Serie: APB

APB App

Technologie is elke sector in onze maatschappij aan het veranderen, dus waarom niet ook handhaving? Met deze vraag is de nieuwe FOX-serie APB aan de slag gegaan met een verhaal over een zeer rijke ingenieur Gideon Reeves (Justin Kirk) die het 13e district van Chicago overneemt (na de dood van een vriend) en een upgrade geeft met hightech-auto’s, wapens en drones. Maar er is wordt in de serie ook veelvuldig gewerkt met een APB app die niet alleen agenten maar ook burgers in real-time voorziet van misdaadberichten. APB is het Amerikaanse “All Points Bulletin”, dat normaal gesproken met politiecodes berichten verstuurd en onder agenten worden verspreid om bijvoorbeeld uit te kijken naar een bepaalde verdachte of om een tot arrestatie over te gaan. Het lijkt er in deze serie op dat deze app een mooie oplossing kan zijn voor de bestrijding van misdaad, in samenwerking met burgers.

Image result for apb app series

Er zijn natuurlijk apps die in de echte wereld in de buurt komen. In Nederland kennen we Burgernet, maar ook de French Quarter Task Force (in New Orleans) werd eerder gelanceerd door succesvolle ondernemer Sidney Torres. Met de App Task Force kunnen burgers in contact staan met politiepatrouilles om te helpen bij het opsporen van misdrijven in deze beroemde wijk.

 

In de serie APB lijkt de technologie elke keer te werken, hoewel het natuurlijk met vallen en opstaan gaat. Niet iedereen binnen politie, en zeker de burgemeester niet, is blij met deze private en technologische ontwikkelingen. De serie laat zien dat er niet alleen het 13 district maar in heel Chicago vraag ontstaat naar de innovatieve technologie en inzet van burgers, maar is dat haalbaar en wenselijk? Bekijk de serie en laat weten wat je ervan vindt.

Bronnen: Bustle, IMDB

App: Automon

Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie, wil burgers meer betrekken bij het politiespeurwerk. Dat zegt hij in een interview met De Telegraaf. Het gaat onder andere om het helpen terugvinden van gestolen auto?s.

Technologie en nieuwe initiatieven spelen volgens Akerboom een steeds belangrijker rol. Zo worden burgers nog meer betrokken bij de opsporing, onder andere via een ?Pok?mon-achtige? app met de naam ?Automon?. Hiermee kunnen burgers samen met de politie gestolen auto?s opsporen. Dat gebeurt simpelweg door kentekens te fotograferen. Als een foto gemaakt wordt van een geregistreerd kenteken, kan de app-speler punten verdienen. Ook kunnen burgers via de app worden gevraagd op zoek te gaan naar een bepaald kenteken.

Experts waarschuwen: belonen met punten is gevaarlijk

Om de hulp van burgers beter te kunnen benutten is de politie bezig met de ontwikkeling van tenminste drie verschillende?apps. Bruikbare tips of?spelresultaten?worden?beloond met punten of prijzen.?Privacyexperts wijzen op de risico’s van het in spelvorm verzamelen van persoonsgegevens door burgers.

Privacyhoogleraar Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden) is niet tegen burgeropsporing, maar vindt de beloning in de vorm van punten en cadeaus riskant. ‘Door er een spelletje van te maken nodig je mensen uit politieagentje te spelen’, zegt hij. ‘Dan loop je het risico dat ze te ver gaan. De apps moeten daarom heel duidelijk zijn over de randvoorwaarden, over waar de opsporing eindigt. Dat iemand niet voor eigen rechter gaat spelen als hij dankzij de Aut?mon niet alleen de gestolen auto aantreft, maar ook de chauffeur.’

Het risico van eigen richting door gamification ziet ook privacyexpert Bart van der Sloot (Universiteit Tilburg). ‘Het doet ook geen recht aan de ernst van het opsporingswerk’, zegt hij. ‘Het machtsmonopolie ligt bij de politie en die draagt dit nu deels over aan de burger in spelvorm. Ik vind dit onethisch.’

Volgens Sven?Brinkhoff,?strafprocesdeskundige?aan de Universiteit in Nijmegen, zou je door de?apps?een hele ‘fanatieke club mensen’ kunnen krijgen. “Aan de ene kant is het bijna lachwekkend, maar het is bloedserieus”, zegt?Brinkhoff. “Kliklijnen, elkaar in de gaten houden, wil je zo’n samenleving?” Volgens hem zitten er bovendien risico’s aan verbonden die niet onderschat moeten worden. “Wat als een burger direct wordt geconfronteerd met een crimineel?”

Bas?Filippini?van Privacy First noemt het hele idee ‘een heel eng verhaal’.?”Dit kan niet de bedoeling zijn”, zegt?Filippini. Hij snapt de goede bedoelingen, maar noemt het ‘spionnetje spelen’ vooral een ‘gevaarlijke ontwikkeling, die heel hype- en sensatiegevoelig is’. Volgens hem is er niet goed nagedacht over de mogelijke consequenties voor de privacy. De foto’s of gegevens van misschien wel onschuldige mensen worden op deze manier namelijk ook verzameld. Wat daar vervolgens mee gebeurt is volgens?Fillipini?helemaal niet goed onderzocht. “Zo’n?app?is leuk, maar niet wenselijk.”

Toch vindt?Brinkhoff?het aan de andere kant wel een begrijpelijke actie van de politie. “Ze hebben capaciteitsgebrek, dus het is logisch dat je hulp?inschakelt van burgers.”

Een beroep doen op de ‘burgerdetective’ is niet uit luiheid van de politie, zegt hoofd innovatie van de Nationale Politie Hans Sch?nfeld, maar een volgende stap in de nieuwe strategie van het korps, waarbij vergaande samenwerking wordt gezocht met bedrijven en burgers. ‘Wij komen gewoonweg niet aan alles toe. Bovendien weten wij uit onderzoek dat vier op de vijf burgers een bijdrage willen leveren aan het veiliger maken van ons land.’

‘We willen meer midden in de samenleving staan door burgers bij ons werk te betrekken’, zegt Sch?nfeld. ‘Niet alleen v??r de mensen werken, maar ook m?t.’ Door wijkagenten mee te laten praten in chatgroepen van buurtbewoners probeert de politie al langer het contact met burgers te verbeteren.

Het laten ontwikkelen van de apps kost de politie gemiddeld 50 duizend euro per stuk, maar ze komen er alleen als blijkt dat ze ook echt werken. Begin volgend jaar verwacht te politie te testen met de auto zoekapp Aut?mon en de vermisten-app Samen Zoeken. Van de derde app, waarbij burgers kunnen helpen bij het oplossen van een inbraak, is nog niet duidelijk wanneer die af is. ‘Vanwege de koppeling met vertrouwelijke databases ontwikkelen we die zelf’, zegt Sch?nfeld. ‘En dit duurt bij ons nu eenmaal langer dan bij commerci?le bedrijven.’

Automon

Als een camera langs een weg een nummerbord herkent uit de database met gestolen auto’s, wordt een bericht gestuurd naar de app-gebruikers in de buurt van die camera. Daarin staat het nummerbord van de auto, evenals kleur en merk. In plaats van de mobiele jacht te open op virtuele beestjes, kan serieus worden uitgekeken naar de gestolen wagen. Wordt die gevonden, dan kan via de app de locatie worden doorgegeven en stuurt de politie zo snel mogelijk een sleepwagen – punten binnen.
Status van app: proef-lancering in januari.?

Sch?nfeld zegt dat de politie werkt aan duidelijke instructies voor gebruikers. ‘Als uit de tests blijkt dat de app problemen oproept – en niet oplost – stoppen we dit experiment en komt Aut?mon er niet’, zegt hij. ‘Ook dat is innovatie.’

 

Bronnen:?Telegraaf, Beveilgingsnieuws,?RTL Nieuws, Volkskrant

 

SOS functie op je telefoon

Mam, mag ik je even bellen als ik over dat donkere weggetje moet fietsen?’?– een vraag die menig meisje of jongen weleens stelt. En anders is het wel een van je ouders die eist dat je even belt als je alleen naar huis moest fietsen.

Tegenwoordig kun je ook een SOS-functie instellen op je telefoon, zodat je je meer op je hoede voelt als je over dat afgelegen bospaadje naar huis moet. Dat kon natuurlijk al een tijdje, maar na de zaak van Anne Faber gaat de functie viral. Met de SOS-functie kun je in geval van nood makkelijk een vriend, familielid of de hulpdiensten inschakelen. Het?instellen van noodcontacten (ICE)?op je telefoon kon al langer op de meeste smartphones. Maar de nieuwste Galaxy-telefoons van Samsung (draaiend op?Android 5.0 of hoger) en sinds vorige maand ook Apple’s?iOS 11 hebben een aparte SOS-functie voor noodsituaties.

NOS legt hieronder uit hoe je de functie instelt:

Zo stel je de SOS-functie in je telefoon in

iPhone (iOS 11)

Bij de?iPhone moet je deze functie wel zelf instellen. Dat doe je door bij ‘Instellingen’?de optie ‘SOS-noodmelding‘?in te schakelen. Hier kun je zelf jouw?SOS-contactpersonen kiezen en is er de aanvullende functie ‘Aftelgeluid’. Daarmee laat je iPhone een schel waarschuwingsgeluid horen die mogelijke belagers afschrikt en omstanders alarmeert.?Eenmaal ingesteld werkt de SOS-functie dan bij?5 keer snel de aan/uit-knop indrukken.

Samsung (Galaxy S4 en hoger)

De SOS-functie zit ook bij de laatste Galaxy-modellen van Samsung?ingebakken. Bij de?Galaxy S4 en opvolgers?S5, S6,?S7 en S8?is het mogelijk om noodberichten te sturen. Bij ‘Instellingen’ onder ‘Geavanceerde functies’ bij de optie ‘SOS-berichten verzenden’. Daarbij stuur je bovendien je locatiegegevens door (met behulp van gps of wifi) en kun je ook foto’s en geluidsopnames meesturen. Bij deze Samsung-modellen?werkt de SOS-functie dan bij?3 keer snel de aan/uit-toets indrukken.

Andere smartphones

Bij overige Android-toestellen is er ook een manier om een noodknop in te stellen. In dat geval is het nodig om???n van de vele apps?te downloaden en deze naar wens in te stellen.

Of bekijk de uitleg van RTL Nieuws:

“Door de zaak van Anne Faber worden mensen eraan herinnerd dat er mensen rondlopen die dit soort dingen doen”, zegt Willy van Berlo van kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers.

Maar, benadrukt Van Berlo, het gaat hier wel om een extreem geval. “Een onbekende die je van je fiets trekt?komt heel weinig?voor. “

Bij zo’n tachtig procent van de zaken van seksueel geweld is volgens Van Berlo de dader een bekende van het slachtoffer, vaak de huidige relatie of een ex. Bij de overige zaken kan het ook gaan om bijvoorbeeld iemand die je net in de kroeg hebt ontmoet. Seksueel geweld van iemand die je helemaal niet kent, is zeldzaam.

In totaal is 14 procent van de vrouwen onder de 25 jaar weleens gedwongen seksuele dingen te doen tegen hun zin in. Bij een kwart van hen werd geweld gebruikt.

Ze kan zich voorstellen dat de SOS-functie een goede manier is om iets van angst weg te nemen. “Net als met z’n twee?n fietsen kan het een gevoel van veiligheid geven. Het zou niet nodig moeten zijn, maar als vrouw blijf je toch bedachtzaam”, zegt van Berlo.

Bronnen: Bright, NOS

App: Samen Zoeken

Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie, wil burgers meer betrekken bij het politiespeurwerk. Dat zegt hij in een interview met De Telegraaf. Het gaat onder andere om het helpen zoeken van vermiste personen.

Samen zoeken app

De inzet van amateurspeurders bij een vermissing als die van Anne Faber (25) kan professioneler, zei korpschef Erik Akerboom in?De Telegraaf. En wel met de app?Samen Zoeken. Die gaat de gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermisten. De politie maakt vervolgens gebruik van de deelnemers door hen te volgen, waardoor inzichtelijk wordt hoe goed bepaalde gebieden al zijn uitgekamd – of waar meer mankracht nodig is. Deelnemers kunnen via de app foto’s van sporen en gevonden spullen naar de politie sturen. Met nuttige tips of het terugvinden van een vermiste kunnen ze punten verdienen, waarmee ze kans maken op prijzen. Frank Smilda schreef er eerder een blog over op de website van de Politieacademie:

Elk jaar: 40.000 vermissingen

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Wat ik mooi vind is dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Er is helaas ook een maar in dit verhaal. Want er is nog iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.

Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.


Transitie in politie, justitie en samenleving

Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.

Met de app ?Samen Zoeken? kunnen burgers de politie helpen bij het zoeken naar vermiste personen. Deze app bestaat al, maar wordt op het moment verbeterd om de zoektochten professioneler te kunnen organiseren, aldus de korpschef. Zo is straks na te gaan waar al gezocht is en waar nog niet. Dergelijke technologie wordt ontwikkeld door de Q-teams van de politie.
Akerboom zegt zware uitdagingen te zien om het korps up-to-date te houden. In de komende zes jaar gaan er 15.000 politiemensen met pensioen en die moeten vervangen worden door nieuw personeel dat snel inzetbaar moet zijn. Daarom worden de opleidingen verkort van drie naar ??n jaar. Verder wordt veel meer ge?nvesteerd in bestrijding van cybercrime. De komende vier jaar wordt de capaciteit van de betreffende afdelingen verdubbeld.

 

Bronnen: Politieacademie, Volkskrant, Telegraaf

Wraakporno wordt strafbaar

Het verspreiden van wraakporno, zoals seksfilmpjes en seksueel getinte foto’s, wordt in het nieuwe regeerakkoord als zelfstandig delict strafbaar gesteld ?omdat het diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer?. Het was een wens van voorman Gert-Jan Segers van de ChristenUnie een wetsartikel te maken waarbij mensen die intieme video’s of foto’s verspreiden makkelijker gestraft kunnen worden. Door bijvoorbeeld smaad en laster erbij te betrekken, konden verspreiders van deze seksueel getinte foto’s en video’s in sommige gevallen toch worden veroordeeld.

Het verspreiden van wraakporno grijpt diep in de persoonlijke levenssfeer in en wordt als een zelfstandig delict strafbaar gesteld.

– Regeerakkoord 2017

Dat is makkelijk gezegd, maar op juridisch vlak nog niet zo makkelijk gedaan. Want wanneer is iets wraakporno en hoe zorg je dat verspreiders worden aangepakt?

Het aantal gevallen wraakporno stijgt in Nederland, bleek uit?cijfers?van het Expertisebureau Online Kindermisbruik. In 2016 ontving het bureau 235 meldingen. Het gaat dan alleen om jongeren tot 25 jaar, want bij hogere leeftijden wordt niets geregistreerd.

Onder andere?Patricia Paay,?Chantal uit Werkendam?of vlogger?Laura Ponticorvo?hebben te maken gehad met wraakporno. Bij de eerste twee is het nog niet duidelijk wie de video’s hebben verspreid, bij Ponticorvo brak een hacker op haar iCloud in.

“Ik ben bang dat het lastig wordt om zo’n wet effectief te maken”, zegt mediajurist Roel Maalderink. Hij hielp met het team van Peter R. de Vries wraakpornoslachtoffer Chantal. “Het kan een afschrikwekkende werking hebben, zodat mensen beter nadenken voor ze iets verspreiden. Maar als die wet een wassen neus blijkt, is die afschrikwekkende werking weer weg.”

Voorheen kon men alleen terecht via het privaatrecht en het misschien preventief regelen via een clausule in de huwelijkse voorwaarden:

Dus, wat moet er nou gebeuren om een nieuwe te laten slagen? Daarvoor zijn drie dingen belangrijk:

Eerst moet je goed vaststellen wat er precies onder de term ‘wraakporno’ valt. Volgens Maalderink is het stukje ‘wraak’ essentieel. “Wanneer is iets wraakporno, en wanneer gewoon porno? Voor een veroordeling moet er de intentie zijn om de reputatie van de ander te schaden. De wet moet niet zo ruim worden dat het verspreiden van pornografisch materiaal strafbaar wordt.”

Het delen met die intentie is al strafbaar als smaad, maar dus niet specifiek als wraakporno. Volgens Thomas van Vugt van AMS Advocaten, de advocaat van Chantal, moet die term daarom goed omschreven worden. “Het delen van seksueel getint beeldmateriaal waarvan je weet dat diegene het niet openbaar wil. Daarbij is niet van belang of diegene toestemming heeft gegeven voor het maken ervan, maar dat het niet is bestemd voor andermans ogen.”

Bij wraakporno gaat het om beeldmateriaal dat tijdens een relatie of in een priv?situatie is gemaakt.?Helpwanted.nl, het meldpunt voor seksueel misbruik, ontving vorig jaar 235 meldingen van online seksueel misbruik. Het ging hier dan om naaktfoto’s of -video’s die online verspreid zijn, zonder dat het slachtoffer dat wilde.

Dan is ook het openbare aspect belangrijk. Dat is volgens Maalderink het probleem met smaad. “De rechter oordeelde eerder al dat, als je wraakporno met maar ??n contact of een besloten groep deelt, het niet strafbaar is. In die gevallen kun je geen beroep doen op smaad.” Een beter gedefinieerde wet zou dit kunnen veranderen.

Maar met alleen een definitie kom je er niet. “Mooi dat er een wetsartikel komt”, zegt Van Vugt, “maar als de politie niet de capaciteiten en de kennis heeft om de dader op te sporen heeft het weinig zin.”

Nu blijven dit soort zaken vaak nog op het bureau van de politie liggen, zegt Maalderink. “Als je voor smaad iemand wil vervolgen, moet het slachtoffer aangifte doen. En bij die aangifte gaat het vaak al mis.”

Je kan met wraakporno met een paar drukken op de knop iemands leven verwoesten.

– Advocaat Thomas van Vugt

“Bij de politie werken nog veel digibeten”, vindt Maalderink. “Ze weten niet hoe sociale media werken, en wat zo’n wraakpornozaak inhoudt. Daar moeten agenten voor worden opgeleid.” Dat is ook fijner voor het slachtoffer, denkt Maalderink. “Je moet er niet aan denken dat je daar als jong slachtoffer komt en een of andere zestiger – die met ??n vinger typt – je zaak moet behandelen.”

Als wraakporno verspreiden een specifieke overtreding wordt, kan de politie meer doen dan nu het geval is. Dat vermoedt Arnout de Vries van onderzoeksorganisatie TNO. “Op dit moment valt zo’n zaak vaak nog onder privaatrecht. Als het straks ?cht strafbaar wordt, dan krijgt de politie meer opsporingsmogelijkheden. Laten we hopen dat de politie wraakporno dan ook serieuzer gaat nemen.”

Als je dan eenmaal de politie zo ver hebt dat ze iemand kunnen pakken, dan komt nog het lastigste: nu moet je bepalen wie je gaat straffen, en hoe.

Bij de strafmaat is het verschil tussen wraakporno en smaad belangrijk. Voor smaad kun je namelijk maximaal maar een celstraf van een jaar krijgen, en in de praktijk blijft het vaak bij een boete. “Je kan met wraakporno met een paar drukken op de knop iemands leven verwoesten,” zegt Van Vugt. Ik vind een forse celstraf dus niet onterecht.”

Pakkans

Maar hoe bewijs je nou dat iemand schuldig is? “Dat is lastig”, zegt De Vries. “Het is moeilijk om te bewijzen wie het gemaakt heeft, wie het online heeft gezet, en wie het heeft verspreid. Op het internet is het toch nog makkelijk om superanoniem iets te plaatsen. De dader kan dus ook zeggen dat hij of zij is gehackt.”

“In de zaak van Chantal is nog steeds niet duidelijk wie het filmpje de wereld in heeft gebracht,” zegt Maalderink. “Het blijkt erg lastig om die persoon op te sporen. En de wet zal moeten bepalen of je alleen de eerste verspreider straft, of ook latere verspreiders. Dat laatste is al snel onbegonnen werk, omdat die filmpjes zich vaak razendsnel verspreiden.”

Nederland zou lang niet de eerste zijn met zo’n wet: Japan heeft er al ??n sinds 2014. Je kunt daar tot drie jaar de cel in als je seksueel materiaal van een ander verspreidt. Isra?l gaat nog een stapje verder: daar ga je maximaal vijf jaar de cel in en word je als zedendelinquent geregistreerd.

In sommige staten in de VS en in?Groot-Brittanni??is het verspreiden ook strafbaar. Toch zitten er ook wat haken en ogen aan. In?Californi??bijvoorbeeld: daar kun je geen zaak beginnen als je de foto of video zelf hebt gemaakt.

Het is nu nog afwachten of de wet er echt komt. Volgens Maalderink is het goed dat er een intentie is om wraakporno aan te pakken. “Het is voor jongeren verschrikkelijk als het je overkomt. Dat er in de politiek over gepraat wordt, is een goede eerste stap.”

Bronnen: Bright, NOS

Burgeropsporing: Agent? Dat ben je zelf

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.

De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?

Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?

Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?

Burgers op speurderspad

  • Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
    In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
  • Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
  • In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
    daarop bij de politie.

Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.

Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?

Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?

Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.

Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?

Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?

Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.

Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?

In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?

?Politie schakelt burgers te weinig in?

De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.

Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.

Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.

Frank Smilda schreef er een blog over:

“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”

Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie

App: CopWatch

De gratis Cop Watch app (nu alleen iOS, binnenkort ook Android) is gemaakt door het Network for the Elimination of Police Violence?uit?Toronto, en hiermee kunnen burgers video’s opnemen met 1 druk op de knop om het vervolgens automatisch op Youtube te laten zetten.

?

De app heeft ook een handleiding waarin de rechten van burgers worden omschreven bij het filmen van de politie.

In de VS leidt het filmen van politie tot veel problemen, getuige ook de documentaire van de BBC hierover die onder andere op Netflix te zien is:

Bronnen: NEPV

App: CopStop

De app COPStop is ontwikkeld door de 17 jarige George Hofstetter, die probeert het actuele probleem van politiegeweeld en de justiti?le kloof in de VS met de samenleving te verkleinen.

Net als veel andere scholieren die hun middelbare school bijna afronden is Hofstetter op zoek naar een felbegeerde plek op een top universiteit. Maar in tegenstelling tot andere scholieren is hij al een succesvol zakenman en heeft hij al 2 jaar een eigen bedrijfje:?George Hofstetter Technologies Inc?en werd hij eerder al geprezen door de Equal Justice Society. Op zijn website staat de slogan:?”We make?social?justice & technology merge & are changing?the world’s perspective!”

De tiener werkt momenteel aan CopStop, een app om politiegeweld te voorkomen.

Hofstetter vertelt dat zijn belangstelling voor technologie begon bij zijn eerste hackathon op 13-jarige leeftijd. Daar maakte Hofstetter met een vriend een app om studenten met een andere huidskleur elkaar te steunen op overwegend witte priv?scholen. “Ik zat toen op een priv?school en had te maken met veel ge?nstitutionaliseerd racisme,” vertelde hij Black Enterprise. “We hadden een goede manier gevonden om andere studenten te helpen.” Daarna wilde hij zich volledig storten op de vraag hoe technologie rassenproblemen kan helpen voorkomen of verhelpen.

Hij wil nu kunstmatige intelligentie bij UCLA gaan studeren, waar hij computerwetenschappen met psychologie wil combineren.

Bbronnen: NewsOne,?Black Enterprise,?The Huffington Post

NIK themadag: Let?s get digital – Politiewerk in de digitale samenleving

Iedereen heeft tegenwoordig een smartphone, we appen, doen online boodschappen, streamen muziek en films en gebruiken Google om de weg te vinden. Haast 24/7 zijn we digitaal. Maar hoe zit dat in het werk? Hoe digitaal ben jij als het gaat om je vak? Weet jij hoe je een aangifte van identiteitsfraude behandelt? Of wat er komt kijken bij een sexting-zaak? En wat te doen bij Marktplaats-oplichting, phishing van bankgegevens of hacking van een school-website? Digitalisering is al lang niet meer voorbehouden aan speciale teams. In vrijwel elke zaak, hoe groot of klein ook, speelt de digitale wereld een rol.

NIK themadag

Kort na de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 werd het idee geboren om blijvende aandacht te schenken aan innovatie. Door de gezamenlijke korpsen, het Kwaliteitsbureau politie, de Politieacademie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werd het Netwerk voor Innovatie en Kwaliteit opgericht. Nu de politie gereorganiseerd is tot een Nationale Politie wordt het NIK stap voor stap ge?ntegreerd in de reguliere bedrijfsvoering. Het NIK blijft dus ook binnen de Nationale Politie een vaste waarde.

Introductie NIK themadag from Politie on Vimeo.

Theo van der Plas Programmadirecteur Digitalisering en?Cybercrime gaf de aftrap en de dag:

2 Presentatie Theo van der Plas 3 from Politie on Vimeo.

Trendwatcher Vincent Evers:

Presentatie Vincent Evers NIK Themadag from Politie on Vimeo.

Hieronder een overzicht van de workshops op de NIK themadag, nr 72:

1. Cybercrime, het zijn maar nullen en enen

Image result for cybercrime noord-holland

Het cybercrimeteam in de eenheid Noord-Holland bestaat nu twee jaar. In deze eerste fase heeft het team veel kennis en ervaring opgedaan met het opsporen van computercriminaliteit en heeft daarmee de opsporing van cybercrime een stevige impuls gegeven in de eenheid. Cybercrime lijkt moeilijk, lastig, niet te traceren, met veelal ingewikkelde rechtshulpverzoeken en gedoe met providers. In principe zit hier een kern van waarheid in, maar als politie zijn we zeker niet kansloos. Veel zaken bieden goede technische, maar vaak ook tactische opsporingsmogelijkheden. De workshopleiders nemen u aan de hand mee van onderzoeken, praktijkvoorbeelden en delen valkuilen en best practices.

2. Opsporing en Social Media

Via social media speelt het sociale leven zich in?toenemende mate online af.?Steeds meer personen (tieners, twintigers, maar ook volwassenen) hebben profielen op sites als Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn. Niet verwonderlijk dus dat de opsporing op allerlei manieren probeert om deze?informatie te gebruiken. Door het gebruik van informatie uit open bronnen zoals websites en social media is de politie succesvoller bij het opsporen van verdachten. Deze workshop gaat over tips, trucs etc. voor online onderzoek zoals bijvoorbeeld: Hoe kan ik mogelijk toch nog foto?s vinden bij een afgeschermd profiel op Facebook, een fakenaam op Instagram en dan?

3. Greenfield cyber

De maatschappij raakt steeds meer verweven met digitale ontwikkelingen. Helaas geldt dit ook voor criminaliteit. Er zijn tegenwoordig weinig vormen van criminaliteit waarbij er geen sprake is van een digitaal component. Zo ook binnen het thema ondermijning. Onze organisatie is vaak onvoldoende in staat om in te kunnen spelen op deze ontwikkelingen, bovendien is het vaak de vraag of de politie ?berhaupt aan zet is. De Greenfield is een werkvorm wat hier verandering in moet brengen. Door bestaande barri?res te doorbreken, actief samen te werken met partners en op een (pro)actieve wijze te interveni?ren wordt gebruik gemaakt van nieuwe werkvormen om het probleem in de breedte aan te pakken.

4. Criminaliteit op het darkweb

De wereld verandert in een snel tempo, zo ook de criminaliteit. Er is een verschuiving zichtbaar van criminaliteit van de offline naar de online wereld. In deze workshop staat criminaliteit op het darkweb centraal. Het darkweb is een gedeelte van het internet waar anonimiteit wordt nagestreefd en waar op marktplaatsen en fora (criminele) goederen worden verkocht en informatie wordt uitgewisseld. Twee teams van de Landelijke Eenheid, het Postpakketten interventieteam en het Darkwebteam, bestrijden deze vormen van criminaliteit, verzamelen hier informatie over en zoeken naar alternatieve bestrijdingsmogelijkheden. In deze workshop nemen wij jullie mee in wat het darkweb is, wat wij als teams doen en wat jij zelf kan doen aan criminaliteit op het darkweb.

5. Sexting: een onuitwisbare indruk

Op woensdag 6 januari 2016 krijgt een wijkagent ?Groenewoud? Tilburg van een bezorgde moeder de signalen binnen dat er naaktfoto?s van haar dochter en andere meiden op Instagram staan. Vanwege de leeftijd van de (deels) naakte meiden maakt de wijkagent melding van kinderporno bij de afdeling Zeden en deze wordt doorgezet naar het TBKK (Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme). En dan?

6. Een lelijke pijp roken?

Sjon is zo’n typisch voorbeeld van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Sinds vorig jaar echter lijkt het leven ook hem toe te lachen. Anders dan voorheen gaat hij netjes gekleed, rijdt hij in een mooie auto, komt hij aan geld niet tekort en lijkt hij ineens veel vrienden te hebben. Een buurman gaat op onderzoek uit en ontdekt dat Sjon zijn nieuwe status mogelijk dankt aan zijn aandeel in de exploitatie van hennepkwekerijen. Tijd voor onderzoek! In deze workshop gaan we ons verdiepen in de juridische mogelijkheden om voor de opsporing informatie te verzamelen op het internet.?De workshop vormt daarmee een mooie aanvulling op workshop 2.

7. BART! Het nieuwe mee doen: Burgers, politie en gemeente?24/7 in verbinding met elkaar

BART! moet ervoor zorgen dat via de sociale media burgers en professionals van politie en gemeente samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een veilige leefomgeving. BART! draagt zorg voor de ontwikkeling van een participatie systeem waarin dit mogelijk is.
Voor allerlei vormen van samenredzaamheid bestaan er vandaag de dag verschillende initiatieven en toepassingen, zowel van publieke als van private partijen. Politie en de gemeenten gebruiken bijvoorbeeld Burgernet, Amber Alert en NL Alert en in enkele plaatsen is de politie al via WhatsApp bereikbaar. De gemeente Den Haag gebruikt de BuitenBeter-app, BuurtBestuurt etc. Burgers gebruiken WhatsApp om elkaar op de hoogte te brengen van verdachte situaties, andere voorbeelden zijn: dadergezocht.nl, boevenvangen.nl, SOSAlarm, VerbeterDeBuurt, Civilant, HartslagNu, NextDoor etc.
Al deze initiatieven hebben geen aansluiting op het operationeel commando -, intelligence – of het klantencontact centrum.?Technisch gezegd is BART! het best te karakteriseren als een Meta Systeem op de aggregatieniveaus governance, processen en ondersteunde technologie, die het vermogen in zich draagt andere app- en systeemontwikkelingen te ontsluiten met de primaire informatiesystemen van de overheid.
BART! wordt niet bedacht in ?de ivoren toren? maar ontwikkeld in de politie- en gemeentepraktijk samen met burgers. In twee praktijkomgevingen gaan we ontwikkelen met de wijkagent, de gemeentelijke wijkmanager, wijkbewoners en anderen. Dit met ondersteuning van een support team vanuit de wetenschap, technologie en praktijkdeskundigen.

8. Openbronnenonderzoek next level; iedereen kan speuren

Op internet is alles te vinden en iedereen kan het? De beste aanbieding scoren, speuren naar dat bijzondere exemplaar om je collectie te completeren, je leukste dag van je leven delen op social media.. En natuurlijk kun jij dan ook speuren naar internetinformatie over je onderzoeksubject of naar dat specifieke thema, waar jij alles over moet weten en het liefste nu. Maar doe je dat wel op een veilige manier? En ben je ?anoniem? genoeg of kan men toch ontdekken dat je van de politie bent? En mag je zomaar een alias gebruiken en je voordoen als een ander op het internet? Hoe diep gaat je internetonderzoek, wanneer draag je het over aan een collega? Deze vragen en meer passeren de revue in deze workshop. Onder andere de OGG-5 en HUIB komen uitgebreid aan bod. Na afloop van de workshop weet je wat je mag op het internet en kan je voortaan zelf ?veilig? aan de slag! Een tipje van de sluier; er mag best heel veel?

9. Werking en ambities van OSINT

Het Team OSINT van de Landelijke Eenheid verzorgt een inleiding over de werkzaamheden van dit team. Aan de hand van enkele operationele voorbeelden zullen de werking, maar ook de ambities van het Team OSINT worden uitgelegd. Hierbij vervaagt de grens tussen intelligence en opsporing. Uiteraard is er gelegenheid voor discussie en vragen.

10. Veiligheidsdata – de continue monitoring en analyse van veiligheid en overlast in Amsterdam

De directie Openbare Orde en Veiligheid van de Gemeente Amsterdam heeft als ambitie om het veiligheidsbeeld van de stad actueel en gedetailleerd in beeld te brengen. Met de opkomst van het veiligheids- en crisisinformatiecentrum (VCIC) wordt daar vorm aan gegeven. Team VCIC verzamelt geautomatiseerd dagelijks, per uur en ook realtime allerlei relevante databronnen van interne en externe partners. In dat proces wordt de data opgeschoond en verrijkt met gebiedsindelingen. Binnen de directie verzorgt het team met behulp van deze informatie analyses die gebruikt worden bij beleidsadvies, maar ook bij grootschalige evenementen of onderzoeken.
Daarnaast levert het team een bijdrage aan informatiegestuurde handhaving door de data middels dashboards te ontsluiten naar afdelingen veiligheid en handhaving in de stadsdelen. Daardoor kunnen professionals zelf altijd beschikken over actuele informatie die voor iedereen gelijk is. Het rijke beeld over de veiligheids- en leefbaarheidssituatie zorgt ervoor dat handhavers effici?nt hun werk kunnen doen op de juiste hot spots en hot times. Er is eenheid ontstaan in de veelheid van cijfers over veiligheid en leefbaarheid. Steeds meer mensen werken met dezelfde cijfers. Informatie-gestuurd werken is realiteit geworden.
Tijdens deze workshop nemen we de deelnemers vanuit ons werkveld mee in deze wereld. Aan de hand van situaties waar we gebruik hebben gemaakt van deze informatiepositie, gaan we simuleren wat de impact is van deze werkwijze. Denk bijvoorbeeld aan het team dat zich bezighoudt met het Amsterdam Dance Event en iedere ochtend ziet wat waar gebeurd is rondom de evenementlocaties. Ook het recent opgezette binnenstadoffensief is een goed voorbeeld van hoe data leidt tot de gerichte inzet van handhavers in de openbare ruimte vanuit de stadsdelen en tevens bijdraagt aan evaluaties voor beleidsadviseurs.

11. Teenage Crime Fighters on the Internet

hacker-rolt-bitcoinbende-op

Politie Nederland voert op dit moment een experimenteel en uniek project uit om jongeren te betrekken bij politiewerk. De politie maakt daarbij gebruik van de digitale knowhow en het perspectief van jongeren bij digitale opsporing. In een speciaal hiervoor ontwikkelde online community stelt de politie vragen aan een geselecteerde groep van 40 digitaal vaardige jongeren. Daarnaast zijn er hackathons georganiseerd. Het doel is om jongeren op een positieve manier te betrekken bij politiewerk. Tijdens de workshop wordt ingegaan op de ervaringen die zijn opgedaan met jongeren en de extra ondersteuning die zij hebben geleverd op digitaal vlak (van online rellenradar tijdens The Passion tot aan hernieuwde opsporing inzake enkele cold cases). Daarnaast is er ruimte voor discussie over de (on)mogelijkheden om als politieorganisatie vaker gebruik te maken van de digitale vaardigheden van jongeren.

12. Digitale Opsporing


Digitale opsporing en de aanpak van cybercrime staan dit jaar behoorlijk in het nieuws. Er zijn dan ook wel een aantal zaken geweest waar we als politie best trots op kunnen zijn. Maar kan de politie de digitale dynamiek in de maatschappij nog wel bijhouden en wat is daar dan de rol van de specialisten in? Zou de tactiek niet in veel meer zaken ondersteunend moeten zijn aan die specialisten? En moet de focus op opsporen niet verlegd worden naar preventie en tegenhouden? In 50 minuten praten we jullie bij over de dynamiek van dit vakgebied; de valkuilen en successen en de nieuwe rol van de politie en publiek/private samenwerking. Verder stellen we het nieuwe Nationale Expertisecentrum Digitale Opsporing (ECDO) voor.

13. Sensoren binnen de Politie

Doelstelling van het programma is het structureel verankeren van sensoren binnen Nationale Politie op het gebied van beleid, organisatie en informatieorganisatie zodat het proactief vermogen van het handelend (politie)optreden wordt vergroot. Het gebruik van sensoren binnen de politie staat nog in de kinderschoenen.
Sensoren worden nog onvoldoende op de juiste wijze toegepast binnen de politiepraktijk. Het balans zoeken in wildgroei, effici?ntie van de organisatie, verbinding zoeken met de maatschappij en het vergoten van het effect van politieoptreden speelt hier een cruciale rol. Met deze workshop willen we een discussie met jullie voeren over een aantal dilemma?s.

14. De virtuele wereld op het netvlies

Sinds juli 2017 wordt in 11 teams 24/7 relevante social media berichtgeving inzichtelijk gemaakt op grote, interactieve touchscreens in de OPCO-ruimtes. Social media is hierdoor nu toegankelijk voor het hele basisteam, zodat net als op de fysieke straat nu ook door de teams in de virtuele straten kan worden gesurveilleerd. Dit opent mogelijkheden voor veel meer online interactie met het publiek, zowel voor actuele als minder actuele onderwerpen en voor het toepassen van lokale webcare. Tijdens deze workshop wordt het scherm in de praktijk getoond en toegelicht.

15. Big data van 1! inbreker

Wat hebben big data en inbraken met elkaar te maken? In deze zaak laten we zien hoe een inbreker verstrikt zit in het net van digitale sporen zoals kentekenregistraties, telecomgegevens en banktransacties.? Pak er dan nog honderden vergelijkbare inbraken bij en de data complexiteit is ten top! Op welke manier kun je dan met big data analyse overzicht scheppen in deze grote hoeveelheden data?

16. Defensie Cyber Zelfstudieprogramma: ?Van cyber-ge?nteresseerde naar cyber-talent”

In 2014 besluit Defensie het groeiend aantal cyber-ge?nteresseerde defensiemedewerkers in hun ontwikkeling te faciliteren. Met ruim 2100 deelnemers is het door Certified Secure ontwikkelde Cyber Zelfstudieprogramma een groot succes in het opleiden en scouten van Defensie cyber-talenten.
Tijdens de workshop wordt het Defensie Cyber Zelfstudieprogramma toegelicht en doorloopt Joost Pol van Certified Secure samen met jullie een leuke en actuele cybersecurity challenge.
Hoe denkt een hacker? Welke skills heb je nodig om jezelf en je organisatie te beschermen? Hoe vind je de mensen met deze skills? Ontdek het tijdens deze interactieve workshop van het Ministerie van Defensie (DCEC) en Certified Secure! Voor deelname aan deze workshop is geen technische voorkennis vereist.

17. ?Dus de politie gaat hacken??

De afgelopen jaren is er gewerkt aan wetgeving (Computer Criminaliteit 3) die de politie de mogelijkheid geeft te gaan ?binnendringen in geautomatiseerde werken? ofwel in de volksmond ?hacken?. In deze workshop wordt kort toegelicht wat de aanleiding is voor deze ontwikkeling. De stelling: ?de TAP is dood? wordt toegelicht en hoe de verhouding is met de nieuwe digitale ontwikkelingen.
In de workshop zal uitgelegd worden hoe het zit met deze ontwikkelingen, wat CCIII precies is en wat de stand van zaken is. Het is niet nodig diepgaand technisch onderlegd te zijn om deze workshop te kunnen volgen.

Bronnen: NIK Themadag

App: Citizen Safety

‘Als u dag en nacht persoonlijke beveiliging wilt, installeert u de app “Citizen Safety”‘ staat er op de website van deze app die is ontwikkeld door de Indiase politie van Kerala. PAs volgende maand is de app officieel te vinden in de Google Play Store, en iPhone-gebruikers moeten nog even wachten. “We hebben diepgaand onderzoek gedaan om de app te ontwikkelen, die aan alle verwachtingen van het brede publiek moet voldoen. Op dit moment werken we nog aan alle feedback die mensen gaven om extra functies aan te bieden, “zei de divisie-chef J Jayanath, die het project leidt.

De app biedt niet alleen een SOS-knop die de beller onmiddellijk verbindt met een politieagent uit het hoofdkantoor, het kent ook een instant messenger functie die is gekoppeld aan een agent op de meldkamer. “De tracking-optie wordt aangeboden om vrouwen en andere kwetsbare reizigers te helpen in veiligheid. Daarmee kan de meldkamer de reizigers volgen. Stel dat een vrouw ’s nachts alleen naar haar huis reist in Indiase riksja (tweewielige open fietstaxi), dan kan de reiziger de eindbestemming ingeven en de meldkamer volgen op de taxi wel de juiste route volgt. Zoniet, dan kan de meldkamer contact opnemen met de reiziger.? De app maakt het ook mogelijk deze functie te delen met twee anderen, zoals een familielid of bekende.

Met de app kun je ook video’s en foto’s delen van misstanden op straat. Sommige agenten van de Kerala politie vinden dat de politie een?officieel YouTube-kanaal moet lanceren om video’s van mensen over incidenten te verzenden en transparant te zijn, zodat er geen sprake kan zijn van fraude of andere misstanden, maar anderen wachten liever op een oordeel van hoger gerechtshof met het oog op de privacy wetgeving. “Dit zou een mooie stap kunnen zijn waarmee de politie meer transparantie kan geven door dergelijke video’s met het publiek te delen. Maar het is een gevoelige kwestie. De politie moet uiteraard alleen video’s plaatsen nadat ze er zeker van zijn dat het de privacy van een persoon niet schendt, “zegt activist en advocaat D B Binu.

Bronnen: New Indian Express