SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De Do-It-Yourself Policing workshop die in Berlijn voor het eerst in de wereld georganiseerd werd door het MEDI@4Sec project consortium op 10 januari jl. was een groot succes. Voor de eerste keer konden belanghebbenden uit heel Europa een interactieve dialoog voeren over de toekomst van DIY?Policing, de kansen en uitdagingen voor veiligheidsorganisaties, en de ethische en juridische implicaties. Terwijl de ervaringen in Europa sterk vari?ren, was iedereen er van overtuigd dat het de toekomst van de politie enorm zal veranderen.
Social media zorgt dat burgers activiteiten ontplooien die normaal onderdeel waren van het politiewerk en het werk van andere organisaties die zich bezighouden met de openbare veiligheid. Als moderne Sherlock Holmes helpen burgers de politie of nemen ze taken zelfs over. Zij onderzoeken misdaden, identificeren verdachten, vormen lokale buurtwachten, jagen op pedofielen en melden op allerlei manieren?misdaad.
Het doel van het evenement was om de kansen en uitdagingen van de DIY Policing en de relevantie ervan voor de openbare veiligheid voor nu en in de toekomst te bespreken. Een selecte groep genodigden?op deze workshop waren vertegenwoordigers van de wetshandhavingsinstanties, het publiek, diverse publieke veiligheidsorganisaties en onderzoekers uit heel Europa. Door de gedeelde kennis en discussies cre?erden?zij?een begrip?begrip van de mogelijkheden en uitdagingen van de DIY Policing, wisselden ‘best practices’ uit, schetsten toekomstige oplossingen en ontwikkelden input voor een roadmap?en Europese beleidsagenda. Anderen die niet in staat waren om aanwezig te zijn konden het evenement op Twitter volgen en maakten de workshop een trending topic in Nederland en Duitsland.
Veel deelnemers erkenden de kracht van sociale netwerken en crowdsourcing voor het verbeteren van intelligence en opsporing. Anderen zagen mogelijkheden voor “toezicht op de politie”, een waakhond functie van burgers om de politie ter verantwoording te blijven roepen en daardoor uiteindelijk hun legitimiteit en kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. Alle deelnemers waren ervan overtuigd dat online DIY Policing de toekomst van de politie enorm zal veranderen. Een van de deelnemers zei: “Kodak werd verwoest door Instagram. Als de politie DIY Policing wil overleven, dan moeten ze veranderen?en die verandering niet van het publiek verlangen”.
Wil meer weten?
Verslagen over de workshop worden momenteel gemaakt door het Media4Sec onderzoeksteam en zullen op de website van het project gedeeld worden. Volg het project op Twitter @MEDIA4SEC of wordt lid van de MEDIA4SEC groep?op LinkedIn om op de hoogte te blijven en ij te dragen aan discussies. Of bekijk alvast de Storify met handmatig geselecteerde tweets over het event:
Airwars is een onderzoekscollectief bestaande uit journalisten, mensenrechtenactivisten en vluchtelingen. Airwars doet onderzoek naar luchtaanvallen uitgevoerd in Syri?, Irak en Libi?. Wegens een gebrek aan transparantie van alle partijen in deze conflictgebieden, doet dit elfkoppige team z?lf onderzoek naar exacte locaties en data van luchtaanvallen. Belangrijker nog; de burgerslachtoffers die hierbij vallen.
Deze worden namelijk vaak ‘over het hoofd gezien’. Zo claimt de Amerikaanse overheid – die aan hoofd staat van de Internationale Coalitie tegen IS – slechts twintig burgerdoden op haar geweten te hebben door bombardementen in 2015. Hoewel het lastig blijft om de exacte data te achterhalen, schat Airwars het aantal burgerslachtoffers in de honderden. De organisatie neemt ook luchtaanvallen van de Russische en Syrische regeringen onder de loep, die volgens bronnen van Airwars vaak met opzet?op burgers gericht zijn.
Fragment ‘Airwars’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:
Maar hoe komt Airwars aan haar informatie?
Het collectief maakt gebruik van een grote verscheidenheid aan bronnen: internationale, lokale en landelijke media worden in de gaten gehouden, samen met berichten op Facebook en Twitter. Ook YouTube en Google Maps worden gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van gebeurtenissen. Soms wordt zelfs propagandamateriaal van IS aangehaald als bewijs, maar dan wordt dat wel als zodoende bestempeld. Omdat niet elke bron even betrouwbaar is, maakt Airwars gebruik van een?beoordelingssysteem. Dit, in combinatie met de brede vari?teit aan bronnen, heeft ertoe geleid dat Airwars gezien wordt als een van de meest betrouwbare bronnen voor westerse media, als het om de oorlogen in Syri? en Irak gaat.
?Ziekenhuis lekt pati?ntengegevens?, ?OV-chipkaart zo lek als een mandje?, ?Bankierenapp onbetrouwbaar? ? het lijkt wel of tegenwoordig alles te hacken is. Gelukkig hoeft de persoon die dat doet geen cybercrimineel te zijn. Ethisch hackers zoeken naar veiligheidslekken in websites, pasjes, apps en andere informatiesystemen, om anderen te waarschuwen en de criminelen juist voor te zijn.
De eigenaar van het informatiesysteem moet dan wel de gelegenheid krijgen het lek te dichten en erop kunnen vertrouwen dat de hacker niets heeft uitgehaald met persoonlijke data. Hier zijn richtlijnen voor en dat heet: ?responsible disclosure?. Maar of een onthulling verantwoord is, moet helaas nog vaak voor de rechtbank worden uitgevochten. Want het gaat niet alleen om een systeem, het gaat vaak om onze persoonlijke data en daar kun je nooit voorzichtig genoeg mee zijn.
Wat drijft deze ethisch hackers? Hoe gaan organisaties om met hun meldingen? Wat doet de journalistiek ermee? Wanneer komt het tot een rechtszaak? En waarom is hier zoveel politieke discussie over geweest? Het boek Helpende Hackers van Chris van ’t Hof vertelt de verhalen van de personen achter de vele meningen, met cases uit 2013 tot 2015 om zo te begrijpen hoe hackers kunnen helpen.
Bedrijven huren ethische hackers in
Een bedrijf dat niet gehackt wil worden, kan zich indekken door zelf hackers in te huren. De ‘helpende’ hacker is in opkomst in het bedrijfsleven. Bemiddelaars tussen hackers en bedrijven zijn booming business.
Ethische hackers, noemen ze zichzelf. Of liever: researchers. Jongens en meisjes die naar lekken in de beveiling van websites speuren en op websites inbreken. Niet stiekem, vanachter een computer op een schemerige zolderkamer, maar op uitnodiging van bedrijven. Grote bedrijven als Facebook, Apple, Google en Twitter loven hiervoor beloningen uit. In Nederland moedigen banken als ING en de Rabobank, maar ook bedrijven als Gamma, en de rijksoverheid hackers aan om lekken te melden.
De meeste mensen kennen alleen de black hat-hacker, kwaadwillende cybercriminelen die een digitale ‘slotgracht’ omzeilen en gevoelige data stelen. De white hat- of ethische hacker daarentegen, waarschuwt een bedrijf of de overheid als hij een veiligheidslek vindt. Soms staat daar een beloning tegenover, soms gaat het om de sport. Bedrijven vragen ethische hackers nu actief om hulp.
“Drie tot vijf jaar geleden was dit ondenkbaar”, zegt Junior Meijering. Als hacker richtte hij bemiddelingsbureau Zerocopter op dat goedwillende hackers koppelt aan bedrijven. “Voor bedrijven is het nogal spannend om hackers op hun website uit te nodigen.” Zerocopter selecteert daarom uit een netwerk van betrouwbare hackers zo’n tien tot twintig hackers die zich per keer op een bedrijf mogen ‘storten’. Wie iets vindt, verdient tussen de 50 en 5.000 euro, afhankelijk van hoe gevaarlijk het lek voor een bedrijf is.
Het blijkt een gat in de markt. Zerocopter verdient 35 procent per beloning en heeft klanten als energiebedrijf Nuon en gereedschapsgigant Makita. Het hackerbedrijf sluit aan in de rij van vergelijkbare bemiddelaars als HackerOne, Crowdbug en Cobalt. “De markt voor internetbeveiliging is booming”, zegt Meijering.
“Een nieuwe levendige markt is aan het ontstaan voor hackers”, zegt ook Chris van ’t Hof, Internetsocioloog die vorig jaar het boek ‘Helpende Hackers’ uitbracht. “Bedrijven zetten naast de ouderwetse beveiligingsbedrijven de hulp van ethische hackers in. Dit is inmiddels onderdeel van het risicomanagement van veel bedrijven”, zegt van ’t Hof.
Die hulp is hard nodig. Dagelijks komen er gevaarlijke hacks in het nieuws. Gisteren werd bekend dat een hacker persoonlijke gegevens van honderden politici en medewerkers van de Amerikaanse Democratische partij online heeft gezet. Eerder deze maand probeerde een cybercrimineel 200 miljoen accountgegevens van Yahoo te verkopen op een marktplaats op het Dark Web. Dezelfde hacker had dit eerder gedaan met acountgegevens van Myspace en LinkedIn.
In Nederland lagen in 2012 gegevens van honderdduizenden pati?nten op straat na een hack van het Groene Hart Ziekenhuis. Volgens Van ’t Hof had het ziekenhuis drie ton schade, kostte het drie miljoen euro aan IT-verbeteringen, en was er vooral reputatieschade. “Door dit soort incidenten zien bedrijven de noodzaak van verbeterde beveiliging in.” Goedwillende hackers helpen hierbij graag een handje. En ze zijn niet allemaal uit op een beloning. “Voor velen gaat het om het oplossen van de puzzel en de erkenning achteraf”, zegt Van ’t Hof. “Voor hun wall of fame.”
Computers kraken voor 1 miljoen airmiles
De Nederlandse hacker Olivier Beg (19) werd vorige week wereldnieuws nadat hij vliegmaatschappij United Airlines hackte. Als dank voor het melden van de softwarebugs kreeg hij ??n miljoen Airmiles waarmee hij nu gratis de wereld over vliegt.
Hij prijkt boven aan de lijst van ethische hackers en verdiende twee jaar geleden 16.000 dollar nadat hij veiligheidslekken bij Yahoo meldde. Ook hackte hij Facebook en Uber. “Ik begon met programmeren. Toen mijn eigen website werd gehackt, wilde ik dat ook leren,” zegt hij. “Ik hack alleen bedrijven die daartoe uitnodigen. Waarom? Omdat ik niet de gevangenis in wil”, zegt hij. “Bedrijven kunnen heel panisch reageren op hackers.” Facebook heeft sinds 2011 zijn eigen Bug Bounty-programma en loofde in totaal 4,3 miljoen dollar uit aan meer dan 800 researchers die kwetsbaarheden in de digitale omheining meldden. Gemiddeld betaalde de social mediasite 1780 dollar per lek.
Natuurlijk is het veel spannender om een ‘black hat’, een kwaadwillende hacker, te zijn, vindt ook Beg. “Maar de schade is veel groter dan de lol die je hebt. De pakkans is groot en op de zwarte markt kan je niet altijd veel geld verdienen.” Alhoewel, van de overheid krijgt hij voor meldingen ‘alleen een T-shirt’. Maar Beg doet het niet voor het geld. Hij is inmiddels in dienst van Zerocopter, waar hij aan het hoofd van alle hackers staat.
Foto: Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet die
Op zoek naar je familieleden, want de politie doet het niet. Een reportage van Jan-Albert Hootsen in Trouw over de zoektocht naar verdwenen Mexicanen. Meer dan 25.000 mensen verdwenen de afgelopen tien jaar in het door drugsgeweld geteisterde Mexico. Familieleden gaan steeds vaker zelf op onderzoek uit.
Op zoek naar zijn broer, want de politie doet het niet.
Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet diep genoeg. Regenwater spoelde de botten naar beneden.”
Enkele minuten later krijgt hij de bevestiging van een forensisch onderzoeker van de PGR, het Mexicaanse federaal Openbaar Ministerie. Het is het dertigste stuk bot dat hij en zijn groepje van ongeveer twintig vrijwilligers vandaag hebben gevonden.
“Vaak zoeken we uren en vinden we niets”, vertelt hij. “Nu hadden we binnen een kwartier beet.”
Vergara zegt het zonder enthousiasme. Hij is hier, in de ruige bergen, met de overige vrijwilligers op zoek naar clandestiene graven met daarin de resten van de honderden mensen die de afgelopen jaren in dit gebied zijn verdwenen.
Schop en pikhouweel
Ze noemen zichzelf ‘Los Otros Desaparecidos’, De Andere Verdwenenen, en opereren sinds eind 2014 vanuit Iguala in het noorden van Guerrero. Iedere zondag kammen ze, slechts gewapend met schoppen en pikhouwelen, de omgeving uit. Ze krijgen anonieme tips over mogelijke graven. Vaak kloppen die; in anderhalf jaar tijd hebben Los Otros Desparecidos 145 lichamen gevonden. Als ze een clandestien graf ontdekken, geven ze het door aan de autoriteiten, in de hoop dat die verder onderzoek doen.
“Vaak gebeurt dat echter niet”, verzucht Vergara. “De politie komt hooguit met ons mee ter bescherming, maar met de resten die we vinden doen ze niets. Het Openbaar Ministerie neemt ze in ontvangst en dat is het.”
Het is die frustratie over de slecht functionerende Mexicaanse rechtsstaat die tot de oprichting van Los Otros Desaparecidos heeft geleid. De groep werd in het leven geroepen in oktober 2014, een maand nadat 43 studenten in Iguala werden ontvoerd en waarschijnlijk vermoord door een lokale drugsbende, in samenwerking met corrupte politieagenten. De tragedie schokte Mexico en veroorzaakte maanden van demonstraties in het hele land tegen drugsgeweld, corruptie en de banden tussen de lokale politiek en de georganiseerde criminaliteit.
De volkswoede gaf Vergara ook de moed om op zoek te gaan naar zijn broer Tom?s, een taxichauffeur die in juli 2012 door criminelen werd ontvoerd in Huitzuco, niet ver van Iguala. “Er zijn heel veel ontvoeringen in Huitzuco”, vertelt Vergara, in het dagelijks leven caf?houder. “Wie probeerde te weten te komen wat er met de ontvoerden was gebeurd, werd bedreigd door criminelen, of erger. Maar in de nasleep van de verdwijning van de studenten voelden we dat we eindelijk wat konden doen om onze eigen tragedie op te lossen.”
Met Vergara als gepassioneerde woordvoerder krijgt de groep nu ook navolging in andere deelstaten. In Coahuila en Sinaloa, in het noorden, en ook in de deelstaat Veracruz, aan de oostkust, waar Vergara zelf vorige maand twee weken lang enkele zoektochten co?rdineerde.
Veiligheid
Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk; in Veracruz kon de brigada de b?squeda, de zoekbrigade, niet zo vaak op pad als ze wilde. Volgens de politie kon de veiligheid van de zoekende familieleden wegens bedreigingen door de georganiseerde misdaad niet altijd worden gegarandeerd.
Die dreiging is re?el: in juni werd in de Veracruzaanse stad Poza Rica een man vermoord die op zoek was naar zijn verdwenen dochter. Vorig jaar augustus werd bovendien Miguel ?ngel Jim?nez Blanco, de oprichter van Los Otros Desaparecidos, doodgeschoten.
“De risico’s die de leden van de zoekbrigades lopen zijn enorm, want de georganiseerde criminaliteit wil natuurlijk niet dat de slachtoffers worden gevonden”, stelt Juan Carlos Trujillo van mensenrechtenorganisatie Enlaces.
Mario Vergara zegt dat hij en de andere leden van Los Otros Desparecidos zich niet veel van het gevaar aantrekken. “We komen weleens leden van de bendes tegen, maar we provoceren ze niet, we zijn er niet om ruzie met ze te zoeken”, zegt hij. “Bovendien: wat hebben we te verliezen? Als je zoals ik je broer kwijtraakt op deze manier … Eigenlijk zijn wij al levende doden, omdat alles wat we doen in het teken staat van het terugvinden van onze geliefden.”
In het kort
In Mexico zijn sinds 2006 meer dan 25.000 mensen verdwenen.?De meeste vermisten zijn waarschijnlijk het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.?Overal in Mexico duiken nu groepjes burgers op die zelf naar vermisten op zoek gaan
?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee als mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten. ?Het is niet strafbaar?.
Woensdag zette een man bewakingsbeelden online waarop kinderen te zien zijn bij een bedrijfsverzamelpand in Maarssen. Ze zouden voorbereidende handelingen verrichten voor een inbraak op een later moment.?Het filmpje is al ruim 1600 keer gedeeld.
We zien een piepjonge knaap met een wat oudere jongen. Ze hebben beiden een schort om en plastic handschoenen aan. De twee zijn in de weer met scherpe voorwerpen en trappen tegen deuren.
De jongens treffen volgens de eigenaar de voorbereidingen voor de inbraak. Op het filmpje is te zien dat de oudste jongen ’s nachts terugkomt met twee handlangers. Er zijn volgens de eigenaar meerdere dure laptops meegenomen uit het pand.
Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen.
Het OM reageerde op beelden van een bedrijfspand in Maarssen waarop kinderen te zien zijn die een inbraak lijken voor te bereiden. Het filmpje werd, net als honderden soortgelijke filmpjes, een paar duizend keer gedeeld. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. ?Dan kan een civiele zaak gestart worden?, aldus een woordvoerder die overigens benadrukt dat het altijd goed is aangifte te doen bij de politie.
Bij het bedrijfspand in Maarssen zijn uiteindelijk meerdere dure laptops laptops gestolen. Of dat ook is gedaan door de gefilmde kinderen, is niet zeker. De politie onderzoekt de zaak en er is een paar dagen later opnieuw een inbraakpoging geweest bij het pand.
Een man uit North Cowichan heeft zijn gestolen crossmotor teruggevonden met behulp van zijn drone. De Canadees stuurde zijn 3D Robotics Solo drone de lucht in, uitgerust met een GoPro camera. Doordat hij de zoekradius had weten te beperken met behulp van beelden van zijn beveiligingscamera?s, wist hij zijn motor uiteindelijk in een bos te vinden.
De software-ontwikkelaar Ryand Sandness naar deze moderne technologie toen hij er ontdekte dat zijn paarse Honda CR250 uit 1995 was gestolen. Sandness was een paar dagen weg geweest en ontdekte pas enkele dagen na de diefstal dat zijn motor was verdwenen.
Klunzige dief
Op beelden van beveiligingscamera?s op zijn eigen terrein is te zien hoe een onbekende man om 4:17 ?s nachts het slot van zijn motor doorknipt. In eerste instantie wilde hij een ATV stelen, maar dat kreeg hij niet voor elkaar. Ook lukte het de dief niet om de crossmotor te starten, dus ging hij weg met de motor aan de hand. Na 15 minuten kwam hij echter weer terug en probeerde nogmaals de ATV te stelen, wederom tevergeefs.
Op goed geluk
Aan de hand van de beelden constateerde Ryan Sandness dat de dief binnen 15 minuten niet ver had kunnen komen, zeker niet met een motor van 200 kilo aan de hand. Hij wist zeker dat zijn crossmotor nog in de buurt moest zijn. Op goed geluk besloot hij zijn 3D Robotics drone de lucht in te laten en ging op zoek naar iets paars. In eerste instantie had hij geen geluk, maar tijdens een tweede vlucht kon hij opgelucht ademhalen. In een stuk bos zag hij zijn motor?duidelijk liggen. Na onderzoek door de politie nam Sandness zijn motor mee naar huis en kocht voor de zekerheid een steviger slot.
Na de?vermeende kindermishandelingen van Westminster en de schandalen van de?cover-ups?in het Verenigd Koninkrijk waar nog steeds verhalen over naar buiten komen, besloot?hackersgroep Anonymous om de strijd aan te gaan met internationale pedofielnetwerken. Ook zij willen?bewijs verzamelen en zijn een burgeropsporingsinitiatief gestart onder de?naam?’Operation Death Eaters‘ (naar Voldemort’s netwerk van kwade?volgelingen uit?de Harry Potter-reeks)?om daders voor de rechter te krijgen. Via social media roept de groep om opsporingshulp om deze netwerken te ontmaskeren.
Deze plannen komen kort?nadat Anonymous eerder al de oorlog verklaarde tegen Jihadisme waarin ze antwoord wilden geven op de aanslagen in Parijs en Brussel. In dit nieuwe initiatief?willen ze een database aanleggen van pedofielen om deze ‘ internationale cult’ van kindermisbruik en mensenhandel voorgoed te ontmaskeren. Er is veel controverse rondom het?onderwerp, want tegengeluiden zijn er ook, ?zoals in onderstaand filmpje duidelijk wordt:
Op Tumblr heeft Anonymous?alvast de campagne ingezet in allerlei landen:
?
Op de Britse versie van de Anonymous website staat: “Het?CSA onderzoek in het Verenigd Koninkrijk is een poging van deze machtige sekte om elk incident als ge?soleerde incidenten van “seksueel misbruik” te doen overkomen. ?De medeplichtige Britse media is bezig met een enorme propagandacampagne om marteling en moord te vervangen door?”pedofilie” en vraagt meer begrip voor het fenomeen?”pedofilie”. Dit betreft geen?trieste groep pedofielen die hulp en begrip nodig hebben. Dit is een cultgroep van?dood en verderf met een van de meest?krachtige wereldwijde mensenhandel netwerken”.
Het?Westminster pedofielen-netwerk is een van de vele zaken waar?Operation DeathEaters in zal duiken, omdat het volgens hen anders door de Britse elite onder de mat wordt geveegd. Ze?hopen informatie publiekelijk te kunnen delen?(voordat het verdonkeremaand wordt) zodat er een onafhankelijk onderzoek kan plaatsvinden waarin ook getuigenverklaringen kunnen komen en hulp voor slachtoffers wordt geboden waar nodig.
Uit cijfers van de EU Global Alliance tegen seksueel misbruik van kinderen online blijkt dat elk jaar opnieuw?50.000 nieuwe beelden van kindermisbruik online komen te staan (vooral ook op het?Dark Web), waarvan meer dan 70 procent beelden kinderen te zien zijn met een?leeftijd van onder de 10 jaar.
Heather Marsh, auteur van?Binding Chaos (zie hieronder), die samenwerkt met Anonymous zegt erover: ‘Ons doel is om onafhankelijk, internationaal onderzoek te doen voor slachtoffers en de medeplichtigen te ontmaskeren die de normale rechtsgang belemmeren en zorgen voor cover-ups in pedofilie en kinderhandel’.
De leden van Anonymous, beter bekend als?’Anons’, staan bekend als moderne digitale Robin Hoods die cyberterroristen maar ook bedrijven en overheden aanpakken waar en wanneer zij dat nodig achten. In 2008 pakten zij met?protesten en digitale acties de Scientology kerk aan in ‘ Project Chanology’ vanuit hun moederbasis 4Chan?na een uitgelekte video van Tom Cruise. ?Daarna kozen ze doelwitten zoals de overheden van de VS, Isra?l, Tunesi? en Uganda maar ook organisaties als de Westboro Baptist Church, Paypal, Mastercard, Visa en Sony. In 2013 verklaarden ze?de oorlog tegen diverse chatsites waar pedofielen foto’s verhandelden. ?En vorig jaar traden ze op tegen de Ku Klux Klan die het incident in?Ferguson aangrepen om hun punt te maken. Toch zijn er ook tientallen arrestaties geweest onder leden van Anonymous. Er zitten zgn white hat hackers bij, maar ook grey hat hackers die de randen opzoeken van de huidige wetgeving en ethiek.
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.
Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.
Een man uit New Addington, Londen, heeft toegegeven dat hij schuldig is en een?14-jarig meisje heeft ‘gegroomd‘ nadat hij werd geconfronteerd door wat de media?een ‘online buurtwacht’ noemt.?Hij werd betrapt en op video vastgelegd toen hij?een minderjarig meisje in de buurt van een tramhalte wilde ontmoeten door?de zelfbenoemde “Internet Interceptors“.
De man had?een aantal online berichten uitgewisseld met iemand waarvan hij aannam dat het een tienermeisje was.?Hij maakte expliciete verwijzingen naar seksuele handelingen die hij met haar wilde ondernemen.?Maar toen hij haar wilde ontmoeten stond hij ineens tegenover?de leden van Internet Interceptors, die hem beschuldigden van het plannen van een “verkrachting” van het gefingeerde meisje. In de rechtbank van?Croydon pleitte de man schuldig aan een poging tot grooming van een minderjarige.
Op de?Facebook pagina van de Internet Interceptors staat dat ze een?team zijn dat zich bezighoudt met?het online jagen op pedofielen in het Verenigd Koninkrijk en een veilige omgeving wil bieden.
Een fragment van de berichtenuitwisseling tussen de dader en het gefingeerde 14 jarige meisje.?
Een lid van Internet Interceptors zei dat de groep geen verklaringen afgeeft aan de pers, maar wel toestemming verleent voor het gebruik van beelden.?In onderstaande online video is te zien hoe de mannen van Internet Interceptors er ook op wijzen dat deze man gewoon een vrouw en twee kinderen heeft.?In een screenshot kun je duidelijk zien dat?de 31-jarige man vraagt: “Hoe oud ben je als ik vragen mag” waarna zij antwoord “je zou het niet zeggen maar ik ben 14 lol”.
Daniel Mullarkey, 31, geconfronteerd met zijn daden door de?Internet Interceptors