Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 1/2)

DH Book Flat V2

Een aanrader voor elke professional en amateur die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises is het nieuwe boek van Patrick Meier:?”Digital Humanitarians – How Big Data is changing the face of humanitarian response“.

Het boek start met zijn persoonlijke verhaal dat begon bij de ramp in Ha?ti, januari 2010. Patrick studeerde nog in Boston en zijn vrouw werkte op dat moment pecies?in het gebied waar de aardbeving in Port-au-Prince toesloeg. Gelukkig overleefde zij de ramp, maar hij raakte online betrokken bij de hulpverlening waarin duidelijk werd hoe honderden mensen over de hele wereld digitale hulp boden en waarin onder andere een Ha?ti Crisis Map ontstond waarop informatie van social media (en ook SMS via telecom provider Digicel) werd gevalideerd en geplot op een kaart om met iedereen te delen wat er aan de hand was.

Zo begon crisismapping in 2010 in de studentenkamer van Patrick Meier met de crisiskaart van Ha?ti (zie hieronder het aanvullende initiatief van OpenStreetMap).?


Het boek start met overtuigende argumenten voor het gebruik van social media (er zijn namelijk nog steeds crisis professionals?die redenen hebben om er niets mee te doen). Daarna gaat het boek verder in op hoe de evolutie zich ontvouwde die Patrick Meier van case naar case zag en waarin hij deels ook zelf veel nieuwe initiatieven ontplooide. We kunnen niet alles kwijt in deze blogpost, dus het inkijkje in de toekomst en wat andere voorbeelden en inzichten bewaren we voor het tweede deel.

Interessant is de ontwikkeling van de sociale en technologische innovaties die dit boek op een rijtje zet. Van crowdsourcing naar microtasking en van het zoeken, filteren en valideren van tweets (eerst handmatig daarna steeds meer?deels automatisch) naar het gebruik van beelden van satellieten en drones. De informatie?(Big Crisis Data noemt Patrick het)?wordt er niet minder op, en het feit dat het gebruik ervan zo ontwikkeld geeft in zichzelf al aan dat er veel behoefte naar is.

Tsunami aan informatie, maar ook een leger aan mogelijke?hulptroepen

Wereldwijd zijn er naar schatting een half miljard mensen die?WhatsApp gebruiken en een miljard Facebook gebruikers. Er worden vandaag de dag meet WhatsApp berichten verstuur dan SMSjes (meer dan 50 miljard per dag). Tel daar elke minuut 100 uur aan YouTube video materiaal en vele miljoenen foto’s op alle platformen en er is duidelijk sprake van een Tsunami aan informatie, maar ook sprake van een enorm netwerk aan mensen dat in tijden van nood kan helpen met deze informatie. Door het te verschaffen, of?door te helpen in het filteren en duiden ervan.

En degenen die de berichten plaatsen zijn ook niet onbelangrijk.?Anand Giridharadas van The New York Times zei het treffend:” These crowds are not only collectively witnessing our world in real time, but their digital footprints are also creating the first draft of history. ” (bron)

Hoewel de meerderheid van de aardse bevolking nog niet op social media zit, zit de social media adoptie globaal gezien toch nog steeds flink in de lift. Daarnaast zijn er steeds meer ‘dingen’ die aan het internet hangen en als sensor informatie produceren. Patrick gaat bijvoorbeeld in op de kracht van drones en haarscherpe beelden vanuit de lucht.

Hieronder volgen een paar voorbeeld cases uit het boek, maar ook interessante vraagstukken die spelen op dit onderwerp. Ook hebben we natuurlijk al uitgebreidere blogs geschreven over de meeste cases (zoals bijvoorbeeld de aanslag tijdens de Boston Marathon of Orkaan Sandy).

Relevantie van social media?

Maar hoeveel van die gigantische hoeveelheid aan?informatie is eigenlijk relevant? Het antwoord verschilt nogal. Bij de Joplin tornado die in 2011 in Missouri langskwam wees onderzoek uit dat zo’n 10% van de tweets die gepost werden relevant geacht werden en voldoende informatiewaarde hadden voor crisismanagement organisaties. Bij de Australische branden uit 2009 werden zelfs 65% van de tweets belangrijk gezien (bron). Toegegeven, dit lijken hele hoge percentages, maar als maar 0.001% van alle 20 miljoen tweets van orkaan Sandy relevant zou zijn, en de helft daarvan enigszins betrouwbaar was, waren het nog steeds 15.000 woorden ofwel 30 pagina’s vol met relevante, real-time?informatie geweest die gewoon gratis voor het oppikken?op straat liggen.

Maar percentages zeggen niets. E?n berichtje?kan genoeg zijn om een leven te redden en daar wordt in het boek een goed voorbeeld bij gegeven.?Het gaat dan om het?verhaal?van?Naoko, die op 11 maart 2011 samen met honderden mensen op de daken klom tijdens de tsunami in noord Japan. Ze kon niet bellen of SMS met haar telefoon, maar kwam erachter dat e-mail nog werkte. Ze mailde naar haar man, die op zijn beurt hun zoon in Londen weer op de hoogte stelde. Naoko’s zoon stuurde de vice-gouverneur van Tokyo een priv? tweet (DM) met de hulpvraag. Deze las het bericht en belde de brandweer brigade van Tokyo met het verzoek?voor reddingsactie per helikopter. Kort daarna was de hele groep op de daken gered.

Toch hebben de meeste mensen dit geluk niet gehad. Niet iedereen weet (evt via een aantal schakels) hulptroepen op de hoogte stellen of te organiseren. Bedenk ook dat dit vandaag de dag een enorme uitzondering is. Op de dag na de beving van 2011 in Japan zijn er meer dan 1,77 miljoen tweets verstuurd over?dat incident. ?Dat komt neer op een gemiddelde van 2000 tweets per seconde!

Informatie overload

Een ander veel gehoorde kritiek op social media is: waar halen we in godsnaam de tijd vandaan om hiermee te werken? “Forget it” is ook wel de reactie als men?de hoeveelheid informatie ziet. Patrick Meier vergelijkt deze reactie met een?ouderwetse bibliotheek. Die bevatten ook veel te veel informatie. Natuurlijk is het lastig om net dat ene boek te vinden waar je naar op zoek bent, maar in het geval van social media kan het levens redden. We worden er steeds beter in om ongestructureerde informatie te structureren en als je maar met genoeg mensen bent en slimme tools gebruikt lukt ons dat steeds beter.

De crisisbeheersingsexperts van vandaag noemt hij daarom ook “informatie DJ’s”. Ze verzamelen informatie van traditionele en nieuwe bronnen en doen hun best om er een redelijk omgevingsbeeld uit te halen (soms slechts?met?samples natuurlijk) en op een prettige manier voor te schotelen voor alle betrokkenen.

Valse meldingen: telefoon?vs social media

Een veelgehoord argument is dat social media toch zeker geen vervanging van de bestaande noodkanalen zal dienen, en dat die huidige kanalen (zoals 112) toch veel beter functioneren omdat ze betrouwbaarder zijn.

Het eerste noodnummer ontstond in de zomer van 1937 en werd in London gelanceerd onder het nummer 999, zoals het vandaag de dag in Engeland nog steeds wordt gebruikt. In die eerste week werden 1.336 noodoproepen gedaan. Van deze meldingen waren er toen 1.073 echte noodoproepen, 171 bellers wilde gewoon een operator aan de lijn om doorverbonden te worden en 91 waren grappen of valse meldingen (bron). Toen was 10% van de binnenkomende meldingen dus bewust een valse melding. Ter vergelijk bevatte?tijdens orkaan Sandy slechts 0.5% van alle tweets valse foto’s.

Vandaag de dag ligt het anders: minder dan een kwart van alle noodoproepen in Engeland een serieuze melding. Er zitten zeer veel valse meldingen bij, grappenmakers of gewoon onzinnige zaken die geen nood behoeven (bron). Dat betekent dat er per jaar meer dan 5 miljoen valse meldingen zijn; ofwel gemiddeld meer dan 13.000 onnodige telefonische meldingen per dag. Alleen al in New York krijgt de meldkamer 10.000 valse meldingen per dag binnen (bron). Patrick rekent even voor: als we aannemen dat het 5 seconden duurt voor de centralist om zo’n melding af te handelen, verspillen centralisten dus elke dag 14 uur aan dergelijke onzin. Dat is meer dan 5.000 uur op jaarbasis (ofwel 200 dagen onzinnig werk).??De cijfers in Europa zijn absoluut niet beter. Onderzoek laat zien dat zelfs de helft van de telefoontjes vals of onzin zijn. De Griekse meldkamers spannen de kroon met wel 99% valse meldingen! (bron). Toch hebben overheden het crowdsourcen onder burgers, ofwel het ontvangen van tips en telefonische meldingen, niet losgelaten. Men?blijft het een belangrijke informatielijn vinden, een levenslijn zelfs omdat het levens kan redden. Je kunt je dus afvragen waarom social media niet ook een levensredder kan zijn.

De Londense brandweer brigade is daarom ook, 80 jaar na de introductie van de telefonische hulplijn uit 1935, een noodhulplijn gestart via Twitter.

fire brigade london

Het Rode Kruis onderzocht ook dat driekwart van de bevolking in Amerika ook niet anders verwacht: hulpverleners dienen te reageren op noodhulp verzoeken via social media, en men verwacht actie binnen een uur na het posten ervan. VDMMP?herhaalde dit onderzoek, zij het?kleinschaliger, in Nederland en kwam tot een soortgelijke conclusie. Social Media?vervangt 112 niet, het is slechts een extra noodkanaal. Denk hierbij ook aan de aanslag op het Noorse eiland Ut?ya, waar de getroffenen 112 niet eens konden bereiken doordat alle lijnen overbelast waren na de aanslag in Oslo, en de jongeren weinig anders konden doen dan hun noodkreten twitteren. Dat terwijl de?Noorse overheid in die tijd totaal niet voorbereid?was om iets met social media te doen.

De VN was in hun rapport?van 2013 ook glashelder over de rol van social media: “Het bewijs is er nu dat nieuwe informatiebronnen (zoals social media) niet minder representatief of betrouwbaar zijn dan traditionele informatiebronnen, die ook in crisissituaties verre van perfect zijn”.

Hoeveel tweets zijn genoeg?

Slechts ??n goede foto van een ingestorte brug is voldoende om bijvoorbeeld infrastructurele schade duidelijk te maken na een storm of tsunami, zelfs als alle andere getuigen nog nooit van Twitter gehoord hebben. Onderzoek laat zien?dat zogenaamde ‘micro-crises’ zoals auto ongelukken, zelfs automatisch op Twitter gedetecteerd kunnen worden, ook al gaat het om een zeer beperkt aantal berichten (bron). Studenten van Harvard ontdekten ook dat met de analyse van Twitter zij in Ha?ti cholera eerder konden ontdekken dan de overheid dat deed (bron). Zelfs als de informatie veel ‘bias’?en valse berichten bevat kan het nog steeds van grote waarde zijn. Zo toonde een onderzoek?uit Indonesi? aan dat tweets geschikt waren voor het voorspellen van de voedselprijzen in het land, ondanks speculaties en foutieve berichten (bron). In Ierland bleek dat Twitter analyses de zorgen en werkgerelateerde stress een uitstekende voorspelling van werkeloosheid mogelijk maakte (bron). Ander onderzoek uit Egypte liet zien hoe het geweld aldaar verband hield met bepaald soort inhoud van berichten op Twitter (bron).

Trollen

Helaas is social media niet alleen zonnekleur en maneschijn. Ondanks zorgvuldige selectie van berichten, komen er ook berichten door die toch vals blijken te zijn.?Tijdens de aardbeving in Santiago, Chili werd bijvoorbeeld de volgende tweet gepost:

#chile please help, I am buried under the rubble in my home [address removed for privacy] Santiago, Chile #chile my phone doesn’t work about 10 hours…

Deze tweet bleek een valse melding te zijn toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen, en de twitteraar (oftwel twitter trol) ?plaatste nog enkele soortgelijke berichten, die helaas ook op de Chile Crisis Map werd overgenomen:

plz send help to [address removed for privacy] Santiagoi, Chile, i’m stuck under building with my child. #hitsunami #chile we have no supplies.

Ook hier ging de politie tevergeefs op af. Patrick vraagt zich dan ook af of het in de toekomst misschien illegaal zal worden om dergelijke informatie te produceren, net als dat nu voor de telefonische noodlijn geldt.

Fouten zijn menselijk

Op de crisiskaarten die met user generated content gevuld worden is dus helaas niet alles waarheidsgetrouw, ondanks alle pogingen voor een zorgvuldig selectie en validatieproces. Patrick Meier verdedigd zich door te stellen dat burgerjournalisten fouten maken, maar ook professionals dit doen. Hij vergelijkt het met The New York Times, een van de meest vooraanstaande kranten van de wereld die hun naam hoog te houden hebben met het beste van het beste. Toch moeten ook zij zo’n 7000 rectificaties per jaar aanbrengen in hun nieuws (bron). De gouden standaard, het hoogst haalbare, lijkt ineens niet meer zo foutloos als je zo’n getal hoort. In dat?onderzoek werd ook duidelijk dat 60 procent van alle krantenartikelen uit een gemiddelde selectie van 14 kranten fouten bevatte. Als je terugdenkt aan de mediaverslaggeving van de Boston marathon zul je niet verbaasd zijn over dergelijke cijfers. Daar was de mediastrijd om de eerste te zijn met berichtgeving zo heftig en gebaseerd op niet gevalideerde social media berichten dat veel journalisten te snel conclusies trokken met zeer ernstige gevolgen.

Voorlopige conclusie

Hoewel dit?digitale zenuwstelsel van onze maatschappij (zoals Patrick het noemt) nog erg sterk in ontwikkeling, soms zelfs?prematuur, is geeft deze digitale hartslag wel al belangrijke aanwijzingen en maakt het grove diagnoses mogelijk. In het tweede deel van ons?blog over zijn boek gaan we dieper in op de digitale speurneuzen, hoe zij werkten in deze voorbeelden en wat de huidige en nieuw te verwachten ontwikkelingen zijn die Patrick beschrijft.

Achtergrond: onderzoek naar de relevantie van tweets tijdens incidenten en crises:

Seriemoordenaar gebruikte social media

seriemoordenaar

Iedereen gebruikt sociale media. Dus ook een seriemoordenaar? Ja, ook die. Althans, in Zuid-Afrika, waar Sphiwe Patrick Khoza (36)?terechtstaat ?voor de moord op drie vrouwen. Khoza zou de vrouwen via sociale media hebben ontmoet en verleid tot een afspraakje. De vrouwen werden daarbij beroofd van geld, telefoon en sieraden, verkracht en gedood. De lichamen van de vrouwen werden vastgebonden en verbrand teruggevonden op een suikerplantage, het politieonderzoek wees uit dat de daders iedere keer op dezelfde manier te werk ging, waarna het spoor naar sociale media leidde.

Een getuige verklaard:?”Ik was stand-by die dag en in de buurt van de Amazinyama gebied. We moesten letten op?rietbranden en diefstal van suikerriet. We waren daar vanwege een melding van?een brand in een van de velden. Na het blussen van die brand zagen we nog steeds iets branden in de buurt. Ik zag dat het een persoon was. De handen waren vastgebonden, het hoofd lag naar beneden en de schoenen stonden in brand. Het riet werd gekapt en over het lichaam gelegd, “zei Mohan. De rechtzaak loopt momenteel nog.

Bron: IOL, CopsinCyberspace

App: High There

smoking a joint at a party Shutterstock

In Nederland is per 1 maart een nieuwe wet ingegaan?die zegt dat niet alleen het telen van hennep?maar ook het mogelijk maken of voorbereiden ervan strafbaar is. In de Verenigde Staten wordt de wetgeving rondom?hennep juist ruimer. Er zijn al meerdere staten waar marihuana en wiet legaal is gemaakt. En natuurlijk speelt?moderne ICT daarop in, want gemak dient de mens. Drugsdealers zochten al via social media naar hun client?le. Maar sinds kort is er een app die als een soort Tinder voor cannabis?rokers dient: High There?om?mensen op deze moderne manier aan elkaar te verbinden.

Het idee van de app is vrij simpel. Op een eerste date steek je niet meteen een joint op, dat schrikt misschien af. Dus het idee van deze app is om juist gelijkgestemde rokers aan elkaar te koppelen. De app is gemaakt door een startup uit Colorado, de staat waarin het afgelopen jaar na de aanpassing van de wet al ettelijke tonnen wiet zijn verhandeld. ?De app wordt alleen aangeboden in de 23 Amerikaanse staten waar het gebruik van hennep nu al enigszins?is gelegaliseerd. De app is dus niet illegaal en is middels geofencing geblokkeerd in de andere staten.

Voordat je de dienst gaat gebruiken en gaat daten moet je eerst wat rook voorkeuren invullen. Zo kun je aangeven hoe je wiet het liefst tot je neemt: roken, eten of verdampen. Ook kun je aangeven wat jouw reactie meestal is na een joint (zoals je energie niveau), zodat je je date niet zult verrassen. High There is een trend op het gebied van wiet apps. Er is zelfs een “CannabisHunt” die de beste diensten op een rijtje zet.

High ThereHigh There

High There is momenteel alleen beschikbaar op?Android (iOS versie is in de maak).

Oprichter Mitchem vertelde?Mashable?dat zijn inspiratie voor de app ontstond op een date die abrupt eindigde toen zijn metgezel afknapte op het feit dat hij wiet rookte. Om het taboe rondom dit onderwerp te doorbreken, nu met de nieuwe wetgeving, besloot hij er een sociale dienst van te maken die mensen bij elkaar bracht om samen te kunnen genieten. Hij ziet de app als veel meer dan een Tinder. Je kunt er tips uitwisselen, ook?als je het spul gebruikt voor medische doeleinden. Zijn hoop is dat de app snel internationaal kan worden, als meer landen (zoals Canada) hun wetgeving aanpassen.

De politie kan?echter ook gebruik maken van High There, om per locatie updates te krijgen van mensen die misschien verboden middelen in hun bezit hebben of willen dealen.

Bronnen: Business Insider,??Mashable, RTL Nieuws,?The Guardian.

Je Facebook-erfgenaam aanwijzen, zo werkt het!

Dit blog is ook gepubliceerd op de website van Digitale Nazorg [link] —

Groot nieuws in mijn tijdlijn: “Facebook laat gebruikers ‘erfgenaam’ voor account kiezen” Hoewel Facebook wat aan populariteit heeft ingeboet vanwege, laten we zeggen: vrijpostig?privacybeleid, geldt voor Facebook:?”You can’t live with it, can’t live without it.” Maar Facebook kan wel doorleven zonder jou, en dat is nou juist waarom ik deze stap van Facebook wel kan waarderen: je kunt daar zelf nu regie in nemen.?Maar hoe werkt het dan precies en wat doet Facebook daar vervolgens mee? Daar wil ik in dit blog even nader op inzoomen.

legacy_featured

Lees verder

V- Vermissing en de rol van social media

Hoe succesvol zijn sociale media bij vermissingen?

Voor het eerst is er onderzoek gedaan naar de rol van sociale media bij vermissingen van personen door masterstudente criminologie, Wieke de Zwart, in opdracht van adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee. Het onderzoek laat zien dat sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale media berichten steun aan de achterblijver en aan de vermiste persoon. Het onderzoek levert ook enkele aandachtspunten op. Deze blog gaat in op het aantal vermissingen in Nederland, de opsporing van vermissingen en een aantal aanbevelingen uit het onderzoek.

Vermissing in Nederland stand van zaken?

De nationale politie heeft een protocol voor vermissingen, met in elk van de tien eenheden
een specialist vermiste personen. Tevens heeft de landelijke eenheid een Landelijk Bureau Vermiste Personen. Nederland telt jaarlijks zo’n 20.000 meldingen van vermissingen door
naasten en 18.000 uit zorginstellingen. Het overgrote deel +/- 75 procent is terecht binnen ??n of twee dagen.
Een vermissingsonderzoek begint bij de melding. De officier van dienst van de politie bepaalt de ernst: urgent of overig. Soms is het snel helder: getuigen zagen hoe iemand in een auto werd getrokken bijvoorbeeld. Maar dat komt zelden voor. Vaker is de reden partnerruzie, depressiviteit, dementie, geldproblemen, misbruik, een vechtpartij of iemand die even stoom wilde afblazen.
De inschatting van een vermissing is heel precies werk en burgers zien sneller urgentie dan de politie. Elke melding wordt in Nederland serieus genomen. Mocht er een verkeerde inschatting worden gemaakt, dan zijn de gevolgen in de media en publieke opinie enorm.
Indien de vermissing urgent wordt bevonden, dan volgt melding bij het LBVP, en krijgt de familie een
familie-rechercheur toegewezen die de familie continu op de hoogte houdt. Door de toewijzing van een gespecialiseerde rechercheur kan begrip worden gekweekt waarom beslissingen worden genomen, bijvoorbeeld om een onderzoek af te schalen.

Opsporing van een vermiste persoon:

Hoe kan het dat in Nederland iemand zomaar kan verdwijnen en moeilijk is terug te vinden? In een dorp is het makkelijker een persoon op te sporen dan in een grote stad. Met name in een grote stad is het veel lastiger iemand te zoeken vanwege de anonimiteit. Er kunnen best veel ooggetuigen zijn maar hoe bereik je die allemaal? Ook al zijn er veel camera’s, het kost zee?n van tijd om die allemaal te bekijken. Het is bovendien niet toegestaan zomaar foto’s te verspreiden. Iemand kan wel vrijwillig vertrokken zijn. Zet je iemand dan op internet dan krijg je dat er nooit meer af. Ook voor het bekijken van camerabeelden, het uitpeilen van telefoons of het natrekken van financieel
verkeer is – tenzij sprake is van levensgevaar of een strafrechtelijk onderzoek – toestemming nodig van een officier van justitie of een rechter-commissaris.
De politie treedt via Burgernet en Twitter alleen naar buiten als er toestemming is van directe familie. Een door de familie beschikbaar gestelde foto plaatst de politie bewust niet op Twitter. Die foto komt alleen op de eigen website van de politie te staan. Zodra de persoon terecht is, haalt de politie de foto er weer af hierdoor houdt de politie meer controle over de foto.

Het is voor de politie gemakkelijker als de familie bankgegevens, inloggevens van sociale media en
telefoongegevens verstrekt of als bedrijven hun beelden vrijwillig verstrekken. Het zwaarst inzetbare instrument is het Amber Alert, dat wordt gebruikt bij bedreigende vermissingen van kinderen. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan ontvoeringen. Een landelijk sms-bombardement en media-aandacht kunnen dan helpen. Andersoortige vermissingen moeten aan specifieke voorwaarden voldoen, voordat de politie tot actie overgaat. Deze voorwaarden zijn onder andere: kinderen jonger dan twaalf jaar, mensen met een ernstige handicap of met een medische indicatie, maar ook signalen die kunnen duiden op zelfdoding hebben dan speciale aandacht.

DNA-bank

Bij het Landelijk Bureau Vermiste Personen verzamelt de politie sinds 2007 in een databank
DNA van familieleden van vermisten en voorwerpen waarop hun DNA zat. Daarin stopt ze ook het DNA van onbekende overleden personen. De DNA-databank voor Vermiste Personen heeft als doel om (stoffelijke resten van) onge?dentificeerde personen te kunnen identificeren via matches met vermiste personen. De databank maakt juridisch gezien deel uit van het vermiste personen systeem dat beheerd wordt door het Landelijk Bureau Vermiste Personen. Het NFI doet DNA-onderzoek in opdracht van het LBVP, beheert voor hen de DNA-databank voor Vermiste Personen en beheert ook het celmateriaal waaruit de DNA-profielen worden gegenereerd.

Belangrijke vragen

Bij een vermissing worden onderstaande vragen vaak gesteld:
Wat heeft de vermiste doorgaans bij zich?
Was hij of zij in gezelschap?
Waar is diegene voor het laatst gezien?
Wanneer?
Door wie?
Waar werd hij verwacht?
Is thuis wat bijzonders te zien?
Waar verblijft de gezochte vaak?
Heeft hij een vervoermiddel meegenomen? Een OV-chipkaart?
Staat de fiets misschien bij het dichtstbijzijnde treinstation? Zo ja, staat die netjes op slot of is die in haast neergegooid?
Als een vermiste actief is in sociale media, kan daar relevante informatie te vinden zijn. Heeft die daar
gehint op een verdwijning, of op een zelfmoordpoging?
Zijn er conflicten bekend? Relatieproblemen?

Vermissingen in Europa

In Europa zijn er diverse manieren om gebruik te maken van de nieuwe digitale snelwegen om vermiste kinderen op te sporen. Zo is er een initiatief van Missing Children Europe uit Brussel dat samenwerkt met Child Focus om in plaats van dode links (vermiste internetpagina’s) niet een standaard foutmelding te plaatsen, maar daar aandacht te vragen over andere vermissingen, namelijk die van echte personen.

404 not found

Met het NotFound 404 project kunnen websitebeheerders eenvoudig een aantal regels code toevoegen aan hun eigen 404 pagina.

Tot slot de aanbevelingen uit het onderzoek

Vooraf
Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen. De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media.
Tijdens
Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??. De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie). Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste. Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.
Na afloop
Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%. Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop. Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan. Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw ?f nog steeds is vermist.

Peter R. de Vries over Amber Alert

Bron: NOS, ZoekjeMee.nl

Superpromoters in risico- en crisiscommunicatie

superpromoters

Hieronder de samenvatting van het literatuuronderzoek dat Crisislab deed in opdracht van WODC naar superpromoters in risico- en crisiscommunicatie. Er zijn organisaties die claimen dat ze voor commerci?le doeleinden superpromoters via social media?deels automatisch kunnen detecteren middels een aantal van de hieronder genoemde eigenschappen. Zou dit ook voor veiligheidstoepassingen als risico-en crisiscommunicatie kunnen?

Aanleiding en definitie van het onderzoek

De overheid zoekt naar nieuwe manieren om haar boodschap zo overtuigend mogelijk over het voetlicht te krijgen. Dit geldt in het bijzonder in situaties waarbij de boodschap activerend is dat wil zeggen bedoeld is om mensen tot door de overheid gewenst handelen te laten besluiten, bijvoorbeeld om met een risico of crisissituatie om te gaan.

In 2009 werd door Vogelaar voor het eerst het begrip ?superpromoter? ge?ntroduceerd. Een superpromoter is ?een enthousiasteling die zijn enthousiasme deelt en anderen hiermee be?nvloedt?. Superpromoters spelen volgens Vogelaar een centrale rol in hun sociale netwerk doordat ze anderen bewust of onbewust met hun enthousiasme aansteken en daarmee een boodschap overtuigend over het voetlicht brengen. Het concept is momenteel alleen gedefinieerd en toegepast waar het gaat om de verkoop van commerci?le producten.

Om de kansen voor en bedreigingen bij het inzetten van ?superpromoters van overheidsbeleid? in kaart te krijgen, heeft het WODC Crisislab gevraagd een literatuuronderzoek uit te voeren naar de effecten van het gebruik van superpromoters bij risico- en crisiscommunicatie.

Onder risicocommunicatie verstaan we in lijn met de klassieke definitie van Leiss ?de uitwisseling van informatie over aard, omvang en beheersingsmogelijkheden van een risico tussen alle betrokken actoren uit de samenleving zoals openbaar bestuur, wetenschap, bedrijfsleven en burgers?.

We zien crisiscommunicatie vervolgens als verbijzondering van risicocommunicatie waarbij het specifieke crisiskarakter, dat wil zeggen tijdsdruk, onzekerheid en een geschokte samenleving, specifieke eisen aan de crisiscommunicatie stelt.

Voor de definitie van een superpromoter van overheidsbeleid sluiten we zoveel mogelijk aan bij de definitie van Vogelaar: Een superpromoter van overheidsbeleid is een individu dat vanuit zijn/haar intrinsieke motivatie een standpunt van de overheid verspreidt binnen zijn/haar sociale netwerk waar deze persoon naar verwachting overtuigingskracht heeft.

Welke factoren bepalen theoretisch de effectiviteit van de superpromoter?

De meest bepalende factoren die samenhangen met de vier kernelementen (intrinsieke motivatie, het persoonlijk sociaal netwerk van de superpromoter, de activerende overheidsboodschap en verwachte overtuigingskracht) en die invloed hebben op de effectiviteit van superpromoters zijn de volgende.

De intrinsieke motivatie wordt volgens de zogenaamde zelfbeschikkingstheorie bepaald door de mate

  • waarin iemand in vrijheid, naar eigen goeddunken, kan handelen (gepercipieerde autonomie)
  • van (ervaren) verbondenheid die iemand met een persoon, groep of cultuur voelt
  • van de (gevoelde) competentie om de handeling uit te voeren.

Intrinsieke motivatie wordt verder vergroot door eigen ervaring met een risico en verkleind door vormen van beloning (anders dan positieve feedback).

Dominant is dan verder voor de andere drie kernelementen dat het persoonlijk netwerk sociale massa heeft: de heersende sociale normen en waarden hebben een beperkend effect op boodschappen die er niet bij passen (en daarmee op zenders van die boodschappen) en een stimulerend effect op zenders en boodschappen die er wel bij passen.

Variabele eigenschappen van het persoonlijke sociale netwerk die invloed hebben zijn:

  • hechte verbindingen tussen zender en ontvanger hebben een positief effect op de overdracht van complexe boodschappen en het bereiken van een gedragsverandering bij de ontvanger.
  • zwakke verbindingen zijn echter wel geschikt voor het snel overbrengen van een simpele boodschap wanneer zeker de ontvanger al gemotiveerd is om die uit te voeren zoals in crisisomstandigheden. Omdat mensen een groter (potentieel) zwak netwerk hebben zijn in dergelijke omstandigheden meer mensen te bereiken.

Meer algemeen geldt dat de boodschap beter overkomt als hij persoonlijk is gemaakt. Het gevaar is dan wel dat zo?n persoonlijke boodschap op andere ontvangers een negatief effect kan hebben. Geloofwaardigheid is een laatste onafhankelijk eigenschap van de boodschap: aspecten als perceptie van de waarheidsgetrouwheid bepalen de ontvangst van de boodschap.

De overtuigingskracht van de zender wordt bepaald door zijn geloofwaardigheid (waar het aspect betrokkenheid onder valt) en de mate waarin de ontvanger zich met de zender kan identificeren. Ook van belang is de mate van gepercipieerde congruentie tussen zender en zijn boodschap.

Samenvattend kan echter gesteld worden dat de literatuur geen integraal en voorspellend model kent waarin het effect van al deze factoren in is samengebracht.

Wat zijn morele afwegingen voor de overheid bij inzet van superpromoters?

In de meest algemene zin is risico- en crisiscommunicatie in de zin van dit onderzoek gericht op het bewerkstelligen dat burgers bepaalde door de overheid gewenste handelingen uitvoeren. Risico- en crisiscommunicatie heeft daarmee een ?manipulatief? uitgangspunt: het roept daarmee in de eerste plaats de ethische vraag op of het wel aan de overheid is om de autonomie van burgers te willen inperken door be?nvloeding. In de tweede plaats is de ethische vraag of de overheid wel zeker weet of de activerende boodschap wel de juiste is: in het verleden kwam het wel eens voor dat het standpunt van de overheid ?met de kennis van nu? niet de juiste was om burgers optimaal te beschermen tegen een risico.

In de literatuur wordt samenvattend vooral gesteld dat uiteindelijk de morele afweging moet zijn dat sturende boodschappen ethisch zijn mits burgers maar de realistische mogelijkheid hebben om af te wijken van de ?wens? van de overheid en de overheid democratisch besluit op basis van een afweging welke handelingen het grootste maatschappelijk nut hebben.

Voor crisiscommunicatie geldt dat het bieden van directe, niet neutrale, manipulatieve informatie legitiem is wanneer dat ertoe bijdraagt dat de ontvanger van die informatie kan handelen om zich te beschermen tegen directe en grote gevaren. Het bieden van neutrale informatie die door de ontvanger gewogen en ge?nterpreteerd moet worden kost in zo?n situatie immers mogelijk teveel tijd.

Deze algemene afwegingen gelden mutatis mutandis ook voor de afweging om superpromoters in te zetten. Specifiek voor de inzet van superpromoters geldt echter dat er een extra verantwoordelijkheid rust op de schouders van de overheid omdat in dit geval gewone burgers worden gebruikt die voor eventuele onjuiste handelingsperspectieven geen verantwoordelijkheid mogen dragen of het slachtoffer worden van een negatieve reactie van de ontvangers van de overheidsboodschap (zie ook de paragraaf hierna).

Samenvattend moet de overheid wel erg overtuigd zijn van de juistheid van haar activerende boodschap voordat zij superpromoters inzet.

Onder welke omstandigheden werkt de inzet van superpromoters voorspelbaar averechts??Uit de literatuur komen drie mechanismen naar voren die tot voorspelbaar averechtse effecten leiden bij de inzet van superpromoters:

In de eerste plaats zullen mensen met een sterk negatieve grondhouding ten opzichte van een boodschap die boodschap selectief ontvangen en ervaren dat als motivatie tot een tegen(communicatie)actie. Dit kan leiden tot antipromoters zoals bijvoorbeeld bekend als reactie op vaccinatiecampagnes door de overheid.

In de tweede plaats zal de inzet van superpromoters leiden tot aandacht in de media en daarmee volgens de heersende medialogica ook tot ten minste evenredige aandacht voor het tegengestelde perspectief. Hierdoor zullen bijvoorbeeld antipromoters meer media aandacht krijgen.

Meer algemeen zal in de derde plaats zal een activerende boodschap die niet overkomt om welke reden dan ook leiden tot een (door de overheid ongewenste) compenserende tegenreactie bij de ontvanger. Dergelijke boemerangeffecten kunnen ook gericht zijn op de superpromotor als bron van de slecht ontvangen boodschap.

Samenvattend: Wanneer en hoe kunnen superpromoters theoretisch het beste ingezet worden?

De kerngedachte achter de inzet van superpromoters is dat intrinsiek gemotiveerde burgers binnen hun netwerk een overheidsboodschap met meer overtuigingskracht kunnen verspreiden dan de overheid met klassieke communicatiecampagnes zou kunnen.

Terug redenerend zou de overheid als volgt moeten handelen om superpromoters in te zetten:

  • Gegeven een bepaalde doelgroep voor risico- of crisiscommunicatie, moet de overheid analyseren welke de doelgroep overlappende persoonlijke netwerken van geschikte?potenti?le?superpromoters aanwezig zijn.
  • De?potenti?le?superpromotors moeten vervolgens worden toegerust met informatie (de activerende overheidsboodschap en eventueel competenties om a) intrinsiek?gemotiveerd te raken en b) naar verwachting overtuigingskracht te krijgen.

We merken hier al op dat in de literatuur geen prescriptieve aanwijzingen zijn gevonden die kunnen helpen met de bovenstaande analyse, dat wil zeggen met het helpen traceren van de?potenti?le?superpromoters. Uit de beschrijving is al meteen op te maken dat de inzet van superpromoters voor niet bijzonder urgente?risicocommunicatie daarmee in het algemeen een arbeidsintensieve zaak zal zijn zodat het besluiten daartoe (in plaats van reguliere communicatie) een bijzondere reden behoeft.

Anders zou het kunnen zijn in crisissituaties: de literatuur laat zien dat tijdens crises er situationeel altru?sme optreedt, d.w.z. dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om het goede te willen doen, dat er snel?potenti?le?netwerken geactiveerd kunnen worden van 5 bijvoorbeeld mensen in elkaars fysieke nabijheid of die een vorm van?contact hebben via sociale media.

De inzet van superpromoters in crisissituaties is zo beschouwd bijna onvermijdelijk en dan ook regelmatig aan de orde. Cruciaal is hier de snelle beschikbaarheid van een vertrouwenwekkende overheidsboodschap die een relevant handelingsperspectief geeft.

Slotsom

Het concept superpromoters dat centraal staat in dit onderzoek past in een serie van concepten die andere vormen van overheidscommunicatie mogelijk maken. Te denken valt aan andere concepten die benadrukken dat overheid aanwezig moet zijn op de plaatsen waar de samenleving ?spreekt? over de zaken die haar aan het hart gaan zoals in de zogenaamde discourscommunities en in de sociale media. Dit literatuuronderzoek geeft geen definitief antwoord op de vraag wanneer en hoe superpromoters kunnen worden ?ingezet? als modern communicatiemiddel. De literatuur bevat dergelijke inzichten simpelweg nog niet. Het biedt de overheid hopelijk wel mogelijkheid tot afweging. De inzichten uit dit rapport zijn bewust zo gepresenteerd dat ze voor een belangrijk deel ook breder bruikbaar zijn voor diegenen die nadenken over moderne interactieve overheidscommunicatie.

Bronnen: WODC

App: G4S houdt hooligan uit stadion

Supporters met een stadionverbod die stiekem een stadion proberen binnen te glippen, kunnen het lastig krijgen. De KNVB test namelijk binnenkort bij voetbalclub RKC Waalwijk een nieuw systeem waarmee die supporters veel makkelijker te controleren zijn.

De supporter krijgt een soort smartphone, waarmee hij zich voor of tijdens de wedstrijd moet melden. Vervolgens wordt via GPS gecontroleerd of de persoon dichtbij het stadion is. Het toestel verstuurt ook een vingerdruk van de supporter, zodat niet iemand anders stiekem de telefoon gebruikt.

Minister Opstelten van Veiligheid vindt dat supporters die de fout gaan, meteen een stadionverbod met meldingsplicht moeten krijgen. Maar de rechter legt vaak een stadionverbod zonder meldingsplicht op.

Meldingsplicht moeilijk uitvoerbaar

Het is namelijk nogal ingrijpend als een hooligan zich elke wedstrijd moet melden op het politiebureau. En voor de supporters die zich moeten melden, is nu eenmaal niet altijd mankracht op het politiebureau beschikbaar.

Clubs moeten daardoor zelf controleren of de supporters met stadionverbod niet binnenkomen. Maar dat is niet altijd even makkelijk. “Als iemand zich vermomd met een petje, een bril en een muts dan wordt het voor ons heel lastig om hem te herkennen”, zegt John Hermans, veiligheidsco?rdinator van RKC tegen Omroep Brabant.

Het is wel de vraag of dit systeem waterdicht is. Zo zijn er al programma’s voor verschillende smartphones waarmee je valse co?rdinaten kan opgeven.

Nieuwe voetbalwet lijkt?met app makkelijker te handhaven

Met de nieuwe Voetbalwet is het makkelijker geworden om hooligans uit stadions te weren. De uitvoering van de wet is echter niet zo eenvoudig. Rechters vinden het te ver gaan als overlastveroorzakers zich elke wedstrijd op het politiebureau moeten melden als bewijs dat zij niet in het stadion zijn. Met innovatieve technologie, ontwikkeld door G4S, is dat ook niet meer nodig.

De op verzoek van de KNVB ontwikkelde technologie bestaat uit een speciale smartphone, die gedurende het stadionverbod door G4S aan de gestrafte ter beschikking wordt gesteld. Het toestel is alleen geschikt om voorafgaand aan en tijdens wedstrijden de locatie door te geven. “Er zijn vanzelfsprekend verschillende voorzieningen getroffen om fraude tegen te gaan”, zegt Ren? Hiemstra, Director Government binnen G4S Nederland. “De belangrijkste is een vingerafdrukscanner. Daarmee is zeker dat het toestel door de persoon met het stadionverbod wordt bediend.”

Kort voor en driemaal tijdens wedstrijden ontvangt de persoon met het stadionverbod een verificatieverzoek. Als hieraan met een vingerscan gevolg wordt gegeven en de GPS-co?rdinaten aangeven dat de persoon zich niet in de buurt van een stadion bevindt, is er verder niets aan de hand. “Als hij wel bij het stadion is, niet reageert of het toestel probeert te saboteren, geven wij dat door aan de politie en krijgt de overlastveroorzaker met het strafrecht te maken.” Dat laatste is niet standaard het geval, want naast de rechter kan ook de KNVB een stadionverbod opleggen en vanaf komende zomer kunnen ook burgemeesters dat.
Op het moment draait een proef bij voetbalclub RKC Waalwijk. Een tiental personen met een stadionverbod test het systeem uit in ruil voor strafverkorting. Hiemstra: “De proef heeft inmiddels aangetoond dat de technologie stabiel en schaalbaar is. We kunnen het systeem nu dus ook landelijk uitrollen.” Het is natuurlijk de vraag of de technologie ook op termijn betrouwbaar blijft. Hiemstra erkent dat het een continue technologische wapenwedloop zal blijven. “Daarom blijven we altijd bezig met doorontwikkeling. Het huidige concept is gebaseerd op de technologie die wij destijds voor Justitie hebben ontwikkeld om mensen met huisarrest te controleren. Intussen zijn we al weer heel wat verder.” Hiemstra ziet ook tal van mogelijkheden buiten de voetbalwereld. “Denk aan evenementen en aan uitgaansgeweld. Met deze oplossing kunnen wij ook vervelende caf?bezoekers uit de uitgaansgebieden houden.

Bronnen: G4S, NOS, Security-Online

Social Media soldaten in Britse leger

Voor de 77ste Brigade van het Britse leger worden social media helden gezocht, die als taak krijgen hun aandeel te leveren in een??niet-letale oorlog? tegen diverse opponenten.

British-soldier-009

Het Britse leger is een speciale eenheid aan het oprichten met moderne ‘whizzkid warriors’. Deze social media soldaten moeten met psychologische oorlogsvoering online de strijd aangaan in de onconventionele oorlogsvoering die het huidige informatietijdperk kenmerken. De 77ste Brigade zal gestationeerd worden in?Hermitage, vlakbij Newbury, in Berkshire, en maar liefst 1500 man sterk zijn.?Formeel starten ze in april en momenteel worden uit het hele land soldaten gerekruteerd.

US Army

Isra?l en de VS zijn al zwaar betrokken in de psychologische oorlogsvoering, die steeds vaker ook online plaatsvindt. In een wereld van 24-uur nieuwsgaring, smartphones en social media zal deze nieuwe brigade proberen de verhalen die zo de ronde doen op de juiste manier te be?nvloeden. Men zoekt onder andere soldaten met journalistieke ervaring en vertrouwdheid met social media.

Een woordvoerder van het Britse leger vertelt: “In de 77ste Brigade worden veel bestaande en nieuwe ‘capabilities’ samengetrokken, die meer zijn ingespeeld op de moderne oorlogsvoering en conflicten. Het speelt?in op het feit dat de acties van anderen in het slagveld ook be?nvloed kan worden zonder geweld te gebruiken.”

Leaflets made by the British Army 15 (UK) Psychological Operations Group are displayed in their office at the British army base Task Force Helmand Headquarter on July 25, 2008 in Lashkar Gah

Het ontstaan van de brigade is deels voortgekomen uit?ervaringen in Afghanistan, maar het kan ook gezien worden als reactie op Rusland in de Krim en de Islamitische Staat (ISIS) die grote delen van?Syri? en Irak over wil nemen.

De NAVO is tot nu toe niet in staat geweest de onrust weg te nemen en president Vladimir Poetin verantwoordelijk te stellen voor zijn daden. Ook ISIS is zeer flexibel in het uitbuiten van de mogelijkheden van social media om wereldwijd strijders te werven en hun boodschap?te verkondigen.

Isra?l liep tot nu toe voorop in haar social media gebruik, met speciale social media teams bij operaties als?Operation Cast Lead, in de Gaza strook sinds 2008. Irael (IDF, ISrael Defence Force) is actief??op 30 social media platformen ? zoals Twitter, Facebook, Youtube en Instagram ? in zes talen. ?Het stelt ons in staat met een publiek te interacteren dat we anders niet zouden bereiken,? zei een Isra?lische legerwoordvoerder. Isra?l?krijgt veel verzoeken van westerse landen om deze kennis te delen.

defensiemonitoring

In de strijd rond de Gaza-strook van afgelopen zomer,?Operation Protective Edge, twitterden de IDF regelmatig net als de Hamas strijders, soms ook lijnrecht tegenover elkaar waarin de tweets uit beide hoeken je om de oren vlogen.

De naam van de 77ste brigade is een knipoog naar de klassieke?Chindits, die de strijd aangingen tegen de Japanners in Birma tijdens WO II. Majoor Wingate gebruikte daarin onorthodoxe en controversi?le tactieken die successen behaalden die niet in verhouding stonden tot zijn kleine eenheid. Zijn teams werden diep in Japans territorium gestuurd , wat bij de hogere legerleiding van Japan tot veel onzekerheid leidde en hen forceerde hun strategische plannen te veranderen.

De nieuwe kracht van de 77ste brigade zou net zo flexibel moeten blijken als de Chindits van destijds temidden van duizelingwekkende hoeveelheid berichten en communicatiestromen van de vijand.

Bronnen: The Guardian, Wikipedia, Telegraph, BBC

loose tweets

 

Britten krijgen wet tegen wraakporno, wij niet

snapchat revenge porn

In Groot-Brittanni? is ‘ie er?bijna doorheen, een wet tegen wraakporno. We schreven eerder al uitgebreid over voorbeelden van het fenomeen ‘revenge porn’. Als die wet er?is, kan je maximaal twee jaar achter de tralies verdwijnen?als je zonder toestemming naaktfoto’s van je ex het net opslingert.

De kwestie wraakporno is daar sinds de zomer in een stroomversnelling geraakt, zei correspondent Martijn Rosdorff in november al. Volgens hem draaide het toen ook om verkiezingsretoriek, “om jongeren te paaien”. Maar volgens?de Britse staatssecretaris van Justitie komt het erg vaak voor en is het een groeiend probleem.

“Er gaat gewoon veel verkeer naar die websites”, aldus Rosdorff.?Vandaar nu een wet die specifiek dit probleem aanpakt.

Japan, Isra?l, VS

Ook in andere landen wordt wraakporno als een serieus probleem gezien. Japan heeft in november als eerste land wraakporno strafbaar gesteld. Er staat maximaal drie jaar gevangenisstraf en een boete van 4000 euro op.

Isra?l kwam een maand geleden met een wet; daar kan je maximaal 5 jaar voor in de cel belanden. Bovendien sta je dan te boek als zedendelinquent.

Verschillende staten in Amerika zijn sinds 2013 al bezig met wetten tegen wraakporno. In Californi? kan je bijvoorbeeld zes maanden cel krijgen en 1000 dollar boete.

Steeds vaker versturen jongeren zelfgemaakte naaktfoto’s en blootfilmpjes via hun mobiele telefoon (foto: ANP)

Nederland?

In Nederland hebben we geen wet die specifiek wraakporno aanpakt. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie is wraakporno onder de bestaande wetten goed afgedekt.

“Indien de beelden zonder toestemming via het internet worden verspreid, bijvoorbeeld uit wraak, kunnen deze handelingen tot strafrechtelijke vervolging leiden op grond van belediging, smaad en, als?er feiten worden verkondigd die niet waar zijn, laster.” Dat was een antwoord van minister Opstelten na?Kamervragen van de PvdA in december.

“Die Kamervragen hebben niet opgeleverd wat ik ervan verwacht had”, zegt Arnout de Vries,?onderzoeker social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. “Het moet anders gewogen worden.”

Schadevergoeding

In Nederland kan je je dus beroepen op belediging,?smaad of laster.?Of op het portretrecht, als je herkenbaar op de foto staat. En als dat nadelig werkt, bijvoorbeeld bij een sollicitatie, kan je een?schadevergoeding eisen.?Er komt wel een nieuwe wet aan, eentje die te maken heeft met auteursrecht, zegt het ministerie. “Daar valt?dus sowieso onder dat je?niets van iemand?mag publiceren zonder diens?toestemming.”

Allemaal vergrijpen waar je geen celstraffen voor hoeft te verwachten dus.?Waarom komen er in andere landen dan wel speciale wetten voor dit probleem? “Misschien dat daar mazen in de wet zaten, waardoor wraakporno niet aan te pakken was”, aldus het ministerie.

Volgens de Vries heeft het ook te maken met cijfers en opsporing. “Zelfs al zou die wet er zijn, dan nog is het de vraag of je zo’n zaak aanhangig kan maken.” De websites waar de foto’s op staan zijn moeilijk aan te pakken. En bewijzen dat iemand je foto online heeft gezet, kan?ook lastig zijn.

“Zoiets?kan een slepende zaak van jaren worden. En de moeite die je ervoor moet doen, voor de bewijslast, weegt niet op tegen de uiteindelijke straf.”

Pleister

Maar op een nieuwe wet rekent hij eigenlijk niet. “Ik verwacht niet dat er?een nieuwe wet komt zonder dat het OM?zich kan baseren op cijfers.” En zonder cijfers gaat de politie?er ook?geen prioriteit van maken. “Al zit er wel meer beweging in, ze registreren wel meer.”

En nu? Je hebt nog het?Europese recht om persoonlijke informatie van het internet te laten verwijderen, het recht om vergeten te worden. En een informatieverzoek bij Google. “Een kleine pleister op de wonde”, zegt De Vries.

Bronnen: NOSop3

App: Namola

1-300x282

Een nieuwe app Namola (Google Play.) helpt Zuid-Afrikanen om het dichtstbijzijnde politiebureau in te schakelen met behulp van hun GPS-enabled smartphones. De app is gelanceerd door Ever Africa?onder leiding van voormalige Mxit CEO Alan Knott Craig Jr.

Het is als een Uber, maar dan voor de politie.

Want de?Tswane Metro politie is, net als Uber chauffeurs, uitgerust met een smartphone op het dashboard.?Bij?nood kan een Namola gebruiker op de knop “Get Armed Response” drukken, en de aandacht van de drie dichtstbijzijnde voertuigen trekken. De eerste responder die aangeeft?beschikbaar te zijn om te kunnen helpen wordt automatisch naar het opgegeven GPS-co?rdinaat geleid.?Een foto en naam van de melder en respons unit wordt ook?uitgewisseld.

Tot nu toe kende Zuid Afrika alleen de apps?OurHood?en?Spottm, maar dit lijkt een welkome aanvulling omdat het de eerste keer is dat melders direct in contact worden gebracht?met de politie.

Bronnen: MemeBurn, iOL