Categoriearchief: Uncategorized

De moderne agent: mobiel effectiever op straat

MEOS2Scan een rijbewijs, controleer de identiteit en antecedenten van een bestuurder,?een bekeuring in en stuur deze direct toe. Binnenkort kan het allemaal op straat op de smartphone. Op het bureau is er vooral koffie, geen administratie.

De huidige minister Ivo Opstelten wil vooral meer blauw op straat. Maatregelen als meer ZSM zaken en het Programma Informatievoorziening Strafrechtketen (PROGIS) moeten ervoor zorgen dat politiewerk effici?nter wordt. Via zijn smartphone kan de agent op straat de identiteit en antecedenten van een verdachte vaststellen. Van nieuwe nog onbekende personen wordend e verplicht getoonde wettige identiteitsbewijzen gescand en opgeslagen, samen met vingerafdrukken en een foto.

De introductie van de mobiele werkplek waarmee het werken op straat dynamisch wordt ondersteund. Informatie is snel beschikbaar, compleet en automatisch herbruikbaar voor vervolghandelingen. 25.000 collega’s werkend in “toezicht en handhaving” gaan via apps op een telefoon, scannen, identificeren, integraal bevragen en een bon schrijven. Het programma Mobiel Effectiever Op Straat (MEOS): meer kwaliteit, betere informatiepositie, verhoging veiligheid, blauw meer op straat, overal en altijd beschikbaar. Bedacht door, ontwikkeld met en ingevoerd voor “Blauw”.

Een aantal politie-eenheden raadplegen al mobiel op straat politie-informatiesystemen via BVI-B, maar anderen doen het nog altijd via de porto. Maar het initiatief MEOS ging nog een stap verder. Want ook het uitschrijven van bonnen op straat (met de nodige na-administratie aan het bureau) zou verleden tijd zijn.

In de tweede helft van 2014 moet MEOS technisch klaar zijn. Een voorbeeld. Een agent kan zometeen op afstand een kenteken met de smartphone scannen, net als een politieauto dat met ANPR kan (Automatic Number Plate Recognition). Het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer)?wordt onmiddellijk geraadpleegd en vermeld of het een gestolen voertuig betreft. Ook of de eigenaar van de auto vuurwapengevaarlijk is kan op het scherm verschijnen. Ook als het een andere bestuurder betreft kan diens rijbewijs gescand worden (het nieuwe model rijbewijs heeft zelfs een chip) om te zien of het document geldig is. De gegevens verschijnen in het scherm en kunnen komen uit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie), BVH (Basis Voorziening Handhaving) of HKS (Herkenningsdienstsystemen dat gegevens over verdachten registreert). Als de persoon ergens van verdacht wordt is dit direct zichtbaar.?Als de bestuurder geen gordel aan had kan direct een bekeuring worden uitgegeven. De locatie van de bekeuring wordt vastgelegd en er kan eventueel een foto worden toegevoegd van de situatie. ?De agent selecteert uit de top 10 van feitcodes ‘HELMGRAS’ simpelweg ‘Gordel’ en alle elementen komen in beeld. Tijdstip en gegevens van de persoon en voertuig worden gebundeld en de agent handelt de bekeuring ter plekke af. Automatisch ligt de bekeruing binnen vijf dagen op de mat van de bestuurder.

“Dit is lik-op-stuk op zijn best”zegt Ciska de Vogel, brigadier in Oost-Nederland die momenteel met MEOS werkt. Het opstellen van een digitale bon is pas de eerste stap in een proces van verregaande digitalisering van de politieadministratie vertelt Edwin Delwel, landelijk programmamanager MEOS en landelijk programmaleider Digitaal Werken in de Strafrechtketen (DWS). “De snelle en correcte bon is niet de grootste winst. De echte winst is dat we nu razendsnel over alle informatie kunnen beschikken en dat die informatie beter geverifieerd is. Bij een vechtpartij zou je ter plekke een foto kunnen maken van het letsel, een korte gesproken verklaring van de aangever opnemen en een gesproken getuigenverklaring van de portier. Alle identiteiten stel je vast met de scanner van de smartphone. Met al deze informatie kan al een beslissing genomen worden voordat de verdachte op het bureau is en beschik je al over een groot deel van de gegevens voor je digitale dossier. Zo ver zijn we nog niet, maar het is een kwestie van tijd.”

Agenten kunnen nu al filmen op straat, maar er ontbreken op de meeste bureau’s nog altijd computers die de beelden met geluid kunnen afspelen. “Het papier gaat eruit. De smartphone wordt de voornaamste werkplek van de politieagent” aldus Delwel, die vervolgt: ?”Dat betekent dat justitie en de rechterlijke macht dezelfde inhaalslag moeten maken als de politie. Er moet ??n digitale strafrechtketen komen, waarin iedereen kan werken. Voor mobiel werken moeten we niet meer alleen in apps denken. Apps hebben het risico dat we het politieproces gaan versnipperen. Ik wil een diender geen zestien apps op zijn telefoon geven voor zestien processen. De oplossing ligt in een goed en volledig processysteem, ondersteund door moderne technologie. Daar maken we nog lang niet voldoende gebruik van.”

MEOS

Bronnen: artikel Blauw januari 2014: “Bureau op straat”en VKA.nl, Ministerie VenJ, Leertuin Mobiel Werken Vreemdelingenpolitie

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde van de Politieacademie uitvoerde in opdracht van politie Zeeland-West-Brabant naar aanleiding van het plaatsen van een moordzaak op het internet (onderzoek Mostafa Talaie zie persbericht 20 dec 2013).

Bij de inzet van van het Dossier Talaie is door 122 burgers een korte enqu?te ingevuld van tien vragen. De inzet van burgers heeft bij dit politieonderzoek zelf niet tot de oplossing van de zaak geleid. De vraag is volgens de onderzoekers of dit ?berhaupt wel lukt, als burgers op een voor hen onvolledig dossier hun scenario’s moeten baseren. Burgers lijken daar zelf ook aan te wijfelen, is gebleken uit de reacties. Voor veel respondenten voelde de hulpvraag als ‘ mosterd na de maaltijd’, aangezien het onderzoek al twee maanden aan de gang was. Ook de vraagstelling moet gerichter, meer op basis van informatie die dan al bekend is. Tegenover die twijfel staan wel grote pluspunten: het publiek vindt het een goed initiatief en waardeert het feit dat ze betrokken wordt. Volgens onderzoekers Henk Sollie en Nicolien Kop dient het rechercheteam ook een ‘ dossierfunctionaris’ aan te stellen dat input bijhoudt en vastlegt. Deze persoon houdt dan overzicht zodat er effici?nter gewerkt kan worden. Ook is het belangrijk burgers direct terugkoppeling te geven over hun bijdrage. Mensen weten dan wat ze wel of niet hoeven aan te dragen. Dit voorkomt dubbel werk bij zowel burgers als politie, aldus de onderzoekers.

Ik ben zelf sinds 2006 actief ten aanzien van het betrekken van burgers bij de opsporing. In Utrecht plaatsten we destijds al een cold case online met het verzoek aan burgers om mee te rechercheren.

In september 2011 vroeg de Groningse politie hulp van burgers bij het onderzoek Zuiderdiep. Hier werd de moordzaak al na een week online gezet. De Rotterdamse politie vroeg in 2012 de hulp van burgers via een website bij de vermissing van Monika Tanova.

Achtergrond
Begin 2011 heeft de politie de Strategie Aanpak Criminaliteit vastgesteld. In deze strategie is cocreatie met burgers en bedrijven benoemd als een van de drie hefbomen om de effectiviteit van de aanpak van criminaliteit te vergroten. De politie vraagt bijvoorbeeld burgers om hulp bij het oplossen van een moord. Het lijkt een moderne variant op het familiespel Cluedo, maar het is een serieuze oproep aan burgers om mee te denken in een lopend recherche-onderzoek. Wie kan het gedaan hebben, hoe kan het gebeurd zijn en wat is het mogelijke motief? Cocreatie is de meest intensieve vorm van burgerparticipatie waarbij een bedrijf of burger en de politie een gedeeld probleem hebben en gezamenlijk werken aan een oplossing die voor beide partijen waarde cre?ert.

Bij al deze zaken werden speciale websites gelanceerd waar burgers werd gevraagd mee te puzzelen en scenario’s aan te leveren ten behoeve van het onderzoek. Na enig recherchewerk werden deze scenario’s door de politie terug geplaatst op de website. Het grote verschil met de traditionele werkwijze is dat burgers niet enkel als informant betrokken werden, maar dat ze ook meedenken in de hypothese- en scenariovorming. Er kwam, zo bleek uit de evaluaties, waardevolle informatie binnen, die echter in deze zaken niet tot een doorbraak hebben geleid.

Positief over de inzet van het online dossier op politie.nl
Uit het onderzoek van de Politieacademie is gebleken dat nagenoeg alle respondenten positief zijn over de inzet van het online dossier op politie.nl. Met name vanwege de grote kennisbron en ?frisse blik? die aangeboord wordt. Iets meer dan de helft van de respondenten leverde ook suggesties voor verbetering van het onlinedossier en/of burgerparticipatie bij de opsporing. Hun aanbevelingen hebben betrekking op de wijze van informatieverstrekking, het design van de website en de interactie tussen burgers en het opsporingsteam en tussen burgers onderling. De resultaten van het onderzoek worden door de politie gebruikt om burgerparticipatie in de opsporing te bevorderen en verbeteren.

Lees hier het volledige rapport:

In de uitzending van Nieuwsuur (3 mei 2013) geven deskundigen een reactie:

Peter van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie aan de Faculteiten der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit, spreekt over diskwalificatie van de recherche

?Wat hier gebeurd, is om burgers te laten meedenken alsof ze zelf rechercheurs zijn. Het is een diskwalificatie van je eigen vak. Want wat je zegt is: ?Ach, dat werk dat jullie als rechercheurs doen, dat kan iedere willekeurige burger doen.? Wat ze in feite doen is goed te vergelijken met een chirurg, die denkt van: ?Ach, ik heb hier een ingewikkeld probleem en hij gaat buiten op straat een paar willekeurige burgers aanhouden: ?Ik heb een ingewikkelde operatie, komen jullie dat even voor mij doen, dan hou ik wel even toezicht van een afstand.? Dat is nou precies wat de recherche nu aan het doen is.?

?Wij vragen burgers mee te denken en dan moet je ze informatie geven. Welke selectie aan informatie geef je ze. Dat is ten eerste een selectie aan informatie die gemaakt wordt door de rechercheurs die kennelijk niet instaat zijn om de zaak op te lossen. En bovendien moet je een zodanige selectie geven dat je niet alle privacy van allerlei mensen gaat schenden. En recherchewerk is nou eenmaal het schenden van de privacy van heel veel mensen. Dat hoort er bij. Als je dus de burgers het goed wilt laten doen, dan is het uitermate onethisch en als je het ethisch wilt doen, dan kunnen ze nooit helpen. We hebben bijvoorbeeld gezien in zaken als Marianne Vaatstra, waar allerlei mensen hun eigen onderzoekje zijn gaan doen op een uitermate onsmakelijke manier. En dat zou je hier ook kunnen verwachten als je mensen oproept om dit soort werk te gaan doen.?

?Wat natuurlijk het probleem is, stel dat burgers enthousiast gaan meewerken, dan gaan ze ontzettend veel gegevens produceren en aan de politie aanleveren. Filmpjes aanleveren, hun eigen bevindingen aanleveren, de scenario?s die ze bedacht hebben aanleveren. En als je burgers serieus neemt in dit project, moet je dat ook serieus gaan onderzoeken. Dus het is heel veel werk voor de politie met een hele kleine kans dat het ergens toe leidt.?

Danny Mekic, ondernemer en internetexpert, spreekt over een goed initiatief, want burgers bemoeien zich hoe dan ook met politieonderzoeken

?Wat je nu ziet gebeuren is dat burgers dus wel op zoek gaan naar daders, die informatie openbaar op sociale media met elkaar gaan lopen delen waar ook foutieve informatie tussen komt te staan en dus kwetsbare onschuldige mensen met naam en toenaam opeens worden gezien als een verdachte van iets. En het zou veel beter zijn als de politie iets zou ontwikkelen, een heel goed, mooi platform, noem het ?crowd-policing?, waarbij burgers dus kunnen zien: ?Dit zijn op dit moment lopende zaken waar wij zelf geen spoor meer hebben?.?

Achtergrondfilmpjes over het moordonderzoek Zuiderdiep:

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)

Gezichtsherkenning om fraude te voorkomen

Apple-toeleverancier Pegatron zet sinds dit jaar gezichtsherkenning in tegen minderjarige werknemers, een groeiend probleem bij veel Chinese fabrieken. Het is de eerste keer dat de fabrikant informatie geeft over concrete maatregelen om minderjarige werknemers tegen te houden. Dat?meldt?Wall Street Journal. Pegatron controleert naar eigen zeggen aan de hand van identiteitspapieren met behulp van gezichtsherkenning of de foto overeenkomt met het gezicht van de werknemer. Ook wordt gekeken of iemand voorkomt in de database van de politie.

Minderjarige werknemers zijn een groot probleem waar veel Chinese fabrieken mee te maken hebben, niet alleen de fabrieken waar Apple-producten gemaakt worden. Vaak worden jongens en meisjes vanuit arme gebieden naar de grote steden gestuurd om geld voor de familie te verdienen. De legale leeftijd om te mogen werken is 16 jaar, maar door fraude met identiteitspapieren komt het vaak voor dat minderjarigen werk verrichten waarvoor ze eigenlijk niet geschikt zijn.

Demonstranten protesteren tegen de erbarmelijke omstandigheden in iPhone fabrieken.

De methode van Pegatron zou dit soort gevallen in theorie aan het licht moeten brengen, maar door de?recente dood van een minderjarige werknemer?ontstaat toch twijfel of het systeem wel zo waterdicht is als wordt beweerd. Nadat de 15-jarige Shi Zhaokun een maand in een van de Pegatron-fabrieken had gewerkt, belandde hij vanwege een longontsteking in het ziekenhuis en stierf. Hij slaagde er met valse identiteitspapieren toch in om te worden aangesteld. Uit onderzoek van Apple en Pegatron bleek dat zijn dood?niet werk-gerelateerd?was.

Werknemers in Chinese fabrieken werken vaak meer uren dan wettelijk is toegestaan, een ander probleem dat regelmatig het nieuws haalt. In een afzonderlijk rapport?concludeerdebelangenorganisatie Fair Labor Association vorige week al dat Foxconn ? een andere fabrikant van Apple-producten ? deze regels nog steeds aan zijn laars lapt. Wel stelde men dat er desondanks wel sprake is van verbetering in de werkomstandigheden, het merendeel van de fabrieken houdt zich nu aan de regel van een 60-urige werkweek. Maar er is nog werk te doen, zo concludeert FLA: de Chinese wet schrijft voor dat fabrieksmedewerkers maximaal 49 uur mogen werken.

Pegatron?maakt notebooks, netbooks, desktopcomputers, gameconsoles, mobiele apparaten, videokaarten, lcd-tv?s, settopboxes, kabelmodems en ook smartphones en tablets. Het ontstond als dochterbedrijf van ASUS. Pegatron werkt voor Apple, Dell, HP en andere grote consumentenmerken.

Bron: iPhoneClub

Politie krijgt de bril van 007

De politie werkt aan de ontwikkeling van een hypermoderne bril, die alarm slaat zodra verdachte personen of objecten in beeld verschijnen. Samen met de brandweer, het NFI en de Technische Universiteit wordt ingezet op de ontwikkeling van het opsporingssnufje, waarmee de held Iron Man overigens al drie films lang `rondvliegt’.?

Een aantal jaar geleden was er al het CSI The Hague project, waar TNO, TUDelft en een reeks andere partijen aan deelnamen. TUDelft bouwt hier nu oa met het NFI op verder:


De techniek die in Hollywood gefaket wordt, is onderzoeker dr. Stephan Lukosch?van de Technische Universiteit Delft namelijk in het echt aan het ontwikkelen. Alleen moet Lukosch nog `even’ zorgen dat digitale informatie over handige routes of objecten straks niet aan de binnenkant van een masker wordt geprojecteerd, maar op een ogenschijnlijk doodgewone bril. Vanaf december 2013 werkt de onderzoeker samen met de politie, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de brandweer aan deze zogenoemde `AR-bril’.

Het project neemt 2 jaar in beslag en wordt gefinancierd door de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding. Aan het einde van die periode ligt er als het goed is een hypermodern snufje van het kaliber Iron Man. ,,Hollywood loopt nou eenmaal altijd voorop,” relativeert Lukosch zijn `achterstand’ met een glimlach.?De bril zal in de toekomst de werkelijke en digitale wereld letterlijk met elkaar laten versmelten. Wie door de glazen kijkt, ziet alles zoals zijn eigen ogen dat waarnemen, alleen kan aan het beeld dat verschijnt informatie worden toegevoegd. Zo kunnen agenten de bril opzetten om mensenmassa’s te scannen op de aanwezigheid van criminelen of verdachte objecten, zoals wapens.

Neppistool

Als ??n van de twee in zicht komt, verschijnt daarover meteen informatie en wordt volautomatisch alarm geslagen. Hoe dat werkt, kan Lukosch nu al laten zien door een prototype van de bril op een neppistool te richten. Zodra dat in beeld verschijnt, springt een schermpje met informatie omhoog.?Forensisch experts kunnen het ding in de toekomst op hun beurt gebruiken om virtuele markeringen te zetten op een plaats delict, om te laten zien waar niet gelopen mag worden. Dat moet voorkomen dat sporen per ongeluk worden gewist. Wie een stap te veel zet, krijgt automatisch een waarschuwing.?Uiteindelijk zouden zelfs brandweermannen wat hebben aan de bril, die de weg naar de uitgang kan wijzen in een brandend huis, of aan kan geven waar die ene gevaarlijke brandstoftank staat. Lukosch: ,,Die laatste toepassing ligt nog heel ver in de toekomst, maar we denken er wel over na.”

Ook kan er gemakkelijker worden samengewerkt met collega’s op afstand. Een tweede, derde of zelfs tiende paar mensenogen kan op afstand met de brildrager meekijken, bijvoorbeeld om aanwijzingen te geven. ,,De mogelijkheden zijn onbegrensd.”?Lukosch kan zich zelfs voorstellen hoe uiteindelijk iedereen de uitvinding kan gebruiken, bijvoorbeeld bij woninginrichting. ,,Ik heb het afgelopen jaar zelf een huis gebouwd. Het was z? jammer dat ik deze techniek niet kon gebruiken om te zien hoe de tegels die ik wilde kopen, zouden staan.” Met de AR-glazen op de neus zou in een modelwoning kunnen worden uitgedokterd wat het beste staat. Zelfs de lichtinval kan worden nagebootst.

Verrekijker

Omdat de bril nu nog het formaat van een grote verrekijker heeft, volgt Lukosch met belangstelling de vorderingen van de makers van Google glass, het handzame hebbeding dat binnenkort op de markt komt. Hoewel die bril er gelikt uitziet, kan Lukosch hem nu nog niet gebruiken. De technologie is nog niet geavanceerd genoeg, mede omdat dragers van de Google glass omhoog moeten kijken naar een klein schermpje. Lukosch wil de virtuele wereld en realiteit ?cht een laten worden. ,,Wat wij doen is een beetje moeilijker, maar daardoor ook veel spannender. Dit project is een enorme uitdaging.”?Wat wij doen is moeilijker, maar daardoor ook veel spannender?-dr. Stephan Lukosch

Bron: Algemeen Dagblad (19 nov 2013)

#FreezeFrame

Maandag 9 december 2013?presenteerde Jan Willem Alphenaar zijn idee over FreezeFrame?in Antwerpen en dinsdag in Amsterdam bij Online Tuesday. Bekijk de videoregistratie hieronder (de presentatie duurt slechts vijf minuten). De bijbehorende slides staan eronder.?Het is een idee rondom moderne media dat burgers en politie kan ondersteunen de meest essenti?le informatie van een misdrijf zo snel mogelijk te achterhalen en verzamelen, om zo zaken effectief en snel opgelost te krijgen. Het idee lijkt simpel, maar tot op heden is er nog geen initiatief die dergelijke mogelijkheden biedt, of toch wel? Laat het aan Jan Willem en ons weten!

Zou de Film Freeze Frame (“off-camera is off-guard”) een deel van zijn inspiratie zijn geweest? Bekijk onderstaande trailer:

Bron: Jan Willem Alphenaar

1dagniet

1dagniet
stopdeinbreker-150x150Nederland kent 250 woninginbraken per dag. Op 11 december 2013 (11-12-13) sloegen veel mensen de handen ineen tijdens een nieuw burgerinitiatief?om?inbrekers een halt toe roepen. Met steun van politie en overheden.?E?n actiedag tegen woninginbraken: 1dagniet.

In tientallen steden, wijken en dorpen organiseerden initiatiefnemers acties gericht op inbraakpreventie. Veel buurtpreventieteams waren actief.?Het BuurTeam Gillis in Delft?ging?samen met de wijkagenten en leden van de buurtpreventie verzetstrijdersbuurt door de?wijk wandelen en leerden?waar ze meer op moeten letten.

buurteam

Buurtpreventie Maasland is minimaal 36 manuren deze dag op straat aanwezig geweest om nogmaals duidelijk te maken dat zij geen inbraken of overlast tolereren.

maasland

In Harlingen?heeft burgemeester R. Sluiter het pilot project ?Buurtpreventie Groot Ropens? geopend. Het project is vooral gericht op het voorkomen van inbraken in de wijk. Buurtpreventie is een burgerinitiatief dat in Harlingen door de buurtvereniging in Groot Ropens is opgepakt. De politie en de gemeente ondersteunen deze pilot. Na diverse overleggen met politie en gemeente en een informatiebijeenkomst starten de vrijwilligers vanaf vandaag met surveilleren.

Tijdens het surveilleren wordt gelet op onveilige situaties. De vrijwilligers zullen de bewoners daarop aanspreken en preventietips geven. De vrijwilligers zijn herkenbaar aan de reflecterende armband met het logo van buurtpreventie. Vele wijkbewoners zijn al aangesloten bij een speciale WhatsApp-groep. In deze besloten groep kan men gemakkelijk via de smartphone melding doen van onveilige situaties en/of verdachte personen/auto?s in de wijk.

De gemeente Harlingen kampt met veel woninginbraken. De gemeente schenkt daarom veel aandacht aan preventie. Het afgelopen jaar is er een huis-aan-huisbrief verspreid met preventietips en in de Week van de Veiligheid werd een kortingsactie voor de aanschaf van beveiligingssystemen gehouden. Regelmatig is er overleg met politie, de gemeente Franekeradeel, De Bouwvereniging en woningstichting Accolade.?

Op Goeree-Overflakkee trok de?gemeente samen met de politie en een aantal buurtpreventieteams die in onze gemeente actief zijn de dorpen in. Op deze avond werden?in drie dorpskernen op het eiland Goeree-Overflakkee een preventieactie uitgevoerd.

Tijdens deze actie wordt gelet op onder andere openstaande deuren of ramen, buitenverlichting rondom de woning en opvallende zichtbare en waardevolle voorwerpen in woningen. Bij het aantreffen van een open deur / raam bij een ruimte zonder direct toezicht wordt er een zgn. Wit Voetje gelegd, met de boodschap: dit had een schoenafdruk van een insluiper kunnen zijn. Er wordt daarnaast ook een begeleidende brief in de brievenbus gedaan met uitleg over de inpact van woninginbraken en wat er tijdens de controle is geconstateerd. Op 16 december wordt dezelfde actie gehouden in een drietal andere kernen waar buurtpreventieteams actief zijn.?

Preventieteam Maartensdijk deed extra rondes en er was aan alle inwoners gevraagd om ook een extra wandeling te maken en de buurt te controleren op verdachte situaties. Ook is er gevraagd om het huis extra te controleren op inbraakgevoelige plekken en zoveel mogelijk mensen van deze acties op de hoogte te brengen.

Het Woning Inbraken Team Sittard / Maastricht van de politie gaat samen met diverse ondersteunende politiediensten op deze dag surveilleren om actief te kunnen reageren op alle meldingen m.b.t. woninginbraken in zowel Sittard en Maastricht.

Ook zal in die wijken waar de afgelopen weken een stijging is te zien bewoners door de politie preventief advies worden gegeven in het kader van inbraakpreventie.. Doelgroepen zijn de studenten in Maastricht en de oudere alleenstaande ivm de zogenaamde babbeltrucs. Daarnaast zal ik in het daggedeelte door de politie divers ?pandjeshuizen? bezocht worden in het kader van heling bestrijding.

Inzicht in beslisgedrag maakt dat meer burgers meedoen

Inzicht in beslisgedrag maakt dat meer burgers meedoenZelfredzaamheid is het credo in de nieuwe participatiestaat. Burgers steeds vaker het heft in eigen hand, in de online en fysieke wereld. Mensen wachten na een incident niet tot hulpdiensten ter plekke zijn maar gaan meteen zelf over tot actie, en door het internet en genetwerkte maatschappij steeds vaker ook van een (grote) afstand. Velen nemen zelf initiatieven om problemen in de wijk aan te pakken en de leefbaarheid te vergroten. Helaas ? zo stelt hoogleraar psychologische besliskunde Jos? Kerstholt van de UT en werkzaam bij TNO – geldt dat zelfredzame gedrag lang niet voor iedere burger. Ondanks dat moderne middelen als social media dit laagdrempeliger maken. Eind vorig jaar kwam?TNS NIPO?met het rapport ?Niet iedereen is toe aan de participatiesamenleving. Handreiking voor een gesegmenteerde doe-democratie-strategie.? Uit dit rapport blijkt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse burgers bereid is anderen te helpen maar dat niet iedereen geschikt is om anderen te helpen.?Hoe zorg je ervoor dat m??r burgers het heft in eigen handen nemen? Kerstholt beantwoorde deze vraag tijdens haar intreerede. Inzicht in het menselijk beslisgedrag kan ervoor zorgen dat meer burgers meedoen: mensen hebben soms een klein zetje in de rug nodig.

Kerstholt kijkt als psycholoog vooral naar het individuele niveau ? wat zijn de basisprocessen die aan keuzegedrag en zelfredzaamheid ten grondslag liggen, wat drijft nou eigenlijk die individuele burger. Zij richt haar onderzoek voornamelijk op het domein van sociale leefbaar- en veiligheid. Kerstholt: ?Er zijn nog genoeg klussen die burgers niet willen doen. Daarnaast is het lastig mensen aan te zetten tot preventief gedrag, denk bijvoorbeeld aan de installatie van rookmelders.?

Beslissingen
Wanneer je volgens Kerstholt het beslisgedrag van burgers begrijpt, kun je ze ook beter ondersteunen. Beslissingen worden gestuurd vanuit twee verschillende systemen: een analytisch en een intu?tief systeem. Analytische beslissingen worden bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen worden echter intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief, onbewust en gevoelsmatig. Kerstholt: ?Ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.?

Heft in eigen hand
Burgers nemen steeds vaker zelf het initiatief om de leefbaarheid in hun directe omgeving te verbeteren: zij richten buurthuizen op, onderhouden gezamenlijk de groenvoorziening en houden speeltuinen en zwembaden open die door bezuinigingen met sluiting worden bedreigd. Maar dit zelfredzame gedrag geldt niet voor elk onderwerp en niet voor elke burger. Zo willen burgers best de stoep voor hun eigen huis vegen maar is er veel minder animo voor het onderhouden van de groenvoorziening in de wijk.1?Bovendien zijn mensen in wijken waar men weinig voor elkaar doet minder bereid om zich in te zetten voor het publieke belang dan burgers in wijken waar men al veel voor elkaar doet. Om meer burgers zelfredzamer te maken is inzicht nodig in menselijk beslisgedrag.

Hoe vergroot je de zelfredzaamheid van mensen? Kerstholt noemt drie manieren. Ten eerste ontwikkelde zij met haar team een ?Serious Game?. Bij ?Serious Gaming? gaat het bijvoorbeeld om een leeromgeving die zich zowel op het analytische als intu?tieve denken richt. In het spel (soort triviant-vorm) gaan deelnemers informatie en verhalen uitwisselen. Het tweede voorbeeld betreft een keuzehulp die gebaseerd is op verhalen en videofragmenten. Kerstholt: ?Door de inzet van deze keuzehulp worden mensen zich bewust van hun motieven. Waarom willen ze graag vrijwilligerswerk doen bijvoorbeeld? Door inzet van deze keuzehulp blijken mensen beter in staat te zijn om hun eigen keuzes te maken en daar ook aan vast te houden.? Tenslotte kun je proberen bureaucratische hobbels en obstakels weg te nemen. Of je kunt proberen beter aan te sluiten bij natuurlijke neigingen van mensen. Zo zou je bij ontwerpplannen voor evacuaties rekening kunnen houden met het feit dat veel mensen vluchten via de weg waarlangs ze ook zijn binnengekomen.

Ons gedrag is veelal gewoontegedrag en daarmee lastig bewust te sturen
Beslissingen kunnen op twee manieren worden genomen: op een analytische en op een intu?tieve manier.2?De analytische manier houdt in dat alle voor- en nadelen van mogelijke opties expliciet tegen elkaar worden afgewogen. Dergelijke beslissingen worden dus bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen komen echter niet op zo?n analytische manier tot stand, maar worden intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief (het is gebaseerd op ervaringskennis), gevoelsmatig en men is zich niet bewust van het onderliggende proces.

Ons gedrag wordt meer bepaald door intu?ties dan door analytische afwegingen. Jonathan Haidt gebruikte in dit verband de metafoor van een olifant en zijn berijder3: de olifant is het intu?tieve denken en de berijder het analytische denken. De olifant is geneigd om op zijn gevoel en ervaringskennis af te gaan en daarmee gebaande paden te volgen. De berijder kan in principe verder kijken, overziet het keuzelandschap, en kan zich bewust zijn van de kwaliteit van de verschillende paden. De olifant is echter moeilijk bij te sturen. Met andere woorden: ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.

Mensen doen pas iets als ze gevraagd worden
Daarnaast weet de berijder vaak ook niet welk pad de olifant het liefst zou bewandelen. Hij overziet weliswaar het hele landschap, maar omdat hij de wensen van de olifant niet kent, weet hij niet welk pad het beste is. Met andere woorden: we zijn ons vaak niet bewust van wat wij zelf belangrijk vinden. In het kader van actief burgerschap betekent dit dat mensen zich misschien wel voor de publieke zaak in willen zetten, maar zich niet bewust zijn van hun eigen motieven, hun eigen waarden en hun eigen rol. Gevolg is dat mensen pas iets gaan doen als ze gevraagd worden en niet kiezen op basis van eigen persoonlijke voorkeuren.

Burgers helpen keuzes te maken in vrijwilligerswerk
Om burgers te ondersteunen bij de bewustwording van hun eigen voorkeuren voor vrijwillige inzet, hebben wij een keuzehulp ontwikkeld. Het intu?tieve denken is gebaseerd op ervaring, op beelden en verhalen. Wij gebruiken daarom verhalen om mensen te helpen zich bewuster te zijn van hun keuzes. Ze krijgen korte videofragmenten te zien waarin acteurs een bepaald aspect van het vrijwilligerswerk belichten, bijvoorbeeld overwegingen als ?je hoort iets voor de samenleving te doen? of ?je kunt er iets van leren?. Als mensen zo?n verhaaltje horen, weten ze vaak direct of ze het ermee eens zijn of niet. Het roept een gevoelsmatige reactie op en geeft daarmee informatie over onbewuste voorkeuren. Hierdoor worden mensen zich bewust van wat ze kennelijk meer of minder belangrijk vinden in vrijwilligerswerk en zijn ze beter in staat om eigen keuzes te maken.4

De overheid moet het initiatiefnemers makkelijker maken
Nu kun je proberen om het gedrag van de olifant te sturen, maar je kunt ook ingrijpen in het keuzelandschap. Een voor de hand liggende manier is om ervoor te zorgen dat het gewenste pad ? eigen initiatief ? goed begaanbaar is. In de praktijk blijkt dat burgers vaak nog de nodige bureaucratische hobbels moeten nemen om hun initiatief gerealiseerd te krijgen. Deze burgers zijn dus uit zichzelf al het goede pad ingeslagen, zijn zelfredzaam, maar moeten wel over een forse dosis wilskracht beschikken om niet halverwege af te haken vanwege belemmerende regelgeving en voorschriften. De overheid moet het kortom initiatiefnemers makkelijker maken om hun idee?n ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Zelfredzaamheid leidt tot minder autonomie bij de kwetsbaren
Een andere manier waarop je het landschap zo kunt veranderen dat het tot meer zelfredzaamheid leidt, is door nieuwe paden te cre?ren. Als gevolg van de bezuinigingen wordt er bijvoorbeeld een moreel app?l gedaan op burgers om meer hulp aan elkaar te verlenen. En dat is natuurlijk een mooi principe, maar uiteindelijk komt het erop neer dat juist de kwetsbare mensen, bijvoorbeeld ouderen, meer hulp uit hun sociale omgeving moeten gaan ontvangen. Deze mensen krijgen dus niet m??r autonomie maar juist minder en bovendien tast je de wederkerigheid in de relaties aan. Dit pad is dus voor veel mensen helemaal niet zo aantrekkelijk.

In Haarlem heeft men daarom een nieuw pad aangelegd. Daar hebben ze een omgeving gecre?erd ? genaamd BUUV, van buurvrouw ? waarin burgers hulp kunnen vragen en aanbieden.5?Iemand kan bijvoorbeeld via de site hulp vragen bij het onderhouden van z?n tuin of hij of zij kan aanbieden om op donderdag op kinderen te passen. BUUV stimuleert burgers dus om elkaar in het dagelijks leven vaker te helpen, en het doorbreekt de sociale normen die in traditionele netwerken als familie of wijk een rol spelen. Deelnemen is een eigen vrije keuze waardoor de drempel lager is om hulp te vragen en aan te bieden.

Deze voorbeelden laten zien dat effectieve interventies tot meer zelfredzaam gedrag leiden. Daartoe is echter wel inzicht nodig in menselijk (beslis)gedrag. Alleen als we snappen welke mechanismen aan gedrag ten grondslag liggen, zijn we in staat om aan de juiste knoppen te draaien, en kunnen we ervoor zorgen dat er geen mensen uit de boot gaan vallen en de participatiestaat ook echt voor iedereen toegankelijk is.

Jos? Kerstholt?is als bijzonder hoogleraar?Psychologische besliskunde?met bijzondere aandacht voor zelfredzaamheid?verbonden aan het onderzoeksinstituut?IGS, van de Universiteit Twente (faculteit GW, vakgroep?PCRV). De leerstoel is mogelijk gemaakt door?TNO.?Haar onderzoek richt zich op zelfredzaamheid in het fysieke veiligheidsdomein (risicoperceptie, voorbereidingsgedrag en burgerhulp) en in het sociale veiligheidsdomein (actief burgerschap, vrijwilligers).

Noten:

  1. NIET IEDEREEN IS TOE AAN DE ?PARTICIPATIESAMENLEVING??? Handreiking voor een gesegmenteerde doe-democratie-strategie.
  2. Kahneman, D. (2011).?Thinking fast en slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.
  3. Haidt, J. (2012).?The righteous mind: Why good people are divided by politics and religion. London: Allen Lane.
  4. Kerstholt JH, Zwaard F. van der, Bart, H. & Cremers, A. (2009).?Construction of health preferences: a comparison of direct value assessment and personal narratives. Medical Decision Making, 29, 513-520.
  5. Buuv.nu

Bronnen: UTwente, Sociale Vraagstukken, TNO

De oratie van Jos? Kerstholt:

Lees ook de scriptie die Simone Uiterwijk schreef voor het IFV:

Knockout game: mythe of niet?

Knockout King: Kids call it a game. Academics call it a bogus trend. Cops call it murder.

In november 2013 werd?Kroegeigenaar Jasper Bax uit het niets door twee jongens keihard in zijn gezicht geslagen.?Volgens woordvoerder Rob van der Veen van de Amsterdamse politie was dit geen voorval van het knock-out spel. Ook de slechtziende Edammer Charles Steijger denkt dat zijn belager hem voor het hoofd sloeg met een voorwerp. “In dit geval klinkt het ook niet heel aannemelijk dat het om dit spel gaat, want daarbij gaat het om slaan met blote vuisten. We wachten tot deze meneer aangifte doet en dan onderzoeken we de zaak verder.” aldus van der Veen.?Steijger zegt nog behoorlijk ondersteboven te zijn van wat hem is overkomen, maar hij is niet bang geworden om er op uit te gaan. ,,Dit is zo bizar, dat overkomt me vast niet nog eens. De kans dat er een steen van een kerktoren op mijn hoofd valt, is volgens mij net zo groot. En wat moet ik anders? Binnen blijven? Dat lijkt me nog veel erger.”

De?”knock-out game”?is een trend geweest (en komt in diverse vormen af en toe terug) op social media en daarmee ook het nieuws. Als men aanvallen op filmpjes of in social media berichtgeving waarneemt waarin een of meerdere jongeren proberen om een nietsvermoedende voorbijganger een klap te geven of zelfs?knock-out te slaan wordt het fenomeen telkens weer opnieuw geanalyseerd.?Het slachtoffer krijgt vaak uit onverwachte hoek een?sucker punch?(klap zonder waarschuwing) en blijft verbijsterd achter terwijl de?dader en hun medeplichtigen de tijd van hun leven hebben en er vaak ook een filmpje van maken. Andere hashtags die gebruikt worden zijn #KnockOutKing #HitterQuitter #Bomb en soms heeft men het over polar-bearing als het om een blank slachtoffer gaat. Er zijn zeer?ernstige verwondingen en zelfs doden toegeschreven aan dit knock-out spel.?Men vermoed wel dat er meer speelt zoals “hate crime“?waarbij racisme, antisemitisme of homohaat meespeelt. Sommige politici zijn op zoek naar nieuwe wetgeving maar sindsdien is er online en bij traditionele?media veel twijfel ontstaan bij de framing van dit fenomeen. Het zou zelfs een mythe?zijn. Het wordt uitgespeeld door de politiek, omdat liberale analisten beweren dat hun conservatieve tegenhangers de trend valselijk als echt bestempelen om racisme aan te kaarten, terwijl de?conservatieve analisten beweren dat de liberale media het niet benoemen en daarmee geen aandacht willen geven.

Het fenomeen lijkt op happy slapping van een aantal jaar terug dat startte in de UK waarin een slachoffer een tik in het gezicht kreeg. Omdat ook die rage uit de hand liep met een dodelijke gepensioneerd slachtoffer en zelfs zaken van aanranding koos men er in Frankrijk voor stevige maatregelen te nemen met oa. nieuwe wetgeving die het illegaal maakte om geweldsuitingen te filmen en online te plaatsen. Maar ook in Frankrijk en andere landen zijn er gevallen bekend die op dit fenomeen lijken.?De eerste hulp zegt wel vaker bewusteloze jongeren binnen te krijgen die met de dood spelen. Zo was er een morbide ‘wurgspel’?Jeu du foulard, waarmee jongeren zich in een trance brachten. In Frankrijk maakte het spel de voorbije jaren al meer dan tweehonderd slachtoffers en het dook onder andere ook op in?Vlaanderen. Hoogst waarschijnlijk heeft dat wurgspel de dood veroorzaakt van de 15-jarige Nicolas uit de Zuid-Franse kustplaats Nice?.

Een paar voorbeelden

Een student van Endicott College werd?gearresteerd na een reeks van willekeurige knockout-achtige aanvallen. Hij gaf drie mensen een suckerpunch?terwijl hij ze niet kende en ze?allemaal binnen een uur van elkaar plaatsvonden.?Twee van de slachtoffers hebben naar verluidt ernstige verwondingen. Een daarvan, een eerstejaars honkbalspeler, werd in het ziekenhuis met een gebroken kaak opgenomen en moest geopereerd worden en kreeg een titanium plaat in zijn kaak. Het?tweede slachtoffer werd geopereerd aan een gebroken oogkas.?Twee andere studenten liepen samen met Destefano tijdens de aanvallen.

Op bovenstaande video zijn de beelden te zien van zaterdag 15 februari 2014 waarop een bewakingscamera van een meubelzaak?in Mass Ave, Cambridge,?een man vastlegt die een suckerpunch kreeg terwijl hij de winkel verliet met een ander.?”[De aanval] voldoet zeker niet aan het profiel,” geeft plaatsvervangend politiechef Steven DeMarco van de Cambridge politie?aan.?”Een knockout game [aanval] wordt meestal op video opgenomen en op Youtube gezet,” DeMarco toegelicht.

Een ander voorbeeld van een aanslag op een muzikant:

Over het feit dat er zoiets is als de “knock-out game” bestaat weinig discussie. Het is een fenomeen dat eigenlijk al tientallen jaren oud is. Maar er is weinig bewijs over de huidige trend. Ook is onbekend of het waar is dat het vooral blanke of joodse zijn die het slachtoffer zouden zijn en wat daarbij de omstandigheden en motieven waren. Op 24 november 2013 werd een oudere Afro-Amerikaanse man aangevallen en het ziekenhuis ingeslagen, waarbij bleek dat de dader meerdere video’s?op zijn telefoon had van aanslagen op anderen en ook bewijs dat men media aandacht zocht.?CNN claimt dat het een trend is die zich snel verspreid en steeds populairder wordt. Het lastige is ook dat veel video’s op YouTube fake zijn. De knock-out aanvallen worden hierin gespeeld.

De overheid probeert met wetgeving en zwaarder optreden maatregelen te nemen, maar ook buurten ondernemen actie. In Brooklyn waar eind 203 veel joden slachtoffer werden namen veel vertegenwoodigers zoals raadsleden en rabbijnen het voortouw om hier aandacht voor te vragen. Ook vanuit de afro-amerikaanse communities werd actie ondernomen door als gemeenschap extra surveillances te doen. Ze proberen de rust te herstellen en spreken elkaar aan op normen en waarden met boodschappen als “er zijn alleen maar verliezers in dit spel”. ?Zelfs ex-bokser Mike Tyson mengde zich erin en ondersteunde de “No to K.O.” campagne.

Onderzoeken als door John Tucker met de veelzeggende titel “Knockout King: Kids call it a game. Academics call it a bogus trend. Cops call it murder”?laten zien dat er te weinig over bekend is. De politie ziet het fenomeen als iets lokaals en onderzoekers geloven er niet in. Veel autoriteiten mijden in hun communicatie ook het woord ” spel” omdat het wat hen betreft een zeer serieuze zaak is en ze dit absoluut niet met een spel willen associ?ren. De media aan de andere kant blaast het enorm op. Chris Haye van de NBC noemde het zelfs de “Over-Covered Story Of The Year”.

Dit fenomeen en het ware verhaal is nog niet afgelopen. De waarheid zal door de politie samen met onderzoekers wellicht naar boven komen, en in de tussentijd wordt er door de media, politiek en maatschappij vanalles bijgehaald in de discussie.

Bronnen:?Mashable, Slate,?Wikipedia Knockout game, AT5,?Noordhollands Dagblad (13 feb 2014),?WNL-programma?Vandaag de Dag, NJ?video