Tagarchief: tno

Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit

Met de komst van nieuwe sociale media zijn individuen voor het eerst in staat om op grote schaal gezamenlijk educatieve informatie te produceren en te delen. Voorbeelden als?Lektion,?Wikiwijs?(winnaar?eParticipatie Award 2010) en?KlasCement?spreken tot de verbeelding. De discussie rond (online) cocreatie in het onderwijs heeft zich dan ook voor een belangrijk deel gericht op de ontwikkeling van digitale leermaterialen en de rol die een veelheid aan actoren (o.a. lerenden, docenten, experts, bedrijven) daarin kunnen spelen. Cocreatie beperkt zich niet alleen tot digitaal leermateriaal, maar kan ook een rol spelen in andere onderdelen van het onderwijs.

Waarom cocreatie in het onderwijs?

Het onderwijs is bij uitstek een sector waarbinnen altijd al grote inbreng is geweest van de verschillende actoren. Bij nieuwe ontwikkelingen in ICT, in het bijzonder binnen het onderwijs, worden vaak mooie vergezichten geschetst. We moeten echter oppassen cocreatie niet te zien als wondermiddel voor alle problemen binnen het onderwijs. Niettemin kan cocreatie wel helpen bij het aanpakken van een aantal grote problemen waar het onderwijs momenteel mee kampt:

  • De eisen vanuit de samenleving voor vaardigheden en specialistische kennis worden steeds hoger. Mensen moeten niet alleen kennis opdoen, maar ook tot kennis kunnen komen, sociale vaardigheden bezitten en om kunnen gaan met interculturele verschillen.
  • Tegelijkertijd zien we dat Nederland in de internationale?PISA scores van de OESO?langzaam zakt op de ranglijsten van landen met het beste onderwijs. Het huidige kabinet heeft de ambitie Nederland in de top 5 te krijgen en zal meer aandacht geven aan basale vakken als taal en wiskunde.
  • Er is een dreigend lerarentekort en een grotere druk op werknemers. De productiviteit zal omhoog moeten en er is daarom baat bij effici?ntie.
  • Lesgevenden beschikken over onvoldoende kennis over het didactisch verantwoord inzetten van ICT-voorzieningen.
  • Vanuit de Europese Unie zijn er streefgetallen opgesteld voor 2020: minimaal 40% van de bevolking moet hoger onderwijs hebben genoten, en minder dan 10% van de kinderen mag school voortijdig verlaten.
  • Te weinig aandacht voor de uiteinden van de onderwijssector: toptalent en de moeilijker lerende kinderen.

Zoals gezegd zal cocreatie niet alle bovengenoemde uitdagingen kunnen oplossen, maar kan het wel een belangrijke bijdrage leveren. Zo is het, door het betrekken van externe gebruikers in het primaire proces en slim gebruik te maken van de digitale studie- en werkomgeving, mogelijk de werkdruk onder docenten enigszins te verminderen. Goede ICT-dienstverlening voor de ondersteunende onderwijsprocessen is hierbij een belangrijke randvoorwaarde.

Binnen welke aspecten van onderwijs kan cocreatie een rol spelen?

In onderstaand model worden de verschillende onderdelen waar cocreatie een rol kan spelen uiteengezet.

Figuur 1 Mogelijke impact van cocreatie op het onderwijs

Voorbeeld: cocreatie docentfuncties

In het kader van de vergrijzing hebben we alle handen nodig die we in het onderwijs kunnen krijgen. De aankomende jaren zullen grote aantallen docenten met pensioen gaan en ontstaat er een lerarentekort. Cocreatie kan hier een rol spelen, doordat externe actoren kunnen worden betrokken in het onderwijs, al dan niet met behulp van ICT. Bijvoorbeeld, een expert binnen het bedrijfsleven kan een aantal uur per week een specialistisch vak doceren en sociale leernetwerken met weblectures kunnen leerlingen ondersteunen in hun onderwijsproces. Er kunnen bijvoorbeeld sociale leernetwerken worden opgezet voor bepaalde nicheonderwerpen waarin leerlingen vanuit verschillende locaties kunnen participeren naast vrijwilligers en docenten.

Eind 2004 begon de Amerikaan Salman Khan met lesgeven aan zijn nichtje dat hulp nodig had bij haar algebra. Khan, die zelf een aantal prestigieuze diploma?s op zak heeft, besloot zijn videolessen op YouTube aan te bieden toen ook zijn neefjes belangstelling toonden.

Op YouTube werden deze lessen al snel door een groot publiek ontdekt. Inmiddels staan er op zijn ?Khan Academy? meer dan 1800 video?s online en zijn er ook lessen over onderwerpen als biologie en scheikunde te vinden. Gezien het daverende succes wordt momenteel een groot gedeelte van de video?s nu door andere gebruikers vertaald. Door individuen als Khan te betrekken bij het onderwijsproces zal de docent meer tijd over hebben voor het onderwijsinhoudelijke gebruik van de beschikbare leermiddelen.

Barri?res voor cocreatie in het onderwijs

De snelle veranderingen die zich dankzij de komst van de informatiesamenleving aandienen, worden niet met dezelfde snelheid door het onderwijs omarmd. Uit onderzoek van TNO blijkt dat er binnen het onderwijs een aantal barri?res zijn, die zorgen dat het concept hiervan niet breder en gestructureerd wordt toegepast binnen het onderwijs. Grotendeels zijn deze barri?res ook van toepassing op de adoptie van eLearning en ICT in het onderwijs in het algemeen:

  • Veel onderwijsinstellingen ontberen voldoende visie over ondersteunende processen en de rol die ICT hierin speelt. Ook wanneer er wel zorgvuldig een strategisch plan is opgesteld, ontbreekt het soms aan het uitdragen ervan. Een gedragen visie is instrumenteel in het cre?ren van een open en ondernemende cultuur.
  • De initiatieven die we nu zien, zijn met name vanuit een?grassroots aanpak?gestart. Dit wordt echter gedaan door docenten die in hun vrije tijd ook bezig zijn met nieuwe technologie. Het merendeel van de lesgevenden heeft geen tijd over om zich te verdiepen in de verschillende mogelijkheden die het internet biedt.
  • Een didactisch verantwoorde inzet van deze middelen is vaak onderbelicht gebleven in de lerarenopleiding, waardoor het belang niet door iedereen gezien wordt. De attitude die docenten hierop nahouden, zorgt samen met het missen van een centrale voorziening voor het raadplegen van best practices dat digitale functionaliteiten niet volledig benut worden.

Indien deze weerstand door de juiste actoren wordt aangesproken zal de?volwassenheid van cocreatiein de onderwijssector langzamerhand toenemen. Er is geen radicale hervorming benodigd, in plaats hiervan kijken we naar nieuwe samenwerkingsvormen om samen tot een slimme en effici?nte organisatie van het onderwijs te komen.

Van hype naar realiteit

Hoewel cocreatie niet alle uitdagingen binnen het onderwijs kan oplossen, kan het wel een zeer waardevolle bijdrage leveren. Hiervoor is het belangrijk om eerst duidelijk te krijgen welke waarde cocreatie levert aan de gebruikers van het onderwijs: docenten en leerlingen. Alleen wanneer het (eind)gebruikersperspectief wordt gekozen door alle partijen uit de keten, wordt cocreatie ook grootschalig ingezet en zal het van hype, realiteit worden. Daarbij is het ook belangrijk om te kijken naar de belangen van de verschillende actoren en vooral naar hoe deze samen kunnen worden gebracht.

Uit onze cocreatie roadmap blijkt dat cocreatie de meeste opbrengsten genereert voor instellingen met een hoge mate van?volwassenheid. Op dit moment zijn er echter nog erg weinig instellingen in het primair, secundair en tertiair onderwijs die in deze fase zitten. Social media en cocreatie zullen de komende jaren alleen maar in belang toenemen. Actoren binnen het onderwijs kunnen er voor kiezen om sceptisch af te wachten of om juist de kansen die het biedt te omarmen. Barri?res voor de adoptie van cocreatieconcepten zullen inzichtelijk en hanteerbaar gemaakt moeten worden om te groeien naar de fase van volwassenheid. Goede voorbeelden en experimenten waarin de opbrengsten van cocreatie inzichtelijk worden gemaakt, zijn hiervoor van groot belang. Onderwijs is van cruciaal belang voor onze samenleving, en door middel van cocreatie kan het onderwijs ook profiteren van de energie en mogelijkheden die de samenleving op haar beurt aan het onderwijs kan bieden.

Naast dit artikel is er ook een?whitepaper?beschikbaar waarin uitgebreider uiteengezet wordt hoe verschillende vormen van cocreatie kunnen worden ingezet binnen verschillende onderdelen van het onderwijs.

Cocreatie: werk in uitvoering

Vanuit de institutionele ivoren toren theorie?n de wereld insturen is een beproefde methode in onderzoeksland. Maar om de waarde van cocreatie te kunnen bevatten is praktijkervaring nodig. Wij beproefden daarom het cocreatie en e-participatiemodel van onze werkgever TNO,?eerder beschreven op Frankwatching, in de praktijk.

 

Lessons learned

Samen met Aegon, Kennisnet, Rijkswaterstaat en enkele TNO-collega?s, verkenden we de (on)mogelijkheden van cocreatie. Om te zorgen dat de kennis die in de drie organisaties is opgedaan niet binnen de organisatie bleef, organiseerden we een gezamenlijke lessons learned-bijeenkomst, waarin ervaringen werden gedeeld. De commerci?le, onderwijs- en overheidsorganisaties werden geconfronteerd met sectorspecifieke uitdagingen, maar herkenden tegelijkertijd veel in elkaars ervaringen. Dit artikel beschrijft de belangrijkste lessons learned die zij deelden tijdens deze bijeenkomst.

Praktijkervaring met cocreatie

Kennisnet heeft een aantal cocreatietrajecten afgerond en is recent een nieuw traject gestart. Het doel van Kennisnet is om het bestaansrecht van de organisatie op cocreatie te baseren. In 2010 won Kennisnet initiatief?Wikiwijs?de?e-participatie award.?Aegonplein is een succesvol intern cocreatieplatform binnen Aegon. Daarnaast werkt het bedrijf met een online klantenpanel? en loopt er op dit moment een?cocreatietraject met ZZP?ers.

Filesophie?was een geslaagd landelijk e-participatietraject van Rijkswaterstaat. Daarnaast werkt het ministerie vaak met klantenpanels. Op dit moment is er een traject voor digitale inspraak van burgers bij infraprojecten in de maak, en wordt de interne cocreatie via intranet en Yammer verder gestimuleerd.

De start

Weet waar je staat

Ook al gaat het fenomeen cocreatie alweer een aantal jaren mee, voor veel organisaties is cocre?ren een fundamenteel nieuwe werkvorm. Stem je ambitieniveau daarom af op de maturiteit van de organisatie. Ben je er nog niet klaar voor om de visie en missie van de organisatie te cocre?ren? Doe dan eens ervaring op met een klein project, begin intern, of start met een laagdrempelige vorm van cocreatie, zoals het verzamelen van (product) idee?n.

Stel duidelijke doelen

Een cocreatietraject zonder doelstellingen kan een ongeleid projectiel worden, of een?eenzame dood sterven. Een klein aantal heldere doelstellingen, die aansluiten bij de organisatiedoelstellingen, is de basis voor een succesvol cocreatietraject. Ze bepalen welke doelgroep je benadert en of het traject aansluit bij de behoefte van je doelgroep (win-win), welke vragen je stelt en hoe je het cocreatieplatform inricht.

Durf! En bereid je goed voor

Cocreatie begint met het lef om de dialoog aan te gaan met je doelgroep. En dat is spannend. Een enthousiast team dat gelooft in cocreatie en support vanuit het management is een goed uitgangspunt. Neem de tijd om binnen de organisatie op zoek te gaan naar supporters, en zorg dat je eventuele barri?res tijdig ontdekt en pareert.

Sectorspecifieke uitdagingen

Hoewel Aegon, Kennisnet en Rijkswaterstaat veel herkennen in elkaars verhalen komen er ook sectorspecifieke uitdagingen boven tafel.

Het bedrijfsleven

Het onderwijs

De overheid

De doelgroep

Wie en waar?

Een cocreatietraject kan alleen een succes worden als er een voldoende grote en gemotiveerde groep deelnemers is. Neem daarom de tijd om de doelgroep in kaart te brengen. Beschrijf je doelgroep zo specifiek mogelijk, bepaal of ze de benodigde kennis en vaardigheden in huis hebben om te kunnen participeren en onderzoek op basis van je beschrijving waar de doelgroep zich bevindt.

Passie, profilering of plicht?

Wat heeft je doelgroep eigenlijk te zoeken op je cocreatieplatform? Met andere woorden ?what is in it for them?? Zijn zij gepassioneerd over het onderwerp, willen ze zich profileren op je platform, of ervaren ze wellicht een (burger)plicht? De motivatie van je doelgroep is een belangrijk uitgangspunt voor de inspanning die je moet steken in de werving en het cocreatieproces.

Verwachtingsmanagement

Leg je doelgroep duidelijk uit wat jouw cocreatietraject inhoudt. Wat kunnen de deelnemers inbrengen? Wat wordt er met hun input gedaan? Wat is de planning van het traject? Beschrijf wat er kan, maar besteed ook aandacht aan wat er niet mogelijk of toegestaan is.

Werk in uitvoering

Modereer met mate

Het kan zinvol zijn om eenvoudige omgangsvormen op te stellen voor je cocreatietraject, zeker als het cocreatieonderwerp gevoelig ligt bij de doelgroep. Gedraag je echter niet als een schoolmeester en behandel de deelnemers als volwassen gesprekspartners. De cocreatiecommunity blijkt vaak over een groot zelfreinigend vermogen te beschikken.

Neem de tijd

Het opzetten van een cocreatietraject kost tijd. Begin ruim voordat je de resultaten wilt hebben, om intern de neuzen dezelfde kant op te krijgen en om eventueel externe partijen te betrekken voor het ontwikkelen van het cocreatieplatform. Zorg bovendien voor interne back-up: er moeten ook mensen aan de slag met de resultaten van cocreatie.

Kosten en baten

Kennis van wat cocreatie kost en wat het kan opleveren is nodig, maar is nog niet gemakkelijk voorhanden. Breng de kosten en baten in kaart, en gebruik dat inzicht voor een volgend cocreatietraject. Evalueer zowel ?harde? als ?zachte? baten.

Deel je resultaten

Er is een grote behoefte aan lessen uit de praktijk. Heb je ervaring opgedaan met cocreatie, deel je geleerde lessen dan zowel binnen als buiten de organisatie.

Wil je je eigen geleerde lessen delen, of wil je meer weten over de geleerde lessen uit onder meer de initiatieven van Rijkswaterstaat, Aegon en Kennisnet? Reageer op dit artikel.

Wat is de waarde van co-creatie voor organisaties?

Co-creatieHet doel van co-creatie is het genereren van nieuwe of verbeterde producten of services door het betrekken van externe en/of interne partijen. In de literatuur wordt veel geschreven over co-creatie in relatie tot consumenten. Ook het cre?ren van persoonlijke waarde voor consumenten, voornamelijk door het beleven van ervaringen, komt in verschillende?publicaties?voor. Ook zijn er?artikelen?die ingaan op het co-creatie proces en het aangaan van dialoog tussen participant en organisatie en andere participanten. Het cre?ren van waarde door middel van co-creatie voor de initi?rende organisatie, daarentegen, wordt vrijwel niet beschreven. Wat drijft organisaties om co-creatie praktijken te initi?ren? En wat levert co-creatie op voor de organisatie?

In dit artikel wordt een model beschreven dat de factoren die bijdragen aan waardecreatie weergeeft. Het model is opgebouwd uit informatie verkregen in de literatuur op het gebied van?Innovatie Management,?Marketing,?Strategie?en?New Product Development. Dit is een conceptueel model dat door middel van nader onderzoek aangescherpt wordt. Eventuele opmerkingen, aanvullingen en vragen zijn welkom!

Wat is co-creatie nu wel en niet?

Co-creatie is elke vorm van dialoog tussen initiator en deelnemende consument of organisatie met als doel het cre?ren van een nieuw of verbeterd product/service teneinde een ervaring te voor de consument en economische waarde voor de initi?rende organisatie te realiseren.

?Co-creatie is elke vorm? duidt op verschillende manieren waarop co-creatie plaats kan vinden. Dat kan zowel online, door middel van een community, of face-to-face of een combinatie van beide. Dialoog kan zowel tussen consument en organisatie als tussen organisaties onderling plaatsvinden en houdt in dat er van twee kanten communicatie plaats vindt. Zorgvuldige communicatie met en het betrekken van consumenten draagt bij aan het ontstaan van een ervaring. Het co-creatie process heeft als doel het genereren van een nieuw of verbeterd product of service en daarbij ook economische waarde voor de initi?rende organisatie.

Definitie co-creatie

Figuur 1: definitie co-creatie

Figuur 1 positioneert co-creatie ten opzichte van twee andere vormen van open innovatie; crowdsourcing en co-design. Het verschil tussen co-creatie en crowdsourcing is het wel of niet plaatsvinden van dialoog. Co-creatie en co-design zijn te onderscheiden van elkaar door de fases van de New Product Development (NPD)-cyclus. De NPD-cyclus bestaat uit 4 fases: 1. ?Concept? fase, 2. ?Development? fase, 3. ?Test? fase en 4. ?Use? fase. Co-creatie kan plaatsvinden in alle fases van de NPD-cyclus, terwijl co-design alleen in de eerste twee fases plaats vindt. Op de?website van Martijn Staal?wordt een overzicht gegeven van organisaties met co-creatie-activiteiten.

Revenue Model voor co-creatie

Met behulp van kwalitatief onderzoek wordt een revenue model voor co-creatie opgesteld. Dit model gaat in op de waarde van co-creatie voor de initi?rende organisatie. Daarbij gaat het dus om het revenu model binnen het business model. Wanneer we in figuur 2 het business model van?Osterwalderbekijken, houdt dat dus in dat het gaat om de onderste blokken (Cost structure & Revenu stream).

Business Model Canvas

Figuur 2: Business Model Canvas

Welke bedrijfsafdelingen krijgen te maken met co-creatie activiteiten? En welke bedrijfsafdelingen hebben te maken met de kosten en opbrengsten van die co-creatie activiteiten? In figuur 3 is binnen de organisatie een onderverdeling aan de hand van afdelingen (business unit) gemaakt. Deze bedrijfsonderdelen zijn betrokken bij co-creatie activiteiten en hebben daardoor ook te maken met kosten en baten die daaruit voortkomen. In het model is onderscheid gemaakt tussen de ondersteunende bedrijfsafdelingen (HRM, IT en Legal) en de bedrijfsafdelingen die direct te maken hebben met co-creatie activiteiten (R&D, Marketing, Service en Operations).

Ook de externe partijen die deelnemen aan co-creatie activiteiten zijn weergegeven, maar daar wordt niet verder op in gegaan omdat mijn onderzoek zich richt op de initi?rende organisatie. Het model maakt overzichtelijk welke afdelingen te maken hebben met kosten en welke met kosten en baten.

Figuur 3: Co-creatie activiteiten binnen de organisatie

Figuur 3: Co-creatie activiteiten binnen de organisatie

Kosten en baten van co-creatie activiteiten

Voor de bedrijfsafdelingen die direct te maken hebben met co-creatie wordt in figuur 4 schematisch weergegeven wat de kosten en baten zijn. Daarin is de afdeling Operations niet meegenomen, omdat naar mijn weten bij B2C activiteiten deze afdeling niet direct te maken heeft met co-creatie activiteiten. Wanneer het gaat om het cre?ren van online content, of B2B activiteiten zal deze bedrijfsafdeling wel direct te maken hebben met co-creatie. Ken je een voorbeeld waarbij B2C co-creatie juist wel op het gebied van Operations plaats vond? Laat het dan weten!

In onderstaand figuur 4 wordt voor de afdelingen R&D, Marketing en Service de kosten van co-creatie uiteengezet tegenover de baten. Per business unit (blauwe kader) wordt aangegeven welke co-creatie activiteiten plaatsvinden. Als gevolg van die activiteiten wordt waarde gecre?erd en worden kosten gemaakt. Het rode kader in de figuur laat zien welke activiteiten resulteren in kosten en het groene kader laat zien uit welke taken effecten en bijbehorende opbrengsten voortvloeien. In dit model wordt uitgegaan van een succesvolle aanpak van de co-creatie activiteiten.

Figuur 4: Revenue model voor co-creatie

Figuur 4: Revenue model voor co-creatie

Research & Development

De afdeling R&D heeft te maken idee?n en input van deelnemende partijen. Die input moet verwerkt worden, waarvoor tijd beschikbaar gesteld moet worden en waar de juiste mensen voor ingezet moeten worden. Dit resulteert in kosten. Aan de opbrengsten kant levert die input meer kennis op over een product, wat resulteert in een betere functionaliteit en hogere tevredenheid. Doordat er meerdere partijen deelnemen heeft de organisatie te maken met een groter team en worden meer idee?n gegenereerd. Hierdoor kunnen meer nieuwe producten sneller op de markt gebracht worden. Wanneer klanten producten tijdens de ontwikkeling testen krijgt de organisatie meer inzicht in de werking van een product en de noodzakelijke features. Dit heeft een positief gevolg voor de kwaliteit en het aantal features en zal er ook toe leiden dat consumenten eerder overgaan tot de aanschaf van een product, omdat ze er al mee bekend zijn.

Marketing

De afdeling Marketing heeft te maken met kosten voor promotie van de co-creatie activiteiten. Om de aandacht op de activiteiten te richten en mensen aan te trekken zullen kosten gemaakt worden voor adverteren en voor het belonen van goede input van deelnemers. De co-creatie activiteiten zullen ook een positieve bijdrage hebben. Co-creatie zal ervoor zorgen dat de organisatie een beter imago heeft en partijen zullen zich meer verbonden voelen met het merk. Dit leidt tot meer (nieuwe) klanten en een betere naamsbekendheid. Co-creatie activiteiten zorgen er voor dat een organisatie of product onder de aandacht komt. Hierdoor zal een product meer bekendheid krijgen en wordt het eerder en meer verkocht. Doordat er samengewerkt wordt met bijvoorbeeld toekomstige consumenten wordt inzicht verkregen in de markt en de wensen van de doelgroep. Deze kennis resulteert in het beter kunnen bedienen van de markt door middel van betere prijzen en beter op de wensen aansluitende producten.

Services

Voor de afdeling Service zijn de kosten verdeeld over het leveren van service en het omgaan met reacties van klanten. Klachten of vragen moeten worden opgepakt en moeten door andere afdelingen of de afdeling zelf behandeld worden. Hiervoor zijn goed opgeleide mensen nodig die voldoende tijd hebben om dit nauwkeurig te doen. Co-creatie activiteiten geven consumenten het gevoel dat ze belangrijk zijn en dat er naar hen geluisterd wordt. Dit heeft als gevolg dat er meer loyaliteit zal zijn en dus ook meer terugkomende klanten. Een ander voordeel is dat klanten hun positieve ervaring zullen delen en ook andere mensen zullen enthousiasmeren. Hierdoor zullen zij producten gaan promoten. Daar tegenover staat dat tevreden consumenten ook minder negatief zullen spreken, wat leidt tot minder negatieve publiciteit.

co-creatie02Jouw input is welkom!

Het zal waarschijnlijk per case verschillen hoe die kosten en opbrengsten er precies uit zien. Dit zal be?nvloed worden door de gestelde doelen en de opzet van de co-creatie activiteiten van de initi?rende organisatie en natuurlijk de bijdrage van de overige partijen.

De aankomende maanden zal dit model verder aangescherpt worden door middel van case studies. Ik ben op zoek naar geschikte cases voor mijn onderzoek, zodat ik dit model kan toetsen. Idee?n hiervoor zijn zeer welkom! Ook als je vragen/opmerkingen over de indeling of invulling van het model of over dit artikel, wissel ik daarover graag van gedachten.

Marleen Das is masterstudente Business Studies aan de UvA. Ze werkte aan haar afstudeerscriptie bij TNO op het gebied van innovatie management. Ze deed onderzoek naar revenue modellen voor co-creatie activiteiten.

Hoe maak je van co-creatie een succes?

Succes is een keuze. De kern van waarheid hierin: succes betekent de juiste keuzes maken. Maar op basis waarvan maak je keuzes? Eerder al schreven we over het co-creatie adviesmodel dat organisaties ondersteunt de juiste keuzes te maken (zie deel?1,?2?en?3). Garantie voor succes is er niet, maar vanuit theorie en vooral de experimenten en ervaringen in de praktijk kan er veel geleerd worden. Dit artikel gaat in op de implementatie van co-creatie strategie?n, oftewel het derde onderdeel van het?beslismodel voor online co-creatiestrategie?n. Hiermee kunnen organisaties bepalen hoe (online) co-creatie zo succesvol mogelijk kan worden ge?mplementeerd.

 

Hoe maak je keuzes?

Het implementatiemodel bestrijkt operationele beslissingen in de aanpak van een co-creatie initiatief. Deze beslissingen zijn afhankelijk van de doelstellingen, de waardecreatie voor alle betrokkenen en de beoogde resultaten van het initiatief op korte ?n lange termijn. Daarnaast zijn eigenschappen van de betrokken organisatie-onderdelen, doelgroep en uiteraard beschikbaar budget en beoogde doorlooptijd van belang. Alle concrete middelen om het doel te bereiken, zijn ondersteunend om de co-creatie tussen beide partijen (organisatie en community) op gang te brengen en te houden, zeker bij duurzame co-creatie.

Figuur 1: de operationele middelen zijn ondersteunend om beide partijen in co-creatie in beweging te krijgen en te houden.

Aan de hand van de keuzes in het?TNO strategieblog, waarbij interne TNO-medewerkers bij het strategievormingsproces werden betrokken, wordt zoveel mogelijk concreet gemaakt hoe de implementatiestrategie van co-creatie initiatieven ingevuld kan worden.

Per situatie verschillen de co-creatie doelen (en dus de benodigde middelen)

Afhankelijk van waar in de beleids- of productcyclus een organisatie zit, zijn er andere doelstellingen en is de context anders. Onderstaand schema is geen defacto standaard, maar schept wel een kader om de meest geschikte middelen te selecteren.

Figuur 2. Eigenschappen van een initiatief die het kader scheppen om keuzes te maken.

Bij het TNO strategieblog was de doelstelling bijvoorbeeld om de kwaliteit van de nieuwe strategie te verhogen en nieuwe strategische proposities door middel van co-creatie toe te voegen. Dit betekent dat de waarde vooral bestaat uit de inzet en het verzamelen van sociaal kapitaal, een hogere betrokkenheid en acceptatie van de strategie en daarmee snellere adoptie.

Binnen de doelgroep wil je afhankelijk van de productontwikkelingsfase een specifiek type mensen activeren. De grootte van de doelgroep verschilt bovendien per type co-creatie, waarbij de ratio 1:10 staat voor de verhouding actief versus passieve deelnemer. Doorlooptijd en budget zijn in ideegeneratie meestal ook anders dan in de ontwikkelingsfase.

Bij het strategieblog was te zien dat in principe iedereen binnen TNO mee kon denken over de strategie. Ongeveer 1500 bezoekers bezochten het blog, waarvan een deel regelmatig terugkwam. Opvallend daarbij was dat maar liefst 500 personen een idee plaatsten. Hoewel het participatieniveau doorgaans ongeveer 10% is, kan dit percentage in sommige gevallen ook? stukken hoger liggen.

Het juiste middel voor het gewenste succes

Op basis van andere modellen (zoals?FLIRT?en?DART) en ervaring uit de praktijk kan het formuleren van de implementatiestrategie worden gegroepeerd in de volgende blokken:

  1. Business en juridische middelen
  2. Communicatiemiddelen
  3. Procesmiddelen
  4. Tools en technologiemiddelen

Deze indeling kent ook weer verschillen als je dit plot op de productontwikkelfase of beleidscycus, maar het voert te ver daar in dit artikel op in te gaan.

Business & Juridisch

Onder business verstaan we onder andere het?businessmodel?waarin de co-creatie kan plaatsvinden. Wie zijn de spelers, welke rollen zou een ieder in kunnen nemen en welke onderlinge verhoudingen zijn er? Hoe ziet het waardemodel eruit? Alleen als alle partijen waarde zien in de co-creatie kan het gewenste proces op gang gebracht worden. Soms is het slim een revenuemodel in te brengen om de waardecreatie te stimuleren of explicieter te maken. Dit kan ook zijn om de kosten te dekken of meer impact te bereiken, zoals non-profit communities doen.

Figuur 3. Reacties en aantal proposities bij strategieblog

Bij het strategieblog was het bijvoorbeeld in het begin lastig om mensen te motiveren om verbeteringen aan te dragen voor proposities. Deze waren namelijk al ver uitgewerkt en de waarde voor bezoekers om hieraan bij te dragen was beperkt. Zodra de mogelijkheid werd toegevoegd om ook nieuwe proposities in te dienen, schoot het participatie-niveau enorm omhoog. Ook waren er soms belemmeringen voor medewerkers om deel te nemen; die werden gesignaleerd en zoveel mogelijk weggenomen.

In sommige co-creatie initiatieven dienen eerst meer formele afspraken gemaakt te worden, bijvoorbeeld voor het invullen van?juridische aspecten als eigendomsrecht, verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. Bij ideegeneratie of productontwikkeling is IPR in co-creatie een vaak voorkomend dilemma.

Steeds meer zien we ook organisaties die een business case proberen op te stellen om vooraf inzicht te hebben in de kosten en opbrengsten, maar vooral ook om hier tijdens het proces gericht op te kunnen sturen. In de experimenteerfase is het vaak nog niet zwaarwegend, maar als het om een strategisch of grootschalig traject gaat is het slim om naast een business case (hoe moeilijk ook) een risicoanalyse te doen. We kunnen leren van de?Dell Hell?en andere co-creatie mislukkingen en voorbereidingen treffen voor wat er kan gebeuren. De crowd kan je namelijk positief, maar ook negatief verrassen.

Communicatie

Een communicatieplan is noodzakelijk, waarin je kiest welke kanalen je gebruikt om je doelgroep te bewegen te participeren en waarin je bepaalt met welk gezicht je dat doet. Haak je aan bij een bestaande omgeving of cre?er je een nieuwe? Als de community al in andere gremia goed actief is, is het slim te kijken of je als organisatie kunt aanhaken en hierin je doelstellingen kunt bereiken. Als je zelf iets start, dien je na te denken over de spelregels van interactie. Wil je het besloten of openbaar en kan men anoniem bijdragen of wil je weten met wie je co-cre?ert? Besloten kan slim zijn als je klein wilt beginnen en je bijvoorbeeld lead users direct kunt uitnodigen, maar ook je risico?s in openbare co-creatie ziet voor het initiatief. En last but not least: welke incentives kies je? Hoe stimuleer je aanwas, groei en (indien gewenst) hoe hou je een volwassen community in stand?

In het geval van het strategieblog is ervoor gekozen om op intranet, via e-mail en tijdens sessies met management, op te roepen om deel te nemen, de discussie aan te gaan, en de beste input te belonen met? strategieproposities en -budgetten. Extra workshops op locatie, een nog duidelijkere uitleg van het beslisproces en snellere reacties op het blog hadden mogelijk nog meer kunnen helpen om de participatiemotivatie te verhogen.

Motivatie is de motor van participatie en co-creatie

Figuur 4. De verhouding tussen passieve, actieve en meest waardevolle participanten: co-creators.

Incentives spreken intrinsieke? en extrinsieke? motivatoren aan bij potenti?le deelnemers. Het mag duidelijk zijn dat intrinsiek gemotiveerde klanten of burgers die vanuit hun eigen passie deelnemen meer geneigd zijn van nature bij te dragen en waarschijnlijk loyalere communityleden zullen worden dan extrinsiek gemotiveerde klanten of burgers.

Om extrinsiek? gemotiveerde? personen te laten participeren, zijn er meer expliciete incentives mogelijk om ze (blijvend) te interesseren, zoals een financi?le bijdrage, gratis producten, maar ook expliciete waardering. Bevestiging van hun autoriteit kan aanslaan, afhankelijk van de doelgroep. Daarnaast blijkt uit?onderzoek (pdf)?dat er verschil zit in of deelnemers op zichzelf of op anderen gericht zijn.

Proces

Hoe richt je een zo succesvol mogelijk co-creatieproces in? Keuzes zijn onder andere: wat doe je offline en wat online met je doelgroep? Als je (delen van) je doelgroep fysiek bij elkaar kunt krijgen, zijn offline-methoden het beste, eventueel aangevuld met online activiteiten om bij de grote groep reflectie en eventueel draagvlak te bereiken.

Als je echter plaats- en tijdsonafhankelijk wilt co-cre?ren met een groep die mogelijk offline niet bij elkaar te krijgen is, dan is online co-creatie interessant. Hoe intensief wil je de dialoog voeren en hoe lang? Is het slechts een korte termijn initiatief met hoge intensiteit, waarin de organisatie meer wil sturen, of wil je een duurzame dialoog waarin de community (mee)stuurt? Andere procesaspecten zijn: zijn er veel of weinig iteraties (divergeren/convergeren) en mijlpalen? Is het een lineair proces of niet? Is het een centraal of gedistribueerd co-creatieproces waarin taken zijn opgedeeld? Wil je dit van te voren voorschrijven, of kan het dynamisch ontstaan? Welke rol neemt de crowd en initiator in? In welke mate faciliteer en modereer je? Een massa laat zich namelijk niet zomaar managen. Bij co-creatie komt (bij)sturing vaak van beide kanten en verschilt het wie de meeste macht hierin heeft; is dat de organisatie of de community?

Deze aspecten kun je beantwoorden in het licht van de eigenschappen van de case, de organisatie en de community, die in het eerdere?matchingonderdeel?terugkwamen. Deze aspecten worden in grote mate bepaald door de doelstellingen en de mate waarin je het proces wilt sturen. Het matchingmodel geeft aan op welke punten je meer aandacht zal moeten besteden om je doelstelling te bereiken.

Figuur 5. Drie voorbeelden hoe platformleverancier Chaordix een idee generatie proces aanbiedt.

Tools & technology

Veel vragen in de praktijk gaan (helaas) te snel in op technologische keuzes. Deze keuzes zouden in het teken moeten staan van de doelstellingen en moeten passen bij de eigenschappen van de case, organisatie en community. Aandachtspunten hebben te maken met de mate van controle, flexibiliteit, veiligheid en kosten. Vragen zijn onder andere:

  • Kies je voor een bestaand of nieuw platform?
  • Wil je eigenaar zijn?
  • Waar draait het (hosted of inhouse)?
  • Is het een gratis platform of betaald?
  • Is het eigen fabricaat of open source/3rd party?

Afgeleide van het co-creatieproces is: welke functionaliteit moet het platform bevatten (denk aan discussiemogelijkheden, shared documents,? multi-media, votings, creditsystemen, reacties, leden beheren en gebruikers profielen)?

Er zijn inmiddels veel partijen die online co-creatie oplossingen bieden. Aan tools dus geen gebrek, maar om ze goed te vergelijken, dien je naast genoemde aspecten ook te denken aan: mogelijkheden voor online/offline gebruik, private/public, anoniem/geregistreerd gebruik, gebruiksvriendelijkheid, meetbaarheid (logging), betrouwbaarheid, flexibiliteit/aanpassingsvermogen, schaalbaarheid, beheer, extern/intern gebruik, uitbreidbaarheid en aansluiting andere platformen (open API?s).

Gelukkig is het aanbod in de markt breed en kan er een goede match gemaakt worden bij de situatie waarin een organisatie of community zich bevindt. Zo kun je experimenten starten met eenvoudige laagdrempelige (en soms gratis) tools. Voor belangrijke of duurzame co-creatie relaties met een community zijn er robuuste, flexibele en geavanceerde tools die kunnen meegroeien met zowel organisatie als community. We hopen hiermee dat voor organisaties die hun co-creatie doelstellingen en KPI?s scherpgesteld hebben, het opstellen van de implementatiestrategie beheersbaarder en eenvoudiger wordt.

We zijn benieuwd hoe jullie het?beslismodel voor online co-creatiestrategie?n?zouden gebruiken en eventueel aan kunnen vullen!

De ?sweet spot? voor eParticipatie en online co-creatie

Online co-creatie, user driven innovation, eParticipatie, co-design, crowdsourcing en open innovatie: aan termen geen gebrek. Maar hoe bepaal je of en hoe eParticipatie en (online) co-creatie ingezet kunnen worden? Daarover meer in dit artikel van de wekelijkse reeks ?Bepaal je co-creatie of eParticipatie strategie?.

Match tussen organisatie en community

Wat moet je organisatie ermee? En hoe bepaal je de juiste co-creatie of eParticipatie strategie? En hoe zet je het op een effectieve manier in?

Nadat bepaald is hoe eParticipatie of co-creatie past bij je organisatie, en welke doelstellingen je hiervoor kunt hanteren, is het tijd om te bepalen of en wanneer eParticipatie en (online) co-creatie op een effectieve manier ingezet kunnen worden. Daarvoor is het erg belangrijk dat er een match is tussen de organisatie en de community! Oftewel: waar zit de zogenaamde ?sweet spot? waar eParticipatie wordt ingezet?

Figuur 1: Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatie strategie, met daarin aandacht voor het onderdeel matching.

Is een eParticipatie strategie geschikt, of kun je beter op andere strategie?n inzetten?

Co-creatie, Crowdsourcing en eParticipatie worden vaak als wondermiddel gezien voor heel veel vraagstukken. Organisaties moeten ervoor uitkijken dat ze zich niet laten leiden door de hype-achtige ontwikkelingen, maar op zoek gaat naar de eParticipatie toepassingen die goed bij jouw situatie passen. In sommige gevallen zijn ?ouderwetse? instrumenten, zoals marktonderzoek, offline focusgroepen of events, minstens zo effectief of effectief genoeg. Daarom is het van cruciaal belang dat de doelstellingen van de organisatie, community en het eParticipatie initiatief of case bij elkaar ?matchen?. Er kunnen dan duidelijke keuzes worden gemaakt voor bijvoorbeeld de resources die moeten worden vrijgemaakt binnen de initi?rende organisatie of de motivatie en bereikbaarheid van de community. Op deze manier kun je de ?sweet spot? van eParticipatie bereiken. Oftewel: dan speel je zo natuurlijk mogelijk in op de kansen die eParticipatie aan organisaties kan bieden.

Figuur 2: Matching Model: Ga op zoek naar de ?sweet spot? tussen het initiatief, de community en de organisatie.

Vind de ?sweet spot? van eParticipatie

Om de sweet spot te vinden, moeten organisaties voor de 3 elementen (het eParticipatie initiatief, de community en de organisatie) helder hebben wat de doelstellingen zijn en hoe de andere sweet spot elementen in elkaar passen. Nadat dit scherp gesteld is, wordt duidelijk waar een ?match? gevonden is, en welke aandachtspunten in de te voeren eParticipatie strategie meer energie vergen. Hoe verder de matching van de ?sweet spot? af zit (hoe verder van het midden), hoe uitdagender het is om een succesvolle eParticipatie strategie te realiseren.

Ver van de sweet spot af betekent dat er meer aandacht en activiteiten nodig zijn om dit te compenseren. Soms kan het daarom beter zijn om gebruik te maken van andere instrumenten, zonder eParticipatie. Let er daarbij op dat de match voor private organisaties heel anders is dan voor bijvoorbeeld overheidsorganisaties, omdat deze doorgaans andere doelstellingen zullen nastreven. Hierna worden de 3 hoofdelementen uit het Matching spot model beschreven.

Figuur 3: Matching Model: hoever zit je van de ‘sweet spot’?

1.Matching elementen van het eParticipatie initiatief (de ?case?)

Het doel van het initiatief moet helder zijn en worden gematcht met de doelstellingen van de community en de organisatie. Vaak worden initiatieven met een zelfstandig doel opgezet om te experimenteren of om awareness te cre?ren, zonder dat stil wordt gestaan bij de organisatiebrede doelstellingen of de doelstellingen van de community. In het begin, als er een beperkt aantal eParticipatie en co-creatie initiatieven te vinden is, is dit prima, en hoeven de doelstellingen niet per se gedeeld te zijn. Maar zodra meerdere organisaties vergelijkbare initiatieven starten, worden consumenten en burgers kieskeuriger en zal een logische match belangrijker worden. Het is bij experimenten ook van belang dat de juiste personen, afdelingen en organisaties betrokken zijn, zodat volgende initiatieven eenvoudig op te starten zijn.

Voor het genereren van idee?n en concepten is het relatief eenvoudig om een eParticipatie initiatief te starten. In principe kan de impact van nieuwe idee?n op de bestaande organisatie beperkt blijven. Voor het valideren van concepten of het samen ontwikkelen van nieuwe producten wordt dit al veel lastiger: de impact op de interne organisatie is groter en er moet meer energie worden besteed om de input te verwerken en de community betrokken te houden.

Een ander belangrijk element is de complexiteit van het probleem. Zolang een vraagstuk eenduidig is, er enkele belangen betrokken zijn, en 1 oplossing mogelijk is, maakt dit de samenwerking eenvoudiger. Maar als er veel verschillende oplossingen en verschillende stakeholders zijn, vergt dit meer co?rdinatie zoals het filteren van oplossingen of voorselectie van stakeholders om het co-creatieproces te begeleiden.

Het? Crowdsourcing model FLIRT met daarin het eerste onderdeel FOCUS geeft ook richtlijnen voor in hoeverre een eParticipatie initiatief matcht. Het model besteedt daarbij aandacht aan de area, scale en depth of collaboration. Hoe groter het gebied waarin moet worden samengewerkt, hoe groter de impact op de interne organisatie en hoe opener de samenwerking plaatsvindt, des te verder staan eParticipatie initiatieven af van de ?sweet spot?. In deze gevallen zal er dus ook extra aandacht en energie uit moeten gaan naar strategie?n om het initiatief in goede banen te leiden. In het geval van een open samenwerking moet er bijvoorbeeld extra aandacht worden besteed aan het genereren van vertrouwen en moet vastgesteld worden hoe met eigendomsrechten om te gaan.

2. Community kenmerken

Net zoals bij de case-specificaties is het ook bij de community-kenmerken belangrijk om de doelstellingen in de gaten te houden. Wat zijn de belangrijkste doelen voor de community om mee te werken aan eParticipatie initiatieven, en hoe hoog is de natuurlijke motivatie? Hoe lager de motivatie, of hoe meer de doelstelling van de community richting professionele doelstellingen gaat, hoe meer moeite er gestoken moet worden in het mobiliseren van mensen. Het toevoegen van sociale incentives, financi?le beloningen of bijvoorbeeld kennis en status kunnen hieraan bijdragen.

De expertise van de community beschrijft de kennis en vaardigheden van de community die nodig zijn om het eParticipatie initiatief te laten slagen (KSA: knowledge, skills & attitude). Hoe specialistischer de kennis en vaardigheden, hoe meer moeite het kost om deze personen te vinden. In het geval dat de community specialistische expertise moet bevatten of versnippert of niet bereikbaar is via online platforms, is bijzondere aandacht nodig voor het lokaliseren van de juiste personen in de community. Hoe specifieker de benodigde expertise, hoe minder potenti?le communityleden er gevonden kunnen worden. Er zal in dit geval veel tijd besteed moeten worden aan het vinden van de community op bestaande platforms en het promoten van het eParticipatie initiatief.

3. Organisatiekarakteristieken

Ook bij de organisatie moeten de doelstellingen scherp worden geslepen. Wat wil de organisatie op langere termijn met eParticipatie bereiken? En hoe past dit eParticipatie initiatief hierin? Als awareness of imago building als de belangrijkste organisatiebrede doelstelling van eParticipatie wordt gezien, zal het lastig verkoopbaar zijn om samen producten te ontwikkelen. Met minder moeite is namelijk dezelfde doelstelling te realiseren.

Net als bij de community moeten ook bij de organisatie de juiste expertises en personen betrokken worden. Hoe beter MT en afdelingen betrokken zijn, hoe minder moeite het zal kosten om resources vrij te maken en vervolgactiviteiten te ontplooien. Initiatieven zijn in het begin meestal sterk afhankelijk van zogenaamde ?champions? die hun eigen tijd in het project investeren. Maar om structureel de meeste waarde uit eParticipatie te halen, is commitment van MT en andere afdelingen en het formaliseren van processen voor moderatie en communicatie essentieel.

Figuur 4: Matching Model: overzicht van elementen.

De elementen die in het Matching Model worden behandeld, zijn weergegeven in bovenstaand figuur. We zijn benieuwd welke zaken jullie nog missen!

Dit artikel is onderdeel van een reeks. Eerder is gepubliceerd over?eParticipatiestrategie?n. Dit artikel beschrijft het tweede deel van een model dat in ontwikkeling is en in dit onderzoek fijngeslepen wordt aan de hand van een reeks praktijkcases in drie sectoren: corporate, overheid en onderwijs. Wetenschappelijke discussie over terminologie van co-creatie of eParticipatie is niet het doel van dit onderzoek, wel meer concreet inzicht in het hoe, het wat en het waarom. Wij nodigen je daarom uit om online te participeren en gezamenlijk oplossingen te cre?ren voor deze vraagstukken en ons feedback te geven op de bruikbaarheid van dit model.

Waar staat je organisatie? Maturiteit en de participatieladder

LadderDit tweede artikel in de reeks ?Bepaal je online co-creatie of eParticipatiestrategie? gaat in op de maturiteit (rijpheid) van een organisatie en community: het eerste onderdeel van het beslismodel voor online participatiestrategie?n. Hiermee kunnen organisaties bepalen hoe zij eParticipatie en (online) co-creatie op een effectieve manier kunnen inzetten. We zijn daarbij benieuwd hoe jullie dit model zouden gebruiken en kunnen aanvullen!

 

Hoe een organisatie succesvol gebruik kan maken van eParticipatie en user empowerment (consumenten en burgers die zelf initiatieven starten) en wat de impact is voor een organisatie, daarover is weinig bekend. Een ?traditionele? cultuur, gebrek aan inzicht en angst voor het onbekende, staan nieuwe initiatieven vaak in de weg. TNO is daarom een onderzoek gestart om strategie?n voor, en de waarde van, organisatiegestuurde eParticipatie en user empowerment te bepalen. Samen met markt- en overheidsorganisaties ontwikkelt TNO een beslismodel waarmee organisaties succesvolle eParticipatiestrategie?n kunnen vaststellen.

maturity model

Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatiestrategie, met daarin aandacht voor het onderdeel maturiteit.

 

Waar wil je als organisatie staan op eParticipatieladder?

ladderIs je organisatie geschikt voor eParticipatie? En indien je het al doet, waar sta je op de ladder? Waar zou je willen staan? De huidige plek op de ladder wordt bepaald door de mate van ervaring en adoptie; in welke mate is er nu al dialoog met doelgroepen of de massa en welk deel van de organisatie speelt hierin een rol? De doelstellingen en strategie van de organisatie zijn bepalend voor de gewenste plek op de ladder. Dit doel verschilt uiteraard sterk per type organisatie; niet elke organisatie zal online participatie in zijn strategie opnemen. Organisatiecultuur, processen en management zijn belangrijke indicatoren om te bepalen hoe goed online participatie past bij de organisatie en om te weten welke verandering de organisatie zal moeten ondergaan om er meer succes mee te bereiken.

Hoewel er ook participatieladders zijn voor?overheden, bedoelen wij de betekenis van de ladder hier anders, en wel als metafoor voor de maturiteitsstappen die bepalend zijn voor de adoptie van eParticipatie bij enerzijds de organisatie en anderzijds de community.

In eerdere artikelen (zoals?transformatie van co-creatie) zijn verschillende bestaande modellen genoemd die gebruikt zijn om meer inzicht in de geschiktheid en volwassenheid van organisaties voor eParticipatie te bepalen. Op basis hiervan is een maturiteitsmodel ontwikkeld, dat hier besproken wordt.

Maturiteitsmodel voor eParticipatie

maturityladderHet maturiteitsmodel geeft inzicht in:

  • de plek waar de organisatie staat op maturiteit (o.a. adoptie en ervaring);
  • de plek waar de organisatie graag wil staan (op aspecten als cultuur, management en technologie);
  • de aspecten die veranderd moeten worden om de volgende stap te bereiken.

Let op:

  • Het model bestaat uit logische stappen, een grote stap van fase 2 naar 4 is af te raden. Elke stap is iets dat in je organisatie moet slijten.
  • Het model impliceert niet dat alle organisaties fase 4 moeten bereiken; dit verschilt per organisatie.
  • Het model stelt ook niet dat alle aspecten op hetzelfde niveau moeten zijn. Zo kan een organisatie ver vooruitlopen op technologisch vlak, maar een cultuur hebben die hierop achterblijft.

Adoptieschaal

schaal

Deze figuur toont de eigenschappen (vrij vertaald uit het model) van de organisatie per stap op de eParticipatieschaal. Het model is bewust hanteerbaar gehouden met deze beperkte set van stappen; in de praktijk zal het een geleidende schaal zijn.

  • Fase 1 is de?observatiefase?waarin een organisatie nog niet actief participeert, maar wel (enigszins) bewust is van haar omgeving. Een klein deel van de organisatie zal (bewust) sociale media monitoren om invloeden van buiten te volgen. Dit zijn dus organisaties die wel enig bewustzijn hebben van de potentie van sociale media en verkennende activiteiten ontplooien om in latere fase een eParticipatiestrategie te gaan bepalen.
  • Fase 2 is de?experimentele fase?waarin een organisatie de eerste eParticipatie initiatieven opzet, om zo ervaring op te doen met de kansen en impact van sociale media. Dit kan zijn door actief te worden in bestaande community-omgevingen of door zelf een initiatief te lanceren. In de organisatie is er meestal geen specifiek beleid en zullen initiatieven vaak bottom-up en op ad-hoc basis starten ? veelal vanuit een concrete behoefte van een organisatieonderdeel of project.
  • Fase 3 is de?consolidatiefase?waarin een organisatie eParticipatie structureler oppakt en vormgeeft. Er zijn meerdere initiatieven die worden samengenomen, er is meer commitment bij het management en er wordt gewerkt aan een visie, beleid en processen. Ook worden keuzes gemaakt in o.a. tools en communicatie zodat er meer lijn komt in de participatie van de organisatie. Er ontstaat een structurele dialoog die met duidelijke organisatiedoelstellingen voor ogen wordt gevoerd, en de organisatie is hierin proactief. Er is op het gebied van participatie een strategie die steeds meer tot uiting komt in de dagelijkse praktijk en gericht is op een duurzame dialoog. Voor organisaties die in fase 3 willen staan is eParticipatie een belangrijke (meer-)waarde die goed geborgd moet worden in de organisatie.
  • Fase 4 is de?strategische fase?en gaat hierin nog een stap verder. Voor organisaties in deze fase is eParticipatie zelfs een kernwaarde geworden. Een belangrijk deel van de (of zelfs de hele) organisatie is doordrongen van de noodzaak van een relevante, continue en duurzame dialoog en samenwerking. eParticipatie is een essentieel onderdeel van het DNA van de organisatie geworden. De dialoog met klanten, burgers of partners, maar ook intern in de organisatie is in deze fase cruciaal om de organisatiedoelstellingen te kunnen halen.

Naast fase 1 t/m 4 is er strikt genomen nog een 0-fase voor organisaties die niet weten wat eParticipatie is of zich er bewust niet mee bezighouden, bijvoorbeeld omdat het niet past bij het type organisatie of organisatiedoelstellingen. In het artikel van volgende week volgt een verdere verdieping van het maturiteitsmodel.

Dit artikel maakt deel uit van de reeks ??Bepaal je co-creatie of eParticipatiestrategie?.?Het beschrijft het eerste deel van een model dat in ontwikkeling is en in dit onderzoek fijngeslepen wordt aan de hand van een reeks praktijkcases in 3 sectoren: corporate, overheid en onderwijs. Wij nodigen je daarom uit om online te participeren en gezamenlijk oplossingen te cre?ren voor dit vraagstuk, en ons feedback te geven op de bruikbaarheid van het model.

Dit artikel verscheen eerder op Frankwatching.

Resultaten onderzoek naar monitoren en toepassen social media tbv handhaving en opsporing

Hierbij koppelen we graag de resultaten terug van de?enqu?te?op politie 2.0 die in de zomermaanden van 2011 werd afgenomen. Het vormt onderdeel van meerdere initiatieven op het gebied van handhaving en opsporing die TNO uitvoert in samenwerking met diverse korpsen en de Politieacademie waarin gekeken wordt naar (het monitoren en inzetten van) social media. Hierbij bedanken we alle politie 2.0 bezoekers die hebben deelgenomen, wensen we iedereen leesplezier en zijn we uiteraard benieuwd naar jullie reacties op de uitkomst!

Hieronder?de samenvatting, de volledige resultaten zijn?hier?te downloaden


Doelstelling van het onderzoek
Het in kaart brengen van het huidige gebruik en de dilemma’s van social media voor veiligheidsorganisaties. De enqu?te resultaten zijn onderdeel van de input die verzameld wordt voor een toekomstvisie en nieuwe en concrete toepassingen van social media in de praktijk.

Deelnemersveld
De resultaten van deze enqu?te komen uit een brede vertegenwoordiging van veiligheidsorganisaties (in totaal meer dan 30 organisaties of onderdelen), waaronder 18 van de 25 politie korpsen, de Koninklijke Marechaussee,? politieacademie, diverse ministeries en zelfs tot over de grens: korps Politie Sint Maarten en de federale politie Belgi?. De resultaten moeten in het licht gezien worden van het deelnemersveld en het feit dat deze deelnemers (zeer) veel affiniteit hebben met social media, wat in lijn der verwachting was bij het publiek dat op politie 2.0 actief is.

Succesvolle inzet van social media en onbenutte kansen
De grootste kansen voor social media worden gezien in de opsporing, waarna handhaving en intake en noodhulp volgen. Andere belangrijke toepassingsgebieden zijn preventie, grootschalig optreden bij evenementen of incidenten, werving en imago verbetering. ?Er worden nu al veel kansen benut t.a.v. het netwerken, uitwisselen van informatie/kennis met deskundigen en (steeds meer) met burgers. Dit is goed voor de zichtbaarheid en onderling begrip. Bij de interactie met de laatste groep liggen vooral kansen in het samenwerken (dichten van de kloof) middels nieuwe werkwijzen als co-creatie en/of crowdsourcing om de ogen en oren van de massa, maar ook wat er tussen de oren zit, te benutten bij het oplossen van zaken of in de openbare orde.

Belemmeringen en bedreigingen die optimale inzet social media vandaag en voor de toekomst in de weg kunnen staan
Vandaag de dag zijn vooral de mentaliteit/cultuur en de kennis en vaardigheden belemmerend. Daarnaast wordt de inbedding in systemen en processen genoemd, alsmede het investeren in capaciteit en middelen. Weerstand zit er in allerlei lagen van de organisaties. Vooral de jongere, nieuwsgierige of technisch ge?nteresseerde collega?s, meestal medewerkers die vanuit hun functie al contact hebben met burgers zoals wijkagenten en communicatie afdelingen, zijn al aan de slag met social media. Hierbij worden (vaak gratis en eenvoudige) middelen gebruikt en ze ?zeggen? er voordeel van te ondervinden. Het gebrek aan (structureel) bewijs van de effecten van social media gebruik en de beperkte uitwisseling van ervaring zorgen voor veel scepsis. De vraag of inzet van social media nu overschat of onderschat wordt blijft daardoor onbeantwoord.
Bedreigingen die in de toekomst naar verwachting alleen maar groter worden zijn dilemma?s over hoe om te gaan met de toenemende stroom aan informatie en interactie met burgers. Men ziet extra capaciteit, opleiding, betere middelen, processen en verandering in de organisatie als moeilijk te nemen drempels. Verder speculeert men over de afbreukrisico?s t.a.v. privacy (o.a. wetgeving), gebrek aan controle, misbruik in diverse vormen, en het feit dat verdachten dit middel ook steeds beter benutten.

Social media en handhaving
Het nut van social media bij handhaving van de openbare orde, oa ten tijde van grote evenementen en incidenten, scoort hoog. Vooral informatie inwinning, voorlichting en crowd management zijn veelgenoemde toepassingen. Men wenst vooral te monitoren wat er speelt in bepaalde gebieden en op onderwerp. Belangrijk is ook sociale netwerk analyse en zien wie er actief is. Het effect van eigen berichtgeving wenst men ook inzichtelijk te krijgen, zoals het bereik van berichten bij voorlichting of het effect van pogingen om geruchten te weerleggen.? Het vaststellen van betrouwbaarheid van berichten van burgers is minder belangrijk dan bij opsporing.

Social media en opsporing
Opsporingsmogelijkheden scoren zeer hoog en hier zitten volgens de meeste deelnemers nog veel kansen. (Digitaal) buurtonderzoek, het vinden van getuigen middels social media en het inzetten van crowdsourcing en cocreatie op diverse manieren om burgers te betrekken bij het oplossen van zaken. Of dit nu in het eerste uur is (heterdaadkracht) of later in de tijd. Veel vragen die bij diverse zaken spelen kunnen middels social media worden aangevuld. Ofwel doordat informatie te vinden is, ofwel door het te durven vragen. Het gedrag van steeds meer mensen wordt transparant en wanneer gesloten bronnen met open bronnen gecombineerd kunnen worden ontstaat een vollediger beeld. Uiteraard zijn er diverse belemmeringen om de kansen te kunnen benutten. Crowdsourcing wordt in overleg met het OM nog voorzichtig toegepast, de middelen om slim te kunnen monitoren, infiltreren, informatie te valideren, dit als bewijslast op te voeren zijn zaken die nog niet ideaal zijn opgelost.

Conclusie
Hoewel social media al in de praktijk gebruikt wordt voor bepaalde toepassingen, zijn de middelen nog relatief eenvoudig en is het nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Hoewel de adoptie gestaag zal groeien en zowel vanuit de werkvloer als vanuit management plaatsvindt op diverse plekken, is er nog wel wat nodig om structurele stappen te maken. Er is voor de diverse onderdelen een eenduidige visie en strategie nodig die door alle lagen in de organisatie ondersteund wordt. Diverse organisaties voeren momenteel nog experimenten uit. Slechts op een paar plekken heeft dit speelkwartier plaatsgemaakt voor operationele inbedding. Wijkagenten en afdeling communicatie lijken hierin nu voorop te lopen en binnen de opsporing en andere handhavingsgebieden (zoals evenementen en grotere incidenten) liggen veel kansen. Voor een bredere adoptie in de organisatie zullen genoemde belemmeringen weggenomen moeten worden. Een proces dat ondanks organisatie veranderingen en bezuinigingen zowel top-down als bottom-up al in gang is gezet, maar waarvan verdeeldheid is over met welke prioriteit dit zou moeten gebeuren. Gebrek aan inzicht over het structurele effect van het inzetten van social media, is een van de genoemde redenen. Intussen hebben velen deze bewijslast niet nodig en zij nemen vanuit hun passie het voortouw.

Cocreatie en de spagaat tussen de macht van de burgers en de bestuurlijke macht

Tijdens het?Open Innovatie Festival?eind november 2010 hebben ik en mijn TNO collega Christiaan van den Berg ons in de discussie gemengd in zowel?Groningen?als?Den Bosch?(provincie Noord-Brabant). Wij organiseerden beiden een sessie met als onderwerp burgerparticipatie. En dan met name de digitale variant hiervan: eParticipatie, met een trend naar steeds meer (online) cocreatie. Met behulp van bijgaande links meer informatie hierover: het?beslismodel?voor user empowerment en eParticipatie waarover we een reeks artikelen hebben geplaatst, en onze?presentatie?uit het event. Wij gaan graag de dialoog met je aan!

spagaat

Er waren een aantal?vragen?en?discussies?die ons zijn bijgebleven en we zijn benieuwd naar de diverse meningen hierover. Hieronder 10 discussie-onderwerpen, in willekeurige volgorde:

1 ? Ambtenaren en overheidsinstellingen worden op termijn steeds meer aangestuurd door de maatschappij door verdergaande ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie. En de bestuurders dan? Hoe gaan we om met deze?spagaat?
2 – Zit de burger er wel op te wachten om overal maar mee te praten??Overdaad dreigt, hoe zorg je dat het relevant blijft en aansluiting vindt?
3 – Gaat eParticipatie geen?zachte dood?sterven, net als interactieve besluitvorming een tiental jaren geleden?
4 – Is de doelgroep van zo’n discussie niet ‘de politiek‘? Waar zou het maatschappelijk debat over eParticipatie gevoerd moeten worden?
5 – Je moet aan de ene kant een duidelijke?deadline?hebben voor een eParticipatie-initiatief met concreet einddoel (hadden ze uit een vorige crowdsourcing sessie geleerd) en aan de andere kant willen burgers soms graag?voortdurend?eParticiperen. Dat terwijl het project vanuit de gemeente of provincie “klaar is” (bijv realisatie van een buurthuis oid). Hoe ga je daarmee om?

6 – Hoe kun je eParticipatie succesvol inzetten voor onderwerpen die heel?abstract?zijn, zoals met beleidsmatige onderwerpen vaak het geval is?

7 – Hoe zorg je ervoor dat je niet telkens de?usual suspects?hebt zoals ook de mensen die altijd op bewonersbijeenkomsten komen en de rest overstemmen?

8 – Hoe bepaal je het?succes?van een eParticipatie-initiatief?

9 ? Het vergt?lef en vertrouwen?om burgers publiekelijk met elkaar en met ambtenaren de discusssie te laten aangaan. In die dialoog kunnen ook gevoelige onderwerpen in de openbaarheid komen.

10 – Hoe krijg je?commitment?van je collega ambtenaren? Ook al lopen er genoeg mensen met frisse moed, toch is en blijft het moeilijk om de handen ineen te slaan voor een nieuw eparticipatie initiatief. Jammer is bovendien dat het vaak blijft bij iets dat bedacht is door de afdeling communicatie of techniek. Bredere adoptie van de werkwijze blijft helaas vaak uit.

Laat weten hoe jij aankijkt tegen deze zaken door te reageren. Wens je meer informatie over de begrippen, of simpelweg goede voorbeelden? Dan ben je niet de enige. Er zijn veel partijen die behoefte hebben om in het 2.0 landschap hun weg te vinden en door de bomen het bos niet meer zien. Dat er veel goede voorbeelden zijn is positief en er zijn genoeg sociale media mogelijkheden (tools), maar advies op maat is nodig. Het?eparticpatie dashboard?helpt in het bieden van overzicht, met daarbij aandacht voor de?oproep?om hier je eigen initiatief aan toe te voegen!

Enkele reacties zijn reeds gegeven:

?Reactie van?Liset Verschoore?op 13 December 2010 op 9.13

2. Het is inderdaad zo dat niet iedere burger altijd zin ?n tijd heeft om te participeren. Ik kan mij dus voorstellen dat burgers? af en toe ?participatiemoe? zijn, zeker als zij meerdere malen gevraagd worden om mee te participeren voor verschillende projecten in dezelfde omgeving. Als tip geef ik projectorganisaties altijd mee om te onderzoeken wat er al gedaan wordt/is aan publieksparticipatie (omgeving/project). Als dat zo is, kun hier eventueel bij aansluiten.

Daarnaast merk ik dat overheden steeds vaker nauw met elkaar samen werken. Bijvoorbeeld bij het project N31 Traverse Harlingen. Rijkswaterstaat, de provincie Friesland en de gemeente Harlingen trekken samen op en hebben verschillende meedenksessies georganiseerd en de informatie hieruit gebruikt voor verschillende projecten van zowel de gemeente (structuurvisie) als de provincie en Rijkswaterstaat (otb/mer).

5,6. eParticipatie zie ik slechts als een middel om het publiek te bevragen. Kijk eerst naar het doel van de publieksparticipatie, de doelgroep, de vragen die je wil gaan stellen en welk soort antwoorden daarop verwacht voordat je het middel bepaalt.

Bij projecten waarvan de onderwerpen abstract zijn zou je cartoons/tekeningen/augmented reality/serious games kunnen gebruiken om het onderwerp goed te communiceren en te verduidelijken naar het publiek. Hiervoor lenen nieuwe media zich uitstekend.

Maar ook door gerichte vragen te stellen maak je het voor publiek makkelijker om te antwoorden. Op welke vragen zoek je nog een antwoord? Welke informatie uit de omgeving heeft de bestuurder nodig om straks een goed besluit te kunnen maken? Of op welke vragen zoekt de projectorganisatie nog antwoord? Bekijk of je deze vragen ook zou kunnen stellen aan

8. E?n van de succesfactoren van publieksparticipatie is dat de resultaten meegenomen zijn in het beleid of de besluitvorming. Het heeft dus echt iets opgeleverd. Daarnaast zie ik het ook als een succes als mensen begrip hebben voor het beleid en of besluit en het gevoel hebben dat zij erg betrokken zijn gedurende het proces.

9. Zeker.

Reactie van?Davied?op 8 December 2010 op 21.54
Goede vragen allemaal. Even wat commentaren van mijn kant:Ad 1, 4: Veel mensen zeggen juist dat bestuurders en politici eerder veranderen omdat ze afhankelijk zijn van verkiezingen en zichtbaarheid. Maar verandering moet op alle fronten plaatsvinden, van onder en van boven;
Ad 2, 3, 5: Volgens mij begint het bij transparantie, zodat burgers kunnen zien wat er gebeurt op de terreinen (onderwerp, gebied) die voor hen interessant zijn en vervolgens kunnen reageren, bijdragen of contact opnemen. Als het relevant is en de overheid open staat voor opmerkingen, dan willen mensen wel meedoen. Het gaat immers over hen;
Ad 7: deels is dat niet te voorkomen, maar je kunt diversificeren in de vormen, bijv. regelmatig online en offline een interactie organiseren. Ook kun je op zoek gaan naar relevante communities;
Ad 9: stel goede vragen, mik op idee?n en kennis (niet alleen meningen) en doe aan verwachtingenmanagement. Zie mijn blogs over beleid 2.0, te vinden via?http://beleid.ambtenaar20.nl

Veilig op sociale netwerken: factsheet NCSC

De afgelopen jaren zijn sociale netwerken bijzonder populair geworden en hebben ze een vaste plek veroverd in de communicatie. Sociale netwerken zijn interactieve internettoepassingen die gebruikers in staat stellen om een persoonlijk profiel te cre?ren, informatie te delen en contacten te onderhouden met andere gebruikers. Hoewel sociale netwerken een waardevol en leuk interactieplatform zijn voor het uitwisselen en beschikbaar stellen van informatie, kleven er ook allerlei beveiligings- en privacyrisico?s aan voor gebruikers.

De belangrijkste feiten

  • Sociale netwerken zijn aantrekkelijk voor kwaadwillenden vanwege
    – het grote aantal gebruikers;
    – de beschikbaarheid van (persoonlijke) informatie;
    – het vertrouwen tussen gebruikers;
    – de relatief zwakke beveiliging.
  • De twee belangrijkste risico?s van sociale netwerken:
    – Uw computer, tablet, smartphone etc. kan ge?nfecteerd raken met malware.
    – Uw persoonsgegevens kunnen in handen van kwaadwillenden komen.
  • Kwaadwillenden passen bestaande en innovatieve aanvalsmethoden toe.
  • Uw profielgegevens zijn door standaard gebruikersinstellingen vaak publiek toegankelijk.
  • Bescherm uw online identiteit: neem maatregelen om toegang tot uw persoonlijke gegevens te beperken tot mensen die u kent en vertrouwt.

#SM @OOV? Visie op sociale media in openbare orde en veiligheid

Vries, A. de, e.a. (2011). #SM @OOV? Visie op sociale media in openbare orde en veiligheid. TNO, Den Haag

TNO?kijkt in verschillende onderzoeken naar mogelijkheden en effecten van sociale media in het veiligheidsdomein. Deze onderzoeken zijn aanleiding geweest om onze visie te formuleren op hoe?sociale media in de openbare orde en veiligheid kunnen worden ingezet. ?Zie hier het voorwoord. U kunt het gehele boekje ontvangen door een e-mail te sturen [email protected], of u kunt het downloaden op?www.tno.nl/smoov.

?Sociale media zijn onze toekomst?

?Tijdens het werk geen gebruik van sociale media?

?Sociale media bieden veel nieuwe mogelijkheden!?

?Sociale media cre?ren nieuwe problemen en dilemma?s?

?Kunnen sociale media helpen veiligheid te handhaven?

?Kunnen sociale media helpen delicten sneller op te lossen? En crises beter bestrijden??

Sociale media, helpen ze ons verder of moeten we ze zo min mogelijk ons leven laten bepalen? Sociale media bieden heel veel nieuwe kansen en mogelijkheden. Ze beloven verandering. Het is alleen de vraag of wij daar als maatschappij op zitten te wachten.?Zoals bij elke belangrijke trend zijn ook over sociale media de meningen verdeeld. Maar ??n ding is zeker, we moeten er iets van vinden, want negeren kan niet meer. ?In deze uitgave spitsen we ons toe op maatschappelijke veiligheid.?Heel concreet: wat betekenen sociale media voor organisaties in het veiligheidsdomein? Er zijn immers mogelijkheden te over. Sociale media bieden rechtstreeks en op grote schaal toegang tot de burger. Het is dus mogelijk de ogen, oren en kennis van burgers in te zetten voor meer veiligheid. Organisaties in het veiligheidsdomein zullen zich in dat geval moeten afvragen of zij de dialoog aan w?llen gaan ?met die burger.? Anderzijds, wat mag en k?n je eigenlijk van burgers vragen? Alles is op vrijwillige basis. Of niet, is het een burgerplicht bij te dragen aan de veiligheid? En wat kan technologisch gezien? Wil je streven naar burgerparticipatie of nog een stap verder, naar overheidsparticipatie? Niemand weet op dit moment precies waar ?(gewenste) grenzen liggen en wat werkt. In dit boekje verwoordt TNO haar visie over hoe de nieuwe media het meest effectief kunnen worden ingezet in het veiligheidsdomein van 2015.

Er is al veel beweging op het gebied van sociale media inzetten,? ook in het veiligheidsdomein. Er wordt volop ge?xperimenteerd met sociale media. Dat is goed, want dit brengt de dilemma?s, kansen en onmogelijkheden van sociale media aan het licht. Door de experimenten met sociale media structureel te evalueren en opgedane ervaringen te delen kan vervolgens een visie worden vastgesteld. De volgende stap is de structurele inbedding van sociale media in de (operationele) werkzaamheden van de verschillende organisaties in het veiligheidsdomein.

TNO onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media. We kijken naar de beste tools, hoe deze verbeterd kunnen worden, en naar manieren om ze effectief in te zetten, bijvoorbeeld voor meer veiligheid. Wij zien grote mogelijkheden voor het veiligheidsdomein. Dit boekje zet die mogelijkheden voor de leidinggevenden en beleidsmakers in de veiligheidssector op een rij. Het boekje is bedoeld als aanzet tot nadenken en als stimulans om ervaringen systematisch te verzamelen en te delen. Het biedt handvatten voor het maken van de juiste keuzes voor effectief gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Het uiteindelijke doel: verbeterd optreden en meer maatschappelijke veiligheid.

Henk Geveke,?Managing Director?Defence, Safety & Security