SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De politie kan misdaad voorspellen. Meer dan de helft van basiseenheden van de politie werkt al met?Predictive Policing. Volgend jaar moeten alle politie-eenheden ermee gaan werken.Het Criminaliteits Informatie Systeem, Het Cas, maakt gebruik van de kracht van Big Data. Met behulp van politiegegevens, CBS-gegevens, cijfers van aangiftes enzovoort, kan bijvoorbeeld worden voorspeld in welke buurt morgen de kans op woninginbraken het grootst is. Het geeft de politie de mogelijkheid op te treden nog voordat er een misdaad is gepleegd. Maar wat voorspelt CAS eigenlijk? Wie controleert of de ingevoerde data kloppen? Kunnen algoritmes ook discrimineren?
Een Radio programma met Dick Willems van de politie geeft uitleg over de werking van CAS dat al bij 110 van de 168 politieteams wordt gebruikt en in 2018 in alle politieteams om effici?nter te werken en politie inzet niet op buikgevoel te sturen.? En met Selmar Smit van TNO geeft uitleg over hoe kunstmatige intelligentie en machine learning werkt. De Big Brother Awards 2015 komen aan bod waarin de politie een award kreeg en predictive policing aanprees. Ook Marc Schuilenburg, jurist en filosoof aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, geeft commentaar en is kritisch over het middel predictive policing omdat er nog weinig over bewezen is en dat de nadelen momenteel zwaarder wegen dan de voordelen. Algoritmes kunnen volgens hem alles bepalend worden, niet objectief zijn en toch sturend. Predictive policing doet namelijk geen voorspellingen, maar aan extrapoleert volgens hem alleen historische data. Het cre?ert een bias, een tunnelvisie die zich blijft focusseren op een bepaalde groep of gebied door de data in het systeem. Stel dat de politie alleen mensen met een migratie staande houdt, dan zal het systeem zich daarop trainen. De bias van de mens, en dit geval heel veel politiemensen, sluipt op die manier in het systeem. In Amerika blijkt al dat donkere amerikanen die wiet roken tien keer meer gearresteerd worden dan blanken die evenveel wiet roken. Dit is een vorm van etnisch profileren die in de algoritmen kan sluipen als dit de enige basis vormt voor predictive policing. Een ander risico is dat de politie zich kan gaan focusseren op gedragingen die op zichzelf nietszeggend zijn, zogenaamde zwakke signalen. Het gaat hier om correlaties en combinaties van gedragingen die statistisch gezien tot crimineel handelen kan leiden. Politie handelt in dat geval als een soort psychiater en niet meer alleen op redelijke gronden van schuld, maar leggen een verhaal vast. Het idee van predictive policing is volgens hem om in een steeds vroegtijdelijker stadium met voorbereidende handelingen al in gaat grijpen, bijvoorbeeld in het geval van terrorisme. Er is momenteel in Amerika, maar ook in Nederland, te weinig controle op welke data er in de systemen wordt meegewogen om tot statistische voorspellingen te komen. Het kan leiden tot een totaal andere manier van functioneren van de politie dan we de afgelopen 300 jaar gewend zijn geweest en deze discussie wordt volgens Schuilenburg onvoldoende tot niet gevoerd.
Gasten in de Argos studio zijn Rutger Rienks is data-analist, eerder ook bij de politie, en schreef in 2015 een boek over?predictive policing. En Bart van der Sloot is onderzoeker op de Tilburg University, op het gebied van big data en privacy. Ook schreef hij mee aan een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over big data-gebruik bij de overheid. Volgens Bart van der Sloot is de politie de enige die zegt dat predictive policing in Nederland werkt, een soort “WC Eend adviseert WC Eend”, terwijl het maar sterk de vraag is of het werkt. EEn expliciete juridische basis ontbreekt bovendien volgens hem of is onvoldoende. Rutger geeft aan dat algoritmen beter zouden kunnen zijn. Hij ziet dat de bias verminderd kan worden door schaalgrootte: hoe meer data je gebruikt van meer mensen, hoe stabieler je een uitspraak kan doen omdat de individuele menselijke bias minder zal zwaar zal meewegen. Niemand wil een Big Brother die elk individu 24/7 in de gaten houdt. Maar geen politie wil ook niemand. Het waarnemingsvermogen van politie wordt steeds beter, denk aan extra camera’s op de weg, krijgt een steeds betere informatiepositie (big data en hierover kunnen redeneren) en kan steeds meer en beter met ketenpartners en publiek private partners ingrijpen. De politie krijgt momenteel nieuwe middelen, maar Bart van der Sloot vindt dat problematisch als die middelen niet werken en meer nadelen dan voordelen kennen. De politie is nu al bezig met Smart Cities in samenwerking met bedrijfsleven. Mandarijnengeur spuiten in de straat om geweld te voorkomen, onbewuste manipulatie van burgers om veiligheid te verbeteren. De overheid tast hier volgens hem de autonomie van burgers hiermee aan. Al deze experimenten vinden op dit moment plaats in een wettelijk niemandsland. De WRR pleit in haar rapport voor meer controle achteraf, maar ook tussentijds door bijvoorbeeld een autoriteit bescherming persoonsgegevens.
Publicatie van TNO over de volgende stap na predictive policing: prescriptive policing
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
Publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over Big Data gebruik bij de overheid
[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]
De afgelopen tijd zijn verschillende Twitteraccounts van critici van de Turkse regering gehackt. Het gaat onder meer om oud-Europarlementari?r Joost Lagendijk, de Belgische oud-premier Guy Verhofstadt en Nieuwsuur-journalist Jan Eikelboom.
De Turkse nationalistische groep ‘Ayyildiz Tim’ zegt de accounts uit protest te hebben overgenomen. De hackers verzetten zich tegen de “extreme houding van Belgi? en Nederland tegen Turkije en de moslims”.
Jan Eikelboom?had een aantal aanwijzingen waardoor hij wist dat de hack uit Turkije kwam. “Direct nadat mijn account was overgenomen, kreeg ik een waarschuwingsmail dat er was ingelogd vanuit Turkije. En ik zag dat mijn instellingen allemaal omgezet waren naar het Turks.”
Het is buitengewoon intimiderend. – Jan Eikelboom, verslaggever Nieuwsuur
Vanuit zijn gehackte account werden mensen benaderd die iets met Turkije te maken hebben. “Er was een bericht gestuurd naar een Duitse criticus van Erdogan waarin werd gevraagd om zijn priv?nummer. Die man had niks in de gaten, die dacht met een journalist te maken te hebben.”
“Op het moment dat ik mijn account weer in handen had, heb ik hem dat laten weten. Hij is zich helemaal rot geschrokken en zei ‘nu heb ik een probleem. Ze zitten me al op de huid vanuit Turkije, ik word bedreigd en nu hebben ze mijn telefoonnummer’. Het is buitengewoon intimiderend”, aldus Eikelboom.
Arnout de Vries van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) zegt dat het hacken al sinds het begin van Twitter en andere sociale media voorkomt. “Dat is al tien jaar dus. Soms ineens op heel grote schaal.”
Obama
De impact van het hacken kan groot zijn. In 2011 werd er een twitterbericht van Fox News de wereld ingestuurd. De president van de Verenigde Staten, Barack Obama, zou zijn neergeschoten en zijn overleden. Een groep genaamd scriptkiddies eiste de aanval op.
En in 2015 werd een belangrijk twitteraccount van de Amerikaanse strjidkrachten gehackt door aanhangers van Islamitische Staat (IS). Door het account werden Amerikaanse soldaten gewaarschuwd dat IS ‘eraan komt’. Ook werd er militaire informatie getoond over Noord-Korea en China en werden militairen bedreigd: ‘We zullen niet stoppen. We weten alles van jullie, van jullie vrouwen en kinderen.’
* Een?scriptkiddie?is een persoon die zich misdraagt op het internet. Hij maakt daarbij gebruik van technieken en hulpmiddelen die door anderen zijn ontwikkeld.
“Naast politieke of economische doeleinden (oplichting) kunnen er verschillende motieven voor het hacken zijn”, zegt De Vries. “Wraak, hacken voor de lol, spionage, afpersing en chantage. Maar ook smaad of om iemands imago te schaden, nep nieuws willen verspreiden of paniek zaaien.”
De populaire skateboarder?Hans Smits?werd gehackt om commerci?le redenen. “Ik probeerde in te loggen en dat lukte niet meer. Ik kreeg direct een melding dat de eigenaar het wachtwoord had veranderd. Toen zag ik ook dat direct de naam was veranderd en de profielfoto, dus dan weet je dat het mis is.”
Je bouwt zelf iets groots op en dat is in ??n keer weg, je wordt gewoon bestolen.– Hans Smits, skateboarder
Op het moment van de hack had Smits 215.000 volgers. “Dat zijn 215.000 skateboarders over de hele wereld. Dat is geld waard, de account zelf is gewoon geld waard en de marketingwaarde rondom een post al is veel geld waard”, zegt Smits.
Zijn account werd doorverkocht aan iemand die geld binnen wilde halen via advertenties. “Voor zover ik weet is er 700 euro betaald voor mijn account. Je bouwt zelf iets groots op en dat is in ??n keer weg, je wordt gewoon bestolen.”
“Het is zeer lucratief. Er wordt heel veel verdiend aan advertentie inkomsten, aan producten en diensten”, zegt De Vries. “Alleen al het aantal volgers dat kijkt op jouw account, bijvoorbeeld op een populair YouTube-account, kan tonnen opleveren. Er zijn heel veel partijen, bedrijven maar ook burgers en criminelen, die er geld voor over hebben. Er zijn levendige marktplaatsen waar in accounts gehandeld wordt.”
De Vries ziet een toename in het aantal hacks. “Het groeit omdat er steeds meer geld wordt verdiend met sociale media en er zijn steeds nieuwere platformen. Bij elk nieuw platform zie je eigenlijk weer dat men met vallen en opstaan toch ook de veiligheidsaspecten moet leren, omdat niet alles even goed beveiligd is.”
“Je hebt op dit moment als burger bij dit soort vergrijpen meer aan je slimme neefje dan aan de politie” – Arnout de Vries, TNO
Facebook, Twitter en ook Instagram hebben inmiddels een tweestaps-verificatie ingebouwd en een aantal andere veiligheidsmaatregelen genomen. De Vries: “Maar de eindgebruikers worden daar of heel slecht door ge?nformeerd of lezen het niet. Ze zijn zich er niet van bewust en nemen de tijd of moeite niet om het ook toe te passen.”
Iemand die is gehackt kan aangifte doen van een gestolen account bij de politie en er is een fraude helpdesk en een landelijk meldpunt internetoplichting, “Het is goed om het te melden want daarmee krijgen we ook betere cijfers”, zegt De Vries. “Er is eigenlijk heel weinig zicht op hoe grootschalig dit probleem in Nederland is.”
Maar veel moeten gebruikers er volgens De Vries ook weer niet van verwachten. “Je hebt op dit moment als burger bij dit soort vergrijpen meer aan je slimme neefje dan aan de politie.”
UTRGV heeft nu een nieuwe app gelanceerd: Campus Shield. Het is een app voor studenten die de veiligheid op de campus willen vergroten. “Het is heel eng om als er een donkere parkeerplaats is en er zijn nauwelijks auto’s,” zei Yisel Sanchez, UTRGV-student. Sanchez zegt dat het verlaten van de campus als het donker is een de normaalste zaak is als zij en vele anderen tot laat op de campus bezig zijn. Bezorgdheid wil deze app echter verhelpen.?”Met de nieuwe app kun je mobiel blijven, de co?rdinator kan contact met je opnemen en een gesprek met je voeren en je doorverwijzen naar de dichtstbijzijnde dienstdoende agent,” legt hoofdcommissaris Raul Mungia van de UTRGV Police Department uit.
Mungia zegt dat de app de blauwe noodtelefoons zal vervangen die op de hele campus zijn ge?nstalleerd. Met slechts ??n druk op de knop kunnen leerlingen met de nieuwe app hulp zoeken. Volgens het jaarlijkse veiligheids- en brandveiligheidsrapport van 2017 werden meer dan 100 misdaden gemeld aan de politie van beide UTRGV-campussen.
Sommige van de functies stellen studenten ook in staat een veiligheidsescorte aan te vragen en meldingen anoniem te doen.
Noodknop – Verzendt nauwkeurige locatie-informatie naar het telefoonnummer dat u aanwijst. Anonieme melding – Meld veiligheidsproblemen, verdachte activiteiten en misdaadtips. Kan ook worden gebruikt om een noodgeval te sms’en wanneer bellen niet ideaal is. Gebruik foto’s / video’s en meld anoniem. FriendWatch – Als uw vooraf ingestelde timer 0:00 bereikt, worden uw contactpersonen voor noodgevallen op de hoogte gebracht. Vrienden en familieleden kunnen op elkaar letten tijdens mogelijk gevaarlijke activiteiten. Campusbronnen – Toegang tot belangrijke documenten, procedures, kalenders, etc. allemaal op ??n plek. Garandeert dat iedereen informatie heeft bijgewerkt. Bespaart tijd en geld op afdrukken. Services – De knop ‘Services’ leidt naar de onderstaande optionele functies. Safe Walk – Vraag een veiligheidsescorte aan of neem contact op met een niet-noodnummer. Campuskaarten – Toegang tot campuskaarten. Busschema – Houd de lokale busschema’s bij.
Emergency Button?? Sends accurate location information to the phone number you designate using geo-fences.
Anonymous Report?? Report safety concerns, suspicious activities and crime tips. Also can be used to text an emergency when calling is not ideal. Use photos / videos and report anonymously.
FriendWatch?? If your pre-set timer hits 0:00, your emergency contacts are notified. Friends and family members can watch out for each other during potentially dangerous activities.
Campus Resources?? Access important documents, procedures, calendars, etc. all in one place. Ensures everyone has updated information. Saves time and money on print outs.
Services?? The ?Services? button leads to the optional features below.
Safe Walk?? Request a safety escort or contact a non-emergency phone number.
Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?
Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??
Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?
Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??
En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?
Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?
De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?
Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??
?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?
Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?
?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?
DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?
Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?
Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.
Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?
Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.
De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?
Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.
De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?
Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?
Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?
De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?
Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?
Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.
Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?
De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.
We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?
?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?
Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?
Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.
?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?
?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??
Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.
De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?
Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?
Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?
Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?
De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?
Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:
De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?
Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?
De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?
Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.
De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??
Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?
De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?
Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.
Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.
De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.
Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.
Pieter van Huis is een Nederlands lid van Bellingcat, internationaal platform voor burger-onderzoeksjournalistiek. Hij spreekt op het congres Participerende politie van 10 november a.s. Onderstaand artikel is tot stand gekomen middels een interview met Arnout de Vries,?onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO.
In maart 2012 begon Eliot Higgins, een werkloze Britse boekhouder, te bloggen over de Syrische oorlog onder
het pseudoniem Brown Moses. Door op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te
analyseren en te verifi?ren, kon hij laten zien dat het Syrische leger clusterbommen gebruikte. De opvolger van dit
blog werd het online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek Bellingcat, dat na een crowdfundingactie startte in de zomer van 2014.
Met Bellingcat wilde Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren.
?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je open source onderzoek uitvoert?, zei hij eerder in een interview
met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd onder meer ingezet bij ? en in Nederland ook veel bekender met ? de analyse van het neerhalen van vlucht MH17.
Een van de Nederlandse leden van Bellingcat is Pieter van Huis, vorig jaar cum laude afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Leiden en spreker op het congres over Participerende Politie.
“Ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als de afgelopen twee jaar”
Hoe kwam je met Bellingcat in aanraking?
?Ik was als student al langer ge?nteresseerd in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld, en ik kende Eliot
Higgins al eerder van naam, omdat we beiden actief waren op een forum waarop veel mensen de conflicten in het
Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden.
Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, begon met een blog waarop hij de wapenhandel richting Syri? in?kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube-video?s.?
?Nadat ik Eliot met een eigen onderzoek?had benaderd, dat ook werd geplaatst, nodigde hij me uit om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dat bestond toen nog uit slechts zeven man, maar het groeide door en hield zich uiteindelijk ook steeds meer bezig met andere onderwerpen.?
Wat was en is je motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?
?Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die
groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die
wij verzamelen en opslaan, zouden uiteindelijk weer voorgoed zijn verdwenen.?
?De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons
verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen wel een punt waarop hij of zij tegen een grens aanloopt. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief of semi-actief geweest, omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.?
Kun je wat projecten noemen waar jij je voor hebt ingezet?
?Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense
soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd.?
?Met een grondige analyse kon ik aantonen dat zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare
beelden op sociale media bleek dat militanten verkleed als burgers een politiebureau hadden bestormd. Een aanval
die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag, om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen van achter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers hadden geschoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig geweest. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet?echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst dan vaak af, een zogeheten ricochet.?
?Verder heb ik als gezegd ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om aan
te haken bij een project dat andere leden al veel langer bezighield. Maar op een gegeven moment raakte een aantal
van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Mede doordat ik goed bleek te kunnen samenwerken met heel actief lid en
Nederlander Daniel Romein, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.?
Kun je wat mooie resultaten noemen van Bellingcat-projecten?
?Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. En ik heb best veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren, tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders, een tactiek die wel vaker voorkomt.?
?Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig gebruik maakten van open
source-intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was
dus in het eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de
vermeende frontlinies, die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een
bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische
leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot echter aantonen dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.?
Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat?
?Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken
aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen
woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.?
?Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen?op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna
twintig mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit
verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de dertig, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.?
?De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal heeft journalistiek of Russisch of Arabisch gestudeerd en hield zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT?er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open sourceonderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.?
Een van de beelden van de Bukraket die MH-17 zou hebben neergehaald, die Bellingcat achterhaalde op Russischtalige social media (VK.com).
Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?
?In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden nogal eens het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners?daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot om te beginnen bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.?
?Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het
sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Om een omgekeerd voorbeeld
te geven: door een van ons was een artikel geschreven over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in
Kunduz in Afghanistan. Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk
te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel
doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.?
Zou Bellingcat commerci?ler kunnen gaan werken?
?Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms
houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. Maar ook dan wordt er geen geld voor gevraagd. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.?
?Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt
hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid een salaris te geven. Samen beheren zij de website.
Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank, om een rapport over
Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door
Vice. Maar een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.?
Hoe worden taken en werk verdeeld?
?We maken online gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis wordt doorgaans gevraagd om te assisteren.?
Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools die daarbij gebruikt worden?
?Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, Facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, met meerdere kunnen we nagaan of alles overeenstemt. Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden of de stand van de zon is dan belangrijk.?
?Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s
te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van
crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend euro.?
Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen?
?Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken
van sociale media in de toekomst een steeds grotere rol zal gaan spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.?
Welke risico?s zie je als mensen meedoen?
?Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook hebben gedaan, zoals ons Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.?
Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?
?Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten
veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journaals almaar bezig met het samenvatten van
de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen benen te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.? ?
Het tweede seizoen van tv-programma Hunted gaat maandag 6 november van start, bij AvroTros op NPO3. In dit programma proberen veertien deelnemers, de ?voortvluchtigen?, 21 dagen lang uit handen te blijven van een team van professionele opsporingsexperts. Deze ?hunters? worden dit seizoen ondersteund door QUIN, een voorspelmodel voor voortvluchtigen ontwikkeld door TNO.
QUIN ? een afkorting van Question & Investigate ? is het geesteskind van Selmar Smit, onderzoeker artificial intelligence. De software is in samenwerking met de Nationale Politie ontwikkeld met als doel de leeslast voor analisten in liquidatiezaken te verkleinen. ?We hebben de naam QUIN niet voor niets gekozen. De software is vergelijkbaar met het personage Mr. Quin uit de Agatha Christie-boeken, een mystiek individu dat komt en gaat en de hoofdinspecteur in het oor fluistert ?heb je daar wel aan gedacht?? Onze QUIN is een systeem dat gebaseerd is op het feit dat je een misdaad maar op een aantal manieren kunt begaan. Elke misdaad lijkt op een andere misdaad. Dat maakt dat je kunt inschatten wat een verdachte mogelijk gaat doen. QUIN kan analisten helpen om beschikbare data te verwerken en volgende stappen van verdachten te voorspellen?, legt Smit uit.
Hoe werkt het?
Op basis van gegevens die bekend zijn van een huidige casus en dezelfde informatie van oude zaken, kan QUIN voorspellingen doen. Denk aan persoonsgegevens, aan de casus gerelateerde gebeurtenissen zoals tijdstippen, locaties en vervoersmiddelen, en woonplaatsen van familie en vrienden. Smit: ?QUIN berekent de afstanden tussen twee casussen, het model vergelijkt verschillende zaken die op elkaar lijken. En kan aan de hand daarvan voorspellingen doen over waar een verdachte zich bevindt of zal gaan slapen. QUIN kan bijvoorbeeld uitspraken doen over of een verdachte waarschijnlijk in een hotel, bij vrienden of ergens anders zal gaan slapen en inschatten hoe groot de kans is dat diegene nog op een al bekende plek zit.?
Hunted als validatie
Het valideren van de effectiviteit van de ontwikkelde tool is echter lastig zonder toegang tot gevoelige data van (lopende) onderzoeken. ?En logischerwijs krijg je geen toegang tot politiedata zonder indicatie van de effectiviteit en je wil ook een lopend onderzoek niet verstoren met eventueel foutieve inlichtingen. Deelname aan het programma?Hunted?leek ons dan ook een mooie manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken. Er is geen sprake van gevoelige data maar wel (enigszins) realistische scenario?s. We hebben contact opgenomen met de productieleider en gelukkig waren ze enthousiast. We hebben QUIN beschikbaar gesteld aan het opsporingsteam en ik ben zelf als analist aan het team toegevoegd. Het was hartstikke leuk om drie?nhalve week mee te draaien binnen het opsporingsteam. Een mooie ervaring en natuurlijk heel anders dan je normale dagelijkse werkzaamheden?, vertelt Smit.
Goede voorspellingen
Ter voorbereiding zijn alle data van eerdere seizoenen van?Hunted, ook uit het buitenland, verzameld en ingevoerd in QUIN om zo te zien hoe deze voortvluchtigen ? het zijn natuurlijk geen echte voortvluchtigen ? zich gedragen. Bovendien is voor het programma een gelikte interface gebouwd. ?Tijdens de opnames van het nieuwe seizoen hebben we gezien dat QUIN een aantal keer goede voorspellingen heeft gedaan. De tool lijkt dus echt te werken!?, aldus Smit.
Het ontwikkelen van QUIN is natuurlijk een team effort geweest. ?Ik ben zichtbaar op tv, maar er staat een heel team achter me dat QUIN heeft ontwikkeld en gebouwd.?
Pilot
De politie heeft interesse in verdere samenwerking, mogelijk wordt er binnenkort een pilot met QUIN uitgevoerd. ?Met software als QUIN kunnen we de politie helpen te doen waar ze goed in zijn: boeven vangen. Deze tool is bovendien mogelijk ook interessant voor andere veiligheidsorganisaties en -diensten?, benadrukt Smit.
?Het werk van de veiligheidsdiensten wordt de komende jaren steeds meer gedreven door informatie en technologie?, vult Krishna Taneja, directeur National Security TNO, aan. ?Online en via bijvoorbeeld smartphones en auto?s wordt meer data verzameld dan het menselijk brein kan verwerken en analyseren. TNO probeert hiervoor oplossingen te vinden in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten en het bedrijfsleven. QUIN is hier een voorbeeld van en blijkt in de testfase ook de stap te kunnen zetten van ruwe data naar voorspellingen. Dit is de opmaat naar een fundamenteel andere werkwijze in het veld van data-analyse en predictie.?
?I have a certain friend ? his name is Mr Quin, and he can best be described in terms of catalysis. His presence is a sign that things are going to happen, because when he is there strange revelations come to light, discoveries are made.? Agatha Christie – The Mysterious Mr Quin
Nieuwe communicatiemiddelen zoals sociale media bieden politie en justitie grote kansen. Maar zij zien zich ook voor uitdagingen gesteld. Zo kunnen criminelen via het Dark Web terrorisme financieren en op verzoek misdaden plegen. Hoe gaan veiligheidsinstanties met deze kansen en uitdagingen om?
Rechter geeft stalker ?digitaal straatverbod? kopte de?NRC. EenVandaag maakte een uitgebreide?reportage?onder de titel??Politiewerk onder vergrootglas door social media?. Burgers kijken steeds meer mee met de politie en nemen bijvoorbeeld opsporingstaken (deels) op zich. Digitale burgeropsporing lijkt onvermijdelijk, maar het resultaat kan 2 kanten op rollen. Denk aan de ?kopschoppers van Eindhoven? voor een ongewenste wending van?burgeropsporing?waardoor de daders strafvermindering kregen.?Bellingcats rapport?over de MH17-ramp leverde juist een gewenst resultaat op, dat het Joint Investigation Team dankbaar in ontvangst nam. Om ??n ding kunnen we in ieder geval niet heen: sociale media hebben het veiligheidslandschap flink veranderd.
Nieuwe communicatiemiddelen
Wat doen veiligheidshandhavers in Nederland, maar ook ver daarbuiten nu met deze nieuwe communicatiemiddelen? Wat voor kansen bieden sociale media of het?Dark Web?en worden ze wel voldoende benut? Wat mag nu precies wel en niet? En welke bedreigingen moeten in de gaten gehouden worden? Kortom: wat moeten, mogen en kunnen veiligheidshandhavers, en wat juist n?et?
Het Dark Web is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is
Dit is een eerste artikel van een reeks waarin we antwoorden op deze vragen zoeken, als onderdeel van het Europese onderzoeksproject?MEDI@4SEC. Dat buigt zich over de kansen en bedreigingen die sociale media bieden voor veiligheidsinstanties.
Criminele handelingen op het Clear Web
Nieuwe communicatietechnieken zoals sociale media worden voor steeds meer criminele ? en ongewenste ? handelingen gebruikt. Denk bij ongewenste handelingen bijvoorbeeld aan cyberpesten, stalken, of het versturen van (doods)bedreigingen. In het 3-jarige onderzoeksproject wordt niet alleen gekeken naar wat er op het?Clear Web?gebeurt. Dat is het normale web, dat met een normale webbrowser toegankelijk is en via gebruikelijke zoekmachines als Google kan worden doorzocht.
Figuur 1: Metafoor voor het Clear Web versus het Deep web. Slechts een deel van de content op internet wordt ge?ndexeerd en getoond na een zoekopdracht
Illustratie: het CCV
Anonimiteit van het Dark Web
Juist het Dark Web (onderdeel van het Deep Web) is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is. Voor dit deel van het web heb je een speciale TOR-browser nodig en de webpagina?s worden niet door Google doorzoekbaar gemaakt (figuur 1). Criminelen maken handig gebruik (of eigenlijk misbruik) van deze nieuwe technologische mogelijkheden. Voorbeelden van nieuwe criminele toepassingen zijn:
IS-strijders werven, door middel van versleutelde berichten;
terrorisme financieren, door anonieme crowdfunding (concept waarbij vele mensen bijdragen aan de financiering. Betaling met Bitcoins waarborgt een bepaalde anonimiteit);
criminele cyberaanvallen aanbieden, zoals een DDoS (al vanaf 10 euro per uur);
misdaden op verzoek plegen, via?crimesourcing, of?crime as a service;
beeldmateriaal anoniem delen, door en voor pedofiel-netwerken.
Maar wat zijn nu eigenlijk de taken van de politie en het OM in deze digitale domeinen? Waar kan of moet het bedrijfsleven de handschoen oppakken? Wat kan, moet en mag men online doen om veiligheid te handhaven?
Internettrollen plaatsten een gerucht dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen
Hebben politie en justitie eigenlijk wel voldoende middelen, kennis en mogelijkheden om de verwachtingen in de digitale samenleving waar te maken? Of is er behoefte aan meer (nieuwe) middelen, zoals technische tools of kennis gericht op gedragsbe?nvloeding?
Kansen voor veiligheidsinstanties
Sociale media bieden voor verschillende operationele processen kansen voor de veiligheidsinstanties, waaronder de politie. Maar deze gaan vaak ook gepaard met uitdagingen en/of bedreigingen. Een aantal van deze kansen beschrijven we hierna.
Crisismanagement en alarmering
Sociale media worden hierbij bijvoorbeeld ingezet om snel een indruk te krijgen van de situatie (situational awareness), om hulpvragen te signaleren en eventueel uit te zetten. Toepassingen zoals Twitter of NL Alert worden hierbij gebruikt om mensen te informeren. De grote hoeveelheden berichten die moeten worden geanalyseerd en de interpretatie hiervan, vormen hierbij grote uitdagingen. Opruiende nepberichten die veel paniek kunnen veroorzaken zijn zelfs een bedreiging. Deze worden ook wel hoaxes genoemd. Een voorbeeld van een hoax is het bericht tijdens Project X Haren. Daarin werd met een foto als ?bewijs? aangekondigd dat er Hell?s Angels onderweg waren die ?wel even zouden komen helpen?. Een ander voorbeeld zijn internettrollen die een gerucht plaatsten dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen, terwijl de orkanen Irene en Sandy over New York raasden.
Surveillance
Analyse van berichten op sociale media kan de effectiviteit en effici?ntie van surveillance vergroten. Capaciteit kan op basis van verkregen inzichten worden ingepland en opgeschaald bij potenti?le incidenten en vermoedens van criminele activiteiten. Men experimenteert door soms vroegtijdig reacties op berichten te plaatsen met als doel gedragsbe?nvloeding. Tijdens grote evenementen gebeurt dit al. Bijvoorbeeld tijdens de Olympische spelen van 2012 in Londen of tijdens diverse evenementen in Nederland.
Voorkomen moet worden dan burgers voor eigen rechters gaan spelen
Er is grote behoefte aan het monitoren van online berichtenverkeer, maar partijen als Twitter en Facebook willen surveillancetoepassingen momenteel juist weer blokkeren om de privacy van hun klanten te beschermen. Wetgeving loopt achter op deze ontwikkelingen, maar er zijn ook kansen voor samenwerking doordat bedrijven, burgers en politie andere wettelijke kaders hebben.
Opsporing na een delict
Het?rapport?van Bellingcat over de MH17-ramp is misschien wel het beste recente voorbeeld van hoe sociale media het mogelijk maken om bij te dragen in een belangrijk politieonderzoek. Met meerdere gemotiveerde speurneuzen zijn vele beelden en inzichten samengebracht tot een serieus onderzoeksrapport met waardevolle informatie. Onderzoek van?Julian Foster?liet zien dat 54 procent van de bevraagde politieorganisaties waardevolle informatie ontvangen via sociale media. In het Verenigd Koninkrijk is zelfs het aantal zaken dat opgelost kon worden door Facebook te gebruiken, met 540 procent?gestegen. Achterblijvende wet- en regelgeving over wat wel en niet mag, ook in de samenwerking met burgers die digitaal sporen veilig proberen te stellen, vormt hierbij nog wel een uitdaging.
Community Policing
Sociale media faciliteren en stimuleren een?Community Policing-strategie?waarin iedereen mee kan werken aan veiligheid. Bekende voorbeelden in Nederland zijn de WhatsApp-buurtgroepen. Een van de uitdagingen bij deze moderne vorm van Community Policing is om de groepsdynamiek en samenwerking in goede banen te leiden. Voorkomen moet worden dat burgers voor eigen rechter gaan spelen. Juridisch ligt het lastig om als wijkagent onderdeel te worden van een WhatsApp-buurtgroep, terwijl men wel op nieuwe manieren met elkaar in contact wil staan.
Intelligence
Sociale media en Dark Web vormen rijke bronnen van informatie die met behulp van (complexe) analyses tot politionele intelligence kunnen worden veredeld. Sociale media bieden bovendien toegang tot een ?wisdom of the crowd?. Zo beschikt de Nederlandse politie over nieuwe organisatieonderdelen zoals Real-Time Intelligence Centers (RTIC), die collega?s van relevante informatie ten tijde van incidenten kunnen voorzien. Ook wordt er ge?xperimenteerd met nieuwe technologie zoals Predictive Policing. De politie van de Australische staat?Victoria?gebruikt sociale media intelligence zelfs om te kijken naar de prestaties van hun eigen medewerkers. De politie moet leren omgaan met blijvende uitdagingen, zoals de overmaat aan berichten die uit verschillende sociale media en fora op het Dark Web moeten worden gedestilleerd en geanalyseerd. Dat geldt ook voor de interpretatie van deze berichten in combinatie met de relatieve anonimiteit van de afzenders.
Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel ging in op algemene kansen en bedreigingen voor veiligheidsinstanties, en in het bijzonder een aantal operationele taakstellingen van de politie. In volgende artikelen zullen 6 specifieke thema?s centraal staan: 1)?Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.
Technologische en digitale ontwikkelingen gaan zo snel dat het noodzakelijk is om de informatiepositie van de overheid te versterken door de ?buitenwereld? hierin een actieve rol te laten spelen.
Burgers en bedrijven zijn al volop bezig met opsporen en handhaven niet alleen op terreinen als woninginbraken of verstoring van de openbare orde, maar ook op het gebied van cybercrime, terrorisme, kinderporno, financieel-economische fraude.
Tot hoe ver kan worden gegaan met inzet van loktieners, ethische hackers, sleutelpersonen i.v.m. radicalisering en cybercrime? Waar stop de burgerplicht en begint eigenrichting?
Tijdens dit congres schetsen private organisaties als bijvoorbeeld?Bellingcat?en deskundigen vanuit politie, Openbaar Ministerie en gemeenten kansen en risico?s als het gaat om:
Welke informatie kan met wie worden gedeeld?
Hoe om te gaan met screening en beveiliging van data?
Voldoet het stelsel van strafvordering nog wel?
Wat moet verbeteren in de samenwerking binnen de lokale driehoek?
Leer?tijdens deze dag maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en beperk de eventuele risico?s en ?last? die participatie met zich mee kan brengen.
Het programma:?
09.00u – Registratie en ontvangst met koffie en thee
09.30u -?Opening en inleiding door de dagvoorzitter?Greetje Bos -?Officier van Justitie
09.50u -?Woord van Welkom?Paul van Musscher, Politiechef Eenheid Den Haag?
10.00u -?Niet werken v??r maar m?t burgers en bedrijven -?Hans Sch?nfeld – Persoonlijk Strategisch Adviseur van de Korpschef en Portefeuillehouder Innovatie
Profiel van de nieuwe politie
Alle plannen, broedplaatsen en innovatieve projecten op een rij
Experimenterend leren
10.30u -?Netwerkpauze
10.50u -?Do it yourself policing -?een overzicht van stand van zaken, toekomst en internationale ontwikkelingen van participerende vormen van policing. -?Arnout de Vries – Senior innovator, TNO
Na deze lezing kunnen er vragen worden gesteld vanuit de zaal.
11.20u -?Terrorisme en actieve inzet van burgers en private partijen -?Pieter van Huis – Medewerker, Bellingcat
Na deze lezing is er gelegenheid om vragen te stellen vanuit de zaal.
12.00u -?Doorloop naar workshops
12.10u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren
Workshopronde 1 – Maak uw keuze uit een van deze sessies
Aan de hand van praktijkvoorbeelden gaan deelnemers in kleinere setting met elkaar in gesprek over:
Hoe zorgen we voor maximaal profijt van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s?
Wat moet er veranderen en verbeteren in termen van juridische kaders, capaciteit in uitvoering en cultuur?
1.1?Samenwerking tussen politie en bedrijfsleven in geval van een digitale dreiging / afpersing
Rob van Bree, Hoofd regionale recherche Noord-Holland, Politie
Maike Borst, Operationeel Specialist Digitale Expertise, Team Internet Opsporen (TIO)
Hoe kan samenwerking er in de praktijk uit zien?
Wat betekent dit voor gegevensuitwisseling en communicatie?
Samen werken of samenwerken?
NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie
1.2 Misdaadbestrijding door burgers: praktijkcasus burgerpreventie initiatief Glanerbrug
Wendy Schreurs – Promovenda Burgerparticipatie in het Politiedomein, Universiteit Twente
Jeroen Sluik, Initiatiefnemer burgerpreventie initiatief Glanerbrug Dennis Baaijens, Wijkagent Glanerbrug
Inzicht in motieven en voorkomen van eigenrichting
Wat motiveert burgers om zelf in actie te komen en zelfs over te gaan tot geweld of het overschrijden van de wet?
Hoe bewaak je de grens tussen participatie en eigenrichting?
Hoe begeleid je / werk je als politie en gemeente samen met burgers?
1.3 Samen zoeken naar vermiste personen, hoe doe je dat goed?
Irma Schijf – Mede-Auteur Handboek Vermiste Personen, Programma Manager Social Media, Politie
Achterblijvers of betrokken burgers ondernemen zoekacties naar vermiste personen. Soms gaat het om relatief kleine acties en in andere gevallen is er sprake van zoeken op grotere schaal en soms ook door derden in georganiseerd verband. De politie staat positief tegenover de participatie van de burger. Soms worden burgers zelfs al door de politie gevraagd om mee te zoeken. Maar?:
Hoe zorg je dat deze samenwerking vlekkeloos verloopt?
Welke informatie kan en mag je extra delen?
Wanneer kun je samen zoeken en wanneer niet?
Wie leidt de zoekactie?
Wat als er een schokkende vondst wordt gedaan?
13.00u -?Lunch
13.45u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren?
Workshopronde 2 – Maak uw keuze uit een van de sessies?
2.1 Sociale media en opsporing Ron de Milde – Directeur Nieuwe Media en Digitale Dienstverlening, Politie
De politie heeft de samenleving nodig om misdrijven op te lossen. De rol van social media daarin is cruciaal en onmisbaar. Digitale ontwikkelingen gaan echter razendsnel. Blijven zitten in het warme bad van vandaag betekent dat je de koude douche van morgen krijgt.
Ron de Milde neemt u mee in de mogelijkheden die social media biedt om burgers een actieve rol in politiewerk te geven. Wat is ervoor nodig om hiervan optimaal gebruik te maken, wat zijn randvoorwaarden en waar moeten we vandaag mee aan de slag om die koude douche te voorkomen?
2.2?Samenwerken aan maatwerk voor complexe problematiek Esther Jongeneel, Manager Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond
Het Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband waar partners uit de bestuurlijke-, straf-, civiele- en zorgketen onder ??n dak samenwerken aan de persoonsgerichte aanpak van overlastgevende personen en/of verdachten van strafbare feiten. Het Veiligheidshuis is gericht op de aanpak van complexe problematiek. Hierbij moet domeinoverstijgend samengewerkt worden om een goede aanpak tot stand te brengen en zo het verschil te kunnen maken. De focus ligt steeds meer op een gebiedsgebonden aanpak om zo nauw samen te werken met het lokale veld.
Hierbij maakt het Veiligheidshuis onderscheid tussen kwetsbare personen en het cluster High Impact Crimes. Om verdachten al in een vroeg stadium goed en compleet in beeld te krijgen, zodat de juiste aanpak kan worden opgezet, is sinds kort het Regionaal Informatie- en Kennis Knooppunt (RIKK) opgericht.
In deze workshop zal Esther Jongeneel uitleg geven over het RIKK en alles wat hierbij komt kijken. Daarnaast zal zij inzoomen op het gebiedsgebonden werken aan de hand van een pilot gebiedsgericht werken die op dit moment loopt in Rotterdam. Ook zal zij dieper ingaan op de samenwerking tussen sleutelfiguren in de aanpak Radicalisering.
2.3 Autoverhuurbedrijf: hoe een publiek-private samenwerking veelbelovend begon en leerzaam afliep Kevin van der Made, Financieel Expert, Dienst Landelijke Recherche Joost Heijn, Teamleider Finec 3, Dienst Landelijke Recherche
Publiek-private samenwerking is niet nieuw. Het zou wellicht tot het standaard repertoire van de politie moeten behoren. De praktijk, zoals de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang, blijkt weerbarstig. Toch kan de sleutel tot succes uit onverwachte hoek komen. Het is dan de vraag of het nog nodig is om tot het (strafrechtelijke) gaatje te gaan. Hoe denk jij hierover?
Een praktijkvoorbeeld van een publiek-private samenwerking
Hoe een veelbelovende samenwerking en de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang toch anders uitpakte
Lessons learned
NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie
Interview door de dagvoorzitter over onder meer de vraag hoe maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s? -?Asje van Dijk – Burgemeester van Barneveld
15.30u -?Informatie delen met en controle op ‘amateur speurhonden’ -?Oebele Brouwer – Officier van Justitie, Landelijk Parket Rotterdam
Mogelijkheden en risico?s van burgers in opsporing en handhaving in relatie tot privacy, informatiedelen etc?
Is het stelsel van strafvordering voldoende ingesteld op de nieuwe, steeds groter wordende rol van burgers en private organisaties in de opsporing van strafbare feiten?
Waar stopt de burgerplicht en begint eigenrichting?
16.00u -?Cruciale inzichten en conclusie -?Bob Hoogenboom -?Hoogleraar forensic business studies Nyenrode en bijzonder hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit
Welke inzichten zijn opgedaan?
Wat zijn de laatste brandende vragen?
En wat valt op, als we de dag overzien?
16.30u -?Uitreiking Piet van Reenen Prijs?(beste artikel Tijdschrift voor de Politie)
Nederlandse app combineert buurtwacht-appgroep met alarmsysteem
Gaat het alarm af? De Nederlandse app Neighboursecure stuurt direct een appje naar de buren, die meteen een kijkje kunnen nemen. Zo hoeven alarmbezitters niet meer te wachten op het dure beveiligingsbedrijf dat pas veel later op de melding af komt.
?Neighboursecure combineert het alarmsysteem dat je al in huis hebt hangen, met de veiligheid van een buurtwacht-appgroep?, aldus oprichter Benoist Claassen.
Met de Neighboursecure-app stel je het alarm zo in, dat die bij het afgaan van het alarm contact opneemt met de alarmcentrale van Neighboursecure. Die stuurt direct een bericht naar de huiseigenaar ?n de buren die zijn aangesloten in de app. De alarmbezitter en de buren kunnen onderling direct afstemmen wie een kijkje gaat nemen, of wie bijvoorbeeld de politie belt.
“Beter dan een beveiligingsbedrijf”
Claassen: ?Eigenlijk is het raar. Veel mensen kopen een alarmsysteem, maar stellen die dan zo in, dat je zelf de enige bent die een melding krijgt. Maar ja, jij bent bezig met een etentje en dus niet in de buurt. Of ze sturen de melding door naar een contractueel vastgelegd beveiligingsbedrijf. Maar die zijn duur, en komen volgens hun protocol vaak pas een kwartier na de melding kijken. Dan is het kwaad al geschied. Neighboursecure is een veel logischere oplossing: je informeert automatisch je buren. Die kunnen tenminste direct kijken.?
Maakt alarmsystemen slim
Neighboursecure werkt met vrijwel alle alarmsystemen die op de telefoonlijn zijn aangesloten, of de set nou van een beveiligingsbedrijf of een bouwmarkt komt. Het maakt een slimme alarmcentrale van alle budgetsystemen en bekende merken als Elro, Blaupunkt, Gigaset, Eminent, Smanos, Honeywell en eTiger-alarmsystemen.
60% inbraken in winterperiode!
Neighboursecure komt op precies het goede moment, direct na het ingaan van de wintertijd. Volgens de Nederlandse politie vindt 60 procent van de inbraken plaats in de donkere winterdagen tussen oktober en maart.
Claassen: ?Cijfers hebben al uitgewezen dat er minder inbraken zijn in buurten waar WhatsApp-preventiegroepen zijn. Lang niet iedere buurt heeft zo?n appgroep, maar het mooie is dat je er voor Neighboursecure ook nog geen hoeft te hebben. Je nodigt eenvoudig je buren uit in de app en die krijgen vanzelf een bericht. Neighboursecure is de logische volgende stap voor het verbeteren van veiligheid van jezelf en de buurt.?
Neighboursecure is gratis te downloaden voor iOS en Android.?Neighbour Secure kan gebruikt worden voor verschillende alarm systemen. Het is belangrijk dat je alarm systeem beschikt over een telefoon of SMS functie.
Misschien zit je er zelf ook wel in eentje: een buurtwhatsappgroep. Ze groeien in Nederland als kool: er zijn er inmiddels zo’n 7300. De speciale appgroepen zijn vaak bedoeld om verdachte personen te melden aan buurtgenoten.
“Niet dat ik mij onveilig voelde, maar ik vind het een prettig idee als mijn buren alert zijn. Je hoort en ziet zoveel dingen tegenwoordig”, zegt Marja Veldt – de Jong. Zij is beheerder van de buurtwhatsappgroep in Middenbeemster.
Zo’n 70 van de 115 huishoudens in haar wijk zijn lid. “Sommige buurtbewoners willen er niet in. Soms omdat ze gedoe hebben met hun buren of andere wijkbewoners en niet met hen in een groep willen zitten. Anderen zijn sowieso meer op zichzelf.”
Bekijk de uitzending van Nieuwsuur?(vanaf minuut 8.30)
Exponenti?le groei van BuurtWhatsapp groepen in Nederland
Gevoel van veiligheid
Stephanie Nap nam twee jaar geleden het initiatief voor Whatsapp Buurtpreventie, kortweg de Buurtwhatsapp. Aanleiding was een poging tot inbraak bij haar thuis. “De politie was snel ter plaatse, maar wat kon ik doen om de buurt snel te informeren? Zo is de Buurtwhatsapp geboren.”
De appgroep lijkt te voorzien in een behoefte. “Het kan het gevoel van veiligheid stimuleren”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. “Maar er zijn ook allerlei groepen waarbij de appgroep juist niet bijdraagt aan veiligheid, of waar het zelfs het gevoel van onveiligheid vergroot.”
De Vlaamse psychiater en hoogleraar Damiaan Denys woont nu zeventien jaar in Nederland. In die tijd heeft hij het land zien veranderen van een ontspannen samenleving naar een angstmaatschappij. En al die angst is volgens hem niet terecht.
“We hebben het gevoel in een gevaarlijke samenleving te leven, terwijl dat niet zo is. We leven juist in een tijd waar mensen relatief veilig zijn. En toch zijn we overal bang voor: voeding, het weer, ziektes”, zegt Denys.
Angst is niet pers? slecht, maar als maatschappij slaan we volgens hem door. De psychiater vindt dat Nederland extreem op controle is gericht. Dat komt terug in de vele protocollen en richtlijnen die we hebben.
“Het effect van die regels is dat men nog banger wordt. Hoe meer je gericht bent op controle, hoe meer je de wereld vanuit angst beziet. De beste manier om angst aan te gaan, is om de werkelijkheid te confronteren.”
Onterechte beschuldigingen
De psychiater wijst ook op de buurtwhatsappgroepen die?zo populair zijn in Nederland. De speciale appgroepen zijn onder meer bedoeld om de veiligheid in de buurt te vergroten, maar kunnen juist het tegengestelde effect hebben.
“Met zo’n buurtwhatsapp kunnen mensen voor hun gevoel iets doen. Maar eigenlijk cre?er je door die waakzaamheid nog meer angst. Alles wat niet past in het eigen wereldbeeld, wordt gezien als gevaarlijk.” Met het gevaar dat mensen onterecht worden beschuldigd, zegt Denys.
Denys noemt ook de rol van de media en het nieuws als het gaat om het aanwakkeren van een angstgevoel. Al zijn de media zich daar niet altijd van bewust, ze verkopen angst en vergroten zo het wantrouwen.
“Als je bijvoorbeeld de koppen in de krant leest. Gevaar, oorlog, bedreiging, angst. Je moet heel scherp zijn om je daar niet door te laten leiden. Mensen krijgen nu soms ten onrechte de indruk dat de wereld vol gevaren zit.”
De enige manier om die angstcultuur te doorbreken is de angst onder ogen te zien, benadrukt Denys. “Dus juist die vreemde man op straat aanspreken in plaats van hem te melden in een buurtwhatsappgroep. En de Polen die hier werk zoeken juist vriendelijk tegemoet treden. Want we zijn tegenwoordig vooral bang voor elkaar.”
“Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen” -?Arnout de Vries, onderzoeker
De Vries vertelt over excessen waarbij bijvoorbeeld alle Polen uit een dorp continu werden gevolgd via een buurtwhatsappgroep. En eentje waarbij leden massaal achter een vermoedelijke inbreker aangingen. “Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen”, zegt de onderzoeker.
Het kan ook andere onrust veroorzaken. Bijvoorbeeld als een doodgewone glazenwasser wordt aangezien voor een inbreker, en de hele buurt in rep en roer is. Of wanneer oplettende buurtbewoners het geheime liefdesleven van een buurman onthullen, omdat ze zo vaak een vreemde auto voor zijn huis zien.
En dan zijn er nog de ruzies en irritaties die ontstaan omdat lang niet ieder lid zich aan de spelregels van de Buurtwhatsapp houdt. Oproepen van vermiste katten of het verzoek om de vuilniszakken buiten te zetten, worden niet altijd gewaardeerd.
“Een buurtwhatsapp is niet bedoeld als buurthuis, dus af en toe grijp ik in”, zegt beheerder Veldt – de Jong. “Dan speel ik even de wijkagent. Sommige mensen sturen dan duimpjes, maar je ziet ook meteen dat mensen de groep verlaten. Die hebben daar geen zin in.”
Danielle Kloos en Paul Dirks beheren samen tien buurtwhatsappgroepen in Heiloo. Daarin zitten zo’n 1500 mensen. Ze snappen wel dat mensen afhaken bij onzinberichten. “Als je een duimpje verstuurt, komt dat bij zo’n 200 mensen binnen. Daar zitten zij niet op te wachten”, zegt Kloos.
Zij en Dirks grijpen ook altijd in. “Sommigen vinden ons streng. Of gaan de discussie met ons aan. Dan zeggen ze dat het aardig was bedoeld. Dat geloven we ook. Daarom proberen we altijd op een positieve manier te reageren, maar we kunnen het nooit voor iedereen goed doen. Die hoop hebben we ook niet.”
Bekijk hier de reportage en het studiogesprek met psychiater en hoogleraar Damiaan Denys.