Tagarchief: tno

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1

Verslag van het symposium Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media

Kun je gebeurtenissen zoals Project X in Haren voorspellen aan de hand van Twitterberichten? Is de invloed?van een bericht afhankelijk van de persoon, het sociale netwerk van die persoon of de boodschap in het?bericht? En hoe kun je het gedrag van mensen be?nvloeden via sociale media? Deze en andere vragen?stonden centraal tijdens het symposium ?Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media? dat?TNO op 5 november organiseerde in Soesterberg. Het symposium werd bezocht door ruim 60 deelnemers?afkomstig uit verschillende sectoren, zoals veiligheid, financi?n, mobiliteit, telecom, overheid, media en?NGO?s.

Het doel van dit symposium was om een breed publiek op laagdrempelige manier toegang te geven tot de?resultaten van onderzoek dat TNO heeft gedaan naar hoe je gedrag kun voorspellen en be?nvloeden met?sociale media. Externe sprekers schetsten een breder beeld van de relevantie van het onderwerp en de?toepassing van de resultaten in de praktijk.

Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte Reint?Jan Renes, lector aan de Hogeschool Utrecht, tot hoe menselijk gedrag werkt en?hoe je daar invloed op kunt uitoefenen. Mensen hebben twee systemen, een?impulsief en een reflectief?systeem. Veel communicatie?richt zich op het reflectieve?systeem, oftewel het gezond?verstand. Maar mensen maken?in de praktijk vaak gedachteloos gedragskeuzes op basis van?het impulsieve systeem. Sociale media maken het mogelijk?om op het kritieke moment het gedrag te be?nvloeden en?informatie op maat aan te bieden. Daarbij is het effectiever?om gewenst gedrag te faciliteren (bijvoorbeeld de weg wijzen naar een openbaar toilet) dan om ongewenst?gedrag te verbieden.

Bob Overbeeke, die zich bij Oxfam Novib bezighoudt met internet-campagnes en?innovatie op het internet, gaf een beeld van de activiteiten van Oxfam Novib die
mogelijk worden gemaakt door sociale media. Oxfam Novib kan bij het activeren?van mensen bijvoorbeeld meer maatwerk leveren voor individuen in plaats van
zich te hoeven richten op doelgroepen. Via sociale media steunde Oxfam Novib bovendien activisten bij de opstanden in Egypte en konden zij goed volgen welke
gebeurtenissen plaatsvonden, zoals een demonstratie of een arrestatie van?activisten.

In vier workshops werden de resultaten van het verkennende onderzoek van TNO gepresenteerd en sociale?mediavraagstukken en toepassingservaringen van de workshopdeelnemers met elkaar uitgewisseld.

Twitteren, wie en wat is belangrijk?
Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.

Je organisatie via sociale media promoten, wat werkt?
Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.

De publieke mening, bestuurbaar of niet?
David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.

Trends voorspellen, waar staan we?
Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.

Arnout de Vries van TNO sloot af met de plenaire presentatie ?Social media: the good, the?bad and the ugly? waarin hij uiteenlopende voorbeelden gaf van goede, slechte en lelijke?kanten van sociale media. Hiermee toonde hij aan dat sociale media groepen mensen?kunnen mobiliseren om samen goede dingen te doen, maar ook kunnen functioneren als?katalysator voor bedreigingen van de maatschappelijke veiligheid en economie.

Lees meer over de inventarisatie van het gebruik van online be?nvloeding?bij overheden en bedrijfsleven uit 2012.

Ge?nteresseerd in meer informatie? Neem contact op met Rosemarie Huver

Wat kan de politie leren van social media gebruik bij NS en Prorail?

ns_treinEen tijd geleden stond er een interessant artikel in Trouw over de wijze waarop de Nederlandse Spoorwegen Twitter inzetten. De titel van het artikel luidde: ‘Mensen zijn milder over NS nu we twitteren’. Journalist Dorien Pels schreef over hoe de spoorwegen reageren en helpen via online@ns_online. Deze werkwijze zou de Nederlandse Politie ook toe kunnen passen bij ernstige gebeurtenissen. Ik schreef al eerder over de urgentie van community management. Deze blog is een integrale weergave van het artikel aangevuld met achtergrondmateriaal.

NS en social media

Anoniem de NS afzeiken kan niet meer, want de NS praten terug. En wel via Twitter. Gerjan Vasse (34) houdt zich bij het bedrijf voltijds bezig met hoe de NS op internet besproken worden. Vasse beschikt over engelengeduld. Zijn tweets zijn allemaal even aardig van toon. ,,Sommige mensen sturen iedere dag een paar tweets, berichtjes, die krijgen bijna allemaal een reactie.” Vaak verwijst hij twitteraars door naar een reisplanner op internet, of naar de klantenservice. Soms ook kan hij niet meer dan de twitteraar moed inspreken als diegene in een kapotte trein blijkt te zitten en te laat komt.

Maart vorig jaar begon de NS met twitteren onder de naam NS_online. Afgelopen september had NS_online 4.000 volgers, nu zijn er 14.000 mensen die dagelijks de korte berichtjes van maximaal 140 tekens die Vasse schrijft volgen. Op hun beurt stellen zij allemaal Vasse op de hoogte van hun kleine en grote ongemakken op het spoor. ,,Met name rond de grote verstoringen deze winter kregen we veel meer volgers. Je zag daar wat het medium Twitter kan betekenen. Mensen regelden via Twitter bijvoorbeeld een lift met iemand met de auto als hun trein was uitgevallen.”

Het is volgens Vasse nog niet mogelijk om de meerwaarde van dit nieuwe sociale medium uit te drukken in geld. Maar hij heeft NS-directeur Bert Meerstadt al wel weten te overtuigen van het nut: Vasse krijgt twee nieuwe collega’s. Steeds meer bedrijven proberen zich via Twitter te profileren. Iedereen probeert nu van alles uit, ziet Vasse. ,,De KLM bijvoorbeeld is sinds de aswolk heel actief op Facebook voor persoonlijk contact met hun klanten.”

,,We schijnen in Nederland kampioen mopperen te zijn op Twitter. En dan zijn de NS natuurlijk een dankbaar onderwerp. De NS zijn een beetje als het Nederlands elftal; iedereen heeft een mening over ons.” Dat NS nu ook terugpraten, verzacht de toon, ziet Vasse. ,,Je praat toch anders als je weet dat diegene over wie je het hebt mee luistert.”

Wie een treincoup? binnenloopt dezer dagen, ziet veel mensen bezig met het tikken van berichtjes op hun mobiele telefoon of bijvoorbeeld een iPad. ,,Wij zijn dagelijks ’trending topic’, dat wil zeggen: het meest besproken onderwerp op Twitter. Samen overigens met het onderwerp ‘koffie’. Ongelooflijk veel mensen melden dat ze ‘even lekker koffie gaan drinken’.”

Vasse probeert alle berichten waar het woord #NS in voorkomt dagelijks te volgen. Tachtig procent bestaat uit mededelingen van huishoudelijke aard: mensen die hun eigen volgers laten weten waar ze zijn en hoe laat ze aankomen. Maar twintig procent bestaat uit nuttige informatie waarmee de NS de dienstverlening kunnen verbeteren. Vasse zorgt dat de informatie bij de juiste afdeling terecht komt. Vasse: ,,Als ik een tweet van een conducteur zie over dat ergens een stationskap lekt, dan stuur ik even een e-mailtje dat hij dat beter intern kan melden dan aan de grote klok hangen.”

Enkele tweets:
Waarom werkt #WiFi niet in treinstel 4034 @ns_online
Hulde aan de #NS ik werd gebeld door de medewerkster die mijn laptop heeft gevonden
Waarom heeft @ns_online 5 weken nodig om mijn jaartrajectkaart gereed te maken? Moet spoor nog aangelegd worden voor traject DH HS – Utr?
@ns_online Is 9162 toevallig planmatig met slechts 1 treinstel ingepland? Het is echt veels te krap. 2 treinstellen is wel bittere noodzaak
Wat is de voorkant van het station als voor- en achterzijde identiek aan elkaar zijn? 🙂 #durftevragen #interessant @ns_online @ProRail

Prorail en social media monitoring

Door continu te innoveren probeert Prorail het spoor de meest aantrekkelijke vervoersvorm van Nederland te maken. Met nieuwe oplossingen maakt zij het spoor duurzamer, beter toegankelijk, kosteneffici?nter en biedt ze meer comfort.

Weerkaart

Ook het weerbureau van ProRail blijft innoveren en houdt het weer nu ook op Twitter in de gaten. Social media geven namelijk een mooi inzicht in hoe het weer daadwerkelijk ervaren wordt. Sneeuwt het nu bijvoorbeeld echt zo hard als voorspeld? Of is het heftiger dan verwacht? Het weerbureau monitort deze ervaringen aan de hand van tweets ?n bijgevoegde foto?s. Erg relevante informatie voor de spoororganisaties.

Signalering van twitterberichten op de kaart van Nederland

Vaak zijn gebeurtenissen sneller bekend via Twitter dan op een andere manier. Zo ook bij sneeuw. Heel Nederland blijkt dan opgewonden in 140 tekens de sneeuwval te willen delen met hun volgers. Handig voor ProRail, want zo weten we meer over het actuele weerbeeld op locatie. Aan de hand van de informatie kunnen we bijvoorbeeld besluiten om storingsploegen naar een bepaalde locatie te sturen.

Twitcident

Het systeem ?Twitcident? van TNO en TU Delft helpt ons bij de signalering van deze twitterberichten. Op het moment dat er zoals nu gesproken wordt over sneeuw in combinatie met een locatie, bijvoorbeeld Amsterdam, dan verschijnt daar in de kaart van Nederland een ?sneeuw-weericoontje?. Klikkend op dit icoontje kom je bij alle tweets, met daarbij alle relevante foto?s. De politie en brandweer maken er al langer gebruik van. Nu gebruikt dus ook Prorail de informatie van Twitter om dienstverlening te optimaliseren.

Aanvulling voor deweermannen

Het weer voorspellen in samenwerking met Meteoconsult en het KNMI is natuurlijk de? allerbelangrijkste taak van het weerbureau, maar met de kennis over hoe mensen het weer ervaren kan het weerbureau veel aanvullende inzichten verkrijgen. Met de Twitter-analyses zien ze bijvoorbeeld of de verwachte weersvoorspellingen wel kloppen met het beeld dat mensen daadwerkelijk buiten hebben. Mocht er meer sneeuw lijken te vallen dan verwacht, dan kan het weerbureau daar tijdig op inspelen met hun adviezen. Zo helpt Twitcident onze weermannen om hun taken nog beter uit te kunnen voeren.

Innovatief veiligheidsbeleid vereist diversiteit en continu?teit!

Een interessant artikel van Mark van Staalduinen,?innovatieconsultant bij TNO, over innovatie bij het herkennen digitale informatie in het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing. Dit artikel is aangevuld met de bijbehorende documenten.

Het Internet verandert de wereld razend snel. Wie kon een paar jaar geleden?bedenken dat bijna iedereen in het bezit is van een smartphone en continu?actief is in sociale netwerken? Dat alle TV?s connected zijn en dat wij?voornamelijk online winkelen en betalen? Als gevolg daarvan ontstaan grote?hoeveelheden data in open bronnen, met consequenties voor de veiligheid?van burgers en de maatschappij. Vanuit TNO werken we aan intelligente?tooling, die ondersteuning biedt bij het duiden en interpreteren van die data?binnen de juridische, privacy en ?forensische kaders. Dit noemen we media?mining. De afgelopen twee jaar hebben we in opdracht van de NCTV in?samenwerking met verschillende veiligheidsdiensten gewerkt aan een aantal?innovatieve tools.?Niet elke website is eenvoudig te analyseren, zoals Flash websites. De meeste zijn?zelfs niet doorzoekbaar met Google. Deze webtechnologie?n worden bewust ingezet om informatie te presenteren voor mensen, die onzichtbaar is voor computers. De conclusie leidde tot een slimme ?clickbot?, die als een mens door een website klikt en alle binnenkomende data afvangt. De ontwikkelde testsoftware verzamelt significant meer data dan standaard oplossingen. Diversiteit van mogelijke oplossingen is bereikt door een inspiratielunch, waar?verschillende diensten hun ervaringen konden delen. Daarnaast is een workshop georganiseerd door het Public Services Innovation Center (PSIC), waar studenten samen met domeinexperts hebben meegewerkt. Omdat de oplossing menselijk gedrag vertoont, blijkt het ontwikkelde?mechanisme ook geschikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om honeypots te versterken.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Virtuele Muis

Naast tekst staat het internet vol met foto?s en video?s. Er zijn weinig tools, die de?potentie van dit beeldmateriaal benutten. Binnen het beeldmerkenproject zijn drie?ICT-diensten onderzocht aan de hand van het STOF-model. Dat model stelt dat een?ICT-dienst succesvol kan worden als de geboden dienst (Service) waardevol is, de Technologie werkt, de Organisatie van gebruikers en leveranciers op orde is en de Financi?n passend zijn. Dit verklaart, waarom verschillende projecten niet tot bruikbare tools hebben geleid, omdat veelal op ??n domein wordt gefocust. Drie diensten zijn uitgewerkt: locatieherkenning met?Twitter-foto?s, scannen van nieuwe YouTube video?s en het spotten van trends in ?beeldmateriaal. Conclusie: de operationele kosten zijn van die orde dat zij op nationale?schaal te realiseren moeten zijn.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Beeldmerkherkenning

Sinds 2011 werkt TNO als strategisch kennispartner?mee aan het iRN (Internet Research Network).?Het iRN levert diensten aan ongeveer 6000 gebruikers bij verschillende overheden?die toezicht-, opsporing- en handhavingstaken hebben op het internet. Van politie, Belastingdienst en DNB tot en met gemeenten. Binnen het iRN wordt een innovatieve?dienst ontwikkeld voor de ondersteuning van internetonderzoek: iColumbo. Kortom, innovatie is essentieel voor het iRN, en daarom is de samenwerking met TNO vruchtbaar. Het iRN biedt een landingsplaats en inspiratiebron voor innovatieve oplossingen, waarmee continu?teit ontstaat in de innovatieketen van wetenschappelijk onderzoek tot de nieuwste oplossingen voor?eindgebruikers. Wat maakt innovatie succesvol? Essentieel zijn: diversiteit en continu?teit. Diversiteit in mensen, expertises, organisaties, functies en processen. Diversiteit binnen het projectteam, maar ook in de contacten tussen het team en de dagelijkse praktijk om zoveel?mogelijk goede idee?n door te laten dringen en tunnelvisie te voorkomen. Diversiteit is?essentieel om de juiste oplossing te vinden. Continu?teit is vereist in het projectteam, de?doelstelling en vooral in de innovatieketen richting eindgebruikers. Dit betekent dat?innovatieve oplossingen een landingsplaats vereisen. Niets is frustrerender dan resultaten?boeken, die niet gebruikt worden. Continu?teit is essentieel, zodat een goede?oplossing ook waardevol kan worden.

veiligheidinnovatieEerder publiceerde TNO ook het?boek ?Veiligheid schreeuwt om innovatie? waarin TNO onder meer wil inspireren met visieontwikkeling, praktische handvatten, praktijkvoorbeelden en interviews. Verschillende experts van TNO en een aantal vooraanstaande en relevante partners uit het veiligheidsdomein hebben met veel enthousiasme een bijdrage geleverd, waaronder onze minister van Veiligheid en Justitie, Mr. I.W. Opstelten. Hij was bereid het voorwoord te schrijven. Om zichtbaar te maken dat wij met elkaar daadwerkelijke innovaties in de praktijk brengen, is in het boek een viertal voorbeelden opgenomen: The Hague Security Delta, Museumveiligheid, Twitcident en Beveiliging van de waterkant. De digitale versie van dit boek is hier te downloaden.

Bron: NCTV, magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

Social media voor Defensie: met smartphone op patrouille?

Met vallen, opstaan en sprongen vooruit heeft de politie geleerd handig gebruik te maken van sociale media. Er wordt nog steeds veel ge?xperimenteerd, maar sociale media hebben hun dienst bewezen. Onder andere op?Politie 2.0?worden ervaringen en kennis hieromtrent gedeeld. De volgende vraag is: en defensie dan? Vormen sociale media een gevaar voor de operatie? Of kunnen ze militairen helpen bij operaties? (Hoe) kan Defensie sociale media binnen de commandovoering inzetten?

Standpunt Defensie social media

Defensie gebruikt sociale media al actief voor communicatie en voor wervingsdoeleinden. Maar ook tijdens missies kan het inzetten van sociale media kansen voor defensie bieden: gemakkelijke communicatie met de lokale bevolking en met samenwerkingspartners en ook toegang tot hun kennis ? dat ondersteunt de samenwerking. Maar het inzetten van sociale media brengt ook gevaren met zich mee: bij wie komt informatie terecht? Hoeveel tijd kost de inzet van sociale media? En passen sociale media wel in een hi?rarchische cultuur? Defensie is daarom nog voorzichting.

Ook in andere landen vinden defensieorganisaties het lastig om standpunt in te nemen omtrent gebruik van sociale media. In USA is in eerste instantie gekozen voor een verbod van de nieuwe media. Hierop zijn zij echter teruggekomen, en inmiddels is er een Social Media Handbook (zie Slideshare hieronder). In dit handboek presenteert de United States Army richtlijnen voor socialmediagebruik.

Voors- en tegens

Samen met Defensie heeft TNO de voors en tegens omtrent het gebruik van sociale media voor Defensie in kaart gebracht. Wat zijn de voordelen en kansen, en wat zijn de gevaren en nadelen van gebruik maken van sociale media tijdens een missie? Dat was de centrale vraag. Een belangrijk uitgangspunt hierbij was het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende partijen. Hieronder zijn een aantal voors- of tegens kort beschreven. Het totale overzicht is te lezen in de overzichtskaart, onderaan deze pagina. Zie ook deze?recentelijk verschenen publicatie over kansen van sociale media voor de krijgsmacht.

Sociale media ? nieuw leiderschap

Sociale media vragen om een andere manier van leiding geven. Ze doorbreken (net als genetwerkt werken) de traditionele lijnen van informatiestromen. Informatiestromen verlopen bij defensie traditioneel langs de hi?rarchische lijnen. Communicatie via sociale media gaat door alle niveaus heen. Zo worden alle hi?rarchische lagen van informatie voorzien. Bovendien kunnen medewerkers uit hi?rarchisch lagere lagen hun hi?rarchisch hogere collega?s op laagdrempelige wijze aanspreken, en andersom. Deze nieuwe communicatiemogelijkheden, en de mogelijkheden voor het delen van informatie, vergroten mogelijk de saamhorigheid. Er is echter beperkte controle op de compleetheid, correctheid en openbaarheid van de verspreidde informatie. De vraag is of de huidige leiderschapsstijlen hierbij passen, of wat er zou moeten veranderen.

Sociale media ? operational Security

Een potentieel nadeel van sociale media is dat zij een missie of militairen in gevaar kunnen brengen. In het verleden is het al voorgekomen dat een locatie waar de Nederlandse defensie zich bevond door berichten op sociale media bekend werd. Onbewust kunnen militairen waardevolle informatie met de wereld delen. Zo heeft het Isra?lische leger een operatie moeten annuleren omdat?een militair de aanval op Facebook had aangekondigd.

Sociale media ? crowdsourcing

Sociale media bieden ook nieuwe mogelijkheden om samen te werken, met name om samen te werken met mensen en organisaties buiten de eigen organisatie, zoals burgers, NGO?s, GO?s en lokale groeperingen. De opstanden in Egypte en Syri? zijn de meest voor de hand liggende voorbeelden van samenwerking die met behulp van sociale media is opgestart. Maar sociale media bieden meer mogelijkheden. Zij kunnen bijvoorbeeld ook helpen bij het vinden van mensen. Na de aardbeving in Nieuw Zeeland (Februari 2011) is Google?s person finder gebruikt om van bewoners te vernemen of zij nog leven en of er nog vermisten zijn uit hun directe omgeving. Echter, communicatie middels sociale media is gevoelig voor miscommunicatie. De korte, vaak snel verstuurde berichten, bieden tal van mogelijkheden voor misinterpretatie. Dit is een uitdaging bij het samenwerken.

Met Smartphone op patrouille ? Worst-case scenario, of maximaal benutten van kansen?In dit artikel bespraken we enkele voor- en nadelen van sociale media voor defensie. Voor een compleet overzicht van alle tot nu toe?ge?dentificeerde?voor- en nadelen?download je de overzichtskaart (PDF), die tot stand is gekomen op basis van een literatuurstudie en een workshop met 19 belanghebbenden en deskundigen, of?bekijk je de prezi.Dit artikel is voor het eerst geplaatst op Frankwatching.

Second Life

SL1Virtuele werelden zijn driedimensionale omgevingen waarin internetgebruikers samenkomen. Er zijn vele virtuele werelden actief op het internet maar Second Life is momenteel de bekendste. Second Life (SL) is een zogenaamd Massively Multiplayer Online Role Playing Game (MMORPG), oftewel een platform waarin de gebruiker een personage aanneemt en daarmee met andere personages communiceert. Om SL te spelen, dient een gebruiker een ?avatar? te cre?ren. Dit is de personage die in SL rondbeweegt. Een avatar kan helemaal naar wens gemaakt worden (dus ook een politieagent). Het kan dus het evenbeeld van de speler zijn, of juist het tegenovergestelde. Door middel van een chat kunnen spelers met elkaar communiceren en elkaar leren kennen. Als de gebruiker een goede microfoon heeft kan ook gebruik gemaakt worden van de voicechat. Vanuit de ontmoetingsplaats kan de speler naar andere plekken vliegen.

SL2De politie Utrecht heeft begin 2007 een eiland in SecondLife gekocht om te kunnen experimenteren met deze toepassing. Er is een plaats delict uit een echt vastgelopen moordonderzoek nagebouwd. Tevens is er een ruimte gemaakt waarin het mogelijk is om virtueel met burgers te communiceren. In 2007 leek SecondLife heel veelbelovend maar in 2008 liepen de bezoekersaantallen enorm terug. De politie Utrecht heeft ondanks de terugloop toch veel geleerd van het experiment en wil ook nog een keer testen met echt publiek (nu staat het eiland nog steeds? ?under construction?). Het experiment gaat in december 2008 starten en op dit moment kan er nog geen resultaat worden benoemd.

 

FBI benut Second Life bij opsporing criminelen

De FBI heeft zich sinds kort?in de virtuele wereld van Second Life gepositioneerd. Het Amerikaanse, federale onderzoeksbureau hoopt zo onder meer voortvluchtige criminelen alsnog in de kraag te kunnen vatten.

De FBI heeft met deze?aanwezigheid?niet het doel om criminele activiteiten binnen de virtuele wereld van Second Life op te sporen.?In plaats daarvan wil zij Second Life gebruiken om onder meer nieuwe agenten te rekruteren en om posters van voortvluchtige misdadigers te verspreiden.?Volgens het bureau gaat het vooralsnog om een ?testronde?.

?Online ervaring?

?In tegenstelling tot tien jaar geleden heeft iedereen nu wel online ervaring opgedaan door middel van virtuele media, of dat nou via een game-console is of populaire sites als die van Second Life?, verklaart Jonathan Cox van de FBI.??Het gemak waarmee informatie nu kan worden overgedragen, idee?n kunnen worden geuit en technologie gedeeld kan worden, zullen hopelijk leiden tot het arresteren van voortvluchtige criminelen of het terugvinden van vermiste kinderen?, aldus de medewerker van de FBI.

De FBI onderzoekt Second Life, maar dan op een positieve manier

Virtual Worlds News?bericht over de FBI die SecondLife overweegt voor recruiting doeleinden, maar ook misdaadmeldingen wil aannemen en zelf aandacht wil vragen voor gezochte criminelen. ??Jonathan Cox, een analist die deze verkenning leidt zegt: “Unlike 10 years ago, almost everyone today has had an experience connecting online through virtual media, whether through a gaming console or popular sites like Second Life. The ease at which information can be transferred, ideas can be exposed, and technology can be shared in virtual worlds will hopefully lead to the arrest of a fugitive or the location of a missing child in the near future.?In addition to SL, the FBI outlines it use of other forms of social media?here.

 

 

Decay: een Forensische ICT leeromgeving

Ook interessant is de?virtuele omgeving ?Decay? dat in het kader van Forensische ICT is ontwikkeld. Decay is een onderdeel van het virtuele innovatie- en educatiecentrum ?Within Ten Years? dat in de samenwerking met Hogeschool Leiden is ontwikkeld.

Bronnen:?Nu.nl, GamePolitics.com

Tot slot?hier?een interessant stuk over?hoe het leger Second Life gebruikt.?En natuurlijk de IACP fact sheet over virtuele werelden:

Drakontas real crimes in virtual worlds

M – Mensenhandel

Mensenhandel gebeurt ook via social media, zoals deze man die 14 jaar gevangenisstraf boven het hoofd houdt, omdat hij zijn illegale handel regelde via Facebook. Maar social media is ook een krachtig medium voor bewustwording over mensenhandel, zoals onderstaande video op YouTube: “Girls going wild in red light district”.

Burgerparticipatie versterkt actie tegen mensenhandel

Het laatste decennium groeit het aantal geregistreerde slachtoffers van mensenhandel jaarlijks. In 2011 is ten opzichte van het jaar daarvoor sprake van een stijging met 23 procent. Het is dan ook geen wonder dat het Openbaar Ministerie als topprioriteit het tegengaan van mensenhandel heeft. Want lang niet alle gevallen zijn bekend. Tijdens een actie in Eindhoven springt TNO bij om burgers te betrekken.

Driehonderd agenten en vele tientallen hulpverleners worden tijdens een avond in maart ingezet op het Baekelandplein in Eindhoven. Openbaar Ministerie (OM), gemeente Eindhoven en de politie starten deze grootschalige actie om internationale mensenhandel tegen te gaan. Burgers worden via sociale media opgeroepen om signalen van mensenhandel te melden bij de politie. Achter deze oproep zit TNO. In samenwerking met het OM houden onder andere TNO?ers Arnout de Vries en Jop Esmeijer zich bezig met ?burgerparticipatie?. ?Burgers blijken nauwelijks een beeld te hebben van wat het OM en het Landelijk Parket nou eigenlijk doen?, vertelt De Vries. ?Bij de actie in Eindhoven wil het OM echter graag gebruik maken van de kennis van het publiek. Aangezien TNO op beleids- en strategisch niveau ervaring heeft met burgerparticipatie, worden wij gevraagd het OM te ondersteunen.?

Actief met sociale media

Samen met het OM gebruikt TNO sociale media als Twitter, Facebook en Storify actief. De Vries: ?We hebben actief informatie verstrekt over hoe je mensenhandel kunt herkennen en wat je daar vervolgens zelf aan kunt doen. Ook hebben we tijdens de actie informatie en foto?s verspreid om mensen een kijkje achter de schermen te geven. Zodat ze begrijpen wat er gebeurt en waarom het gebeurt.? Daarnaast monitort TNO de verschillende sociale mediakanalen, om te kijken wat er over mensenhandel wordt gezegd. In Amerika is het inzetten van social media zelfs een aanpak die bewezen helpt. ?We kijken hoe de berichtgeving van het OM wordt overgenomen en door wie. Daarmee maken we goed zichtbaar welke individuen en belangenorganisaties in dit kader relevant zijn. Een deel blijkt nog geen onderling contact of contact met het OM te hebben. Deze inzichten helpen het OM zijn bereik en samenwerking gericht te verbeteren op het gebied van mensenhandel.?

Strategie voor burgerparticipatie

De ondersteuning van TNO gaat echter verder. De actie in Eindhoven geldt als experiment, om te kijken wat burgerparticipatie oplevert en welke strategie daarvoor het beste is. ?Want er doen zich allerlei dilemma?s voor?, legt De Vries uit. ?Als je actief bent op Facebook, wil je dan dat mensen je actie tegen mensenhandel kunnen ?liken?? Of komt dat raar over? Ga je in dit geval als OM zelf de lucht in met een Facebookpagina, of kan het sociale netwerk van bijvoorbeeld twitterende wijkagenten gebruikt worden? Hoe pik je signalen over mensenhandel op via sociale media en hoe kun je burgerparticipatie daarin stimuleren? Mensenhandel is immers een maatschappelijk probleem waarin de rol van de burger van groot belang is. Deze en andere dilemma?s nemen we mee in het formuleren van een strategie. Daarbij maken we gebruik van de uitgebreide kennis die TNO heeft op het gebied van maatschappelijke veiligheid, burgerparticipatie en cocreatie.?

Storify

De Gemeente Eindhoven, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie zijn op 23 maart 2012 een grootschalige actie begonnen tegen internationale mensenhandel. Meer informatie over mensenhandel is te vinden op de Facebook pagina van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie, waar ook de link staat naar een Storify.

Er is afgelopen jaren veel aandacht geweest voor vrouwenhandel en loverboys. De vraag dringt zich op: wie trapt daar nog in?

“Iedereen. Het gaat om aandacht. Ik zeg altijd tegen mensen: kijk naar je eigen leven; waar loopt het over rozen en waar niet. Je hebt geluk als je op een kwetsbaar moment niet de verkeerde tegenkomt. Want d?t gebeurt bij de meeste van die meiden; als je in de shit zit, slaat zo’n mensenhandelaar toe. Het begint met verleiding en misleiding. Daarna volgt chantage, de ronselaar dreigt naaktfoto’s of seksfilmpjes op internet te zetten. Met al die social media heb je tegenwoordig heel veel technieken om iemand te chanteren. Excessief geweld, wat we vooral in het begin zagen, gaat steeds vaker over in psychisch geweld.”

Bronnen: de Volkskrant (18 jan 2012), TNO.nl

Online sociale be?nvloeding en sociale media; een maatschappelijke issue inventarisatie

TNO heeft een Quickscan uitgevoerd naar de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding. De contacten van TNO met verschillende organisaties die hier mee bezig zijn vormen de basis voor de Quickscan. In dit document is de maatschappelijke context onderverdeeld in een overheidscontext en een bedrijfsleven context, omdat sociale media in deze domeinen op een andere wijze en met andere doelstellingen lijken te worden ingezet.

Issues vanuit de Overheid
Vanuit de overheid gezien gaat het bij het gebruik van sociale media om onder meer empowerment en participatie van burgers, het individueel benaderen van burgers in netwerken, het gebruik van sociale media in overheidscampagnes en tijdens crisissituaties, en het meten van de effecten hiervan. Er is een drietal aanleidingen te onderscheiden voor het belang van burgerparticipatie: 1) een toenemende assertiviteit van de burger die de overheid noodzaken andere?processen voor participatie in te richten. 2) Daarnaast speelt mee dat overheden grote bezuinigingen moeten doorvoeren die hen ertoe brengen te kijken of zelfredzaamheid kan worden gestimuleerd. De vraag is, kortom, hoe overheden een rol kunnen spelen bij het bevorderen van zelfredzaamheid, zonder zelf aan de bal te zijn. 3) Een laatste belangrijke ontwikkeling is de decentralisatie van beleid en uitvoering. Belangrijke wet- en regelgeving wordt ter interpretatie en uitvoering aan het gemeentelijk niveau toevertrouwd. Dat houdt in dat deze organisaties moeten leren omgaan met deze nieuwe taak, onder andere door andere relaties met hun burgers aan te gaan.

Prototypische maatschappelijke issues vanuit de overheid gezien zijn:
– Ondersteunen van een inclusieve samenleving, waarin burgers via sociale netwerken interacteren, participeren en discussi?ren over maatschappelijke issues. Inclusiviteit is binnen het nieuwe EU-programma Horizon 2020 ge?dentificeerd als een van de drie essenti?le doelen.
– Detecteren en voorspellen van maatschappelijk afwijkend gedrag (rellen; pedofielen-netwerken; pesten op scholen via sociale media), leidend tot verdachte gedragingen en/of dreigingen). In onze complexer wordende samenleving is het van belang de veiligheid te waarborgen met behoud van zoveel mogelijk vrijheid. Door slimme maximaal geanonimiseerde monitoring kunnen beide belangen gediend worden.
– Crisis- en rampidentificatie, bijvoorbeeld bij grootschalige uitbraak van ziekten, dijkdoorbraken of industri?le ongelukken, waarbij informatie van burgers op sociale media als informatiebron wordt gebruikt.
– Voorlichting, bijvoorbeeld bij vaccinatiecampagnes.

Issues vanuit het Bedrijfsleven
Vanuit het bedrijfsleven gezien gaat het onder meer om be?nvloeding van klanten, het in contact laten komen van bedrijven met klanten, en imago van bedrijven bij klanten. Prototypische issues vanuit het bedrijfsleven gezien zijn:
– Klantenbinding en customer engagement. Het realiseren van een diepere relatie met doelgroepen; verbondenheid op hogere doelstellingen (higher human needs).
– Achterhalen van klantbehoefte en de beste en bestendige invulling daarvan.
– Reputatiemanagement van bedrijven ondersteunen.
– Legitimiteitsmanagement: Het opbouwen van een (digitaal) profiel dat strookt met het aanbod; cre?ren van een right to be there. Een zinvolle trias die hierin genoemd wordt is het why, how en what van bedrijfsvoering. ?Bij de loodgieter lekken de kranen? wordt niet (meer) geaccepteerd.

?Klein?. Het nieuwe ?groot?
Deze Quickscan geeft aan wat vanuit de overheden en het bedrijfsleven zelf wordt aangedragen als relevante ?issues? op het gebied van sociale media. Belangrijk is het hierbij op te merken dat deze issues heel praktisch van aard zijn en vanuit de huidige kennis zijn geformuleerd. Het valt in de contacten op dat organisaties slecht in staat zijn hun vragen van morgen te formuleren.
Het is daarom waardevol deze korte-termijn-issues te plaatsen in de grotere maatschappelijk context waarbinnen de organisaties zich bevinden. De wereld verandert. We ervaren nu dagelijks de effecten van de transitie van een hi?rarchisch georganiseerde industri?le samenleving naar een meer op informatie en kennis gebaseerde netwerksamenleving. Een samenleving waarin geldt: ?Klein. Het nieuwe groot?. ?Een tijd waarin iedereen bij kan dragen aan een andere economie. Groener. Menselijker. Innovatiever. Waar de kleine individuele of collectieve handeling van de burgers samen zorgen voor de grote, de echte verandering en waar deze niet van bovenaf komt.?

Het gebruik van sociale media door burgers en klanten is ??n van de tastbare voorbeelden van deze netwerksamenleving. In de praktijk van vandaag betekent dat dat je als organisatie op sociale media aanwezig moet zijn en de mensen daar te woord moet kunnen staan. Dit zijn de uitdagingen die nu breed worden ervaren en als issues zijn benoemd. In een breder strategisch kader betekent dit dat een organisatie op een wezenlijk andere manier in deze ?nieuwe? wereld moet gaan staan. Een wereld6 waarin ?waarde? door de samenwerking wordt gerealiseerd. Waar delen, horizontaal organiseren en transparantie de norm worden. En waar de rol van de burger en de klant verandert van ?accepteren en consumeren? naar actief participeren. Sommigen schetsen de transitie ook wel als een verschuiving van ?power to the few? naar ?power of the many?. In een dergelijke verschuivende macht hebben organisaties andere strategie?n en middelen nodig.

Seminar cocreatie in de opsporing (verslag en presentaties)

Het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde organiseerde op 11 september jongstleden het seminar ?Cocreatie in de opsporing.? Een druk bezochte bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de politiepraktijk, het politieonderwijs en ? inherent aan het thema ? burgemeesters, gemeenteraadsleden en vertegenwoordigers van andere partners in de veiligheidsketen. In de maandelijkse seminars van de Politieacademie delen lectoraten hun visie en onderzoeksresultaten met politiepraktijk en -onderwijs.?Conclusie van deze avond: cocreatie kan de politie veel brengen, maar vraagt ook veel. Kansen en risico?s, dilemma?s, opbrengsten, randvoorwaarden en succesvolle voorbeelden: het lectoraat zal een belangrijke bijdrage hebben door deze in kaart te brengen.?
?
Cocreatie is een van de speerpunten van het lectoraat, zo maakte lector Nicolien Kop al duidelijk in haar lectorale rede op 21 juni ?Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing.? Volgens Kop moet de politie van een incidentgerichte, reactieve werkwijze naar een meer pro-actieve, op problemen gerichte aanpak van criminaliteit. De samenwerking met burgers en veiligheidspartners en publiek-private samenwerking is daarin onontbeerlijk. Kop: ?Het is niet effectief om de politie alleen verantwoordelijk te stellen voor het opsporen van daders van gepleegde misdrijven. Willen we echt wat doen aan de veiligheid in Nederland dan moeten we meer inzetten op het voorkomen van misdrijven en zowel burgers, bestuur als bedrijfsleven daarbij betrekken.? Nicolien verwees daarbij naar enkele actuele voorbeelden uit de praktijk, onder meer in Rotterdam-Rijnmond (zie?www.helpmonikavinden.nl).
Vermaatschappelijking
Na de inleiding van Nicolien Kop was het woord aan Pieter Tops, portefeuillehouder kennis en onderzoek binnen het College van Bestuur van de Politieacademie. Hij sprak over ?vermaatschappelijking van de opsporing? als verbijzondering van de vijfentwintig jaar geleden ingezette vermaatschappelijking van de politie als geheel. Tops sprak in navolging van Kop van een onvermijdelijke ontwikkeling, maar wees ook op de ?geboortepijnen? die ermee gepaard gaan. In dat kader benadrukte hij het belang van wederkerigheid. ?Cocreatie is niet een kwestie van over de schutting gooien van taken. Het vraagt van de politie dat zij ook informatie deelt en terugkoppelt wat zij doet met informatie. Om vrijblijvendheid te voorkomen is het van het grootste belang om betrouwbaar te zijn als politie, om afspraken na te komen. Dat vraagt om het nadrukkelijk uitspreken van verwachtingen tussen de samenwerkende partijen.? De Politieacademie gaat onderzoek uitvoeren naar de invoering van de Nationale Politie. Dat onderzoek zal zich onder meer toespitsen rondom de robuuste basisteams en de rechercheteams. Tops deed hierbij een oproep aan de aanwezige recherchechefs om zich hiervoor aan te melden.
?
Cultuurverandering
Albert Meijer van?de Universiteit Utrecht, ging vervolgens dieper in op de kenmerken en het ontstaan van cocreatie en het gebruik??van nieuwe media voor cocreatie in de opsporing. Ook hij benadrukte dat het veel verder gaat dan het benutten van de burger als informatiebron. De relatie moet wederkerig zijn en de burger is nadrukkelijk bezig met het bedenken van creatieve idee?n. Volgens Meijer past het versterken van burgerparticipatie bij een ?strong democracy? en zijn er indicaties voor positieve opbrengsten voor de politie. Wel zijn er ook ongewenste effecten, maar dat is geen reden om het niet te doen. Volgens Meijer vraagt cocreatie wel om een cultuurverandering bij de politie.
?
Opbrengsten en randvoorwaarden
De volgende spreker, Martin van Bochove van het Centrum Versterking Opsporing, gaf aan dat in zijn optiek cocreatie onvermijdelijk is en derhalve niet om een??cultuurverandering bij de politie vraagt maar die cultuurverandering zelf zal brengen. Hij ging verder in op cocreatie als een van de drie hefbomen die een dreigende crisis in de opsporing moet bezweren. Naast cocreatie zijn dat netwerkend werken en directe aanpak & afhandeling. Arnout de Vries van TNO ging vervolgens in op?Burgeropsporing?online: van crowdsourcing naar online cocreatie. Met een pakkende presentatie wist hij de aanwezigen mee te nemen in de nabije toekomst waar de politie in haar netwerken effectief is als gelijkwaardige partner in het proces naar criminaliteitsbe?nvloeding. De avond werd afgesloten met een paneldiscussie tussen de sprekers en het publiek.?Een van de aanwezige burgemeesters zei de politie in de praktijk als een ?gesloten bastillon? te ervaren, met weinig oog voor de verantwoordelijkheid voor veiligheid van het openbaar bestuur. Een tweede aanwezige burgemeester had daar weer heel andere ervaringen mee. Beiden erkenden het belang van cocreatie voor de politie. Er lijkt nog een wereld te winnen.
?
De presentaties van Albert Meijer en Arnout de Vries vind je hieronder:
En de lectorale rede van Nicolien Kop:

Symposium sociale media in de crisisbeheersing 2012

Op dinsdag 14 februari 2012 verzamelden 45 professionals uit de crisisbeheersing zich in het Waterschapshuis te Amersfoort, om daar te discussieren over een nieuw fenomeen: het toenemende gebruik van sociale media (zoals Twitter) door burgers en media tijdens crises.

De initiatiefnemers, HKV LIJN IN WATER en TNO, organiseerden dit symposium om discussie op gang te brengen over de rol en betekenis van sociale media in de crisisbeheersing van waterschappen, veiligheidsregio?s en andere netwerkpartners.

Er waren interessante sprekers waaronder Steven de Smet, hoofdcommissaris Politie te Gent en daarom betrokken bij het onheil op Pukkelpop afgelopen jaar. Er is een uitgebreid verslag gemaakt van het symposium. Deze kunt u downloaden door op onderstaande afbeelding te klikken.

U kunt ook nog de livestream van het symposium bekijken met daarin de presentaties van de sprekers. De link is te vinden in het uitgebreide verslag of door hier te klikken.

SMSYM12_verslag