het over artillerie hier en dat daar? Ik had een macro-beeld, zij zaten ertussenin. Ik zag het patroon dat zij niet konden zien. Wat ik opschreef, werd op dat moment grotendeel genegeerd, want de verhalen van de verslaggevers klonken interessanter. Toen rukten de rebellen op naar Tripoli, en dat kon je van bovenaf zien aankomen. De val van de hoofdstad was voor mij een heel stuk minder verrassend dan voor een hoop andere mensen die ermee bezig waren.?

Daarna kwam het volgende conflict op stoom, de burgeroorlog in Syri??
?In 2012 kwam de eerste grote massamoord in het Syrische conflict bij Houla. Ik was in die tijd nog een beetje aan het posten op mijn blog en op sociale media over wat ik tegenkwam in tweets en in video?s op internet, zonder dat het veel effect had. Maar toen gebeurden er twee dingen. Ten eerste ging ik me realiseren dat Syrische groepen video?s publiceerden op specifieke YouTube-kanalen, het werd me duidelijk dat er in verschillende delen van Syri?, verschillende groepen hun eigen specifieke YouTube-kanalen hadden en dat je al die video?s kon verzamelen en catalogiseren en kon volgen. Inmiddels volg ik zo?n duizend videokanalen op YouTube. De tweede ontwikkeling in 2012 was dat een nieuwsorganisatie een keer doorlinkte naar mijn blog waardoor ik opeens tweehonderd views had. Ik dacht: wow, wat ik doe, kan dus interessant zijn voor een nieuwsorganisatie!
?Ik bleef dagelijks al die bronnen volgen en ging er meer over schrijven. Dat leidde tot het Kroatische wapens-verhaal. (Ptd: Hierbij wierp Higgins licht op een geheime operatie waarbij westerse landen de Syrische rebellen bewapenden met wapens uit Kroati?. De wapens doken, onder andere, op in YouTube-video?s van Ansar al-Islam, een jihadistische groep. Het verhaal werd groots opgepakt door The New York Times.) Omdat ik nu meer bekendheid kreeg, drong door dat ik ook als eerste had geschreven over het gebruik van clusterbommen door de Syrische regering. Opeens kwam Human Rights Watch langs om te vragen of ik alle video?s van clusterbommen voor ze kon verzamelen. Ik kreeg er een kleine consultancy fee voor en realiseerde me voor het eerst dat ik ook geld kon verdienen met dit soort onderzoek.
?Ik deed trouwens ook als eerste onderzoek naar het gebruik van de barrel bomb (zelfgemaakte explosief) en het gebruik van chemische wapens natuurlijk.?

Duizenden video?s bekijken van wapens en wat ze aanrichten, is dat niet heel zwaar?
?Ik praat hier vaak over met een nieuwsorganisatie die First Draft heet en zich bezighoudt met media die gemaakt zijn door ooggetuigen. (Ptd: First Draft vraagt aandacht voor het risico op secundair oorlogstrauma bij mensen die voor hun werk de hele dag media van ooggetuigen bekijken.) Belangrijk is dat je leert compartimenteren, je kijkt naar iets maar je weet voor jezelf: dit is niet mijn leven, dit gaat niet over mij. E?n van de dingen die ik nooit doe, is het geluid aanzetten van een video. Als je het geluid uitzet, blijft het beeld nog steeds afschuwelijk, maar het komt minder binnen. Overigens hoef ik in veel gevallen geen video?s met slachtoffers te bekijken. Die video?s hebben zelden nieuwswaarde voor ons. Ze hebben shockerende waarde en nieuwsorganisaties zullen ze daarom soms publiceren, maar ze leveren zelden nieuwe inzichten op.
?De moeilijkste video voor mij was die over James Foley. (Ptd: De Amerikaanse journalist en videoverslaggever James Foley werd in 2012 in Syri? ontvoerd, in augustus 2014 werd hij onthoofd door ISIS, formeel als represaille voor Amerikaanse aanvallen op Noord-Irak.) James had me een paar keer gemaild met wat vragen, ik kende hem niet goed maar ik kende wel veel van de mensen om hem heen. Er waren zo velen die met hem hadden gewerkt, voor zijn vrijlating hadden gevochten en campagne voor hem hadden gevoerd. Ik belde er meteen zo veel mogelijk op om te zeggen: ga niet op sociale media kijken want ze posten beelden van de onthoofding en het is te erg. Vervolgens waren er zo veel mensen die de inhoud van de video wilden weten maar zelf niet wilden kijken, dat ik een transscript heb gemaakt van wat James zei. En een apart transscript van wat zijn moordenaar zei. Zodat zijn laatste woorden gescheiden zijn van de jihadistische propaganda.?

Wat een mooi eerbewijs aan Foley?
?Ja, alleen om dat te doen, moest ik de hele video heel langzaam bekijken en elke vijf seconden stoppen om de transscriptie te kunnen maken. Maar goed, nog erger was de allereerste keer dat ik de video zag. Ik zag die avond eerst een tweet voorbijkomen over een nieuwe video van ISIS. Ik voelde er niets voor om meteen te kijken, want met aandacht voed je ze alleen maar, zo was nog de redenatie. Maar een half uur later zag ik een tweet van iemand die zei: is dat niet James Foley op een video? Toen ging ik ook kijken. Je moet je bedenken dat ze bij ISIS van die video?s van 400 megabyte of groter maken en alleen over hele langzame providers beschikken, omdat ze geen gebruik kunnen maken van de standaard snelle providers. Dus toen ik deze video van 5 minuten downloadde, kon ik telkens 10 seconden zien en moest dan weer 5 minuten wachten op de volgende 10 seconden beeld. De eerste helft van de video was onzin, maar in de tweede helft ging ik denken: ze gaan dit toch niet echt doen? En dat deden ze dus wel.?

Dan moet je toch ook bang zijn voor een posttraumatisch stress-syndroom??Video?s van gifgasaanvallen zijn toch ook heftig?
?We hebben veel onderzoek gedaan naar de saringas-aanvallen op 21 augustus 2013. Een belangrijk deel van het werk was vaststellen welke stof er was gebruikt, want de artsen en hulptroepen op de grond wisten natuurlijk ook niets van sarin. We moesten dus kijken naar de symptomen die mensen hadden. We zijn toen systematisch voorbeelden gaan verzamelen van beelden van alle chemische aanvallen die plaatshebben. We hebben die methode nu geformaliseerd zodat we ook nieuwe video?s met deze beelden meteen goed opslaan. Dus hier op mijn scherm zie je allemaal video?s van chemische aanvallen. Maar dat waren dus honderden video?s in totaal die we bekeken en waarbij ook heel veel kinderen in beeld kwamen. Hierdoor werden de beelden ervan extra belangrijk als bewijsmateriaal, maar het is heel moeilijk om ernaar te kijken, zeker als je net zelf kinderen hebt.?

?Ik denk dat dat dan onderhand al wel was gebeurd. Maar ik snap wel waarom anderen daarvan last krijgen. Je wordt gevoelloos, soms vind ik het moeilijk om nog te beoordelen hoe andere mensen op iets zullen reageren. Er was een tijd dat een onthoofding me echt shockeerde en nu kan ik er gewoon naar kijken, ik vind het niet fijn maar die fysieke reactie waarbij je huid begint te prikken en dat soort dingen, die heb ik niet meer. Alleen soms word je opeens overvallen door wat je ziet en kun je niet langer denken: dit gaat niet over mijn leven. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen ik beelden zag van een gewonde baby die precies dezelfde luier draagt als mijn dochter. Het gebeurde ook bij het bekijken van de video?s van de brokstukken van MH17. Je bent op zoek naar tekenen van de inslag en opeens ligt daar een knuffel tussen het puin, precies dezelfde die mijn dochter net had gekregen. Dat is dan meteen het einde van zo?n werkdag.?

Een ander punt dat je persoonlijk raakt, is je veiligheid. Daar denk je natuurlijk ook over na. Bellingcat staat niet op de gevel van dit pand, maar je adres staat wel op de website.
?Het punt is dat ik wettelijk verplicht ben als mediaorganisatie een adres te hebben. De Engelstalige Russische zender Russia Today stond hier al eens op de stoep om me te interviewen. Gelukkig was ik er niet. Maar we hebben hier ook te maken met Graham Phillips, een kaalhoofdige Britse blogger die zich in Oekra?ne ophoudt. De man is gek. Hij is net bij een onderzoekscollectief in Berlijn, Correctiv, naar binnengegaan en heeft staan schreeuwen. Ze hebben de politie erbij moeten halen. Ik zit erop te wachten dat hij ook zoiets probeert.?

En de Russen, maak je je zorgen over hen?
?Nou ja, de Russen hebben me aangevallen op Sputnick, Russia Today en allerlei Russische Russischtalige nieuwswebsites. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft me aangevallen op een persconferentie. Een paar weken geleden hadden we weer last van een trollencampagne waarbij ik en mijn werk werden aangevallen. Maar dat heeft ons juist ook weer geholpen om allerlei websites te identificeren die deel uitmaken van deze trollenfabrieken. Je gaat al snel de punten waarop ze je aanvallen herkennen. Maar ik moet zeggen, na 45 artikelen over mezelf waarin ik word zwart gemaakt, weet ik het wel.
Al met al denk ik dat als iemand me echt zichtbaar zou aanvallen, dat dat wel heel stom zou zijn. Ik ken een hoop juristen en andere deskundigen die zeker zullen helpen. Dus ik gok dat mijn netwerk en mijn reputatie me zullen beschermen. Iedereen weet maar al te goed dat Rusland me in de gaten houdt en me lastig valt.?

Wat doe je over tien jaar??Wat houdt jullie financi?le onderzoek in?
?We doen dit samen met het OCCRP, het Organized Crime and Corruption Reporting Project. We gaan ze helpen met een openbronnenonderzoek naar witwas- en smeergeldpraktijken. Paul Radu, die aan het hoofd staat, wil een netwerk uitbouwen van financieel specialisten waardoor je geldstromen kunt volgen door Europa of waar zo?n stroom ook maar naar toegaat. Belangrijk aan zo?n netwerk is dat je in elk land mensen hebt zitten die goed inzicht hebben in wat er in hun land met dat soort geld gebeurt. En ja, dat gaat ook over Amsterdam. Nu al komt er veel geld naar Groot-Brittanni? waar iets mee is. Ik sluit niet uit dat na de Brexit wordt geprobeerd om delen van de financi?le sector zo te dereguleren dat hier nog veel meer geld naartoe komt.
?Voor ons financi?le onderzoekswerk hebben we net geld gekregen van het fonds voor onafhankelijke journalistiek van de Open Society Foundation van George Soros en daarmee hebben we nu een specialist kunnen aantrekken. We hebben de afgelopen jaren al een proef gedaan met het onderzoek The London Project Investigation dat vooral was gericht op geld witwassen in Groot-Brittanni?. Dat gebeurt op hele grote schaal en wat we tegenkomen, is echt schokkend.?

Maar wat is het businessmodel?
?Dat is op dit moment fondsenwerving. Trainingen kunnen een bron van inkomsten zijn, maar tot nu toe hebben we hiervoor geen structuur. Als een van ons een training geeft, rekent hij dat zelf af. We moeten ook professionaliseren om geld binnen te kunnen halen. Het Nederlandse fonds Adessium (Ptd: van defamilie Van Vliet, een gulle gever op het gebied van onderzoeksjournalistiek) heeft ons net geld gegeven om professionele hulp te zoeken bij het opstellen van een goed businessplan. Want al heb ik vaak financieel werk gedaan, van businessplannen heb ik weinig begrepen.?

Wanneer doe je dit allemaal, hoe besteed je je tijd?
?Dat is een groot probleem, ik ben zo veel tijd kwijt met belastingaangiften, facturen, fondsen aanvragen, samenwerken met organisaties, praten met de media, want dat laatste is ook echt een groot deel van mijn werk. En dan probeer ik tijd voor mijn gezin te vinden. Ik reis ook nog veel tegenwoordig en als ik dan terugkom, zegt mijn vrouw niet: okay, ga lekker terug naar je werk. Nee, ik heb dan iets goed te maken. Al met al ben ik veel meer manager geworden dan me voor ogen stond, dus daarom is professionalisering hard nodig. Ik ben in oktober uitgenodigd voor een bijeenkomst in Itali? die Beyond Disruption heet. Een van de organiserende partijen is uit Nederland, even kijken, ? hier staat het: de Stichting Democratie en Media. Afijn, ze hebben vijftig mensen uitgenodigd van organisaties zoals het OCCRP en andere organisaties zoals wij met een ongebruikelijk businessmodel. Maar er komen ook topmanagers van de traditionele nieuwsmedia. We gaan drie dagen praten, ik hoop daar echt iets te bereiken.?

Je bent nu 37 jaar. Hoeveel slaap je dan?
?Ik heb twee jonge kinderen, dus meestal ga ik rond 23.00 uur naar bed en word ik wakker om 6.00 uur en twee keer gedurende de nacht.?

Dus je zit niet tot 3.00 uur ?s nachts achter je scherm?
?O nee, ik ga om tien uur naar bed als ik kan. Ik slaap zo veel mogelijk. Soms werk ik bij de Atlantic Council met Max, dat is een briljante vent die maar doorgaat. Na vier, vijf dagen met hem ben ik helemaal kapot.?

Maar goed, het is je toch gelukt: zo te horen vindt iedereen Bellingcat zo belangrijk dat ze er geld voor wil geven. Soros, Atlantic Council, Google, Adessium?
?Het duurt echt een tijd voor zoiets op gang komt. Niemand wil de eerste zijn die je geld geeft. Overal waar je een aanvraag indient, vragen ze: wie steunt je nog meer? Gelukkig gaf Google Media ons op een goed moment geld. Dat hielp. De bekendheid die we kregen door ons MH17-onderzoek heeft ook enorm geholpen. Maar nu komen we op een ander punt aan: we moeten een structuur bouwen waardoor ik tegen een potenti?le donor of investeerder kan zeggen: dit en dit ga ik met je geld doen. We hebben wel veel gulle vrienden, maar zij betalen voor de sexy dingen. We hebben nu geld nodig voor de niet sexy dingen als organisatie en archivering. Een complicatie hierbij is dat ik niet bij ??n partij in de broekzak wil zitten. Ik heb onlangs een heel groot bedrag afgeslagen, puur omdat ik niet afhankelijk wilde zijn van hen. Het liefst wil ik met vijf of zes partijen praten en ze allemaal om 100.000 euro vragen.?

Maar hoe zit jullie organisatie nu in elkaar?
?Ik werk sinds een tijdje twee dagen per week voor de Atlantic Council. De enige fulltime-employ? in de afgelopen jaren was Aric Toler die ik heb leren kennen na MH17. Hij is nu projectleider voor Oost-Europa. We hebben een projectleider voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika en een financi?le onderzoeker. Daarnaast hebben we het onderzoeksteam van Bellingcat met zo?n vijftien vrijwilligers zoals Christiaan Triebert, die het Turkse WhatsApp-verhaal heeft gedaan. Het onderzoeksteam is ontstaan door Aric die na MH17 online eerst met mij in discussie ging en vervolgens in gesprek is gegaan met mensen die online contact met ons opnamen en suggesties deden voor verder onderzoek of die goede vragen hadden. Zo kwam het team tot stand.
?Ik zal je laten zien hoe we werken: op het computerscherm zie je het programma Slack waarmee we al onze communicatie doen. De mensen die je hier ziet staan, zijn mensen uit mijn team die ik vertrouw en die goed zijn in wat ze doen. En hier staan de onderwerpen ? en nee, je mag ze niet fotograferen, sommige van deze onderzoeken zijn geheim. Hier in deze kolom zie je de discussies die we hebben. Deze discussie gaat over de Russische luchtaanvallen in Syri?, en deze is over een onderzoek van Christiaan. Hij werkt samen met Airwars, een organisatie die zich bezighoudt met het registreren van luchtaanvallen en tellen van slachtoffers in de Syrische oorlog.?

Christiaan zit toch in Singapore?
?Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar hij nu zit. De laatste keer dat ik hem sprak, zat hij in Maleisi?, hij reist constant. Het zou geweldig zijn als we Christiaan bijvoorbeeld fulltime in dienst zouden kunnen nemen, hij doet fantastisch werk. Maar ik kan hem niet te veel lastig vallen, want hij moet afstuderen. Hij studeert aan King?s College in Londen.?

Is het moeilijk wat jullie doen? Wat moet je ervoor kunnen?
?Wat ik vooral zoek in mensen is een obsessief trekje. We hebben mensen nodig die honderden, duizenden foto?s met aandacht bekijken, een eindeloze stroom berichten op sociale media kunnen doornemen. Maar ik moet ook oppassen: ze moeten niet gek zijn, want daar heb je er ook genoeg van op de wereld. Ze moeten helder kunnen denken en dat betekent ook dat ze niet emotioneel betrokken mogen zijn. MH17 had natuurlijk een grote invloed in Nederland. Veel Nederlanders hebben hulp aangeboden om mee te werken aan ons onderzoek, maar daar konden we niet altijd op ingaan.
?Het is belangrijk dat onze mensen altijd beseffen dat ze met aannames werken en een streep kunnen trekken waar ze niet overheen gaan. Slack speelt daarbij een grote rol: via het programma discussi?ren we over onze idee?n en wat we tegenkomen. We bestrijden constant elkaars aannames en door dat te doen ga je na verloop van tijd steeds beter aanvoelen waar de valkuilen zitten.?

Veel mensen maken zich zorgen over onze wereld. Doe jij dat ook??Een beetje obsessief, maar niet gek: hoe vis je die mensen eruit?
?Veel mensen mailen ons en schrijven: ik wil graag helpen. Maar dan krijg je opeens een mail van iemand die schrijft: ?Ik heb een blog waarop ik informatie verzamel over inslagkraters in Oekra?ne. Ik heb ze allemaal in kaart gebracht.? Dat is nu precies dat obsessieve dat je zoekt: je leest zo?n mail en je weet dat dat werk op die manier geen zin heeft, maar zo iemand heeft wel de juiste instelling.
?En met dit onderzoek naar kraters zijn we via Slack met hem verder gegaan, we hebben alle kraters nagemeten en bepaald wat de richting van de inslag moet zijn geweest. Al die data hebben we verwerkt in een Google Fusion Table om het gemiddelde te berekenen en op basis daarvan hebben we uiteindelijk de lanceerlocatie kunnen bepalen, over de grens in Rusland. Toen we die eenmaal hadden, konden we aanvullend onderzoek doen op basis van geolocation naar die plek en hebben we posts op sociale media gevonden van soldaten die vanaf die basis schieten op Oekra?ne. Dit onderzoek is vervolgens aangehaald door een expertgetuige in een Russische rechtbank. En de rechter heeft daarop gezegd: wat een briljant onderzoek! Dus nu hebben we een Russische rechter die bewijs accepteert op basis van mijn methode. En dat heeft er weer toe geleid dat we benaderd zijn voor een zaak die speelt voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarnaar deze Russische rechtszaak wordt verwezen. Dus je begint met iets heel kleins en het bouwt op tot iets heel interessants.?

?Nou, dat hangt af van de Amerikaanse verkiezingen. Gisteravond was ik even mezelf kwijt op Twitter over Donald Trump (Ptd: Higgins verstuurde ruim twintig tweets over Trump in een uur), maar doorgaans ben ik niet iemand die zich vaak zorgen maakt. Als ik me zorgen maak over iets, moet ik er ook iets aan kunnen doen. Aan veel dingen kan ik niets doen.?

Maar neem de aanslagen in Europa, houden die je net zo bezig als de oorlog in Syri??
?Drie dagen na de aanslagen in Parijs vonden we de Facebookpagina van een van de aanslagplegers, Bilal Hadfi. We vonden hem, omdat hij op de beelden die via de media werden verspreid hetzelfde shirt droeg als op een Facebookpagina. (Ptd: Dit onderzoek wees uit dat Bilal Hadfi nog een Facebookpagina had onder de naam ?Billy du Hood? waarop hij met wapens op foto?s staat, waaronder een automatisch AKMS-geweer.) We hebben zeker twee uur lang met het team foto?s vergeleken om vast te stellen dat hij precies hetzelfde shirt droeg ?n dat hij een bruine vlek tussen zijn wenkbrauwen had. In dit soort situaties bekijken we elk stukje huid, elke moedervlek en elke haar in een gezicht voordat we ook maar iets naar buiten brengen of de politie informeren.
?En heb je gezien wat we dit voorjaar met de ISIS-mediacampagne hebben gedaan? Er werd door ISIS een video aangekondigd waarover grote opwinding ontstond op social media onder de aanhangers. Tegelijkertijd moedigde ISIS de fans aan om een stukje papier te posten met daarop de hashtag van de campagne en dan: ISIS is hier en dan de naam van het land of de stad: Parijs, Londen of Amsterdam. Ik zag de eerste foto?s op social media voorbijkomen en dacht: er staat zo veel achtergrond op die foto?s dat we de plekken waar ze gemaakt zijn, kunnen lokaliseren. Op de foto die vanuit Duitsland was gepost, is bijvoorbeeld een advertentiezuil in beeld. We zochten het bedrijf op dat deze buitencampagnes doet en op hun website staat een interactieve kaart waarop al hun zuilen te vinden zijn. In no time hadden we de plek van de foto gevonden. Andere locaties vonden we terug door op social media te vragen of iemand een plek herkende.
?Het hele punt van de ISIS-campagne was natuurlijk: wij zijn ISIS, we zitten overal, want dat is de narrative die ISIS probeert de pushen. Maar nu gebeurde het omgekeerde: door te laten zien dat we makkelijk konden achterhalen waar de foto?s waren gemaakt, werd de campagne in plaats van angstaanjagend en ongrijpbaar opeens een beetje knullig. Over de ISIS-video waar het allemaal om ging, en die eigenlijk een interessante speech bevatte, had niemand het meer.
?Alleen al daarom zou ik meer van dit soort dingen willen doen. Maar er zijn een heleboel goede organisaties en individuen die goed onderzoekswerk doen naar ISIS. En soms moet je dan ook denken: als ik hier nog meer over ga publiceren, verspil ik ook een hoop energie die we hard nodig hebben voor andere onderzoeken. Maar ik beschouw dit wel als een groot succes omdat we hebben laten zien hoe je openbronnenonderzoek ook kunt gebruiken om iets om te draaien en te laten zien: zo zit het echt!?

Dat maakt jouw werkterrein nog veel omvangrijker. Hoe kijk jij naar de machtspositie die Facebook en andere grote Silicon Valley bedrijven hebben verzameld als het om onze informatievoorziening gaat? Vind je dat een probleem?
?Ik weet het niet. Als ik een presentatie houd voor de Atlantic Council praten we over de ?medium and the message? en hoe de boodschap is verspreid in de laatste duizend jaar. Dan beginnen we met de slagvelden van de Engelsen en hoe dat verhaal wordt verteld op tapijten zoals in Bayeux. Daarna kwam de schilderkunst, toen de drukpers, en vervolgens kranten, radio en tv. De echte grote verandering is van de laatste tien jaar, door sociale media komt de informatie nu van individuen. Maar het gaat inmiddels niet meer alleen om hoe informatie wordt verspreid maar om hoe wij die ervaren. Neem VR (Ptd: virtual reality).
?Wat ik interessant vond aan de laatste speech die Mark Zuckerberg hield over de toekomst van Facebook, was dat hij vertelde over hoe je een film of video in je eigen huis kunt maken en die kunt delen op Facebook zodat mensen meteen via VR de ervaring kunnen delen. Dus als je naar de mediadragers kijkt die worden gebruikt: tapijt, schilderij, foto, video, high-definiton-video, VR, naar ervaringen waarbij je volledig wordt ondergedompeld (immersive experiences). Dat is waar we naartoe gaan. Hoe mensen dingen delen, is dus van borduren naar tweeten gegaan. Delen is een instant gebeurtenis geworden en nu komen we op het punt dat mensen in een kamer zitten, op een knop drukken en dan zit er opeens nog iemand anders in de kamer. De onmiddellijkheid van informatie, daar gaat het om. Je kunt midden in een luchtaantal van Syri? zitten en die beelden livestreamen. We zien nu al 360-video uit Syri? komen. Ik zit te wachten op de eerste 360-video van ISIS.
?We hebben al allemaal een videocamera, draagbare technologie en camera?s op het dashboard van de auto. Nog even en al onze telefoons hebben 3D- en 360-camera?s.?

?We zullen nog veel meer materiaal moeten bekijken, dat staat wel vast. Als over tien jaar de oorlog in Syri? nog steeds voortduurt en iedereen loopt rond met een 3D- of 360-camera die je kunt streamen, dan hebben we duizenden livestreams tegelijk en dat constant. Hoe gaan we dat monitoren? Als iemand wil livestreamen hoe een ander in stukken wordt geschoten? Dat kan en daar is publiek voor.?

Dus over deze bedrijven en wat zij van ons weten, maak je je niet zo?n zorgen. Wel over de mogelijkheden die ze cre?ren?
?Nou ja, de social-mediabedrijven cre?ren de manieren waarop wij informatie delen. Zij beslissen uiteindelijk hoe informatie wordt gedeeld. Daar zitten interessante juridische kanten aan. Als je denkt aan die vrouw die een livestream op Facebook maakte van haar vriend die net is beschoten door de politie en bloedend en stervend naast haar zit terwijl zij vertelt wat er is gebeurd. (Ptd: Diamond Reynolds uit Minnesota maakte deze livestream op 6 juli 2016.) Wat voor bewijs is dat? Dit soort dingen zullen we steeds vaker zien.?

Op jullie eigen blog laten jullie Amerikaanse politieagenten zien die video?s maken van hun arrestaties tijdens de Republikeinse Conventie.
?Precies! En daarmee komen we terug om mijn punt dat het gaat om het wantrouwen dat mensen voelen. Dat er onderhand altijd en bij iedereen een verwachting is dat er beelden zijn waaruit blijkt hoe iets echt is gegaan. Zolang ze geen beelden hebben gezien, weten mensen niet meer of ze nu het ene verhaal moeten geloven of het andere.?

En daarom is kennis over verificatie zo belangrijk? Omdat je moet vaststellen of en hoe beeldmateriaal is gemanipuleerd?
?Er is een rapport uit 2014 dat heet Syria?s social mediated civil war van het United States Institute of Peace waarin wordt uitgelegd dat met zo veel informatie van zo veel verschillende partijen, er een rol ontstaat voor wat de rapportschrijvers de ?gatekeepers? noemen. Dat zijn de specialisten op een bepaald onderwerp, zoals een oorlog, mensen die al die informatie onderzoeken en cureren, en er iets begrijpelijks van maken dat ze kunnen doorgeven aan journalisten. De gatekeepers worden net zo invloedrijk als de seniorredacteuren van kranten in het verleden. Er ontstaat dus een nieuwe laag tussen gebeurtenis en journalist, en het is aan journalisten om uit te vinden wie de betrouwbare gatekeepers zijn.?

Bronnen: Reporters Online

Vermist in Mexico en zelf op zoek

foto1

Foto: Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet die

Op zoek naar je familieleden, want de politie doet het niet. Een reportage van Jan-Albert Hootsen in Trouw over de zoektocht naar verdwenen Mexicanen. Meer dan 25.000 mensen verdwenen de afgelopen tien jaar in het door drugsgeweld geteisterde Mexico. Familieleden gaan steeds vaker zelf op onderzoek uit.

Op zoek naar zijn broer, want de politie doet het niet.
Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet diep genoeg. Regenwater spoelde de botten naar beneden.”

Enkele minuten later krijgt hij de bevestiging van een forensisch onderzoeker van de PGR, het Mexicaanse federaal Openbaar Ministerie. Het is het dertigste stuk bot dat hij en zijn groepje van ongeveer twintig vrijwilligers vandaag hebben gevonden.

“Vaak zoeken we uren en vinden we niets”, vertelt hij. “Nu hadden we binnen een kwartier beet.”

Vergara zegt het zonder enthousiasme. Hij is hier, in de ruige bergen, met de overige vrijwilligers op zoek naar clandestiene graven met daarin de resten van de honderden mensen die de afgelopen jaren in dit gebied zijn verdwenen.

Schop en pikhouweel
Ze noemen zichzelf ‘Los Otros Desaparecidos’, De Andere Verdwenenen, en opereren sinds eind 2014 vanuit Iguala in het noorden van Guerrero. Iedere zondag kammen ze, slechts gewapend met schoppen en pikhouwelen, de omgeving uit. Ze krijgen anonieme tips over mogelijke graven. Vaak kloppen die; in anderhalf jaar tijd hebben Los Otros Desparecidos 145 lichamen gevonden. Als ze een clandestien graf ontdekken, geven ze het door aan de autoriteiten, in de hoop dat die verder onderzoek doen.

“Vaak gebeurt dat echter niet”, verzucht Vergara. “De politie komt hooguit met ons mee ter bescherming, maar met de resten die we vinden doen ze niets. Het Openbaar Ministerie neemt ze in ontvangst en dat is het.”

Het is die frustratie over de slecht functionerende Mexicaanse rechtsstaat die tot de oprichting van Los Otros Desaparecidos heeft geleid. De groep werd in het leven geroepen in oktober 2014, een maand nadat 43 studenten in Iguala werden ontvoerd en waarschijnlijk vermoord door een lokale drugsbende, in samenwerking met corrupte politieagenten. De tragedie schokte Mexico en veroorzaakte maanden van demonstraties in het hele land tegen drugsgeweld, corruptie en de banden tussen de lokale politiek en de georganiseerde criminaliteit.

De volkswoede gaf Vergara ook de moed om op zoek te gaan naar zijn broer Tom?s, een taxichauffeur die in juli 2012 door criminelen werd ontvoerd in Huitzuco, niet ver van Iguala. “Er zijn heel veel ontvoeringen in Huitzuco”, vertelt Vergara, in het dagelijks leven caf?houder. “Wie probeerde te weten te komen wat er met de ontvoerden was gebeurd, werd bedreigd door criminelen, of erger. Maar in de nasleep van de verdwijning van de studenten voelden we dat we eindelijk wat konden doen om onze eigen tragedie op te lossen.”

Met Vergara als gepassioneerde woordvoerder krijgt de groep nu ook navolging in andere deelstaten. In Coahuila en Sinaloa, in het noorden, en ook in de deelstaat Veracruz, aan de oostkust, waar Vergara zelf vorige maand twee weken lang enkele zoektochten co?rdineerde.

Veiligheid
Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk; in Veracruz kon de brigada de b?squeda, de zoekbrigade, niet zo vaak op pad als ze wilde. Volgens de politie kon de veiligheid van de zoekende familieleden wegens bedreigingen door de georganiseerde misdaad niet altijd worden gegarandeerd.

Die dreiging is re?el: in juni werd in de Veracruzaanse stad Poza Rica een man vermoord die op zoek was naar zijn verdwenen dochter. Vorig jaar augustus werd bovendien Miguel ?ngel Jim?nez Blanco, de oprichter van Los Otros Desaparecidos, doodgeschoten.

“De risico’s die de leden van de zoekbrigades lopen zijn enorm, want de georganiseerde criminaliteit wil natuurlijk niet dat de slachtoffers worden gevonden”, stelt Juan Carlos Trujillo van mensenrechtenorganisatie Enlaces.

Mario Vergara zegt dat hij en de andere leden van Los Otros Desparecidos zich niet veel van het gevaar aantrekken. “We komen weleens leden van de bendes tegen, maar we provoceren ze niet, we zijn er niet om ruzie met ze te zoeken”, zegt hij. “Bovendien: wat hebben we te verliezen? Als je zoals ik je broer kwijtraakt op deze manier … Eigenlijk zijn wij al levende doden, omdat alles wat we doen in het teken staat van het terugvinden van onze geliefden.”

In het kort
In Mexico zijn sinds 2006 meer dan 25.000 mensen verdwenen.?De meeste vermisten zijn waarschijnlijk het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.?Overal in Mexico duiken nu groepjes burgers op die zelf naar vermisten op zoek gaan

Bronnen: Trouw

OM: weinig problemen met burgeropsporingsfilmpjes op Facebook

?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee als mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten. ?Het is niet strafbaar?.

Woensdag zette een man bewakingsbeelden online waarop kinderen te zien zijn bij een bedrijfsverzamelpand in Maarssen. Ze zouden voorbereidende handelingen verrichten voor een inbraak op een later moment.?Het filmpje is al ruim 1600 keer gedeeld.

839702_480

We zien een piepjonge knaap met een wat oudere jongen. Ze hebben beiden een schort om en plastic handschoenen aan. De twee zijn in de weer met scherpe voorwerpen en trappen tegen deuren.
De jongens treffen volgens de eigenaar de voorbereidingen voor de inbraak. Op het filmpje is te zien dat de oudste jongen ’s nachts terugkomt met twee handlangers. Er zijn volgens de eigenaar meerdere dure laptops meegenomen uit het pand.

Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen.

Het OM reageerde op beelden van een bedrijfspand in Maarssen waarop kinderen te zien zijn die een inbraak lijken voor te bereiden. Het filmpje werd, net als honderden soortgelijke filmpjes, een paar duizend keer gedeeld. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. ?Dan kan een civiele zaak gestart worden?, aldus een woordvoerder die overigens benadrukt dat het altijd goed is aangifte te doen bij de politie.

Bij het bedrijfspand in Maarssen zijn uiteindelijk meerdere dure laptops laptops gestolen. Of dat ook is gedaan door de gefilmde kinderen, is niet zeker. De politie onderzoekt de zaak en er is een paar dagen later opnieuw een inbraakpoging geweest bij het pand.

Bronnen: RTV Utrecht,?CopsinCyberspace

De verslavende werking van Serial

serial-2

Anderhalf jaar geleden schreven we al over de podcast die miljoenen mensen in zijn greep hield, en ook?in het rechtssysteem heel wat teweeg bracht. Serial?liet zien waar het medium toe in staat is. Nu zijn er plannen?in Nederland om er iets mee te doen, zo was te lezen in?de VPRO gids:

Wat deden al die mensen in oktober 2014 op de kale parkeerplaats van een elektronicaketen in een voorstad van Baltimore? Ze waren op zoek naar sporen van een telefooncel, een essentieel stuk bewijs in een moordzaak die toen al veertien jaar gesloten was. Verslaafd geraakt aan de podcast Serial konden ze hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en wilden ze met eigen ogen de plek zien waar de toen zeventienjarige Adnan Syed zijn ex-vriendin Hae Min Lee gewurgd zou hebben in de auto, alvorens haar lichaam in een bos te dumpen. Een getuige in de zaak had namelijk verklaard dat Adnan hem vanaf daar belde uit een telefooncel, maar journaliste Sarah Koenig betwijfelde of die telefooncel er ooit wel had gestaan.

In het nog prille bestaan van het medium podcast is er geen programma dat zo invloedrijk is geweest als Serial. De bloedspannende en hoogst verslavende ontrafeling van de cold case betekende in Amerika de doorbraak van het fenomeen podcast bij het grote publiek. Meer dan tachtig miljoen mensen hebben naar het vervolgverhaal geluisterd.
Adnan Syed werd in 2000 veroordeeld tot levenslang plus dertig jaar voor de moord, maar heeft altijd volgehouden dat hij onschuldig is.

Radiomakers Sarah Koenig en Julie Snyder pakten het verhaal op en onderzochten de zaak aan de hand van juridische documenten en verklaringen van betrokkenen. Wekelijks brachten ze de luisteraars op de hoogte van hun vorderingen. De zaak bleek juridisch ??n grote gatenkaas. Veel verhalen van betrokkenen klopten niet met elkaar. Dat moest betekenen dat er mensen aan het liegen waren, of dat hun geheugen ze in de steek liet.

De luisteraar onderzoekt de zaak met verteller Koenig mee. Elke aflevering gaat men dieper in op een bepaald personage of een aspect van de zaak, waardoor je je mening over de moord weer kan keren, net als die van Koenig.

Serial dankt een groot deel van het succes aan Koenigs fenomenale verteltalent. Een extra zetje kwam van de technologie: een paar weken eerder kwam Apple met een update, waardoor er een vaste podcast-app op alle iPhones en iPads kwam te staan (ja, ook bij u, zoek maar eens naar het paarse tegeltje met een zendmast-icoon erop).

serial1

Luisterfeestjes
Serial heeft voor podcasting gedaan wat House of Cards voor Netflix betekende.

Een show van hoge kwaliteit, speciaal gemaakt voor het medium. Luisteraars die de show wekelijks volgden, hielden luisterfeestjes als er weer een aflevering uit kwam. Mensen die later instapten, verslonden alle afleveringen achter elkaar en vertelden iedereen die het maar horen wilde dat zij dat ook moesten doen.

Er kwamen spin-offs, parodie?n en imitaties van Serial en dankzij de aandacht kwam allerlei nieuwe informatie over de zaak naar boven. Adnan Syed verscheen afgelopen februari opnieuw voor de rechter, die op dit moment overweegt of het proces misschien over moet. Netflix zelf antwoordde op het succes met de documentaireserie Making a Murderer, ook over een oude moordzaak met discutabele rechtsgang.

Taliban
Het onvermijdelijke tweede seizoen van Serial werd een paar weken geleden afgerond. De torenhoge verwachtingen werden maar ten dele ingelost. Dit keer ging het niet over een obscure moordzaak, maar om een affaire die in Amerika al heel veel aandacht had gekregen: de zaak Bowe Bergdahl. Deze soldaat liep weg van zijn legerbasis in Afghanistan, werd gevangengenomen door de Taliban en vijf jaar vastgehouden. Hij keerde uiteindelijk terug naar huis in ruil voor de vrijlating van vijf talibanleiders uit de gevangenis van Guant?namo Bay. Terug in de vs werd hij aangeklaagd wegens desertie. Veel militairen zien Bergdahl als een laffe verrader die opzettelijk zijn collega?s in gevaar heeft gebracht. De podcastserie draaide dit keer om de vraag: wat bezielde Bergdahl om zijn post te verlaten en wat is hem nu eigenlijk aan te rekenen? Koenig ploos uit wat er allemaal in werking wordt gesteld als zoiets gebeurt, en leerde ondertussen alles over de werkwijze van het leger, de Taliban, de Afghaanse en Pakistaanse regio en geopolitieke verhoudingen. De podcast wierp interessante vragen op over eer, trouw en het doel van het Amerikaanse leger.

In Amerika werd de serie goed ontvangen, goed beluisterd en voegden Koenigs bevindingen nieuwe feiten toe aan de discussie. Maar eerlijk gezegd was seizoen twee toch minder bloedstollend dan de perikelen rond een vermoord tienermeisje. Het wachten is nu op seizoen drie, dat hopelijk binnen een paar maanden van start gaat.

serial-timeline

Een reconstructie uit serie 1

Podquest
Serial was geen eendagsvlieg: het heeft miljoenen mensen aan het podcastluisteren gekregen, en veel doen dat nog steeds. Na afloop van het vervolgverhaal vermaken ze zich nu met de honderden andere shows die ook het beluisteren waard zijn. We kijken dus uit naar de Nederlandse Serial, de show die hetzelfde zal doen voor podcasts in ons taalgebied. Als het aan hoofdredacteur radio Gerard Walhof ligt, gaat die in elk geval bij de VPRO gemaakt worden. ?Ik ga in september een podquest uitschrijven. Makers kunnen zich bij mij melden met een geweldig idee. Er wordt geld voor uitgetrokken om er lang en intensief aan te werken. Persoonlijke onderzoeksjournalistiek, daar ben ik naar op zoek.?

Cold cases der lage landen: u kunt zich melden!

Bronnen: VPRO gids

App: I Sea

Vanuit je luie stoel met een app vluchtelingenbootjes zoeken

Vluchtelingen helpen zonder dat je naar de Middellandse Zee hoeft en zonder dat je er geld aan uit hoeft te geven??Migrant Offshore Aid Station (MOAS), een particuliere organisatie die op zee vluchtelingen redt, heeft daar een app voor ontwikkeld.?Je kunt nu vanuit je luie stoel en met?een paar vrije minuten?helpen zoeken naar migrantenboten op zee met I Sea.

De app, momenteel alleen nog beschikbaar voor iOS, moet het zoeken naar vluchtelingenboten makkelijk maken. De software van MOAS deelt de satellietbeelden – dat het krijgt van meerdere organisaties – op in miljoenen blokjes. Je krijgt bij het opstarten een van die miljoenen blokjes toegewezen. Crowdsourcend naar bootmigranten zoeken dus.

Jelle Goezinnen (38) van?Sea Watch, een andere particuliere hulporganisatie, vindt het een “goed?initiatief. Tot er een oplossing is voor de humanitaire ramp die er plaatsvindt?moet je met dit soort initiatieven blijven komen.”

isea1isea4isea2isea3
Spot je een boot in jouw blokje? Dan druk je op een knop om MOAS op de hoogte te stellen. Voordat je een bootje kunt taggen, moet je wel je naam, paspoortnummer en email invullen, om grappenmakers tegen te gaan.?Jouw ingestuurde?informatie wordt vervolgens bekeken en – als het inderdaad een vluchtelingenboot is -?doorgegeven aan schepen op het water. Zij kunnen aan de hand van de gegevens gaan zoeken.

De makers van de I Sea-app zeggen dat er weinig mensen zijn om op zee te zoeken naar vluchtelingen. Met deze app hopen ze dat er meer mensen mee gaan?helpen. Correspondent Rop Zoutberg herkent het probleem. “Er zijn handen en schepen?tekort, maar je kunt ook zeggen: de zee is gewoon te groot.” Daarom zou deze app zomaar eens uitkomst kunnen bieden, zegt Zoutberg.

Van deze boot werden de opvarenden net op tijd gered.?

Goezinnen: “Er komen steeds meer schepen, steeds meer initiatieven om te helpen, maar het is nog niet genoeg. Er sterven steeds meer mensen op zee.”?Er kwamen dit jaar al ruim 211 duizend migranten over de Middellandse Zee naar Europa. Bijna 3000 mensen verdronken, meldt de vluchtelingengroep UNHCR.

Volgens Goezinnen ligt het niet aan de techniek of de capaciteit. “Die is er al, die wordt maar mondjesmaat ingezet voor reddingsoperaties.”

Zo heeft Frontex, de Europese grensbewaker, al toegang tot realtime satellietbeelden, zegt Goezinnen. “Die worden 24/7 bekeken door tientallen professionals. Die zoeken allemaal?naar boten en kennen de routes.” Maar lang niet altijd wordt er ingegrepen door Frontex. “Hun mandaat is niet groot genoeg, ze zijn niet actief op de hele?Middellandse?Zee.”

“En zolang er geen Europese oplossing is voor vluchtroutes, zal deze ramp niet opgelost worden.”

Met twee motorboten worden de migranten van het schip gehaald.

Ook Nederland helpt mee met de grensbewaking.?Het marinefregat Zr. Ms. Van Amstel heeft?gistermiddag 193 mensen gered van een zinkend schip op de Middellandse Zee. De Van Amstel vaart daar in verband met de grensbewakingsoperatie Frontex van de EU.

Juist daar wil I?Sea verandering in brengen. Goezinnen zegt?dat het goed kan?werken. “Je moet snel ter plekke zijn om overvolle bootjes in nood te helpen.” Des te sneller zo’n bootje wordt gespot, des te groter de kans dat de opvarenden geholpen kunnen worden.

MOAS is in?2013 opgericht door het koppel Christopher en Regina Catrambone. De miljonairs hebben hun?schip De Phoenix en werken vanuit Malta. Met? schepen en drones heeft MOAS tot nu toe zo’n 13.000 mensen uit zee gered. En kreeg daarvoor de?Geuzenpenning.

Toch lijkt er het een en ander?mis met I Sea…

Of: wat is er n?et mis? Technisch blijkt er weinig van te kloppen. Al snel werd ontdekt dat de real-time satellietbeelden helemaal niet real-time zijn. Sterker nog, de app laadt bij iedereen dezelfde statische afbeelding, waar gegarandeerd niets in wordt gevonden. Ook de bijbehorende website is expres zo gemaakt dat het helemaal niets doet. Het inlogveld is bijvoorbeeld gemaakt om alleen een melding terug te geven dat de gebruikersnaam niet bestaat. Verder niets.

Maar ook zonder in de code te duiken zou de app al wat vragen moeten oproepen. Zo is het totaal onduidelijk waar de satellietbeelden vandaan komen en hoe actueel ze zijn. Het non-stop doorstralen van hoge-resolutiebeelden vanuit de ruimte staat, op zijn zachtst gezegd, nog in de kinderschoenen. En het feit dat je, mocht je onverhoopt een boot vinden die je wilt melden, jouw paspoortnummer moet doorgeven aan de organisatie is ronduit vreemd. Zeker omdat er nergens gebruiksvoorwaarden zijn te vinden die aangeven waarom dat moet.

Een app als I SEA is best ingewikkeld om goed in elkaar te draaien. Dat is niet iets wat de eerste de beste ontwikkelaar zomaar even doet. De app is gemaakt door Grey for Good, dat een soort goede-doelen-afdeling moet zijn van reclameboer Grey uit Singapore. I SEA is hun tweede app in de App Store. Ze hebben hiervoor een app gemaakt waarmee je laminaat kunt uitkiezen. Om dat nu met zoiets als I SEA op de proppen te komen is een flinke stap voorwaarts. En MOAS? Die rept op de eigen website letterlijk met geen woord over de I SEA app.

Kortom, heb jij naar aanleiding van de vele, vele, vele, vele nieuwsberichten van goedgelovige journalisten oprecht gezocht naar vluchtelingen, dan heb je dus sowieso jouw tijd zitten verdoen. Maar waarom zouden de helden van MOAS in vredesnaam op de proppen komen met een app waarvan ze weten dat het niet werkt? Over zo?n serieus onderwerp ook nog? We wachten nog op een reactie. Het zou goed kunnen dat MOAS hiermee aandacht wilde genereren voor de vluchtelingenkwestie. En heel veel aandacht zou de ontwikkelaar van de app ook niet slecht uitkomen. Volgens ??n twitteraar heeft die zijn eigen manke product namelijk al ingediend voor de Cannes Lions reclame-award.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken is er nog geen reactie van de organisatie. Wel is de bewuste app inmiddels door Apple uit de AppStore gehaald?en?zijn ze via andere wegen naar buiten getreden. Zo laat MOAS aan Buzzfeed weten wel benaderd te zijn over het idee, maar verder niets te maken te hebben gehad met de app. Dat de uitvoering totaal ruk is, betreuren ze. ?We don?t use iPhones to save people.??Dan blijft de Grey dus over als schuldige in dit debacle. Zij laten op hun site weten dat de app nog in testfase is. Een glasharde leugen, gezien eerdere interviews die ze maar wat graag gaven over de app. Ondertussen hebben ze namelijk wel gewoon even een prestigieuze bronzen reclame-award voor de app in de wacht gesleept.

Bronnen: NOS, I Sea App, Draadbreuk