Categoriearchief: Burgeropsporing

Gemiddelde Nederlander kan prima zelf gestolen fiets rechercheren

De wereld en onze samenleving veranderen snel en drastisch. Ingrijpende veranderingen hebben grote impact en roepen ingewikkelde vragen op. Binnen ?n buiten de politie. Is de politie hierop toegerust? Wat zijn de gevolgen voor de rol van de politie? En wat betekent dit voor jou persoonlijk? Hoe word je de politie van overmorgen?

In gesprekken over de toekomst van de politie, steekt een aantal thema?s telkens de kop op. Als representanten van politienetwerken Blue M en Next Generation, lichten Jordie van den Heuvel en Amanda Visch een tipje van de sluier op over hun visie op de politie van vandaag en overmorgen.

Om te blijven bestaan zullen we een deel van onze taken echt over moeten laten aan anderen

Amanda: ?Eens. De gemiddelde Nederlander kan prima zelf zijn gestolen fiets terug rechercheren. En er zijn zoveel bedrijven die diepere kennis hebben van cybercriminaliteit. De politie moet zich bij haar kerntaken houden: opsporing en handhaving van de openbare orde.?

Jordie: ?Neem zo?n gestolen fiets. Ik kan me goed voorstellen dat Marktplaats zegt: wij willen geen gestolen goederen op onze site. En als je als burger je fiets daar terugvindt, dat de beveiligingsafdeling van Marktplaats je helpt om ?m terug te krijgen. We kunnen alleen niet van de ene op de andere dag zeggen: ?Met gestolen fietsen doen wij niets meer. Succes ermee.? We zullen partijen een periode moeten helpen om de nieuwe oplossingen op te tuigen of de hulp ergens anders te vinden.?

Amanda: ?Precies. We worden dan meer regisseur. Dat is een rol die je leert bij de politiekundige opleiding, daar kunnen we meer gebruik van maken.?

Hebben je naast webcare nog meer wapenfeiten op je naam staan?

We hebben drie brainstormsessies georganiseerd met collega?s en mensen van buiten. Die laatste werven we via LinkedIn. Als je als oproep plaatst ?Vind je iets van de politie en wil je meedenken??, is er altijd animo. Uit die brainstorms zijn 86 idee?n gekomen. Met drie zijn we aan de slag. Het gaat allereerst om de introductie van agile en scrum werkwijzen bij de Districtsrecherche in Twente en bij de wijkrecherche in Hengelo, daarnaast om experimenten met burgeropsporing en ten slotte om het gebruik van burgerpanels om bij kleinere delicten scenario?s voor ons uit te denken. Eigenlijk gebruiken we zo het capaciteitstekort om tot andere oplossingen te komen. Die hebben een dubbel effect: de samenwerkingen helpen ons bij het verzamelen van bewijsmateriaal, en zorgen tegelijkertijd voor meer openheid en onderling contact.

Leveren die experimenten met inzet van burgers concreet iets op?

Wat je zegt, het zijn experimenten. Dus de uitkomst is onzeker. Neem burgeropsporing. We willen handvatten geven om bijvoorbeeld zelf je gestolen fiets te rechercheren. Onder andere met een handleiding hoe je een getuigenverklaring afneemt. Maar dit is ingewikkeld. Want hoeveel waarde hecht de rechter aan de handtekening van een burger onder zo?n verklaring? Geen idee. Komende tijd willen we vijf van dit soort zaken aan de rechter voorleggen om dit te toetsen.

Wanneer is jouw missie geslaagd?

Veel van wat we doen, is meer middel dan doel. De weg die we met elkaar afleggen, is belangrijker dan de uitkomst. Het verkleint de afstand met de burger en kweekt begrip. Bij burgeropsporing leggen we uit dat we geen capaciteit hebben om een gestolen fiets op te sporen. Omdat er meer criminaliteit is dan politie. Dat begrijpt iedereen. Maar onze experimenten be?nvloeden ook onze eigen mindset en die van collega?s. Hopelijk zorgt het ervoor dat we als politie kritischer naar ons eigen werk durven kijken. Dat we minder de vinger wijzen naar de buitenwereld. Dat we ons kwetsbaar op durven te stellen en daardoor meer kansen gaan zien. Zo?n verandering gaat langzaam. Maar zeker.

 

Bronnen: Politie van Overmorgen

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Gastauteur: Stan Duijf

Steeds vaker verrassen burgers, vriend en vijand door in de rol van de politie te kruipen. Nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit starten ze op eigen initiatief met opsporen. Er wordt vaak gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar zeker nog geen werkelijkheid!

Weet u nog? Een vrouw uit Hoorn heeft de man die haar aanrandde zelf opgespoord. De aanrander nam haar iPhone mee en dat bracht haar na een zoektocht uiteindelijk zelf bij de dader. Ze gaf haar informatie door aan de politie. Het duurde vervolgens twee maanden voordat de politie de man wist te pakken. De man bekende en werd door de rechtbank veroordeeld. Een spraakmakend voorbeeld uit 2017 en zeker niet het enige. Met hoge regelmaat duiken er in de media voorbeelden op van burgers die zelf aan het opsporen gaan. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaagd lijkt toe te nemen. Helemaal nieuw is het niet, burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Toch lijkt deze rol aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Omdat de politie hun verwachtingen vaak niet waarmaakt nemen burgers het initiatief en starten zelf het opsporingsonderzoek (1). Soms volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op Instagram en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. De integratie van technologie en internet in ons dagelijks leven lijkt zeer prominent bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze initiatiefrijke burgers.

Noemenswaardig is dat er voornamelijk aandacht is voor het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. De (wetenschappelijke) onderzoekswereld heeft tot op heden opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Deze filosofeert namelijk graag over de wenselijkheid van een participerende politie, waarbij vaak een scherp oog voor de huidige realiteit ontbreekt. Vergezichten en overtuigingen van ?hoe het zou moeten? zijn niet genoeg en lijken te worstelen met de werkelijkheid. Want wanneer de attitude van de politie ten opzichte van deze zelfstartende opsporende burgers niet verandert, komt de legitimiteit van de politionele opsporing nog verder onder druk te staan. In werkelijkheid neemt de politie namelijk nauwelijks deel aan het opsporingsonderzoek waarin burgers leidend zijn.

Werkelijkheden: de wijze waarop de politie reageert

De politie zit niet te wachten op inmenging van zelfstartende burgers in het opsporingsonderzoek. Voor velen is opsporen toch echt alleen de taak van de politie. Er is in werkelijkheid meer sprake van politie-power dan van politieparticipatie. Ondanks dat de politie terughoudend en wantrouwend is, beseffen ze zich dat ze beter kunnen samenwerken. Dit geeft de politie, geredeneerd vanuit eigen belang, de kans om meer invloed en controle te hebben op de opsporingsactiviteiten van deze burgers. Merkwaardig is dat de behoefte aan invloed die de politie wil hebben op deze initiatiefrijke burgers, toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze behoefte van invloed is vele proporties meer dan bij veelvoorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Bij dit soort veelvoorkomende criminaliteit is de politie zelfs in staat om een kwetsbare burgers zelf op onderzoek uit te sturen, met alle risico?s van dien. Het lijkt er op een of ander manier minder toe te doen.

Ondanks dat de politie moeite heeft om deze zelfstartende burger te omarmen in het opsporingsonderzoek, zijn er zo links en rechts wel enige beginnende vormen van participatie waarneembaar in de praktijk. Er wordt onder andere vaak (nuttige) informatie uitgewisseld tussen opsporende burgers en politie. Hierbij is er wel sprake van eenrichtingsverkeer, want voor de politie is het vaak complex door regelgeving om informatie uit te wisselen. Daarnaast geeft de politie, gedreven door o.a. manipulatieve redenen, ook voorlichting en training aan initiatiefrijke burgers. Hiermee hoopt de politie dat zij hetgeen gaan doen wat in het politionele straatje past en het liefst maakt de politie hier op voorhand afspraken over. Past het niet in het politionele straatje en worden volgens de politie ethische en juridische grenzen overtreden, dan is de politie niet te beroerd om burgers tot stoppen te dwingen. Het is overigens ook de flexibiliteit van de politieorganisatie die echte participatie in de weg staat. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief dat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar een vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld, die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Dat er de komende tijd gesleuteld moet worden aan wijze waarop de politie reageert op deze opsporende burgers is duidelijk. De huidige attitude resulteert onvoldoende in voortuitgang en dat is toch waar de opsporing naar verlangd. Niet structureel, maar incidenteel is zichtbaar geworden wat we met vooruitgang bedoelen wanneer de politie in staat is om opsporende activiteiten van burgers te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Het opsporend vermogen neemt namelijk significant toe. De politie kan gebruik maken van meer ogen, oren en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast ontstaat er meer gelegenheid om van elkaar te leren en de tevredenheid over de politie neemt toe wanneer ze in staat zijn om burgers te erkennen als serieuze partner in crime.

Verlangen naar vooruitgang: wat helpt?

Het begint bij het erkennen van de realiteit. De politie neemt nauwelijks deel aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn en geleid worden door burgers. Zoals Arnout de Vries en Jose Kerstholt (2) al eerder in dit tijdschrift schreven is alleen het vertrouwen van burgers in de politie onvoldoende. De politie mag wat minder angstig zijn en haar keuzes wat minder baseren op potenti?le risico?s. Handel naar werkelijkheid. Waarheidsvinding en rechtspreking, daar gaat het toch om. Stel dat voorop in het opsporingsonderzoek, omarm de goedwillende opsporende burger en sta toe om meer te vertrouwen. Pas dan komt er echte experimenteerruimte, wordt het wederzijds lerend vermogen benut en kan er weer positief verrast worden in de opsporing. Hiervoor zijn richtinggevende kaders voor opsporende burgers en politieagenten nodig. Ze weten namelijk vaak beiden niet hoe ze met elkaar moeten dealen en wat simpelweg wel en niet legitiem is. Let wel op, kaders impliceren ook ruimte. Metsel deze potenti?le kans voor voortuitgang niet dicht. De politie moet namelijk nog echt beginnen met participeren. Ervaringen in de werkelijkheid kunnen later bijdragen aan het verfijnen van deze kaders.

Afsluitend, kunnen wij een afspraak maken? De eerstvolgende goedwillende burger die zelf start met opsporen krijgt een aantal politieagenten ter ondersteuning. Deze initiatiefrijke burger is en blijft de leider van het onderzoek, ongeacht of het nu gaat om ondermijning, een fietsendiefstal of een ramkraak. Wie doet? Het is namelijk nodig!

Lees of download hieronder het hele onderzoek:

[slideshare id=111131528&doc=modernsherlockholmes-180823110121&type=d]

Stan Duijf werkt als teamchef van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31; Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34; Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  2. Kerstholt, J. & de Vries, A. (2018) Agent in burger. Tijdschrift voor de politie, 80 (6).
  3. Duijf, S (2018). Modern Sherlock Holmes. How will the police respond?. Canterbury-Apeldoorn.

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Do worry, be happy: DIY politie, DIY gerechtigheid?

De website van De Waag plaatste gisteren een artikel over DIY Policing waar stagiair Elodie Mugrefya van De Waag in gesprek ging met Rianne Dekker van de universiteit Utrecht over waarom we ons zorgen (do worry) moeten maken maar ook in mogelijkheden moeten denken (be happy). Precies dat was ook de strekking van de boodschap van Marleen Stikker die onlangs een interessant gesprek had in zomergasten over haar zorgen over de staat van het huidige internet maar zichzelf als mogelijkheidsdenker wil blijven zien (hieronder de samenvatting in 5 minuten).

Lees hieronder het gesprek met Rianne Dekker over de ontwikkeling DIY Policing die mede door internet en social media wordt versterkt en tegelijk wordt omarmt en momenteel wordt verkend door de Nederlandse politie:

In de blogserie ‘Do worry, be happy!’, spreken we met experts uit het veld van technologie, innovatie en ethiek over nieuwe ontwikkelingen. Aan de hand van actualiteiten vragen we hen uit te leggen waarom we ons zorgen moeten maken over de toekomst van technologie in onze samenleving. Maar niet getreurd, we zoeken ook naar de wijze waarop je zelf weer de regie kunt nemen. Do worry, maar be happy dus.

De reden

De laatste jaren zijn er steeds meer DIY-politie-apps bij gekomen die burgers helpen bij het zelf oplossen van misdrijven. Burgers die politiearbeid verrichten zijn niet nieuw, maar sociale media maken het veel gemakkelijker voor mensen om zich te organiseren en samen te werken om dit te doen. Een stap verder zijn DIY Policing-apps platforms die volledig zijn bedoeld om die burgers te helpen die politie-achtig werk doen. In Nederland zal de doe-het-politie-app “Sherlock”, ontwikkeld door wetshandhaving, burgers in staat stellen om een ??misdaad te onderzoeken door bijvoorbeeld bewijs te verzamelen en getuigenverklaringen op te nemen.

De informatie die burgers via de app geven, zou de Nederlandse politie helpen gepaste actie te ondernemen. De samenwerking tussen burgers en politie wordt gezien als het sterke punt van die apps. Maar er ontstaan ??ook zorgen. Kunnen we vertrouwen hebben in burgers die misdaden oplossen waar ze rechtstreeks mee verbonden zijn? Hoe zit het met de vooroordelen die burgers tegen elkaar hebben? Is het ook veilig om gelijk onderzoek door burgers en door een formeel getrainde en ter verantwoording geroepen politie te overwegen? Kunnen die apps bovendien een klimaat van wederzijds toezicht en wantrouwen bij de burgers tot stand brengen?

Rianne Dekker,?universitair docent aan de School of Governance bij de Universiteit van Utrecht, bespreekt met de voor- en nadelen van het beheer van doe-het-zelf apps. Dekker is betrokken bij?MEDI@4SEC, een gemeenschap die ruimte biedt voor degenen die betrokken zijn bij de planning en levering van openbare veiligheid om collectief te informeren en te leren van hun collega’s hoe ze sociale media beter kunnen gebruiken in hun activiteiten.

Wat is het probleem?

Allereerst om deze nieuwe apps in het juiste perspectief te plaatsen: daden van zelfstudie door doe-het-zelvers worden al uitgevoerd door burgers zonder speciale apps aangeboden door wetshandhaving. Het platform?Reddit zocht bijvoorbeeld naar de Boston-bombardementsverdachten?in 2013 of de Nederlandse zaak van een?vader die wraak neemt voor het (onder valse voorwendselen) online proberen af te spreken met zijn 14-jarige dochter?door de verdachte te identificeren via online bronnen en deze achterna te zitten om fysiek te mishandelen.

De reacties van de politie op dit soort individuele of collectieve vormen van doe-het-zelf-politie zijn ambivalent. In sommige gevallen worden ze aan de kaak gesteld, maar in andere worden burgers gestimuleerd om waardevolle informatie aan het politieonderzoek mee te delen. Omdat antwoorden meestal betrekking hebben op zeer specifieke gevallen, waaronder verschillende handelingen om bewijs te verzamelen, informatie te analyseren en verdachten te identificeren, zijn de grenzen van wat wel en niet nuttig is en ethisch en wettelijk toegestaan ??voor burgers onduidelijk.

Wetshandhaving kan deze opkomende doe-het-zelf politie-inspanningen niet stoppen, en dit is ook niet in hun belang, omdat ze waardevolle informatie en kansen zouden mislopen om de samenwerking met burgers te versterken. Deze apps kunnen een positieve invloed hebben op online community’s die zich bezighouden met doe-het-zelf politie omdat het richting en feedback kan geven aan hun activiteiten. Bijvoorbeeld door hen te informeren over hoe bewijs te beveiligen en welke gebieden al zijn doorzocht door de politie of anderen.

DIY-politie-apps kunnen nuttige en schadelijke handelingen onderscheiden en burgers naar nuttige handelingen leiden. Ook kan het helpen om vertrouwen tussen politie en burgers op te bouwen door burgers serieus te nemen als partners in coproductie van openbare veiligheid en gebruik te maken van hun expertise. Mogelijke negatieve effecten zijn dat deze apps de politie kunnen overbelasten met informatie en hulpvragen die niet kunnen worden ingewilligd. Ook kunnen doe-het-politie-apps impliciet burgers aansporen om het heft in eigen hand te nemen, wat de rechten van anderen (vrijheid, privacy, non-discriminatie) zou kunnen schaden en de sociale cohesie zou kunnen ondermijnen. Er zijn hier verschillende voorbeelden van wanneer doe-het-zelf politie nog niet wordt begeleid door politie-apps.

Een voorbeeld van burgers die het heft in eigen hand nemen, is een?Whatsapp-wijkwachtgroep die met behulp van honden en helikopters zelf verdachten opspoort.Voorbeelden van discriminatie en schending van de privacy van anderen zijn een Nederlandse vermiste meisjeszaak toen burgers op sociale media een?ongefundeerde verdenking opriepen van bestuurders van een zwarte auto?en de Boston-marathonbomaanslag die zogenaamd een ‘racist where’s wally’ moest worden. Het begeleiden van doe-het-zelfpolitie met apps kan sommige van deze negatieve effecten helpen verminderen door begeleiding te bieden aan professionaliteit, maar ze kunnen ook een bepaalde litigiousness en wederzijds wantrouwen onder burgers aanwakkeren en vertrouwen geven dat ze politietaken kunnen uitvoeren die onafhankelijk zijn van de politie en het strafrechtsysteem.

Waarom moeten we ons zorgen maken?

Er is reden om aandacht te besteden aan deze mogelijke negatieve gevolgen, maar deze zijn ook aanwezig wanneer doe-het-zelf-politie-activiteiten onafhankelijk worden uitgevoerd – zoals ze nu gebeuren (zij het waarschijnlijk op een kleinere schaal). Wanneer burgers via apps samenwerken met de politie, moeten ze zich bewust zijn van de privacy van informatie over anderen die ze overhandigen. Niet alleen informatie over de direct betrokkenen maar ook mogelijk van andere omstanders en zichzelf. Een ander mogelijk negatief effect van grootschalig gebruik van politie-apps kan een ‘huiveringwekkend’ effect zijn wanneer burgers zelfcensuur beginnen te geven aan online-uitdrukkingen vanwege het risico om te worden gemarkeerd in een politie-app.

Zie je een trend op dit gebied?

Ik weet dat er in Nederland verschillende apps worden ontwikkeld (zie ook?Smit 2017), dus in die zin zou je kunnen zeggen dat er een opkomende trend is. Nederland is echter echt een koploper in deze ontwikkeling en andere landen hebben zich niet in dezelfde mate aangesloten. Wordt het gebruik van deze apps een trend onder de burgers? Ik weet het niet zeker.?Burgernet?en de algemenere?politie-app?zijn zeker heel populair. Dit zijn echter niet alle structureel actieve gebruikers. Groepen burgers die actief bezig zijn met deze apps, vormen meestal ad hoc rond bepaalde kwesties (bijvoorbeeld gevallen van vermiste personen) en dat is maar goed ook.

Hoe kunnen we invloed uitoefenen?

Burgers kunnen helpen bij het besturen van deze apps (wat op grote schaal wordt gedaan) en kritisch volgen en commentaar geven op mogelijke problemen van beveiligingsinbreuken, schending van privacy of risico’s van discriminatie en valse beschuldigingen. Mensenrechtenorganisaties en privacywaakhonden moeten goed werk verrichten bij het monitoren van de ontwikkeling van dit soort apps en mogelijke negatieve gevolgen in de gaten houden in termen van privacy, non-discriminatie en inbreuk op persoonlijke vrijheden.

Bron: De Waag

 

 

Crime Solvers

Crime Solvers (op sommige plaatsen ook bekend als Crime Stoppers) begon in Albuquerque, in juli 1975 na een dodelijke schietincident van Michael Carmen die op een rustige avond werkte in een tankstation. Toen de politie na twee weken geen enkele informatie had heeft detective Greg MacAleese uit wanhoop het lokale televisiestation benadert om een reconstructie van de misdaad op te vragen. Er werd $ 1.000,00 dollar geboden voor informatie die leidde tot de arrestatie van zijn moordenaars.

Sinds deze gebeurtenis werd Crime Solvers officieel gevormd in Albuquerque in 1976, en nu is met de hulp van Crime Stoppers in de Verenigde Staten meer dan een half miljoen arrestaties en meer dan US $ 4 miljard aan hersteld eigendom gerealiseerd. Kort na Albuquerque? werd in 1978 Crime Solvers of Montgomery County MD opgericht als de eerste in het Washington DC-district. Crime Solvers of Montgomery County MD viert nu in 2018 inmiddels zijn 40e verjaardag en wordt nog vrijwel dagelijks ingezet.

Bronnen: Crime Solvers

Podcast: De moord op Patrick

Voorbeelden waarin?de politie zelf gebruik maakt van (online) podcasts, waarbij informatie gegeven wordt over misdrijven, criminelen of preventie zijn zeer zeldzaam. Er zijn er wel wat voorbeelden waarmee podcasts vooral gebruikt worden om zo dichter bij de mensen te kunnen staan. Totdat?Serial, een nieuwe podcastserie van de makers van?This American Life?een echte moordzaakserie online slingerden en honderdduizenden volgers kreeg?die deels online zelf op zoek gingen in deze zaak.?Een paar jaar geleden schreven we al?over deze podcast die miljoenen mensen in zijn greep hield, en ook?in het rechtssysteem heel wat teweeg bracht.?Serial?liet zien waar het medium toe in staat is. Nu is er opvolging van dit concept in Nederland door Argos van de VPRO met de Limburgse cold case “De Moord op Patrick”. We zijn benieuwd naar wat het teweeg brengt…

Featured Image for True-crime podcast ???Serial??? will convert you to the format

De moord op Patrick

Op tweede kerstdag 2002 wordt een 36-jarige tennisleraar ?s ochtends dood gevonden in zijn appartement. Hij is vermoord. Twintig rechercheurs worden op de zaak gezet. Vijftien jaar later is de moord op Patrick van der Bolt nog steeds niet opgelost. Sanne Boer duikt in het leven van Patrick en ontdekt dat niets is wat het lijkt. In Argos vertelt Ron, de broer van Patrick, voor het eerst zijn verhaal.

In Nederland zijn er ruim 1500 onopgeloste zaken, cold cases. Waar ging het mis in het politieonderzoek bij Patrick? En wat zegt dit over de kwaliteit van de opsporing in Nederland?

Aflevering 1 – Het bericht

In de eerste aflevering van?De moord op Patrick?hoor je een reconstructie van die Tweede?kerstdag in 2002. De dag dat Patrick gevonden werd.?Waarom is het de politie nog niet gelukt om de moord op te lossen? En wat zegt dit over de kwaliteit van het opsporingsonderzoek? Patricks broer vertelt?voor het eerst zijn kant van het verhaal.

In de tweede aflevering van?De moord op Patrick?gaat het over de ex van Patricks vriendin. Waarom was hij lange tijd de hoofdverdachte en dus volgens de politie de mogelijke moordenaar van Patrick? Bewijs dat hij degene was die met kerst in het appartement is geweest en Patrick vanachter heeft neergeschoten, is er nooit gevonden. De vrienden van Patrick lijken meer te weten.

Politie en justitie hebben in 2013 informatie gekregen over de moord op Patrick van der Bolt uit Heerlen begin deze eeuw. Maar met die aanknopingspunten, aangeleverd door rechtspsycholoog Robert Horselenberg van de Universiteit Maastricht, is tot op heden ogenschijnlijk niets gedaan.

Heropening van de zaak?

Het Openbaar Ministerie in Limburg laat in een reactie weten dat de moordzaak zeker niet gesloten is, of dat informatie terzijde is geschoven. “We bekijken of we deze cold case weer kunnen activeren”, laat een woordvoerder weten. Hij weet niet precies wanneer dat gaat gebeuren. “Soms gaan zaken niet zo snel als we zouden willen.”

Abonneer je via volgende kanalen om niets te missen via??iTunes, ?RSS-feed,??Stitcher?.

Nieuwe afleveringen zijn ook te horen in Argos, iedere zaterdagmiddag van 14.00 tot 15.00 uur op NPO Radio 1. De afleveringen zullen onregelmatig verschijnen omdat de opnames nog lopen. De serie wordt gemaakt door Sanne Boer. Heb je een tip? Mail naar:?[email protected].

Bronnen: VPRO,?De Limburger

Burgeropsporing: Trends in Veiligheid 2018

17 miljoen agenten
In Haarlem werden twee meisjes mishandeld door een aantal jongens, maar ze wisten de daders binnen een paar uur via Facebook te vinden. Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. De advocaat van de jongens vond het belachelijk en zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. De rechter sprak dat tegen en zei: ?Welkom in de 21ste eeuw.?

Highlights

  • De politieorganisatie stuurt door middel van apps en websites actief aan op burgerparticipatie.
  • Burgers worden door technologische ontwikkelingen uitgenodigd om deel te nemen aan preventie en opsporing.
  • Er kleven aanzienlijke risico?s aan het uitvoeren van politiewerk door burgers.
  • Een regiefunctie van de politie is cruciaal.

Burgerparticipatie loont. Van alle aangehouden verdachten wordt 85% op heterdaad betrapt en gearresteerd. Daarvan is een percentage van 60% te danken aan de alertheid en meldingsbereidheid van de burger. Dit komt neer op 51% van het totaal aantal aangehouden verdachten. De samenwerking tussen politie en burgers is wat dit betreft zeker aanwezig. De politie is blij met de oplettende burger, en de burger ondersteunt de politie graag in haar opsporingstaken. Door hun deelname aan het opsporingsproces krijgen burgers bovendien het gevoel dat ze meer grip krijgen op de veiligheidssituatie in hun straat, wijk, stad of land.

Vormen van burgerparticipatie

Buurtpreventieprojecten, al dan niet in combinatie met WhatsApp, zijn misschien wel de meest bekende vorm van burgerparticipatie in het veiligheidsdomein. In dit artikel richten wij ons naast preventieve burgerparticipatie op burgerparticipatie in de opsporing. In bovenstaande tabel worden beide vormen kort uitgelegd4. De burger wordt meer en meer betrokken bij opsporingstaken. Op verschillende terreinen zien we dat de politieorganisatie steeds vaker de burger om hulp vraagt. Experimenten om de burger te betrekken bij de opsporing schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. Voornamelijk social media en mobiele applicaties zijn belangrijke opkomende middelen in het betrekken van de burger bij de opsporing. Hoewel een enkele burger de toenemende burgerparticipatie als een inbreuk op zijn privacy ziet, is het grootste deel van de maatschappij vooral positief over het feit dat de politie steeds vaker de burger inzet, voornamelijk in het terugdringen van criminele activiteiten die ons veiligheidsgevoel aantasten. Dit bleek onder ander uit het Trends in Veiligheid onderzoek dat is uitgevoerd voorafgaand aan de publicatie van dit artikel. De methoden om de burger aan te spreken hebben een flinke groei doorgemaakt. Waar de politie vroeger de burger nog benaderde met posters en televisie-uitzendingen, groeide dit al snel door naar sms, WhatsApp, websites zoals opsporingsonderzoeken.nl, social media zoals Facebook en Twitter, en zelfs mobiele applicaties waarmee de burger op speelse wijze de politie kan ondersteunen.

Q-teams van de politie

Dergelijke applicaties en websites worden door de politie zelf ontwikkeld. Er zijn speciale Q-teams opgericht om hier vorm aan te geven. ?Q is een beweging die werkt aan een toekomstbestendige opsporing door te verbinden, innoveren en experimenteren. Q pakt idee?n op, maakt ze concreet en cre?ert ruimte voor samenwerking5.? De Q-teams zijn ??n van de initiatieven naar aanleiding van de opdracht die de toenmalig minister van Veiligheid en Justitie in de zomer van 2015 aan de politietop gaf. Er werd vastgesteld dat de opsporing, als integraal onderdeel in de aanpak van criminaliteit, tekortschoot en achterbleef op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Binnen de politieorganisatie is het besef doorgedrongen dat burgerparticipatie zo effici?nt en effectief mogelijk moet worden ingezet en dat technologische mogelijkheden hier een belangrijke rol in kunnen spelen6. We zetten een aantal grote innovaties op een rij.

1. Gamification in de opsporing
Momenteel zien we vormen van gamification in de opsporingstechnieken. Door Pok?mon Go-achtige applicaties te ontwikkelen, wil de politie het voor de burger aantrekkelijk maken om deel te nemen aan de opsporing. Een goed voorbeeld is de app ?Automon?, waarmee burgers op zoek kunnen gaan naar auto?s die als vermist of gestolen geregistreerd staan. Automon maakt gebruik van augmented reality, waarmee de echte wereld met de digitale wereld wordt gecombineerd. De speler kan kentekens fotograferen en ziet gelijk of het voertuig als gestolen geregistreerd staat. Daarnaast kunnen spelers opgeroepen worden om in hun omgeving uit te kijken naar een specifiek kenteken. Spelers verdienen punten wanneer ze een ?hit? hebben. Een andere mobiele applicatie, die momenteel nog doorontwikkeld wordt, is ?Samen Zoeken?. Met deze app kan de burger de politie helpen in haar zoektocht naar vermiste personen. In de app kunnen burger en politie van elkaar zien op welke plaatsen al gezocht is, zodat er geen dubbel zoekwerk verricht wordt. Het belang van dit soort apps is in verschillende zoektochten naar vermiste personen duidelijk geworden, want vaak kreeg de politie hierbij veel ondersteuning van burgers.

2. Wearables en dashcams
De ontwikkelingen in sensor- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat deze technologie ieder jaar goedkoper, krachtiger, kleiner en zuiniger wordt. Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie mobiele apparaten die op het lichaam worden gedragen: de zogeheten wearables, zoals smartwatches, fitbands en slimme brillen. Wearables kunnen onder andere de zelfredzaamheid van burgers vergroten. Een voorbeeld is Nimb, een ring die uitgerust is met een waarschuwingsknop. Wanneer de gebruiker op de knop drukt, wordt een waarschuwingsbericht (inclusief gpslocatie) gestuurd naar een vooraf ingesteld contactpersoon of naar de hulpdiensten. Oftewel een panic button die je altijd bij je hebt. Wanneer op deze manier de drempel verlaagd wordt om verdachte of strafbare feiten te melden, zal de burger naar verwachting ook meer participeren in de opsporing. Een ander voorbeeld zijn de dashcams, waarmee burgers gevaarlijk of strafbaar gedrag op de weg kunnen vastleggen. Het Verbond van Verzekeraars stelde onlangs dat inmiddels ongeveer 250.000 Nederlanders een dashcam bezitten.

3. In en rondom huis
Het gebruik van beveiligingscamera?s om inbrekers af te schrikken en strafbaar gedrag mee vast te leggen, is een bekend fenomeen. Naast camera?s zijn slimme speakers in opkomst in veel (vooral nog Amerikaanse) huishoudens. De Amazon Echo kan antwoord geven wanneer de gebruiker bijvoorbeeld vraagt of er files staan. Maar hoewel dit apparaat vooral gebruikt wordt voor het afspelen van muziek en voor simpele zoekopdrachten, wordt in de VS een moordzaak in de staat Arkansas mogelijk opgelost dankzij deze slimme speaker. De politie ontdekte dat het apparaatje per abuis heeft opgenomen hoe zijn eigenaar is vermoord. Naast slimme speakers bevat ook ?slim speelgoed? vaak microfoons en gps-chips. De ontwikkeling zit hem niet alleen in de opnamefunctie van apparaten, maar ook in het feit dat opgenomen data in toenemende mate naar de Cloud geschreven wordt. In theorie wordt deze data dus toegankelijk voor de hele wereld.

Een andere ontwikkeling is het uitrusten van consumentenproducten met chips die het voor de burger mogelijk maken om het product met behulp van een smartphone op te sporen wanneer deze vermist of gestolen is. De telefoon geeft bijvoorbeeld automatisch een melding wanneer een fiets onbedoeld verplaatst wordt. Het is vervolgens aan de burger om de keuze te maken om er zelf achteraan te gaan of de politie in te schakelen.

De digitale schandpaal en de rol van de politie

Zeventien miljoen paar ogen op straat. Het klinkt mooi, en naar de mogelijkheden moet zeker goed gekeken worden. Maar er schuilen ook grote risico?s in deze nieuwe denkwijze. Want burgers zijn niet getraind om politiewerk te doen en kunnen hierdoor in gevaarlijke situaties terechtkomen of trauma?s oplopen, bijvoorbeeld bij het vinden van een lichaam in een zoektocht naar een vermist persoon. Daarnaast bestaat er het risico dat burgers uit vergelding opsporingswerk gaan verrichten, en dus voor eigen rechter gaan spelen. Een ander struikelblok is dat participerende burgers mogelijk belangrijke sporen wissen, waardoor een eventuele veroordeling in het geding komt. Wanneer burgers zelfgemaakte foto?s of video?s als bewijsmateriaal aanleveren, zijn deze vaak van slechte kwaliteit. Burgers zetten de beelden soms ook op social media, waardoor al meerdere malen mensen onterecht als dader zijn aangemerkt en aan de digitale schandpaal zijn genageld. Kortom: het is belangrijk dat de politie de regie pakt daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders van de straat te halen en te houden. Naast het vormgeven en handhaven van de grenzen van burgerparticipatie loopt de politieorganisatie nog tegen een andere uitdaging aan. Want sinds de opkomst van de smartphone en social media wordt er een gigantische hoeveelheid aan foto- en filmmateriaal door burgers vervaardigd. In theorie biedt dit natuurlijk enorm veel mogelijkheden voor opsporingsinstanties. Maar in de praktijk zorgt het vaak voor verwarring, chaos en privacyvraagstukken. Daarnaast vergt het enorm veel politieinzet om alle foto?s en filmpjes daadwerkelijk te analyseren.

Conclusie

De nieuwe vormen van burgerparticipatie kunnen een aanzienlijke verandering in de openbare veiligheid teweegbrengen en kunnen ons huidige begrip van politiewerk aanzienlijk herdefini?ren. Burgerparticipatie bij opsporing is niet te stoppen. Hoewel we ons terdege bewust zijn van de bedreigingen en obstakels die dit nieuwe type van politiewerk in de weg staan, moedigen we beleidsmakers sterk aan om de mogelijkheden en prachtige kansen die de nieuwe vormen van burgerparticipatie bieden niet uit het oog te verliezen. Essentieel is wel dat de politie haar regierol blijft houden en vanuit deze rol de burgerparticipatie in goede banen leidt, zodat burgers niet voor eigen rechter gaan spelen en het vertrouwen van burgers niet geschaad wordt. Maar zoals beschreven gaan de ontwikkelingen enorm snel, en hier moet op geacteerd worden. Als de politie niet snel en adequaat inspeelt op de ontwikkeling van burgerparticipatie, wordt de openbare orde en veiligheid in gevaar gebracht.

[slideshare id=104362228&doc=17-miljoen-agenten-180705123748&type=d]

Bron: Trends In Veiligheid

Politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij oplossing cold case

De politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij een onopgeloste vermissing. En dat is vrij uniek. Het gaat om de vermissing van Herman Ploegstra. Hij was 35 jaar toen hij op 26 oktober 2010 verdween.

Hij zou gaan sporten in de plaats Breskens, maar kwam niet meer thuis in zijn woonplaats IJzendijke. Zijn auto is later nog wel gevonden, met daarin zijn sleutels en z’n portemonnee. Na onderzoek gaat de politie inmiddels uit van een misdrijf. Vanavond is er een speciale meedenk-avond. De complete presentatie kun je hieronder bekijken en is geplaatst in een artikel van Omroep Zeeland:

De 35-jarige kraanmachinist Herman Ploegstra uit IJzendijke is in oktober 2010 spoorloos verdwenen, onder verdachte omstandigheden. De politie gaat ervan uit dat hij het slachtoffer is geworden van een misdrijf.

Beloning

De politie wil reuring in IJzendijke brengen om de zaak Ploegstra eindelijk op te lossen. Het cold case team vermoedt dat het antwoord dichtbij is, maar op dit moment zijn er nog geen verdachten in beeld. Er is ook nog altijd een beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 15.000 euro. Die beloning staat al jarenlang uit, maar heeft nog niets opgeleverd.

De familie en het televisieprogramma Vermist hebben in oktober 2014 de beloning?verdubbeld tot 30.000 euro, maar ook die verhoogde beloning leidde niet tot de gouden tip. Inmiddels is die verdubbeling niet meer van kracht en is dus nog ‘alleen’ de originele beloning van politie en justitie van 15.000 euro over.

Vragen

Bij bijeenkomst in het gemeentehuis van de gemeente Sluis, in Oostburg, waren 25 ge?nteresseerden aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werden er ook enkele vragen voorgelegd aan de inwoners van IJzendijke, die de politie graag snel beantwoord wil krijgen:

  • Wie weet er meer over Hermans buitenechtelijke relaties? Het cold case team weet al van meerdere mogelijke buitenechtelijke relaties, maar is nog op zoek naar meer informatie over een Marokkaanse vrouw waar Herman volgens getuigen mee om zou gaan. De politie weet nog niet om wie het gaat.
  • Waar kluste Herman bij ten tijde van zijn verdwijning? Volgens zijn baas verdiende hij een zakcentje bij, mogelijk met zwart werk. De politie wil nu weten waar hij toen bijkluste.
  • Waar is Hermans geheime telefoon? Hij had een tweede telefoon om zo zijn buitenechtelijke escapades geheim te houden. Die telefoon is nooit gevonden.
  • Waar ging Herman heen als hij wegsloop op zijn werk? Tijdens een werkdag ging hij weleens ongeoorloofd weg, de politie wil nu weten waarnaartoe.
  • Naar wie belde Herman vanaf de kraanmachine? Volgens getuigen zat hij urenlang te bellen, de politie wil weten met wie.
  • Werd Herman bedreigd door criminelen? In de periode voor zijn verdwijning zou hij meerdere malen zijn bedreigd, de politie wil nu weten of hij bij criminele activiteiten betrokken was.

De politie hoopt dat dankzij deze zogenoemde bewonersparticipatieavond mensen uit het dorp naar voren komen met nieuwe informatie over de zaak. Tegelijkertijd is het cold case team ook realistisch. De kans is klein dat iemand zijn vinger opsteekt en zegt: “Ik heb het gedaan.” Maar bij het bestuderen van het oorspronkelijke onderzoek is volgens het cold case team gebleken dat nog lang niet alle getuigen het achterste van hun tong hebben laten zien.

Kritisch op het oorspronkelijke onderzoek

Het cold case team is sowieso erg kritisch op het oorspronkelijke onderzoek. Zo zou er niet, of in ieder geval onvoldoende, gekeken zijn op plaatsen waar Herman zich op dat moment mogelijk had kunnen bevinden. Ook zouden niet alle mogelijke getuigen verhoord zijn en waren bij sommige getuigen die w?l ondervraagd zijn volgens het cold case team de verhoren niet grondig genoeg.

Daarom heeft het cold case team besloten om het volledige oorspronkelijke onderzoek opnieuw uit te voeren, inclusief alle verhoren en het forensisch onderzoek. Bovendien zijn er al meerdere bruikbare tips binnengekomen sinds het heropenen van de zaak. De politie is tevreden over het aantal binnengekomen tips, maar hoopt op meer, mede dankzij deze informatieavond.

Emotionele oproep

Tijdens de informatieavond werd ook aandacht besteed aan de impact van deze zaak op de familie. Hermans oudste broer Jan deed daarom een emotionele oproep: “Dit is heel moeilijk, maar ik ben gekomen om te kijken of we dit samen kunnen oplossen, om antwoorden te krijgen op alle vragen. Ik hoop echt dat er antwoorden komen. En aan iedereen die wat weet, zeg ik: meld het. Hoe klein het ook is. Dank u wel.”

Papa, ik mis je

Ook werd een briefje getoond dat dochter Anouk korte tijd na de verdwijning van haar vader schreef. “Papa, ik mis je en ik wil je zien, maar dat gaat niet en ik hoop dat je gevonden wordt”, schreef ze destijds.

Briefje van de dochter van Herman Ploegstra over de verdwijning van haar vader (foto: Politie)

In oktober 2010 verdween de toen 35-jarige Herman Ploegstra spoorloos. Een rechercheonderzoek leverde geen aanwijzingen op. Na bijna acht jaar heeft het Cold Case Team van de politie Zeeland-West-Brabant besloten deze zaak te heropenen.

De feiten op een rij

Tijdens de presentatie zette het cold case team nogmaals de feiten rond Ploegstra’s vermissing op een rij. Herman vertrok thuis rond 19.15 uur en reed naar de sportschool. Daar reed hij tussen 21.15 en 21.30 uur weg, maar hij zou nooit thuis aankomen.

Tussen 23.15 en 23.30 uur vonden vrienden zijn auto, haastig in de berm geparkeerd, met de sleutels nog in het contact en zijn portemonnee en brandweerpieper lagen naast de auto. Bij forensisch onderzoek werden later kleine bloedspatten in de auto gevonden.

Kaart van route die Herman Ploegstra aflegde op dag van zijn verdwijning (foto: Politie)

Het cold case team gaat uit van een misdrijf. Daarbij wordt rekening gehouden met drie scenario’s: dat het gaat om een misdrijf vanuit de familiale kring, de relationele sfeer of het crimineel circuit.

Tweede telefoon

Het cold case team bevestigt het beeld dat eerder in documentaires van misdaadjournalisten Peter R. de Vries en John van den Heuvel werd geschetst, namelijk dat Ploegstra er een dubbelleven op nahield. Hij ging vreemd en onderhield met behulp van een tweede telefoon contact met zijn buitenechtelijke sekspartners.

Het cold case team vermoedt nu dat meerdere ‘bekenden’ van Herman belang hadden bij het laten verdwijnen van zijn ‘geheime vrouwtjes-telefoon’, zoals de politie het toestel omschrijft. Het cold case team hoopt dat er inwoners van IJzendijke zijn die weten wie er mogelijk baat bij zou kunnen hebben om Ploegstra’s tweede telefoon te laten verdwijnen. Verder had Herman volgens het cold case team ruzie met ??n of meer collega-brandweermannen.

Uitgescheurde pagina

In zijn notitieboekje werd een uitgescheurde pagina gevonden. In de pagina eronder stond een vreemde tekst doorgedrukt. Herman schreef daarin onder meer: “Na al die tijd ben ik er vorige week achter je karakter gekomen”, en: “Ik geef om je maar niet op zoo’n manier.” Het cold case team wil nu weten om wie dit gaat.

Notitie van Herman Ploegstra, over wie heeft hij het hier? (foto: Politie)

In Hermans agenda werden ook meerdere vreemde symbolen gevonden. Vermoedelijk waren dit notities voor ontmoetingen met iemand. Mogelijk weet degene met wie Herman die afspraken maakte meer over wat er met hem is gebeurd.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Wat voor symbool dat is, wil teamleider Ralph Nagelkerke van het cold case team niet zeggen. “Ik ga niet vertellen wat wij denken dat het zou kunnen zijn, ik vraag u om aan ons te vertellen wat u denkt dat het is”, zei hij tegen de aanwezigen.

Mysterieuze notities

Het cold case team hoopt dat dorpsgenoten meer weten over deze geheime afspraakjes en mysterieuze notities in zijn agenda. Mogelijk hebben deze notities te maken met Hermans buitenechtelijke escapades, maar het kan ook iets te maken hebben met een ander scenario: dat van zijn vermeende criminele contacten.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Zo heeft Herman voor zijn verdwijning meerdere keren tegen zijn broers gezegd dat hij werd bedreigd, maar niemand kan die bedreigingen bevestigen. “De door Herman geuite bedreigingen zijn door niemand anders waargenomen dan door Herman zelf”, staat te lezen in de presentatie van het cold case team.

Kogel onder de ruitenwisser

Volgens zijn broers had Herman een envelop met daarin een kogel onder zijn ruitenwisser gevonden, waren zijn banden herhaaldelijk lekgestoken, werd hij meerdere malen achtervolgd en kreeg hij ’s nachts vaak dreigende telefoontjes. Volgens het cold case team is daar nog geen hard bewijs voor, maar het is wel een van de scenario’s die nu onderzocht worden.

Sinds de heropening van de zaak heeft het cold case team van de politie al meerdere zaken in beslag genomen die relevant zijn voor het onderzoek. Bij de presentatie kondigt het team aan dat er mogelijk meerdere huiszoekingen zullen volgen en dat de komende tijd meer goederen voor onderzoek in beslag genomen zullen worden.

Nogmaals het briefje van dochter Anouk

Tot besluit van de informatieavond toont het cold case team nogmaals het briefje van dochter Anouk, om alle aanwezigen ervan te doordringen dat nu nog steeds na acht jaar de familie van Herman nog altijd niet weet wat er gebeurd is met hun man, broer, vader of zoon. Iedereen die nog informatie wordt opgeroepen om die nu alsnog te delen, zodat zijn familieleden eindelijk de antwoorden krijgen waar ze nu al bijna acht jaar op wachten.

Bronnen: RTL, Omroep Zeeland

Agent in burger

De politie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP). Sociale media en nieuwe technologie spelen hierbij een belangrijke rol, omdat ze nieuwe mogelijkheden cre?ren voor verdergaande samenwerking. Daarnaast is er een trend dat burgers meer initiatieven gaan nemen, wat (nog) meer eisen stelt aan de co?rdinatie van verschillende activiteiten. Om goed in te kunnen spelen op het brede scala aan burgerhulp is meer inzicht nodig in de mechanismen die hieraan ten grondslag liggen.

Een artikel van Jos? Kerstholt, hoogleraar psychologische besliskunde aan de Universiteit Twente en Arnout de Vries, senior onderzoeker op het gebied van veiligheid en internet. Beiden zijn werkzaam bij TNO.

Binnen het concept van GGP is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Op basis van
een categorisatie van Van der Land, Van Stokkom en Boutellier (2014) stelden Kerstholt et al. (2015) een indeling langs twee dimensies voor: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein (zie tabel 1).

Burgerparticipatie: altijd een ?agent? in de buurt
Voor de mate van betrokkenheid van burgers bij een activiteit werd de volgende driedeling gehanteerd: informeren en consulteren; adviseren; en coproduceren/meebeslissen. Bij informeren en consulteren is de betrokkenheid van burgers het laagst, omdat de controle en beslisbevoegdheid geheel bij de politie liggen. Dat is anders op het hoogste niveau van participatie, waar sprake is van een gelijkwaardige samenwerking en burgers en politie gezamenlijk het probleem aanpakken. Daarnaast kan burgerparticipatie plaatsvinden in verschillende veiligheidsdomeinen: preventie, handhaving, opsporing en ?kwaliteit van leven?. In de tabel staan typische voorbeelden van initiatieven waarin burgers en politie in bepaalde mate samenwerken op elk veiligheidsdomein.

De rol van social media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet los staan van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van online communicatie ten behoeve van offline contactmomenten is het concept van de mobiele wijktafel en later het ?pop-uppolitiebureau? dat door de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot landelijke bekendheid kreeg en daarna in diverse andere eenheden,
maar ook bij andere veiligheidspartners opvolging zag. Over het algemeen is er een verschuiving waarneembaar naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding
naar meer politietaken, waaronder ook opsporing. Deze verschuiving brengt echter ook de nodige risico?s met zich mee. Burgers die bijvoorbeeld actiever worden in handhaving of opsporing maken steeds vaker inbreuk op privacy van anderen en eigenrichting ligt op de loer. Om deze initiatieven in goede banen te leiden, is het van belang beter te begrijpen wat burgers motiveert om mee te doen aan activiteiten in het veiligheidsdomein.

Menselijk gedrag
Menselijk gedrag wordt door verschillende factoren be?nvloed. Om als burger in actie te komen, moet je bijvoorbeeld weten dat er ?berhaupt een probleem is. Mensen be?nvloeden elkaar bij het detecteren en oplossen van allerlei problemen en ook hoe burgers de politie zien speelt een rol bij de bereidheid om zelf in actie te komen. Op alle niveaus (individueel, groep en institutioneel) spelen verschillende mechanismen een rol. Inzicht in deze mechanismen biedt aangrijpingspunten voor meer effectieve interventies (Lub, 2013).

Individueel niveau
Bewustwording De eerste voorwaarde om in actie te komen, is dat burgers zich ervan bewust zijn dat er ?berhaupt een probleem of risico is en dat zij iets kunnen bijdragen aan de oplossing
daarvan. Binnen de handhaving wordt dit vaak al op een?goede manier gecommuniceerd. Een bericht dat bijvoorbeeld via Burgernet wordt verspreid, geeft duidelijk aan wat er aan de hand is (bijvoorbeeld een vermissing) en wat er van burgers wordt verwacht (geef het door als je iemand ziet die aan dit signalement voldoet).

Samenwerking met burgers vindt steeds meer plaats op het snijvlak van offline en online communicatie. Zo werkt de politie momenteel aan webcare voor modern contact met burgers. Via sociale media kunnen vragen van burgers worden beantwoord en kan gerichter advies worden gegeven. Dit draagt niet alleen bij aan een grotere bewustwording onder burgers, maar zal ook invloed hebben op de zichtbaarheid en legitimiteit van de politie.

Efficacy
Verder is van belang dat mensen zichzelf in staat achten om het aangeboden handelingsperspectief ook daadwerkelijk uit te voeren (in het Engels self-efficacy genoemd). Een heel simpel voorbeeld is dat mensen misschien niet weten waar zij een bericht naartoe moeten sturen als zij een voorval in hun buurt willen melden. En wat complexer voorbeeld is dat voor conflictbemiddeling specifieke competenties nodig zijn waarover niet iedereen beschikt. En ook niet iedereen zal zichzelf in staat achten om bij te dragen aan toezicht via een buurtpreventieteam.

Naast self-efficacy wordt response efficacy onderscheiden: de inschatting van mensen dat hun actie ook daadwerkelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem. Bij fietsendiefstal bijvoorbeeld is de response efficacy doorgaans laag. Mensen kunnen wellicht wel aangifte doen, maar omdat ze inschatten dat het effect van hun handeling laag zal zijn, doen ze dat misschien toch niet. Van een
gebrek aan response efficacy is eveneens sprake bij de toenemende cybercrime, waarbij de verwachtingen van burgers na aangifte over opvolging op gespannen voet staan
met het huidige gebrek aan kennis op dit gebied bij de politie en de lage pakkans.

Een voor de hand liggende manier om self-efficacy te versterken, is burgers feedback te geven over hoe hun activiteiten hebben bijgedragen aan het oplossen van bepaalde problemen. In het voorbeeld van aangifte bij fietsdiefstal kan de response efficacy verhoogd worden door meer feedback te geven over wat er is gebeurd met de aangifte, zodat de inschatting van mensen over het nut van aangifte zal toenemen.

?The police are the public and the public are the police?

Sir Robert Peel (188-1850), voormalig premier van het Verenigd Koninkrijk en oprichter van de Metropolitan Police in Londen in 1829.

Emoties
Behalve voor bewustwording en kennis is er de laatste jaren ook meer aandacht gekomen voor de invloed van emoties op de motivatie van burgers om in actie te komen. Emoties zijn een belangrijke trigger voor gedrag. Onderzoek van Schreurs et al. (2018) laat bijvoorbeeld zien dat directe reacties van burgers op misstanden, zoals mensen aanspreken op hun gedrag of de politie bellen, sterk worden gestuurd door morele emoties als schuld, verwarring of boosheid.

Emoties worden steeds vaker via sociale media gedeeld, waardoor een vonk kan overslaan op anderen (Kramer, Guillory & Hancock, 2014; De Vries et al., 2018). Zo werden heftige emoties losgemaakt door de opsporingsvideo van de ?kopschoppers Eindhoven?. Hoewel de daders dankzij de hulp van een grote groep burgers in ??n dag werden opgespoord, kregen zij strafvermindering omdat hun privacy was geschaad. Hoewel de burgers waarschijnlijk in actie kwamen door de verspreide beelden, laat dit voorbeeld dus ook zien dat politie en Openbaar Ministerie in het contact met burgers een goede balans moeten zoeken tussen informatiewaarde en de rol van emoties. Inspelen op emoties vereist een andere manier van communiceren dan alleen maar informeren en is ook lastiger omdat emoties niet overeen hoeven te komen met wat er feitelijk gaande is.

Groep

Trekkers en volgers
Mensen leven niet in een sociaal vacu?m, maar worden sterk be?nvloed door hun sociale omgeving. Bij initiatieven die burgers zelf nemen kan een onderscheid worden gemaakt tussen trekkers en volgers. Trekkers nemen een bepaald initiatief, bijvoorbeeld het opzetten van een zoekactie als iemand wordt vermist. Zij zijn vaak mensen die iets voor hun omgeving willen betekenen en bij meerdere initiatieven betrokken zijn. In de praktijk is er echter een veel grotere groep volgers: mensen die met het initiatief gaan meedoen. Dit komt niet door gebrek aan motivatie, maar simpelweg omdat menselijk gedrag nu eenmaal redelijk associatief tot stand komt. Bij de vermissingszaken van Ruben en Julian en later ook Anne Faber ontstond, aangewakkerd door (sociale)
media, een ongekende betrokkenheid die al snel leidde tot grootschalige mobilisatie onder burgers om te gaan zoeken. In de zaak van Anne Faber richtte de familie zelfs een soort eigen TGO (Team Grootschalige Opsporing) op naast het TGO van de politie. Enerzijds kon de politie hier baat bij hebben, omdat burgers de belangrijkste succesfactor zijn in de opsporing (Kop, 2016), maar anderzijds kon het onderzoek hiervan schade ondervinden doordat bijvoorbeeld sporen vernield werden. In dit soort situaties is het lastig om een balans te vinden tussen de belangen van effectieve opsporing en die van de helpers en de nationale aandacht die dit soort situaties nu eenmaal oproept.

Een recente innovatieve ontwikkeling is de co?rdinatie van zoekacties van burgers naast die van de politie in goede banen leiden via apps als ?Samen zoeken? (zie kader). Hierin is aandacht voor overdracht van informatie over bijvoorbeeld gebieden waar men geweest is, maar wordt ook vermeld wanneer de politie een zoekactie van burgers overneemt.

“De familie richtte zelfs een soort eigen TGO op naast dat van de politie”

De zoektocht naar Anne Faber
?Als een van de ME?ers het commando ?voorwaarts, n?? roept, stapt het legertje burgers als lijn het bos in; rustig lopen de zoekers voorwaarts, soms gehinderd door dicht struikgewas en stekelige braamstruiken. Opeens klinkt het commando ?Halt houden, n?? door de bosschages als de linie uiteen dreigt te vallen. Snel wordt de rij hersteld? (Penris, 2017). Of massale zoektochten door burgers veel zin heeft, wordt door deskundigen betwijfeld. Maar als ze dan toch gaan zoeken, dan kun je dat maar beter in goede banen leiden. Helemaal zinloos zijn de massale zoekacties zeker niet, want je houdt de mensenmassa ermee in de hand. De politie kan op deze manier bovendien veel effici?nter zoeken op de plekken waar het er echt toe doet, zoals in het water. Sinds de
vermissingszaak van Ruben en Julian in 2013 heeft de politie volgens Petra Blankwaard van het burgerinitiatief ?Zoek Je Mee? grote stappen voorwaarts gemaakt. ?Ze zijn heel actief op sociale media, delen veel informatie met de burger, geven antwoord op vragen en reageren heel serieus op tips, hoe waardeloos die ook kunnen zijn.?

Samen zoeken
?Samen zoeken? is een app die burgers helpt in de co?rdinatie van het (mee)zoeken naar een vermiste en geeft tips hoe en waar te zoeken. De app is nog in ontwikkeling en is in eerste instantie een zelfhulptool om een zoekactie op te starten, waarna mensen die willen meezoeken zich kunnen aansluiten. Via gps wordt op een kaartje bijgehouden waar men gezocht heeft. Deelnemers kunnen onder meer foto?s toevoegen en chatten met de co?rdinator en zodra de politie aansluit, kan alle informatie over de zoektocht overdragen worden. Dit initiatief getuigt van een wezenlijk andere kijk op burgerparticipatie: de politie vraagt burgers niet om te helpen bij opsporing, maar helpt burgers bij hun zoektocht.

Sociale samenhang
Burgers die in buurten wonen met een grote mate van sociale samenhang komen eerder in actie dan burgers in buurten waarin men zich minder met elkaar bemoeit. Daarnaast komen burgers die al actief zijn in de buurt eerder in actie dan burgers die dat niet zijn (Penris, 2017). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat actieve burgers grotere netwerken hebben, waardoor zij eerder informatie krijgen over een bepaald initiatief (zie de paragraaf over bewustwording hiervoor).

Een voorbeeld van activiteiten op groepsniveau zijn de duizenden BuurtWhatsAppgroepen. Hoewel dergelijke platformen nuttig zijn voor het delen van allerlei aan veiligheid gerelateerde informatie, verloopt het contact tussen de politie en de BuurtWhatsAppgroepen op veel plaatsen nog moeizaam door allerlei belemmeringen. Zo is er privacy- en politiewetgeving die het de politie lastig maakt om lid te worden van deze groepen en met gemiddeld ??n wijkagent per vijfduizend inwoners is het onhaalbaar om goed contact te onderhouden met alle deelnemers.
Overal in het land zoekt men naar betere werkvormen, zoals WhatsAppgroepsbeheerders die met elkaar een escalatiegroep vormen over de buurtgroepen heen en als intermediairs contact houden met elkaar en met overheidsinstanties, waaronder de politie.

BuurtWhatsApp
De duizenden BuurtWhatsAppgroepen in Nederland hebben steeds vaker een kort lijntje met de politie, en dat helpt. Koppen als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? zijn te vinden in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Ook worden hiermee verloren voorwerpen en huisdieren teruggevonden ? minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn. De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook, waar andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. En in de meeste spelregels staat duidelijk dat burgers geen vervanging zijn van de politie. Een belangrijke spelregel is dan ook: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen. BuurtWhatsAppgroepen zijn daarmee geen vervanging van, maar een belangrijke aanvulling op bestaande politiekanalen.

Instituties

Van burgerparticipatie naar politieparticipatie
Naarmate burgers zelf meer initiatieven nemen (verschuiving op de participatieladder) en ook het pakket van veiligheidstaken breder wordt (van handhaving naar preventie en opsporing), verandert de rol van de politie. Over het algemeen is een omschakeling vereist van een organisatie die top-down stuurt naar een organisatie die initiatieven van burgers omarmt en faciliteert. In deze context wordt wel gesproken van de verschuiving van burgerparticipatie naar politieparticipatie.

Vertrouwen
Vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te bevorderen (Beunders et al., 2011; Flight, Van den Andel & Hulshof, 2006). Uit de Veiligheidsmonitor van 2017 (CBS, 2017), die opnieuw dalende criminaliteitscijfers laat zien, blijkt dat vanaf?2005 de tevredenheid over het contact met de politie met?15?procent is toegenomen en dat de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt en in het algemeen niet is veranderd in vergelijking met?2016, maar iets is toegenomen in vergelijking met?2012. Slechts 20 procent van de burgers is het echter eens met de stelling dat
de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (47 procent) over de zichtbaarheid van de politie, waarbij 40 procent vindt dat de politie ?te weinig uit de auto komt?. De Commissie-Kuijken, die uitgebreid onderzoek deed naar de stand van zaken binnen de politieorganisatie, constateerde: ?Dankzij beyond the call of duty inzet en improvisatievermogen in alle geledingen van het korps bleven ondanks alle interne turbulentie de operaties en de voor de burger direct zichtbare dienstverlening goeddeels doordraaien? (Kuijken, 2017).

Empowerment
Om burgers in actie te laten komen, is het niet alleen vertrouwen van burgers in de politie nodig, maar ook vertrouwen van de politie in burgers. Paton (2013) spreekt in dit verband van empowerment. Burgers die het gevoel hebben dat zij controle hebben over de situatie en door professionals serieus genomen worden, zijn actiever en zullen meer doen voor het gemeenschappelijke belang.

Zowel in het faciliteren als het stimuleren van burgerinitiatieven is goede communicatie van groot belang. Dat lijkt simpel, maar is het niet. Communicatie wordt sterk be?nvloed door de verwachtingen die partijen van elkaar hebben. Tonkens en De Wilde (2013) constateren op basis van casestudies bijvoorbeeld dat burgers zich vaak niet serieus genomen voelen in de communicatie met instituties. Mogelijk spelen emotionele factoren (zoals erkenning, respect en gezien worden) hierbij een grotere rol dan de inhoud.

Conclusies
Burgers kruipen individueel of als groep steeds meer in de rol van de politie en zij doen dat met betrekking tot steeds meer politietaken: preventie en toezicht, handhaving, opsporing en hulpverlening. Er is een verschuiving gaande naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding naar een toenemend aantal domeinen van politiewerk. De rol van de politie verschuift daarmee steeds meer naar politieparticipatie.

De rol van de politie kan vari?ren van het faciliteren van processen om zaken in goede banen te leiden tot het overnemen van taken van burgers als dat nodig is. De politie dient daarom meer in de huid te kruipen van burgers, want alleen als zij de onderliggende psychologische mechanismen begrijpt, kunnen de interventies worden gekozen die hierbij goed aansluiten. Daarnaast kunnen professionals de burgeramateurs helpen met advies over hoe zij bepaalde zaken kunnen aanpakken. Een voorbeeld is de app ?Samen zoeken?, die burgers helpt met advies en hulpmiddelen om
zelfstandig een zoekactie op te zetten en wanneer nodig de samenwerking met de politie op te zoeken, zeker bij complexe en risicovolle zaken.

Er dient meer aandacht te zijn voor de rol van (sociale) media als het om zaken gaat die sterke emoties oproepen. Wijzen op (zelf)hulpmiddelen en advies op inhoud volstaat dan niet meer. Interventies die gericht zijn op het kanaliseren van emoties worden belangrijker en lokale webcare, maar ook nieuwe vormen van samenwerking kunnen hierin een belangrijke rol spelen. In alle gevallen zal de reactie op maat moeten zijn, toegesneden op de lokale context. Dit betekent dat basisteams en wijkagenten discretionaire ruimte nodig hebben: zij moeten de ruimte hebben om
binnen algemene kaders zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie.

Vertrouwen in elkaar en een samenwerkingsbasis in de ?koude fase? zijn noodzakelijke voorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie op het moment dat het er (ineens) toe doet. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn noodzakelijk om het vertrouwen van burgers in de politie te bevorderen. Sociale media en webcare kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Door snelle en directe communicatie kunnen burgers beter betrokken worden en wordt het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde van burgers verbeterd en beter benut. ?

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions).

Literatuur

  • Beunders, H.J.G., Abraham, M.D., Dijk, A.G. van & Hoek, A.J.E. van (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
  • Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2017). Afname criminaliteit in alle delen van Nederland. Geraadpleegd op 7 mei 2018 via?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/09/afname-criminaliteit-in-alledelen-nederland
  • Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
  • Kerstholt, J.H., Vries, A. de, Mente, R. & Huis in ?t Veld, M. (2015). Politie en burgers. Van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid, 14, 78-88.
  • Kop, N. (2016). Burgerparticipatie in de opsporing. Kunnen we een treetje hoger? Tijdschrift voor de Politie, 78(7), 27-30.
  • Kramer, A., Guillory, J.E. & Hancock, J.T. (2014). Experimental evidence of massive-scale emotional contagion through social networks. Proceedings of the National Academy of Sciences,?111(24),8788-8790.
  • Kuijken, W.J., (2017). Evaluatie Politiewet 2012. Doorontwikkelen en verbeteren. Den Haag: Commissie Evaluatie Politiewet 2012.
  • Land, M. van der, Stokkom, B. van & Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid. Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid. Den Haag: WODC.
  • Lub, V. (2013). Schoon, heel en werkzaam? Sociale interventies op het terrein van leefbaarheid wetenschappelijk beoordeeld. Den Haag: Boom Lemma.
  • Paton, D. (2013). Disaster Resilient Communities. Developing and testing an all-hazards theory. IDRiM Journal, 3(1) 1?17.
  • Penris, I. (2017). Publiek zoekt massaal mee. Maar heeft dat zin? Algemeen Dagblad, 6 oktober.
  • Schreurs, W., Kerstholt, J. Giebels, E. & Vries, P. de (2018). Citizen participation in the police domain. The role of citizens? attitude and morality. Journal of Community Psychology (doi: 10.1002/jcop.21972).
  • Tonkens. E. & Wilde, M. de (2013). Op zoek naar erkenning. Verhitte verhoudingen tussen bewoners en instituties. In: E. Tonkens & M. de Wilde (red.), Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk. Amsterdam: Van Gennep.
  • Vries, A. de, Menkhorst, M., Vliet van, H., Stavleu, H., Bonte, C. & Schilder, C. (2018). Wie kijkt er mee?? Het Nieuwe Melden. De impact van beeld. Den Haag: TNO

Bron: Tijdschrift voor de politie

[slideshare id=102812278&doc=1805tvdplowres-180622110139&type=d]

Filmende tienermeiden jagen op zakkenrollers

Tienermeiden Sara en Iris uit Rotterdam hebben een bijzondere hobby. In plaats van de gebruikelijke selfies, leggen ze met hun mobiele telefoon zakkenrollers vast. Dankzij hun inspanning heeft de politie Rotterdam in een jaar tijd zeventig zakkenrollers opgepakt.

Ze willen niet met achternaam of leeftijd genoemd worden. ,,Het liefst blijven ze zo anoniem mogelijk”, legt politiewoordvoerder Willemieke de Vos uit.

Het tweetal begon tussen het winkelend publiek op Zuidplein. Inmiddels lopen ze twee dagen in de week rond in het centrum van Rotterdam en hebben ze contact met wijkagent Henri Appeldoorn. Die geeft hen tips. Onveilig is het nooit, stelt de politie. ,,Ze blijven altijd op gepaste afstand, houden met elkaar contact via de telefoon, en wanneer ze een dief in het vizier hebben stappen ze op beveiliging af of bellen ze ons.”

Het tweetal werd niet direct serieus genomen door beveiligers. ,,Inmiddels kennen ze ons bijna allemaal.?

Niet moeilijk

De politie van Rotterdam liet de meisjes ? geanonimiseerd ? aan het woord. Volgens de twee is het niet moeilijk een zakkenroller te ontdekken tussen het winkelend publiek. Hun signalement? De gauwdieven lopen qua mode drie jaar achter, dievegges lopen vaak op ?afgetrapte ballerina?s?, dieven op afgetrapte sportschoenen. En niet onbelangrijk: de straatstropers gedragen zich vreemd. Zo steken ze ?een winkelstraat vaak meerdere keren over en kijken ze vaak achterom?.

De politie van Rotterdam is dolblij met alle hulp. ?Samenwerking met burgers is essentieel?, zegt Willemieke de Vos van de Rotterdamse politie. ?Maar deze meiden hebben zich in korte tijd ontwikkeld tot een zeer gewiekst koppel. Of ze gevaar lopen? Wij denken van niet. Ze zijn tot nu toe nog nooit herkend en als ze het gevaarlijk vinden worden, dan stoppen ze ermee.?

De twee werken inmiddels samen met beveiligers in het centrum van Rotterdam en dragen zo de zakkenrollers aan de politie over. ?Ze leveren dus ?cht een bijdrage aan de veiligheid van de stad?, aldus De Vos.

Bronnen: AD, Trouw, Hart van Nederland