Tagarchief: burgeropsporing

Burgers in het digitale opsporingstijdperk

In het eerste issue van het Nederlands juristenblad 2019 staat het volgende artikel van Eelco Moerman over burgeropsporing:

De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen, is geen sprake. Een dergelijke meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?

Lees hieronder verder:

[slideshare id=128944981&doc=f-8832c-a-c-74300163784d-8b-0873260f-e-5pdf-190123153642&type=d]

Eerder schreef Eelco Moerman een proefschrift over de rol van burgers in opsporing:

In dat onderzoek staat de juridische positie van de burger in de opsporing van strafbare feiten centraal. Als gevolg van handhavingstekorten, nieuwe technologische mogelijkheden en een toegenomen verantwoordelijkheidsgevoel voor de veiligheid is de burger steeds meer een zichtbare rol gaan spelen in de opsporing. Burgers blijken bereid om op eigen initiatief of met actieve bemoeienis van de overheid een bijdrage aan de opsporing te leveren. In het Wetboek van Strafvordering staat echter de overheidstaak tot opsporing centraal. Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe de bijdrage van de burger aan de opsporing zich verhoudt tot de verantwoordelijkheden van de overheid in het kader van de opsporing. Het thema burgers en opsporing wordt in deze studie vanuit verschillende perspectieven belicht. Stilgestaan wordt bij de rol die burgers binnen en buiten de kaders van het Wetboek van Strafvordering vervullen. Onder meer burgerinformanten, burgerinfiltranten, onderzoeksjournalisten en particuliere rechercheurs passeren de revue. Tevens wordt de betekenis van door burgers vergaard bewijs in het strafproces besproken. Aan de hand van deze en andere aspecten wordt inzicht gegeven in de ?inburgering? van derden in de opsporing.

Bron:?Nederlands juristenblad

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie

Eerste Hulp Bij Opsporing: burgerhulp bij sporenonderzoek

Het komt geregeld voor dat opsporingszaken vastlopen, bijvoorbeeld omdat de politie de mankracht mist om het onderzoek voort te zetten of dat er te weinig opsporingsindicaties zijn. Of een simpele zaak wordt niet behandeld, omdat de prioriteit van de politie ergens anders ligt. Dit hoeft niet het einde van een onderzoek te zijn. Door de hulp in te schakelen van burgers kunnen nieuwe aanknopingspunten worden gevonden. Helaas is burgeropsporing niet altijd zo succesvol en behulpzaam. Meer dan eens denken de burgers voor eigen rechter te kunnen spelen.?In Arnhem wordt een dader van een woninginbraak doodgereden door slachtoffers van een woninginbraak. Wat er precies gebeurt is, is deels onduidelijk (De Telegraaf, 2017). Maar het is wel duidelijk dat er voor de burgeropsporing kansen liggen. Echter er zijn duidelijke richtlijnen, handleidingen en soms adequaat optreden nodig van politie of OM zodat het niet uit de hand loopt. Momenteel ontbreken deze spelregels en is het onduidelijk hoe de politie sporen die door burgers zijn waargenomen, effectiever veilig gesteld kunnen worden. Kortom: handelingsperspectief voor burgers die iets meemaken.

TNO deed samen met de politie en experts uit de forensische opsporing en forensic science een verkenning “Eerste Hulp Bij Opsporing: Burgers betere mogelijkheden bieden om aan forensische opsporing bij te dragen”. Eerder berichtten we al over het interactief Plaats Delict, waar burgers voorlichting kregen over hoe om te gaan met sporen.

?Misschien heeft iedereen dan wel een mini NFI-hulptasje in de metenkast hangen. Het ideale plaatje is dat alle burgers weten wat er gedaan moet worden om forensische sporen te beschermen tot de Forensische Opsporing is geweest. Dat iedere burger weet wat er wel en niet gedaan moet worden als er een delict is gepleegd. De politie moet veel meer ogen en oren krijgen voor wat de burger kan/wil en burgers zoveel mogelijk bij de opsporing betrokken worden. Daarnaast zou de politie meer voorlichtingen moeten gaan geven aan de burgers over het hoe en wat.?

Een van de resultaten van dit onderzoek is een infographic voor burgers nadat zij slachtoffer zijn geworden van een woninginbraak. Woninginbraak is gekozen omdat er gemiddeld per jaar een kleine 100.000 woninginbraken zijn en omdat een goede bijdrage van burgers de kans op goede opsporing kan verbeteren en daardoor ook kan meewerken aan het versterken van het onveiligheidsgevoel van de burger en betere preventie. Betere preventie kan ontstaan omdat burgers meer betrokken zijn bij opsporing en beter bewust raken van de manier waarop inbrekers werken (modus operandus) en daarmee ook beter zichzelf en hun buurtgenoten kunnen waarschuwen.

[slideshare id=104943955&doc=tnoehbwoninginbraaka4-180709104336&type=d]

Na een misdrijf zijn er op de plaats delict verschillende forensische sporen te vinden. De opsporingsmethodes voor deze forensische sporen verschillen per soort spoor. Zo worden er andere opsporingsmethodes gebruikt voor een digitaal spoor dan voor een DNA-spoor. Op dezelfde manier verschillen ook de methodes van veiligstellen. Alle verschillende opsporingmethodes en methodes voor veiligstellen staan vast in de Forensisch Technische normen samengesteld door het Nederland Forensisch Instituut (NFI) (NFI & Justitie, 2007). Binnen dit onderzoek wordt er voornamelijk gekeken naar het veiligstellen van forensische sporen.

Wat quotes uit het onderzoek, waarin voor-en nadelen blijken:

?De burger heeft een feilloos gevoel voor wat normaal is in de buurt en wat niet.?

?Vooral bij de heterdaadkracht kan dit leiden tot een verhoogd succes van de opsporing.?

?Als burgers zelf dingen gaan doen, kunnen forensische sporen beschadigen.?

?Het verhaal zal; niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid, omdat het de beleving is van een burger.?

?De forensisch experts hebben ervoor gestudeerd. De politie zou het moeten weten, maar doet het soms ook al fout. Bij de burger is de kans op contaminatie maar ook fraude alleen nog maar groter.?

“In hoeverre is de burger objectief genoeg om dit aan te kunnen??

Forensische wetenschap

De definitie van forensische wetenschap is het toepassen van voornamelijk technische en (natuur) wetenschappelijke methoden en technieken ten behoeve van de waarheidsvinding in de rechtspleging. Daarnaast zijn er ook een aantal andere disciplines, zoals rechtspsychologie en forensische accountancy. De nadruk ligt bij forensische wetenschap voornamelijk op het recht. De wetenschap is slechts een hulpmiddel dat het recht in staat stelt haar doeleinden optimaal te bereiken (A. P. A. Broeder, 2008).

Forensische sporen

Biologische sporen ontstaan wanneer een persoon lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma of speeksel) of haren achterlaat op een plaats delict. Het onderzoek aan deze sporen wordt voornamelijk uitgevoerd om achter de identiteit van het persoon te komen die dit heeft achtergelaten. De sporen worden veiliggesteld op de plaats delict en daarna behandeld in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium. Om de aard van het biologische spoor te bepalen zijn er diverse biochemische en immunologische methoden beschikbaar. Om het DNA vast te stellen zijn er speciale DNA-technologi?n. Biologische sporen zijn de belangrijkste sporen, maar niet altijd zijn deze bruikbaar. Dan worden er naar andere sporen gekeken; zoals vingersporen, schoensporen, inbraaksporen of digitale sporen. Schoensporen ontstaan wanneer er een indruk of een afdruk van een schoenzool wordt achter gelaten. Inbraaksporen ontstaan wanneer er met een werktuig geprobeerd worden om een raam of een deur open te krijgen. Dit laat een identieke indruk achter van het werktuig dat gebruikt is. Digitale sporen ontstaan wanneer informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebruikt wordt. Tegenwoordig ligt bijna elke handeling binnen de ICT ergens vastgelegd en opgeslagen. Cybercrime ontstaat wanneer ICT gebruikt wordt als hulpmiddel of als doel bij het plegen van misdrijven. Wanneer ICT als hulpmiddel wordt gebruikt, gaat het vaak om een klassiek delict zoals woninginbraak. Alleen dit keer worden Google Maps en Facebook gebruikt om het potenti?le slachtoffer uit te zoeken. Dit laat digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden voor de digitale opsporing. Als ICT gebruikt wordt als alleen het doel, is er sprake van een serie nieuwe delicten. Voorbeelden hiervan zijn: hacken, malware/ransomware, phishing, internetoplichting, DDoS-aanvallen. Deze delicten bevinden zich in het zogenoemde Cyberspace, een niet-fysieke omgeving met een sociale structuur dat vergelijkbaar is met de sociale structuur van de offline wereld, en waar afstand en tijd geen belangrijke rol spelen. (A. P. A. Broeder, 2008) (E. R. Leukfeldt, 2012).?Op dit moment is het veiligstellen van forensische sporen alleen weggelegd voor de Forensische Opsporing (FO). De FT-normen, waarin staat beschreven hoe een spoor veiliggesteld moet worden, zijn niet openbaar in te zien.

Burgeropsporing/-participatie
De politie is vaak afhankelijk van de medewerking van de burger. Burgerparticipatie is van alle jaren, maar tegenwoordig is de manier waarop de burger bij de opsporing betrokken wordt, aan het veranderen. Door het gebruik van digitale technieken en mediakanalen zijn er veel meer burgers tegelijk te bereiken en kunnen zij makkelijker de informant van de politie zijn. Toch blijft er een belangrijk verschil tussen burgerparticipatie en burgeropsporing. Bij de participatie blijft de regie in de handen van de politie. De burger krijgt alleen de gelegenheid om mee te kijken en mee te denken. Bij de opsporing wordt de opsporing geheel door de burger uitgevoerd (L. G. Moor, 2011).

Eigenrichting
Over het algemeen wordt er onder ?eigenrichting? het volgende verstaan: iemand heeft het recht in eigenhanden genomen door geweld tegen een dader van een misdrijf te gebruiken dan nodig was geweest in de situatie. Eigenrichting is een van de gevolgen van een niet-gereguleerde burgeropsporing (L. G. Moor, 2011).

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

Studenten Windesheim helpen politie bij opsporen illegaal vuurwerk op Instagram

In de Stentor een bericht over Windesheim-studenten die de politie Oost-Nederland hielp om honderden handelaren in illegaal vuurwerk op te sporen. ?Waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Het verbaasde politieman Remco Aagtjes niet, dat onderzoek op het sociale netwerk Instagram binnen enkele weken leidde tot?bijna 1000 handelaren?in illegaal vuurwerk:??Je ziet overal om je heen hoe sociale media tegenwoordig vervlochten zijn met onze levens. In die zin sta ik niet te kijken van het aantal handelaren. Je weet dat er veel vraag is naar illegaal vuurwerk. En waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Wat Aagtjes wel verbaasde was de openheid waarmee de verkopers te werk gingen. Zo waren veel profielen niet afgeschermd en daardoor voor iedereen zichtbaar. En vaak stond de herkomst van de verkoper in de gebruikersnaam.

In kaart brengen

Om de Instagram-handelaren op te sporen werkte de politie samen met studenten van hogeschool Windesheim. Een van de onderzoekers is Justin Kuiper (22) uit Onna, derdejaars student ict.??Samen met een groep studenten struinden we vier dagen per week Instagram af en brachten we alle accounts in kaart. In veel gevallen niet moeilijk, want op alleen de zoekwoorden ?vuurwerk? en ?handel? kwam al een hele lijst gebruikers naar boven.?

Om geen argwaan te wekken gebruikten de onderzoekers tientallen accounts met fictieve gebruikersnamen. ?Als we maar ??n account zouden hebben gebruikt, zouden we snel zijn opgevallen?, zegt Aagtjes. Gisteren veranderden de profielnamen van alle politie-accounts in ?Vuurwerk Politie?, waardoor de handelaren merkten dat ze erbij waren.

Geen strafbaar gedrag op Instagram

De accounts van de vuurwerkhandelaren worden voor het einde van de week?offline?gehaald, beloofde Instagram aan de politie. Aagtjes: ?In de algemene voorwaarden staat dat Instagram geen strafbaar gedrag tolereert. Daarover hebben we met ze gesproken en ze gewezen op al deze accounts. Die worden weggehaald.?

Verkopers die denken slim te zijn door zelf hun account te verwijderen zijn te laat, zegt de politie: hun gegevens zijn al vastgelegd en een profiel wissen heeft geen zin.?Student Kuiper begrijpt wel dat de politie digitale opsporing inzet in de strijd tegen illegaal vuurwerk. ?Alles tegenhouden aan de grens lukt nooit, daar is geen beginnen aan. Dan kun je natuurlijk gebruikers van illegaal vuurwerk bestraffen, maar de handelaren opsporen is veel effici?nter. En zeker op Instagram, waar het vaak redelijk eenvoudig te vinden was.?

Aagtjes is vooral blij dat het lijkt te zijn gelukt om de verkoop van veel vuurwerk te voorkomen. ?Het spul dat we tegenwoordig aantreffen heeft echt een gigantische kracht. Vier cobra?s (zwaar knalvuurwerk, red.) hebben samen de kracht van een handgranaat. En we zien dozen van twintig stuks gewoon in huizen of schuurtjes liggen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als dat ontploft.?

Drukste tijd van het jaar

Het onderzoek van de politie is met het openbaar maken niet gestopt, zegt Kuiper. ?We zitten nu natuurlijk in de drukste tijd voor de verkoop van vuurwerk. Daarom gaan we nog door tot en met januari. Want ik verwacht dat handelaren toch zullen proberen om van hun spullen af te komen. Maar niet meer via Instagram, als het aan ons ligt.?

Bron: De Stentor

Was wraakvader Mario Haazen een uitzondering? ‘Burgers sporen steeds vaker zelf criminelen op’

Twee weken had Mario Haazen nodig om de man te vinden die zijn dochter maandenlang online lastig viel. Zijn gewelddadige ontmoeting met deze Jack S. moest hij vervolgens bekopen met 4,5 jaar cel voor poging tot doodslag. Een drama voor alle betrokkenen. Hoe moet de politie omgaan met mensen die zelf op onderzoek uitgaan?

“Ook de politie weet dat je dit niet kan tegenhouden, maar er is nog genoeg huiver”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en expert als het gaat om opsporen via internet.

Achtervolging
Het ging mis bij Mario Haazen. Zijn 14-jarige dochter dacht dat ze contact had met een leuke jongen van zeventien via sociale media. Het bleek een oud-tbs’er van 47. Toen hij dit hoorde deed Haazen direct aangifte bij de politie. Maar hij zette ook zelf de achtervolging in.

Bij zijn zoektocht naar de dader gebruikte de vader niet alleen de zoekbalk op Facebook en Google. Hij zocht ook contact met vestigingen van Albert Heijn en Hema om erachter te komen wie cadeautjes kocht voor zijn dochter. Van de Hema kreeg hij bewakingsbeelden waarop te zien was hoe Jack S. precies dat deed. Haazen wist vervolgens te achterhalen waar de man woonde. Hoe het afloopt weten we.

‘Niet te stoppen’
Volgens De Vries kun je het niet stoppen dat mensen zelf op onderzoek uitgaan. “Je moet dit zo goed mogelijk begeleiden.” Dat is volgens hem cruciaal om te voorkomen dat mensen uiteindelijk zelf rechter kunnen gaan spelen, zoals bij Haazen. “Hier moet de politie burgers ook tegen zichzelf in bescherming nemen.”

In het geval van Haazen deed de politie weinig met de informatie die de vader doorspeelde. Dat had volgens De Vries wel gemoeten. Maar hij ziet toch ook grote voordelen in burgers die helpen met het opsporen van boeven. “Je ziet nu al dat het merendeel van de zaken wordt opgelost met hulp van burgers. Zij zijn expert in hun eigen straat, en anderen zijn weer heel goed op internet. Die hulp kan je heel goed inschakelen.”

Om de politie ?n burgers te helpen, is De Vries bezig met de ontwikkeling van de app My Sherlock. Hierin wordt het mogelijk gemaakt voor mensen om gestructureerd onderzoek te doen en om dit te delen met de politie. “In de app kan je een onderzoek starten met behulp van professionele methoden die door de politie en het Openbaar Ministerie zijn ontwikkeld.”

Aanwijzingen online delen
Zo kunnen mensen op een simpele manier aanwijzingen invoeren die ze online hebben gevonden. Ook kan er een digitale compositietekening worden gemaakt. En er kan een motief van een verdachte worden toegevoegd. De politie kan dit profiel makkelijk inzien en de voortgang van het onderzoek volgen. “Het is dan wel zaak dat de politie de zaak op een gegeven moment overneemt.”

Volgens De Vries is het een manier om de behoefte van burgers om tot actie over te gaan op een positieve manier in te zetten. “De aangiftes van mensen worden alleen maar beter op deze manier. We hopen dat het oplossingspercentage hiermee omhoog gaat.”

Maar er is volgens de onderzoeker nog ‘genoeg huiver’ bij de politie en in het lokaal bestuur. De angst dat hordes amateur-Sherlocks het recht in eigen hand nemen, of sporen vernietigen, is moeilijk af te schudden. “Een paar jaar geleden worstelde de politie hier enorm mee. Maar je zag bij de zaak rond Anne Faber dat de politie ook is gaan samenwerken met mensen die gingen zoeken. Ze weten ook dat je dit niet kan tegenhouden. Bij zo’n vermissingszaak kan je moeilijk een rood-wit lint om het hele bos spannen.”

Bron: Omroep Brabant?of beluister na 41 mins het korte radio item?erover.

Vrije Vogels Vlogger: Sven van der Meulen

In de Volkskrant lazen we eerder dit jaar al over de modus operandus van vlogger Sven van der Meulen en zijn?Vrije Vogels?op YouTube:

“Eerder dit jaar deed Sven zich op een chatsite voor als 15-jarige, sprak af met een veel oudere man in de McDonald?s. Zijn verborgen camera had hij naast zich op de bank gezet, waardoor van de man alleen een uitpuilend stuk buik te zien was. In het filmpje heeft hij er een grote blauwe pijl bijgezet en in hoofdletters het woord ?pedofiel?. Met subtiliteit scoor je geen YouTube hit.?Net als op televisie had Sven de politie vooraf getipt. Die hielden de man ter plekke staande. Inmiddels is ook een onderzoek naar hem gestart. De video werd, met een kleine 200 duizend views, zijn best bekeken werk. Bijvangst was de aandacht van landelijke pers. Daarna had Svcen opnieuw beet.?Toen sprak hij undercover af met mannen die seks willen met dieren. Sven kreeg naar eigen zeggen ook dierenporno doorgestuurd van een voormalig fractievoorzitter in de gemeenteraad, verbonden aan een landelijke partij. Hup, omhoog schoten de kijkcijfers.

De politie is inmiddels niet meer zo blij met de YouTubecowboy uit Drenthe. Sven dreigt zichzelf en lopend onderzoek in gevaar te brengen, zegt een woordvoerder van de politie Noord-Nederland als ik naar hem vraag. Bovendien gaat hij onzorgvuldig om met de privacy van de mensen die hij ?ontmaskert.? Hij blurt ze wel, maar hun stem is in de filmpjes gewoon te horen, hun auto te zien. ?Laat ik het zo zeggen?, zegt de woordvoerder, ?als jij de buurman bent van zo iemand, ga je hem herkennen.?”

In Dagblad van het Noorden viel te lezen hoe zijn item over dierenmishandeling afliep:

“Van der Meulen deed aangifte van dierenmishandeling, maar de politie was niet gelukkig met zijn handelen. Hij draagt onderwerpen aan waarmee de politie al bezig is en fietst daarmee door lopende onderzoeken heen. De politie kan ook niet direct in actie komen. Met tv-makers als Peter R. de Vries en Alberto Stegeman, die ook met verborgen camera?s werken, zegt de politie al weken van tevoren afspraken te hebben gemaakt.

Sven van der Meulen: ,,Mijn vorige vlogs heb ik aan de politie voorgelegd. Maar ik kreeg letterlijk te horen ?Je hoeft ons niet meer te bellen?. Dat heb ik met deze vlog ook niet meer gedaan. Maar het maakt me niet uit. Ik heb een jong publiek en ga gewoon door. Mijn volgende vlogs gaan over wapens en misstanden in de zorg.?”

Tijd voor een interview met Sven van der Meulen over zijn initiatief Vrije Vogels en zijn ervaringen met diverse misstanden die hij aan de kaak wilde stellen. Hieronder? zijn ongezouten verhaal, plannen en ervaringen met onder andere de overheid.

1. Wat is Vrije Vogels, hoe, wanneer en waarom is Vrije Vogels gestart?
Vrije Vogels is een online YouTube-kanaal van mijzelf. Een etalage/eigen platform voor onze idee?n. Het is begonnen door het kwijt willen van mijn creativiteit en het willen presenteren.

2. Hoe kwam jij erbij en wat is persoonlijke motivatie?
Ik was bij TV-zenders nog te jong om aan de slag te gaan, ik vond dat onzin en dacht dat ik dat wel zou kunnen. Toen dacht ik dan ga ik een kanaal beginnen waar ik mijn eigen programma’s ga maken. Dit was eerst gewoon het maken van allerlei filmpjes en dat is momenteel het maken van echt formats.

3. Hoeveel tijd stop je er in? Werk je veel alleen?
Het is mijn fulltime werk geworden en dat loopt op tegen flink wat uren per dag. Ik vermoed 12-15 uren per dag.
We werken samen met partijen, sponsors of bedrijven en ik werk in een vast team van twee met daarbij een 3e persoon als cameraman.

4. Hoe gaat Vrije Vogels typisch te werk?
Het begint bij een brainstorm, het bedenken van formats, idee?n die passen bij de inhoudelijke, scherpe maar toch leuke content van Vrije Vogels.
Dan wordt er research gedaan en gaan we aan de slag.

5. Met wat voor soort mensen werk je??
Dat gaat heel erg breed en ver, dat zijn soms advocaten, andere journalisten, kranten, managers, bedrijven. Dat verschilt per video of format.
We zijn nu gefocust op Nederland maar er liggen langzaam lijntjes die naar het buitenland gaan en daar zien we straks wel stappen.

6. Werkt Vrije Vogels ook met anderen samen, en zo ja hoe/waarom?
Niet met andere YouTubers of vloggers, het is inhoudelijk en journalistiek.
Dat soort samenwerking is lastig: dan moet je altijd eerlijk, oprecht en puur blijven dus ook daarin zal je nooit een betaalde sponsor zien of een andere YouTuber die even inbreekt in de video voor een samenwerking. Maar met kranten, journalisten en andere media komt het wel voor dat er afspraken worden gemaakt.

7. Wat voor type zaken pakken jullie beet? Kun je voorbeelden noemen?
Vrije Vogels is bekend van wat er op het kanaal staat. Dat is heel breed. Dat kan zijn dat we kruisbogen onderzoeken van bol.com, onderzoek doen naar chatsites of uitgaves van gemeentes. Het kan alles zijn zolang ik het interessant vindt om te behandelen. Zo niet doen we het niet. We focussen ons heel bewust op jongeren
die te oud zijn voor het jeugdjournaal en te jong zijn voor het RTL nieuws of het NOS journaal. Dat is vaak erg saai voor mensen van 16-25. Wij springen in dat gat.

8. Vertel eens over opmerkelijke ervaringen.
Elke is zaak is opmerkelijk uiteraard. Het meest opmerkelijke vondt ik de reactie van de politie op een video. ”als je dit online uitlegt hoef je ons nooit meer te bellen”
”Ik wil niet dreigen Sven maar dan is het klaar” ” Dan kom je gewoon op de zwarte perslijst” Dat vindt ik uitspraken die je niet kunt doen als iemand een verhaal vertelt van A tot Z. De politie wilde dat in dat verhaal haar foutjes uit werden gehaald want dat was wel zo netjes vonden hunzelf. Dat vindt ik bizar en zorgt voor dat ik nog harder ga zijn.

9. Hoe ga je typisch te werk in zo’n zaak?
Onze volgorde is eigenlijk: het nieuws lezen, opletten, brainstormen en dan volgt er research als er besloten is dat we erin duiken. Als er na research blijkt dat het nog steeds iets kan zijn gaan we over tot actie en komt er een camera bij maar vaak zijn er dan al weken voorbij van uitzoeken, testen en dingen zonder camera.

10. Wat voor resultaten levert het op?
Nieuwswaarde maken. Iets uitleggen aan jongeren wat interessant is (volgens ons).

11. Welke dilemma’s kom je tegen in je werk?
Soms moet je een zaak wegleggen terwijl je er al maanden aan werkt, dan blijkt het opeens niks te zijn of juist te groot om in te duiken.
We hebben zaken gehad waar we mee zijn gestopt omdat het te gevaarlijk aan het worden was. Dan zeggen we netjes “we leggen deze weg”.

12. Welke manieren zijn er om dergelijke risico’s te voorkomen?
Nooit alleen iets doen, beveiliging inhuren die klaar staat, politie inschakelen, codewoorden en afspraken maken. Backup-plannen altijd paraat hebben etc.

13. Welke kansen zie je nog voor Vrije Vogels, en hoe wil je dit bereiken?
Ik wil mooie en interessante dingen maken op Vrije Vogels, een groter publiek zou ik mooi vinden maar dat komt wel als we zo doorgaan.

14. Welke plannen heb je voor de komende tijd??
Genoeg! Het nieuws is oneindig en dat is zo mooi…

15. Hoe zouden anderen Vrije Vogels kunnen helpen?
We zijn altijd blij met tips of mensen die hun verhaal kwijt willen doen.

16. Welk advies zou je tenslotte nog aan politie, justitie of overheid in het algemeen willen geven?
Weet wat internet is, ik wordt totaal niet serieus genomen. Mijn e-mailtjes, telefoontjes en elke vorm van contact wordt genegeerd, das bijzonder vindt ik.
Na mijn video met de genoemde fouten van de politie hoef ik ze niet meer te bellen en dat blijf ik bijzonder en vreemd vinden. Een lijst met pers die ze liever niet of helemaal niet te woord staan daar moet je vanaf stappen vindt ik. Voor de rest denk ik dat we pas resultaat zien als alle posities zijn vervangen door mensen van nu maar ik heb geduld.

Interview met burgerspeurneuzen van Serendip

Een gesprek met ?Bo?, een anonieme speurneus van Serendip, zie?http://www.serendipov.nl/

1. Wat is Serendip en hoe is het gestart??

Serendip is voortgekomen uit de Nationale Krakercompetitie, een jaarlijkse internetzoekwedstrijd die online wordt gespeeld waarbij de deelnemers moeilijke vragen (hersenkrakers) met behulp van internet oplossen. Deze competitie, georganiseerd door de Nationale bibliotheek en NRC Handelsblad, duurde elke keer een maand en liep van 2003 tot 2010. Serendip oprichter “Gerrit van Keulen” (naam gefingeerd) was daar redactielid maar is na verschil van inzicht in 2007 Serendip gestart.

2. Hoe kwam jij erbij en wat is je persoonlijke motivatie?

Serendip was een zoekwedstrijd van 2007 t/m 2009 die het hele jaar duurde. Het eerste jaar won ik. Gerrit vroeg mij of ik in de redactie wilde. Dat heb ik 2 jaar gedaan.

De schoondochter en vader van Gerrit werken bij de politie. Hij schepte een beetje op dat Serendip zo goed kon zoeken. Uiteindelijk kreeg Serendip een cold case die we binnen 2 1/2 uur oplosten. Daarna ging het goed lopen totdat onze contactpersoon bij de politie plotseling overleed. We kregen daarna een periode steeds een nieuw contactpersoon, of weer een reorganisatie, en konden weer opnieuw beginnen.

Sinds begin 2015 zijn we aangesloten bij de Landelijke DeskundigheidsMakelaar (LDM). Dat is prettig want daarmee hebben we vaste aanspreekpunten.

3. Is het voor jou vrijwillig? Hoeveel tijd kost het je? Werk je veel alleen of juist veel samen?

In mei dit jaar heb ik Serendip overgenomen omdat Gerrit andere dingen wilde gaan doen. Ja, het is vrijwillig, niet fulltime maar velen steken er wel veel tijd in. Meestal werkt men zelfstandig, maar we?discussi?ren wel veel op het forum. Een aantal mensen kent elkaar IRL.?Contact verloopt meestal via DM op het forum en soms via WhatsApp of Facebook.

4. Hoeveel leden zijn er ongeveer en met wat voor soort mensen werk je?

In het begin waren er ongeveer 60 deelnemers maar in de loop der jaren zijn er veel afgevallen en er maar een paar bijgekomen. Het niveau ligt voor de meeste nieuwkomers te hoog, dus die haken al snel af. Nu zijn er nog 30 deelnemers, waarvan ongeveer de helft actief is.

De meeste deelnemers zijn ouder dan 60, zijn breed ge?nteresseerd en hebben verschillende beroepen. Bibliothecarissen, een huisarts, dierenarts, apotheker of conservator bij een museum, etc. Ongeveer 60% is vrouw en het zijn Nederlanders of Belgen.

5. Is Serendip gegroeid? Welke ambities zijn er nog?

Wij zouden best verder willen groeien, maar ik weet niet waar we het talent vandaan zouden moeten halen. De leden die nu lid zijn hebben zich bewezen bij de Nationale Kraker Competitie. Nieuwe leden, die overigens wel heel fanatiek zijn, haken zoals eerder gezegd toch vrij snel af. Ik heb dit ook met Bellingcat besproken en zij lijken hetzelfde te ervaren.

Gerrit wilde de boel ooit opengooien voor iedereen, maar ik blijf liever klein en kwalitatief goed dan groot met een heleboel sensatiezoekers die geen bijdragen leveren.

Ik zou best commerci?le opties willen verkennen, maar de manier van ontstaan en zo?n grote groep lijkt me dat niet eenvoudig. Hoe verdeel je bijvoorbeeld eventuele inkomsten?

6. Aan hoeveel zaken is of wordt ongeveer gewerkt?

We krijgen gemiddeld zo?n 20 a 25 verzoeken per jaar en uit eigen initiatief zoeken we naar evenzoveel zaken. Het zijn de meer ernstige misdrijven zoals moord, overvallen, doodslag en kinderporno.

7. Werkt Serendip ook met anderen samen?

Vanaf 1 juni 2017 werken we aan?https://www.europol.europa.eu/stopchildabuse/?ook in samenwerking met Bellingcat.

8. Welke kansen zie je voor Serendip om nog succesvoller te zijn?

De samenwerking met de LDM vind ik prettig maar soms is er wat gedoe met specifieke afdelingen van de politie. Een voorbeeld daarvan was dat we een afbeelding kregen van een t-shirt. Het beeld was heel klein en heel vaag. We vroegen naar een betere afbeelding maar die hadden ze niet. 2 weken hebben we zonder resultaat gezocht tot de zaak bij Opsporing verzocht kwam en er heel duidelijk beelden van maar liefst 3 camera?s werden uitgezonden. Binnen een half uur hebben we het t-shirt gevonden en ook waar de daders vandaan kwamen. Maar we waren woest, dat begrijp je. Dit soort dingen is vaker voorgekomen. Als ik nu zo?n afbeelding zie en ik vermoed dat het een still van een bewakingscamera is dan zeg ik dat ook. Maar?mijn contact met de LDM is zeer goed, zowel telefonisch als via e-mail. Als ik vragen heb gaat men er achteraan, daar ben ik erg blij mee.

9. Welk advies zou je aan de overheid willen geven?

Ik zou het zo snel niet weten, behalve dan dat ik vind dat ze traag zijn en niet snel genoeg met de tijd meegaan.

10. Hoe gaan jullie meestal te werk?

Ik denk dat iedereen een eigen manier van zoeken heeft. Meestal zoeken we zelfstandig, maar we bespreken de zaak wel op het forum. Ook delen we het als we iets gevonden hebben, en ook hoe we het hebben gevonden. Zo leren we van elkaar.

11. Wat voor type zaken pakken jullie??

Er zijn veel zaken in de media verschenen (zoals oa bij Opsporing Verzocht). Bekend werd Serendip met de Robert M. zaak doordat zij een rol speelden in de eerste fase van de Amsterdamse zedenzaak. In twee uur en tien minuten waren ze erachter. Wat het voor truitje was en waar je het kon kopen. Serendip zocht voor de politie naar de herkomst van het truitje met de Nijntje-opdruk, en hadden op dat moment nog geen idee van de gevolgen die hun ontdekking zou hebben. Acht dagen na de ontdekking zou de politie in het programma Opsporing verzocht dezelfde beelden tonen. Beelden die uiteindelijk de arrestatie van Robert M. tot gevolg hadden. Beelden die het schokkende misbruik blootlegden van ten minste 87 zeer jonge kinderen door hun cr?cheleider en oppas.

In 2010 treft de politie in de Verenigde Staten bij een aangehouden man beelden aan waarop is te zien dat een tweejarig jongetje wordt misbruikt door een man. De politie heeft geen idee wie zij zijn en plaatst in november 2010 drie afbeeldingen op een internationaal computerprogramma ter bestrijding van kinderporno. Het valt het Team Beeld en Internet van het Nederlandse Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) op dat het jongetje een Nijntje-doekje in zijn hand heeft en een Nijntje-truitje aanheeft. De beelden worden vertoond in Opsporing verzocht, een opa herkent zijn kleinzoon en belt met zijn dochter. Die dochter meldt zich bij de politie. Het eerste wat ze zegt, is dat ze bij het zien van de foto’s meteen moest denken aan haar oppas Robert van anderhalf jaar geleden. Wat minder bekend is, is dat de politie voorafgaand aan het tonen van de foto van het jongetje op televisie de hulp heeft ingeroepen van de website Serendip. Op deze website zoeken mensen in competitieverband naar voorwerpen of antwoorden op vragen. Weten jullie meer over de herkomst van dit truitje, is de vraag die Serendip krijgt gesteld door een contactpersoon bij de politie. De politie kwam er niet achter, de speurneuzen van Serendip hadden aan een avondje genoeg.

‘We kregen maar een deel van de foto te zien. Voor ons was de Nijntje-afbeelding niet eens zichtbaar. Net als het gezicht van het jongetje. Heel vaag zagen we op het truitje een klein rechthoekig versierseltje. Na flink uitvergroten en een beetje fotoshoppen zagen we uiteindelijk twee letters en een vlekje. Dat vlekje bleek een &-teken te zijn, gevolgd door de letter z in een heel vreemd lettertype.’ Het betekende het begin van een zoekrichting. ‘We hebben gewoon op internet gezocht en kwamen uiteindelijk uit bij het logo van een bedrijfje in Gouda: Hip & Zo.’ De eigenares wist de politie te vertellen dat ze het truitje zelf heeft gemaakt, in 2004, en dat ze er 21 van heeft verkocht. Op basis van de vermoedelijke leeftijd en de lengte van het jongetje op de beelden kan de maat van het truitje worden geschat. De eigenares heeft in deze maat maar ??n truitje gemaakt en heeft dat verkocht in Nederland. Voor de politie is het nu duidelijk dat het misbruik en de vervaardiging van het kinderpornografische materiaal hoogstwaarschijnlijk hebben plaatsgevonden in Nederland – reden om Opsporing verzocht in te schakelen.

‘Dit hebben we echt s?men gedaan. Met alle deelnemers aan onze website hebben we, ieder vanachter onze eigen computer, mogelijke oplossingen geopperd. We hebben elkaar aan het denken gezet. Uiteindelijk is een van onze vrouwelijke deelnemers met de goede oplossing gekomen.’ Op dat moment en in de dagen erna hadden de mensen van Serendip nog geen idee welke zaak ze een duw in de juiste richting hebben gegeven. ‘Dat hoorden we later pas?. De zoektocht naar het Nijntje-truitje is maar ??n van de wapenfeiten van de internetspeurders. Meerdere keren per jaar schakelt de politie de website Serendip in om duidelijkheid te krijgen over zaken waar ze zelf niet helemaal uitkomt. Zo wisten zij op basis van een niet al te scherpe foto duidelijk te krijgen dat die foto was genomen in een trein die was gebouwd in de Estse hoofdstad Tallinn. En eerder moesten ze bijvoorbeeld aan de hand van een landschap uitzoeken waar die foto was genomen. ‘We vinden het leuk om dingen op te sporen, om zaken uit te zoeken. En als we de politie daarbij een handje kunnen helpen, is dat natuurlijk prachtig.’

12. Wat voor resultaten levert het werk op?

Het werk is heel divers, we zoeken op objecten ?n personen. Ons resultaat ligt misschien rond de 60%.

De ‘Trace an Object’-campagne van Europol vraagt leden van het publiek om uit te zoeken in welk land een item of een bepaalde locatie in beelden van kindermisbruik is gefilmd of gefotografeerd. Europol heeft het project begin juni 2017 gelanceerd en heeft al meer dan 21.000 tips ontvangen?. De meer dan 135 foto?s die vrijgegeven zijn, zijn bijgewerkt om alle illegale inhoud te verwijderen en alleen huishoudelijke voorwerpen achter te laten. Deze items kunnen echter nog steeds aanwijzingen geven.

Bellingcat heeft onlangs een project opgezet op?CheckMedia, een online platform voor het beheren van verificatiechecks, om de Europol campagne te ondersteunen.?Deze vrijwillige speurneuzen hebben met succes meer dan 35 voorwerpen ge?dentificeerd: een paar speelgoedschoenen, een specifiek merk kinderkleding en een paar supermarktzakken die typisch in Noord-Europese landen zijn gevestigd tot een hotelkamer in Taiwan.

Bo, ook lid van de Bellingcat-groep, legt uit hoe hij het paar speelgoedschoenen identificeerde. Ten eerste vond een lid van Serendip een vergelijkbaar plaatje, ook van een speelgoedschoen, waarschijnlijk met Google. Bo deed vervolgens een reverse image search zoekactie op die afbeelding, die via Google zoekt naar visueel vergelijkbare afbeeldingen. Bij de getoonde resultaten stond een speeltje dat sterk leek op het plaatje dat door Europol was gepost. “Het was helemaal niet zo technisch.)” legde Bo uit aan Motherboard via een e-mail.

12. Welke dilemma?s komen jullie tegen in dit werk??

Iedereen heeft een nickname. Ik ken slechts enkelen en dan vaak nog niet eens met de volledige naam.?Op Serendip bedienen de deelnemers zich van namen als Inspector?Morse, Maigret en De Zoeker. Amateurs zijn het. Ze krijgen er geen vergoeding voor, ze doen mee omdat ze graag zaken uitzoeken. ‘G??n hackers’, benadrukken ze. ‘We maken uitsluitend gebruik van openbare bronnen (Open Source Intelligence, OSINT), kijken alleen op die plaatsen waar iedereen kan kijken.??Tijd.

Waarom de politie het werk dan niet zelf doet ? ze hadden de vraag verwacht.”Soms kunnen zij ook wat wij kunnen, maar hebben ze geen tijd of prioriteit. En soms zijn we wat slimmer of handiger dan politie?.?Maar de gemiddelde rechercheur heeft de tijd niet om het onderzoek te doen zoals wij dat doen.’ Serendip heeft de mankracht wel. ‘Wij buigen ons soms met dertig man tegelijk over een voorwerp. Soms zijn we avonden aaneen bezig. Zo hadden ze bijvoorbeeld een foto van een bril. Daar zaten weken werk in en pas veel later kwam er ineens een verlossend bericht van politie: “Weet je nog dat jullie een hele tijd geleden gezocht hebben naar de herkomst van een bril ? Deze bril bleef destijds achter op een plaats delict na een steekpartij. Dankzij jullie zoektocht kwamen we erachter waar de bril bij Hans Anders verkocht werd. Op dat moment leek het of we daardoor niet verder zouden komen, er zijn immers zoveel vestigingen in Nederland. Bij een van de vestigingen van Hans Anders werd de glassterkte doorgemeten, die bleek redelijk uniek. Zo uniek zelfs dat er maar 4 personen in heel Nederland dezelfde sterkte hadden. En ja, daar zat ook de verdachte tussen. DNA aangetroffen op de bril matchte met die van de verdachte. Hij is inmiddels veroordeeld tot een meerjarige gevangenisstraf. Een mooi resultaat, mede dankzij jullie zoektocht!”

De politie waardeert de inzet van de amateurspeurders, zo blijkt wel. Ooit bezocht een delegatie van Serendip de politie om eens nader kennis te maken.?Overheidsinstanties zijn wat log, dat weet iedereen, dus ja maakt samenwerken soms lastig.?’Maar ze zijn blij met wat we allemaal doen en we voelen ons dan ook zeer serieus genomen.’ En terecht. Denk bijvoorbeeld aan die overval op een winkel waarbij op camerabeelden te zien was dat een van de overvallers een grijze capuchontrui droeg. ‘Wij wisten de politie uiteindelijk te melden dat die afkomstig was van een bepaalde winkel in Warschau. Later wist de politie op basis van die informatie uiteindelijk drie leden van een motorclub uit Litouwen aan te houden. Dat is natuurlijk een mooi resultaat.’ En ook de komende tijd is er nog voldoende werk aan de winkel.

13. Welke manieren zijn er tenslotte nog voor jullie om risico?s zoveel mogelijk te voorkomen?

Wij doen niet aan (spel)regels maar aan fatsoen en dat lijkt te werken 😉

Meer informatie: http://www.serendipov.nl/

Lees de publicatie?De valse romantiek van cocreatie?waarin Serendip ook genoemd wordt met hun werk in de Robert M. zaak:

Serendip is?ook te vinden op Facebook en Twitter

Seminar Burgerparticipatie Politieacademie

Burgerparticipatie kent vele facetten. De overheid betrekt burgers bijvoorbeeld al jaren op diverse manieren bij beleidsvorming. Ook voor de politie is burgerparticipatie een belangrijk thema geworden. Burgers worden namelijk steeds actiever op het gebied van criminaliteitsbeheersing. Onder andere door technologische ontwikkelingen zijn burgers steeds beter in staat om zelfstandig veiligheid vorm te geven. Hierbij valt te denken aan de grootschalige zoektochten bij vermissingen, maar ook aan mensen die zelf gestolen goederen opsporen via internet of ?op jacht gaan? naar daders bij bijvoorbeeld een mishandeling of misbruik van minderjarigen.

Deze ontwikkeling brengt bepaalde risico?s met zich mee. Zo zijn er vaak heftige emoties in het spel en bestaat de dreiging van eigenrichting. Tegelijkertijd is de hulp van burgers een gegeven en biedt de samenwerking met burgers ook nieuwe kansen voor de politie. Burgers bieden naast ?extra ogen en oren? bijvoorbeeld ook kennis en expertise die de politie zelf mogelijk niet of onvoldoende in huis heeft. In ieder geval is burgerparticipatie inmiddels niet meer weg te denken uit de samenleving. De uitdaging voor de politie is dan ook om in verbinding te blijven met de burger.

Hoe de politie met deze risico?s, kansen en dilemma?s omgaat, werd duidelijk tijdens dit gevarieerde seminar, dat op 18 september op de politieacademie werd gehouden, Het bestond uit een plenair gedeelte, gevolgd door workshops. Alle onderdelen werden ge?llustreerd met praktijkvoorbeelden.

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Opsporing, opende het seminar. In zijn verhaal over Burgeropsporing stonden onder andere ambities zoals flexibiliteit en de snelle aanpassing aan nieuwe veiligheidsvraagstukken centraal. Oebele Brouwer, de tweede plenaire spreker, behandelde vervolgens vanuit zijn rol als Officier van Justitie de juridische mogelijkheden van burgerinzet en de bewijswaarde hiervan in het strafrecht. Ook bespreekt hij aan de hand van casu?stiek het managen van emoties bij burgerparticipatie in relatie tot het strafproces. Tenslotte hield?Izanne de Wit, specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland een mooi pleidooi over nieuwe vormen van samenwerking met allerlei burgergroepen in vermissingszaken. In juni van dit jaar gaf zij nog een interessant interview in de Volkskrant?over de worsteling van de politie bij burgerhulp.

Vervolgens was er?een grote verscheidenheid aan workshops:

1. Runnen in de Bovenwereld?(Law Enforcement Only)
De TCI (Team Criminele Inlichtingen) maakt bij uitstek gebruik van burgers in het verkrijgen van informatie. Veelal zijn deze burgers criminelen die om verschillende motieven hun informatie met de TCI willen delen.
Daarnaast is het van belang om informatiepositie te krijgen bij burgers die zich niet in de traditionele criminele omgevingen bevinden, maar een sleutelpositie hebben binnen het maatschappelijke leven (de Bovenwereld).
Een inzicht in de wereld van Criminele Inlichtingen en Runnen in de Bovenwereld.
Coordinator TCI Landelijke Eenheid

2. “Maar even serieus, politieparticipatie?”?
Politieparticipatie? Een streven misschien maar (nog) geen werkelijkheid. Stan Duijf deed onderzoek naar? verschillende vormen van politieparticipatie. Aan de hand van casuistiek neemt deze workshop je mee in de wereld van burgers die zelf starten met opsporen en de wijze waarop de politie op deze burgers reageert. U krijgt in deze workshop antwoord op vragen zoals, hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma’s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn voor het opsporingsonderzoek?
Stan Duijf

3.?Hoe verbetert Opsporingscommunicatie de effectiviteit van de opsporing.
Tijdens deze workshop nemen we je mee in een van de meeste bekende vormen van burgerparticipatie in de opsporing, de inzet van Opsporingscommunicatie. We maken als politie al 35 jaar Opsporing Verzocht en met succes. Wekelijks trekt het programma gemiddeld 1,2 miljoen kijkers en in 43% van de zaken die oa hier worden gebracht worden aanhoudingen verricht. Maar Opsporingscommunicatie gaat inmiddels veel verder alleen een opsporingsprogramma. Tijdens deze workshop laten we jullie ervaren hoe je Opsporingscommunicatie kan inzetten als strategisch interventiemiddel en tonen we jullie toonaangevende praktijkvoorbeelden.
Linda Buitenweg

4. Vrijwillig, getraind en Ready2Help: Samen met de politie zoeken bij urgente vermissingen?
Ready@Help?is een burgernetwerk dat in 2014 door het Rode Kruis is opgezet. Het doel is om samen met aangesloten vrijwilligers tijdens grote incidenten een bijdrage te kunnen leveren aan hulpverlening en veiligheid. Inmiddels bestaat het netwerk uit bijna 40.000 mensen en is Ready2Help sinds 2014 al meer dan 300 keer in actie gekomen. Ongeveer een jaar geleden is er experiment gestart waarbij de politie Rotterdam Ready2Help traint in het zoeken bij vermissingszaken. Tijdens deze workshop wordt ingegaan op deze samenwerking met de Eenheid Rotterdam bij het zoeken naar urgent vermiste personen en wordt een verkenning gedaan naar mogelijke andere samenwerkingsvormen met de politie.
Petra Koster

5. ?oh oh ze denken mee!?. Burger internetrechercheurs in vermissingszaken.
De workshop zal gaan over het feit dat burgers hobbymatig steeds actiever met ons mee speuren in vermissingszaken. Als politie is het lastig handelen met de informatie die zij aanleveren. Welke werkwijze hebben zij gehanteerd die geleid heeft tot het verkrijgen van deze informatie?? Hoe gaan zij om met hypothese en scenario?s?? Maar wat nu als informatie die zij verstrekken klopt?
Izanne de Wit

6. Boeven vangen doen we samen! Lessen uit Kootwijkerbroek.
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar ?n ons op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. Als politie zijn we heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen! Maar wat doen we als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken?
Onderwerpen die in deze workshop aan bod komen zijn onder andere:
? Burgers organiseren zich zelf, maar wat verwachten ze van de overheid?
? Hoe kun je burgerparticipatie goed en slim organiseren?
? En wat zijn de do?s en don?ts voor een goede samenwerking?
Wilma Borren

7. Participeer! Kom je alleen info halen of doe je mee??
In deze workshop nemen twee politiekundigen u mee in hun afstudeeronderzoek naar burgerparticipatie. Zij deden onderzoek naar de kansen voor burgerparticipatie in het district Oost-Utrecht. Daarvoor spraken zij onder andere met burgerrechercheurs en buurtvaders over de samenwerking met de politie. Ook onderzochten zij welk beeld politiemedewerkers van? burgerparticipatie hebben en welke mogelijkheden collega’s zien om paticipatie meer te benutten. Naast het bespreken van de resultaten van het onderzoek gaan zij graag met u in gesprek om samen verder te leren.
Wilma Borren & Bas van der Hee

8. Verschil Maken. Het spanningsveld tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtstaat.
Anne Faber kent u waarschijnlijk wel. Edwin Takens waarschijnlijk niet. Beiden werden eind 2017 in de omgeving van Soest vermist. De zoektocht naar Anne Faber werd een nationale aangelegenheid met tal van burgerinitiatieven. Bij Edwin Takens gebeurde dat niet. Hoe gingen wij om met dat verschil?
We zijn nieuwsgierig naar waar de politie zich door laat leiden bij het bepalen van de inzet van schaarse capaciteit? In het maken van die keuze dienen wij de waarden van de rechtsstaat en staan wij voor gelijkheid. Maar het vermogen om zelf voor veiligheid te zorgen is ongelijk verdeeld in de samenleving. Die maatschappelijke ongelijkheid zouden wij kunnen negeren, nivelleren of juist uitvergroten. Negeren door in alle gevallen gelijke inzet te plegen, nivelleren door een stap terug doen waar burgers participerend en redzaam zijn en andersom. En uitvergroten door juist mee te bewegen met de publieke opinie en inzetten op die zaken die burgers in beweging brengen. Hoe gaan wij om met maatschappelijke ongelijkheid en deugt het wat wij doen? Tijdens deze workshop wordt het denkraam van een onderzoek naar de spanning tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtsstaat gepresenteerd. En willen we op een interactieve manier discussi?ren over dit spanningsveld.
Susanne Huijing & Machteld van den Bosch

9. De Landelijke Deskundigheidheidsmakelaar: Inzet van externe deskundigen
Er is een toenemende vraag naar externe deskundigen (burgers) die een bijdrage kunnen leveren aan het opsporings- en vervolgingsproces. Het kan echter moeilijk zijn om te bepalen wie en op welke wijze een burger/deskundige een bijdrage kan leveren? in een onderzoek. Onduidelijkheid hierover gaat soms ten koste van de kwaliteit van het onderzoek. Er zijn echter veel kwalitatief uitstekende en betrouwbare? externe deskundigen (burgers) die meer en vooral eerder ingezet kunnen worden dan nu het geval is. De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) wil de politie, openbaar ministerie, bijzondere opsporingsdiensten en zittende magistratuur? hierbij graag ondersteunen en adviseren. De LDM heeft een register met daarin gescreende en getoetste externe deskundigen die geraadpleegd kunnen worden.
Mariska van Diepen & Jan Verkaik

10. Wanneer werk je wel of niet samen met burgers in opsporing?
Burgers hebben meer dan alleen ogen en oren, en willen in toenemende mate meedenken en doen in het opsporingsproces. Denk aan meezoeken bij vermissingzaken, of het speuren naar gestolen spullen op internet. Maar wanneer werk je nu als politie echt samen met burgers, en wanneer niet? Wanneer laat je burgers hun gang gaan, en wanneer moet je het in goede banen leiden? Of hoe kun je ingrijpen als het schadelijke gevolgen kent? In deze workshop willen we met jullie in discussie over benodigde instrumenten voor politie en burgers om deze processen in goede banen te leiden. Aan de hand van in ontwikkeling zijnde tools zoals het burgeropsporingsplatform Sherlock willen we interactief op zoek naar voorbeelden uit de praktijk en eindigen met voorlopige antwoorden op deze vragen. Sherlock: https://socialmediadna.nl/sherlock/
Sven Schultz & Arnout de Vries

11. Burgerparticipatie: de buurt en de agent (Veiligebuurt app)
Bewoners starten buurtpreventie initiatieven (m?t en z?nder de wijkagent) om hun buurt veiliger te maken. WhatsApp heeft zijn beperkingen voor bewoners ?n voor de wijkagent. Veiligebuurt.nl app is speciaal ontwikkeld en wordt nu door politie eenheden gebruikt.
In deze workshop wordt de voorbeeldcase met Politie Bommelerwaard uitgediept en de succesfactoren en resultaten vanuit het Ministerie van J&V besproken.
Natuurlijk staan we ook stil bij uw ervaringen, tips en hoe u kunt genieten van de voordelen (zonder eventuele belemmeringen).
Tim van Belkom

12. Ondernemers Alert, ”Ondermijning met een hapje en een drankje”
En dan is het ineens je buurman ondernemer op het industrieterrein waar de hennep zit en waar een ripdeal plaatsvind. De wijkagent komt erachter dat die buurman best wel wat wist.. maar helaas vaak achteraf. We willen naar de voorkant komen, hoe ga je samenspannen met ondernemers en hen bewustmaken van de signalen en weer in verbinding komen met de overheid. We zijn het gewoon gaan doen met ons publiek private netwerk ondermijners, zo’n 2 jaar geleden is het Platform Veilig ondernemen,? MKB- VNO, Politie, gemeenten, ondernemersverenigingen, samen voorlichtingen gaan geven op industrieterrein, daar waar het gebeurd, zoals in de loods waar XTC geproduceerd werd. Met een hapje en een drankje in?informele bijeenkomsten waarbij de burger als ondernemer en 1overheid weer in gesprek komen. Inmiddels landelijk gevolgd, 1200 ondernemers verder een 30 tal lokale bijeenkomsten, Haagse politici tot en met de minister die deze bijeenkomsten ook aanschuiven. In deze workshop vertellen we ons persoonlijke story over hoe een schijnbaar kleine interventie lokale, soms onverwachte, mooie effecten kan hebben in het herstellen van de publiek private verbinding.
Petra van den Bergh

13. Sarea Samen Zoeken?
Jaarlijks worden meer dan 40.000 mensen als vermist opgegeven. Gelukkig zijn 70% van de personen binnen 24 uur teruggevonden. In sommige gevallen helaas niet. Burgers starten vaak zelf een zoekactie voordat de politie in beeld komt. Dat is goed, want juist de eerste 24 uur zijn cruciaal.
Burgers willen graag, maar weten niet altijd hoe ze een zoekactie moeten leiden. Hoe weet je wie waar zoekt? Hoe stuur je mensen aan? De vermissingsapp Sarea helpt door de zoekactie te structureren en te organiseren. Doordat Sarea een afgebakend zoekgebied bepaalt en doordat de co?rdinator overzicht behoudt van waar wel en niet gezocht is, zorgt Sarea voor cruciale afstemming en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het zoeken naar een vermiste persoon. Wat komt erbij kijken als je met een app met burgers wil gaan samenwerken op het gebied van zoekacties? Van idee naar uitvoer, daar gaat de workshop over.
Ronnie Hessels & Henk-Jan Kazemir

14. Als je normale vragen stelt, krijg je ook normale antwoorden. Over de rol van de burger in de opsporing
? Wie vertrouwt zijn DNA toe aan de overheid?
? Wie durft te getuigen over een hennepplantage in de buurt, of over een moord?
? Wat doet de politie als de burger iets van de overheid wil in ruil voor zijn bijdrage?
? Wat mag is de prijs van de vooruitgang?
In deze workshop gaat Maarten Bollen in op de rol van de burger in de opsporing. Welke overeenkomsten hebben de burgers die in Friesland DNA afstonden voor het verwantschapsonderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra met de dealende criminelen die hun celgenoot erbij lapt in ruil voor minder straf? Maarten Bollen was betrokken bij het onderzoek 3D waarin verwantschapsonderzoek voor het eerst werd ingezet. Hij is op dit moment projectleider Bijzondere Getuigen in de regio Oost.
Maarten Bollen

Bron: Politieacademie