Categoriearchief: Burgeropsporing

Nederlands inkijkje bij de DIY Detectives van Bellingcat

Pieter van Huis is een Nederlands lid van Bellingcat, internationaal platform voor burger-onderzoeksjournalistiek. Hij spreekt op het congres Participerende politie van 10 november a.s. Onderstaand artikel is tot stand gekomen middels een interview met Arnout de Vries,?onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO.

In maart 2012 begon Eliot Higgins, een werkloze Britse boekhouder, te bloggen over de Syrische oorlog onder
het pseudoniem Brown Moses. Door op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te
analyseren en te verifi?ren, kon hij laten zien dat het Syrische leger clusterbommen gebruikte. De opvolger van dit
blog werd het online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek Bellingcat, dat na een crowdfundingactie startte in de zomer van 2014.
Met Bellingcat wilde Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren.
?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je open source onderzoek uitvoert?, zei hij eerder in een interview
met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd onder meer ingezet bij ? en in Nederland ook veel bekender met ? de analyse van het neerhalen van vlucht MH17.

Een van de Nederlandse leden van Bellingcat is Pieter van Huis, vorig jaar cum laude afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Leiden en spreker op het congres over Participerende Politie.

“Ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als de afgelopen twee jaar”

Hoe kwam je met Bellingcat in aanraking?
?Ik was als student al langer ge?nteresseerd in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld, en ik kende Eliot
Higgins al eerder van naam, omdat we beiden actief waren op een forum waarop veel mensen de conflicten in het
Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden.
Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, begon met een blog waarop hij de wapenhandel richting Syri? in?kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube-video?s.?
?Nadat ik Eliot met een eigen onderzoek?had benaderd, dat ook werd geplaatst, nodigde hij me uit om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dat bestond toen nog uit slechts zeven man, maar het groeide door en hield zich uiteindelijk ook steeds meer bezig met andere onderwerpen.?

Wat was en is je motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?
?Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die
groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die
wij verzamelen en opslaan, zouden uiteindelijk weer voorgoed zijn verdwenen.?
?De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons
verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen wel een punt waarop hij of zij tegen een grens aanloopt. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief of semi-actief geweest, omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.?

Kun je wat projecten noemen waar jij je voor hebt ingezet?
?Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense
soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd.?

victim4impact
?Met een grondige analyse kon ik aantonen dat zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare
beelden op sociale media bleek dat militanten verkleed als burgers een politiebureau hadden bestormd. Een aanval
die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag, om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen van achter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers hadden geschoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig geweest. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet?echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst dan vaak af, een zogeheten ricochet.?

ShootingLocation1

?Verder heb ik als gezegd ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om aan
te haken bij een project dat andere leden al veel langer bezighield. Maar op een gegeven moment raakte een aantal
van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Mede doordat ik goed bleek te kunnen samenwerken met heel actief lid en
Nederlander Daniel Romein, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.?

Kun je wat mooie resultaten noemen van Bellingcat-projecten?
?Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. En ik heb best veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren, tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders, een tactiek die wel vaker voorkomt.?
?Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig gebruik maakten van open
source-intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was
dus in het eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de
vermeende frontlinies, die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een
bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische
leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot
echter aantonen dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.?

Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat?
?Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken
aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen
woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.?

?Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen?op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna
twintig mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit
verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de dertig, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.?

?De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal heeft journalistiek of Russisch of Arabisch gestudeerd en hield zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT?er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open sourceonderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.?

Een van de beelden van de Bukraket die MH-17 zou hebben neergehaald, die Bellingcat achterhaalde op Russischtalige social media (VK.com).

Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?
?In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden nogal eens het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners?daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot om te beginnen bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.?

?Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het
sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Om een omgekeerd voorbeeld
te geven: door een van ons was een artikel geschreven over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in
Kunduz in Afghanistan. Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk
te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel
doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.?

Zou Bellingcat commerci?ler kunnen gaan werken?
?Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms
houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. Maar ook dan wordt er geen geld voor gevraagd. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.?

?Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt
hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid een salaris te geven. Samen beheren zij de website.
Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank, om een rapport over
Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door
Vice. Maar een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.?

Hoe worden taken en werk verdeeld?
?We maken online gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis wordt doorgaans gevraagd om te assisteren.?

Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools die daarbij gebruikt worden?
?Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, Facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, met meerdere kunnen we nagaan of alles overeenstemt. Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden of de stand van de zon is dan belangrijk.?

?Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s
te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van
crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend euro.?

Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen?
?Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken
van sociale media in de toekomst een steeds grotere rol zal gaan spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.?

Welke risico?s zie je als mensen meedoen?
?Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook hebben gedaan, zoals ons Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.?

Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?
?Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten
veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journaals almaar bezig met het samenvatten van
de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen benen te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.? ?

Eerder gaf Pieter een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

Bronnen: Tijdschrift voor de Politie,?jg.79/nr.7/17

Jaarcongres: Participerende Politie

Burgers en private partijen?actief?in politiewerk

Technologische en digitale ontwikkelingen gaan zo snel dat het noodzakelijk is om de informatiepositie van de overheid te versterken door de ?buitenwereld? hierin een actieve rol te laten spelen.

Burgers en bedrijven zijn al volop bezig met opsporen en handhaven niet alleen op terreinen als woninginbraken of verstoring van de openbare orde, maar ook op het gebied van cybercrime, terrorisme, kinderporno, financieel-economische fraude.

Tot hoe ver kan worden gegaan met inzet van loktieners, ethische hackers, sleutelpersonen i.v.m. radicalisering en cybercrime? Waar stop de burgerplicht en begint eigenrichting?

Tijdens dit congres schetsen private organisaties als bijvoorbeeld?Bellingcat?en deskundigen vanuit politie, Openbaar Ministerie en gemeenten kansen en risico?s als het gaat om:

  • Welke informatie kan met wie worden gedeeld?
  • Hoe om te gaan met screening en beveiliging van data?
  • Voldoet het stelsel van strafvordering nog wel?
  • Wat moet verbeteren in de samenwerking binnen de lokale driehoek?

Leer?tijdens deze dag maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en beperk de eventuele risico?s en ?last? die participatie met zich mee kan brengen.

 

Het programma:?

09.00u – Registratie en ontvangst met koffie en thee

09.30u -?Opening en inleiding door de dagvoorzitter?Greetje Bos -?Officier van Justitie

09.50u -?Woord van Welkom?Paul van Musscher, Politiechef Eenheid Den Haag?

10.00u -?Niet werken v??r maar m?t burgers en bedrijven -?Hans Sch?nfeld – Persoonlijk Strategisch Adviseur van de Korpschef en Portefeuillehouder Innovatie

  • Profiel van de nieuwe politie
  • Alle plannen, broedplaatsen en innovatieve projecten op een rij
  • Experimenterend leren

10.30u -?Netwerkpauze

10.50u -?Do it yourself policing -?een overzicht van stand van zaken, toekomst en internationale ontwikkelingen van participerende vormen van policing. -?Arnout de Vries – Senior innovator, TNO

Na deze lezing kunnen er vragen worden gesteld vanuit de zaal.

11.20u -?Terrorisme en actieve inzet van burgers en private partijen -?Pieter van Huis – Medewerker, Bellingcat

Na deze lezing is er gelegenheid om vragen te stellen vanuit de zaal.

12.00u -?Doorloop naar workshops

12.10u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren

Workshopronde 1 – Maak uw keuze uit een van deze sessies

Aan de hand van praktijkvoorbeelden gaan deelnemers in kleinere setting met elkaar in gesprek over:

  • Hoe zorgen we voor maximaal profijt van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s?
  • Wat moet er veranderen en verbeteren in termen van juridische kaders, capaciteit in uitvoering en cultuur?

1.1?Samenwerking tussen politie en bedrijfsleven in geval van een digitale dreiging / afpersing

Rob van Bree, Hoofd regionale recherche Noord-Holland, Politie
Maike Borst, Operationeel Specialist Digitale Expertise, Team Internet Opsporen (TIO)

  • Hoe kan samenwerking er in de praktijk uit zien?
  • Wat betekent dit voor gegevensuitwisseling en communicatie?
  • Samen werken of samenwerken?

NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie

1.2 Misdaadbestrijding door burgers: praktijkcasus burgerpreventie initiatief Glanerbrug

Wendy Schreurs – Promovenda Burgerparticipatie in het Politiedomein, Universiteit Twente
Jeroen Sluik, Initiatiefnemer burgerpreventie initiatief Glanerbrug

Dennis Baaijens, Wijkagent Glanerbrug

Inzicht in motieven en voorkomen van eigenrichting

  • Wat motiveert burgers om zelf in actie te komen en zelfs over te gaan tot geweld of het overschrijden van de wet?
  • Hoe bewaak je de grens tussen participatie en eigenrichting?
  • Hoe begeleid je / werk je als politie en gemeente samen met burgers?

1.3 Samen zoeken naar vermiste personen, hoe doe je dat goed?

Irma Schijf – Mede-Auteur Handboek Vermiste Personen, Programma Manager Social Media, Politie

Achterblijvers of betrokken burgers ondernemen zoekacties naar vermiste personen. Soms gaat het om relatief kleine acties en in andere gevallen is er sprake van zoeken op grotere schaal en soms ook door derden in georganiseerd verband. De politie staat positief tegenover de participatie van de burger. Soms worden burgers zelfs al door de politie gevraagd om mee te zoeken. Maar?:

  • Hoe zorg je dat deze samenwerking vlekkeloos verloopt?
  • Welke informatie kan en mag je extra delen?
  • Wanneer kun je samen zoeken en wanneer niet?
  • Wie leidt de zoekactie?
  • Wat als er een schokkende vondst wordt gedaan?

13.00u -?Lunch

13.45u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren?

Workshopronde 2 – Maak uw keuze uit een van de sessies?

2.1 Sociale media en opsporing
Ron de Milde – Directeur Nieuwe Media en Digitale Dienstverlening, Politie

De politie heeft de samenleving nodig om misdrijven op te lossen. De rol van social media daarin is cruciaal en onmisbaar. Digitale ontwikkelingen gaan echter razendsnel. Blijven zitten in het warme bad van vandaag betekent dat je de koude douche van morgen krijgt.

Ron de Milde neemt u mee in de mogelijkheden die social media biedt om burgers een actieve rol in politiewerk te geven. Wat is ervoor nodig om hiervan optimaal gebruik te maken, wat zijn randvoorwaarden en waar moeten we vandaag mee aan de slag om die koude douche te voorkomen?

2.2?Samenwerken aan maatwerk voor complexe problematiek
Esther Jongeneel, Manager Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond

Het Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband waar partners uit de bestuurlijke-, straf-, civiele- en zorgketen onder ??n dak samenwerken aan de persoonsgerichte aanpak van overlastgevende personen en/of verdachten van strafbare feiten. Het Veiligheidshuis is gericht op de aanpak van complexe problematiek. Hierbij moet domeinoverstijgend samengewerkt worden om een goede aanpak tot stand te brengen en zo het verschil te kunnen maken. De focus ligt steeds meer op een gebiedsgebonden aanpak om zo nauw samen te werken met het lokale veld.

Hierbij maakt het Veiligheidshuis onderscheid tussen kwetsbare personen en het cluster High Impact Crimes. Om verdachten al in een vroeg stadium goed en compleet in beeld te krijgen, zodat de juiste aanpak kan worden opgezet, is sinds kort het Regionaal Informatie- en Kennis Knooppunt (RIKK) opgericht.

In deze workshop zal Esther Jongeneel uitleg geven over het RIKK en alles wat hierbij komt kijken. Daarnaast zal zij inzoomen op het gebiedsgebonden werken aan de hand van een pilot gebiedsgericht werken die op dit moment loopt in Rotterdam. Ook zal zij dieper ingaan op de samenwerking tussen sleutelfiguren in de aanpak Radicalisering.

2.3 Autoverhuurbedrijf: hoe een publiek-private samenwerking veelbelovend begon en leerzaam afliep
Kevin van der Made, Financieel Expert, Dienst Landelijke Recherche
Joost Heijn, Teamleider Finec 3, Dienst Landelijke Recherche

Publiek-private samenwerking is niet nieuw. Het zou wellicht tot het standaard repertoire van de politie moeten behoren. De praktijk, zoals de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang, blijkt weerbarstig. Toch kan de sleutel tot succes uit onverwachte hoek komen. Het is dan de vraag of het nog nodig is om tot het (strafrechtelijke) gaatje te gaan. Hoe denk jij hierover?

  • Een praktijkvoorbeeld van een publiek-private samenwerking
  • Hoe een veelbelovende samenwerking en de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang toch anders uitpakte
  • Lessons learned

NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie

14.35u -?Netwerkpauze

15.00u -?Participerende gemeenten

?Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers?

https://youtu.be/PitB2F2co3U

?Vijf jongens uit Apeldoorn plaatsen sinds kort filmpjes op YouTube waarin ze pedofielen ontmaskeren?

Interview door de dagvoorzitter over onder meer de vraag hoe maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s? -?Asje van Dijk – Burgemeester van Barneveld

15.30u -?Informatie delen met en controle op ‘amateur speurhonden’ -?Oebele Brouwer – Officier van Justitie, Landelijk Parket Rotterdam

  • Mogelijkheden en risico?s van burgers in opsporing en handhaving in relatie tot privacy, informatiedelen etc?
  • Is het stelsel van strafvordering voldoende ingesteld op de nieuwe, steeds groter wordende rol van burgers en private organisaties in de opsporing van strafbare feiten?
  • Waar stopt de burgerplicht en begint eigenrichting?

16.00u -?Cruciale inzichten en conclusie -?Bob Hoogenboom -?Hoogleraar forensic business studies Nyenrode en bijzonder hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit

  • Welke inzichten zijn opgedaan?
  • Wat zijn de laatste brandende vragen?
  • En wat valt op, als we de dag overzien?

16.30u -?Uitreiking Piet van Reenen Prijs?(beste artikel Tijdschrift voor de Politie)

16.45u -?Netwerkborrel

Overzicht van de sprekers:

?

Datum en locatie: 10 november?2017, Hoofdbureau Politie Den Haag

Bronnen: Gemeente.nu

BuurtWhatsapp-groepen: gevoel van (on)veiligheid en onze angstcultuur

Misschien zit je er zelf ook wel in eentje: een buurtwhatsappgroep. Ze groeien in Nederland als kool: er zijn er inmiddels zo’n 7300. De speciale appgroepen zijn vaak bedoeld om verdachte personen te melden aan buurtgenoten.

“Niet dat ik mij onveilig voelde, maar ik vind het een prettig idee als mijn buren alert zijn. Je hoort en ziet zoveel dingen tegenwoordig”, zegt Marja Veldt – de Jong. Zij is beheerder van de buurtwhatsappgroep in Middenbeemster.

Zo’n 70 van de 115 huishoudens in haar wijk zijn lid. “Sommige buurtbewoners willen er niet in. Soms omdat ze gedoe hebben met hun buren of andere wijkbewoners en niet met hen in een groep willen zitten. Anderen zijn sowieso meer op zichzelf.”

Bekijk de uitzending van Nieuwsuur?(vanaf minuut 8.30)

?

Exponenti?le groei van BuurtWhatsapp groepen in Nederland

Gevoel van veiligheid

Stephanie Nap nam twee jaar geleden het initiatief voor Whatsapp Buurtpreventie, kortweg de Buurtwhatsapp. Aanleiding was een poging tot inbraak bij haar thuis. “De politie was snel ter plaatse, maar wat kon ik doen om de buurt snel te informeren? Zo is de Buurtwhatsapp geboren.”

De appgroep lijkt te voorzien in een behoefte. “Het kan het gevoel van veiligheid stimuleren”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. “Maar er zijn ook allerlei groepen waarbij de appgroep juist niet bijdraagt aan veiligheid, of waar het zelfs het gevoel van onveiligheid vergroot.”

De Vlaamse psychiater en hoogleraar Damiaan Denys woont nu zeventien jaar in Nederland. In die tijd heeft hij het land zien veranderen van een ontspannen samenleving naar een angstmaatschappij. En al die angst is volgens hem niet terecht.

“We hebben het gevoel in een gevaarlijke samenleving te leven, terwijl dat niet zo is. We leven juist in een tijd waar mensen relatief veilig zijn. En toch zijn we overal bang voor: voeding, het weer, ziektes”, zegt Denys.

Angst is niet pers? slecht, maar als maatschappij slaan we volgens hem door. De psychiater vindt dat Nederland extreem op controle is gericht. Dat komt terug in de vele protocollen en richtlijnen die we hebben.

“Het effect van die regels is dat men nog banger wordt. Hoe meer je gericht bent op controle, hoe meer je de wereld vanuit angst beziet. De beste manier om angst aan te gaan, is om de werkelijkheid te confronteren.”

Onterechte beschuldigingen

De psychiater wijst ook op de buurtwhatsappgroepen die?zo populair zijn in Nederland. De speciale appgroepen zijn onder meer bedoeld om de veiligheid in de buurt te vergroten, maar kunnen juist het tegengestelde effect hebben.

“Met zo’n buurtwhatsapp kunnen mensen voor hun gevoel iets doen. Maar eigenlijk cre?er je door die waakzaamheid nog meer angst. Alles wat niet past in het eigen wereldbeeld, wordt gezien als gevaarlijk.” Met het gevaar dat mensen onterecht worden beschuldigd, zegt Denys.

Denys noemt ook de rol van de media en het nieuws als het gaat om het aanwakkeren van een angstgevoel. Al zijn de media zich daar niet altijd van bewust, ze verkopen angst en vergroten zo het wantrouwen.

“Als je bijvoorbeeld de koppen in de krant leest. Gevaar, oorlog, bedreiging, angst. Je moet heel scherp zijn om je daar niet door te laten leiden. Mensen krijgen nu soms ten onrechte de indruk dat de wereld vol gevaren zit.”

De enige manier om die angstcultuur te doorbreken is de angst onder ogen te zien, benadrukt Denys. “Dus juist die vreemde man op straat aanspreken in plaats van hem te melden in een buurtwhatsappgroep. En de Polen die hier werk zoeken juist vriendelijk tegemoet treden. Want we zijn tegenwoordig vooral bang voor elkaar.”

“Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen” -?Arnout de Vries, onderzoeker

De Vries vertelt over excessen waarbij bijvoorbeeld alle Polen uit een dorp continu werden gevolgd via een buurtwhatsappgroep. En eentje waarbij leden massaal achter een vermoedelijke inbreker aangingen. “Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen”, zegt de onderzoeker.

Het kan ook andere onrust veroorzaken. Bijvoorbeeld als een doodgewone glazenwasser wordt aangezien voor een inbreker, en de hele buurt in rep en roer is. Of wanneer oplettende buurtbewoners het geheime liefdesleven van een buurman onthullen, omdat ze zo vaak een vreemde auto voor zijn huis zien.

En dan zijn er nog de ruzies en irritaties die ontstaan omdat lang niet ieder lid zich aan de spelregels van de Buurtwhatsapp houdt. Oproepen van vermiste katten of het verzoek om de vuilniszakken buiten te zetten, worden niet altijd gewaardeerd.

“Een buurtwhatsapp is niet bedoeld als buurthuis, dus af en toe grijp ik in”, zegt beheerder Veldt – de Jong. “Dan speel ik even de wijkagent. Sommige mensen sturen dan duimpjes, maar je ziet ook meteen dat mensen de groep verlaten. Die hebben daar geen zin in.”

De Awareness Game Resource Force dat in het Buurtlab Groningen?is gelanceerd vanuit het EU project INSPEC2T?en de samenredzaamheid wil stimuleren

Het was aardig bedoeld

Danielle Kloos en Paul Dirks beheren samen tien buurtwhatsappgroepen in Heiloo. Daarin zitten zo’n 1500 mensen. Ze snappen wel dat mensen afhaken bij onzinberichten. “Als je een duimpje verstuurt, komt dat bij zo’n 200 mensen binnen. Daar zitten zij niet op te wachten”, zegt Kloos.

Zij en Dirks grijpen ook altijd in. “Sommigen vinden ons streng. Of gaan de discussie met ons aan. Dan zeggen ze dat het aardig was bedoeld. Dat geloven we ook. Daarom proberen we altijd op een positieve manier te reageren, maar we kunnen het nooit voor iedereen goed doen. Die hoop hebben we ook niet.”

Bekijk hier de reportage en het studiogesprek met psychiater en hoogleraar Damiaan Denys.

Bronnen: NOS, Trouw, Nieuwsuur

Serie: APB

APB App

Technologie is elke sector in onze maatschappij aan het veranderen, dus waarom niet ook handhaving? Met deze vraag is de nieuwe FOX-serie APB aan de slag gegaan met een verhaal over een zeer rijke ingenieur Gideon Reeves (Justin Kirk) die het 13e district van Chicago overneemt (na de dood van een vriend) en een upgrade geeft met hightech-auto’s, wapens en drones. Maar er is wordt in de serie ook veelvuldig gewerkt met een APB app die niet alleen agenten maar ook burgers in real-time voorziet van misdaadberichten. APB is het Amerikaanse “All Points Bulletin”, dat normaal gesproken met politiecodes berichten verstuurd en onder agenten worden verspreid om bijvoorbeeld uit te kijken naar een bepaalde verdachte of om een tot arrestatie over te gaan. Het lijkt er in deze serie op dat deze app een mooie oplossing kan zijn voor de bestrijding van misdaad, in samenwerking met burgers.

Image result for apb app series

Er zijn natuurlijk apps die in de echte wereld in de buurt komen. In Nederland kennen we Burgernet, maar ook de French Quarter Task Force (in New Orleans) werd eerder gelanceerd door succesvolle ondernemer Sidney Torres. Met de App Task Force kunnen burgers in contact staan met politiepatrouilles om te helpen bij het opsporen van misdrijven in deze beroemde wijk.

 

In de serie APB lijkt de technologie elke keer te werken, hoewel het natuurlijk met vallen en opstaan gaat. Niet iedereen binnen politie, en zeker de burgemeester niet, is blij met deze private en technologische ontwikkelingen. De serie laat zien dat er niet alleen het 13 district maar in heel Chicago vraag ontstaat naar de innovatieve technologie en inzet van burgers, maar is dat haalbaar en wenselijk? Bekijk de serie en laat weten wat je ervan vindt.

Bronnen: Bustle, IMDB

Burgeropsporing: Agent? Dat ben je zelf

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.

De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?

Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?

Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?

Burgers op speurderspad

  • Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
    In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
  • Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
  • In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
    daarop bij de politie.

Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.

Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?

Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?

Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.

Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?

Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?

Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.

Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?

In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?

?Politie schakelt burgers te weinig in?

De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.

Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.

Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.

Frank Smilda schreef er een blog over:

“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”

Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie

Serie: Wisdom of the Crowd

Jeremy Piven, winnaar van een Emmy en een Golden Globe Award, wil in deze nieuwe serie “Wisdom of the Crowd” als visionaire tech innovator een crowdsourcing/crimesolving app lanceren om zijn de moord op zijn dochter op te lossen. De serie laat zien hoe dit revolutionair proces met horten en storen verloopt. Ge?nspireerd door het idee dat een miljoen gedachten beter zijn dan een, ontwikkelt ondernemer Jeffrey Tanner (Piven) een app “Sophe”, een online platform voor het delen van misdaadinformatie, en verleidt de oorspronkelijke rechercheur die ooit op zoek was naar zijn dochter’s moordenaar, Det. Tommy Cavanaugh (Richard T. Jones), om met hem samen te gaan werken. Deze detective heeft moeite om de nieuwe technologische ontwikkelingen te volgen en is een agent van de ‘oude stempel’, en worstelt om de nieuwe dynamiek die vanuit de crowd naar voren komt onder controle te krijgen.

Het verhaal is gebaseerd op het Isra?lisch TV concept met dezelfde naam.

Bronnen: CBS

Hobbyspion Jimmy F.

F. werd eind augustus?door een arrestatieteam van zijn bed gelicht?vanwege een terreurdreiging in Rotterdam. Hij zou een ‘zeer alarmerend’ bericht hebben gestuurd over een aanslag in de Maassilo waarin specifiek een optreden van de Amerikaanse band Allah-Las werd genoemd.

De hbo-student Integrale Veiligheid wordt door anderen juist aangemerkt als een?amateurspion?die achter zijn computer jihadisten probeert op te sporen.?Uit?een anonieme brief aan GeenStijl?en bronnen van NRC Handelsblad zou blijken dat F.’s arrestatie berust op een misverstand. Op 31 augustus maakte justitie bekend dat F. alleen nog wordt verdacht van?opruiing, omdat er te weinig bewijs is voor terreurdreiging.


“We ontmoetten elkaar in een restaurant. (…) Ze was even oud als mijn moeder. Eind veertig. Witblond haar, aardige vrouw.”

Dit is wat Jimmy F. volgens een van zijn online-vrienden schreef over zijn eerste ontmoeting met iemand van de AIVD. Jimmy, die sinds?de terreurdreiging in Rotterdam?vastzit, vertelde haar over zijn speurwerk in chatgroepen op internet, hoe hij daar communiceerde met vermeende jihadisten.

De AIVD lijkt ge?nteresseerd in zijn bevindingen, maar geeft hem ook een waarschuwing mee. “Ze zei dat ik niets illegaals moest doen (…) Want dat zou betekenen dat ze me zouden opdragen om dingen te doen die tegen de wet zijn.”

Volgens een transcriptie van het chatgesprek met zijn online-vertrouweling zei Jimmy: “Ik heb haar ook gezegd hoe vreemd dit is. (…) Waar anderen gaan feesten, zit ik tot aan mijn nek in anti-terreurshit.”

Fragment uit chatgesprekken die Jimmy F. heeft via Telegram.

Een jonge student die infiltreert in IS-kanalen en zich voordoet als jihadist, maar ondertussen de politie tipt en geheime ontmoetingen heeft met inlichtingendiensten. Dat is het beeld dat rijst uit verschillende chatgesprekken.

De 22-jarige Jimmy F. uit Zevenbergen is een?hobbyspion, zegt zijn advocaat Karianne Bal. “De een schaatst of vist, de ander ontmaskert terroristen.”

Opruiing

Jimmy heeft haar bevestigd dat hij meerdere keren contact heeft gehad met de AIVD en de politie om inlichtingen door te spelen. Dat hij nu al een week in de cel zit in verband met de terreurdreiging vorige week in Rotterdam, noemt ze onterecht.

Want van enige betrokkenheid bij terrorisme is absoluut geen sprake, zegt Bal. “Hij heeft zich misschien onhandig uitgelaten in chatgesprekken op internet.” Ze wijst erop dat de rechter-commissaris tot nu toe geen bewijs ziet voor betrokkenheid bij terroristische misdrijven, maar hem alleen in de cel houdt?wegens opruiing. Het OM verdenkt hem nog wel altijd van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf.

Aanslagen

Vier weken geleden, op 1 augustus, komt Jimmy via berichtenservice Telegram in contact met ene Ayoub uit Spanje, die zich later Aghmed zou noemen. Al snel wisselen ze idee?n uit over de beste manier om aanslagen te plegen, blijkt uit screenshots van het gesprek. Het valt op dat de student veel vragen stelt: hij lijkt te willen achterhalen wat Ayoub van plan is en wat hij daarvoor nodig heeft. Jimmy bluft dat hij aan wapens kan komen en dat hij zelf bommen kan maken.

Ayoub lijkt al concrete plannen te hebben. Hij wil “iets groters dan de aanslag in Parijs”. Meerdere steden tegelijk aanvallen en ook ziekenhuizen. Jimmy gaat daarin mee.

De twee zitten ook in een chatgroep met andere leden. Een van hen noemt zich Azizz en zegt dat hij uit Libanon komt. Ook hij zegt een aanslag te willen plegen; hij toont zich een groot voorstander van het maken van een “martelaarsvideo”.

De beheerder is een Amerikaan die zich Jack noemt. Naar eigen zeggen is hij, net als Jimmy, iemand die op zoek is naar informatie over jihadisten. De twee weten dat ook van elkaar. Ayoub en Azizz lijken hen daadwerkelijk IS-aanhangers, maar: niets is zeker in de anonieme wereld van Telegram.

Drie strijders

Jimmy beweert dat hij drie strijders beschikbaar heeft om te helpen met een aanslag. Verdere details wil hij daarover niet prijsgeven. “Ik mag jou wel, Nederlandse broeder”, zegt Azizz. “Ik hou ervan hoe veiligheidsbewust jij bent.”

“Tja, ik ben een blanke bekeerling”, reageert Jimmy. “Ik ben slim en ik heb goede idee?n.”

In een gesprek met de NOS zegt beheerder ‘Jack’, die net als alle anderen anoniem wil blijven, dat rond 1 augustus de FBI bij hem op de stoep staat. “Ik heb de FBI laten weten dat Jimmy aan onze kant stond, dat hij geen sympathisant was van IS.”

Volgens Jack nam de FBI zijn account over om Ayoub en Azizz in de gaten te kunnen houden. Iets waar Jimmy van wist. Hij bleef ondertussen informatie lospeuteren, terwijl hij zichzelf voordeed als een extremist. Op een zeker moment richtte Jimmy zich ook rechtstreeks tot de Amerikaanse politiedienst.

Hoe de Nederlandse inlichtingendienst AIVD precies bij Jimmy terecht zou zijn gekomen, is onduidelijk. Volgens zijn advocaat heeft Jimmy verklaard dat hij vorig jaar de autoriteiten al eens waarschuwde voor een mogelijke dreiging. Jack stelt dat deze tip (via de AIVD) leidde tot de aanhouding van een Rotterdammer met een?kalasjnikov en een IS-afbeelding?in huis.

Jimmy’s advocaat zegt dat haar cli?nt door de politie in deze zaak als getuige is gehoord. “De politie en de AIVD wisten dus heel goed wie hij was.”

Optelsommen

Volgens Bal is door Jimmy absoluut niet gesproken over een concrete aanslag. “Mijn cli?nt wist niet eens van het bestaan van de Maassilo of de band Allah-Las. Daar hoorde hij pas voor het eerst over op het politiebureau.”

Wel noemde hij in een chatgesprek Rotterdam, wat vermoedelijk is opgepikt door de Spaanse inlichtingendienst, die alarm sloeg. “Toen zijn er heel veel optelsommen gemaakt en is men bij mijn cli?nt uitgekomen. Maar ik vraag me ten zeerste af of deze ophef wel nodig was geweest.”

Lot

Jack vindt dat de inlichtingendienst zijn vriend aan zijn lot heeft overgelaten. “Als de AIVD had gezegd dat Jimmy moest stoppen, was dit niet gebeurd. Maar zij zeiden dat hij door moest gaan.”

De appgroep met Ayoub (alias Aghmed) en Azizz wordt na drie weken opgeheven. Ze willen verder communiceren via veiliger kanalen. De online-vrienden van Jimmy zeggen niet te beschikken over die gesprekken. Ayoub en Azizz verdwijnen uit beeld.

Jack laat de NOS weten dat Ayoub wellicht, net als hij en Jimmy, een hobbyspion was. Die in dat geval nog een stap verder ging dan de Brabantse student, door actief te werven voor een aanslag. “Als hij doorgaat met wat hij doet, zal hij de controle verliezen en zullen er mensen sterven. Misschien wel heel veel.”

Arrestatie

Jimmy werd vorige week ’s nachts?gearresteerd?in zijn ouderlijk huis, na de ontruiming van concertzaal de Maassilo in Rotterdam. Advocaat Karianne Bal: “Het is volgens mijn cli?nt de AIVD geweest die hem belde op de avond van zijn arrestatie met de mededeling: jouw naam licht op, laat de politie weten dat jij helemaal losstaat van dat Maassilo-verhaal.”

Uit een gesprek tussen Jimmy en een van zijn contacten blijkt dat dit niet goed lukt: de politie neemt zijn verhaal ter kennisgeving aan.

“Een paar uur later werd Jimmy’s deur er door de politie met een stormram uit gebeukt”, zegt Bal. Met die klap eindigt de online spionage van de 22-jarige student uit Zevenbergen.

Het gesprek met de blonde mevrouw van de AIVD, waar Jimmy een van zijn vrienden over vertelde, eindigt volgens de transcriptie met een fietstocht terug naar Zevenbergen. “Ik moest een fucking omweg nemen om op een bepaalde weg naar mijn huis te komen, zodat ik uit de richting van mijn werk kwam en mijn ouders niet wantrouwend zouden worden.”

Jimmy: “Ik voelde me een soort verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog.”

Bronnen: NRC, Hart van Nederland, NOS, OmroepBrabant, NOS

Soldiers of Odin

Onderstaande passage is ontleend uit “Vigilantes en digilantes, democratische spelregels voor burgerpatrouilles en opsporingsmeutes” van Bas van Stokkom & Eric Bervoets in Cahier PolitieStudies nr. 43.

In juli 2016 werd in Winschoten een asielzoeker door leden van de Soldiers of Odin, aangehouden en aan de politie overgedragen. De man zou verschillende vrouwen en een meisje van 12 hebben lastiggevallen. Dat is althans de uitleg die deze groep op haar Facebook-pagina gaf. De politie ontkende aanvankelijk dat de asielzoeker aan haar werd overgedragen door de betreffende groepsleden maar later volgde een bevestiging dat het om een burgeraanhouding ging. De ouders van het meisje van 12 konden overigens geen aangifte bij de politie doen. Na dit incident zei de politie dat er niets tegen burgerwachten is: deze fungeren als oren en ogen van de politie en houden verdachte situaties in de gaten. ?We juichen de observaties alleen maar toe, maar ze moeten niet voor eigen rechter gaan spelen.? De Soldiers ontstonden in Finland in reactie op de toestroom van vluchtelingen in 2015. Inmiddels hebben zij in veel westerse landen afdelingen. Zij dragen zwarte jacks met een Viking op de rug. De leider van de groep blijkt connecties te hebben met een extreemrechtse Finse partij en werd eerder veroordeeld voor mishandeling. Ook de Nederlandse ?kopstukken? van de beweging zouden neonazistische sympathiee?n hebben. De Nederlandse afdeling omschreef zichzelf op Facebook als volgt: ?Kritisch ten aanzien van immigratie, maar toch een op straat patrouillerende club die veiligheid cree?ert.? De Soldiers zeggen op Facebook dat zij als verlengstuk van de politie fungeren. Maar: ?Gezien de politiek en justitie onze eigen mensen niet wil beschermen, zullen we het zelf moeten doen.? ?Op Facebook was eerder de volgende retorische formule te lezen: ?Dit is Nederland. We eten varkensvlees. Drinken bier. En spreken Nederlands.? (Terpstra 2016: 81). De groep zegt niet extreemrechts te zijn; ze willen ?iedereen beschermen tegen criminele immigranten, zonder te kijken naar etnische achtergrond?. De groep kwam eerder in 2016 onder vuur te liggen toen bleek dat een aanhouding compleet verzonnen was: een vluchteling zou meerdere jonge meisjes seksueel gei?ntimideerd hebben. De oprichter van de Belgische tak zegt: ?Zijn we er gelukkig mee dat er zoveel asielcentra zijn en dat het om open centra gaat? Niet echt. Maar dat geldt voor veel Belgen. Maakt ons dat extreemrechts? Nee. Maakt ons dat racistisch? Nog minder.?

PvdA-kamerlid Marcouch vond het optreden van de groep ?walgelijk? en stelde vragen in de Kamer. Ook media als de Telegraaf die in termen van een ?asielplaag? spreekt en Pownews en Geenstijl die doorgaans niet vies zijn van opruiing en het beschamen van vermeende criminelen, namen afstand en beaamden dat het hier gaat om extreemrechts. De Soldiers of Odin vinden vooral in Oost en Centraal Europa veel weerklank (De Liedekerke 2016). Maar ook in de Verenigde Staten laten de Soldiers van zich horen. Ook hier streven de groepen naar eigen zeggen naar bescherming van burgers op straat; de afdelingen wensen zich te beperken tot ?observe-and-report? acties en hameren erop binnen de grenzen van de wet op te treden. Niettemin wordt herhaaldelijk de toevlucht genomen tot een agressieve retoriek waarbij racisme niet geschroomd wordt. Een voorbeeld: ?We are not a nice, polite group that will do nothing but report outrages to the police. The police are…hamstrung by the dictates of the law. WE ARE NOT. We will BEAT THE LIVING SHIT out of any we catch raping American women and terrorizing American citizens.? Een racistische voorman ageert op zijn Facebook-pagina tegen de komst van Cubanen en Obama?s beleid ?(to) bring more scum to the usa?. Maar ook moslims en Afrikaans-Amerikanen zijn het doelwit. Een willekeurig voorbeeld op een Facebook-pagina: ?These Africans are a bunch of spoiled brats contaminating clean communities. Call them out. Kick some ass. Spread the message. America needs to get tough…?.

[slideshare id=78315302&doc=soldiers-of-odin-usa-report-web-170727153539&type=d]

Bronnen: Cahiers Politiestudies,?De Morgen, RTV Noord, AD, RTVNoord

Hondenpoep hater

dogpoo2

Een burgerwachter die per dag vijftig poepzakken vult op straat met hondenpoep, wordt het nu door de gemeenteraad verboden om dit afval van de straten te verwijderen .

Steven Heard, 48, begon zijn eenmansoorlog tegen deze vorm van verontreiniging nadat zijn invalidewagentje in deze smurrie vastliep.

dogpoo3

Na een driejarige campagne van Minehead in Somerset heeft Steven op een dag al zo’n vijftig zakken opgehaald in zijn hetze tegen dit hondenafval. De vader van de vier wil de boel graag schoonhouden, terwijl onverschillige hondenbezitters het op paden en parkjes achterlaten.

dogpoo4

Steven: “Het heeft geen enkele zin – ik doe al hun vuile werk gratis en ga naar vergaderingen van de gemeente. Ze zeggen dat ze niet de financiering hebben om het helemaal op te ruimen en dan sturen ze me zo’n brief. Ik doe het niet omdat ik het leuk vind, ik doe het voor de mensen van Minehead. ‘De brief zegt dat hij “zich op geen enkele wijze mag bemoeien met de werkzaamheden van de gemeente om hondvervuiling in het Minehead-gebied aan te pakken. Dit omvat het opruimen van hondenpoep, het achterverlaten van hondenpoep en het plaatsen van borden op gemeentebodem”.

Steven, die een mobiliteitsscooter nodig heeft om rond te komen, heeft diabetes en is slechthorend. Hij pakt regelmatig vijftig zakken per dag op, maar zegt dat hij regelmatig door de lokale bevolking negatief wordt aangesproken. In een verontrustende haatbrief stond: “Als je niet kan lopen Steven, hoe kun je dan f *** ing hondenpoep opruimen?”. Internettrollen hebben hem bedreigd en met beledigingen gebombardeerd, waaronder: “Je bemoeit je te veel met anderen, jij smerig stuk f *** ing s ***”.

Steven is geraakt door de trollen gedurende zijn campagne tegen hondenpoep in zijn lokale omgeving. Ook op de mat kreeg hij briefjes waarin ze hem een “Fat A * s Layabout F ***** g Dog S *** Complainer” noemen die volgens de lokale bevolking blijkbaar niets beters te doen heeft.

Een andere vandaal veranderde het bordje op de achterkant van zijn scootmobiel van ‘ik ben doof’ naar ‘ik ben dood’.

Steven zei: “Niemand besteedde er aandacht aan totdat ik wat harder aan de bel begon te trekken.”

Avon en Somerset Police zeiden dat ze vorig jaar al onderzoek deden naar het pestgedrag. De gemeente was niet beschikbaar voor een reactie.

 

dogpoo

Bronnen: The Sun

Digilanten – Digitale Vigilanten

Vigilantes, ofwel onafhankelijk opererende vigilante groepen, zijn aanvaardbaar zolang ze publieke verantwoording willen afleggen en uitleggen dat hun optreden aansluit op democratische normen. Deze vigilantes kunnen ook zinvolle bijdragen leveren aan de rechtshandhaving. Vigilante groepen die verder gaan dan alleen onrecht aan de kaak stellen en een machtsvertoon etaleren ? zich uitend in onder andere vernedering en afwijzing van (groepen) burgers op grond van hun anders zijn ? zijn net als weerkorpsen onaanvaardbaar. Geweld, dreigen met geweld en andere inbreuken op de rechten van medeburgers zijn sowieso niet geoorloofd. Maar zoals gezegd, het gaat hier niet om een beoordeling in termen van wetsnaleving maar van verantwoordelijk
burgerschap.

In veel opzichten gelden die constateringen ook voor ?digilantes?, de vaak militante rechercheurs die op internet en de ?sociale media? actief zijn. Ook op de digitale snelweg kunnen onschuldige personen of groepen worden lastiggevallen of bedreigd. Potentieel is iedere burger in staat om incidenten en normschendingen te openbaren en te bepalen wat voor soort gedrag beschaamd moet worden. Vaak wordt dit proces van ?naming and shaming? verder aangezwengeld door anderen ertoe bewegen meer belastend materiaal te vinden of op zoek te gaan naar details over de persoon waarvan wordt aangenomen dat die over de schreef is gegaan. Aldus kunnen zich op spontane wijze meutes vormen die hun spotlust, hoon en agressieve woorden de vrije loop laten. Het straatrecht van deze digitale menigten zal in veel opzichten moeilijker te beheersen zijn dan de opruiende taal van mensen die zich op straat en plein verzamelen om hun woede over een incident
of misdrijf te uiten.

Er zijn andere verschillen tussen digitale meutes en de patrouilles op straat. Ten eerste is het de keuze van burgers zelf om kennis te nemen van de verbale ?opstootjes? op Twitter of Facebook. Het intimiderend optreden van patrouilles in de eigen stad of wijk is daarentegen moeilijker te vermijden. Een ander verschil met burgerpatrouilles is dat planning en organisatie nauwelijks een rol spelen. Er vormen zich rond een incident op spontane wijze meutes die allereerst onvrede willen luchten. Het gaat online aanklagers vooral om schandaalcreatie: vermeende overtreders in het beklaagdenbankje zien te krijgen. Entertainment staat voorop, terwijl ook commerci?le belangen meespelen. Veel relvloggers zijn uit op eigen roem: hun schandaleuze filmpjes leveren clicks en kijkcijfers op. Wanneer beschamen entertainment is kan ook een loopje met de waarheid worden genomen. Zoals bekend: geruchten worden niet gecheckt, de context van filmpjes over verdachte situaties evenmin. Niettemin krijgen ook giftige vechtersbazen de kans feiten te verdraaien. Zo kunnen verhalen over bijvoorbeeld criminele asielzoekers een eigen leven gaan leiden. Eenmaal gelabeld als ?crimineel? kan optreden tegen deze personen in naam van rechtvaardigheid worden aangemoedigd. De digilantes cre?ren aldus voor zichzelf een vrij veld waarin onbekommerd beschuldigd kan worden; de jacht kan worden geopend. Zoals Vasterman in dit nummer zegt: vigilantisme is in deze context eerder ?private violence? en het cre?ren van een eigen vorm van recht. Dat is een derde verschil: de klemtoon ligt eerder op bestraffing, niet op preventie. De vraag is dan ook of deze meutes ?berhaupt wel kunnen bijdragen aan publieke veiligheid en bescherming van burgers (zie Warren 2009; Trottier 2016).

Tegen de achtergrond van incidenten van eigenrichting merkt criminoloog Jan Terpstra op dat burgerparticipatie in de veiligheidszorg zijn onschuld lijkt te hebben verloren. Burgerparticipatie ?lijkt te worden overgenomen door groepen die doelbewust uit zijn op het verminderen van gastvrijheid, medemenselijkheid en tolerantie onder het motto van het belang van veiligheid.

Van burgeropsporing tot overheidsopsporing en weer terug?

Met de verdere groei naar de burgerlijke rechtsstaat zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest. De handhaving van recht en orde begon vanuit de overheid met een militaire aangelegenheid. Daarna werden schutterijen in toenemende mate verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de steden (hoewel zij lang ook een taak bleven vervullen bij de verdediging tegen aanvallen van buiten). Daarbij stonden zij onder het lokale gezag. De rechtspraak werd beter georganiseerd (schout, schepenen, baljuw); zij bleven functioneren onder gezag van de landheer. Wat er gedurende de latere eeuwen heeft plaats gevonden is een steeds steviger vestiging van het overheidsgezag. De uitbouw in de 19e en 20e eeuw van het overheidsapparaat op dit terrein met de vormgeving van de hedendaagse politie- en justitieapparaten hebben een belangrijke rol gespeeld. Er is over de afgelopen twee eeuwen sprake van een enorme uitbouw van zowel deze handhavingsapparaten als van wetgeving. Het systeem is steeds omvattender geworden. De rol van de individuele burger is steeds meer aan banden gelegd. Hij lijkt zich te hebben gevoegd in Rousseau?s maatschappelijke verdrag: de burger speelt zelf geen rol meer in de handhaving van de recht en orde.

Het verbod van eigenrichting is een leidend principe gebleven in westerse rechts- staten. Het verbieden van eigenrichting aan de burger, betekent wel dat de overheid een zorgplicht heeft. Als het de burger verboden is zelf op te treden, dan moet de overheid zorgen voor handhaving van de openbare orde en het recht. Ieder mens moet zich vrijelijk en veilig kunnen bewegen. De overheid heeft een inspanningsverplichting om te zorgen dat die vrijheid en veiligheid ook worden gegarandeerd. Als burgers onverhoopt toch in nood komen, moet de politie er zijn om hen te hulp te komen. En als burgers slachtoffer worden van een strafbaar feit moet er het handhavingsapparaat zijn die de strafrechtelijke handhaving (opsporing, vervolging, vonnis, tenuitvoerlegging van het vonnis) realiseert. En als de orde zelf in het gedrang komt en wordt verstoord, dan hoort de overheid er evenzeer voor te zorgen dat die verstoring wordt bee?indigd.

DIY Digilantes

De ?autonome? buurtwachten verwachten echter niet al teveel van de politie en ondernemen liever zelf actie en dat gaat soms veel verder dan het aanspreken van medeburgers. Zij schromen soms niet voor het toepassen van geweld, doen burgeraanhoudingen en er zijn gevallen bekend van het dragen van handboeien en het oneigenlijk gebruik van zaklampen met een lang handvat.

Maar een aangeef- of verklikkerscultuur is wel het laatste wat een gezonde rechtsgemeenschap kan gebruiken. Het komt er steeds op aan zorgvuldig het kwaad dat kan ontstaan door optreden en niet-optreden ? en publiceren en niet-publiceren ? tegen elkaar af te wegen.

[slideshare id=78315975&doc=roelmaalderink6180612informatierechtdedigitaleschandpaal-170727155313&type=d]

[slideshare id=78315833&doc=understandingvigilantismconceptualframework-170727154846&type=d]

[slideshare id=78315893&doc=hazardsofcybervigilantism-170727155023&type=d]

Bronnen: Cahiers Politiestudies,?Splinter News

Warren, I. (2009), Vigilantism, The Press and Signal Crimes 2006-2007, Australian and New Zealand Critical Criminology Conference Proceedings, 275-284. Melbourne: Monash University.

Trottier, D. (2016), Digital Vigilantism as Weaponisation of Visibility, Philosophy and Technology, published online 01 April 2016.