Tagarchief: tno

Anoniem internetmeldpunt

anoniemHet anonieme meldpunt op het internet, een alternatief voor Meld Misdaad Anoniem via de telefoon, is zo anoniem nog niet. Technisch is anonimiteit niet te waarborgen, zeggen onderzoekers.

De anonimiteit van melders van misdaden via een internetmeldpunt is niet te garanderen. Technisch moeilijk uitvoerbaar, organisatorisch een uitdaging en er zijn mogelijke schadelijke neveneffecten. Dat staat in?een onderzoek naar een dergelijke meldpunt?door Privacy & Identity lab in samenwerking met de Radboud Universiteit.

Bang voor misbruik data

“In een klimaat waarin politiebestanden op tamelijk intransparante wijze ook voor andere doeleinden dan opsporing worden ingezet, is het belangrijk om terughoudend te zijn met het voeden van dergelijke databanken met ongecontroleerde informatie. Dit pleit voor terughoudendheid bij het faciliteren van anonieme meldingen.”

De onderzoekers pleiten voor “een brede reflectie” op deze ontwikkelingen, “die zouden moeten leiden tot het opstellen van een proportionaliteitstoets voor anonieme meldpunten.”

Technisch en organisatorisch moeilijk

De quickscan is gedaan in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie om de haalbaarheid van een anoniem internetmeldpunt in kaart te brengen,?een wens van de VVD. Daarbij is gekeken naar de technische en organisatorische uitvoerbaarheid en het juridisch perspectief. Met name de eerste twee aspecten bieden obstakels.

Om het meldpunt technisch zo anoniem mogelijk in te richten en toch een dialoog tussen melder en steunpunt mogelijk te maken, denken de onderzoekers dat een app voor de smartphone of een webgebaseerde chat het beste is. Maar, zo zeggen ze, die kennen weer technische beperkingen. “Vanwege de complexiteit verwachten wij dat de kosten van het inrichten van zo’n meldpunt hoog zijn. Nader onderzoek naar die inrichting is gewenst.”

De onderzoekers hebben het kort over anonimiseringsinrichtingen, zoals Tor. “Echter, voor een normale gebruiker is het niet eenvoudig om Tor correct op te zetten en te gebruiken. Daarnaast is de aanwezigheid en het gebruik van Tor op zichzelf mogelijk verdacht.”

Beginnen met een pilot

De technische uitdagingen maakt het organisatorisch ook moeilijk. Daarnaast moet het kennisniveau van de medewerkers omhoog en hogere eisen worden gesteld aan het beheer. Regelmatig moeten audits worden gehouden om de anonimiteit van de melders te blijven garanderen. Vanwege de onzekerheid over het aantal meldingen dat gaat binnenkomen, adviseren de onderzoekers een gefaseerde invoering, te beginnen met een pilot en een nulmeting.

Bronnen: Webwereld, WODC

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.

Crisiscommunicatiegame: oefenen met nieuwe werkelijkheid van moderne tijd

Samen met T-Xchange, IFV en Crisisplan krijgt TNO co-financiering uit het HSD Development Fund voor het projectvoorstel ‘De CrisisCommunicatieGame’. De serious game en training zijn er op gericht om met ??n of twee trainers een complexe contexttraining te kunnen geven aan voorlichters, woordvoerders en communicatieadviseurs. Trainingen waar in de regel diverse partners en een regie-cel voor nodig zijn.

Bij een recent asbestincident in een grote gemeente in Nederland communiceerden zowel de gemeente als de betrokken woningcorporatie richting de bewoners. Zonder de boodschap met elkaar af te stemmen. Het gevolg: bewoners die niet wisten wat ze moesten doen. Dat leidde tot onnodige risico?s, onrust en woede bij de bewoners. Dat kan beter.

Wie communiceren er tijdens een crisis en wat wordt er gecommuniceerd? Een team van TNO-onderzoekers werd hierin bijgestaan door crisiscommunicatieadviseurs uit diverse betrokken publieke organisaties, zoals gemeenten, veiligheidsregio?s en waterschappen. Vervolgens is er gewerkt aan een serious game die kan worden ingezet om het trainen van het crisiscommunicatieproces in een complexe context te ondersteunen. Het resultaat was een papieren versie van De CrisisCommunicatieGame, waar alle partijen erg enthousiast over waren. Deze versie is nog niet geschikt om grote groepen te trainen. Binnen het huidige projectteam wordt de papieren versie omgebouwd tot een digitale game, die vanaf het web benaderbaar is. Bekijk onderstaande video waarin ook de nieuwe dynamiek van social media voor extra druk en verdere noodzaak tot onderlinge afstemming zorgt:

Crisiscommunicatie bij incidentbestrijding wordt steeds belangrijker. En complexer. Gedurende het communicatieproces tekent zich een netwerk af van partners met een communicatiebelang. Breng dat netwerk zo snel mogelijk in kaart en je kunt samenwerken, informatie uitwisselen en boodschappen afstemmen. Burgers krijgen dan sneller betere informatie en kunnen vervolgens adequater handelen.

d?_crisiscommunicatiegame_foto_tbv_magazine_nationale_veiligheid resize

De CrisisCommunicatieGame van The Hague Security Delta (HSD) richt zich met name op dit netwerkaspect van crisiscommunicatie. In dit project dat op 13 maart 2014 van start ging ontwikkelt een team van TNO, T-X change, Instituut Fysieke Veiligheid en Crisisplan een serious game voor de training van crisiscommunicatieadviseurs. In deze game leren ze hoe ze het betrokken netwerk snel in kaart kunnen brengen, informatie op kunnen halen en verspreiden en de boodschap kunnen afstemmen. D? CrisisCommunicatieGame maakt het mogelijk groepen vaker te trainen zonder grote responsecellen in te stellen. De randvoorwaarden, leerdoelen en in-game feedback worden samen met experts uit het veld opgesteld. De conceptgame en de training komen naar verwachting beschikbaar in april 2015.

Game

De CrisisCommunicatieGame is een leermiddel, een applied game of serious game. Ondanks dat er al een gedragen papieren versie ligt, komt er nog heel wat kijken bij de vertaling van de papieren versie naar een digitale versie. Wat dan? De ?In-game? feedback moet ontworpen worden (hoe je er tijdens het spelen achter komt hoe je het doet), de ?art-style? moet ontwikkeld worden, zodat de deelnemers zich kunnen herkennen in ?hoe het eruit ziet?.

Training

Het leermiddel dat we ontwikkelen wordt gebruikt binnen een training. Die training gaat natuurlijk optimal gebruik maken van ?D? CrisisCommunicatieGame?. Daar liggen dan weer didactische principes onder die vertaald moeten worden naar de training. Omdat wij gebruik maken van ?self-directed learning? is reflectie op het eigen handelen heel belangrijk. Als trainer heb je aanwijzingen nodig hoe je d? game daarbij kunt gebruiken.

Evaluatie

Tijdens de ontwikkeling van d? game en d? training zal op meerdere momenten ge?valueerd worden of middel en training ook echt aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. We hebben daarbij steeds met zeker twee doelgroepen te maken: zij die in de toekomst de training gaan volgen (deelnemers) en zij die de training in de toekomst gaan geven (trainers). Voor beiden moet d? game voldoende te bieden hebben, ?n meer.

Business model

Leuk om iets te maken dat nieuw is, een behoefte invult. Dat mag natuurlijk niet in de kast blijven liggen.?In dit deel van het project onderzoeken we hoe dit middel aan de man gebracht kan worden; d? training ?n d? game. Daar komen ook vragen bij kijken als ?Waar wordt d? game gehost??, ?wie verzorgt de helpdesk??, ?n natuurlijk ook of je een licentie moet kopen, of dat je toegang koopt via een ticket.

Lees ook het artikel in Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing (pagina 22):

Wil je op de hoogte blijven? Volg dan de site van de?CrisisCommunicatieGame.

Bronnen: TNO, HSD, CrisisCommunicatieGame, Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing

Big data kunnen bijdragen aan veiligheid

big data veiligheid

Auteur: Leo Mudde ? 18/04/2014,?ontleend aan?VNG Magazine 08, Special Informatieveiligheid, pag. 28 e.v.

Voor wie aan privacy is gehecht, zijn ze vooral bedreigend. Maar big data kunnen de trends in de samenleving ook voorspellen en haar daarmee een stukje veiliger maken. De vraag is ook hier weer: moet alles wat kan, ook kunnen?

Toen wetenschappers zeven jaar geleden met opzet een dijk lieten doorbreken, krabden velen zich achter de oren. Dijken, die moet je versterken, niet kapotmaken. Het druist in tegen alle opvattingen waarmee Nederlanders zijn grootgebracht. Maar die Groningse dijk was niet zomaar een dijk. Hij was volgestouwd met sensoren die, in de aanloop naar de breuk, allerlei data vastlegden. Inwendige verschuivingen, de verzadiging, de druk ? alles wat maar enigszins te maken zou kunnen hebben met de stabiliteit van de dijk werd, naarmate de druk op de dijk werd opgevoerd, gemonitord.

Schat aan gegevens
Het experiment leverde een schat aan gegevens op. Inmiddels bevinden zich, verspreid over het land, tien tot vijftien dijken waarin allerlei sensoren verborgen zijn die continu worden gemonitord. Zo kunnen waterschappen de kwaliteit van de dijken goed in de gaten houden en, indien nodig, groot onderhoud naar voren halen. Of uitstellen natuurlijk, als blijkt dat een dijk zich beter houdt dan was verwacht.
Het is een voorbeeld van het gebruik van ?big data? ? het combineren van allerlei data die door wie dan ook zijn verzameld en deze loslaten op specifieke vraagstukken, fysieke of sociale. Freek Bomhof van TNO deed onderzoek naar het gebruik van big data in relatie tot veiligheid. Hoe kan de overheid, bijvoorbeeld de gemeente, die enorme hoeveelheid informatie die haar ter beschikking staat, gebruiken om de veiligheid te vergroten?
Bomhof is, zegt hij zelf, een ingenieur die is verdwaald tussen de sociaalpsychologen. Vanuit diverse invalshoeken werkt hij aan onderzoek dat antwoorden moet bieden op de vraag: waar heeft de BV Nederland over drie, vier jaar behoefte aan? TNO slaat, zegt Bomhof, een brug tussen het academisch onderzoek en de praktische toepassingen. ?Big data zijn daar een goed voorbeeld van. Dat de informatie er is, weten we al lang. We zitten nu in het stadium dat we ze ook daadwerkelijk kunnen toepassen op gebieden die niet altijd even voor de hand liggen.?
Big data komen in beeld als we met de klassieke technologie iets niet kunnen oplossen, zegt Bomhof. ?Wanneer de gebruikelijke database uit z?n voegen is gebarsten, dan gaan we denken aan big data.?

Griep
Een fraai voorbeeld is Google Flu, de ?griepvoorspeller? van zoekmachine Google. Bomhof: ?Google beweerde dat zij kon voorspellen waar een griepepidemie zou uitbreken. Doordat mensen met een beginnende keelpijn, hoofdpijn of koorts al snel gaan googelen om meer te weten te komen over hun symptomen, v??r ze naar de dokter gaan. Google ontdekte een stevig verband tussen deze zoekopdrachten in een bepaald gebied en de griepuitbraken die een week tot tien dagen later door artsen werden gerapporteerd.? Google Flu lijkt echter aan het eigen succes ten onder te gaan, omdat er sinds het bekend worden van deze tool zoveel over het onderwerp wordt gegoogeld dat de data vervuild zijn geraakt en de voorspellende waarde teniet wordt gedaan.

Maar het is wel een mooi voorbeeld waarmee GGD?en hun voordeel kunnen doen. En daarvan schudt Bomhof nog meer uit zijn mouw. ?De politie Haaglanden had te maken met veel jeugdoverlast. Zij vroeg zich af of er een verband bestaat tussen de inrichting van het publieke domein en het ontstaan van overlast. Als big data kunnen voorspellen waar de kans op overlast groot is, dan kan daar preventief op worden ingespeeld. Veel beschikbare data, van de politie zelf maar ook van de gemeente zijn over elkaar heen gelegd en toen bleek de overlast zich vooral voor te concentreren op pleinen waar een viskraam staat. Nu is er geen verband tussen het eten van vis en het veroorzaken van overlast, maar bij viskramen blijken bijna altijd bankjes te staan, meer dan op pleintjes waar geen viskraam is ? en d??r komen jongeren op af. Dus pleinen met bankjes trekken jeugdoverlast aan. Het is best leuk als je dat soort correlaties vindt.?

De gemeente Utrecht liet onderzoek doen naar de inbraakgevoeligheid van wijken, maar wilde daar niet uitsluitend de politiestatistieken bij gebruiken. ?Zo is bijvoorbeeld gekeken naar de omgevingsverlichting, maar de correlatie tussen (het ontbreken van) verlichting en het aantal inbraken bleek niet zo sterk. Een probleem was dat we de helft van de data niet konden gebruiken. ?s Nachts wordt weinig gemonitord en inbrekers slaan vaak ?s nachts toe. Je moet dus wel kunnen beschikken over genoeg gegevens om uitspraken te kunnen doen. Omdat we het tijdstip van inbreken niet in de data hadden staan, zaten ook de inbraken die overdag gepleegd werden ertussen. Maar dan heeft straatverlichting natuurlijk geen invloed.?

Voorspellend politiewerk
Predictive policing heet dit, voorspellend politiewerk. In de Verenigde Staten gebeurt het in de grote steden al, Amsterdam is er ook mee begonnen. Feitelijk hetzelfde wat een bedrijf als Amazon doet: goed kijken naar de klant en precies uitvinden hoe die koopt, wat die koopt en waarom die koopt. Dit maakt het mogelijk toekomstig (koop)gedrag te voorspellen.
Het kan ook voorkomen dat bigdata-analyses in eerste instantie meer vragen oproepen dan antwoorden. Bomhof: ?Toen we een dijk monitorden, bleek dat er onverklaarbare schommelingen waren in de vochtigheidsgraad. Die schommelde altijd al, bij eb was de dijk droger dan bij vloed. Maar deze dijk bleek op een bepaald moment ook bij eb erg nat te zijn. Iedereen stond voor een raadsel, tot iemand de neerslaggegevens van de KNMI over de eigen informatie heen legde en toen bleek dat er juist op dat moment boven de dijk een wolkbreuk was geweest.?

Boerenverstand
Soms volstaat het gezonde boerenverstand en is inzet van big data helemaal niet nodig. ?Rotterdam wilde weten in welke omstandigheden ouderen langer thuis blijven wonen. Uit de analyse van de data bleek dat het te maken had met de aanwezigheid van winkels, de beschikbaarheid van openbaar vervoer en de vraag waar de eigen kinderen wonen. Dat konden beleidsmedewerkers zelf ook bedenken.?
Bij gebruik van big data dient zich onvermijdelijk vroeg of laat de privacyvraag aan. Bomhof: ?In veel APV?s is het vervoer van inbraakmateriaal verboden. Als ik politieman ben en ik zie jou met een koevoet op straat lopen, zal niemand het vreemd vinden als ik je even op de schouder tik en vraag wat je van plan bent te gaan doen. Maar als uit gegevens van winkelketens of banken blijkt dat jij bij Blokker een wekker hebt gekocht en bij het tuincentrum kunstmest, mag de politie dan concluderen dat jij van plan bent een bom te maken en is dat feit alleen voldoende om huiszoeking te doen? We mogen niet met een breekijzer over straat, maar mogen we wel de grondstof voor een bom kopen? De vraag is of alles wat technisch mogelijk is, ook maatschappelijk door de beugel kan.?

Digitale verstoring van de openbare orde

Op woensdagmiddag 16 april 2014 organiseerde TNO samen met het Nederlands Genootschap Burgemeesters (NGB) en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) een congres met als thema ?Digitale verstoring van de openbare orde?. Aanleiding voor deze bijeenkomst is een nieuw ontwikkeld scenario voor de Burgemeestersgame waarin digitale dilemma?s voor bestuurders centraal staan.

De Burgemeestersgame is een digitale serious game ontwikkeld door TNO, Thales/T-Xchange en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het IFV zorgt er sinds 2012 voor dat de game ingezet kan worden in de veiligheidsregio?s en dat trainers worden opgeleid. Inmiddels wordt de Burgemeestersgame in meer dan vijftien veiligheidsregio?s gebruikt.

Tijdens dit congres werd het nieuwe scenario toegelicht met behulp van een panel bestaande uit vertegenwoordigers van de politie en het Openbaar Ministerie, een communicatieadviseur en een veiligheidsambtenaar. Ook werd vanuit hun perspectief dieper op een aantal interessante thema?s ingegaan. Het nieuwe scenario is grotendeels gebaseerd op ervaringen met Project X en de Facebookrellen in Haren en het sluiten van scholen in Leiden na een dreigbericht. Echter, ook dilemma?s die speelden na de aanslagen op de marathon van Boston en online burgeropsporing zoals bij de kopschoppers van Eindhoven kwamen aan bod. Rob Bats, oud-burgemeester van Haren, en experts op dit gebied vanuit de politie, het Openbaar Ministerie en de Nuclear Security Summit (NSS) delen hierover ervaringen met u.

De bijeenkomst was gericht op professionals op het gebied van openbare orde en crisisbeheersing (burgemeesters, communicatieadviseurs en medewerkers crisisbeheersing, evenals aan hoofdofficieren en beleidsmedewerkers van het Openbaar Ministerie, strategische en operationele leidinggevenden en medewerkers vanuit de politiekolom).

1.?Presentatie Rob Bats (wnd. burgemeester Terschelling, voormalig burgemeester Haren)
Drie generaties waar het openbaar bestuur mee te maken heeft in tijden van digitale verstoring.
Inhoud presentatie: Het ontstaan van ?Haren?, de nasleep en de beelden die een gemeente en zijn bestuurders in de greep houden. Hoe social media en traditionele media de dag. (geen PowerPoint van beschikbaar)


2.?Presentatie Diederik Greive (Hoofdofficier van Justitie bij het OM)
Het Wilde Westen van de opsporing?
Inhoud presentatie: Hoe weegt het OM het opsporingsbelang ten opzichte van privacy inbreuken op burgers. Wat betekent burgerparticipatie voor deze afweging? Van burgerparticipatie naar politieparticipatie. Trends en ?1984? revisited.

3.?Presentatie Arnout de Vries (TNO)
Police cases: the good, the bad & the ugly
In deze presentatie wordt duidelijk wat het belang van goed monitoren is om vervolgens goed te kunnen communiceren, goed te kunnen vragen (vanuit handhaving, opsporing of crisisbeheersing) en samen te werken. Want als de antwoorden er al zijn vraag je ze niet, als je wilt samenwerken zoek je op waar dat al gebeurd en als je wilt zenden doe je dat niet zonder omgevingsbewustzijn. Ook komt in de presentatie aan de orde dat het palet van digitale interventiemiddelen nog heel beperkt is. Zowel bij de politie als andere instanties zijn er nog weinig equivalenten die worden ingezet bij handhaving, opsporing of hulpverleningsprocessen. De term digigeren als verzamelnaam wordt hierin toegelicht. Afgesloten wordt met 4 cases waar een rode lijn in zit, want de Vancouver rellen, de Londens rellen, Project X Haren en de Boston Marathon vertonen veel overeenkomsten in digitaal gedrag, zowel vanuit goede bedoelingen, slechte als lelijke: vaak (nog) niet strafbaar gedrag, maar op het randje.

4. Presentatie NCTV Ministerie van Veiligheid en Justitie
Early warning and social media
Inhoud presentatie: Wat doet de NCTV om snel en effectief potentieel maatschappelijke ontwrichting te monitoren via sociale media? Maken sociale media verschil in snellere en betere detectie? In juni 2013 is de NCTV een pilot gestart met het structureel monitoren van sociale media (vooral Twitter), met het oog op een snellere detectie van maatschappij-ontwrichtende incidenten, een betere duiding daarvan en een effectievere opvolging. Deze presentatie is een weergave van de resultaten van die pilot.

5.?Burgemeestersgame en presentatie met stellingen door Arnout de Vries en Wouter Jong
Introductie en real life spelen Burgemeesters game met real life panel (OM Diederik, Communicatie en V&J): Burgemeestersgame ?Digitale verstoring van de openbare orde?.?
Inhoud presentatie: In samenspraak met de zaal werden twee dilemma?s uit de burgemeestersgame besproken.

Filmpjes behorende bij de stellingen – Haren:

Filmpjes behorende bij de stellingen -?Leiden:

Bronnen: infopuntveiligheid, IFV, NGB.

SON-M: onderzoek naar online sociale be?nvloeding

ijsberg-gedragIn het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.

Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.

Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.

Online sociale be?nvloeding

Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.

Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.

SON-M: het onderzoek van TNO

TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:

  • Macro
    TNO maakt patronen inzichtelijk binnen de grote hoeveelheden online data, zoals verspreiding van informatie en omslagen in sentiment. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van datamining, social network analysis, agent-based modelling en visualisatie.
  • Micro
    Op het niveau van het individu worden drie belangrijke aspecten aan online sociale be?nvloeding onderscheiden: actorkenmerken (ontvanger of zender), boodschapkenmerken en kenmerken van het sociale netwerk. Via theorievorming (sociologie en psychologie) en data-analyse wordt inzicht verkregen in de wijze waarop deze aspecten van invloed zijn.
  • Reflectief
    TNO kijkt naar de impact die online sociale media hebben op de samenleving en naar de ethische kant van het bewust gebruik van online sociale be?nvloeding.

TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.

Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:

Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:

 

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

Bestuurlijke digitale dilemma’s en digitaal leiderschap

TNO heeft in 2012 de ontwikkeling van de ?Burgemeestersgame?, om serious gaming te benutten in het veiligheidsdomein, afgerond waaraan samen met Thales/T-Xchange,?en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht is gewerkt. Het NGB ondersteunt sinds 5 jaar burgemeesters bij crises. Op basis van deze ervaring heeft het NGB scenario?s geschreven, die gebruikt worden in de Burgemeestersgame, waarin de dilemma?s van een burgemeester in crisistijd worden nagebootst. Het belangrijkste doel van de game is burgemeesters (maar ook andere bestuurders) de mogelijkheid te bieden laagdrempelig te oefenen met bestuurlijke dilemma?s. Via een computer krijgen burgemeesters een dilemma voorgeschoteld dat zich tijdens incidenten en crises kan voordoen.

Bgame

In vijftien minuten moeten deelnemers individueel beslissingen nemen over acht dilemma?s. Net als in het echt kunnen de leden van het crisisteam worden gevraagd om advies. Deze leden zijn o.a. vertegenwoordigers van de politie, het OM, een veiligheidsambtenaar en een communicatie adviseur. Laverend door positieve en afwijzende adviezen zoekt de burgemeester zijn weg door het openbare orde incident of crisis.

AANLEIDING

Op verzoek van diverse bestuurders en ook vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft TNO besloten de game als middel te benutten om bij te dragen aan het verbeteren van de digitale leiderschapskwaliteiten die op bestuurlijk niveau gevraagd wordt. Halverwege 2013 is naar aanleiding van het onderzoeksrapport van Commissie Cohen naar het incident ?Project X Haren? onder andere ook een opleiding??Digitaal Leiderschap??(bron: Binnenlands Bestuur)? gestart door het aan de RUG gelieerde bedrijf AOG School of management met als kerndocent Jan van Dijk, hoogleraar communicatiewetenschappen en lid van de onderzoekscommissie Cohen. Er is in de pers veel commotie ontstaan over deze opleiding (onder andere de vorm en kosten). TNO heeft gemeend een aanvullende vorm aan te bieden voor bestuurders door een scenario te ontwikkelen voor de Burgemeestergame.

Door het spelen van het scenario wordt de deelnemer uitgedaagd zichzelf af te vragen wat hij/zij zou doen als dit dilemma werkelijk zou plaatsvinden. Hoewel het om een fictieve situatie gaat, dragen de game en de manier waarop het dilemma wordt voorgelegd bij aan het betrekken van de deelnemer in het scenario. Serious games worden ontwikkeld om deelnemers een ervaring te geven die (bijna) echt aan voelt. Anders dan na het horen van een presentatie of lezen van een document, spreek je na het spelen van de game over je eigen ervaring en wat er zich in je hoofd heeft afgespeeld toen je voor het dilemma werd gesteld. Omdat de dilemma?s re?el zijn, je kunt je goed voorstellen dat je zo?n dilemma op een dag echt op je bord krijgt, kun je wat je leert vertalen naar je dagelijkse praktijk. Het geeft je de gelegenheid zelf uit te vinden hoe jij denkt te handelen in zo?n situatie. Door de nabespreking aan de hand van de dilemma?s bespreek je niet alleen ?je eigen ervaring?, maar luister je ook naar ?ervaringen? van anderen. Omdat het relateert aan je eigen werkelijkheid, maak je dus gebruik van kennis die je al hebt, ervaring die je eerder hebt opgedaan ?en wordt je uitgedaagd om deze ervaring te ?toetsen in nieuwe situaties. Zo ontstaat de gelegenheid om ?iets? te leren van een game.

In de Burgemeestergame zitten sceanrio?s als ?een gezinsdrama, stroomstoring, terugkeer van een zedendelinquent, geruchtmakende moord en een neo-nazi bijeenkomst. Een scenario met dilemma?s die voortkomen uit een samensmelting van de online wereld en de offline wereld waarin de maatschappelijke veiligheid in het geding komt is ?echter nog niet ontwikkeld.

AANPAK

Er is in samenspraak met het NGB een scenario ontwikkeld dat dilemma?s voorlegt waarmee bestuurders te maken krijgen bij maatschappelijke onrust door misbruik van sociale media. Hoewel de toestanden in Haren natuurlijk meteen in gedachten springen, zijn er veel meer gebeurtenissen waaruit te putten is . Bij een ?dergelijk scenario moeten ?tot en met het bestuurlijke niveau vaak beslissingen gemaakt ?worden. Incidenten als de ?kopschoppers van Eindhoven? met dilemma?s ten aanzien van burgeropsporing via internet en het sluiten van de scholen in Leiden na een dreigbericht op 4Chan, zijn ook inspiratie geweest om een nieuw scenario samen te stellen.

Het scenario kan op aanvraag gespeeld worden door een groep van bestuurders die hierbij ?begeleid worden door een inhoudelijk deskundige die naast het stellen van de juiste vragen aan bestuurders ook meteen handelingsperspectief kan bieden.

KENNISOVERDRACHT VIA TRAIN- DE- TRAINER NAAR BESTUURDERS

Het Instituut ?Fysieke Veiligheid (IFV) heeft een train-de-trainer cursus ontwikkeld voor begeleiders samen met TNO en het NGB. Begeleiders leren hierin hoe ze Burgemeestersgame kunnen inzetten (voorbereiding, uitvoering, nabespreking) met het nieuwe scenario. Van de begeleiders wordt gevraagd dat zij kunnen omgaan met burgemeesters (vertrouwensrelatie), ervaring hebben met groepsdynamica en het geven van trainingen (cre?ren van een veilige leeromgeving en deelnemers laten reflecteren), kennis hebben over incidenten (en wat er in een dergelijk incident van een burgemeester verwacht wordt) en kennis hebben over de regio (regiospecifieke informatie).? Van hen wordt gevraagd deel te nemen in een community die zich richt op verdere competentieontwikkeling van bestuurders.

Via een ticketsysteem kan de game gespeeld worden. De ?ticketinkomsten worden gebruikt om de administratieve en technische kosten (onder meer helpdesk) te dekken. Vanaf 2014 komen er een ?aantal nieuwe scenario?s beschikbaar, waaronder het scenario ?digitale verstoring openbare orde? met ‘digitale dilemma’s’. De innovatieve aanpak wordt dus doorontwikkeld en de Burgemeestergame is nu een volwaardig operationeel middel dat al door vele bestuurders is gebruikt.

CONGRES

Op woensdagmiddag 16 april 2014 vindt bij het IFV een congres plaats met als thema ?digitale verstoring van de openbare orde?. Inhoudelijk zal op een aantal interessante thema?s worden ingegaan en het ?nieuw ontwikkelde scenario voor de Burgemeestergame worden toegelicht. Dit nieuwe scenario is grotendeels gebaseerd op ervaringen met ProjectX en de Facebookrellen in Haren, maar ook online ervaringen na de aanslagen op de marathon van Boston, internetpesten en online opsporing komen aan bod. Sprekers zoals Rob Bats, oud-burgemeester van Haren, delen ervaringen hierover met u. Binnenkort kunt u zich voor dit congres aanmelden op de website van het IFV. Meer informatie? Stuur een mail naar?Deborah Bakker

Bronnen:??Binnenlands Bestuur (16 augustus, 2013) ?13 Duizend Euro voor cursus ?Digitaal leiderschap?? ,??TNO (7 maart 2012),??Burgemeesters kunnen serieus aan de slag met gaming?,?NGB Burgemeestersgame:?acht dilemma?s in 15 minuten,?IFV (infopunt veiligheid), ?Train de trainerscursus Burgemeestersgame?,??COT ?Goed voorbereid op alle bestuurlijke rollen bij crisis?

Sociale Media helpen overheid en burger

Eind vorig jaar??stond een artikel?in TNO Time over social media in Nederland en waarom dat voor TNO een interessant onderzoekslandschap biedt. Eerder hebben we al bericht over het symposium waarin enige onderzoeken van TNO werden gepresenteerd waarin onderzocht wordt hoe online gedrag valt te voorspellen of te be?nvloeden.

?Burgers krijgen dankzij sociale media meer macht. Dat is een zekerheid.?

TNOTimesep13

Nederland loopt wereldwijd voorop in het gebruik van sociale media. En in het onderzoek naar sociale media. Als strategische partner adiviseert TNO uiteenlopende overheidsdiensten hoe ze sociale media kunnen inzetten voor opsporing, veiligheid en gedragsbe?nvloeding. En hoe de burgers hen daarbij kunnen helpen, want sociale media zijn tweerichtingsverkeer.

?In Nederland zijn we wakker geschud door de brand bij Moerdijk van januari 2011. In Belgi? ging de wekker een half jaar later af, bij het noodweer dat Pukkelpop trof. Het publiek publiceerde via Twitter foto?s, dat was handig voor de hulpdiensten. En bij Pukkelpop werd via Twitter het hulpaanbod van het publiek gekanaliseerd?, aldus ir. Arnout de Vries. Hij adviseert onder meer de politie en beschouwt sociale media, die een schat aan gegevens (kunnen) leveren, als het nieuwe DNA. Het is tevens de titel van zijn boek dat eind dit jaar verschijnt.
Daarnaast publiceert De Vries over sociale media en opsporing via het blog socialmediadna.nl. Daar zijn talloze praktijkvoorbeelden te lezen hoe de politie Facebook en Twitter strategisch kan inzetten; niet alleen als informatiebron voor opsporingsdoeleinden, maar ook om de burger actief te betrekken bij lopende zaken. Dat geldt tevens voor crisisbeheersing, zoals bij de Moerdijkbrand. De Vries: ?De politie is een informatie-organisatie, dus sociale media zouden in het DNA van elke agent moeten zitten.?
De Vries was ook betrokken bij het onderzoek naar de ?Facebookrellen? in Haren van vorig jaar september. Op YouTube is een digitale reconstructie van Project X te zien. Een belangrijk deel van zijn taak is het ?wakker schudden? van overheden: ?Bijna alle instanties zijn actief op Twitter, maar men weet niet goed wat het effect is. Hoe kan ik mijn doelgroep bereiken? Dat is belangrijker dan het hebben van veel volgers.?

Aandacht en duiding
In het gebruik van sociale media loopt Nederland wereldwijd voorop; burgers publiceren uit zichzelf veel informatie online. Internationaal is er nog weinig onderzoek gedaan naar de be?nvloeding van gedrag via sociale media. Daar houdt psycholoog prof. dr. Jan Maarten Schraagen zich mee bezig. ?Er is met betrekking tot digitale media geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan aandacht en duiding?, stelt hij. Schraagen onderzocht welke tweets kinderen elkaar stuurden bij het kijken naar de tv-talentenjacht Voice Kids; de inhoud van de berichten bleek minder relevant dan het netwerk van verbonden personen. Deze zomer voerde hij een onderzoek uit naar gedragsbe?nvloeding via sociale media. Een ander onderwerp van studie is community resilience ? de veerkracht van lokale gemeenschappen bij rampen. ?Burgers organiseren zichzelf en dat kan goed via sociale media. Ze worden weerbaarder tegenover bedreigingen van buitenaf.?

Onderbouwde keuzes maken
?Ik probeer internet veiliger te maken,? zegt innovatie-consultant dr. ir. Mark van Staalduinen. ?In samenwerking met verschillende overheden werken we aan nieuwe concepten voor een veiliger internet en slimmer gebruik van sociale media.? Hij houdt zich bezig met media mining, het zoeken naar essenti?le informatie in grote hoeveelheden data. ?Criminelen of terroristen zijn ook actief op internet. Zo zijn er anonieme marktplaatsen waar criminelen producten en diensten aanbieden; je kunt bijvoorbeeld een DDOS-aanval bestellen, maar ook de nieuwste virussen en malware. We detecteren nieuwe ontwikkelingen in een vroeg stadium, zodat de betrokken instanties daarop kunnen anticiperen.? Daarnaast beschouwt hij sociale media als een soort ad hoc cameranetwerk. ?We ontwikkelen een dienst om uit al dat beeldmateriaal de juiste foto te filteren.?
Van Staalduinen is tevens betrokken bij iRN (Internet Research Netwerk), een innovatief platform voor overheidsorganisaties die internet gebruiken voor onderzoek in het kader van toezicht, handhaving en opsporing. iRN heeft inmiddels ruim acht duizend gebruikers binnen overheidsinstanties. ?Op dat platform kan innovatie snel landen. We overzien de ontwikkelingen en kunnen onderbouwde keuzes maken. We verbinden technologie aan het werkveld.?

Essenti?le bron
Welke rol kunnen sociale media in de toekomst gaan spelen in relatie tot de veiligheid van de maatschappij? Van Staalduinen: ?Voor overheden wordt sociale media een essenti?le bron voor vroegtijdig signaleren van misstanden en incidenten, zowel in de digitale als de fysieke wereld.? De Vries voorziet dat politie en burgers dankzij sociale media meer gaan samenwerken. Volgens Schraagen krijgen burgers dankzij sociale media meer macht. ?Dat is een zekerheid.?

Sociale media en vaccinatie?

Jan Maarten Schraagen onderzocht hoe via sociale media twaalfjarige meisjes zijn te bewegen om zich te laten inenten tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Gemeten is de effectiviteit van verschillende communicatiestragie?n op sociale media, met als doel om het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) meer gericht te kunnen adviseren bij de inentingscampagne van voorjaar 2014.

Bron: TNO