Lessen uit crises en mini-crises 2015

De publicatie ‘Lessen uit crises en mini-crises 2015’ van het lectoraat Crisisbeheersing is vanaf nu ook gratis digitaal beschikbaar.

In de publicatie worden veertien bijzondere gebeurtenissen uit 2015 beschreven en beschouwd. Er is ruime aandacht voor de vluchtelingencrisis, maar ook voor calamiteiten als het kraanongeval in Alpen aan den Rijn en de wateroverlast bij het VUmc, voor branden (Wateringen, Nijmegen en Rotterdam-Schiebroek) en voor een lokaal milieudrama. Een groot aantal hoofdstukken is deze keer gewijd aan politi?le thema?s, zoals de vorming van de Nationale Politie, de rellen in Den Haag en de bedreigingen aan het adres van supermarktketen Jumbo. Het jaarboek levert de nodige stof tot leren en overdenken op. In de inleidende beschouwing worden de rode draden uit de casus samengevat.

Impact van Social Media op mini-crises

Met de toenemende rol van sociale media neemt ook de wetenschappelijke belangstelling voor het thema toe. Vooral in de Verenigde Staten is al vrij vroeg een groep onderzoekers met het thema aan de slag gegaan en zijn er al vanaf de aanslag van 11 september 2001, en vooral na de overstromingen als gevolg van Katrina (2005), veel artikelen verschenen over de rol van sociale media in ramp- en crisissituaties (zie voor een overzicht Palen & Liu, 2007). Uit dat onderzoek blijkt dat de rol van sociale media bij rampen en crises steeds breder wordt en zich niet beperkt tot de acute fase, maar zich uitstrekt naar zowel de periode ervoor en erna. Het is echter niet zo dat door de komst van sociale media opeens allerlei nieuwe gedragspatronen zijn ontstaan; wel kunnen sociale media bepaalde gedragspatronen versterken.

In eigen land hebben Groenendaal et al. (2012) gekeken naar de betekenis van Twitter voor overheden. Deze was volgens de onderzoekers gering, omdat veel berichten slechts herhalingen, sick jokes of geruchten waren; de meeste tweets bevatten voor de overheden geen relevante informatie, terwijl de tweets van overheden ondergesneeuwd raakten in de berichtenstroom. In een blog gaf De Vries commentaar op deze bevindingen en plaatste enkele vraagtekens bij de observaties. Na bijvoorbeeld het schietdrama in Alphen aan den Rijn (2011) werd door communicatieadviseurs het twitterverkeer grondig geanalyseerd en via Twitter effectief richting publiek gecommuniceerd. Op die manier wist men in korte tijd de geruchtenvorming te keren.

Zelf maakten wij in samenwerking met How About You een publicatie over het berichtenverkeer op sociale media tijdens vijf kritieke momenten, waaronder het noodweer tijdens Pinkpop (2014). Daaruit kon onder meer worden opgemaakt dat het naderen van het onweer door bezoekers van het festival en het thuisfront totaal verschillend werd beleefd, zodat in de communicatie richting beide doelgroepen een ander accent kon worden gelegd. Als daarom uit vrees voor geruchten geen gebruik wordt gemaakt van Twitter (of andere sociale media) mag dat koudwatervrees heten. Juist het thema geruchten is in relatie tot crisisbeheersing interessant. Jong en D?ckers (2016) constateerden wat dat betreft dat er na de actie van Tarik Z. bij de NOS op allerlei vormen van onjuiste berichtgeving een reactie volgde van medegebruikers van sociale media. Deze vorm van zelfreinigend vermogen binnen gebruikersgroepen stemt zeker optimistisch.

Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat, hoe clich?matig het ook mag klinken, de rol van sociale media nog steeds toeneemt. Dat geldt zowel voor wat betreft de intensiteit van het gebruik, als in termen van nieuwe ontwikkelingen. Zo werd ten tijde van de bedreigingen jegens supermarktketen Jumbo gebruikgemaakt van Periscope. Dit is een in 2015 ontwikkelde app die in staat stelt beelden die met een smartphone worden opgenomen, live te delen met anderen zonder verdere tussenkomst van offici?le mediakanalen. Iemand kan op zo?n manier vrijuit beelden verspreiden van bijvoorbeeld de eerste hulpverlening na een incident, die direct beschikbaar zijn voor diegenen die deze persoon ?volgen?. Na de ontruiming van een Jumbosupermarkt in Groningen werd op deze manier door een klant verslag gedaan van de ontwikkelingen en bleek sprake van een mooi staaltje burgerjournalistiek. Via Periscope konden de volgers vragen stellen aan degene die de beelden uitzond, zodat deze daar direct bij woordvoerders van de politie en brandweer op in kon gaan.

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Predictive Policing: Glad ijs of gouden kans voor de Nationale Politie?

Glad ijs of gouden kans voor de Nationale Politie? Publieke waarden binnen de inzet van predictive policing in Nederland

Predictive policing is een ontwikkeling die sterk in opkomst is binnen politieland, zowel in het buitenland als in Nederland. Deze technologische innovatie maakt het mogelijk om aan de hand van allerlei data crimineel gedrag te voorspellen waarmee de politie in toenemende mate proactief kan optreden in plaats van alleen reactief. De groeiende gegevensverzameling die hiermee gepaard gaat, impliceert een potenti?le inbreuk op de levenssfeer van burgers en kan daarmee een behoorlijke impact hebben op de maatschappij. Hoe die impact eruit gaat zien, is vooralsnog onbekend. De vraag rijst in hoeverre er met deze ontwikkeling rekening wordt gehouden met publieke waarden als respect voor privacy en gelijkheid. Het is daarom van belang om predictive policing nader onder de loep te nemen.

Dit onderzoek richt zich op de ontwikkeling van predictive policing in Nederland door te kijken naar de publieke waarden die een rol spelen hierbinnen. Daarbij is gekeken naar hoe de Nationale Politie predictive policing als concept benadert (beleidsmatige kant) en hoe het in de praktijk als instrument wordt ingezet. Als casestudy is daarom gekeken naar het Criminaliteits Anticipatie Systeem, een predictive policing systeem dat sinds een aantal jaren wordt gebruikt door de Nationale Politie. Vervolgens is de verhouding onderzocht tussen de publieke waarden die een rol bleken te spelen aan de hand van het Competing Values Framework van Talbot (Talbot, 2008). Door de ge?dentificeerde publieke waarden te plotten op dit model, worden bepaalde spanningen zichtbaar die bij ICT-ontwikkelingen binnen de overheid kunnen ontstaan tussen bepaalde waarden. Vervolgens kunnen hier conclusies aan worden verbonden over de balans tussen de vier kwadranten met publieke waarden. Zonder die balans kan er geen sprake zijn van legitimiteit van en vertrouwen van de samenleving in een beleidskeuze of in dit geval het inzetten van predictive policing.

Uit het onderzoek volgt dat er geen balans bestaat binnen predictive policing bij de Nationale Politie, zowel bij hoe de politie het concept benadert als hoe ze het inzet als instrument in de
praktijk. De focus wordt in het geval van de beleidsmatige kant te veel op de waarden effici?ntie, effectiviteit en sociale resultaten gelegd, waardoor andere belangrijk publieke waarden als transparantie, verantwoording en het recht op privacy behoorlijk in de knel komen. Hierdoor ontstaan spanningen waardoor een balans niet mogelijk is. Dit beeld wordt deels bevestigd in de casestudy van het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarbij wederom de nadruk voornamelijk wordt gelegd op effici?ntie, effectiviteit en sociale resultaten. De disbalans is echter kleiner hier omdat in de huidige vorm de waarden transparantie en verantwoording nochtans voldoende worden gewaarborgd. Het risico is echter aanwezig dat deze waarden ook in de knel komen wanneer het systeem verder wordt ontwikkeld en daarmee complexer wordt.

Aan de hand van dit onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat predictive policing zoals het nu bestaat binnen bij de Nationale Politie niet voldoende legitiem is en daarmee niet het vertrouwen verdient van de maatschappij.

[slideshare id=75524429&doc=predictivepolicing-gladijsofgoudenkansvoordenationalepolitie-170429121136&type=d]

App: PreMap

Kun je inbraken voorspellen en daders vaker op heterdaad betrappen? De politie in de Duitse deelstaat Niedersachsen denkt dat het mogelijk is met een slimme app die informatie over inbraken analyseert en herhalingsrisico inschat. De deelstaat Niedersachsen grenst aan de provincies Groningen en Drenthe. Als het aan de Duitse politie ligt wordt er op korte termijn samengewerkt met de collega?s in Nederland.

Politie-agenten kunnen tijdens hun surveillance met de app zien waar zich inbraakgevoelige buurten bevinden. Het ziet er ongeveer zo uit als de app buienradar waarop je aan de hand van rode of zwarte wolken slecht weer op je af ziet komen. Op de display van de inbrekerradar zien agenten de inbraken die de afgelopen 24 uur zijn geregistreerd. Ze kunnen hun surveillance dan in die omgeving plannen. De app bezorgt de agenten aansluitend alle informatie over inbraken die de afgelopen maand hebben plaatsgevonden.

De Duitse politie experimenteert sinds begin februari in de omgeving van Wolfsburg met de zelfontwikkelde app PreMap. Wereldwijde ervaring leert dat inbrekers vaak binnen 72 uur na een inbraak nogmaals toeslaan in een straal van 500 meter rond dezelfde omgeving. Internationaal wordt dat ?Repeat-Near-Victimisation? genoemd.

Agenten hoeven dankzij deze app niet meer surveillances te draaien op basis van onderbuikgevoelens of routine. De app helpt efficient en doelgericht te werken. In principe zouden inbrekers vaker op heterdaad betrapt kunnen worden. Maar dat is niet het doel van de app. De Duitse politie denkt dat de app gaat helpen inbraken te voorkomen.

De eerste ervaringen met de app zijn positief. Sinds februari maken 250 agenten gebruik van de slimme software. De feedback is volgens het Landeskriminalamt (LKA) Niedersachsen zonder meer positief.

Elders in Duitsland lopen nog twee vergelijkbare projecten. In Nordrhein-Westfalen en Baden-W?rttemberg wordt getest met commerciele software. In Bayern heeft de politie een test met commerciele software inmiddels succesvol afgesloten en wordt de software nu definitief ingezet bij surveillances.

Niedersachsen heeft bewust voor een eigen project gekozen waarvoor 100.000 Euro is uitgetrokken. Volgens de politie in Niedersachsen is het voordeel dat de eigen informatietechnici de eigen software voortdurend snel zelf kunnen verbeteren. In Niedersachsen werden in 2016 minder inbraken geregistreerd. Net als in andere Duitse Bundesl?ndern en in Nederland lijkt het alsof het aantal inbraken de laatste jaren afneemt. Volgens de Duitse politie is het probleem echter niet kleiner geworden.

Kan het publiek straks net als de politie de app gaan gebruiken zoals nu gebeurt met buienradar? De kans dat de politie de informatie met het publiek gaat delen is klein. Het gaat om gevoelige informatie die ook voor onrust kan zorgen. De proef met de PreMap inbrekersradar wordt in augustus afgesloten.

Bronnen:?Welt, GertBrouwer

App: DoNotPay

Chatbot advocaat behandelt bij in 160.000 bezwaren voor parkeerkaarten in Londen en New York
De gratis dienst DoNotPay heeft al geholpen in een?beroep van meer dan $ 4m in parkeerboetes, in slechts 21 maanden. Toch is de app volgens de 19-jarige maker ervan slechts het topje van de ijsberg als het gaat om juridische AI toepassingen

illegal parking fine on a windshield in Lamberth

 

De?kunstmatige intelligentie advocaat en chatbot DoNotPay heeft al met succes 160.000 parkeerkaarten in Londen en New York juridisch aangevochten. En dat was gratis! Het nut van chatbots lijkt zich nu al uit te betalen. De bot werd door zijn 19-jarige maker, tweedejaars Stanford University student Joshua Browder uit Londen, omschreven als ’s werelds eerste “robot advocaat”.

Het chatbot programma checkt?eerst of een beroep mogelijk is door een reeks eenvoudige vragen te stellen, zoals “Waren er duidelijk zichtbare parkeerborden”, en leidt de gebruikers dan stapsgewijs langs de beroepsprocedure.

De resultaten spreken voor zich. In de eerste 21 maanden dat deze gratis dienst werd gelanceerd heeft DoNotPay 250.000 gevallen aangenomen in Londen en nu in New York. 160.000 heeft het gewonnen, waardoor het een slagingspercentage van 64% heeft bij het aantekenen van een beroep, met een opbrengst van $4m aan parkeerbongeld.

“Ik vind dat mensen die steeds parkeerboetes krijgen de meest kwetsbaren in de samenleving zijn. Deze mensen zijn niet op zoek om de wet te overtreden. Ik denk dat ze worden uitgebuit als een bron van inkomsten door de lokale overheid” legt?Browder uit aan Venture Beat. Hij was 18 toen hij de app maakte. De procedure is redelijk rechttoe rechtaan, en past goed bij het automatiseren van juridische processen; een “AI” aanpak die snel de benodigde checks doet, waarbij een advies van een dure advocaat niet meer nodig is.

DoNotPay

 

Browder wil?DoNotPay snel uitbreiden naar bijvoorbeeld?Seattle. Maar ook kijkt hij naar een nieuwe chatbot die mensen gaat compenseren voor vertraagde vluchten, juridische bijstand voor mensen die hiv-positief zijn en een juridische gids voor vluchtelingen in diverse landen. Daarnaast overweegt Browder een ontwikkelplatform te lanceren waarin ook andere mensen, zonder kennis van programmeren maar wel met kennis van recht, hun eigen juridische bots kunnen maken om zo een einde te maken aan de extreem hoge honoraria van juridische adviseurs.

Bronnen: The Guardian, DoNotPay, BBC

App: Pubwatch Online

Pubwatch Online (iOS, Android) biedt?digitale diensten aan de leden en partners van Pubwatch, om?effici?nt te communicatie en data uit te wisselen in de aanpak van criminaliteit en diefstal in het uitgaansleven (kroegen). Pubwatch-leden gebruiken eenvoudige web- en appgebaseerde tools, zoals onder andere sms’jes en app, wat leidt tot een verbeterde waakzaamheid en snellere reactietijd. Je kunt zowel SMS, priv?berichten en live chat of e-mailberichten gebruiken in de online portal van Pubwatch, zodat snel en veilig belangrijke informatie verspreid kan worden.

  • Dashboard: Blijf op de hoogte. Makkelijk te gebruiken, eenvoudig?toegang tot alle functies, berichten, data en activiteitenrapporten.
  • SMS: Stuur SMS-waarschuwingen en berichten naar je collega-leden.
  • Verboden galerij: uploaden, watermerken en opslaan of veilig circuleren van afbeeldingen van personen die wilt weren, bijvoorbeeld mensen die op lijst staan voor een collectieve horeca ontzegging.
  • Mobiele app: toegang tot uw online portaal op Android of Apple iOS. Gebruik de functie Messaging voor live chat, deel afbeeldingen / bestanden of verzend waarschuwingen en berichten.
  • Conversatiekanalen: Paat?met leden in groepskanalen over bepaalde problemen. Maak groepskanalen voor elk onderwerpen, deel idee?n en vanalles en nogwat. Iedereen heeft transparant?zicht op?wat er gebeurt.
  • Help & Support: Het support centre?helpt u om het beste uit Schemelink te halen. E-mail en telefonische ondersteuning is ook beschikbaar.
  • CCTV-sharing & stills: Deel CCTV-video of gebruik de CCTV Still Image Extractor om beelden snel en gemakkelijk uit een video te halen en te delen om misdaad te voorkomen.

Bronnen: PubWatch

Hoe de burger de politie te hulp kan schieten in de opsporing

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.? De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

Geruchtenmachine

Tal van geruchten zaten de politie in de weg in het onderzoek naar de dood van Romy en Savannah. Lastig, maar als de politie info op sociale media beter weet te stroomlijnen, kan ze er veel aan hebben.

Het politieonderzoek naar de omgekomen meisjes Romy en Savannah is tijdens de pinksterdagen nog in volle gang als de geruchten en verwijten over de sociale media vliegen. Namen en foto’s van onschuldige ‘verdachten’ worden gedeeld via Facebook en Twitter, er gaan paniekerige berichten rond over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lokken. ‘Zulke berichten verspreiden zich razendsnel. En iedereen neemt het voor waar aan, of het nu klopt of niet’, zegt Bernhard Jens, politiewoordvoerder van de regio Midden-Nederland. ‘Daar doe je niks aan, het is de tijd waarin we leven.’

Het zijn de dagen waarop de politie ervaart dat sociale media in de opsporing een zegen en een vloek tegelijk zijn. Jens: ‘Het kan ons ontzettend helpen, maar het kan ons ook in de weg zitten als heel veel mensen ongeverifieerde informatie op het net zetten. Het kost ons ontzettend veel tijd iedereen dan weer terug te brengen in de realiteit.’

Burgers inschakelen?

En toch: als de politie de informatie van burgers in goede banen weet te leiden, kan ze daar veel aan hebben in de opsporing. Dat zegt tenminste Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, en gespecialiseerd in sociale media en opsporing. Hij wijst op ­Europol, dat via Twitter burgers inschakelt bij het vinden van mensen die kinderporno maken en verkopen. Ook noemt hij een geval in Haarlem, waarbij meisjes die in een park in elkaar waren geslagen, via Facebook de daders in no-time hadden gevonden. De recherche hoefde de daders alleen maar te horen, en de zaak was opgelost. Een advocaat die vond dat zijn cli?nten op grond van dit amateurspeurwerk niet veroordeeld konden worden, kreeg van de rechter ongelijk, zegt De Vries: ‘Die zei: dat kan wel degelijk, welkom in de 21e eeuw.’

De Vries snapt de terughoudendheid bij de politie voor de inzet van burgers bij opsporing. ‘Burgers vernielen sporen, ze maken inbreuk op de privacy en kunnen overgaan tot eigenrichting. Dat wil je allemaal niet. Maar ze kunnen ook enorm veel bijdragen.’

De wil om te helpen is ook erg groot, signaleert hij. ‘Mensen kunnen niet op hun handen gaan zitten en afwachten.’

Dat is een gegeven waarmee de politie iets moet, vindt De Vries. ‘Op de site van de politie staat op dit moment niet hoe je als burger kunt bijdragen aan de opsporing. Dat is eigenlijk heel ouderwets. Vertel als politie wat burgers wel en niet mogen: als er bij je is ingebroken, mag je dan zelf buurtonderzoek gaan doen?’ Zo kunnen er ook handreikingen voor burgers komen over wat ze in vermissingszaken wel en niet kunnen doen. Of hoe ze het best een opsporingsbericht de wereld in kunnen sturen. De Vries: ‘Vaak zie je in vermissingszaken dat familieleden een emotionele oproep doen, zonder dat ze aanwijzingen krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft daar allerlei tips en trucs voor; dat kun je wel wat behapbaarder maken voor burgers.’

Dat wil allemaal niet zeggen dat de Nederlandse politie op het gebied van sociale media op achterstand staat. Eerder het omgekeerde, zegt Rianne Dekker, die aan de Universiteit Utrecht werkt aan een Europees onderzoeksproject Media4Sec?over de manier waarop de politie sociale media kan gebruiken om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

Voorop?

Volgens haar loopt de Nederlandse politie op dat gebied voorop en leren andere Europese landen daarvan. Duidelijk en consistent communiceren is daarin volgens haar ‘een hele belangrijke’.? Zo zet de politie Twitter en Facebook in bij het bestrijden van cybercrime, en ook bij opsporing, en bij handhaving tijdens grote evenementen. ‘Dat heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een wederkerige relatie, waarbij informatie van burgers door de politie kan worden gebruikt. Vaak pakt dat goed uit, soms wat minder. ‘Soms verspreiden mensen informatie die onwaar of niet relevant is’, zegt Dekker. ‘Geruchten ontstaan nu eenmaal in een situatie van direct gevaar of onzekerheid.’

Vragen en antwoorden

Om de geruchtenstroom in te dammen, besloot de politie Midden-Nederland zondag op internet vragen en antwoorden te publiceren naar aanleiding van de onderzoeken naar de dood van Romy en Savannah. ‘De vragen die we daar stellen en beantwoorden, zijn gebaseerd op wat wij zien dat er in de buitenwereld speelt’, zegt Jens daarover. Zo gaat de politie daar in op de vraag waarom het een tijd duurde voordat de identiteit van Savannah werd bekendgemaakt (Antwoord: ‘De onderzoekers ter plekke benaderden het lichaam uiterst voorzichtig. Zorgvuldigheid is van groot belang om eventuele sporen niet te missen of onbedoeld te wissen’).

Wat de politie verder kan doen? ‘Ja, geef eens goeie tip’, reageert politiewoordvoerder Bernhard Jens. ‘Het is een utopie dat je dat onder controle krijgt. We scannen sociale media om te kijken of we dingen zien die we moeten downsizen.’

Zijn collega Paul Heidanus, co?rdinator woordvoering in Noord-Nederland luchtte op internet zijn hart over ‘aannames en vooroordelen’ op sociale media over het politiewerk. ‘De ongenuanceerdheid, grofheid en respectloosheid van sommige mensen over het werk van mijn collega’s is ronduit stuitend.’

Jens reageert met minder emotie. ‘Dat zijn we wel gewend. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat we de dood van Savannah hadden kunnen voorkomen met een Amber Alert. Tja. Zeg het maar. Ook daar is een gedegen afweging op gemaakt. Maar niet alles kun je een-op-een delen.’

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.

De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

‘Onbegrijpelijk en ook zorgelijk’, vindt Bernhard Jens, politiewoordvoerder Midden-Nederland, de onzorgvuldigheid waarmee sommige traditionele media over de vermissing en dood van de veertienjarige meisjes Romy en ­Savannah berichtten. Eind vorige week meldde? De Telegraaf? korte tijd dat het lichaam van Savannah was gevonden, terwijl het om Romy ging. Jens: ‘Dat werd op de site geknald zonder enige vorm van wederhoor. Vervolgens werd de familie van Savannah gecondoleerd door mensen in hun omgeving.’ En een andere journalist meldde maandag dat een van de verdachten in vrijheid was gesteld, zonder dat bij de politie of het Openbaar Ministerie te checken. ‘Je wilt niet weten wie daar allemaal over gaat bellen. Men denkt er totaal niet bij na wat het betekent voor de twee gezinnen die een kind kwijt zijn.’

Op sociale media ging het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen in andere delen van het land op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen waren er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering. Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien.

Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto?s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op Radio1 dat ze de foto?s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst ?zou verkleinen. ?Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen?, zei ze. De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden. ?Volgens heel veel mensen is zo?n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van?Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) ?Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw o?f nog steeds is vermist.

Bronnen: Nederlands Dagblad, EenVandaag, ZoekJeMee

#Murder: True Crime & Social Media

#Murder is een nieuwe serie die “True Crime” misdaadzaken behandelt met een prominente rol voor social media. Bekijk onderstaande video’s voor een impressie.

De eerste aflevering behandelt de zaak van een 14 jarig meisje, Shaniesha Forbes, dat niet thuiskomt na school. Als ze ook niet reageert met haar telefoon, gaan alarmbellen af. Detectives kijken vervolgens op haar social media profiel en komen tot een schokkende ontdekking…

Het internet kan een goede manier zijn om verbonden te blijven met degene van wie je houdt, maar een enkele post kan veranderen in een bron van jaloezie die iemand aanmoedigt om het ondenkbare te doen. De misdaadserie #Murder onderzoekt deze verhalen waarin de interactie op social media verschrikkelijk verkeerd is gegaan.

Bronnen: NYTimes, #Murder

Pre-crime: docu

Science fiction is realiteit geworden in ons moderne strafrechtstelsel. ‘Pre-Crime,’ is een term die voor het eerst werd genoemd in het korte?science fiction verhaal uit 1956 The Minority Report?van Philip K. Dick, waarin hij een toekomst voorzag waarin een gespecialiseerde ‘Pre-Crime’ politie-eenheid in staat is om criminelen te arresteren voordat ze hun overtredingen begaan. Inmiddels is dit gedachtegoed verworden tot een Predictive Policing technologie die?bij de politie in zowel de VS als Europa gebruikt wordt om mensen te identificeren, die waarschijnlijk slachtoffers of daders van een misdaad zijn. In de media zijn veel artikelen te vinden die deze prognosesoftware en de algoritmen erachter als onjuist en willekeurig beschouwen, omdat ze worden gebruikt om informatie te verzamelen, in de gaten te houden en aan te wijzen als “verdacht”. Maar voorspellende software is zo?maar zo goed als de gegevens die erin gaan. Met weinig bewijs over de betrouwbaarheid van de brongegevens of de correctheid van de dataverwerkingstechnieken, zijn missers bijna een gegeven volgens deze documentaire. In het onderzoek dat Matthias Heeder en Monika Hielscher?in deze documentaire doen stellen zij deze?vraag centraal: “Hoeveel vrijheid en menselijk bewustzijn zijn we bereid op te geven aan de beperkte logica van technologie?”

In Pre-Crime reizen de makers van de docu naar Chicago, Londen, Parijs, Berlijn en M?nchen om de gevolgen van deze moderne voorspellende hulpmiddelen te onderzoeken in het hedendaagse gebruik ervan waarmee ze laten zien hoe?”high risk” overtreders worden gemonitord en “verdacht” worden op basis van?weinig bewijs en onbetrouwbare brongegevens.

Zo onderzochten ze de Chicago’s Strategic Subject List (ofwel Heat List) die gebruik maakt van een algoritme van?professor Miles Wernick van het Illinois Institute of Technology, die erop gericht is te voorspellen wie het meest waarschijnlijk zal overgaan op?gewelddadig geweld of iemand iets zal aandoen. Het algoritme maakt?scores per persoon op basis van arrestaties, betrokkenheid bij schietpartijen, lidmaatschap van bendes en andere variabelen.

“Er is een wereldwijde beweging van jonge wetenschappers die algoritmische aansprakelijkheid vereisen, wat betekent dat je de zwarte doos moet openen en transparant maken.” vertelt Matthias Heeder uit Hamburg, Duitsland “Hetzelfde geldt voor de politie – zij moeten verantwoordelijk worden gesteld voor wat ze doen. Dat is de basis boodschap van deze film.”

Maar ze wilden geen film over polarisatiealgoritmen ontwikkelen. In plaats daarvan had het duo een documentaire in gedachten over algoritmes met betrekking tot Big Data analyse en het internet als geheel. “Dit is een zeer complex probleem, en we waren echt bezorgd over hoe het verhaal het beste verteld kon worden, en niet alleen over de politie moest gaan, maar ook over de maatschappij,” zegt Heeder. “Wat we hebben geleerd is dat het een voortdurend veranderende omgeving is – de politieke noodzaak verandert, waardoor beslissers besluiten deze software al dan niet te gebruiken”.


Het PredPol-programma maakt gebruik van drie gegevens om zijn misdaadvoorspellingen te maken. Ze gebruiken “misdaadtype uit het verleden, plaats van het misdrijf en tijdstip van het misdrijf”. Hoewel de software zich richt op criminele hotspots, in plaats van specifieke personen, is de praktijk volgens de documentaire gevaarlijk. “Het idee van de politie is dat als ze weten waar de hotspot is, ze weten dat er een zekere kans bestaat dat er een misdaad gaat plaatsvinden en dat gebied met agenten overspoelen,” legt hij uit. “De politie merkt dat het een verschil maakt in de manier waarop politieagenten naar onschuldige mensen kijken.”

“Welkom in Minority Report”, aldus de documentaire die die in de maand mei 2017 in premi?re is gegaan.

Bronnen: Mubi, Precrime, HotDocs, RealScreen, Vice

 

App: HART – Harm Assessment Risk Tool

De politie van Durham begint met het testen van een Artificial Intelligence app HART – Harm Assessment Risk Tool – om te helpen in beslissingen over het verlaten van verdachten of ze in hechtenis te houden. Het systeem bevat tot 5 jaar aan data en geeft middels een kansberekening een score: lage, middelmatige of hoge kans op recidive.

Het systeem is al in 2013 getest en de resultaten zijn?vergeleken met wat er in de twee jaren daarna gebeurde. Ze vonden dat HART zeer goed gewerkt had voor de groep van lage risico’s, met een score van?98% van de tijd goed, en een score van 88% voor het juist berekenen van de categoriegroep (laag, middel of hoog).

Niet slecht voor een?computer. Een externe deskundige geeft aan dat het gereedschap nuttig kan zijn, maar dat het risico erin sluipt dat het zelfstandig beslissingen zou kunnen gaan maken. Tijdens de proefperiode werd de nauwkeurigheid van het HART algoritme gecontroleerd, maar het heeft geen beslissingen genomen die anders door de politie genomen zou zijn, zegt Sheena Urwin, hoofd van het strafrechtelijke Durham Constabulary. “Ik zie een systeem voor me dat de komende twee tot drie maanden de besluitvorming van officieren kan ondersteunen,” vertelde ze aan de BBC.

Prof. Lawrence Sherman, werkzaam aan de Universiteit van Cambridge, was betrokken bij de ontwikkeling van het instrument. Hij stelt voor dat HART in verschillende gevallen gebruikt zou kunnen worden, zoals bij beslissingen over of iemand een paar extra uur in hechtenis moet blijven; Of bijvoorbeeld voor een aanklacht op borgtocht kan worden vrijgelaten; Of, nadat een heffing is opgelegd, deze in bewaring moet worden overgedragen. “Het is tijd om het echt te gaan gebruiken en een goed experiment is de beste manier,” vertelde hij aan de BBC.

Tijdens het aanstaande experiment zullen officieren toegang krijgen tot het systeem in een willekeurige selectie van zaken, zodat de impact ervan kan worden vergeleken met wat er gebeurt wanneer dat niet het geval is.

Vooroordelen?

Vorig jaar publiceerde de Amerikaanse website ProPublica een onderzoek naar een algoritme dat door autoriteiten wordt gebruikt om de kans te voorspellen dat een arrestant een toekomstige misdaad begaat. Het onderzoek stelde dat?het algoritme raciale vooroordelen versterkt, en ook overdreven negatieve voorspellingen over zwarte versus witte verdachten maakte – hoewel de firma achter de technologie de bevindingen van ProPublica betwist.

“Tot op zekere hoogte doen leermodellen de verborgen en stilzwijgende aannames die door mensen zijn gemaakt,” waarschuwde prof Cary Coglianese, een politieke wetenschapper aan de Universiteit van Pennsylvania, die algoritmische besluitvorming heeft bestudeerd. “Dit zijn erg lastige [machine learning] modellen en het is lastig te beoordelen in hoeverre ze echt discriminerend zijn.” Het Durham-systeem bevat bijvoorbeeld ook gegevens over de postcode en het geslacht van de arrestant bijvoorbeeld. De makers van het systeem verzekeren echter dat slechts een postcode niet tot een uitslag kan leiden, en dat het systeem slechts een advies geeft. Ook een zgn. ‘audit trail’, waarin wordt bekeken hoe het systeem bij een bepaald besluit kwam, zal later nodig zijn, en de werking zal dan toegankelijk moeten zijn, aldus prof Sherman. Dr Helen Ryan, rechtsgeleerde bij de?Universiteit van Winchester, geeft aan dat ze HART “ongelooflijk interessant” vindt en dat er een enorm potentieel ligt om te kunnen profiteren mocht er een uitgebreiding van de pilot komen. “Ik denk dat het eigenlijk een zeer positieve ontwikkeling is,” voegt ze eraan toe. “Ik denk dat, potentieel, machines kunnen veel nauwkeuriger zijn – gegeven de juiste data – dan mensen.”

Bronnen: Gizmodo,?BBC

Parkeerwaakhond houdt NYPD in de gaten

De surveillanceroute achter een Twitter-account dat foutgeparkeerde NYPD voertuigen spot, en meestal vastlegt met foto’s, zegt dat hij door de politie van de Interne Zaken Bureau is bezocht en gevraagd ermee te stoppen.

De online gebruiker, die zijn naam verborgen wil houden uit van angst voor meer vergelding vanuit de politie, zegt dat hij vaak online door agenten werd aangesproken, terwijl hij ze op hun gedrag wilde wijzen via zijn twitter account?@placardabuse.

Het ergste incident, vertelt hij, was op 2 februari toen agenten voor zijn huis stonden terwijl hij zijn kind in slaap wiegde, en hem de foto’s verzochten in te leveren en hem vervolgens ontmoedigde om agenten nog in de gaten te houden.

“Het was vijandig vanaf het begin,” vertelde hij The Post. “De vragen gaan over waarom ik een klacht indiende en waarom ik de agenten stalkte, en niet iets nuttigers kon bedenken.”

De waakhond achter dit account begon in 2016 met zijn Twitterfeed om het misbruik van speciale parkeerplaatsen door ambtenaren duidelijk te maken – waarmee hij wilde aantonen dat veel bestuurders bepaalde beperkingen negeren als ze parkeren tijdens hun werk.

Ironisch genoeg is er een interne memo verspreid binnen de NYPD dat agenten voortaan meer worden gewen op hun overtredingen, en dat men ook “gebruik zal maken van Twitterfeeds waarop overtreders te zien zijn.” De politie weigerde te reageren, tenzij The Post de volledige identiteit en adres van deze man zou onthullen.

“Zonder enige informatie om deze beschuldigingen te onderzoeken is er absoluut geen mogelijkheid om hierin te ontdekken of het zelfs maar gebeurd is of waar is, ‘zei woordvoerder J. Peter Donald.

Bronnen: NY Post