Tagarchief: burgeropsporing

Erik Akerboom: ‘De opsporing moet mee’

De politie staat niet boven de wet. Maar met goede wetgeving kan zij een vuist maken bij moderne problemen. ?We moeten z?lf kunnen optreden, anders zijn straks de Googles en de Apples de politie van de toekomst.? Interview met politiebaas Erik Akerboom.

?De politie is een incidenten-organisatie: wij krijgen 1,5 miljoen spoedoproepen per jaar. Dan is het in mijn vak de kunst om niet alleen daardoor geleefd te worden, maar om ook een paar echt belangrijke lijnen vast te houden. Geweld. Discriminatie. Integriteit en de menselijke maat van de organisatie.?

Tegelijkertijd zie je?bij het OM de indringende wens om de rechtsstatelijkheid te vergroten en de rechtswaarborgen in de samenleving te garanderen. Die twee ? actie en rechtstatelijkheid ? wringen wel eens met elkaar. Want je gaat dan nog in het begin van het strafvorderlijke proces al interveni?ren. Daar zie ik bij het OM een worsteling.

Over burgeropsporing zegt hij:?

Ik zie een gezamenlijke worsteling om effectief om te gaan met die initiatieven van de burger. Je zag het bij de Hoornse zedenzaak. Burgers tikken in: ?Find my iPhone?, weten daarmee de verdachte van een aanranding of verkrachting te traceren, en stappen naar politie en OM: ?Ik h?b hem, gaat u daar even naar toe?? Op dat indringende samenspel zijn wij nog niet goed toegerust. Het vraagt om openheid van beide organisaties om snel te communiceren: bij een indringend delict soms elke twee uur. Klassiek wacht het OM daar liever mee, om niet de vervolging van zo?n zaak te schaden. Maar ik denk dat dat moet worden heroverwogen. De samenleving eist van ons dat we laten zien wat we doen en of we al nieuws hebben. Burgers zitten met de sociale media boven op het onderzoek,? analyseren zelf eigen zaken, gaan desnoods zelf zoeken. Dus, wil je het beste uit die samenwerking met burgers en bedrijven halen? Stap dan als politie en OM naar voren. Daarvan bestaan al succesverhalen. Zo verliep de zoektocht naar Anne Faber heel goed. De politie kon aanwijzen: kunt u ons helpen d??r te zoeken? Vervolgens gingen militairen, familie, vrijwilligers zoeken, en zij vonden uiteindelijk sporen van de kleding.

Is de rechtsstatelijkheid in goede handen bij de speurende burger?

Niet altijd, maar hij is wel hard nodig. Het is zeker wat eng om opsporen wat uit handen te geven. Daarom snap ik die herori?ntatie van het OM op die rechtsstatelijkheid zo goed. Want ik zei al: straks bepalen de Googles en de Apples en de providers nog wie wel en niet mag communiceren, wie wel en niet wordt afgesloten van het internet. Wie wel en niet ?verdachte? is wordt bepaald door individuen die iemand op social media zetten. Sommige individuen hebben daarbij een bepaald belang. Anderen zijn idioten die denken dat ze Sherlock Holmes zijn ? daarmee zijn al grote vergissingen begaan. Weer anderen, dat is de grootste groep, zijn bezorgde burgers die gewoon willen helpen. Al gaat het met horten en stoten: er is geen andere weg. Dan is het zaak dat politie en OM in hoog tempo feiten en informatie kunnen duiden, en daar sterker in worden. Daarmee behouden we het vertrouwen van burgers in ons objectieve onderzoek. Die duiding past bij onze rol in de rechtstaat: de zwakkere beschermen, en soms ook de verdachte.

Lees het hele artikel:

Bron: Opportuun

Gemiddelde Nederlander kan prima zelf gestolen fiets rechercheren

De wereld en onze samenleving veranderen snel en drastisch. Ingrijpende veranderingen hebben grote impact en roepen ingewikkelde vragen op. Binnen ?n buiten de politie. Is de politie hierop toegerust? Wat zijn de gevolgen voor de rol van de politie? En wat betekent dit voor jou persoonlijk? Hoe word je de politie van overmorgen?

In gesprekken over de toekomst van de politie, steekt een aantal thema?s telkens de kop op. Als representanten van politienetwerken Blue M en Next Generation, lichten Jordie van den Heuvel en Amanda Visch een tipje van de sluier op over hun visie op de politie van vandaag en overmorgen.

Om te blijven bestaan zullen we een deel van onze taken echt over moeten laten aan anderen

Amanda: ?Eens. De gemiddelde Nederlander kan prima zelf zijn gestolen fiets terug rechercheren. En er zijn zoveel bedrijven die diepere kennis hebben van cybercriminaliteit. De politie moet zich bij haar kerntaken houden: opsporing en handhaving van de openbare orde.?

Jordie: ?Neem zo?n gestolen fiets. Ik kan me goed voorstellen dat Marktplaats zegt: wij willen geen gestolen goederen op onze site. En als je als burger je fiets daar terugvindt, dat de beveiligingsafdeling van Marktplaats je helpt om ?m terug te krijgen. We kunnen alleen niet van de ene op de andere dag zeggen: ?Met gestolen fietsen doen wij niets meer. Succes ermee.? We zullen partijen een periode moeten helpen om de nieuwe oplossingen op te tuigen of de hulp ergens anders te vinden.?

Amanda: ?Precies. We worden dan meer regisseur. Dat is een rol die je leert bij de politiekundige opleiding, daar kunnen we meer gebruik van maken.?

Hebben je naast webcare nog meer wapenfeiten op je naam staan?

We hebben drie brainstormsessies georganiseerd met collega?s en mensen van buiten. Die laatste werven we via LinkedIn. Als je als oproep plaatst ?Vind je iets van de politie en wil je meedenken??, is er altijd animo. Uit die brainstorms zijn 86 idee?n gekomen. Met drie zijn we aan de slag. Het gaat allereerst om de introductie van agile en scrum werkwijzen bij de Districtsrecherche in Twente en bij de wijkrecherche in Hengelo, daarnaast om experimenten met burgeropsporing en ten slotte om het gebruik van burgerpanels om bij kleinere delicten scenario?s voor ons uit te denken. Eigenlijk gebruiken we zo het capaciteitstekort om tot andere oplossingen te komen. Die hebben een dubbel effect: de samenwerkingen helpen ons bij het verzamelen van bewijsmateriaal, en zorgen tegelijkertijd voor meer openheid en onderling contact.

Leveren die experimenten met inzet van burgers concreet iets op?

Wat je zegt, het zijn experimenten. Dus de uitkomst is onzeker. Neem burgeropsporing. We willen handvatten geven om bijvoorbeeld zelf je gestolen fiets te rechercheren. Onder andere met een handleiding hoe je een getuigenverklaring afneemt. Maar dit is ingewikkeld. Want hoeveel waarde hecht de rechter aan de handtekening van een burger onder zo?n verklaring? Geen idee. Komende tijd willen we vijf van dit soort zaken aan de rechter voorleggen om dit te toetsen.

Wanneer is jouw missie geslaagd?

Veel van wat we doen, is meer middel dan doel. De weg die we met elkaar afleggen, is belangrijker dan de uitkomst. Het verkleint de afstand met de burger en kweekt begrip. Bij burgeropsporing leggen we uit dat we geen capaciteit hebben om een gestolen fiets op te sporen. Omdat er meer criminaliteit is dan politie. Dat begrijpt iedereen. Maar onze experimenten be?nvloeden ook onze eigen mindset en die van collega?s. Hopelijk zorgt het ervoor dat we als politie kritischer naar ons eigen werk durven kijken. Dat we minder de vinger wijzen naar de buitenwereld. Dat we ons kwetsbaar op durven te stellen en daardoor meer kansen gaan zien. Zo?n verandering gaat langzaam. Maar zeker.

 

Bronnen: Politie van Overmorgen

Burgeropsporing: Trends in Veiligheid 2018

17 miljoen agenten
In Haarlem werden twee meisjes mishandeld door een aantal jongens, maar ze wisten de daders binnen een paar uur via Facebook te vinden. Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. De advocaat van de jongens vond het belachelijk en zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. De rechter sprak dat tegen en zei: ?Welkom in de 21ste eeuw.?

Highlights

  • De politieorganisatie stuurt door middel van apps en websites actief aan op burgerparticipatie.
  • Burgers worden door technologische ontwikkelingen uitgenodigd om deel te nemen aan preventie en opsporing.
  • Er kleven aanzienlijke risico?s aan het uitvoeren van politiewerk door burgers.
  • Een regiefunctie van de politie is cruciaal.

Burgerparticipatie loont. Van alle aangehouden verdachten wordt 85% op heterdaad betrapt en gearresteerd. Daarvan is een percentage van 60% te danken aan de alertheid en meldingsbereidheid van de burger. Dit komt neer op 51% van het totaal aantal aangehouden verdachten. De samenwerking tussen politie en burgers is wat dit betreft zeker aanwezig. De politie is blij met de oplettende burger, en de burger ondersteunt de politie graag in haar opsporingstaken. Door hun deelname aan het opsporingsproces krijgen burgers bovendien het gevoel dat ze meer grip krijgen op de veiligheidssituatie in hun straat, wijk, stad of land.

Vormen van burgerparticipatie

Buurtpreventieprojecten, al dan niet in combinatie met WhatsApp, zijn misschien wel de meest bekende vorm van burgerparticipatie in het veiligheidsdomein. In dit artikel richten wij ons naast preventieve burgerparticipatie op burgerparticipatie in de opsporing. In bovenstaande tabel worden beide vormen kort uitgelegd4. De burger wordt meer en meer betrokken bij opsporingstaken. Op verschillende terreinen zien we dat de politieorganisatie steeds vaker de burger om hulp vraagt. Experimenten om de burger te betrekken bij de opsporing schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. Voornamelijk social media en mobiele applicaties zijn belangrijke opkomende middelen in het betrekken van de burger bij de opsporing. Hoewel een enkele burger de toenemende burgerparticipatie als een inbreuk op zijn privacy ziet, is het grootste deel van de maatschappij vooral positief over het feit dat de politie steeds vaker de burger inzet, voornamelijk in het terugdringen van criminele activiteiten die ons veiligheidsgevoel aantasten. Dit bleek onder ander uit het Trends in Veiligheid onderzoek dat is uitgevoerd voorafgaand aan de publicatie van dit artikel. De methoden om de burger aan te spreken hebben een flinke groei doorgemaakt. Waar de politie vroeger de burger nog benaderde met posters en televisie-uitzendingen, groeide dit al snel door naar sms, WhatsApp, websites zoals opsporingsonderzoeken.nl, social media zoals Facebook en Twitter, en zelfs mobiele applicaties waarmee de burger op speelse wijze de politie kan ondersteunen.

Q-teams van de politie

Dergelijke applicaties en websites worden door de politie zelf ontwikkeld. Er zijn speciale Q-teams opgericht om hier vorm aan te geven. ?Q is een beweging die werkt aan een toekomstbestendige opsporing door te verbinden, innoveren en experimenteren. Q pakt idee?n op, maakt ze concreet en cre?ert ruimte voor samenwerking5.? De Q-teams zijn ??n van de initiatieven naar aanleiding van de opdracht die de toenmalig minister van Veiligheid en Justitie in de zomer van 2015 aan de politietop gaf. Er werd vastgesteld dat de opsporing, als integraal onderdeel in de aanpak van criminaliteit, tekortschoot en achterbleef op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Binnen de politieorganisatie is het besef doorgedrongen dat burgerparticipatie zo effici?nt en effectief mogelijk moet worden ingezet en dat technologische mogelijkheden hier een belangrijke rol in kunnen spelen6. We zetten een aantal grote innovaties op een rij.

1. Gamification in de opsporing
Momenteel zien we vormen van gamification in de opsporingstechnieken. Door Pok?mon Go-achtige applicaties te ontwikkelen, wil de politie het voor de burger aantrekkelijk maken om deel te nemen aan de opsporing. Een goed voorbeeld is de app ?Automon?, waarmee burgers op zoek kunnen gaan naar auto?s die als vermist of gestolen geregistreerd staan. Automon maakt gebruik van augmented reality, waarmee de echte wereld met de digitale wereld wordt gecombineerd. De speler kan kentekens fotograferen en ziet gelijk of het voertuig als gestolen geregistreerd staat. Daarnaast kunnen spelers opgeroepen worden om in hun omgeving uit te kijken naar een specifiek kenteken. Spelers verdienen punten wanneer ze een ?hit? hebben. Een andere mobiele applicatie, die momenteel nog doorontwikkeld wordt, is ?Samen Zoeken?. Met deze app kan de burger de politie helpen in haar zoektocht naar vermiste personen. In de app kunnen burger en politie van elkaar zien op welke plaatsen al gezocht is, zodat er geen dubbel zoekwerk verricht wordt. Het belang van dit soort apps is in verschillende zoektochten naar vermiste personen duidelijk geworden, want vaak kreeg de politie hierbij veel ondersteuning van burgers.

2. Wearables en dashcams
De ontwikkelingen in sensor- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat deze technologie ieder jaar goedkoper, krachtiger, kleiner en zuiniger wordt. Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie mobiele apparaten die op het lichaam worden gedragen: de zogeheten wearables, zoals smartwatches, fitbands en slimme brillen. Wearables kunnen onder andere de zelfredzaamheid van burgers vergroten. Een voorbeeld is Nimb, een ring die uitgerust is met een waarschuwingsknop. Wanneer de gebruiker op de knop drukt, wordt een waarschuwingsbericht (inclusief gpslocatie) gestuurd naar een vooraf ingesteld contactpersoon of naar de hulpdiensten. Oftewel een panic button die je altijd bij je hebt. Wanneer op deze manier de drempel verlaagd wordt om verdachte of strafbare feiten te melden, zal de burger naar verwachting ook meer participeren in de opsporing. Een ander voorbeeld zijn de dashcams, waarmee burgers gevaarlijk of strafbaar gedrag op de weg kunnen vastleggen. Het Verbond van Verzekeraars stelde onlangs dat inmiddels ongeveer 250.000 Nederlanders een dashcam bezitten.

3. In en rondom huis
Het gebruik van beveiligingscamera?s om inbrekers af te schrikken en strafbaar gedrag mee vast te leggen, is een bekend fenomeen. Naast camera?s zijn slimme speakers in opkomst in veel (vooral nog Amerikaanse) huishoudens. De Amazon Echo kan antwoord geven wanneer de gebruiker bijvoorbeeld vraagt of er files staan. Maar hoewel dit apparaat vooral gebruikt wordt voor het afspelen van muziek en voor simpele zoekopdrachten, wordt in de VS een moordzaak in de staat Arkansas mogelijk opgelost dankzij deze slimme speaker. De politie ontdekte dat het apparaatje per abuis heeft opgenomen hoe zijn eigenaar is vermoord. Naast slimme speakers bevat ook ?slim speelgoed? vaak microfoons en gps-chips. De ontwikkeling zit hem niet alleen in de opnamefunctie van apparaten, maar ook in het feit dat opgenomen data in toenemende mate naar de Cloud geschreven wordt. In theorie wordt deze data dus toegankelijk voor de hele wereld.

Een andere ontwikkeling is het uitrusten van consumentenproducten met chips die het voor de burger mogelijk maken om het product met behulp van een smartphone op te sporen wanneer deze vermist of gestolen is. De telefoon geeft bijvoorbeeld automatisch een melding wanneer een fiets onbedoeld verplaatst wordt. Het is vervolgens aan de burger om de keuze te maken om er zelf achteraan te gaan of de politie in te schakelen.

De digitale schandpaal en de rol van de politie

Zeventien miljoen paar ogen op straat. Het klinkt mooi, en naar de mogelijkheden moet zeker goed gekeken worden. Maar er schuilen ook grote risico?s in deze nieuwe denkwijze. Want burgers zijn niet getraind om politiewerk te doen en kunnen hierdoor in gevaarlijke situaties terechtkomen of trauma?s oplopen, bijvoorbeeld bij het vinden van een lichaam in een zoektocht naar een vermist persoon. Daarnaast bestaat er het risico dat burgers uit vergelding opsporingswerk gaan verrichten, en dus voor eigen rechter gaan spelen. Een ander struikelblok is dat participerende burgers mogelijk belangrijke sporen wissen, waardoor een eventuele veroordeling in het geding komt. Wanneer burgers zelfgemaakte foto?s of video?s als bewijsmateriaal aanleveren, zijn deze vaak van slechte kwaliteit. Burgers zetten de beelden soms ook op social media, waardoor al meerdere malen mensen onterecht als dader zijn aangemerkt en aan de digitale schandpaal zijn genageld. Kortom: het is belangrijk dat de politie de regie pakt daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders van de straat te halen en te houden. Naast het vormgeven en handhaven van de grenzen van burgerparticipatie loopt de politieorganisatie nog tegen een andere uitdaging aan. Want sinds de opkomst van de smartphone en social media wordt er een gigantische hoeveelheid aan foto- en filmmateriaal door burgers vervaardigd. In theorie biedt dit natuurlijk enorm veel mogelijkheden voor opsporingsinstanties. Maar in de praktijk zorgt het vaak voor verwarring, chaos en privacyvraagstukken. Daarnaast vergt het enorm veel politieinzet om alle foto?s en filmpjes daadwerkelijk te analyseren.

Conclusie

De nieuwe vormen van burgerparticipatie kunnen een aanzienlijke verandering in de openbare veiligheid teweegbrengen en kunnen ons huidige begrip van politiewerk aanzienlijk herdefini?ren. Burgerparticipatie bij opsporing is niet te stoppen. Hoewel we ons terdege bewust zijn van de bedreigingen en obstakels die dit nieuwe type van politiewerk in de weg staan, moedigen we beleidsmakers sterk aan om de mogelijkheden en prachtige kansen die de nieuwe vormen van burgerparticipatie bieden niet uit het oog te verliezen. Essentieel is wel dat de politie haar regierol blijft houden en vanuit deze rol de burgerparticipatie in goede banen leidt, zodat burgers niet voor eigen rechter gaan spelen en het vertrouwen van burgers niet geschaad wordt. Maar zoals beschreven gaan de ontwikkelingen enorm snel, en hier moet op geacteerd worden. Als de politie niet snel en adequaat inspeelt op de ontwikkeling van burgerparticipatie, wordt de openbare orde en veiligheid in gevaar gebracht.

[slideshare id=104362228&doc=17-miljoen-agenten-180705123748&type=d]

Bron: Trends In Veiligheid

Filmende tienermeiden jagen op zakkenrollers

Tienermeiden Sara en Iris uit Rotterdam hebben een bijzondere hobby. In plaats van de gebruikelijke selfies, leggen ze met hun mobiele telefoon zakkenrollers vast. Dankzij hun inspanning heeft de politie Rotterdam in een jaar tijd zeventig zakkenrollers opgepakt.

Ze willen niet met achternaam of leeftijd genoemd worden. ,,Het liefst blijven ze zo anoniem mogelijk”, legt politiewoordvoerder Willemieke de Vos uit.

Het tweetal begon tussen het winkelend publiek op Zuidplein. Inmiddels lopen ze twee dagen in de week rond in het centrum van Rotterdam en hebben ze contact met wijkagent Henri Appeldoorn. Die geeft hen tips. Onveilig is het nooit, stelt de politie. ,,Ze blijven altijd op gepaste afstand, houden met elkaar contact via de telefoon, en wanneer ze een dief in het vizier hebben stappen ze op beveiliging af of bellen ze ons.”

Het tweetal werd niet direct serieus genomen door beveiligers. ,,Inmiddels kennen ze ons bijna allemaal.?

Niet moeilijk

De politie van Rotterdam liet de meisjes ? geanonimiseerd ? aan het woord. Volgens de twee is het niet moeilijk een zakkenroller te ontdekken tussen het winkelend publiek. Hun signalement? De gauwdieven lopen qua mode drie jaar achter, dievegges lopen vaak op ?afgetrapte ballerina?s?, dieven op afgetrapte sportschoenen. En niet onbelangrijk: de straatstropers gedragen zich vreemd. Zo steken ze ?een winkelstraat vaak meerdere keren over en kijken ze vaak achterom?.

De politie van Rotterdam is dolblij met alle hulp. ?Samenwerking met burgers is essentieel?, zegt Willemieke de Vos van de Rotterdamse politie. ?Maar deze meiden hebben zich in korte tijd ontwikkeld tot een zeer gewiekst koppel. Of ze gevaar lopen? Wij denken van niet. Ze zijn tot nu toe nog nooit herkend en als ze het gevaarlijk vinden worden, dan stoppen ze ermee.?

De twee werken inmiddels samen met beveiligers in het centrum van Rotterdam en dragen zo de zakkenrollers aan de politie over. ?Ze leveren dus ?cht een bijdrage aan de veiligheid van de stad?, aldus De Vos.

Bronnen: AD, Trouw, Hart van Nederland

 

Opsporen? Doe het zelf!

Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.

Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ?Dit fenomeen zal alleen maar toenemen?, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ?Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.?

?De vermissing van Anne Faber was een gamechanger?, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen ?TGO?. ?Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.?

7.000 Whatsappgroepen

?Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen?, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ?Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.?

‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’

Sherlock Holmes

Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ?Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier ? vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.?

Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ?Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.?

Smilda vult aan: ?Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.? Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ?Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.?

Omarmen

De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hi?rarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO?er zich. ?Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie ?gesloten? van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. ?Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen? hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.?

Good, bad en ugly

Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de ?good?, de ?bad? en de ?ugly?. ?Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op ?undercoverdate? ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.?

Eigenrichting

Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ?Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto?s plaatsen.?

Alarmbellen

?Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan?, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ?Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ?De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste?eeuw.?

De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ?Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie??

Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: ?Hoe ver mag je als burger gaan?? De Vries: ?Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.? Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ?alarmbellen gaan rinkelen? en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders?, zegt De Vries.

* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016

?Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico?s

?Kansen:

  • veiligheid verbeteren
  • digitaal kundige burgers
  • betrouwbare binding met burgers
  • vaardigheden van burgers
  • kennis van de massa

Risico?s:

  • gebrek aan juridische kennis
  • incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
  • informatie-overload
  • verminderde privacy
  • ?eigen rechter spelen? (burgers die het recht in eigen hand nemen)

Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.

Bron: Blauw

App: iWitnessed

Een samenwerking tussen Australische politie, advocaten en wetenschappers heeft dinsdag een nieuwe app gelanceerd die slachtoffers en getuigen kan helpen informatie over misdaden te registreren. De iWitnessed-app (Android, iPhone) gebaseerd op onderzoek in Australi? en Groot-Brittanni?,?ontworpen aan de Universiteit van Sydney, gaat in op het gegeven dat ons geheugen na een incident snel kan verslechteren. Volgens professor Nicholas Cowdery, QC van het Sydney Institute of Criminology, is het daarom noodzakelijk om details van een misdrijf zo snel mogelijk vast te leggen. “Tijdelijke notities, zelfs op de achterkant van een servetje, kunnen de betrouwbaarheid en de kracht van het bewijsmateriaal dat in gerechtelijke procedures wordt gegeven, versterken,” zei hij. Met behulp van het geleide vragensysteem van deze app kunnen gebruikers deze informatie opnemen in tekst, spraak en afbeeldingen, waarbij alle GPS- en locatiegegevens automatisch worden vastgelegd. Vervolgens converteert het de informatie naar een PDF, waar het eenvoudig naar de politie kan worden verzonden via een beveiligd e-mailadres.

Naast deze mogelijkheden biedt de app ook directe links naar dienstverleners zoals slachtofferhulp. “Dit project plaatst Australi? in de voorhoede van internationale initiatieven om het verzamelen van ooggetuigenverslagen te verbeteren en het zal helpen bij het onderzoeken en vervolgen van incidenten,” aldus hoofddocent Dr. Helen Paterson van de School of Psychology Said van de University of Sydney. De app is gratis beschikbaar gesteld in heel Australi?.

Bronnen: The Conversation, SBS News, iWitnessed

Burgers zetten steeds vaker de politiepet op

De rol van burgers in de opsporing van daders en in handhavingstaken groeit. Denk aan burgers die iemand staande houden of online sporen veiligstellen. Er zijn echter ook dilemma?s rondom de bevoegdheden van burgers die via het internet de politie helpen. Welke grenzen stel je daarbij? En wat doe je met het delen van opsporingsbeelden?

Kunnen politie en justitie aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij politiewerk? In menig beleidsstuk en ook vanuit de wetenschap wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. Er lijkt echter een verschuiving gaande van participerende burgers naar een participerende politie. Burgers gaan steeds meer zelf aan de slag en lossen veiligheidszaken op. Het geweldsmonopolie en vervolgingsmonopolie zijn evident en eenduidig in wetgeving vastgelegd, maar een monopolie op andere veiligheidstaken is er niet. Als het de politie lukt om?DIY-policing?(doe-het-zelf) in goede banen te leiden, kan dit gepaard gaan met grote maatschappelijke winsten:

  • toegenomen politiecapaciteit, zonder of met een minimaal financieel prijskaartje;
  • sterkere binding tussen politie en burgers, en tussen burgers onderling;
  • beter beeld van de werkelijke criminaliteit;
  • dalende criminaliteitscijfers door hogere pakkans en meer, met politie samenwerkende ogen op straat.

Informatiepositie van burgers

Door sociale media wordt de informatiepositie van burgers gedemocratiseerd en ook kennis en kunde zijn door het internet steeds meer openbaar. YouTube is een doe-het-zelf-academie. Instructievideo?s en allerlei tools worden door vrijwilligers gratis aangeboden als apps. De adoptie van sociale media is zo groot in Nederland dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Het?rapport?over de MH17 laat zien dat burgers niet schromen hun krachten te bundelen na een ramp. Ook in opsporing laten burgers van zich horen, getuige de?zaak?waarin een vrouw haar eigen aanrander opspoort en in de val lokt. En vanuit hun emoties startten burgers een massale klopjacht op de?‘kopschoppers‘.

Doe-het-zelf-politie

Deze doe-het-zelf-politie verandert het werk van de politie radicaal. Zaken die nu op de plank blijven liggen kunnen worden opgelost door burgers, of met hun hulp. Burgers en politie komen bovendien nader tot elkaar door nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Maar het kan ook helemaal misgaan. Als burgers het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Of als zij in gevaarlijke situaties belanden, omdat zij onrecht bestrijden.

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die de politie geniet

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die bijvoorbeeld de politie geniet. Nu ontbreekt het bij burgers meestal aan de kennis en middelen om rechtmatig bewijsmateriaal op te bouwen tegen een verdachte. Het zijn processen die in goede banen kunnen worden geleid, als de overheid een faciliterende rol inneemt. Tijdens de eerste internationale?workshop?Do It Yourself Policing in Berlijn zijn niet alleen de sterktes en zwaktes benoemd van burgers die veiligheidstaken op zich nemen, maar ook de kansen en bedreigingen werden ge?nventariseerd. Hier hebben verschillende experts uit wetenschap, politie en bedrijfsleven uit verschillende Europese landen aan bijgedragen. Vanuit Nederland waren onder andere de politie, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Privacy Company en Universiteit Utrecht vertegenwoordigd.? In figuur 1 is deze SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) weergegeven.

Figuur 1>? SWOT-analyse van Do It Yourself Policing

Dilemma’s rondom Doe-het-zelf-politie

Uit bovenstaande analyse zijn verschillende praktische en oplosbare vraagstukken af te leiden, maar ook lastig te slechten dilemma?s. Een praktisch en oplosbaar vraagstuk is bijvoorbeeld het gebrek aan kennis over sociale media, of de wijze waarop politie en burger laagdrempelig en snel met elkaar kunnen samenwerken. In het Europese onderzoeksproject?INSPEC2T?wordt bijvoorbeeld een nieuwe community-policing oplossing ontwikkeld en in meerdere experimenten getest, zoals in?Buurtlab Groningen. Met een online-community-policing-platform kunnen burgers, gemeente en politie op moderne manieren met elkaar contact zoeken en samenwerken. In Den Haag loopt een onderzoek naar een publiek-privaat samenwerkingsconcept genaamd BART!: Burger Alert Real Time.

Project BART! in Den Haag
Lees ook:?Met BART! werken aan een veilige buurt

Lastigere dilemma?s komen om de hoek kijken als het gaat om de bevoegdheden van burgers die via internet van over de hele wereld kunnen meedoen. Welke grenzen stel je wanneer en voor wie? Nieuw beleid moet vastleggen wat burgers (niet) mogen en wat tot de taak van de politie en het OM behoort. Echter, het opstellen van regels en richtlijnen, maar ook het toetsen van praktijksituaties zal niet makkelijk zijn. De vraag is of van een burger, die ook nog persoonlijk betrokken is door een relatie met het slachtoffer, dezelfde zelfbeheersing kan worden verwacht als van een niet-betrokken politiebeambte. Denk aan het voorbeeld van de??wraakvader?, die de vermeende online belager van zijn dochter via Facebook opspoorde.

Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten

Een ander voorbeeld van een lastig dilemma is het delen van beelden. Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen. ?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee dat mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten, en: ?Het is niet strafbaar?. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. Toch ligt?naming & shaming?op de loer, een online fenomeen waar niemand momenteel vat op lijkt te hebben.

Groeiende rol van burgers

Niet gehinderd door de uitdagingen en (ethische) dilemma?s zetten burgers steeds vaker de ?Sherlock?-pet op bij opsporing of de politiepet bij handhavingstaken. Burgers wachten niet tot beleid of draaiboeken om met burgers samen te werken zijn uitgekristalliseerd. De duizenden WhatsApp-buurtgroepen in Nederland zijn een goed voorbeeld van Do It Yourself Policing. Buurtbewoners vormen samen met de wijkagent en soms ook gemeente een barri?re tegen criminelen. In het rapport?Worldwide Mapping of Best Practices and Lessons Learnt?zijn vele internationale voorbeelden van Do It Yourself Policing te vinden.

Burgeropsporing, burgerhandhaving, burgerhulpverlening, burgertoezicht ? ? Burgers die eerste hulp verlenen, iemand staande houden of eerste hulp bij opsporing leveren door alvast online sporen veilig te stellen. Het zijn voorbeelden van werkvoorbereiding door burgers die zeer waardevol kunnen zijn. Daarna nemen professionals de zaak over. Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten die door de politie nog onvoldoende worden benut.

In het in oktober 2017 gepresenteerde programma ter verbetering en vernieuwing van opsporing en vervolging, omarmt de politie deze toenemende rol van burgers (zie ook het rapport?Handelen naar Waarheid,?dat een belangrijke start betekende voor het Programma Herijking Opsporing). Onderzocht wordt hoe de nieuwe, gerechtvaardigde, verwachtingen van burgers waargemaakt kunnen worden. Samenwerking wordt gefaciliteerd door sociale media en webcare, maar ook met apps waarmee burgers zelf kunnen opsporen in geval van bijvoorbeeld een vermissing, autodiefstal of woninginbraak. <<

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het eerste van 6 artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp: ) Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende?artikel?in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Arnout de Vries en Carlijn Broekman zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?arnout.devries(at)tno.nl?en?carlijn.broekman(at)tno.nl.

Bron: Secondant.nl

Priv?detective Eliot Higgins van onderzoekscollectief Bellingcat

Sommige mensen delen vakantiekiekjes op Facebook. Anderen gebruiken sociale media om de verborgen agenda van het Russische ministerie van Defensie bloot te leggen. Eliot Higgins, oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat, achterhaalt hoe MH-17 werd neergeschoten. Onderstaand is een artikel van Paul Serail in Quest:

In de eerste dagen na 17 juli 2014 waren er al voorbijgangers die foto?s en video?s op sociale media zetten van een luchtafweersysteem dat vervoerd werd door Oekra?ne. Ze praatten er online over. Waar zijn die foto?s genomen en wanneer? Iedereen kan helpen om dat uit te zoeken. Het is een vrij eenvoudige taak. Er ontstond een groep mensen die naging wat er met vlucht MH-17 gebeurd was. Sommigen deden al langer dit soort werk, anderen niet. Een paar maanden nadat het vliegtuig was neergeschoten, nam het Joint Investigation Team contact op: de offici?le onderzoeksgroep die helder moet krijgen wat er gebeurd is, ondervroeg mij over onze technieken. Achteraf gezien heb ik ze een gratis training gegeven. Ze waren blij met wat we ontdekten, vertrokken en een paar maanden later presenteerden ze hun eigen onderzoek, gebaseerd op dit soort methoden.?

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in de waarheid. Ze willen verwarring zaaien?

De verhalen (1)

?Het Russische ministerie van Defensie gaf op 21 juli 2014 een persconferentie vol onzin. De Russen beweerden eigenlijk niets, ze verspreidden vooral informatie. Ze zeiden dat het toestel zijn koers drastisch gewijzigd had waarna het in de gevarenzone kwam. Ze lieten satellietbeelden zien van Oekra?ense Buk-raketsystemen. En een van de eerste claims was dat ze radarbeelden hadden van een Oekra?ens Su-25 grondaanvalsvliegtuig dat op drie tot vijf kilometer van MH-17 vloog. Ze zeiden niet dat het toestel MH-17 neerschoot, ze zeiden: ?Er was een Oekra?ens toestel in de buurt. Wat kan dat betekenen?? Vervolgens beantwoordden de Russische media en de online-gemeenschap die vraag. Zo ontstond een verhaallijn: een Oekra?ense straaljager heeft het vliegtuig neergeschoten. Het verhaal van Oekra?ne en het Westen is dat een Russische Buk-raket MH-17 neerschoot: twee sterke verhaallijnen die met elkaar botsen, dat maakt het werk nog interessanter. Informatie die vrij beschikbaar is op internet, wijst aan welk verhaal waarschijnlijk waar is.?

De foto?s (1)

?Het is een soort ?zoek-de-verschillen? voor volwassenen. De lanceerinstallatie staat op een vrachtwagen. En de eigenaar van de vrachtwagen zegt zelf dat geen van zijn trucks op dezelfde manier beschilderd zijn. We zien dus steeds dezelfde vrachtwagen. Gebaseerd op getuigen en op de tijden waarop de foto?s genomen zijn, is het onmogelijk dat er verschillende raketsystemen op die truck gestaan hebben. Het zou ook onzinnig zijn om er een af te laden en een andere op te laden. De markeringen en de beschadigingen op de lanceerinstallatie komen steeds overeen. De rubberen flappen die de rupsbanden afschermen, trekken krom op hun eigen specifieke manier. We zien elke keer dezelfde. De nummers staan steeds op exact dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype. Dat is niet voor de hand liggend. We hebben veel raket?systemen van Rusland en Oekra?ne vergeleken. Twee lanceerinstallaties met hetzelfde nummer op exact dezelfde plaats in dezelfde schrijfstijl, zou heel ongewoon zijn.?

Het team

?Begin gewoon. Kies een eenvoudig onderwerp en schrijf daarover een blog. Zo oefen je je schrijfvaardigheid en ga je door alle analyses. Je moet een reputatie opbouwen. Je kunt niet met een grote zaak beginnen en verwachten dat anderen het meteen oppikken. Maar als je een blog bijhoudt, krijgen anderen een idee van je werk. Mensen komen naar mij toe en laten zien wat ze gedaan hebben. Leveren ze goed werk af, dan werk ik graag met ze samen. Als je er lol in hebt, aarzel dan niet om er een hobby van te maken. Er zijn niet zo veel mensen die dit werk doen en er is zo veel informatie te vinden. Als je de eerste bent in een land of over een onderwerp, dan kun je zomaar de expert op dat gebied worden.?

De foto?s (2)

?Volgens het Russische ministerie van Defensie liet een foto van 14 juli 2014 zien dat er Buk-raketinstallaties stonden op een Oekra?ense legerbasis. Op een foto van 17 juli zijn ze verdwenen. De Russen vragen zich af wat er gebeurd kan zijn. Tijdens workshops over het gebruik van satellietbeelden gebruik ik dit voorbeeld. Ik heb Google gevraagd of ze satellietbeelden van rond 17 juli 2014 online konden zetten op Google Earth. Iedereen kan die beelden bekijken. Op de foto?s van de Russen is begroeiing te zien, terwijl die meestal weggehaald wordt in juli. Op de beelden van 17 juli van Google is die vegetatie inderdaad verdwenen. De Russische foto?s laten sporen in het gras zien. Die matchen met beelden van Google, maar dan wel van anderhalve maand voordat MH-17 werd neergeschoten. De foto?s van de Russen zijn gemaakt tussen de laatste dag van mei en midden juni. Dat was eenvoudig te bewijzen. We hebben dus een duidelijke aanwijzing dat iemand niet helemaal eerlijk is.?

?Een rechter overtuig je niet met een gammele complottheorie?

De verhalen (2)

?De Russen zeggen dat ze de radargegevens met daarop de Oekra?ense Su-25 zijn kwijtgeraakt na de persbijeenkomst van 21 juli 2014. Maar wat gebeurt een paar dagen voordat het Joint Investigation Team op 28 september 2016 een persconferentie geeft? De Russen vinden hun radarbeelden terug. Verrassing! Of een poging om de persbijeenkomst van het JIT te ondergraven? Volgens de teruggevonden radargegevens is MH-17 niet afgeweken van zijn koers. Dat is inderdaad nooit gebeurd, blijkt uit het onderzoek van het JIT. Daarover hebben de Russen dus gelogen. Er is ook geen vliegtuig te zien in de buurt van MH-17. Het verhaal is nu dat er niets te zien is op de beelden, ook geen Buk-raket. Dat zou bewijzen dat de raket niet is afgeschoten door de separatisten. Het zijn dezelfde mensen die op basis van dezelfde gegevens een heel ander verhaal vertellen. Ze liegen net zo makkelijk als dat ze ademhalen.?

De foto?s (3)

?De meest waardevolle berichten zijn geplaatst voordat het vliegtuig is neergeschoten. Niemand kon schrijven: dit is de raket waarmee MH-17 straks neergeschoten wordt. Want niemand wist dat het ging gebeuren. Op Google Streetview gaan we de locatie na. Aan schaduwen op de foto?s zien we wanneer ze genomen zijn. Zo konden we de route achterhalen die het raketsysteem afgelegd heeft en kregen we een tijdslijn van de gebeurtenissen. Een paar weken geleden plaatste het JIT een foto van de lanceerinstallatie die niet eerder onderzocht was. Ze vroegen het publiek na te gaan wat de locatie was. Ze dachten aan Makijivka, net buiten Donetsk. Uit onze tijdslijn weten we dat het raketsysteem rond die tijd in Donetsk geparkeerd was. De beelden die we hebben van Google Streetview komen overeen met wat we op de foto zien. Mensen gingen erheen. De rots die je ziet, de bast van de boom: het klopt precies.?

De vragen

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in het achterhalen van de waarheid. Ze proberen verwarring te zaaien. Dus stellen ze vragen in plaats van dat ze statements maken. Zolang mensen vragen blijven stellen, komen ze niet tot conclusies. Het is ook het motto van de Russische nieuwszender?Russia Today:?Question More. Het gaat om nog?meer vragen stellen en geen antwoorden vinden. Want als je antwoorden hebt, kun je ergens in geloven. Als je vragen blijft stellen, raak je in de war en geloof je niets.?

De foto?s (4)

?Veel Russen fotografeerden het konvooi met Buk-raketinstallaties toen het tussen 23 en 25 juni door Rusland reed. We volgden het spoor. De legereenheid komt uit Koersk. De nummerplaten op de voertuigen zijn van het Moskow Military District. Er is maar ??n brigade bij Koersk van het Moskow Military District met Bukraketsystemen en dat is de 53ste luchtafweerbrigade. Die eenheid heeft een eigen pagina op VKontakte, een soort Russische Facebook. Je kunt de profielen van alle militairen bekijken. Ze taggen elkaar, zetten opmerkingen bij foto?s. Ik spreek geen Russisch, maar dat hoeft ook niet. Met sleutelwoorden is een eerste schifting te maken. En het is vooral klikken op links. Zie ik mensen in uniform? Zie ik het bataljonnummer? Het is bizar om te zien hoeveel online te vinden is. Soldaten maken foto?s van de presentielijst van die dag. Dan weet je meteen wie er in hun eenheid zitten en wie die dag aan het werk is.?

De antwoorden (1)

?We konden vaststellen wie de raketsystemen naar de grens met Oekra?ne hebben gebracht. We achterhaalden wie de commandant was van de lanceerinstallaties in het konvooi. Een van de raketsystemen is dezelfde als de installatie die de grens over ging en MH-17 neerschoot. We hebben geen bewijs dat de militairen samen met hun lanceerinstallaties de grens overgestoken zijn. Maar die systemen zijn niet eenvoudig te bedienen. Er is een goed getrainde bemanning nodig. Ik kan onmogelijk geloven dat het bediend is door een paar Oekra?ense separatisten die nooit eerder een Buk-raketinstallatie hebben gezien. De waarschijnlijkheid is heel groot dat een Russische bemanning het raketsysteem bediend heeft.?

De verhalen (3)

?Er is een heel actieve groep mensen die eigen conclusies trekt. Ze vinden iemand met een nieuwe theorie, dat haalt?Russia Today?en zij nodigen een ?expert? uit om deze?wacky theory?te verkondigen. Twee weken later komt een andere ?deskundige? met de volgende versie van de gebeurtenissen. De beste manier om mensen in de war te brengen is informatie vrij laten komen die in tegenspraak is met eerdere informatie.

Dit soort mensen is continu op zoek naar alternatieve theorie?n over MH-17. Zodra ze iets vinden, overtuigen ze zichzelf ervan dat het waar is. En als bewezen wordt dat het niet zo is, vergeten ze het weer en stappen ze over op het volgende verhaal. Terwijl het na alle onderzoeken helder is wat er gebeurd is. MH-17 is neergeschoten met een Buk-raketinstallatie die van Rusland naar Oekra?ne is gebracht. Daarna is het raketsysteem teruggegaan. Naar mijn idee dachten de militairen dat ze een transportvliegtuig hadden neergehaald. Daarom klinken ze blij in de afgetapte telefoongesprekken. Als ze zich realiseren wat ze gedaan hebben, raken ze in paniek. Als ze er de volgende dag over praten, zijn ze ge?rriteerd.?

De antwoorden (2)

?Waarom de Russen niet ge?nteresseerd zijn in de waarheid? Ze hebben 298 mensen gedood, daarom. En dat gebeurde op een moment waarop de Russische overheid ontkende dat ze Russische militairen naar Oekra?ne stuurde. Een Russisch raketsysteem dat vanaf een veld dat in handen is van de separatisten een vliegtuig neerschiet, ondergraaft die bewering. En het maakt de Russen gevoelig voor juridische sancties.?

De verhalen (4)

?Iedereen mag zijn complottheorie aanhangen en denken dat hij slimmer is dan alle anderen, uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hij wordt grondig uitgezocht door serieuze mensen. Als iemand opduikt die beweert dat hij een straaljager zag op 17 juli, dan streept dat het andere bewijsmateriaal niet weg. Met een gammele complottheorie ga je de rechter niet overtuigen.

MH-17 werd trouwens neergeschoten drie dagen nadat we Bellingcat begonnen. Dat gegeven brengt ook allerlei complottheorie?n voort. Alsof ik op een of andere manier geweten zou hebben dat dat zou gaan gebeuren. Ik vind het heerlijk als ik op Twitter weer eens dat verwijt krijg.?

Wie is Eliot Higgins?

8 januari 1979:?Higgins wordt geboren in Shrewsbury in Engeland. Zijn achtergrond in twee woorden: jaren negentig. ?Ik keek het satirisch programma?TV Nation.?Ik?hield van comedians als Bill Hicks en ik luisterde Rage Against the Machine.?

1998:??Ik was een slechte student. Ik kon me niet motiveren.? Higgins doet ?media studies? aan het Southampton Institute of Higher Education. ?Als ik mijn studie afgemaakt had, was ik goed geweest in tapes aan elkaar plakken. Maar ik ben gestopt in mijn tweede jaar.?

2011:?Higgins werkt een rijtje administratieve banen af. Daarnaast volgt hij de Arabische Lente op het livelog van de krant?The Guardian.??Ik?kreeg naam omdat ik zo vaak commentaar toevoegde.?

19 oktober 2011:??Een dag voordat Kadhafigedood werd, werd mijn dochter geboren.? Higgins is zes maanden thuis om voor haar te zorgen. ?Ik had verder niks te doen.? Hij begint het Brown Moses-blog, waarin hij smartphonefoto?s en video?s uit Syri? analyseert.

2014:?Higgins richt Bellingcat op, waarin onderzoekers samenwerken en hun speurtechnieken toelichten.

2017:?na audioanalyse van een telefoongesprek wijst Bellingcat een Russische generaal aan als vermoedelijke leidinggevende van pro-Russische strijders in Oekra?ne in 2014.

Bronnen: Quest.nl

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

Kansen en risico’s van burgeropsporing

Burgers helpen graag bij het vinden van een vermiste. Apps maken dat makkelijker. Het risico is dat de burger voor rechercheur, Openbaar Ministerie en rechter speelt. Onderstaand artikel?in NRC van?Kasper van Laarhoven gaat in op de kansen en risico’s van burgeropsporing.

Stel, je dochtertje van vier verdwijnt. Wat doe je? De politie bellen en afwachten? Nee, zegt agent Ronnie Hessels, je gaat direct zelf zoeken. Met die gedachte ontwikkelde hij een app die burgers helpt samen effici?nt op zoek te gaan naar een vermiste.

Vrijdag kreeg Hessels voor deze app de Innovatieprijs 2018, een nieuwe prijs om creatieve idee?n binnen de politie te stimuleren.

Agent Hessels kwam op het idee voor de app doordat het meezoeken van familieleden, vrienden en bezorgde burgers bij vermissingszaken de politie vaak voor problemen plaatst. ?Altijd rijzen dezelfde vragen: hoe kun je de vrijwilligers co?rdineren? Hoe groot is het gebied dat je moet doorzoeken? En waar heeft men al gezocht?? Aan de ene kant is de politie blij dat mensen willen helpen, en dat levert soms ook echt wat op. Zo waren het vrienden van Anne Faber die in oktober haar jas vonden met daarop het DNA-spoor dat uiteindelijk tot de vondst van haar lichaam leidde.

Maar zonder co?rdinatie kan een zoektocht ook leiden tot chaos, dubbel werk, en het voor de voeten lopen van de politie. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2013, toen burgers massaal uitrukten om de vermiste broers Ruben (9) en Julian (7) op te sporen. Zonder overleg met de autoriteiten struinden honderden mensen door de bossen rondom Doorn, Leersum en Rhenen. Gebieden werden niet, onzorgvuldig of juist dubbel doorzocht; bewijsmateriaal werd mogelijk gemist, aangetast of meegenomen.

Zoekgebied op telefoon

De app van agent Hessels, die?Samen Zoeken?heet, kan dit soort problemen voorkomen. Wie meezoekt, krijgt op zijn telefoonscherm een kaartje te zien van het gebied waarin de vermiste zich waarschijnlijk bevindt. Dat zoekgebied bepaalt de app op basis van de leeftijd van de vermiste, de plek van verdwijnen en mogelijke vervoersmiddelen. Over het kaartje ligt een raster heen. Als in ??n van de rastervakjes wordt gezocht, kleurt dit vakje donkerder. Hoe meer burgers daar zoeken, hoe donkerder het vakje. Zo voorkomt de app dat zoekgebieden worden overgeslagen terwijl andere steeds opnieuw worden doorzocht. De politie kan in de app zoektips delen met burgers, en deelnemers kunnen elkaar berichtjes en foto?s sturen, bijvoorbeeld als ze op sporen stuiten.

Het betrekken van burgers bij het oplossen van vermissingen en misdrijven is in Nederland geen nieuw fenomeen. Dat begon ooit met politie-oproepen in kranten en op de radio. Later kwamen daar het tv-programma?Opsporing Verzocht?(1982) en het verzenden van politieberichtjes via Burgernet (2006) en ?Amber Alert? (2008) bij.

Frank Smilda, hoofd van de informatiedienst van de politie Noord-Nederland, zette in 2006 een website op waarop de politie Utrecht zogenoemde ?cold cases? deelde, zaken van lang geleden die de politie niet had kunnen oplossen. Burgers konden op die manier mee rechercheren. ?Wisdom of the crowd, heet dat?, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en mede-ontwikkelaar van Samen Zoeken. ?Als je duizend mensen het gewicht van een koe laat raden, dan klopt het gemiddelde behoorlijk goed.?

Een mini-dossier opbouwen

Momenteel werkt hij met Smilda aan een app (werktitel?Sherlock) waarmee slachtoffers van een misdrijf zelf een mini-dossier kunnen opbouwen, nog v??r de politie ter plaatse is. Hoe sneller na het misdrijf getuigenverklaringen vastgelegd worden, hoe betrouwbaarder ze zijn, zegt De Vries. Met deze app kunnen gebruikers straks de vluchtroute van de dader intekenen op een kaartje, een snelle compositietekening in elkaar knutselen en verklaringen van omstanders opnemen.

De Vries ontwikkelde eerder al eens een computerspel met de politie, dat burgers vanuit huis moest laten meehelpen echte zaken op te lossen. Deze game liet een gedetailleerde simulatie zien van de plaats delict, toonde verhoorverslagen en had zelfs een digitaal forensisch lab. Het spel bleek echter te duur en kwam nooit verder dan een prototype.

De Vries, Hessels, en Smilda zien vooral voordelen in het ontwikkelen van nieuwe digitale hulpmiddelen waarmee de burger actief kan bijdragen aan recherchewerk. Strafrechtjurist Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit kijkt daar heel anders tegenaan. Hij doet onderzoek naar de rol van burgers in opsporing en de gevolgen hiervan voor strafzaken. De risico?s zijn volgens hem te groot. ?Stel dat de Samen Zoeken-app wordt ingezet en het vermiste kindje is meegenomen door iemand met kwaad in de zin?, zegt hij, ?wat gebeurt er dan als de zoeker ineens oog in oog komt te staan met de ontvoerder?? De kidnapper kan dan ?iets doen wat hij helemaal niet van plan was?.

Een ander risico is dat een burger die het kind vindt bij een volwassene ervan uitgaat dat diegene de kidnapper is, zegt Brinkhoff. De zoeker zou dan op fysiek geweld kunnen overgaan, terwijl die ander het kindje misschien net zelf gevonden heeft. Een derde gevaar is dat de zoeker de identiteit van de verdachte bekendmaakt nog voor schuld bewezen is.

Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld in 2013 in de Verenigde Staten, toen leden van het forum Reddit probeerden aan de hand van camerabeelden de dader van de aanslag op de Boston Marathon te achterhalen. Het scenario dat de meeste steun kreeg van de forumbezoekers, ging over student Sunil Tripathi. Journalisten pikten de beschuldiging op en binnen enkele uren zag heel Amerika deze Tripathi, die later onschuldig bleek, als hoofdverdachte. Zijn familie werd bedreigd en lastiggevallen door de media, wat de FBI weer dwong vroegtijdig de namen van de echte verdachten prijs te geven.

Onrechtmatig verkregen bewijs

?Het gevaar is dat de burger steeds meer de rol van opspoorder, aanklager ?n rechter op zich neemt?, zegt Brinkhoff. ?Op den duur ondermijnt dit de positie van politie, OM en rechterlijke macht. Zij verliezen niet alleen hun monopolie, maar ook het initiatief en de controle.?

Onrechtmatig verkregen bewijs, dat door burgers aangeleverd is, kan later voor problemen zorgen tijdens de rechtszaak. Brinkhoff: ?De politie is verplicht bij een aanhouding te zeggen dat een verdachte het recht heeft te zwijgen, terwijl een burger die iemand op heterdaad denkt te betrappen, de verdachte soms juist tot een bekentenis dwingt.?

Als zo?n bekentenis met een mobieltje wordt gefilmd, is het de vraag of de opname later gebruikt mag worden in de rechtszaak, aldus Brinkhoff. ?Voor je het weet is bewijs besmet en kan de rechter het niet meer meenemen. Dit verkleint de kans op bestraffing, ook als de verdachte w?l schuldig is.?

De risico?s die Brinkhoff noemt, zijn bekend, zegt Wendy Gehrmann, woordvoerder van de Nationale Politie. Maar voor de politie wegen de voordelen van burgers die meespeuren op tegen de nadelen. Bovendien gaan mensen nu eenmaal zoeken als een dierbare vermist raakt. Het is voor de politie de kunst dit soort burgerzoektochten in goede banen te leiden, en daarbij rekening te houden met de rol van Twitter en Facebook. ?We kunnen niet ontkennen dat social media het hele opsporingsproces be?nvloeden. Daarom is het juist van belang er zelf actief in te investeren.? Vandaar dat de politie de app die agent Hessels ontwikkelde, beloonde met de nieuwe Innovatieprijs.

Brinkhoff vreest dat de politie zich op een glijdende schaal begeeft. ?Het begint met onschuldige apps, maar op de lange termijn moet je je afvragen of je het wel wilt stimuleren dat de burger zich steeds meer uitgenodigd voelt om aan recherchewerk bij te dragen?, zegt hij. ?Je wilt niet in een politiestaat leven, maar al helemaal niet in een amateurpolitiestaat.?

Bronnen: NRC