Tagarchief: burgeropsporing

Burgers: amateur in speurwerk, maar professional op specifieke onderwerpen

Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?

Auteurs:?Wouter Jong en Matthijs Hogendoorn.

Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??

Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?

Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??

En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?

Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?

De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?

Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??

?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?

Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?

?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?

DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?

Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?

[slideshare id=80211679&doc=diy-policingmedia4sec-170927105836&type=d]

Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.

Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?

Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.

De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?

Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.

De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?

Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?

Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?

De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?

Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?

Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.

Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?

De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.

We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?

?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?

Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?

Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.

?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?

?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??

Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.

De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?

Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?

Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?

Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?

De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?

Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:

De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?

Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?

De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?

Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.

De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??

Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?

De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?

Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.

Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.


De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.

Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.

Bron: Tijdschrift voor de Politie,??jg.79/nr.7/17

Burgeropsporing: Agent? Dat ben je zelf

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.

De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?

Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?

Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?

Burgers op speurderspad

  • Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
    In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
  • Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
  • In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
    daarop bij de politie.

Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.

Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?

Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?

Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.

Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?

Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?

Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.

Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?

In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?

?Politie schakelt burgers te weinig in?

De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.

Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.

Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.

Frank Smilda schreef er een blog over:

“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”

Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie

DIY Policing

Social media zorgt dat burgers activiteiten ontplooien die normaal onderdeel waren van het politiewerk en het werk van andere organisaties die zich bezighouden met de openbare veiligheid. Als moderne Sherlock Holmes helpen burgers de politie of nemen ze taken zelfs over. Zij onderzoeken misdaden, identificeren verdachten, vormen lokale buurtwachten, jagen op pedofielen en melden op allerlei manieren?misdaad.

Vanuit het Europese onderzoeksproject Medi@4Sec is gisteren het beknopte rapport over DIY Policing publiek gemaakt dat precies naar dit nieuwe fenomeen wereldwijd onderzoek heeft gedaan. Er zijn veel voorbeelden bekeken, en de ethische en juridische uitdagingen zijn hierbij ook onder een vergrootglas gelegd.

Al reeds in januari was er in Berlijn de eerste Europese bijeenkomst over dit onderwerp om met experts uit politie, OM, ministeries, wetenschap, bedrijfsleven en burgergroepen te praten over de kansen en bedreigingen die dit nieuwe fenomeen bieden.

Hieronder kun je de publicatie online lezen of downloaden. Mocht je het volledige achterliggende onderzoeksrapporten willen lezen verwijzen we je naar de website van?Medi@4Sec?waar ook andere interessante publicaties over de impact van social media op politiewerk te vinden zijn:

Bronnen:?Medi@4Sec

Vader spoorde man op die zijn dochter vieze berichtjes stuurde

Wat doe je als je 12-jarige dochter op social media seksuele berichten krijgt van een man? Cornel Gorsselink besloot de man op te sporen en af te leveren bij het politiebureau. Tot zijn verbazing kwam de man snel weer vrij en kreeg zijn dochter opnieuw berichten. Vandaag deed Cornel, samen met zijn dochters, aangifte.

Een vader van twee meisjes die via internet worden lastiggevallen door een 66-jarige man uit Alkmaar, heeft de man zelf aan de politie overgeleverd. Omdat er geen aangifte tegen de man is gedaan, is de man niet aangehouden.

Cornel Gorsselink ging volgens NH Nieuws met een vriend naar de woning van Alkmaarder en verzocht hem om naar het politiebureau te gaan. De man liet zich overhalen en ging met de twee mee. ?Vandaag de vuile vieze putwurm […] te pakken gehad die mijn dochters van 12! lastig viel met vieze gore foto?s en vieze voorstellen?, schreef hij daarover op Facebook.

??Deze 66-jarige pedo valt dus op kleine meisjes die hij lastig valt via Instagram en andere sociale media. De foto?s die hij vaak verstuurt zal ik jullie besparen maar dat zijn geen vakantiekiekjes van de Efteling etc!?

De man zou meer meisjes hebben benaderd. Zo zou de Alkmaarse Chelsea (18) volgens de?Noord-Hollandse nieuwssite?berichtjes hebben gekregen van de zestiger. ?Hij had me een heel vieze foto van hemzelf liggend in alleen een onderbroek gestuurd?, zegt het meisje.

Volgens de politie is de man bij hen bekend en loopt er een onderzoek naar de praktijken. De Alkmaarder kan echter niet gearresteerd worden, omdat er geen aangifte ligt. Gorsselink laat weten de man net zo lang naar de politie te zullen brengen ?tot die iets doet.?

,,Wij snappen de emotie. Dat zo?n vader het liefst wil dat we die man opsluiten en de sleutel weggooien. Maar zo werkt het niet in de praktijk.??

Zo reageert politiewoordvoerster Kelly Dekker op de actie van Cornell Gorsselink uit Middenmeer. Hij haalde maandagavond, samen met een maat, een 66-jarige Alkmaarder uit zijn woning en leverde die af bij het politiebureau. De man viel volgens Gorsselink zijn 12-jarige dochter lastig via sociale media. Hij stuurde haar ?vieze foto?s?, zegt de vader en zou ook geprobeerd hebben met haar af te spreken. De man zou eerder andere jonge meiden benaderd hebben.

In een reactie stelt de gemeente?Alkmaar dat de burgemeester op de hoogte is van de onrust. “Vanzelfsprekend keurt de burgemeester de handelingen van deze persoon af, maar zolang er geen sprake is van strafbare feiten kan er niet strafrechtelijk worden opgetreden”, aldus een woordvoerder.

De gemeente laat verder weten dat er al “verschillende interventies zijn geweest, maar die hebben nog niet geleid tot een adequate oplossing”. Wanneer er zich iets voorvalt in deze zaak is het belangrijk dat burgers hiervan melding of aangifte doen, benadrukt de woordvoerder. “Op basis daarvan kan er actie worden ondernomen.” Zelf het recht in eigen hand nemen, is niet de bedoeling.

Bronnen: Noord Hollands Dagblad, De Telegraaf

The Keepers

Documentaireserie ‘The Keepers’ volgt drie zestigers tijdens hun speurtocht naar de dader van een oude moord.

Het lijk van een non, gevonden op een verloren stukje land in een buitenwijk. Een kapelaan die zich vergrijpt aan de meisjes op de katholieke meisjesschool. Een geheimzinnige ‘Father Bob’ die bij deze verkrachtingen aanwezig is. Herinneringen aan herhaald seksueel misbruik die pas twintig jaar na dato naar boven borrelen. Nee, dit is niet de verhaallijn van het nieuwe seizoen van ‘Twin Peaks’, maar die van Netflix’ zevendelige documentairereeks ‘The Keepers’, over de verdwijning van en moord op Cathy Cesnik, een 27-jarige non en lerares Engels aan de Archbishop Keough High School in Baltimore. Cesnik verdween in november 1969 en haar lijk werd twee maanden later op een veld aangetroffen door een wandelaar. Haar moordenaar is nooit gevonden. De zaak belandde in de ijskast, tot enkele jaren terug twee oud-leerlingen van Cesnik, die hun geliefde lerares Engels nooit waren vergeten, aan het speuren sloegen en daarbij een beerput open trokken.

Het onderzoek van deze zestigers, de zich vastbijtende ’terri?r’ Gemma Hoskins en de bedachtzame Abbie Schaub, wordt in de serie gevolgd door regisseur Ryan White. Hij beoogde met deze documentairereeks vermoedelijk eenzelfde sensationeel effect als spraakmakende voorgangers in het true crime-genre, met name het recente Netflix-succes ‘Making a murderer’. Die serie zorgde voor heropening van de zaak tegen Brendan Dassey, samen met hoofdpersoon Steve Averey verdacht van moord.

De glimlach op de zwart-witfoto van de priester krijgt steeds meer duivelachtige trekken

Vage speculaties

Zo’n vaart zal het met ‘The Keepers’ niet lopen. Niet dat de inhoud niet sensationeel interessant en complex is. De speurders stuitten bij hun onderzoek naar de moord op Cesnik op een affaire van seksueel misbruik op de school. In de jaren negentig kwamen twee leerlingen naar voren met (deels hervonden) herinneringen aan misbruik door kapelaan Joseph Maskell en andere priesters, in de tijd dat ook Cathy Cesnik aan de school verbonden was. De suggestie is dat Cesnik mogelijk wist van het misbruik en is vermoord voordat zij met die kennis naar buiten kon treden.

White bouwt het spannend op. Getuigenissen worden nagetrokken, familieleden ge?nterviewd. Donkere beelden van de lege school begeleiden de vreselijke verhalen over bedreigingen en verkrachtingen in het kantoortje van de kapelaan. Documenten worden opgegraven, archieven nageplozen. Steeds weer komt de zwart-witfoto van de priester met hoornen bril in beeld, wiens glimlach steeds meer duivelachtige trekken krijgt. Iedere aflevering begint met de foto’s van de leerlingen van de meisjesschool, onder wie we de slachtoffers herkennen. Zes komen er in de serie aan het woord. Er wordt betoogd dat deze slachtoffers de mond is gesnoerd, en dat de kerk misbruikplegers de hand boven het hoofd heeft gehouden.

Alleen jammer is dat serieuze verklaringen evenveel aandacht krijgen als minder geloofwaardige verdachtmakingen. Waarom een hele aflevering besteden aan de getuigenis van de ex-vrouw van een mogelijke betrokkene, die beweert dat zij van hem een ketting heeft gekregen die mogelijk van Cesnik was. En dat hem dat tot de moordenaar maakt. Zulke vage speculaties brengen je niet dichter bij een antwoord op de kernvragen: wie zat er achter de moord op Cathy Cesnik? En: wat wist de kerk?

Bronnen: Trouw, Baltimore Sun

Burgers die zelf jagen op boeven

Vrouw spoort aanrander op

Een vrouw van 28 uit Hoorn zocht zelf de man op die haar had aangerand. Hij had haar telefoon gestolen, maar bleef die wel gebruiken. Via een app wist ze ‘m op te sporen. Een typisch geval van burgeropsporing en het komt steeds vaker voor. Maar is het wenselijk?

Het is niet alleen van deze tijd dat burgers een rol spelen bij het opsporen van verdachten. Methoden die al jaren gebruikt worden door de politie zijn bijvoorbeeld getuigenverhoren en buurtonderzoeken. Maar de laatste tientallen jaren zijn er andere methoden bij gekomen. Met de opkomst van de digitale wereld kunnen burgers gemakkelijker en sneller bijdragen aan een politieonderzoek.

“De komst van internet heeft ervoor gezorgd dat burgers zelf bij informatie kunnen”, vertelt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. “Denk bijvoorbeeld aan sociale media. Daar kan je veel informatie vinden over mogelijke daders die iets met jouw zaak te maken hebben.”

Dat komt niet alleen doordat er meer informatie wordt verspreid, maar ook door de mogelijkheid meer middelen te gebruiken. “Er zijn apps die je kan downloaden waarmee je veel gemakkelijker dichter bij de dader komt”, gaat De Vries verder. “Een mobiele applicatie waarmee je de locatie van jouw mobiel kan traceren bijvoorbeeld. En zo’n app bestaat inmiddels ook al voor bepaalde auto’s.”

Dat is niet helemaal zonder gevaren. “Burgers maken zichzelf heel wat wijs. Het zijn gewoon amateur-speurders, maar ze zien zichzelf als een professioneel rechercheur.”

De 28-jarige vrouw uit Hoorn maakte gebruik van zo’n app en kwam op die manier de man die haar aanrandde op het spoor. De telefoon van de vrouw was na de aanranding door de dader meegenomen en werd ook door hem gebruikt. Hij had niet door dat hij daardoor in beeld zou kunnen komen.

Vandaag stond de Somalische man voor de rechter. Mohammed M. wordt verdacht van poging tot verkrachting en diefstal. Het OM eist 32 maanden cel tegen hem.

Zelf voor rechercheur spelen kan ertoe leiden dat burgers overgaan tot eigenrichting. “Als je eenmaal weet hoe een zaak in elkaar steekt, is het heel verleidelijk om voor eigen rechter te gaan spelen”, vertelt De Vries. Ook kan het zijn dat burgers juist het onderzoek van de politie in de weg zitten en sporen vernielen.

Andere risico’s zijn dat burgers inbreuk maken op de privacy van anderen. “Dat zie je bijvoorbeeld als mensen via sociale media een andere identiteit aannemen, om via groepen te proberen meer informatie over iemand te krijgen.” Soms gaat het zelfs z? ver dat burgers overgaan tot hacken. “En dan ben je gewoon illegaal bezig, dan overtreed je de wet.”

Heeft politie goed gehandeld? Slachtoffer speurde zelf verdachte op. Luister vanaf 7 min het interview op Radio 1, of bekijk hieronder op de uitzending in het 8 uur journaal van de NOS:

Wraakvader spoorde eigenhandig de internetoplichter van zijn dochter op

De risico’s van burgerparticipatie zie je bijvoorbeeld in het geval van ‘wraakvader’ Mario H. Zijn dochter krijgt begin dit jaar een bos rozen en chocolade van haar zogenaamde 17-jarige vriendje. H. vertrouwt de zaak niet en komt er via de bloemenwinkel achter dat de bloemen zijn gekocht door een oudere man.

Vader Mario H. waarschuwt de politie meerdere keren. Een tijd later krijgt hij een tip van een anonieme beller die zegt dat hij de auto van de man in een straat in Eindhoven heeft zien staan. H. gaat zelf op onderzoek uit en belt weer met de politie. “Als jullie hier niet binnen 5 minuten zijn, dan los ik het zelf op”, zegt hij.

Nog voor het arrestatieteam kan ingrijpen treft de politie de man aan met hoofdletsel, snijwonden en een dubbele armbreuk. H. bekent en wordt veroordeeld tot 10 maanden onvoorwaardelijke celstraf voor zware mishandeling. De rechtszaak tegen zijn slachtoffer gaat later dit jaar van start. Vandaag werd bekend dat het slachtoffer van de wraakvader online contact had met meerdere meisjes.

“Maar er zijn ook succesverhalen”, vertelt De Vries. “Twee meisjes in Haarlem werden in elkaar geslagen door een aantal jongens. Ze hebben aangifte gedaan bij de politie. Eenmaal thuis besloten ze niet op hun handen te gaan zitten, kropen achter de computer en vonden de jongens binnen een paar uur via Facebook.”

Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. Na een bekentenis moest een rechter besluiten over hun straf.” De advocaat van de jongens vond het belachelijk. Hij zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. “De rechter sprak dat tegen en zei: welkom in de 21ste eeuw.”

‘Kopschoppers’ krijgen lagere straf

Een groep jongeren mishandelde begin 2013 een man van 22 in Eindhoven. Beelden van de mishandeling gingen het internet over en er werd gezocht naar deze ‘kopschoppers’. De rechtbank vond dat de verdachten door het vertonen van de beelden in hun privacy zijn geschonden, Daarom kregen ze een lagere straf opgelegd.

Volgens De Vries is burgerparticipatie bij opsporingen niet te stoppen. “De vraag is dus hoe de politie dit in goede banen kan leiden.” Dat kan alleen als de politie meer kansen omarmt, vindt De Vries. “Ze moeten burgers faciliteren, informeren en tools en tips geven.” Maar de politie vindt het nog lastig daar mee om te gaan.

Dat begint volgens De Vries al bij het stellen van de goede vraag. “Aan het einde van een zaak vraagt de politie vaak aan burgers: heeft u nog wat gezien? Terwijl de vraag eigenlijk zou moeten zijn: heeft u nog idee?n?”

De politie houdt volgens De Vries de opsporing het liefst dicht bij zichzelf. “Maar ze moeten inzien dat iedereen expert is. Je kan expert zijn in je eigen wijk, in je eigen straat. En als je het zo bekijkt hebben we eigenlijk 16 miljoen experts in Nederland die met hun eigen idee?n kunnen bijdragen aan het oplossen van een opsporingszaak.”

En wat vindt de politie er zelf van?

De politie zelf zegt de burger juist w?l in te zetten, waar dat mogelijk is. “Er liggen heel veel kansen om de kracht, de kennis en de intelligentie van de burger te gebruiken om zaken op te lossen”, zegt Frank Smilda van de politie. “Wij zijn met 65.000 politiemensen en daarmee kunnen we nooit alle misdrijven oplossen. Maar we kunnen wel samen met die burger en het gebruik van sociale media, in combinatie met een smartphone, intelligenter en slimmer opsporen.”

Volgens Smilda is het daarin wel heel belangrijk dat voorkomen wordt dat mensen voor eigen rechter gaan spelen. “Het is zeer gevaarlijk als ze zomaar foto’s van burgers online zetten en zich afvragen of dat de mogelijke dader is. Het is heel belangrijk dat daar een stuk duiding bij komt en dat je als overheid ook aangeeft hoe de spelregels zijn.” Want fouten in een onderzoek, kunnen zomaar tot vrijspraak leiden.”

De politie beweegt mee met de ontwikkelingen in de samenleving, ook op technologisch vlak. En om de juiste burger bij de juiste zaak de betrekken, worden bijvoorbeeld websites of Facebook-advertising ingezet. “Dan vragen we mensen mee te denken in hypotheses en scenario’s om mee te rechercheren.”

Hoe de burger de politie te hulp kan schieten in de opsporing

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.? De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

Geruchtenmachine

Tal van geruchten zaten de politie in de weg in het onderzoek naar de dood van Romy en Savannah. Lastig, maar als de politie info op sociale media beter weet te stroomlijnen, kan ze er veel aan hebben.

Het politieonderzoek naar de omgekomen meisjes Romy en Savannah is tijdens de pinksterdagen nog in volle gang als de geruchten en verwijten over de sociale media vliegen. Namen en foto’s van onschuldige ‘verdachten’ worden gedeeld via Facebook en Twitter, er gaan paniekerige berichten rond over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lokken. ‘Zulke berichten verspreiden zich razendsnel. En iedereen neemt het voor waar aan, of het nu klopt of niet’, zegt Bernhard Jens, politiewoordvoerder van de regio Midden-Nederland. ‘Daar doe je niks aan, het is de tijd waarin we leven.’

Het zijn de dagen waarop de politie ervaart dat sociale media in de opsporing een zegen en een vloek tegelijk zijn. Jens: ‘Het kan ons ontzettend helpen, maar het kan ons ook in de weg zitten als heel veel mensen ongeverifieerde informatie op het net zetten. Het kost ons ontzettend veel tijd iedereen dan weer terug te brengen in de realiteit.’

Burgers inschakelen?

En toch: als de politie de informatie van burgers in goede banen weet te leiden, kan ze daar veel aan hebben in de opsporing. Dat zegt tenminste Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, en gespecialiseerd in sociale media en opsporing. Hij wijst op ­Europol, dat via Twitter burgers inschakelt bij het vinden van mensen die kinderporno maken en verkopen. Ook noemt hij een geval in Haarlem, waarbij meisjes die in een park in elkaar waren geslagen, via Facebook de daders in no-time hadden gevonden. De recherche hoefde de daders alleen maar te horen, en de zaak was opgelost. Een advocaat die vond dat zijn cli?nten op grond van dit amateurspeurwerk niet veroordeeld konden worden, kreeg van de rechter ongelijk, zegt De Vries: ‘Die zei: dat kan wel degelijk, welkom in de 21e eeuw.’

De Vries snapt de terughoudendheid bij de politie voor de inzet van burgers bij opsporing. ‘Burgers vernielen sporen, ze maken inbreuk op de privacy en kunnen overgaan tot eigenrichting. Dat wil je allemaal niet. Maar ze kunnen ook enorm veel bijdragen.’

De wil om te helpen is ook erg groot, signaleert hij. ‘Mensen kunnen niet op hun handen gaan zitten en afwachten.’

Dat is een gegeven waarmee de politie iets moet, vindt De Vries. ‘Op de site van de politie staat op dit moment niet hoe je als burger kunt bijdragen aan de opsporing. Dat is eigenlijk heel ouderwets. Vertel als politie wat burgers wel en niet mogen: als er bij je is ingebroken, mag je dan zelf buurtonderzoek gaan doen?’ Zo kunnen er ook handreikingen voor burgers komen over wat ze in vermissingszaken wel en niet kunnen doen. Of hoe ze het best een opsporingsbericht de wereld in kunnen sturen. De Vries: ‘Vaak zie je in vermissingszaken dat familieleden een emotionele oproep doen, zonder dat ze aanwijzingen krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft daar allerlei tips en trucs voor; dat kun je wel wat behapbaarder maken voor burgers.’

Dat wil allemaal niet zeggen dat de Nederlandse politie op het gebied van sociale media op achterstand staat. Eerder het omgekeerde, zegt Rianne Dekker, die aan de Universiteit Utrecht werkt aan een Europees onderzoeksproject Media4Sec?over de manier waarop de politie sociale media kan gebruiken om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

Voorop?

Volgens haar loopt de Nederlandse politie op dat gebied voorop en leren andere Europese landen daarvan. Duidelijk en consistent communiceren is daarin volgens haar ‘een hele belangrijke’.? Zo zet de politie Twitter en Facebook in bij het bestrijden van cybercrime, en ook bij opsporing, en bij handhaving tijdens grote evenementen. ‘Dat heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een wederkerige relatie, waarbij informatie van burgers door de politie kan worden gebruikt. Vaak pakt dat goed uit, soms wat minder. ‘Soms verspreiden mensen informatie die onwaar of niet relevant is’, zegt Dekker. ‘Geruchten ontstaan nu eenmaal in een situatie van direct gevaar of onzekerheid.’

Vragen en antwoorden

Om de geruchtenstroom in te dammen, besloot de politie Midden-Nederland zondag op internet vragen en antwoorden te publiceren naar aanleiding van de onderzoeken naar de dood van Romy en Savannah. ‘De vragen die we daar stellen en beantwoorden, zijn gebaseerd op wat wij zien dat er in de buitenwereld speelt’, zegt Jens daarover. Zo gaat de politie daar in op de vraag waarom het een tijd duurde voordat de identiteit van Savannah werd bekendgemaakt (Antwoord: ‘De onderzoekers ter plekke benaderden het lichaam uiterst voorzichtig. Zorgvuldigheid is van groot belang om eventuele sporen niet te missen of onbedoeld te wissen’).

Wat de politie verder kan doen? ‘Ja, geef eens goeie tip’, reageert politiewoordvoerder Bernhard Jens. ‘Het is een utopie dat je dat onder controle krijgt. We scannen sociale media om te kijken of we dingen zien die we moeten downsizen.’

Zijn collega Paul Heidanus, co?rdinator woordvoering in Noord-Nederland luchtte op internet zijn hart over ‘aannames en vooroordelen’ op sociale media over het politiewerk. ‘De ongenuanceerdheid, grofheid en respectloosheid van sommige mensen over het werk van mijn collega’s is ronduit stuitend.’

Jens reageert met minder emotie. ‘Dat zijn we wel gewend. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat we de dood van Savannah hadden kunnen voorkomen met een Amber Alert. Tja. Zeg het maar. Ook daar is een gedegen afweging op gemaakt. Maar niet alles kun je een-op-een delen.’

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.

De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

‘Onbegrijpelijk en ook zorgelijk’, vindt Bernhard Jens, politiewoordvoerder Midden-Nederland, de onzorgvuldigheid waarmee sommige traditionele media over de vermissing en dood van de veertienjarige meisjes Romy en ­Savannah berichtten. Eind vorige week meldde? De Telegraaf? korte tijd dat het lichaam van Savannah was gevonden, terwijl het om Romy ging. Jens: ‘Dat werd op de site geknald zonder enige vorm van wederhoor. Vervolgens werd de familie van Savannah gecondoleerd door mensen in hun omgeving.’ En een andere journalist meldde maandag dat een van de verdachten in vrijheid was gesteld, zonder dat bij de politie of het Openbaar Ministerie te checken. ‘Je wilt niet weten wie daar allemaal over gaat bellen. Men denkt er totaal niet bij na wat het betekent voor de twee gezinnen die een kind kwijt zijn.’

Op sociale media ging het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen in andere delen van het land op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen waren er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering. Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien.

Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto?s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op Radio1 dat ze de foto?s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst ?zou verkleinen. ?Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen?, zei ze. De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden. ?Volgens heel veel mensen is zo?n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van?Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) ?Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw o?f nog steeds is vermist.

Bronnen: Nederlands Dagblad, EenVandaag, ZoekJeMee

Wraakvader: Burgeropsporing leidt tot burgervervolging

online grooming

Wanhopig was hij, omdat de politie maar niet in actie kwam. Dus spoorde bezorgde vader Mario H. de vermeende online belager, Jack S., van zijn dochter zelf op. Daar heeft hij nu spijt van. Eenmaal oog in oog met de man die het voorzien zou hebben op zijn kind escaleert de situatie volledig.

Mario heeft Jack S. een ?pak rammel? willen geven, zegt zijn advocaat Jan Hein Kuijpers aan EenVandaag.?Het Openbaar Ministerie vervolgt Mario voor poging tot moord op die vermeende belager, de zaak komt donderdag voor. Mario zou Jack op 19 januari ernstig toegetakeld hebben met een sneeuwschep. Het is de climax van een periode van bijna twee weken waarin Mario actief naar Jack heeft gezocht.

Maar volgens de advocaat van Jack S., Sophie Stassen, heeft haar cli?nt nooit de intentie gehad om de dochter van Mario H. echt iets aan te doen: “Er heeft inderdaad chatcontact plaats gevonden. Maar zonder kwade bedoelingen. Het OM heeft onderzoek gedaan en vervolgt Jack S. alleen voor?erfvredebreuk. Er zijn geen andere aanwijzingen in het dossier waardoor men ongerust zou moeten worden.?

Instragramtiener Jessie blijkt ex-TBS?er

Begin januari 2017 wordt duidelijk dat de internetliefde van de 14-jarige dochter des huizes niet de tiener Jessie is, maar de 46-jarige ex-TBS?er Jack S. die zijn behandeling er net op heeft zitten. De man stuurt als Jessie rozen en chocolade naar de woning van het meisje. De ouders vertrouwen het niet en gaan op onderzoek uit, waaruit blijkt dat Jack achter de cadeautjes zit. Ze doen aangifte.

Via Facebook start vader Mario ook een online zoektocht naar Jack S. Mario?s oproep wordt breed opgepakt. Regionale media schrijven erover en ook landelijke media hebben er aandacht voor. Tips op basis van de de oproep ?gezocht pedofiel? waarin foto en een kenteken worden getoond, stromen binnen. Het zijn er wel 800.

?Ik doe het niet alleen voor mijn dochters, maar voor alle meiden. Iedereen moet gewaarschuwd zijn.? zegt Mario in een van de verhoren tegen de politie.?S. zou niet alleen zijn dochter online lastigvallen, maar ook andere meisjes, zo hoort hij.?Mario rijdt zelf ook op meldingen af met het idee dat wanneer hij Jack ziet hij de politie kan inschakelen zodat zij in actie komen. ?Ik heb diverse keren gebeld?, zegt hij.

Mario heeft spijt, ?had niet voor eigen rechter mogen spelen”?

De spanningen lopen steeds verder op. Vader Mario en dochter doen ook aangifte van bedreiging. Drie dagen na die aangifte, op 18 januari, krijgt Mario opnieuw een tip over de locatie van Jack. Hij rijdt er naar toe en ziet bij een flat de auto van Jack S. staan. Hij stuurt de wijkagent in Helmond een whatsapp bericht met de boodschap dat hij de auto heeft gevonden. Hij post de hele dag en nacht tot in de middag van de 19e Jack de woning uitkomt. Mario staat dan al bijna 12 uur in de straat te wachten.

Mario achtervolgt Jack met de auto. Op het terrein van een Eindhovense GGZ instelling komt het tot een confrontatie tussen Mario en Jack. Mario verklaart bij de politie bang te zijn voor Jack die vuurwapengevaarlijk is volgens hem.??Ik ga daar niet met blote handen op af. Ik heb die sneeuwschep dus ter verdediging meegenomen, voor mijn veiligheid.? Volgens advocaat Kuijpers van H. slaat Mario Jack S. vier keer met??de platte kant van de bats?.

In een brief aan EenVandaag?schrijft advocaat Jan Hein Kuijpers:?”Uiteraard heeft mijn cli?nt spijt van hetgeen hij deed. Dat heeft hij ook meerdere malen, op emotionele wijze geuit jegens zijn verhoorders. Hij had niet voor eigen rechter mogen spelen. Dat weet hij en hij zal zijn verantwoordelijkheid en de consequenties dragen.?Mijn cli?nt hoop echter dat zijn daad wel heeft geleid tot het voorkomen van nieuwe lokpogingen en bedreigingen door dhr S. in de richting van andere jonge meisjes.”

Advocaat Jack S.: ?Als we dit goedkeuren is het einde zoek?

Advocaat Sophie Sassen van Jack S. vertelt EenVandaag dat haar cli?nt??zeer ernstig toegetakeld is?. Hij ligt al drie maanden in het ziekenhuis. Hij had meerdere armbreuken, een bot is verbrijzeld en heeft een hoofdwond. Volgens Sassen heeft hij de aanval ervaren als??zeer traumatisch?. Ze noemt het zeer?kwalijk dat het zo is gegaan.??Meneer H. had het aan de politie moeten overlaten.?

Justitie vervolgt Jack S. in de zaak van dochter H. voor erfvredebreuk, het neerleggen van de bloemen en chocolade, wat volgens Sassen gezien moet worden als??afscheidscadeautje?.?Op 9 juni moet Jack voor de rechter komen voor deze zaak, maar ook voor smaad en laster van een ander meisje uit Valkenswaard. Een zaak die volgens advocaat Sassen losstaat van deze zaak maar waar ook op internet??onaangename berichten? over zijn verschenen.

Do it yourself- policing

Mario is niet de enige die zelf in actie komt. Ook andere burgers kwamen in actie om daders op te sporen met als doel ze achter slot en grendel te krijgen. Zo startte de vader van een 17-jarig meisje een zoektocht naar de daders die zijn dochter toetakelden met een wijnfles op de TT-Assen. Twee meisjes die getuige waren van een mishandeling, leverden bij de politie een pasklaar Facebook-dossier af wat resulteerde in de veroordeling van de daders.

De politie zou dit soort initiatieven veel serieuzer moeten nemen, stelt Arnout de Vries die onderzoek doet naar het fenomeen burgeropsporing. Hij schreef een boek over het fenomeen ?do it your self policing?. ‘Social media: het nieuwe DNA?. De reflex is nu vooral ?wegduwen?, de politie moet de opsporing doen. ?Sommigen zien het zelfs als broodroof?, zegt De Vries.

Hoe moet de politie omgaan met vaders als Mario, die wanhopig wachten wanneer de politie in actie gaat met hun informatie? We spreken erover met onder andere Arnout de Vries. In EenVandaag ook een interview met de advocaat van Jack S., Sophie Sassen, over de rechtszaak tegen Mario H.

Luister het radio interview op Omroep Brabant vanaf minuut 19:

En bekijk de uitzending van Pauw waarin de ex van Mario en advocaat toelichting geven.

Onderzoek naar eigenrichting

Hieronder het onderzoek van Nicole Haas:
[slideshare id=75178024&doc=maatschappelijkesteunvooreigenrichting-170419120803&type=d]

en het volledige proefschrift:
[slideshare id=75178056&doc=publicsupportforvigilantism-170419120857&type=d]

Bronnen: EenVandaag, Hart Van Nederland, AD, Telegraaf

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

DIY Detectives: The Hunted One

HuntedOneBig

Een groepje ouders heeft gezamenlijk?een?team opgericht, The Hunted One?, om online kinderlokkers aan te pakken. Op hun website staat: “Wij zijn The Hunted One, wij vinden je, we stellen je bloot…”?De groep heeft zelfs een app (alleen op?Android?want op iOS werden ze niet toegelaten door Apple).

Het is onbekend welke ouders allemaal precies in de groep zitten. Ze besloten hun eigen netwerk op te richten nadat ze een idee kregen “hoe veel pedofielen?online actief waren, die gewoon hun gang lijken te kunnen gaan?voor hun eigen seksuele bevrediging” in navolging van groepen als Dark Justice en OPIT. Het doel van de groep is online groomers te vinden en dan hun identiteit te achterhalen. Alle bewijzen worden verzameld en doorgestuurd naar de autoriteiten, om ze veroordeeld te krijgen. Z eplaatsen op de website video’s en foto’s van de daders en er is een deel op de website waar mensen kunnen zien of ze in de buurt wonen van een pedofiel. Ze hebben tot nu to al 43 mensen ontmaskert en de laatste vangst was kindermisbruiker Neil Prior. Nog niet iedereen is veroordeeld, sommigen zijn nog in afwachting van juridische procedures.?Mark McKenna werd veroordeeld tot vijf jaar nadat hij toegaf dat hij de intentie had om seksuele handelingen met een kind te verrichten. McKenna vertelde in de rechtzaal dat hij dacht dat hij met een?11-jarig meisje te maken had die vermoedelijk alleen thuis was, en hij stuurde haar een foto van een ongeopende condoom en een video van zichzelf waarin hij seksuele handelingen verrichtte.

HuntedApp

 

 

 

E?n The Hunted One’s vertelt: “We gaan door met onze strijd om een positieve wending te geven, om kindermishandeling te bestrijden en deze?kinderen levenslange?pijn en trauma te besparen. We surveuilleren op?internet fora en social media, om deze “seksuele roofdieren” te verwijderen en alle benodigde gegevens?aan de politie door te spelen.?Helaas moeten we vulgaire en verachtelijke gesprekken voeren met ze, dat is het negatieve deel in het proces, maar we zijn er mentaal klaar voor, want we hebben het ultieme doel voor ogen met hopelijk positief resultaat, want we hebben liever dat deze mensen met ons praten dan met ons kind.”

Hoe kijkt de politie en het OM tegen deze?DIY Detectives aan?

Op de vraag waarom ze de politie niet eerder kunnen betrekken bij hun zoektocht zei deze pedojager groep: “De makkelijkste manier blijkt dat wij in gesprek raken en dan meteen de politie bellen, zodat we weten dat de politie onderweg is.” Een voormalig politieman zei dat de vrouwen die in de groep de gesprekken voeren ongetraind zijn en allerlei dingen zouden kunnen zeggen die niet helpen. Hij was het wel eens met de stelling dat er niet?genoeg agenten zijn om pedofielen te vangen, maar gaf als suggestie dat deze vrouwen en andere groepen bij de politie getraind kunnen worden.

HuntedOne1

Bronnen: The Sun, The Hunted One