SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Wikipedia?is een?voor iedereen toegankelijke gratis?meertalige?internetencyclopedie die is (en wordt) samengesteld door talloze auteurs die dit helemaal vrijwillig doen. Dat zijn?wetenschappers, hobbyisten, studenten, experts en mensen met een goede algemene ontwikkeling. Iedereen mag aan Wikipedia bijdragen, ook?anoniem. Er is geen limiet aan de bijdragen. Wikipedia is in 2001 opgericht en inmiddels eigendom van de stichting Wikimedia Foundation, zonder winstoogmerk.?Wikipedia is een echte?wiki, een internetpagina of -site waarop gebruikers op een laagdrempelige manier aanpassingen kunnen doen.?De?Nederlandstalige versie?telde in juni 2013 ruim 1.600.000 artikelen. Wikipedia is arm aan regels, kent geen censuur, maar hanteert toch enkele basisprincipes, waarvan een zeer belangrijke is dat men het geen teksten opneemt die?auteursrechten?schenden. Daarnaast streven de uiteenlopende gebruikers (zogenaamde?Wikipedianen) naar een zo groot mogelijke objectiviteit. Alle artikelen hebben daarbij zogenaamde ‘overlegpagina’s’ om onduidelijkheden of knelpunten te bespreken.?De politieregio?s Haaglanden en Hollands Midden hadden een speciale politiewiki die allerlei web 2.0-begrippen bundelde. In Nieuw Zeeland is een nieuwe politiewet opgesteld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gebruikte hier een wiki voor, zodat iedere burger over deze nieuwe wet kon meepraten. De Wikipediapagina van Koninginnedag stond na de aanslag in 2009 nog dezelfde dag online, zelfs voor de offici?le persconferentie begon.
Toch is Wikipedia niet foutloos.?Charles Seife, schrijver van het boek ‘Virtual Unreality: Just Because The Internet Told You So, How Do You Know It’s True?’,?geeft het voorbeeld van de baseballer Mike Trout, voor wie een of andere grappenmaker de bijnaam ‘Millville Meteor’, een verwijzing naar zijn geboortedorp, had verzonnen en toegevoegd aan de Wikipedia-pagina over Trout. Een journalist pikte dat op, waarna dat artikel als bewijs voor de bijnaam werd toegevoegd?aan de pagina. En dus was de cirkel rond, hoewel niemand Trout zo ooit heeft genoemd. Trout gebruikt de naam nu dan maar zelf als handtekening.
‘Het probleem van Wikipedia is dat kennis elitair en antidemocratisch is. Je kan er niet over stemmen. Het limiteren van je kennis tot wat de consensus is, gevormd door mensen zonder autoriteit, doet afbraak aan je encyclopedie’, zegt Seife. ‘Begrijp me niet verkeerd, Wikipedia is ongelooflijk nuttig. Het is veel nuttiger dan het verdient te zijn. Maar het feit dat het gebouwd is op democratische principes en dat iedereen het kan veranderen, betekent dat er geen hi?rarchie in de kennis zit. Iemand die twintig jaar op plasmafysica gestudeerd heeft, weet er een pak meer over dan een tiener die in de kelder achter zijn computer zit. En toch kan die laatste het werk van die eerste uitwissen.’
In verschillende media opperde College Bescherming Persoonsgegevens (CPB) voorzitter Jacob Kohnstamm de mogelijkheid dat ook mensen die foto’s of filmpjes van dieven en inbrekers op internet zetten daarvoor een boete kunnen krijgen. Hierop werd heftig gereageerd vanuit de maatschappij. Vanwege de rellen in Engeland zijn er interessante ontwikkelingen te zien van burger- en politie initiatieven op dit gebied. Het deed mij denken aan januari 2004 waarbij de toenmalige Utrechtse korpschef Peter Vogelzang opriep om foto’s van veelplegers op het internet te plaatsen.
Sindsdien heeft de tijd niet stil gestaan en gaan de ontwikkelingen razendsnel. Deze blog geeft een overzicht van alle reacties en inzicht in de achtergronden van deze discussie. Als bronnen zijn de volgende kranten geraadpleegd, NRC, Volkskrant, Telegraaf, AD, de Stentor, Elsevier, mediatheek Politieacademie en het internet.
Privacyregels:
De maatschappij is de afgelopen jaren steeds verder gedigitaliseerd. Met de opkomst van slimme telefoons en tablet-pc’s zal die tendens zich de komende jaren alleen maar voortzetten. Deze ontwikkeling heeft er toe geleid dat bedrijven als Google, Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn de afgelopen jaren een gigantische hoeveelheid privacy-gevoelige gegevens over hun gebruikers verzameld hebben. De overheid wil er voor zorgen dat deze bedrijven geen misbruik maken van die gegevens. Daarom stelde de regering in 2009 de commissie-Brouwer-Korf in. Die commissie onder leiding van oud-burgemeester van Utrecht Annie Brouwer-Korf (PvdA) schreef een adviesrapport over de bescherming van privacy. Dat rapport pleitte er al voor boetes te laten uitdelen door het CBP. In april stuurden CDA-minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) de ‘Notitie inzake privacybeleid’ naar de Tweede Kamer. Daarin wordt bevestigd dat het CBP meer macht krijgt. Zo worden overheidsinstellingen straks verplicht het verlies van privacygevoelige gegevens te melden bij het CBP. Dit geldt niet voor elk terrein bijvoorbeeld als het gaat om camerabeelden, moeten burgers het CBP informeren indien zij beelden langer dan 24 uur bewaren. Die termijn wordt opgerekt naar vier weken.
Hieronder het wetsvoorstel, de brief aan de 1e kamer en de notitie inzake privacybeleid:
In verschillende media kwam CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm deze maand met het bericht dat ook mensen die foto’s of filmpjes van dieven en inbrekers op internet zetten daarvoor een boete kunnen krijgen. Volgens Kohnstamm overtreden ook die mensen namelijk de privacyregels .
Gezien de reacties heeft hij daarmee een enorme discussie op gang gebracht. De suggestie die er in doorklinkt, is dat de privacy van inbrekers meer waard is dan de veiligheid van particuliere burgers. In breder perspectief zijn de voorstellen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bedoeld om de online privacy van burgers beter te beschermen, niet die van vermoedelijke daders, waar nu de nadruk op ligt. Het Ministerie wil bijvoorbeeld ook een meldplicht voor bedrijven en overheden als daar persoonsgegevens op straat komen te liggen door verlies of diefstal.
Voorbeelden uit de praktijk:
De discussie begon door een foto in een sigarenwinkel van een demente vrouw. De Amsterdamse sigarenhandelaar Dennis Voet werd in 2004 door de rechter op de vingers getikt omdat hij een foto in zijn winkel had opgehangen van een 79-jarige vrouw die hij aanzag voor een winkeldief. De rechter oordeelde dat hij daarmee in strijd met de Auteurswet handelde: de vrouw had geen toestemming gegeven voor publicatie van het portret. Het was de eerste uitspraak in Nederland over het ophangen van foto’s van winkeldieven. De foto’s zouden kunnen leiden tot eigenrichting, vond de Amsterdamse rechtbank. De 79-jarige vrouw om wie het ging, was dementerend. Daarom had het OM de strafzaak tegen haar over de vermeende diefstal geseponeerd. Het kort geding tegen de sigarenhandelaar was door haar familie aangespannen.
In juni van dit jaar riep de Vereniging Eigen Huis huizenbezitters op camerabeelden op te sturen van inbrekers. De VEH wilde de beelden publiceren op een site over inbreken. Maar het College Bescherming Persoonsgegevens stuurde direct een aangetekende brief waarin stond dat dit niet mag.
Geluidsfragment Hans Andr? de la Porte van de Vereniging Eigen Huis
Geluidsfragment Hoofdofficier van Justitie Diederik Greive
Website GeenStijl publiceert nu nog geregeld beelden waarop plegers van diefstal of geweld te zien zijn. De site roept mensen op de identiteit van de daders bekend te maken als ze die herkennen.
Reacties vanuit de maatschappij:
CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg vindt het onbegrijpelijk dat het Cbp hoge boetes in stelling wil brengen om de privacy van dieven te beschermen. ,,Dit is echt de omgekeerde wereld. Inbrekers schenden moedwillig de privacy door je woning of winkel overhoop te halen. En dan zou je als slachtoffer een torenhoge boete krijgen als je de beelden daarvan op internet plaatst? Dat is een volstrekt verkeerd signaal. De regeringspartij noemt het plan kansloos. Volgens het CDA kan eenvoudig worden geregeld dat filmpjes die ten onrechte op internet verschijnen, snel worden verwijderd. Van Toorenburg heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid & Justitie) inmiddels om opheldering over de nieuwe wet gevraagd.
Totaal ridicuul, zo oordeelt de gedoogpartij PVV. ,,Deze geldstraffen zijn zwaarder dan de boetes die worden opgelegd voor mishandeling. Dat is bezopen, concludeert Kamerlid Lilian Helder. De PVV heeft enkele jaren terug zelf aangedrongen op een digitale schandpaal voor criminelen. De Tweede Kamer is niet bang voor misbruik van een digitale schandpaal. ,,We praten over beelden van jongens met een capuchon op, die in het donker rondhangen bij een woning of winkel, zegt PVV er Helder. ,,Ze weten waar ze aan beginnen, dan moeten ze ook de consequenties dragen.
Ook oppositiepartij PvdA wordt niet erg enthousiast van de plannen die Kohnstamm ontvouwt. PvdA er Jeroen Recourt vindt het juist goed dat burgers de politie helpen bij het opsporen van verdachten. ,,Je moet mensen niet zomaar aan de schandpaal nagelen, maar hulp bij de opsporing is zeker te rechtvaardigen. Het keihard verbieden van publicaties op internet is de verkeerde oplossing.
De PvdA wil wel voorkomen dat de jacht op criminelen via internet uit de hand loopt. Kamerlid Recourt wil slachtoffers van misdrijven daarom verplichten eerst contact op te nemen met de politie, voordat ze beelden op internet zetten. ,,Want we willen natuurlijk geen eigenrichting. We moeten het kritisch kunnen volgen.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW en detailhandelsbond MKB-Nederland noemen het plan ‘veel te voorbarig’. Zij vrezen voor het lot van supermarkten en pompstationhouders die beelden van verdachten publiceren zonder toestemming van de politie.
Jelger Zee van Detailhandel Nederland : ‘De wet geldt voor iedereen, ook voor winkeliers. Maar er wordt in het wetsvoorstel geen rekening gehouden met winkeliers die zich ernstig bedreigd voelen. Het is de wereld op zijn kop als een winkeldief een boete krijgt van euro 150 en een winkelier die zijn medewerkers en klanten tegen criminelen wil beschermen een boete krijgt van euro 25.000. Als dat het boetebedrag wordt, dan kan een flink aantal winkeliers de tent wel sluiten. Dergelijke filmpjes worden niet online gezet omdat de winkelier ’s avonds niets te doen heeft. Deze ondernemers staan met de rug tegen de muur. Er moet in de wet ook rekening gehouden worden met de slachtoffers. Laat de wet de excessen aanpakken, niet ondernemers die met geweld beroofd worden.’
‘Laten de winkeliers en de politie samenwerken en een gezamenlijke website opzetten. Zo’n website is er al voor harde criminelen, waarom niet ook voor overvallers en winkeldieven?’.
Volgens MKB Nederland span je het paard achter de wagen als beroofde winkeliers ook nog een boete wordt opgelegd. Vaak is een filmpje een noodkreet van mensen die nodig is omdat de samenwerking met de politie op een heleboel plekken in ons land niet goed is , zegt secretaris Els Prins.
Ook tankstationhouders mogen niet langer posters van verdachten bij hun pomp ophangen. Ewoud Klok, voorzitter van de belangenvereniging tankstations (BETA), noemt dit de waanzin ten top . Wij investeren miljoenen eigen euro s in beveiligingskosten zoals camera s en een veiligheidskooi. Maar als wij aangifte doen, heeft de politie geen tijd voor ons. Laat ons het daarom maar zelf oplossen. Wij leveren verdachten panklaar aan bij de politie.
Vincent B?hre van Privacy First. ,,Hij had beter een onderwerp kunnen kiezen waardoor de burger denkt, kijk, het CBP gaat m?jn privacy beter beschermen, niet die van inbrekers.”
Ook privacyorganisatie Bits of Freedom ziet de zaak breder. Het is belangrijk dat het CBP eens werkelijk actie kan gaan ondernemen als privacy van burgers wordt geschonden. Maar: niet de kleine winkelier, die van een individu filmmateriaal online zet, is het gevaar. Het zijn grote bedrijven en overheden die onvoorzichtig omgaan met grote hoeveelheden persoonsgegevens, zegt een woordvoerder van Bits of Freedom: ,,Zo gaat Google nu door met de opslag van gegevens van draadloze modems, die het met zijn Streetview-wagens oppikt. Daarvan is de impact enorm.”
Martijn Wildeboer van het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel uit Enschede kan zich maar al te goed voorstellen dat sommige winkeliers camerabeelden van een (vermoedelijke) dief op het internet zetten. “Ik heb er absoluut begrip voor, al is het niet verstandig. Je riskeert als winkelier een hoge boete plus de kans dat de dader wordt vrijgesproken vanwege onrechtmatig verkregen bewijs”, zegt de Enschedese adviseur bestrijding winkelcriminaliteit van het bedrijfschap.
Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel heeft in overleg met het Cbp een alternatief ontwikkeld, dat volgens Wildeboer w?l aan de regels van privacybescherming voldoet. Het is een beveiligd webadres, waar een geselecteerde groep deelnemers onder voorwaarden beelden van verdachten van winkelcriminaliteit mogen delen. “Dit netwerk zorgt ervoor dat deelnemers uit een afgebakend winkelgebied elkaar snel kunnen waarschuwen. Bovendien mag het beeld als bewijsmateriaal worden gebruikt in een strafzaak, bijvoorbeeld om een winkelverbod voor die persoon af te dwingen.”
De regels voor het gebruik van deze naar schatting 125 afgeschermde Nederlandse websites zijn onlangs aangescherpt. Zo mogen bijvoorbeeld de ongeveer 170 deelnemende winkeliers uit de Enschedese binnenstad hun beelden niet uitwisselen met collega’s in Enschede-Zuid, Hengelo of elders. Dat geldt ook andersom. Het gebruik is alleen toegestaan door deelnemers binnen een afgebakend gebied. “Natuurlijk zou het voor de winkeliers mooi zijn om de beelden op Twentse schaal te kunnen gebruiken en zo een nog beter zicht te krijgen op veelplegers. Van de andere kant is het te begrijpen dat iemand die bijvoorbeeld niet meer welkom is in de binnenstad, nog wel elders zijn noodzakelijke boodschappen moet kunnen blijven doen.”
“Privacy is dood”, zegt advocaat Vlug uit Deventer in de lokale krant. “Dat is een begrip uit de twintigste eeuw en bestaat niet meer.” Vlug vindt het echter te ver gaan als slachtoffers of ondernemers zelf beelden op internet gaan plaatsen. “De dader wordt voor eeuwig aan de digitale schandpaal genageld. Je kunt je afvragen of dat bij een incident als dit, hoe vervelend het ook is voor de betrokkenen, nodig is.” Vlug vindt dat alleen politie of justitie moeten bepalen of beelden on-line gaan. Vanwege privacy-aspecten en het gevaar dat mensen bij relatief kleine zaken al beelden op internet zetten. Hij wijst ook op privacy van anderen die op de beelden te zien zijn en kans op verwarring bij onduidelijke beelden.
“Met alle gevolgen vandien. Maar iedereen loopt tegenwoordig met een ‘eenmansstudio’, een telefoon, op zak, maakt beelden en kan ze on-line zetten. Probleem is dat regels ontbreken. Wellicht moet ook het College Bescherming Persoonsgegevens of een andere onafhankelijke instantie gaan beslissen of beelden op internet worden gezet.”
Advocaat Rob Oude Breuil uit Enschede spant een proefproces aan om duidelijkheid te krijgen op de vraag of foto s van criminelen op internet mogen worden gezet. Hij is er van overtuigd dat de wet Bescherming Persoonsgegevens wel degelijk de ruimte biedt om de politie een handje te helpen door filmpjes of foto’s op internet te plaatsen. Het moet dan duidelijk zijn dat het opsporingsbelang ermee is gediend en dat de mensen op de film honderd procent zeker de daders zijn.
Situatie Engeland sinds de rellen en plunderingen
Sinds de rellen in Groot-Brittanni? is te zien dat burgers de mogelijkheden van internet als digitale schandpaal, hebben ontdekt . Op straat weren burgers zich tegen relschoppers met honkbalknuppels, op internet plaatsen ze foto’s van plunderaars met het verzoek extra informatie te sturen. Afgelopen week zijn er twee van zulke ‘name-and-shame’- sites opgericht: ‘Catch a Looter‘ en ‘Identify the London Rioters‘. De oprichter wil laten zien dat gewone mensen dit gedrag niet accepteren en actie ondernemen.
‘Identify the London Rioters’ bestaat uit een lange reeks foto’s van jongens en meisjes die met tassen vol kleding, computers en plasmatv’s door Londen sjouwen. Bij elke foto kan de bezoeker aanklikken of hij de afgebeelde persoon kent en zo ja, extra informatie doorgeven. Ook kunnen nieuwe foto’s worden geplaatst.
Op Google is een discussiegroep ‘London Riots Facial Recognition‘ actief die beveiligingsbeelden en foto’s van de rellen analyseren met gezichtsherkenningstechnieken. Dat is nu nog niet mogelijk, maar in de nabije toekomst misschien wel. De groep gebruikt alleen beelden die zijn vrijgegeven door de politie, en willen niet dat hun techniek wordt gebruikt om mensen direct te beschuldigen.
Ook de Britse politie heeft beelden van mogelijke Londense relschoppers prijsgegeven op internet. Dit deden ze niet alleen op hun eigen website, maar ook via Flickr. De boodschap: weet je wie deze mensen zijn, neem contact op met de politie. In Groot-Brittanni? wordt niet moeilijk gedaan over de privacy van verdachten. Het land heeft de meeste beveiligingscamera’s ter wereld en kranten plaatsen foto’s van verdachten.
Remy Chavannes, advocaat bij Brinkhof advocaten en gespecialiseerd in media-, telecommunicatie- en internetrecht, kan zich voorstellen dat de Britse politie foto’s van verdachten op internet zet zolang de politie maar buitengewoon zorgvuldig te werk gaat. Hij vindt dat de belangen van de gedupeerden en de geschokte samenleving zwaarder wegen in dit geval dan de privacy van plunderaars. Het publiceren van foto’s door particulieren wijst hij deze advocaat af en hij vindt dat opsporing een monopolie is van de overheid.
Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin waarbij de hulp van het publiek wordt ingeroepen via de media en andere openbare berichten, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen. Onder deze ruime definitie vallen opsporingsberichten die gepubliceerd worden via de tv, radio, krant, telefoon of het internet. Ook berichten op publieke beeldschermen, in flyers en berichten die, na overleg met OM en/of politie, in media als resultaat van onderzoeksjournalistiek worden getoond, zijn aan te merken als vormen van opsporingsberichtgeving wanneer daarbij de hulp van het publiek wordt gevraagd.
Iedereen is agent, dankzij het web
16 december 2010 stond een mooi artikel van Roelof van Dalen in het Dagblad van het Noorden over het gebruik van internet bij de politie. De titel van het artikel luidt: Iedereen is agent, dankzij het web. Het is een interessant artikel dat aantoont dat de wereld van social media steeds meer toegepast wordt binnen de opsporing. In het artikel wordt achtergrondinformatie gegeven over de aanpak van overvallen in de provincie Groningen. Hiervoor is afgelopen week een website gelanceerd met de naam www.samentegenovervallen.nl.
Viral over de site www.samentegenovervallen.nl
De politie Groningen is transparanter dan ooit. Met zijn allen kunnen we via Twitter live meelezen wat agenten doen. Op YouTube kunnen we overvallen bekijken en via burgernet en Student@lert worden we gevraagd met de politie mee te denken. De politie Groningen loopt voorop met het gebruik van internet. En wij mogen helpen.
Vorige week is de website www.samentegenovervallen.nl gelanceerd. Het is een stap naar een volledige digitale politieomgeving.
We kunnen er foto’s en video’s uploaden. Op een kaartje zien we waar overvallen gepleegd zijn en in een Twitterbalk zien we de laatste tweets. “Burgers zijn altijd eerder bij een plaats delict dan politie. Nadat ze 112 hebben gebeld, kunnen ze met hun mobieltje een filmpje of foto maken”, zegt Smilda. De informatie die binnenkomt moet zo snel mogelijk online. “De eerste paar uur na een delict zijn cruciaal voor de aanhouding.”
Toch kan een filmpje niet zo snel geplaatst worden, omdat eerst door het Openbaar Ministerie bepaald moet worden of iets online gepubliceerd mag worden. Bij de overval op juwelier Scheich had een voorbijganger haarscherpe beelden van de drie daders. Even later stond het al op YouTube. Een paar dagen daarna publiceerde de politie bewakingsbeelden.
Overval op juwelier Scheich:
“Vroeger dachten heel veel scanner luisteraars met ons mee. Nu we digitaal zijn gegaan, kan dat niet meer. Daarmee hebben we ogen en oren verloren.” Nu zijn die ogen en oren een beetje terug. Zo werden er bewakings beelden gemaakt van overvallers op een tankstation aan de Zonnelaan. Na publicatie stroomden de meldingen met de naam van de dader binnen. Hij gaf zich uiteindelijk zelf aan, omdat hij wist dat hij bekend was.
Verdachten overval Zonnelaan melden zich:
Twitteren, filmpjes plaatsen, website bijhouden; de agenten hebben het er maar druk mee. Komen ze nog wel achter het bureau vandaan? “We zijn altijd op straat. Buurtonderzoek blijven we doen, verhoren blijven plaatsvinden en we gaan altijd naar de plaats delict toe. Internet zetten we vooral in bij de opsporing.”
Omdat er voor de vele overvallen in de stad een zogeheten Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden is ingesteld, is er genoeg capaciteit voor de online-werkzaamheden, geeft het korps aan. Het werk van de Groninger agenten verandert stukje bij beetje. De functieomschrijving is nog niet uitgebreid: “Maar ik kan me voorstellen dat dat wel gaat gebeuren.” Kennis van computers en sociale media is steeds meer een pre. Smilda: “Als je bij de recherche wilt, dan is het handig als je weet hoe je iemand op Hyves kunt vinden.”
De overvallen in de stad Groningen gaan onverminderd door. Het leek er even op dat het minder werd, maar de politie kan er geen peil op trekken en geen trend ontdekken. “Dan piekt het weer, dan daalt het weer. Voor donderdag dachten we dat het de goede kant op ging, maar afgelopen weekeinde waren er weer een paar overvallen”, zegt chef recherche Frans Greve.
Tot nu toe is de teller van het aantal overvallen nog niet hoger uitgekomen dan vorig jaar.Wel is er een forse toename ten opzichte van 2008. Toen was er geen piek te vernemen. De politie zegt dat er meestal een toename van het aantal overvallen is in het najaar. Opvallend is dat die toename dit jaar twee maanden eerder is gestart.
De laatste paar weken zijn er vaker straatroven in de stad. Een duidelijke verklaring kan de politie daarvoor niet geven. Wel is duidelijk dat de daders vaak erg jong zijn, de roven gewelddadiger worden en er vaak maar tientallen euro’s buitgemaakt worden. Greve: “Overvallen op banken zie je bijna niet meer. Die zijn te goed beveiligd. Gevoelsmatig zeg je dat daders daarom op zoek gaan naar makkelijke slachtoffers, maar dat zouden we eerst moeten onderzoeken.” Er is bij de overvallen volgens de politie geen sprake van vaste groepen daders. “We kennen ze soms totaal niet. Laatst hebben we een groepje uit Litouwen aangehouden.”
(Bronnen: Samentegenovervallen.nl,?Dagblad van het Noorden).
‘Googlemaps’ van politie geeft meer inzicht in alibi’s
Een leuk artikel uit de Twentse Courant met de volgende titel: ‘Googlemaps’ van politie geeft meer inzicht in alibi’s. In dit artikel wordt speciale software met de naam Dynacap toegelicht. Deze software is in staat om getuigenverklaringen visueel te maken in een kaart.
In een opsporingsonderzoek gaat de politie getuigenverklaringen met een nieuw systeem op hun waarde beoordelen. Het is een soort interactieve ‘Googlemaps’, waarmee alibi’s en getuigenverklaringen beter zijn te beoordelen op betrouwbaarheid. Het systeem heeft ‘nieuwe informatie opgeleverd, die het nader onderzoeken zeker waard zijn. In dit kaartsysteem wordt onder andere ingevoerd waar mensen liepen en op welk tijdstip. Als alle gegevens zijn ingebracht, begint een animatie. Op een scherm zien agenten op een plattegrond hoe betrokkenen door het gebied lopen en waar ze elkaar tegenkomen. Of wat ze op een bepaald moment gezien kunnen hebben.
Voormalig hoofdcommissaris van de regio Twente Martin Sitalsing refereert in de krant naar het onderzoek naar de vuurwerkramp: “Er zijn wat interessante zaken naar voren gekomen. Maar ik durf het niet zo scherp te stellen dat het ook werkelijk tot een nieuw strafrechtelijk onderzoek komt naar het eerste vlammetje.” Met andere woorden: of alibi’s van medewerkers van het ontplofte vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks wegvallen. Hij wil niet zeggen om welke informatie het gaat.
Het systeem – DynaCap – is relatief nieuw. Sitalsing is er enthousiast over. “Het geeft visueel in ??n klap een goed inzicht. Je ziet dat mensen elkaar hebben gekruist, of dat ze op een bepaald moment op een zelfde plek stonden. Dat leidt soms tot belangwekkende nieuwe vragen: hoe kan het dat de ??n dit ziet en de ander dat?”
De politie gebruikt DynaCap al in strafrechtelijk onderzoek. Dat leverde belangrijke informatie op. “Zo hebben we kunnen zien dat er sprake is geweest van een mogelijke ontmoeting tussen een aantal personen, terwijl wij dat niet direct voor mogelijk hadden gehouden”, meldt Rob Hauptmeijer van dit korps. Het is mogelijk om als rechercheteam zelf scenario’s toe te voegen, om te bepalen hoe re?el ze zijn. Dat kan een belangrijk middel tegen ’tunnelvisie’ zijn.
Wat is Dynacap:
DynaCAP is een Geografisch Informatie Systeem (GIS) voor tijdgerelateerde analyse en presentatie (dynamische plotting) van cases.
Met DynaCAP kan de analist eenvoudig plaats, tijd en routes van verdachten, getuigen, slachtoffer(s) op de kaart invoeren. Vervolgens kunnen de gegevens geanalyseerd worden door middel van animaties op de kaart. DynaCAP berekent daarvoor snelheden, tijdstippen en andere ontbrekende gegevens. Hierdoor komen tegenstrijdigheden in de gegeven snel naar voren. Bovendien is het mogelijk verschillende scenario’s in te voeren om bepaalde veronderstellingen te toetsen. Bijvoorbeeld, hoe waarschijnlijk is het dat verdachte een bepaalde route gevolgd heeft?
DynaCAP biedt verder de mogelijkheid gerelateerde informatie zoals foto en video gerelateerd aan tijd en plaats op te roepen. Bovendien is het mogelijk om allerlei andere geografische informatie zoals “points-of-interest” aan het kaartbeeld toe te voegen.
Dit artikel biedt een overzicht van een aantal web 2.0 initiatieven van de Nederlandse politie. Er worden een aantal door de politie zelf ontwikkelde sites vermeld. Tevens worden een aantal sites beschreven waarbij de politie gebruik maakt van een bestaand platform zoals Hyves en Youtube.
Twitterrende buurtagenten, opsporingshyves, opsporingswebsites, burgernet en YouTube-filmpjes worden door de Nederlandse politie steeds meer ingezet als opsporingsmiddel. De burger kijkt, leest, schrijft en denkt ook mee op tal van deze internetinitiatieven. Het is nu tijd al deze activiteiten te bundelen en gericht in te zetten om criminaliteit met behulp van het web te be?nvloeden. Hieronder worden een aantal voorbeelden uit de Nederlandse politie praktijk van de afgelopen jaren beschreven waarbij de politie ‘meelift’ op bestaande web 2.0 platformen:
YouTube:
De opnamen van de bewakingscamera in het centrum van Veendam worden verwerkt in een opsporingsfilmpje op het YouTube-kanaal politiegrn . De politie Groningen vermoedt dat de verdachte betrokken is bij brandstichting. Hoewel de bewakingsbeelden weinig onthullen, komen er toch tips binnen van mensen die de persoon menen te herkennen. In mei 2010, nadat het filmpje 48.000 keer is bekeken, werd een verdachte aangehouden.
Opsporingsbericht op Youtube branden Veendam
De politie Hollands Midden heeft met succes YouTube gebruikt om een verdachte van een overval op een tankstation aan te houden. Bijna 40.000 mensen bekeken de filmbeelden die Hollands Midden in 2008 op site plaatste. Vier tips kwamen binnen die alle naar dezelfde verdachte leidden.
Naar aanleiding van de succesvolle inzet van Hyves bij eerdere rechercheonderzoeken, heeft de politie nu een permanente plek op het succesvolle platform gekregen om criminelen op te sporen. Hyves werd in het verleden al enkele malen eerder incidenteel ingezet bij onderzoeken naar bijvoorbeeld de dubbele moord op het echtpaar Vis in Vollenhove en de poging ontvoering/doodslag op een jonge vrouw (korps IJsselland). Naar aanleiding van deze eerdere inzet van Hyves is een intensievere samenwerking aangegaan.
Via de site www.depolitiezoekt.hyves.nl kunnen mensen met een Hyvesprofiel zich aanmelden als lid. Hierdoor krijgen zij zeer regelmatig nieuwe zaken aangeboden. Op de pagina staat bovenin een actuele en belangrijke zaak afgebeeld. Iets verder op de pagina staat een automatisch scrollend overzicht met diverse andere recherchezaken waarvoor aandacht wordt gevraagd. Vanuit dit overzicht wordt men, door erop te klikken, doorgeleid naar andere websites als politie.nl, Youtube of politieonderzoeken.nl voor uitgebreidere informatie.
Het platform Hyves biedt de politie de mogelijkheid om zaken laagdrempelig, snel en effici?nt aan te bieden bij een groot publiek. Hierbij moet gedacht worden aan zaken die visueel zijn en weinig toelichting behoeven. Zaken als (winkel)diefstal, tanken zonder te betalen, zakkenrollers bij de pinautomaat, inbrekers etc. waarbij goede bewakingsbeelden beschikbaar zijn. Uiteraard worden hierbij de regels uit de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het OM nageleefd.
Buurtlink.nl is een website waar buurtbewoners informatie kunnen vinden over hun buurt. De site is oorspronkelijk een burgerinitiatief, maar wordt nu gesubsidieerd door een verzekeraar en de Nationale Postcodeloterij. De site is een soort prikbord waar verschillende onderwerpen van de buurt te zien zijn. Zo kan je bijvoorbeeld een aantal producten op Marktplaats zien die bij jou in de buurt verkocht worden. Maar ook buurtnieuws, lokaal weer, een agenda met verschillende activiteiten en nog veel meer. In 2007 heeft een wijkagent uit Utrecht een aantal oproepen geplaatst waarin gevraagd wordt om informatie rondom een misdrijf.
Wijkagent op Buurtlink.nl
Google Streetview
Ook Google Streetview heeft de politie geholpen bij het opsporingswerk. In maart 2009 ontdekt een 14-jarige jongen een bizarre foto op Google Streetview. Op de beelden van een halfjaar eerder is te zien hoe hij op de stoep fietst, geflankeerd door twee mannen, de een met een wit, de ander met een blauwgrijs overhemd. Het lijken onschuldige voorbijgangers die toevallig zijn vastgelegd door de camera s van een Google-wagen die door de straat rijdt. Niet veel later trekken de twee de jongen van zijn fiets, slaan hem in de buik en beroven hem van een mobieltje en geld. Omdat op Streetview alle mensen om privacyredenen onherkenbaar zijn gemaakt, vraagt de politie bij Google de ?chte foto op. Een rechercheur herkent een van de mannen en een 24-jarige verdachte kan met zijn tweelingbroer worden aangehouden.
Googlestreetview op de lokale TV
Twitter
Blauw op straat alleen is niet genoeg. Ook via Twitter zoekt de politie toenadering tot de burger. Een nieuw fenomeen: de twitterende buurtagent. Nederland telt er nu zo?n vijftig. Deze pioniers zien Twitter als ideaal middel om de benaderbaarheid van de politie te vergroten. Maar openheid brengt ook risico?s met zich mee, het is een zoektocht om op een juiste wijze Twitter in te zetten. Twitter gaat namelijk een stap verder, omdat de agenten op eigen houtje ? zonder tussenkomst van een persvoorlichter ? met een groter publiek communiceren. Het Groningse korps heeft een strategie met do?s en don?ts opgesteld. Opsporing, voorlichting en preventie worden genoemd als belangrijkste doelen van politietweets.
Politie zet YouTube en Twitter vaker in bij misdaadbestrijding (RTV Noord)
Een aantal voorbeelden uit de Nederlandse politie praktijk van de afgelopen jaren waarbij de politie zelf een interactief web 2.0 platform heeft opgezet
www.politieonderzoeken.nl
De site www.politieonderzoeken.nl is een opsporingsblog dat is opgezet door de politie Utrecht. Op de site staat een opsporingsonderzoek ? met foto?s en beschrijvingen ? op een uitgebreide manier. Een mooi voorbeeld is het onderzoeksverslag van het TGO-team Sjaak Gerwig. Dit coldcase-team heeft een uitgebreid verslag geschreven inclusief luchtfoto?s en videobeelden van het plaats delict. Bezoekers van de site kunnen op de onderzoeken reageren en vragen stellen over het onderzoek. Verder zijn bezoekers van harte welkom eigen tips, scenario?s en hypotheses in te sturen om zo een stuk onderzoekservaring te delen met anderen. Politieonderzoeken.nl is een medium om informatie, adviezen en tips te delen op een toegankelijke manier. Bijzondere en exclusieve politieonderzoeken kunnen onder de aandacht gebracht worden en het is een prima platform om nieuws en andere opsporingsgerelateerde berichten te publiceren.
Met de site zijn al de nodige successen behaald. Burgerrechercheurs hebben tips gekregen die een bijdrage hebben geleverd aan het moordonderzoek in Zwolle. Tevens is een scenario aangedragen in een cold case-onderzoek waar het rechercheteam niet aan had gedacht. Ook paragnosten doen volop mee en de politie krijgt technische aanwijzingen om de site te verbeteren.
Aankondiging van de site op het 8-uur journaal
www.depolitiezoekt.nl
Het politiekorps Amsterdam-Amstelland, plaatst namen en soms foto?s van voortvluchtige criminelen op deze site. Dankzij de site zijn al drie veroordeelde personen aangehouden. Om een foto op deze site geplaatst te krijgen moet de crimineel zijn veroordeeld voor een misdrijf waarop een straf staat van tenminste acht jaar. Dan gaat het om ernstige delicten als doodslag, straatroof of verkrachting. Verder moet de politie al op andere manieren hebben geprobeerd iemand op te sporen.
Aankondiging van Britse criminelen op de site www.depolitiezoekt.nl
www.dadergezocht.nl
Dader Gezocht is d? offici?le opsporingssite van de politie Frysl?n. De site is een initiatief van de Friese politie en wordt in samenwerking met het Openbaar Ministerie in Leeuwarden gemaakt. Op de site worden beelden geplaatst van bewakingscamera?s en van gestolen en in beslag genomen goederen. Daarnaast worden er getuigenoproepen geplaatst van bijvoorbeeld verkeersongevallen of mishandelingen. Door de komst van deze site kan iedere inwoner van Frysl?n, maar ook van ver daarbuiten, op elk gewenst moment van de dag een belangrijke bijdrage leveren aan een veilige woon- en werkomgeving.
De site www.dadergezocht.nl bij de lokale omroep
www.stopdecriminaliteit.nl
Met www.stopdecriminaliteit.nl vraagt de politie de Utrechters om mee te helpen met het oplossen van woninginbraken ?n geeft de politie informatie hoe de inwoners deze kunnen voorkomen. Op de nieuwe website van de politie kunnen bezoekers het actuele overzicht van woninginbraken in de stad Utrecht bekijken, meehelpen deze op te lossen en zien hoe zij zelf inbraak kunnen voorkomen.
Uniek aan www.stopdecriminaliteit.nl is dat per straat het aantal woninginbraken te zien is (waarvan aangifte is gedaan) en dat deze cijfers elke dag aangevuld worden. Daarbij wordt vermeld op welke wijze is ingebroken. Dit kan bijvoorbeeld insluiping, ingooien van een raam of openbreken zijn. Aan elke inbraakmethode is een preventiefilmpje gekoppeld met uitleg over het voorkomen van deze manier van inbraak.
De site bevat naast het actuele beeld van de woninginbraken ook informatie over bijzondere goederen die gestolen zijn en goederen die teruggevonden zijn maar waarvan de eigenaar niet bekend is. Daarnaast roept de politie de hulp in van inwoners bij het oplossen van woninginbraken, bijvoorbeeld door een getuigenoproep of door het tonen van beeldmateriaal van een verdachte.
Korte preventiefilm van stopdecriminaliteit.nl waarin de inbraakmethode “gaatje boren” toegelicht
www.stopoverlast.nl
Op stopoverlast.nl worden alle vormen van overlast weergegeven op de kaart van Zeist. Burgers van Zeist kunnen zelf meldingen van overlast melden via deze site. Van hangjongeren tot geluidsoverlast tot parkeerproblemen. De politie bekijkt de meldingen dagelijks en spreekt zo nodig de overlastgevers aan op hun gedrag. De politie wil met de site een duidelijker beeld krijgen van de overlast in de gemeente. Op de site kunnen bezoekers ook zien hoe de politie reageert op de meldingen. Tot nu toe kreeg de politie in Zeist dit jaar elke maand honderd meldingen van overlast binnen.
www.mijnpolitiebureau.nl (boetevolgsysteem en aangiftevolgsysteem)
De politie Noord-Holland Noord is gestart met de ?Boetevolgservice?. Dit is een internetservice waar burgers de gegevens van bekeuringen zelf kunnen bekijken. Het gaat om snelheids- en roodlichtovertredingen die zijn gefotografeerd. Via de website www.mijnpolitiebureau.nl kan degene die een bekeuring heeft ontvangen met zijn DigiD inloggegevens of met het Burgerservicenummer en wachtwoord inloggen. Op de website kunnen bezoekers alle details bekijken en afdrukken: de foto, gegevens over de plaats, datum en tijdstip. Alle overtreders die een beschikking krijgen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau kunnen de boetegegevens bekijken, ook leaserijders. Aleen de eigen overtreding is te zien.
Wie aangifte doet bij de politie in Noord-Holland Noord, kan via internet zelf volgen wat er met de aangifte gebeurt. Dat moet aan twijfel – “geb?urt er eigenlijk wel iets met mijn aangifte?” een einde maken. Alle ‘internetwaardige’ aangiftes kunnen via de politiewebsite worden gevolgd. Dit zijn vooral aangiftes van diefstal en vernieling. Aangevers krijgen – nadat ze via internet, telefoon of op het bureau aangifte hebben gedaan – een e-mail met een unieke inlogcode waarmee kan worden ingelogd op de website van MijnPolitieaangifte.nl. Vervolgens ziet de aangever exact wat er met de aangifte gebeurt.
Zo kan de aangever zien of de aangifte in behandeling is genomen, of er een onderzoek is gestart en ook wanneer er een onderzoek is afgerond en de zaak wordt overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Daarna zal de aangever van het OM bericht ontvangen over het vervolgproces. Het systeem is uitvoerig getest en absoluut veilig gebleken, zowel voor de politie als voor de aangever.
Presentatie en uitleg over boete- en aangiftevolgservice
Deel 1
Deel 2
Crimemaps en flitsmaps
Brabant Zuid-Oost gebruikt Googlemaps om de locaties van overvallen (Crimemaps) en om actuele verkeerscontroles (Flitsmaps) binnen de regio in beeld te brengen. De overvallen worden wegens privacyoverwegingen op straatniveau weergegeven. Aan de locatie wordt tevens een beschrijving van de overval en een getuigenoproep gekoppeld De burger wordt verzocht om met tips naar het algemene politienummer (0900-8844) te bellen, of naar Meld Misdaad Anoniem (0800-7000).
Uitleg van de Amerikaanse versie ‘Crimemapping’
Email-alert en Student@lert
Met een abonnement op E-mail@lert ontvangt de burger geregeld informatie van zijn/haar buurtagent over de veiligheid en leefbaarheid in de buurt. Ook kan het voorkomen dat de buurtagent de hulp van burgers inschakelt, bijvoorbeeld bij een zaak die zich in de buurt afspeelt.
Voor studenten startte de politie het mail-alarmeringssysteem Student@lert specifiek voor studenten. Student@lert is een gratis e-mailservice van Regiopolitie Groningen. Met een abonnement op Student@lert ontvang de student geregeld informatie die als student van belang kan zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan informatie over de toename van het aantal inbraken in studentenpanden of een waarschuwing voor een aanrander.
Email alert op de lokale TV
Burgernet/smsalert
Burgernet is een netwerk waarbij deelnemers direct na de melding van bijvoorbeeld een beroving, diefstal of vermissing een spraakbericht, sms of mail krijgen. De centrale meldkamer verstuurt de berichten, de ontvangers zetten hun ogen en oren open; met hun tips stuurt de meldkamer de politie aan. Dat leidt soms binnen enkele minuten tot resultaat. Tijdens de pilot met Burgernet in een aantal gemeenten werd in 41 procent van de zaken succes geboekt. Verdachten konden worden aangehouden, vermiste personen en gestolen voertuigen werden teruggevonden.
Uitlegfilmpje Burgernet
In het Algemeen Dagblad van mei 2010 zegt de voorzitter van de Landelijke Selectiecommissie Opsporingsberichtgeving, Diederik Greive (hoofdofficier van justitie) het volgende over deze ontwikkelingen. ,,De korpsen zijn over de eerste drempel heen, zegt hij. ,,Ze denken niet alleen in termen van televisie of kranten, maar zien de mogelijkheden van nieuwe media. Rechercheurs verzinnen hoe ze die kunnen inzetten bij het onderzoek.
Hoofdofficier Greive vindt dat de politie zich niet moet blindstaren op het gebruik van oude ?f nieuwe media, maar juist moet zoeken naar een combinatie.
Daarnaast waarschuwt hij voor een wildgroei aan opsporingssites. Vooral op particuliere sites is de informatie soms gedateerd of onbetrouwbaar. Anti-pedosites en een site die burgers maakten over de mysterieuze Jack the Prikker in Lelystad vindt Greive onwenselijk. ,,Iedereen kan een site in elkaar sleutelen en er foto s en informatie op plaatsen. Er zit een soort cowboy-aspect aan de opsporing door burgers. Je moet goed kijken naar de kwaliteit en het beheer van de informatie. De website moet actueel zijn en de inhoud beschaafd.
Aan de rol van burgers als opspoorders zit ook een grens. ,,Het toepassen van dwangmiddelen, geweld en ingrijpende opsporingsmethoden is het monopolie van politie en justitie. Burgers moeten zich beperken tot meedenken en het geven van informatie.
Omgekeerd gelden voor de politie strenge regels aan het inzetten van nieuwe media bij opsporingswerk. Niet elke wetsovertreding mag zomaar in een opsporingsbericht wereldkundig worden gemaakt. Het moet in verhouding staan tot de zwaarte van het strafbare feit.
Inzet van sociale media legt ook een extra druk op de capaciteit van de politie. Na verspreiding van berichten en filmpjes via Twitter, Hyves en YouTube, SMS-Alert en Burgernet komt in relatief korte tijd een heleboel informatie binnen. Al die tips moeten worden gewogen en onderzocht. ,Als een filmpje van bewakingscamera s op YouTube 200.000 keer bekeken wordt en er heel veel tips binnenkomen, levert dat extra werk op, Tegelijk kan het ook veel recherchewerk besparen.
Greive benadrukt dat het gebruik van nieuwe media niet vrijblijvend is. Juist die wisselwerking met burgers is belangrijk. ,,Dat vereist ook een andere organisatie van de opsporing. Burgers begrijpen dat opsporing ingewikkeld is en tijd kost, maar ze begrijpen het niet als ze helemaal niets horen. Ze willen zien dat er iets met hun reactie is gebeurd. Een verstandig gebruik van nieuwe media en de kwaliteit van de informatie kunnen bijdragen aan groter vertrouwen van de burger in politie en justitie.
Burgers zijn positief over hun bijdragen, blijkt uit een recent rapport van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Ze voelen zich serieus genomen, geven aan meer grip te hebben op hun eigen veiligheid en zijn alerter.
Als slot hieronder nog het visiedocument Politie 2.0 uit 2007
Eind 2008 is de oorspronkelijke cursus ?23 Things?door Natalie Hensen deels herschreven naar de politiewereld.?De site?is?namelijk een online cursus en?is al door vele rechercheurs gevolgd. In 23 oefeningen maak je hier kennis met de huidige digitale wereld, het sociale web, denk je na over wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in de politieorganisatie waar je werkt.
?23 Dingen? is anders dan andere cursussen of e-learning programma?s. Je leert over het sociale web vooral door?z?lf dingen te ontdekken.??Leren door te doen? is het credo. De rol van docent is hier veranderd. Geen allesweter die vertelt hoe het moet, maar een begeleider die assisteert bij onduidelijkheden en die tevens leert?m?t de mensen die dit programma volgen.
De 23 Dingen
In 23 oefeningen maak je hier kennis met web 2.0, je bedenkt wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in je werk.
Er zijn verschillende manieren waarop je 23 Dingen kunt doen, maar het is het handigst als je begint bij #1 en finisht bij #23. Lees, voordat je begint, ook de informatie bij?Over?23 Dingen?en de?FAQ?met vragen en antwoorden.
Tijdens mijn werk bij de Utrechtse politie heb ik in opdracht van de korpsleiding Stichting Nederland Kennisland benaderd te onderzoeken hoe sociale internettoepassingen die bekend staan onder de noemer Web 2.0. kunnen worden ingezet voor opsporing en andere politie activiteiten. Het doel van deze opdracht was het ontwerpen van een raamwerk voor deze activiteiten.
Kennisland richt zich binnen het advies op drie onderdelen voor een raamwerk:
1. Het ontwikkelen van methodieken en modellen om Web 2.0 activiteiten
van de politieorganisatie te duiden;
2. Het inventariseren en analyseren van bestaande en potenti?le
experimenten op uitvoerend/operationeel niveau;
3. Het inrichten van een Politie 2.0 denktank programma dat in navolging
op dit advies aanvullend advies en werkzaamheden verricht op
richtinggevend/strategisch niveau.
Torre, E.J. van der, Duin, M.J. en Bervoets, E. (2013). ?Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap. Politie & Wetenschap, Apeldoorn.? Reed Business, Amsterdam.
Op woensdag 3 september 2013 verscheen een interessant onderzoek van de commissie Politie en Wetenschap. De titel luidt als volgt: Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel politieleiderschap. Deze blog gaat over de rol van social media in de opsporing die in het onderzoek wordt genoemd. Volgens de onderzoekers bieden social media kansen bij de opsporing. De recherchechefs geven toe dat ze een potenti?le schatting maken, omdat ze er vaak op bescheiden schaal ervaring mee hebben opgedaan.
Een wijkagent of rechercheur die twittert over strafbare feiten kan burgers attenderen op strafbare feiten. Dit kan burgers ertoe aanzetten om contact te zoeken met de politie. Recherchechefs benadrukken dat dit alleen een kans van slagen heeft als er ook een sociale relatie is of als de politie een goede lokale reputatie heeft. Bovendien zijn speurders bevreesd dat getwitter informatie oplevert voor criminelen: ?Die kunnen meelezen.? Sommige wijkagenten of teamchefs schrijven op een website over een wijk of dorp. Ze geven of vragen informatie. Recherchechefs vinden dat dienders voorzichtig moeten zijn om open en bloot informatie uit te wisselen over strafbare feiten. Digitale communicatie kan drempels wegnemen bij burgers om de (wijk)politie te informeren over criminelen of strafbare feiten. Toch zien recherchebazen Twitter, Facebook, YouTube en internetsites vooral als (open) bronnen waar ze informatie kunnen verzamelen. Hieronder enkele interessante quotes:
?Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben hier al een paar keer gehad dat we, nou ja, ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op z?n minst getuige waren geweest van een delict.?
?Zolang mensen zo dom zijn om een foto met een gestolen auto op Facebook te zetten of om op YouTube een filmpje te plaatsen waarop een zelfgemaakte vuurwerkbom afgaat, dan heb ik er geen problemen mee om ze op te pakken. Ik bedoel, het loont om daar systematisch goed naar te kijken.?
?De wijkagent had meteen een twitterbericht gestuurd. Met de toon dat dit toch echt niet kon. Dat haalde de lokale krant. Bij het buurtonderzoek hadden mensen het daarover. Dat is toch een steun in de rug.?
?Indirect profiteren wij van goede informatiestromen tussen wijkpolitie en burgers. Een wijkagent kan houvast geven bij een TGO. Een wijkagent kan zeggen: ik zou maar eens met die en die gaan praten.?
Hieronder enkele aanbevelingen die uit het rapport naar voren komen die los staan van social media:
1: Er wordt nu nog te star gedacht over de inzet van Teams Grootschalige Opsporing (TGO?s). De onderzoekers raden aan om de doelstellingen en functies van TGO?s flexibeler te maken en te verbreden. Ze pleiten voor meer afstemming tussen projectmatige onderzoeken naar criminele netwerken en de moordonderzoeken, om uiteindelijk de criminele kopstukken achter een moord te kunnen bestraffen. Op die manier kan een criminele structuur ? waar de moord het bijproduct van is – het object van onderzoek worden. Zo wordt voorkomen dat ?alleen? de uitvoerder van de moord wordt bestraft (mogelijk een criminele loopjongen) en niet de opdrachtgever.
2: Er dient (meer) ruimte te worden gereserveerd voor projectmatige opsporing, waarbij de basispolitie samenwerkt met (gespecialiseerde) rechercheurs. Dit dient te worden gericht op vormen van (georganiseerde) criminaliteit die lokaal ontwrichtend werken en waarvoor geldt dat lokale observaties en bronnen aanknopingspunten bieden voor effectieve opsporing. Dit soort opsporing zal worden gewaardeerd door burgers, wijkagenten en burgemeesters.
3: Rechercheurs dienen meer de straat op te gaan bij onderzoek naar een zaak of fenomeen. Er zou zo meer ge?nvesteerd moeten worden in straatinformatie; op geijkte locaties (bijvoorbeeld sportvelden; hotels; maneges) kan veel criminele informatie verzameld worden die van toegevoegde waarde is op bij opsporing.