Tagarchief: opsporing

Alexa was mogelijk getuige van een moord

echo

Een nachtelijke moord in de Amerikaanse staat Arkansas wordt mogelijk opgelost met hulp van een excentrieke getuige: een slimme AI assistent met de naam Alexa. De politie denkt dat het apparaatje Echo van Amazon – dat normaliter vragen over het weer en de files beantwoordt – per abuis heeft opgenomen hoe verdachte James Bates zijn Walmartcollega Victor Collins heeft vermoord.

Amazon Echo deed twee jaar geleden als eerste grote speler zijn intrede met een stemassistent voor in de huiskamer. Aan de?slimme speaker Echo?kan alles worden gevraagd; hij zoekt het allemaal op. Verder kan hij muziek afspelen, afspraken verzetten en, natuurlijk, spullen kopen via Amazon. Na Amazon volgde onder andere?Google met de Home, een vrijwel identieke speaker. Tegenwoordig kost een Echo Dot minder dan 50 dollar en kun je zelfs in een six pack of twelve pack kopen. In elke kamer dus een persoonlijke assistent is het idee.


De kritiek op Echo en soortgenoten is dat de microfoon altijd aan staat en dus in principe de hele tijd mee kan luisteren. Welke gevolgen dit kan hebben, blijkt nu bij het onderzoek naar een moordzaak in Arkansas.

Alexa, Siri, Cortana

Alexa van Amazon wordt vaak in combinatie met een zogeheten Echo-speaker gebruikt, en beantwoordt hetzelfde soort vragen als spraakassistentes Siri (Apple) en Cortana (Microsoft). Daarnaast kan ze op verzoek muziek afspelen. In principe neemt het apparaatje alleen geluid op als het eerst ‘Alexa’ hoort, maar eerder bleek al dat de assistent bij andere geluiden toch per ongeluk aan gaat. Opnames worden overigens niet op het apparaat zelf bewaard, maar wel op de servers van Amazon. Die servers kunnen de definitieve schuld van Bates bewijzen, zo denkt de politie in Arkansas, maar Amazon geeft vooralsnog geen enkele sjoege.

Met Siri is ook al eerder een moord opgelost, toen een Amerikaan na het plegen van een moord aan Siri vroeg waar hij het lichaam het best kon dumpen.?Letterlijk zei de man: ?Ik moet mijn huisgenoot verstoppen.? Waarna Siri antwoordde met: ?Wat voor plek zoek je? Een moeras, waterreservoir, staalfabriek of een vuilnisbelt???Het antwoord komt voort uit een ingebouwde grap van Apple die inmiddels niet meer beschikbaar is?in Siri. Als je de spraakassistent letterlijk vroeg: ?Wat is de beste plek om een lichaam te verbergen?? kreeg je tot voor kort bovenstaand antwoord.

Internet of Things en Artificial Intelligence

Eerder werd Bates al verraden door zijn slimme watermeter. Dat apparaat liet zien dat de Amerikaan rond het tijdstip van Collins overlijden ruim 500 liter water heeft verbruikt, volgens politie om bloed met een tuinslang van het terras te spoelen. Het lichaam van Collins werd in Bates’ jacuzzi gevonden.

James A. Bates had de bewuste nacht nog samen met enkele collega’s naar American football gekeken met wat biertjes. Bates liet twee vrienden in zijn huis overnachten en ging dan slapen, zo vertelde hij aan de politie. Maar toen hij wakker werd, lag Collins in de jacuzzi te drijven. De politie zag vrij snel dat er kwaad opzet in het spel was.

Gebroken flessen en enkele bloedvlekken rond de jacuzzi deden vermoeden dat er zich een gevecht had voorgedaan. En enkele dagen later werd dat ook bevestigd: de autopsie wees uit de Collins was vermoord. De politie voerde onmiddellijk een huiszoeking uit in het huis van James A. Bates.

In het huis trof de politie tal van ‘smarthome’-toestellen aan, waaronder een slimme thermometer, een slim alarmsysteem, een draadloze monitor voor het weer en… een Amazon Echo.

Amazon?weigert

Volgens?The Information?heeft de politie Amazon opdracht gegeven om alle opnames van verdachte James Andrew Bates over te dragen. Hij gebruikte namelijk de slimme speaker in zijn huis. De politie hoopt in de opnames aanwijzingen te vinden voor de moord.

Aan?Engadget?laat Amazon weten niet mee te willen werken aan het verzoek. “Amazon zal informatie over klanten niet vrijgeven zonder een geldig en bindend juridisch verzoek.” Wel was al bekend dat het bedrijf metadata van de speaker aan de politie heeft overgedragen. Amazon zegt verder niets te registreren zonder dat het wake-up woord ‘Alexa’ wordt gehoord.

De zaak doet denken aan de vergrendelingszaak waarin Apple in 2015 was verwikkeld. Toen vroeg de FBI of Apple toegang wou verlenen tot de iPhone van een terroristenkoppel dat 14 mensen had doodgeschoten in San Bernardino in Californi?. Het kostte de FBI toen veel moeite om de iPhone op eigen kracht te hacken.

Amazon ging toen samen met enkele andere techgiganten achter Apple staan. Amazon-CEO Jeff Bezos liet optekenen dat hij technologie omarmt die moeilijk te hacken is door de overheid, zelfs wanneer die overheid een bevelschrift heeft. Het is dus weinig verwonderlijk dat Bezos nu niet wil meewerken aan deze nieuwe vergrendelingszaak.

 

App: Verhoord

Op vrijdag 25 november en zaterdag 26 november organiseerde het ministerie van Veiligheid en Justitie een?appathon. Het doel van de appathon was om de agent op straat optimaal te voorzien van technische hulpmiddelen. Het bedrijfje Milvum maakte een ?Verhoord app?, een blockchain concept dat de 1ste prijs bij de Appathon VenJ 2016 binnensleepte. Hoe is Milvum te werk gegaan tijdens deze hackathon?

anp-900_47702020

Een Appathon is een wedstrijd voor app-ontwikkelaars die twee dagen lang aan de slag gaan met het bedenken van een slimme oplossing voor een gesteld vraagstuk.
Dit vraagstuk gaat over het ontwikkelen van een applicatie om de agent op straat te ondersteunen bij het maken van geluidsopnamen, zoals verklaringen van slachtoffers, mogelijke daders en getuigen en vervolgens te kunnen gebruiken voor politietaken en in de strafrechtketen (digitaal) te delen wanneer het tot vervolging komt.

App voor geluidsopnamen

Foto, film en geluidsmaterialen (multimedia) zijn inmiddels onlosmakelijk verbonden met ons priv?- en werkleven. Deze multimedia producten vormen ook een steeds belangrijker onderdeel van het opsporings- en aansluitende juridische proces. Om ervoor te zorgen dat de multimedia producten aan het einde van het proces?-?het strafproces?-?nog steeds bruikbaar zijn, is kwaliteit van groot belang. Kwaliteit van het product zelf, maar ook de kwaliteit van het proces. Naast de burger en ondernemer is de politie de grootste ‘maker’ van film-, foto- en geluidsmateriaal. Om de agent op straat? te helpen multimedia producten te maken van goede kwaliteit wordt aan de app-ontwikkelaars gevraagd te komen met een oplossing in de vorm van een app.

Lees hieronder een verslag dat ook op de website van Milvum staat:

Aanpak

Emine ?zyenici, directeur Informatisering & Inkoop, gaf aan door vooral te kijken naar wat er nog niet is. Foto en video zijn middelen die beide al ingezet worden door de politie, maar geluid blijft nog enigszins achterwege, dus tijd om van start te gaan! Hoe breng je slimmer werken en innovatieve technieken samen om het algehele proces van verhoor tot en met de rechter te kunnen verbeteren? Alle ketenpartners moeten profiteren van de applicatie, dus zij moeten allen ook onderzocht worden. Belangrijk hierbij is om ook draagvlak vanuit de eindgebruikers te hebben. Deze bottom-up approach, door ook goed in gesprek te gaan met de politieagenten, typeert de aanpak van Milvum. Waarde moet voor iedereen gecre?erd worden, maar door goed te luisteren en onze kennis van nieuwe technologie?n in te zetten, is Milvum met de ?Verhoord app? gekomen.

milvum-hackathon-venj-verhoord-blockchain-aan-het-werk-500x313

De ?Verhoord app?

Milvum is met een oplossing gekomen waarbij een nieuwe technologie als blockchain op een laagdrempelige manier wordt ingezet door middel van de ?Verhoord? applicatie. Hoe werkt de app precies?

Op het moment dat de app door een politieagent met ??n klik wordt opgestart, begint direct de opname. Metadata zoals de locatie worden automatisch ingevuld en het ID wordt gescand door de koppeling met MEOS. De agent verwerkt de basiszaken met behulp van zijn telefoon, kan tevens gesprekken opnemen en realtime de kwaliteit van de opname zien. Dat laatste geeft de app weer door een combinatie van geluidsgolven en kleur. Daarnaast kan de agent via een ontwikkeld web portaal verder werken, namelijk door het scannen van een QR code hoeft hij geen inloggegevens meer te onthouden en logt hij eenvoudig in met zijn telefoon. Hij ziet vervolgens meteen een overzicht van zaken waaraan hij al werkt en welke opnames er al binnen dat dossier gemaakt zijn. Door op een opname te klikken, ziet hij wanneer hij zelf en degene die verhoord werd aan het woord was. De oplossing biedt dus ook de mogelijkheid om verschillende stemmen van elkaar te onderscheiden. Met een druk op de tijdslijn kunnen aanvullingen of opmerkingen worden toegevoegd. Aan het einde van het proces kan het geluid worden omgezet naar tekst in een pdf, waarna een handtekening wordt gezet en alles (digitaal) op de post gaat naar de Officier van Justitie.

verhoord2 verhoord1 verhoord3

 

Authenticiteit met Blockchain

Om de authenticiteit, of terwijl de geldigheid van de opname te valideren, wordt er gebruik gemaakt van een blockchain concept. Milvum zet blockchain in om een vingerafdruk (hash) te maken (vaststelling van het brondocument). Elk audiobestand heeft een vingerafdruk en door hier een timestamp (datum en tijd) aan toe te voegen, wordt een unieke waarde in de blockchain opgeslagen. Dat maakt de controle door justitie en OM op het brondocument eenvoudig. Door de inzet van de blockchain kunnen meerdere partijen de authenticiteit controleren en dat maakt de oplossing ook decentraal inzetbaar.

Waardevolle Innovatie

In de oplossing van Milvum is het proces van verhoor tot en met de rechter verbeterd. ?Wij vinden dat Milvum hoog scoort op het innovatieve onderdeel. De weergave van het geluid in golven en gerelateerde kleuren zijn leuk en gebruiksvriendelijke gekozen. Doorslaggevend voor het beste functionele ontwerp is de combinatie van bovenstaande aspecten met machine learning en de inzet van de nieuwe technologie blockchain. Dat jullie daarmee een ontwikkeling voor de hele keten voor ogen hebben, maakt de oplossing duidelijk en overtuigend.?, zo concludeerde Ronald Barendse ? Secretaris Generaal en CIO van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

[slideshare id=69863137&doc=venjappathon-161206075937&type=d]

Bronnen: Milvum, Rijksoverheid.

Waarom een online bedreiger meestal vrijuit gaat

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM - Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM – Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

Vergelijk de aanpak van online bedreigingen met een grote trechter. Bovenin gaan een heleboel tweets, facebookposts en berichten vol dreigende taal. Aan de onderkant blijft maar een klein deel van de zaken over die voor de rechter verschijnen.

“Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is” – Arnout de Vries, TNO

Dat vervolging voor online bedreigingen zo lastig is, begint al bij de opsporing van afzenders. De 37-jarige man die eerder deze week werd aangehouden voor een filmpje waarin het hoofd van Sylvana Simons op een lynchpartij was gefotoshopt, meldde zichzelf bij de politie. Maar vaak is de opsporing lastiger, omdat het bericht wordt verstuurd via een anoniem account en een anonieme server.

Bovendien is een dreigend bericht niet altijd klip en klaar een bedreiging. Dat heeft vooral te maken met context. Zoals: is iemand in staat om de bedreiging echt uit te voeren? Is het bericht bedoeld als grap? Of is het taalgebruik nou eenmaal de manier waarop bepaalde groepen communiceren? “Om een simpel voorbeeld te geven: ‘Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is”, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en maatschappelijke veiligheid.

Hij maakte samen met de politie een schatting van de hoeveelheid dreigementen die dagelijks over het internet vliegen: tienduizenden als je de context niet meeneemt, en als je dat wel doet enkele tientallen. En dat is alleen op het openbare net, de bedreigingen via bijvoorbeeld e-mail zijn niet meegeteld – ook daar krijgt iemand als Simons volop mee te maken.

Onmogelijk

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK - Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK – Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Je kunt onmogelijk van de politie verwachten dat ze achter al die online bedreigingen aan gaat, zegt Ron Ritzen, docent rechtspsychologie aan de Juridische Hogeschool Avans/Fontys. “Ik vind dat er weleens makkelijk wordt verwezen naar de politie voor een hardere aanpak. Maar het strafrecht is eigenlijk het laatste middel in de keten. Liever zou je zien dat de samenleving veel van de verzenders zelf bijstuurt.”

Ook De Vries erkent dat. “Er worden vooral jongeren gepakt voor het versturen van dreigberichten en je kunt je afvragen of het een kwestie van opsporing is, of meer een kwestie van opvoeding.”

Maar los daarvan is het ook een kwestie van prioriteit bij de politie, denkt hij. “Online dreigementen gericht aan personen kun je in het lijstje zetten van wraakporno of cyberpesten. Het veroorzaakt groot persoonlijk leed, maar heeft in veel gevallen geen grote maatschappelijke impact. Dan staat dat momenteel niet bovenaan de prioriteitenlijst van de politie.”

Monitoren

“Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was”. – Ron Ritzen, docent rechtspsychologie

Volgens De Vries is de politie wel veel meer online aan het monitoren dan een aantal jaar geleden. Zo zijn er speciale teams die het internet afstruinen op zoek naar dreigementen. “Maar ze zien lang niet alles. Ze zoeken bijvoorbeeld slechts op bepaalde platformen. En wat dacht je van foto’s en filmpjes, die zijn veel minder makkelijk automatisch te doorzoeken.”

De politie roept mensen daarom op vooral aangifte te doen van online bedreigingen, aldus een woordvoerder. Meestal is dat het startpunt van een onderzoek.

Komt een afzender van een online bedreiging voor de rechter – cijfers over hoeveel mensen dat jaarlijks zijn, heeft het Openbaar Ministerie niet – dan komt het wel vaak tot een straf, zegt Ritzen. “Mijn indruk is dat rechters het over het algemeen heel serieus nemen. Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was.”

Van Twitter naar andere kanalen

doodsbedreiging1
Wie een idee wil krijgen wat op Twitter allemaal langskomt aan bedreigingen, kan op doodsbedreigingen.nl terecht. De site werd bijna zes jaar geleden opgericht door Sietse van der Meer en Pim Graus om de discussie rond de aanpak van online doodsbedreigingen aan te wakkeren.Nog altijd verzamelen ze systematisch dreigtweets. Zo werd er gisterochtend nog een doodsbedreiging aan het adres van minister Ard van der Steur genoteerd. Maar ook bedreigingen gericht aan onbekende mensen worden verzameld op de site.

In de aanpak van de afzenders is volgens Van der Meer en Gaus de afgelopen jaren weinig veranderd. Wat dat betreft is hun project nog altijd relevant, aldus Van der Meer. Wat wel veranderde is de plek waar bedreigingen worden geuit. “Twitter is veranderd, vooral jonge gebruikers zijn er weggegaan. De online bedreigingen zijn daarom verplaatst naar andere kanalen, zoals e-mail, facebookgroepen of Instagram.

Bron: Trouw

Forensic Architecture

HoB calculation 1 amended-new

Hoe zoek je uit wat er gebeurd is op een bepaalde tijd en plaats in een oorlogsgebied? Forensic Architecture, een onderzoeksbureau aan de Universiteit van Londen, doet dit met behulp van de nieuwste technologie?n op het gebied van 3d-modellering. Wetenschappers, architecten en experts op het gebied van ruimtelijke planning werken in dit initiatief samen om internationale aanklagers en mensenrechtengroepen te voorzien van informatie.

Fragment ‘saydnaya’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:


Een van hun grootste projecten is het gevangenencomplex?Saydnaya, dat door de Syrische regering wordt gebruikt om tegenstanders van het regime – waaronder burgerjournalisten – vast te houden en te martelen. Afgezien van de autoriteiten weet niemand precies hoeveel mensen gevangen zitten in het complex. Daarnaast is het voor journalisten niet toegestaan het gebouw te bezoeken. Er is geen beeldmateriaal van het gebouw. De enige mensen die weten hoe het er van binnen uit ziet, zijn de bewakers en de Syrische autoriteiten. Gevangenen zien namelijk niks; ze worden in donkere ruimtes gestopt. Als ze naar een andere ruimte moeten, gebeurt dit geblinddoekt.

‘Forensisch onderzoek in de populaire cultuur gaat over regeringen die onderzoek doen naar burgers; wij draaien de rollen om.’

Desondanks wisten onderzoekers van Forensic Architecture een 3d-model te maken van de gevangenis. Aangezien de gevangenen niets konden zien, werd het model gemaakt afgaande op geluiden als opengaande deuren en voetstappen van bewakers, zoals op de video hierboven te zien is.

forensic-architecture2

De organisatie is bezig met soortgelijke projecten over heel de wereld, zoals onderzoek naar genocide in Guatemala?en Isra?lische aanvallen op de Gazastrook.

Bronnen: Arch Daily, VPRO

Airwars

Airwars is een onderzoekscollectief bestaande uit journalisten, mensenrechtenactivisten en vluchtelingen. Airwars doet onderzoek naar luchtaanvallen uitgevoerd in Syri?, Irak en Libi?. Wegens een gebrek aan transparantie van alle partijen in deze conflictgebieden, doet dit elfkoppige team z?lf onderzoek naar exacte locaties en data van luchtaanvallen. Belangrijker nog; de burgerslachtoffers die hierbij vallen.

Deze worden namelijk vaak ‘over het hoofd gezien’. Zo claimt de Amerikaanse overheid – die aan hoofd staat van de Internationale Coalitie tegen IS – slechts twintig burgerdoden op haar geweten te hebben door bombardementen in 2015. Hoewel het lastig blijft om de exacte data te achterhalen, schat Airwars het aantal burgerslachtoffers in de honderden. De organisatie neemt ook luchtaanvallen van de Russische en Syrische regeringen onder de loep, die volgens bronnen van Airwars vaak met opzet?op burgers gericht zijn.

Fragment ‘Airwars’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:

Maar hoe komt Airwars aan haar informatie?

Het collectief maakt gebruik van een grote verscheidenheid aan bronnen: internationale, lokale en landelijke media worden in de gaten gehouden, samen met berichten op Facebook en Twitter. Ook YouTube en Google Maps worden gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van gebeurtenissen. Soms wordt zelfs propagandamateriaal van IS aangehaald als bewijs, maar dan wordt dat wel als zodoende bestempeld. Omdat niet elke bron even betrouwbaar is, maakt Airwars gebruik van een?beoordelingssysteem. Dit, in combinatie met de brede vari?teit aan bronnen, heeft ertoe geleid dat Airwars gezien wordt als een van de meest betrouwbare bronnen voor westerse media, als het om de oorlogen in Syri? en Irak gaat.

Bronnen: Airwars, VPRO

Jaime van Gastel en zijn hobby: zakkenrollers jagen in Amsterdam

jaime van gastel

Eens per week pakt Jaime van Gastel?de trein naar Amsterdam om daar zijn hobby uit te oefenen: zakkenrollers jagen. Hij is er inmiddels zo bizar goed in dat zelfs de politie er met de pet niet bij kan: ?Je moet het zelf meemaken, anders geloof je het niet.? De jacht is geopend.?Onderstaand?artikel van Jochem Davidse stond eerder in Panorama.?

Zakkenrollers,? zegt Jaime van Gastel (44).

We staan op het Koningsplein in hartje Amsterdam, aan het begin van de Bloemenmarkt, waar het zoals altijd wemelt van de toeristen. In de tien minuten dat we hier staan te posten heb ik om mij heen nauwelijks een woord Nederlands gehoord. Het is Engels, Duits, Spaans, Italiaans en Japans dat hier de klok slaat. Als mieren krioelen hordes toeristen tussen bloembollen, koelkastmagneten, kazen en ansichtkaarten.

?Zakkenrollers? Waar?? vraag ik.

?Ssst,? sist Jaime. ?Hier recht voor je, twee vrouwen en een man.?

Op nauwelijks twee meter afstand van ons loopt het drietal de Bloemenmarkt op.

De vrouwen voorop, de man erachteraan. ?Deze?? vraag ik fluisterend, terwijl ik het gezelschap zo discreet mogelijk nawijs. Jaime knikt. ?Honderd procent,? zegt hij. Behalve op toeristen oefent de Bloemenmarkt ook een grote aantrekkingskracht uit op zakkenrollers. Dat is de reden dat ik hier ben, om op zakkenrollers te jagen, al probeer ik die intenties uiteraard uit alle macht te verbergen. Gemaakt nonchalant scan ik iedereen die passeert, maar het gezelschap in wie Jaime in ??n enkele oogopslag zakkenrollers herkent, had ik op eigen houtje onopgemerkt laten passeren.

?Wat deden ze dan?? vraag ik, terwijl we ons doelwit op afstand achtervolgen.

?Nog niets,? zegt Jaime.

?Ken je hen?? vraag ik.

?Nee,? zegt Jaime. ?Nooit gezien.?

?Maar… Hoe weet je het dan zo zeker?? vraag ik.

Zonder aankondiging duwt Jaime me een bloemenstal in.

?Niet meer kijken nu,? zegt hij. ?Ze hebben ons door.?

Jaime verschuilt zich achter een muur van bloemen, terwijl ik interesse veins in een bak mini-cactussen. Jaime haalt zijn telefoon tevoorschijn.

?Wat doe je?? vraag ik, zonder van de cactusjes op te kijken.

?Ik bel het zakkenrollersteam,? zegt Jaime. ?Wij zijn stuk.?

Door de telefoon hoor ik hem onze locatie en de signalementen van de verdachten doorgeven. Een breedgeschouderde man in een wit T-shirt en met een donkere zonnebril op zijn hoofd, een mollige vrouw met een bril in een lichtpaars T-shirt en een tengere vrouw met lang donker haar, een ronde zonnebril en een zwart-rood gestreept shirt. Een jaar of dertig, veertig. Inmiddels lopen ze niet meer over de Bloemenmarkt, maar drinken ze koffie op een terras in een van de zijstraatjes. Glurend vanachter de bloemen kan ik nog net een glimp opvangen van de man, maar dan trekt Jaime mij weg.

?Wij zijn stuk,? zegt hij nogmaals. ?Ze voelen nattigheid. Als ze ons nog een keer zien, kunnen we het vergeten.

De jongens van het zakkenrollersteam nemen het over.?

?Moeten we daar niet op wachten dan?? vraag ik.

?Die zijn er al,? zegt Jaime.

De verbazing die in rap toenemende mate van mijn gezicht druipt, ontgaat hem niet.

?Zie je die man daar op de hoek, dat is politie,? zegt Jaime terwijl hij wijst naar een kerel met grijs haar, een bruine korte broek, een rugzak en een zwart T-shirt.

?En die ook,? wijst Jaime. Een lange man met een baard en een petje verdiept zich ogenschijnlijk in een rek ansichtkaarten. Uit zijn kontzak steekt een plattegrond van Amsterdam centrum.

Wanneer we ons verder terugtrekken en het ontdekkingsgevaar geweken is, steekt Jaime triomfantelijk zijn hand naar me op.

?YES!!!? roept hij wanneer ik aarzelend zijn high five beantwoord. Jaime lacht.

?Wat is er?? vraagt hij.

?Ik snap hier helemaal niets van,? zeg ik.

De Amsterdamse politie weet al jaren wie ‘zakkenrollerjager’ Jaime van Gastel (44) is, maar door Youtube leert nu ook het grote publiek de waakzame winkelmanager kennen. Zijn filmpjes van pikkedieven in het centrum van Amsterdam zijn een regelrechte hit.

De agenten in burger zijn nagenoeg onherkenbaar, maar als de camera inzoomt zien we hen in ??n geroutineerde beweging een man en een vrouw uit het winkelende publiek plukken. De man verzet zich en wordt tegen een winkelruit klemgezet, de vrouw wordt meteen in de boeien geslagen. Ze huilt, schreeuwt door haar tranen iets in het Roemeens. De camera registreert het allemaal. En dan klinkt in plat Haags, rustig en droogjes: ‘Moet je niet stelen.’

Zakkenrollersradar

In een mailtje vertelde hij over zijn bijzondere hobby: zakkenrollers jagen. Eens per per week neemt hij vanuit zijn woonplaats Almere de trein naar Amsterdam Centraal en loopt dan zijn vaste rondje: Damrak, Dam, Kalverstraat, Bloemenmarkt, Koningsplein, Heiligeweg en dan weer linksaf de Kalverstraat in en terug naar het station. Een toeristische route waarop het vrijwel altijd prijs is. In de ruim tien jaar dat hij het nu doet, pakte de politie op zijn aanwijzingen al zeker vijfhonderd zakkenrollers op.

?Tachtig procent is Oostblokker,? zegt hij op een woensdagochtend in de zon voor Amsterdam CS. Hoewel we tegenover elkaar staan, kijkt hij me geen moment aan. Zijn ogen schieten alle kanten op. Iedereen in zijn blikveld wordt door Jaime in een fractie van een seconde gescand op mogelijke aanwijzingen.

?Probleem is wel dat die tegenwoordig een stuk minder herkenbaar zijn,? vervolgt hij. ?Vroeger liepen Roemenen en Polen in van die vormeloze gedateerde kleding, maar dat is niet meer. Tegenwoordig zijn het prima verzorgde en modieuze types.?

En Jaime kan het weten want hij heeft zijn leven lang in schoenen- en kledingzaken gewerkt. Daar begon ook zijn hobby. Zestien jaar geleden werkte hij als bedrijfsleider in een schoenenzaak in de Kalverstraat. Daar kreeg hij regelmatig mannen over de vloer die niets kochten, maar die hij soms wel geheimzinnig en onverstaanbaar in de kraag van hun jas zag fluisteren. Politie in burger, op jacht naar winkeldieven en zakkenrollers. Zodoende ging hij er zelf ook op letten. In zijn winkel, maar ook na sluitingstijd, wanneer hij door het centrum terugliep naar het station, zag hij steeds vaker handen in zakken en tassen verdwijnen waar ze niets te zoeken hadden. Hij ontdekte de trucs, de hotspots en de patronen, en ontwikkelde zo een zakkenrollersradar die zelfs de pet van opgeleide politieagenten ver te boven gaat. ?Je moet het meemaken, anders geloof je het niet,? vertelt een lid van het zakkenrollersteam mij later.

Vanaf het station lopen we richting Damrak. Les ??n van Jaime?s spoedcursurs Hoe herken ik een zakkenroller? is weinig bemoedigend: ze zijn er in alle soorten en maten. In al die jaren betrapte hij oude kerels, zwangere vrouwen, tienermeisjes, verlopen types en mannen strak in pak. Toch zijn er een paar algemene kenmerken, doceert Jaime. Zakkenrollers zijn minimaal met z?n twee?n zodat de een de handelingen van de ander kan afschermen voor de ogen van derden. Om diezelfde reden dragen ze vrijwel altijd iets bij zich. Dat kan een tas zijn, of een sjaal, een krant of een plattegrond. Alles is goed, zolang het niet te veel opvalt en je er een dievenhand maar voor een paar tellen mee kunt camoufleren.

Zakkenrollers zie je zelden lachen. Veel mensen die door een winkelstraat lopen zijn ontspannen, zakkenrollers niet. Ze zijn aan het werk. Ze zijn gefocust, en dat is vooral wat hen onderscheidt van de brave burgers: hun kijkgedrag. Zakkenrollers kijken niet naar etalages en koopwaar, ze kijken naar mensen, naar spullen van mensen, en dan met name naar tassen en koffers.

?Even wachten hier,? zegt Jaime, waarna hij een paar tellen naar iets of iemand kijkt om vervolgens te concluderen dat het niets is, of niet wat we zoeken.

?Jij wil alleen zakkenrollers toch?? vraagt hij.

?Jij niet dan?? vraag ik.

?Jawel, maar ik zie net een paar gasten met een geprepareerde tas de Bijenkorf binnenstappen. Die gaan stelen. Kon zijn dat je dat interessant vond.?

We lopen verder. Met de lessen van Jaime op zak probeer ik de mensenmassa te lezen. Ik heb jaren in Amsterdam gewoond. Ik moet hier net als Jaime honderden keren gelopen hebben, maar nog nooit zag ik wat hij zag. Het is een andere manier van door de stad lopen, een compleet andere manier van kijken.

?Ga jij weleens winkelen met je vriendin?? vraag ik wanneer we de Dam oversteken.

?Daar vindt ze niet zoveel aan met mij,? zegt Jaime.

?Oh nee?? vraag ik, maar de grap ontgaat Jaime.

De prooi ontsnapt

Wanneer we bij de Bloemenmarkt arriveren gaat zijn denkbeeldige alarm voor het eerst af. Twee vrouwen staan een tijdje op een afstand te dralen en lopen dan de drukte in.

?Zakkenrollers,? zegt Jaime en nog voor we de achtervolging kunnen inzetten, ritst een van hen al een rugzak open van een Aziatische toeriste die er niets van merkt. Onmiddellijk grijpt Jaime naar zijn telefoon.

Een paar minuten later wijst hij mij links en rechts op mannen die deel uit maken van het zakkenrollersteam van de Amsterdamse politie. Agenten in burger die naadloos opgaan in de menigte. Op afstand volgen ze de twee vrouwen richting het Rokin, maar wanneer ze niets verdachts zien en hen een kwartier later in een tram zien stappen, laten ze hen gaan en verleggen ze hun aandacht naar een paar winkeldieven die betrekkelijk eenvoudig, met drie gestolen zonnebrillen ter waarde van 700 euro op zak, in hun kraag worden gevat. Jaime baalt en vloekt een paar keer. De door hem ontdekte zakkenrollers gaan vrijuit. Hij snapt wel waarom. De politie kan het zich niet permitteren om uren achter een vermoedelijke zakkenroller aan te lopen zonder dat die daadwerkelijk iets strafbaars doet. Jaime doet dat wel. Als hij beet heeft, laat hij niet los. Ooit achtervolgde hij een verdacht duo drie uur lang. In die drie uur gebeurde er helemaal niets, maar Jaime vertrouwde op zijn gevoel. Hij kreeg gelijk. Uiteindelijk sloeg het tweetal toe.

?En dan?? vraag ik. ?Als de politie er niet is, wat dan??

?Dat ligt eraan,? zegt Jaime. ?Ik mag niemand aanhouden, ik ben gewoon een burger, maar als het kan probeer ik er wel voor te zorgen dat het slachtoffer zijn eigendommen terugkrijgt. Zakkenrollers schrikken vaak wanneer je erop afrent en laat weten dat je het gezien hebt. Met een beetje geluk laten ze dan de buit vallen en gaan er vandoor.? Wanneer we zonder resultaat voor de tweede keer de hele Kalverstraat zijn door gelopen ? Jaime hanteert een looptempo dat anderen uitsluitend reserveren voor het halen van een trein of bus ? begin ik hem te knijpen. Stel nou dat we niemand pakken vandaag? ?Uitgesloten,? zegt Jaime stellig. ?Op de Bloemenmarkt is het altijd prijs.?

Adrenaline

Het is een bewering die niet alleen voortkomt uit eigen ervaring. Ook de statistieken geven Jaime gelijk. Hoewel landelijk de cijfers spectaculair teruglopen (van 40.000 in 2013 naar 29.000 in 2015), blijft het aantal aangiftes van zakkenrollerij in Amsterdam stijgen. Van 9385 aangiftes in 2014, naar 9573 in 2015. Een stijging van twee procent. En dat ondanks de inzet van gespecialiseerde teams van de politie, voor wie het dweilen met de kraan open lijkt. Ondanks Jaime van Gastel, die hen de zakkenrollers op een presenteerblaadje aanbiedt.Ook deze keer.

?Hier, moet je voelen,? zegt Jaime terwijl hij mijn hand op zijn borst drukt. Zijn hart beukt alsof het eruit wil.

?Adreline,? zegt hij in een dusdanige staat van opwinding dat hij niet de tijd neemt om alle lettergrepen van het woord uit te spreken.

Het drietal vermeende zakkenrollers heeft inmiddels de koffie achter de kiezen. Ze verlaten het terras en lopen door de Vijzelstraat richting de Heineken Experience en de Albert Cuypmarkt. Wat ze niet weten is dat een lid van het zakkenrollersteam amper vijftien meter achter hen loopt. Zelf houden we meer afstand omdat Jaime er nog altijd rekening mee houdt dat wij ?stuk? zijn.

?Maar wat heb je nou eigenlijk concreet gezien?? vraag ik. ?Genoeg,? zegt Jaime. ?Maar wat dan??

?Het is het hele plaatje,? zegt Jaime. ?Het klopt niet. Dit zijn geen toeristen. De man keek op de Bloemenmarkt al even naar een tas, en een van die vrouwen keek twee keer achterom. Daarna gingen ze koffiedrinken, om rustig om zich heen te kunnen kijken en er zeker van te zijn dat ze niet in de gaten werden gehouden.? ?Hoe weet je dat nou zo zeker?? vraag ik. ?Ik kijk ook wel eens achterom. Mijn ogen blijven onbewust ook wel eens aan een tas hangen. Ik drink ook wel eens koffie.? Precies op dat moment gaat Jaime?s telefoon.

?Zie je wel, motherfuckers!? roept Jaime als hij ophangt.

De agent die het drietal op de hielen zit, heeft de mollige vrouw zojuist een poging zien wagen in een vestiging van de Tours & Tickets. Het slachtoffer dat er in de rij stond te wachten had niets in de gaten, maar mist ook geen eigendommen, zo blijkt wanneer een van de agenten het haar laat controleren. Nauwelijks honderd meter verderop, bij een hotdogkraam tegenover de Heineken Experience proberen ze het bij een andere toerist.Van een afstand zie ik hoe ze kort op de rij wachtenden gaan staan en net doen of ze de menukaart bestuderen. Ondertussen zoekt een hand naar kostbaarheden. Een paar seconden. Dan zijn ze weer weg. Jaime?s opwinding kent geen grenzen meer.

?IK ZEI HET TOCH! MOTHERFUCKERS!? roept hij over zijn schouder terwijl hij een rood voetgangerslicht negeert en bijna dood wordt gereden. ?IK ZEI HET TOCH!? roept hij nogmaals vanaf de overkant.

Op heterdaad

Op het Marie Heinekenplein is het prijs. Een groep Amerikaanse toeristen staat te luisteren naar hun gids, wanneer de tengere vrouw in het rood-zwart gestreepte shirt haar slag slaat. Ze mengt zich in de groep en loopt er dan weer uit. Ze is een paar tellen uit ons zicht geweest, maar niet uit dat van het zakkenrollersteam. Uit verschillende hoeken komen agenten in burger aangesneld en in een mum van tijd staat het drietal met handboeien om tegen een muur.

Jaime is er als de kippen bij om zijn trofee?n op te eisen.

?I got you, h?, I got you!? zegt hij grijnzend, terwijl hij zijn neus zo?n beetje tegen die van de aangehouden man drukt. Daarna gaat hij met elke trofee afzonderlijk uitgebreid op de foto. Als een jager met een hert of een wild zwijn. Alleen bij Jaime zijn het Roemenen. ?Zie je dat?? zegt Jaime, wijzend op de tengere vrouw die, gelet op het mooie weer, een opvallende sjaal draagt. ?Om af te schermen, h?.? Het slachtoffer is inmiddels ook achterhaald. Van de politie-actie op het plein heeft ze niets gemerkt en van het zakkenrollen evenmin. Als een agent haar aanspreekt, heeft ze geen idee waarover het gaat. Ze mist niets. ?Kijkt u eens goed in uw tas,? zegt een agent.

?Maar die heb ik de hele tijd in mijn handen,? zegt de vrouw.

?Kijkt u toch even,? zeg de agent. De verbazing op haar gezicht maakt plaats voor ongeloof en daarna voor blinde paniek. Haar portemonnee, met een flinke hoeveelheid cash en al haar creditcards, is weg. Net als het paspoort van haar man en dat van haarzelf. De agent geeft haar de buit terug. De tengere Roemeense was het gelukt om de buit ongezien uit de handtas van de Amerikaanse te vissen, terwijl die haar tas dus in haar handen had. Haar dank is groot. En Amerikaans.

?You guys are heroes,? zegt ze. ?You keep this city safe! God bless you!?

Dankbaar nemen de leden van het zakkenrollersteam de complimenten in ontvangst. Complimenten die voor een groot deel ook Jaime toekomen. Tegen een van de agenten zeg ik dat ik het opvallend vond hoe snel ze na zijn telefoontje in actie kwamen. ?Vooral omdat hij het drietal op dat moment nog niets strafbaars had zien doen,? verduidelijk ik.

?Dat is juist het bijzondere aan hem,? zegt de agent. ?Hij betrapt zakkenrollers voordat ze iets doen.?

?Heeft hij het ook wel eens mis?? vraag ik. ?Ik heb het nog niet meegemaakt,? zegt de agent.

Even later kijkt Jaime toe hoe het politiebusje de straat uitrijdt en zijn prooi wordt afgevoerd richting politiecel. Hij straalt van oor tot oor. Langzaam zakt zijn hartslag weer tot onder de 200. En daar is die hand weer.

?High five, motherfucker! Ik zei het je toch??

Zo simpel is het, vindt winkelmanager Jaime van Gastel (spreek uit: Gaime). Zakkenrollers moeten worden gepakt en als hij daar een handje bij kan helpen, dan doet hij dat. En dus jaagt hij al achttien jaar op mannen en vrouwen met grijpgrage handjes, in samenwerking met de Amsterdamse politie.

Zodra Van Gastel potenti?le zakkenrollers signaleert, vaak nog v??r zij de fout ingaan, belt hij het zakkenrollersteam van de politie. De agenten in burger komen dan aanfietsen, laten zich door hem instrueren, volgen de verdachten en rekenen hen in zodra ze iets stelen. Hij zit er nooit naast, vertelt een extatische Van Gastel. ‘Er zijn meer dan 400 zakkenrollers door mij opgepakt.’

Een politiewoordvoerder bevestigt dat aantal: ‘Jaime heeft er echt een neus voor. Het is knap wat hij kan. Dat is niet eens elke politieman gegeven.’ Na een ‘heterdaadje’ nodigen agenten hem uit op het bureau, zegt Van Gastel. ‘Voor wat eten of een bakkie koffie. Heel sociaal.’

Amsterdam als jachtterrein

“Het begon toen ik elke dag huilende vrouwen aan mijn kassa had”

Nu de winkelmanager zijn bijzondere hobby sinds kort ook op Youtube etaleert, is hij ineens een halve beroemdheid. Op internet trokken zijn vier filmpjes (het eerste zette hij op 10 december online) al meer dan 300 duizend kijkers. In de media heet hij ineens de ‘zakkenrollerjager’. ‘Een paar dagen terug had mijn Youtube-kanaal nog maar 18 digitale abonnees, nu zijn het er meer dan 3.500’, vertelt de Van Gastel terwijl hij door Amsterdam loopt. ‘Het is alsof er een bom is gebarsten.’

De Hagenees koos de hoofdstad als jachtterrein omdat hij daar jarenlang werkte, als manager van twee schoenenwinkels in de Kalverstraat. ‘Het begon toen ik elke dag huilende vrouwen aan mijn kassa had. Portemonnee gestolen, tas weg. Keer op keer.’ Onrecht, noemt Van Gastel dat. ‘Je moet gewoon van andermans spullen afblijven.’

“Voor zakkenrollers is Amsterdam het paradijs op aarde”

Daarom – ‘en ok?, ook vanwege de adrenaline’ – besloot hij op zijn dagelijkse route van station Amsterdam Centraal naar de Kalverstraat op zakkenrollers te gaan ‘jagen’. Maar ook nu hij in Lelystad werkt reist hij minstens een keer per week naar Amsterdam om urenlang het Damrak en de Kalverstraat af te speuren, op zoek naar dieven. ‘Voor mij is dit ontspanning, even geen klanten helpen. En voor zakkenrollers is Amsterdam het paradijs op aarde. Een paradijs met dagjesmensen die hun geld niet diep genoeg wegstoppen, toeristen die hun jassen over een stoel hangen in een restaurant en dames die hun schoudertassen niet met een hand tegen hun lijf houden. En rugtassen, levensgevaarlijk.’

Ook na al die jaren kan Van Gastel niet goed uitleggen hoe hij zakkenrollers precies herkent. ‘Bij mij in de schoenenwinkel zag ik: die mensen zijn niet met het product bezig. Die pakken een schoen, zonder er goed naar te kijken, en zoeken dan een plek naast een van mijn klanten. Of beter gezegd: naast de tas van mijn klanten. Maar op straat herken je hen lastiger. Mijn eerlijke antwoord is: ze hebben allemaal een beetje van die rotkoppen.’ Lachend: ‘En ja, ik heb d’r misschien ook wel de kop voor, maar ik ben zelf nooit een dief geweest.’

“Ik vind het heel stoer om de politie te kunnen helpen bij het opsporen van zakkenrollers,” zei Van Gastel over zijn hobby in een eerder interview. Hij spot de zakkenrollers en schakelt vervolgens de politie in voor de arrestatie. “En toen dacht ik: misschien vinden mensen het ook wel stoer om hier naar te kijken.”

Een schot in de roos, zo blijkt. Met slechts vier filmpjes? wist hij meer dan 200.000 kijkers en 3500 abonnees binnen te halen. En Van Gastel is niet de eerste. De onlangs doodgeschoten misdaadblogger Martin Kok stond erom bekend verdachten herkenbaar in beeld te brengen en van nog niet bewezen misdrijven te beschuldigen.

Ook de Amsterdamse camerajournalist Frank Buis heeft deel van zijn bekendheid te danken aan zijn zakkenrolfilmpjes. Zijn meest bekeken video’s, minstens 100.000 kijkers per stuk, gaan over Roemeense dieven en manke bedelaars die worden ontmaskerd omdat blijkt dat ze prima kunnen lopen. Net als bij Van Gastel komen de hoofdrolspelers volledig herkenbaar in beeld.

De video’s vallen duidelijk in de smaak, maar roepen ook juridische en ethische vragen op. ?Van Gastel helpt de politie door ze op de zakkenrollers te wijzen, maar brengt ze tegelijkertijd huilend in beeld wanneer ze in de boeien worden geslagen. Hun verdiende loon of privacy-schending? Frederik Zuiderveen Borgesius, onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam, probeert antwoord te geven op die vraag.

Deze criminelen worden op heterdaad betrapt, op de openbare weg, waarom zou je hen niet in beeld brengen?
“Ondanks het feit dat ze gearresteerd worden, gaat het hier nog steeds om verdachten, niet veroordeelden. Stel dat achteraf blijkt dat iemand, om wat voor reden dan ook, toch niet schuldig is, dan kunnen deze beelden hem voor altijd achtervolgen. In zo’n filmpje gaat elke nuance verloren.”

Toch lijken de meeste mensen die op de filmpjes reageren er geen moeite mee te hebben dat deze beelden online staan
“Dat het zo makkelijk is om beelden online met elkaar te delen is relatief nieuw. Dat betekent dat de normen en waarden die we hierbij hebben nog een beetje moeten indalen. Net als in de jaren negentig, toen veel mensen weinig kwaad zagen in het online delen van films en muziek met elkaar. Terwijl dit wel illegaal was.”

Maar is dit illegaal?
“Ja,?je mag? volgens de wet niet zomaar beelden van verdachten op het internet zetten. Het is een vorm van eigenrichting die teveel inbreuk maakt op de privacy van de verdachte.”

Wanneer is de inbreuk van privacy wel een optie?
“De politie of justitie publiceert wel eens foto’s of beschrijvingen van verdachten als ze naar hen op zoek zijn. Winkels die camerabeelden op Facebook zetten om winkeldieven op te sporen, overtreden daarmee vaak de wet. In zo’n geval is de privacy-inbreuk (het openbaar maken van de beelden) te zwaar om het doel (opsporing) te bereiken. Maar die winkels hebben nog het doel om een misdrijf op te lossen. In het geval van dit YouTube-kanaal worden de zakkenrollers al op beeld gearresteerd; er is dus niet eens een opsporingsbelang om de beelden online te zetten.”

Vaak beroepen de makers van dit soort video’s zich op het feit dat ze journalist zijn. Verandert dat de zaak?
“Tot een bepaalde hoogte. In de journalistiek gaat het over de balans tussen de privacy van de persoon en de vrijheid van meningsuiting van de journalist. Er moet nog steeds worden gekeken of de privacy-inbreuk proportioneel is. In dit geval denk ik niet dat dit zo is. Sterker nog, het zou zelfs kunnen dat een rechter afziet van het bestraffen van een zakkenroller omdat het feit dat de video online is gezet al als een straf op zich wordt gezien.”

En hoe zit het nu met privacy?

De boeven worden tot nu toe allemaal herkenbaar door Jaime in beeld gebracht. De Amsterdamse politie heeft daar helemaal geen moeite mee. “Hij staat gewoon op de openbare weg als hij filmt. We vinden daar verder niets van”, zegt een woordvoerder.?Hij is juist?blij met de inzet van Jaime. “Hij is goed coachbaar en doet het heel goed.” Jaime helpt volgens de woordvoerder al jaren met het opsporen van zakkenrollers.

“Het is niet zo dat je iemand die een misdrijf pleegt, zomaar op internet mag zetten.” – aldus?internetjurist?Bart Schermer.?Maar dat hij?op een openbare weg filmt, betekent niet dat de video’s geen juridische gevolgen kunnen hebben. “Als je iemand heel specifiek gaat filmen, valt het niet meer onder het recht om in de openbare ruimte te filmen”,?stelt Bart Schermer.?”Dat is dan een inbreuk op de privacywet ? ongeacht of iemand nou iets legaals of illegaals doet.”

“Het gaat dan uiteindelijk dus om de afweging van het journalistieke belang van Jaime ? hij legt misdrijven vast die worden gepleegd ? tegenover de privacy van iemand die gefilmd is. Het is niet gezegd dat omdat iemand een misdrijf heeft gepleegd, je diegene zomaar op internet mag zetten.”

Jaime denkt er over na om in het vervolg de gezichten te blurren.?Hij heeft woensdag met zijn account?een video geliket met de titel ‘Hoe maak je iemand onherkenbaar in een video’. Liever houdt hij de daders?gewoon herkenbaar.

Hij heeft er?een goed gesprek over gehad met het zakkenrollersteam. “Ik moet voortaan wat meer op een afstandje staan, niet zo overdreven als de vorige keer. Agenten mogen er sowieso niet op.” Bovendien is er een kans dat door de beelden de straf van een dader een stuk lager uitvalt. Als iemand herkenbaar in beeld is gebracht, kan de rechter oordelen dat diegene “in de media al genoeg is gestraft”. Een voorbeeld is een gefilmde?mishandeling in Eindhoven. De beelden waren te zien op tv en social media. De rechter gaf de daders een lagere straf dan was ge?ist?vanwege alle media-aandacht.

Op naar?Barcelona

Jaime wil?voorkomen dat hij zijn?video’s van de rechter moet verwijderen.?”Als ik straks een goede actiefilm heb en ik moet die vanwege een rechtszaak weer verwijderen, dan heb ik een groot probleem.” Hij overweegt naar Barcelona te gaan om daar video’s te maken. “Volgens mij mag het daar gewoon.”

Bronnen: Panorama, De Volkskrant, Parool, De Telegraaf, NOS

Hunted

NPO 3 komt vandaag met een spraakmakend nieuw tv-programma waarin kandidaten als voortvluchtigen 1 maand lang uit handen moeten zien te blijven van een fictieve geheime dienst. Als deze ‘gewone Nederlanders’ na 1 maand te zijn opgejaagd nog altijd niet zijn gepakt, winnen ze een geldbedrag. De naam van het programma is Hunted.

Hunted, zoals de tv-formule van Endemol Shine heet, is vorig jaar al met veel succes uitgezonden op het Britse Channel 4. Kandidaten die zich opgeven voor Hunted kunnen door de tv-makers ineens worden gebeld met de opdracht om hun oude leven tijdelijk vaarwel te zeggen en compleet van de radar te blijven. In het programma volgen we de klopjacht op meerdere ‘voortvluchtigen’ die met slechts een beperkt budget op zak ertussenuit knijpen. Een team, bestaand uit voormalig rechercheurs, beveiligingsexperts, hackers en psychologen, begint vervolgens een zoektocht waarbij alle moderne middelen worden ingezet. Ze spreken met familie en vrienden van de deelnemers, doen huiszoekingen, doorpluizen mobiele telefoon- en sociale media-verkeer en speuren beelden van beveiligingscamera’s af.

Experiment
Hunted wordt gepresenteerd als een sociaal experiment over het vraagstuk of verdwijnen in deze moderne tijd onmogelijk is geworden en of privacy nog wel bestaat. Een winnares uit de Britse versie biechtte na afloop van de serie op dat ze een therapeut bezocht om van haar gevoel van paranoia af te komen.

Profiler
Een van de profilers is psycholoog Elsine van Os. Met haar bedrijf Signpost Six helpt ze bedrijven, inlichtingen- en politiediensten met profielen opstellen van criminelen, terroristen en hackers, en geeft ze trainingen in interpersonal intelligence. Hoe kunnen ze invloed uitoefenen op geheime bronnen? Of zoveel ?mogelijk informatie genereren uit de andere partij? Hoe kun je bij zakelijke onderhandelingen niet alleen afgaan op hun ‘gut feeling’, maar gefundeerd beslissingen nemen? In die hoedanigheid werkte ze als profiler mee aan het tv-programma Hunted. Een groep mensen raakt ‘off the grid’: ze zijn onvindbaar, en op basis van hun psychologische profiel helpt Van Os hun vluchtpad te achterhalen. ‘Een bijzondere, nieuwe ervaring die de basis vormt voor wetenschappelijk onderzoek naar voortvluchtigen, in samenwerking met de Universiteit Twente.’

Bronnen: The Guardian 1 en 2 , Algemeen Dagblad , Financieel Dagblad , UQx Crime101x The Psychology of Criminal Justice

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Bellingcat: ?Wij laten zien hoe regeringen liegen, stap voor stap?

bellingcat4

Artikel van Petra ter Doest dat eerder is gepubliceerd op Reporters Online.

Als iemand laat zien hoe door nieuwe technologie de grenzen vervagen tussen mensenrechten, journalistiek, recherchewerk en internationale betrekkingen, is het wel Eliot Higgins. Met zijn onderzoeksteam Bellingcat maakt hij wereldnieuws, onder meer over MH17. Petra ter Doest reisde naar Leicester, Groot-Brittanni?; en praatte twee uur met hem over zijn drijfveren, en over hoe sociale media en nieuwe techniek alles veranderen wat wij mensen kunnen weten, blootleggen en ervaren.

De naam en faam van Bellingcat laat zich niet aflezen aan het kantoor. Het pand is oud en imposant en ligt aan een achttiende-eeuws voetgangerspad dat dwars door de stad Leicester loopt. Maar als je de voordeur voorbij bent, is het gedaan met de charme. Een kale receptie leidt naar een kale lift en gang, en vervolgens naar de nog kalere kamer van Bellingcat. Een bureau, twee stoelen, een plafonni?re en een laptop. Dat is het.
Eliot Higgins (37) zelf is langer en vooral dunner dan gedacht op basis van foto?s, maar dat komt, zo zal hij later uitleggen, door het dieet dat zijn vrouw volgt en waardoor opeens ook bij hem de kilo?s eraf vlogen. Een stuk gezonder, vindt hij. De voormalige financi?le administratiemedewerker/ blogger/ autodidactische onderzoeker die van achter zijn computerscherm al vaak voor wereldnieuws zorgde, zit voornamelijk alleen in zijn kantoor. Het contact met zijn team loopt via het messengerprogramma Slack.
Higgins maakt een open indruk. Hij vraagt tijdens het gesprek een enkele keer om iets niet te publiceren, maar vraagt niet om inzage in de publicatie. We praten op 3 augustus 2016 twee uur en mailen nog wat na. Het gesprek gaat over zijn drijfveren, zijn frustratie over de journalistiek, het activisme, de leugenachtigheid van regeringen en machthebbers, zijn financiers, het businessmodel van Bellingcat, het eindeloos moeten bekijken van gruwelijk videomateriaal, zijn eigen veiligheid en vooral natuurlijk over het belang en de mogelijkheden van ?openbronnenonderzoek?. Intussen komen spannende wapenfeiten van Bellingcat voorbij zoals die van de Siberische selfie-soldaten en het Kroatische wapenverhaal.

Kun je me vertellen wie jouw publiek is? Voor wie schrijf je?
?Dat is een goede vraag. Bellingcat gaat niet primair over journalistiek zoals je misschien denkt. Bellingcat gaat over openbronnenonderzoek en de verspreiding van dat soort onderzoek over zo veel mogelijk terreinen. Journalistiek is meer een eindproduct voor ons. Bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn er op dit moment een paar zaken over Oekra?ne waarbij door ons verzamelde informatie een rol speelt. Ik bespreek nu met juristen hoe we van onze informatie forensisch bewijs kunnen maken. Want wij doen wel goed onderzoek maar wat we vinden, houdt niet zomaar stand in een rechtszaak. Dus hoe krijgen we dat voor elkaar?
?Ik werk ook met de politie in verschillende landen. Dat kan over van alles gaan. De politie hier in Leicester wil weten hoe ze een openbronnenonderzoek kunnen toepassen bij zaken rond vermiste personen of bij misbruikzaken. De Nederlandse politie is twee keer hier geweest vanwege het onderzoek naar het neerstorten van de MH17. De eerste keer vroeg ze me om stap voor stap door het proces te gaan met ze, zodat ze ervan kon leren. De tweede keer hadden ze zelf al een afdeling opgezet. Dus dat doe ik ook: politieagenten trainen. Mijn ideale publiek omvat eigenlijk iedereen die een openbronnenonderzoek kan gebruiken.?

higgins

Journalistiek is voor jou een middel om de boodschap te helpen verspreiden?
?Ja, een goed voorbeeld daarvan is ons eerste lange rapport over de Buk-raket waarmee MH17 werd beschoten. (Ptd: Hierin wordt aan de hand van open bronnen zoals satellietbeelden en video?s en foto?s op sociale media geconcludeerd dat een Buk-installatie van de 53ste Brigade van het Russische leger werd gebruikt om de raket af te schieten.) Onze blogpost waarin we een samenvatting gaven van het rapport, kreeg 100.000 views dankzij de journalisten die ons werk volgen. Er werden tientallen artikelen over geschreven over de hele wereld, die weer door miljoenen mensen zijn bekeken. We weten van een Russische site die alleen al een half miljoen views had. Mij kan het niet schelen wie ons werk kaapt ?- als ze maar de juiste credits geven, is het prima.?

Maar het is toch interessant wie wat doet sinds journalisten het monopolie op nieuws publiceren zijn kwijtgeraakt. Dus?
?Wat interessant is aan de journalistiek, althans voor een buitenstaander, want zo zie ik mezelf, is dat traditionele journalisten die een verhaal in handen hebben, dat voor zichzelf willen houden. Neem die film Spotlight, over het misbruikschandaal in de katholieke kerk in Boston dat door journalisten naar buiten wordt gebracht. De journalisten in die film hebben het de hele tijd over wie het verhaal als eerste heeft! Bij Bellingcat en organisaties waarmee wij werken zoals het OCCRP (Ptd: Organized Crime and Corruption Reporting Project; dit is een journalistieke non-profitorganisatie die al veel grote onderzoeken uitvoerde en daarvoor ook prijzen kreeg), gaat het om samenwerken en elkaar aanvullen. Wij zijn goed in openbronnenonderzoek, anderen kunnen weer dingen waar wij niet goed in zijn.
?Zo hebben we ook gewerkt in het geval van de selfie-soldaten. Na onze eerste publicaties over de aanwezigheid van Russische troepen in Oekra?ne ten tijde van MH17 kwam de denktank Atlantic Council naar ons toe met de vraag of we wilden helpen met een openbronnenonderzoek voor een rapport dat zijzelf wilden uitbrengen. Dat werd het rapport ?Hiding in Plain Sight?. E?n van de dingen die we deden, was het bestuderen van honderden Facebook-selfies van Russische soldaten. Zo identificeerden we een regiment uit Siberi?. We konden de achtergronden in de selfies van de soldaten van dit regiment herleiden naar locaties in Oekra?ne ten tijde van de aanslag op MH17.
?Terwijl we bezig waren met ons onderzoek, liep ik in Kiev de Amerikaanse journalist Simon Ostrovsky van Vice News tegen het lijf en vertelde hem wat we aan het doen waren. Hij zag er een reportage in en we hebben toen nauw samengewerkt om alle locaties van de Facebook-selfies van ??n soldaat terug te vinden. Simon reisde de weg terug waarlangs deze soldaat gekomen was en eindigde in zijn geboortestad in Siberi?. We waren letterlijk met hem online op het moment waarin hij aan het einde van de reportage contact legt met de soldaat die weer terug is en hem vraagt wat hij in Oekra?ne deed. De reportage ?Selfie Soldiers: Russia checks into Ukraine? was een groot succes voor Vice News en voor Simon. We hebben met liefde ons werk met ze gedeeld. Als we dit verhaal voor onszelf hadden gehouden, zou het veel minder impact hebben gehad.?

bellingcat3

Als je zo praat over impact klink je een ook beetje als een activist; die wil ook alleen maar impact.
[Grote zucht] ?Ik denk dat activisme, net als journalistiek, verschillende dingen betekent voor verschillende mensen. Toen ik na MH17 onderzoek ging doen naar de ramp, was dat niet omdat ik dacht: h? Rusland! Ik dacht: wat interessant, wat is daar gebeurd? En daarna zijn we op allerlei zaken gestuit. Er zijn veel mensen die zeggen dat ik er alleen maar op uit ben om Rusland de schuld te geven. Ik zie ze de hele dag op Twitter, maar dat was nooit het geval. We deden alleen zo veel ontdekkingen over voertuigen die van Rusland naar Oekra?ne gingen, dat we daar verder in zijn gedoken. Van het een kwam het ander. Ik volgde het conflict op de Krim niet totdat MH17 in juli 2014 naar beneden werd geschoten. Ik was nog totaal gefocust op Syri?.?

Waarom wil je de kat de bel aanbinden??Je was toen ook net begonnen met Bellingcat?
?Ik had in juli 2014, net voor MH17, de website Bellingcat gelanceerd als opvolger van mijn oude blog Moses Brown waarmee ik enige bekendheid had verworven. Ik had al veel geschreven over het afluisterschandaal hier in Engeland en natuurlijk over Syri?. Dat ik een website begon, was omdat ik veel mensen zag die net als ik online onderzoek deden naar allerlei onderwerpen, maar veel minder aandacht kregen dan ik. Dat vond ik zonde en ik wilde ze een plek geven om te schrijven. Er kwam ook meer belangstelling voor openbronnenonderzoek, dus ik wilde ook een plek maken waar je dit kunt leren. Er staat dan ook veel leermateriaal op de site.?

?We hebben te maken met regeringen in Rusland, in Syri?, maar ook in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk die zoveel onzin, leugens en nep-informatie verspreiden. Sinds de Irak-oorlog, het ?dodgy? dossier (Ptd: het rammelende MI6-dossier dat premier Tony Blair gebruikte om het Britse parlement mee te trekken de Irak-oorlog in) en George Bush is het moeilijk overheden nog te vertrouwen, iedereen weet nu dat ze tegen je liegen. Maar wat we de afgelopen vijf jaar ook hebben gezien, is de komst van een immense hoeveelheid bronnen online via satellieten, via sociale media. Al die nieuwe beelden stellen ons in staat, ook al zitten we op grote afstand van een bepaalde situatie, om toch inzicht te krijgen in wat daar gebeurt.
?De beelden helpen ook om offici?le verklaringen te onderzoeken die regeringen doen. Soms lukt dat omdat ze in technisch opzicht achter de feiten aanlopen, soms omdat het ze niets kan schelen. Dat laatste geldt voor de Russische benadering van informatie-oorlogvoering waardoor niets waar is en alles mogelijk is. Je hebt de tv-zender Russia Today, je hebt alle andere door de staat gecontroleerde media en je hebt het Russische ministerie van Defensie. En al die partijen spinnen tegenstrijdige verhalen, net zolang tot mensen niet meer weten wat de waarheid is. Ze raken alleen maar in de war en geven ?t op om de wereld nog te begrijpen. Die tactiek is heel effectief geweest voor Rusland.
?Wat wij tegenover dat liegen stellen, is het volgende: je kunt informatie verzamelen van uiteenlopende, onafhankelijke bronnen, die kun je verifi?ren, je kunt feiten naast elkaar leggen en vergelijken en dat alles met het doel zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. E?n van de redenen waarom de Russen zo heftig regeren op mij en op Bellingcat is dat ze ons als bedreiging zien. Als ze nu liegen, zeggen wij: wij gaan laten zien hoe je liegt, we laten in onze presentaties en verslagen elke stap van een leugen zien. En dat is beschadigend voor ze. Als het wantrouwen bij het publiek al groot is en je wordt als leider constant als leugenaar weggezet, dan ben je niet langer leugenachtig, dan word je belachelijk. En dat is veel beschadigender. Als mensen gaan lachen om een overheid, nemen ze die niet meer serieus.?

bellingcat2

Dus regeringen logen altijd al, maar pas nu hebben we de kans om ze te ontmaskeren?
?Het gaat me niet alleen om regeringen. Dat ik ging bloggen, was ook omdat ik verslagen tegenkwam in de media van gebeurtenissen waarvan ik wist uit open bronnen dat de situatie complexer was dan wat ik las, of dat er meer details bekend waren, of dat de journalisten iets over het hoofd zagen. Mijn drijfveer is dus een frustratie over de manier waarop zowel overheden als media dingen weergeven: over een gebrek aan diepgang en accuratesse.?

Waarom raakt je dat zo?
?Soms voelt het alsof ik de enige ben die zo werkt. Neem het debat over de saringas-aanvallen in Syri? op 21 augustus 2013. De Syrische regering zei dat de rebellen gifgas hadden gebruikt, de rebellen zeiden dat de Syrische regering het had gedaan. Ik weet dat het de regering was, omdat ik een jaar lang elke flinter informatie heb bekeken die ik maar kon vinden en alles wees maar ??n kant uit. En toen kregen we de Pulitzer-prijswinnaar Seymour Hersh die schreef (Ptd: in de London Review of Books) dat de rebellen het hadden gedaan. Hij had ??n of twee anonieme bronnen en een verhaal dat nergens op sloeg. Ik had foto?s, video?s, alles. Als ik niet al dat werk had gedaan en al die tijd had doorgezet, wie had het dan wel gedaan?
?Daarom trainen we zo veel mogelijk organisaties en mensen: we trainen Koerdische journalisten uit Noord-Irak, Syrische journalisten, journalisten uit heel Oost-Oekra?ne. Dat we zo populair zijn bij al die mensen, is slecht nieuws voor sommige publieke figuren. Maar als een journalist een verhaal maakt met onze methoden en aantoont dat Amerika iets slechts heeft gedaan, ben ik ook blij dat hij onze kennis heeft gebruikt.?

bellingcat1

Maar waar komt die gedrevenheid vandaan?
?Ik heb een licht obsessieve persoonlijkheid. De drang om me bezig te houden met grote conflicten in de wereld kwam, toen ik werkte bij een uitvoeringsorganisatie die bezig was met huisvesting voor vluchtelingen. Ik deed de administratie: spreadsheets bijhouden, dat soort dingen. Toen mijn organisatie geen nieuw contract kreeg, hadden we naar verloop van tijd zo weinig vluchtelingendossiers onder handen dat ik veel tijd overhield die ik doorbracht op een live blog dat The Guardian bijhield over de opstanden in het Midden-Oosten. Na het uitbreken van de opstand in Libi? in 2011, bekeek en las ik echt alles wat ik maar kon vinden, dag in, dag uit. Je kon makkelijk geobsedeerd raken door de frontlinies op de voet te volgen. Want je zag het conflict gewoon van dag tot dag voortbewegen. Dat ik er ook over begon te bloggen, was omdat ik tweets voorbij zag komen van strijders die vertelden wat ze gingen doen. En dat was vaak iets heel anders dan wat ik verslaggevers in het gebied hoorde vertellen. Die hadden het over artillerie hier en dat daar? Ik had een macro-beeld, zij zaten ertussenin. Ik zag het patroon dat zij niet konden zien. Wat ik opschreef, werd op dat moment grotendeel genegeerd, want de verhalen van de verslaggevers klonken interessanter. Toen rukten de rebellen op naar Tripoli, en dat kon je van bovenaf zien aankomen. De val van de hoofdstad was voor mij een heel stuk minder verrassend dan voor een hoop andere mensen die ermee bezig waren.?

Daarna kwam het volgende conflict op stoom, de burgeroorlog in Syri??
?In 2012 kwam de eerste grote massamoord in het Syrische conflict bij Houla. Ik was in die tijd nog een beetje aan het posten op mijn blog en op sociale media over wat ik tegenkwam in tweets en in video?s op internet, zonder dat het veel effect had. Maar toen gebeurden er twee dingen. Ten eerste ging ik me realiseren dat Syrische groepen video?s publiceerden op specifieke YouTube-kanalen, het werd me duidelijk dat er in verschillende delen van Syri?, verschillende groepen hun eigen specifieke YouTube-kanalen hadden en dat je al die video?s kon verzamelen en catalogiseren en kon volgen. Inmiddels volg ik zo?n duizend videokanalen op YouTube. De tweede ontwikkeling in 2012 was dat een nieuwsorganisatie een keer doorlinkte naar mijn blog waardoor ik opeens tweehonderd views had. Ik dacht: wow, wat ik doe, kan dus interessant zijn voor een nieuwsorganisatie!
?Ik bleef dagelijks al die bronnen volgen en ging er meer over schrijven. Dat leidde tot het Kroatische wapens-verhaal. (Ptd: Hierbij wierp Higgins licht op een geheime operatie waarbij westerse landen de Syrische rebellen bewapenden met wapens uit Kroati?. De wapens doken, onder andere, op in YouTube-video?s van Ansar al-Islam, een jihadistische groep. Het verhaal werd groots opgepakt door The New York Times.) Omdat ik nu meer bekendheid kreeg, drong door dat ik ook als eerste had geschreven over het gebruik van clusterbommen door de Syrische regering. Opeens kwam Human Rights Watch langs om te vragen of ik alle video?s van clusterbommen voor ze kon verzamelen. Ik kreeg er een kleine consultancy fee voor en realiseerde me voor het eerst dat ik ook geld kon verdienen met dit soort onderzoek.
?Ik deed trouwens ook als eerste onderzoek naar het gebruik van de barrel bomb (zelfgemaakte explosief) en het gebruik van chemische wapens natuurlijk.?

Duizenden video?s bekijken van wapens en wat ze aanrichten, is dat niet heel zwaar?
?Ik praat hier vaak over met een nieuwsorganisatie die First Draft heet en zich bezighoudt met media die gemaakt zijn door ooggetuigen. (Ptd: First Draft vraagt aandacht voor het risico op secundair oorlogstrauma bij mensen die voor hun werk de hele dag media van ooggetuigen bekijken.) Belangrijk is dat je leert compartimenteren, je kijkt naar iets maar je weet voor jezelf: dit is niet mijn leven, dit gaat niet over mij. E?n van de dingen die ik nooit doe, is het geluid aanzetten van een video. Als je het geluid uitzet, blijft het beeld nog steeds afschuwelijk, maar het komt minder binnen. Overigens hoef ik in veel gevallen geen video?s met slachtoffers te bekijken. Die video?s hebben zelden nieuwswaarde voor ons. Ze hebben shockerende waarde en nieuwsorganisaties zullen ze daarom soms publiceren, maar ze leveren zelden nieuwe inzichten op.
?De moeilijkste video voor mij was die over James Foley. (Ptd: De Amerikaanse journalist en videoverslaggever James Foley werd in 2012 in Syri? ontvoerd, in augustus 2014 werd hij onthoofd door ISIS, formeel als represaille voor Amerikaanse aanvallen op Noord-Irak.) James had me een paar keer gemaild met wat vragen, ik kende hem niet goed maar ik kende wel veel van de mensen om hem heen. Er waren zo velen die met hem hadden gewerkt, voor zijn vrijlating hadden gevochten en campagne voor hem hadden gevoerd. Ik belde er meteen zo veel mogelijk op om te zeggen: ga niet op sociale media kijken want ze posten beelden van de onthoofding en het is te erg. Vervolgens waren er zo veel mensen die de inhoud van de video wilden weten maar zelf niet wilden kijken, dat ik een transscript heb gemaakt van wat James zei. En een apart transscript van wat zijn moordenaar zei. Zodat zijn laatste woorden gescheiden zijn van de jihadistische propaganda.?

Wat een mooi eerbewijs aan Foley?
?Ja, alleen om dat te doen, moest ik de hele video heel langzaam bekijken en elke vijf seconden stoppen om de transscriptie te kunnen maken. Maar goed, nog erger was de allereerste keer dat ik de video zag. Ik zag die avond eerst een tweet voorbijkomen over een nieuwe video van ISIS. Ik voelde er niets voor om meteen te kijken, want met aandacht voed je ze alleen maar, zo was nog de redenatie. Maar een half uur later zag ik een tweet van iemand die zei: is dat niet James Foley op een video? Toen ging ik ook kijken. Je moet je bedenken dat ze bij ISIS van die video?s van 400 megabyte of groter maken en alleen over hele langzame providers beschikken, omdat ze geen gebruik kunnen maken van de standaard snelle providers. Dus toen ik deze video van 5 minuten downloadde, kon ik telkens 10 seconden zien en moest dan weer 5 minuten wachten op de volgende 10 seconden beeld. De eerste helft van de video was onzin, maar in de tweede helft ging ik denken: ze gaan dit toch niet echt doen? En dat deden ze dus wel.?

Dan moet je toch ook bang zijn voor een posttraumatisch stress-syndroom??Video?s van gifgasaanvallen zijn toch ook heftig?
?We hebben veel onderzoek gedaan naar de saringas-aanvallen op 21 augustus 2013. Een belangrijk deel van het werk was vaststellen welke stof er was gebruikt, want de artsen en hulptroepen op de grond wisten natuurlijk ook niets van sarin. We moesten dus kijken naar de symptomen die mensen hadden. We zijn toen systematisch voorbeelden gaan verzamelen van beelden van alle chemische aanvallen die plaatshebben. We hebben die methode nu geformaliseerd zodat we ook nieuwe video?s met deze beelden meteen goed opslaan. Dus hier op mijn scherm zie je allemaal video?s van chemische aanvallen. Maar dat waren dus honderden video?s in totaal die we bekeken en waarbij ook heel veel kinderen in beeld kwamen. Hierdoor werden de beelden ervan extra belangrijk als bewijsmateriaal, maar het is heel moeilijk om ernaar te kijken, zeker als je net zelf kinderen hebt.?

?Ik denk dat dat dan onderhand al wel was gebeurd. Maar ik snap wel waarom anderen daarvan last krijgen. Je wordt gevoelloos, soms vind ik het moeilijk om nog te beoordelen hoe andere mensen op iets zullen reageren. Er was een tijd dat een onthoofding me echt shockeerde en nu kan ik er gewoon naar kijken, ik vind het niet fijn maar die fysieke reactie waarbij je huid begint te prikken en dat soort dingen, die heb ik niet meer. Alleen soms word je opeens overvallen door wat je ziet en kun je niet langer denken: dit gaat niet over mijn leven. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen ik beelden zag van een gewonde baby die precies dezelfde luier draagt als mijn dochter. Het gebeurde ook bij het bekijken van de video?s van de brokstukken van MH17. Je bent op zoek naar tekenen van de inslag en opeens ligt daar een knuffel tussen het puin, precies dezelfde die mijn dochter net had gekregen. Dat is dan meteen het einde van zo?n werkdag.?

Een ander punt dat je persoonlijk raakt, is je veiligheid. Daar denk je natuurlijk ook over na. Bellingcat staat niet op de gevel van dit pand, maar je adres staat wel op de website.
?Het punt is dat ik wettelijk verplicht ben als mediaorganisatie een adres te hebben. De Engelstalige Russische zender Russia Today stond hier al eens op de stoep om me te interviewen. Gelukkig was ik er niet. Maar we hebben hier ook te maken met Graham Phillips, een kaalhoofdige Britse blogger die zich in Oekra?ne ophoudt. De man is gek. Hij is net bij een onderzoekscollectief in Berlijn, Correctiv, naar binnengegaan en heeft staan schreeuwen. Ze hebben de politie erbij moeten halen. Ik zit erop te wachten dat hij ook zoiets probeert.?

En de Russen, maak je je zorgen over hen?
?Nou ja, de Russen hebben me aangevallen op Sputnick, Russia Today en allerlei Russische Russischtalige nieuwswebsites. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft me aangevallen op een persconferentie. Een paar weken geleden hadden we weer last van een trollencampagne waarbij ik en mijn werk werden aangevallen. Maar dat heeft ons juist ook weer geholpen om allerlei websites te identificeren die deel uitmaken van deze trollenfabrieken. Je gaat al snel de punten waarop ze je aanvallen herkennen. Maar ik moet zeggen, na 45 artikelen over mezelf waarin ik word zwart gemaakt, weet ik het wel.
Al met al denk ik dat als iemand me echt zichtbaar zou aanvallen, dat dat wel heel stom zou zijn. Ik ken een hoop juristen en andere deskundigen die zeker zullen helpen. Dus ik gok dat mijn netwerk en mijn reputatie me zullen beschermen. Iedereen weet maar al te goed dat Rusland me in de gaten houdt en me lastig valt.?

Wat doe je over tien jaar??Wat houdt jullie financi?le onderzoek in?
?We doen dit samen met het OCCRP, het Organized Crime and Corruption Reporting Project. We gaan ze helpen met een openbronnenonderzoek naar witwas- en smeergeldpraktijken. Paul Radu, die aan het hoofd staat, wil een netwerk uitbouwen van financieel specialisten waardoor je geldstromen kunt volgen door Europa of waar zo?n stroom ook maar naar toegaat. Belangrijk aan zo?n netwerk is dat je in elk land mensen hebt zitten die goed inzicht hebben in wat er in hun land met dat soort geld gebeurt. En ja, dat gaat ook over Amsterdam. Nu al komt er veel geld naar Groot-Brittanni? waar iets mee is. Ik sluit niet uit dat na de Brexit wordt geprobeerd om delen van de financi?le sector zo te dereguleren dat hier nog veel meer geld naartoe komt.
?Voor ons financi?le onderzoekswerk hebben we net geld gekregen van het fonds voor onafhankelijke journalistiek van de Open Society Foundation van George Soros en daarmee hebben we nu een specialist kunnen aantrekken. We hebben de afgelopen jaren al een proef gedaan met het onderzoek The London Project Investigation dat vooral was gericht op geld witwassen in Groot-Brittanni?. Dat gebeurt op hele grote schaal en wat we tegenkomen, is echt schokkend.?

Maar wat is het businessmodel?
?Dat is op dit moment fondsenwerving. Trainingen kunnen een bron van inkomsten zijn, maar tot nu toe hebben we hiervoor geen structuur. Als een van ons een training geeft, rekent hij dat zelf af. We moeten ook professionaliseren om geld binnen te kunnen halen. Het Nederlandse fonds Adessium (Ptd: van defamilie Van Vliet, een gulle gever op het gebied van onderzoeksjournalistiek) heeft ons net geld gegeven om professionele hulp te zoeken bij het opstellen van een goed businessplan. Want al heb ik vaak financieel werk gedaan, van businessplannen heb ik weinig begrepen.?

Wanneer doe je dit allemaal, hoe besteed je je tijd?
?Dat is een groot probleem, ik ben zo veel tijd kwijt met belastingaangiften, facturen, fondsen aanvragen, samenwerken met organisaties, praten met de media, want dat laatste is ook echt een groot deel van mijn werk. En dan probeer ik tijd voor mijn gezin te vinden. Ik reis ook nog veel tegenwoordig en als ik dan terugkom, zegt mijn vrouw niet: okay, ga lekker terug naar je werk. Nee, ik heb dan iets goed te maken. Al met al ben ik veel meer manager geworden dan me voor ogen stond, dus daarom is professionalisering hard nodig. Ik ben in oktober uitgenodigd voor een bijeenkomst in Itali? die Beyond Disruption heet. Een van de organiserende partijen is uit Nederland, even kijken, ? hier staat het: de Stichting Democratie en Media. Afijn, ze hebben vijftig mensen uitgenodigd van organisaties zoals het OCCRP en andere organisaties zoals wij met een ongebruikelijk businessmodel. Maar er komen ook topmanagers van de traditionele nieuwsmedia. We gaan drie dagen praten, ik hoop daar echt iets te bereiken.?

Je bent nu 37 jaar. Hoeveel slaap je dan?
?Ik heb twee jonge kinderen, dus meestal ga ik rond 23.00 uur naar bed en word ik wakker om 6.00 uur en twee keer gedurende de nacht.?

Dus je zit niet tot 3.00 uur ?s nachts achter je scherm?
?O nee, ik ga om tien uur naar bed als ik kan. Ik slaap zo veel mogelijk. Soms werk ik bij de Atlantic Council met Max, dat is een briljante vent die maar doorgaat. Na vier, vijf dagen met hem ben ik helemaal kapot.?

Maar goed, het is je toch gelukt: zo te horen vindt iedereen Bellingcat zo belangrijk dat ze er geld voor wil geven. Soros, Atlantic Council, Google, Adessium?
?Het duurt echt een tijd voor zoiets op gang komt. Niemand wil de eerste zijn die je geld geeft. Overal waar je een aanvraag indient, vragen ze: wie steunt je nog meer? Gelukkig gaf Google Media ons op een goed moment geld. Dat hielp. De bekendheid die we kregen door ons MH17-onderzoek heeft ook enorm geholpen. Maar nu komen we op een ander punt aan: we moeten een structuur bouwen waardoor ik tegen een potenti?le donor of investeerder kan zeggen: dit en dit ga ik met je geld doen. We hebben wel veel gulle vrienden, maar zij betalen voor de sexy dingen. We hebben nu geld nodig voor de niet sexy dingen als organisatie en archivering. Een complicatie hierbij is dat ik niet bij ??n partij in de broekzak wil zitten. Ik heb onlangs een heel groot bedrag afgeslagen, puur omdat ik niet afhankelijk wilde zijn van hen. Het liefst wil ik met vijf of zes partijen praten en ze allemaal om 100.000 euro vragen.?

Maar hoe zit jullie organisatie nu in elkaar?
?Ik werk sinds een tijdje twee dagen per week voor de Atlantic Council. De enige fulltime-employ? in de afgelopen jaren was Aric Toler die ik heb leren kennen na MH17. Hij is nu projectleider voor Oost-Europa. We hebben een projectleider voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika en een financi?le onderzoeker. Daarnaast hebben we het onderzoeksteam van Bellingcat met zo?n vijftien vrijwilligers zoals Christiaan Triebert, die het Turkse WhatsApp-verhaal heeft gedaan. Het onderzoeksteam is ontstaan door Aric die na MH17 online eerst met mij in discussie ging en vervolgens in gesprek is gegaan met mensen die online contact met ons opnamen en suggesties deden voor verder onderzoek of die goede vragen hadden. Zo kwam het team tot stand.
?Ik zal je laten zien hoe we werken: op het computerscherm zie je het programma Slack waarmee we al onze communicatie doen. De mensen die je hier ziet staan, zijn mensen uit mijn team die ik vertrouw en die goed zijn in wat ze doen. En hier staan de onderwerpen ? en nee, je mag ze niet fotograferen, sommige van deze onderzoeken zijn geheim. Hier in deze kolom zie je de discussies die we hebben. Deze discussie gaat over de Russische luchtaanvallen in Syri?, en deze is over een onderzoek van Christiaan. Hij werkt samen met Airwars, een organisatie die zich bezighoudt met het registreren van luchtaanvallen en tellen van slachtoffers in de Syrische oorlog.?

Christiaan zit toch in Singapore?
?Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar hij nu zit. De laatste keer dat ik hem sprak, zat hij in Maleisi?, hij reist constant. Het zou geweldig zijn als we Christiaan bijvoorbeeld fulltime in dienst zouden kunnen nemen, hij doet fantastisch werk. Maar ik kan hem niet te veel lastig vallen, want hij moet afstuderen. Hij studeert aan King?s College in Londen.?

Is het moeilijk wat jullie doen? Wat moet je ervoor kunnen?
?Wat ik vooral zoek in mensen is een obsessief trekje. We hebben mensen nodig die honderden, duizenden foto?s met aandacht bekijken, een eindeloze stroom berichten op sociale media kunnen doornemen. Maar ik moet ook oppassen: ze moeten niet gek zijn, want daar heb je er ook genoeg van op de wereld. Ze moeten helder kunnen denken en dat betekent ook dat ze niet emotioneel betrokken mogen zijn. MH17 had natuurlijk een grote invloed in Nederland. Veel Nederlanders hebben hulp aangeboden om mee te werken aan ons onderzoek, maar daar konden we niet altijd op ingaan.
?Het is belangrijk dat onze mensen altijd beseffen dat ze met aannames werken en een streep kunnen trekken waar ze niet overheen gaan. Slack speelt daarbij een grote rol: via het programma discussi?ren we over onze idee?n en wat we tegenkomen. We bestrijden constant elkaars aannames en door dat te doen ga je na verloop van tijd steeds beter aanvoelen waar de valkuilen zitten.?

Veel mensen maken zich zorgen over onze wereld. Doe jij dat ook??Een beetje obsessief, maar niet gek: hoe vis je die mensen eruit?
?Veel mensen mailen ons en schrijven: ik wil graag helpen. Maar dan krijg je opeens een mail van iemand die schrijft: ?Ik heb een blog waarop ik informatie verzamel over inslagkraters in Oekra?ne. Ik heb ze allemaal in kaart gebracht.? Dat is nu precies dat obsessieve dat je zoekt: je leest zo?n mail en je weet dat dat werk op die manier geen zin heeft, maar zo iemand heeft wel de juiste instelling.
?En met dit onderzoek naar kraters zijn we via Slack met hem verder gegaan, we hebben alle kraters nagemeten en bepaald wat de richting van de inslag moet zijn geweest. Al die data hebben we verwerkt in een Google Fusion Table om het gemiddelde te berekenen en op basis daarvan hebben we uiteindelijk de lanceerlocatie kunnen bepalen, over de grens in Rusland. Toen we die eenmaal hadden, konden we aanvullend onderzoek doen op basis van geolocation naar die plek en hebben we posts op sociale media gevonden van soldaten die vanaf die basis schieten op Oekra?ne. Dit onderzoek is vervolgens aangehaald door een expertgetuige in een Russische rechtbank. En de rechter heeft daarop gezegd: wat een briljant onderzoek! Dus nu hebben we een Russische rechter die bewijs accepteert op basis van mijn methode. En dat heeft er weer toe geleid dat we benaderd zijn voor een zaak die speelt voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarnaar deze Russische rechtszaak wordt verwezen. Dus je begint met iets heel kleins en het bouwt op tot iets heel interessants.?

?Nou, dat hangt af van de Amerikaanse verkiezingen. Gisteravond was ik even mezelf kwijt op Twitter over Donald Trump (Ptd: Higgins verstuurde ruim twintig tweets over Trump in een uur), maar doorgaans ben ik niet iemand die zich vaak zorgen maakt. Als ik me zorgen maak over iets, moet ik er ook iets aan kunnen doen. Aan veel dingen kan ik niets doen.?

Maar neem de aanslagen in Europa, houden die je net zo bezig als de oorlog in Syri??
?Drie dagen na de aanslagen in Parijs vonden we de Facebookpagina van een van de aanslagplegers, Bilal Hadfi. We vonden hem, omdat hij op de beelden die via de media werden verspreid hetzelfde shirt droeg als op een Facebookpagina. (Ptd: Dit onderzoek wees uit dat Bilal Hadfi nog een Facebookpagina had onder de naam ?Billy du Hood? waarop hij met wapens op foto?s staat, waaronder een automatisch AKMS-geweer.) We hebben zeker twee uur lang met het team foto?s vergeleken om vast te stellen dat hij precies hetzelfde shirt droeg ?n dat hij een bruine vlek tussen zijn wenkbrauwen had. In dit soort situaties bekijken we elk stukje huid, elke moedervlek en elke haar in een gezicht voordat we ook maar iets naar buiten brengen of de politie informeren.
?En heb je gezien wat we dit voorjaar met de ISIS-mediacampagne hebben gedaan? Er werd door ISIS een video aangekondigd waarover grote opwinding ontstond op social media onder de aanhangers. Tegelijkertijd moedigde ISIS de fans aan om een stukje papier te posten met daarop de hashtag van de campagne en dan: ISIS is hier en dan de naam van het land of de stad: Parijs, Londen of Amsterdam. Ik zag de eerste foto?s op social media voorbijkomen en dacht: er staat zo veel achtergrond op die foto?s dat we de plekken waar ze gemaakt zijn, kunnen lokaliseren. Op de foto die vanuit Duitsland was gepost, is bijvoorbeeld een advertentiezuil in beeld. We zochten het bedrijf op dat deze buitencampagnes doet en op hun website staat een interactieve kaart waarop al hun zuilen te vinden zijn. In no time hadden we de plek van de foto gevonden. Andere locaties vonden we terug door op social media te vragen of iemand een plek herkende.
?Het hele punt van de ISIS-campagne was natuurlijk: wij zijn ISIS, we zitten overal, want dat is de narrative die ISIS probeert de pushen. Maar nu gebeurde het omgekeerde: door te laten zien dat we makkelijk konden achterhalen waar de foto?s waren gemaakt, werd de campagne in plaats van angstaanjagend en ongrijpbaar opeens een beetje knullig. Over de ISIS-video waar het allemaal om ging, en die eigenlijk een interessante speech bevatte, had niemand het meer.
?Alleen al daarom zou ik meer van dit soort dingen willen doen. Maar er zijn een heleboel goede organisaties en individuen die goed onderzoekswerk doen naar ISIS. En soms moet je dan ook denken: als ik hier nog meer over ga publiceren, verspil ik ook een hoop energie die we hard nodig hebben voor andere onderzoeken. Maar ik beschouw dit wel als een groot succes omdat we hebben laten zien hoe je openbronnenonderzoek ook kunt gebruiken om iets om te draaien en te laten zien: zo zit het echt!?

Dat maakt jouw werkterrein nog veel omvangrijker. Hoe kijk jij naar de machtspositie die Facebook en andere grote Silicon Valley bedrijven hebben verzameld als het om onze informatievoorziening gaat? Vind je dat een probleem?
?Ik weet het niet. Als ik een presentatie houd voor de Atlantic Council praten we over de ?medium and the message? en hoe de boodschap is verspreid in de laatste duizend jaar. Dan beginnen we met de slagvelden van de Engelsen en hoe dat verhaal wordt verteld op tapijten zoals in Bayeux. Daarna kwam de schilderkunst, toen de drukpers, en vervolgens kranten, radio en tv. De echte grote verandering is van de laatste tien jaar, door sociale media komt de informatie nu van individuen. Maar het gaat inmiddels niet meer alleen om hoe informatie wordt verspreid maar om hoe wij die ervaren. Neem VR (Ptd: virtual reality).
?Wat ik interessant vond aan de laatste speech die Mark Zuckerberg hield over de toekomst van Facebook, was dat hij vertelde over hoe je een film of video in je eigen huis kunt maken en die kunt delen op Facebook zodat mensen meteen via VR de ervaring kunnen delen. Dus als je naar de mediadragers kijkt die worden gebruikt: tapijt, schilderij, foto, video, high-definiton-video, VR, naar ervaringen waarbij je volledig wordt ondergedompeld (immersive experiences). Dat is waar we naartoe gaan. Hoe mensen dingen delen, is dus van borduren naar tweeten gegaan. Delen is een instant gebeurtenis geworden en nu komen we op het punt dat mensen in een kamer zitten, op een knop drukken en dan zit er opeens nog iemand anders in de kamer. De onmiddellijkheid van informatie, daar gaat het om. Je kunt midden in een luchtaantal van Syri? zitten en die beelden livestreamen. We zien nu al 360-video uit Syri? komen. Ik zit te wachten op de eerste 360-video van ISIS.
?We hebben al allemaal een videocamera, draagbare technologie en camera?s op het dashboard van de auto. Nog even en al onze telefoons hebben 3D- en 360-camera?s.?

?We zullen nog veel meer materiaal moeten bekijken, dat staat wel vast. Als over tien jaar de oorlog in Syri? nog steeds voortduurt en iedereen loopt rond met een 3D- of 360-camera die je kunt streamen, dan hebben we duizenden livestreams tegelijk en dat constant. Hoe gaan we dat monitoren? Als iemand wil livestreamen hoe een ander in stukken wordt geschoten? Dat kan en daar is publiek voor.?

Dus over deze bedrijven en wat zij van ons weten, maak je je niet zo?n zorgen. Wel over de mogelijkheden die ze cre?ren?
?Nou ja, de social-mediabedrijven cre?ren de manieren waarop wij informatie delen. Zij beslissen uiteindelijk hoe informatie wordt gedeeld. Daar zitten interessante juridische kanten aan. Als je denkt aan die vrouw die een livestream op Facebook maakte van haar vriend die net is beschoten door de politie en bloedend en stervend naast haar zit terwijl zij vertelt wat er is gebeurd. (Ptd: Diamond Reynolds uit Minnesota maakte deze livestream op 6 juli 2016.) Wat voor bewijs is dat? Dit soort dingen zullen we steeds vaker zien.?

Op jullie eigen blog laten jullie Amerikaanse politieagenten zien die video?s maken van hun arrestaties tijdens de Republikeinse Conventie.
?Precies! En daarmee komen we terug om mijn punt dat het gaat om het wantrouwen dat mensen voelen. Dat er onderhand altijd en bij iedereen een verwachting is dat er beelden zijn waaruit blijkt hoe iets echt is gegaan. Zolang ze geen beelden hebben gezien, weten mensen niet meer of ze nu het ene verhaal moeten geloven of het andere.?

En daarom is kennis over verificatie zo belangrijk? Omdat je moet vaststellen of en hoe beeldmateriaal is gemanipuleerd?
?Er is een rapport uit 2014 dat heet Syria?s social mediated civil war van het United States Institute of Peace waarin wordt uitgelegd dat met zo veel informatie van zo veel verschillende partijen, er een rol ontstaat voor wat de rapportschrijvers de ?gatekeepers? noemen. Dat zijn de specialisten op een bepaald onderwerp, zoals een oorlog, mensen die al die informatie onderzoeken en cureren, en er iets begrijpelijks van maken dat ze kunnen doorgeven aan journalisten. De gatekeepers worden net zo invloedrijk als de seniorredacteuren van kranten in het verleden. Er ontstaat dus een nieuwe laag tussen gebeurtenis en journalist, en het is aan journalisten om uit te vinden wie de betrouwbare gatekeepers zijn.?

Bronnen: Reporters Online

Vermist in Mexico en zelf op zoek

foto1

Foto: Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet die

Op zoek naar je familieleden, want de politie doet het niet. Een reportage van Jan-Albert Hootsen in Trouw over de zoektocht naar verdwenen Mexicanen. Meer dan 25.000 mensen verdwenen de afgelopen tien jaar in het door drugsgeweld geteisterde Mexico. Familieleden gaan steeds vaker zelf op onderzoek uit.

Op zoek naar zijn broer, want de politie doet het niet.
Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet diep genoeg. Regenwater spoelde de botten naar beneden.”

Enkele minuten later krijgt hij de bevestiging van een forensisch onderzoeker van de PGR, het Mexicaanse federaal Openbaar Ministerie. Het is het dertigste stuk bot dat hij en zijn groepje van ongeveer twintig vrijwilligers vandaag hebben gevonden.

“Vaak zoeken we uren en vinden we niets”, vertelt hij. “Nu hadden we binnen een kwartier beet.”

Vergara zegt het zonder enthousiasme. Hij is hier, in de ruige bergen, met de overige vrijwilligers op zoek naar clandestiene graven met daarin de resten van de honderden mensen die de afgelopen jaren in dit gebied zijn verdwenen.

Schop en pikhouweel
Ze noemen zichzelf ‘Los Otros Desaparecidos’, De Andere Verdwenenen, en opereren sinds eind 2014 vanuit Iguala in het noorden van Guerrero. Iedere zondag kammen ze, slechts gewapend met schoppen en pikhouwelen, de omgeving uit. Ze krijgen anonieme tips over mogelijke graven. Vaak kloppen die; in anderhalf jaar tijd hebben Los Otros Desparecidos 145 lichamen gevonden. Als ze een clandestien graf ontdekken, geven ze het door aan de autoriteiten, in de hoop dat die verder onderzoek doen.

“Vaak gebeurt dat echter niet”, verzucht Vergara. “De politie komt hooguit met ons mee ter bescherming, maar met de resten die we vinden doen ze niets. Het Openbaar Ministerie neemt ze in ontvangst en dat is het.”

Het is die frustratie over de slecht functionerende Mexicaanse rechtsstaat die tot de oprichting van Los Otros Desaparecidos heeft geleid. De groep werd in het leven geroepen in oktober 2014, een maand nadat 43 studenten in Iguala werden ontvoerd en waarschijnlijk vermoord door een lokale drugsbende, in samenwerking met corrupte politieagenten. De tragedie schokte Mexico en veroorzaakte maanden van demonstraties in het hele land tegen drugsgeweld, corruptie en de banden tussen de lokale politiek en de georganiseerde criminaliteit.

De volkswoede gaf Vergara ook de moed om op zoek te gaan naar zijn broer Tom?s, een taxichauffeur die in juli 2012 door criminelen werd ontvoerd in Huitzuco, niet ver van Iguala. “Er zijn heel veel ontvoeringen in Huitzuco”, vertelt Vergara, in het dagelijks leven caf?houder. “Wie probeerde te weten te komen wat er met de ontvoerden was gebeurd, werd bedreigd door criminelen, of erger. Maar in de nasleep van de verdwijning van de studenten voelden we dat we eindelijk wat konden doen om onze eigen tragedie op te lossen.”

Met Vergara als gepassioneerde woordvoerder krijgt de groep nu ook navolging in andere deelstaten. In Coahuila en Sinaloa, in het noorden, en ook in de deelstaat Veracruz, aan de oostkust, waar Vergara zelf vorige maand twee weken lang enkele zoektochten co?rdineerde.

Veiligheid
Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk; in Veracruz kon de brigada de b?squeda, de zoekbrigade, niet zo vaak op pad als ze wilde. Volgens de politie kon de veiligheid van de zoekende familieleden wegens bedreigingen door de georganiseerde misdaad niet altijd worden gegarandeerd.

Die dreiging is re?el: in juni werd in de Veracruzaanse stad Poza Rica een man vermoord die op zoek was naar zijn verdwenen dochter. Vorig jaar augustus werd bovendien Miguel ?ngel Jim?nez Blanco, de oprichter van Los Otros Desaparecidos, doodgeschoten.

“De risico’s die de leden van de zoekbrigades lopen zijn enorm, want de georganiseerde criminaliteit wil natuurlijk niet dat de slachtoffers worden gevonden”, stelt Juan Carlos Trujillo van mensenrechtenorganisatie Enlaces.

Mario Vergara zegt dat hij en de andere leden van Los Otros Desparecidos zich niet veel van het gevaar aantrekken. “We komen weleens leden van de bendes tegen, maar we provoceren ze niet, we zijn er niet om ruzie met ze te zoeken”, zegt hij. “Bovendien: wat hebben we te verliezen? Als je zoals ik je broer kwijtraakt op deze manier … Eigenlijk zijn wij al levende doden, omdat alles wat we doen in het teken staat van het terugvinden van onze geliefden.”

In het kort
In Mexico zijn sinds 2006 meer dan 25.000 mensen verdwenen.?De meeste vermisten zijn waarschijnlijk het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.?Overal in Mexico duiken nu groepjes burgers op die zelf naar vermisten op zoek gaan

Bronnen: Trouw