App: ZEG eens …

ZEG

Moderne communicatievorm van de centrale medezeggenschap van de politie: ZEG!, jij daar!

ZEG! is het magazine van de centrale ondernemingsraad van de politie. ZEG! is volgens eigen zeggen “direct, bondig en speels” en daarom kan het tegenwoordig waarschijnlijk ook via een app ?gelezen worden. Het vertelt verhalen?over wat er leeft binnen het korps. ZEG! legt verbinding met collega?s en de medezeggenschap.

Collega staat centraal
Frank Giltay, voorzitter COR, is trots op dit magazine. ?ZEG! is niet alleen leuk om te lezen, het legt verbinding nog voordat?het magazine verschijnt.?Collega?s worden met elkaar verbonden, we praten met hen over hun mening en?we zoeken naar hun deskundigheid. We gaan dit iedere maand organiseren. En met de uitkomsten van al deze gesprekken cre?ren we ZEG!, voorlopig als een App in de Applestore.?

Collega aan het woord
?Roy en Han uit Limburg overtuigen me van het veiligheidsvest. Mark Westerlaken inspireert me met zijn vakmanschap en ik besef waarom we De Hark Voorbij doen als ik het verhaal van Roland Hameeteman lees. Ik nodig je uit om ZEG! te downloaden en laat me weten wat jij ervan vindt?, Frank Giltay.

ZEG! in de Apple store?of??ZEG! in Google Play.

Bronnen: Cor politie

 

 

Ello

ello

Ello is een combinatie van Facebook, Twitter en Tumblr, met als grote verschil dat de bedenkers van Ello gezworen hebben dat er nooit reclame zal verschijnen op hun sociale netwerk, ook willen ze niet handelen in gebruikersdata.

Ello-gebruikers hebben meer zeggenschap over hun eigen privacy dan Facebook-gebruikers, de leden zijn vrij om een valse naam te gebruiken (dat is inmiddels verboden bij Facebook) en berichten worden niet gecensureerd. Ello is bedacht door Paul Budnitz?(oprichter van?Kidrobot) en zes grafisch vormgevers en programmeurs die een netwerk zochten om hun werk te laten zien en genoeg hadden van de bestaande sociale netwerken. De vormgeving van Ello is kaal. De minimalistische ontwerper Dieter Rams is een voorbeeld voor de makers. Gebruikers kunnen zelf bepalen wat ze zien. Zo kan een gebruiker informatie van vrienden op de voorgrond zetten en al het andere nieuws (dat op basis van de algoritmes van Facebook daar misschien goed zichtbaar is) in de map ?noise? zetten.

Ello kreeg in de opstartfase 435.000 dollar van investeerders, ze willen verder nog geld verdienen aan donaties van gebruikers (volgens Wired is dit de reden waarom ze het niet zullen redden). Ello werd populair in september 2014 toen de?LGBTQ?community, met o.a. drag queens?massaal Facebook de rug toekeerden omdat hun accounts werden opgeheven (door de strikte real-name policy).

Fast Company was op bezoek bij Ello en beschrijft de gevaren voor het nieuwe sociale netwerk waar bijvoorbeeld nog onduidelijk is welke berichten als ongepast worden aangemerkt. Ook noemt Fast Company andere alternatieven op sociale media zoals App.net en Diaspora?die moeite hebben om de stap te maken naar een groter publiek. Berichtenapp Telegram leek ook even in populariteit te winnen toen Whatsapp door Facebook werd overgenomen, maar uiteindelijk bleef Whatsapp groeien.

En die naam Ello? Oprichter Paul Budnitz zei tegen Fast Company: ?Ello is simpel en minimaal. We wilden iets maken dat makkelijk te gebruiken was, dan haal je er alles uit wat je niet nodig hebt, dus hebben we de H er ook afgehaald.?

Bronnen: Wikipedia, NRC

Online hulp bij zelfdoding

Alleen maar wat praten op social media. Is dat strafbaar??Ja, in sommige gevallen wel.

Een door zelfmoord geobsedeerde Amerikaanse verpleegkundige (illiam Melchert-Dinkel, 52 uit Minnesota) is veroordeeld voor het online helpen van Britse man (Mark Drybrough, 32 uit Coventry) om zelfmoord te plegen via een usenet groep ASH (Alt Suicide Holiday). De rechtbank kon in een andere zelfmoord zaak van de 18 jarige Nadia Kajouji met betrokkenheid van deze verdachte het bewijs niet rondkrijgen.

Melchert-Dinkel was geobsedeerd door zelfmoord en ging vaak online op zoek naar depressieve mensen.?Hij zich voordeed als een su?cidale vrouwelijke verpleegkundige, veinzde mededogen en bood stap-voor-stap instructies aan over hoe je een einde aan je eigen leven kan maken.?Hij erkende deel te hebben genomen aan ten minste 20?online chats over zelfmoord, van wie er vijf naar zijn weten ook echt zelfmoord hebben gepleegd.

Terry Watkins, de advocaat van Melchert-Dinkel, betwiste deze feiten niet maar dacht dat de client vrijuit kon gaan?onder de noemer?vrijheid van meningsuiting?”Ons argument was altijd dat wat Melchert-Dinkel deed werd beschermd als de vrijheid van meningsuiting.?We praten?zijn acties niet goed en wat hij deed is obsceen, immoreel of verdorven, maar wij hadden de indruk?dat dit werd beschermd door het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet.”

“De verdachte heeft ofwel Drybrough of Kajouji niet fysiek geholpen bij de zelfmoord,” schreef de rechter in de uitspraak,?”Echter, er is significant bewijs dat de verdachte ??Drybrough heeft bijgestaan, en probeerde om Kajouji helpen om zelfmoord te plegen door hen te voorzien van specifieke instructies voor het uitvoeren?van de zelfmoord.”?Mr Drybrough verhing zich in 2005 en mevrouw Kajouji sprong in een bevroren rivier in 2008.

In het geval van?mevrouw Kajouji volgde dit slachtoffer niet de specifieke instructies op van Melchert-Dinkel maar koos voor een andere methode. Dus oordeelde de rechter dat Melchert-Dinkel slechts schuldig was om haar te helpen bij de zelfdoding. De moeder Elaine van de heer?Drybrough voegde toe dat de Melchert-Dinkel?”het deed voor de sensatie van de jacht,” en dit ook bevestigde en daarom niet goed te praten was.

Bronnen: Independent

 

Harde les of hardleers? Twee jaar na Project X Haren

Hieronder een blog van Gilbert Sewnandan dat op Ambtenaar 2.0 gepost werd twee jaar na dato terugkijkt op Project X Haren met daarin zijn eigen rol en de mening van een aantal experts.

Alweer 2 jaar geleden kreeg de gemeente Haren te maken met de rellen van ProjectX. Een oproep op de sociale netwerksite Facebook om naar het ‘sweet 16’ verjaardagsfeestje van een meisje uit het dorp te komen, liep volledig uit de hand. Met vernielingen, plundering, alcoholmisbruik en een open zenuw in het Groningse villadorp als resultaat. Een half jaar later trad Burgemeester Bats af nadat de onderzoekscommissie Cohen haar bevindingen presenteerde. E?n van die bevindingen was dat overheidsinstanties niet goed voorbereid waren op het fenomeen ‘sociale media’ als trigger in een crisis. De ‘Facebook rellen’ noopten Cohen tot de aanbeveling om het kennisniveau bij overheidsdienaren van ‘sociale media’ snel op niveau te brengen.

2 jaar na dato
En hoe ver zijn gemeenten, politie en bestuurders nu met sociale media? Zijn sociale media opgenomen in reguliere communicatie(strategie) van overheden? En hoe zit het met webmonitoring : het luisteren op internet? Zijn ambtenaren inmiddels voldoende opgeleid en getraind? Verschilt het gebruik van sociale media door wijkagenten en buurtwerkers van dat van bestuurders? Vinden we nog steeds zelf het wiel uit of bundelen we landelijke kennis en ervaring?

Experts aan het woord

Arnout de Vries is senior innovator bij TNO, schreef diverse artikelen en gaf presentaties over ProjectX Haren. Over de mate waarop de politie nu preventief het internet monitort zegt hij: “de indruk die Minister Opstelten geeft van ‘ga rustig slapen, we schuimen nu 24 uur/dag het internet af’, is een schijnzekerheid.” Er komen steeds alternatieve internetplatformen bij. Jongeren en criminelen bewegen zich van de grotere platformen af op zoek naar nieuwe, minder gemakkelijk te monitoren netwerken. We moeten eraan wennen, zegt Arnout: de overheid loopt altijd achter de digitale feiten aan. Ook de afstemming tussen overheden over de inzet van monitoringtools kan beter. Over het actief aanwezig zijn op sociale media is hij positiever: “Nederland telt zo’n 1.800 twitterende wijkagenten. Dat lokale niveau maakt het persoonlijk; op twitter volg je m?nsen, niet organisaties.” Maar aanwezig zijn op sociale media heeft ook een keerzijde. Handhavers en hulpverleners krijgen steeds meer te maken met digitale agressie. En dat leidt weer tot terughoudendheid in het gebruik van sociale media bij deze ambtenaren.

Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en begeleidde burgemeester Bats tijdens en na de rellen op 21 september 2012. Hij wijst erop dat ‘sociale media’ niet enkel een communicatietaak is. “Communicatiemensen hebben de neiging dat naar zich toe te trekken, maar zoals in Haren kwam er ook intelligence bij kijken. De politie, niet de communicatieafdeling moet inschatten wie de smaakmakers zijn, wat ze van plan zijn, of het tot openbare orde problemen gaat leiden of niet. Het is niet alleen het speeltje van de afdeling communicatie.” In reguliere omstandigheden pikken bestuurders de kansen en bedreigingen van sociale media snel op, is zijn ervaring. ?Vaak ook sneller dan de ambtelijke organisatie?, vindt Wouter. “Om de kansen en bedreigingen te ervaren, moet de overheid vooral v??l vlieguren maken op de sociale media.” Iets dergelijks als ProjectX Haren zal Nederlandse gemeenten niet snel meer overkomen: “Haren was een ‘perfect storm’: alle onheil kwam tegelijk. Er was geen houden meer aan.”

Ina Strating is specialist crisiscommunicatie/nazorg bij Howaboutyou dat zich richt op webcare en social media monitoring. Ina merkt zeker dat gemeenten meer bewust zijn van de invloed van sociale media. “Maar tussen ‘intentie om’ en ‘daadwerkelijke inzet’ van sociale media zit een gat. De overheid onderschat hoe hard de ontwikkelingen in de ‘buitenwereld’ gaan.” M??r nog dan opleiden en trainen van ambtenaren is er organisatieverandering bij overheden nodig om openheid en transparantie te bewerkstelligen, vindt Ina. Wat crisiscommunicatie betreft ziet Ina mooie dingen op lokaal niveau gebeuren. Maar op niveau van de Veiligheidsregio en hoger (ministeries) is het voornamelijk zenden op sociale media.

Conclusie?
Omdat ik zelf ook betrokken was bij de communicatie rond ProjectX – zie links naar mijn blogs hieronder – heb ik in de afgelopen twee jaar de ontwikkelingen op sociale media gebied bij de overheid proberen te volgen. Zeker, er zal geen gemeentelijke communicatieafdeling zijn voor wie sociale media onontgonnen gebied zijn. Steeds meer communicatiemensen en andere gemeenteambtenaren worden opgeleid en/of doen praktijkervaring op. Bij grote evenementen in de stad Groningen werken we tegenwoordig schouder en schouder met de collega’s van de politie bij het monitoren van het web. Ook zijn er gesprekken gaande over afstemming op regionaal niveau van de Veiligheidsregio. Maar de overheid moet v??l meer vlieguren moet maken op sociale media vanuit een organisatie die open en transparant is. Dat betekent risico lopen, kennis uitwisselen en (blijven) experimenteren. En de realiteit is dat we als overheid altijd achter de ontwikkelingen en nieuwe technieken zullen aanlopen. Dat geeft niets maar betekent des te meer dat we innovatieve technieken moeten omarmen en uitproberen. “If at first you don’t succeed, try try again!”

Links naar eerdere blogs:

de invloed van social media tijdens de slag om Haren
En wat doen we na Cohen?

Meer over?achtergrond ProjectX Haren?

Bronnen: Ambtenaar 2.0

Ontslagrecht, Twitter en Facebook

ontslagrecht

Volgens onderzoek van juridisch dienstverlener DAS speelt ??n op de tien ontslagen het gedrag op sociale media een belangrijke rol. Er zijn veel conflicten bekend, maar een jongeman uit Australi? maakte het heel bond. Hij moest uiteindelijk een docente meer dan een ton betalen toen zij er uiteindelijk toe gedwongen werd de school te verlaten en?ze door zijn toedoen veel?reputatieschade?leed.

Korter geleden was de tweet van ambtenaar van Justitie en Veiligheid?Yasmina Haifi. Zij?werd geschorst nadat ze op Twitter de islamitische terreurorganisatie ISIS in verband bracht met een ?vooropgezet plan van zionisten?. Deze blog gaat over social media en ontslagrecht.

Enkele PVV-Kamerleden en Kamerlid Pieter Omzigt (CDA) uitten op twitter kritiek op haar tweet en de Telegraaf publiceerde dat online, waarna ze haar tweet wiste. Die was geplaatst naar aanleiding van de onrust in de Schilderswijk door recente betogingen van voor- en tegenstanders van IS, en de tweet luidde:

?ISIS heeft niets met Islam te maken. Is vooropgezet plan van zionisten om islam zwart te maken?

Haifi werd ingehuurd door Justitie bij het Nationaal Cyber Security Center?(NCSC), dat valt onder de Nationaal Co?rdinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV). Dat orgaan is er om terrorisme te voorkomen, signaleren en bestrijden en om radicalisering van jongeren in Nederland te voorkomen. In een reactie zegt de woordvoerder van Justitie dat: ?Veiligheid en Justitie en de NCTV afstand nemen van haar uitlatingen. En aangezien die betrekking hebben op het werk van de NCTV en het Nationaal Cyber Security Center wordt haar detachering onmiddellijk be?indigd.? Verder zal met haar worden gesproken en bekeken worden ?of er nadere maatregelen nodig zijn? tegen de ambtenaar.

Haifi probeerde haar uitlatingen nog te nuanceren met nieuwe tweets, waarin ze stelde dat het geweld van ISIS niets te maken heeft met de islam.

Op Radio 1 zei Haifi dat er ?kennelijk alleen vrijheid van meningsuiting is voor bepaalde groepen?. En dat er ?genoeg? aanwijzingen zijn voor links tussen ISIS en het bewind in Isra?l. Overigens is Yasmina Haifi ook lid van het Haagse Comit? ?Herstel van Vertrouwen?, een burgerinitiatief dat zich keert tegen ?etnisch profileren?door politie-agenten. Politie-agenten zouden, op grond van de criminaliteitsstatistiek, eerder burgers met een huiskleur als verdachte aanhouden dan autochtone burgers. Volgens critici doen ze dit op basis van vooroordelen. Het comit? ?Herstel van vertrouwen? stelt ook dat de politie bij aanhoudingen soms excessief geweld gebruikt.

De ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie die geschorst werd om een controversi?le tweet over de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) was korte tijd na het incident?definitief haar functie kwijt. Er wordt nog gekeken naar eventuele maatregelen en daarbij wordt ontslag niet uitgesloten. “Zij komt niet meer terug in deze functie. Nooit”, aldus Opstelten. Opstelten zei geschrokken te zijn van de inhoud van de tweet. De uitspraak paste volgens Opstelten op geen enkele manier bij haar functie. ”Daarom is ze direct geschorst. Zij is niet de goede vrouw op de goede plek”, zei Opstelten. Hij zei dat ze op Personeelszaken niet betrokken was bij beleidsmatige of inhoudelijke zaken, maar wel mensen moest aannemen. Voor ambtenaren gelden regels voor het twitteren, zei Opstelten. ”Wat iemand zelf vindt, daar heb ik het niet over, het gaat erom wat je naar buiten brengt als ambtenaar.” Daarbij is het zaak je te gedragen zoals bij je functie past. ”En dit paste op geen enkele manier. Als we wisten dat ze dit zou doen, hadden we haar niet aangenomen.”

Toch is er ook steun
Duizenden mensen spreken via een speciale pagina op Facebook hun steun uit voor de omstreden justitieambtenaar Yasmina Haifi. Ze komen vooral voor de Haagse op omdat ze het met haar theorie eens zijn dat de gruweldaden van terreurorganisatie ISIS een zionistisch complot vormen.

Dat het niet alleen gaat om steun voor Haifi bleek nadat een Facebookgebruiker een bericht plaatste met de oproep aan het voormalige Haagse PvdA kandidaat-Kamerlid om haar complottheorie terug te nemen. ?Deze pagina is bedoeld voor mensen die Haifi steunen, dus ook dat het zionisme en ISIS verband hebben?, reageert de initiatiefnemer van de actie die daarop de oproep direct verwijderde.

Nu.nl kopte met de tekst “Impact van sociale media onderschatten kan ?cht niet meer“. De onwetendheid over de gevolgen van tweets en andere berichten op sociale media lijken?niet langer een excuus voor werknemers in het bedrijfsleven en bij de overheid. Wie nu bij de rechter nog aanvoert dat hij de impact van een boodschap via Twitter, Facebook of Linkedin heeft onderschat, wordt meewarig aangekeken. ”Rechters zijn nuchter genoeg om eventuele foutjes bij ontslagzaken eruit te zeven”, zegt de Utrechtse arbeidsjurist Maarten van Gelderen, die twee jaar geleden een top-10 van blunders van werknemers, ambtenaren en politici op sociale media publiceerde. ”Twitter en Facebook zijn heel impulsieve media, waarmee snel iets mis kan gaan. Maar politieke gevoeligheid is bij de overheid natuurlijk een open zenuw, zeker wanneer dat leidt tot een golf van protest en verontwaardiging.”

Het is volgens arbeidsjurist Van Gelderen het zoveelste voorbeeld van een carri?re die is geknakt door te denken dat vrijheid van meningsuiting boven fatsoenlijke onlinecommunicatie staat.?Van Gelderen ziet een aanhoudende groei van ontslagzaken waarin op sociale media geplaatste berichten de aanleiding zijn. Was dat een paar jaar geleden nog 2 tot 3 procent van zijn geschillen, dat is nu zeker 5 procent. ”We zien een structurele groei in zaken rond social media.”

Facebook

Ook Facebook activiteit is een belangrijke reden voor ontslag, want social media ontwikkelen zich tot een begraafplaats voor carri?res..

2712164

Franko Berk werkte als beveiliger op de Rotterdamse tram, totdat hij zich eind november op Facebook mengde in een discussie over ebola. ‘Laten we die zwarte apen daar lekker creperen en het geld eerst besteden aan armoede in Nederland’, schreef hij onder meer. Een andere Facebook-gebruiker stuurde een screenshot met de uitlating aan Securitas, waarvoor Berk op uitzendbasis werkte. Het beveiligingsbedrijf besloot de arbeidsrelatie nog dezelfde dag te be?indigen.

Werkgevers krijgen de uitlatingen vaak pas onder ogen doordat andere Facebook-gebruikers hen er via screenshots op attenderen, met de aansporing om de werknemer te ontslaan. Dat gebeurde begin dit jaar toen een moslim op Facebook zijn enthousiasme uitte over de brand die op nieuwjaarsdag een kerk in het Zeeuwse Hoek in de as legde. Op zijn profiel gaf hij zich uit voor steward van ADO Den Haag, maar de voetbalclub hoefde geen gehoor te geven aan de oproep hem te ontslaan – hij was er al sinds vorig jaar niet meer werkzaam, aldus ADO.

Een andere beveiliger zou vorige week volgens verschillende bronnen zijn baan zijn kwijtgeraakt nadat hij op Facebook steun betuigde aan de aanslagen op Zweedse moskee?n. De man riep op tot een ‘brandbommendag tegen moskee?n’. Trigion, zijn werkgever, distantieert zich van de ‘kwetsende uitspraken’, maar wil bevestigen noch ontkennen of de aangekondigde ‘passende maatregelen’ betekenen dat de beveiliger is ontslagen.

Juridisch dienstverlener DAS zegt in 2014 driehonderd ontslagzaken te hebben gehad waarbij uitlatingen op sociale media een van de redenen vormden om een werknemer te ontslaan. In zeventig van deze gevallen waren de uitlatingen zo ernstig dat ze op zichzelf al voldoende waren om ontslag aan te zeggen.

Ook Achmea Rechtsbijstand ziet een toename van het aantal arbeidsconflicten met sociale media als aanleiding: in 2010 nog maar vijf, sindsdien elk jaar gestegen tot 38 in 2014. Tegelijkertijd vormen deze 38 zaken slechts 0,1 procent van alle arbeidsrechtzaken bij de juridisch dienstverlener.

Niet altijd zijn grievende uitlatingen de reden voor ontslag. Een verpleegster op de intensivecare-afdeling van het Bredase ziekenhuis Amphia werd na 35 jaar op staande voet ontslagen omdat ze tijdens haar nachtdienst foto’s had laten maken van haar dochter, die haar portfolio wilde uitbreiden als ‘Miss International Netherlands’. Op Facebook-foto’s was ze te zien in een wit Amphia-uniform en en de sjerp van de missverkiezing. Haar moeder werd onder meer ontslagen omdat de foto’s de privacy van pati?nten hadden geschonden en omdat de verpleegster tegen collega’s had gelogen dat ze toestemming had voor de foto’s. De vrouw had geen recht op een vergoeding, oordeelde de kantonrechter in september.

Beware legal pitfalls of social media Relatiebeding

Volgens onderzoek van juridisch dienstverlener DAS speelt ??n op de tien ontslagen het gedrag op sociale media een belangrijke rol. Dat?varieert?van mensen die zich ziek melden en vervolgens foto?s plaatsen van een spetterend avondje uit, tot mensen die al te loslippig zijn en bijvoorbeeld hun werkgever of leidinggevende bekritiseren op Facebook of Twitter. Volgens DAS is de tweet of posting niet altijd de enige reden voor ontslag maar wel vaak de bekende druppel die de emmer deed overlopen.

”Gezien het aantal zaken dat wij bij DAS behandelen, zal dit percentage ongeveer gelden voor alle arbeidsconflicten in Nederland”, zegt jurist Olav Wagenaar.
Hij plaatst er wel de kanttekening bij dat de arbeidsverhouding meestal al verstoord is en dat de inhoud van een tweet of een post op bijvoorbeeld Facebook voor de werkgever de aanleiding is ontslag aan te zeggen. Jaarlijks handelt DAS zo’n 300 zaken rond sociale media af.?Lang niet altijd gaat het in die zaken om belediging of andere publieke uitglijders. Van de juridische conflicten staat bij Van Gelderen Linkedin met stip op 1. Vaak nemen werknemers bij het accepteren van een nieuwe baan hun zakelijke netwerk op Linkedin mee, maar vergeten ze hun relatiebeding. Dat betekent dat ze hun bestaande relaties niet zo maar kunnen meenemen.

Defamation proceedings can be complex, expensive and time consuming so an out-of-court soWat mag wel en niet?

Wat nu precies wel mag en wat niet, is een zich langzaam ontwikkelende jurisprudentie waarin de rechters de kracht van sociale media in elk geval ernstig nemen. Belediging van mensen of organisaties, het toebrengen van reputatieschade aan werkgevers door werknemers, het zijn zaken die door de rechter niet worden getolereerd.
Een beetje kritisch zijn mag, klagen dat je alweer moet overwerken ook, maar veel verder moet een werknemer niet gaan.
”Je uitlatingen op internet zijn erg verweven met de functie die je vervult”, zegt Van Gelderen. Hij verwijst naar de functie en uitlatingen van ambtenaar Yasmina Haifa. ”In het geval van deze mevrouw denk ik dat ze een groot arbeidsrechtelijk probleem heeft.”

@GroteDame
Zie ook een politievrouw die in december 2010 uitgleed over een voorbarig bericht. Zonder de feiten te kennen veronderstelde de districtschef Zuid-Oost Drenthe in een tweet dat een jong stel in Meppel zou zijn overleden door huiselijk geweld. Later bleek het duo door koolmonoxidevergiftiging te zijn omgekomen.
@GroteDame kreeg voorwaardelijk strafontslag en werd overgeplaatst naar Friesland. Het Twitteraccount is sinds 25 december 2010 niet meer actief.?Ambtenaren worden blijkens de ‘Uitgangspunten onlinecommunicatie Rijksoverheid’ sinds 2010 aangemoedigd zich te uiten.
”Het is goed dat steeds meer rijksambtenaren het internet gebruiken om hun professionele taak te vervullen”, aldus de richtlijn. ”Wel is de ambtenaar zich ervan bewust dat hij optreedt als ambassadeur van de rijksoverheid en dat zijn uitspraken vallen onder ministeri?le verantwoordelijkheid.”
Ambtenaren moeten zich bovendien houden aan ‘kernwaarden’: onpartijdigheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, dienstbaarheid, respectvolle bejegening, professionaliteit en morele verantwoordelijkheid. Juridisch dienstverlener DAS ziet dat in het bedrijfsleven werknemers zich vaker bewust zijn van de impact van sociale media.
Zij worden voorzichtiger met het plaatsen van negatieve posts over de werkgever, directe collega’s of een leidinggevende. Wagenaar: ”Ook zien we dat steeds meer werkgevers een socialmediaprotocol opstellen. Daardoor zijn werknemers zich meer bewust van wat wel en niet gepost kan worden.”

Een Gelderse verwarmingsmonteur werd in 2012 ontslagen nadat hij op Facebook een bericht had geplaatst waarin hij schreef dat hij ervan baalde dat hij met een bepaalde collega op pad moest ? die hij aanduidde als ‘die zwarte’. Ook kwalificeerde hij zijn collega als ‘een mongool’ en ‘een gek’. De berichten stonden niet op zichzelf, want de monteur was al eerder op de vingers getikt nadat hij zich bij een klant negatief had uitgelaten over zijn collega. Na de Facebook-berichten stapte het vloerverwarmingsbedrijf naar de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De rechter vond dat de werknemer een laatste waarschuwing had moeten krijgen, maar meende wel dat de arbeidsovereenkomst kon worden ontbonden.

Een magazijnmedewerker van Blokker werd ook ontslagen na negatieve berichten op Facebook. Nadat Blokker had geweigerd een voorschot op het loon van de man te verstrekken, had hij een scheldkanonnade op zijn account geplaatst. De werknemer kreeg een waarschuwingsbrief, waarin hem werd verzocht zich op internet niet meer negatief over zijn werkgever uit te laten.?Dat weerhield hem er niet van om het nog eens te doen. Een ‘vriend’ speelde de berichten door aan Blokker, die de man op staande voet ontsloeg. Zelf meende de man dat het ging om berichten in een afgesloten priv?-omgeving, die vallen onder vrijheid van meningsuiting. Maar de rechter veegde dit meteen van tafel en vond het gedrag van de werknemer niet getuigen van goed werknemerschap.

Monitoren
Veel ontslagzaken worden volgens DAS buiten de rechter om geregeld. Wagenaar: ”In de zaken waar de rechter wel om een oordeel wordt gevraagd, blijkt dat in de meeste gevallen de inhoud van de uiting op zich niet voldoende is om tot ontslag over te gaan.”?Bedrijven mijden doorgaans het ontslag op staande voet, de meest vergaande vorm in het arbeidsrecht. De rechter kijkt daar heel kritisch naar.?Wagenaar: ”Er is een uitspraak bekend waar het uitschelden van de een vrouwelijke leidinggevende op sociale media onvoldoende reden was om tot ontslag op staande voet over te gaan.”?DAS zegt niet de indruk te hebben dat werkgevers actief het gedrag van hun werknemers op social media in de gaten houden. Volgens Wagenaar is men wel geneigd een werknemer die zich een keer publiekelijk negatief heeft uitgelaten, actiever te volgen.?”Veel meestal grotere bedrijven beschikken daarnaast over een webcareteam. Het webcareteam monitort alle uitingen die over het bedrijf op internet worden gedaan. Zo wordt ook kennis genomen van negatieve berichten geplaatst door werknemers.”

Volgens juridisch dienstverlener Agar controleert ??n op de drie werkgevers zijn personeelsleden op sociale media, ??n op de tien werkgevers doet dat zelfs zeer intensief. En wie al een verleden heeft met onhandige berichten op het web, wordt volgens Schouten extra in de gaten gehouden.

‘Als zo’n bericht eenmaal de wereld in is geslingerd, kan de werkgever het direct gebruiken als bewijslast. Je kunt het achteraf niet meer corrigeren of intrekken. Zelfs al denk je dat je het in de priv?sfeer deelt, jouw vrienden kunnen het ook met anderen delen. Of er zijn collega’s die het kunnen lezen, en die het vervolgens doorsturen naar de werkgever. Veel zaken die vroeger in huiselijke kring bleven, komen nu door sociale media bij de werkgever terecht.’

Tenslotte nog een praktische juridische gids die ook ingaat op de rechten en plichten die je hebt als je een contract sluit met een?social media platform.?Wanneer je er immers lid van wordt sluit je een overeenkomst af en kunnen je acties op het betrokken platform juridische gevolgen hebben.

Bronnen: DailyTelegraph,?NRC,?Nu.nl, Nu.nl?en?Telegraaf, Elsevier.Volkskrant

RAIDS online

raids

Een online politie kaart waarmee gebruikers zien waar en wanneer misdaden hebben plaatsgevonden is het werk van de politie aan het veranderen.
Bewoners kunnen de politie activiteit volgen in hun buurt en geografische waarschuwingen ontvangen via een online misdaad tracking kaart. De gratis online misdaadkaart, genaamd RAIDS Online, is gerealiseerd door?BAIR Analytics. Misdaadkaarten (lees onze serie over?crime maps) zijn?een waardevol instrument voor burgers om op de hoogte te zijn van de activiteiten van de politie.



Bronnen:?Gazetteextra,?Raidsonline,?lfpress,?Blackburnnews

App: Melding Openbare Ruimte

meldingen den haag

De ?openbare ruimte? is een verzamelnaam voor de plekken die wij allemaal gebruiken. Zoals pleinen, wegen, sportvelden en parken. Is er iets in de openbare ruimte niet in orde? Doe dan een melding openbare ruimte bij de gemeente via de app Android App store (Google play)?of via?iTunes App store (Apple)

U kunt bijvoorbeeld een melding openbare ruimte doen bij: een verdwenen putdeksel, een verzakte stoep, afval of hondenpoep in uw straat, kapotte speeltoestellen, niet-werkende lantaarnpalen, onkruid, een dood dier in het water en het snoeien van groen. Wilt u meer weten over meldingen en welke meldingen u kunt doen? Kijk dan op denhaag.nl/meldingen.

Nodig bij een melding openbare ruimte

  • uw naam, e-mailadres, telefoonnummer
  • uw adres (bij sommige meldingen)
  • het adres van de plek waar uw melding over gaat

Wij vragen uw telefoonnummer om de melding zo snel mogelijk af te kunnen handelen, bijvoorbeeld als er extra informatie nodig is.

Alle informatie die u ons geeft, wordt vertrouwelijk behandeld. Persoons- of adresgegevens worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor u ze heeft verstrekt.

Hoe lang duurt het?

Hoe lang het duurt voor uw melding wordt opgelost hangt af van het soort melding. Veel meldingen hebben een afhandelingstermijn van 3 werkdagen. Bij weersomstandigheden zoals extreme kou, sneeuw of storm, kan het langer duren voordat een melding is opgelost. Ook wordt veel onderhoud aan de openbare ruimte in vaste rondes en op vaste data gedaan.

Melding doen via de smartphone of tablet

Heeft u een smartphone? Dan kunt u ook meldingen doen via de app. Deze is gratis te downloaden. U heeft een telefoon of tablet nodig met GPS.

Bron: Den Haag

 

Opening academisch jaar Ad de Jonge Centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsstudies

social_networking_services

Altijd al willen weten wat de invloed is van sociale media op inlichtingen? En hoe deze ook door potenti?le opponenten worden ingezet om hun doelen te verwezenlijken?

Op woensdag 17 september opende het Ad de Jonge Centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsstudies het academisch jaar met een openbaar hoorcollege, waarin deze vragen worden beantwoord.

Arnout de Vries (TNO), Paul Ducheine (UvA) en een beleidsadviseur van het Korps Nationale Politie (KNP) zullen ingaan op de verschillende aspecten van het gebruik van social media in inlichtingen. Na de presentaties worden de verschillende vakken uit de minor Inlichtingenstudies van het Ad de Jonge Centrum kort gepresenteerd en is er ruimte om met elkaar in gesprek te gaan tijdens een borrel.

Het programma was als volgt:

17:00-17:05 Introductie contra-Socmint door Willemijn Aerdts (Ad de Jonge Centrum)
17:05-17:35 Arnout de Vries (TNO)
17:35-18:05 Paul Ducheine (UvA)
18:05-18:35 Beleidsadviseur Korps Nationale Politie (KNP)
18:35-19:00 Giliam de Valk (Ad de Jonge Centrum)
19:00-19:15 Pauze
19:15-20:00 Toelichting keuzemodules door de docenten
20:00-21:00 Borrel en minormarkt

Hieronder vind je de presentatie die Arnout de Vries van TNO gaf:

Bronnen: Ad De Jonge Centrum

App: Ignore No More

Ignore-No-More-app-logoEen moeder, Sharon Standifird, heeft een app ontwikkeld die smartphones van kinderen vergrendelt totdat zij reageren op gemiste sms’jes en oproepen van hun ouders:?Ignore No More.?De moeder kwam op het idee ?toen zij erachter kwam dat haar kinderen haar sms’jes en oproepjes negeerden en ze onzeker was over hun veiligheid. In onderstaande?video zie je het verhaal over deze doortastende ” moeder met een missie”:


Werking

Ignore No More vergrendelt een Android-smartphone, waarna het vergrendelscherm een boodschap als ‘jouw telefoon is vergrendeld, bel mam’ toont. Vervolgens kunnen de kinderen via het vergrendelscherm hun vader, moeder of ander vooraf ingesteld nummer bellen.?Als het kind contact heeft opgenomen met de ouder, krijgen zij het wachtwoord om weer in te loggen en de vergrendeling te verwijderen.?Ignore No More is nu alleen nog in de Amerikaanse Google Play te downloaden.

Ignore No More - screenshot thumbnailIgnore No More - screenshot thumbnailIgnore No More - screenshot thumbnail

Bronnen: CBS, Nu.nl

 

 

Burger Review Team in Cold Cases

Cold cases zijn de afgelopen jaren in Nederland steeds meer een begrip geworden. Vanuit zowel de politie en justitie, als de maatschappij, is de behoefte gegroeid om ernstige onopgeloste zaken te heropenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat onderzoek in cold case zaken loont. Zo blijkt dat ongeveer een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken, jaren na dato, alsnog tot opheldering van het misdrijf heeft geleid. Een andere ontwikkeling die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan, is de ontwikkeling van burgerparticipatie. Zo staat er in het concept inrichtingsplan van de Nationale Politie (2012) het volgende: ‘Wij zijn een politie die intensief samenwerkt met burgers & partners.’

Uit onderzoek is gebleken dat burgers de belangrijkste succesfactor zijn voor effectief en efficiënt opsporen en dat burgers in het algemeen erg positief staan tegenover burgerparticipatie in de opsporing. In de Verenigde Staten werkt de politie in opsporingsonderzoeken ook op diverse manieren samen met burgers. Ook bij het onderzoeken van cold cases worden er burgers ingezet. Bij de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina, wordt er sinds 2003 gebruik gemaakt van een ‘Civilian Review Team’. Het team, voornamelijk bestaande uit gepensioneerde opsporingsambtenaren maakt vast deel uit van het cold case team en is verantwoordelijk voor de ordening en review van cold cases.

Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de inzet van een civilian review team, zoals toegepast bij de CMPD, als een zogenaamde ‘best practice’ wordt beschouwd. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de CMPD met zich meebrengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. Het doel hiervan is dat de inzichten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, door opsporingsafdelingen gebruikt kunnen worden om afwegingen te maken over het al dan niet inzetten van cocreatie bij opsporingsonderzoeken. Om inzicht in deze doelstelling te verkrijgen is de volgende probleemstelling behandeld:

In hoeverre is het mogelijk om bij cold case onderzoeken in Nederland, gebruik te maken van een burger review team, zoals deze is samengesteld en ingezet door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina en wat voor bijdrage levert de inzet van een burger review team aan het onderzoeken van cold cases?
Om tot de beantwoording van de centrale probleemstelling komen, zijn de volgende drie onderzoeksvragen opgesteld:
1. Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?
2. Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?
3. In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd?

METHODE VAN ONDERZOEK
Aan de hand van verschillende onderzoeksmethoden is antwoord gegeven op de drie onderzoeksvragen. Alle onderzoeksvragen zijn deels beantwoord door middel van de methoden literatuuronderzoek en interviews. Hierbij werden zowel semi-gestructureerde (mini)interviews afgenomen als gestructureerde vragenlijsten gebruikt.

Door middel van een studiebezoek heeft onderzoeker enkele teamleden van de cold case unit bij de CMPD persoonlijk geïnterviewd. Daarnaast werd voor dit onderzoek een klankbordbijeenkomst georganiseerd waarbij met een groep deskundigen een discussie heeft plaatsgevonden over de (on)mogelijkheden van de inzet een burger review team zoals toegepast bij de CMPD. De discussiepunten werden gebruikt om onderzoeksvraag 2 te kunnen beantwoorden. Om onderzoeksvraag 3 te kunnen beantwoorden werd er een experiment opgezet. Er is één cold case gereviewd door een groep van acht reviewers. Het experiment is opgezet op basis van de resultaten van de eerste twee onderzoeksvragen. Het kader voor het experiment is vastgesteld met inachtneming van de adviezen van de klankbordgroep. Dat wil zeggen dat de grote lijnen van de werkwijze van de CMPD werden aangehouden, maar dat bepaalde aspecten anders werden ingezet, vanuit het oogpunt van de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zouden brengen bij toepassing ervan in de Nederlandse situatie.

RESULTATEN ONDERZOEKSVRAAG 1
De cold case unit bij de CMPD bestaat uit twee rechercheurs, twee vrijwilligers en twee reviewers en is opgericht onder druk van het gemeentebestuur in verband met het grote aantal onopgeloste kapitale delicten. Momenteel zitten er bij de CMPD zo’n 700 cold cases in het archief.

Het verschil tussen de vrijwilligers en de reviewers is dat de vrijwilligers in overleg met de rechercheurs een cold case verzamelen en ordenen en dat de reviewers de cold case reviewen. Kenmerkend aan de reviewers is dat zij allemaal in meer of mindere mate een opsporingsachtergrond hebben. Een reviewer bestudeert meestal individueel een cold case en krijgt een kopie van de cold case mee naar huis die is samengesteld door de vrijwilliger. Gemiddeld krijgt een reviewer een maand de tijd om een cold case te reviewen. De reviewers maken middels een vaste methodiek een samenvatting van het onderzoek. Deze samenvatting, inclusief aanbevelingen, wordt aan het hele team gepresenteerd, waarbij gezamenlijk wordt bepaald in hoeverre de cold case potentie heeft om opgehelderd te worden.

Het team heeft de afgelopen jaren diverse onderscheidingen ontvangen en werd in literatuurstukken benoemd als succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. De inzet van een civilian review team heeft diverse voordelen. Het onderzoek wordt namelijk met een frisse  lik bekeken en er kunnen meer cold cases onderzocht worden omdat de rechercheurs direct aan de slag kunnen met de aanbevelingen. Zij kunnen ook op basis van de review besluiten dat de cold case niet in behandeling wordt genomen. Het succes dat het team boekte, kwam volgens de teamleden niet alleen door de bijdrage van het civilian review team of de bijdrage van de rechercheurs, maar vooral door de onderlinge samenwerking.

Volgens de teamleden waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team zo effectief hebben gemaakt, te weten een zorgvuldige selectie van de reviewers, vertrouwen tussen de reviewers en de rechercheurs en de tijd die de reviewers krijgen om hun werk te verrichten en hun draai in het team, als team te vinden.

RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 2
Er zijn op dit moment diverse initiatieven gaande waarbij de burger op diverse wijzen actief wordt betrokken bij opsporingsonderzoeken. Uit deze initiatieven is gebleken dat er ook in Nederland
gemotiveerde burgers zijn die op vrijwillige basis een bijdrage willen leveren aan opsporingsonderzoeken en dat er mensen binnen de politie zijn die het bestaan van een burger review team een plek willen geven. Er is daarnaast veel aandacht voor de aanpak van cold cases en door de professionalisering in de opsporing op zowel forensisch als op tactisch gebied, is de behoefte om meer zaken te onderzoeken gegroeid. Deze ingrediënten zorgden voor draagvlak en animo bij het cold case team om te experimenteren met de inzet van een burger review team.

Na onderzoek is gebleken dat de structuur die de werkwijze van de CMPD biedt, als positief werd gezien en dat het aanbrengen van structuur in de aanpak van cold cases door burgers, mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van een burger review team in Nederland. Daarnaast werd het aspect van het inzetten van mensen met een politieachtergrond, als kansrijk ervaren.

De bezwaren die naar voren kwamen gingen met name over het feit dat één reviewer één zaak zou moeten reviewen in één maand tijd. Bij de CMPD wordt dit met name gedaan omdat er zich tussen de cold cases een aantal onafgeronde zaken bevinden. Door de andere wijze van het onderzoek naar kapitale delicten in eerste aanleg, zijn er nog veel onderzoeken met ‘open einden’. Daarbij is om die reden het onderzoeksdossier een stuk kleiner dan een Nederlands onderzoeksdossier. Bij de CMPD ligt de nadruk van de review daarom op de kwantiteit. Het uitgangspunt van burgerparticipatie in Nederland is het verbeteren van de kwaliteit van de onderzoeken. Door het inschakelen van burgers hoopt men op nieuwe inzichten die een effectieve bijdrage kunnen leveren aan een opsporingsonderzoek. Om die redenen zou het voor de Nederlandse situatie niet effectief zijn om zoals bij de CMPD, één reviewer één zaak toe te wijzen.

Hoewel de rol van vrijwilliger in het reviewproces als nuttig werd ervaren, werd in verband met de haalbaarheid van het experiment besloten om de rol van vrijwilliger bij het reviewproces buitenwegen te laten.

RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 3
De review heeft drie maanden geduurd. Een door de teamleider geselecteerde cold case werd gedigitaliseerd, op een beveiligde USB stick geplaatst en verstrekt aan de reviewers. Alle reviewers hadden een politieachtergrond maar zijn overgestapt naar het bedrijfsleven.

Net als bij de CMPD hebben de reviewers een samenvatting gemaakt. Deze samenvatting werd inclusief de aanbevelingen besproken met leden van het cold case team tijdens de reviewbijeenkomst. Zowel bij het cold case team als bij het burger review team was er na deze bijeenkomst sprake van enthousiasme en de bereidheid om samen te werken. Zowel het burger review team als de leden van het cold case team gaven aan positief te kijken naar een samenwerkingsverband in de toekomst, mits de review op enkele punten verder zou worden ontwikkeld. Het is namelijk van groot belang te concluderen dat de ontwikkeling van een burger review team moet worden gezien als ‘work in progress’. Het overnemen van de werkwijze van de CMPD, bij dit experiment heeft nog niet geleid tot de meest optimale inzet van een burger review team, maar het kan wel worden gezien als een stap in de goede richting. Volgens de cold case teamleden hebben de reviewleden namelijk enkele relevante aanbevelingen gegeven. De meerwaarde voor de teamleider van het cold case team van de review door het burgerteam is dat een stapel dozen in de hoek van zijn kantoor nu een zaak is die potentie heeft om opnieuw bekeken te worden.

De samenstelling van het team, de inhoud van de samenvatting en de invulling van de reviewbijeenkomst, zijn punten die door zowel de reviewleden als cold case teamleden als ontwikkelpunten werden benoemd. Zoals eerder omschreven waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team bij de CMPD zo effectief hebben gemaakt. Uit het experiment is gebleken dat investering in deze factoren bij zou kunnen dragen aan een positieve ontwikkeling van het burger review team.

Uit de review is gebleken dat naast een individuele selectie, de samenstelling van de groep ook een belangrijke factor is waar rekening mee gehouden moet worden indien er een burger review team zou worden geformeerd. De groepsleden voldeden als individu ruimschoots aan de selectiecriteria, maar als groep was de samenstelling mogelijk te eenzijdig. Om een cold case vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te bekijken werd deelname van vrouwelijke reviewers en reviewers met een gevarieerde leeftijd en (politie)achtergrond als wenselijk werd gezien.

Door het enthousiasme van de burger reviewers en de cold case teamleden is er een goede vertrouwensbasis om de inzet van een burger review team verder te ontwikkelen. Het inzetten van een burger review team betreft een vorm van cocreatie. Dit is een actieve vorm van burgerparticipatie, die wederkerigheid vereist van beide partijen. Dit brengt met zich mee dat bij het invoeren van een soortgelijke werkwijze er wederzijdse verwachtingen en verplichtingen zullen ontstaan. Er zal dus het een en ander aan verwachtingsmanagement moeten worden gedaan.

Als het team daarnaast de tijd en ruimte krijgt om zijn draai te vinden, is de kans groot dat het in de toekomst zijn meerwaarde zou kunnen bewijzen.

AANBEVELINGEN
• Investeer in de ontwikkeling van een burger review team bij cold case onderzoeken en plan daarvoor een periode van ongeveer één jaar. Gebruik deze periode om met diverse werkwijzen te
experimenteren en om deze werkwijzen te evalueren en daar waar nodig te ontwikkelen.
• Stel in de opstartperiode een speciaal geselecteerde werkgroep samen die zich richt op de voortgang en ontwikkeling van het burger review team.
• Stel in de opstartperiode een procesbegeleider aan die fungeert als aanspreekpunt voor de burger reviewers en de cold case teamleden. De procesbegeleider is verantwoordelijk voor het faciliteren van de reviewers en begeleidt daarnaast het groepsproces en de brainstormsessies tijdens de review bijeenkomsten. Deze procesbegeleider kan tevens de samenwerking tussen het cold case team en het burger reviewteam monitoren en waar mogelijk verbeteren.
• Investeer in een goede selectie van reviewers en experimenteer met de samenstelling van het team. Onderzoek daarbij de mogelijkheid van één of meerdere burger reviewers zonder politieachtergrond.
• Zorg voor voldoende draagvlak voor zowel binnen als buiten de politie door de samenwerking en de eventuele successen van een burger review team te communiceren. Mogelijk kan dit bevorderd worden door een communicatieadviseur deel te laten nemen aan de eerder genoemde werkgroep.
• Bij dit onderzoek is het juridisch aspect van de inzet van een burger review team nauwelijks belicht. Zorg in overleg met het openbaar ministerie voor een duidelijke juridische afbakening van het burger review team en de werkwijze van het team en zorg dat dit in een protocol wordt vastgelegd.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425288&doc=burgerreviewteam-200909070742&type=d]

Bron: Politieacademie