Tagarchief: opsporing

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Bij welke staat behoort de virtuele straat?

Een bijdrage van gastauteur Rick de Haan:

Waarom hebben we politie? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die mijn kleuterzoon zou kunnen stellen om de wereld om zich heen te leren begrijpen. Hoe ouder hij wordt, hoe ingewikkelder de vragen. En dus ook de antwoorden, waarvoor ik steeds vaker de hulp van internet inschakel. Het zal niet lang meer duren tot hij zelf www.google.nl intikt en daar zijn vragen gaat stellen; tot die tijd leer ik er zelf gelukkig ook nog wat dingen bij.

Het meest concrete antwoord op de vraag waarom we politie hebben staat op politie.nl: ?De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat.? Persoonlijk vind ik dat nog een beetje te kort door de bocht, want het geeft geen antwoord op de vraag waarom het ?berhaupt nodig is om politie te hebben. Daar zullen ongetwijfeld wat wetenschappelijke, sociologische of antropologische stukken over te vinden zijn. In die richting zou ik het zelf in elk geval zoeken, want het bestaansrecht van de politie is gelegen in het bewaken en handhaven van de regels die gezamenlijk in een samenleving worden afgesproken. Het is onderdeel van hoe mensen met elkaar omgaan. In gezinsverband zijn het, als het goed is, de ouders die de afgesproken leefregels handhaven en de kinderen in het gareel proberen te houden. In een groter gezelschap ligt het gezag bij degenen die de leidersrol hebben. Op het werk is dat doorgaans de leidinggevende. In een nog groter gezelschap, zoals een stad, provincie of land is dit een verantwoordelijkheid van ?de overheid?, in ons geval de democratisch gekozen leiders. En de Nederlandse overheid heeft het uitvoeren van dat gezag, inclusief het alleenrecht om desnoods geweld toe te passen, gedelegeerd aan een organisatie die we de politie noemen. Om het nog een beetje overzichtelijk te houden sla ik de iets ingewikkeldere uitleg van de Trias Politica even over, want dan dwaal ik af. Maar houd voor straks even in het achterhoofd dat we ook nog zoiets als een rechterlijke macht hebben.

De virtuele variant van de maatschappij

In het afgelopen decennium is de interactie en het ?zijn? op internet toegenomen. Het internet, en dan vooral social media, is een ander domein dan telefonie dat al wat langer bestaat. Bij telefonie heeft de een kortstondig contact met de ander. In de meeste gevallen is dat 1-op-1. Op social media communiceren grote groepen met elkaar over van alles en nog wat. Het internet is daarmee meer en meer een virtuele variant van de maatschappij geworden. Ik noem het variant en niet verlengstuk, want die virtuele maatschappij kent geheel andere grenzen dan de fysieke maatschappij. Het onderlinge verkeer is niet begrensd door gemeente- of landsgrenzen. Ook taal is geen barri?re om wel of niet mee te doen. Engels is de voertaal in het westen, maar met vertaalprogramma?s als Google Translate is het een koud kunstje om aan het online maatschappelijk verkeer mee te doen met mensen uit een ander taalgebied. Je hoeft er zelfs niet voor te kunnen lezen dankzij moderne spraakprogramma?s. Tegelijkertijd vinden er op het internet overtredingen plaats die volgens de wetten en regels die ooit in de fysieke wereld zijn afgesproken handhaving behoeven. Als er een Nederlandstalige bedreiging van een (aankomend) politicus plaatsvindt, vanaf een socialmedia-account van een Nederlandse gebruiker, is het niet zo ingewikkeld om dit te behandelen volgens de Nederlandse wet. Als diezelfde bedreiging aan het adres van een buitenlandse politicus wordt gedaan, wordt het opeens veel ingewikkelder. Want is het beledigen of bedreigen van iemand in het buitenland nu wel of niet strafbaar volgens de wet die geldt in de omgeving van degene die deze uiting doet?

Overgeleverd aan de nukken van de internetgiganten

Het stelt niet alleen overheden en politie voor lastige dilemma?s, maar ook internet- en socialmedia-giganten als Facebook, Google en Twitter. Doorgaans hebben deze giganten intussen min of meer gestroomlijnde meldprocedures voor overheden. Zo kan een opsporingsambtenaar bij Facebook bijvoorbeeld via Facebook Records contact opnemen in geval van een opsporingsonderzoek. Twitter heeft weer andere regels waar je je als wetshandhaver aan moet houden voordat je bepaalde informatie kunt krijgen. In alle gevallen zijn het procedures die de bedrijven zelf opstellen, om voor zichzelf een goede balans te vinden tussen de privacy van hun gebruikers en het delen van gebruikersdata met overheidsvertegenwoordigers. Die balans is doorgaans niet transparant, uitgezonderd enige inzage in het aantal aanvragen en ingewilligde verzoeken via transparency reports. Het is echter maar de vraag welke beweegredenen er zijn om wel of niet mee te werken. Opsporingsinstanties vragen om gegevens, en socialmedia-bedrijven geven die of kiezen ervoor om dat juist niet te doen als zij vinden dat ze daartoe moreel of wettelijk niet verplicht zijn. Ze hebben wat dat betreft een zeer machtige positie, waarbij overheden zijn overgeleverd aan de nukken van deze internetgiganten. Wie heeft er nu eigenlijk de leiding om de orde te bewaken en te handhaven? En wie zou dat moeten hebben?

Online leefbaarheid en veiligheid

De leefbaarheid en veiligheid in onze fysieke leefomgeving heeft er sinds de opkomst van online buurtpreventie een dimensie erbij gekregen. Ongeveer 7000 WhatsApp-groepen uit Belgi? en Nederland hebben zich inmiddels aangemeld bij wabp.nl; grote kans dat ook jij en/of jouw buren op deze manier samen een oogje in het zeil houden in jouw wijk. Een belangrijk uitgangspunt van die online buurtgroepen is dat als er stront aan de knikker is er meteen 112 wordt gebeld. Om elkaar te informeren over onwenselijke of onveilige situaties hoeft de politie niet te worden ingeschakeld, maar als iemand getuige is van brandstichting, mishandeling, inbraak of erger is het voor iedereen volstrekt logisch dat de politie erbij wordt gehaald.

Maar hoe zit dat als er ernstige misdragingen plaatsvinden op het internet? Welke overheidsinstantie heeft het gezag wanneer er live moordvideo?s worden gestreamd op Facebook? Wie moet er worden ingeschakeld als de online leefbaarheid of veiligheid in het geding is? De meningen van diverse wetenschappers lopen uiteen over welke verantwoordelijkheden de internetgiganten daarin hebben. Zolang we die internetgiganten blijven zien als gewone bedrijven is het lastig om consensus te vinden over welke rol zij wel en niet zouden moeten spelen. Voor gewone bedrijven is het namelijk heel logisch om winstbelang te laten prevaleren boven het belang van overheden die misstanden willen oplossen. De vraag is of die logica nog wel opgaat. Want de internetgiganten zijn wel iets meer dan alleen maar ?gewone? bedrijven.

Facebook is een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser

Aan het begin van dit artikel schreef ik, dat het internet een virtuele variant van de maatschappij is geworden. In de internetfilmpjes over de social media revolutie wordt al enkele jaren de vergelijking gemaakt met inwoneraantallen van landen en aantallen gebruikers van social media platformen. Facebook heeft vandaag de dag bijna 2 miljard gebruikers. De vergelijking met landen begint steeds logischer te worden; de meesten van ons wonen niet alleen in Nederland maar ook met bijna 2 miljard andere wereldbewoners in de Facebook-cloud. En Facebook is daarmee feitelijk een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser. Een alleenheerser die moderators in dienst heeft om, net als politieagenten, de gebruikers (meer) in het gareel te houden. Onlangs kondigde Facebook aan 3000 extra moderators in te gaan schakelen omdat de handhaving op het platform nog steeds te wensen over laat. Net als de politie in de fysieke maatschappij zullen deze handhavers afhankelijk zijn van meldingen van bezoekers op het platform om gericht tot actie over te kunnen gaan. Alle gebruikers die de moeite nemen om ongewenste content te melden, vormen daarmee de Facebookvariant van de buurtpreventiegroepen. Maar hoe zit het met de rechterlijke macht in Facebookland? Hoe denkt Mark Zuckerberg daar vorm aan te gaan geven? Nou, daarvoor stelt hij zijn vertrouwen in kunstmatige intelligentie (AI). Hij zegt dat niet met zoveel woorden, maar deze AI wordt momenteel doorontwikkeld om het werk van de moderators te vergemakkelijken. Ik ben ervan overtuigd dat dat slechts het begin is van een ontwikkeling en dat beoordeling en sanctie-oplegging mede omwille van de objectiviteit spoedig ook daarvan afhankelijk zal worden gemaakt. Ofwel: kunstmatige intelligentie als de toekomstige rechterlijke macht van Facebook.

Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger

Ik zie meer en meer overeenkomsten tussen social media platformen als virtuele omgevingen waar mensen samenkomen en fysieke omgevingen als steden, provincies en landen. Mijn veronderstelling daarbij is dat internetgiganten als Facebook, Google en Twitter steeds meer behoefte zullen krijgen aan samenwerking met verschillende overheden bij de handhaving van digitale orde en veiligheid op hun platformen. Opvallend was bijvoorbeeld dat onlangs een zelfmoord van een tienermeisje werd voorkomen waarbij ??n van de telefoontjes aan de politie van Facebook zelf kwam. Het feit dat dezelfde internetgiganten door nabestaanden van een schietpartij in San Bernardino voor de rechter worden gesleept omdat ze radicalisering op hun platformen hebben toegelaten, zegt ook wel iets over de toenemende behoefte aan handhaving.

Nu social media platformen allemaal live streaming van video bieden, ontstaat er een situatie waarin willekeurige online gebruikers getuige kunnen zijn van actuele incidenten zoals onder andere moord, verkrachting en zelfmoord. Interventies hierop moeten meestal in de fysieke wereld plaatsvinden. In die fysieke wereld is niet Mark Zuckerberg de leider die bepaalt wat er moet gebeuren, maar zijn dat de lokale overheden waar deze incidenten plaatsvinden. Plotseling is het in een situatie als deze niet een overheid die aan de bel hangt bij Facebook, maar zijn de rollen omgedraaid. Het is best knullig als Facebook dan net als iedereen moet aansluiten in de rij van telefonische melders. Je zou op zijn minst verwachten dat de lijntjes tussen een ?mogendheid? als Facebook en de lokale hulpdiensten korter zouden zijn, zeker in geval van spoed.

De balans in belangen begint de andere kant op te slaan. Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger. Sterker nog, niet onterecht concludeerde Marc Schuilenburg onlangs in het NRC al dat Mark Zuckerberg Facebook als een nieuw soort overheid ziet. Schuilenburg concludeert: ?Facebook wordt een nieuw soort overheid en gaat veiligheidstaken van de nationale overheid overnemen.? Ook Zuckerberg verruimt zijn horizon, want hij spreekt meer en meer over de rol van Facebook in de offline wereld. Facebook wil invloed op offline gemeenschappen. Facebook wil een rol spelen bij hulp in geval van crisis. Facebook wil zelfs invloed op gezondheidszorg en verkiezingen. Als Facebook het zo belangrijk vindt om een offline rol te spelen, dan kan dat alleen wanneer Facebook de online rol van overheden respecteert. Het moet immers wel van twee kanten komen. Maar tegelijkertijd worden met het uiten van deze ambities zorgen geuit over verregaande overheidsbemoeienis. Je gaat je afvragen welke overheid Zuckerberg in zijn persoonlijke brief bedoelt met: ?In our society, we have personal relationships with friends and family, and then we have institutional relationships with the governments that set the rules.? Ik begin net als Marc Schuilenburg te denken dat Mark Zuckerberg bij zo?n uitspraak Facebook zelf als overheid ziet. Want wie bepaalt de regels in de virtuele straten? In hoeverre heeft de Nederlandse overheid invloed op wat wel en niet is toegestaan door Nederlandse inwoners van de Facebook-cloud?

Internetconsulaat of webambassade

Ik ben dan erg positief over het initiatief van de Europese Commissie om digitaal bewijs en data eenvoudiger op te kunnen vragen en het voorstel van Google om het opvragen van gegevens door de overheid te vereenvoudigen. Misschien ligt de oplossing zelfs wel in de richting van een internetconsulaat of webambassade. Een dienst die op overheidsniveau zorgdraagt voor de belangen van de inwoners van een land en, met enig mandaat, in direct contact staat met het hoogste management van de meestgebruikte internetdiensten. Het is een gedachte waarvan ik niet weet hoe realistisch dat is. Maar dat er iets moet gebeuren staat voor mij wel vast. Als we namelijk niet oppassen, hangt uw en mijn online ?n offline veiligheid straks af van de grillen van de internetgiganten.

#Murder: True Crime & Social Media

#Murder is een nieuwe serie die “True Crime” misdaadzaken behandelt met een prominente rol voor social media. Bekijk onderstaande video’s voor een impressie.

De eerste aflevering behandelt de zaak van een 14 jarig meisje, Shaniesha Forbes, dat niet thuiskomt na school. Als ze ook niet reageert met haar telefoon, gaan alarmbellen af. Detectives kijken vervolgens op haar social media profiel en komen tot een schokkende ontdekking…

Het internet kan een goede manier zijn om verbonden te blijven met degene van wie je houdt, maar een enkele post kan veranderen in een bron van jaloezie die iemand aanmoedigt om het ondenkbare te doen. De misdaadserie #Murder onderzoekt deze verhalen waarin de interactie op social media verschrikkelijk verkeerd is gegaan.

Bronnen: NYTimes, #Murder

Wetenschap helpt politie met data analyse voor recherche

big data analytics

Recherchewerk verandert ingrijpend door de mogelijkheden van Big Data analytics. De politie gaat samenwerken met wetenschappers om beter informatie uit in beslag genomen smartphones en computers van verdachten te kunnen halen. Het idee is dat een computer met nieuwe technieken razendsnel miljoenen foto?s, berichten, locatiegegevens en filmpjes kan doorpluizen op zoek naar verbanden die een agent met het blote oog niet snel ziet.

De politie begint daarvoor het project ?Politielab? met Amsterdam Data Science. Dat is een samenwerkingsverband van de twee universiteiten en hogeschool in Amsterdam, en het Centrum Wiskunde & Informatica.

Drie promovendi van de Universiteit van Amsterdam gaan hun promotieonderzoek doen bij de politie door de?computertechniek deep learning te gebruiken voor opsporingswerk. Deep learning-netwerken zijn goed in het herkennen van patronen.Er is veel belangstelling voor vanuit de wetenschap, zegt de politie. Er moeten programma’s worden ontwikkeld om snelle data-analyse mogelijk te maken.?De promovendi worden gefinancierd vanuit de politie.

“Er zijn steeds meer data aan het werk, waardoor het steeds moeilijker is om verbanden te ontdekken. Daarom willen we de expertise van de wetenschap gebruiken”, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur digitalisering en cybercrime bij de politie in het NOS Radio 1 Journaal. De ontwikkelingen in de wetenschap gaan volgens hem zo snel dat de politie daar graag bij wil aansluiten.

NOS Tech podcast in gesprek met?Theo van der Plas:

Misdaden sneller oplossen

De techniek helpt bij het ontdekken van nieuwe verbanden die rechercheurs niet met het blote oog kunnen zien. De computer kan razendsnel grote hoeveelheden bestanden met elkaar vergelijken en verbanden leggen. “Uiteindelijk zullen we daardoor sneller de onderzoekslijn vinden en sneller tot de oplossing van een misdaad kunnen komen”, zegt Van der Plas.

“Er is bijvoorbeeld een grote hoeveelheid foto’s van huiskamers. Combinatie van die beelden kan tot de conclusie leiden dat het om een clubhuis gaat waarvan een criminele bende gebruikmaakt. Door deze data science kunnen we mogelijk herleiden waar dat clubhuis staat en dat helpt ons enorm in het onderzoek.”

Uitdagingen

De enorme hoeveelheid gegevens in strafrechtelijke onderzoeken waar de politie mee te maken krijgt, brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur digitalisering en cybercrime van de politie. ?Zoals hoe je eruit haalt wat je nodig hebt. Of hoe haal je eruit wat je nog niet wist dat je nodig hebt voor het onderzoek? Ik verwacht dat we met de nieuwe technieken verbanden gaan zien die we nooit eerder hebben ontdekt.?

Nu al gebruikt de politie computertools waarmee automatisch kan worden gezocht in gegevens. Politielab moet de volgende stap zetten. Zo moet de rechercheur met een druk op de knop een samenvatting krijgen van wat er interessant kan zijn van alle in beslag genomen apparaten. De computer ziet relaties en (afwijkende) patronen in de gegevens.

Om een voorbeeld te geven: de computer herkent dat twee foto?s op verschillende apparaten op dezelfde plek zijn genomen. Dat kan aan de hand van bijvoorbeeld locatiegegevens en objecten die op de beelden te zien zijn. Voor de politie kan het een indicatie zijn dat twee verdachten op dezelfde plek zijn geweest.

‘Wapenwedloop’

De samenwerking met de wetenschap is voor de politie een belangrijke stap in ?de wapenwedloop? met criminelen, zegt Van der Plas. ?Criminelen hebben veel mogelijkheden om het ons lastig te maken. Ze versleutelen hun berichten en maken gebruik van allerlei verschillende communicatiemiddelen. Door de nieuwe tools kunnen wij straks hopelijk meer kennis halen uit de berg informatie die we in beslag hebben genomen.?

Daarmee worden niet alle problemen voor de politie opgelost, erkent hij. Gegevens die versleuteld zijn, zijn ook met de nieuwe tools niet te doorzoeken. Daarom is ook de nieuwe Wet Computercriminaliteit, die momenteel in behandeling is in de Eerste Kamer, belangrijk, zegt hij. Die geeft de politie de bevoegdheid computersystemen van verdachten te hacken, wat er onder meer voor moet zorgen dat informatie wordt verzameld v??rdat die versleuteld is.

politielab

Toestemming

Daarnaast heeft de Hoge Raad zich onlangs uitgesproken over het doorzoeken van alle informatie op een smartphone. Dat kan een bijna compleet beeld opleveren van iemands persoonlijke leven en mag volgens het arrest dus niet zonder toestemming van een officier van justitie of rechter-commissaris, wat tot voor kort niet altijd gebeurde.

Ook de nieuwe tools die in het Politielab worden ontwikkeld, zullen aan de waarborgen voldoen, zegt Van der Plas. Zo gaat de politie volgens hem niet ongericht analyses toepassen op de in beslag genomen apparaten als de informatie niet relevant is voor het onderzoek.

Computers kunnen steeds beter rechercheren

Zo kunnen computers steeds beter foto?s interpreteren. De politie kan daar haar voordeel mee doen bij onderzoeken. Oefening baart kunst. Dat geldt voor mensen, maar ook voor computers. Dus als je wilt dat een computer herkent dat er bijvoorbeeld een wapen op een foto staat, dan moet je eerst heel veel voorbeelden van wapens tonen.

Op de Amerikaanse Stanford-universiteit zijn ze om die reden bezig geweest met het invoeren van miljoenen gelabelde foto?s van allerlei voorwerpen en alledaagse taferelen. Van die database wordt nog steeds wereldwijd gebruikgemaakt. Straks ook door de onderzoekers van het ?Politielab?. Voor Marcel Worring, hoogleraar informatica aan de UvA en een van de initiatiefnemers van Amsterdam Data Science, bekend terrein. ?De technieken die we daarvoor gebruiken zijn niet nieuw. Ze zijn wel een stuk beter geworden. Kon een computer eerst nog maar een antwoord geven op de vraag wat er op een foto staat, nu herkent hij losse elementen, en zegt hij bijvoorbeeld: er staan hier vier personen op, een boom een auto.?

Wat is de grootste uitdaging van het project met de politie?

?De computer is steeds beter geworden in het herkennen van wat er op een foto staat, en het begrijpen van onze taal. De volgende belangrijke stap is de verbanden tussen beeld en taal maken. Een foto met daarop een wapen kan een andere lading krijgen als daar een bepaalde tekst bij staat.

?Datzelfde geldt voor het zien van patronen. De computer moet gaan herkennen dat er plotseling een reeks foto?s op dezelfde plek is genomen. Dat kan aan de hand van geografische gegevens in smartphones, maar ook door te herkennen dat bepaalde elementen op twee foto?s hetzelfde zijn. Een zelfde gebouw bijvoorbeeld.?

Heeft de politie wel wat aan de al bestaande database van Stanford? Het zijn niet altijd alledaagse dingen waar agenten naar op zoek zijn in strafrechtelijke onderzoeken.

?Over het algemeen geldt: hoe meer elementen de tools kunnen herkennen, hoe makkelijker het wordt om nieuwe dingen te leren. De politie kan dus voor hen relevante beelden toevoegen, zoals bepaalde wapens.?

Is de computer beter in de analyse dan een mens?

?Ik heb altijd gezegd: de computer is dommer dan de mens, alleen wel veel sneller. Maar computers beginnen langzaam op ons in te lopen. Ze zien patronen die je als mens niet makkelijk zult herkennen. Waar de computer alleen absoluut niet tegenop kan, is de ervaring en het onderbuikgevoel van een rechercheur die belast is met het onderzoek naar een in beslag genomen apparaat. Die onderbuikgevoelens kun je niet in regels vatten, dus kun je het een computer niet leren. Echte experts zijn nog altijd beter in het herkennen van subtiele details in beeld zoals een stopcontact, maar computers lopen op hen in. ?

Is het dan straks de techniek die bepaalt of iemand vervolgd gaat worden?

?De interpretatie van de bevindingen moet altijd aan mensen overgelaten worden. Het is niet zo dat de computer straks kant-en-klaar bewijsmateriaal gaat afleveren in de rechtszaal. Een voorbeeld: een computer kan wel constateren dat criminelen opeens een nieuw woord gaan gebruiken en de rechercheur daarop wijzen. Maar begrijpen dat ze daarmee op drugs doelen, is een tweede.?

Hoe gaat deep learning de politie helpen?

?Eerder waren we blij als de computer een zonsondergang of zebra op een foto herkende. Computers kunnen inmiddels bij een foto met een hond aangeven om welk ras het precies gaat, ze kiezen dan uit honderden soorten. Dit soort software willen wij bijvoorbeeld ombouwen, zodat computers ons vertellen welk merk en type vuurwapen op een foto staat.

?Na herkennen van wat op de foto staat, is verbanden leggen een volgende stap. We willen dat computers binnen enkele seconden uitleg kunnen geven over de inhoud van een in beslag genomen smartphone. Gaat het hierbij bijvoorbeeld om een potenti?le terrorist die bezig is geweest met het plannen van een aanslag?

?Daarnaast moet software snel verbanden of afwijkende patronen kunnen vinden in enorme bergen data. Zo moet het mogelijk worden verbanden te vinden tussen beelden en tekst, tussen bijvoorbeeld een foto van Schiphol en dreigende woorden.?

Waarom gebeurt dit niet nu al?

?Wetenschappers werkten natuurlijk al samen met de politie. Zo lukt het computers in onderzoeken naar kinderporno vaak te herkennen of beelden uit dezelfde kamer komen, maar bijvoorbeeld gefilmd vanuit een andere hoek.

?We zetten nu een nieuwe stap. Het Politielab is een groter samenwerkingsproject, en de technieken waarmee wij gaan werken zijn veel intelligenter. Daarmee herkennen computers details ? een bepaald behang, een manier van inrichten. Door locatiegegevens van foto?s aan elkaar te koppelen, kunnen ze zien of criminelen misschien samenwerken.?

De ontwikkelingen binnen deep learning gaan snel. Hoe komt dat?

?Deep learning heeft in het vak van data-analyse de afgelopen jaren tot grote revoluties geleid. Daar zijn twee belangrijke oorzaken voor. Netwerken binnen deep learning worden niet geprogrammeerd, maar getraind door ze als het ware te voeden. Afgelopen jaren hebben onderzoekers, onder meer van de fameuze Stanford-universiteit, computers duizenden voorbeelden gegeven om ze slimmer te maken. De techniek van deep learning komt al uit de vorige eeuw, maar in 2006 is er een grote doorbraak geweest uit de game-industrie. Om ingewikkelde fictieve landschappen in de games snel en scherp te laten zien, was er veel rekenkracht nodig. Het lukte om tientallen, soms honderden lagen neuronen tegelijk berekeningen te laten uitvoeren. Het zou zonde zijn dat vermogen niet te benutten voor de bestrijding van criminaliteit.?

Bronnen: Trouw, NRC, NOS, Politie

Pedojagers gevaar voor anderen en voor politie

hunted one step too far

Volgens de politie in Kent, Engeland zijn zelfverklaarde pedojagers een gevaar voor hun omgeving. En voor de politie. De groepen ? er komen er steeds meer in Engeland ? belemmeren het politiewerk, doen aan eigenrichting en wijzen onschuldigen aan als kinderlokker. De waarschuwing komt na een incident in Bluewater waarbij leden van de (Facebook)groep The Hunted One een man mishandelden. Een groepslid werd aangehouden. Volgens Thomas Richards van de Kent Police zijn er ?significant concerns about people taking the law into their own hands and the methods they use?. Laat ze vooral de politie bellen als ze iemand verdenken, maar vooral niet zelf aan de slag gaan, zei Richards. ?The police have resources and expertise to protect the vulnerable and people with mental health issues?. De groep zegt zich niks van de waarschuwing aan te trekken en gewoon door te gaan maar dat hun acties niet meer live op YouTube zullen worden gestreamd. Opvallend is dat een Britse rechtbank nog geen maand geleden een andere groep, Dark Justice, toestemming gaf om door te gaan met hun undercoverwerk om kinderlokkers te ontmaskeren.

HuntedApp

Bronnen: CopsinCyberspace, TheGuardian

Dronepiraten opsporen via YouTube

https://www.youtube.com/watch?v=1x1P66pCQYA&feature=youtu.be

Veertig politiemedewerkers hebben woensdag meegeholpen met het online opsporen van dronepiloten die de regels hebben overtreden.

Het politiekorps Noord-Holland heeft woensdag tijdens een speciale bijeenkomst samen met de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie dronepiloten die in overtreding waren opgespoord via internet. In totaal 40 politiemedewerkers keken naar video’s en zochten op fora en social media. Ze hebben dronevliegers die de regels?schonden waarschuwingen gegeven.

Wie tijdens deze actie een waarschuwing kreeg, kan bij de volgende geconstateerde overtreding meteen een boete krijgen. “Sommige overtredingen waren zo ernstig dat het Openbaar Ministerie gaat bekijken of er strafvervolging, zoals een boete, mogelijk is.” Die boetes kunnen al snel in de honderden euro’s lopen.

De politie heeft 45 dronebestuurders opgespoord. Ze hebben een waarschuwing kregen. Vijf overtredingen waren zo ernstig dat het OM gaat bekijken of de overtreders gestraft kunnen worden, bijvoorbeeld met een boete.

Mensen met een drone mogen niet boven mensenmassa’s vliegen en de vliegtuigjes mogen ook niet gebruikt worden in de buurt van luchthavens. Ook is het niet de bedoeling dat drones in het donker worden gebruikt. “Veel particulieren zijn zich niet bewust van deze regels en de daarbij behorende gevaren en risico’s”, schrijft de politie.

noflyzone-drone-bon

De dienst luchtvaartpolitie kreeg in 2015 in totaal 64 meldingen van neergestorte drones of gevaarlijke situaties door drones. Vorig jaar was dat aantal gestegen naar 96 meldingen. “Maar deze cijfers zijn slechts het topje van de ijsberg”, stelt de politie.

Explosie Veendam

Woensdagochtend hield de politie in Veendam nog een dronevlieger aan, die met zijn drone boven een zwaar beschadigd appartementencomplex vloog. Omdat er een politiehelikopter aanwezig was bij het pand, mocht de drone niet de lucht in.

De regels rond drones in het kort:
– Niet vliegen boven mensenmassa’s, de bebouwde kom, spoorlijnen, autowegen of natuurgebieden
– Niet ’s nachts vliegen
– Niet vliegen in een groot gebied rond vliegvelden, helikopterlandingsplaatsen en andere no-fly-zones
– Niet hoger dan 120 meter vliegen
– De bestuurder moet zijn drone altijd in het zicht houden

Bronnen: Bright, NOS, BlikOpNieuws, NoordHollandsDagblad, Rijksoverheid

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

DIY detectives die moord of zelfmoord onderzoeken

moz-934x526

In het nieuwe SBS-programma ?Moord of Zelfmoord?? onderzoeken misdaadjournalist Kees van der Spek en advocaat S?bas Diekstra cold cases die door de politie zijn bestempeld als zelfmoord. Maar klopt die conclusie eigenlijk wel?

Nieuw speurwerk neemt twijfel weg

Jaarlijks wordt in Nederland ongeveer 1.800 keer zelfmoord gepleegd. De nabestaanden blijven vaak met veel vragen achter, zo ook de familie van Bryan uit Ede. Na een avond stappen met zijn vrienden, viel hij van de elfde verdieping van een flat. Sprong hij zelf of is hij geduwd? Volgens de politie was het zelfmoord, maar niet iedereen is daarvan overtuigd.
Van der Spek en?Diekstra?gaan in gesprek met politie, laten bloedspetters onderzoeken en telefoons uitlezen om erachter te komen wat er daadwerkelijk is gebeurd.

In de eerste aflevering staat de zaak van Bryan centraal. In 2010 zou de beroepsmilitair worden uitgezonden naar Afghanistan, maar zover komt het niet. De politie doet onderzoek naar wat er in de flat gebeurd moet zijn en trekt de conclusie dat Bryan zelfmoord heeft gepleegd. Eerder die fatale avond had hij echter slaande ruzie met bekenden en na zijn overlijden is gebruik gemaakt van zijn pinpas. De familie probeert koste wat het kost inzage te krijgen in het dossier, maar de politie weigert dit vrij te geven. Van der Spek en Diekstra zetten alles op alles om de waarheid boven water te krijgen. Hierbij worden zij ondersteund door een team van oud-rechercheurs, forensisch pathologen en artsen. Alles wordt volledig uitgezocht zodat er een einde komt aan de tergende onzekerheid bij de familie van Bryan.

Bronnen: Allround Politie Nieuws?(p18)

 

Another crimefighting tool on our belt

social_media_police__hajo

Enkele maanden geleden werd misschien wel de meest imposante loopbaan uit de geschiedenis van de politie afgesloten. William Joseph (Bill) Bratton vertrok bij de New Yorkse politie. Zijn naam is verbonden aan, bij elke politieman- en vrouw inmiddels bekende, begrippen als het Zero Tolerance, CompStat en Predictive Policing. Voor hem is het altijd vanzelfsprekend geweest dat politiemensen gebruikmaken van de laatste innovaties. Als ik aan Bratton denk, zie ik agenten met aan hun koppel niet alleen een wapen, handboeien, pepperspray, maar ook een up to date smart device, waarmee ze in verbinding staan met Facebook en Twitter. In de woorden van Bratton zijn de sociale media ‘another crime fighting tool on our belt’.

Bill Bratton: The future of policing

Voor de verbetering van de opsporing is er behoefte aan het soort innovatieve elan dat Bratton zijn hele loopbaan heeft gekenmerkt. Maar met elan alleen kom je er niet. Vernieuwing vereist het vermogen te zien welke mogelijkheden zich voor ons werk aandienen. Een van de grote revoluties in het opsporingswerk werd ingeleid door wat we leerden over DNA en DNA-sporen. Cruciaal was echter dat onze voorvaderen in de opsporing begrepen welke mogelijkheden die kennis bood. Inmiddels zijn we gewend aan het beeld van de witte tenten waarin de sporen worden veilig gesteld.

Historisch overzicht 25 jaar DNA mooi in beeld gebracht:

De sociale media zijn voor een vergelijkbare revolutie aan het zorgen. Vandaar de titel van het boek dat ik in 2013 samen met Arnout de Vries van het TNO publiceerde: Social Media, het nieuwe DNA. De sociale media zullen op alle aspecten van het onderzoek impact hebben. We hebben te maken met nieuwe (digitale) sporen. Met een ander soort daders en slachtoffers. Het biedt andere manieren om het publiek in te schakelen. Dat is wat Bratton bedoeld met zijn uitspraak dat we er een tool on our belt bijkrijgen.

De kunst is er voor te zorgen dat we die optimaal gaan gebruiken. Wat dat betreft is er goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat sociale media nu al volop door de politie en door de opsporing worden ingezet. Denk aan WhatsApp-groepen van wijkagenten.

De Amber Alerts. Twitterende wijkagenten. De weblogs en facebookpagina’s van basisteams. Het gespecialiseerde onderzoek in de strijd tegen High-Tech-Crime. Het minder goede nieuws is dat politieleiders zich vaak toch nog onvoldoende bewust zijn van de mogelijkheden om de hulp van burgers in te roepen om informatie te verzamelen, of van andere manieren om actief met het verzamelen van digitale sporen aan de slag te gaan. In het in 2013 verschenen onderzoek Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap zegt een politieleider bijvoorbeeld: “Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben al een paar keer gehad dat we, nou ja ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op zijn minst getuige waren geweest van een delict.”

Het moet dus echt beter. De komende tijd hoop ik daaraan op deze plek een bescheiden bijdrage te leveren: door voorbeelden te geven van wat sociale media voor de opsporing gaan betekenen.

Onderzoek Recherchebazen:

Bron: Columns Herijking Opsporing

’s Werelds eerste DIY Policing workshop in Berlijn

De Do-It-Yourself Policing workshop die in Berlijn voor het eerst in de wereld georganiseerd werd door het MEDI@4Sec project consortium op 10 januari jl. was een groot succes. Voor de eerste keer konden belanghebbenden uit heel Europa een interactieve dialoog voeren over de toekomst van DIY?Policing, de kansen en uitdagingen voor veiligheidsorganisaties, en de ethische en juridische implicaties. Terwijl de ervaringen in Europa sterk vari?ren, was iedereen er van overtuigd dat het de toekomst van de politie enorm zal veranderen.
Worlds_ first_DIY_Policing_ workshop_13012017_1_800.jpg

 

Social media zorgt dat burgers activiteiten ontplooien die normaal onderdeel waren van het politiewerk en het werk van andere organisaties die zich bezighouden met de openbare veiligheid. Als moderne Sherlock Holmes helpen burgers de politie of nemen ze taken zelfs over. Zij onderzoeken misdaden, identificeren verdachten, vormen lokale buurtwachten, jagen op pedofielen en melden op allerlei manieren?misdaad.

Het doel van het evenement was om de kansen en uitdagingen van de DIY Policing en de relevantie ervan voor de openbare veiligheid voor nu en in de toekomst te bespreken. Een selecte groep genodigden?op deze workshop waren vertegenwoordigers van de wetshandhavingsinstanties, het publiek, diverse publieke veiligheidsorganisaties en onderzoekers uit heel Europa. Door de gedeelde kennis en discussies cre?erden?zij?een begrip?begrip van de mogelijkheden en uitdagingen van de DIY Policing, wisselden ‘best practices’ uit, schetsten toekomstige oplossingen en ontwikkelden input voor een roadmap?en Europese beleidsagenda. Anderen die niet in staat waren om aanwezig te zijn konden het evenement op Twitter volgen en maakten de workshop een trending topic in Nederland en Duitsland.

Worlds_ first_DIY_Policing_ workshop_13012017_2_800.jpg

 

Veel deelnemers erkenden de kracht van sociale netwerken en crowdsourcing voor het verbeteren van intelligence en opsporing. Anderen zagen mogelijkheden voor “toezicht op de politie”, een waakhond functie van burgers om de politie ter verantwoording te blijven roepen en daardoor uiteindelijk hun legitimiteit en kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. Alle deelnemers waren ervan overtuigd dat online DIY Policing de toekomst van de politie enorm zal veranderen. Een van de deelnemers zei: “Kodak werd verwoest door Instagram. Als de politie DIY Policing wil overleven, dan moeten ze veranderen?en die verandering niet van het publiek verlangen”.

Wil meer weten?

Verslagen over de workshop worden momenteel gemaakt door het Media4Sec onderzoeksteam en zullen op de website van het project gedeeld worden. Volg het project op Twitter @MEDIA4SEC of wordt lid van de MEDIA4SEC groep?op LinkedIn om op de hoogte te blijven en ij te dragen aan discussies. Of bekijk alvast de Storify met handmatig geselecteerde tweets over het event:

Source: TNO