Grooming: man misbruikt honderden kinderen (2 cases)

Webcamzaak Amsterdam

Een 40-jarige Amsterdammer wordt verdacht van seksueel misbruik van ongeveer vierhonderd kinderen tussen twaalf en veertien jaar oud via de webcam.

Politie en justitie hebben tot dusver 56 slachtoffers ge?dentificeerd. Het gaat om een omvangrijk onderzoek. Dit meldt?het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag tijdens een voorbereidende zitting bij de rechtbank Amsterdam in de zaak tegen verdachte Michel S. De verdachte zit al ruim een half jaar vast. Eerder is geen ruchtbaarheid aan de zaak gegeven. In omvang is de zaak?te vergelijken met de zaak tegen de eveneens vorig jaar aan het licht gekomen zaak tegen Frank R. uit Cuijk (zie zaak hieronder), waarin driehonderd meisjes slachtoffer van grooming zouden zijn geworden. In zijn geval kwam het echter ook tot fysieke contacten, bij Michel S. is het niet zover gekomen.?Volgens S.’ advocaat heeft hij daartoe ook geen initiatieven genomen.? De aanklacht tegen S. omschrijft ??n concrete aangifte, waarbij het gaat om grooming van een 12-jarige jongen. S. deed zich daarbij voor als een meisje. Op een harddisk van S. zijn enkele pornografische filmpjes van deze jongen gevonden. Op internet bediende hij zich van verschillende aliassen waarmee hij zijn slachtoffers om de tuin leidde.

Behandeling

S. heeft in eerdere verhoren bij de politie aangegeven dat hij inziet dat hij ‘grenzen heeft overschreden’. Hij wil graag behandeld worden. Hij heeft onder meer verklaard dat hij ‘het boek wil sluiten’. Hij gaf vrijdag ter zitting aan dat hij zijn huidige situatie, in detentie, ‘heel zwaar’ vindt, ‘omdat ik nergens mijn verhaal kwijt kan.’? S. is medewerker bij een bank. Zijn werkgever is op de hoogte van de aard van de zaak, maar heeft hem niet ontslagen. S. is geschorst. Hij is een zogeheten ‘first offender’: S. kwam niet eerder in aanraking met justitie en heeft een blanco strafblad. Zijn ouders waren vrijdag bij de zitting aanwezig.

Onderzoek in Nederland, Belgi?, Spanje en VS

De slachtoffers van S. zijn voornamelijk jongen, maar ook?meisjes. Ze zijn uit het hele land afkomstig, maar niet uit Amsterdam. S. begaf zich volgens justitie onder diverse aliassen in chatrooms om kinderen aan te zetten tot seksuele handelingen. Hij zou daarbij ook hebben gedreigd beelden op internet te zetten of door te spelen aan bekenden of familie van het slachtoffer. Het onderzoek strekt zich uit tot in de Belgi?, Spanje en de Verenigde Staten. In Nederland is niet alleen de Amsterdamse politie bezig met het onderzoek, maar ook rechercheurs elders in het land. De eerste melding bij de politie dateert uit 2012. Het onderzoek kwam in april vorig jaar op stoom, na doorzoekingen in de?woning van S.?en het doorlichten van zijn computer. De politie heeft vermoedens gehad dat S. na deze?doorzoeking opnieuw op zoek is geweest naar kinderen in chatrooms, maar S. ontkende dit vrijdag.

‘Geen toename’?

“Hoewel er nu twee kort op elkaar volgende gevallen zijn, heb ik niet het idee dat deze vorm van misbruik veel vaker voorkomt”, reageert Remco Pijpers, expert op het gebied van kinderen en media voor Mijn Kind Online. “De politie wordt ook steeds handiger in het vinden van dit soort mensen. Bovendien hielden kinderen eerst vaak hun mond tegen hun ouders als iets dergelijks speelde. Doordat er nu meer aandacht is voor deze vorm van misbruik, vertellen ze het eerder aan hun ouders.”

Volgens Pijpers is het vooral belangrijk dat ouders goed met kinderen praten over de gevaren die bij contact via de webcam komen kijken. “Dat kinderen nieuwsgierig zijn is goed, maar ze moeten op jonge leeftijd hun grenzen nog ontdekken. Wees als ouders niet bang om daarover in gesprek te gaan.” “Ouders moeten hun kinderen ook niet bang maken door te veel te wijzen op zaken die niet online niet goed kunnen gaan. Kinderen vrezen dan dat hun ouders boos worden als ze iets meemaken, waardoor ze het niet durven te vertellen. Geef je kind vertrouwen, waardoor ze het idee hebben dat ze bij hun ouders terecht kunnen.” “Kinderen moeten zelf goed beseffen dat ze nee kunnen zeggen en het aan hun ouders moeten vertellen als ze iets meemaken dat ze te ver vinden gaan”, voegt Pijpers toe. “Ze kunnen bijvoorbeeld ook terecht op Meldknop.nl, als ze iemand willen aangeven.”

‘Ernstige kwestie’

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) noemt de omvangrijke Amsterdamse zedenzaak van misbruik via de webcam een ”ernstige kwestie”. Volgens hem hebben politie en Openbaar Ministerie de zaak ”ten volle” aangepakt en zitten ze er bovenop. Hij zei dat vrijdag in reactie op het onderzoek naar Michel S., die verdacht wordt van misbruik van honderden kinderen via de webcam. Opstelten is hard bezig om de politie meer mogelijkheden te geven dergelijk misbruik aan te pakken. Eerder wees de rechter de inzet van een lokpuber af. Opstelten is daarom bezig met een nieuw wetsvoorstel dat inzet van de lokpuber wel mogelijk maakt.

Bovenstaand virtueel meisje, ontwikkeld door kinderrechten organisatie Terre des Hommes, lokt pedofielen in de Philipijnen.

Man misbruikt honderden jonge meisjes

Ongeveer 300 slachtoffers tussen de 10 en 17 jaar uit heel Nederland en Belgi?. De 48-jarige Frank R. wordt onder meer verdacht van grooming, ook wel online kinderlokken, en het bezit van kinderporno. Hij is minimaal 8 jaar actief geweest en er zijn 26.000 filmpjes en 144.000 foto’s van Nederlandse en Belgische kinderen gevonden in zijn woning. Ook stonden op zijn PC een groot aantal seksueel getinte chatgesprekken. In eerste instantie dacht men dat het om 1200 meisjes ging. Het is namelijk lastig te zien wie welk meisje is op de vele filmpjes die in zo?n lange tijdsperiode ook nog veel van uiterlijk veranderen.

Grooming

Grooming is wanneer een volwassene via social media contact aanknoopt met kinderen onder de 16 jaar, met als doel seks te hebben. Volgens landelijk projectleider Walter van Kleef van de Nationale Politie is grooming een maatschappelijk probleem dat steeds groter wordt. “We maken ons veel zorgen over dit internetfenomeen. Het aantal groomingzaken neemt snel toe.” Alleen al in Noord-Nederland zijn er zo’n zes meldingen per dag.

Een groomer probeert onder meer via chatprogramma’s op het internet op sluwe wijze intieme foto’s, beelden of details van de kinderen te krijgen. Vaak doen groomers zich voor als iemand van dezelfde leeftijd, om zo het vertrouwen van de jongeren te winnen. Die denken lange tijd dat ze een bijzondere band met iemand hebben, waardoor de drempel lager wordt om bijvoorbeeld seksueel beeldmateriaal van zichzelf te sturen. Kinderen die eenmaal zijn overgehaald om voor de webcam naaktfilmpjes en -foto’s te maken zouden daarna makkelijk chanteerbaar zijn. De groomer kan de kinderen dwingen om steeds verder te gaan, waarbij hij dreigt anders alles openbaar te maken. Na het uitwisselen van beelden wordt er aangestuurd op een afspraak; maar bij de seks die volgt, is er niet altijd sprake van dwang.

Strafbaar feit

Grooming is een fenomeen dat pas sinds drie jaar strafbaar is in Nederland, maar het voeren van seksuele gesprekken door volwassenen met minderjarigen op internet is nu nog niet strafbaar. Uit onderzoek van Digibewust blijkt dat bijna de helft van de jongeren tussen de 12 en 16 jaar online benaderd is door een onbekende terwijl men dit niet prettig vond.

Preventie is erg lastig. De methode waarin lokpubers gebruikt worden mag in Nederland niet zomaar. Een politieagent mag zich volgens de wet niet voordoen als een minderjarige. Je kunt alleen iemand groomen die werkelijk jonger is dan 16. Een agent die zich op het internet begeeft en er een valse identiteit aanneemt, is niet een werkelijke minderjarige. Ook uitlokking licht bij deze kwetsbare methode op de loer. De lokpuber methode is gemodelleerd naar Amerikaans voorbeeld. In programma’s als NBC?s Dateline doen vrijwilligers van de controversi?le organisatie Perverted Justice zich op sociale media en chatsites voor als tieners. De organisatie werkt samen met de politie; mensen die in de val zijn gelokt, kunnen worden vervolgd en veroordeeld. In de Verenigde Staten hoeft er geen sprake te zijn van een feitelijk minderjarig persoon.

Naast principi?le bezwaren zijn er ook praktische beperkingen zoals het gebruik van beeldmateriaal van minderjarigen. Wie zich als lokpuber voor wil doen op sociale media of in een chatroom, zal van groomers verzoeken krijgen om seksueel getinte foto’s te sturen. De politie mag wettelijk gezien geen foto’s gebruiken van een bestaand kind, dus wat doe je als zo?n groomer vraagt: “Laat eens iets meer van jezelf zien??.

Het OM verdenkt Frank R. van het plegen van ontucht, verleiding van minderjarige meisjes via internet, het bezit van kinderporno en het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag.

Meldingen

De zaak – Ellikom genaamd – kwam aan het licht toen op 18 mei van dit jaar een 12-jarig meisje uit een Gronings dorp verdween. Een dag later vond de politie haar samen met Frank R. in Bedum. Eerder al, in 2012, ging het mis nadat twee ouders zich met hun 16-jarige dochter meldden bij de Drentse zedenpolitie. De dochter had een relatie met Frank R. en de politie sprak uitgebreid met het drietal. Na twee weken besloot het gezin geen aangifte te doen. Schaamte speelt hierbij vaak een belangrijke rol. De twee rechercheurs die de zaak behandelden schreven naar aanleiding van de beslissing van de ouders een eindrapport en sloten de zaak af.

Opsporing

Inmiddels zijn 65 van de 300 meisjes ge?dentificeerd. Het is allemaal handwerk. Rechercheurs pluizen de chatgesprekken uit op zoek naar namen, telefoonnummers, woonplaatsen en andere aanwijzingen. Soms kan men een e-mailadres of IP-adres achterhalen. Alle meisjes identificeren is zeer lastig.

De ervaringen met Project X in Haren hielp de politie met het vinden van persoonsgegevens via internet. En dat is niet eenvoudig door onder andere regelgeving en allerlei verschillende internetproviders. De afgelopen maanden werkten 25 agenten aan de zaak. Onder hen zedenrechercheurs, digitaal rechercheurs, rechercheurs die gespecialiseerd zijn in opsporing via social media, rechercheurs van het team bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme (TBKK), analisten en gewone rechercheurs.

Het is een spel

Er zijn veel tienermeisjes die via social media worden benaderd door mannen die seks willen. ‘Het is een spel’ zeggen meiden die samen achter internet veel lol hebben. Ze vinden het niet eng en al helemaal geen reden om aangifte te doen bij de politie. Want naakte mannen achter de webcam, dat is juist grappig. Favoriet is chatroulette, eigenlijk een website voor boven de 18, maar daarop controleert niemand, dus ook schoolmeisjes kunnen zich aanmelden. Ook Snapchat – een programma waarbij je een foto maar een paar seconden ziet ? accepteren jonge meisjes uitnodigingen van vreemde mannen. Je ziet van tevoren niet of het een bekende is en er kan toevallig iets leuks achter zitten. Vieze potloodventers zien ze maar twee seconden en klikken ze weg. Je klikt erop en het is weer weg.

Update juli 2014:?De rechtbank in Assen heeft Frank R. (49, uit Cuijk)?veroordeeld tot zes jaar celstraf plus tbs. R. stond uiteindelijk terecht voor 21 zedendelicten, waaronder grooming, verkrachting, ontucht en het maken/bezitten van kinderporno. De verdachte deed zich voor als 18-jarige, en wist zo, ?willens en wetens?, vermoedelijk honderden minderjarige meisjes voor de webcam te verleiden tot het plegen van seksuele handelingen. Deze handelingen waren in de helft van het totale aantal tenlasteleggingen in ?aard en omvang niet passend? bij de leeftijden van de meisjes. In enkele gevallen kwam het ook tot fysieke ontmoetingen, waarbij de seks ?extreem was en steeds extremer werd?. Volgens onderzoekers was de verdachte ?sociaal incompetent? en ontwikkelde hij een steeds sterkere voorkeur voor extreme en dominante seks met jonge meisjes van 12 of 13. Tegen hem was tien jaar ge?ist maar de rechtbank vond niet alle aanklachten bewezen. Waar het OM aanvankelijk sprak over ?mogelijk honderden slachtoffers? ?waren slechts 21 zaken in de dagvaarding vermeld. De rechter heeft veel slachtoffers verder een schadevergoeding toegewezen.

Bronnen: Elsevier, Trouw, Nu.nl, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ‘Grooming’ steeds groter probleem?, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ?Politie had R. eerder kunnen pakken?, Elsevier (2013, 19 oktober), ??Pedofielen betrappen;? Digitaal kinderlokken/ Om grooming via internet tegen te gaan, wil minister Opstelten lokpubers inzetten. Maar wat een ogenschijnlijk kleine aanpassing van de wet lijkt, is zowel principieel als praktisch een discutabel middel?, De Volkskrant (2013, 12 oktober). ?Met ??n klik is de naakte man weg?.

 

WhatsApp buurtwacht maakt de buurt veilig

politiegroep
Er zijn inmiddels steeds meer WhatsApp buurtwachten die op lokale schaal een buurt ?veiliger proberen te maken (deels ook op Twitter?of Facebook). Gebruikers kunnen met WhatsApp gratis met elkaar berichten uitwisselen en bestanden delen. Precieze cijfers zijn bij de Nationale Politie?niet bekend, maar uit een rondgang op internet blijkt dat buurtbewoners het afgelopen halfjaar in tientallen gemeenten een ‘digitale buurtwacht’ hebben gevormd.Hieronder een aantal initiatieven op een rij waarin zowel politie, burgers als ondernemers initiatiefnemer kunnen zijn. Ken jij er ook nog een? Laat het weten en we voegen het toe in onderstaand overzicht.

Tilburger Ton Evers over het succes van de buurt-whatsapp waar men een bijna stadsbrede dekking heeft met buurtgroepen:

Ede
De WhatsApp groepen uit Ede West moeten dieven buiten de deur houden.?De wijkagenten van Ede-West hebben een wens… 1000-ogen in Ede-West.?Omdat het aantal woninginbraken in de Edese wijk de Rietkampen vorig jaar hard gestegen is, roepen de wijkagenten de inwoners op lid te worden van een WhatsApp-groep. In 2012 nam het aantal inbraken met 300 procent toe. Dit in vergelijking met een jaar eerder.

Vooral in de vakantieperiode waren er veel inbraken. Via WhatsApp kunnen burgers en de politie makkelijk informatie uitwisselen. Op die manier kunnen daders sneller gepakt worden, zo meent de politie. Wel moet bij nood altijd eerst 112 gebeld moet worden.?Een jonge fietser uit Ede die tijdens een nachtelijke fietstocht in de nacht van zaterdag op zondag in Ede een spiegel van een geparkeerde auto aftrapte, had beter even achterom kunnen kijken. Daar reden namelijk leden van het Buurtpreventieteam Maandereng, ook op de fiets.


Eersel
Op de site van de gemeente Eersel staan wat voorbeeldsituaties waarin de WhatsApp groep handig kan uitkomen. ‘Vorige week liet ik rond de lunch de hond uit en zag in de verte drie jongens door de heg uit een tuin komen. Dankzij mijn melding werden zij op afstand in de buurt in de gaten gehouden. Als zulke jongens ergens een hekel aan hebben, dan is dat het.? Ook werd direct de politie gebeld.’ en??Twee mannen kwamen in mijn winkel en ??n van hen maakte met mij een praatje over energiezuinigheid. De ander maakte met zijn tablet beelden van mijn hele winkel. Nadat hij zijn verkenningsrondje gemaakt had was het gesprek snel afgekapt. Ik had er geen goed gevoel bij en heb via de whatsapp groep van mijn collega winkeliers gewaarschuwd.? of ‘?Bij de supermarkt zag ik wat rare types bij de winkelwagentjes. Ze hadden een doos met boodschappen laten vallen, spraken me aan en vroegen mijn hulp bij het oprapen. Na het rapen van wat sinasappelen zag ik dat er ??n van de drie bij mijn karretje met daarin mijn handtas stond. Ik vertrouwde het eigenlijk niet en heb een WhatsApp berichtje gemaakt. E?n van de groesapp-leden reageerde dat dit wel een melding voor de politie is. Dat hielp me over de drempel om de politie te bellen.’

Bennekom
Een hausse aan woninginbraken was voor inwoners van Bennekom aanleiding om een speciale whatsapp-groep aan te maken. Inmiddels krijgen 160 mensen een melding als iemand gespuis in de buurt signaleert.?Sinds oktober is dat drie keer gebeurd, zegt Dave van den Berg, een van de initiatiefnemers. ,,Vorige week nog kwamen er drie jongens uit een tuin gelopen. Dankzij de melding werden zij op afstand in de gaten gehouden. Als zulke jongens ergens een hekel aan hebben, dan is dat het.” Ook werd direct de politie gebeld. Zo lang dat gebeurt, prijst wijkagent Renzo Scholte het initiatief van de bewoners in zijn werkgebied. ,,Hoe meer mensen uitkijken naar een verdachte, hoe beter.” Whasapp is een welkome aanvulling op Burgernet?vindt Scholte. ,,Als bewoners elkaar onderling informeren, is dat veel sneller.”

Frank Smilda, expert social media bij de politie begrijpt wel dat mensen naar Whatsapp grijpen om hun buren te waarschuwen tegen onraad. ?De politie?kan nu eenmaal niet op elke straathoek staan. En Whatsapp is een veel krachtiger middel dan de buurtpreventie ‘oude stijl’, waarbij mensen op straat surveilleerden. ,,Iemand kan heel snel een heel grote groep mensen inseinen, en eventueel ook foto’s meesturen.”?Smilda waarschuwt wel dat over de buurt waken met de smartphone vanuit de luie stoel niet zonder gevaar is. ,,Bewoners kunnen onschuldige mensen aanzien voor inbrekers. Daar zit niemand op te wachten.”?Daarom is het volgens Smilda goed dat wijkagenten zich aansluiten bij de whatsapp-groepen. Zo weten ze meteen wat er speelt in een buurt. ,,En kunnen ze in de gaten houden dat burgers niet aan eigenrichting doen.”

Santpoort
Zo’n dertig bewoners in Santpoort-Zuid proberen gezamenlijk een vuist te maken tegen woninginbraken. Ze hebben een speciale buurt Whatsapp opgezet, omdat er in Santpoort-Zuid de afgelopen tijd opvallend veel woninginbraken gepleegd.

Putten
Puttenaar Luc Bakker is een nieuw initiatief begonnen om de Puttense woonwijken een beetje veiliger te maken in de donkere dagen.

Epe
Winkeliers Epe pakken dieven op moderne manier aan.?In de troonrede ging het dinsdag over de ?articipatiesamenleving. In Epe zijn winkeliers daar bijna een jaar geleden al mee begonnen, voor meer veiligheid in de buurt. De politie is er vaak te laat om dieven te pakken, dus doen ze het nu zelf. En dat doen ze niet met honkbalknuppels of ander geweld, maar met een WhatsApp-groep.

Enspijk
Enspijk was???n van de eerste dorpen?in Nederland met een groeps-chat?om buren te waarschuwen voor verdachte situaties. De chat werd ingesteld nadat er in korte tijd?veel inbraken waren gepleegd in het dorp. Volgens de dorpsbewoners heeft de app?al geholpen bij het voorkomen van inbraken.?”Er wonen zo’n 500 mensen in ons dorp en binnen no time hadden we 100 mensen in de groeps-chat,” zegt Richard den Hartog, initiatiefnemer van de Whatsapp-groep. “Dan schiet het al snel op. Zo zag ik op een gegeven moment drie jongens die echt niet in het dorp hoorden. Ik volgde ze en die jongens bedreigden mij. Toen gebruikte ik de whatsapp-groep: ik kreeg direct versterking om me heen. Die jongens hebben dan wel door dat ze niet in ons dorp moeten zijn.”

“Het is een enorm goede toevoeging aan de opsporing. Het is de participatiemaatschappij in werking,”?zegt sociale veiligheidsexpert Arnout de Vries. “De politie wil sowieso meer oren en ogen op straat, dit zorgt daarvoor.” ?Maar hij waarschuwt ook: “Er zitten wel flinke haken en ogen aan. Je loopt het risico dat mensen eigen rechter gaan spelen doordat er ‘groupthink’ ontstaat. Dat houdt in dat de hele groep hetzelfde gaat denken, terwijl dat niet per se klopt.”?”Je bent als burger in zo’n netwerk vooral een meedenker, dienend aan de politie,” zegt De Vries. En het is volgens hem aan de politie om daar op in te spelen. “De politie moet nu echt gebruik gaan maken van de mogelijkheden. Als ze hier niet op inspringen, is dat een gemiste kans.”

Zwaag
Zwaag heeft er genoeg van; er moet iets gebeuren tegen de golf van inbraken in het dorp. Het initiatief Veilig Zwaag dat vanuit de bevolking is ontstaan, moet zorgen voor een grotere alertheid op verdachte situaties. ,,Het is niet de bedoeling het recht in eigen hand te nemen.???Ren? Kramer en Armando Blokker zijn inwoner van Zwaag en maken zich net als veel anderen ongerust over het grote aantal inbraken in het dorp. Donderdagavond kwamen ze op het idee via Whatsapp – een berichtendienst op smartphones – een groep aan te maken met daarin andere betrokken inwoners van Zwaag. ,,Er kunnen maximaal vijftig mensen deelnemen aan zo?n groep, maar binnen 24 uur had ik al dik zeventig aanmeldingen binnen??, zegt Kramer. ,,De deelnemers wonen verspreid over de verschillende wijken, zodat er overal ??n of meer mensen alert zijn.??

Roosendaal
In Roosendaal heeft dit enige tijd geleden geleid tot de aanhouding van vier vuurgevaarlijke mannen.?De WhatsApp-groep is een begrip voor Buurtpreventieteam Susannadonk in Roosendaal. Via WhatsApp houden de leden elkaar op de hoogte van alles wat er in de wijk speelt, waarbij tevens wordt samengewerkt met de gemeente en politie.
In de WhatsApp-groep werd een verdachte auto in de wijk besproken, waarna besloten werd de politie in te schakelen. Uiteindelijk konden, mede dankzij de inzet van Unit Luchtvaartpolitie, vier gewapende Franse mannen worden aangehouden en werd zo een mogelijk misdrijf voorkomen. En dat begon allemaal met ??n WhatsApp-bericht.

Almere
Burgemeester van Almere en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Annemarie Jorritsma juicht het gebruik van WhatsApp bij buurtpreventie toe. Zelf geeft Jorritsma het goede voorbeeld: ?Samen met de buurvrouwen hebben wij een WhatsApp-groep ge?nitieerd nadat we verdachte auto?s in de buurt zagen en nog steeds waarschuwen wij elkaar?. Een bijkomend voordeel is volgens Jorritsma dat het tegelijkertijd leidt tot zeer intensieve sociale contacten. De burgemeester van Almere is dusdanig positief over WhatsApp dat ze nadenkt om ??n en ander lokaal verder uit te breiden.

Bergen op Zoom
Een 25-jarige winkeldief is maandag in Bergen op Zoom aangehouden nadat een winkelier een bericht rondstuurde naar collega-ondernemers via Whatsapp. Wijkagent Frank Nolten ontving het bericht en ging in de binnenstad op zoek naar de man. De Whatsapp-groep is een initiatief van de politie om winkeldiefstal in Bergen op Zoom te bestrijden. Verschillende ondernemers hebben zich al aangemeld bij de groep.

Utrecht
Whatsapp als waarschuwingsdienst. Zo gebruiken Utrechtse studenten de berichtenservice nadat er meerdere vrouwen in de stad zijn aangerand. Via whatsapp roepen meiden elkaar op om ’s nachts goed uit te kijken en het liefst niet alleen de straat op de gaan.?In Utrecht is een?groep vandalen opgespoord, mede doordat ongeruste wijkbewoners een whatsapp-groep hadden?opgericht.

In Hoograven zijn acht auto’s uitgebrand sinds Oud en Nieuw in de Utrechtse wijk.?Drie dagen geleden werden extra maatregelen onder buurtbewoners getroffen middels de Hoograven Alert, een Whatsapp-groep ter bestrijding van de woning- en auto inbraken die de buurt teisteren. Oprichter van de ?digitale buurtwacht? Martijn Traas zegt hierover: ?De autobranden zijn misschien iets tijdelijks, maar hebben zeer veel onrust veroorzaakt. Mensen worden er angstig van.??

Haren
Op initiatief van Gert Bruns, eigenaar van o.a. Intermezzo in Haren, gaan winkeliers in Haren zich wapenen tegen inbrekers en andere lieden met foute bedoelingen. Inmiddels hebben zich al zo’n veertig ondernemers gemeld in een ‘waarschuwingsgroepje’ op?What’s App, waarin zij permanent met elkaar in contact staan om verdachte personen direct aan elkaar te melden.?De politie is positief over de groepen. Buurtagenten sluiten zich graag aan bij de groep in Haren.

Bezorgde inwoners van de Zwolse wijk Westenholte beginnen een buurtwacht. Kort geleden overleed een 72-jarige vrouw uit de wijk, nadat ze ernstig gewond was geraakt bij een inbraak.?Buurtbewoners schrijven op Facebook dat het tijd voor actie is. “Het is nu wel welletjes al die inbraken in onze wijk. Nu heeft het zelfs een dodelijk slachtoffer ge?ist.” ?Na een eerste uitzending van Opsporing Verzocht, ongeveer 20 tips binnengekomen over de dood van de 72-jarige vrouw uit Zwolle. De politie gaat ze allemaal onderzoeken. Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels een beloning van 5000 euro uitgeloofd voor de ‘gouden tip’.?Op de Facebookpagina van Wijkvereniging WVF worden inwoners van de wijk opgeroepen mee te doen met de buurtwacht.

sitestat

Ook een klein groepje in Ittersummerlanden is begonnen elkaar via Whatsapp in een “Buurtwachtgroep” op de hoogte te houden bij verdachte situaties. “Een prima initiatief”, vindt wijkagent Danny Winkelman.?Zwollenaar Stefan Boekhoudt startte daarop het initiatief?Buurtwachters.nl?waarop?mensen hun telefoonnummer, woonplaats en wijk/buurt invullen. Zodra er dan drie personen dezelfde woonplaats en/of buurt/wijk invullen start er een groepsgesprek in Whatsapp met deze personen.

Almelo
De WhatsApp-groep waarmee bewoners van Slangemuur, Schulpvijver en Graskom in de wijk Nijrees elkaar waarschuwen voor inbrekers, moet ook in andere straten worden ingevoerd. Dat willen politie en bewoners. Daarom zijn zo’n duizend brieven verspreid om buurtbewoners te vragen zich aan te melden voor de ‘Burgerwacht 2.0’, zoals het project is gedoopt. Bij de politie kwamen al 95 mailtjes binnen van mensen die toegevoegd willen worden aan de app-groep in Nijrees. De app is een vervolg op de buurtwacht die in september werd opgericht, onder leiding van Joost Termeulen, nadat er op meerdere plekken was ingebroken. De deelnemers maakten destijds ook gebruik van WhatsApp, in samenwerking met wijkagent Thijs Hulsbeek.

Schoonhoven
De gemeente Schoonhoven stimuleert het gebruik van de digitale buurtwacht en beveelt haar bewoners van harte aan om een dergelijke app-groep te beginnen. De oproep geeft aan dat het niet de bedoeling is dat mensen eigen rechter gaan spelen, maar de oplettendheid in de buurt wordt vergroot en in het geval er daadwerkelijk iets crimineels aan de hand is, moet gelijk 112 gebeld worden. Bijkomend voordeel is dat buurtgenoten elkaar beter leren kennen.?Inwoners van Schoonhoven kunnen hun groep aanmelden bij de gemeente en zij?informeren dan de wijkagenten en de bikers hierover. Op deze manier wil de gemeente samen met bewoners de stad op deze manier nog veiliger maken.

Amersfoort
De gemeente en de politie juichen het initiatief van een?WhatsApp-groep van harte toe omdat buurtbewoners extra ogen en oren zijn?in de wijk. Dat staat in de flyer op de website van de gemeente Amersfoort?(zie onderaan deze webpagina). Ze geven concrete informatie, tips en trucs over?het gebruik van een WhatsApp-groep, want er zijn weleens WhatsApp ruzies geweest in Amersfoort waar de politie bij te pas kwam.

Den Haag (Transvaal)
Een oplettende buurman verijdelde dik twee weken geleden een inbraak in de Jacob Schorerlaan. ?Hierdoor besefte ik ?wat kunnen we zelf doen? om dit te voorkomen??, vertelt buurtbewoner en PvdA-gemeenteraadslid Rajesh Ramnewash. Zijn idee voor een WhatsApp-groep waarin buurtbewoners elkaar waarschuwen bij verdachte zaken in de buurt is direct omarmd door de Buurtmoeders en het Buurt Interventie Team.
Wijkagent Henny Visser moedigt de bewoners aan. ?Een geslaagde inbraak motiveert inbrekers alleen maar. Het is beter om te voorkomen dat het gebeurt.? Voor de wijkagenten is de nieuwbouw met hofjes best lastig om in te surveilleren. ?Dat kan alleen op de fiets op te voet.? Zowel het Buurt Interventie Team Transvaal (BIT) als de Buurtmoeders en de wijkagent benadrukken dat er geen sprake is van een inbraakgolf, zoals dik 12 jaar geleden toen de wijk net was opgeleverd. ?Dit was toen echt het Wassenaar van de Schilderswijk?, vertelt Noory Ahmed van het BIT, die elke dinsdagavond met ruim dertig personen een ronde maakt door de wijk.
Met de digitale buurtwacht willen ze elkaar de rest van de week ook informeren over bijvoorbeeld verdachte personen in de wijk. ?We hopen dat zoveel mogelijk mensen gaan meedoen met de WhatsApp-groep?, vertelt Ramnewash. ?De app bevordert de veiligheid van deze buurt en vergroot de sociale cohesie. Ik hoop dit initiatief zo snel mogelijk uit te breiden naar andere wijken.? ?Wel zijn er spelregels. ?We gaan er nooit alleen erop af. Als we slapen, maken we elkaar wakker en we volgen op veilige afstand.? Het Buurt Interventie Team en de Buurtmoeders hebben al drie jaar ervaring opgedaan met het surveilleren in de buurt. ?Eerst was iedereen een potenti?le verdachte voor mij?, lacht Ahmed. ?Inmiddels hebben de deelnemers van het team al een aantal ?mooie vangsten? gedaan. ?Ik heb wel eens twee/drie kilometer een vermoedelijke inbreker achtervolgd. Heel spannend.? ?Iedereen kan een inbreker zijn?, weet de wijkagent. ?Vroeger waren het de junken, nu is dat niet altijd meer zo. Nu zie je vaak groepjes 15/16 jarigen.?

Ondernemers Delden tippen elkaar via WhatsApp:

En er zijn nog veel meer gemeenten met een WhatsApp groep, zoals Dalfsen, Oldebroek, Haarlemmermeer, Castricum, Voorst, Heerde, Zeeland, Roerdalen, Harlingen, Alkmaar, Sittard/Geleen, Breda, Drachten, Oosterhout?of?Dordrecht. Sommige groepen kiezen voor alternatieven zoals Telegram, bijvoorbeeld omdat het iets meer leden toestaat dan de maximale 50 in een WhatsApp groep.?Ook in?Belgi? gaan de?Buurt Informatie Netwerken over op social media om de wijk veiliger te maken.

Bekijk onderstaand voorbeeld van een WhatsApp groep uit?Oisterwijk:

WhatsApp Politie logo

Spelregels voor de buurt

De What’s App groep van Ede West heeft de spelregels voor de buurt online gezet. In een groep uit Haren worden de volgende spelregels gebruikt:

Spelregels Whatsapp

  1. Deelnemers hebben minimaal de leeftijd van 18 jaar;
  2. Deelnemers zijn woonachtig in de buurt XXX; Contact met andere WhatsApp buurtgroepen gaat via een zgn. WhatsApp beheerdersgroep.
  3. WhatsApp is een burgerinitiatief. Hulpdiensten komen?alleen direct in actie wanneer een melding via 112 gedaan wordt. Bij 0900-8844 is er geen spoed en kan het langer (soms dagen) duren.
  4. Gebruik WhatsApp volgens de SAAR afkorting en alleen bij (urgente) situaties die verdacht zijn:
    S = Signaleer
    A = Alarmeer 112 (geen spoed bel 0900-8844)
    A = App?
    om je waarneming bekend te maken aan anderen, hou het kort en duidelijk!
    R = Reageer, door op de uitkijk te blijven of bijvoorbeeld (samen) naar buiten te gaan en?contact te maken met de persoon. De bedoeling is dat we op deze manier van de verdachte persoon zijn?plannen verstoren (?zaak stuk te maken?). Doe dit alleen als je dit veilig kan doen zonder?risico?s!
  5. Laat door middel van een WhatsApp bericht aan elkaar?weten dat 112 al gebeld is! Voorkom een regen van 112 meldingen;
  6. Let op het taalgebruik. Niet vloeken, schelden,?discrimineren en dergelijke;
  7. Speel geen eigen rechter en overtreedt geen regels/wetten.?Dus niet appen tijdens het besturen van een voertuig;
  8. Het versturen van foto?s van een verdachte is alleen?toegestaan t.b.v. het verstrekken van een signalement, wanneer dit voor de?melding noodzakelijk/van meerwaarde is. Daderkenmerken zoals geslacht,?kleding, lengte en gezicht kunnen ook goed beschreven worden. Denk bij?voertuigen aan de kleur, het merk, het type en het kenteken;
  9. Gebruik deze WhatsApp groep alleen waar het voor?bedoeld is en niet voor onderling contact/priv?berichten.
  10. Het niet houden aan de afspraken (kan) leiden tot?verwijdering uit de groep. In alle gevallen waarin deze voorwaarden niet voorzien beslissen de leden van de beheerdersgroep in samenspraak met de politie en gemeente.

Bij wijziging van uw telefoonnummer dit doorgeven aan de beheerders van de groep, want alleen zij kunnen mensen toevoegen aan de WhatsApp-groep. U heeft altijd de controle over uw deelname; u kunt in een groep blijven of een groep verlaten wanneer u maar wenst.

Bronnen:?Omroep Gelderland, AD, RTV Noord Holland, De Stentor, Hart van Nederland, Vandaag.nl, Whatsappen.nl, BN De Stem, Tubantia, Dagblad van het Noorden, RTLNieuws, RTV Oost, DeWeekkrant.nl, DUIC, WeblogZwolle, Vuurvreter.

Onderstaand een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de politie en wetenschap: ” De Buurtwacht.?Naar een balans tussen instrumentalisering en autonomie van?burgers in veiligheid”. Een aantal passages uit de conclusies:

In de huidige praktijken van buurtwachten in Nederland troffen wij zowel zelf-redzame groepjes patrouillerende bewoners aan als volgzame en nauwgezet aangestuurde. De meeste buurtwachten echter combineren beide stijlen en functioneren naar tevredenheid van zowel deelnemers als politie en gemeente. Omdat het lang niet altijd gaat om buurten waarvan de politie ze zou aanduiden als ?onveilig? of ?crimineel? valt er tevens wat voor te zeggen om het fenomeen buurtwachten te zien als ??n van de vele manieren waarop de securisering van de samenleving zich voltrekt (Zedner, 2003).

“De meeste buurtwachten functioneren naar tevredenheid van zowel deelnemers als politie en gemeente”

“De drijfveer is plichtsbesef en de ervaren onveiligheid is de ’trigger’. De anti-staat houding onder buurtwachten is niet wijdverbreid”

“De politie heeft anno 2014 de morele plicht bij te dragen aan die zelfredzaamheid”

“Burgerparticipatie is geen doel op zich, maar een middel om gedragsverandering te bewerkstelligen”

“Lokale bestuur heeft er belang bij dat burgers mede verantwoordelijk worden voor beleid en niet handelen uit eigen verantwoordelijkheid”

“In veel gevallen vragen bewoners dus juist om een actieve en co?rdinerende opstelling van de gemeente of de wijkagent.?Maar een te instrumentele benadering (zoals beproefde politiemethoden) zet klem op de creativiteit en capaciteit van burgers”

“Problemen kunnen in collectief verband opgelost worden. Dat betekent dat de politie efficiencywinst kan boeken”

App: Panic Button

Activisten kunnen vanaf?nu discreet hulp verzoeken met de?Panic Button app

Politieke activisten die leven in landen met onderdrukkende regimes, en kritische journalisten zijn soms?bang. Ontvoering, marteling of erger kan hen overkomen. Hoewel er weinig?gedaan kan worden om deze dreigingen tegen te gaan is er een nieuwe app gelanceerd die een gewone smartphone verandert in een discrete paniekknop. De Panic Button app is a Android app (waarvan de broncode op GitHub?Staat) die mensenrechten probeert te verdedigen en hulp biedt in noodgevallen.

Het project Panic Button is een initiatief van Amnesty International in samenwerking met onder andere?s Frontline Defenders, iilab en Engine Room. De app is uitgebracht in vier talen en getest?door honderden gebruikers van Amnesty International netwerken in 17 landen.

Ibrahim Alsafi, een activist van de mensenrechten in Soedan die betrokken is geweest bij het testen van de app, zei: ‘Het is echt eng om te ontdekken dat een activist maanden is vastgehouden?zonder dat iemand er iets over wist of iets deed?om hem vrij te laten”. ‘We hopen dat Panic Button zorgt dat toekomstige gevallen van onrechtmatige detentie in Soedan niet onopgemerkt blijven, waardoor we meer mensen kunnen mobiliseren om hen te helpen”.

PB2 PB1 PB3

Bronnen: Forbes, DailyMail, Engadget

Het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk

District Zuid van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland maakt gering en ongestructureerd gebruik van sociale media. Hierdoor laat het korps veel kansen liggen in de opsporing. Dat is de boodschap van bijgevoegd onderzoeksrapport van Rebacca van Someren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk van district Zuid en in de wensen en voorkeuren van de doelgroep, om zo een sociale mediastrategie te ontwikkelen voor district Zuid (onderdeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland). Naast het doen van uitvoerig deskresearch, zijn er interviews afgenomen met twee experts op het gebied van sociale media en politie en met zes politiekorpsen, waarvan vijf Nederlandse korpsen en ??n Brits korps. Daarnaast is er een panelgesprek gehouden onder vier doelgroepleden. Uit het panelgesprek is o.a. gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van het huidige sociale media gebruik onder buurtregisseurs en aan het actief onder de aandacht brengen van het sociale media gebruik van district Zuid onder burgers. Daarnaast gaven de panelleden aan dat zij graag een terugkoppeling ontvangen als zij participeren aan de opsporing. Uit de interviews is o.a. gebleken dat het van belang is dat district Zuid het gebruik van sociale media ten eerste intern in kaart brengt voordat er extern wordt gecommuniceerd. Verder is gebleken dat de best practices effectieve werkwijzen gebruiken in hun opsporingspraktijk en dat het belangrijk is om te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van sociale media. Aan de hand van deze uitkomsten zijn er conclusies getrokken en is er een advies opgesteld. Dit advies bestaat uit een passende sociale mediastrategie voor district Zuid en concrete aanbevelingen voor de uitvoering ervan in de opsporingspraktijk. De aanbevelingen voor district Zuid bestaan uit de volgende vijf stappen. Deze stappen dienen in chronologische volgorde uitgevoerd te worden.

1. Inventariseren en structureren: Realiseer eenduidigheid binnen het korps wat betreft het gebruik van sociale media. Breng structuur aan in de Twitteraccounts van buurtregisseurs, zodat deze accounts voor burgers inzichtelijk en makkelijk vindbaar zijn.

2. Uitbreiden en intensiveren: Breid het gebruik van Twitter onder buurtregisseurs uit (elke wijk dient vertegenwoordigd te zijn door minstens ??n buurtregisseur) en maak frequenter gebruik van de drie essenti?le sociale media Twitter, YouTube en Facebook.

3. Strategie?n toepassen: Pas de vier manieren van burgerparticipatie effici?nt toe en maak tegelijkertijd gebruik van de mogelijkheid om (sociale) media te combineren en te verbinden. Houd burgers op de hoogte over wat er – naar aanleiding van een tip of melding – met een zaak is gebeurd.

4. Het gebruik ter kennis brengen: Breng het sociale media gebruik actief onder de aandacht van burgers d.m.v. een campagne of “??oude”?? media.

5. Anticiperen op ontwikkelingen: Leer van fouten en deel elkaars tips. Blijf op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van sociale media en pas werkwijzen voortdurend aan op ontwikkelingen, kennis en bekwaamheid.?

Bachelor thesis (2012) van Rebacca van Someren,?Hogeschool van Amsterdam, begeleiders Bas?Naber, Casper?Muller

 

App: Ping4alerts!

Ping_ logo_b_with_tagline (1)

Ping4alerts! is een?alerteringsplatform en mobiele app. Homeland Security, Federal &?State Emergency Management Agencies (FEMA), State Police Departments en State Fire Marshals uit de VS gebruiken al ping4alerts.

iPhone Screenshot 1iPhone Screenshot 2iPhone Screenshot 3iPhone Screenshot 4iPhone Screenshot 5

Als je in een bepaald(risico)gebied bent, kun je de volgende informatie ontvangen:

– Weer waarschuwingen
– Sluitingen van scholen en evacuaties
– Amber Alerts
– Verkeerssituatie
-?Brand
– Stroomuitval
– Lokale evenementen
– Natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, etc.) – en meer



Bronnen: JRN

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

App: Seoul Metro Safety Keeper

De overheid in?Seoul wil aanranding in de metro verder aanpakken met een app die?met name is gericht op de vrouwelijke passagiers.

“Normaal is een metroritje maar 20 tot 30 minuten en voordat de spporwegpolitie er dan is, is de verdachte meestal allang weg. Met deze?app hoef je niet achteraf te melden maar kun je gelijk al met een druk op de knop de politie of hulp van andere contactpersonen die dichterbij zijn in te schakelen,” zegt Jeong Soo-min van het?SMG.

“6.6 miljoen mensen reizen dagelijks met de metro in Seoul. Dus voor de overheid is het van groot belang dat ook een veilige reis te laten zijn,” voegt?Jeong toe.

Aanranding is volgens de politie van Seoul de meest voorkomende type misdaad, die het aantal agenten momenteel ook aan het uitbreiden is van 149 naar 350 in 2018. Ook installeert?de stad nog meer cameratoezicht. Nu zijn er zo’n?1,876 camera’s, maar de verwachtingen zijn dat dit er?3,116 zullen zijn in 2022.

De app heet in het Koreaans:??????????? (vertaling: Seoul Metro Safety Keeper) en is per 1 januari 2015 gelanceerd.

Bronnen: KoreaTimes, 10Mag

 

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde van de Politieacademie uitvoerde in opdracht van politie Zeeland-West-Brabant naar aanleiding van het plaatsen van een moordzaak op het internet (onderzoek Mostafa Talaie zie persbericht 20 dec 2013).

Bij de inzet van van het Dossier Talaie is door 122 burgers een korte enqu?te ingevuld van tien vragen. De inzet van burgers heeft bij dit politieonderzoek zelf niet tot de oplossing van de zaak geleid. De vraag is volgens de onderzoekers of dit ?berhaupt wel lukt, als burgers op een voor hen onvolledig dossier hun scenario’s moeten baseren. Burgers lijken daar zelf ook aan te wijfelen, is gebleken uit de reacties. Voor veel respondenten voelde de hulpvraag als ‘ mosterd na de maaltijd’, aangezien het onderzoek al twee maanden aan de gang was. Ook de vraagstelling moet gerichter, meer op basis van informatie die dan al bekend is. Tegenover die twijfel staan wel grote pluspunten: het publiek vindt het een goed initiatief en waardeert het feit dat ze betrokken wordt. Volgens onderzoekers Henk Sollie en Nicolien Kop dient het rechercheteam ook een ‘ dossierfunctionaris’ aan te stellen dat input bijhoudt en vastlegt. Deze persoon houdt dan overzicht zodat er effici?nter gewerkt kan worden. Ook is het belangrijk burgers direct terugkoppeling te geven over hun bijdrage. Mensen weten dan wat ze wel of niet hoeven aan te dragen. Dit voorkomt dubbel werk bij zowel burgers als politie, aldus de onderzoekers.

Ik ben zelf sinds 2006 actief ten aanzien van het betrekken van burgers bij de opsporing. In Utrecht plaatsten we destijds al een cold case online met het verzoek aan burgers om mee te rechercheren.

In september 2011 vroeg de Groningse politie hulp van burgers bij het onderzoek Zuiderdiep. Hier werd de moordzaak al na een week online gezet. De Rotterdamse politie vroeg in 2012 de hulp van burgers via een website bij de vermissing van Monika Tanova.

Achtergrond
Begin 2011 heeft de politie de Strategie Aanpak Criminaliteit vastgesteld. In deze strategie is cocreatie met burgers en bedrijven benoemd als een van de drie hefbomen om de effectiviteit van de aanpak van criminaliteit te vergroten. De politie vraagt bijvoorbeeld burgers om hulp bij het oplossen van een moord. Het lijkt een moderne variant op het familiespel Cluedo, maar het is een serieuze oproep aan burgers om mee te denken in een lopend recherche-onderzoek. Wie kan het gedaan hebben, hoe kan het gebeurd zijn en wat is het mogelijke motief? Cocreatie is de meest intensieve vorm van burgerparticipatie waarbij een bedrijf of burger en de politie een gedeeld probleem hebben en gezamenlijk werken aan een oplossing die voor beide partijen waarde cre?ert.

Bij al deze zaken werden speciale websites gelanceerd waar burgers werd gevraagd mee te puzzelen en scenario’s aan te leveren ten behoeve van het onderzoek. Na enig recherchewerk werden deze scenario’s door de politie terug geplaatst op de website. Het grote verschil met de traditionele werkwijze is dat burgers niet enkel als informant betrokken werden, maar dat ze ook meedenken in de hypothese- en scenariovorming. Er kwam, zo bleek uit de evaluaties, waardevolle informatie binnen, die echter in deze zaken niet tot een doorbraak hebben geleid.

Positief over de inzet van het online dossier op politie.nl
Uit het onderzoek van de Politieacademie is gebleken dat nagenoeg alle respondenten positief zijn over de inzet van het online dossier op politie.nl. Met name vanwege de grote kennisbron en ?frisse blik? die aangeboord wordt. Iets meer dan de helft van de respondenten leverde ook suggesties voor verbetering van het onlinedossier en/of burgerparticipatie bij de opsporing. Hun aanbevelingen hebben betrekking op de wijze van informatieverstrekking, het design van de website en de interactie tussen burgers en het opsporingsteam en tussen burgers onderling. De resultaten van het onderzoek worden door de politie gebruikt om burgerparticipatie in de opsporing te bevorderen en verbeteren.

Lees hier het volledige rapport:

In de uitzending van Nieuwsuur (3 mei 2013) geven deskundigen een reactie:

Peter van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie aan de Faculteiten der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit, spreekt over diskwalificatie van de recherche

?Wat hier gebeurd, is om burgers te laten meedenken alsof ze zelf rechercheurs zijn. Het is een diskwalificatie van je eigen vak. Want wat je zegt is: ?Ach, dat werk dat jullie als rechercheurs doen, dat kan iedere willekeurige burger doen.? Wat ze in feite doen is goed te vergelijken met een chirurg, die denkt van: ?Ach, ik heb hier een ingewikkeld probleem en hij gaat buiten op straat een paar willekeurige burgers aanhouden: ?Ik heb een ingewikkelde operatie, komen jullie dat even voor mij doen, dan hou ik wel even toezicht van een afstand.? Dat is nou precies wat de recherche nu aan het doen is.?

?Wij vragen burgers mee te denken en dan moet je ze informatie geven. Welke selectie aan informatie geef je ze. Dat is ten eerste een selectie aan informatie die gemaakt wordt door de rechercheurs die kennelijk niet instaat zijn om de zaak op te lossen. En bovendien moet je een zodanige selectie geven dat je niet alle privacy van allerlei mensen gaat schenden. En recherchewerk is nou eenmaal het schenden van de privacy van heel veel mensen. Dat hoort er bij. Als je dus de burgers het goed wilt laten doen, dan is het uitermate onethisch en als je het ethisch wilt doen, dan kunnen ze nooit helpen. We hebben bijvoorbeeld gezien in zaken als Marianne Vaatstra, waar allerlei mensen hun eigen onderzoekje zijn gaan doen op een uitermate onsmakelijke manier. En dat zou je hier ook kunnen verwachten als je mensen oproept om dit soort werk te gaan doen.?

?Wat natuurlijk het probleem is, stel dat burgers enthousiast gaan meewerken, dan gaan ze ontzettend veel gegevens produceren en aan de politie aanleveren. Filmpjes aanleveren, hun eigen bevindingen aanleveren, de scenario?s die ze bedacht hebben aanleveren. En als je burgers serieus neemt in dit project, moet je dat ook serieus gaan onderzoeken. Dus het is heel veel werk voor de politie met een hele kleine kans dat het ergens toe leidt.?

Danny Mekic, ondernemer en internetexpert, spreekt over een goed initiatief, want burgers bemoeien zich hoe dan ook met politieonderzoeken

?Wat je nu ziet gebeuren is dat burgers dus wel op zoek gaan naar daders, die informatie openbaar op sociale media met elkaar gaan lopen delen waar ook foutieve informatie tussen komt te staan en dus kwetsbare onschuldige mensen met naam en toenaam opeens worden gezien als een verdachte van iets. En het zou veel beter zijn als de politie iets zou ontwikkelen, een heel goed, mooi platform, noem het ?crowd-policing?, waarbij burgers dus kunnen zien: ?Dit zijn op dit moment lopende zaken waar wij zelf geen spoor meer hebben?.?

Achtergrondfilmpjes over het moordonderzoek Zuiderdiep:

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)