Tagarchief: DIY

Verslag Seminar De Moderne Sherlock

Door: Matthijs Hogendoorn

Op 10 februari jl. organiseerde Reed Business Education samen met TNO een seminar over online burgeropsporing. Locatie: PIT, Almere. Dagvoorzitter: Diederik Greive, hoofdofficier bij het OM en onder meer portefeuillehouder Opsporingsberichtgeving. Voor een publiek van circa 100 mensen werd aan de orde gesteld: hoe pakt men het in de opsporing aan, gegeven de ontwikkelingen in social media en maatschappelijke betrokkenheid en bemoeienis? Wat staat de ?gevestigde? partijen op dat gebied te doen en te wachten?

Weliswaar waren alle aanwezigen het er over eens dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden en nog gaande is in de mate waarin de burger betrokken is bij veiligheids- en opsporingsvraagstukken, maar de nuanceverschillen in de benadering waren interessant.

Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere introduceerde het gemeentebeleid met een kort filmpje over de Veiligheidsaanpak 2015-2018.

De gemeente heeft de inbreng van burgers steeds intensiever proberen te initi?ren. Want: ?Wij overschatten als gemeente stelselmatig hoe goed wij onze burgers bereiken. En dat is wel het doel: dat we kunnen gaan spreken van overheidsparticipatie,? aldus Jorritsma.

Waar de burgemeester het nog vooral had over de informatievoorziening tussen burgers en overheid over en weer, vervolgde hoofd recherche Midden-Nederland Henk Bril met de praktijk van de opsporing. Die wordt be?nvloed door die informatievoorziening en dat gaat op heel veel manieren. Bril illustreerde dat met een aantal sprekende voorbeelden.

Hbril

Zoals bij de zaak Ruben en Julian: ?een Twitterbom die ontplofte? en burgers die zelf een bos gingen doorzoeken. Na de verdwijning van Lisanne Froon en Kris Kremers: de actieve houding van betrokken familie. Na de dood van Els Borst: de ?actieve betrokkenheid vanuit de politiek?. En bij de afpersing van John en Linda de Mol veel diverse reacties en bemoeienissen. Koppel daaraan een vaak zeer actieve ?mediakaravaan? en de eventuele rol van de ?zelfbenoemde expert? en je ziet de ontwikkeling zoals Bril hem noemde: ?Van burger en opsporing naar burgeropsporing.?

Dat levert heel veel verschillende informatie en situaties op, die soms absoluut maar ook niet altijd bevorderlijk zijn voor de opsporing. Hoe moet je al die info vooraf duiden? Is ze betrouwbaar? Bruikbaar voor beleid, co?rdinatie of uitvoering? Daarom alleen al is voor de politie een goede afdeling communicatie onontbeerlijk, stelde Bril. Want je kunt niet anders dan meegaan met wat de maatschappij van je vraagt, maar wel binnen grenzen.

Bril: ?Uiteindelijk gaat het om waarheidsvinding en de deugdelijkheid van het onderzoek: hypothesen, scenario?s, verifi?ren en falsificeren. Dus het klassieke rechercheren blijven we doen, naast de modernere mogelijkheden.?

Henk Bril benadrukte daarmee de kern van de middag: in hoeverre gaan de klassieke instituties mee met de ontwikkelingen, in welke mate is het gewenst dat ze dat doen en hebben ze daar eigenlijk nog enige zeggenschap in? Bril vond dat er al veel gebeurde om de burger te betrekken.

Nieuwe inrichting

Hoofdofficier van justitie in Midden-Nederland Johan Bac maakte als volgende spreker de vergelijking met de huisarts van tegenwoordig. Die ontvangt een veel beter ge?nformeerde pati?nt dan vroeger in de spreekkamer, zeker bij de eenvoudige aandoeningen. Naarmate de klacht medisch gecompliceerder is, neemt de huisarts of uiteindelijk de specialist het meer over van de pati?nt.

JBac

Bac: ?Hier gaan we ook naar toe in de opsporing. Er zullen eenvoudige zaken zijn, waarbij de politie kan kijken naar wat de burger zelf al heeft gedaan. Van het maken van een foto tot het opnemen van een verklaring of het invullen van een aangifte. De politie zal daarin ondersteunend zijn. En dan hebben we het over 80% van de criminaliteit.?

Maar dat houdt dus ook in dat de rollen worden omgedraaid. Van Opsporing verzocht naar Opvolging gezocht, zoals Bac het formuleerde. De burger reageert niet meer, maar initieert. Dat zal uiteindelijk resulteren in eigen verantwoordelijkheden. Bac: ?Denk aan de eigen belastingaangifte met een verklaring dat je die naar waarheid hebt opgemaakt, iets dergelijks.?

Bac erkende dat die situatie totaal nieuw zou zijn en een totaal nieuwe inrichting van het strafproces zou betekenen. Hij maakte een kanttekening: ?In de analogie met de medische wereld, ook wij hebben ons specialistische werk. En zware zaken zijn vaak onzichtbaar. Daar moet wel capaciteit voor blijven.?

Daarnaast wees hij op de rechtsstatelijke belangen: ?Wij als OM zijn niet alleen doorgeefluik. We hebben ook onze procesnormen en die zijn er niet voor niets.?

Geen flexibiliteit

Daarna werd het grovere geschut in stelling gebracht in de persoon van Maurice de Hond, naast opiniepeiler onder meer bekend van zijn optreden in de Deventer moordzaak. Hij waste als verwacht de strafrechtsketen stevig de oren met tal van ongerijmdheden uit het onderzoek naar de moord op de weduwe Wittenberg. Bij uitstek maakte hij gebruik van ?burgerdeskundigen? om de bevindingen van onder meer het NFI onderuit te halen. De Hond: ?Het begon als crowdsourcing avant la lettre met een blog dat ik schreef. Dat groeide uit tot een gezamenlijke expertise van heel veel mensen.?

MHond

De Hond is behoorlijk gedesillusioneerd geraakt in de kwaliteit van het opsporingsproces. Het gaat er hem niet om dat ??n partij het standaard bij het verkeerde eind zou hebben. ?Ik trok met mijn website over de zaak ook gekken aan die onzin uitkraamden.? Maar het schokte hem vooral dat de keten zo afwijzend reageerde. Er was geen enkele flexibiliteit te bespeuren.

De Hond: ?Het gaat dan toch, zoals Henk Bril zei, inderdaad om de waarheidsvinding? Waarom wordt die aantoonbare expertise van zovelen niet eens meegenomen?? De conclusie van De Hond was dat de ?crowd? die de instituties binnen het strafproces voor zich zien, nog steeds ?intern? is. Er wordt nog te hi?rarchisch gedacht.

Doodeng

In de discussie tussen de panelleden (zonder Jorritsma) en met de zaal onder leiding van Diederik Greive werden de bovenstaande posities nader uitgewerkt. Daarbij behield Henk Bril (?Er gebeurt al veel?) zijn wat behoudender stelling, was De Hond het meest radicaal (?De instituties kunnen niet volgen?) en nam Bac de middenpositie in (?We lopen er achteraan, maar misschien is dat onze rol ook wel?).

panel

publiekMaurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?

Dat de expertise van de burger moet worden ingezet, daar was iedereen het wel over eens. En ook dat je het niet redt met het openstellen van ?een extra kanaal?. Anders loopt het het systeem uiteindelijk over de schoenen. Dus incorporeren is het devies.

Uit de zaal kwam Arnout de Vries, co-auteur van Social Media, het nieuwe DNA, met de hamvraag: hoe organiseer je het dan? Daar bleef het nog even stil op, behalve dat de betrokkenheid van jongeren (Bac: ?Ik ben met mijn 45 jaar stokoud.?) en in een vroeger stadium faciliteren van burgers nuttig kunnen zijn. En blijven communiceren: ?Als je op een scheldpartij inhoudelijk antwoordt, blijkt het in negen van de tien gevallen om heel nette en serieuze mensen te gaan,? zei De Hond.

Johan Bac: ?We moeten vooruit, ook al weet ik op 1000 vragen geen antwoord. Dat maakt het tegelijkertijd doodeng.?

publiek2

The Skeleton Crew

Boek Web Sleuths

 

Recentelijk is er een boek verschenen over (online) communities voor?burgeropsporing?en hoe deze “Do-It-Yourself?Detectives”?zich storten op ‘cold cases’.

“The Skeleton Crew” gaat?over online (burger) opsporingscommunities. Het gaat ook zowel de successen als problemen van deze groepen. Want?vrijwel elke?online community krijgt in haar bestaan met wisselende leden kritiek en zgn. “flame wars“. Het is zoals met veel vrijwillige groepen: het is soms een soap of drama en online wordt dat soms versterkt.?Dus er?waren er vetes, verbanningen van leden (sommige mensen bleken echt ‘freaks’, een beetje eng of gek) en groepen die zich afsplitsten omdat ze vonden dat het anders moet, en?ook waren er?grepen naar macht of roem. Communities met?naamloze onderzoekers hadden minder van deze?persoonlijke conflicten, maar elke groep kampte met ethische dilemma’s en uitdagingen voor hun werkwijzen, zoals bijvoorbeeld de vraag hoe om te gaan?met de rechtshandhaving en de families van de slachtoffers.

Deborah Halber, wetenschappelijk schrijfster voor MIT, onderscheid twee groepen burgerrechercheurs: de “buitenbeentjes” (Mavericks), die de voorkeur geven om snel en naar eigen goeddunken voor oplossingen te gaan, en de?”vertrouwen bouwers” (Trust Builders) die liever eerst?als groep zorgvuldig willen beraadzamen voordat ze de autoriteiten of nabestaanden benaderen. De ‘Mavericks’ klagen dat de Trust Builders te langzaam en te bureaucratisch handelen, terwijl Trust Builders?liever een band van?geloofwaardigheid op willen bouwen naar de gemeenschap en politie en (te) snelle tips meestal zinloos of waanzin zijn.

Zo gaat het boek in op zaken die het Doe network heeft opgelost (oa de zaak van het “tent meisje” waarover we blogden) en ook op andere burgeropspoorders die genetwerkt samenwerken aan zaken, soms decennia lang. Het Doe network weet dat er zeker meer dan 13.000 onge?dentificeerde lichamen zijn in de Verenigde Staten, maar anderen denken dat het er drie keer zoveel zijn. De groepen worden vaak bespot door de lokale politie of soms totaal genegeerd. Toch heeft deze ” Skeleton Crew” eigenhandig een hele reeks cold cases opgelost. Daaronder waren onder andere moorden in Missouri, zwervers in Las Vegas en ook zaken in Canada.

Hieronder een stukje uit het boek:

PROLOGUE

I?m looking around a Cracker Barrel in Georgetown, Kentucky, wondering if I?ll recognize him. The only photos I?ve seen of Wilbur J. Riddle were taken four decades ago, when he stumbled on the corpse wrapped in the carnival tent.

He was forty years old then; with his tousled dark hair and strong jaw, he resembled Joaquin Phoenix with sideburns. Even in black-and-white, Riddle looked tanned, a shadow accentuating the taut plane of his cheek. His short-sleeved shirt unbuttoned jauntily at the neck, he stood slightly apart from three pasty, grim, steely men with buzz cuts, dark suits, and narrow ties. They seemed preoccupied, dealing with a body where a body had no right to be.

Throwing the photographer a sidelong glance and a faint smirk, Riddle alone seemed cocksure and unfazed. In time, he would end up just as invested as the Scott County sheriff and state police, if not more so. He would become the father of sixteen and grandfather of forty and would still be escorting people out to the shoulder of Route 25?X marks the spot?where he found her. Somebody might have been tempted to charge admission.

He?s thought about asking the state of Kentucky to put up a marker along the guardrail: the Tent Girl memorial plaque. She?s a local legend. Parents invoke her?an unidentified murder victim whose face is carved onto her gravestone?as the fear factor that has hurried two generations of children to bed on time.

But she?s more than that.

Tent Girl drew me in. As I delved into the world of the missing and the unidenti?ed, her story would transform the shopworn whodunit into something altogether di?erent?the whowuzit, I?ll call it?in which the identity of the victim, not the culprit, is the conundrum. Her story supplanted the tweedy private eye or world-weary gumshoe of my expectations with a quirky crew of armchair sleuths who frequented the Web?s inner sanctums instead of smoke-?lled cigar bars. Her story was rags to (relative) riches, triumph of the underdog, and revenge of the nerds all rolled into one. Tent Girl, by becoming separated from her name, also invoked a murky psychological morass of death and identity where?judging from my companions? faces whenever I brought it up?most people would rather not go, but that I felt perversely compelled to explore.

The Skeleton Crew by Deborah Halber (Excerpt) by Simon and Schuster

Bronnen: Salon, The Skeleton Crew

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

Do It Yourself Justice

Hoe kan de politie omgaan met burgeropsporing?

Door:
Dr. A.J. Meijer (projectleider) & Dr. S. Grimmelikhuijsen,?Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)
Prof. Dr. M Thaens & Drs. P. Siep,?Center for Public Innovation (CPI)
Ir. A. de Vries & Dr. M. van Staalduinen,?TNO

De Nederlandse politie heeft in toenemende mate te maken met burgers die zelf initiatieven?nemen gericht op de opsporing. Burgers wachten lang niet altijd op instructies of verzoeken?van de politie maar gaan zelf aan de slag.. Deze ontwikkeling naar ?Do It Yourself Justice??past in een brede trend in de publieke sector: op allerlei terreinen ondernemen burgers zelf?actie om problemen op te lossen en laten ze het initiatief niet aan de overheid. Deze?(spontane) initiatieven cre?ren nieuwe mogelijkheden om de opsporing tot een succesvol?einde te brengen maar cre?ren ook dilemma?s en risico?s. Zowel de mogelijkheden als de?risico?s zijn reden om de burgeropsporing systematisch te onderzoeken om vervolgens te?bepalen hoe de politie hiermee om kan gaan.?In de kranten hebben het afgelopen jaar allerlei voorbeelden gestaan van burgeropsporing en?daarbij ging het om een brede vari?teit aan initiatieven. Deze initiatieven nemen?verschillende vormen aan:

  • Zoeken van vermiste personen. Een recent voorbeeld hiervan is de zoektocht naar de?twee jongens uit Zeist die waren vermist. In reactie op een bericht van de moeder op?Facebook is een groot aantal burgers in de bossen bij Zeist gaan zoeken naar de?vermiste jongens. De zoekactiviteiten werden onafhankelijk van de politie genomen?en de politie was er bezorgd over dat belangrijke sporen verloren zouden gaan door?dit initiatief. De vele aandacht leidde overigens tot zeker drieduizend tips en het?merendeel daarvan leidde naar de omgeving waar de jongens uiteindelijk werden?gevonden.
  • Opsporen van (vermeende) daders van misdrijven. Onlangs loofde een vader van een?vrouw die bij de TT Assen een fles wijn tegen haar hoofd had gekregen en daarna?werd beroofd op Facebook, een beloning uit voor informatie over de dader: ?2500?euro beloning voor degene die kan vertellen wie het gezicht van mijn dochter?beschadigde voor het leven.? Bij deze oproep plaatste hij foto?s van zijn verminkte?dochter en mede door deze foto?s werd de oproep snel verspreid op Facebook.?Opvallend is dat het bericht eerst op Facebook werd geplaatst en daarna pas aangifte?werd gedaan. De politie gaf aan dat zij hierdoor met een achterstand begon. Wel?benadrukte de politie dat de actie tot veel reacties leidde. Ook gaf de moeder van het?meisje aan dat ze via sociale media de namen heeft gekregen van personen die?betrokken waren bij het ?wijnflesdrama?. De dader is op basis van deze informatie?echter (nog) niet aangehouden.
  • Aanpakken eigenaar mishandelde hond in Nijmegen. De politie in Nijmegen had op?11 mei 2013 een mishandelde hond in het kanaal gevonden en had hiervan een foto?openbaar gemaakt om zo te eigenaar terug te vinden. De oproep en de foto?s werden?verspreid via Twitter (@Dierenpolitiegz / @PolitieGLZ). Buurtbewoners herkende de?eigenaar en gingen direct naar het adres van de vermeende dader om ?verhaal te?halen?. Actueel Nieuws Nederland: ?De vondst zorgde voor boze gezichten en een?heksenjacht op de dader. Op Facebook werd een naam, foto en een adres getoond van?de verdachte en dit werd in totaal 2000 keer gedeeld op Facebook. Tientallen mensen?kwamen verhaal halen en stonden opgesteld voor het huis van de verdachte. De politie?is de hele avond bezig geweest om ervoor te zorgen dat alles rustig bleef zodat de?situatie niet zou escaleren.? Of, zoals GeenStijl stelt: ?Facebook schandpaalt de?Hondendoder van Hatert?. ?De politie moest snel komen om de man te ontzetten en?benadrukte dat zij begrip had voor de emoties maar riep op om niet voor eigen rechter?te spelen. De tips resulteerden in de aanhouding van de man die de hond had?mishandeld.
  • Aanpakken mishandelde jongens in Eindhoven. De politie in Eindhoven maakte een?video openbaar waarop te zien viel hoe een jongen in Eindhoven werd mishandeld.?Aan burgers werd gevraagd om informatie over de personen op de video te geven en?de reaguurders van GeenStijl pikten dit direct op. Zij speurden op Internet en wisten?de namen van de ?acht van Eindhoven? (ook aangeduid als ?kopschoppers?) te?achterhalen. Sommigen gingen direct naar de huizen en soms zelfs scholen van?diegenen toe en bedreigden hen. Daarbij ging het ook om de bedreiging van de?verkeerde persoon met dezelfde naam. De daders werden uiteindelijk veroordeeld?maar vanwege de maatschappelijke commotie kregen zij minder hoge straffen.
  • Opsporen via Facebook van daders mishandeling. Twee Haarlemse meiden waren in?februari 2013 getuigen van een zware mishandeling. Zij besloten zelf in actie te?komen en losten de zaak via Facebook op door de politie naar drie jongens te leiden?die schuldig waren aan de mishandeling. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto?te achterhalen van de dader, maar ook twee andere mannen kwamen tijdens het surfen?in beeld. Met dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden?foto’s en de daders werden door hen opnieuw herkend. De verdediging betwistte het?bewijs maar de rechter kon zich wel vinden in deze vorm van burgeropsporing: ‘Dit is?het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs?aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.’

Individuele burgers zijn al langer betrokken bij de opsporingen. Men kan zeggen dat een?oplettende burger die de politie attendeert op een inbraak ook burgerinitiatief toont. Cruciaal?aan de nieuwe burgerinitiatieven zijn de volgende elementen:

  • Burgers doen meer dan hen is gevraagd door de politie. In de laatste twee casus werd?burgers gevraagd informatie te geven aan de politie maar sommigen van hen besloten?direct op te treden tegen de vermeende daders. In het geval van de zoektocht naar de?jongens uit Zeist zochten burgers op veel plaatsen en nauwelijks onder co?rdinatie?van de politie. En in het geval van de TT in Assen werd zelfs eerst actie via sociale?media ondernomen voordat aangifte werd gedaan bij de politie.
  • Burgers treden niet alleen op maar werken samen met anderen. Typerend aan de?bovenstaande gevallen is dat het steeds gaat om (grote) aantallen burgers die?gezamenlijk in actie komen om informatie te verzamelen of op te treden tegen?vermeende daders of om hen te zoeken.
  • Sociale media spelen een belangrijke rol in de samenwerking. In alle bovenstaande?gevallen zien we dat burgers sociale media gebruiken om gezamenlijk informatie te?verzamelen of op te treden tegen vermeende daders. Sociale media stellen burgers in?staat snel en goedkoop te communiceren en zo processen van mobilisatie op gang te?brengen (Bekkers et al., 2011).

Deze elementen maken de nieuwe vormen van opsporing tot een ?pop-up? opsporing (Van?der Steen et al., 2013): spontane vormen van samenwerking tussen burgers ontstaan rondom?een specifieke opsporing. Het gaat niet om langdurige vormen van organisatie ? zoals?burgerwachten in buurten ? maar veeleer om burgers die zich allemaal opwinden over een?specifiek geval en hier gezamenlijk iets aan willen doen. Deze spontane vormen van?samenwerking worden gefaciliteerd door de nieuwe, sociale media die het mogelijk maken?om in een ?flits? groepen te informeren en te mobiliseren.?Burgeropsporing kan snel en direct belangrijke informatie voor de politie opleveren zoals te?zien was bij de informatie over de mishandelde jongens in Eindhoven. Tegelijkertijd kunnen?deze initiatieven echter ook resulteren in desinformatie of ze kunnen de politieopsporing?hinderen zoals in enige mate te zien viel bij de vermiste jongens uit Zeist. Ook aan dezelfde?dynamiek die resulteert in belangrijke informatie ook leiden tot een situatie waarin burgers?denken het recht in eigen hand te moeten nemen. Een ander gevolg van eigenstandig optreden?van burgers op basis van sociale media, is dat dit in de latere strafzaak kan leiden tot lagere?straffen (zie de zaak in Eindhoven). In al deze gevallen staat de politie voor de uitdaging om?burgerinitiatieven zo te kanaliseren dat deze een nuttige bijdrage leveren aan de opsporing
maar niet resulteren in excessen.

In alle vijf de gevallen die in de inleiding zijn?beschreven is er sprake van een vorm van ?coproductie? tussen burgers en politie:

  • In Eindhoven gaf de politie de informatie. Burgers gaven ook informatie maar wilden?ook al een sanctie gaan toepassen. De politie beoogde een coproductie in de?informatieproductie maar er ontstond ook een (ongewenste) coproductie in de?sanctietoepassing.
  • In Nijmegen was dit vergelijkbaar. Ook hier was de politie uit op een coproductie in?de informatieverwerking en deze bleek inderdaad succesvol. Daarnaast ontstond?echter een ongewenste coproductie in de sanctietoepassing.
  • In Roden ging het ook om het zoeken naar informatie met als doel dit door te geven?aan de politie. Opvallend is dat in dit geval het initiatief tot coproductie niet uitging?van de politie maar van de betreffende burger.
  • Ook in Zeist ging het om het zoeken naar informatie. Nu vonden de?informatieprocessen van politie en burgers voor een deel parallel plaats en stonden?politie en burgers voor de vraag hoe deze konden worden afgestemd.
  • In Haarlem lag het initiatief bij de meiden die de mishandeling had gezien maar zij?gaven het verzamelde bewijsmateriaal uiteindelijk aan de politie en die hield op basis?daarvan de verdachten aan.

Het verschil met vormen van coproductie die in eerder onderzoek aan de orde zijn gekomen?(Meijer et al., 2013) is dat nu het initiatief bij burgers ligt. Bekkers & Meijer (2010) hebben?eerder de participatieladder van Arnstein (1969) uitgeklapt en aan de hand van deze?uitgeklapte ladder kunnen de beschreven burgerinitiatieven worden getypeerd:

bp

Figuur: Cocreatie startend bij burgers of overheden

Belangrijk aan dit figuur is dat het laat zien dat het initiatief voor cocreatie niet hoeft te?liggen bij de overheid. Burgers kunnen zelf ook initiatieven nemen en overheden daar wel of?niet bij betrekken. In het geval van het wijnflesincident in Assen zien we dat de politie hier?pas in tweede instantie, na het uitloven van de beloning op Facebook, bij wordt betrokken.?Ook het initiatief voor het zoeken naar de jongens in Zeist ligt bij burgers (na een oproep op?Facebook van de moeder). In de gevallen van de Nijmeegse hond en de Acht van Eindhoven?zien we dat het initiatief wel bij de politie ligt maar dat daarna burgers dit overnemen en naar?de verdachten toegaan om ?verhaal te halen?. Dit laat zien dat het ook van belang is de?ontwikkeling van coproductie als dynamisch proces te analyseren.
Een opsporingsproces bestaat uit een informatieproces ? het verzamelen en verwerken van?informatie opdat de gezochte personen kunnen worden gevonden ? maar ook uit een?interventieproces ? waarbij de gezochte personen worden ingerekend ? en daarna uit een?sanctieproces ? waarbij na een uitspraak van een rechter de veroordeelde een boete of celstraf?wordt opgelegd. In al deze fasen kunnen burgers zelf met initiatieven komen of met?initiatieven van de politie aan de haal gaan.?In de literatuur ligt sterk het accent op de wenselijkheid van coproductie. Centraal staat steeds?de vraag op welke manieren burgers kunnen worden betrokken zodat de kwaliteit van de?coproductie verbetert (Bovaird, 2007; Alford, 2009). Opvallend is dat er nauwelijks aandacht?wordt besteed aan onwenselijkheid van bepaalde vormen van coproductie en de noodzaak om?deze, of hiermee samenhangende risico?s, te voorkomen.

Eerder?onderzoek naar burgerparticipatie (Kuijvenhoven, 2005; Cornelissens en Ferwerda, 2010)?focust nu specifiek op burgeropsporing. Siep & Kool (2013: 60) constateren in hun?onderzoek voor Politie & Wetenschap dat meerdere mensen bij de politie het?zorgelijk vinden dat burgers in toenemende mate zelf beelden verspreiden die gerelateerd zijn?aan misdrijven. De onvoorspelbaarheid van deze dynamieken maakt het lastig om met?standaardprocedures voor de omgang met burgeropsporing te komen. Toch is het belangrijk?om zicht te hebben op de oorzaken, vormen en effecten van deze dynamieken om op een
weloverwogen wijze hierop te kunnen reageren. Daarbij is het van groot belang meer inzicht?te hebben in de groepsdynamieken die hierbij een rol spelen en de wijzen waarop de politie?deze dynamieken kan be?nvloeden.

De Nationale Politie worstelt met de vraag hoe zij kan en moet reageren op initiatieven van?burgeropsporing. De politie wordt vaak verrast door deze initiatieven. De kracht en de?mogelijkheden ervan worden onderkend maar tegelijkertijd gaat er een gevaarlijke kracht?vanuit. Met name wanneer burgers zelf besluiten het recht in eigen hand te nemen ontstaan er?gevaarlijke situaties. De vraag is hoe de kracht van deze initiatieven en de betrokkenheid van?burgers bij de opsporing kan worden benut zonder dat dit tot onwenselijke situaties.

Het terrein van Do It Yourself Justice is juridisch al wel onderzocht ? wanneer mag?men wel of niet optreden tegen een inbreker ? maar het ontbreekt veelal aan inzichten in het?hoe en waarom van het onderliggende gedrag.?Meer?systematische bestuderen van praktijkgevallen zou de politie en maatschappij kunnen helpen meer inzicht te krijgen ingroepsdynamieken van burgers rondom de opsporing.

Referenties