Tagarchief: politie

App: iRestore

Vlak na een autocrash telt elke seconde. iRestore is een app die je in deze situatie kan helpen (Android, iOS). “We hebben situaties gehad waar electriciteitskabels op auto’s zijn neergekomen met mensen die nog in de auto zijn opgesloten,” zei Kevin Krough, assistent-directeur bij de Fire Department van Ballston Spa. Als een auto een telefoonpaal raakt, of een boom naar beneden trekt, kan het lang duren voordat de hulpdiensten bij hun slachtoffer zijn. Ze moeten wachten tot het elektriciteitsbedrijf de stroom uitzet, want anders zouden ze zelf veel gevaar lopen tijdens hun reddingsacties.

“De handelingen van electriciteitspersoneel kan het verschil maken in leven of dood, waarbij elke minuut telt,” zegt Krough. Dankzij de nieuwe technologie kunnen nutsbedrijven nu met politie, brandweer en ambulance samenwerken via een app om sneller ter plaatse te komen. Heather Shampine is een Senior Project Manager voor National Grid en vertelt: “We hebben eigenlijk het idee gekregen van een plaatsvervangend brandweerhoofd in West-Massachusetts”.?Nationaal Grid begon met het testen van de first responderapp in november, het is sinds januari in New York beproeft.

Het stelt op dit moment politieagenten en brandweerlieden in staat om foto’s van een incident naar het National Grid te sturen, zodat het nutbedrijf kan bepalen hoeveel werknemers erop afgestuurd moeten worden. De afbeeldingen helpen bij het verminderen van de reactietijden. “Ze kunnen een geavanceerd beeld krijgen van wat ze zullen aantreffen als ze in het veld aankomen,” zegt Shampine. Het is riskant om foto’s te nemen bij een crash of in de storm, de app is niet voor iedereen altijd beschikbaar. “We willen zeker niet dat het publiek een incident gevaarlijk benadert, en dat is waarom we het nu nog beperken tot politieagenten en brandweerlieden,” zegt Shampine.

Bronnen: CBS6 Albany?, iRestore

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

Burgers zetten steeds vaker de politiepet op

De rol van burgers in de opsporing van daders en in handhavingstaken groeit. Denk aan burgers die iemand staande houden of online sporen veiligstellen. Er zijn echter ook dilemma?s rondom de bevoegdheden van burgers die via het internet de politie helpen. Welke grenzen stel je daarbij? En wat doe je met het delen van opsporingsbeelden?

Kunnen politie en justitie aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij politiewerk? In menig beleidsstuk en ook vanuit de wetenschap wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. Er lijkt echter een verschuiving gaande van participerende burgers naar een participerende politie. Burgers gaan steeds meer zelf aan de slag en lossen veiligheidszaken op. Het geweldsmonopolie en vervolgingsmonopolie zijn evident en eenduidig in wetgeving vastgelegd, maar een monopolie op andere veiligheidstaken is er niet. Als het de politie lukt om?DIY-policing?(doe-het-zelf) in goede banen te leiden, kan dit gepaard gaan met grote maatschappelijke winsten:

  • toegenomen politiecapaciteit, zonder of met een minimaal financieel prijskaartje;
  • sterkere binding tussen politie en burgers, en tussen burgers onderling;
  • beter beeld van de werkelijke criminaliteit;
  • dalende criminaliteitscijfers door hogere pakkans en meer, met politie samenwerkende ogen op straat.

Informatiepositie van burgers

Door sociale media wordt de informatiepositie van burgers gedemocratiseerd en ook kennis en kunde zijn door het internet steeds meer openbaar. YouTube is een doe-het-zelf-academie. Instructievideo?s en allerlei tools worden door vrijwilligers gratis aangeboden als apps. De adoptie van sociale media is zo groot in Nederland dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Het?rapport?over de MH17 laat zien dat burgers niet schromen hun krachten te bundelen na een ramp. Ook in opsporing laten burgers van zich horen, getuige de?zaak?waarin een vrouw haar eigen aanrander opspoort en in de val lokt. En vanuit hun emoties startten burgers een massale klopjacht op de?‘kopschoppers‘.

Doe-het-zelf-politie

Deze doe-het-zelf-politie verandert het werk van de politie radicaal. Zaken die nu op de plank blijven liggen kunnen worden opgelost door burgers, of met hun hulp. Burgers en politie komen bovendien nader tot elkaar door nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Maar het kan ook helemaal misgaan. Als burgers het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Of als zij in gevaarlijke situaties belanden, omdat zij onrecht bestrijden.

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die de politie geniet

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die bijvoorbeeld de politie geniet. Nu ontbreekt het bij burgers meestal aan de kennis en middelen om rechtmatig bewijsmateriaal op te bouwen tegen een verdachte. Het zijn processen die in goede banen kunnen worden geleid, als de overheid een faciliterende rol inneemt. Tijdens de eerste internationale?workshop?Do It Yourself Policing in Berlijn zijn niet alleen de sterktes en zwaktes benoemd van burgers die veiligheidstaken op zich nemen, maar ook de kansen en bedreigingen werden ge?nventariseerd. Hier hebben verschillende experts uit wetenschap, politie en bedrijfsleven uit verschillende Europese landen aan bijgedragen. Vanuit Nederland waren onder andere de politie, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Privacy Company en Universiteit Utrecht vertegenwoordigd.? In figuur 1 is deze SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) weergegeven.

Figuur 1>? SWOT-analyse van Do It Yourself Policing

Dilemma’s rondom Doe-het-zelf-politie

Uit bovenstaande analyse zijn verschillende praktische en oplosbare vraagstukken af te leiden, maar ook lastig te slechten dilemma?s. Een praktisch en oplosbaar vraagstuk is bijvoorbeeld het gebrek aan kennis over sociale media, of de wijze waarop politie en burger laagdrempelig en snel met elkaar kunnen samenwerken. In het Europese onderzoeksproject?INSPEC2T?wordt bijvoorbeeld een nieuwe community-policing oplossing ontwikkeld en in meerdere experimenten getest, zoals in?Buurtlab Groningen. Met een online-community-policing-platform kunnen burgers, gemeente en politie op moderne manieren met elkaar contact zoeken en samenwerken. In Den Haag loopt een onderzoek naar een publiek-privaat samenwerkingsconcept genaamd BART!: Burger Alert Real Time.

Project BART! in Den Haag
Lees ook:?Met BART! werken aan een veilige buurt

Lastigere dilemma?s komen om de hoek kijken als het gaat om de bevoegdheden van burgers die via internet van over de hele wereld kunnen meedoen. Welke grenzen stel je wanneer en voor wie? Nieuw beleid moet vastleggen wat burgers (niet) mogen en wat tot de taak van de politie en het OM behoort. Echter, het opstellen van regels en richtlijnen, maar ook het toetsen van praktijksituaties zal niet makkelijk zijn. De vraag is of van een burger, die ook nog persoonlijk betrokken is door een relatie met het slachtoffer, dezelfde zelfbeheersing kan worden verwacht als van een niet-betrokken politiebeambte. Denk aan het voorbeeld van de??wraakvader?, die de vermeende online belager van zijn dochter via Facebook opspoorde.

Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten

Een ander voorbeeld van een lastig dilemma is het delen van beelden. Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen. ?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee dat mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten, en: ?Het is niet strafbaar?. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. Toch ligt?naming & shaming?op de loer, een online fenomeen waar niemand momenteel vat op lijkt te hebben.

Groeiende rol van burgers

Niet gehinderd door de uitdagingen en (ethische) dilemma?s zetten burgers steeds vaker de ?Sherlock?-pet op bij opsporing of de politiepet bij handhavingstaken. Burgers wachten niet tot beleid of draaiboeken om met burgers samen te werken zijn uitgekristalliseerd. De duizenden WhatsApp-buurtgroepen in Nederland zijn een goed voorbeeld van Do It Yourself Policing. Buurtbewoners vormen samen met de wijkagent en soms ook gemeente een barri?re tegen criminelen. In het rapport?Worldwide Mapping of Best Practices and Lessons Learnt?zijn vele internationale voorbeelden van Do It Yourself Policing te vinden.

Burgeropsporing, burgerhandhaving, burgerhulpverlening, burgertoezicht ? ? Burgers die eerste hulp verlenen, iemand staande houden of eerste hulp bij opsporing leveren door alvast online sporen veilig te stellen. Het zijn voorbeelden van werkvoorbereiding door burgers die zeer waardevol kunnen zijn. Daarna nemen professionals de zaak over. Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten die door de politie nog onvoldoende worden benut.

In het in oktober 2017 gepresenteerde programma ter verbetering en vernieuwing van opsporing en vervolging, omarmt de politie deze toenemende rol van burgers (zie ook het rapport?Handelen naar Waarheid,?dat een belangrijke start betekende voor het Programma Herijking Opsporing). Onderzocht wordt hoe de nieuwe, gerechtvaardigde, verwachtingen van burgers waargemaakt kunnen worden. Samenwerking wordt gefaciliteerd door sociale media en webcare, maar ook met apps waarmee burgers zelf kunnen opsporen in geval van bijvoorbeeld een vermissing, autodiefstal of woninginbraak. <<

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het eerste van 6 artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp: ) Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende?artikel?in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Arnout de Vries en Carlijn Broekman zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?arnout.devries(at)tno.nl?en?carlijn.broekman(at)tno.nl.

Bron: Secondant.nl

App: Instagent

Er verschijnen politieberichten op internet en wijkagenten tonen hun werk op social media zoals Twitter, Facebook en Instagram. De politie wil transparant zijn en hoopt op meer aansluiting met de samenleving.?Het televisieprogramma De Monitor onderzocht of er voldoende rekening gehouden met de privacy van mensen die via politieberichten online verschijnen.?Zo bekeken datajournalisten van De Monitor alle 163 filmpjes van politievloggers Jan-Willem en Tess en ontdekten 31 gevallen waarin te veel persoonsgegevens worden getoond. De gezichten van verdachten en slachtoffers zijn door de politievloggers onherkenbaar gemaakt, maar de omgeving was nog zichtbaar. De politie verwijderde daarop ook enkele beelden.

Instagent is een app die politiemedewerkers kunnen gebruiken om foto?s te bewerken en te delen op social media. Denk aan het blurren van beelden.

Begin 2018 is er een update aangeboden van de Instagent app:
– Foto?s worden niet meer vierkant uitgesneden
– Elk formaat foto kan snel en gemakkelijk van een watermerk worden voorzien
– Je kunt foto’s op meerdere punten blurren (vervagen).
– Vanuit de app kun je de bewerkte foto delen op Twitter, Facebook of Instagram.

Wanneer je de foto deelt, wordt deze met watermerk en eventuele vervagingen met een goede kwaliteit opgeslagen in de galerij van de telefoon.

Lees ook de publicatie van TNO over de impact van het gebruik van beeld door hulpdiensten zoals politie, ambulance en brandweer:

[slideshare id=86728742&doc=tno-2018-wie-180126073315&type=d]

Bronnen: Politie, De Monitor, TNO

Priv?detective Eliot Higgins van onderzoekscollectief Bellingcat

Sommige mensen delen vakantiekiekjes op Facebook. Anderen gebruiken sociale media om de verborgen agenda van het Russische ministerie van Defensie bloot te leggen. Eliot Higgins, oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat, achterhaalt hoe MH-17 werd neergeschoten. Onderstaand is een artikel van Paul Serail in Quest:

In de eerste dagen na 17 juli 2014 waren er al voorbijgangers die foto?s en video?s op sociale media zetten van een luchtafweersysteem dat vervoerd werd door Oekra?ne. Ze praatten er online over. Waar zijn die foto?s genomen en wanneer? Iedereen kan helpen om dat uit te zoeken. Het is een vrij eenvoudige taak. Er ontstond een groep mensen die naging wat er met vlucht MH-17 gebeurd was. Sommigen deden al langer dit soort werk, anderen niet. Een paar maanden nadat het vliegtuig was neergeschoten, nam het Joint Investigation Team contact op: de offici?le onderzoeksgroep die helder moet krijgen wat er gebeurd is, ondervroeg mij over onze technieken. Achteraf gezien heb ik ze een gratis training gegeven. Ze waren blij met wat we ontdekten, vertrokken en een paar maanden later presenteerden ze hun eigen onderzoek, gebaseerd op dit soort methoden.?

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in de waarheid. Ze willen verwarring zaaien?

De verhalen (1)

?Het Russische ministerie van Defensie gaf op 21 juli 2014 een persconferentie vol onzin. De Russen beweerden eigenlijk niets, ze verspreidden vooral informatie. Ze zeiden dat het toestel zijn koers drastisch gewijzigd had waarna het in de gevarenzone kwam. Ze lieten satellietbeelden zien van Oekra?ense Buk-raketsystemen. En een van de eerste claims was dat ze radarbeelden hadden van een Oekra?ens Su-25 grondaanvalsvliegtuig dat op drie tot vijf kilometer van MH-17 vloog. Ze zeiden niet dat het toestel MH-17 neerschoot, ze zeiden: ?Er was een Oekra?ens toestel in de buurt. Wat kan dat betekenen?? Vervolgens beantwoordden de Russische media en de online-gemeenschap die vraag. Zo ontstond een verhaallijn: een Oekra?ense straaljager heeft het vliegtuig neergeschoten. Het verhaal van Oekra?ne en het Westen is dat een Russische Buk-raket MH-17 neerschoot: twee sterke verhaallijnen die met elkaar botsen, dat maakt het werk nog interessanter. Informatie die vrij beschikbaar is op internet, wijst aan welk verhaal waarschijnlijk waar is.?

De foto?s (1)

?Het is een soort ?zoek-de-verschillen? voor volwassenen. De lanceerinstallatie staat op een vrachtwagen. En de eigenaar van de vrachtwagen zegt zelf dat geen van zijn trucks op dezelfde manier beschilderd zijn. We zien dus steeds dezelfde vrachtwagen. Gebaseerd op getuigen en op de tijden waarop de foto?s genomen zijn, is het onmogelijk dat er verschillende raketsystemen op die truck gestaan hebben. Het zou ook onzinnig zijn om er een af te laden en een andere op te laden. De markeringen en de beschadigingen op de lanceerinstallatie komen steeds overeen. De rubberen flappen die de rupsbanden afschermen, trekken krom op hun eigen specifieke manier. We zien elke keer dezelfde. De nummers staan steeds op exact dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype. Dat is niet voor de hand liggend. We hebben veel raket?systemen van Rusland en Oekra?ne vergeleken. Twee lanceerinstallaties met hetzelfde nummer op exact dezelfde plaats in dezelfde schrijfstijl, zou heel ongewoon zijn.?

Het team

?Begin gewoon. Kies een eenvoudig onderwerp en schrijf daarover een blog. Zo oefen je je schrijfvaardigheid en ga je door alle analyses. Je moet een reputatie opbouwen. Je kunt niet met een grote zaak beginnen en verwachten dat anderen het meteen oppikken. Maar als je een blog bijhoudt, krijgen anderen een idee van je werk. Mensen komen naar mij toe en laten zien wat ze gedaan hebben. Leveren ze goed werk af, dan werk ik graag met ze samen. Als je er lol in hebt, aarzel dan niet om er een hobby van te maken. Er zijn niet zo veel mensen die dit werk doen en er is zo veel informatie te vinden. Als je de eerste bent in een land of over een onderwerp, dan kun je zomaar de expert op dat gebied worden.?

De foto?s (2)

?Volgens het Russische ministerie van Defensie liet een foto van 14 juli 2014 zien dat er Buk-raketinstallaties stonden op een Oekra?ense legerbasis. Op een foto van 17 juli zijn ze verdwenen. De Russen vragen zich af wat er gebeurd kan zijn. Tijdens workshops over het gebruik van satellietbeelden gebruik ik dit voorbeeld. Ik heb Google gevraagd of ze satellietbeelden van rond 17 juli 2014 online konden zetten op Google Earth. Iedereen kan die beelden bekijken. Op de foto?s van de Russen is begroeiing te zien, terwijl die meestal weggehaald wordt in juli. Op de beelden van 17 juli van Google is die vegetatie inderdaad verdwenen. De Russische foto?s laten sporen in het gras zien. Die matchen met beelden van Google, maar dan wel van anderhalve maand voordat MH-17 werd neergeschoten. De foto?s van de Russen zijn gemaakt tussen de laatste dag van mei en midden juni. Dat was eenvoudig te bewijzen. We hebben dus een duidelijke aanwijzing dat iemand niet helemaal eerlijk is.?

?Een rechter overtuig je niet met een gammele complottheorie?

De verhalen (2)

?De Russen zeggen dat ze de radargegevens met daarop de Oekra?ense Su-25 zijn kwijtgeraakt na de persbijeenkomst van 21 juli 2014. Maar wat gebeurt een paar dagen voordat het Joint Investigation Team op 28 september 2016 een persconferentie geeft? De Russen vinden hun radarbeelden terug. Verrassing! Of een poging om de persbijeenkomst van het JIT te ondergraven? Volgens de teruggevonden radargegevens is MH-17 niet afgeweken van zijn koers. Dat is inderdaad nooit gebeurd, blijkt uit het onderzoek van het JIT. Daarover hebben de Russen dus gelogen. Er is ook geen vliegtuig te zien in de buurt van MH-17. Het verhaal is nu dat er niets te zien is op de beelden, ook geen Buk-raket. Dat zou bewijzen dat de raket niet is afgeschoten door de separatisten. Het zijn dezelfde mensen die op basis van dezelfde gegevens een heel ander verhaal vertellen. Ze liegen net zo makkelijk als dat ze ademhalen.?

De foto?s (3)

?De meest waardevolle berichten zijn geplaatst voordat het vliegtuig is neergeschoten. Niemand kon schrijven: dit is de raket waarmee MH-17 straks neergeschoten wordt. Want niemand wist dat het ging gebeuren. Op Google Streetview gaan we de locatie na. Aan schaduwen op de foto?s zien we wanneer ze genomen zijn. Zo konden we de route achterhalen die het raketsysteem afgelegd heeft en kregen we een tijdslijn van de gebeurtenissen. Een paar weken geleden plaatste het JIT een foto van de lanceerinstallatie die niet eerder onderzocht was. Ze vroegen het publiek na te gaan wat de locatie was. Ze dachten aan Makijivka, net buiten Donetsk. Uit onze tijdslijn weten we dat het raketsysteem rond die tijd in Donetsk geparkeerd was. De beelden die we hebben van Google Streetview komen overeen met wat we op de foto zien. Mensen gingen erheen. De rots die je ziet, de bast van de boom: het klopt precies.?

De vragen

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in het achterhalen van de waarheid. Ze proberen verwarring te zaaien. Dus stellen ze vragen in plaats van dat ze statements maken. Zolang mensen vragen blijven stellen, komen ze niet tot conclusies. Het is ook het motto van de Russische nieuwszender?Russia Today:?Question More. Het gaat om nog?meer vragen stellen en geen antwoorden vinden. Want als je antwoorden hebt, kun je ergens in geloven. Als je vragen blijft stellen, raak je in de war en geloof je niets.?

De foto?s (4)

?Veel Russen fotografeerden het konvooi met Buk-raketinstallaties toen het tussen 23 en 25 juni door Rusland reed. We volgden het spoor. De legereenheid komt uit Koersk. De nummerplaten op de voertuigen zijn van het Moskow Military District. Er is maar ??n brigade bij Koersk van het Moskow Military District met Bukraketsystemen en dat is de 53ste luchtafweerbrigade. Die eenheid heeft een eigen pagina op VKontakte, een soort Russische Facebook. Je kunt de profielen van alle militairen bekijken. Ze taggen elkaar, zetten opmerkingen bij foto?s. Ik spreek geen Russisch, maar dat hoeft ook niet. Met sleutelwoorden is een eerste schifting te maken. En het is vooral klikken op links. Zie ik mensen in uniform? Zie ik het bataljonnummer? Het is bizar om te zien hoeveel online te vinden is. Soldaten maken foto?s van de presentielijst van die dag. Dan weet je meteen wie er in hun eenheid zitten en wie die dag aan het werk is.?

De antwoorden (1)

?We konden vaststellen wie de raketsystemen naar de grens met Oekra?ne hebben gebracht. We achterhaalden wie de commandant was van de lanceerinstallaties in het konvooi. Een van de raketsystemen is dezelfde als de installatie die de grens over ging en MH-17 neerschoot. We hebben geen bewijs dat de militairen samen met hun lanceerinstallaties de grens overgestoken zijn. Maar die systemen zijn niet eenvoudig te bedienen. Er is een goed getrainde bemanning nodig. Ik kan onmogelijk geloven dat het bediend is door een paar Oekra?ense separatisten die nooit eerder een Buk-raketinstallatie hebben gezien. De waarschijnlijkheid is heel groot dat een Russische bemanning het raketsysteem bediend heeft.?

De verhalen (3)

?Er is een heel actieve groep mensen die eigen conclusies trekt. Ze vinden iemand met een nieuwe theorie, dat haalt?Russia Today?en zij nodigen een ?expert? uit om deze?wacky theory?te verkondigen. Twee weken later komt een andere ?deskundige? met de volgende versie van de gebeurtenissen. De beste manier om mensen in de war te brengen is informatie vrij laten komen die in tegenspraak is met eerdere informatie.

Dit soort mensen is continu op zoek naar alternatieve theorie?n over MH-17. Zodra ze iets vinden, overtuigen ze zichzelf ervan dat het waar is. En als bewezen wordt dat het niet zo is, vergeten ze het weer en stappen ze over op het volgende verhaal. Terwijl het na alle onderzoeken helder is wat er gebeurd is. MH-17 is neergeschoten met een Buk-raketinstallatie die van Rusland naar Oekra?ne is gebracht. Daarna is het raketsysteem teruggegaan. Naar mijn idee dachten de militairen dat ze een transportvliegtuig hadden neergehaald. Daarom klinken ze blij in de afgetapte telefoongesprekken. Als ze zich realiseren wat ze gedaan hebben, raken ze in paniek. Als ze er de volgende dag over praten, zijn ze ge?rriteerd.?

De antwoorden (2)

?Waarom de Russen niet ge?nteresseerd zijn in de waarheid? Ze hebben 298 mensen gedood, daarom. En dat gebeurde op een moment waarop de Russische overheid ontkende dat ze Russische militairen naar Oekra?ne stuurde. Een Russisch raketsysteem dat vanaf een veld dat in handen is van de separatisten een vliegtuig neerschiet, ondergraaft die bewering. En het maakt de Russen gevoelig voor juridische sancties.?

De verhalen (4)

?Iedereen mag zijn complottheorie aanhangen en denken dat hij slimmer is dan alle anderen, uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hij wordt grondig uitgezocht door serieuze mensen. Als iemand opduikt die beweert dat hij een straaljager zag op 17 juli, dan streept dat het andere bewijsmateriaal niet weg. Met een gammele complottheorie ga je de rechter niet overtuigen.

MH-17 werd trouwens neergeschoten drie dagen nadat we Bellingcat begonnen. Dat gegeven brengt ook allerlei complottheorie?n voort. Alsof ik op een of andere manier geweten zou hebben dat dat zou gaan gebeuren. Ik vind het heerlijk als ik op Twitter weer eens dat verwijt krijg.?

Wie is Eliot Higgins?

8 januari 1979:?Higgins wordt geboren in Shrewsbury in Engeland. Zijn achtergrond in twee woorden: jaren negentig. ?Ik keek het satirisch programma?TV Nation.?Ik?hield van comedians als Bill Hicks en ik luisterde Rage Against the Machine.?

1998:??Ik was een slechte student. Ik kon me niet motiveren.? Higgins doet ?media studies? aan het Southampton Institute of Higher Education. ?Als ik mijn studie afgemaakt had, was ik goed geweest in tapes aan elkaar plakken. Maar ik ben gestopt in mijn tweede jaar.?

2011:?Higgins werkt een rijtje administratieve banen af. Daarnaast volgt hij de Arabische Lente op het livelog van de krant?The Guardian.??Ik?kreeg naam omdat ik zo vaak commentaar toevoegde.?

19 oktober 2011:??Een dag voordat Kadhafigedood werd, werd mijn dochter geboren.? Higgins is zes maanden thuis om voor haar te zorgen. ?Ik had verder niks te doen.? Hij begint het Brown Moses-blog, waarin hij smartphonefoto?s en video?s uit Syri? analyseert.

2014:?Higgins richt Bellingcat op, waarin onderzoekers samenwerken en hun speurtechnieken toelichten.

2017:?na audioanalyse van een telefoongesprek wijst Bellingcat een Russische generaal aan als vermoedelijke leidinggevende van pro-Russische strijders in Oekra?ne in 2014.

Bronnen: Quest.nl

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

App: Sarea – Samen Zoeken

Een app die burgers helpt bij het meezoeken naar een vermiste. Dat is het idee achter de app Samen Zoeken. De app is nog in ontwikkeling en wordt binnenkort getest door een burgerpanel.

Politiemedewerker Ronnie Hessels kwam op het idee voor de app Samen Zoeken door zijn eigen ervaring met vermissingen in de Eenheid Noord-Nederland. ?Bij een vermissing van een man, die was vertrokken in zijn auto, was me opgevallen dat er vanuit zijn omgeving verschillende zoekacties werden opgezet. Het overzicht was al snel zoek, het zoekgebied werd steeds groter. Ik vroeg me af of je niet beter zou kunnen voorspellen waar iemand zich zou kunnen bevinden en hoe je de zoekactie beter kan co?rdineren.?

Wat Hessels ook opviel, is dat de animo bij burgers om mee te zoeken groot is en dat zij vaak eerder kunnen gaan zoeken dan de politie. De politie moet namelijk vaak eerst een aantal juridische procedures doorlopen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de privacy van een vermiste. De app stelt burgers in staat om naar iemand te zoeken, totdat de politie het onderzoek overneemt.

Andere kijk op burgerparticipatie

De app helpt burgers om de zoekactie te co?rdineren en geeft tips hoe en waar te zoeken. Iemand downloadt de app en start een zoekactie. Daarna kunnen mensen die willen meezoeken zich aanmelden. Via gps wordt bijgehouden waar ze zoeken. In de app kunnen deelnemers onder meer foto?s toevoegen en chatten met de co?rdinator. ?Zodra de politie aansluit, kan de co?rdinator de informatie over de zoektocht overdragen. Hessels: ?Het is een wezenlijk andere kijk op burgerparticipatie. Je vraagt burgers niet om de politie te helpen bij opsporing, maar wij helpen burgers bij hun zoektocht.?

De juridische en ethische kanten van dit innovatieve idee worden nog onderzocht. Hessels: ?Er zitten natuurlijk allerlei juridische en ethische kanten aan de app, die ik met een aantal collega?s en andere partners aan het onderzoeken ben. Als iemand bijvoorbeeld op zoek gaat naar zijn bejaarde moeder, mag daar dan bij worden aangegeven dat ze dement is??

Test burgerpanel

Het onderzoek naar de haalbaarheid van de app is dus nog in volle gang. Het zou kunnen dat er in de praktijk nog haken en ogen aan kleven. Intussen is er al wel een prototype gemaakt dat door een burgerpanel van dertig betrokken burgers gaat worden getest. Zij gaan met verschillende realistische scenario?s aan de slag. Hun ervaringen worden meegenomen in verdere bouw van de app.

Oproep zoekactie explodeerde

“Goed nieuws”, zegt Tiko van de Groep. Hij organiseerde een zoektocht naar Savannah. “Er kwamen honderden mensen op af, het was ongelooflijk.”?Het meisje Savannah?was een paar dagen vermist toen Tiko?de zoektocht organiseerde. “Ik wilde iets vinden, dat meisje moest terug”, zegt Tiko. “We wilden een spoor vinden, een telefoon die weggegooid was.”

De dorpsgenoot van Savannah plaatste een oproep op Facebook om te gaan zoeken naar het vermiste meisje. “Ik rekende op een mannetje of 20, 25. Maar het explodeerde.” Tiko zocht contact met de politie. Hij wilde weten wat hij mocht en kon doen als burger. Maar hij kreeg niemand te pakken.

De dag na de oproep bleek pas hoeveel vrijwilligers er waren. “Het waren er honderden”, zegt Tiko. “Het was gigantisch. Dan sta je daar met het team, het leek wel een golf die op ons afkwam. Dat is ongelofelijk. De schattingen gaan tot 800, 900 mensen. Complete verbazing, daar had niemand op gerekend. Het was warm, maar je kreeg er ook een warm gevoel van. Het deed ons heel veel goed.”

Het?Co?rdinatieplatform Vermisten, een vrijwilligersorganisatie die zoekacties begeleidt, had zich ook aangemeld. En dat was maar goed ook, zegt Tiko. “Ze namen de leiding in handen. Wij hadden dat zelf niet aangekund. Er stonden wachtrijen bij de tafels om je aan te melden, het hield niet op. Het platform had alle?zoekteams?een A4’tje met instructies meegegeven. Daarop stond wat je moest doen als je iets had gevonden. Zij hadden ook lijntjes om eventueel de politie in te schakelen.”

Maar echte samenwerking met de politie was er niet, zegt Tiko. “Er zijn twee agenten even langs komen rijden om te kijken hoe het ging. Maar die waren ook zo weer weg. Ik begrijp dat de politie niet in zo’n korte tijd even 900 mensen neer kan zetten, maar ik had meer verwacht van de politie.”

Mensen compleet geschokt

Dat het vinden van sporen, laat staan een lichaam, een grote impact kan hebben op de vrijwilligers heeft Tiko van dichtbij meegemaakt. “Er kwam een helikopter over. Er kwamen busjes met recherche met gillende sirenes vanuit Amersfoort. Toen zag je al mensen compleet geschokt reageren. ‘Het zal toch niet?’ Later bleek toch dat Savannah gevonden was. Ik heb gezien dat mensen geshockeerd waren en overstuur raakten.”

Met de?app moet het zoeken naar vermisten soepeler verlopen.?Tiko ziet dat wel zitten. “In 2017 hebben we diverse zoekacties in de landelijke pers gehad. Als dat gestructureerd kan worden via een?app?is dat fantastisch.”

Zo zal de app werken:

  • Een familielid of vriend van de verdwenen persoon meldt zich aan;
  • Van de vermiste worden gegevens ingevoerd, zoals de leeftijd, geslacht, de laatst bekende locatie, moment van verdwijnen, vervoersmiddel en een foto;
  • De app geeft vervolgens zoekadvies: waar en in welke straal kan worden gezocht;
  • Er kunnen vrijwilligers worden uitgenodigd om mee te zoeken;
  • De?app houdt bij waar er wordt gezocht;
  • Foto’s van gevonden spullen kunnen worden gedeeld;
  • Je kan als co?rdinator aanwijzingen geven aan de vrijwilligers die zoeken;

Vlog over vermissingen om kennis te delen

Irma Schijf start een themavlog Vermissingen. Zij gaat onder andere vloggen over de oorzaken van een vermissing, Wanneer je de politie in kunt schakelen, Waarom en hoe kinderen vermist kunnen raken en hoe je ze het beste kunt zoeken, Hoe je vermissingen kunt voorkomen, de inzet van Social Media bij vermissingen en nog veel meer. Ze streeft ernaar om eens per week een vlog te posten. Je kunt haar volgen via LinkedIn, Twitter en YouTube gewoon onder mijn eigen naam: Irma Schijf. Waarom ze gaat vloggen, vertelt ze haar eerste vlog:

Aanmoedigingsprijs

De Samen Zoeken app van Ronnie Hessels kreeg vandaag de innovatie aanmoedigingsprijs. Deze interne politieprijs is in het leven geroepen om vernieuwende idee?n van politiemedewerkers te ondersteunen en faciliteren. ?Het idee voor de Samen Zoeken app is goed doordacht?, benadrukte korpschef Erik Akerboom bij de uitreiking van de prijs. ?De applicatie heeft groot maatschappelijk nut en kan veel zorgen wegnemen bij burgers. Maar liefst 40.000 mensen raken elk jaar vermist. Zoekacties verlopen niet altijd vlekkeloos, terwijl de emoties oplaaien en de urgentie om iemand te vinden met het uur stijgt. Dan is het cruciaal dat alle partijen elkaar feilloos weten te vinden. Dat bespaart kostbare tijd.?

Bronnen:?Politie, One More Thing, Leeuwarder Courant, RTV Drenthe, RTL Nieuws

(Dis)like: onze online rechten op het spel?

Communiceren was nog nooit zo makkelijk als vandaag de dag. Via WhatsApp sturen we elkaar berichten, via Snapchat en Instagram delen we foto?s en zelfs onze zakelijke kant laten we zien op LinkedIn. Met ??n klik op de knop bereiken wij anderen en bereiken anderen ons. Maar moeten we wel zo blij zijn met deze ongekende mogelijkheden? Het gemak dat we ervan hebben verandert in gemakzucht en persoonlijk contact lijkt onpersoonlijker dan ooit. Hebben Facebook, Twitter en al die andere online media niet meer schade toegebracht dan voordeel opgeleverd? Zetten we onze online rechten hierdoor op het spel?

Op die vraag ging het symposium ?(dis)like: onze online rechten op het spel?? in. Tijdens het plenaire gedeelte zullen onder anderen Meester Leonie (strafrechtadvocaat en blogger) en Jan Dijkgraaf (Lijsttrekker GeenPeil en oud-hoofdredacteur HP/De Tijd en PowNed) hier hun standpunt over verkondigen. Tijdens de aansluitende workshops zullen ook advocaten van gerenommeerde advocatenkantoren dieper ingaan op de vraag.


Groningen, 16 november 2017, verslag van de redactiecommissie van LISA

Het plenaire gedeelte
De lounge met uitzicht over het Noordlease Stadion, voorheen de Euroborg, vulde zich rond ??n uur ?s middags met studenten. Alle mannen verschenen keurig in pak en ook de vrouwen waren natuurlijk formeel gekleed. Het is namelijk niet iedere dag dat Lokke Moerel, Jan Dijkgraaf en Meester Leonie naar het noorden komen om een groep rechtenstudenten toe te spreken. Toen iedereen netjes zijn naambordje had opgespeld en een laatste kopje koffie op had, was het tijd om te beginnen.
De dagvoorzitter en tevens mede-oprichtster van LISA Sandra Schaapherder leidde de dag in met enkele anekdotes uit de praktijk over internet en strafrecht. Menig jongere heeft geen idee wat de gevolgen zijn van het verspreiden van een naaktfoto van een zestienjarig leeftijdsgenootje en hoe een zedendelict je kan achtervolgen. Zij vertelde dat haar cli?nten voornamelijk bezig waren met de vraag of ze hun smartphone ook terugkregen.
Natuurlijk was er ook ruimte om nog eens te benadrukken dat de IT-recht bachelor ontzettend is gegroeid de afgelopen vijftien jaar, en daarmee ook de LISA die het symposium ter gelegenheid van het lustrum heeft georganiseerd.

Daarna nam Lokke Moerel het woord. Deze intelligente vrouw die een autoriteit is op gebied van gegevensbescherming gaf meteen aan dat ze niet van plan was om de AVG te bespreken. Nee, zij vond het interessanter om ons te laten nadenken over artificial intelligence (AI). Moerel probeerde te verhelderen hoe groot de impact op onze samenleving kan zijn en hoe weinig we nog weten over de toekomst van AI. Bijvoorbeeld algoritmes kunnen ongelofelijk veel: er is een algoritme dat beoordeelt of iemand homoseksueel is aan de hand van een foto. Moerel vertelde over de be?nvloedbaarheid van algoritmes en hoe die soms ?discrimineren? omdat er veel getinte veelplegers werden ingevoerd in de database waardoor zij volgens het algoritme sneller zouden recidiveren. Haar conclusie luidde ?AI is not good or bad, nor is it neutral?. Ook stipte ze de cookieproblematiek aan. Er is een groot gebrek aan inzicht bij de burger over wat ze eigenlijk online accepteren. Dat men allerlei dingen accepteert op het internet mag geen vrijbrief zijn om bijvoorbeeld gegevens door te verkopen aan derden. Zij pleit voor regelgeving want internetgebruikers de ?keuze? geven is geen afdoende maatregel.

Daarna was het tijd voor pauze en er was al veel stof tot nadenken gegeven dus een extra kopje koffie kon geen kwaad. Na de pauze ving Jan Dijkgraaf aan die zichzelf als een fundamentalist op het gebied van vrijheid van meningsuiting introduceerde. Met de nodige zelfspot vertelde hij over zijn ervaringen bij HP/De tijd en als lijsttrekker van GeenPijl. Zijn poging in de politiek was misschien niet geslaagd maar als columnist is hij des te beter op zijn plaats. Vol enthousiasme heeft hij aan het publiek uitgelegd hoe vrij een columnist is en hoe een journalist, of eigenlijk iedere burger met internet, zijn standpunten kan ventileren zonder naar de rechter te hoeven. Een sterk voorbeeld was de tactiek van vraagstelling: is Wendy van Dijk dun door de coke? Dat kan gewoon, als er in het stuk maar staat: nee, zij eet gewoon erg gezond en sport veel. Meneer Dijkgraaf vond dat de wet gerespecteerd moet worden maar dat journalisten die aan zelfbinding doen helemaal fout bezig zijn. Denk daarbij aan de mediacode rondom het koningshuis. Willem-Alexander zou in Duitsland wel met een eventuele buitenvrouw op de foto kunnen, maar niet in Nederland. Ook wilde hij, verder ongerelateerd, het door Moerel genoemde algoritme wel testen op Mark Rutte. Zijn betoog was verfrissend en grappig maar zeker ook inhoudelijk op sterke argumenten gebouwd. Hij vertelde dat hij zegt wat de meeste Nederlanders denken en dat hij hen zo een stem geeft.
Daarna was het tijd voor de internetheldin onder de rechtenstudenten: Meester Leonie. In een oogverblindend roze pak heeft Leonie van der Grinten inzicht gegeven in haar leven als blogger en inmiddels be?digd strafrechtadvocate. Via haar blog streeft zij na om strafrecht ook aan de gewone burger uit te leggen. Natuurlijk waarschuwt zij voor de gevaren van social media maar ze inspireert ook om er wel mee aan de slag te gaan. Zelf trekt ze de grens tussen priv? en media door haar cli?nten niet als vriend toe te voegen en nooit haar eigen zaken op Meester Leonie te bespreken. Met dertigduizend volgers op Facebook heeft zij natuurlijk ook te kampen met online ?gezeik? maar ze is vast van plan om door te gaan met toegankelijk maken van strafrecht via Instagram en Facebook.

Ter afsluiting was er nog een panel die de nodige internet gerelateerde stellingen bediscussieerde. Arnout de Vries, onderzoeker op gebied van socialmedia, gaf extra informatie en stipte nieuwe ontwikkelingen aan zoals de ?nieuwsbubbel? en Leonie gaf de juridische toevoegingen. Na een vraag over overheidsinvloed op internetgedrag sloot Jan Dijkgraaf het af met: ?Nee!?

Er is geen ??n mobieltje afgegaan en de aanwezigen zaten zelfs om half vijf nog geconcentreerd te luisteren. Dat is een prestatie bij een publiek dat uit overwegend studenten bestaat, wat menig hoorcollege-docent zal kunnen beamen. We zijn aangemoedigd om social media te gebruiken maar ook gewaarschuwd voor de gevaren. Alle aanwezigen zijn geconfronteerd met de ontwikkelingen in het IT-recht en de verschillende gasten hebben meerdere kanten belicht. Het was een lustrumwaardig symposium met dank aan de goede organisatie en bijzonder interessante sprekers.

De workshops
Na het interessante plenaire gedeelte was het om 17:00 tijd om te beginnen met de workshoprondes. In de prachtige ambiance van verschillende skyboxen van het Noordlease Stadion te Groningen werden in twee rondes studenten en overige aanwezigen meegenomen door de advocatenkantoren DirkZwager, Hogan Lovells, JPR en Trip in een divers scala aan onderwerpen.

DirkZwager
Bij Dirkzwager wachtten advocaten Mark Jansen en Jeroen Lubbers tezamen met hun collega Steef Verheijen, als recruiter werkzaam bij dit advocatenkantoor met vestigingen in Arnhem en Nijmegen, de studenten op om hen wat bij te brengen over de implicaties van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Deze nieuwe verordening, u allen vast en zeker welbekend, is op 26 mei 2016 in werking getreden en zal vanaf 26 mei 2018 worden gehandhaafd. Dit betekent voor allen die werken met persoonsgegevens dat zij behoorlijk goed moeten kijken naar hun werkwijze en waar nodig deze moeten wijzigen. Ook is er een nieuwe functie bij veel bedrijven in het leven geroepen: de functionaris voor de gegevensbescherming, die toezicht moet houden op de persoonsgegevensverwerking. Nu schreef ik hier eerder over bedrijven, maar ook voor alle hogere en lagere overheden gelden de bepalingen van de AVG vanaf mei volgend jaar. Of hiermee elke autogarage die algemene periodieke keuringen verzorgd ook een functionaris voor de gegevensbescherming in dienst zal nemen is volgens Jansen maar zeer de vraag.
Jeroen Lubbers heeft de aanwezige studenten bewust gemaakt van de bevoegdheden die Facebook heeft en alle informatie die wij doorgeven door het gebruik van sociale media. Als men Facebook gebruikt via de app op hun telefoon kan Facebook onder andere op elk moment zien wie jouw contacten zijn, wat jouw batterijniveau is en zelfs zien aan wie jij de meeste aandacht besteedt op sociale media. Ook apps als Snapchat en Instagram vallen tegenwoordig onder het moederbedrijf van Facebook, en geven daarom jouw gegevens door conform hun voorwaarden waar bijna iedereen klakkeloos mee akkoord gaat.
Al met al gaf Dirkzwager een ontzettend interessante workshop, die voor studenten die dachten dat ze al veel wisten toch nog een grote eyeopener kon zijn!

JPR
JPR, het bekende kantoor met de oosterse ori?ntatie, was voor de eerste keer aanwezig bij het LISA-symposium. De drie medewerkers van JPR kwamen met elf uitdagende meerkeuzevragen. Deze waren allen ontleend aan recente rechtspraak of een soortgelijke kantoorzaak. Ook onze Groningse professor voor het intellectuele eigendom, Paul Geerts, werd genoemd wegens zijn kritiek op het Hasbro-arrest. Door het goed beantwoorden van de gestelde vragen kon een stageplek worden gewonnen; Max en Ruben mogen zich de gelukkige winnaar van deze prijs noemen. Daarnaast ontvingen zij ook een paraplu en een kistje met twee goede flessen wijn: een prima beloning voor uitmuntende IE-kennis dus.
De workshop van JPR was voor veel leden een feest der herkenning, dan wel een kleine opfrisser die nog eens inzichtelijk maakte waar de kennis bijgespijkerd dient te worden.

Hogan Lovells
Het was het grote internationale kantoor met haar vestiging in Amsterdam die een van de meest hardcore IE-onderwerpen van het LISA-symposium van 2017 had gekozen: octrooirechten op smartphones. Voor veel leden is het octrooirecht een nog onontgonnen gebied in hun kennis, omdat dit in de bachelor niet aan de orde komt en in de master als een van de deelonderwerpen bij het vak intellectuele eigendom. Gelukkig hebben enkelen al wel enige kennis opgedaan bij de Masterclass Octrooirecht van LISA, die onder begeleiding staat van professor Paul Geerts. Dit verschillende kennisniveau vingen Liselotte Cortenraad en Joost Duijm goed op door eerst een korte introductie te geven in het octrooirecht. Ook voor iemand die al wat meer wist van het octrooirecht kwamen nieuwe dingen langs: zo had ondergetekende eerder nog niet gehoord van het zogenaamde Verkort Regime Octrooizaken, een soort tussenvorm tussen enerzijds een normaal kort geding en anderzijds een normale bodemprocedure. Ook werden een aantal interessante kenmerken van octrooigeschillen in de telecom-sector gegeven: vaak spelen zaken gelijktijdig in verschillende landen en wordt er door een octrooihouder tegelijk meerdere andere fabrikanten aangesproken op het vermeende inbreuk maken. Dit kan je ook in je voordeel gebruiken door bij de zittingen aanwezig te zijn van eiser tegenover een andere gedaagde om zo alvast enkele van hun argumenten op te pikken.

Trip
Trip is, met kantoren in Assen, Groningen en Leeuwarden, een echte speler in het noorden.
Wat begon als een praatje over de nieuwe privacywetgeving werd al snel een mini-college, alleen dan eentje waarbij iedereen de aandacht er wel bij kon houden. Door niet alleen de algemene aankomende wetswijzigingen te bespreken maar ook dieper op de gevolgen voor particulier en bedrijf in te gaan wist trip echt verbinding met de stof te verwezenlijken.
De mensen die in de eerste workshopronde zaten hebben echter wel wat gemist. Door een gebrek aan tijd en enige uitloop van het plenaire gedeelte hebben ze niet gehoord aan welke vereisten een vereniging als bijvoorbeeld LISA na 25 mei 2018 moet voldoen. De mensen in de tweede ronde hebben dan ook te zien gekregen dat bij het aanmaken van een account, en daarbij het verzamelen en verwerken door LISA van persoonsgegevens straks veel meer komt kijken.
De meeste leden zullen bij de workshop van Trip ook hebben gehoord dat we nog steeds de goeie studierichting hebben gekozen, aangezien de ICT-recht jurist nog zeer gewild is! Trip Advocaten & Notarissen heeft hiermee een prachtige workshop afgeleverd.

Recruitmentdiner?
Het laatste onderdeel van het symposium van dit jaar was de tweede editie van het recruitmentdiner van LISA. Een select gezelschap studenten van 12 personen mocht aanschuiven bij Dirkzwager, Hogan Lovells en JPR om onder het genot van een heerlijk diner in drie gangen nader kennis met elkaar te maken en al hun vragen te stellen. Ik kan alleen spreken voor mijn eigen tafelgenoten, maar ik geloof dat wij inderdaad een aardig vragenvuur hebben afgevuurd op de aanwezigen van de kantoren. Gelukkig was er ook tijd voor gewoon ontspannen genieten van het heerlijke eten en het aangename gezelschap. Wederom vatbaar voor herhaling dus!

Namens de Redactiecommissie van LISA,

Auke-Frank Tadema, Thomas ten Berge, Maaike Meijer & een gast-bijdrage van Joris Vos

Bronnen: Lisa Groningen

Argos: Boeven vangen met algoritmes

De politie kan misdaad voorspellen. Meer dan de helft van basiseenheden van de politie werkt al met?Predictive Policing. Volgend jaar moeten alle politie-eenheden ermee gaan werken.Het Criminaliteits Informatie Systeem, Het Cas, maakt gebruik van de kracht van Big Data. Met behulp van politiegegevens, CBS-gegevens, cijfers van aangiftes enzovoort, kan bijvoorbeeld worden voorspeld in welke buurt morgen de kans op woninginbraken het grootst is. Het geeft de politie de mogelijkheid op te treden nog voordat er een misdaad is gepleegd. Maar wat voorspelt CAS eigenlijk? Wie controleert of de ingevoerde data kloppen? Kunnen algoritmes ook discrimineren?

Een Radio programma met Dick Willems van de politie geeft uitleg over de werking van CAS dat al bij 110 van de 168 politieteams wordt gebruikt en in 2018 in alle politieteams om effici?nter te werken en politie inzet niet op buikgevoel te sturen.? En met Selmar Smit van TNO geeft uitleg over hoe kunstmatige intelligentie en machine learning werkt. De Big Brother Awards 2015 komen aan bod waarin de politie een award kreeg en predictive policing aanprees. Ook Marc Schuilenburg, jurist en filosoof aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, geeft commentaar en is kritisch over het middel predictive policing omdat er nog weinig over bewezen is en dat de nadelen momenteel zwaarder wegen dan de voordelen. Algoritmes kunnen volgens hem alles bepalend worden, niet objectief zijn en toch sturend. Predictive policing doet namelijk geen voorspellingen, maar aan extrapoleert volgens hem alleen historische data. Het cre?ert een bias, een tunnelvisie die zich blijft focusseren op een bepaalde groep of gebied door de data in het systeem. Stel dat de politie alleen mensen met een migratie staande houdt, dan zal het systeem zich daarop trainen. De bias van de mens, en dit geval heel veel politiemensen, sluipt op die manier in het systeem. In Amerika blijkt al dat donkere amerikanen die wiet roken tien keer meer gearresteerd worden dan blanken die evenveel wiet roken. Dit is een vorm van etnisch profileren die in de algoritmen kan sluipen als dit de enige basis vormt voor predictive policing. Een ander risico is dat de politie zich kan gaan focusseren op gedragingen die op zichzelf nietszeggend zijn, zogenaamde zwakke signalen. Het gaat hier om correlaties en combinaties van gedragingen die statistisch gezien tot crimineel handelen kan leiden. Politie handelt in dat geval als een soort psychiater en niet meer alleen op redelijke gronden van schuld, maar leggen een verhaal vast. Het idee van predictive policing is volgens hem om in een steeds vroegtijdelijker stadium met voorbereidende handelingen al in gaat grijpen, bijvoorbeeld in het geval van terrorisme. Er is momenteel in Amerika, maar ook in Nederland, te weinig controle op welke data er in de systemen wordt meegewogen om tot statistische voorspellingen te komen. Het kan leiden tot een totaal andere manier van functioneren van de politie dan we de afgelopen 300 jaar gewend zijn geweest en deze discussie wordt volgens Schuilenburg onvoldoende tot niet gevoerd.

Gasten in de Argos studio zijn Rutger Rienks is data-analist, eerder ook bij de politie, en schreef in 2015 een boek over?predictive policing. En Bart van der Sloot is onderzoeker op de Tilburg University, op het gebied van big data en privacy. Ook schreef hij mee aan een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over big data-gebruik bij de overheid. Volgens Bart van der Sloot is de politie de enige die zegt dat predictive policing in Nederland werkt, een soort “WC Eend adviseert WC Eend”, terwijl het maar sterk de vraag is of het werkt. EEn expliciete juridische basis ontbreekt bovendien volgens hem of is onvoldoende. Rutger geeft aan dat algoritmen beter zouden kunnen zijn. Hij ziet dat de bias verminderd kan worden door schaalgrootte: hoe meer data je gebruikt van meer mensen, hoe stabieler je een uitspraak kan doen omdat de individuele menselijke bias minder zal zwaar zal meewegen. Niemand wil een Big Brother die elk individu 24/7 in de gaten houdt. Maar geen politie wil ook niemand. Het waarnemingsvermogen van politie wordt steeds beter, denk aan extra camera’s op de weg, krijgt een steeds betere informatiepositie (big data en hierover kunnen redeneren) en kan steeds meer en beter met ketenpartners en publiek private partners ingrijpen. De politie krijgt momenteel nieuwe middelen, maar Bart van der Sloot vindt dat problematisch als die middelen niet werken en meer nadelen dan voordelen kennen. De politie is nu al bezig met Smart Cities in samenwerking met bedrijfsleven. Mandarijnengeur spuiten in de straat om geweld te voorkomen, onbewuste manipulatie van burgers om veiligheid te verbeteren. De overheid tast hier volgens hem de autonomie van burgers hiermee aan. Al deze experimenten vinden op dit moment plaats in een wettelijk niemandsland. De WRR pleit in haar rapport voor meer controle achteraf, maar ook tussentijds door bijvoorbeeld een autoriteit bescherming persoonsgegevens.

Bronnen: Argos

Onderzoek van de Politieacademie naar Predictive Policing: lessen voor de toekomst
[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]
Publicatie van Rutger Rienks “Predictive policing – kansen voor een veiligere toekomst”
[slideshare id=46552302&doc=predictivepolicing-kansenvooreenveiligeretoekomst-150401143504-conversion-gate01&type=d]

Publicatie van TNO over de volgende stap na predictive policing: prescriptive policing
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over Big Data gebruik bij de overheid
[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]

Nederlands inkijkje bij de DIY Detectives van Bellingcat

Pieter van Huis is een Nederlands lid van Bellingcat, internationaal platform voor burger-onderzoeksjournalistiek. Hij spreekt op het congres Participerende politie van 10 november a.s. Onderstaand artikel is tot stand gekomen middels een interview met Arnout de Vries,?onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO.

In maart 2012 begon Eliot Higgins, een werkloze Britse boekhouder, te bloggen over de Syrische oorlog onder
het pseudoniem Brown Moses. Door op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te
analyseren en te verifi?ren, kon hij laten zien dat het Syrische leger clusterbommen gebruikte. De opvolger van dit
blog werd het online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek Bellingcat, dat na een crowdfundingactie startte in de zomer van 2014.
Met Bellingcat wilde Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren.
?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je open source onderzoek uitvoert?, zei hij eerder in een interview
met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd onder meer ingezet bij ? en in Nederland ook veel bekender met ? de analyse van het neerhalen van vlucht MH17.

Een van de Nederlandse leden van Bellingcat is Pieter van Huis, vorig jaar cum laude afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Leiden en spreker op het congres over Participerende Politie.

“Ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als de afgelopen twee jaar”

Hoe kwam je met Bellingcat in aanraking?
?Ik was als student al langer ge?nteresseerd in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld, en ik kende Eliot
Higgins al eerder van naam, omdat we beiden actief waren op een forum waarop veel mensen de conflicten in het
Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden.
Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, begon met een blog waarop hij de wapenhandel richting Syri? in?kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube-video?s.?
?Nadat ik Eliot met een eigen onderzoek?had benaderd, dat ook werd geplaatst, nodigde hij me uit om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dat bestond toen nog uit slechts zeven man, maar het groeide door en hield zich uiteindelijk ook steeds meer bezig met andere onderwerpen.?

Wat was en is je motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?
?Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die
groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die
wij verzamelen en opslaan, zouden uiteindelijk weer voorgoed zijn verdwenen.?
?De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons
verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen wel een punt waarop hij of zij tegen een grens aanloopt. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief of semi-actief geweest, omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.?

Kun je wat projecten noemen waar jij je voor hebt ingezet?
?Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense
soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd.?

victim4impact
?Met een grondige analyse kon ik aantonen dat zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare
beelden op sociale media bleek dat militanten verkleed als burgers een politiebureau hadden bestormd. Een aanval
die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag, om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen van achter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers hadden geschoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig geweest. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet?echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst dan vaak af, een zogeheten ricochet.?

ShootingLocation1

?Verder heb ik als gezegd ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om aan
te haken bij een project dat andere leden al veel langer bezighield. Maar op een gegeven moment raakte een aantal
van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Mede doordat ik goed bleek te kunnen samenwerken met heel actief lid en
Nederlander Daniel Romein, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.?

Kun je wat mooie resultaten noemen van Bellingcat-projecten?
?Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. En ik heb best veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren, tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders, een tactiek die wel vaker voorkomt.?
?Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig gebruik maakten van open
source-intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was
dus in het eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de
vermeende frontlinies, die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een
bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische
leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot
echter aantonen dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.?

Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat?
?Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken
aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen
woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.?

?Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen?op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna
twintig mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit
verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de dertig, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.?

?De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal heeft journalistiek of Russisch of Arabisch gestudeerd en hield zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT?er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open sourceonderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.?

Een van de beelden van de Bukraket die MH-17 zou hebben neergehaald, die Bellingcat achterhaalde op Russischtalige social media (VK.com).

Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?
?In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden nogal eens het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners?daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot om te beginnen bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.?

?Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het
sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Om een omgekeerd voorbeeld
te geven: door een van ons was een artikel geschreven over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in
Kunduz in Afghanistan. Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk
te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel
doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.?

Zou Bellingcat commerci?ler kunnen gaan werken?
?Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms
houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. Maar ook dan wordt er geen geld voor gevraagd. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.?

?Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt
hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid een salaris te geven. Samen beheren zij de website.
Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank, om een rapport over
Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door
Vice. Maar een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.?

Hoe worden taken en werk verdeeld?
?We maken online gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis wordt doorgaans gevraagd om te assisteren.?

Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools die daarbij gebruikt worden?
?Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, Facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, met meerdere kunnen we nagaan of alles overeenstemt. Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden of de stand van de zon is dan belangrijk.?

?Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s
te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van
crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend euro.?

Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen?
?Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken
van sociale media in de toekomst een steeds grotere rol zal gaan spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.?

Welke risico?s zie je als mensen meedoen?
?Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook hebben gedaan, zoals ons Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.?

Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?
?Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten
veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journaals almaar bezig met het samenvatten van
de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen benen te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.? ?

Eerder gaf Pieter een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

Bronnen: Tijdschrift voor de Politie,?jg.79/nr.7/17