SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Op de 112GroningenDag die op zaterdag 16 juni in Martiniplaza werd gehouden trok veel belangstelling. Het initiatief kon onder de hulpverleners ook op veel enthousiasme rekenen, en werd nu voor de tweede keer gehouden. Op de dag presenteren de hulpverleningsdiensten en aanverwante organisaties en instellingen zich door middel van demonstraties, informatie geven en door met elkaar in gesprek te gaan. Organisator Martin Nuver benadrukt dat het op deze dag meer gaat dan alleen om blauwe lampen en sirenes. ?Zo?n dag is de ideale manier om mensen, jong en oud, iets te leren. Een ongeluk zit tenslotte in een klein hoekje. Maar hoe kun je zoiets voorkomen? En wat moet je doen als het een keer mis gaat? Groningen een stukje veiliger maken, dat is het achterliggende doel van deze dag.?
Op de dag werd door de politie een Interactief Plaats Delict ingericht. Bezoekers konden hier leren wat sporenonderzoek op een plaats delict inhoudt. Ook konden burgers hier leren wat ze beter wel en niet kunnen doen als hij bij hen of een ander is ingebroken. Steeds meer burgers willen iets doen na een incident. Zo ook bij een woninginbraak. Wat kunnen burgers het beste wel en niet doen als er is ingebroken? Een soort Eerste Hulp Bij Opsporing.
De familie Schouten is naar Frankrijk op vakantie met de caravan en ze hebben het huis afgesloten. Maar een inbreker heeft de caravan voor hun huis zien staan en in de gaten gehouden. Als de familie weg is, slaat hij zijn slag. Als de familie thuiskomt zien ze dat er een raam openstaat. Wat is er gebeurd? Mevrouw Schouten belt 112 en politie is onderweg.
Op de beurs is een woonkamer nagemaakt waarin op diverse plaatsen sporen te vinden zijn en tips worden gegeven:
De aspecten zijn afgeleid van een TNO onderzoek onder burgers dat werd ondersteund in het veilig stellen van sporen. In samenwerking met de forensische recherche en forensic science van de NHL heeft dit geleid tot een concept informatiekaart die door politie of gemeenten gebruikt zou kunnen worden om burgers te voorzien van handelingsperspectief na een inbraak:
In het Mobiel Media Lab is een enqu?te afgenomen onder de bezoekers. Een klein inkijkje in de resultaten van dat onderzoek:
Burgers willen zelf helpen op een Plaats Delict met sporenonderzoek voordat de politie ter plaatse is, bijvoorbeeld door zelf foto?s te maken. Het nut ervan wordt alleen duidelijk als politie deze zelfhulp in goede banen leidt en er iets mee doet: pic.twitter.com/qsakUtVXMz
In de strijd tegen wraakporno, phishing en ransomware moet het eenvoudiger worden om cyberexperts als vrijwilliger bij de politie in te zetten. Dat wil de VVD. Nu is het zo dat de politie vaak niet de beste mensen krijgt omdat die voor veel meer geld in het bedrijfsleven kunnen werken.
Maar de druk op de politie neemt toe door de veelvoorkomende criminaliteit op internet. De VVD wil dat minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus (CDA) zo snel mogelijk om tafel gaat met de korpsleiding van de politie en het bedrijfsleven om te kijken hoe cyberexperts als vrijwilligers kunnen worden ingezet bij de politie.
‘Ik heb zelf ook kinderen’
Zoals Arnout de Vries, die in het dagelijks leven onderzoeker internetveiligheid is bij TNO. In zijn vrije tijd helpt hij de politie met de aanpak van deze internetcriminaliteit, vrijwillig. “Ik ben natuurlijk beroepsmatig al met internetveiligheid bezig. Je ziet zoveel narigheid. Ik heb zelf ook kinderen. Er zijn allerlei redenen waarom ik denk dat ik wat kan bijdragen. Hoe klein die bijdrage ook is.”
De Vries is een van de eerste cyberexpertvrijwilligers bij de politie. “Het is heel hard nodig. De politie heeft echt schaarste op het gebied van cybercrime-expertise. Enorme schaarste. Digitale expertise is sowieso schaars in de hele markt. Ook voor commerci?le bedrijven. En daar moet de politie mee concurreren. Dat is behoorlijk lastig.”
Gesprek bedrijfsleven ?n politie
De VVD wil daarom dat de minister gaat praten met het bedrijfsleven ?n de politie over hoe ze elkaar kunnen helpen.
VVD-Tweede Kamerlid Arno Rutte wil dat ‘het talent dat er al in Nederland is zo slim en zo goed mogelijk wordt ingezet’. “Door een deel van dat talent in te zetten als vrijwilliger bij de politie krijgt de politie toegang tot de slimste koppen van Nederland en kunnen de slimste koppen van Nederland naast hun gewone werk ook iets betekenen voor het hele land.”
Zo voorkom je dat ransomware je computer ‘gijzelt’:
Ransomware zet je computer op slot en ‘gijzelt’ je bestanden. Je kan niets meer op je laptop of pc. Dat wil je het liefst voorkomen of anders zo snel mogelijk oplossen. Nou, dat kan.
Burgerparticipatie bij team high tech crime. Wat zijn de mogelijkheden en kansen voor de toekomst?
[slideshare id=98420843&doc=burgerparticipatiebijteamhightechcrime-180524082413&type=d]
Bronnen: RTL Nieuws
ANWB introduceert in samenwerking met duizend fietsendealers een anti-diefstalzender. Fietseigenaren die een Blijven Fietsen Verzekering afsluiten, weten daarmee volgens de bond zeker dat zij hun fiets weer terugkrijgen.
De deelnemende fietsenwinkels plaatsen de zender in hun fietsen, die via de ANWB-app geactiveerd kan worden. Opssporingsservice FRIS Nederland neemt vervolgens de opsporing voor zijn rekening. Het systeem is volgens de ANWB ‘uitvoerig getest en succesvol gebleken’. Mocht de fiets niet binnen 48 uur worden teruggevonden, dan krijgt de fietsbezitter een nieuwe fiets.
ANWB zegt gebruik te maken van een bewezen techniek van KPN. De bond?verwacht dat leden zich door het opsporingssysteem te koppelen aan de fietsverzekering ?vrijer? voelen in het gebruik van hun vaak dure fietsen. Ook verwacht de ANWB dat de diefstalgevoeligheid van fietsen afneemt.
Het aantal fietsdiefstallen neemt nog altijd toe. Vorig jaar ontving de ANWB 2200 claims van gestolen e-bikes, een groei van zestien procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze stijging zou vooral komen door de populariteit van e-bikes. Bij bijna een op de drie nieuw verkochte fietsen was vorig jaar een e-bike.
Voormalig RetailRookie VanMoof lanceerde vorige week een nieuwe lijn van slimme fietsen, die eveneens zijn voorzien van anti-diefstalsoftware. Wanneer iemand de fiets wil stelen, maakt de fiets een steeds harder wordend geluid en wordt de locatie automatisch doorgegeven aan de bike hunters van VanMoof.
Gestolen goederen
Waarmee is een ondernemer, wiens dure gereedschap is gestolen, blijer? Als de dader wordt gestraft of als zijn
spullen worden teruggevonden? Maarten van Grootheest, operationeel specialist, weet het wel en startte daarom een proef waarbij burgers meespeuren naar gestolen goederen.
Al zijn dure gereedschap was gejat. De ondernemer was niet goed verzekerd,?waardoor zijn werkzaamheden stil kwamen te liggen.? Toen Maarten in Zevenaar werkte, trof hij een ondernemer die slachtoffer was geworden van diefstal. Het ging de operationeel specialist aan het hart. Normaal gesproken zou Maarten nog een eenheid inschakelen om gezamenlijk een uur te besteden aan buurtonderzoek.
?In het beste geval blijkt uit zo?n buurtonderzoek dat de dader een blauwe jas aan had. Als iemand al wordt veroordeeld ? en die kans is klein ? dan krijgt de dader twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. Een succes voor politie en OM, maar niet voor diegene die het aangaat. De ondernemer heeft daarmee zijn spullen niet terug.? Maarten besloot daarom om geen buurtonderzoek te doen, maar de vier manuren opsporingstijd die hij daarmee bespaarde, zelf te besteden aan speurwerk. De weken die volgden, zocht Maarten tussen de bedrijven door op internetmarktplaatsen naar het specifieke gereedschap, dat herkenbaar was aan serienummers en inscripties.
Na zes weken was het raak. In burgerkleding bezocht Maarten de aanbieder en constateerde dat het om de gestolen spullen ging. Hij maakte zich kenbaar als politieagent en nam de goederen in beslag. Uiteindelijke leidde het niet tot een veroordeling. ?Maar de ondernemer was z? blij; ik kreeg echt een kick van het politiewerk.?
?Kunnen we dit niet standaard doen??, vroeg Maarten zich al een tijdje af. Tijdens de themadag Herijking
Opsporing, waarbij OM en politie samen kijken hoe de opsporing en vervolging beter en effici?nter kan, deelde hij zijn ervaring. Dat vormde het startschot voor de proef met burgeropsporing, die hij nu in Basisteam IJsselwaarden uitvoert. Een oproep in De Gelderlander en Facebook leverde meer dan honderd bereidwillige burgers op uit de
omgeving van Doesburg, Dieren, Rheden en Velp.
Een onderzoeksbureau vroeg naar hun motivatie om een testpanel samen te stellen, dat zowel bestond uit gamers, gepensioneerden als slachtoffers. Op een januariavond kwamen twintig mensen naar een basisschool in Rheden, waar ze achter een computer mochten plaatsnemen om internet af te struinen. Ze kregen een lijst met goederen die in de tien weken daarvoor waren gestolen. Maarten: ?Aan alle aangevers was toestemming gevraagd. Zonder uitzondering vonden zij het goed dat burgers gingen meehelpen met zoeken.?
Politieman Maarten van Grootheest over burgeropsporing experiment: ?In twee gevallen vonden de cyberspeurders daadwerkelijk gestolen goederen die online verkocht werden. Een groot succes, want eigenlijk hadden we erop gerekend dat er niets gevonden zou worden” #burgeropsporingpic.twitter.com/OwrzropNGZ
Snuffelhoekjes
Op de lijst stonden sieraden, een gouden horloge, een wapen, computertoebehoren, fietsen en twee aanhangers. Zonder de namen van de slachtoffers Mensen mochten zelf kiezen waarnaar ze op zoek gingen. Maarten: ?Mensen kozen een voorwerp uit waar ze zelf veel verstand van hadden. Zo was er een computerexpert die precies wist hoeveel
bepaalde videokaarten kosten. Daardoor vermoedde hij meteen welke advertenties verdacht zijn omdat ze een totaal verkeerde prijs vroegen.
Redenen waarom burgers helpen bij de opsporing
1. Sommigen willen iets voor de samenleving betekenen
2. Anderen zien het als waardevolle tijdsbesteding
3. Gamers zien het als spel: het geeft een kick als je iets vindt
4.Gepensioneerden hebben tijd genoeg
5. Slachtoffers weten hoe het voelt als waardevolle spullen worden gestolen Bron: interviews door PwC
Omdat het ging om spullen uit de buurt, zochten de burgers ook in de buurt. Ze kenden allerlei snuffelhoekjes op Facebook waar tweedehand spullen worden aangeboden.? In twee maal 50 minuten zoeken, werd er twee keer een verdacht object aangetroffen. Bij het eerste artikel, een gouden horloge, bleek het toch niet om het gestolen exemplaar te gaan. Bij de gestolen tablet reageerde de verkoper niet toen Maarten interesse toonde. Uiteindelijk leidde de zoektocht niet tot aanhoudingen, maar stemde het wel positief: burgers zijn gemotiveerd om mee te helpen ?n in staat om zelf spullen te vinden.
In april vindt de tweede sessie plaats. Dan krijgt een andere groep van 25 burgers tien dagen de tijd om vanuit huis op internet te zoeken. Als ze iets vinden, kunnen ze dat doorgeven op internet via een webbased applicatie. ?Door gebruik te maken van deze applicatie kunnen we zien hoe mensen zoeken. Die input gebruiken we voor het ontwikkelen van een app. Alles wordt gebruikt voor de volgende stap.? Maartens schetst zijn ideale toekomstbeeld: ?Bij de aangifte kunnen mensen straks aanvinken of ze toestemming geven voor burgeropsporing. Burgers kunnen
straks via de app, als ze in de wachtkamer bij de tandarts zitten, even een kwartiertje meehelpen met speuren.?
Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.
Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ?Dit fenomeen zal alleen maar toenemen?, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ?Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.?
?De vermissing van Anne Faber was een gamechanger?, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen ?TGO?. ?Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.?
7.000 Whatsappgroepen
?Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen?, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ?Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.?
‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’
Sherlock Holmes
Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ?Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier ? vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.?
Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ?Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.?
Smilda vult aan: ?Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.? Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ?Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.?
Omarmen
De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hi?rarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO?er zich. ?Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie ?gesloten? van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. ?Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen? hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.?
Good, bad en ugly
Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de ?good?, de ?bad? en de ?ugly?. ?Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op ?undercoverdate? ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.?
Eigenrichting
Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ?Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto?s plaatsen.?
?Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan?, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ?Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ?De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste?eeuw.?
De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ?Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie??
Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: ?Hoe ver mag je als burger gaan?? De Vries: ?Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.? Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ?alarmbellen gaan rinkelen? en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders?, zegt De Vries.
* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016
?Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico?s
?Kansen:
veiligheid verbeteren
digitaal kundige burgers
betrouwbare binding met burgers
vaardigheden van burgers
kennis van de massa
Risico?s:
gebrek aan juridische kennis
incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
informatie-overload
verminderde privacy
?eigen rechter spelen? (burgers die het recht in eigen hand nemen)
Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.
Een samenwerking tussen Australische politie, advocaten en wetenschappers heeft dinsdag een nieuwe app gelanceerd die slachtoffers en getuigen kan helpen informatie over misdaden te registreren. De iWitnessed-app (Android, iPhone) gebaseerd op onderzoek in Australi? en Groot-Brittanni?,?ontworpen aan de Universiteit van Sydney, gaat in op het gegeven dat ons geheugen na een incident snel kan verslechteren. Volgens professor Nicholas Cowdery, QC van het Sydney Institute of Criminology, is het daarom noodzakelijk om details van een misdrijf zo snel mogelijk vast te leggen. “Tijdelijke notities, zelfs op de achterkant van een servetje, kunnen de betrouwbaarheid en de kracht van het bewijsmateriaal dat in gerechtelijke procedures wordt gegeven, versterken,” zei hij. Met behulp van het geleide vragensysteem van deze app kunnen gebruikers deze informatie opnemen in tekst, spraak en afbeeldingen, waarbij alle GPS- en locatiegegevens automatisch worden vastgelegd. Vervolgens converteert het de informatie naar een PDF, waar het eenvoudig naar de politie kan worden verzonden via een beveiligd e-mailadres.
Naast deze mogelijkheden biedt de app ook directe links naar dienstverleners zoals slachtofferhulp. “Dit project plaatst Australi? in de voorhoede van internationale initiatieven om het verzamelen van ooggetuigenverslagen te verbeteren en het zal helpen bij het onderzoeken en vervolgen van incidenten,” aldus hoofddocent Dr. Helen Paterson van de School of Psychology Said van de University of Sydney. De app is gratis beschikbaar gesteld in heel Australi?.
Als sextingbeelden verspreid worden via social media, zijn de gevolgen niet te overzien. Degenen waarvan de foto?s of filmpjes misbruikt worden, kunnen worden gechanteerd, gepest of onder druk gezet worden.
De brugklasser van het Pieter Groen College in Katwijk klikt een bestand op de laptop aan. ?Ik heb bewijs gevonden!? Klasgenoten kijken nieuwsgierig op haar scherm. Ze spelen de game ?Shitzooi? om de gevaren van sexting – het delen van sexy filmpjes en foto?s op social media – te ondervinden.
?Pap, ik moet je wat vertellen. Nee, niet over de telefoon. Kun je me alsjeblieft komen ophalen?? Met dit YouTubefilmpje start het verhaal van scholiere Juul. Een pikant filmpje dat ze ooit met haar vriendje Sem deelde, is uitgelekt en prijkt inmiddels op meerdere pornosites. Met haar vader doet ze aangifte bij de politie. ?Vervolgens kunnen de kinderen als rechercheurs in de dop steeds kiezen wat hun volgende stap in het onderzoek naar de dader wordt?, vertelt wijkagent Kelvin, samen met wijkagent Tanja de bedenker van ?Shitzooi?. Gaan ze Sem verhoren of toch zijn vriend Daan over wie het gerucht gaat dat hij veel seksfilmpjes op zijn telefoon kijkt? Of zullen ze de telefoon onderzoeken van een zekere Patrick die Daan volgt op Instagram??
Zoeken op socialmedia-accounts
In het Mobile Media Lab, een grote politievrachtwagen die naast de school is geparkeerd, staan laptops waarmee ze de voor het spel aangemaakte socialmedia-accounts van de personages rond Juul kunnen bekijken. Wat voor foto?s hebben ze gepost, wie volgen ze en wie volgt hen? Sommige leerlingen checken meerdere accounts tegelijk door ook met hun eigen telefoon in te loggen. Tussendoor volgen ze de verhoren op een groot scherm. Drie jongens achterin maken een indrukwekkend schema rond de personages en de aanwijzingen in het spel. Alle leerlingen hebben duidelijk lol in het spel en gaan er helemaal in op. ?Afhankelijk van de spelkeuzes die de leerlingen maken, heeft de game verschillende uitkomsten. Zo kan bijvoorbeeld duidelijk zijn wie de dader is, terwijl het bewijs ontbreekt.
Tot in lengte van dagen op internet
Politieteam Katwijk heeft ?Shitzooi? in samenwerking met Halt en de Katwijkse welzijnsorganisatie Welzijnskwartier laten maken voor leerlingen van 12 tot en met 15 jaar oud. ?Bij de politie kloppen wekelijks slachtoffers van sexting aan?, weet Kelvin. ?Jongeren van wie foto?s of filmpjes tegen hun wil verspreid zijn die vaak tot in lengte van dagen op internet blijven staan. Ook hier in Katwijk komt dat voor.? ?We willen vooral jongeren waarschuwen wat ze zelf kunnen doen om te voorkomen dat ze slachtoffer worden?, vult Tanja aan. ?En wat sluit nou beter aan bij de belevingswereld van jongeren dan zo?n game??
E?n op de vier jongeren maakt naaktselfies
Een foto is sneller gedeeld dan jongeren soms denken. Jongeren sturen de meeste blootfoto?s via snapchat (76,1%). ?Omdat ze denken dat dit snel weer verdwijnt?, legt Anita van Halt uit. Samen met Nadine van Welzijnskwartier geeft ze voorafgaand aan de game voorlichting aan de kinderen in de klas. ?Maar iemand kan snel een screenshot maken en die verder verspreiden.? Whatsapp volgt met 47,8% en Facebook is goed voor zo?n 9%. Zo?n ??n op de vier jongeren maakt wel eens naaktselfies, ??n op de acht verstuurt deze ook via social media.
Strafbaar
?Wist je dat het strafbaar is om een blootfoto van een minderjarige op je telefoon te hebben??, vraagt Nadine. ?Dat is namelijk kinderporno. Als je het gelijk wist of naar de politie gaat, is er niets aan de hand, maar doe je dat niet, dan kan het je een strafblad opleveren. En niet zomaar een strafblad, maar een met de aantekening ?zeden? erbij. Dat betekent dat je niet alleen bijvoorbeeld later geen advocaat, rechter of politieman kan worden, maar dat mensen je ook in het ergste geval voor een verkrachter zullen aanzien.?
Sexting onuitwisbaar
Hoofdboodschap van de les is dat sexting vaak onuitwisbaar is. ?Stel je voor dat je later kinderen krijgt en dat die op een dag ergens op internet blootfoto?s van jou zien staan?, zegt Nadine. ?Dat wil je toch niet? Als iets eenmaal op internet staat, krijg je het er in principe niet meer af en achtervolgt het je de rest van je leven.? Bekeken wordt of het spel Shitzooi en de bijbehorende voorlichting in het hele land kan worden ingezet.
Bureau Halt met nieuwe interventie sexting
Met de nieuwe interventie sexting ‘Respect online’ heeft Halt, samen met Rutgers, het kenniscentrum seksualiteit, een passende aanpak ontwikkeld bij ongewenste sexting, online seksuele pesterijen of beledigingen. Een individuele interventie waarbij de focus ligt op bewustwording van veilig en respectvol online (seksueel) gedrag. Halt voert meerdere gesprekken met de jongere en de ouders. Hierin leert de jongere wat regels zijn over veilig en respectvol online gedrag.
Ook krijgt de jongere inzicht in wat de gevolgen zijn geweest van zijn gedrag voor het slachtoffer, maar ook voor zichzelf. Dit gebeurt onder andere via opdrachten waarbij de jongere filmfragmenten en relevante websites bekijkt en hierop reflecteert en een educatieve game speelt. In afstemming met het slachtoffer wordt een passende vorm van excuus aangeboden. Daarnaast leert de jongere hoe hij of zij anders kan reageren in risicovolle situaties, zoals bij groepsdruk.
Ouders spelen een belangrijke rol in de interventie. Zo vindt er een oudergesprek plaats tussen ouder(s) en de Halt-medewerker. Hierbij krijgen ouders advies hoe zij het gesprek aan kunnen gaan met hun kind over respectvol online (seksueel) gedrag en het toezien op naleving van de gemaakte afspraken.
Doel van de interventie
De interventie, die 1 november 2017 start als een pilot, is bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar die lichte vormen van online seksueel grensoverschrij?dend gedrag hebben vertoond. Dit kan gaan om sexting tussen jongeren onderling waarbij beeldmateriaal ongewenst gemaakt of verspreid is, maar ook om profielmisbruik, seksuele pesterijen of beledigingen. Het doel van de Halt-interventie sexting is herhaling van dit gedrag te voorkomen door jongeren meer bewust te maken van de mogelijke gevolgen van hun online grensoverschrijdend gedrag en het belang om veilig en respectvol online te zijn.
Alleen lichte jeugdzaken komen in aanmerking voor een Halt-verwijzing. De officier van justitie maakt voor de afdoening een afweging tussen de aard en ernst van het delict, de kans op herhaling en de persoonlijke omstandigheden van de jongere, mede op basis van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Als de jongere de Halt-interventie op een positieve manier afrondt, voorkomt hij op deze manier een justiti?le aantekening. Dat betekent niet dat het vrijblij?vend is; als een jongere niet (voldoende) meewerkt aan een positieve afronding, wordt de Halt-straf negatief afgesloten en terugverwezen naar politie en het Openbaar Ministerie voor een andere afdoening.
Het belang van voorlichting
EenVandaag kwam eind april 2017 met cijfers over sexting onder hun jongerenpanel van veertienhonderd jongeren tussen de 12 en 24 jaar: een kwart van de jongeren heeft naaktfoto’s van zichzelf, 18% heeft die ook gedeeld. E?n op de 5 heeft hiervan spijt. 67% van de ondervraagde jongeren heeft hierover nooit voorlichting gehad op school. Maar 64% van de jongeren in het EenVandaag-panel vindt dit wel nodig.
De rol van burgers in de opsporing van daders en in handhavingstaken groeit. Denk aan burgers die iemand staande houden of online sporen veiligstellen. Er zijn echter ook dilemma?s rondom de bevoegdheden van burgers die via het internet de politie helpen. Welke grenzen stel je daarbij? En wat doe je met het delen van opsporingsbeelden?
Kunnen politie en justitie aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij politiewerk? In menig beleidsstuk en ook vanuit de wetenschap wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. Er lijkt echter een verschuiving gaande van participerende burgers naar een participerende politie. Burgers gaan steeds meer zelf aan de slag en lossen veiligheidszaken op. Het geweldsmonopolie en vervolgingsmonopolie zijn evident en eenduidig in wetgeving vastgelegd, maar een monopolie op andere veiligheidstaken is er niet. Als het de politie lukt om?DIY-policing?(doe-het-zelf) in goede banen te leiden, kan dit gepaard gaan met grote maatschappelijke winsten:
toegenomen politiecapaciteit, zonder of met een minimaal financieel prijskaartje;
sterkere binding tussen politie en burgers, en tussen burgers onderling;
beter beeld van de werkelijke criminaliteit;
dalende criminaliteitscijfers door hogere pakkans en meer, met politie samenwerkende ogen op straat.
Informatiepositie van burgers
Door sociale media wordt de informatiepositie van burgers gedemocratiseerd en ook kennis en kunde zijn door het internet steeds meer openbaar. YouTube is een doe-het-zelf-academie. Instructievideo?s en allerlei tools worden door vrijwilligers gratis aangeboden als apps. De adoptie van sociale media is zo groot in Nederland dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Het?rapport?over de MH17 laat zien dat burgers niet schromen hun krachten te bundelen na een ramp. Ook in opsporing laten burgers van zich horen, getuige de?zaak?waarin een vrouw haar eigen aanrander opspoort en in de val lokt. En vanuit hun emoties startten burgers een massale klopjacht op de?‘kopschoppers‘.
Doe-het-zelf-politie
Deze doe-het-zelf-politie verandert het werk van de politie radicaal. Zaken die nu op de plank blijven liggen kunnen worden opgelost door burgers, of met hun hulp. Burgers en politie komen bovendien nader tot elkaar door nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Maar het kan ook helemaal misgaan. Als burgers het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Of als zij in gevaarlijke situaties belanden, omdat zij onrecht bestrijden.
Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die de politie geniet
Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die bijvoorbeeld de politie geniet. Nu ontbreekt het bij burgers meestal aan de kennis en middelen om rechtmatig bewijsmateriaal op te bouwen tegen een verdachte. Het zijn processen die in goede banen kunnen worden geleid, als de overheid een faciliterende rol inneemt. Tijdens de eerste internationale?workshop?Do It Yourself Policing in Berlijn zijn niet alleen de sterktes en zwaktes benoemd van burgers die veiligheidstaken op zich nemen, maar ook de kansen en bedreigingen werden ge?nventariseerd. Hier hebben verschillende experts uit wetenschap, politie en bedrijfsleven uit verschillende Europese landen aan bijgedragen. Vanuit Nederland waren onder andere de politie, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Privacy Company en Universiteit Utrecht vertegenwoordigd.? In figuur 1 is deze SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) weergegeven.
Figuur 1>? SWOT-analyse van Do It Yourself Policing
Dilemma’s rondom Doe-het-zelf-politie
Uit bovenstaande analyse zijn verschillende praktische en oplosbare vraagstukken af te leiden, maar ook lastig te slechten dilemma?s. Een praktisch en oplosbaar vraagstuk is bijvoorbeeld het gebrek aan kennis over sociale media, of de wijze waarop politie en burger laagdrempelig en snel met elkaar kunnen samenwerken. In het Europese onderzoeksproject?INSPEC2T?wordt bijvoorbeeld een nieuwe community-policing oplossing ontwikkeld en in meerdere experimenten getest, zoals in?Buurtlab Groningen. Met een online-community-policing-platform kunnen burgers, gemeente en politie op moderne manieren met elkaar contact zoeken en samenwerken. In Den Haag loopt een onderzoek naar een publiek-privaat samenwerkingsconcept genaamd BART!: Burger Alert Real Time.
Lastigere dilemma?s komen om de hoek kijken als het gaat om de bevoegdheden van burgers die via internet van over de hele wereld kunnen meedoen. Welke grenzen stel je wanneer en voor wie? Nieuw beleid moet vastleggen wat burgers (niet) mogen en wat tot de taak van de politie en het OM behoort. Echter, het opstellen van regels en richtlijnen, maar ook het toetsen van praktijksituaties zal niet makkelijk zijn. De vraag is of van een burger, die ook nog persoonlijk betrokken is door een relatie met het slachtoffer, dezelfde zelfbeheersing kan worden verwacht als van een niet-betrokken politiebeambte. Denk aan het voorbeeld van de??wraakvader?, die de vermeende online belager van zijn dochter via Facebook opspoorde.
Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten
Een ander voorbeeld van een lastig dilemma is het delen van beelden. Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen. ?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee dat mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten, en: ?Het is niet strafbaar?. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. Toch ligt?naming & shaming?op de loer, een online fenomeen waar niemand momenteel vat op lijkt te hebben.
Groeiende rol van burgers
Niet gehinderd door de uitdagingen en (ethische) dilemma?s zetten burgers steeds vaker de ?Sherlock?-pet op bij opsporing of de politiepet bij handhavingstaken. Burgers wachten niet tot beleid of draaiboeken om met burgers samen te werken zijn uitgekristalliseerd. De duizenden WhatsApp-buurtgroepen in Nederland zijn een goed voorbeeld van Do It Yourself Policing. Buurtbewoners vormen samen met de wijkagent en soms ook gemeente een barri?re tegen criminelen. In het rapport?Worldwide Mapping of Best Practices and Lessons Learnt?zijn vele internationale voorbeelden van Do It Yourself Policing te vinden.
Burgeropsporing, burgerhandhaving, burgerhulpverlening, burgertoezicht ? ? Burgers die eerste hulp verlenen, iemand staande houden of eerste hulp bij opsporing leveren door alvast online sporen veilig te stellen. Het zijn voorbeelden van werkvoorbereiding door burgers die zeer waardevol kunnen zijn. Daarna nemen professionals de zaak over. Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten die door de politie nog onvoldoende worden benut.
In het in oktober 2017 gepresenteerde programma ter verbetering en vernieuwing van opsporing en vervolging, omarmt de politie deze toenemende rol van burgers (zie ook het rapport?Handelen naar Waarheid,?dat een belangrijke start betekende voor het Programma Herijking Opsporing). Onderzocht wordt hoe de nieuwe, gerechtvaardigde, verwachtingen van burgers waargemaakt kunnen worden. Samenwerking wordt gefaciliteerd door sociale media en webcare, maar ook met apps waarmee burgers zelf kunnen opsporen in geval van bijvoorbeeld een vermissing, autodiefstal of woninginbraak. <<
Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het eerste van 6 artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp: ) Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende?artikel?in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.
Sommige mensen delen vakantiekiekjes op Facebook. Anderen gebruiken sociale media om de verborgen agenda van het Russische ministerie van Defensie bloot te leggen. Eliot Higgins, oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat, achterhaalt hoe MH-17 werd neergeschoten. Onderstaand is een artikel van Paul Serail in Quest:
In de eerste dagen na 17 juli 2014 waren er al voorbijgangers die foto?s en video?s op sociale media zetten van een luchtafweersysteem dat vervoerd werd door Oekra?ne. Ze praatten er online over. Waar zijn die foto?s genomen en wanneer? Iedereen kan helpen om dat uit te zoeken. Het is een vrij eenvoudige taak. Er ontstond een groep mensen die naging wat er met vlucht MH-17 gebeurd was. Sommigen deden al langer dit soort werk, anderen niet. Een paar maanden nadat het vliegtuig was neergeschoten, nam het Joint Investigation Team contact op: de offici?le onderzoeksgroep die helder moet krijgen wat er gebeurd is, ondervroeg mij over onze technieken. Achteraf gezien heb ik ze een gratis training gegeven. Ze waren blij met wat we ontdekten, vertrokken en een paar maanden later presenteerden ze hun eigen onderzoek, gebaseerd op dit soort methoden.?
?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in de waarheid. Ze willen verwarring zaaien?
De verhalen (1)
?Het Russische ministerie van Defensie gaf op 21 juli 2014 een persconferentie vol onzin. De Russen beweerden eigenlijk niets, ze verspreidden vooral informatie. Ze zeiden dat het toestel zijn koers drastisch gewijzigd had waarna het in de gevarenzone kwam. Ze lieten satellietbeelden zien van Oekra?ense Buk-raketsystemen. En een van de eerste claims was dat ze radarbeelden hadden van een Oekra?ens Su-25 grondaanvalsvliegtuig dat op drie tot vijf kilometer van MH-17 vloog. Ze zeiden niet dat het toestel MH-17 neerschoot, ze zeiden: ?Er was een Oekra?ens toestel in de buurt. Wat kan dat betekenen?? Vervolgens beantwoordden de Russische media en de online-gemeenschap die vraag. Zo ontstond een verhaallijn: een Oekra?ense straaljager heeft het vliegtuig neergeschoten. Het verhaal van Oekra?ne en het Westen is dat een Russische Buk-raket MH-17 neerschoot: twee sterke verhaallijnen die met elkaar botsen, dat maakt het werk nog interessanter. Informatie die vrij beschikbaar is op internet, wijst aan welk verhaal waarschijnlijk waar is.?
De foto?s (1)
?Het is een soort ?zoek-de-verschillen? voor volwassenen. De lanceerinstallatie staat op een vrachtwagen. En de eigenaar van de vrachtwagen zegt zelf dat geen van zijn trucks op dezelfde manier beschilderd zijn. We zien dus steeds dezelfde vrachtwagen. Gebaseerd op getuigen en op de tijden waarop de foto?s genomen zijn, is het onmogelijk dat er verschillende raketsystemen op die truck gestaan hebben. Het zou ook onzinnig zijn om er een af te laden en een andere op te laden. De markeringen en de beschadigingen op de lanceerinstallatie komen steeds overeen. De rubberen flappen die de rupsbanden afschermen, trekken krom op hun eigen specifieke manier. We zien elke keer dezelfde. De nummers staan steeds op exact dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype. Dat is niet voor de hand liggend. We hebben veel raket?systemen van Rusland en Oekra?ne vergeleken. Twee lanceerinstallaties met hetzelfde nummer op exact dezelfde plaats in dezelfde schrijfstijl, zou heel ongewoon zijn.?
Het team
?Begin gewoon. Kies een eenvoudig onderwerp en schrijf daarover een blog. Zo oefen je je schrijfvaardigheid en ga je door alle analyses. Je moet een reputatie opbouwen. Je kunt niet met een grote zaak beginnen en verwachten dat anderen het meteen oppikken. Maar als je een blog bijhoudt, krijgen anderen een idee van je werk. Mensen komen naar mij toe en laten zien wat ze gedaan hebben. Leveren ze goed werk af, dan werk ik graag met ze samen. Als je er lol in hebt, aarzel dan niet om er een hobby van te maken. Er zijn niet zo veel mensen die dit werk doen en er is zo veel informatie te vinden. Als je de eerste bent in een land of over een onderwerp, dan kun je zomaar de expert op dat gebied worden.?
De foto?s (2)
?Volgens het Russische ministerie van Defensie liet een foto van 14 juli 2014 zien dat er Buk-raketinstallaties stonden op een Oekra?ense legerbasis. Op een foto van 17 juli zijn ze verdwenen. De Russen vragen zich af wat er gebeurd kan zijn. Tijdens workshops over het gebruik van satellietbeelden gebruik ik dit voorbeeld. Ik heb Google gevraagd of ze satellietbeelden van rond 17 juli 2014 online konden zetten op Google Earth. Iedereen kan die beelden bekijken. Op de foto?s van de Russen is begroeiing te zien, terwijl die meestal weggehaald wordt in juli. Op de beelden van 17 juli van Google is die vegetatie inderdaad verdwenen. De Russische foto?s laten sporen in het gras zien. Die matchen met beelden van Google, maar dan wel van anderhalve maand voordat MH-17 werd neergeschoten. De foto?s van de Russen zijn gemaakt tussen de laatste dag van mei en midden juni. Dat was eenvoudig te bewijzen. We hebben dus een duidelijke aanwijzing dat iemand niet helemaal eerlijk is.?
?Een rechter overtuig je niet met een gammele complottheorie?
De verhalen (2)
?De Russen zeggen dat ze de radargegevens met daarop de Oekra?ense Su-25 zijn kwijtgeraakt na de persbijeenkomst van 21 juli 2014. Maar wat gebeurt een paar dagen voordat het Joint Investigation Team op 28 september 2016 een persconferentie geeft? De Russen vinden hun radarbeelden terug. Verrassing! Of een poging om de persbijeenkomst van het JIT te ondergraven? Volgens de teruggevonden radargegevens is MH-17 niet afgeweken van zijn koers. Dat is inderdaad nooit gebeurd, blijkt uit het onderzoek van het JIT. Daarover hebben de Russen dus gelogen. Er is ook geen vliegtuig te zien in de buurt van MH-17. Het verhaal is nu dat er niets te zien is op de beelden, ook geen Buk-raket. Dat zou bewijzen dat de raket niet is afgeschoten door de separatisten. Het zijn dezelfde mensen die op basis van dezelfde gegevens een heel ander verhaal vertellen. Ze liegen net zo makkelijk als dat ze ademhalen.?
De foto?s (3)
?De meest waardevolle berichten zijn geplaatst voordat het vliegtuig is neergeschoten. Niemand kon schrijven: dit is de raket waarmee MH-17 straks neergeschoten wordt. Want niemand wist dat het ging gebeuren. Op Google Streetview gaan we de locatie na. Aan schaduwen op de foto?s zien we wanneer ze genomen zijn. Zo konden we de route achterhalen die het raketsysteem afgelegd heeft en kregen we een tijdslijn van de gebeurtenissen. Een paar weken geleden plaatste het JIT een foto van de lanceerinstallatie die niet eerder onderzocht was. Ze vroegen het publiek na te gaan wat de locatie was. Ze dachten aan Makijivka, net buiten Donetsk. Uit onze tijdslijn weten we dat het raketsysteem rond die tijd in Donetsk geparkeerd was. De beelden die we hebben van Google Streetview komen overeen met wat we op de foto zien. Mensen gingen erheen. De rots die je ziet, de bast van de boom: het klopt precies.?
De vragen
?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in het achterhalen van de waarheid. Ze proberen verwarring te zaaien. Dus stellen ze vragen in plaats van dat ze statements maken. Zolang mensen vragen blijven stellen, komen ze niet tot conclusies. Het is ook het motto van de Russische nieuwszender?Russia Today:?Question More. Het gaat om nog?meer vragen stellen en geen antwoorden vinden. Want als je antwoorden hebt, kun je ergens in geloven. Als je vragen blijft stellen, raak je in de war en geloof je niets.?
De foto?s (4)
?Veel Russen fotografeerden het konvooi met Buk-raketinstallaties toen het tussen 23 en 25 juni door Rusland reed. We volgden het spoor. De legereenheid komt uit Koersk. De nummerplaten op de voertuigen zijn van het Moskow Military District. Er is maar ??n brigade bij Koersk van het Moskow Military District met Bukraketsystemen en dat is de 53ste luchtafweerbrigade. Die eenheid heeft een eigen pagina op VKontakte, een soort Russische Facebook. Je kunt de profielen van alle militairen bekijken. Ze taggen elkaar, zetten opmerkingen bij foto?s. Ik spreek geen Russisch, maar dat hoeft ook niet. Met sleutelwoorden is een eerste schifting te maken. En het is vooral klikken op links. Zie ik mensen in uniform? Zie ik het bataljonnummer? Het is bizar om te zien hoeveel online te vinden is. Soldaten maken foto?s van de presentielijst van die dag. Dan weet je meteen wie er in hun eenheid zitten en wie die dag aan het werk is.?
De antwoorden (1)
?We konden vaststellen wie de raketsystemen naar de grens met Oekra?ne hebben gebracht. We achterhaalden wie de commandant was van de lanceerinstallaties in het konvooi. Een van de raketsystemen is dezelfde als de installatie die de grens over ging en MH-17 neerschoot. We hebben geen bewijs dat de militairen samen met hun lanceerinstallaties de grens overgestoken zijn. Maar die systemen zijn niet eenvoudig te bedienen. Er is een goed getrainde bemanning nodig. Ik kan onmogelijk geloven dat het bediend is door een paar Oekra?ense separatisten die nooit eerder een Buk-raketinstallatie hebben gezien. De waarschijnlijkheid is heel groot dat een Russische bemanning het raketsysteem bediend heeft.?
De verhalen (3)
?Er is een heel actieve groep mensen die eigen conclusies trekt. Ze vinden iemand met een nieuwe theorie, dat haalt?Russia Today?en zij nodigen een ?expert? uit om deze?wacky theory?te verkondigen. Twee weken later komt een andere ?deskundige? met de volgende versie van de gebeurtenissen. De beste manier om mensen in de war te brengen is informatie vrij laten komen die in tegenspraak is met eerdere informatie.
Dit soort mensen is continu op zoek naar alternatieve theorie?n over MH-17. Zodra ze iets vinden, overtuigen ze zichzelf ervan dat het waar is. En als bewezen wordt dat het niet zo is, vergeten ze het weer en stappen ze over op het volgende verhaal. Terwijl het na alle onderzoeken helder is wat er gebeurd is. MH-17 is neergeschoten met een Buk-raketinstallatie die van Rusland naar Oekra?ne is gebracht. Daarna is het raketsysteem teruggegaan. Naar mijn idee dachten de militairen dat ze een transportvliegtuig hadden neergehaald. Daarom klinken ze blij in de afgetapte telefoongesprekken. Als ze zich realiseren wat ze gedaan hebben, raken ze in paniek. Als ze er de volgende dag over praten, zijn ze ge?rriteerd.?
De antwoorden (2)
?Waarom de Russen niet ge?nteresseerd zijn in de waarheid? Ze hebben 298 mensen gedood, daarom. En dat gebeurde op een moment waarop de Russische overheid ontkende dat ze Russische militairen naar Oekra?ne stuurde. Een Russisch raketsysteem dat vanaf een veld dat in handen is van de separatisten een vliegtuig neerschiet, ondergraaft die bewering. En het maakt de Russen gevoelig voor juridische sancties.?
De verhalen (4)
?Iedereen mag zijn complottheorie aanhangen en denken dat hij slimmer is dan alle anderen, uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hij wordt grondig uitgezocht door serieuze mensen. Als iemand opduikt die beweert dat hij een straaljager zag op 17 juli, dan streept dat het andere bewijsmateriaal niet weg. Met een gammele complottheorie ga je de rechter niet overtuigen.
MH-17 werd trouwens neergeschoten drie dagen nadat we Bellingcat begonnen. Dat gegeven brengt ook allerlei complottheorie?n voort. Alsof ik op een of andere manier geweten zou hebben dat dat zou gaan gebeuren. Ik vind het heerlijk als ik op Twitter weer eens dat verwijt krijg.?
Wie is Eliot Higgins?
8 januari 1979:?Higgins wordt geboren in Shrewsbury in Engeland. Zijn achtergrond in twee woorden: jaren negentig. ?Ik keek het satirisch programma?TV Nation.?Ik?hield van comedians als Bill Hicks en ik luisterde Rage Against the Machine.?
1998:??Ik was een slechte student. Ik kon me niet motiveren.? Higgins doet ?media studies? aan het Southampton Institute of Higher Education. ?Als ik mijn studie afgemaakt had, was ik goed geweest in tapes aan elkaar plakken. Maar ik ben gestopt in mijn tweede jaar.?
2011:?Higgins werkt een rijtje administratieve banen af. Daarnaast volgt hij de Arabische Lente op het livelog van de krant?The Guardian.??Ik?kreeg naam omdat ik zo vaak commentaar toevoegde.?
19 oktober 2011:??Een dag voordat Kadhafigedood werd, werd mijn dochter geboren.? Higgins is zes maanden thuis om voor haar te zorgen. ?Ik had verder niks te doen.? Hij begint het Brown Moses-blog, waarin hij smartphonefoto?s en video?s uit Syri? analyseert.
2014:?Higgins richt Bellingcat op, waarin onderzoekers samenwerken en hun speurtechnieken toelichten.
2017:?na audioanalyse van een telefoongesprek wijst Bellingcat een Russische generaal aan als vermoedelijke leidinggevende van pro-Russische strijders in Oekra?ne in 2014.
Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?
Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??
Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?
Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??
En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?
Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?
De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?
Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??
?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?
Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?
?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?
DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?
Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?
Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.
Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?
Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.
De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?
Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.
De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?
Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?
Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?
De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?
Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?
Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.
Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?
De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.
We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?
?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?
Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?
Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.
?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?
?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??
Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.
De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?
Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?
Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?
Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?
De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?
Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:
De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?
Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?
De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?
Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.
De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??
Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?
De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?
Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.
Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.
De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.
Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.