Categoriearchief: Uncategorized

Politie traint voor misdaadbestrijding op het Dark Web

Samen met TNO heeft het INTERPOL Global Complex for Innovation (IGCI) een specialistische training ontwikkeld die inzicht geeft in criminele cyberactiviteiten. In de training leren de deelnemers om methoden en strategie?n die criminelen en criminele netwerken op het darknet gebruiken te identificeren.

Voor deze unieke training bouwde het Cyber Research Lab van INTERPOL een eigen darknet, compleet met cryptovaluta en gesimuleerde marktplaats. Deze gesimuleerde omgeving lijkt sterk op de ‘ondergrondse’ virtuele netwerken die criminelen gebruiken om onopgemerkt te blijven. Professor Pieter Hartel van TNO werd bij INTERPOL gedetacheerd om te helpen bij het opzetten van de training en het lab.

Samenwerking TNO en Interpol

Tijdens de vijfdaagse training (27-31 juli) namen de cursisten de rol op zich van verkoper, koper of administrator om zo de technische infrastructuur van de hidden services op een TOR-netwerk, de structuur van een illegale marktplaats en de werking van cryptovaluta’s beter te leren begrijpen. Onder de oefeningen waren ook live politieacties waarbij geprobeerd werd de gesimuleerde marktplaatsen uit te schakelen. “Wat ons betreft is dit niet alleen het begin van een intensieve en langdurige samenwerking tussen TNO en INTERPOL, maar ook met aangesloten politieorganisaties om samen kennis en middelen op te bouwen voor een veilige samenleving”, aldus Annemarie Zielstra, Directeur Cyber Security & Resilience bij TNO. De specialistische training van INTERPOL geeft agenten de kennis en hulpmiddelen die ze nodig hebben om ook in de virtuele wereld de strijd aan te gaan met criminelen. ?Deze unieke cursus onderstreept tevens de toegevoegde waarde van het Global Complex for Innovation van INTERPOL. Het helpt de lidstaten om deze nieuwe misdaaddreiging het hoofd te bieden?, aldus de heer Oberoi, directeur van de Cyber Innovation and Outreach unit van INTERPOL.

darknet_04082015_800

De door TNO en INTERPOL samen ontwikkelde cursus behandelde ook de penetratietest als methode om te bepalen of een marktplaats op een darknetinfrastructuur met succes kan worden aangevallen. 21 cursisten uit Australi?, Finland, Frankrijk, Ghana, Hong Kong, Indonesi?, Japan, Nederland, Singapore, Sri Lanka, Turkije en Zweden namen deel aan deze eerste training. Een tweede cursus staat gepland voor november in Brussel, waar ook een aparte training wordt gegeven voor hooggeplaatste opsporingsambtenaren om het bewustzijn over nieuwe dreigingen te vergroten in alle lagen van de politieorganisatie. Er zal ook een verkorte versie van de training worden ontwikkeld specifiek bedoeld voor management, beleidsmakers en anderen die de basis willen leren van het Darkweb.

Beluister het radio interview op BNR met Pim Takkenberg en Mark van Staalduinen. Of het item met prof. dr. Pieter Hartel:

http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20150810103305840

Bronnen: TNO, RTV Oost,?Engineers Online

Klopjacht op paardenbeul

paardenbeul

Ee tijd geleden?nog het Drentse Paterswolde, maar nu weer in het Limburgse Helden slaat de paardenbeul weer toe.?De politie is met een speciaal team al bijna twee?jaar op zoek naar degene die paarden verminkt. Een speciaal politieteam maakt jacht op de paardenbeul. ‘Dit gaat niet zomaar stoppen, dus we moeten de dader of daders zien te pakken’, zegt woordvoerder Paul Heidanus. Het team weet nog niet of er ??n dader is, of meerdere, omdat van Groningen tot Brabant paarden zijn getroffen. Daarom kunnen er ook copycats actief zijn. ‘We koppelen alle zaken, in de hoop deze serie-aanvallen te be?indigen.’

Psycholoog Marie-Jos? Enders vreest dat een arrestatie de enige wijze is om de reeks bij tachtig paarden te laten stoppen. ‘Dit gaat niet zomaar ophouden en je moet ook vrezen voor de veiligheid van de mensen in de omgeving van zo’n dader,’ zegt zij. ‘We weten wel dat dierenmishandeling nooit op zichzelf staat en er vaak een relatie is met andere vormen van geweld, zoals huiselijk geweld. Daders van schietpartijen op Amerikaanse scholen hadden meestal eerder dieren gemarteld.’

We beschreven eerder voorbeelden van dierenmishandeling?in het misdaad ABC waarbij social media werd ingezet tegen misstanden. Hond Argos, de ponypletter, het baasje dat zijn?hond in een tas in het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen dumpte , een?gedood geitje of het arme?katje dat in de magnetron werd gefilmd.

Aandacht voor een paardenbeul was er toen ook al, maar die aandacht is bepaald niet verslapt sinds dien. Nog altijd zijn er een of meerdere paardenmishandelaars actief. Toch?zit de politie met een dillema door?het oprichten van burgerwachten en verspreiding van foto’s van de mogelijke ‘paardenbeul’. Het gevaar voor eigenrichting lijkt groot.
Paardenliefhebbers bundelen de krachten in de strijd tegen de?paardenbeul?die een spoor van mishandelingen achter heeft gelaten. Een burgerwacht moet uitkomst bieden. ‘Ik vind niet dat een burgerwacht te ver gaat’, vertelt Henk ten Napel van Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren. ‘De politie kan moeilijk bij elk weiland iemand neerzetten om deze te bewaken.’

De mishandeling van al meer bijna 100?(!)?paarden in Groningen, Drenthe, Gelderland, Brabant en Noord-Holland doet de emoties hoog oplopen. Op sociale media circuleren inmiddels meerdere foto’s van personen die verantwoordelijk zouden zijn voor de mishandelingen.

De kans dat een foto geplaatst wordt van iemand die niets met de mishandelingen te maken heeft, is groot. Met alle gevolgen van dien. Het gebeurde vorige week al.?Op sociale media circuleerde een foto van iemand die werd omschreven als ‘de paardenbeul’. E?n van de mensen die de foto op Facebook plaatste komt uit Smilde. Een internetmedium zette de foto onlangs online.
,,De betreffende foto is gemaakt in Duisburg. En de man die er op staat heeft niets met de paardenmishandelingen te maken”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus.

De Facebook-pagina Stop de Paardenbeul telt meer dan 30.000 ‘likes’. Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren heeft een beloning van 10.000 euro uitgeloofd voor de gouden tip, die leidt tot de aanhouding van de ‘paardenbeul’. Particulieren hebben het bedrag met 3000 euro verhoogd.

Heidanus: ,,Dierenmishandeling roept altijd veel emoties op. Wij waarderen de betrokkenheid van mensen die met allerlei initiatieven komen enorm. Aan de ene kant hebben we de oplettende mensen ook nodig om ons te helpen de paardenmishandelaars op de sporen. Aan de andere kant kan het enthousiasme en de boosheid leiden tot eigenrichting”, schetst de politiewoordvoerder het dilemma.
De politie doet een oproep aan burgers die denken nuttige informatie te kunnen verstrekken over de paardenmishandelaar of -mishandelaars zich te melden.

Drone moet paardenbeul stoppen

Een landelijke burgerwacht moet de oplossing zijn om de paardenbeul, of paardenbeulen, te pakken. Hierbij zullen ook drones ingezet worden.?Dit plan is bedacht door de Enschede?r Henk ten Napel, de voorzitter van de stichting Zinloos geweld tegen dieren. Met de inzet van drones kan doelgericht in het buitengebied worden gesurveilleerd.



Bronnen:?Nu.nl, NOS (1,2), AD (1,2,3), Telegraaf,?Dagblad van het Noorden (za 6 sept 2014).

Twitter bij de tralies

cel

Foto: De luchtplaats, bron: cellencomplex.nl

Twitteren vanuit de cel. Zowel bajes klanten als bewakers maken er soms gebruik van. Vorig?weekend verschenen er op Twitter opeens live tweets vanuit een Nederlandse bajes. ‘Gedetineerde_W’, zoals het twitterprofiel heet, wil anoniem mensen vertellen wat hij meemaakt in de cel. RTL Nieuws sprak met hem via twitter:

  • Hoi @Gedetineerde_W, je besloot onlangs te gaan bloggen en tweeten vanuit de cel. Wat wil je daarmee bereiken??
  • W.: De mensen buiten denken dat de gevangenis een hotel is, dat doet pijn. Mensen moeten weten wat er allemaal fout gaat binnen de muren, maar dat gaat allemaal in de doofpot. Justitie snoert je de mond. Neem die man in Den Haag die overleden is: gelukkig wint social media het dan en komt de waarheid boven. Dat hoop ik ook hiermee aan het volk te laten zien.
    Daarnaast wil ik vertellen dat er in mijn zaak hele grote fouten zijn gemaakt en dat ik onschuldig ben. De rechter heeft geoordeeld, dat dien ik te respecteren. Maar mijn advocaat is druk bezig met herziening in mijn zaak.
  • Je schrijft op je blog dat je nu negen maanden in de gevangenis zit. Waarvoor zit je vast??
  • W.: Officieel ben ik veroordeeld voor flessentrekkerij, zoals ze dat noemen. Ik wist volgens justitie dat ik failliet zou gaan en kocht toch onderdelen in. Maar dat heb ik nooit met voorbedachten rade gedaan. Daar zal ik ook over bloggen.
  • Hoe lang moet je nog zitten??
  • W.: Als je puur kijkt naar mijn straf, moet ik nog tot november 2015. Echter, nu willen ze mij daarna nog tot 2016 vasthouden voor het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau), omdat ik nog 68.000 euro aan schadevergoeding moet betalen. Als ik dat bedrag nu al zou kunnen betalen, kan ik feitelijk meteen weg met een enkelband. Maar ik heb het geld niet, dus moet ik langer zitten. ?
  • Welke misstanden wil je aan de kaak stellen met je blog??
  • W.: Onder andere hoe afgrijselijk en onmenselijk het met de medische zorg is gesteld, niemand weet dat. Ik heb daar ook een blog over geschreven. Maar ook over wat er nu bijvoorbeeld naar buiten is gekomen over de misstanden in de gevangenis in Vught. Ik kan je vertellen: alles wat de media schrijft is helemaal waar. Het is er zelfs nog veel erger.
  • Zit je zelf ook vast in Vught??
  • W.: Ik heb in Vught gezeten. Maar omdat ik enigszins voorzichtig moet zijn om anoniem te blijven, kan ik mijn huidige verblijfplaats niet prijsgeven. Althans, nu nog niet. Wellicht in een later stadium.
  • Heb je veel reacties gehad op je blog en tweets??
  • W.: De reacties zijn vooral heel positief. Mensen zijn erg benieuwd en ze zien het plots met andere ogen. Het aantal volgers stijgt per minuut. Er zitten rechters, officieren van justitie etc. tussen. Ik hoop dat ze meelezen en eens goed gaan nadenken.

    Het #weekend Is gelukkig weer voorbij! In #detentie zijn dat de aller vervelendste#dagen. Los dat er niks gebeurd zit je veel achter deur

    ? *Gedetineerde W (@Gedetineerde_w) 19 juli 2015

  • Mag iedereen daar gewoon een telefoon of laptop in zijn cel gebruiken? En hebben jullie dan wifi in de cel??
  • W.: Nee zeker niet. Eigenlijk is het uit den boze, vandaar ook mijn voorzichtigheid en mijn anonimiteit. Ik maak onder andere gebruik van 4G.
  • Hoe heb je het dan voor elkaar gekregen, heb je de telefoon stiekem meegenomen??
  • W.: Hoe precies, dat kan ik niet zeggen. Vergelijk het met de ijzerzaagjes in Vught. Er zitten grote lekken binnen justitie. Hele grote. Maar alles wordt onder de radar gehouden. In Vught is er in maart dit jaar nog een overname geweest door de overheid: in de ochtend bleven alle deuren dicht en er kwamen meer dan 150 ME-achtige mannen de gevangenis in. Alles en iedereen werd nagekeken. Ze hebben vuurwapens, messen en heel veel drugs gevonden. Als je nooit met justitie in aanraking bent geweest is dat moeilijk te geloven, maar je bent niet veilig daar. Ik heb op afdelingen gezeten met mensen met levenslang en tbs. Die hebben niets te verliezen als ze doordraaien.
  • Je tweet ook foto’s van alledaagse dingen als de handdoeken en het eten.?
  • W.: Klopt, om te laten zien dat de kwaliteit van het eten niet normaal is. Ook het wasgoed, dat is zo ontzettend hard. Dat zijn voorbeelden van hoe het hier gesteld is. Maar met foto’s moet ik extra voorzichtig zijn en alle data goed verwijderen.

    Het #eten in #detentieschiet ernstig tekort. Iedere dag worden bijna alle bakken weggegooid. #justitiepic.twitter.com/ODmnZn5qPk

    ? *Gedetineerde W (@Gedetineerde_w) 18 juli 2015

  • Wat zijn de ergste momenten van de dag in de gevangenis??
  • W.: Het gemis van thuis. Je kind niet naar bed kunnen brengen, al doe ik dat nu wel eens via facetimen. En de saaiheid in een dag. Alles is hetzelfde. Een ander naar moment is als er bezoek is geweest: na elk bezoek moet je volledig uit de kleren. Het is een vernedering en dan staan ze gewoon te lachen.
  • Hoe ziet je cel eruit?
  • W.: Ik heb een eigen cel met alleen een bed, een klein bureau, een aluminium wasbak met koud water en een aluminium wc-pot zonder bril. Die pot staat open in de kamer.
  • Wat voor werk doe je daar?
  • W.: Ik zit een zaal aan een hoge tafel, waar we bijvoorbeeld verpakkingen voor winkels maken. We moeten iets in een zakje doen, dan karton erop nieten en ? let op ? de nietjes moeten met de opening naar beneden en mogen niet over de tekst op het kartonnetje heen vallen. Kleuterwerk! Maar als je weigert, dan ga je zo naar de isoleercel.
  • Dan is twitter en je blog zeker een goede uitlaatklep?
  • W.: Natuurlijk. Je voelt je machteloos. Ik wil graag een regeling treffen om mijn schuld te betalen, maar het mag niet. Gekker kan het toch niet worden.
  • Heb je online al lotgenoten ontmoet?
  • W.: Nee. Ik kreeg van een andere journalist al de twijfelachtige eer dat ik de eerste in Nederland ben die live uit zijn cel twittert en blogt.?
  • Hartelijk dank, succes met je blog en tweets.?

De man werd?vorige week gesnapt. Hij moet vandaag nog al zijn berichten verwijderen en zijn account wordt opgeheven.

Dat laat zijn advocaat S?bas Diekstra weten.?In een paar dagen tijd kreeg ‘Gedetineerde W’ bijna twaalfhonderd volgers op?Twitter. Hij schreef over ‘misstanden’ in zijn Amsterdamse gevangenis die een relatief licht gevangenisregime kent.

Enkele tweets van de inmiddels verwijderde account @Gedetineerde_W.

Professioneel gebruik

Professionals hebben ook getwitterd vanuit?het cellencomplex, zoals onderstaande voorbeelden uit een Groningse inrichting:

twitter_co

 

Op het blog van cellencomplex.nl valt de worsteling te?lezen met het gebruik van het nieuwe medium:

“Om nu iedere dienst te twitteren dat het druk of juist niet druk is, dat we een boef gaan insluiten en dat de zoveelste verwarde persoon gebracht wordt, dan is de lol er voor mij en voor de volgers er snel af. En nog regelmatig twijfel ik, stoppen of niet, heb alles al een keertje getwitterd.

Het was in die beginperiode nog echt zoeken naar de grenzen, wat mag je wel en wat mag je niet twitteren. Ben toen ook regelmatig teruggefloten, gaf niks, hoort allemaal bij het leerproces

Toen ik de eerste 100 volgers had, had ik zoiets van, poeh, dat had ik niet verwacht, moet ik ook nog serieus mijn best doen, ?t zijn wel honderd mensen die jou volgen.
Blijkbaar vindt men het interessant, want ik ga nu richting 2000 volgers.

Vorige maand mocht ik wederom uitleggen waarom ik vond dat het twitteraccount bestaansrecht had. Op landelijk niveau had men namelijk bedacht dat het de zogenaamde thematische accounts maar moesten stoppen, in het kader van de duidelijkheid.
Voor sommige van die accounts heeft Groningen bij het landelijke een verzoek ingediend om in dezelfde vorm door te mogen gaan. Ook voor het cellencomplex, echter niets meer van gehoord en ben dus zoals afgesproken op 15 april gestopt.

Een week later nog niet wijzer, een doorstart gemaakt op persoonlijke titel.
Wat de consequentie nu precies is weet ik niet helemaal, wat mag je op persoonlijke titel niet twitteren, wat je namens de politie wel mocht, ik weet het niet. Maar het heeft zeker voordelen, zo mag ik nu bijvoorbeeld een eigen mening hebben.
En kan ik dit weblog gaan vullen, wat de politie toen geen goed plan vond.

Tenslotte: de beloofde rondleiding gaat zeker door, alleen is nog niet bekend wanneer en op welke wijze ;)

Toch zijn er veel directies en medewerkers van?penitentiaire inrichting die denken dat het goed is als er meer (maar gecontroleerd) gebruik gemaakt wordt van social media. Benieuwd welke voorbeelden zullen volgen…

cropped-cellencomplex_10002

Update:?

Het?Ministerie Veiligheid en Justitie?heeft in 2017 een aantal medewerkers laten vloggen. Zo geven cipiers een modern kijkje achter de schermen bij gevangenissen:

Bronnen: CellenComplex.nl, RTL Nieuws, Frankwatching

Het Facebook profiel van een moordenaar

fb2

Onderzoekers van Birmingham City University hebben zes typen moordenaars onderscheiden die Facebook gebruikten om misdaden te plegen. Het is een van de eerste studies over wat?social media?zegt over crimineel gedrag en hoe het dit kan be?nvloeden.

Dr Elizabeth Yardley en Prof. David Wilson, van het centrum van toegepaste criminologie, analyseerden diverse moorden?waarbij Facebook was vermeld als een belangrijke factor. Ze vonden 48 moorden uit de hele wereld, waaronder die van Wayne Forrester, een vrachtwagen chauffeur die zijn vrouw?Emma in 2008 vermoorde na het lezen van de?Facebook-berichten van zijn vrouw. In de berichten beweerde ze dat ze was gescheiden en andere mensen wilde ontmoeten .

De wetenschappers?identificeerden 6 soorten moordenaars: de reactor, informant, antagonist, fantast, jager?en bedrieger.

1. De reactor ziet iets op Facebook, is woedend en reageert heftig, ‘vaak met dodelijk geweld’;

2. De informant gebruikt Facebook om anderen zijn of haar beoogde moordplannen te delen;

3. De antagonist houdt zich bezig met vijandige berichten die?op Facebook kunnen escaleren met vaak fatale gevolgen;

4. De fantast ziet slechts?een vage grens tussen realiteit en virtuele zaken?en het doden van iemand kan een leugen realiteit maken of juist voorkomen dat het waar wordt;

5. De jager?cre?ert en gebruikt?nep Facebook profielen om met het slachtoffer een echte ontmoeting te organiseren;

6. De bedrieger stuurt berichten?in naam van iemand anders en kan?het slachtoffer op deze manier?be?nvloeden of een uniek inkijkje krijgen in diens leven.

LaShanda Armstrong, een voorbeeld van een informant, vroeg om vergiffenis op haar Facebook-pagina na ruzie met haar partner toeb ze?de rivier de Hudson inreedt en zichzelf en haar drie kinderen ombracht. Ze had geplaatst: “Het spijt me iedereen, ik vraag om vergiffenis voor wat ik ga doen … Dit is?het!!!”

Yardley, hoofdonderzoeker, zei dat zij en haar collega wilden zien of moorden waarin Facebook en rol speelde anders waren dan andere moorden. Zij vonden dat dit over het algemeen niet het geval was – de slachtoffers kenden hun moordenaars in de meeste gevallen en de misdaden bevestigden?wat ze al wisten over deze vorm van criminaliteit. Maar verschillen waren er ook: de leeftijd van de slachtoffers en de daders was relatief laag; vrouwen waren oververtegenwoordigd als slachtoffer; er was een relatief groot aandeel van moord-zelfmoord; en degenen die betrokken waren?bij moorden konden niet allemaal worden omschreven als doorsnee mensen.

Yardley zei dat ze niet geloven dat social media verantwoordelijk gehouden kan worden voor de misdaden en in hun stuk geven ze blijk van een?afkeer van de term “Facebook-moord”.?”We concluderen dat de term ‘Facebook-moord’ niet zinvol is voor criminologen die onderzoek doen naar de?rol van social media?in hedendaagse moorden,” zeiden ze.?Yardley voegde eraan toe dat er niets inherent slechts is aan social media. “Facebook heeft niet de?schuld van deze moorden, net zo min als een mes verantwoordelijk is voor een steekpartij. We moeten ons veel meer verdiepen in de intenties die mensen met deze middelen hebben. ”

 

Bronnen: The Guardian

CityPulse: Het misdrijf is al ontdekt voor het gepleegd is

eindhoven

Er ontstaat een complete industrie rond technologie die met camera’s, sensoren, big data en emotieherkenning misdaad voorspelt. Maar dat gaat ook wel eens mis en er is juridisch veel onduidelijk. ,,Je ziet partijen de grens opzoeken.”

“Het is net Minority Report”, vinden de bandleden van The Hilbilly Moonshiners. Toen de muzikanten het drukke uitgaansgebied Stratumseind in Eindhoven op kwamen lopen, kregen ze zonder het te weten een visuele tag toegewezen door een slimme camera op het centrale Catharinaplein. Nu zitten ze op een terras van het caf? waar ze straks gaan optreden, en de camera’s houden ieder van hen nog steeds in de gaten.

In het ‘Living Lab Stratumseind‘, waar het Franse IT-bedrijf Atos technologie test die criminaliteit en opstootjes kan voorspellen voordat ze plaatsvinden. Wat inderdaad klinkt als het scenario van sciencefictionfilm Minority Report, waarin de politie moorden voorkomt doordat zij ze ziet aankomen.

De gemeente Eindhoven is blij met de komst van Atos (in 2014 11 miljard euro omzet, 93.000 werknemers in 72 landen) omdat het bedrijven en onderzoeksinstellingen de mogelijkheid wil bieden om nieuwe technologie te testen in echte straten en op echte mensen. Ook het Dutch Institute of Safety & Security (DITSS) en chipfabrikant Intel zijn bij het project aangesloten. Zij ontwikkelen een systeem – CityPulse genaamd – dat op elk moment van de dag weet hoeveel mensen op het Stratumseind rondlopen (meer dan 5.000 op een drukke avond), voor welk caf? de meeste mensen staan, waar individuen zich bevinden, hoe snel ze bewegen en wie een verdacht looppatroon volgt.

CityPulse is geprogrammeerd om afwijkend gedrag eruit te pikken. Iemand die in zijn eentje rondjes door de straat loopt zou weleens een zakkenroller kunnen zijn. Beginnen mensen zomaar te rennen, dan gaat er een lampje branden omdat de software dat gedrag associeert met een opstootje. Een ander programma analyseert berichten en de stemming op social media: soms kondigen relschoppers hun komst al aan op Facebook of Twitter.

Ondertussen analyseren microfoons het geluid op straat. Als dat in een straathoek aanzwelt tot een abnormaal hoog niveau, voorspelt het systeem dat er een vechtpartij in de maak is. De palen die boven het Stratumseind uittorenen zien er indrukwekkend uit: die zitten vol met sensoren, camera’s en andere meettechnologie. Het project voldoet volgens Atos aan strenge privacynormen; de camera’s registreren bijvoorbeeld geen gezichten.

De slimme camera’s vervangen de agent achter de monitor in het controlecentrum niet – die schat nog steeds in of bij een situatie echt ingegrepen moet worden. CityPulse is eerder een soort supercollega die met eindeloos veel ogen elke bezoeker in de straat observeert. Na een succesvolle proef in Eindhoven hoopt Atos het systeem aan steden over de hele wereld te kunnen verkopen.

Atos is niet het enige bedrijf dat zich bezighoudt met predictive policing, de verzamelnaam voor technologie die misdaad voorspelt. TNO test op Schiphol camera’s die kwade intenties van personen moeten opmerken. Die registreren afwijkend gedrag zoals mensen die opvallend lang op de wc blijven, of rondhangen op verdachte plekken. Het Japanse NEC levert al camerasystemen die op basis van gezichts- en emotieherkenning een seintje geven als er onrust dreigt te ontstaan.

Ook allerlei jongere Amerikaanse techbedrijven duiken op het voorspellen van misdaad. Palantir bijvoorbeeld, geeft geen omzetcijfers, maar investeerders verwachten er bijzonder veel van: het is inmiddels 18 miljard euro waard. Het is ontstaan uit een project van de geheime dienst CIA. Palantirs geavanceerde zoekmachine kan gebruikt worden om verdachte patronen te herkennen in uiteenlopende bronnen als betaalgegevens, vluchtdata en camerabeelden.

Het is onduidelijk wat er in Nederland precies gebeurt op het gebied van misdaadvoorspelling. De politie wil daarover geen duidelijkheid geven. ,,Dat zou te veel prijsgeven over onze tactiek bij politiewerk. Dat zou door kwaadwillenden verkeerd gebruikt kunnen worden”, zegt een woordvoerder van de Nationale Politie. Maar wie kijkt naar het aanbod van technologiebedrijven, kan toch een aardig beeld krijgen van wat er wordt gebruikt.

IBM is een van die spelers. Dat bedrijf probeert uit grote hoeveelheden digitale data patronen te halen die misdaad voorspellen. Met behulp van die patronen kunnen agenten volgens IBM betere beslissingen nemen over waar ze bijvoorbeeld patrouilleren. Het levert die diensten onder meer aan een aantal Amerikaanse politiekorpsen en de Spaanse Guardia Civil. Het bedrijf geeft aan dat het wel predictive policing-diensten verkoopt in Nederland, maar mag vanwege geheimhoudingsovereenkomsten niet vertellen met welke korpsen het precies samenwerkt.

IBM combineert digitale gegevens met informatie die in het verleden gerelateerd bleek te zijn aan criminaliteit. Dat kan het weer zijn (bij mooi weer zijn meer mensen buiten en is er vaak meer gedoe), of andere omstandigheden. ,,De dag waarop veel salarissen worden uitbetaald hebben mensen meer geld op zak en dat kan een indicator zijn voor grotere kans op straatroof”, zegt Jaap Vink, die bij IBM politiekorpsen adviseert.

Die informatie kan IBM vervolgens ook koppelen aan notities over verdachte groepjes jongeren van wijkagenten, informatie uit camera’s en nog veel meer. ,,Technologie kan veel meer factoren meenemen, beter patronen ontdekken en veel consistenter oordelen dan mensen”, zegt Vink.

IBM gebruikt voor zijn analyses ook berichten op sociale media. ,,Je kunt sentiment meten van berichten die rondom een bepaald evenement worden verstuurd. En je kunt berichten van individuen analyseren; van mensen die vaker bij criminaliteit betrokken zijn geweest.”
Priv?-informatie

De controle ligt gevoelig. Als mensen berichten alleen beschikbaar maken voor vrienden en kennissen, dan geldt dat als priv?-informatie, ook al is die misschien wel makkelijk online te achterhalen. Daar mag de politie alleen in rondneuzen bij een gerede verdenking, en alleen na toestemming van een officier van justitie.

,,Wij houden ons natuurlijk aan de wet. Maar het is nog niet helemaal duidelijk wat wel en niet mag”, zegt Vink. ,,Het is vaak de vraag hoe ver je kunt gaan voordat je de privacy van mensen raakt. Je ziet wel eens dat partijen daarin de grens opzoeken. Zo van: dan moet er maar een rechtszaak over komen. Maar het blijven morele beslissingen. En er is nog geen computer uitgevonden die d??rbij kan helpen.”

Ook het gebruik van gezichtsherkenningssoftware bevindt zich in een grijs gebied. Vorige maand presenteerde de Haagse denktank Rathenau Instituut een rapport waaruit blijkt dat er veel onduidelijk is over wat er mag met automatische gezichtsherkenning. Mag je herkende gezichten opslaan als je er geen naam aan koppelt? Op dat soort vragen is volgens de onderzoekers geen helder antwoord.

Privacyorganisaties wijzen al langer op de bezwaren die geautomatiseerde surveillance oproept. Wat voor samenleving cre?er je als burgers niet langer onbespied over straat kunnen?

En dan is er nog het probleem dat de software er weleens naast zit. Afgelopen april bleek hoe dat kan misgaan. Een Nederlandse vrouw werd op een snelweg bij Rotterdam klemgereden door de politie. ‘Het systeem’ had haar aangewezen als drugsrunner – onterecht. ,,Ze had net een tweedehands auto gekocht die daarvoor van een drugsrunner was geweest”, zei Rutger Rienks van de politie destijds in deze krant. ,,Ze was vanuit Maastricht naar Rotterdam gereden en vervolgens al snel weer terug naar Maastricht. Net als een bende drugsrunners vaak deed. De combinatie van kenteken en reispatroon zorgde ervoor dat een systeem van kentekencamera’s haar als drugsrunner aanwees.”

Ook op het Stratumseind in Eindhoven ging het wel eens mis: daar werd een paar maanden geleden bij de opening van een nieuw caf? een ingestudeerde dans gedaan, vertelt Albert Seubers, hoofd Smart Cities bij Atos. Twee groepen stelden zich tegenover elkaar op en bewogen in elkaars richting – wat door de slimme camera’s werd geregistreerd als het begin van een vechtpartij. ,,De politie kwam met toeters en bellen aangereden. Maar dat was in de aanloopfase van het CityPulse-project. Inmiddels zou het systeem na een gedegen geluids- en social media-analyse de situatie niet zo snel bedreigend vinden.”

Toch is niet uit te sluiten dat CityPulse onschuldige burgers als verdachte aanmerkt, erkent Seubers. Als iemand in zijn eentje rondjes loopt om zijn vrienden te zoeken, kan de politie een seintje krijgen omdat de software denkt dat hij een zakkenroller is. Seubers: ,,Je moet het niet in extremen trekken. Wat ons project doet verschilt niet erg van een oplettende kroegbaas die de politie waarschuwt omdat hij een verdachte situatie ziet.”

Ter nuance van de Minority Report-vergelijking: het gaat bij dit systeem niet om het preventief opsluiten van potenti?le moordenaars, zoals in die film gebeurt, maar vooral over het voorkomen van onrust. Zanger Maarten Bouwman van de Hillbilly Moonshiners heeft weinig moeite met het intelligente cameratoezicht. Net als veel andere bezoekers van het Stratumseind vindt hij het juist geruststellend dat de politie dankzij het systeem kan ingrijpen voordat een situatie uit de hand loopt. Dat laatste gebeurt regelmatig in de uitgaansstraat, zegt Bouwman. ,,Vooral op zaterdagavond is het hier vaak raak.”

Bedrijven en overheden verwachten veel van predictive policing, toch is het vaak moeilijk te bewijzen of de techniek werkt. ,,We kunnen helaas niet met zekerheid zeggen dat het Stratumseind in de pilotperiode veiliger is geworden”, zegt Seubers. ,,We weten dat de techniek werkt en dat we incidenten seconden van tevoren kunnen identificeren. Maar we hebben meer tijd nodig om te kunnen aantonen dat het aantal incidenten is afgenomen, en dat die afname komt door ons systeem.” Atos wil niet zeggen hoe vaak de politie is uitgerukt na een melding van het systeem of hoe vaak het vals alarm was. Ook de politie Eindhoven zwijgt daarover.

Zonder specifieke resultaten te hoeven laten zien werd de samenwerking met Atos vorige maand met drie jaar verlengd. Wethouder Bianca van Kaathoven, bij de gemeente verantwoordelijk voor ‘Stratumseind 2.0’: ,,Wij zijn ook benieuwd naar tastbare resultaten. Maar waar het ons vooral om gaat is dat we Eindhoven openstellen als laboratorium voor innovatieve bedrijven.”

De gemeente hoeft niet mee te betalen aan het moderne surveillancesysteem. In ruil voor de mogelijkheid om het systeem in een echte straat met echte opstootjes te testen, nemen de betrokken bedrijven de financiering op zich. Tegelijk gebruiken ze het project om hun technologie in de etalage te zetten. Delegaties uit uiteenlopende plaatsen als Lee County (Florida), Boekarest en Singapore zijn al in het Eindhovense commandocentrum komen kijken.

Bronnen: NRC (22 aug 2015), ATOS, DITTS

Drugs Online BV

drugs online

?Vergeet de overlast veroorzakende dealer op de hoek?, de handel in drugs is verplaatst naar internet. Onderzoeksjournalist Mick van Wely schrijft in Dagblad van het Noorden over de ?Drugs Online BV??waar je ?vanuit je luie stoel steengoede drugs en wapens? koopt. Van Wely schrijft naar aanleiding van de zaak tegen ?sinterklaas? uit Emmen, oftewel Theo van G. (63) die met enkele compagnons vanaf 2009 via internet in xtc handelde. De pillen werden verstuurd in dvd?s met hoesjes van kerkmuziek, die in Duitsland werden verstuurd; naar adressen over de gehele wereld. Theo en zijn bendeleden zijn november 2012 de eerste Nederlanders die worden opgepakt op verdenking van drugsverkoop via de ondergrondse website Silk Road. Dat was geheel nieuw, zegt woordvoerster Manon Hoiting van het OM. ?We vonden een usb-stick bij de doorzoeking van de woning van ??n van de verdachten. Daar stonden bitcoins op? en daar hadden toen nog maar weinigen bij het OM van gehoord. Het oprollen van Silk Road heeft weinig opgeleverd. Van G. is uiteindelijk veroordeeld tot dertig maanden, waar het OM acht jaar had ge?ist.

De online drugshanden heeft veel voordelen,?schrijft?Van Wely verder. De koper blijft anoniem, hoeft niet met louche types op straat te onderhandelen en kan in recensies lezen hoe goed het spul is. ?Zou alle drugshandel online gaan, dan zou het fenomeen drugsoverlast in woonwijken voor een groot deel verleden tijd zijn?, veronderstelt Van Wely. Volgens woordvoerder Wim de Bruin van het landelijk parket heeft online drugshandel ?zeker onze prioriteit?. Handel in drugs is strafbaar, online of niet. Maar online kost het meer tijd en capaciteit. Van Wely schrijft ook over ict-specialist ?Maikel? S. (21, uit Woerden) die onder het alias Super Trips rijk werd met online drugshandel via tor-netwerken. Als hij per ongeluk een keer niet op tor werkt, loopt hij tegen de lamp. De FBI blijkt hem al maanden te volgen. Hij wordt opgepakt op het vliegveld van Miami waar hij zijn netbestelde Lamborghini wil ophalen. Volgens berekeningen van de FBI verdiende S. in een anderhalf jaar tijd ongeveer vijf miljoen euro. Er wordt veertig jaar celstraf tegen S. ge?ist maar hij bekent en krijgt nu waarschijnlijk vijftien jaar. De FBI riep na de arrestatie van S. dat de online drugshandel gestopt was, maar niets is minder waar. Nieuwe websites schieten als paddenstoelen uit de grond, aldus het artikel: Silk Road 2 (15 duizend drugstransacties sinds de lancering), Evolution, Agora, Pandora, Blue Sky, Cloud Nine, Tor Bazaar, Cannabis Garden en Alcapa ? allemaal sites die beter beveiligd zijn en hun eigen specialiteiten hebben. En uit het Global Drugs Survey bleek begin 2014 dat 22% van de drugsgebruikers al eens online drugs kocht. De helft daarvan deed dat voor het eerst na het oprollen van Silk Road, wat Van Wely doet concluderen dat de ?Drugs Online BV? springlevend is.

Alles wat je digitaal doet, laat sporen na. En dus zijn drugsdealers die op online marktplaatsen actief zijn, soms simpel?op te sporen?aan de hand van de zogeheten exif-data in de foto?s van hun handelswaar. Deze?Exchangeable image file format data?bevat behalve datum en tijd van de foto en gegevens over de camera, vaak ook de naam van de eigenaar ?n gps-gegevens. ?Veel leveranciers hadden de Exif-data nog steeds in hun foto?s staan?,?schrijft?een gebruiker op Reddit.

Bronnen: CopsInCyberspace, DvhN, Security.nl, Reddit

Weet wat je tweet

Het gebruik van Twitter door de wijkagent en het vertrouwen in?de politie

Door: Dick Roodenburg & Hans Boutellier

Organisaties en sociale media hebben elkaar de afgelopen jaren steeds beter?gevonden. De politie is, zeker als overheidsorganisatie, een voorloper in het gebruik?van sociale media. Hoe een sociaal medium als Twitter zijn werk doet in het dagelijks?werk van de wijkagent is al redelijk goed in beeld gebracht. Onderzoek heeft?uitgewezen dat het gebruik van Twitter een positieve invloed heeft op het?vertrouwen van de burger in de politie. Maar welke factoren zijn bepalend voor dit?vertrouwen en op welke wijze kan het gebruik van Twitter het vertrouwen versterken??Dit artikel onderzoekt de aard van het tweetverkeer van wijkagenten en laat?zien op welke wijze tweets kunnen bijdragen aan de verbetering van de vertrouwensrelatie?tussen burger en politie.

1 Inleiding
Als het gaat om het vertrouwen van burgers in de politie, dan is het belangrijk dat?de politie een nabije en herkenbare rol speelt op wijkniveau (Van Caem 2011).
Vertrouwen wordt in de regel niet in korte tijd door een wijkagent verdiend en als?het vertrouwen eenmaal is gewonnen, dient het zorgvuldig te worden onderhouden.?Bij groepen die op voorhand weinig vertrouwen hebben in de politie, kan vertrouwen?toenemen door de persoonlijke bekendheid van de wijkagent (Beunders,?Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011, 131). Bij de komst van de Nationale Politie?en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting is benadrukt dat veiligheidszorg?lokaal verankerd moet zijn. Belangrijk kenmerk daarvan is de bepaling dat er ten?minste ??n wijkagent op 5000 inwoners moet zijn (Inrichtingsplan Nationale?Politie 2012, 14). Het (opbouwen van) vertrouwen op operationeel niveau bij de?wijkagent is en blijft dus een essentieel onderdeel in de organisatie.

Het toenemende gebruik van sociale media zal invloed hebben op de relatie tussen?politie en burger. Het gegeven dat de politie door de sociale media dichter bij?de mensen staat, kan positieve maar ook negatieve gevolgen hebben. De invloed?van sociale media op het imago van de politie moet niet worden onderschat. Het?werk van de politie wordt steeds zichtbaarder. Een politieagent is op elk moment?van de dag het visitekaartje van de organisatie. De politie moet zich hier terdege?bewust van zijn. Hoe een politiefunctionaris overkomt op de burger, ook via de?sociale media, is direct van invloed op de waardering en het respect van de burger?voor de politie (Boutellier, Van Steden, Bakker, Mein & Roeleveld 2011, 62-63).

Gezien het feit dat de politie bewust en nadrukkelijk gebruikmaakt van sociale?media, is het van belang om te weten welke invloed deze media hebben op de vertrouwensrelatie?tussen de burger en de politie. Onderhavig onderzoek is een?exploratief onderzoek dat gericht is op ??n vorm van sociale media die al in
behoorlijke mate is ingeburgerd, namelijk Twitter, meer specifiek het gebruik van?Twitter door de wijkagent. Hierin staat de volgende probleemstelling centraal:
hoe kan het gebruik van Twitter door de wijkagent een bijdrage leveren aan het?vertrouwen van de burger in de politie?

In dit artikel defini?ren we allereerst het vertrouwen van de burger in de politie.?Welke determinanten van vertrouwen worden in de literatuur in het algemeen
onderscheiden? Aansluitend komen aan de orde wat in de literatuur bekend is?over de rol en het gebruik van Twitter door de wijkagent en wat bekend is over
het verband tussen het gebruik van Twitter en het vertrouwen dat de burger heeft?in de politie (de wijkagent). Vervolgens beschrijven we (de resultaten van) het
empirisch onderzoek en doen we enkele aanbevelingen.

2 Vertrouwen in de politie
Het vertrouwen in de individuele politiefunctionaris (sociaal vertrouwen) en het?vertrouwen in de politieorganisatie (institutioneel vertrouwen) kunnen niet los
van elkaar worden gezien (Weijers & Hertogh 2007, 34-35). Ook kan vertrouwen?door gezagsvolle handhaving (Van Dijk 2007, 9) niet los worden gezien van legitiem?optreden en eerlijk, onpartijdig en rechtvaardig handelen. Uit met name?Amerikaans en Engels onderzoek is gebleken dat vertrouwen zelfs niet primair
bepaald wordt door hoe effectief de politie optreedt (performance-based justice).?Acceptatie en vertrouwen lijken met name te maken te hebben met de wijze van
optreden en de bejegening van de burger (procedural justice). De beoordeling van?de politie en de rechtbank zijn volgens Tyler en Huo (2002) niet hoofdzakelijk
gekoppeld aan performance-based judgments zoals kosten en de snelheid van de?procesgang, maar aan de wijze waarop men door hen behandeld is.

De aanpak van criminaliteit (effectiviteit) is weliswaar van invloed op vertrouwen,?maar lang niet zo sterk als men zou veronderstellen. Dit geldt ook voor
degenen die persoonlijke ervaring met de politie hebben. In het geval van een?grote controle waarin de politie op zoek is naar wapens accepteren mensen de
aanhouding en het doorzoeken van hun auto indien de politie professioneel?optreedt en uitlegt waarom de controle wordt uitgevoerd, zich excuseert voor het
oponthoud en dergelijke (Tyler & Huo 2002; Sunshine & Tyler 2003). Met andere?woorden, de wijze waarop men behandeld is door de politie doet er voor burgers?meer toe dan het objectieve resultaat (Hough, Jackson, Bradford, Myhill &?Quinton 2010, 205).

In de literatuur komen veel omschrijvingen van vertrouwen voor die elkaar in?zekere zin benaderen en/of overlappen. De variatie laat tegelijkertijd het complexe
en moeilijk grijpbare van vertrouwen zien. Men noemt bijvoorbeeld?betrouwbaarheid, eerlijkheid en gelijkwaardigheid (Flight, Van den Andel &?Hulshof 2006, 38) of gebruikt termen als voorspelbaar, open, integer en?functioneel handelen (Van der Vijver 2006, 122). Het vertrouwen van de burger?in de politie, ?politieel vertrouwen?, lijkt volgens Van Dijk (2007, 10) in de kern?om ??n ding te gaan: de verwachting dat de politie er voor je zal zijn bij zaken die?er echt toe doen. Het gaat er dan vooral om dat het korps de juiste prioriteiten?stelt en deze aanpakt. Ook moet de politie beschikbaar zijn op momenten waarop?de burger haar hard nodig heeft (zie ook Ringeling & Sluis 2011, 36-37). De?jaarlijkse Veiligheidsmonitor hanteert in zijn vragenlijst de hoofdelementen??tevredenheid over laatste contact met de politie? en ?het functioneren van de politie?in de buurt en in het algemeen?. Hierin komen ook begrippen als ?bescherming?bieden?, ?aanspreekbaarheid?, ?weten wat ze doen? en ?rekening houden met de?wensen van de samenleving? naar voren.

Jackson en Bradford (2010) benaderen de kwestie van vertrouwen breder. Zij?gebruiken het besproken principe van procedural justice van Tyler in hun onderzoek?naar vertrouwen in de Londense politie en maken onderscheid tussen confidence?in policing en trust in the police. Het eerste geldt als een paraplubegrip en?betreft het algehele vertrouwen in het politiewerk: ?doing a good job?. Over het?algemeen wordt dit in de ogen van beleidsmakers en politici vrij eendimensionaal?ge?nterpreteerd: het aanpakken van criminaliteit, overlast en ordeproblemen.

De mate van confidence wordt volgens hen echter bepaald door het bredere begrip?trust in the police. Deze trust gaat er ook om dat de politie de behoeften van de?samenleving (de lokale gemeenschap) kent, dat zij de burgers eerlijk en respectvol?behandelt, dat ze de burgers informatie geeft en mensen de gelegenheid biedt om?hun lokale problemen kenbaar te maken.?Op basis hiervan onderzochten Jackson en Bradford het verband tussen het algehele?vertrouwen (overall confidence) en de drie dimensies van trust. De eerste?dimensie is de effectiviteit van het politiewerk (technische competenties, aanpak?van criminaliteit en openbare-ordeproblemen). De tweede dimensie is eerlijkheid/?rechtvaardigheid in politiewerk (burgers met respect en op eerlijke wijze?behandelen), en de derde is de betrokkenheid van de politie met de directe omgeving?(gedeelde waarden, oog en oor hebben voor de problemen in de buurt). De?conclusies uit hun onderzoek zijn dat er een sterk verband is tussen het algehele?vertrouwen en de factoren eerlijkheid/rechtvaardigheid en betrokkenheid met de?directe omgeving en gedeelde waarden. De effectiviteit van de politie als bestrijder?van de misdaad telt duidelijk minder, maar is wel relevant. Deze conclusies?zijn zichtbaar in figuur 1.

tweetweet
Figuur 1 Model van factoren die algeheel vertrouwen in de politie bepalen?(Jackson & Bradford 2010)

Samenvattend is volgens Jackson en Bradford het publieke vertrouwen, het vertrouwen?van de burger in de politie, opgebouwd uit drie elementen, namelijk het
vertrouwen in de effectiviteit van de politie, in de eerlijkheid/rechtvaardigheid?van de politie en in de betrokkenheid met de lokale gemeenschap en gedeelde
waarden. In het kader van dit onderzoek naar de wijze waarop het gebruik van?Twitter door wijkagenten bijdraagt aan het vertrouwen van de burger in de politie,
zullen deze definitie van vertrouwen en het bijbehorende begrippenkader als?conceptuele gereedschapskist worden gebruikt.

3 Politie, Twitter en vertrouwen
Met het gebruik van Twitter door een individu of organisatie kan een behoorlijk?grote groep mensen worden bereikt. Wereldwijd zijn er ongeveer 200 miljoen
mensen die actief twitteren. In januari 2013 is er een online onderzoek gehouden?onder 13.740 Nederlanders, ouder dan 15 jaar (Newcom Research & Consultancy?2013). Hieruit blijkt dat 3,3 miljoen Nederlanders (boven de 15 jaar) gebruikmaken?van Twitter, van wie ongeveer de helft (1,6 miljoen) actief dagelijks. De?vijf organisaties die het meest gevolgd worden, zijn nieuwszenders (47%), artiesten/?zangers (33% ), politie en gemeenten (beide 32%). Facebook en YouTube zijn?het grootst in Nederland met 7,9 respectievelijk 7,1 miljoen gebruikers. LinkedIn?staat met 3,9 miljoen gebruikers nog net boven de 3,3 miljoen gebruikers van?Twitter. Het aantal twitteraars is het afgelopen jaar niet meer gegroeid in?Nederland.

Het feit dat de politie door een grote groep mensen wordt gevolgd, is een sterke?aanwijzing dat Twitter zich stevig gevestigd heeft in de politieorganisatie. Meijer,
Grimmelikhuijsen, Fictorie en Bos (2011) stellen in een onderzoek vast dat de?politie Twitter gebruikt om nieuwe samenwerkingsverbanden met burgers vorm
te geven. Dit kan in de vorm van coproductie bij opsporings- en handhavingstaken.?Daarnaast cre?ert Twitter mogelijkheden om burgers te betrekken bij
preventief politiewerk. De potentie tot verdere groei zit in de wederkerige functie?van het medium. De wijkagent kan zijn werk ?delen? met de omgeving via
berichten over waar hij zich mee bezighoudt, maar ook door oproepen om mee te?werken of informatie te geven over criminaliteit en preventietips. Tegelijkertijd is?er een gem?leerd publiek van twitterende burgers die ge?nteresseerd zijn in het?werk van de politie, in het bijzonder in hun eigen wijk. Deze beide perspectieven?hebben een wederzijds versterkend effect (Meijer e.a. 2011; Meijer, Grimmelikhuijsen,?Fictorie, Thaens & Siep 2013).

Communicatie is de crux van lokale strategie?n om het vertrouwen van de burger?in de politie te verbeteren. Wederkerige informatievoorziening is daarbij essentieel (Beunders e.a. 2011). De burger alleen als informant gebruiken is niet voldoende.?Het belang van terugkoppeling, hem ge?nformeerd houden over gehouden?acties en de resultaten daarvan spelen een belangrijke rol (Van Caem 2012).?Dat is een centrale gedachte achter community policing, waarvan de belangrijkste?kenmerken zijn: het werken in geografisch beperkt gebied, nabijheid van de politie?en betrokkenheid van de politiefunctionaris (Van der Vijver & Zoomer 2004).?In hun onderzoek onderscheiden Meijer e.a. (2013) de bijdrage van sociale media?aan de effectiviteit van de opsporing en aan de effectiviteit in het kader van community?policing. Bij het eerste gaat het om het gebruik van sociale media om informatie?in te winnen en te verwerken en zo effectiever te kunnen opsporen, bij het?tweede om de veiligheidsbeleving en de perceptie van burgers van de politie. De?aanname hierin is dat de effectiviteit van community policing toeneemt met de?mate van interactie tussen politie en burgers gericht op het vergroten van de?buurtveiligheid. Dit is bij uitstek een functie waarin Twitter een rol kan spelen.?Meijer e.a. komen tot de slotsom dat de mate waarin tweets van de politie worden?gelezen, samenhangt met de mate waarin volgers de politie legitiem vinden (legitimiteit is een wat ander begrip dan vertrouwen, maar in het kader van deze theoretische?beschouwing maken we geen onderscheid).?Daarbij stellen zij (voorzichtig) vast dat het volgen van de politie een bijdrage aan?de gepercipieerde legitimiteit kan leveren. Coproductie leidt tot positieve effecten?op de percepties van burgers. Uit de analyses blijkt dat mensen die meer accounts?volgen en frequenter politietweets lezen, de politie meer legitiem vinden. Zij constateren?wel dat een oorzakelijk verband moeilijk is vast te stellen.?Een andere?mogelijkheid is namelijk dat men de politie intensiever volgt juist vanwege de grotere?steun die men al heeft. Toch zien Meijer e.a. (2013, 103-104, 118) aanwijzingen?in ander onderzoek en in de interviews in hun eigen onderzoek dat het volgen?een bescheiden bijdrage aan de gepercipieerde legitimiteit kan leveren. Laten we?er in dit verband van uitgaan dat de positieve relatie plausibel is.?

In ander onderzoek wordt geconstateerd dat tweets invloed hebben op de?informatieverwerking, de attitude en het gedrag van de volgers. Een interessant?gegeven is daarbij dat door het contact tussen de wijkagent en zijn volgers op?Twitter de wijkagent ook fysiek meer herkend wordt op straat. Twitter wordt?door de wijkagenten tactisch en strategisch gebruikt. Ten eerste om informatie te?delen en daarnaast om een beeld bij de volgers te ?framen?. Ze geven aan zodanig?te twitteren dat de zichtbaarheid en effectiviteit van de politie positief worden?be?nvloed (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema 2011, 66-68).

Het lijkt er dus op dat sociale media, in het bijzonder Twitter, een belangrijke rol?in de (vertrouwens)relatie tussen burger en politie spelen. Frissen e.a. (2008)
brengen dit in verband met de veranderende verhouding tussen overheid en burgers.?Van alleen ?zender? van informatie (hi?rarchisch) zijn overheidsinstanties
steeds meer ?deler? van informatie. De literatuur geeft ons dus voldoende aanknopingspunten?om de betekenis van Twitter voor het vertrouwen in de politie te
onderzoeken. Het model van Jackson en Bradford (2010) gebruiken we daarbij als?richtsnoer.

4 Onderzoeksopzet en -methode
Uitgaande van een plausibele positieve relatie tussen het gebruik van Twitter?door de wijkagent en het vertrouwen van de burger in de politie, beoogt dit
onderzoek op exploratieve wijze een preciezer beeld te geven van de factoren die?daarbij een rol spelen. Dit is relevant, omdat Twitter als medium een nieuwe kwaliteit?inbrengt in de veranderende verhouding tussen overheid en burger, en de?gebruikswijze van Twitter de verhouding (vertrouwensrelatie) kan be?nvloeden.?Daarbij gebruiken we het model van Jackson en Bradford, waarin het algehele?vertrouwen in de politie (confidence) door drie factoren wordt bepaald: effectiviteit,?goede bejegening en betrokkenheid bij de directe leefomgeving. Analoog hieraan?gaan we ervan uit dat de tweets van een wijkagent inhoudelijk te relateren?zijn aan een van deze drie factoren. De tweets zijn derhalve in te delen naar drie?hoofdcategorie?n: (A) effectiviteit, (B) eerlijkheid/rechtvaardigheid/respect, en?(C) betrokkenheid.

Het onderzoek valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste bestaat uit interviews?met dertig burgers die hun actief twitterende wijkagent volgen. Daarnaast is een
inhoudsanalyse gemaakt van de tweets van de desbetreffende wijkagenten over?een periode van een jaar. Met het onderzoek hopen we enig systematisch inzicht
te krijgen in de factoren die er in het twitterverkeer van de wijkagent toe doen. In?het verlengde daarvan denken we enige concrete aanbevelingen te kunnen formuleren.

Selectie onderzoekseenheden
De onderzoekseenheden betreffen Twitter-accounts van drie wijkagenten. Het?eerste account is van de wijkagent van Leidsche Rijn (bekend als: @wijkagentLR).
Dit account bestaat sinds februari 2012. De wijk Leidsche Rijn telt circa?26.000 inwoners en op 1 februari 2013 had dit Twitter account 2081 volgers.
Leidsche Rijn is onderverdeeld in vier wijken: Parkwijk, Langerak, Terwijde, Het?Zand, Grauwaart, Lage Weide. Het tweede Twitter-account is van de wijkagent
van Vleuten De Meern (bekend als: @politieVDM), dat sinds 18 februari 2012 te?volgen is en inmiddels 3098 volgers heeft (peildatum 1 februari 2013). Vleuten
De Meern heeft ongeveer 43.000 inwoners. Het derde Twitter-account is van de?wijkagent van Mijdrecht (gebied Proosdijlanden, Wickelhof, centrumgebied Mijdrecht?en De Hoef) (bekend als: @pol_Mijdrecht). Mijdrecht heeft circa 17.000?inwoners en De Hoef circa 900 inwoners. In Mijdrecht zijn drie wijkagenten ieder?voor hun eigen wijk actief op Twitter. De wijk van het te onderzoeken Twitteraccount?omvat ongeveer 6000 inwoners. Op 1 februari 2013 had het account
@pol_Mijdrecht 995 volgers. Overigens stond het aantal volgers, als gevolg van?een persoonlijke wervingscampagne, rond 1 maart 2013 op 1100.

De keuze van deze accounts is tot stand gekomen in samenspraak met de politiefunctionaris?die namens de politie zitting heeft in de bestuurlijke werkgroep??Publiek Vertrouwen? (portefeuillehouder) van politie-eenheid Midden-Nederland.?Bij de keuze is pragmatisch te werk gegaan. Er is voornamelijk gekeken of men?actief twittert, hoe lang men twittert en hoeveel volgers men heeft. In dat kader?zijn de accounts van Leidsche Rijn en Vleuten De Meern naar voren gekomen,?omdat naar aanleiding van een aantal incidenten het gebruik van Twitter doelbewustactief is ingezet als communicatiemiddel. Het account van Mijdrecht kent?een relatief grote groep volgers in verhouding tot het aantal inwoners van de wijk?en heeft een minder stedelijk karakter ten opzichte van de andere twee accounts.?Per wijkagent zijn tien burgers ge?nterviewd die de agent via Twitter volgen, in?totaal dus dertig volgers. Om per wijkagent tien volgers te selecteren hebben alle?wijkagenten op verzoek een tweet geplaatst met een oproep om mee te werken?aan het onderzoek. Dit werd bijvoorbeeld op de volgende wijze gedaan:

tweet1

Dit leidde ertoe dat bij alle drie de wijkagenten zich binnen ??n tot anderhalf uur?tien volgers meldden en mee wilden werken. Daarnaast zijn de drie desbetreffende?wijkagenten ook ge?nterviewd.

5 Dataverzameling en operationalisering

Interviews
De interviews zijn volgens een gestructureerde vragenlijst afgenomen. In de interviews?met de volgers is gevraagd wat de respondenten zelf verstaan onder het
begrip vertrouwen en of zij bij zichzelf een ontwikkeling in hun vertrouwen hebben?ervaren als gevolg van het gebruik van Twitter. Voorts zijn de factoren die
volgens het model van Jackson en Bradford bepalend zijn voor het vertrouwen?van de burger in de politie voorgelegd aan de respondenten. Daarbij werd?gevraagd welke factor in hun beleving het meest gewicht heeft om het vertrouwen?positief te be?nvloeden, ofwel de bijdrage aan het vertrouwen het meest vergroot.?De uitleg van de categorie?n vond plaats aan de hand van de hierna genoemde?uitleg. Aan de drie wijkagenten zijn dezelfde vragen voorgelegd, maar dan uiteraard?geredeneerd vanuit hun eigen perspectief als wijkagent.

Tweets
Met behulp van een zogenoemde ?Twitter-tool? van de firma Coosto zijn de tweets?van de drie wijkagenten over de periode 1 februari 2012 tot 1 februari 2013 uit de?database van Twitter gehaald en naar een Excelbestand ge?xporteerd. Van het?Twitter-account van Leidsche Rijn zijn dat 1421 tweets, van Vleuten De Meern
1533 en van Mijdrecht 552; in totaal zijn dus 3506 tweets geanalyseerd.?Het begrip vertrouwen in de politie is ontleed in drie categorie?n. Categorie A?betreft de effectiviteit van de politie. De indicator is of de tweet met name betrekking?heeft op de resultaten van de aanpak van misdrijven en overtredingen. Categorie
B is gericht op eerlijkheid/rechtvaardigheid/respect waarmee de politie een?burger behandelt. Hier gaat het om het geven van antwoord op gestelde vragen,?op een respectvolle toon, vriendelijk en benaderbaar. Categorie C gaat over betrokkenheid?van de politie met zijn werkgebied, ofwel de buurt of de wijk. Om hierop
te scoren geeft de tweet inhoudelijk blijk van het kennen van de lokale problemen,?het omgaan met zaken in de omgeving die er toe doen en luisteren naar wat
mensen in de buurt bezighoudt.

Alle tweets zijn inhoudelijk beoordeeld aan de hand van deze driedeling. Als de?tweet voldoet aan een bepaalde categorie, krijgt deze een score ?1?. Per tweet kan
in slechts ??n categorie gescoord worden. Idealiter zou voor de ?zuiverheid? alleen?op A, B of C gescoord kunnen worden, maar volgens verwachting waren er ook
combinaties. Een score op een combinatie gebeurt alleen wanneer dit overduidelijk?een combinatie is. Indien tweets in het geheel niet in te delen waren naar A, B,?C of een combinatie daarvan, vallen ze in categorie X. Daarnaast is een onderscheid?gemaakt naar soorten tweets. Dit kan zijn een tweet (T): een bericht dat de
wijkagent zelf plaatst. Ten tweede kan er sprake zijn van een retweet (R): het herhalen?van een bericht van een andere gebruiker, zodat alle volgers van de desbetreffende?wijkagent hiervan op de hoogte gebracht zijn. Ten slotte kan er sprake?zijn van een antwoord of een zogeheten ?mention? (M). Dit is een bericht (vaak?een antwoord op een vraag) van de wijkagent naar een andere gebruiker, dat?tevens zichtbaar is voor alle volgers van de wijkagent.

6 Resultaten interviews

Algemeen
Voor vrijwel alle volgers geldt dat ze de wijkagent zijn gaan volgen vanwege?belangstelling voor wat er leeft en gebeurt in de eigen omgeving. Eveneens geldt
voor vrijwel alle respondenten dat Twitter de wijkagent wel dichterbij heeft?gebracht en de toegang tot de wijkagent (behoorlijk) laagdrempeliger heeft?gemaakt. Men blijkt over het algemeen eerder contact te zoeken met de wijkagent?via Twitter dan op een andere vaak genoemde wijze, namelijk telefonisch. Men?durft ook voor ?kleinere zaken? die stap eerder te zetten. Een van de respondenten?zegt: ?Twitter heeft politie dichterbij gebracht. Bij simpele dingen stel ik mijnvraag eerder via Twitter dan via 0900-8844.?

Vertrouwen
Alle elementen die volgens het model bepalend zijn voor het (algehele) vertrouwen?van de burger in de politie zijn bij vrijwel alle respondenten in meerdere of
mindere mate terug te vinden. Veel heeft van doen met interactie in de vorm van?communicatie, reageren op meldingen en vragen, en behoefte aan terugkoppeling?over ondernomen actie. E?n respondent koppelt vertrouwen aan gezag en respect,?iets wat verdiend moet worden.

Of het gebruik van Twitter door de wijkagent een positief effect heeft op het vertrouwen?in de wijkagent, geeft een gevarieerder beeld. Geen enkele respondent?heeft zijn vertrouwen zien afnemen. Daarnaast is een aantal respondenten hetzelfde?gebleven in hun vertrouwen. Grofweg de helft van de respondenten ervaart?wel een toename van het vertrouwen in de wijkagent juist door de nabijheid,?benaderbaarheid en het inzicht dat ze geven in wat ze doen en wat er speelt. E?n?respondent zegt: ?Vertrouwen [is] niet groter, maar ze zijn dichterbij gekomen, er?zit een mens achter de politie.? Een ander: ?Ja, gek genoeg wel, ik had totaal geen?hoge pet op van de politie. Ben ooit een keer aangehouden omdat ik toeterde en?dat liep uiteindelijk hoog op. Ik was heel kwaad en had geen vertrouwen meer.?Maar sinds Twitter (?), bijvoorbeeld dat ze zeggen een ronde te maken en vragen?waar op te letten. Ze zijn er en ze zijn bezig met ons.?

tweet2

Vertrouwen volgens het model
Wanneer het model van vertrouwen voorgelegd wordt aan de respondenten met?de vraag een rangorde (voorkeur) aan te geven binnen welke categorie het meest
getwitterd moet worden om hun vertrouwen het meest te be?nvloeden, levert dit?de opsomming op zoals weergegeven in tabel 1. Hierbij wordt bij de gewogen en
ongewogen telling uitgegaan van 28 scores. Met de gewogen telling wordt sterker?uitdrukking gegeven aan de categorie?n die in totaal het hoogste scoren door drie?punten toe te kennen als ze op de eerste plaats scoren, twee als ze op de tweede?plaats scoren en ??n als ze op de derde plaats scoren. Met de ongewogen telling?wordt weergegeven hoe vaak de categorie?n op de verschillende plekken scoren.

Het mag duidelijk zijn dat, zowel plaatselijk als over het geheel genomen, de volgers?er het meeste belang aan hechten dat in de tweets van de wijkagent de?betrokkenheid met de buurt/de eigen woonomgeving het sterkst tot uitdrukking?komt. Het totaal aantal keren dat C de eerste plek scoorde, is namelijk ruim drie?tot bijna vier keer zo groot als het aantal keren dat over de effectiviteit van het?politiewerk (A) of respectvol/ eerlijk behandelen (B) wordt getwitterd.?Het respectvol, eerlijk en rechtvaardig behandelen komt eerder tot uitdrukking in?face to face contacten en (telefoon)gesprekken tussen de politie en de burger. In?Tabel 1: Totaal scores categorisering voorkeursvolgorde en rangordening?(gewogen en ongewogen)?voorkeursvolgorde?categorie?n?het twitteren zal het voornamelijk ?verdiend? moeten worden door de wijze?waarop de wijkagent op volgers reageert. En dat is niet het eerste gebruiksdoel?van Twitter. Dat kan een verklaring zijn voor het feit dat deze categorie veelal op?de derde plaats staat en gewogen de minste punten heeft. Daarnaast is enkele?keren door respondenten uitgesproken dat respectvol, rechtvaardig behandelen?als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Binnen de context van dit onderzoek is het?opvallend dat de effectiviteit van het politiewerk (A) over het algemeen als minder?belangrijk wordt beschouwd dan het tonen van betrokkenheid.

Wijkagenten
Gezien het beperkte aantal wijkagenten dat is ge?nterviewd, is het moeilijk in?brede zin conclusies te trekken over de percepties van de wijkagenten van het vertrouwen.?Allen plaatsen het begrip vertrouwen in de sfeer van bejegening en communicatie.?Serieus nemen, zeg wat je doet en doe wat je zegt, en openheid. Twee?van de drie wijkagenten stellen vast dat in hun beleving de betrokkenheid de categorie?is waar tweets het meest inhoud aan moeten geven om het meest bij te dragen?aan het vertrouwen. Dit ligt in lijn met hoe de respondenten dit zien.

7 Resultaten tweets

Categorisering
Zoals in de onderzoeksopzet al is aangegeven, is onderscheid gemaakt naar het?soort tweet: een tweet (T), een retweet (R) of een mention (M). Daarbij was de
opzet om zo veel mogelijk te scoren op de categorie?n A, B of C. Een score op een?combinatie komt alleen voor wanneer dit overduidelijk het geval is. Per tweet kan?in slechts ??n categorie worden gescoord. Aanvankelijk is gestart met een proeffase?van circa 160 tweets, verdeeld over de drie accounts. Dit om aan de hand van?de inhoud van de tweets indicatoren te kunnen destilleren. Met behulp van deze?indicatoren kon een indicatorenlijst worden opgesteld waarmee het eenvoudiger?werd gemaakt om de tweets op een eenduidige wijze in te delen. De lijst is hier?weergegeven.

Indicatorenlijst voor het indelen van de tweets naar categorie?n
A: melding van een resultaat.?bijvoorbeeld:?Twee verdachten aangehouden voor poging #inbraak woning Wapendragervlinder?#Parkwijk. Worden verhoord. ^JM
B: is een individuele bejegening, een mention waarin ?@? een (persoonlijk)?antwoord of uitleg krijgt. Is ook persoonlijk bedoeld, aangezien in veel?gevallen niet te achterhalen is waar het ex?ct over gaat. Is ook primair?alleen voor deze persoon bedoeld.?bijvoorbeeld:?@DennisDenkt Dit zijn vaak hardnekkige problemen die niet alleen met?bekeuringen worden opgelost. Info is naar wijkagenten Ton+Elsbeth. ^JM
C: tonen van betrokkenheid met de directe omgeving.?bijvoorbeeld:?Nu overleg met buurtnetwerk?wat leeft er in de wijk? Aanschuiven kan?altijd!?of:?Komt plotseling groep 1-2 van basisschool #krullevaaar #veldhuizen het?politiebureau binnenvallen. Gezellig hoor. ^JM http://t.co/HubhCxDW
AB: melding van een resultaat als mention persoonlijk gericht aan een @.?bijvoorbeeld:?@TomTuijp Wijkagent Ton heeft afdeling Toezicht gemeente ingeseind.
Die hebben een dader kunnen achterhalen. Dader is thuis bekeurd. ^JM
AC: melding van een (gedeeltelijk) resultaat of incident/gebeurtenis in de?omgeving waar aanvullend informatie ten behoeve van bijvoorbeeld?opsporing gevraagd wordt.?bijvoorbeeld:?Vrijdag 25\2 21.15 vandalen hebben een auto op z’n kant gegooid ppl?C1000 achter cafe #De Don. Iets gezien of gehoord ? Bel 0900-8844. ^JM
BC: in eerste instantie gericht op een @, maar wel vanuit betrokkenheid?gericht op groter bereik.?bijvoorbeeld:?@WSDRV Het zou goed zijn als ouders eens zagen hoe laveloos hun kinderen?uit de horeca of bij schuurfeesten naar buiten kwamen.
ABC: combinatie van elementen van resultaat, bejegening, betrokkenheid.?bijvoorbeeld:?@NHvdBroek De 140 tekens lieten het niet toe, maar de #125cc is uiteraard?in beslag genomen. #Operettelaan #Terwijde. ^B
X: niet te categoriseren, omdat de inhoud van de tweet geen betrekking?heeft op het politiewerk.
Algemene pol info: een tweet die wel betrekking heeft op het politiewerk?of praktische informatie of dergelijke verstrekt en ook nuttig is, maar meer
een algemene strekking en niet specifiek op de buurt betrekking heeft.?bijvoorbeeld:?Moet u ondanks het barre winterse weer toch nog met de auto op pad?
Maak dan naast de ruiten ook uw lampen sneeuwvrij! #gratistip. ^B

Extra categorie:?Naar aanleiding van de samenstelling van deze indicatorenlijst is het noodzakelijk?gebleken een extra categorie toe te voegen, namelijk de categorie ?algemene politie-informatie? (Alg). Dit was noodzakelijk en nuttig, omdat in de algemene politie-informatie niet specifiek de betrokkenheid met de omgeving naar voren komt,?terwijl de inhoud van deze tweet wel van nut is voor de buurt. Niettemin zou het?niet onderscheiden van deze categorie de werkelijke betrokkenheid met de eigen?buurt (C), vaak herkenbaar door een genoemde straat en dergelijke, te veel ?vervuilen?.?Nu gaat categorie C ook werkelijk over de eigen buurt.

Een goed voorbeeld van een tweet die de betrokkenheid van de wijkagent met de?eigen buurt weergeeft en waar tegelijkertijd ook een stuk betrokkenheid van de?inwoners gevraagd wordt, is de zogenoemde twittersurveillance. De wijkagenten?van Leidsche Rijn en Vleuten De Meern hebben hier een paar keer mee ge?xperimenteerd,?hetgeen, zo blijkt uit de reacties van een aantal respondenten, ook erg?positief werd ontvangen. De tweet van de twittersurveillance gaat bijvoorbeeld als?volgt:

tweet3

De genoemde url verwijst dan naar de volgende overzichtsfoto van de route van?de surveillance:

tweet4

Categorie AC
In de proefanalyse kwamen ook tweets naar voren die weliswaar betrekking hadden?op de directe omgeving, maar ook een specifiek doel dienden, namelijk informatie?ten behoeve van opsporing. Het gaat dan om een gebeurtenis of incident?waar de politie nog geen of slechts gedeeltelijk resultaat op heeft gerealiseerd,
maar waar zij de burgers vraagt om relevante informatie te leveren. Hier is dus?sprake van een combinatie van effectiviteit en betrokkenheid. Er zit uiteraard wel
een element in dat de wijkagent weet wat er speelt in de buurt, maar de vraag?heeft als doel de politie effectiever te laten werken. De keuze was om deze tweets
als aparte categorie AC te benoemen, waardoor A en C ?zuiverder? blijven. Overigens?is het voorbeeld van de twittersurveillance dus geen tweet die onder categorie AC valt, omdat er geen opsporingsinformatie gevraagd wordt ten aanzien van?een bepaalde gebeurtenis of incident. De twittersurveillance is een goed voorbeeld?van het tonen van betrokkenheid met de eigen buurt en tevens de uitnodiging?aan de volger hierin mee te denken en mee te werken.

Categorie B en BC?
Met alleen een B-score is het duidelijk dat iemand persoonlijk bejegend wordt. In?de categorie BC betrekt de wijkagent in zijn tweet ook derden of richt zich rechtstreeks?tot hen.

Resultaten tweetanalyse
De analyses van de drie accounts leveren het totaalbeeld op zoals is weergegeven?in tabel 2 en figuur 2.

Tabel 2: Totaaloverzicht analyse van de tweets conform de indicatorenlijst

tweet5

tweet6

Figuur 2 Totaaloverzicht analyse van de tweets conform de indicatorenlijst

Het feitelijke tweetgebruik blijkt voornamelijk gedomineerd te worden door?tweets die betrokkenheid met de eigen omgeving laten zien. Categorie C is goed
voor bijna 32% van alle tweets. Verder zijn de tweets die te relateren zijn aan eerlijke?en respectvolle bejegening (B) in combinatie met bereik van omgeving (BC)
samen goed voor 26% van alle tweets. In 13% van alle berichten doet de wijkagent?melding van een resultaat, een effectief optreden (A). Opvallend is categorie AC,?waarin de wijkagent in zijn tweets om concrete (opsporings)informatie van de?volger vraagt naar aanleiding van een bepaald incident in de directe omgeving:
goed voor ruim 16% van de tweets. Algemene politie-informatie beslaat 11% van?het totaal aantal tweets, waarbij overigens bij deze categorie opvalt dat bijna de
helft van deze tweets ?retweets? zijn. Dit is een indicatie van de algemenere aard?van het bericht, dat kennelijk voor de volgers nuttig wordt bevonden.

Tweetanalyse gespiegeld aan het model voor vertrouwen
Voor de analyse van de 3506 tweets aan de hand van de categorie?n A, B en C?werd eveneens het model van Jackson en Bradford als uitgangspunt gehanteerd.?Ondanks het aanbrengen van meer categorie?n blijkt in de kern het model van?Jackson en Bradford bij het analyseren van de tweets heel goed toepasbaar te zijn?om de gegevens te duiden en te bewerken. De combinaties van categorie?n zijn?bijna allemaal afgeleiden van de hoofdcategorie?n, op categorie X na, maar die?kwam ook nauwelijks voor. Aangevoerd zou kunnen worden dat ook categorie Alg?niet een afgeleide van A, B of C is, maar het is verdedigbaar dat de algemene?informatie vanuit een stuk effectiviteit, eerlijkheid/rechtvaardigheid/respect of?betrokkenheid wordt gedeeld. Dat zou een nadere analyse vergen, wat buiten het?bestek van dit onderzoek lag.

Het model van Jackson en Bradford veronderstelt dat betrokkenheid van de politie?met de directe omgeving (categorie C) het meeste invloed heeft op dan wel de
grootste bijdrage levert aan het algeheel vertrouwen van de burger in de politie.?In dat kader blijkt uit de analyse dat, gezien de hoge categorie C-score, de wijkagenten?(bewust dan wel onbewust) blijk geven van betrokkenheid met de directe?A = effectiviteit, B = eerlijkheid/rechtvaardigheid/respect, C = betrokkenheid?Figuur 2 Totaaloverzicht analyse van de tweets conform de indicatorenlijst?omgeving en weten wat er speelt. Zonder daarmee te poneren dat dit het vertrouwen?direct positief be?nvloedt; ook dat zou nader uitgebreider onderzoek vergen.?De redelijke hoeveelheid tweets in (de nieuw ontstane) categorie AC vallen op. Dit?appelleert mogelijk aan de eerder vermelde conclusie van Meijer e.a. (2013) dat?sociale media bijdragen aan de effectiviteit van de opsporing en de effectiviteit?van community policing. Hierin ligt A en C als het ware besloten. Uit de interviews?blijkt dat de volgers over het algemeen ook de verzoeken om (opsporings)informatie?waardeerden. Maar daarbij werd door sommigen wel gesuggereerd niet te?eenzijdig te twitteren over bepaalde incidenten. Dit zou het idee geven dat men in?een wel heel onveilige buurt woont. Anderzijds werd men er wel alerter van door?zelf ook maatregelen te nemen, zoals inbraakalarm, beter hang- en sluitwerk.?Daarnaast werd in deze gevallen terugkoppeling wel als belangrijk ervaren: weten?hoe het afgelopen is en of het iets opgeleverd heeft. Hoe lang dat misschien ook?duurt.

Wat categorie A betreft blijkt uit de analyse van de tweets dat de wijkagenten?redelijk spaarzaam zijn met het uiten van effectiviteit, zeker in verhouding met
de categorie van betrokkenheid. Het vraagt om uitgebreider onderzoek om conclusies?te kunnen trekken of deze verhouding in het licht van het model Jackson
en Bradford de juiste is. Categorie B en BC hebben in de tweets een relatief hoge?score behaald. Gelet hierop is het een interessante vraag of de rechtstreekse ?twitterconversaties?,?conform het model van Jackson en Bradford, nog steeds indirect?in verband staan met het algehele vertrouwen (formerend voor betrokkenheid) of?dat dit rechtstreekser van invloed is. Dat zou nader onderzocht moeten worden.?Murthy (2012) heeft betoogd dat Twitter in sociologische zin dezelfde kenmerken?heeft als een gesprek, met uitzondering van het onderscheid van de onmiddellijkheid.?Dus de bejegening via Twitter heeft uitgaande hiervan misschien wel bijna?dezelfde ?kracht? als een persoonlijk contact via de telefoon of een face to face?gesprek. Negatief uitgelegd: genegeerd worden in een ?twittergesprek? heeft misschien?wel net zo’n impact als genegeerd worden in een ?gewoon gesprek?. Zeker?in verband met frequentere wederkerige contacten zou dit wel eens sterk van?invloed kunnen zijn op het vertrouwen.

8 Conclusie en aanbevelingen voor de twitterende wijkagent
Met dit onderzoek is systematisch inzicht gekregen in de wijze waarop Twitter?door wijkagenten gebruikt wordt en welke mogelijkheden zij hebben om het als
instrument in te zetten om een bijdrage te leveren aan het vertrouwen van de?burger in de politie. Het model van Jackson en Bradford is hierbij heel bruikbaar
gebleken, zowel om empirisch materiaal te analyseren als om verder onderzoek te?doen naar het verband tussen het gebruik van Twitter en het algehele vertrouwen?van de burger in de politie. De wijze van twitteren doet ertoe. De twitterende?wijkagent zou bewuste keuzes moeten maken als het gaat om waarover hij twittert?(welke categorie) en hoe de boodschap geformuleerd wordt. Kortom, dat hij?weet wat hij tweet.

Gezien de beperkte omvang van dit onderzoek is het niet mogelijk om betrouwbare?uitspraken te doen over de mate waarin Twitter-gebruik het vertrouwen van
de burger daadwerkelijk be?nvloedt. Met dit voorbehoud is het wel mogelijk een?aantal aanbevelingen te formuleren die de wijkagent mogelijk praktische handvatten?geven om het Twitter-gebruik doelgericht(er) in te kunnen zetten:
? Zoals uit de analyse van de tweets vast kwam te staan en daaraan gespiegeld
uit de interviews naar voren is gekomen, hebben de tweets die gaan over?betrokkenheid in de buurt (categorie C) een groot aandeel in het dagelijks?twitterverkeer en wordt dit door volgers gewaardeerd.
? De burgers zijn voor een groot deel bereid om mee te werken en (opsporings)?informatie te verstrekken als daarom gevraagd wordt (categorie AC). In?de tweets kwam dit vaak voor en de burger waardeert dit ook, zo blijkt uit?interviews. Echter, het is hierbij wel van belang te beseffen dat eenzijdig en?vooral veelvuldig gebruik van deze categorie (voor een bepaald gebied) deels?stigmatisering, deels gelatenheid/afstomping oplevert.
? Het is van belang zo veel als mogelijk de cirkel rond te maken. Dat houdt in?dat bij verzoeken ook teruggekoppeld wordt aan de volgers ?f en waartoe
hulp en inzet van burgers hebben geleid. Daarbij past het ook om van tevoren?goed te beseffen of een verzoek om informatie daadwerkelijk iets op zou k?nnen
leveren. Indien van tevoren duidelijk is dat dit niet het geval zal zijn, is?het beter geen tweet hierover te plaatsen.
? Het twitteren van effectief optreden van de politie (categorie A) kan goed?werken wanneer dit gepaard gaat met dat men weet wat de burger belangrijk
vindt. Snelheidscontroles en de mate waarin de politie daarmee succesvol is,?hoeven over het algemeen niet te rekenen op veel waardering. Wanneer?getwitterd wordt over snelheidscontroles in de eigen wijk en in de buurt van?scholen, is het effect alweer anders; het getuigt meer van kennis van wat er?speelt, wat belangrijk is. Zo mag duidelijk zijn dat de ?betrokkenheidscomponent??hierin ook weer een rol speelt.
? Als het gaat om de tweets in categorie B, is het belangrijk te beseffen dat deze?veelal getuigen van adequaat, respectvol, eerlijk, professioneel antwoord
geven op een vraag of reageren op een opmerking. De bejegening via Twitter?heeft misschien wel bijna dezelfde ?kracht? als een persoonlijk contact via de?telefoon of een face to face gesprek. Negatief uitgelegd: genegeerd worden in?een twittergesprek heeft misschien wel net zo’n impact als genegeerd worden?in een ?gewoon gesprek?. Door de volgers wordt in de interviews niet het?meeste gewicht aan B toegekend, veelal omdat deze categorie als vanzelfsprekend?wordt verondersteld. Echter, de redelijke hoeveelheid rechtstreekse antwoorden?in de analyse doen vermoeden dat het wel van belang is.
? Voortbordurend op de vorige aanbeveling: men moet, als het even kan, het?antwoord of de uitleg zodanig formuleren dat andere volgers er ook iets mee
kunnen, waarmee het een categorie BC wordt.
? Op dit moment is Twitter een van de ?hoofdrolspelers? in sociale media. In dat?licht (en dat blijkt ook nu weer) worden allerlei manieren gezocht om het
gebruik beleidsmatig in te bedden. De aard van Twitter leent zich er niet voor?om volgens een vast beleid dit middel op te leggen. Met inzicht in de?gebruiksmogelijkheden moet de ruimte er voor elke wijkagent zijn om het als?maatwerk toe te passen. Hij kent de eigen wijk immers het beste en voelt het
beste aan of men wat meer A-, C- of juist meer AC-tweets nodig heeft. De?categorisering mag hier juist een hulpmiddel in zijn.

9 Slotbeschouwing
Zie in dit verband ook de reflectie op de resultaten uit dit onderzoek in de diesrede van?H. Boutellier (2013).

We hechten eraan het gebruik van Twitter door de politie nader te duiden in de?context van de huidige netwerksamenleving. Het bericht over de twittersurveillance?en de bijbehorende overzichtsfoto is om een aantal redenen interessant. In?de eerste plaats verwijzen ze naar internet, dat in circa vijftien jaar ons leven is?gaan beheersen. Het digitale web verbindt ons permanent, niet alleen met onze?naasten, maar met iedereen die we maar willen. Mondiaal maar juist ook in de?eigen omgeving, zoals de wijkagent in Leidsche Rijn laat zien.?De tweet verwijst in de tweede plaats naar een verandering in de beroepsuitoefening,
in dit geval die van de politieagent. De politie zoekt van oudsher een balans?tussen afstand houden en nabijheid cre?ren (Van Caem 2012). De politie bewaakt
met gezag, op basis van het geweldsmonopolie, de morele grenzen van ons?samenleven. Maar dat kan in een rechtsstaat alleen op basis van een goede verstandhouding?met de burger. In elke tijd zoekt men weer op een andere manier?naar die juiste balans. In dit onderzoek is aangetoond dat met twitteren de agent?zijn betrokkenheid met de buurt kan laten doorklinken. Dat staat niet op zichzelf.?De professional van deze tijd onderhoudt steeds meer een ?dialogische relatie? met?zijn bewoners, zijn pati?nten, zijn klanten, zijn cli?nten of zijn afnemers ? de terminologie is afhankelijk van de werksoort. Co-creatie, coproductie, partnerschap?? modieuze termen die desalniettemin op een wezenlijke verandering wijzen. Een?nieuw soort professionaliteit dient zich aan.

Een bericht als de twittersurveillance verwijst ten derde naar een nieuwe verhouding?tussen staat en burger. In het twitterverkeer tussen de wijkagenten en hun
volgers schuilt een nieuwe vorm van legitimiteit van de overheid. Je zou met?enige goede wil zelfs kunnen spreken van directe democratie. Met het wegkwijnen
van de twintigste-eeuwse ideologie?n verschrompelde ook het vanzelfsprekende?gezag van de politicus. In plaats van welbespraakt vertegenwoordiger van een
gedachtegoed dat de kiezer met hem deelt, is de politicus steeds meer op zichzelf?aangewezen om het zwevende electoraat te overtuigen. Men spreekt van een crisis?in de representatieve democratie ? de politicus is een tragische figuur geworden,?die het moet hebben van zijn eigen overtuigingskracht. Toch lijkt er, in de
woorden van Danielle Allen (2006), eerder sprake te zijn van een democratische?paradox: het geloof in de parlementaire democratie neemt weliswaar af, maar
gaat gepaard met een groeiende betrokkenheid bij de eigen omgeving. Zo hebben?de twitterende wijkagent en zijn volgers vast weinig boodschap aan de Nationale?Politie en haar beleidsplannen.

Zij trekken wel hun eigen plan: ?Dit is mijn surveillanceronde,?wat vindt u ervan???Het empirische onderzoek naar de rol van de twitterende wijkagent bevestigt de
betekenis die sociale media kunnen hebben voor de nieuwe verhoudingen die?groeien tussen overheid en burgers. Dat daarin juist de betrokkenheid van de
politie bij de buurt van cruciaal belang blijkt, bevestigt de theoretische voorspelling,?maar sluit ook aan bij de notie van gezamenlijkheid die zo sterk doorklinkt in
het debat over de participatiesamenleving.

Literatuur
Allen, D.S. (2006) Talking to Strangers. Chicago: University of Chicago Press.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek.?Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed?Business.
Boutellier, J.C.J. (2013) Spontaniteit en regulering. Over de complexiteit van samenleven in de?21e eeuw en de relevantie van de sociale wetenschappen (diesrede Vrije Universiteit?Amsterdam).
Boutellier, J.C.J., R. van Steden, I. Bakker, A. Mein & W. Roeleveld (2011) De positie van de?politie. Een verkennende studie voor de strategische onderzoeksagenda politie. Apeldoorn:?Politieacademie.
Boverman, E., L. van Duijn, P. de Graaf & J. Ritzema (2011) Politie, twitter en gezag (Strategisch?Leidinggevende Leergang 7; scriptie Politieacademie Warnsveld).
Caem, B. van (2012) Buurtregie met mate. Over de spanning tussen nabijheid en distantie in de?relatie tussen politie en burgers. Amsterdam: Boom.
Dijk, T. van (2007) 100%. Een onderzoek naar het vertrouwen van burgers in de politie.?Amsterdam: Intomart.
Flight, S., A. van den Andel & P. Hulshof (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend?onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Frissen, V., M. van Staden, N. Huijboom, B. Kotterink, S. Huveneers, M. Kuipers &
G. Bodea (2008) Naar een ?User Generated State?? De impact van nieuwe media voor overheid?en openbaar bestuur. Delft: TNO.
Hough, M., J. Jackson, B. Bradford, A. Myhill & P. Quinton (2010) Procedural Justice,?Trust and Institutional Legitimacy. Policing, 4(3), 203-210. DOI: 10.1093/police/paq027.
Jackson, J.P. & B. Bradford (2010) Different Things to Different People? The Meaning and?Measurement of Trust and Confidence in Policing Across Diverse Social Groups in London.?http://ssrn.com/abstract=1628546 of http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.1628546.
Meijer, A.J., S.G. Grimmelikhuijsen, D. Fictorie & A. Bos (2011) Politie en Twitter, coproductie?en community policing in het informatietijdperk. Bestuurskunde, 25(3), 14-25.
Meijer, A.J., S.G. Grimmelikhuijsen, D. Fictorie, M. Thaens & P. Siep (2013) Politie & sociale?media. Van hype naar onderbouwde keuzen. Utrecht/Apeldoorn: Universiteit Utrecht/?Centre for Public Innovation/Politie & Wetenschap.
Murthy, D. (2012) Towards a Sociological Understanding of Social Media: Theorizing Twitter,?Sociology, 1-15, DOI: 10.1177/003803851142253.
Newcom Research & Consultancy (2013) Social Media in Nederland 2013. Grootste longitudinale?studie. Amsterdam: Newcom Research & Consultancy.
Ringeling, A. & A. Sluis (2011) Verkenning naar het thema ?gezag?. Een verkennende studie voor?de strategische onderzoeksagenda politie. Apeldoorn: Politieacademie.
Roodenburg, D.T. (2013) Weet wat je tweet (masterthesis Vrije Universiteit Amsterdam).
Sunshine, J. & T.R. Tyler (2003) The Role of Procedural Justice and Legitimacy in Shaping
Public Support for Policing. Law & Society Review, 37(3), 513-548.
Tyler, T.R. & Y.J. Huo (2002) Trust in the Law. Encouraging Public Cooperation with the Police?and Courts. New York: Russel Sage Foundation.
Vijver, C.D. van der (2006) Legitimiteit, gezag en politie. Een verkenning van de hedendaagse?dynamiek. In: C.D. van der Vijver & F. Vlek, De legitimiteit van de politie onder?druk? Beschouwingen over grondslagen en ontwikkelingen van legitimiteit en legitimiteitstoekenning.?Den Haag: Elsevier Overheid.
Vijver, C.D. van der & O.J. Zoomer (2004) Evaluating Community Policing in the Netherlands.?European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal Justice, 12(3), 251-267.
Weyers, H. & M. Hertogh (2007) Legitimiteit betwist. Een verkennend onderzoek naar de ervaren?legitimiteit van het justitieoptreden. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
Beleidsdocumenten?Inrichtingsplan Nationale Politie, Ministerie van Veiligheid en Justitie, versie 3.0, december?2012.

Global Pulse, de digitale rooksignalen uit de wereld

De VN-organisatie Global Pulse, vrij vertaald de ‘polsslag van de wereld’, is opgericht na de wereldwijde economische crisis, op verzoek?van Ban Ki-moon (VN-secretaris-generaal). Deze organisatie laat zien dat Big Data enorme kansen biedt om wereldwijd oplossingen aan te reiken. Via analyse van sociale media en van radiogesprekken is deze organisatie sneller in staat om op epidemie?n te reageren, voedselschaarste op te sporen of sneller te weten waar de grootste problemen in Nepal zijn. Robert Kirkpatrick is de directeur van Global Pulse, dat pas sinds?2010 bestaat.

Uit alle uithoeken van de wereld kreeg de VN-secretaris-generaal de vraag wat er elders leefde, of?welk regime?als volgende zou vallen. Naast het hoofdkantoor in New York zijn er ook laboratoria in Jakarta (Indonesi?) en Kampala (Oeganda). In deze laboratoria worden gegevens van digitale gebruikers verwerkt, met het doel die informatie te gebruiken bij wereldwijde ontwikkelingsvraagstukken. Global Pulse werkt samen met priv?bedrijven en universiteiten om informatie te verwerken die via Facebook en Twitter, en via telefoon- en sms-verkeer wordt verspreid. Er wordt alleen gewerkt met gegevens die gebruikers publiek beschikbaar stellen, hun namen worden niet gebruikt. Tevens geeft het sms-verkeer een beeld van het aantal inwoners van een regio.

Als aanvulling op?offici?le data worden deze nieuwe digitale rooksignalen opgevangen, waarmee landen en ontwikkelingsorganisaties aan de slag kunnen gaan. Het laboratorium van Global Pulse heeft al vele vernieuwende projecten rond big data uitgewerkt, in samenwerking met andere VN-organisaties, regeringen en universiteiten. Zo heeft Global Pulse samen met UNAids in Brazili? via sociale media onderzocht in welke mate er een stigma rust op hiv en aids. In Oeganda was het VN-Bevolkingsfonds een partner om de houding van jongeren tegenover anticonceptie en tienerzwangerschappen te onderzoeken. Behalve sociale media is daarbij ook een gratis sms-systeem (‘U-report’, een project van Unicef dat in Oeganda veel succes kent) gebruikt. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat Oegandese jongeren erg vaak praten over condooms, het veel minder vaak hebben over geheelonthouding of de pil, en dat sterilisatie van de man al helemaal bitter weinig gespreksstof oplevert.

In gebieden waar sociale media of mobiele telefoons te weinig worden gebruikt, kunnen radiogolven de digitale kloof dichten. Daarom peilt het laboratorium in Kampala via de radio naar wat er onder de bevolking echt leeft. Als je bedenkt dat Afrikanen voortdurend naar radioprogramma’s bellen om hun mening te geven, en Oeganda alleen al 216 FM-radiostations telt, die vanuit 299 radiomasten uitzenden, dan kan dat een schat aan informatie opleveren. Er hoeft overigens niet naar al die uren radio te worden geluisterd om relevante informatie te detecteren. Via spraaktechnologie en vertaalprogramma’s is er een programma ontwikkeld dat gesproken taal omzet in geschreven tekst. Het computerprogramma kan nu al het gesproken woord herkennen, in het Engels en in de lokale talen. Daarnaast wordt net als elders via Twitter en Facebook geanalyseerd welke thema’s prominent opduiken. Zo kunnen terugkerende thema’s een indruk geven van wat er onder (een deel van) de bevolking leeft.

Jaarverslag 2014

Bronnen:?The New york Times, www.scidev.net, Deccan Herald, De Standaard,

Future Crimes – Dark cloud crime sourcing

The_Dark_Web_thumb

In dit vierde en laatste deel van de boekbespreking Future Crimes?van Marc Goodman?behandelen we nog wat cybercrime fenomenen?die vandaag de dag al voorkomen, maar?zich exponentieel zullen doorontwikkelen (de rode draad van zijn hele boek).?

Cloud crime

Technologie?blijft maar schalen.?Neem?bijvoorbeeld de opslag van data. In 2014 kostte een harde schijf van 6 TB op Amazon.com zo’n $300 dollar. Dat is genoeg om alle muziek die ooit door de mens is uitgebracht op te slaan! Marc vraagt zich vervolgens af: Als data werkelijk de nieuwe olie is, waarom beschermen we die dan niet net zo? We laten toch ook niet 100 miljoen olievaten gewoon op straat staan? Toch is dat wel wat we doen met onze data.

Opslag en rekenkracht heb je tegenwoordig niet meer thuis staan, maar ‘in de cloud’ en met 1 muisklik toegankelijk gemaakt.?Cloud crime en bijvoorbeeld cloud cracking wordt daarmee ook prominenter. Met een dienst als CloudCraker kun je een wachtwoord met ‘brute force‘ technieken kraken: 300 miljoen variaties uitproberen in 20 minuten servertijd op Amazon kost je $17 dollar. Aangezien?90% van alle passwords in de wereld binnen enkele uren te kraken zijn kan dit lucratieve business zijn. De gemiddelde versleuteling van bijvoorbeeld een WiFi netwerk valt binnen 6 minuten te kraken wat je omgerekend $1.68 dollar in de cloud kost. Met krachtige machines in de cloud kunnen inbrekers vandaag de dag hun slijptol of zwaarder materiaal dus thuislaten. Marc Goodman noemt dit Crime as a Service (CaaS, als variant op SaaS, Software as a Service).

En testen hoe goed?je nieuwe crimeware?is kan ook in de cloud. Bijvoorbeeld op?avcheck.ru of Scan4You.net, waarmee je kunt zien of je?de 18 populairste virusscanners verslaat. Er is zelfs een RankMyHack.com awards site waarin de ware helden zich kunnen onderscheiden van de wannabes. Wedstrijdjes doen het ook goed. Zoals iemand van de Chaos Computer Club die in 1 dag een peperdure?innovatie van Apple (de Touch ID) hackte toen er $20.000 dollar werd uitgeloofd op IsTouchIDHackedYet.com.

Micro misdaad

De long tail van Chris Anderson is ook ontdekt door criminelen. Als je op heel veel plekken tegelijk?een heel klein beetje schade aanricht, blijf je onder de radar. Minder stelen van meer mensen zorgt voor een stabiele rustige stroom van inkomsten, iedereen vindt zijn eigen niche wel op de wereldwijde marktplaats.

longtail

Deep Web en Dark Web

Volgens Nature ziet Google?maar 16% van het web en mist het alles van het Deep Web. Het Deep Web is 500 keer groter dan het internet van Google waar je elke dag in zoekt. Elke Google zoekopdracht mist zelfs zo’n 99 procent van wat het hele internet bevat. Logisch ook want veel is beschikbaar?in verborgen databases die niet eenvoudig ontsloten worden en bijvoorbeeld achter een wachtwoord staan.

Diep verborgen in de spelonken van het Deep Web, of zoals je wilt, als een Russisch Matroesjka poppetje, is het Dark Web?een onderdeel van het Deep Web met plekken die soms moeilijk vindbaar zijn. Ze komen en gaan of zijn in P2P netwerken verweven en soms moeilijker te vinden. Zo is de DarkMarket een volledig decentrale marktplaats zonder ??n centrale beheerder en vaak is iedereen anoniem door gebruik van?TOR technologie. Moeilijk om op te rollen dus, want je kunt geen leider of eigenaar arresteren (als je al zou weten wie het is). Op het Dark Web staan vele marktplaatsen als Agora, Evolution, CarderPlanet?en een heuse IAACA (International Association for the Advancement of Criminal Activity). Maar ook specialistische sites waar je bijvoorbeeld huurmoordenaars kunt vinden, elk met hun eigen mores met bijvoorbeeld de wervende tekst “permanent solutions to common problems“. De ??n?heeft een strikt “geen minderjarigen” beleid, en de ander doet geen politieke aanslagen. Natuurlijk zijn er wel aanbieders, zoals bijvoorbeeld het gecrowdfunde Assassination Market, waar Geert Wilders jaren op stond, maar ook? Charb,?het voornaamste doelwit uit?de Charlie Hebdo aanslag in Parijs.

Prijzen starten van?$20.000 tot $100.000 voor een politieagent. De diensten vragen om een?recente foto, adresgegevens, en andere relevante?informatie. Bitcoin is het betaalmiddel en bewijs van de klus zit bij de prijs inbegrepen.

Op het Dark Web kun je ook hackers inschakelen voor diverse digitale diensten, maar je vindt er ook diverse onzedelijke diensten, waarin zelfs live gestreamd wordt op verzoek van de klantengroepen. Er zijn marktplaatsen waar wapens, organen en zelfs mensen worden verhandeld. Maar ook radicaliserende groepen als al-Mujahideen?maken YouTube filmpjes waarin ze uitleggen hoe je met TOR in deze online onderwereld terecht kunt komen.

silk-road1

De?(eerste) Silk Road?marktplaats is een bekend voorbeeld. Het groeide exponentieel en in de ruim 2 jaar?dat deze marktplaats?actief was had het zo’n 950.000 accounts met 600.000 berichten per maand. Van aanbieders als?DealioInThe312 kon je zien dat deze al 6400 coca?ne verkopen op hun naam had staan tot 97% tevredenheid van de klanten. Het Dark Web is namelijk volledig anoniem. Als je handelt en je er ook als crimineel niet achter kunt komen met wie je van doen hebt, is een reputatiesysteem zoals eBay dat ook gebruikt handig. Je verscheept eerst een kleine zending en als zowel koper als verkoper tevreden is wordt de handel uitgebreid. Dat principe is onveranderd gebleven. Tot het oprollen van deze eerste?Silk Road?werd er voor 1.2 miljard verhandeld wat de beheerder?van deze marktplaats, de 29 jarige Ross Ulbricht (beter bekend als Dread Pirate Roberts), zo’n 80 miljoen opleverde. Niet slecht voor een criminele start-up. Volgens het blad Addiction?verkreeg?zo’n 20% van alle drugsgebruikers in de VS zijn spul onder andere via Silk Road. Silk Road kreeg nog een opvolger Silk Road 2?(die ook werd opgedoekt) en binnen een dag was er?alweer?een Silk Road 3. Er zijn?een inmiddels een aantal films gemaakt van het verhaal van Ross Ulbricht en is er een interessante?discussie ontstaan over de?jurisprudentie van?de zaak:

Er staan op het Dark Web hele wikipedia’s vol met informatie, zoals handleidingen om allerlei narigheid uit te halen. Noem het een?Penozepedia. Omdat Google er niet wil zoeken, hebben criminelen er zelf eentje gemaakt: Grams. In Grams is ook het Ad Words model overgenomen, dus er zijn ook handige jongens?die hun geld?verdienen met de advertenties van andere criminelen. Grams heeft zelfs een “I’m Feeling Lucky” knop. Sommige marktplaatsen kennen hogere toegangseisen, zoals anderen die voor je in moeten staan en je als lid voordragen. Ook zijn er marktplaatsen waar je eerst criminele handelingen moet verrichten om lid te worden (zoals het inbrengen van kinderporno). De meeste Dark Web marktplaatsen bevatten alles wat we in de moderne wereld gewend zijn: winkelkarretjes, kassa’s, coupons, geld-terug garanties, klantenservice chats, pandjesbazen?en wat al niet meer zij.

Op het Dark Web besteed men alle onderdelen van de handel uit aan specialisten. Zo zijn er mensen die handig zijn om de douane te omzeilen, en zijn er mensen die ideale verstopplekken weten om de goederen op af te leveren (zgn. dead drops). Van deze?plekken krijgen?kopers na succesvolle transactie dan een GPS co?rdinaat.

sholmes-a

Mobiele spion

Marc Goodman noemt onze smartphones “snitches in our pockets“, hij quote ook schrijver?Evgeny Morozov:?”Mobile phones are one of the most insecure devices that were ever available, so they’re very easy to trace and they’re very easy to tap.” en security expert Raj Goel noemde de?smartphone het beste spionagemiddel?dat ooit is uitgevonden.

milly

Een interessant voorbeeld van spionage via een mobieltje is de vermissingszaak van de 13 jarige?Milly Dowler?uit 2002. Milly?belde haar vader om door te geven dat ze wat later zou komen. Ze kwam helaas niet meer thuis die dag en al snel volgde een massale zoekactie. Het lukte?de Britse politie van Surrey via het telecombedrijf om haar voicemail af te luisteren, naarstig op zoek naar sporen. Ze kwamen erachter dat haar voicemail 5 dagen na de vermissing nog was uitgeluisterd, waardoor men sterk vermoedde dat ze nog in leven kon zijn. Terwijl het onderzoek die weken erna flink werd opgeschaald, zag men dat ook nieuwe voicemails uitgeluisterd bleven worden. Een scenario dat waarschijnlijker werd, was dat ze misschien toch gewoon was weggelopen…

Helaas voor de familie bleek dat?ze niet was weggelopen maar was ontvoerd. Haar lichaam werd 6 maanden later zo’n 25 kilometer verderop gevonden. De recherche vervolgde het onderzoek in deze zaak, wat nu een?moordzaak was, en maakte meer werk van de voicemails. Was het misschien de dader die de berichten had afgeluisterd? Was het een jaloers vriendje? Haar eigen ouders? Het zou bijna?10 jaar duren voordat men daar achter kwam…

In een uitgebreid artikel in Guardian viel te lezen hoe de telefoon van Milly niet door een crimineel was uitgelezen, maar dat dit was gebeurd in opdracht van journalisten. De krant?News of the World (eigendom van?miljardair Rupert Murdoch) was de schuldige en dit werd?bekend als een van de grootste schandalen in de Brits pers ooit: Hackgate. Vooral voor de familie Dowler was dit natuurlijk zuur nieuws, en ook de politie realiseerde zich hoeveel mankracht ze hadden verspild.

Er werd bekend dat de krant?priv?-detectives had ingehuurd, en niet alleen bij Milly Dowler. Ook veel bekende Britse kopstukken waren vermoedelijk slachtoffer van dergelijke praktijken. Zelfs de communicatie van slachtoffers van de Londense aanslag?uit 2005 en ook?familieleden van?gesneuvelde Britse soldaten werden op deze manier afgeluisterd. News of the World kon na haar 168 jaar bestaan de tent sluiten, gepaard met?vele arrestaties op de redactie.

Onze mobieltjes zijn al jaren kwetsbaar gebleken. Begin 2014 bleek hoe Snapchat miljoenen iPhone gebruikers in gevaar kon brengen.?Door de hack waren?tienduizenden foto’s (waarvan vele pikante), waarvan de gebruikers dachten dat ze vluchtig waren, ineens over het internet verspreid, zoals op?Instagram en wraakporno sites als MyEx.com. Onderzoek?uit 2013 toonde al aan?dat?82% van de iPhone gebruikers na 5 maanden wel een update gedaan had naar de nieuwste iOS versie, maar bij Android gebruikers bleef dit ver achter met?zo’n 4% van de gebruikers die de laatste versie draaide. Terwijl het onderzoek er op wees dat 77% van alle ellende niet zou plaatsvinden met de?laatste update van het besturingssysteem.

Updates of niet, met social media op je mobieltje is het uitkijken. Het Social Media handboek van het Amerikaanse leger vraagt niet voor niets aan hun soldaten: “Is een badge of check-in op Foursquare echt je leven waard?”.?De protestgroepen in Kiev?gericht tegen voormalig president Viktor Yanukovich van Oekra?ne?keken verbaasd op toen hun mobieltjes ineens piepten en er een waarschuwing op stond:?”Dear subscriber, you are registered as a participant in a mass disturbance.” Of de protestgangers in HongKong. Die dachten slim te zijn en maakten gebruik van de?app FireChat,?die op een?p2p netwerk via Wifi draait om zo de Chinese telecomgiganten te omzeilen. Ze konden berichten uitwisselen over hun plannen zonder dat de staat meekeek. Dachten ze… Later bleek dat veel van hun telefoontjes malware hadden ontvangen, waardoor de staat alsnog?mee kon kijken.

Swatting

Verveelde hackers?of?internet trollen vinden het leuk om grote bedrijven of de overheid te testen en pesten. Zo is bijvoorbeeld het fenomeen swatting in zwang geraakt dat misbruik maakt van de noodhulpdiensten. En dat zal het nog wel even blijven met aankomende nieuwe technologie?n. Het is niet heel moeilijk gebleken (onder andere via gehackte mobieltjes en middels?spoofing) om anonieme valse meldingen te doen van incidenten en criminaliteit. Een geintje is nog tot daaraan toe (hoewel dat ook strafbaar is), maar het kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Marc geeft een voorbeeldscenario van een 911 melding waarna een vrouw schreeuwend is te horen in de meldkamer (via een bandje dat wordt afgespeeld): “My husband shot my mother and baby, and now’s he’s holding me hostage… PLEASE come quick…. He’s got a shotgun and an AK-47…. Hurry… he’s crazy!” Met daarna wat schoten op de achtergrond voor een geloofwaardig?effect. Stel je nu voor dat jij rustig met je gezinnetje TV zit te kijken, en er is een SWAT team onderweg naar je huis met deze melding. Of erger: je ligt in bed te slapen, het SWAT team heeft inmiddels positie ingenomen rond je huis en je hoort ze buiten niet roepen met een ultimatum. Je wordt misschien wel half wakker omdat je stemmen hoort, denkt aan inbrekers en besluit met je eigen schietwapen een kijkje te gaan nemen. Zo’n scenario kan in de VS bijzonder slecht eindigen leert de ervaring.

Vroeger gingen?deze geintjes hooguit over pizza’s die op je huisadres door anderen besteld werden. Tegenwoordig zijn deze grappen heftiger geworden, onder andere omdat?de pakkans zeer klein is en je in volledige anonimiteit kan blijven bij dergelijke acties.

Grote hoeveelheden smartphone gebruikers in de maling nemen kan natuurlijk ook. Zo hackten studenten uit Isra?l?de veel gebruikte?navigatie app?Waze (nu eigendom van?Google) om een niet bestaande file te cre?ren (met GPS spoofing). Zo kun je eenvoudig een hele groep mensen letterlijk om de tuin leiden. En mobiele diensten hoef je niet eens te hacken. Creatief gebruik volstaat ook. Zo bleek dat?Nicole Gibson een real-time ‘text a getaway driver‘ toepassing van Uber?had gemaakt om inbrekers?snel weg te laten komen. Ook het populaire?AirBnB wordt graag door escort services en prostitutie gebruikt, omdat ze dan niet op de beveiligingscamera’s voorkomen die bij hotels staan. Het is volgens deze?sector nog een stuk goedkoper ook.

Internetdingen

De ontwikkeling van het ‘internet der dingen’ is een goed voorbeeld van de exponenti?le dreiging die er aan komt. Marc Goodman?houdt in zijn hele boek erg van?parafraseren en?leent een uitspraak van?Notorious B.I.G. om duidelijk te maken dat wij ons altijd via onze beeldschermen laten foppen: “Mo’ Screens, Mo’ ?Problems” (afgeleid van Mo’ Money, Mo’ Problems).

Exponentieel meer dingen online (volgens Cisco zo’n 50 miljard in 2020) betekent ook meer digitale?adressen. Toen men doorkreeg dat het aantal internetadressen voor computers en randapparatuur opraakte (IPv4) moest men iets nieuws uitvinden.?IPv6 is inmiddels?een feit en maakt 2 tot de macht 128 apparaten mogelijk. Moeilijk voor te stellen hoeveel dat is, maar het biedt meer aansluitingen?dan alle zandkorrels van alle stranden op aarde tezamen.?Zelfs elk atoom op onze aarde zou een uniek IP adres kunnen krijgen, met genoeg plek voor de maan en andere planeten. Tel daarbij op dat een webserver nu op een chip ter grootte van een vingertopje past (en minder dan $1 dollar kost) en niets is meer te gek.?Dingen, mensen, dieren, planten: alles komt online, gewoon een kwestie van tijd.?In Australi? zijn er al?twitterende haaien, die de mensen kunnen waarschuwen als ze te dichtbij komen. Maar ook?PetLink?koppelt baasje en huisdier online?aan elkaar, zodat ze elkaar nooit meer kwijt kunnen raken. Voorbeelden zijn er te over en criminele mogelijkheden zijn er dus ook:

Auto’s bijvoorbeeld hebben vandaag de dag al gemiddeld honderd boordcomputers en 100 miljoen regels code waar ze op rijden. Dat groeit met Tesla of Google auto’s alleen nog maar exponentieel door. In je huis verlopen die ontwikkelingen niet anders: je thermostaat, slimme energiemeter en een bulk aan andere sensoren en actuatoren (bijv. alle knopjes in je huis) worden binnen afzienbare tijd?allemaal aangesloten. En?daarna is je lichaam aan de beurt. Er zijn al mensen met een microchip in hun lijf of een computer als pacemaker. Biotechnologie, volgens sommigen de nieuwe grote revolutie na internet, groeit (nu nog wat onder de radar) intussen ook exponentieel snel.

De bionische mens of de huidige exoskeletten maakt van ons halve robots (cyborgs) en medische implantaten vervangen of verbeteren ons lichaam, of houden het simpelweg in de gaten. Deze biometrische sensoren en ook biotechnologie kennen ons als geen ander en dat zal onze nieuwe unieke online identiteit ook worden; weer een nieuwe DNA revolutie! Maar misschien leven we dan nauwelijks?meer in de fysieke wereld, want die singularity wereld zal ook voor een deel door robots worden ingevuld voor het harde fysieke werk. Misschien leven we vrijwel volledig in een?immersieve virtual reality die al onze zintuigen optimaal bedient, zoals in de film The Matrix. De Oculus Rift is er al een kleine voorbode van. En in?die virtuele wereld doen smart agents, slimme zelflerende algorimes (artificial intelligence) ook nog eens het meeste denkwerk. Dat betekent dat het criminele brein ook alleen maar krachtiger wordt. Marc Goodman gaat zelfs nog verder door over nano en quantum technologie, inclusief replicators uit Star Trek dat verder gaat dan 3D printers, dus er is nog ruim?genoeg over na dit vierde artikel om verder te lezen?in dit geweldige?boek. Een musthave voor iedereen die zich met veiligheid bezig houdt.

Crime busters

De georganiseerde misdaad is?nu al goed?voor 15 tot 20% van het Bruto Nationaal Product (BNP/GDP). Bestaande georganiseerde criminele netwerken als de Italiaanse Cosa Nostra, Japanse Yakuza, Chinese Triads of Russische of Nigeriaanse maffia hebben allemaal groeiende cybercrime afdelingen. De pakkans is laag, echte veroordelingen zeldzaam. Waar de meeste cybercriminelen vroeger nog freelancers waren, maakt?80% nu onderdeel uit van georganiseerde misdaad. De fysieke en online wereld kruisen elkaar en dat geeft (nu nog af en toe) vuurwerk. Marc Goodman vergelijkt het met een sc?ne?uit Ghostbusters waarin de hoofdrolspelers bewapend met “proton packs” spoken aanvallen en een van hen de anderen waarschuwt: “There’s something very important I forgot to tell you… Don’t cross the streams of your weapons… It would be bad.“, waarop Bill Murray vraagt: “How bad?” en als antwoord krijgt “Try to imagine all life as you know it stopping instantaneously and every molecule in your body exploding at the speed of light.“, waarop Bill Murray reageert: “Okay, that’s bad. Thanks for the important safety tip.

Vroeger reden agenten nog op paarden, terwijl gangsters uit bijvoorbeeld Chicago?allang auto’s hadden ontdekt om mee weg te komen. Toen elke agent een revolver kreeg, gebruikte George “Machine Gun” Kelly allang automatische vuurwapens. Drugsdealers waren (na artsen) de eersten om pagers te adopteren, en?hadden allang mobiele telefoons voordat politiemensen die ontdekten.?Criminelen zijn altijd early adopters geweest. Met een smartphone in de hand kunnen ze nu ter plaatse hun inlichtingen inwinnen (net als de terroristen al in 2008 in Mumbai deden). Een simpel voorbeeldje. Op een willekeurige luchthaven staat?een chauffeur met het naambordje van Mr. Jackson van Goldman Sachs in de hand staat te wachten. Even Googlen of LinkedIn checken en de crimineel kiest het bordje met de grootste afpersingsmogelijkheden (de grootste dollartekens). Hij intimideert?de chauffeur en neemt?zijn nietsvermoedende doelwit mee. Het enige dat hij hoefde te ‘hacken’ is het ophouden van een?kartonnen bordje: ‘Mo screens, mo problems‘.

Crime sourcing

Het gebruik van een flash rob?(als variant op?een flash mob) was een aantal jaren geleden al?een?creatieve manier van crime sourcing. In Washington D.C. raasden 30 overvallers een G-Star Raw winkel binnen en liepen naar buiten met $20.000 dollar. Ze hadden zich georganiseerd?via social media. Het nadeel voor?de politie was dat de meesten?elkaar niet kenden, zodat ze ook niet over elkaar konden klikken. Of neem de bankovervaller die in Seattle de Bank of America beroofde met een listige crime sourcing methode. Hij riep via een online marktplaats (Craigslist) werklui op om aan de weg te komen werken en vroeg mensen specifieke kleding aan te doen: een geel vestje, blauw short, stofkapje en veiligheidsbril. Zo’n 300 mensen kwamen op de?afgesproken plek en tijd opdraven, want ze wilden graag zo’n betaalde klus,?maar tot hun verbazing werden ze niet aan het werk gezet. De bank werd op dat moment overvallen en alle werkers voldeden vervolgens aan het signalement van de dader. Niemand had enig idee wie de dader?kon zijn, de hadden alleen een online alias van hem.

Hackersgroep LulzSec?had crime sourcing ook ontdekt en vroeg op Twitter aan de massa wat hun volgende target zou moeten zijn. Ze hadden zelfs een telefoonlijn waarop het antwoordapparaat met Frans accent zei: “We are not available right now as we are busy raping the Internet” om vervolgens na de piep de mogelijkheid te geven een leuk kraakidee?in te spreken.

En sommige criminelen zijn ronduit lui. Om illegaal in te loggen op diverse sites moeten ze vaak eerst langs die lastige Captcha’s. Om dat handwerk te omzeilen hebben ze scriptjes geschreven die zo’n captcha plaatje kopieert en op een andere site aan onschuldige mensen aanbiedt die dan gewillig de juiste karakters voor ze?intikken. Meestal bieden ze die captcha kopie?n aan op de vele pornosites die ze in beheer hebben, waardoor het voor die bezoekers best logisch lijkt dat ze een?captcha moeten oplossen om aan te tonen dat ze ouder dan 18 zijn. En captcha’s kunnen breder ingezet worden. Criminelen zouden net als Google het gebruikt voor tekstherkenning van ingescande boeken, mensen fragmenten van bijvoorbeeld?gezellige dinerfoto’s met daarop zichtbare?creditcards laten ontcijferen.

Crowdsourcing Law enforcement

Het crowdsourcen van politiewerk blijft volgems Marc?alleen?gigantisch achter. In 1865 stond John Wilkes Booth als eerste op een Wanted poster nadat hij president Lincoln vermoorde.?Nu, zo’n 150 jaar later, is er niet heel veel verandert in de manier waarop de politie een opsporingsbericht naar buiten brengt. We benaderen nu weliswaar via nieuwe kanalen als TV zenders en internet, maar doen het op precies dezelfde manier: “Heb je iets gezien? Contacteer?ons”.?Clay Shirky bijvoorbeeld schreef over ‘cognitive surplus‘ (sociale overwaarde) dat beschrijft hoe honderden, duizenden mensen vrijwillig samenwerken (zelfs op wereldschaal) om problemen op te lossen. In de crisisbeheersing zien we het al wel (zie onze?blogs over Digital Humanitarians), waarom?crowdsourced de politie de aanpak van misdaad niet als criminelen het andersom wel doen? Kleine voorbeelden zijn er?wel. Zo liet een professor op de Alabama universiteit zijn klas meedenken in een FBI cybercrime zaak waar zo’n $70 miljoen mee gemoeid was. De ‘crowdvestigation‘ van deze studenten leverde vele verdachten op die een Zeus Trojan in de bancaire sector hadden losgelaten. Mensen maken namelijk altijd wel fouten en zijn dus vindbaar. Volgens een IBM onderzoek is 95% van alle security incidenten te wijten aan een menselijke fout. Zo zijn wij kwetsbaar, maar criminelen?dus ook. De?crowdvestigation?was een leuk initiatief, maar van geborgde en continue samenwerking is absoluut geen?sprake. In 2011 heeft de Britse politie wel een poging daartoe gedaan, en ook schreven we eerder over?Jim Gamble,?voormalig directeur van het Britse Child Exploitation and Online Protection Centre (CEOP), die een klein legertje cyber volunteers wilde inzetten op een fenomeen als online pedofilie. En sinds kort is ook?DHS?er voorzichtig mee begonnen.

Marc vraagt zich ook af of gamification heen oplossing kan bieden. Waarom benutten we de 3 miljard uren aan gaming tijd niet met het oplossen van zaken? MalariaSpot en Foldit zijn goede voorbeelden uit de medische hoek. In Nederland ligt de recherchegame?hiervoor nog?op de plank. En als criminelen een rad van fortuin hebben, waarom is dat andersom dan niet vaker zo? Marc Goodman stelt een XPRIZE Challenge?of zelfs een Manhattan project?nodig hebben voor cyber security om snel een grote inhaalslag te kunnen maken. Een?treffende quote hierover: “Our public safety and security are just too important to leave to the professionals“. Dus wanneer beginnen we?

Big data, big hairy problems

Vele landen hebben niet eens cyber-crime wetten, en als ze er zijn staat effectieve toepassing ervan nog in de kinderschoenen. Cybercrime is een wereldwijd probleem, maar?met een totaalbudget van $90 miljoen dat Interpol nu heeft (voor alle misdaadsoorten)?wordt het erg moeilijk om veel meer te kunnen doen. Ter vergelijk: alleen al de NYPD heeft een budget van $4.9 miljard dollar, maar zij kunnen alleen gebiedsgebonden opereren (jurisdictie). Zet daar de Mexicaanse?drugsbaron?’El Chapo‘ tegenover die 200 miljoen aan cash had liggen toen de politie zijn huis binnenviel, en je vermoed al?waar de grootste exponenti?le groei momenteel plaatsvindt. Want waar moderne criminele hun algoritmes laten werken, reageert de politie op misdaad met een heleboel handwerk. Marc Goodman roept dan ook op om bij de FBI een groep ‘Mad Scientists‘ toe te voegen, white hat hackers en cyber volunteers. Met nieuwe werkmodellen zoals die van Google om 20% van je tijd aan nieuwe dingen te besteden, zoals een nieuwe vorm van aanpak of nieuwe community policing programma’s in cyberspace.

Maar hoeveel we ook besteden aan de politie, daar gaan we het lang niet mee redden. Vint Cerf?vraagt zich bijvoorbeeld af waar de cyber brandweer is, en?waar is eigenlijk de World Cyber Health Organisation? De problemen van de 21e?eeuw kunnen we niet met organisaties uit de vorige eeuw oplossen. En oplossingen moeten natuurlijk uit de bredere?maatschappij komen. Ook bedrijfsleven zou, vergelijkbaar met Alcoholics Anonymous, veel vaker taboe’s moeten doorbreken en met elkaar moeten praten over hun cyberproblemen. Iets dat in een aantal sectoren gelukkig steeds vaker gebeurt. En het is nu ook weer niet zo dat onze overheid onmachtig is, want wie bracht er het internet? Wie bracht ons naar de maan? Of wie hielp in het ontcijferen van het menselijk genoom? Gelukkig zijn er in onder andere de VS al?organisaties ontstaan zoals ‘Code for America‘, GovLab, of het OS Fund onder leiding van Bryan Johnson dat?zelfs nadenkt over een nieuw ‘OS’ voor onze maatschappij. Maar het is lang niet genoeg: dus hoe kun jij bijdragen?

Dit is deel 4 en daarmee het laatste deel van de boekbespreking van Future Crimes van Marc Goodman. Heb je artikel 1,?2?en 3 al gelezen, of heb je het boek zelf gelezen? Misschien wil je dan je idee?n erover?hieronder delen?

Future Crimes – Social Media onderwereld

gold

De exponenti?le groei van het internet die exponenti?le groei van criminaliteit mogelijk maakt gaat in dit derde deel verder. Het probleem is volgens Marc Goodman niet dat technologie slecht is, maar dat zo weinig mensen er iets van weten. Als computer code onze planeet draaiende houdt (software rules the world) kan het ook misbruikt worden. Vooral vanwege de asymmetrische verhoudingen: een aanval is duizenden keren eenvoudiger dan een goede verdediging over alle linies van internetdingen. Perfecte beveiliging is een illusie en is ook niet nodig. Toch moet er wel wat wijzigen in de huidige manier van werken en doen.

De wereld is kapot

everything is broken

Facebook ontwikkelaars (en vele app ontwikkelaars ook) hebben lange tijd gewerkt volgens het mantra “move fast and break things“. De time to market was veel belangrijker dan de kwaliteit van de software, in een cultuur van b?ta producten die nooit af zijn. Zuckerberg stelde ook: “If you never break anything, you’re probably not moving fast enough“. Facebook noemde bijvoorbeeld de commotie rondom het tracken van niet-Facebookgebruikers een “bug”. Andere adagia bij Facebook zijn “Just ship it” en “Done is better than perfect“. Onderzoek onder app ontwikkelaars wijst uit dat de helft $0 dollar besteedt aan veiligheid. Deze duct?tape programmeerstijl zit dicht op het randje van een crash. Quinn Norton spreekt in “Everything is broken” zelfs over “Software is bullshit“. Het feit dat een Heartbleed?virus zo lang zijn werk kon?doen is een vorm van?bewijs. Klanten willen alles hebben en liefst snel. Mensen slapen niet voor niets op de stoep bij een Apple Store voor een nieuwe iPhone. Driekwart van alle systemen die we gebruiken kan in luttele minuten worden binnengedrongen. Een hacker heeft je wachtwoord in 90 seconden. Dat terwijl 97% van alle kraken voorkomen hadden kunnen worden met relatief eenvoudige maatregelen. Met het design is niets mis, maar waar is de Steve Jobs van security? Pas als veiligheid?echt een Unique Selling Point wordt en klanten dit hard gaan eisen, zal dit kunnen veranderen. Security onderzoeker?Dan Kaminsky: We are truly living through Code in the Age of Cholera“. En het is logisch dat hackers die zwakheden vinden dit nu op de zwarte markt verkopen in plaats van het netjes te melden, omdat je bij legitieme meldingen (responsible disclosure) nog steeds risico’s loopt op strafmaatregelen. De bounty programs van bedrijven als Google en vele anderen zijn een goed begin, maar de prijzen op de zwarte markt zijn vele malen hoger. Voorlopig verandert er dus niet zomaar iets.

Data is?het nieuwe goud

De beruchte bankrover Willie Sutton,?die begin 19e eeuw zijn carri?re begon en dat decennia volhield en $2 miljoen dollar buit maakte, werd gevraagd: “Hey Willie, waarom roof jij eigenlijk banken?”. Zijn antwoord was simpel: “Omdat daar het geld zit”. ?Vandaag de dag is geld alleen vervangen door data, en om die reden?introduceert Marc?zijn eigen “Goodman-wet”: “The more data you produce and store, the more organized crime is happy to consume“.

Facebook geeft toe dat er?elke dag 600.000 keer?een account gehackt wordt. Elke dag! Dat is elke 140 milliseconde; knipperen met je ogen duurt al 2 keer zo lang. In het jaarrapport van Facebook stellen ze dat?11.2% accounts vals zijn, ofwel:?140 miljoen mensen die niet eens echt bestaan. Volgers of fans krijgen?is trouwens ook niet heel moeilijk, want op sites zoals SocialMediaCorp.org?zijn ze gewoon te koop: voor $5 dollar heb je 4.000 Twitter volgers en 100.000 fans op Facebook kosten iets meer: 1500 dollar. Tel daar clickfraude?of?complete?clickfarms bij op en je beseft: alle?social media partijen hebben?met heel veel?misbruik te maken. Van LinkedIn is ook bekend dat er 6.5 miljoen accounts gekraakt zijn, van Snapchat 4.6 miljoen (incl. telefoonnummers), maar ook Google en Twitter blijven niet gespaard en ondervinden dagelijks ellende. Georganiseerde misdaad is verantwoordelijk voor 85% van deze hacks. Dropbox maakte het in 2011 nog bonter en had per ongeluk de beveiliging even helemaal uitgezet voor al haar gebruikers. Een roofdier op de Serengeti loopt ook niet gewoon voorbij als er een dood dier ligt dat door kan gaan als gratis maaltje voor onderweg. In dit geval?werd dus heel wat Big data snel weggeloodst.

Social Media gebruikers zijn gewillige targets van allerlei?vervelende software. Koobface?is bijvoorbeeld bekende malware die zich specifiek richt op (de naam doet het al vermoeden) Facebookgebruikers. Deze software werd door?oplichters slim ingezet tijdens de vermiste MH370, waarbij ??n klik op “brekend nieuws van CNN”, met de eerste foto’s of filmpjes van het gevonden vliegtuig, genoeg was om een virus binnen te halen. Firesheep is een andere tool waarmee je aan zgn. ‘sidejacking‘ kun doen; je kunt hiermee via een open Wifi (bijvoorbeeld in een hotel, restaurant of de trein) eenvoudig iemands Facebook sessie en ook account overnemen.

Wie is er aansprakelijk?

Maar denk maar niet dat social media partijen ook opdraven voor de geleden schade. Identiteitsfraude alleen al kostte in de VS 21 miljard (2012), en elke 2 seconden is er weer een?Amerikaan aan de beurt. Kinderen zijn de snelst groeiende groep slachtoffers. Zij maken?51 keer meer kans op deze vorm van fraude dan volwassenen. Reden: hun identiteit heeft nog?een ‘clean-sheet‘ bij de meeste instanties en social media partijen krijgen steeds jongere kinderen onder hun leden (ook al is 13 officieel de minimum leeftijd).

Facebook maakt goed?duidelijk?dat zij niet aansprakelijk zijn voor welke schade dan ook:

“We try to keep Facebook up, bug-free, and safe, but you use it at your own risk. We are providing Facebook as is without any express or implied warranties… We do not guarantee that Facebook will always be safe, secure of error-free.. [Y]ou release us, our directors, officers, employers, and agents from any claims and damages, known and unknown, arising out of or in any way connected with any claim you have.”

Marc vraagt zich af: Als?er op het etiket staat “Wij garanderen niet dat het product altijd veilig zal zijn” zou je het dan?kopen? Hoe kan het zijn dat wij dit klakkeloos overal maar accepteren als het over technologie gaat? Waar is de verantwoordelijkheid van software makers? Security expert?Mikko Hypponen?zegt erover: “Nuclear scientists lost their innocence when we used the atom bomb for the very first time. So we could argue computer scientists lost their innocence in 2009 when we started using malware as an offensive weapon.” In de automobiel industrie is het gelukt om integrale veiligheid te organiseren (in de VS de National Traffic And Motor Vehicle Safety Act?uit 1966), dus waarom niet met onze smartphones en?andere kritische spullen? Voordat we allemaal weer 50 miljard nieuwe spullen toevoegen vraag je je af of we het nu eindelijk goed gaan regelen. Er is uitgerekend dat Facebook?$8 dollar per jaar aan elke gebruiker?verdient. Maar voor dat bedrag?versnijden ze je data in kleine stukjes en verkopen die door aan een schimmige wereld van data dealers met mogelijk grote persoonlijke consequenties. Er zijn inmiddels heel wat mensen die Facebook best $10 dollar?willen betalen?om dat men hun persoonsgegevens niet meer te doen.

Treiteren, trollen of?erger

trolling

Stalken of cyberpesten is een net zo populaire vorm van misbruik met behulp van deze identiteiten, omdat het zo makkelijk is: je kunt er altijd en overal bij. Facebook stalking is zelfs een alledaags begrip geworden. Onderzoek?toont aan?dat zelfs 20% van de middelbare scholieren door het cyberpesten “serieus nadenkt over een zelfmoordpoging”. Sexting, sextortion (wraakporno)?zijn allemaal groeiende problemen. 67% van de studenten geeft aan ermee te maken te hebben. De website van Hunter Moore maakt het wel heel bond: alle wraakporno plaatjes (meestal van exen) worden automatisch voorzien van de echte social media profielen van Facebook of Twitter. 74% van de ouders geven aan niet mee te kijken met hun kinderen. Reden: ze snappen het toch niet, hebben geen tijd, geen energie?of zien geen mogelijkheden.?In de huiselijke kring kan?social media andersom ook een?grote?negatieve impact op je?leven hebben: 45% van de slachtoffers van huiselijk geweld geeft aan dat de daders hen online volgt of ook digitaal aanvalt. Neem bijvoorbeeld Paul Bristol die het vliegtuig uit Trinidad pakte na een Facebook update van zijn ex en haar na het zien van een foto met haar nieuwe vriend doodstak. Hate crime (haat gericht op?huidskleur, geloof, geaardheid, sexe, uiterlijk of anderszins) en vele andere vormen van digitale pesterijen nemen toe.?Zo maakte Channel 4 een documentaire?over de heftige jacht op homo’s in Rusland met daarin een voorval?van?1500 jonge?mannen die op Instagram, YouTube en Twitter voor de hele wereld werden vernederd en?de autoriteiten slechts toekeken,?terwijl sommigen voor het leven verminkt waren of zelfs stierven. Nooit iemand voor veroordeeld.

Censuur en?propaganda

Websites die antisemitisch zijn en de holocaust ontkennen of nazisme aanhangen worden in landen als Frankrijk en Duitsland openlijk gecensureerd. In Syri? worden diensten als?YouTube en Facebook geblokkeerd. Saoedi Arabi? blokkeert zelfs 400.000 websites en de Verenigde Arabische Emiraten blokkeren alle sites eindigend op .il omdat ze de Joodse staat niet erkennen. Maar China spant natuurlijk de kroon op het gebied van internet censuur, met 2 miljoen moderators en propaganda werkers. Er zijn volgens Freedom House?wereldwijd maar liefst 4 miljard mensen die in een land wonen die aan enige vorm van internet filtering (censuur)?doen. De overheid (maar ook?Facebook of Google) bepaalt dus was je in je gefilterde bubbel ziet. Andersom?gebruikt de VS zelf ook de online propaganda machine in haar strijd met Al-Qaida, en Rusland vertelt met wat hulp van internettrollen?online graag hun verhaal over Oekra?ne of de MH17. Lees en bekijk bijvoorbeeld wat alleen al Bellingcat hierover tegenkomt:

Broadcast live streaming video on Ustream

Broadcast live streaming video on Ustream

Naar internet content kijken is volgens Marc net als een dating site: “What you see is not always what you get“. En toch vertrouwen we erop. Volgens Nielsen vertrouwt 70% van de mensen online reviews net zoveel als het advies van hun vrienden. Toch blijkt uit ander onderzoek?dat 25% van de reviews complete onzin zijn. Sterker nog, het is bekend dat diensten flink rommelen met deze informatie, een fenomeen dat bekend staat als?astroturfing.

Social Engineering

Als je niet op Facebook zit, doet iemand anders dat wel voor je. Daar kwam ook Ron Noble?in 2010 achter, toenmalig?secretaris generaal van Interpol, toen de penoze een Facebook account voor hem aanmaakte. Maar?wat kun je met zo’n vals account? Een voorbeeldje:

Robin Sage, een jonge aantrekkelijke 25 jarige vrouw, werkte als cybersecurity analist bij de Amerikaans marine. Bij MIT afgestudeerd en stage gelopen bij de NSA. Net als iedereen van haar leeftijd was ze flink actief op Facebook, LinkedIn en Twitter. Toen ze net haar baan bij de marine had, sloeg ze lekker aan het netwerken met andere cybernerds die bij de overheid werkten. Al snel had ze 300 connecties, waaronder militairen en mensen op diverse plekken bij de inlichtingendiensten. Een hele reeks hooggeplaatste mensen hoorden daar ook bij. Hoewel sommigen twijfelden over haar uitnodiging, verzekerde zij ze dat ze elkaar toch echt op de laatste Defcon hadden ontmoet. De twijfelaars keken nog even naar haar profiel, maar zagen ook andere bekenden al in haar netwerk, waaronder veel van haar collega’s bij de marine. Lockheed Martin en andere bedrijven raakten zelfs zo onder de indruk?dat ze haar?benaderde voor een baan. Er was alleen ??n detail: Robin Sage bestond helemaal niet. Het was een experiment van security adviseur Thomas Ryan.

Crime Inc.

Data broker Experian verkocht?in 2013 per ongeluk bijna twee derde van alle gegevens over Amerikanen aan een malafide club uit Vietnam. Van 200 miljoen Amerikanen waren de zgn. ‘fullz‘ (alle persoonsgegevens) in criminele handen, waarmee je eenvoudig?een lening kunt aangaan uit hun namen. Op allerlei sites zoals SuperSet.info of FindGet.me kon je ze voor gemiddeld 20 set per setje kopen. Schattingen zijn dat 20% van alle Europeanen en Amerikanen al een keer digitaal over de toonbank zijn geweest. Medische identiteitsfraude of belastingfraude met valse identiteiten kost de Amerikaanse maatschappij?jaarlijks respectievelijk 5.6 miljard en?4 miljard per jaar.

Inbrekers kunnen ook een slaatje slaan uit de gratis Facebookgegevens. Zo werd in 2010 bekend dat een criminele groep uit Nashua, New Hampshire, Facebook gebruikte om meer dan 50 inbraken te plegen waarin ze zo’n $200.000 buit maakten. Online marktplaatsen?zijn ook populaire manieren om mensen op te lichten, of om gewilde?spullen te vinden.

Of neem de terroristische?Lashkar-e-Taiba aanval?in Mumbai uit 2008 die als gijzelnemers in de ene hand een vuurwapen en een smartphone wapen in de ander hadden. Tien mannen kregen via hun eigen social media ops centrum voor die tijd geavanceerde real-time contra-intelligence via hun smartphone binnen en be?nvloedden met hun actie het leven van 12 miljoen inwoners in die stad terwijl het?live over de hele wereld werd uitgezonden. 164 mensen overleefden die aanslag niet en 9 van de 10 gijzelnemers kwamen om. De enige overlevende werd in 2012?in India ge?xecuteerd. Marc beschrijft hoe criminelen?over een aantal jaar “Siri & Clyde” worden (of Bonnie & Cortana) waarin ze?met hun?smartphone een IBM Watson (Don Watson noemt hij het) aan de lijn hebben als criminele infocel.

Marc Goodman gebruikte deze casus al?in 2012 in zijn TED talk:

Dit is deel 3 van een vierluik als boekbespreking van Future Crimes van Marc Goodman. In het volgende en laatste artikel gaan we in op het Dark Web, cloud crime, crime sourcing, internetdingen en wat we kunnen doen om deze ontwikkelingen veilig te houden. Heb je artikel 1 en 2 al gelezen, of heb je het boek zelf gelezen? Misschien wil je dan je idee?n erover?hieronder delen?