Tagarchief: data

Future Crimes – Social Media bovenwereld

marc Goodman

We zetten de lijn van exponenti?le groei uit het vorige blog door, maar nu zoomen we in?op?de social media ontwikkelingen die Marc Goodman beschrijft in zijn nieuwe boek Future Crimes.

In 10 jaar tijd groeide het gebruik van Facebook van nul tot 1.3 milard mensen. Er zijn inmiddels op de planeet meer mobiele telefoons dan mensen en daarmee worden elke dag 350 miljoen foto’s naar Facebook geupload. De ‘Like’-knop wordt zo’n zes miljard keer per dag ingedrukt.?Tijdens de Arabische lente maakte een Google medewerker, Wael Ghonim, een Facebookpagina aan om aandacht te vragen voor de aanslag op een Egyptische activist. Binnen twee minuten had hij?300 ‘likes’ en na korte?tijd steunden 250.000 zijn oproep. Het doen van telefoontjes op de mobiel is volgens Brits onderzoek in ons dagelijks gebruik al?op de vijfde plaats gekomen: surfen op het web, social media, gamen en muziek staan op de eerste vier plekken!

Social Media Terms of Service (ToS)?

De groei van klanten voor social media aanbieders is fenomenaal. Maar over hoe deze partijen met hun klanten omgaan stelt Marc Goodman stevige vraagtekens. Bijvoorbeeld Google of Facebook komen met veel vreemde praktijken weg zo lijkt het, en het contract dat je als gebruiker met ze aangaat is op zijn minst asymmetrisch. Het antwoord van Google in een rechtszaak onder de hamer van?rechter Lucy Koh was letterlijk: “a person has no legitimate expectation of privacy in information he voluntarily turns over to third parties“. Met andere woorden: het versturen van een e-mail aan een Gmail gebruiker betekent dat Google mag doen met die data wat het wil. Neem ook Facebook die zich zou moeten houden aan de Children’s Online Privacy Protection Act,?een wet die bepaald dat er geen informatie van kinderen onder de dertien verzameld mag worden. Maar wie een beetje om zich heen kijkt op Facebook weet wel beter. Ook al zijn de regels dus beter, dan schiet de handhaving enorm tekort. Een treffende?quote uit het boek is dan ook: “Social media are the new public records“.

Marc wil zijn punt nog kracht bijzetten met wat cijfers.?De gemiddelde Amerikaan krijgt per jaar 1.462 gebruikersovereenkomsten?onder ogen, met gemiddeld 2.518 woorden per stuk. Als we die allemaal zouden moeten lezen, zou dat?76 volledige werkdagen?van ons leven kosten. Geen wonder dat de meeste mensen de Terms of Service (ToS) niet lezen.

Als voorbeeld schotelt Marc Goodman ons de user agreement?van LinkedIn even voor:

“You grant LinkedIn a nonexclusive, irrevocable, worldwide, perpetual, unlimited, assignable, sublicensable, fully paid up and royalty-free right to us to copy, prepare derivative works of, improve, distribute, publish, remove, retain, add, process, analyse, use and commercialize, in any way now known or in the future discovered, any information you provide, directly or indirectly to LinkedIn, including, but not limited to, any user generated content, ideas, concepts, techniques and/or data to the services, you submit to LinkedIn, without any further consent, notice and/or compensation to you or to any third parties. Any information you submit to us is at your own risk of loss.”

Daar kunt u het mee doen. Je kunt je data als eindgebruiker (of product) dus nooit meer terughalen, nooit een fout herstellen. Social Media partijen?kunnen je data in de meeste gevallen tot in lengte der dagen blijven gebruiken voor allerlei doeleinden. LinkedIn heeft zijn user agreement inmiddels iets aangepast, en maakte er na veel vragen zelfs onderstaand?filmpje over. Het filmpje doet overkomen alsof je zelf eigenaar bent (ben je in wettelijke zin ook), toch blijf?je onbeperkte toestemming (licenties) aan LinkedIn en derden geven over je persoonlijke gegevens?en zie die maar eens echt terug te halen. Dat is nu totaal nog?geen transparant proces, vandaar ook nieuwe Europese wetgeving?tav?het recht om vergeten te worden, maar ook de?interessante zaak die Max Schrems (na zijn eerdere ervaringen) nu samen met duizenden gebruikers?tegen?Facebook voert:

Om aan te tonen hoe belachelijk dit soort gebruikers overeenkomsten zijn, deed GameStation een experiment met een nog belachelijker statement:

“By placing an order via this GameStation Website on the first day of the fourth month of the year 2010 Anno Domini, you agree to grant us a non transferable option to claim, for now and for ever more, your immortal soul. Should we wish to exercise this option, you agree to surrender your immortal soul, and any claim you may have on it, within 5 (five) working days of receiving written notification from gamestation.co.uk or one of its duly authorisied minions.”?

7500 GameStation gebruikers verkochten op de dag van dit experiment hun ziel aan GameStation, terwijl ze er een product kochten. Terms of Service zijn echter geen geintje. Menige rechtszaak is door arme klanten verloren doordat de kleine lettertjes de social media partij -?of derden?- vrijwaarden van elke blaam. De privacy overeenkomst van Facebook verandert toch al elk half jaar en is inmiddels gegroeid van 1004 woorden (in 2005) tot 9300 woorden in 2014 (exclusief de links naar pagina’s met subvoorwaarden en overige condities). Facebook’s privacy overeenkomst is daarmee langer geworden dan de Amerikaanse grondwet! Toch spant Paypal de kroon met een gebruikersovereenkomst van 36.275 woorden… (langer dan Shakespeare’s Hamlet). Marc Goodman vergelijkt het wijzigen van deze voorwaarden met het (eenzijdig) wijzigen van de wetten, omdat deze datawetten bepalen wat ze met jouw data mogen doen en welke schamele rechten er dan voor jou overblijven.

En als je die gebruikersovereenkomst eenmaal gelezen hebt, ben je nog niet klaar. Op Facebook zijn maar liefst 170 privacy opties die je kunt instellen en tweaken, hoewel?de meeste mensen niet eens weten wat alles betekent. En al zou je uren besteden aan die instellingen, dan nog kan?een Facebook update van de Terms Of Service veel instellingen weer terugzetten op de?standaard instellingen; namelijk maximale openheid. Zo bepaalt je data dealer wat ze met jou kan doen. Jij bent immers allang verslaaft en zit vast?in hun web.

Ook Google heeft een vergaande terms of service overeenkomst. Als je bijvoorbeeld Google Docs of Google Drive gebruikt staat er?dat Google automatisch ook eigenaar wordt van die documenten. Lees maar:

“When you upload or otherwise submit content to our services, you give Google (and those we work with) a worldwide license to use, host, store, reproduce, modify, and create derivative works, such as those resulting from translations, adaptations or other changes and license to communicate, publish, publicly reform, publicly display and distribute such content.”

Het is maar goed?dat J.K. Rowling haar Harry Potter serie niet in Google Docs heeft geschreven! Anders waren haar wereldwijde rechten van het boek ook in handen van Google.

Jij bent het product

Gratis lijkt dus mooi, maar je betaald met je persoonsgegevens of je eigen content. Een treffende quote uit het boek is: “The most expensive things in life are free“. Dat is precies?waarom een gratis spelletje als Angry Birds?binnen korte tijd 9 miljard aan beurswaarde kan genereren. Apps zijn hele effectieve distributiesystemen voor persoonlijke gegevens aan adverteerders. Alleen al het downloaden van de Facebook app op een Android toestel (nog voor dat je je hebt aangemeld of de ToS hebt ondertekend) zorgt ervoor dat je mobiele telefoonnummer met Facebook is gedeeld. En de ‘Like’-knop (6 miljard clicks per dag)?werkt?net als internet cookies als een tracker die je gedrag ook op andere sites dan Facebook volgt. McAfee toonde aan dat 82% van de Android apps je internetverkeer volgen en maar liefst 80% je locatiegegevens doorgeven. Marc Goodman geeft voorbeeld na voorbeeld en verbaast zich over het feit dat deze markt zo ongereguleerd is. Hij vergelijkt het met de regulatie van nicotine (onze persoonsgegevens zijn de verslaving van big data brokers en adverteerders), en de grote waarschuwingen op sigarettenpakjes voor consumenten.

De 7 gouden W’s voor adverteerders

Hij haalt de 7 gouden W’s erbij (op een andere manier: ditmaal voor adverteerders) en stelt dat Google de strijd om de “Wat” vraag heeft gewonnen: zij weten “wat” mensen zoeken (Google Search die je zoekvraag zelfs aanvult omdat ze jou en anderen inmiddels al redelijk goed kennen). ?Facebook heeft nu de strijd gewonnen rondom de “Wie” vraag: het kent jou en je persoonlijke netwerk als geen ander. ?De “Waar” vraag is nu waar de strijd al een tijdje in is losgebarsten. Location based diensten (LBS) en bronnen via apps (oa ook Netflix), de smartphone en internetdingen maar ook infrastructuur (de Wifi bij de McDonald’s) zorgen voor veel nieuwe startups die hun drilboor al in de digitale goudmijn hebben gezet.

Voorbeelden van dergelijke nieuwe diensten zijn bijvoorbeeld dating apps als Tinder en Grindr, die miljoenen klanten op miljoenen locaties aan elkaar hebben verbonden. In 2012 lanceerde een Russische startup de app Girls Around Me?die gebruik maakte van Facebook en Foursquare check-ins. Als een digitale?radar kon je alle meisjes?in de buurt vinden en hun Facebook profielen checken. Met een druk op de knop kon je zien waar ze op school zaten, welke vakantie ze net hadden gehad en hun?voorkeuren (‘likes’) inzien. Met deze informatie zou je dus als wildvreemde op zo’n meisje af kunnen stappen en precies de juiste dingen kunnen zeggen. Handig, ook voor?mannen met minder fijne bedoelingen.

Een andere?datingapp?gaat nog verder. OkCupid?vraagt aanvullende gevoelige informatie, zoals hoeveel seksuele relaties je in het verleden hebt gehad, of je voor of juist tegen abortus bent, of je een vuurwapen hebt, of en hoe vaak je?alcohol of drugs gebruikt (legaal en ook illegaal). Allemaal om een zo goed mogelijke match voor je te vinden…

Social Media monitoring

leigh

Dat social media ook door andere partijen steeds beter in de gaten gehouden wordt, ontdekte Leigh Van Bryan toen hij vlak voor zijn reis vanuit Engeland naar de Verenigde Staten Twitterde:

destroy-america

Het woordje ‘destroy’?betekent onder zijn Britse vrienden iets anders dan wat DHS (Department of Homeland Security) ervan maakte. Toen hij op het vliegveld in Los Angeles aankwam werden hij en zijn 24 jarige reisgenote Emily Bunting door de bewapende douane in de boeien geslagen. Ze moesten 12 uur in een cel zitten met vermeende Mexicaanse drugsdealers. Hoewel ze hun Engelse slang nog probeerden uit?te leggen, mocht het niet baten en werd er door hun spullen gezocht, onder andere naar een schep. Een schep? Die schep zou te maken hebben met hun andere tweet die hun vakantieplannen weergaf en over ‘diggin’ Marylin Monroe up‘ ging (een verwijzing uit de serie Family Guy):

article-2093796-11859F7D000005DC-112_468x89

Na een nachtje in de cel werden ze op het vliegtuig per kerende?post naar Engeland teruggestuurd. Dag visas, dag vakantie…

Social media monitoring is allang niet?meer beperkt tot de DHS. In Amerika?zijn naast de inlichtingen ook de IRS (belastingdienst) en de immigratiedienst al in 2009 begonnen met social media monitoring programma’s. Onder andere om te zien wie er wel vaart bij uitkeringen en vermoedelijke fraudezaken. In dat jaar had telecomoperator Sprint een handig online politie portaal (website) gemaakt om de vele dataverzoeken?eenvoudiger af te handelen. Daarmee kon de politie zonder schriftelijk bevel alle telefoons van Sprint localiseren (‘pingen’). In dat jaar werd er 8 miljoen keer gebruik van gemaakt.?Ook scholen en overheden doen steeds vaker mee in het monitoren van social media data. UDiligence volgt social media accounts van studenten om ervoor te zorgen dat “de lokale atletiekclub niet door het gedrag van atleten in een slecht daglicht komt te staan”. Sommige scholen stellen het zelfs verplicht om de Facebook accounts met wachtwoord en al in te leveren. Ouders kunnen dan rustiger slapen.

Social data dealers

Marc Goodman constateert dat er maar weinig industrie?n zijn die hun klanten gebruikers noemen. Eigenlijk kent hij er maar twee: drugsdealers en de ICT industrie. Marc ziet veel overeenkomsten.

Want hoewel men schokkend reageerde op wat de NSA aan data verzamelde wil Marc ons ook wijzen op de echte datadealers. En dan bedoelt hij geen?hackers, maar gewoon de legale handel in persoonsgegevens. Neem bijvoorbeeld?Acxiom , die van meer dan 700 miljoen klanten gegevens verzamelde (van 96% van de Amerikaanse inwoners?hebben ze gegevens) en hiermee 50 triljoen data transacties per jaar verwerkt. Elk gebruikersprofiel bevat 1500 eigenschappen, zoals je ras, geslacht, telefoonnummer, type auto, opleidingsniveau, aantal kinderen, formaat huis, recente aankopen, leeftijd, gewicht, lengte, huwelijke status, politieke voorkeur, gezondheidstoestand, beroep, en of je links-of rechtshandig bent tot aan je?huisdieren. ‘Behavioural analysis’,?predictive targeting‘ en ‘premium proprietary behavioural?insights’ zijn de zaken?waar dit soort bedrijven dagelijks in handelen. Oftewel: ze proberen je door gedragsanalyse echt te begrijpen?en die kennis aan de hoogste bieder te verkopen. Want luiers?aanbieden aan een student heeft niet zoveel zin, maar brengt?veel geld in het laatje als je dat aan een zwangere huisvrouw aanbiedt.?Acxiom geeft je een unieke 13-cijferige code en stopt je in een van hun 70 clusters op basis van je gedrag en je sociodemografische eigenschappen. Sommige?data brokers houden ook gegevens bij over je medische toestand (bijv. AIDS of dementie) en?MEDbase200 verhandelde zelfs gegevens over slachtoffers van huiselijk geweld of verkrachtingen. OfficeMax stuurde een brief?naar een klant waarop?stond” Mike Seavy, dochter omgekomen in een auto-ongeluk”. Toen deze man (nog in rouw, want het feit klopte) het bedrijf om uitleg vroeg moest het bedrijf onder druk van NBC bekennen dat het het een foutje was. Die gegevens waren alleen?bedoeld voor derde partijen, niet voor klanten. Welke partij die gegevens kreeg wilde OfficeMax niet zeggen (bekijk het nieuwsitem).

Je?begint je misschien?af te vragen wat deze data brokers allemaal van je weten. Je komt het echter nooit te weten, daar heb je immers voor getekend in de gebruikersovereenkomst.?Er is nauwelijks?regulering van de markt van deze data dealers. Marc Goodman noemt het Kafkaiaans,?omdat het doet denken aan het?boek van Franz Kafka “Het proces” waarin een man veroordeeld wordt maar niet krijgt te horen wat er in het geheime dossier staat.?Deze?dataveillance maatschappij noemde voormalig vice-president Al Gore ook wel de “stalker economy” met verwijzingen naar diensten als SnapChat, die jongeren juist weer gebruiken om onder het toeziend oog van hun ouders weg te komen.

Van Big data wetenschap naar big data praktijk

Engelse onderzoekers bekeken de locaties van mobiele telefoongebruikers en kwamen erachter dat ze nauwkeurige voorspellingen konden doen: met twintig meter variatie voorspelden ze waar je de volgende dag (over 24 uur) zou zijn.

Het Gaydar onderzoek op Facebook gaf vervolgens goed weer dat je seksuele voorkeuren goed kunt voorspellen (78% betrouwbaar) op basis van je sociale netwerk. Bedenk daarbij wat dit betekent voor de 76 landen waar homoseksualiteit nog steeds onwettig is: Sudan. Iran, Yemen, Nigeria of Saudi Arabi? waar er zelfs de doodstraf op staat. Of denk aan Rusland die ook bekend staat om zijn homohaat, dat zichtbaar?via de?Russische Facebook variant?Vkontakte?gebeurt.

En een andere Facebook studie van 58.000 profielen?toonde aan dat je iemands IQ kan voorspellen, maar ook of ze emotioneel stabiel en misschien uit een gebroken gezin afkomstig waren. Predictive policing software maakt hier nu nog geen gebruik van, maar data brokers met?commerci?le doeleinden waarschijnlijk?al wel.

Zo zijn er al een aantal start-ups (zoals Lenddo) die je sociale netwerk informatie gebruiken om te bepalen of je kredietwaardig bent. Als je bevriend?bent met mensen die schulden hebben en je hebt er vaak contact mee verlies je punten. Want, zo zal men denken, als je vrienden op social media allemaal platzak zijn, zul jij niet veel beter zijn…

Big data bazen

Eric Schmidt (CEO van Google) heeft?zelf een van de beruchtste uitspraken gedaan: “If you have something that you don’t want anybody to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place” en kreeg bijval van Mark Zuckerberg die zeiprivacy is no longer the social norm” .

Zelfs Wolfgang Schmidt, destijds?hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst?Stasi, reageerde op de onthullingen van Edward Snowden: “Dit zou onze droom geweest zijn”, en deed uit de doeken?dat?de Stasi destijds 40 telefoonlijnen tegelijk kon tappen en was verbaasd te horen dat de technologie het blijkbaar nu mogelijk maakt om alle telefoonlijnen en internet data tegelijkertijd en continu af te tappen.

Marc Goodman somt de problemen van de data brokers op en legt uit hoe gemakkelijk criminelen, maar ook bonafide partijen erbij kunnen, en stelt: “Als je niet de controle hebt over je eigen data, heb je niet de controle over je eigen levenslot.” In het volgende blog wordt nog duidelijker hoe social media informatie tot allerlei onveilige situaties leiden, en ronden we af met wat je er volgens Marc Goodman tegen kunt doen.

Laten we dit blogje eindigen met een onthullende parodie die goed weergeeft in wat voor gekke wereld we nu leven “CIA owns Facebook”:

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat