Internet banging: een nieuwe trend op social media onder bendeleden

Bendeleden hebben wapens maar tegenwoordig ook een smartphone met Twitter in hun broekzak. Steeds vaker berichten de media dat bendeleden social media sites als Twitter , Facebook en YouTube gebruiken om beledigingen uit te wisselen of bedreigingen te uiten die tot moord of geweld leiden. Deze vorm van communicatie heet internet banging. Politiediensten in de grote steden hebben meer middelen nodig om dit probleem te bestrijden. Interessant is dat er weinig tot geen literatuur is over dit onderwerp. Internet banging is een cultureel fenomeen dat is ge?volueerd uit de grootschaligere deelname in social media van bendes en is een nieuwe vorm van interactie op het bestaande social media. ?De rol van hiphop in de ontwikkeling van internet banging is interessant en het markeert ook de veranderende rollen van zowel hiphop en digitale communicatie als ondersteuning van de sociale weergave van het leven in gewelddadige gemeenschappen. Een tekstuele analyse van de muziek -en video-inhoud zijn een goede illustratie van de gewelddadige reacties op de virtuele interacties, zoals in bijgaande analyse te lezen valt.

Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?

In de publicatie van VDMMP zitten een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat de impact op de opsporing en sociale onrust, ook bij kleinere incidenten flink kan zijn.

Nij Beets
Vrijdag 6 augustus 2010 wordt Nij Beets, een dorp in de gemeente Opsterland, opgeschrikt door het bericht dat een vrouw van 26 wordt verdacht van moord op haar eigen vier baby?s. Na het bekend worden van deze zaak, is binnen?afzienbare tijd de foto van de verdachte online te vinden, net als al haar adresgegevens.?Een van de gevolgen hiervan is het aantrekken van ?ramptoeristen?.?Het dorp wordt overspoeld met mensen die even komen kijken. Ook de zoektocht?naar de vader van de vier baby?s gebeurde via Twitter, Hyves en weblogs.
Verder worden allerhande vragen gesteld over de nasleep van het incident. Komt er een stille tocht? Er worden tips gegeven in het kader van de opsporing, maar?ook zijn er berichten en zorgen over de psychosociale ondersteuning van het?gezin en betrokkenen. Het is exemplarisch voor de tijd waarin we leven. Een?tijd waarin we alles realtime kunnen volgen.

De volgende cases worden beschreven:
  • Neergeschoten agent, Baflo
  • Schietincident, Rotterdam?
  • Flitspaalincident, Voorschoten?
  • Voetbalrellen, Utrecht
  • Gevangenisopstand Teylingereind?
  • Schietincident C1000?
  • Onrust winkelcentrum Zuidplein?

Social media & Politie. Een onderzoek naar de behoefte van generatie Einstein aan de inzet van social media door de Nederlandse politie.

Hoog Antink, A.A.H.J, (2013). Social ?media & ?politie ? Een ?onderzoek ?naar ?de ?behoefte ?van ?generatie?Einstein?aan ?de ?inzet ?van ?social ? media ?door ?de ?Nederlandse ?politie. ?Politieacademie?en Canterbury?Christ?Church?University.

Wat zegt het onderzoek ‘Recherchebazen’ over social media

Holmes

Torre, E.J. van der, Duin, M.J. en Bervoets, E. (2013). ?Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap. Politie & Wetenschap, Apeldoorn.? Reed Business, Amsterdam.

Op woensdag 3 september 2013 verscheen een interessant onderzoek van de commissie Politie en Wetenschap. De titel luidt als volgt: Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel politieleiderschap. Deze blog gaat over de rol van social media in de opsporing die in het onderzoek wordt genoemd. Volgens de onderzoekers bieden social media kansen bij de opsporing. De recherchechefs geven toe dat ze een potenti?le schatting maken, omdat ze er vaak op bescheiden schaal ervaring mee hebben opgedaan.

Een wijkagent of rechercheur die twittert over strafbare feiten kan burgers attenderen op strafbare feiten. Dit kan burgers ertoe aanzetten om contact te zoeken met de politie. Recherchechefs benadrukken dat dit alleen een kans van slagen heeft als er ook een sociale relatie is of als de politie een goede lokale reputatie heeft. Bovendien zijn speurders bevreesd dat getwitter informatie oplevert voor criminelen: ?Die kunnen meelezen.? Sommige wijkagenten of teamchefs schrijven op een website over een wijk of dorp. Ze geven of vragen informatie. Recherchechefs vinden dat dienders voorzichtig moeten zijn om open en bloot informatie uit te wisselen over strafbare feiten. Digitale communicatie kan drempels wegnemen bij burgers om de (wijk)politie te informeren over criminelen of strafbare feiten. Toch zien recherchebazen Twitter, Facebook, YouTube en internetsites vooral als (open) bronnen waar ze informatie kunnen verzamelen. Hieronder enkele interessante quotes:

?Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben hier al een paar keer gehad dat we, nou ja, ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op z?n minst getuige waren geweest van een delict.?
?Zolang mensen zo dom zijn om een foto met een gestolen auto op Facebook te zetten of om op YouTube een filmpje te plaatsen waarop een zelfgemaakte vuurwerkbom afgaat, dan heb ik er geen problemen mee om ze op te pakken. Ik bedoel, het loont om daar systematisch goed naar te kijken.?
?De wijkagent had meteen een twitterbericht gestuurd. Met de toon dat dit toch echt niet kon. Dat haalde de lokale krant. Bij het buurtonderzoek hadden mensen het daarover. Dat is toch een steun in de rug.?
?Indirect profiteren wij van goede informatiestromen tussen wijkpolitie en burgers. Een wijkagent kan houvast geven bij een TGO. Een wijkagent kan zeggen: ik zou maar eens met die en die gaan praten.?

Hieronder enkele aanbevelingen die uit het rapport naar voren komen die los staan van social media:

1: Er wordt nu nog te star gedacht over de inzet van Teams Grootschalige Opsporing (TGO?s). De onderzoekers raden aan om de doelstellingen en functies van TGO?s flexibeler te maken en te verbreden. Ze pleiten voor meer afstemming tussen projectmatige onderzoeken naar criminele netwerken en de moordonderzoeken, om uiteindelijk de criminele kopstukken achter een moord te kunnen bestraffen. Op die manier kan een criminele structuur ? waar de moord het bijproduct van is – het object van onderzoek worden. Zo wordt voorkomen dat ?alleen? de uitvoerder van de moord wordt bestraft (mogelijk een criminele loopjongen) en niet de opdrachtgever.

2: Er dient (meer) ruimte te worden gereserveerd voor projectmatige opsporing, waarbij de basispolitie samenwerkt met (gespecialiseerde) rechercheurs. Dit dient te worden gericht op vormen van (georganiseerde) criminaliteit die lokaal ontwrichtend werken en waarvoor geldt dat lokale observaties en bronnen aanknopingspunten bieden voor effectieve opsporing. Dit soort opsporing zal worden gewaardeerd door burgers, wijkagenten en burgemeesters.

3: Rechercheurs dienen meer de straat op te gaan bij onderzoek naar een zaak of fenomeen. Er zou zo meer ge?nvesteerd moeten worden in straatinformatie; op geijkte locaties (bijvoorbeeld sportvelden; hotels; maneges) kan veel criminele informatie verzameld worden die van toegevoegde waarde is op bij opsporing.

De lectorale rede Nicolien Kop: ‘Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing’ die goed aansluit op dit onderwerp.

Hier de lectorale rede in beeld:

Tot slot nog een radio interview bij de wereld omroep waarin ik zelf aan het woord ben.

Crowdsourced Disaster Response for Effective Mapping and Wayfinding

Dit onderzoek stelt een gedistribueerd mechanisme voor die de getroffen bevolking betrekt om de reactie op een ramp te verbeteren. Het systeem maakt gebruik van het potentieel van de getroffen bevolking om als gedistribueerde, actieve sensoren de rampsituatie te beoordelen. Op deze wijze kunnen ze zichzelf in veiligheid brengen, terwijl ze helpen om snel een duidelijk beeld van de ramp te vormen zonder de reeds hoge werkdruk van de hulpdiensten te verzwaren. De studie toont aan dat dit mechanisme in staat is om de werkdruk van de hulpdiensten te verlagen en om de effectiviteit van rampbestrijding te verbeteren. Door betere situatiebewustzijn van het rampgebied, kunnen humanitaire hulp en reddingsactiviteiten effectiever uitgevoerd worden waarbij slachtoffers sneller dan voorheen gered kunnen worden. Derhalve kan het in dit proefschrift voorgestelde systeem de basis vormen voor een volgende generatie rampenbestrijdingssystemen?.