Tagarchief: opsporing

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

App: I Sea

Vanuit je luie stoel met een app vluchtelingenbootjes zoeken

Vluchtelingen helpen zonder dat je naar de Middellandse Zee hoeft en zonder dat je er geld aan uit hoeft te geven??Migrant Offshore Aid Station (MOAS), een particuliere organisatie die op zee vluchtelingen redt, heeft daar een app voor ontwikkeld.?Je kunt nu vanuit je luie stoel en met?een paar vrije minuten?helpen zoeken naar migrantenboten op zee met I Sea.

De app, momenteel alleen nog beschikbaar voor iOS, moet het zoeken naar vluchtelingenboten makkelijk maken. De software van MOAS deelt de satellietbeelden – dat het krijgt van meerdere organisaties – op in miljoenen blokjes. Je krijgt bij het opstarten een van die miljoenen blokjes toegewezen. Crowdsourcend naar bootmigranten zoeken dus.

Jelle Goezinnen (38) van?Sea Watch, een andere particuliere hulporganisatie, vindt het een “goed?initiatief. Tot er een oplossing is voor de humanitaire ramp die er plaatsvindt?moet je met dit soort initiatieven blijven komen.”

isea1isea4isea2isea3
Spot je een boot in jouw blokje? Dan druk je op een knop om MOAS op de hoogte te stellen. Voordat je een bootje kunt taggen, moet je wel je naam, paspoortnummer en email invullen, om grappenmakers tegen te gaan.?Jouw ingestuurde?informatie wordt vervolgens bekeken en – als het inderdaad een vluchtelingenboot is -?doorgegeven aan schepen op het water. Zij kunnen aan de hand van de gegevens gaan zoeken.

De makers van de I Sea-app zeggen dat er weinig mensen zijn om op zee te zoeken naar vluchtelingen. Met deze app hopen ze dat er meer mensen mee gaan?helpen. Correspondent Rop Zoutberg herkent het probleem. “Er zijn handen en schepen?tekort, maar je kunt ook zeggen: de zee is gewoon te groot.” Daarom zou deze app zomaar eens uitkomst kunnen bieden, zegt Zoutberg.

Van deze boot werden de opvarenden net op tijd gered.?

Goezinnen: “Er komen steeds meer schepen, steeds meer initiatieven om te helpen, maar het is nog niet genoeg. Er sterven steeds meer mensen op zee.”?Er kwamen dit jaar al ruim 211 duizend migranten over de Middellandse Zee naar Europa. Bijna 3000 mensen verdronken, meldt de vluchtelingengroep UNHCR.

Volgens Goezinnen ligt het niet aan de techniek of de capaciteit. “Die is er al, die wordt maar mondjesmaat ingezet voor reddingsoperaties.”

Zo heeft Frontex, de Europese grensbewaker, al toegang tot realtime satellietbeelden, zegt Goezinnen. “Die worden 24/7 bekeken door tientallen professionals. Die zoeken allemaal?naar boten en kennen de routes.” Maar lang niet altijd wordt er ingegrepen door Frontex. “Hun mandaat is niet groot genoeg, ze zijn niet actief op de hele?Middellandse?Zee.”

“En zolang er geen Europese oplossing is voor vluchtroutes, zal deze ramp niet opgelost worden.”

Met twee motorboten worden de migranten van het schip gehaald.

Ook Nederland helpt mee met de grensbewaking.?Het marinefregat Zr. Ms. Van Amstel heeft?gistermiddag 193 mensen gered van een zinkend schip op de Middellandse Zee. De Van Amstel vaart daar in verband met de grensbewakingsoperatie Frontex van de EU.

Juist daar wil I?Sea verandering in brengen. Goezinnen zegt?dat het goed kan?werken. “Je moet snel ter plekke zijn om overvolle bootjes in nood te helpen.” Des te sneller zo’n bootje wordt gespot, des te groter de kans dat de opvarenden geholpen kunnen worden.

MOAS is in?2013 opgericht door het koppel Christopher en Regina Catrambone. De miljonairs hebben hun?schip De Phoenix en werken vanuit Malta. Met? schepen en drones heeft MOAS tot nu toe zo’n 13.000 mensen uit zee gered. En kreeg daarvoor de?Geuzenpenning.

Toch lijkt er het een en ander?mis met I Sea…

Of: wat is er n?et mis? Technisch blijkt er weinig van te kloppen. Al snel werd ontdekt dat de real-time satellietbeelden helemaal niet real-time zijn. Sterker nog, de app laadt bij iedereen dezelfde statische afbeelding, waar gegarandeerd niets in wordt gevonden. Ook de bijbehorende website is expres zo gemaakt dat het helemaal niets doet. Het inlogveld is bijvoorbeeld gemaakt om alleen een melding terug te geven dat de gebruikersnaam niet bestaat. Verder niets.

Maar ook zonder in de code te duiken zou de app al wat vragen moeten oproepen. Zo is het totaal onduidelijk waar de satellietbeelden vandaan komen en hoe actueel ze zijn. Het non-stop doorstralen van hoge-resolutiebeelden vanuit de ruimte staat, op zijn zachtst gezegd, nog in de kinderschoenen. En het feit dat je, mocht je onverhoopt een boot vinden die je wilt melden, jouw paspoortnummer moet doorgeven aan de organisatie is ronduit vreemd. Zeker omdat er nergens gebruiksvoorwaarden zijn te vinden die aangeven waarom dat moet.

Een app als I SEA is best ingewikkeld om goed in elkaar te draaien. Dat is niet iets wat de eerste de beste ontwikkelaar zomaar even doet. De app is gemaakt door Grey for Good, dat een soort goede-doelen-afdeling moet zijn van reclameboer Grey uit Singapore. I SEA is hun tweede app in de App Store. Ze hebben hiervoor een app gemaakt waarmee je laminaat kunt uitkiezen. Om dat nu met zoiets als I SEA op de proppen te komen is een flinke stap voorwaarts. En MOAS? Die rept op de eigen website letterlijk met geen woord over de I SEA app.

Kortom, heb jij naar aanleiding van de vele, vele, vele, vele nieuwsberichten van goedgelovige journalisten oprecht gezocht naar vluchtelingen, dan heb je dus sowieso jouw tijd zitten verdoen. Maar waarom zouden de helden van MOAS in vredesnaam op de proppen komen met een app waarvan ze weten dat het niet werkt? Over zo?n serieus onderwerp ook nog? We wachten nog op een reactie. Het zou goed kunnen dat MOAS hiermee aandacht wilde genereren voor de vluchtelingenkwestie. En heel veel aandacht zou de ontwikkelaar van de app ook niet slecht uitkomen. Volgens ??n twitteraar heeft die zijn eigen manke product namelijk al ingediend voor de Cannes Lions reclame-award.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken is er nog geen reactie van de organisatie. Wel is de bewuste app inmiddels door Apple uit de AppStore gehaald?en?zijn ze via andere wegen naar buiten getreden. Zo laat MOAS aan Buzzfeed weten wel benaderd te zijn over het idee, maar verder niets te maken te hebben gehad met de app. Dat de uitvoering totaal ruk is, betreuren ze. ?We don?t use iPhones to save people.??Dan blijft de Grey dus over als schuldige in dit debacle. Zij laten op hun site weten dat de app nog in testfase is. Een glasharde leugen, gezien eerdere interviews die ze maar wat graag gaven over de app. Ondertussen hebben ze namelijk wel gewoon even een prestigieuze bronzen reclame-award voor de app in de wacht gesleept.

Bronnen: NOS, I Sea App, Draadbreuk

App: FindFace

facefind
Anonimiteit in het openbaar is binnenkort geschiedenis. Tenminste, als de oprichters van een nieuwe gezichtsherkenningsapp hun zin krijgen. FindFace werd twee maanden geleden gelanceerd en verovert gestaag heel Rusland. De app stelt gebruikers in staat mensen op straat te fotograferen en doorzoekt vervolgens met 70 procent betrouwbaarheid op social media naar de persoon in kwestie.

Op dit moment werkt de app alleen nog in combinatie met Vkontakte, met 200 miljoen gebruikers een van de populairste sociale netwerken in Rusland en de voormalige Sovjetstaten. De makers van FindFace hebben grotere dromen: zij stellen zich een wereld voor waarin je, willekeurig waar ter wereld, voorbijgangers op straat kunt fotograferen en vervolgens al hun op social media gedeelde informatie met ??n druk op de knop naar boven kunt halen. En niet alleen de gewone man op straat, volgens de ontwikkelaars biedt de app oneindig veel mogelijkheden voor winkeliers, reclamemakers en opsporingsdiensten.

In de korte tijd sinds de lancering heeft FindFace al een half miljoen gebruikers verzameld en zijn er inmiddels drie miljoen zoekopdrachten uitgevoerd. Dat zeggen de ontwikkelaars, Artem Kukharenko (26) en Alexander Kabakov (29).

?Drie miljoen zoekopdrachten in een database met bijna een miljard foto?s: dat zijn biljoenen uitgevoerde vergelijkingen en dat op vier doodnormale servers. Met ons algoritme kan je vanaf je eigen computer een miljard foto?s doorzoeken in minder dan een seconde tijd,? zegt Kabakov in een interview met The Guardian. De app geeft je uiteindelijk het profiel dat het meest dichtbij komt, plus nog eens tien profielen die dicht in de buurt komen.

Volgens Kabakov kan de app gebruikt worden als revolutionaire stap in het online daten: ?Wanneer je iemand ziet die je leuk vindt, dan kan je een foto maken, de identiteit van die persoon achterhalen en een vriendschapsverzoek sturen.? Stalkerig? Welnee, zegt Kabakov:

De app zoekt ook naar vergelijkbare mensen. Dus je kan ook gewoon een foto van een filmster of muzikant die je aantrekkelijk vindt uploaden, of van je ex, en dan via de app tien meisjes vinden die op haar lijken om vervolgens berichtjes te kunnen sturen.

Een aantal mensen heeft al alarm geslagen over de verontrustende manieren waarop de app ingezet kan worden. Een fotograaf uit Sint Petersburg heeft met zijn project ?Your Face Is Big Data? al aangetoond hoe goed de app in de praktijk werkt. De kunst van het meta-stalken, noemde hij het. En ook wordt een aantal pornoactrices lastiggevallen nadat FindFace-gebruikers hun foto uploadden om zo hun werkelijke identiteit te achterhalen.

Facebook
De technologie beperkt zich niet tot Vkontakte, maar werkt in theorie op elke fotodatabase. De app is op het moment echter nog niet te gebruiken in combinatie met Facebook, omdat het platform van Mark Zuckerberg de foto?s in een veel complexere database opslaat dat zijn Russische concurrent. Een kwestie van tijd, aldus de makers van FindFace.

Zij noemen FindFace ?niet meer dan een etalage waarin de technologie uitgestald ligt?. De app is gratis, maar wie meer dan dertig zoekopdrachten per maand wil doen, zal moeten betalen. Dat is overigens eerder een manier om de beperkte servercapaciteit niet al te zeer te overbelasten, dan om er daadwerkelijk geld mee te verdienen. Ook mikken Kabakov en Kukharenko helemaal niet op het publiek als de echte gebruikers van de technologie; zij hebben hun zinnen gezet op opsporingsdiensten en de detailhandel als de echte grootgebruikers.

Het tweetal, net terug van een zakenreis naar de VS en op het punt af te reizen naar Macau voor een presentatie voor een casino, zeggen al benaderd te zijn door de Russische politie. Die heeft de app al meerdere malen gebruikt om verdachten op te sporen. ?Het is bizar, zaken die al jaren stilliggen worden nu opeens opgelost,? zegt Kabakov.

Opsporingsmogelijkheden
Het duo bevindt zich in de laatste fase van contractbesprekingen met het stadsbestuur van Moskou. Als de laatste puntjes op de i zijn gezet, zal de technologie worden ge?mplementeerd in het netwerk van 150 duizend CCTV-camera?s door heel de stad. Zodra ergens iets gebeurt, kunnen de camerabeelden direct in het systeem worden ingevoerd om binnen politiedatabases en rechtbankverslagen op zoek te gaan naar de vastgelegde personen. En ja, ook op de sociale netwerken.

Er is niet veel fantasie nodig om te bedenken op welke manieren repressieve overheden de technologie kunnen inzetten. Tijdens ongewenste straatprotesten wordt het een koud kunstje de identiteit van demonstranten vast te stellen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Kabakov en Kukharenko zeggen nog niet benaderd te zijn door de Russische geheime dienst, maar: ?Als de FSB belt, dan luisteren we uiteraard naar wat ze te zeggen hebben.?

Volgens Kabakov klinken de mogelijkheden van FaceFind verontrustender dan ze daadwerkelijk zijn. Kabakov, van huis uit filosoof, meent dat aangezien de technologische ontwikkelingen niet gestopt kunnen worden, die maar beter open en transparant kunnen zijn.

?In de wereld van vandaag zijn we omring door gadgets. Onze telefoons, televisies en zelfs koelkasten, alles om ons heen verzendt in real-time informatie over ons. We weten allang waar mensen gaan en staan, wat hun interesses zijn enzovoorts. Mensen moeten begrijpen dat zij in de moderne wereld in de schijnwerpers van de technologie staan. Je moet er maar mee leren leven.?

Bronnen: Joop, The Guardian, The Washington Post

Internet terreur

Erg subtiel gaat het er bij Internetpesters Aangepakt niet aan toe, maar Peter R. is wel helderder dan de meeste moderators.

Wat doe je wanneer je thuiskomt en je voordeur is beklad met graffiti? ‘Vuile pijpslet’, staat er, of: ‘Lelijke homo, ze moeten je vergassen’. Waarschijnlijk bel je de politie. Vervolgens maak je een sopje en boen je je portiek.

Wat nu als dezelfde tekst op Facebook wordt gezet? Ook dan verwijder je de bedreiging, al doe je vast geen aangifte. Maar waarom eigenlijk niet? Op internet bereikt een bedreiging een veel groter publiek, die mensen leren je voor- en achternaam en kunnen het bericht liken of sharen: extra intimiderend. Je kunt het wel rapporteren, maar Facebookmoderators handelen ondoorgrondelijk – in het social-medialandschap wordt een topless vrouw direct verwijderd, een uitzwaaibetoging met racistische spandoeken kan dagen blijven.


Dan zijn kun je wat hebben aan?Peter R. de Vries en zijn redactieteam. In Internetpesters Aangepakt helpen zij de slachtoffers van ‘internetterreur’. Hij spoort met zijn team de (vaak anonieme) ‘webterroristen’ op en confronteert deze daders met hun gedrag. Elke aflevering draait om ??n zaak. Een Joodse vrouw die op Facebook bedreigd wordt, een meisje dat met wraakporno te maken krijgt, een kind dat wordt gediscrimineerd via YouTube. Of een recente uitzending over Jamilla: al zeven jaar digitaal gestalkt.

De aanpak van Peter R. en zijn team verschilt per casus. In het geval van Jamilla moet de identiteit van de dader achterhaald – via een Marktplaatspost van zijn moeder vindt de redactie zijn adres. In andere afleveringen is de dader al bekend en gaat de redactie zijn of haar gangen na – heeft de pester meer slachtoffers gemaakt?

Ethisch en journalistiek?gezien valt er wel wat aan te merken op het programma. De privacy van de daders is vaak in het geding: hun openbare posts en priv?berichten worden getoond, achternamen weggeblurd maar makkelijk online vindbaar. In een weinig subtiele voice-over dikt Peter R. het leed van de slachtoffers aan: ‘Ik snap wel dit haar leven ontwricht!’ Tegelijkertijd worden de pesters bars neergezet. De jongen die Jamilla romantische berichten blijft sturen, voert ‘een terreurcampagne’. Wanneer hij een vriend vraagt Jamilla ook te schrijven, heet dat ‘zeer geraffineerde manipulatie’. Ook de wederhoor lijkt niet altijd zuiver. In de aflevering over de Joodse vrouw wordt het commentaar van een politiewoordvoerder halverwege weggedraaid – te lang en complex voor de uitzending, waarschijnlijk. Nuance leent zich niet voor de boosheid en morele verontwaardiging die?nu eenmaal het handelsmerk is van Peter R. die vaak ‘Dit is gewoon schandalig!’ roept.

Dat de verhalen nogal zijn aangezet, maakt ze niet minder belangrijk. Internetpesters Aangepakt laat zien hoe desperaat slachtoffers van internetpesten kunnen raken, niet in de laatste plaats omdat moderators noch reguliere autoriteiten willen of kunnen ingrijpen. De grenzen tussen smaad en ironie, bedreiging en pesterijtje zijn vaag, zo luidt het. In Internetpesters Aangepakt geeft Peter R. die grenzen helder aan. Racisme? ‘Dat mag gewoon niet!’ Doodsbedreigingen? ‘Dat is strafbaar!’ Stalking? ‘Kan niet!’ Iemand moet het zeggen. En het kan niet vaak genoeg herhaald.

Petitie

Recentelijker heeft Peter R. de Vries enkele uren na uitzending van het programma?al meer dan genoeg handtekeningen verzameld om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.?Om het onderwerp bespreekbaar te maken in de Kamer moest De Vries?minstens 40.000 handtekeningen verzamelen. Dinsdagavond om 22.30 uur hadden al 96.000 mensen de online petitie ondertekend.

,,Slachtoffers worden niet beschermd en daders komen overal mee weg”, zegt de Vries. De misdaadverslaggever wil dat er een wet komt die slachtoffers gaat beschermen en dat er iets wordt gedaan met de aangiftes die volgens hem nu veelal op een stapel blijven liggen. ,,Het is een illusie dat er iets met aangiftes wordt gedaan. (…) De aangifte wordt wel genoteerd, maar er wordt vervolgens niks mee gedaan. Het ontbreekt de politie vaak aan mankracht en kennis. Ze begrijpen vaak de fundamentele basisbegrippen van het internet niet.”

Bronnen: De Volkskrant, AD,?Internetpesters Aangepakt

DIY Detective met een drone

wpxp_man_vindt_crossmotor_met_drone_canada

Een man uit North Cowichan heeft zijn gestolen crossmotor teruggevonden met behulp van zijn drone. De Canadees stuurde zijn 3D Robotics Solo drone de lucht in, uitgerust met een GoPro camera. Doordat hij de zoekradius had weten te beperken met behulp van beelden van zijn beveiligingscamera?s, wist hij zijn motor uiteindelijk in een bos te vinden.

De software-ontwikkelaar Ryand Sandness naar deze moderne technologie toen hij er ontdekte dat zijn paarse Honda CR250 uit 1995 was gestolen. Sandness was een paar dagen weg geweest en ontdekte pas enkele dagen na de diefstal dat zijn motor was verdwenen.

wpxp_gestolen_crossmotor_teruggevonden_met_drone

Klunzige dief
Op beelden van beveiligingscamera?s op zijn eigen terrein is te zien hoe een onbekende man om 4:17 ?s nachts het slot van zijn motor doorknipt. In eerste instantie wilde hij een ATV stelen, maar dat kreeg hij niet voor elkaar. Ook lukte het de dief niet om de crossmotor te starten, dus ging hij weg met de motor aan de hand. Na 15 minuten kwam hij echter weer terug en probeerde nogmaals de ATV te stelen, wederom tevergeefs.

Op goed geluk
Aan de hand van de beelden constateerde Ryan Sandness dat de dief binnen 15 minuten niet ver had kunnen komen, zeker niet met een motor van 200 kilo aan de hand. Hij wist zeker dat zijn crossmotor nog in de buurt moest zijn. Op goed geluk besloot hij zijn 3D Robotics drone de lucht in te laten en ging op zoek naar iets paars. In eerste instantie had hij geen geluk, maar tijdens een tweede vlucht kon hij opgelucht ademhalen. In een stuk bos zag hij zijn motor?duidelijk liggen. Na onderzoek door de politie nam Sandness zijn motor mee naar huis en kocht voor de zekerheid een steviger slot.

Bronnen: Drones.nl, CBC

DIY Detectives: Anonymous DeathEaters

Na de?vermeende kindermishandelingen van Westminster en de schandalen van de?cover-ups?in het Verenigd Koninkrijk waar nog steeds verhalen over naar buiten komen, besloot?hackersgroep Anonymous om de strijd aan te gaan met internationale pedofielnetwerken. Ook zij willen?bewijs verzamelen en zijn een burgeropsporingsinitiatief gestart onder de?naam?’Operation Death Eaters‘ (naar Voldemort’s netwerk van kwade?volgelingen uit?de Harry Potter-reeks)?om daders voor de rechter te krijgen. Via social media roept de groep om opsporingshulp om deze netwerken te ontmaskeren.

A still from the Operation Death Eaters video by Anonymous - the hacking group says it is is planning on collecting evidence against international paedophile rings to ultimately bring the perpetrators to justice

Deze plannen komen kort?nadat Anonymous eerder al de oorlog verklaarde tegen Jihadisme waarin ze antwoord wilden geven op de aanslagen in Parijs en Brussel. In dit nieuwe initiatief?willen ze een database aanleggen van pedofielen om deze ‘ internationale cult’ van kindermisbruik en mensenhandel voorgoed te ontmaskeren. Er is veel controverse rondom het?onderwerp, want tegengeluiden zijn er ook, ?zoals in onderstaand filmpje duidelijk wordt:

Op Tumblr heeft Anonymous?alvast de campagne ingezet in allerlei landen:

?

Op de Britse versie van de Anonymous website staat: “Het?CSA onderzoek in het Verenigd Koninkrijk is een poging van deze machtige sekte om elk incident als ge?soleerde incidenten van “seksueel misbruik” te doen overkomen. ?De medeplichtige Britse media is bezig met een enorme propagandacampagne om marteling en moord te vervangen door?”pedofilie” en vraagt meer begrip voor het fenomeen?”pedofilie”. Dit betreft geen?trieste groep pedofielen die hulp en begrip nodig hebben. Dit is een cultgroep van?dood en verderf met een van de meest?krachtige wereldwijde mensenhandel netwerken”.

Named 'Operation Death Eaters' after Voldemort's band of evil followers in the Harry Potter series, the group is calling for a global effort in exposing the paedophile rings through the power of social media

Het?Westminster pedofielen-netwerk is een van de vele zaken waar?Operation DeathEaters in zal duiken, omdat het volgens hen anders door de Britse elite onder de mat wordt geveegd. Ze?hopen informatie publiekelijk te kunnen delen?(voordat het verdonkeremaand wordt) zodat er een onafhankelijk onderzoek kan plaatsvinden waarin ook getuigenverklaringen kunnen komen en hulp voor slachtoffers wordt geboden waar nodig.

Andere beruchte zaken die ze in dit verband noemen zijn?die van?Jimmy Savile, MP Cyril Smith, en de beweringen aan het adres van Elm Guest House en het?nu ter ziele zijnde?Paedophile International Exchange.

Uit cijfers van de EU Global Alliance tegen seksueel misbruik van kinderen online blijkt dat elk jaar opnieuw?50.000 nieuwe beelden van kindermisbruik online komen te staan (vooral ook op het?Dark Web), waarvan meer dan 70 procent beelden kinderen te zien zijn met een?leeftijd van onder de 10 jaar.

Heather Marsh, auteur van?Binding Chaos (zie hieronder), die samenwerkt met Anonymous zegt erover: ‘Ons doel is om onafhankelijk, internationaal onderzoek te doen voor slachtoffers en de medeplichtigen te ontmaskeren die de normale rechtsgang belemmeren en zorgen voor cover-ups in pedofilie en kinderhandel’.

The hacking group says it wants to collect evidence against international paedophile rings and look into their abuse of children to find the links between different operations and bring the perpetrators to justice

De leden van Anonymous, beter bekend als?’Anons’, staan bekend als moderne digitale Robin Hoods die cyberterroristen maar ook bedrijven en overheden aanpakken waar en wanneer zij dat nodig achten. In 2008 pakten zij met?protesten en digitale acties de Scientology kerk aan in ‘ Project Chanology’ vanuit hun moederbasis 4Chan?na een uitgelekte video van Tom Cruise. ?Daarna kozen ze doelwitten zoals de overheden van de VS, Isra?l, Tunesi? en Uganda maar ook organisaties als de Westboro Baptist Church, Paypal, Mastercard, Visa en Sony. In 2013 verklaarden ze?de oorlog tegen diverse chatsites waar pedofielen foto’s verhandelden. ?En vorig jaar traden ze op tegen de Ku Klux Klan die het incident in?Ferguson aangrepen om hun punt te maken. Toch zijn er ook tientallen arrestaties geweest onder leden van Anonymous. Er zitten zgn white hat hackers bij, maar ook grey hat hackers die de randen opzoeken van de huidige wetgeving en ethiek.

Bronnen: Daily Mail, Telegraph, Inquisitr,?The Independent, CloserOnline, Mirror, Cloucester Citizen, Gloucestershire Echo, Daily Mail, Metro, 9News

DIY Detectives: Anxiety War

anxiety war

Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.

Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.

“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.

Bronnen: Wood TV

Sweetie 2.0

sweetie-2_1_0
?Sweetie 2.0?: Een nieuwe methode om kindmisbruikers op het internet op te sporen, te waarschuwen en af te schrikken, zodat kinderen veiliger kunnen opgroeien.

Met het Sweetie project in 2013 heeft Terre des Hommes aard en omvang aangetoond van een betrekkelijk nieuw fenomeen: webcam child sex tourism. Mannen in rijkere delen van de wereld betalen kinderen in ontwikkelingslanden om voor de webcam sexshows op te voeren. Met name in de Filippijnen worden tienduizenden kinderen op deze wijze seksueel uitgebuit. In 10 weken tijd is Sweetie, een digitaal lokmeisje, erin geslaagd om 1000 mannen uit 71 landen te identificeren. Hun gegevens zijn overhandigd aan Interpol. Arrestaties en veroordelingen hebben inmiddels plaatsgevonden in Australi?, Belgi?, Denemarken, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Er moet echter meer gebeuren.

Met Sweetie 2.0 gaan ?chatbots? in combinatie met digitale nep-kinderen (avatars) duizenden chatrooms op het internet monitoren om mannen die op zoek zijn naar seks met kinderen op te sporen, te identificeren, te ontmoedigen, waarschuwen en afschrikken. In samenwerking met criminologen en psychologen van de Universiteit van Tilburg zal statistisch worden aangetoond dat deze pro-actieve, preventieve wijze van optreden tot het gewenste resultaat leidt; een veiliger internet voor kinderen. De software zal uitgebreid worden getest tijdens de operationele fase en vervolgens beschikbaar worden gesteld aan politie en justitie.

Bronnen: Terres des Hommes

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

CrimeDiggers

crimediggers financieel

Als onderdeel van een nieuwe wervingscampagne om digitale rechercheurs te werven heeft de politie een online challenge gebouwd. Via de “Crimediggers” challenge (trailer) kunnen deelnemers kennismaken met zowel digitaal als financieel recherchewerk.?Crimediggers is een soort vervolg op de Cybercrime Challenge de afgelopen jaren werd ontwikkeld.

Volgens de politie wordt criminaliteit steeds complexer, heeft het vaker een financi?le of digitale component en speelt het zich tegenwoordig vrijwel altijd af in het digitale domein.?Er wordt daarom gezocht naar hbo’ers en wo’ers met een financi?le of ICT-achtergrond die in het opsporingswerk kunnen instromen. Voor het digitale opsporingswerk zijn in de directe toekomst meer en meer hoogopgeleide politiemedewerkers nodig. Behalve voor de digitale opsporing zoekt de politie ook naar hbo?ers en wo?ers voor de financi?le recherche. Om deelnemers met verschillende achtergronden aan te spreken biedt Crimediggers een financieel ?n een digitaal spoor.

Deelnemers aan de challenge kunnen zelf kiezen welke route ze volgen. “We hebben geprobeerd de online experience zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de werkelijkheid die we dagelijks tegenkomen in de opsporing”, stelt een digitaal specialist van de eenheid Amsterdam. “Het mooie is dat je meteen kunt ontdekken of je, behalve je vakkennis, ook serieus talent hebt voor de opsporing. Je leert op een bijzondere manier kijken naar grote hoeveelheden informatie.”




Helaas kan de experience (nog) niet op een mobiel apparaat worden gespeeld, dus helemaal ingaan op de nieuwe wervingsmogelijkheden doet het nog niet.

Bronnen: Crimediggers, Security.nl