App: mijnbuur

mijnbuur3

Mijnbuur verbindt?buren onderling en met instanties wanneer nodig

Mijnbuur is een app die je verbindt met je directe buren. Met mijnbuur kunnen we eenvoudig een beroep op elkaar doen in nood, maken we praktische hulp toegankelijk en zetten we onze inventiviteit in om onze zelfredzaamheid te vergroten.

mijnbuur4

Veiligheid: Alarmeer of waarschuw je directe buren

Het duurt gemiddeld 7,6 minuten voor de brandweer er is, 9 minuten. voor een ambulance komt en gemiddeld 12 minuten voor de politie arriveert.Via mijnbuur heb je binnen een minuut hulp van je buren.

mijnbuur5

Zelfredzaamheid:?Gericht hulp vragen of hulp aanbieden

In je profiel (sociale cv) kun je aangeven waar je buren mee kunt helpen. Zo kunnen buren makkelijk zien waarvoor zij bij jou terecht kunnen, verlagen we de drempel om te vragen, en kan vraag en aanbod sneller en effici?nter gematcht worden.?

mijnbuur6
Participatie:?Samen ergernissen oplossen

Nodig een aantal buren uit om mee te denken over een op te lossen probleem. Uniek is de koppeling met gemeente en politie, voor wanneer je hun hulp nodig hebt.

Koppeling instanties: mijnbuur zorgt voor direct contact met lokale overheid (Politie en Gemeente) en instanties, wanneer je hulp van hen nodig hebt.

Mijnbuur?zorgen voor korte lijnen en direct contact met de juiste personen. Zo gaat er geen tijd verloren aan ?kastje naar de muur? taferelen van meldingen die op verkeerde plekken terechtkomen en krijgen deze instanties een gezicht. Locale overheden kunnen suggesties van bewoners meenemen in hun beslissingen en makkelijk terugkoppeling geven aan de betrokken bewonersgroep

mijnbuur2

Relevante informatie

Vanuit Mijnbuur kun je meteen een specifieke actie en conversatie starten, gericht op een specifieke groep buren. Dit zorgt ervoor dat alle communicatie zuiver en gebundeld is en enkel bestemd is voor de juiste personen.

Mijnbuur is momenteel nog in ontwikkeling en komt binnenkort beschikbaar. Het is een initiatief van?Wendeline van Luijk samen?met?ondernemers en creatievelingen met belangrijke kennis en kunde op het gebied van psychologie, communicatie, techniek en het?opbouwen van communities. Partners zijn de stad Amsterdam, Statrup Amsterdam en Startup in Residence.

Op de website van mijnbuur kun?je op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen.?Mijnbuur is gratis voor bewoners en exploiteert geen gebruikers-informatie of -data aan commerci?le partijen, is vrij van advertenties, en is een stichting zonder winstoogmerk.

mijn-buur

Bronnen: mijnbuur.nl

Hunted

NPO 3 komt vandaag met een spraakmakend nieuw tv-programma waarin kandidaten als voortvluchtigen 1 maand lang uit handen moeten zien te blijven van een fictieve geheime dienst. Als deze ‘gewone Nederlanders’ na 1 maand te zijn opgejaagd nog altijd niet zijn gepakt, winnen ze een geldbedrag. De naam van het programma is Hunted.

Hunted, zoals de tv-formule van Endemol Shine heet, is vorig jaar al met veel succes uitgezonden op het Britse Channel 4. Kandidaten die zich opgeven voor Hunted kunnen door de tv-makers ineens worden gebeld met de opdracht om hun oude leven tijdelijk vaarwel te zeggen en compleet van de radar te blijven. In het programma volgen we de klopjacht op meerdere ‘voortvluchtigen’ die met slechts een beperkt budget op zak ertussenuit knijpen. Een team, bestaand uit voormalig rechercheurs, beveiligingsexperts, hackers en psychologen, begint vervolgens een zoektocht waarbij alle moderne middelen worden ingezet. Ze spreken met familie en vrienden van de deelnemers, doen huiszoekingen, doorpluizen mobiele telefoon- en sociale media-verkeer en speuren beelden van beveiligingscamera’s af.

Experiment
Hunted wordt gepresenteerd als een sociaal experiment over het vraagstuk of verdwijnen in deze moderne tijd onmogelijk is geworden en of privacy nog wel bestaat. Een winnares uit de Britse versie biechtte na afloop van de serie op dat ze een therapeut bezocht om van haar gevoel van paranoia af te komen.

Profiler
Een van de profilers is psycholoog Elsine van Os. Met haar bedrijf Signpost Six helpt ze bedrijven, inlichtingen- en politiediensten met profielen opstellen van criminelen, terroristen en hackers, en geeft ze trainingen in interpersonal intelligence. Hoe kunnen ze invloed uitoefenen op geheime bronnen? Of zoveel ?mogelijk informatie genereren uit de andere partij? Hoe kun je bij zakelijke onderhandelingen niet alleen afgaan op hun ‘gut feeling’, maar gefundeerd beslissingen nemen? In die hoedanigheid werkte ze als profiler mee aan het tv-programma Hunted. Een groep mensen raakt ‘off the grid’: ze zijn onvindbaar, en op basis van hun psychologische profiel helpt Van Os hun vluchtpad te achterhalen. ‘Een bijzondere, nieuwe ervaring die de basis vormt voor wetenschappelijk onderzoek naar voortvluchtigen, in samenwerking met de Universiteit Twente.’

Bronnen: The Guardian 1 en 2 , Algemeen Dagblad , Financieel Dagblad , UQx Crime101x The Psychology of Criminal Justice

Overlijden arrestant Mitch Henriquez leidt tot Haagse rellen

Door: Vina Wijkhuijs, Anouk Ros, Menno van Duin, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
In de zomer van 2015 is het opnieuw onrustig in de Haagse Schilderswijk. Vonden er een jaar eerder verschillende demonstraties plaats voor en tegen de Islamitische Staat (IS), deze zomer is de wijk het toneel van rellen naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez. De 42-jarige Arubaan overlijdt op zondag 28 juni in het ziekenhuis, nadat hij de avond ervoor bij het verlaten van een festival in het Zuiderpark was gearresteerd. Op maandag 29 juni en de daaropvolgende avonden breken er heftige rellen uit op en rond het Hobbemaplein. De politie, en in het bijzonder de politie-eenheid Den Haag, wordt verweten racistisch te zijn en bij de aanhouding van Mitch Henriquez buitenproportioneel geweld te hebben gebruikt.

Het overlijden van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgen, trekken landelijke aandacht in de media en politiek. De Haagse driehoek staat voor de lastige taak de gemoederen tot bedaren te brengen. Het gaat aanvankelijk om de vraag in hoeverre er ruimte kan worden geboden aan een betoging om emoties over het drama te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen ontstaan. Wanneer zich eenmaal meerdere avonden achtereen rellen hebben voorgedaan en verschillende agenten zijn bedreigd, ziet de driehoek zich gesteld voor de vraag hoe de rust in de wijk te doen terugkeren.

In dit stuk komen deze twee dilemma?s aan de orde. Het hoofdstuk is mede gebaseerd op gesprekken met respectievelijk burgemeester Van Aartsen van Den Haag, voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Nooy, politiechef Van Musscher en de heer Van der Vet, directeur Veiligheid bij de gemeente Den Haag.

Feitenrelaas
Zaterdagavond 27 juni vindt in het Haagse Zuiderpark het drukbezochte popfestival ?Night at the Park? plaats; het festival trekt zo?n 30.000 bezoekers (bron). Bij het verlaten van het festivalterrein, zo rond 21.45 uur, spreekt Mitch Henriquez enkele politieagenten aan. Hij zou hebben geroepen dat hij een wapen had. De agenten willen hem aanhouden, maar Henriquez verzet zich. Er volgt een worsteling, waarbij Henriquez door agenten op zijn buik tegen de grond wordt gewerkt en in bedwang wordt gehouden. Omstanders die van de worsteling getuige zijn en dichterbij proberen te komen, worden op afstand gehouden. Enkelen van hen maken van de worsteling beeldopnamen, die de dagen erna veel bekeken worden op YouTube. Daarop is te zien hoe Henriquez uiteindelijk door twee politieagenten moeizaam in een ME-busje wordt gedragen, waarmee hij naar het politiebureau zou worden vervoerd. Onderweg blijkt echter dat hij per ambulance moet worden overgebracht naar het ziekenhuis, alwaar hij zondagavond 28 juni overlijdt.

De premier van Aruba en de Arubaanse gevolmachtigd minister in Den Haag worden maandag 29 juni door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het overlijden van hun landgenoot op de hoogte gebracht. Plasterk verzekert hen dat er door de Rijksrecherche een onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood zal plaatsvinden (bron). Het OM, dat de avond van zijn overlijden een eerste bericht naar buiten had gebracht, komt maandag met een aangepaste verklaring over wat er die bewuste zaterdagavond is gebeurd (bron):

?De man verzette zich tegen zijn aanhouding en de politie gebruikte daarom geweld tegen de man om hem over te brengen naar het politiebureau. Wat er vervolgens gebeurde, wordt nader onderzocht.?

Onderwijl zijn via sociale media de beelden verspreid die omstanders van de aanhouding hebben gemaakt. Ook verschijnen er op sociale media berichten om te protesteren tegen het politieoptreden en de dood van Mitch Henriquez. Volgens de berichten vindt de demonstratie maandagavond om 20.30 uur plaats bij het politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De signalen bereiken ook de Haagse driehoek: burgemeester Van Aartsen, hoofdofficier van justitie Nooy en politiechef Van Musscher. Hoewel bij de burgemeester geen officieel verzoek tot het houden van een demonstratie is ingediend, worden de nodige voorbereidingen getroffen.

Zoals de berichten deden vermoeden, verzamelen zich maandagavond zo?n vijfhonderd mensen bij politiebureau De Heemstraat. De demonstratie begint vreedzaam, maar loopt vanaf 21.15 uur ernstig uit de hand. Politiemensen worden bedreigd en bekogeld met stenen. Als een aantal betogers probeert het politiebureau te bestormen, grijpt de ME in. De demonstranten verspreiden zich door de wijk en richten talloze vernielingen aan. Ook worden er winkels geplunderd. Tot diep in de nacht blijft het onrustig; er worden zestien mensen gearresteerd.

De volgende dag gaat burgemeester Van Aartsen samen met politiechef van Musscher naar de Schilderswijk om met buurtbewoners en ondernemers te spreken die vanzelfsprekend aangedaan zijn door de rellen. De familie van Mitch Henriquez, alsook burgemeester Van Aartsen en minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie (VenJ) roepen op de kalmte te bewaren. Desondanks is het dinsdagavond opnieuw onrustig in de Schilderswijk. Elf mensen worden aangehouden voor openlijke geweldpleging en vandalisme.

Op woensdag 1 juli geven hoofdofficier Nooy, burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher gezamenlijk een persconferentie. Op de persconferentie maakt de hoofdofficier van justitie de voorlopige uitkomsten van de sectie op het lichaam van Mitch Henriquez bekend (bron):

?Volgens het sectierapport kan het overlijden van het slachtoffer zeer waarschijnlijk worden verklaard door een bij hem ontstaan zuurstoftekort. Het is aannemelijk dat dit zuurstoftekort is ontstaan als gevolg van het politieoptreden.?

De vijf agenten die bij de aanhouding van Mitch Henriquez betrokken waren, heeft politiechef Van Musscher met onmiddellijke ingang buiten functie gesteld, zo meldt hij tijdens de persconferentie. Het betekent dat zij voor de duur van het onderzoek hun functie niet mogen vervullen en ook geen andere werkzaamheden mogen doen.

Die avond verzamelen zich opnieuw enkele honderden jongeren bij bureau De Heemstraat en op en rond het Hobbemaplein. Zij richten voor de derde achtereenvolgende avond vernielingen aan, stichten brand en bekogelen de politie met flessen en stenen (bron). Dit keer moet onder meer het theater De Vaillant het ontgelden, waarvan de ruiten worden ingegooid en meubilair wordt vernield.

De volgende dag, donderdag 2 juli, geeft de Haagse driehoek een gezamenlijke persconferentie, waarin wordt aangekondigd dat streng zal worden opgetreden tegen relschoppers. Naast het samenscholingsverbod dat in de Schilderswijk al geldt, zal worden verhinderd dat jongeren op scooters en motoren de wijk in komen. Op het stadhuis vindt die dag overleg plaats tussen burgemeester Van Aartsen, politiechef Van Musscher en onder meer jongeren en andere sleutelfiguren en organisaties uit de Schilderswijk. Mede op verzoek van de burgemeester zullen die avond tientallen jongeren uit de Schilderswijk met gele vestjes de straat op gaan om te surveilleren en zo nodig de gemoederen te sussen. Ouders zijn al eerder opgeroepen om hun kinderen voorlopig in de avonden thuis te houden.

Het blijft die avond tot ongeveer 22.30 uur rustig, maar dan verschijnen er jongeren die volgens verschillende betrokkenen niet uit de Schilderswijk komen en wederom rellen aanstichten. Er worden die nacht maar liefst 200 aanhoudingen verricht. In de dagen erna blijven ongeregeldheden uit.

Het gebruik van de nekklem De dood van Mitch Henriquez werd mede geweten aan het gebruik van de zogenoemde nekklem, een fysieke techniek die bedoeld is om een persoon onder bedwang te krijgen. Enkele dagen na het overlijden van Mitch Henriquez heeft minister Van der Steur de Inspectie VenJ gevraagd naar het gebruik van de nekklem onderzoek te doen. Terwijl de Inspectie dit onderzoek ter hand nam, diende bij de rechtbank in Den Haag een kort geding tegen de Nederlandse Staat om het gebruik van de nekklem per direct te stoppen. Op 17 september oordeelde de voorzieningenrechter dat een algeheel verbod op de nekklem niet op zijn plaats is, omdat de toepassing niet altijd onrechtmatig is. De rechtbank achtte het aan de minister van VenJ om ? mede op basis van de uitkomst van het inspectieonderzoek ? een nader standpunt in te nemen. Uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 17 september 2016 in zaaknr. C/09/493516/KG ZA 15/1149 (ECLI:NL:RBDHA:2015:10831).

In maart 2016 verscheen het rapport van de Inspectie VenJ. Op basis daarvan stelde minister Van der Steur dat, gelet op de risico?s die aan de nekklem verbonden zijn, het gebruik ervan beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin er geen alternatief voorhanden is (bron: TK 2015-2016, 29 628 nr. 623). Ook zou de nekklem in principe alleen mogen worden toegepast door personeel dat adequaat getraind is in de techniek. Verder gaf de minister aan dat hij de politie heeft verzocht een eenduidige, landelijke instructie op te stellen voor het trainen en toepassen van de nekklem, waarbij aandacht wordt besteed aan de (verstikkings)risico?s die zich kunnen voordoen bij de toepassing ervan.

Op zaterdag 4 juli lopen familieleden en vrienden van Mitch Henriquez, bij elkaar ongeveer driehonderd mensen, een stille tocht van station Moerdijk naar het Zuiderpark. Burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher brengen de volgende dag een bezoek aan de familie. Ook de hoofdofficier van justitie onderhoudt met de familie contact. Enkele dagen later start de familie van Mitch Henriquez op Facebook een petitie, ?Justice for Mitch Henriquez?, waarin premier Rutte onder meer wordt opgeroepen raciale profilering en discriminatie van minderheden aan te pakken (bron).

Woensdag 8 juli vindt er in de Haagse gemeenteraad een ruim zeven uur durend debat plaats over de dood van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgden. Burgemeester Van Aartsen, maar ook hoofdofficier Nooy en politiechef Van Musscher geven een toelichting op wat er in de afgelopen week is gebeurd en hoe daarop door de autoriteiten is gereageerd. Sommige raadsfracties zijn kritisch, andere meer begripvol voor de dilemma?s die speelden. Vooral de woorden van de zichtbaar aangedane politiechef Van Musscher maken duidelijk hoe moeilijk de situatie ook voor hem en de Haagse politie is geweest.

Emoties om dood arrestant versus handhaving openbare orde
Deze casus speelde zich af op het grensvlak van enerzijds handhaving van de openbare orde en anderzijds handhaving van de rechtsorde. Daarmee betrof deze casus bij uitstek een driehoek-aangelegenheid. Binnen de driehoek hebben de partijen en dan met name de burgemeester en de hoofdofficier van justitie elk hun eigen rol en verantwoordelijkheid.

Naast het feit dat burgemeester Van Aartsen tal van lastige beslissingen te nemen had, stond vooral politiechef Van Musscher voor een lastig dilemma. Terwijl een strafrechtelijk onderzoek naar de handelwijze van een aantal politiemensen van de politie-eenheid Den Haag werd gestart en mensen op straat hun ongenoegen over het politieoptreden uitten, was het tegelijkertijd aan het Haagse politiekorps om de openbare orde en veiligheid in de stad te handhaven, ook tijdens de rellen.

Er zijn in deze casus ten minste twee kritieke momenten te onderscheiden. Het eerste moment deed zich voor op maandag 29 juni, toen op sociale media werd aangekondigd dat er een herdenkingsbijeenkomst zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. In hoeverre kon en moest er ruimte worden geboden aan de behoefte emoties te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen zouden ontstaan?

Het tweede kritieke moment ontstond nadat de demonstratie op maandagavond uit de hand was gelopen en zich nog twee avonden met (vooral op woensdag heftige) rellen in de Schilderswijk hadden voorgedaan. Voor de driehoek was toen de maat vol. Er werd besloten alles in het werk te zetten om de rellen te stoppen. De vraag was alleen hoe?

Analyse

De lastige taak aan de driehoek
In de dagen na de dood van Mitch Henriquez had de Haagse driehoek een belangrijke rol. De burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de politiechef hadden elke een eigen verantwoordelijkheid, maar kwamen wel dagelijks ? soms enkele keren per dag ? bij elkaar en overlegden ook nog veel telefonisch om zaken af te stemmen. Veel informatie werd binnen de driehoek (vertrouwelijk) gedeeld.

Voor burgemeester Van Aartsen was het handhaven van de openbare orde en veiligheid het belangrijkste doel. Het was helder dat onderzoek zou moeten uitwijzen wat er tijdens de aanhouding van Mitch Henriquez fout was gegaan. Dat onderzoek diende zo snel mogelijk, maar ook zorgvuldig te geschieden. In zijn reactie op kritiek op het politieoptreden hanteerde de burgemeester het credo: ?Wat goed is, is goed en wat fout is, is fout?. Tegelijkertijd was het noodzaak ruimte te bieden aan diegenen die vanwege de dood van Mitch Henriquez bijeen wilden komen en tegen het politieoptreden wilden demonstreren. Burgemeester Van Aartsen vervulde de rol van burgervader door empathie te tonen voor de nabestaanden van het slachtoffer, alsook voor diegenen die door de rellen gedupeerd waren. Onderwijl was hij verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en veroordeelde hij ? als verantwoordelijk gezag voor de politie ? de bedreigingen jegens agenten.

Voor hoofdofficier van justitie Nooy was het primaire doel om duidelijkheid te krijgen over wat er die zaterdagavond precies was gebeurd. Het onhandige voorval dat het eerste persbericht van zondag 28 juni niet leek te kloppen met de beelden van de aanhouding voedde aanvankelijk de geruchtenstroom dat de autoriteiten het incident ?onder de pet? zouden houden. Het zette de
beeldvorming over het OM als onafhankelijke organisatie onder druk en maakte zorgvuldigheid in het vervolg des te noodzakelijker. Naar de inhoud van het eerste persbericht (en de tijdslijn van deze eerste minuten) zal tevens onderzoek worden gedaan, aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015. Daarnaast was er vooral in de eerste dagen ? met het oog op mogelijke openbare orde-problemen ? grote snelheid geboden bij het verkrijgen van duidelijkheid over primaire vragen als: Was er wel of geen wapen? Wat was de doodsoorzaak? Vanaf het moment dat uit het sectieonderzoek was gebleken dat Mitch Henriquez zeer waarschijnlijk was overleden door zuurstofgebrek dat waarschijnlijk was veroorzaakt door het politieoptreden, startte het OM een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokken agenten. De Rijksrecherche werd ingeschakeld om het onderzoek te verrichten, hetgeen standaard gebeurt bij dergelijke incidenten. Hoewel het strafrechtelijk onderzoek duidelijk prioriteit had, was er steeds voldoende oog voor andere belangen, zoals de dreigende ordeverstoringen. Er mocht echter op geen enkele wijze twijfel kunnen ontstaan over de onafhankelijkheid van het strafrechtelijk traject. Daartoe werd er, naast de twee officieren van justitie die de leiding kregen over het onderzoek, een derde officier van justitie uit een ander arrondissement aan het onderzoeksteam toegevoegd, die ten behoeve van de objectiviteit en distantie gedurende het proces zou meekijken (aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015). Verder zou datgene wat te zijner tijd uit het onderzoek naar voren zou komen, worden voorgelegd aan een reflectiekamer, bestaande uit mensen met verschillende achtergronden die de conclusies van het onderzoek zouden toetsen.

De gebeurtenissen vielen politiechef Van Musscher waarschijnlijk nog het zwaarst. Dat Van Musscher het ook echt moeilijk had, werd duidelijk tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015, toen hij even een moment nodig had om zijn emoties te bedwingen. Aan hem was de taak om enerzijds als werkgever zorg te verlenen aan de vijf betrokken agenten en anderzijds voldoende afstand te bewaren tot het strafrechtelijk onderzoek dat naar hun handelen was ingesteld. Bovendien vergde de casus van hem veel aan personeelszorg richting al die andere politieagenten van de politie-eenheid Den Haag die wekenlang voor racist (of erger) werden uitgemaakt. Via sociale media werden foto?s van politieagenten verspreid met daarbij teksten als ?Dit is de moordenaar van Mitch? (bron).

Desalniettemin stonden de politieagenten van het Haagse korps in die dagen voor de opgave om de openbare orde in de stad te bewaren. Hoe kon de politie het in dit geval nog ?goed? doen?
Als gevolg van de gebeurtenissen stond de politie-eenheid Den Haag volop in de schijnwerpers. Wat daarbij meespeelde was dat de Haagse politie-eenheid in het verleden al eerder veel aandacht had gekregen vanwege vermeend discriminerend politieoptreden (zie hieronder). Na de dood van Mitch Henriquez verscheen er op de opiniepagina in De Volkskrant een oproep van onder andere enkele bekende presentatoren en artiesten (als J?rgen Raymann, Sylvana Simons, Typhoon en Anousha Nzume) waarin het aftreden van politiechef Van Musscher werd ge?ist (bron).

Klachten en feiten over discriminerend politieoptreden
Al sinds oktober 2013 wordt de politie-eenheid Den Haag verweten racistisch op te treden en overmatig geweld te gebruiken. De aantijgingen zijn onder meer afkomstig van de links-extremistische Anti-Fascistische Actie (AFA) en deels ook direct aan politiechef Van Musscher gericht.

Een zaak die door de AFA wordt aangedragen is de vermeende mishandeling van Mustafa Seatili op politiebureau De Heemstraat. In 2011 zou Mustafa Sealiti (die na een aanrijding door een motoragent was aangehouden) op dit politiebureau zijn mishandeld. De Nationale ombudsman, die naar aanleiding van klachten van Sealiti de zaak heeft onderzocht, kwam echter tot de conclusie dat dit niet aannemelijk was (Nationale ombudsman, 2015). De Nationale ombudsman citeert in zijn rapport het gerechtshof dat eerder in deze zaak een klacht had afgewezen:
?Op de door de raadsman van klager opgegeven fragmenten (?) is evenwel niet te zien dat beklaagde de klager opzettelijk heeft mishandeld, noch kan naar het oordeel van het hof uit de beelden een vermoeden van opzettelijk mishandelen worden afgeleid. Evenmin kan het hof uit het dossier en de beelden afleiden dat nader onderzoek alsnog bewijs van de beweerlijke mishandeling zou kunnen worden verkregen. Het hof is met de advocaat-generaal en de hoofdofficier van justitie van oordeel dat ook overigens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot vervolging van beklaagde over te gaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beklag dient te worden afgewezen.?

Een andere zaak die in de discussie wordt aangedragen, betreft de dood van de Haagse scholier Rishi Chandrikasing, die in 2012 op station Hollands Spoor door een politiekogel werd geraakt en korte tijd later overleed. De politieagent die het schot loste was ? vanwege een melding van NS-personeel ? in de veronderstelling dat het slachtoffer een wapen bij zich had. Eind 2013 werd de politieagent door de rechter vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging. Zie uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 23 december 2013 in zaaknr. 09/711963-12(ECLI:NL:RBDHA:2013:18257).

De rechterlijke uitspraak was aanleiding voor een demonstratie van zo?n vijftig personen van wie er enkelen werden aangehouden voor geweld tegen politieagenten (bron).

De discussie over het al dan niet rechtmatig optreden van de politie laaide zo de afgelopen jaren bij tijd en wijlen op. De politie zou met name in de Schilderswijk buitensporig geweld toepassen. Die stelling vormde in januari 2014 het uitgangspunt van een discussie in het tvprogramma Pauw & Witteman, waarin door het actiecomit? ?Herstel van Vertrouwen? voorbeelden werden aangedragen van onheuse bejegening van buurtbewoners door agenten. In de beeldvorming over het politieoptreden spelen daarnaast ook gebeurtenissen in de VS een rol, waaronder de demonstraties in Ferguson (2014).

Vanuit de Universiteit Leiden is enkele jaren geleden onderzoek gedaan naar de mate waarin onder politieagenten in Den Haag (feitelijk) sprake is van ?etnisch profileren?. Onder die term wordt verstaan: ?het disproportioneel vaak staande houden van burgers op grond van hun zichtbare etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat? (Van der Leun et al., 2014, p. 6; zie ook Bovenkerk, 2015). Uit het onderzoek volgde dat politiefunctionarissen in Den Haag niet zo maar te pas en te onpas personen op grond van etnische kenmerken staande houden. In veruit de meeste gevallen was het politieoptreden te rechtvaardigen op grond van concrete gedragingen, informatie of situationele omstandigheden; in een zeer beperkt aantal gevallen was dat niet het geval. Desondanks meenden jongvolwassenen van met name Turkse en Marokkaanse afkomst, met wie in het kader van het onderzoek een straatinterview had plaatsgevonden, dat zij onnodig vaak werden staande gehouden om identiteitspapieren te laten zien. De onderzoekers kwamen dan ook tot de conclusie dat er een sterke discrepantie bestaat ?tussen de observaties van het politie- handelen, de uitleg die hierover wordt gegeven door de politiefunctionarissen en de percepties van de jongvolwassenen op straat? (Van der Leun et al., 2014, p. 40). Tot eenzelfde conclusie kwam ook de Nationale ombudsman die naar aanleiding van signalen in de media en klachten van het actiecomit? ?Herstel van Vertrouwen? uit eigen beweging onderzoek deed naar specifiek het optreden van politieambtenaren van bureau De Heemstraat (zie Nationale ombudsman, 2014).

[slideshare id=76820041&doc=rapport2014078contrasterendebeelden-170610084302&type=d]

Herdenkingsbijeenkomst annex demonstratie wel of niet bewilligen?

Kort na het overlijden van Mitch Henriquez verschenen er berichten op sociale media over een bijeenkomst die op maandagavond 29 juni zou plaatsvinden om bij de dramatische gebeurtenis stil te staan en te demonstreren tegen (discriminerend) politiegeweld. De demonstratie zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De keuze voor deze locatie was opmerkelijk, omdat er geen enkele relatie bestond tussen dit politiebureau en hetgeen zich die bewuste zaterdagavond had voorgedaan. Bij de aanhouding van Mitch Henriquez waren geen politiefunctionarissen van bureau De Heemstraat betrokken geweest. Wel was er eerder veel te doen geweest over het optreden van de politie in de Schilderswijk en was bureau De Heemstraat symbool geworden van vermeend discriminerend politieoptreden. De aankondiging van de bijeenkomst annex demonstratie werd maandagmiddag in de Haagse driehoek besproken. In een relatief kort tijdsbestek moest burgemeester Van Aartsen een besluit nemen hoe met deze betoging in de Schilderswijk om te gaan. Er moest een afweging worden gemaakt wat de risico?s van een demonstratie waren en wat eventuele alternatieven zouden zijn. Ook was het de vraag of er voldoende middelen waren om het verloop van de demonstratie in de gaten te houden.

In de gemeenteraadsvergadering van 8 juli 2015 hebben verschillende partijen kritische vragen gesteld over het toestaan van de demonstratie bij bureau De Heemstraat. Was niet bijvoorbeeld het Malieveld of het Zuiderpark een betere locatie geweest? De Schilderswijk was immers al te vaak het toneel van demonstraties geweest. Sommige raadsleden bekritiseerden de burgemeester uiterst stevig over de gemaakte keuze. Volgens de burgemeester waren er echter in de uren waarin een beslissing moest worden genomen weinig argumenten om te veronderstellen dat een betoging elders in de stad minder problemen zou geven. De wens om te betogen en aan frustraties uiting te geven leefde onder meer bij de familie van Henriquez en de Arubaanse gemeenschap. Er was geen aanleiding te denken dat zij uit waren op ongeregeldheden. Familieleden van Mitch Henriquez hadden juist (ook in de media) aangegeven dat zijn aanhouding niets met racisme van doen had (bron). De betoging zou echter aangegrepen kunnen worden door anderen, onder wie personen van wie ? gezien de ervaringen uit het verleden ? de motieven twijfelachtig waren. Omdat de demonstratie echter niet officieel bij de gemeente was aangemeld, was niet duidelijk wie nu precies de organisatoren van de demonstratie waren. Er is getracht om met hen in contact te komen om vooraf eventuele afspraken te maken. Die pogingen waren echter tevergeefs en feitelijk was er dus geen mogelijkheid geweest om een andere locatie voor de betoging aan te wijzen. Bovendien had het toewijzen van een andere locatie voor het houden van een betoging of het opleggen van beperkingen mogelijk juist aanleiding kunnen geven tot weerstand of ontevredenheid en daarmee tot ongeregeldheden kunnen leiden. Als demonstranten het gevoel zouden krijgen dat hun recht om te demonstreren zou worden beperkt, zou dat de verhoudingen mogelijk extra op scherp hebben gezet. Uiteindelijk is de aanleiding voor de betoging ? de dood van Mitch Henriquez ? de doorslaggevende reden geweest om de bijeenkomst niet te beletten.

?Uit pi?teit en gezien de ernstige aanleiding heb ik de ruimte gegeven en de gelegenheid geboden om uiting te geven aan die frustraties, die gevoelens en die emoties?, aldus burgemeester Van Aartsen tijdens het raadsdebat van 8 juli 2015.

Om geen aanstoot te geven was er in de driehoek afgesproken dat de politie in normaal tenue bij de betoging aanwezig zou zijn. Er was echter ook de nodige politie achter de hand voor het geval de situatie uit de hand zo lopen: twee pelotons van de Mobiele Eenheid (ME), een aanhoudingseenheid, een verkenningseenheid, beredenen en bikers. Aanvankelijk verliep de bijeenkomst op maandagavond rustig en probeerde de politie alsnog om met vertegenwoordigers van de demonstranten in gesprek te gaan. Maar juist op het moment dat de politie op het bureau met een vertegenwoordiging van de demonstranten in gesprek was, grepen anderen dit aan om de agenten buiten met stenen en vuurwerk te belagen. Om de belaagde agenten te beschermen en te voorkomen dat deze groep het bureau zou binnendringen, moest de ME worden ingezet (bron). Nadien gaf burgemeester Van Aartsen aan dat de problemen niet waren veroorzaakt door de groep mensen die gevoelens over het overlijden van Mitch Henriquez wilde uiten. Er waren mensen omheen geweest, ?een beetje van de groep ?all cops are bastards??, die voor ellende ?en meer dan dat? hadden gezorgd (bron).

Naar herstel van de status quo
Hoewel tijdens de persconferentie op woensdagmiddag de waarschijnlijke doodsoorzaak van Mitch Henriquez bekend was gemaakt en de vijf agenten die bij zijn aanhouding betrokken waren op non-actief waren gesteld, deden zich die avond opnieuw hevige rellen voor in de Schilderswijk. Er was niet alleen sprake van gevechten met de politie, maar ook van vernielingen en vandalisme. ?Dat had niets meer met de dood van Mitch Henriquez te maken?, aldus Van Aartsen. Na drie onrustige avonden in de Schilderswijk (die in het verleden ook al het nodige te verduren had gekregen), was voor de burgemeester, maar eigenlijk voor de gehele driehoek, de maat vol. Het kon niet zo zijn dat het avond na avond onrustig was en sprake zou zijn van een kat-en-muisspel tussen demonstranten en de politie. Ook vanuit de Schilderswijk kwam een duidelijk signaal dat het nu eens afgelopen moest zijn. Inmiddels was wel duidelijk geworden dat het overgrote deel van de relschoppers niet afkomstig was uit de wijk. Velen kwamen van elders en sloten zich niet zozeer uit ideologisch motief, maar eerder rel-gedreven bij de demonstraties aan. De demonstratie op woensdagavond was wederom niet bij de gemeente aangemeld. Wel had de politie die avond nog geprobeerd de demonstranten te bewegen naar het Malieveld te gaan, maar dat had eerder een averechts effect gehad. De driehoek vreesde dat het donderdagavond nogmaals uit de hand zou lopen.

Om de rust in de Schilderswijk te herstellen deed de burgemeester een beroep op de relaties die de afgelopen jaren zowel vanuit de gemeente als de politie met bewoners van de wijk waren opgebouwd. Op donderdag 2 juli vroeg en kreeg de burgemeester de hulp van zo?n 150 tot 200 jongeren uit de Schilderswijk. Zij zouden die avond proberen de politie te helpen de rust te bewaren en vechtpartijen te voorkomen. Daarmee zou tegelijkertijd het signaal worden afgeven dat inwoners van de Schilderswijk ook zelf weer de rust wilden doen terugkeren. Uiteraard werd hiermee een groot risico genomen, niet alleen door de jongeren die op pad gingen om te surveilleren, maar ook door de burgemeester. Het kon immers ook misgaan.

Met deze wijze van ingrijpen werd in feite aangesloten bij de methode die in Den Haag al een aantal jaren met oudjaarsnacht wordt gehanteerd: de hulp van rolmodellen inschakelen om de rust
te bewaren. Zonder de investeringen van de afgelopen jaren om in de Schilderswijk voor verbinding te zorgen zou dit niet zijn gelukt. Natuurlijk zaten er risico?s aan deze methode en was er bij de verantwoordelijken grote aarzeling geweest of deze methode in dit geval wel kon worden gebruikt. Zouden de jongeren uit de Schilderswijk wel willen meewerken; mochten de jongeren wel aan de risico?s worden blootgesteld en zou met deze aanpak niet de opgebouwde band geheel of ten dele teniet worden gedaan? In een mooie documentaire van Omroep West wordt ingegaan op met name de inzet van de groep jongeren en hoe dat proces verlopen is (bron).

Bekijk hier die uitzending.

Afronding
Het overlijden van Mitch Henriquez leidde tot een ingewikkelde casus voor de Haagse driehoek. Via sociale media waren beelden van zijn arrestatie verspreid en daarmee rezen vragen over de manier waarop de politie had opgetreden. Er werd veel kritiek op het Haagse politiekorps geuit. Kritiek die inhield dat de politie-eenheid Den Haag zich schuldig zou maken aan discriminatoir optreden en overmatig geweldgebruik. De vraag waar de Haagse driehoek voor stond, was hoe ruimte te laten voor emoties om de dood van Mitch Henriquez en tegelijkertijd de openbare orde te bewaken.
Wij kunnen concluderen dat het verleden in deze casus een tweeledige rol heeft gespeeld. Enerzijds speelde het verleden mee als aanleiding van de rellen; anderzijds boden de initiatieven die de laatste jaren in de Schilderswijk zijn ontplooid een basis voor de remedie. De afgelopen jaren hebben de gemeente en de politie-eenheid Den Haag met verschillende programma?s en de inzet van wijkagenten getracht om de banden met en binnen de Schilderswijk te vergroten. Het betrekken van de jongeren bij het beheersen van de rellen kan gezien worden als een belangrijke indicatie dat dit beleid succesvol is geweest. Zonder de reeds opgebouwde contacten was er immers geen groep jongeren geweest die men kon benaderen, terwijl de jongeren ook hadden kunnen weigeren de burgemeester te helpen.

Vanzelfsprekend speelde in deze casus de politie een centrale rol, zowel bij de dood van Mitch Henriquez als bij de rellen nadien. Toch zou in deze casus blijken dat ook de andere hulpdiensten voldoende bij de aanpak aangehaakt moeten zijn en dat gaandeweg ook waren. In eerste instantie werden de brandweer en ambulancezorg/GHOR wat verrast door de onrust die zich maandagavond in de Schilderswijk voordeed. Zonder dat zij vooraf waren ge?nformeerd, had de situatie wel gelijk effect op hun optreden en het aantal spoedmeldingen uit het gebied. Zo moest de brandweer al die maandagavond onder lastige omstandigheden optreden op het Hobbemaplein. Vanaf dinsdag participeerden de andere hulpdiensten in de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) van de politie (en was er dus feitelijk sprake van een SGBO+). Daardoor verliep de samenwerking tussen de diensten steeds beter. De brandweer kon zelfs bijdragen aan de de-escalatie door mee te werken aan een ?waterfeest? voor kinderen uit de wijk. Door het Sigma-team van het Rode Kruis werd ondersteuning geboden aan de (mobiele) politie-eenheden die ? vanwege de hitte in die dagen ? met een ware uitputtingsslag te maken kregen.

Bronnen: Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Tarik Z.: verwarde man of terrorist?

Door:?Vina Wijkhuijs, Menno van Duin, uit?Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Op donderdagavond 29 januari 2015, zo?n twintig minuten voor aanvang van het achtuurjournaal, probeert een jonge man onder dreiging van geweld zich toegang te verschaffen tot de NOS-studio op het Mediapark in Hilversum. Hij wil tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal een mededeling doen. Terwijl hij een bewaker met een wapen bedreigt, begeleidt deze hem naar een opnamestudio. De bewaker brengt hem echter niet naar de studio waarvandaan het achtuurjournaal wordt uitgezonden, maar naar een studio die op dat moment niet in gebruik is. Aldaar wordt de man door de politie overmeesterd. Toch vindt er die avond geen uitzending van het achtuurjournaal plaats, wat een unicum is in de geschiedenis. Medewerkers hebben na het ontruimingsalarm of op last van de politie het NOS-gebouw in allerijl verlaten. De programmering op zowel NPO1 als NPO2 wordt noodgedwongen aangepast; ook het populaire programma Wie is de Mol? komt te vervallen. Vanaf ongeveer 21.00 uur volgt er op NPO1 een ge?mproviseerde reportage vanuit de NOS-studio in Den Haag. Daarin wordt verslag gedaan van wat er zich die avond op het Mediapark in Hilversum heeft voorgedaan.

Op het moment dat deze gebeurtenis plaatsvond, lag bij velen de herinnering aan de terroristische aanslag op de redactie van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo nog vers in het geheugen. Op 7 januari 2015 werden bij die aanslag in Parijs twaalf mensen gedood en raakten nog eens enkelen ernstig gewond. Bij menigeen ? zo kon uit berichten op sociale media worden opgemaakt ? leefde de vraag wat er in Hilversum aan de hand was. Werd dit keer Nederland getroffen door een terroristische aanslag?

Het incident bij de NOS liep gelukkig met een sisser af. Door kordaat optreden van de beveiliging en de politie kon de dader, Tarik Z., snel overmeesterd worden. De 19-jarige student bleek bovendien alleen te hebben gehandeld. Toch kon de situatie niet anders dan serieus worden genomen en leverde het daarmee een goede leerervaring op.

In dit hoofdstuk analyseren wij het incident aan de hand van twee dilemma?s. Het eerste dilemma betreft de vraag of en hoe de NOS over de bedreiging kon berichten nu de nieuwsorganisatie zelf onderwerp van dreiging was. Het tweede dilemma waar wij op in zullen gaan is de vraag van welke autoriteit in een casus als deze een duiding van
de gebeurtenis mag worden verwacht. Is dat de burgemeester van de gemeente waar de (dreiging van een) terroristische aanslag plaatsvindt, de hoofdofficier van justitie (omdat het een strafrechtelijk incident betreft), de bestuurlijk verantwoordelijke minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) of de minister-president?

De informatie in dit hoofdstuk is mede gebaseerd op een uitzending van Argos TV-Medialogica ‘Even geduld a.u.b.‘ die aan deze casus was gewijd. Daarnaast is gebruikgemaakt van twee evaluatierapporten die naar aanleiding van dit incident zijn opgesteld (Kaptein et al., 2015 en Scholtens et al., 2015).

Feitenrelaas
Het is donderdagavond 29 januari 2015 even voor acht uur. De mensen die in afwachting zijn van het achtuurjournaal weten niet dat een kleine twintig minuten voordien een jonge man de beveiligers bij de receptie van het NOS-gebouw onder dreiging van geweld heeft opgedragen hem naar de studio te brengen van waaruit om 20.00 uur het NOS Journaal zal worden uitgezonden.
Op het moment dat hij zich bij de receptie meldt, zegt hij voor een radioprogramma te komen. Plotseling legt hij op de balie een briefje neer en houdt met een wapen de beveiligers onder schot (Later blijkt het geen echt wapen te zijn). De beveiligers lezen het briefje, waarin staat dat er een cyberaanval zal plaatsvinden en in het land zware explosieven met radioactief materiaal tot ontploffing zullen worden gebracht, als de man niet in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal zijn verhaal te doen; hij eist tien minuten zendtijd. Na het briefje gelezen te hebben, zegt een van de twee dienstdoende beveiligers de man naar de opnamestudio te brengen. Terwijl de beveiliger met hem op weg gaat, activeert zijn collega de meldkamer van het beveiligingsbedrijf. Deze alarmeert onmiddellijk de security-officer van de NOS.

De beveiliger brengt de gijzelnemer echter niet naar studio 8 (van waaruit het achtuurjournaal zal worden uitgezonden), maar naar studio 10. Wanneer zij bij de regiekamer van studio 10 aankomen, is daar op dat moment een voltallige studioploeg van vijf personen aanwezig. Zodra de beveiliger de regieruimte binnenkomt, bemerken de aanwezigen al snel dat de man die bij hem is, gewapend is. De beveiliger overhandigt aan een van hen (i.c. de regisseur van het NOS Journaal) het briefje waarin de gijzelnemer zijn eisten stelt. De gijzelnemer wordt gezegd, dat als hij in het achtuurjournaal een mededeling wil doen, hij naar de opnamevloer van studio 10 zou moeten gaan; een opnamevloer ? zo weten de NOS-medewerkers ? die op dat moment niet in gebruik is.

Juist op het moment waarop de gijzelnemer dit wordt gezegd, probeert Herman van der Zandt ? ter voorbereiding van het achtuurjournaal ? contact te leggen met verslaggever Martijn Brink die in studio 10 gereed staat om later een kruisgesprek met hem te voeren. Van der Zandt hoort wat er in studio 10 wordt gezegd, maar krijgt geen respons. Hem bekruipt het vermoeden dat er serieus iets ernstigs aan de hand is en hij maant zijn collega?s de opnamestudio van het achtuurjournaal te verlaten. Ondertussen brengt de beveiliger de gijzelnemer naar de opnamevloer van studio 10; een regisseur en een geluidsman lopen met hen mee. Eenmaal op de vloer van studio 10 zorgen zij ervoor dat de gijzelnemer ? zonder dat hij daar iets van merkt ? in andere ruimtes op beeldschermen te zien is.

Om 19.54 uur activeert de beveiliger die bij de receptiebalie gebleven is het ontruimingsalarm op de eerste, tweede en derde verdieping van het NOS-gebouw. Om escalatie van de gijzeling te voorkomen, activeert hij het ontruimingsalarm op de vierde, vijfde en zesde verdieping bewust niet. Hij is daarbij in de veronderstelling dat de gijzelnemer naar studio 8 (op de vierde verdieping) is gebracht en weet niet dat zijn collega hem naar studio 10 (op de derde verdieping) heeft geleid (Kaptein et al., 2015).

Nagenoeg tegelijkertijd komt bij de meldkamer van de politie een eerste melding binnen van een NOS-medewerker die met spoed om de politie vraagt. Hij meldt dat er een gijzeling in het NOS-gebouw gaande is en dat een gewapende man zendtijd eist (Scholtens et al., 2015, p. 11).

Uit de beelden die in studio 10 worden opgenomen en die in andere ruimtes op beeldschermen te zien zijn, wordt het voor medewerkers van het achtuurjournaal duidelijk dat het journaal niet om 20.00 uur zal kunnen beginnen. Besloten wordt om op NPO1 een stilstaand beeld uit te zenden: ?Even geduld a.u.b.?, met daaronder ?I.v.m. omstandigheden is er op dit moment geen Journaal mogelijk.? Vanaf 19.59:58 uur tot uiteindelijk 21.05 uur is dit beeld op NPO1 te zien, op enkele momenten kort onderbroken door gereedstaande promo?s en leaders die per ongeluk worden uitgezonden (Kaptein et al., 2015, p. 15).

Rond 20.00 uur brengt de regie van het NOS Journaal de NOShoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, op de hoogte van de situatie. Gerlauff belt vervolgens onmiddellijk naar de NOS-redactie in de studio in Den Haag en vraagt hen om via de Rijksvoorlichtingsdienst de minister-president te informeren.

Rond diezelfde tijd wordt burgemeester Broertjes van Hilversum door de basisteamchef van de politie van het incident op de hoogte gesteld. Burgemeester Broertjes besluit naar het Mediapark te gaan om te zien wat zich daar afspeelt (Scholtens et al., 2015, p. 11). Onderwijl (om 20.05 uur) formeert de politie een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) en schaalt (op hetzelfde moment) de meldkamer op naar GRIP-1 (Scholtens et al., 2015, p. 11). Zo?n twintig minuten later (om 20.25 uur) schaalt de Leider CoPI, na overleg met de Operationeel Leider, op naar GRIP-2 (Scholtens et al., 2015). Bij het NOS-gebouw zijn dan inmiddels politiemensen gearriveerd. Eenmaal in het gebouw lopen zij richting studio 10, waar om 20.14 uur de gijzelnemer wordt vermeesterd en gearresteerd.

Ondertussen vindt er tussen leidinggevenden van de NOS en de NPO overleg plaats over het al dan niet uitzenden van de reguliere programmering. Na het achtuurjournaal zou een aflevering van het programma Wie is de Mol? volgen, maar besloten wordt dat het ongepast is tot uitzending van de reguliere programmering over te gaan. Voor wat betreft de berichtgeving over het incident doet NOS-hoofdredacteur Gerlauff aan medewerkers van de NOS (per e-mail) de oproep om niet aan ?externe berichtgeving? te doen, ook niet via sociale media. ?We doen niets aan communicatie tot er meer duidelijkheid is? (Kaptein et al., 2015, p. 17).

Voor televisiekijkers die op NPO1 hadden afgestemd, is inmiddels wel duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand is. Ook op NPO2 vindt er geen uitzending meer plaats. Op sociale media wordt er druk gespeculeerd over wat er bij de NOS aan de hand is. Voor informatie kan men (onder meer) terecht bij RTL-4. Deze zender onderbreekt om 20.25 uur de uitzending van Goede Tijden Slechte Tijden om van de ontwikkelingen verslag te doen. In een extra uitzending van RTL Nieuws wordt gemeld dat het NOS-gebouw, waarin tevens de NPO gehuisvest is, door de politie wordt ontruimd.De extra uitzending van RTL Nieuws wist vlak voor half negen ruim 2,6 miljoen kijkers te boeien en was daarmee die avond het best bekeken televisieprogramma. Zie: Mediacourant, 30 januari 2015. Kijkcijfers: Veel kijkers voor extra RTL Nieuws over gijzeling NOS (Bron). Zo?n zeventig ? tachtig medewerkers van de NOS en de NPO staan buiten in de winterkou te wachten op wat er verder gebeurt. Aan medewerkers werd overigens spontaan opvang geboden in de kantine van RTL en zij konden, na bemiddeling van de OvD Bevolkingszorg, ook terecht in een nabijgelegen restaurant. Zie: Bevolkingszorg Flevoland & Gooi en Vechtstreek, 22 februari 2015. Ervaringsverhaal: Paniek in Hilversum. (Bron).

Gaandeweg komt ? met enige improvisatie ? ook de berichtgeving door de NOS weer op gang. Vanaf 21.05 uur vindt er op NPO1 een extra journaaluitzending plaats vanuit de NOS-studio in Den Haag. Later die avond vindt de uitzending weer plaats vanuit het NOS-gebouw in Hilversum, dat de politie om 22.15 uur heeft vrijgegeven. Op het stadhuis in Hilversum start om 22.38 uur een persconferentie met burgemeester Broertjes, hoofdofficier van justitie Bac en teamchef Wielandt van de politie. Van de persconferentie en wat er zich eerder die avond in het NOS-gebouw heeft voorgedaan, wordt in het late NOS Journaal van 23.00 uur verslag gedaan.

Vijf maanden later, op vrijdag 19 juni 2015, verschijnt Tarik Z. voor de rechter. Het OM eist vier jaar celstraf vanwege gijzeling, bedreiging en verboden wapenbezit. Eind december 2015 wordt Tarik Z. in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar en vier maanden celstraf (waarvan twee jaar voorwaardelijk). Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 22 december 2015 in zaaknr. 21-003994-15 (ECLI:NL:GHARL:2015:9778).

Nieuwsvoorziening en duiding: twee dilemma?s
Opeens was de NOS, de grootste nieuwsorganisatie van Nederland, zelf onderwerp van ?breaking news?. Onder televisiekijkend Nederland, en uiteraard ook onder medewerkers van de NOS en NPO, heerste grote consternatie over wat er in het NOS-gebouw gaande was. Met een dergelijke situatie had de NOS geen rekening gehouden, ook al was men zich na de recente aanslag op Charlie Hebdo ervan bewust dat ook journalisten doelwit van terroristische acties kunnen zijn. De NOS-hoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, werd met deze situatie voor het lastige dilemma gesteld hoe en wanneer over de gebeurtenis te berichten, terwijl hij niet wist hoe het met de veiligheid van het eigen personeel was gesteld. Het bleek niet alleen een moreel vraagstuk te zijn, maar ook een kwestie die gepaard ging met allerlei praktische problemen.

Daarnaast kan deze casus worden beschouwd aan de hand van de vraag wie in een dergelijke situatie de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om de situatie te duiden. Was burgemeester Broertjes hiervoor verantwoordelijk, gezien het feit dat het incident in Hilversum plaatsvond, of lag die verantwoordelijkheid ? omdat het mogelijk een terroristische aanslag betrof ? bij de hoofdofficier van justitie, de minister van VenJ dan wel de minister-president? Het is een vraag waar ? in de hectiek van het moment ? doorgaans de tijd voor ontbreekt om bij stil te staan. Het is daarom goed om achteraf ook op deze vraag in te gaan.

Analyse

Nieuwsvoorziening versus veiligheid personeel
?Informeren is mijn journalistieke en publieke taak?, stelde Marcel Gerlauff enkele dagen na het incident in een column in NRC
Handelsblad.(Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015.) Het is journalisten eigen onder alle omstandigheden het nieuws te verslaan om anderen kennis te laten nemen van wat er in de wereld gebeurt. Daarop geldt ??n uitzondering ? zo bleek in deze casus ? en dat is als er daardoor gevaar dreigt voor eigen of andermans
leven. Toen NOS-hoofdredacteur Gerlauff onderweg in zijn auto telefonisch van de gijzeling vernam, gingen zijn gedachten uit naar de veiligheid van diegenen die in het NOS-gebouw aanwezig waren. ?Ik had onmiddellijk veel zorgen over wat er gebeurde en hoe het met de collega?s zou zijn?, aldus Gerlauff (Bron).

?Ik kreeg te horen dat er op de redactie een man met een wapen rondliep die van alles eiste en dat er een gijzeling gaande was. Dat de collega?s zich hadden opgesloten in de regie en niet wisten wat te doen. Ik hoorde angst, paniek en ontreddering.? (Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015). Gerlauff deelde wat hij had gehoord met Bram Schilham, chef van de NOS-redactie in Den Haag. Die schrok daarvan:?Ik schrok behoorlijk; het was kort na de gebeurtenissen in Parijs. We hadden het daar best wel eens over gehad (?): hoe zou dat zijn, als zoiets in Nederland zou gebeuren? Dus dat speelde toch wel in je hoofd. En je eerste gedachte is toch: zou dit het dan zijn?? (Bron)

Ook Martijn Brink, die de gijzeling van nabij meemaakte, legde een associatie met de terroristische aanslag in Parijs: ?We hadden natuurlijk net Charlie Hebdo gehad. Dat lag bij iedereen hier op de redactie nog heel vers in het geheugen. Ik dacht: nu zijn wij het, nu zijn wij de klos.?

Het is dan ook volstrekt logisch dat Gerlauff vanwege de veiligheid van het personeel besloot voorlopig niet aan externe berichtgeving te doen; de nieuwsvoorziening kwam nu even op de tweede plaats. NOS-directeur Jan de Jong deelde dit standpunt: ?De veiligheid van de mensen was voor ??n keer belangrijker dan het brengen van het nieuws.?

Naast de veiligheid van het personeel was er voor Gerlauff echter nog een reden om zijn medewerkers te manen (vooralsnog) niet naar buiten toe te communiceren. De kans was immers groot dat als iemand van de NOS iets over het incident zou melden, dit zou worden ge?nterpreteerd als zijnde een bericht dat was vrijgegeven door de NOS, terwijl voor Gerlauff en anderen die buiten stonden te wachten nog onduidelijk was wat er gaande was, laat staan hoe de gebeurtenis te duiden.

?Hoe noem je het? Noem je het een gijzeling, een incident. Dat vaststellen was heel erg moeilijk, omdat het voor de mensen die buiten stonden lastig was om daar een beeld van te krijgen.?

Gerlauff wenste dus eerst meer duidelijkheid over de situatie alvorens naar buiten te treden. Maar in hoeverre hield zijn beslissing stand in het huidige mediatijdperk? Degenen die nog in het NOS-gebouw waren en de gijzelnemer van nabij hadden meegemaakt of de gebeurtenissen in studio 10 via beeldschermen hadden gevolgd, wisten de ernst van situatie al beter in te schatten. Er was weliswaar sprake geweest van een gijzeling, maar de gijzelnemer was inmiddels gearresteerd. Ook hadden zij sterk het vermoeden dat hij alleen had gehandeld en met zijn aanhouding de dreiging was geweken. Zij schakelden daarom als van nature over op hun journalistieke taak om van het incident verslag te (gaan) doen. Via de zenders van de publieke omroep ging dat echter nog niet zo eenvoudig.

Op Twitter daarentegen verschenen al kort na acht uur enkele berichten ? eerst veelal nog met humoristisch ondertoon ? over de vertraging in de uitzending van het achtuurjournaal.

?Lol. Vanwege omstandigheden geen Journaal. Zit Rik te mollen achter de schermen? #npo1 #Nosjournaal #widm.? (Bron).

Ondanks Gerlauff?s oproep om niet aan externe berichtgeving te doen, mengden ook enkele NOS-medewerkers zich (op persoonlijke titel) in de berichtenstroom. Om 20.05 uur kwam van Studio Sportmedewerker Stefan van der Weijde het bericht: ?Paniek in Hilversum. Man met wapen eist zendtijd. Journaal gaat niet door.? (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twee minuten later volgde een ANP-persalarm dat door verschillende journalisten (Metro, de Volkskrant, RTL) werd verspreid: ?Pand NOS in Hilversum wordt ontruimd. Man met pistool zou zendtijd eisen (bron: NOS).? Tot het moment waarop Tarik Z. werd overmeesterd is dit bericht 2.628 keer gedeeld (Jong & D?ckers, 2016).

[slideshare id=76811611&doc=presentatielogeiondag-wouterjong-170609215531]

Rond 20.20 uur werd via tweets van wederom enkele NOS medewerkers duidelijk dat de gijzelnemer was overmeesterd. (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twintig minuten later verscheen een eerste afbeelding van de brief die Tarik Z. bij zich had. Om 20.45 uur meldde politiek verslaggever Dominique van der Heyde in een tweet dat er binnen enkele minuten een journaaluitzending over de ?kortstondige gijzeling? zou volgen (bron). Daarmee was uit het berichtenverkeer op Twitter in feite binnen drie kwartier de aard en afloop van het incident bekend.

Twitteranalyses
Van de Wijngaert (2015) en Jong & D?ckers (2016) hebben ? vanuit een eigen invalshoek ? de Twitterberichten over het NOS-incident geanalyseerd. Uit beide analyses bleek dat van alle tweets die op donderdagavond 29 januari 2015 vanaf 20.00 uur over het incident zijn verstuurd, twee derde een retweet was. In haar twitteranalyse geeft Van de Wijngaert op een heldere wijze weer hoe de thema?s van de berichten gedurende de avond veranderden en wie de prominente auteurs in het twitternetwerk waren. Jong & D?ckers besteedden specifiek aandacht aan zowel het ontstaan als de correctie van een tweetal geruchten die op Twitter rondgingen, namelijk dat ook bij de Belgische VRT sprake zou zijn van een gijzeling en dat de ouders van Tarik Z. bij de vliegramp MH17 zouden zijn omgekomen.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

[slideshare id=51556135&doc=gewapendemaneistzendtijdresultaten-150812182023-lva1-app6892]

Een deel van het (twitterende) publiek was dus al op de hoogte waarom er die avond geen achtuurjournaal was, hoewel de NOS daarover zelf nog geen mededeling had gedaan. In de live-uitzendingen op RTL-4 en op NPO Radio 1 en op verschillende nieuwssites (o.a. Nu.nl en de Volkskrant) werd vanaf ongeveer 20.20 uur van de ontwikkelingen in Hilversum verslag gedaan.

Al snel werd de Facebook pagina van Tarik gedeeld met een opvallende voorpagina foto:

Twitter864f65e

Na de arrestatie van Tarik Z. wilden ook de medewerkers van de NOS en de NPO direct weer aan de slag. Zij konden echter op dat moment niet in het NOS-gebouw terecht, omdat dit door de politie werd ontruimd om de aanwezigheid van explosieven uit te sluiten. Dat dit een vertragende factor was in de nieuwsvoorziening was zeker niet voor iedereen duidelijk, zo bleek uit de kritieken die de NOS te verduren kreeg.37 Om zo snel mogelijk weer ?op zender? te zijn, moest worden uitgeweken naar een ander gebouw van de NPO. Vandaaruit werd getracht een verbinding met de studio in Den Haag tot stand te brengen. Onderwijl had de NOS-redactie in Den Haag van de beelden die in studio 10 waren opgenomen een filmpje van de gijzeling samengesteld. Tijdens de extra journaaluitzending (die vanaf 21.05 uur kon aanvangen) werd dit aan het brede publiek getoond. Bij aanvang van die uitzending hadden bijna drie miljoen mensen hun tv (weer) op NPO1 afgestemd (zie figuur 2.1).

Wie geeft duiding?
Een kwestie die eveneens uit de casus naar voren kwam, is dat het niet altijd even duidelijk is wie nu, in een casus als deze, de leiding heeft en zich tot het publiek zou moeten richten. Welke autoriteit is bestuurlijk verantwoordelijk en zou naar buiten moeten treden om burgers te informeren en de gebeurtenis te duiden?

De lokale bestuurder?
De burgemeester heeft op grond van de Wet veiligheidsregio?s (Wvr) bij lokale rampen en crises een centrale rol. Hij is in die gevallen bestuurlijk verantwoordelijk voor de inzet van de brandweer, de ambulancevoorziening en de politie (voor zover het de handhaving van de openbare orde en veiligheid betreft). Ook dient hij ervoor te zorgen dat ?de bevolking informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp of crisis die de gemeente bedreigt of treft? (art. 7, lid 1 Wvr). De burgemeester stemt zijn informatievoorziening af met de informatievoorziening door of onder verantwoordelijkheid van de bij de ramp of crisis betrokken ministers (art. 7, lid 3 Wvr).

Uitgaande van deze wettelijke bepalingen was het begrijpelijk dat burgemeester Broertjes van Hilversum, na de melding dat er op het Mediapark sprake was van een ernstig voorval, zijn verantwoordelijkheid nam. In plaats van direct naar het gemeentehuis te gaan, besloot hij om eerst ter plaatse poolshoogte te gaan nemen. Buiten in de kou stonden enkele tientallen medewerkers van de NOS en de NPO die mogelijk opvang en zorg nodig hadden; iets waarin overigens ook spontaan door collega?s van RTL werd voorzien.

In het evaluatierapport dat door Crisislab is opgesteld, krijgt burgemeester Broertjes het compliment dat hij, door naar het Mediapark te gaan, al binnen ??n uur na de melding in staat was de bevolking over het incident te informeren (zie Scholtens et al., 2015, p. 26). Om 20.25 uur wist hij te melden dat iemand in het NOS-gebouw zendtijd eiste. Of deze persoon gewapend was, kon de burgemeester nog niet zeggen. Hierbij zij opgemerkt dat er op dat moment nog geen cameraploegen aanwezig waren, waardoor de burgemeester slechts de schrijvende pers (ook van weblogs) te woord kon staan. Desondanks, zo stellen Scholtens et al., voldeed de burgemeester aan de ?richtlijn? die het Veiligheidsberaad heeft vastgesteld. Deze richtlijn luidt (Bron: Bevolkingszorg op orde 2.0, p. 45.):

?Binnen een uur komt de gemeente of burgemeester (het boegbeeld: ?het gezicht van de overheid?) met een proportionele reactie, die rekening houdt met de lokale impact en de vragen die onder de bevolking leven (?).?

Hoewel burgemeester Broertjes aan deze richtlijn zou hebben voldaan, is het te eenvoudig om te veronderstellen dat in dit geval de lokale bestuurder de meest aangewezen persoon voor de crisiscommunicatie was. Dat de burgemeester van Hilversum, later ook op de persconferentie, in de woordvoering een centrale positie innam, lag geenszins voor de hand. Er waren bij de gijzeling geen slachtoffers gevallen, hetgeen een prominente rol van de burgemeester zou hebben gerechtvaardigd. Verder heeft de richtlijn waar Scholtens et al. aan refereren specifiek betrekking op situaties met een ?lokale? impact, terwijl in dit geval de impact veel breder was en vooral ook buiten Hilversum werd ervaren.

De hoofdofficier van justitie?
Al uit de eerste melding die bij de meldkamer binnenkwam, kon worden opgemaakt dat het niet ging om een lokale calamiteit (als een gezinsdrama of een brand); er werd met spoed om de politie gevraagd, omdat er ?een gijzeling gaande was in het NOS-gebouw?. Er was daarmee sprake van een strafrechtelijk incident en in dat geval heeft ook de strafrechtsketen (de hoofdofficier van justitie, het college van Procureurs-Generaal en de minister van VenJ) een rol. Daarbij kwam dat ? zoals Tarik Z. in zijn brief had aangegeven ? rekening moest worden gehouden met de aanwezigheid van explosieven. In deze casus zou daarom het ?Stelsel bewaken en beveiligen? van toepassing kunnen worden geacht. Dit is het geheel van regelgeving en werkafspraken die tot doel hebben (terroristische) aanslagen te voorkomen. Een uitgangspunt van het stelsel is dat ?de ernst van de dreiging? en in het bijzonder ?het effect en de aard van de verwachte gebeurtenis? bepalend zijn voor de vraag of het primaat bij hetzij de burgemeester hetzij de hoofdofficier van justitie ligt. (Bron: paragraaf 4.2 van de Circulaire bewaking en beveiliging personen, objecten en diensten 2015).?De burgemeester is (op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid) verantwoordelijk voor de bewaking en beveiliging van objecten en diensten. Zo ging de discussie na afloop vooral over de vraag hoe het kon dat Tarik Z. zich toegang tot het NOS-gebouw had verschaft. Is er echter sprake van ?een concrete dreiging waarbij beveiligingsmaatregelen worden genomen ter voorkoming van strafbare feiten? (zoals in dit geval de ontruiming van het NOS-gebouw vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieven), dan is de hoofdofficier van justitie primair verantwoordelijk.

Langs deze lijn bezien lag het gezag in deze casus dus primair bij de strafrechtsketen. Het zou daarom logisch zijn geweest als niet de burgemeester, maar de hoofdofficier van justitie de persconferentie had geleid. Ook in andere strafrechtelijke casus waarbij sprake was van maatschappelijke onrust, zoals na de arrestatie van de moordenaar van Marianne Vaatstra (2013) en de fatale overval in Deurne (2014), was het vanzelfsprekend dat de hoofdofficier van justitie de centrale positie achter de perstafel innam. Natuurlijk kan daartegenin worden gebracht dat het OM in die casus het voortouw nam, omdat over de (voorlopige) uitkomst van het opsporingsonderzoek iets kon worden gemeld. Op het moment waarop in Hilversum de persconferentie plaatsvond, was weliswaar de dader al gearresteerd, maar het onderzoek naar de toedracht van zijn handelen nog in volle gang. Hoofdofficier Bac was om die reden terughoudend. In het belang van het opsporingsonderzoek konden alleen de leeftijd en woonplaats van de dader worden gemeld. Een duiding van de gebeurtenis (bijvoorbeeld in termen als ?Dit is geen Charlie Hebdo?) bleef achterwege en was misschien ook wel te veel gevraagd.

Toch kwam de persconferentie die om 22.38 uur op het stadhuis in Hilversum aanving een beetje als mosterd na de maaltijd. In de twee uren voorafgaand had menigeen, hetzij via RTL Nieuws, Radio 1, Hart van Nederland of Twitter, al van het incident en de afloop ervan kunnen vernemen. Ook de NOS had inmiddels in een extra journaaluitzending al uitgebreid verslag van de gijzeling gedaan en meerdere keren het filmpje getoond waarop te zien was hoe Tarik Z. was overmeesterd. Nederland haalde weer opgelucht adem. Het beeld van een terrorist was al genuanceerd tot ?een verward persoon?. Een bevestiging van de hoofdofficier van justitie dat ?het gevaar? was geweken, was op zijn plaats geweest of er zou daarover bij het OM nog gerede twijfel moeten hebben bestaan. Als dat het geval was, dan had van de autoriteiten wel wat meer informatie ? en betekenisgeving (zoals dat zo mooi in de boekjes heet) ? mogen worden verwacht. De vraag is wie dan degene zou kunnen zijn die iets over de aard en omvang van de dreiging had kunnen zeggen?

De voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester?
Aangezien de actie van Tarik Z. een incident was van meer dan plaatselijke betekenis, waarover de hoofdofficier van justitie nog geen verdere uitspraken kon doen, zou het te overwegen zijn geweest om de publiekscommunicatie over te laten aan een bestuurder op regionaal niveau; hetzij de voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester.

Hoewel bij een (dreigende) aanslag de strafrechtsketen formeel de leiding heeft, betekent een aanslag per definitie een verstoring van de openbare orde en veiligheid. Ook de algemene keten heeft daarom in die situaties een rol. Op grond van de Wet veiligheidsregio?s is ?in het geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis? (of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan), de voorzitter van de veiligheidsregio bestuurlijk verantwoordelijk voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daaronder zij inbegrepen de informatievoorziening aan de bevolking over de oorsprong, omvang en de gevolgen van de gebeurtenis. In situaties waarin sprake is van een (dreigende) aanslag zou dus de woordvoering c.q. duiding van de situatie kunnen worden overgelaten aan de voorzitter van de veiligheidsregio waar de (dreigende) aanslag plaatsheeft. In deze casus zou dan burgemeester Broertjes niet als lokale bestuurder hebben opgetreden, maar als voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (wat feitelijk niet het geval is geweest).

Een andere optie zou kunnen zijn om in dit soort situaties de regioburgemeester de gebeurtenissen te laten duiden. De regioburge meester is een relatief ?nieuwe speler? in het veld die in bepaalde gevallen een rol heeft of kan vervullen. Sinds de invoering van de nieuwe Politiewet (1 januari 2013) kennen we tien politie-eenheden, waarbij voor elke politie-eenheid een regioburgemeester is aangewezen die regelmatig overleg heeft met de hoofdofficier van justitie en de politie chef over zaken die de inzet van de politie betreffen. Hoewel het overleg in de zogenoemde ?regionale driehoek? voornamelijk over beheerszaken gaat, kan het niet anders dan dat de regioburgemeester in die functie beter dan andere burgemeesters op de hoogte raakt van ontwikkelingen op strafrechtelijk terrein. Mede om die reden zou juist in strafrechtelijke casus die een landelijke impact hebben, maar in ernst niet direct noodzaken tot opschaling naar nationaal niveau, de regioburgemeester de rol van ?duider? kunnen vervullen. In deze casus had dan de burgemeester van Utrecht (als regioburgemeester van de politie-eenheid Utrecht-Flevoland) tijdens de persconferentie naast de hoofdofficier van justitie gezeten en een duiding van de situatie kunnen geven.

De minister van Veiligheid en Justitie?
Zoals gezegd gingen de gedachten aanvankelijk uit naar een terroristische actie. Als daar werkelijk sprake van zou zijn geweest, dan was onmiskenbaar de strafrechtsketen ?in charge?. Bij (dreiging van) een terroristische aanslag zou bovendien bij voorbaat opschaling plaatsvinden van de informatievoorziening en het mediabeleid. (Bron: Bestuurlijke Netwerkkaart Terrorisme, p. 1).?Het is in dat soort situaties aan de minister van VenJ (of de minister-president) om de gebeur tenis(sen) te duiden. Vooral de aanvankelijke onwetendheid (?Is hier sprake van een terroristische aanslag??), die breed (onder televisiekijkend Nederland) werd gedeeld, maakte dat ? zeker als de situatie langer had voortgeduurd ? de minister van VenJ primair verantwoordelijk
zou zijn geweest voor de crisiscommunicatie.

[slideshare id=76811524&doc=systeemevaluatienos-incident-170609215022&type=d]

Tot slot
Premier Rutte verklaarde achteraf dat in dit geval de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) al vrij snel had geconcludeerd dat het een aangelegenheid voor de lokale driehoek betrof, maar dat desalniettemin het incident een ?hele grote landelijke impact? had (Bron).De gevolgen van de gijzelingsactie bleven gelukkig beperkt, maar het is niet moeilijk allerlei varianten te bedenken die de casus hadden kunnen compliceren. Enkele varianten zouden kunnen zijn geweest:
? De dader is gewapend en schiet ??n of enkele personen neer en weet te ontkomen.
? Er zijn meerdere terroristen die het NOS-gebouw weten binnen te dringen en mogelijk over explosieven beschikken.
? De gijzeling doet zich bij een regionale omroep voor (bijvoorbeeld TV-Rijnmond of AT5 in Amsterdam).
? Door minder handig optreden van de NOS worden beelden van de gijzeling, de verklaring van de gijzelnemer(s) en mogelijk zelfs een beschieting rechtstreeks uitgezonden.
? Vrijwel gelijktijdig of kort erna is er ook een gewapende inval in de studio van Omroep Brabant (of elders in Nederland of Europa).
? Na korte tijd vindt er op Schiphol (of elders) een hevige explosie plaats.

In elk van deze situaties zou steeds opnieuw de vraag gesteld moeten worden wie in dat specifieke geval de leiding behoort te nemen en de situatie dient te duiden. Met andere woorden: van wie mag worden verwacht op televisie te verschijnen? Het zal duidelijk zijn dat de situatie al naargelang de ernst van het scenario (de mate van dreiging, de plaats waar het incident zich voltrekt, de mate waarin burgers van de situatie op de hoogte zijn, enzovoort) anders zal worden beleefd en dus ook een andere aansturing vergt. Bij (mogelijke) terroristische acties verwachten we niet dat een burgemeester van een kleine gemeente op televisie verschijnt, maar dat op zijn minst een hoofdofficier van justitie of de minister van VenJ uitleg geeft. Bij een casus met een daadwerkelijke schutter of meerdere daders die nog niet allemaal opgepakt zijn, zal het justiti?le aspect een veel grotere betekenis krijgen. Als echter de situatie zich in Amsterdam of Den Haag zou voordoen, zullen we ook weer niet vreemd opkijken als burgemeester Van der Laan of burgemeester Van Aartsen ? die mede vanwege hun voormalig ministerschap landelijke bekendheid genieten ? op de voorgrond zou treden. Het is ten slotte goed denkbaar ? en misschien soms zelfs wel verstandig ? dat degene die naar buiten toe de situatie duidt en als de ?gezaghebbende autoriteit? opereert, achter de schermen een beperkter rol heeft. Er hoeft geen volledige congruentie te bestaan tussen ?de duider? en ?de beslisser?.

In deze casus werd de woordvoering gedaan door burgemeester Broertjes van Hilversum. Achteraf kan echter de vraag worden gesteld of het primaat van de crisiscommunicatie in dit geval wel bij de lokale bestuurder lag. Uit de evaluatie van Crisislab blijkt dat de Hilversumse driehoek niet heeft onderkend dat afgewogen had moeten worden of er een landelijke dreiging bestond (zie Scholtens et al., 2015, p. 34). Dat is opmerkelijk, ook omdat NOS-hoofdredacteur Gerlauff daarmee wel rekening hield en direct de minister-president over de situatie bij de NOS liet informeren. Hij zei hierover achteraf:

?Het was mij onmiddellijk helder dat dit een heel groot nieuwsfeit betrof, en het leek mij belangrijk dat het kabinet direct hoorde wat er bij de publieke omroep aan de hand was.? (Bron)

Als inderdaad van een landelijke dreiging sprake zou zijn geweest, dan had naar nationaal niveau opgeschaald moeten worden. Een gijzeling of terroristische actie kan daarnaast natuurlijk ook reden zijn voor opschaling op lokaal niveau om bijvoorbeeld de hulpverlening en eventuele effecten voor de openbare orde en veiligheid in goede banen te leiden, maar dat maakt niet automatisch de lokale bestuurder ?het boegbeeld? van de samenleving.

[slideshare id=76811554&doc=coteindrapportagelessenonderzoekveiligheidsincidentnosnpo-170609215156&type=d]

Afronding
Het bericht dat in het NOS-gebouw een gijzeling gaande was, zette twee simultane processen in gang die beide als doel hadden het publiek te informeren over wat er in Hilversum aan de hand was.
Ten eerste trachtten de NPO en de NOS de nieuwsvoorziening via NPO1 weer zo snel mogelijk te hervatten. Over de inspanningsverplichting waaraan de NPO zou moeten voldoen, bestond in de dagen na het incident enige onduidelijkheid (zie Kaptein, 2015, p. 10). Volgens sommigen zou NPO1 te allen tijde als rampenzender moeten kunnen fungeren. Die suggestie werd mede gewekt door de reactie van minister Opstelten van VenJ (?publieke omroep mag niet op zwart gaan?, bron) op de dag na het incident, maar dit betreft echter een misverstand. Weliswaar kan de minister-president op grond van de Mediawet in buitengewone omstandigheden van de publieke omroep zendtijd en faciliteiten vorderen, maar de nationale publieke omroep heeft niet de verplichting om als rampenzender te fungeren. Die taak is neergelegd bij de regionale omroepen.(Sinds 1991 fungeren de radiozenders van regionale omroepen als calamiteitenzender, hetgeen betekent dat deze zenders bij een ramp of calamiteit direct gebruikt moeten kunnen worden voor mededelingen van het bevoegd gezag).

Terwijl bij de NOS de nieuwsvoorziening weer opgang kwam, kwam in Hilversum de lokale driehoek bijeen. Daarnaast vond in Den Haag overleg plaats tussen de NCTV, de minister van VenJ en de minister-president. De crisisstructuren werden zogezegd in werking gesteld. In Hilversum bleek het overleg in de driehoek lastig samen te gaan met opschaling volgens de GRIP-methodiek; een knelpunt dat zich wel vaker voordoet bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component. Politie en OM zijn in dergelijke situaties weinig bereid om informatie over het opsporingsonderzoek met anderen dan de burgemeester te delen. Toch zal de burgemeester ook in staat moeten worden gesteld zijn verantwoordelijkheid in de crisisbeheersing te nemen. Het is dan zoeken naar een passende modus waarin een driehoeksoverleg samengaat met een multidisciplinair beleidsteam. In de Handreiking aanpak van radicalisering en terrorismebestrijding op lokaal niveau geeft de NCTV aan dat er bij een terroristische aanslag voor gekozen kan worden de lokale driehoek en het beleidsteam (deels) te integreren:

?Op die manier kunnen de belangen van hulpverlening, openbare orde en opsporing goed op elkaar worden afgestemd. Door de regio naal geneeskundig commandant en de regionaal commandant brandweer te betrekken bij de besluitvorming, kunnen zij de noodzakelijke maatregelen treffen, zoals het gereedstellen van ambulances, het voorbereiden van ziekenhuizen, en mankracht beschikbaar houden voor hulpverlening.? (NCTV, 2014, p. 55)

Bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component kan het dus beter zijn om ? in plaats van een heel team ter ondersteuning van de burgemeester in te richten ? de driehoek uit te breiden met een of enkele adviseurs die voor de burgemeester relevant zijn en bij het OM en de politie het vertrouwen mogen genieten om met gevoelige informatie om te gaan.

Ten slotte heeft het weinig zin om naar aanleiding van een enkele casus regels en structuren aan te passen. Diegenen die eerdere publicaties van ons ? in bijvoorbeeld deze reeks ? gelezen hebben, weten dat wij daar geen voorstander van zijn. Vandaar dat wij hier geen andersoortige invulling van de besluitvormingsstructuur voorstellen. Wel denken wij dat het goed is als ? bijvoorbeeld binnen de veiligheidsregio?s en/of politie-eenheden ? geagendeerd wordt hoe bij een (dreigende) terroristische aanslag de externe communicatie en voorlichting ter hand te nemen? Het kan geen kwaad deze discussie vooraf eens expliciet met elkaar te voeren. Wie regisseert? Is er een rol voor de regioburgemeester weggelegd? Wanneer stapt de hoofdofficier van justitie naar voren? Zeer waarschijnlijk zal in een onverhoopt geval ?naar bevind van zaken? gehandeld (moeten) worden. Dat laat echter onverlet dat een discussie over dit thema het handelen wel degelijk kan versterken.

Zelfcorrigerend vermogen

Uit de twitter-analyse komen twee zaken naar voren:

  • Een echo-effect, wat betekent dat tweets met oud en achterhaald nieuws van Nu.nl nog steeds worden geretweet en blijven na-ijlen, ook als Nu.nl zelf inmiddels met een update van het nieuws is gekomen.
  • Daarnaast een?zelfcorrigerende vermogen van twitter. Op de avond van de gijzeling ontstonden namelijk twee hardnekkige geruchten. Allereerst dat er ook bij het VRT nieuws iets vergelijkbaars gaande was. Daarnaast werd later op de avond beweerd dat de ouders van de dader zouden zijn omgekomen bij de MH17 ramp. Twitteraars wisten deze twee geruchten te ontkrachten, door de geruchten online en in gezamenlijkheid te fact-checken.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

Bij grote, onverwachte gebeurtenissen ontkracht de onlinegemeenschap op Twitter razendsnel geruchten die niet blijken te kloppen. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Tilburg. De onderzoekers analyseerden het Twittergedrag op 29 januari 2015, toen een man de NOS-studio binnendrong, personeel gijzelde en zendtijd eiste. De studie biedt tegenwicht aan het idee dat misinformatie zich ongestoord kan verspreiden op sociale media.

Onderzoekers Wouter Jong en Michel D?ckers verzamelden bijna zestigduizend tweets over de gijzeling die in de uren tijdens en na de het incident circuleerden op Twitter. Deze werden aan de hand van steekwoorden geselecteerd en geanalyseerd op inhoud. Zo konden zij in kaart brengen hoe informatie zich tijdens zo’n crisissituatie via het medium verspreidt.

Daarnaast onderzochten zij ook de ontwikkeling van twee specifieke geruchten die tijdens het twitteren waren ontstaan. De gijzelaar zou zijn ouders zijn verloren bij de vliegramp MH17 waarbij op 17 juli 2014 298 mensen om het leven kwamen en er zou tegelijkertijd ook een gijzeling van het Vlaamse journaal plaatsvinden.

Verspreiding of kritiek?

“Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren” -?Onderzoeker Wouter Jong

Tweets gerelateerd aan deze geruchten werden ingedeeld naar of ze het gerucht verspreidden of juist bekritiseerden. Aan de hand hiervan kon worden vastgesteld hoe de geruchten zich over tijd ontwikkelden. ‘Zodra een gerucht ontstaat, gaan andere twittergebruikers aan de slag met het checken van de feiten’, schrijven de onderzoekers. Neem het verhaal dat indringers ook in Belgi? het journaal gijzelden. Twitteraars ontkrachtten dat al snel toen bleek dat de foto van het testbeeld die rondging niet authentiek was. ‘Samen reconstrueren ze het verhaal’, aldus Jong. ‘Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren.’

Kunnen we altijd vertrouwen op dit zelfcorrigerend mechanisme? Dat is niet zeker. Jong: ‘Dit onderzoek zou je opnieuw moeten uitvoeren voor andere situaties. Zo is de sociale dynamiek waarschijnlijk anders op Facebook, omdat informatie daar minder openbaar wordt gedeeld.’

Peter Burger, mediaonderzoeker in Leiden en niet betrokken bij de Tilburgse studie , is het daarmee eens: ‘Tragere crises, zoals met het Zika-virus ontspinnen zich over langere perioden, waarbij allerlei ingewikkelde complottheorie?n opduiken. Die hebben tijd nodig zich te ontwikkelen.’

Mogelijk is het zelfcorrigerend vermogen ook afhankelijk van het type gerucht. ‘Sommige informatie is gewoon moeilijker te checken’, legt Jong uit. ‘Dat zien we terug in onze studie. Het gerucht dat de ouders van de gijzelaar bij de vliegramp zouden zijn omgekomen, begon pas na twee uur te vervagen. Het duurde even voordat twitteraars toegang vonden tot informatie om een gerucht van zo persoonlijke aard te ontkrachten.’

Bronnen: IFV,?Volkskrant,?Human, LinkedIn?(2), Elsevier, Burgemeesters.nl

App: 360? CCV

360ccv 360ccv2

Met het in gebruik nemen van een nieuwe virtuele training tegen overvallen opende minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie in Amsterdam de Week van de Veiligheid 2016. De door het CCV ontwikkelde app “360? CCV” is nu ook voor u te downloaden via de app store of play store.

De training tegen overvallen is gemaakt voor horeca- en winkelpersoneel. Het CCV ontwikkelde de training samen met Koninklijke Horeca Nederland en Detailhandel Nederland. Het gaat om een aantal 360-gradenvideo?s waarbij de overvallen zo natuurlijk mogelijk worden nagebootst.

“Deze vorm van trainen is een mooie manier om horeca- en winkelpersoneel te helpen”, vertelt CCV-directeur Patrick van den Brink. “Daarom roepen we ondernemers op in deze Week van de Veiligheid om voorbereid te zijn op een eventuele overval. De Week van de Veiligheid is belangrijk omdat we aandacht moeten blijven geven aan preventie. Als je slachtoffer bent geweest van een misdrijf heeft dat grote impact. En we kunnen heel veel doen aan de voorkant om de kans op slachtofferschap te verkleinen.”

Toepassing Social Media Data-Analytics voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie

De essentie van sociale media is dat er een online platform is waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Doordat sociale media zo intensief en door zoveel mensen wordt gebruikt, worden er dagelijks enorme hoeveelheden data gegenereerd. Coosto is een Nederlands bedrijf dat applicaties maakt waarmee het openbaar toegankelijke, Nederlandse deel van deze databerg beter toegankelijk wordt gemaakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een licentie voor het gebruik van Coosto. Dit bedrijf levert softwaretools om inzichten te krijgen vanuit het sociale web en controle te krijgen over de sociale media. De social media tool is een sterke zoekmachine, waarmee zowel social media monitoring als online klantenservice eenvoudiger wordt gemaakt. Er staan miljarden documenten in opgeslagen.

Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de data die Coosto verzamelt, gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan webcare alleen (op VenJ terrein). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel I van het onderzoek is de creatieve interactie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer van essentieel belang. In deel II van het onderzoek wordt een nog nader te bepalen toepassing verder uitgewerkt.

[slideshare id=77337491&doc=toepassingsocialmediadataanalyticsvoorhetministerievanveiligheidenjustitie-170628132658&type=d]

Bron: WODC

Bellingcat: ?Wij laten zien hoe regeringen liegen, stap voor stap?

bellingcat4

Artikel van Petra ter Doest dat eerder is gepubliceerd op Reporters Online.

Als iemand laat zien hoe door nieuwe technologie de grenzen vervagen tussen mensenrechten, journalistiek, recherchewerk en internationale betrekkingen, is het wel Eliot Higgins. Met zijn onderzoeksteam Bellingcat maakt hij wereldnieuws, onder meer over MH17. Petra ter Doest reisde naar Leicester, Groot-Brittanni?; en praatte twee uur met hem over zijn drijfveren, en over hoe sociale media en nieuwe techniek alles veranderen wat wij mensen kunnen weten, blootleggen en ervaren.

De naam en faam van Bellingcat laat zich niet aflezen aan het kantoor. Het pand is oud en imposant en ligt aan een achttiende-eeuws voetgangerspad dat dwars door de stad Leicester loopt. Maar als je de voordeur voorbij bent, is het gedaan met de charme. Een kale receptie leidt naar een kale lift en gang, en vervolgens naar de nog kalere kamer van Bellingcat. Een bureau, twee stoelen, een plafonni?re en een laptop. Dat is het.
Eliot Higgins (37) zelf is langer en vooral dunner dan gedacht op basis van foto?s, maar dat komt, zo zal hij later uitleggen, door het dieet dat zijn vrouw volgt en waardoor opeens ook bij hem de kilo?s eraf vlogen. Een stuk gezonder, vindt hij. De voormalige financi?le administratiemedewerker/ blogger/ autodidactische onderzoeker die van achter zijn computerscherm al vaak voor wereldnieuws zorgde, zit voornamelijk alleen in zijn kantoor. Het contact met zijn team loopt via het messengerprogramma Slack.
Higgins maakt een open indruk. Hij vraagt tijdens het gesprek een enkele keer om iets niet te publiceren, maar vraagt niet om inzage in de publicatie. We praten op 3 augustus 2016 twee uur en mailen nog wat na. Het gesprek gaat over zijn drijfveren, zijn frustratie over de journalistiek, het activisme, de leugenachtigheid van regeringen en machthebbers, zijn financiers, het businessmodel van Bellingcat, het eindeloos moeten bekijken van gruwelijk videomateriaal, zijn eigen veiligheid en vooral natuurlijk over het belang en de mogelijkheden van ?openbronnenonderzoek?. Intussen komen spannende wapenfeiten van Bellingcat voorbij zoals die van de Siberische selfie-soldaten en het Kroatische wapenverhaal.

Kun je me vertellen wie jouw publiek is? Voor wie schrijf je?
?Dat is een goede vraag. Bellingcat gaat niet primair over journalistiek zoals je misschien denkt. Bellingcat gaat over openbronnenonderzoek en de verspreiding van dat soort onderzoek over zo veel mogelijk terreinen. Journalistiek is meer een eindproduct voor ons. Bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn er op dit moment een paar zaken over Oekra?ne waarbij door ons verzamelde informatie een rol speelt. Ik bespreek nu met juristen hoe we van onze informatie forensisch bewijs kunnen maken. Want wij doen wel goed onderzoek maar wat we vinden, houdt niet zomaar stand in een rechtszaak. Dus hoe krijgen we dat voor elkaar?
?Ik werk ook met de politie in verschillende landen. Dat kan over van alles gaan. De politie hier in Leicester wil weten hoe ze een openbronnenonderzoek kunnen toepassen bij zaken rond vermiste personen of bij misbruikzaken. De Nederlandse politie is twee keer hier geweest vanwege het onderzoek naar het neerstorten van de MH17. De eerste keer vroeg ze me om stap voor stap door het proces te gaan met ze, zodat ze ervan kon leren. De tweede keer hadden ze zelf al een afdeling opgezet. Dus dat doe ik ook: politieagenten trainen. Mijn ideale publiek omvat eigenlijk iedereen die een openbronnenonderzoek kan gebruiken.?

higgins

Journalistiek is voor jou een middel om de boodschap te helpen verspreiden?
?Ja, een goed voorbeeld daarvan is ons eerste lange rapport over de Buk-raket waarmee MH17 werd beschoten. (Ptd: Hierin wordt aan de hand van open bronnen zoals satellietbeelden en video?s en foto?s op sociale media geconcludeerd dat een Buk-installatie van de 53ste Brigade van het Russische leger werd gebruikt om de raket af te schieten.) Onze blogpost waarin we een samenvatting gaven van het rapport, kreeg 100.000 views dankzij de journalisten die ons werk volgen. Er werden tientallen artikelen over geschreven over de hele wereld, die weer door miljoenen mensen zijn bekeken. We weten van een Russische site die alleen al een half miljoen views had. Mij kan het niet schelen wie ons werk kaapt ?- als ze maar de juiste credits geven, is het prima.?

Maar het is toch interessant wie wat doet sinds journalisten het monopolie op nieuws publiceren zijn kwijtgeraakt. Dus?
?Wat interessant is aan de journalistiek, althans voor een buitenstaander, want zo zie ik mezelf, is dat traditionele journalisten die een verhaal in handen hebben, dat voor zichzelf willen houden. Neem die film Spotlight, over het misbruikschandaal in de katholieke kerk in Boston dat door journalisten naar buiten wordt gebracht. De journalisten in die film hebben het de hele tijd over wie het verhaal als eerste heeft! Bij Bellingcat en organisaties waarmee wij werken zoals het OCCRP (Ptd: Organized Crime and Corruption Reporting Project; dit is een journalistieke non-profitorganisatie die al veel grote onderzoeken uitvoerde en daarvoor ook prijzen kreeg), gaat het om samenwerken en elkaar aanvullen. Wij zijn goed in openbronnenonderzoek, anderen kunnen weer dingen waar wij niet goed in zijn.
?Zo hebben we ook gewerkt in het geval van de selfie-soldaten. Na onze eerste publicaties over de aanwezigheid van Russische troepen in Oekra?ne ten tijde van MH17 kwam de denktank Atlantic Council naar ons toe met de vraag of we wilden helpen met een openbronnenonderzoek voor een rapport dat zijzelf wilden uitbrengen. Dat werd het rapport ?Hiding in Plain Sight?. E?n van de dingen die we deden, was het bestuderen van honderden Facebook-selfies van Russische soldaten. Zo identificeerden we een regiment uit Siberi?. We konden de achtergronden in de selfies van de soldaten van dit regiment herleiden naar locaties in Oekra?ne ten tijde van de aanslag op MH17.
?Terwijl we bezig waren met ons onderzoek, liep ik in Kiev de Amerikaanse journalist Simon Ostrovsky van Vice News tegen het lijf en vertelde hem wat we aan het doen waren. Hij zag er een reportage in en we hebben toen nauw samengewerkt om alle locaties van de Facebook-selfies van ??n soldaat terug te vinden. Simon reisde de weg terug waarlangs deze soldaat gekomen was en eindigde in zijn geboortestad in Siberi?. We waren letterlijk met hem online op het moment waarin hij aan het einde van de reportage contact legt met de soldaat die weer terug is en hem vraagt wat hij in Oekra?ne deed. De reportage ?Selfie Soldiers: Russia checks into Ukraine? was een groot succes voor Vice News en voor Simon. We hebben met liefde ons werk met ze gedeeld. Als we dit verhaal voor onszelf hadden gehouden, zou het veel minder impact hebben gehad.?

bellingcat3

Als je zo praat over impact klink je een ook beetje als een activist; die wil ook alleen maar impact.
[Grote zucht] ?Ik denk dat activisme, net als journalistiek, verschillende dingen betekent voor verschillende mensen. Toen ik na MH17 onderzoek ging doen naar de ramp, was dat niet omdat ik dacht: h? Rusland! Ik dacht: wat interessant, wat is daar gebeurd? En daarna zijn we op allerlei zaken gestuit. Er zijn veel mensen die zeggen dat ik er alleen maar op uit ben om Rusland de schuld te geven. Ik zie ze de hele dag op Twitter, maar dat was nooit het geval. We deden alleen zo veel ontdekkingen over voertuigen die van Rusland naar Oekra?ne gingen, dat we daar verder in zijn gedoken. Van het een kwam het ander. Ik volgde het conflict op de Krim niet totdat MH17 in juli 2014 naar beneden werd geschoten. Ik was nog totaal gefocust op Syri?.?

Waarom wil je de kat de bel aanbinden??Je was toen ook net begonnen met Bellingcat?
?Ik had in juli 2014, net voor MH17, de website Bellingcat gelanceerd als opvolger van mijn oude blog Moses Brown waarmee ik enige bekendheid had verworven. Ik had al veel geschreven over het afluisterschandaal hier in Engeland en natuurlijk over Syri?. Dat ik een website begon, was omdat ik veel mensen zag die net als ik online onderzoek deden naar allerlei onderwerpen, maar veel minder aandacht kregen dan ik. Dat vond ik zonde en ik wilde ze een plek geven om te schrijven. Er kwam ook meer belangstelling voor openbronnenonderzoek, dus ik wilde ook een plek maken waar je dit kunt leren. Er staat dan ook veel leermateriaal op de site.?

?We hebben te maken met regeringen in Rusland, in Syri?, maar ook in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk die zoveel onzin, leugens en nep-informatie verspreiden. Sinds de Irak-oorlog, het ?dodgy? dossier (Ptd: het rammelende MI6-dossier dat premier Tony Blair gebruikte om het Britse parlement mee te trekken de Irak-oorlog in) en George Bush is het moeilijk overheden nog te vertrouwen, iedereen weet nu dat ze tegen je liegen. Maar wat we de afgelopen vijf jaar ook hebben gezien, is de komst van een immense hoeveelheid bronnen online via satellieten, via sociale media. Al die nieuwe beelden stellen ons in staat, ook al zitten we op grote afstand van een bepaalde situatie, om toch inzicht te krijgen in wat daar gebeurt.
?De beelden helpen ook om offici?le verklaringen te onderzoeken die regeringen doen. Soms lukt dat omdat ze in technisch opzicht achter de feiten aanlopen, soms omdat het ze niets kan schelen. Dat laatste geldt voor de Russische benadering van informatie-oorlogvoering waardoor niets waar is en alles mogelijk is. Je hebt de tv-zender Russia Today, je hebt alle andere door de staat gecontroleerde media en je hebt het Russische ministerie van Defensie. En al die partijen spinnen tegenstrijdige verhalen, net zolang tot mensen niet meer weten wat de waarheid is. Ze raken alleen maar in de war en geven ?t op om de wereld nog te begrijpen. Die tactiek is heel effectief geweest voor Rusland.
?Wat wij tegenover dat liegen stellen, is het volgende: je kunt informatie verzamelen van uiteenlopende, onafhankelijke bronnen, die kun je verifi?ren, je kunt feiten naast elkaar leggen en vergelijken en dat alles met het doel zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. E?n van de redenen waarom de Russen zo heftig regeren op mij en op Bellingcat is dat ze ons als bedreiging zien. Als ze nu liegen, zeggen wij: wij gaan laten zien hoe je liegt, we laten in onze presentaties en verslagen elke stap van een leugen zien. En dat is beschadigend voor ze. Als het wantrouwen bij het publiek al groot is en je wordt als leider constant als leugenaar weggezet, dan ben je niet langer leugenachtig, dan word je belachelijk. En dat is veel beschadigender. Als mensen gaan lachen om een overheid, nemen ze die niet meer serieus.?

bellingcat2

Dus regeringen logen altijd al, maar pas nu hebben we de kans om ze te ontmaskeren?
?Het gaat me niet alleen om regeringen. Dat ik ging bloggen, was ook omdat ik verslagen tegenkwam in de media van gebeurtenissen waarvan ik wist uit open bronnen dat de situatie complexer was dan wat ik las, of dat er meer details bekend waren, of dat de journalisten iets over het hoofd zagen. Mijn drijfveer is dus een frustratie over de manier waarop zowel overheden als media dingen weergeven: over een gebrek aan diepgang en accuratesse.?

Waarom raakt je dat zo?
?Soms voelt het alsof ik de enige ben die zo werkt. Neem het debat over de saringas-aanvallen in Syri? op 21 augustus 2013. De Syrische regering zei dat de rebellen gifgas hadden gebruikt, de rebellen zeiden dat de Syrische regering het had gedaan. Ik weet dat het de regering was, omdat ik een jaar lang elke flinter informatie heb bekeken die ik maar kon vinden en alles wees maar ??n kant uit. En toen kregen we de Pulitzer-prijswinnaar Seymour Hersh die schreef (Ptd: in de London Review of Books) dat de rebellen het hadden gedaan. Hij had ??n of twee anonieme bronnen en een verhaal dat nergens op sloeg. Ik had foto?s, video?s, alles. Als ik niet al dat werk had gedaan en al die tijd had doorgezet, wie had het dan wel gedaan?
?Daarom trainen we zo veel mogelijk organisaties en mensen: we trainen Koerdische journalisten uit Noord-Irak, Syrische journalisten, journalisten uit heel Oost-Oekra?ne. Dat we zo populair zijn bij al die mensen, is slecht nieuws voor sommige publieke figuren. Maar als een journalist een verhaal maakt met onze methoden en aantoont dat Amerika iets slechts heeft gedaan, ben ik ook blij dat hij onze kennis heeft gebruikt.?

bellingcat1

Maar waar komt die gedrevenheid vandaan?
?Ik heb een licht obsessieve persoonlijkheid. De drang om me bezig te houden met grote conflicten in de wereld kwam, toen ik werkte bij een uitvoeringsorganisatie die bezig was met huisvesting voor vluchtelingen. Ik deed de administratie: spreadsheets bijhouden, dat soort dingen. Toen mijn organisatie geen nieuw contract kreeg, hadden we naar verloop van tijd zo weinig vluchtelingendossiers onder handen dat ik veel tijd overhield die ik doorbracht op een live blog dat The Guardian bijhield over de opstanden in het Midden-Oosten. Na het uitbreken van de opstand in Libi? in 2011, bekeek en las ik echt alles wat ik maar kon vinden, dag in, dag uit. Je kon makkelijk geobsedeerd raken door de frontlinies op de voet te volgen. Want je zag het conflict gewoon van dag tot dag voortbewegen. Dat ik er ook over begon te bloggen, was omdat ik tweets voorbij zag komen van strijders die vertelden wat ze gingen doen. En dat was vaak iets heel anders dan wat ik verslaggevers in het gebied hoorde vertellen. Die hadden het over artillerie hier en dat daar? Ik had een macro-beeld, zij zaten ertussenin. Ik zag het patroon dat zij niet konden zien. Wat ik opschreef, werd op dat moment grotendeel genegeerd, want de verhalen van de verslaggevers klonken interessanter. Toen rukten de rebellen op naar Tripoli, en dat kon je van bovenaf zien aankomen. De val van de hoofdstad was voor mij een heel stuk minder verrassend dan voor een hoop andere mensen die ermee bezig waren.?

Daarna kwam het volgende conflict op stoom, de burgeroorlog in Syri??
?In 2012 kwam de eerste grote massamoord in het Syrische conflict bij Houla. Ik was in die tijd nog een beetje aan het posten op mijn blog en op sociale media over wat ik tegenkwam in tweets en in video?s op internet, zonder dat het veel effect had. Maar toen gebeurden er twee dingen. Ten eerste ging ik me realiseren dat Syrische groepen video?s publiceerden op specifieke YouTube-kanalen, het werd me duidelijk dat er in verschillende delen van Syri?, verschillende groepen hun eigen specifieke YouTube-kanalen hadden en dat je al die video?s kon verzamelen en catalogiseren en kon volgen. Inmiddels volg ik zo?n duizend videokanalen op YouTube. De tweede ontwikkeling in 2012 was dat een nieuwsorganisatie een keer doorlinkte naar mijn blog waardoor ik opeens tweehonderd views had. Ik dacht: wow, wat ik doe, kan dus interessant zijn voor een nieuwsorganisatie!
?Ik bleef dagelijks al die bronnen volgen en ging er meer over schrijven. Dat leidde tot het Kroatische wapens-verhaal. (Ptd: Hierbij wierp Higgins licht op een geheime operatie waarbij westerse landen de Syrische rebellen bewapenden met wapens uit Kroati?. De wapens doken, onder andere, op in YouTube-video?s van Ansar al-Islam, een jihadistische groep. Het verhaal werd groots opgepakt door The New York Times.) Omdat ik nu meer bekendheid kreeg, drong door dat ik ook als eerste had geschreven over het gebruik van clusterbommen door de Syrische regering. Opeens kwam Human Rights Watch langs om te vragen of ik alle video?s van clusterbommen voor ze kon verzamelen. Ik kreeg er een kleine consultancy fee voor en realiseerde me voor het eerst dat ik ook geld kon verdienen met dit soort onderzoek.
?Ik deed trouwens ook als eerste onderzoek naar het gebruik van de barrel bomb (zelfgemaakte explosief) en het gebruik van chemische wapens natuurlijk.?

Duizenden video?s bekijken van wapens en wat ze aanrichten, is dat niet heel zwaar?
?Ik praat hier vaak over met een nieuwsorganisatie die First Draft heet en zich bezighoudt met media die gemaakt zijn door ooggetuigen. (Ptd: First Draft vraagt aandacht voor het risico op secundair oorlogstrauma bij mensen die voor hun werk de hele dag media van ooggetuigen bekijken.) Belangrijk is dat je leert compartimenteren, je kijkt naar iets maar je weet voor jezelf: dit is niet mijn leven, dit gaat niet over mij. E?n van de dingen die ik nooit doe, is het geluid aanzetten van een video. Als je het geluid uitzet, blijft het beeld nog steeds afschuwelijk, maar het komt minder binnen. Overigens hoef ik in veel gevallen geen video?s met slachtoffers te bekijken. Die video?s hebben zelden nieuwswaarde voor ons. Ze hebben shockerende waarde en nieuwsorganisaties zullen ze daarom soms publiceren, maar ze leveren zelden nieuwe inzichten op.
?De moeilijkste video voor mij was die over James Foley. (Ptd: De Amerikaanse journalist en videoverslaggever James Foley werd in 2012 in Syri? ontvoerd, in augustus 2014 werd hij onthoofd door ISIS, formeel als represaille voor Amerikaanse aanvallen op Noord-Irak.) James had me een paar keer gemaild met wat vragen, ik kende hem niet goed maar ik kende wel veel van de mensen om hem heen. Er waren zo velen die met hem hadden gewerkt, voor zijn vrijlating hadden gevochten en campagne voor hem hadden gevoerd. Ik belde er meteen zo veel mogelijk op om te zeggen: ga niet op sociale media kijken want ze posten beelden van de onthoofding en het is te erg. Vervolgens waren er zo veel mensen die de inhoud van de video wilden weten maar zelf niet wilden kijken, dat ik een transscript heb gemaakt van wat James zei. En een apart transscript van wat zijn moordenaar zei. Zodat zijn laatste woorden gescheiden zijn van de jihadistische propaganda.?

Wat een mooi eerbewijs aan Foley?
?Ja, alleen om dat te doen, moest ik de hele video heel langzaam bekijken en elke vijf seconden stoppen om de transscriptie te kunnen maken. Maar goed, nog erger was de allereerste keer dat ik de video zag. Ik zag die avond eerst een tweet voorbijkomen over een nieuwe video van ISIS. Ik voelde er niets voor om meteen te kijken, want met aandacht voed je ze alleen maar, zo was nog de redenatie. Maar een half uur later zag ik een tweet van iemand die zei: is dat niet James Foley op een video? Toen ging ik ook kijken. Je moet je bedenken dat ze bij ISIS van die video?s van 400 megabyte of groter maken en alleen over hele langzame providers beschikken, omdat ze geen gebruik kunnen maken van de standaard snelle providers. Dus toen ik deze video van 5 minuten downloadde, kon ik telkens 10 seconden zien en moest dan weer 5 minuten wachten op de volgende 10 seconden beeld. De eerste helft van de video was onzin, maar in de tweede helft ging ik denken: ze gaan dit toch niet echt doen? En dat deden ze dus wel.?

Dan moet je toch ook bang zijn voor een posttraumatisch stress-syndroom??Video?s van gifgasaanvallen zijn toch ook heftig?
?We hebben veel onderzoek gedaan naar de saringas-aanvallen op 21 augustus 2013. Een belangrijk deel van het werk was vaststellen welke stof er was gebruikt, want de artsen en hulptroepen op de grond wisten natuurlijk ook niets van sarin. We moesten dus kijken naar de symptomen die mensen hadden. We zijn toen systematisch voorbeelden gaan verzamelen van beelden van alle chemische aanvallen die plaatshebben. We hebben die methode nu geformaliseerd zodat we ook nieuwe video?s met deze beelden meteen goed opslaan. Dus hier op mijn scherm zie je allemaal video?s van chemische aanvallen. Maar dat waren dus honderden video?s in totaal die we bekeken en waarbij ook heel veel kinderen in beeld kwamen. Hierdoor werden de beelden ervan extra belangrijk als bewijsmateriaal, maar het is heel moeilijk om ernaar te kijken, zeker als je net zelf kinderen hebt.?

?Ik denk dat dat dan onderhand al wel was gebeurd. Maar ik snap wel waarom anderen daarvan last krijgen. Je wordt gevoelloos, soms vind ik het moeilijk om nog te beoordelen hoe andere mensen op iets zullen reageren. Er was een tijd dat een onthoofding me echt shockeerde en nu kan ik er gewoon naar kijken, ik vind het niet fijn maar die fysieke reactie waarbij je huid begint te prikken en dat soort dingen, die heb ik niet meer. Alleen soms word je opeens overvallen door wat je ziet en kun je niet langer denken: dit gaat niet over mijn leven. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen ik beelden zag van een gewonde baby die precies dezelfde luier draagt als mijn dochter. Het gebeurde ook bij het bekijken van de video?s van de brokstukken van MH17. Je bent op zoek naar tekenen van de inslag en opeens ligt daar een knuffel tussen het puin, precies dezelfde die mijn dochter net had gekregen. Dat is dan meteen het einde van zo?n werkdag.?

Een ander punt dat je persoonlijk raakt, is je veiligheid. Daar denk je natuurlijk ook over na. Bellingcat staat niet op de gevel van dit pand, maar je adres staat wel op de website.
?Het punt is dat ik wettelijk verplicht ben als mediaorganisatie een adres te hebben. De Engelstalige Russische zender Russia Today stond hier al eens op de stoep om me te interviewen. Gelukkig was ik er niet. Maar we hebben hier ook te maken met Graham Phillips, een kaalhoofdige Britse blogger die zich in Oekra?ne ophoudt. De man is gek. Hij is net bij een onderzoekscollectief in Berlijn, Correctiv, naar binnengegaan en heeft staan schreeuwen. Ze hebben de politie erbij moeten halen. Ik zit erop te wachten dat hij ook zoiets probeert.?

En de Russen, maak je je zorgen over hen?
?Nou ja, de Russen hebben me aangevallen op Sputnick, Russia Today en allerlei Russische Russischtalige nieuwswebsites. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft me aangevallen op een persconferentie. Een paar weken geleden hadden we weer last van een trollencampagne waarbij ik en mijn werk werden aangevallen. Maar dat heeft ons juist ook weer geholpen om allerlei websites te identificeren die deel uitmaken van deze trollenfabrieken. Je gaat al snel de punten waarop ze je aanvallen herkennen. Maar ik moet zeggen, na 45 artikelen over mezelf waarin ik word zwart gemaakt, weet ik het wel.
Al met al denk ik dat als iemand me echt zichtbaar zou aanvallen, dat dat wel heel stom zou zijn. Ik ken een hoop juristen en andere deskundigen die zeker zullen helpen. Dus ik gok dat mijn netwerk en mijn reputatie me zullen beschermen. Iedereen weet maar al te goed dat Rusland me in de gaten houdt en me lastig valt.?

Wat doe je over tien jaar??Wat houdt jullie financi?le onderzoek in?
?We doen dit samen met het OCCRP, het Organized Crime and Corruption Reporting Project. We gaan ze helpen met een openbronnenonderzoek naar witwas- en smeergeldpraktijken. Paul Radu, die aan het hoofd staat, wil een netwerk uitbouwen van financieel specialisten waardoor je geldstromen kunt volgen door Europa of waar zo?n stroom ook maar naar toegaat. Belangrijk aan zo?n netwerk is dat je in elk land mensen hebt zitten die goed inzicht hebben in wat er in hun land met dat soort geld gebeurt. En ja, dat gaat ook over Amsterdam. Nu al komt er veel geld naar Groot-Brittanni? waar iets mee is. Ik sluit niet uit dat na de Brexit wordt geprobeerd om delen van de financi?le sector zo te dereguleren dat hier nog veel meer geld naartoe komt.
?Voor ons financi?le onderzoekswerk hebben we net geld gekregen van het fonds voor onafhankelijke journalistiek van de Open Society Foundation van George Soros en daarmee hebben we nu een specialist kunnen aantrekken. We hebben de afgelopen jaren al een proef gedaan met het onderzoek The London Project Investigation dat vooral was gericht op geld witwassen in Groot-Brittanni?. Dat gebeurt op hele grote schaal en wat we tegenkomen, is echt schokkend.?

Maar wat is het businessmodel?
?Dat is op dit moment fondsenwerving. Trainingen kunnen een bron van inkomsten zijn, maar tot nu toe hebben we hiervoor geen structuur. Als een van ons een training geeft, rekent hij dat zelf af. We moeten ook professionaliseren om geld binnen te kunnen halen. Het Nederlandse fonds Adessium (Ptd: van defamilie Van Vliet, een gulle gever op het gebied van onderzoeksjournalistiek) heeft ons net geld gegeven om professionele hulp te zoeken bij het opstellen van een goed businessplan. Want al heb ik vaak financieel werk gedaan, van businessplannen heb ik weinig begrepen.?

Wanneer doe je dit allemaal, hoe besteed je je tijd?
?Dat is een groot probleem, ik ben zo veel tijd kwijt met belastingaangiften, facturen, fondsen aanvragen, samenwerken met organisaties, praten met de media, want dat laatste is ook echt een groot deel van mijn werk. En dan probeer ik tijd voor mijn gezin te vinden. Ik reis ook nog veel tegenwoordig en als ik dan terugkom, zegt mijn vrouw niet: okay, ga lekker terug naar je werk. Nee, ik heb dan iets goed te maken. Al met al ben ik veel meer manager geworden dan me voor ogen stond, dus daarom is professionalisering hard nodig. Ik ben in oktober uitgenodigd voor een bijeenkomst in Itali? die Beyond Disruption heet. Een van de organiserende partijen is uit Nederland, even kijken, ? hier staat het: de Stichting Democratie en Media. Afijn, ze hebben vijftig mensen uitgenodigd van organisaties zoals het OCCRP en andere organisaties zoals wij met een ongebruikelijk businessmodel. Maar er komen ook topmanagers van de traditionele nieuwsmedia. We gaan drie dagen praten, ik hoop daar echt iets te bereiken.?

Je bent nu 37 jaar. Hoeveel slaap je dan?
?Ik heb twee jonge kinderen, dus meestal ga ik rond 23.00 uur naar bed en word ik wakker om 6.00 uur en twee keer gedurende de nacht.?

Dus je zit niet tot 3.00 uur ?s nachts achter je scherm?
?O nee, ik ga om tien uur naar bed als ik kan. Ik slaap zo veel mogelijk. Soms werk ik bij de Atlantic Council met Max, dat is een briljante vent die maar doorgaat. Na vier, vijf dagen met hem ben ik helemaal kapot.?

Maar goed, het is je toch gelukt: zo te horen vindt iedereen Bellingcat zo belangrijk dat ze er geld voor wil geven. Soros, Atlantic Council, Google, Adessium?
?Het duurt echt een tijd voor zoiets op gang komt. Niemand wil de eerste zijn die je geld geeft. Overal waar je een aanvraag indient, vragen ze: wie steunt je nog meer? Gelukkig gaf Google Media ons op een goed moment geld. Dat hielp. De bekendheid die we kregen door ons MH17-onderzoek heeft ook enorm geholpen. Maar nu komen we op een ander punt aan: we moeten een structuur bouwen waardoor ik tegen een potenti?le donor of investeerder kan zeggen: dit en dit ga ik met je geld doen. We hebben wel veel gulle vrienden, maar zij betalen voor de sexy dingen. We hebben nu geld nodig voor de niet sexy dingen als organisatie en archivering. Een complicatie hierbij is dat ik niet bij ??n partij in de broekzak wil zitten. Ik heb onlangs een heel groot bedrag afgeslagen, puur omdat ik niet afhankelijk wilde zijn van hen. Het liefst wil ik met vijf of zes partijen praten en ze allemaal om 100.000 euro vragen.?

Maar hoe zit jullie organisatie nu in elkaar?
?Ik werk sinds een tijdje twee dagen per week voor de Atlantic Council. De enige fulltime-employ? in de afgelopen jaren was Aric Toler die ik heb leren kennen na MH17. Hij is nu projectleider voor Oost-Europa. We hebben een projectleider voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika en een financi?le onderzoeker. Daarnaast hebben we het onderzoeksteam van Bellingcat met zo?n vijftien vrijwilligers zoals Christiaan Triebert, die het Turkse WhatsApp-verhaal heeft gedaan. Het onderzoeksteam is ontstaan door Aric die na MH17 online eerst met mij in discussie ging en vervolgens in gesprek is gegaan met mensen die online contact met ons opnamen en suggesties deden voor verder onderzoek of die goede vragen hadden. Zo kwam het team tot stand.
?Ik zal je laten zien hoe we werken: op het computerscherm zie je het programma Slack waarmee we al onze communicatie doen. De mensen die je hier ziet staan, zijn mensen uit mijn team die ik vertrouw en die goed zijn in wat ze doen. En hier staan de onderwerpen ? en nee, je mag ze niet fotograferen, sommige van deze onderzoeken zijn geheim. Hier in deze kolom zie je de discussies die we hebben. Deze discussie gaat over de Russische luchtaanvallen in Syri?, en deze is over een onderzoek van Christiaan. Hij werkt samen met Airwars, een organisatie die zich bezighoudt met het registreren van luchtaanvallen en tellen van slachtoffers in de Syrische oorlog.?

Christiaan zit toch in Singapore?
?Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar hij nu zit. De laatste keer dat ik hem sprak, zat hij in Maleisi?, hij reist constant. Het zou geweldig zijn als we Christiaan bijvoorbeeld fulltime in dienst zouden kunnen nemen, hij doet fantastisch werk. Maar ik kan hem niet te veel lastig vallen, want hij moet afstuderen. Hij studeert aan King?s College in Londen.?

Is het moeilijk wat jullie doen? Wat moet je ervoor kunnen?
?Wat ik vooral zoek in mensen is een obsessief trekje. We hebben mensen nodig die honderden, duizenden foto?s met aandacht bekijken, een eindeloze stroom berichten op sociale media kunnen doornemen. Maar ik moet ook oppassen: ze moeten niet gek zijn, want daar heb je er ook genoeg van op de wereld. Ze moeten helder kunnen denken en dat betekent ook dat ze niet emotioneel betrokken mogen zijn. MH17 had natuurlijk een grote invloed in Nederland. Veel Nederlanders hebben hulp aangeboden om mee te werken aan ons onderzoek, maar daar konden we niet altijd op ingaan.
?Het is belangrijk dat onze mensen altijd beseffen dat ze met aannames werken en een streep kunnen trekken waar ze niet overheen gaan. Slack speelt daarbij een grote rol: via het programma discussi?ren we over onze idee?n en wat we tegenkomen. We bestrijden constant elkaars aannames en door dat te doen ga je na verloop van tijd steeds beter aanvoelen waar de valkuilen zitten.?

Veel mensen maken zich zorgen over onze wereld. Doe jij dat ook??Een beetje obsessief, maar niet gek: hoe vis je die mensen eruit?
?Veel mensen mailen ons en schrijven: ik wil graag helpen. Maar dan krijg je opeens een mail van iemand die schrijft: ?Ik heb een blog waarop ik informatie verzamel over inslagkraters in Oekra?ne. Ik heb ze allemaal in kaart gebracht.? Dat is nu precies dat obsessieve dat je zoekt: je leest zo?n mail en je weet dat dat werk op die manier geen zin heeft, maar zo iemand heeft wel de juiste instelling.
?En met dit onderzoek naar kraters zijn we via Slack met hem verder gegaan, we hebben alle kraters nagemeten en bepaald wat de richting van de inslag moet zijn geweest. Al die data hebben we verwerkt in een Google Fusion Table om het gemiddelde te berekenen en op basis daarvan hebben we uiteindelijk de lanceerlocatie kunnen bepalen, over de grens in Rusland. Toen we die eenmaal hadden, konden we aanvullend onderzoek doen op basis van geolocation naar die plek en hebben we posts op sociale media gevonden van soldaten die vanaf die basis schieten op Oekra?ne. Dit onderzoek is vervolgens aangehaald door een expertgetuige in een Russische rechtbank. En de rechter heeft daarop gezegd: wat een briljant onderzoek! Dus nu hebben we een Russische rechter die bewijs accepteert op basis van mijn methode. En dat heeft er weer toe geleid dat we benaderd zijn voor een zaak die speelt voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarnaar deze Russische rechtszaak wordt verwezen. Dus je begint met iets heel kleins en het bouwt op tot iets heel interessants.?

?Nou, dat hangt af van de Amerikaanse verkiezingen. Gisteravond was ik even mezelf kwijt op Twitter over Donald Trump (Ptd: Higgins verstuurde ruim twintig tweets over Trump in een uur), maar doorgaans ben ik niet iemand die zich vaak zorgen maakt. Als ik me zorgen maak over iets, moet ik er ook iets aan kunnen doen. Aan veel dingen kan ik niets doen.?

Maar neem de aanslagen in Europa, houden die je net zo bezig als de oorlog in Syri??
?Drie dagen na de aanslagen in Parijs vonden we de Facebookpagina van een van de aanslagplegers, Bilal Hadfi. We vonden hem, omdat hij op de beelden die via de media werden verspreid hetzelfde shirt droeg als op een Facebookpagina. (Ptd: Dit onderzoek wees uit dat Bilal Hadfi nog een Facebookpagina had onder de naam ?Billy du Hood? waarop hij met wapens op foto?s staat, waaronder een automatisch AKMS-geweer.) We hebben zeker twee uur lang met het team foto?s vergeleken om vast te stellen dat hij precies hetzelfde shirt droeg ?n dat hij een bruine vlek tussen zijn wenkbrauwen had. In dit soort situaties bekijken we elk stukje huid, elke moedervlek en elke haar in een gezicht voordat we ook maar iets naar buiten brengen of de politie informeren.
?En heb je gezien wat we dit voorjaar met de ISIS-mediacampagne hebben gedaan? Er werd door ISIS een video aangekondigd waarover grote opwinding ontstond op social media onder de aanhangers. Tegelijkertijd moedigde ISIS de fans aan om een stukje papier te posten met daarop de hashtag van de campagne en dan: ISIS is hier en dan de naam van het land of de stad: Parijs, Londen of Amsterdam. Ik zag de eerste foto?s op social media voorbijkomen en dacht: er staat zo veel achtergrond op die foto?s dat we de plekken waar ze gemaakt zijn, kunnen lokaliseren. Op de foto die vanuit Duitsland was gepost, is bijvoorbeeld een advertentiezuil in beeld. We zochten het bedrijf op dat deze buitencampagnes doet en op hun website staat een interactieve kaart waarop al hun zuilen te vinden zijn. In no time hadden we de plek van de foto gevonden. Andere locaties vonden we terug door op social media te vragen of iemand een plek herkende.
?Het hele punt van de ISIS-campagne was natuurlijk: wij zijn ISIS, we zitten overal, want dat is de narrative die ISIS probeert de pushen. Maar nu gebeurde het omgekeerde: door te laten zien dat we makkelijk konden achterhalen waar de foto?s waren gemaakt, werd de campagne in plaats van angstaanjagend en ongrijpbaar opeens een beetje knullig. Over de ISIS-video waar het allemaal om ging, en die eigenlijk een interessante speech bevatte, had niemand het meer.
?Alleen al daarom zou ik meer van dit soort dingen willen doen. Maar er zijn een heleboel goede organisaties en individuen die goed onderzoekswerk doen naar ISIS. En soms moet je dan ook denken: als ik hier nog meer over ga publiceren, verspil ik ook een hoop energie die we hard nodig hebben voor andere onderzoeken. Maar ik beschouw dit wel als een groot succes omdat we hebben laten zien hoe je openbronnenonderzoek ook kunt gebruiken om iets om te draaien en te laten zien: zo zit het echt!?

Dat maakt jouw werkterrein nog veel omvangrijker. Hoe kijk jij naar de machtspositie die Facebook en andere grote Silicon Valley bedrijven hebben verzameld als het om onze informatievoorziening gaat? Vind je dat een probleem?
?Ik weet het niet. Als ik een presentatie houd voor de Atlantic Council praten we over de ?medium and the message? en hoe de boodschap is verspreid in de laatste duizend jaar. Dan beginnen we met de slagvelden van de Engelsen en hoe dat verhaal wordt verteld op tapijten zoals in Bayeux. Daarna kwam de schilderkunst, toen de drukpers, en vervolgens kranten, radio en tv. De echte grote verandering is van de laatste tien jaar, door sociale media komt de informatie nu van individuen. Maar het gaat inmiddels niet meer alleen om hoe informatie wordt verspreid maar om hoe wij die ervaren. Neem VR (Ptd: virtual reality).
?Wat ik interessant vond aan de laatste speech die Mark Zuckerberg hield over de toekomst van Facebook, was dat hij vertelde over hoe je een film of video in je eigen huis kunt maken en die kunt delen op Facebook zodat mensen meteen via VR de ervaring kunnen delen. Dus als je naar de mediadragers kijkt die worden gebruikt: tapijt, schilderij, foto, video, high-definiton-video, VR, naar ervaringen waarbij je volledig wordt ondergedompeld (immersive experiences). Dat is waar we naartoe gaan. Hoe mensen dingen delen, is dus van borduren naar tweeten gegaan. Delen is een instant gebeurtenis geworden en nu komen we op het punt dat mensen in een kamer zitten, op een knop drukken en dan zit er opeens nog iemand anders in de kamer. De onmiddellijkheid van informatie, daar gaat het om. Je kunt midden in een luchtaantal van Syri? zitten en die beelden livestreamen. We zien nu al 360-video uit Syri? komen. Ik zit te wachten op de eerste 360-video van ISIS.
?We hebben al allemaal een videocamera, draagbare technologie en camera?s op het dashboard van de auto. Nog even en al onze telefoons hebben 3D- en 360-camera?s.?

?We zullen nog veel meer materiaal moeten bekijken, dat staat wel vast. Als over tien jaar de oorlog in Syri? nog steeds voortduurt en iedereen loopt rond met een 3D- of 360-camera die je kunt streamen, dan hebben we duizenden livestreams tegelijk en dat constant. Hoe gaan we dat monitoren? Als iemand wil livestreamen hoe een ander in stukken wordt geschoten? Dat kan en daar is publiek voor.?

Dus over deze bedrijven en wat zij van ons weten, maak je je niet zo?n zorgen. Wel over de mogelijkheden die ze cre?ren?
?Nou ja, de social-mediabedrijven cre?ren de manieren waarop wij informatie delen. Zij beslissen uiteindelijk hoe informatie wordt gedeeld. Daar zitten interessante juridische kanten aan. Als je denkt aan die vrouw die een livestream op Facebook maakte van haar vriend die net is beschoten door de politie en bloedend en stervend naast haar zit terwijl zij vertelt wat er is gebeurd. (Ptd: Diamond Reynolds uit Minnesota maakte deze livestream op 6 juli 2016.) Wat voor bewijs is dat? Dit soort dingen zullen we steeds vaker zien.?

Op jullie eigen blog laten jullie Amerikaanse politieagenten zien die video?s maken van hun arrestaties tijdens de Republikeinse Conventie.
?Precies! En daarmee komen we terug om mijn punt dat het gaat om het wantrouwen dat mensen voelen. Dat er onderhand altijd en bij iedereen een verwachting is dat er beelden zijn waaruit blijkt hoe iets echt is gegaan. Zolang ze geen beelden hebben gezien, weten mensen niet meer of ze nu het ene verhaal moeten geloven of het andere.?

En daarom is kennis over verificatie zo belangrijk? Omdat je moet vaststellen of en hoe beeldmateriaal is gemanipuleerd?
?Er is een rapport uit 2014 dat heet Syria?s social mediated civil war van het United States Institute of Peace waarin wordt uitgelegd dat met zo veel informatie van zo veel verschillende partijen, er een rol ontstaat voor wat de rapportschrijvers de ?gatekeepers? noemen. Dat zijn de specialisten op een bepaald onderwerp, zoals een oorlog, mensen die al die informatie onderzoeken en cureren, en er iets begrijpelijks van maken dat ze kunnen doorgeven aan journalisten. De gatekeepers worden net zo invloedrijk als de seniorredacteuren van kranten in het verleden. Er ontstaat dus een nieuwe laag tussen gebeurtenis en journalist, en het is aan journalisten om uit te vinden wie de betrouwbare gatekeepers zijn.?

Bronnen: Reporters Online

Project X Haren “re?nie”

jurist-verstandig-dat-haren-een-noodbevel-afkondigde

De gemeente Haren stelde van te voren wel een noodbevel in vanwege de ‘Project X-re?nie’.?Daardoor kan de politie controles houden op de toegangswegen naar Haren en mensen op basis van een samenscholingsverbod wegsturen. In sommige gevallen worden boetes uitgedeeld.?Volgens jurist Adriaan Wierenga had de burgemeester van Haren voldoende redenen om het bevel in te zetten. ‘Een noodbevel kan al worden ingezet bij de vrees voor ernstige ongeregeldheden. Gezien de gebeurtenissen van vier jaar geleden in Haren, was de vrees terecht. Het ging hier niet om een betoging’, aldus Wierenga.

Het is woensdag vier jaar geleden dat er ernstige rellen uitbraken na een oproep op Facebook. Ter gelegenheid daarvan is een nieuwe Facebookpagina aangemaakt, waar ruim 21.000 mensen aan hebben gegeven woensdagavond naar Haren te komen.

Pagina verwijderen?
De gemeente heeft nog geprobeerd om de Facebookpagina te laten verwijderen. Maar volgens burgemeester Pieter van Veen heeft Facebook dat geweigerd: ‘Ze vonden eventuele gevolgen voor de openbare orde niet zwaarwegend genoeg’, zegt hij dinsdag. Hij ging er niet van uit dat er opnieuw Facebook-rellen uitbreken in het dorp.

Het bleef rustig

‘Ik heb geen moment gedacht dat het mis zou gaan’, zegt burgemeester Pieter van Veen van Haren woensdagavond. Het is rustig gebleven tijdens de ‘Project X-re?nie’ in het dorp.
Enkele honderden jongeren die kwamen, zijn door de politie weggestuurd. Verder zijn er geen vernielingen gepleegd.
(Foto: RTV Noord / Martin Drent)

ME’ers
Volgens Van Veen hadden gemeente en politie voldoende maatregelen getroffen en zijn alle scenario’s doorgesproken. Drie ME-teams waren opgeroepen. Verder gold er een samenscholingsverbod en al het verkeer dat naar Haren wilde, werd gecontroleerd.

Op de stations van Zwolle en Amersfoort zijn jongeren met kratjes bier gesignaleerd die naar Haren wilden. Zij mochten daar niet uitstappen, maar moesten doorrijden naar het Hoofdstation in Groningen.

Niet grimmig
‘Het is geen enkel moment grimmig geweest’, zegt de burgemeester. Wel is er iemand gearresteerd. Van Veen weet niet of het om een inbreker ging of een de deelnemers aan de ‘re?nie’.

Familie
In aanloop naar woensdagavond is contact geweest met de familie van het meisje, dat de aanleiding vormde voor het originele Project X in Haren. Zij had destijds een uitnodiging op Facebook gezet die werd gekaapt. De familie is op de hoogte gebracht van de maatregelen die woensdagavond zijn getroffen.

Live blog

Bronnen: Dagblad van het Noorden, RTV Noord

Vermist in Mexico en zelf op zoek

foto1

Foto: Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet die

Op zoek naar je familieleden, want de politie doet het niet. Een reportage van Jan-Albert Hootsen in Trouw over de zoektocht naar verdwenen Mexicanen. Meer dan 25.000 mensen verdwenen de afgelopen tien jaar in het door drugsgeweld geteisterde Mexico. Familieleden gaan steeds vaker zelf op onderzoek uit.

Op zoek naar zijn broer, want de politie doet het niet.
Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet diep genoeg. Regenwater spoelde de botten naar beneden.”

Enkele minuten later krijgt hij de bevestiging van een forensisch onderzoeker van de PGR, het Mexicaanse federaal Openbaar Ministerie. Het is het dertigste stuk bot dat hij en zijn groepje van ongeveer twintig vrijwilligers vandaag hebben gevonden.

“Vaak zoeken we uren en vinden we niets”, vertelt hij. “Nu hadden we binnen een kwartier beet.”

Vergara zegt het zonder enthousiasme. Hij is hier, in de ruige bergen, met de overige vrijwilligers op zoek naar clandestiene graven met daarin de resten van de honderden mensen die de afgelopen jaren in dit gebied zijn verdwenen.

Schop en pikhouweel
Ze noemen zichzelf ‘Los Otros Desaparecidos’, De Andere Verdwenenen, en opereren sinds eind 2014 vanuit Iguala in het noorden van Guerrero. Iedere zondag kammen ze, slechts gewapend met schoppen en pikhouwelen, de omgeving uit. Ze krijgen anonieme tips over mogelijke graven. Vaak kloppen die; in anderhalf jaar tijd hebben Los Otros Desparecidos 145 lichamen gevonden. Als ze een clandestien graf ontdekken, geven ze het door aan de autoriteiten, in de hoop dat die verder onderzoek doen.

“Vaak gebeurt dat echter niet”, verzucht Vergara. “De politie komt hooguit met ons mee ter bescherming, maar met de resten die we vinden doen ze niets. Het Openbaar Ministerie neemt ze in ontvangst en dat is het.”

Het is die frustratie over de slecht functionerende Mexicaanse rechtsstaat die tot de oprichting van Los Otros Desaparecidos heeft geleid. De groep werd in het leven geroepen in oktober 2014, een maand nadat 43 studenten in Iguala werden ontvoerd en waarschijnlijk vermoord door een lokale drugsbende, in samenwerking met corrupte politieagenten. De tragedie schokte Mexico en veroorzaakte maanden van demonstraties in het hele land tegen drugsgeweld, corruptie en de banden tussen de lokale politiek en de georganiseerde criminaliteit.

De volkswoede gaf Vergara ook de moed om op zoek te gaan naar zijn broer Tom?s, een taxichauffeur die in juli 2012 door criminelen werd ontvoerd in Huitzuco, niet ver van Iguala. “Er zijn heel veel ontvoeringen in Huitzuco”, vertelt Vergara, in het dagelijks leven caf?houder. “Wie probeerde te weten te komen wat er met de ontvoerden was gebeurd, werd bedreigd door criminelen, of erger. Maar in de nasleep van de verdwijning van de studenten voelden we dat we eindelijk wat konden doen om onze eigen tragedie op te lossen.”

Met Vergara als gepassioneerde woordvoerder krijgt de groep nu ook navolging in andere deelstaten. In Coahuila en Sinaloa, in het noorden, en ook in de deelstaat Veracruz, aan de oostkust, waar Vergara zelf vorige maand twee weken lang enkele zoektochten co?rdineerde.

Veiligheid
Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk; in Veracruz kon de brigada de b?squeda, de zoekbrigade, niet zo vaak op pad als ze wilde. Volgens de politie kon de veiligheid van de zoekende familieleden wegens bedreigingen door de georganiseerde misdaad niet altijd worden gegarandeerd.

Die dreiging is re?el: in juni werd in de Veracruzaanse stad Poza Rica een man vermoord die op zoek was naar zijn verdwenen dochter. Vorig jaar augustus werd bovendien Miguel ?ngel Jim?nez Blanco, de oprichter van Los Otros Desaparecidos, doodgeschoten.

“De risico’s die de leden van de zoekbrigades lopen zijn enorm, want de georganiseerde criminaliteit wil natuurlijk niet dat de slachtoffers worden gevonden”, stelt Juan Carlos Trujillo van mensenrechtenorganisatie Enlaces.

Mario Vergara zegt dat hij en de andere leden van Los Otros Desparecidos zich niet veel van het gevaar aantrekken. “We komen weleens leden van de bendes tegen, maar we provoceren ze niet, we zijn er niet om ruzie met ze te zoeken”, zegt hij. “Bovendien: wat hebben we te verliezen? Als je zoals ik je broer kwijtraakt op deze manier … Eigenlijk zijn wij al levende doden, omdat alles wat we doen in het teken staat van het terugvinden van onze geliefden.”

In het kort
In Mexico zijn sinds 2006 meer dan 25.000 mensen verdwenen.?De meeste vermisten zijn waarschijnlijk het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.?Overal in Mexico duiken nu groepjes burgers op die zelf naar vermisten op zoek gaan

Bronnen: Trouw