Tagarchief: big data

Overheidsdienstverlening verbeteren met Big Data

waakzaamHet onderwerp Big Data is actueel. Big Data kan worden benut om verschillende doelen te bereiken, zoals informatie transparant en bruikbaar maken, ondersteunen bij het nemen van beslissingen, scherper segmenteren en bij product- en dienstinnovaties. Daarbij lijken we momenteel midden in een proces te zitten waarin een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen een overheid die de burger versterkt en ondersteunt door middel van Big Data en bijbehorende maatschappelijke grenzen.?

In onderstaande?verkenning staan 6 bestaande Big Data concepten beschreven, die direct danwel indirect kunnen bijdragen aan een betere dienstverlening naar burgers toe (Profiling, Predictive analytics, Social media monitoring, Omnichannel klantcontact, Semantisch web, Process mining). Voor deze verkenning zijn inspirerende voorbeelden uit het bedrijfsleven en bij gemeenten gebruikt en (ervarings)deskundigen komen hierbij aan het woord. Tevens zijn afwegingen beschreven op maatschappelijk, organisatorisch en technisch gebied.

Ook interessant om na te lezen is het ebook van het Big Data congres voor en van de overheid:

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij

Big data kunnen bijdragen aan veiligheid

big data veiligheid

Auteur: Leo Mudde ? 18/04/2014,?ontleend aan?VNG Magazine 08, Special Informatieveiligheid, pag. 28 e.v.

Voor wie aan privacy is gehecht, zijn ze vooral bedreigend. Maar big data kunnen de trends in de samenleving ook voorspellen en haar daarmee een stukje veiliger maken. De vraag is ook hier weer: moet alles wat kan, ook kunnen?

Toen wetenschappers zeven jaar geleden met opzet een dijk lieten doorbreken, krabden velen zich achter de oren. Dijken, die moet je versterken, niet kapotmaken. Het druist in tegen alle opvattingen waarmee Nederlanders zijn grootgebracht. Maar die Groningse dijk was niet zomaar een dijk. Hij was volgestouwd met sensoren die, in de aanloop naar de breuk, allerlei data vastlegden. Inwendige verschuivingen, de verzadiging, de druk ? alles wat maar enigszins te maken zou kunnen hebben met de stabiliteit van de dijk werd, naarmate de druk op de dijk werd opgevoerd, gemonitord.

Schat aan gegevens
Het experiment leverde een schat aan gegevens op. Inmiddels bevinden zich, verspreid over het land, tien tot vijftien dijken waarin allerlei sensoren verborgen zijn die continu worden gemonitord. Zo kunnen waterschappen de kwaliteit van de dijken goed in de gaten houden en, indien nodig, groot onderhoud naar voren halen. Of uitstellen natuurlijk, als blijkt dat een dijk zich beter houdt dan was verwacht.
Het is een voorbeeld van het gebruik van ?big data? ? het combineren van allerlei data die door wie dan ook zijn verzameld en deze loslaten op specifieke vraagstukken, fysieke of sociale. Freek Bomhof van TNO deed onderzoek naar het gebruik van big data in relatie tot veiligheid. Hoe kan de overheid, bijvoorbeeld de gemeente, die enorme hoeveelheid informatie die haar ter beschikking staat, gebruiken om de veiligheid te vergroten?
Bomhof is, zegt hij zelf, een ingenieur die is verdwaald tussen de sociaalpsychologen. Vanuit diverse invalshoeken werkt hij aan onderzoek dat antwoorden moet bieden op de vraag: waar heeft de BV Nederland over drie, vier jaar behoefte aan? TNO slaat, zegt Bomhof, een brug tussen het academisch onderzoek en de praktische toepassingen. ?Big data zijn daar een goed voorbeeld van. Dat de informatie er is, weten we al lang. We zitten nu in het stadium dat we ze ook daadwerkelijk kunnen toepassen op gebieden die niet altijd even voor de hand liggen.?
Big data komen in beeld als we met de klassieke technologie iets niet kunnen oplossen, zegt Bomhof. ?Wanneer de gebruikelijke database uit z?n voegen is gebarsten, dan gaan we denken aan big data.?

Griep
Een fraai voorbeeld is Google Flu, de ?griepvoorspeller? van zoekmachine Google. Bomhof: ?Google beweerde dat zij kon voorspellen waar een griepepidemie zou uitbreken. Doordat mensen met een beginnende keelpijn, hoofdpijn of koorts al snel gaan googelen om meer te weten te komen over hun symptomen, v??r ze naar de dokter gaan. Google ontdekte een stevig verband tussen deze zoekopdrachten in een bepaald gebied en de griepuitbraken die een week tot tien dagen later door artsen werden gerapporteerd.? Google Flu lijkt echter aan het eigen succes ten onder te gaan, omdat er sinds het bekend worden van deze tool zoveel over het onderwerp wordt gegoogeld dat de data vervuild zijn geraakt en de voorspellende waarde teniet wordt gedaan.

Maar het is wel een mooi voorbeeld waarmee GGD?en hun voordeel kunnen doen. En daarvan schudt Bomhof nog meer uit zijn mouw. ?De politie Haaglanden had te maken met veel jeugdoverlast. Zij vroeg zich af of er een verband bestaat tussen de inrichting van het publieke domein en het ontstaan van overlast. Als big data kunnen voorspellen waar de kans op overlast groot is, dan kan daar preventief op worden ingespeeld. Veel beschikbare data, van de politie zelf maar ook van de gemeente zijn over elkaar heen gelegd en toen bleek de overlast zich vooral voor te concentreren op pleinen waar een viskraam staat. Nu is er geen verband tussen het eten van vis en het veroorzaken van overlast, maar bij viskramen blijken bijna altijd bankjes te staan, meer dan op pleintjes waar geen viskraam is ? en d??r komen jongeren op af. Dus pleinen met bankjes trekken jeugdoverlast aan. Het is best leuk als je dat soort correlaties vindt.?

De gemeente Utrecht liet onderzoek doen naar de inbraakgevoeligheid van wijken, maar wilde daar niet uitsluitend de politiestatistieken bij gebruiken. ?Zo is bijvoorbeeld gekeken naar de omgevingsverlichting, maar de correlatie tussen (het ontbreken van) verlichting en het aantal inbraken bleek niet zo sterk. Een probleem was dat we de helft van de data niet konden gebruiken. ?s Nachts wordt weinig gemonitord en inbrekers slaan vaak ?s nachts toe. Je moet dus wel kunnen beschikken over genoeg gegevens om uitspraken te kunnen doen. Omdat we het tijdstip van inbreken niet in de data hadden staan, zaten ook de inbraken die overdag gepleegd werden ertussen. Maar dan heeft straatverlichting natuurlijk geen invloed.?

Voorspellend politiewerk
Predictive policing heet dit, voorspellend politiewerk. In de Verenigde Staten gebeurt het in de grote steden al, Amsterdam is er ook mee begonnen. Feitelijk hetzelfde wat een bedrijf als Amazon doet: goed kijken naar de klant en precies uitvinden hoe die koopt, wat die koopt en waarom die koopt. Dit maakt het mogelijk toekomstig (koop)gedrag te voorspellen.
Het kan ook voorkomen dat bigdata-analyses in eerste instantie meer vragen oproepen dan antwoorden. Bomhof: ?Toen we een dijk monitorden, bleek dat er onverklaarbare schommelingen waren in de vochtigheidsgraad. Die schommelde altijd al, bij eb was de dijk droger dan bij vloed. Maar deze dijk bleek op een bepaald moment ook bij eb erg nat te zijn. Iedereen stond voor een raadsel, tot iemand de neerslaggegevens van de KNMI over de eigen informatie heen legde en toen bleek dat er juist op dat moment boven de dijk een wolkbreuk was geweest.?

Boerenverstand
Soms volstaat het gezonde boerenverstand en is inzet van big data helemaal niet nodig. ?Rotterdam wilde weten in welke omstandigheden ouderen langer thuis blijven wonen. Uit de analyse van de data bleek dat het te maken had met de aanwezigheid van winkels, de beschikbaarheid van openbaar vervoer en de vraag waar de eigen kinderen wonen. Dat konden beleidsmedewerkers zelf ook bedenken.?
Bij gebruik van big data dient zich onvermijdelijk vroeg of laat de privacyvraag aan. Bomhof: ?In veel APV?s is het vervoer van inbraakmateriaal verboden. Als ik politieman ben en ik zie jou met een koevoet op straat lopen, zal niemand het vreemd vinden als ik je even op de schouder tik en vraag wat je van plan bent te gaan doen. Maar als uit gegevens van winkelketens of banken blijkt dat jij bij Blokker een wekker hebt gekocht en bij het tuincentrum kunstmest, mag de politie dan concluderen dat jij van plan bent een bom te maken en is dat feit alleen voldoende om huiszoeking te doen? We mogen niet met een breekijzer over straat, maar mogen we wel de grondstof voor een bom kopen? De vraag is of alles wat technisch mogelijk is, ook maatschappelijk door de beugel kan.?

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

Predictive Policing: Big Data en voorspellend politiewerk

Een van de dingen waar de politie in de zeer nabije toekomst zeker mee te maken krijgt is predictive policing (voorspellend politiewerk) op basis van enorme hoeveelheden digitale gegevens. Een ontwikkeling uit de VS. Wat is dat precies? Heel in het kort: de politie heeft een enorme hoeveelheid gegevens (big data) over misdaden uit het verleden tot haar beschikking. Big data is een grondstof die nooit opraakt. Door hier een diepe analyse op los te laten kan de politie straks in combinatie met verfijnde algoritmen toekomstige misdaden voorspellen. Met andere woorden: op grond van predictive policing kunnen mensen straks worden opgepakt nog voor ze een misdaad hebben begaan. Dat is eng. Kan dat allemaal zo maar?

De politie van Los Angeles maakt bijvoorbeeld gebruik van de software PredPol. Die analyseert oude misdaadstatistieken ? voor accuratesse zijn er wel zo?n paar duizend nodig ? en plot die op een kaart, waarin het surveillancegebied is opgedeeld in echt kleine eenheden (van 45 vierkante meter). Zo kan de politie dus per kleine oppervlakte zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen. Dat is wel iets anders dan de misdaadanalist met gekleurde spelden en een stadsplattegrond. In een blinde proef ? de ene dag gingen agenten op pad met een traditionele hotspotkaart en de dag erop met een van PredPol ? bleek al snel dat Predpol tot betere resultaten leidde. Niet alleen meer arrestaties, maar vooral dalende misdaadcijfers.

Hier goede achtergrond documentaire:

In feite is dit niet veel anders dan wat een bedrijf als Amazon doet: goed kijken naar de klant en precies uitvinden hoe die koopt, wat die koopt en waarom die koopt. Dit maakt het voor Amazon mogelijk toekomstig gedrag te voorspellen (en het koopgedrag te bevorderen). Welke algoritmen Amazon hiervoor gebruikt is trouwens onduidelijk (dat is bedrijfsgeheim).

PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt en effectief te surveilleren. Het gaat daarbij zeker ook om het voorkomen van een misdrijf. Juist omdat de politie gericht surveilleert op de plekken waar het telt zullen op die plekken minder misdaden worden gepleegd. Niet meer blauw op straat maar gerichter blauw op straat. Dat is althans de theorie. De cijfers laten zien dat die theorie klopt: in het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken daalde de misdaad met 13%. In Santa Cruz, waar ze het ook gebruiken om hotspots te identificeren, ging het aantal inbraken met 27% omlaag. Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet. Predictive policing zal daarom groot worden. Het scheelt mankracht.

Gaat het hierbij vaak veelal om het voorkomen van inbraken, de politie van Seattle gaat al een stap verder. Daar worden alle kentekenplaten gelogd en in een database gestopt. Handig straks bij een misdaadonderzoek. Het stoplicht registreert haarfijn wie er in het verkeer over de schreef gaat en schrijft automatisch een bon uit (die dan wel weer door een politieman moet worden geautoriseerd). Een onbemand vliegtuigje om de boel vanuit de lucht in de gaten te houden haalde het niet. Dat vonden de burgers een te grote inbreuk op hun privacy. Twitter dient hier als een continue monitor, waarbij de burgers worden opgeroepen mogelijke misdrijven in hun wijk te melden. Ook via Twitter. Binnenkort strekt predictive policing zich ook uit tot het mogelijke gebruik van vuurwapens.

Achtergrond filmpje van de Economist over Predictive Policing:

Dan New York. Daar werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan 3000 politiecamera?s in de stad, inclusief alle databases die de politie tot haar beschikking heeft. Het wordt dan mogelijk precies na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd. Het screenen van Facebook en Twitter op gangs is hier al standaard.

Uitleg Domain Awareness System

Ver van ons bed? Nee, want hier gebeurt het ook al. In het programma Politie en Wetenschap werkt de politie van Amsterdam samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem van geavanceerde plannings- en voorspellingsmethoden om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden. En hoe laat. En sinds enige tijd is het Criminaliteits Anticipatie Systeem in gebruik genomen door wijkteams en flexteams in Amsterdam. In onderstaande uitzending van Factchecker legt Dick Willems uit hoe het globaal werkt (na ongeveer 9 minuten in de uitzending): Zie ook hier

Het gevaar is wel dat de politie straks allerlei mensen gaat oppakken om vervolgens te zeggen: ja, dat moest van mijn algoritmen. De rechter zal hier natuurlijk geen genoegen mee nemen. Ook al weten we dat de meeste misdaad voorkomt in arme, multiculturele wijken, de politie kan niet zo maar ineens alle mensen gaan oppakken op grond van een impuls. Er zal toch minstens een aanwijzing moeten zijn dat voortkomt uit het algoritme: het moet immers controleerbaar zijn.

En wat moeten we met zaken die helemaal niet bij de politie worden aangegeven, zoals veel verkrachtingen en geweld? Voorspellend politiewerk is gebaseerd op misdaadstatistieken. Als die er niet zijn zal de software dus alleen voorspellingen kunnen doen over misdaden die ooit zijn aangegeven. En blijft de rest ? zoals veel andere misdrijven ? ongezien.

Die trend van voorspelling is al lang aan de gang. De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Ook dat gaat ver. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien, en gebruik je ook het trefwoord seks een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie inseinen. Dit voorbeeld is trouwens echt gebeurd. Met de politie in de rol van het meisje (op haar computer). Goed, dat een viespeuk wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden. Maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk druggebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen. En Facebook kan dit nu al, juist omdat men alles kan volgen. Zonder gerechtelijk bevel om die priv?gegevens in te zien (dat heeft de politie wel altijd nodig). Dat gaat heel ver.

Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv? detective koopt je data. Of op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl we geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt lopen waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen. Die algoritmen weten ook niet alles natuurlijk.

Vanuit een meer kritische blik bekeken is het weinig nieuws:

In Pauw en Witteman legt Peter de Kock uit hoe hij een voorspellend model maakte voor terroristische aanslagen, dat scenario?s van films en boeken kan combineren met die van criminaliteit- en terrorismebestrijding:

Tilburgpredictive

In 2010 schreef Carola Houtekamer in de NRC een interessant artikel over datamining bij de politie. Hier een achtergrondartikel van de leverancier.

In het Amerikaanse Richmond en Memphis stuurt de politie al agenten op pad aan de hand van statistische trendkaarten. New York heeft een Real Time Crime Center opgezet dat forecasting-technieken gebruikt, in Groot-Brittanni? en Canada investeren bedrijven in statistische programma’s als Daily Crime Forecast.

Verdiepingsartikel over predictive analysis of crime forecasting

Boek: Intelligence gestuurd politiewerk

Hier nog een aantal interessante links:

Watch more Susan Watts videos on Frequency

Big data in opsporing: nu pompen om niet te verzuipen

Kordes, M. e.a (2013). Big data in opsporing: nu pompen om niet te verzuipen. Wat te doen aan de verstikking door de exponentieel groeiende data binnen de opsporing?. Trendsinveiligheid.nl, Capgemini, Utrecht.?