Pizzagate

pizzagate

Uit het AD komt onderstaand bericht over “Pizzagate”: hoe een wilde complottheorie gevaarlijk werd:

Het was al weken slechts een bizarre complottheorie: pizzagate. Een niet op feiten gebaseerde theorie over een pedonetwerk rond de Democratische partij in de Verenigde Staten, gerund vanuit de kelder van een pizzarestaurant in Washington. Tot deze week een gewapende man het restaurant in liep om eigen ‘onderzoek’ te doen.

Het was en is nog steeds onderdeel van de debatten: de niet aflatende stroom nepnieuws tijdens de Amerikaanse verkiezingen. Deze week kwam daar echter een zorgwekkende dynamiek bij toen de 28-jarige Edgar Welch uit North Carolina restaurant Comet Ping Pong belaagde en zelfs een kogel afvuurde in de grond. Het restaurant in Washington was bepaald geen toevallig doelwit, het is al weken slachtoffer van een bizar complot.

Wat is pizzagate?
Pizzagate begon toen complotdenkers bizarre verbanden begonnen te leggen op basis van uitgelekte e-mails van John Podesta, de campagneleider van Hillary Clinton. In de e-mails sprak de eigenaar van Comet Ping Pong, James Alefantis, over een onschuldige benefietavond in zijn restaurant, met de bedoeling geld in te zamelen voor de campagne van Clinton. Volgens complotdenkers blijkt uit de e-mails echter iets heel anders. Het restaurant zou een dekmantel zijn voor een groot satanisch netwerk van kindermisbruikers.

Wat is het bewijs?
Geloof het of niet, maar complotdenkers zien in het woord pizza aanleiding om uit te gaan van kindermisbruik. Het woord zou namelijk in kringen van pedoseksuelen gebruikt worden om pedofilie en kinderporno uit te drukken. Op basis van die aanname zien complotdenkers in de mails van Podesta ineens een wereld aan kindermisbruik. Een lunchafspraak met pizza is niets anders dan een afspraak om kinderen te misbruiken. Een door Podesta beschreven verloren zakdoek met een afbeelding van een pizza het ultieme bewijs van een pedoseksuele voorkeur.

Aangespoord door het pizza-‘bewijs’ doken de complotdenkers in de uitingen op sociale media van de eigenaar van het restaurant en zijn medewerkers. Waar zij een grote foto van een koelkast ontdekten. Op zich niet zo raar voor een restaurant, maar de complotdenkers zagen er al snel de deur in van een sekskelder. Op het instagram-account van de eigenaar werd een foto ontdekt van een man met een kind in zijn armen. Het onschuldige familiekiekje werd meteen gezien als een pedoseksuele daad, de halsketting van de man zou zijn bizarre seksuele voorkeuren onthullen.

Bleef het daar bij?
Niet echt. Complotdenkers gingen verder dan het pizza-restaurant en deden onderzoek naar andere bedrijven in de omgeving. Ze ontdekten iets verderop een organisatie, opgericht om wezen in Ha?ti te helpen. Voor de complotdenkers zonder aarzelen een duidelijk teken van kindermisbruik. Ze gingen zelfs zo ver om te veronderstellen dat alle verdachte gebouwen onder de grond verbonden waren met elkaar en het pizza-restaurant. Uiteraard om grootschalig kindermisbruik mogelijk te maken.

Haatmails
Hoewel de politie in de Verenigde Staten geen spoor van een begin van bewijs heeft gezien voor het bestaan van een netwerk van kindermisbruikers vanuit het pizza-restaurant, werd de eigenaar bedolven onder de dreig- en haatmails. Uiteindelijk kreeg hij in zijn zaak zelfs te maken met een gewapende man die op eigen houtje wel eens wilde weten hoe het nu precies zat.

De gewapende Edgar Welch werd uiteindelijk door de politie afgevoerd. Hij is waarschijnlijk de eerste schutter die op basis van bizarre complotgedachten op deze manier in actie is gekomen. De vraag is echter of hij ook de laatste is.

pizzagate2

 

?

De commentaren bereikten al snel de voordeur van restaurant Comet waar eigenaar James Alefantis een verklaring aflegde:

App: Meld een vermoeden

De “Meld een vermoeden” app won de Hackathon Aanpak Fraude 2016, een app gericht op het verbeteren van de aanpak fraude.
ICTU organiseerde de hackathon op vrijdag 22 en zaterdag 23 april jl. in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Salim Hadri van team Milvum over de ?Meld een Vermoeden app?: ?Het is een praktische tool gericht op het verbeteren van de communicatie bij gemeenten als het gaat om melden en onderzoeken van adresfraude.?

meldvermoeden

Met de “Meld een vermoeden” app kan men op een innovatieve wijze sneller woonoverlast, onjuiste GBA gegevens en signalen van fraude doorgeven aan de gemeente. Denk hierbij aan illegale onderverhuur, drugspanden, overbewoning, ernstige armoede, een vervuilde woning of anderszins.

Meld een Vermoeden, het centrale meldpunt voor signalen over ondermijning door professionals, is trots op de publiek-private samenwerking met het RIEC.

?Toezichthouders in Alphen aan de Rijn hebben nu ook de Meld-een-vermoeden-app. Ze melden wat ze op straat tegenkomen. Met al die puzzelstukjes bij elkaar, ontstaat er een veel completer beeld.? -?Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn

Bekijk onderstaande filmpjes over de ingebruikname en toepassing:

Meld een Vermoeden – Gemeente Den Haag – Politie Den Haag from Anti-Fraud Company on Vimeo.

Meld een Vermoeden – Politie Den Haag from Anti-Fraud Company on Vimeo.

Het begon met een winnend idee

Voor dit winnende idee op de hackathon heeft BZK tot maximaal 30.000 euro beschikbaar gesteld voor de verdere uitvoering en toets van het idee. Onder begeleiding van ICTU zullen de twee teams hun idee in de praktijk samen met een overheidsorganisatie in het klein uitproberen.

De jury bestond uit Franc Weerwind, burgemeester van Almere en bestuurder van ICTU, Ren? Bagchus directeur directie Democratie en Burgerschap binnen ministerie van BZK, Boyd Rotgans medewerkervan LUSTlab, het creatieve bureau dat de hackathon 2014 won en Giulietta Marani projectmanager Aanpak Fraude bij ICTU.

Het project Aanpak Fraude ontwikkelt hulpmiddelen voor organisaties om bestendiger te worden op adresgerelateerde fraude en identiteitsfraude. Organisaties verschillen qua doelstellingen, omvang en middelen en dat heeft effect op de fraudeaanpak en de mate waarin processen, medewerkers en informatie zijn toegerust. Het project Aanpak Fraude van ICTU, daagt uit tot innovatie en hergebruik van beproefde methoden en stimuleert bewustwording, kennisdeling en samenwerking in de aanpak van identiteitsfraude en adresgerelateerde fraude. Dit doet zij in nauwe samenwerking met Logius, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), het Centraal Meldpunt voor Identiteitsfraude en -fouten (CMI) en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB).

compilatie-hackathon-aanpak-fraude-2016

Bronnen: ICTU, Antifraud.Company

Safe Smart Toys

smart-toys

Geweldig, een pop die kinderen antwoorden geeft op hun vragen. Maar die pop is verbonden met internet, en dat kan gevaarlijk zijn. ?Speelgoedfabrikanten hebben weinig kaas gegeten van IT.?
Lieve grote poppenogen, blond haar en een roze balletrokje. Speelgoedpop ?My Friend Cayla? heeft op het eerste gezicht weinig kwaads in de zin. Ze moet een ?beste vriendin? zijn voor kinderen en praten over hobby?s, huisdieren en haar favoriete eten. Als je haar aansluit op internet kan ze ook moeilijkere vragen beantwoorden over zaken als aardrijkskunde. Maar in een video gepubliceerd door de Britse beveiligingsexpert Ken Munro zegt Cayla ineens ?Merry bloody Christmas? in de camera ? met dezelfde stralende glimlach als altijd.

Wat is er aan de hand? Cayla is te hacken; wie de expertise heeft kan via bluetooth de pop van alles laten zeggen tegen een kind. Zo wordt de privacy geschaad van kinderen, de meest kwetsbare groep gebruikers.

Vorige maand werd bekend dat Blokker Holding ? eigenaar van speelgoedwinkels Intertoys en Bart Smit ? Cayla voorlopig uit de collectie haalt. Europese consumentenorganisaties hadden aan de bel getrokken nadat uit onderzoek van de Noorse consumentenbond bleek dat hackers kinderen via het speelgoed kunnen afluisteren. Bovendien wordt alles wat kinderen tegen Cayla zeggen, doorgestuurd naar een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in spraakherkenning. Waarschijnlijk voor betere gesprekken tussen kinderen en de pop, zonder dat de meeste ouders op de hoogte zijn.

Connected speelgoed
Twee jaar geleden ontdekte Ken Munro al dat je simpel kan ?inbreken? bij Cayla. Ondanks aandacht van Britse media bleef de pop op de markt. Een woordvoerder van Blokker zegt dat het concern niet op de hoogte was: het zou pas van de gebreken weten sinds de waarschuwing van consumentenbonden vorige maand.
Cayla is ?connected? speelgoed, in dat genre is er steeds meer te kiezen voor ouders. Het Britse bureau Juniper Research schat dat de jaarlijkse omzet in met internet verbonden speelgoed stijgt van

2,7 miljard euro in 2015 naar 10,7 miljard in 2020.
Zo is er de knuffel Talki. Ouders en vrienden kunnen op afstand met hun smartphone berichten sturen naar Talki; die spreekt de boodschap daarna uit aan het kind. Fabrikant Fisher Price heeft een slimme beer die ?onthoudt? wat je kind zegt voor betere gesprekken. Slimme kinderhorloges laten met gps zien waar kinderen uithangen.
Ook zijn er ?beeldbabyfoons?, waarmee ouders op afstand kunnen praten tegen baby?s. De apparaten bevatten ook een repertoire aan slaapliedjes en tot vier op afstand bestuurbare camera?s voor in de kinderkamer. De beelden kunnen ouders op de smartphone bekijken.

Wifi is probleem
Waar klassieke babyfoons werken met een lokaal radionetwerk, geven deze babyfoons de informatie door via wifi. Met huis-tuin-en-keuken-apparaten die met internet worden verbonden, loop je een risico, zegt hoogleraar computerveiligheid Michel van Eeten (TU Delft). Dat soort spullen worden volgens hem steeds vaker bestookt door hackers.
Je moet er bij Cayla niet aan denken dat een pedofiel aan digitaal kinderlokken gaat doen met zo?n pop, zegt expert Munro. ?Of dat dieven meeluisteren of het stil wordt in huis, om toe te slaan als iedereen naar bed is.?

Fabrikanten van goedkopere apparaten hebben volgens hoogleraar Van Eeten ?te weinig prikkels? om de beveiliging op orde te krijgen en houden. Met updates zouden ze bijvoorbeeld programmeerfouten in de software kunnen herstellen zodat hackers niet via een ?achterdeurtje? kunnen binnentreden, maar dat gebeurt te weinig. ?Fabrikanten zien het als weggegooid geld?, zegt Van Eeten. ?Het product is verkocht, het geld is binnen. Vaak hebben fabrikanten ook weinig kaas gegeten van IT.?
In 2015 werd de Chinese fabrikant Vtech ? dat computers en tablets voor kinderen maakt ? gehackt. Een hacker kon bij gegevens van miljoenen kinderen en ouders, net als de voor de accounts gemaakte profielfoto?s van kinderen. De Amerikaanse site Vice, die als eerste over het lek publiceerde, schreef dat de hacker aandacht wilde vragen voor de slechte beveiliging bij het bedrijf.

Criminele activiteiten
Volgens Van Eeten is de kans dat het een hacker specifiek om kinderen te doen is, nog klein. Gehackte apparaten worden volgens hem vooral voor criminele activiteiten gebruikt. Bijvoorbeeld DDOS-aanvallen: er wordt zoveel internetverkeer naar een server of site gestuurd dat deze vastloopt. Daarvoor wordt een netwerk van duizenden ? soms honderdduizenden ? gehackte laptops en andere slimme apparaten gebruikt. Sites als Twitter, Spotify, Netflix en Airbnb werden in oktober bij ??n grote aanval deels platgelegd. In totaal werden vorig jaar bijna achtduizend DDOS-aanvallen geregistreerd door het Europese onderzoeksbureau Security Operations Center.
Maar er zijn wel degelijk voorbeelden van hackers die w?l kwaad willen met individuen. Sommige criminelen zijn ge?nteresseerd in persoonsgegevens van kinderen, om ze te gebruiken voor identiteitsfraude. En enkele jaren geleden werd een destijds achttienjarige Rotterdammer veroordeeld voor het op afstand inbreken bij minimaal tweeduizend computers. Hij zette onder meer webcams van tienermeisjes aan om ze te bespieden.

Mede door de DDOS-aanvallen willen steeds meer beleidsmakers fabrikanten verplichten de beveiliging te verbeteren van ?slimme? producten als speelgoed. Zowel de Europese Commissie als het Nederlandse ministerie van Economische zaken doen daar nu onderzoek naar. D66 wil een keurmerk voor de beveiliging van slimme apparaten.
Als het in de huidige situatie misloopt, staan consumenten niet sterk in de rechtszaal, zegt hoogleraar Van Eeten. ?De fabrikant is alleen aansprakelijk als er grote fysieke of economische schade is. Als video?s van een kinderkamer op internet verschijnen, kun je heel moeilijk bij een rechter aantonen dat je fysiek leed hebt.?

Veiliger e-speelgoed
Wat kunnen ouders doen om hun kinderen veilig te laten spelen met connected speelgoed ? als ze dan per se hun poppen willen koppelen aan het net? In november publiceerde een expertgroep een checklist voor ouders. Een belangrijke tip: verschaf alleen persoonsgegevens die strikt noodzakelijk zijn , of verzin persoonsgegevens voor een speelaccount. Een ander advies: zet speelgoed helemaal uit als het kind klaar is met spelen.

Pas ook het standaardwachtwoord van bijvoorbeeld beveiligingscamera?s in de kinderkamer aan ., ?Dat is het allertreurigste?, zegt de Delftse hoogleraar Van Eeten. ?Gewone consumenten moeten zich eerst afvragen hoe ze het wachtwoord kunnen aanpassen van hun babycam of hoe ze de router moeten aanpassen, in plaats van dat de fabrikant dat goed regelt.?
Standaardwachtwoorden van fabrikanten zijn vaak op internet te vinden en een hacker is dan zo binnen. Via internet zijn duizenden livebeelden te zien van kantoren, huiskamers en kinderkamers van nietsvermoedende mensen.

Let ook goed op de reputatie van de speelgoedfabrikant en pas op voor goedkope troep, bijvoorbeeld uit Azi?. De Britse beveiligingsexpert Ken Munro zegt: ?Er zijn gelukkig hele vooruitstrevende speelgoedfabrikanten die de beveiliging goed op orde hebben, maar zij zijn in de minderheid. Voordat de rest van de fabrikanten overstag gaat, is echt strengere wetgeving nodig.?

Bronnen: NRC Next, NOS

App: Verhoord

Op vrijdag 25 november en zaterdag 26 november organiseerde het ministerie van Veiligheid en Justitie een?appathon. Het doel van de appathon was om de agent op straat optimaal te voorzien van technische hulpmiddelen. Het bedrijfje Milvum maakte een ?Verhoord app?, een blockchain concept dat de 1ste prijs bij de Appathon VenJ 2016 binnensleepte. Hoe is Milvum te werk gegaan tijdens deze hackathon?

anp-900_47702020

Een Appathon is een wedstrijd voor app-ontwikkelaars die twee dagen lang aan de slag gaan met het bedenken van een slimme oplossing voor een gesteld vraagstuk.
Dit vraagstuk gaat over het ontwikkelen van een applicatie om de agent op straat te ondersteunen bij het maken van geluidsopnamen, zoals verklaringen van slachtoffers, mogelijke daders en getuigen en vervolgens te kunnen gebruiken voor politietaken en in de strafrechtketen (digitaal) te delen wanneer het tot vervolging komt.

App voor geluidsopnamen

Foto, film en geluidsmaterialen (multimedia) zijn inmiddels onlosmakelijk verbonden met ons priv?- en werkleven. Deze multimedia producten vormen ook een steeds belangrijker onderdeel van het opsporings- en aansluitende juridische proces. Om ervoor te zorgen dat de multimedia producten aan het einde van het proces?-?het strafproces?-?nog steeds bruikbaar zijn, is kwaliteit van groot belang. Kwaliteit van het product zelf, maar ook de kwaliteit van het proces. Naast de burger en ondernemer is de politie de grootste ‘maker’ van film-, foto- en geluidsmateriaal. Om de agent op straat? te helpen multimedia producten te maken van goede kwaliteit wordt aan de app-ontwikkelaars gevraagd te komen met een oplossing in de vorm van een app.

Lees hieronder een verslag dat ook op de website van Milvum staat:

Aanpak

Emine ?zyenici, directeur Informatisering & Inkoop, gaf aan door vooral te kijken naar wat er nog niet is. Foto en video zijn middelen die beide al ingezet worden door de politie, maar geluid blijft nog enigszins achterwege, dus tijd om van start te gaan! Hoe breng je slimmer werken en innovatieve technieken samen om het algehele proces van verhoor tot en met de rechter te kunnen verbeteren? Alle ketenpartners moeten profiteren van de applicatie, dus zij moeten allen ook onderzocht worden. Belangrijk hierbij is om ook draagvlak vanuit de eindgebruikers te hebben. Deze bottom-up approach, door ook goed in gesprek te gaan met de politieagenten, typeert de aanpak van Milvum. Waarde moet voor iedereen gecre?erd worden, maar door goed te luisteren en onze kennis van nieuwe technologie?n in te zetten, is Milvum met de ?Verhoord app? gekomen.

milvum-hackathon-venj-verhoord-blockchain-aan-het-werk-500x313

De ?Verhoord app?

Milvum is met een oplossing gekomen waarbij een nieuwe technologie als blockchain op een laagdrempelige manier wordt ingezet door middel van de ?Verhoord? applicatie. Hoe werkt de app precies?

Op het moment dat de app door een politieagent met ??n klik wordt opgestart, begint direct de opname. Metadata zoals de locatie worden automatisch ingevuld en het ID wordt gescand door de koppeling met MEOS. De agent verwerkt de basiszaken met behulp van zijn telefoon, kan tevens gesprekken opnemen en realtime de kwaliteit van de opname zien. Dat laatste geeft de app weer door een combinatie van geluidsgolven en kleur. Daarnaast kan de agent via een ontwikkeld web portaal verder werken, namelijk door het scannen van een QR code hoeft hij geen inloggegevens meer te onthouden en logt hij eenvoudig in met zijn telefoon. Hij ziet vervolgens meteen een overzicht van zaken waaraan hij al werkt en welke opnames er al binnen dat dossier gemaakt zijn. Door op een opname te klikken, ziet hij wanneer hij zelf en degene die verhoord werd aan het woord was. De oplossing biedt dus ook de mogelijkheid om verschillende stemmen van elkaar te onderscheiden. Met een druk op de tijdslijn kunnen aanvullingen of opmerkingen worden toegevoegd. Aan het einde van het proces kan het geluid worden omgezet naar tekst in een pdf, waarna een handtekening wordt gezet en alles (digitaal) op de post gaat naar de Officier van Justitie.

verhoord2 verhoord1 verhoord3

 

Authenticiteit met Blockchain

Om de authenticiteit, of terwijl de geldigheid van de opname te valideren, wordt er gebruik gemaakt van een blockchain concept. Milvum zet blockchain in om een vingerafdruk (hash) te maken (vaststelling van het brondocument). Elk audiobestand heeft een vingerafdruk en door hier een timestamp (datum en tijd) aan toe te voegen, wordt een unieke waarde in de blockchain opgeslagen. Dat maakt de controle door justitie en OM op het brondocument eenvoudig. Door de inzet van de blockchain kunnen meerdere partijen de authenticiteit controleren en dat maakt de oplossing ook decentraal inzetbaar.

Waardevolle Innovatie

In de oplossing van Milvum is het proces van verhoor tot en met de rechter verbeterd. ?Wij vinden dat Milvum hoog scoort op het innovatieve onderdeel. De weergave van het geluid in golven en gerelateerde kleuren zijn leuk en gebruiksvriendelijke gekozen. Doorslaggevend voor het beste functionele ontwerp is de combinatie van bovenstaande aspecten met machine learning en de inzet van de nieuwe technologie blockchain. Dat jullie daarmee een ontwikkeling voor de hele keten voor ogen hebben, maakt de oplossing duidelijk en overtuigend.?, zo concludeerde Ronald Barendse ? Secretaris Generaal en CIO van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

[slideshare id=69863137&doc=venjappathon-161206075937&type=d]

Bronnen: Milvum, Rijksoverheid.

Buurtbord Vreewijk

In 2016 is er door bewoners van de wijk Vreewijk in Rotterdam Feijenoord besloten om iets extra?s te gaan doen, zodat Vreewijk een fijne wijk blijft. Daarbij is als concreet doel gesteld, dat de woninginbraken in de wijk af moeten nemen.

Hiervoor is het hackathon-concept toegepast, waarbij in korte intensieve sessies van enkele dagen, nieuwe technologie?n op nieuwe uitdagingen worden uitgewerkt. De groep bewoners startte?in de buurt De Vaan, op 9 en 10 juni en daarna op 22 tot 24 september 2016. Plaats van handeling was de speeltuin van Speeltuinvereniging De Vaan. Concreet is er toen gekozen voor het realiseren van een buurtbord. Dat buurtbord gaat helpen om de bewoners van Vreewijk te binden.

Mededelingen
Het buurtbord wordt opgezet als een set van TV-kanalen en biedt ruimte voor kleine berichtjes, filmpjes en een agenda van de evenementen in de wijk. Ook mededelingen van de professionele organisaties kunnen er een plek op krijgen, zoals van de gemeente, politie, woningbouw en de middenstanders in Vreewijk. Afgelopen september is een concept opgeleverd, waardoor de bewoners en professionals een beeld hebben gekregen hoe zo?n bord eruit zal gaan zien.

Wat er op het buurtbord komt, bepaalt de wijk. Verder uitwerken van het concept wordt gedaan door de politie en Games for Health, gesponsord door de gemeente en aangestuurd door de bewoners. Wellicht kunnen scholen in de wijk, zoals MBO Zadkine, ook meewerken. Begin 2017 zal het eerste buurtbord in Vreewijk geplaatst kunnen worden.

Bronnen: Natuurlijk Vreewijk

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec

Stand van zaken: toenemende impact social media op veiligheid

media4sec

Onlangs is nieuw Europees onderzoek gestart naar de toenemende rol van sociale media in publieke veiligheid. Het consortium, MEDI@4SEC, met TNO als belangrijke partner, onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media voor veiligheidsdiensten zoals de politie, met een focus op de ethische en juridische aspecten. Ook het gebruik van sociale media door burgers en criminelen en de gevolgen daarvan voor onze veiligheid worden onderzocht.

Sociale media bieden veel voordelen voor de samenleving waaronder nieuwe mogelijkheden om veiligheidsproblemen aan te pakken, zoals in de strijd tegen criminaliteit, het verminderen van angst voor criminaliteit en,? in meer het algemeen het verhogen van de kwaliteit van het leven. Echter, de nadelen kunnen gaan overheersen door toenemende vormen van gedigitaliseerde criminaliteit en terrorisme. Andere negatieve effecten zijn het gebruik van het sociale web voor trollen, cyberpesten, bedreigingen, dark web marktplaatsen. Ook het nutteloos delen van live video van politieoptreden tijdens incidenten kan vervelende gevolgen hebben voor de veiligheid. Het publiek ziet graag dat politie en beleidsmakers vergaande plannen hebben om de nieuwe technologische mogelijkheden optimaal te benutten, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vrijheden van deze nieuwe technologie?n.

media4sec

MEDI@4SEC heeft bijna 2 miljoen euro aan financiering van de Europese Commissie gekregen en het brengt onderzoekers en professionals uit de praktijk van diverse veiligheidsorganisaties uit heel Europa bij elkaar, waaronder: de Universiteit van Warwick (Engeland), TNO (Nederland), de Europese Organisatie voor Security (EOS, Belgi?) Fraunhofer IAO (Duitsland ), Europees Forum voor Urban Security (EFUS, Frankrijk), Center for Security Studies (KEMEA, Griekenland), de Universiteit van Utrecht (Nederland), XLAB (Sloveni?), de politie van Noord-Ierland (UK) en de politie van Valencia (Spanje).

Victoria Sloss, landelijk communicatie verantwoordelijke van de Noord-Ierse politie zegt; “Het gebruik van sociale media binnen de politie ontwikkelt zich in een snel tempo. De media die de politie ter beschikking heeft om te communiceren, om deel te nemen en informatie te verstrekken aan gemeenschappen worden uitgebreid. Maar het is belangrijk dat ze op de juiste manier worden gebruikt, binnen de juridische en ethische kaders.?
“Betrokkenheid bij onderzoek hiernaar, zoals het MEDI@4SEC project, is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebruik van sociale media door politie organisaties. We hebben de plicht om te communiceren en te interacteren met de maatschappij en het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om dit met de juiste tools te doen. Bovenal verwacht de maatschappij dat we criminaliteit blijven opsporen en voorkomen, en dat we hiervoor alle beschikbare tools in zetten.”

De technologische, sociale en politieke omgevingen waarbinnen de maatschappelijke veiligheid en openbare orde in steden worden gecre?erd veranderen snel. Het consortium start haar project door een breed scala van politieorganisaties, veiligheidsprofessionals en beleidsmakers samen te brengen met lokale gemeenschappen en eindgebruikers van sociale media in een serie van workshops. Deze workshops gaan over verschillende thema?s, waaronder de publieke betrokkenheid in maatschappelijke veiligheid, trollen, het dark web, rellen en massabijeenkomsten en doe-het-zelf politiewerk. MEDI@4SEC zal inzicht geven hoe sociale media wel en niet gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke veiligheid en kennis delen over de ethische, juridische overwegingen waaronder privacy en zorgvuldige omgang van data.

De resultaten uit onderzoek in MEDI@4SEC zullen beleidsmakers en professionals ondersteunen om de juiste keuzes te blijven maken met: best practice rapporten; informatie en raamwerken over een reeks van sociale media-technologie?n; aanbevelingen voor Europese normen en standaarden; trainingsmogelijkheden; en, ethische bewustwording.

Bronnen: TNO.nl, Medi@4Sec

Digitaal buurtonderzoek

Vanaf 1 december 2016 gaat de politie in Amsterdam starten met een proef digitaal buurtonderzoek, zodat burgers nog beter kunnen helpen bij het oplossen van misdrijven. Heel simpel, via de Politie app en de website www.politie.nl.?De politie hoeft na een inbraak niet meer alleen langs alle deuren voor een buurtonderzoek.

buurtonderzoek1

Hoe werkt het?

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.?Je kunt deze vraag dan beantwoorden met de ?Ja? of ?Nee? knop. Bij ?Ja? word je op een door u gekozen tijdstip teruggebeld door de politie.

Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Het enige wat je hoeft te doen is in de politie-app bij locatiebepaling een gebied te selecteren aan de hand van je postcode en niet via een plaatsnaam. ?Voor gebruikers van www.politie.nl hoeft er niets te worden aangepast.

Proeftijd

Deze nieuwe manier van werken gaat d epolitie een half jaar uitproberen. Na afloop daarvan krijg je nogmaals een (push)bericht met de vraag een enqu?te in te vullen.

Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.

buurtonderzoek

Bronnen: politie.nl, AD

Waarom een online bedreiger meestal vrijuit gaat

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM - Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM – Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

Vergelijk de aanpak van online bedreigingen met een grote trechter. Bovenin gaan een heleboel tweets, facebookposts en berichten vol dreigende taal. Aan de onderkant blijft maar een klein deel van de zaken over die voor de rechter verschijnen.

“Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is” – Arnout de Vries, TNO

Dat vervolging voor online bedreigingen zo lastig is, begint al bij de opsporing van afzenders. De 37-jarige man die eerder deze week werd aangehouden voor een filmpje waarin het hoofd van Sylvana Simons op een lynchpartij was gefotoshopt, meldde zichzelf bij de politie. Maar vaak is de opsporing lastiger, omdat het bericht wordt verstuurd via een anoniem account en een anonieme server.

Bovendien is een dreigend bericht niet altijd klip en klaar een bedreiging. Dat heeft vooral te maken met context. Zoals: is iemand in staat om de bedreiging echt uit te voeren? Is het bericht bedoeld als grap? Of is het taalgebruik nou eenmaal de manier waarop bepaalde groepen communiceren? “Om een simpel voorbeeld te geven: ‘Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is”, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en maatschappelijke veiligheid.

Hij maakte samen met de politie een schatting van de hoeveelheid dreigementen die dagelijks over het internet vliegen: tienduizenden als je de context niet meeneemt, en als je dat wel doet enkele tientallen. En dat is alleen op het openbare net, de bedreigingen via bijvoorbeeld e-mail zijn niet meegeteld – ook daar krijgt iemand als Simons volop mee te maken.

Onmogelijk

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK - Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK – Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Je kunt onmogelijk van de politie verwachten dat ze achter al die online bedreigingen aan gaat, zegt Ron Ritzen, docent rechtspsychologie aan de Juridische Hogeschool Avans/Fontys. “Ik vind dat er weleens makkelijk wordt verwezen naar de politie voor een hardere aanpak. Maar het strafrecht is eigenlijk het laatste middel in de keten. Liever zou je zien dat de samenleving veel van de verzenders zelf bijstuurt.”

Ook De Vries erkent dat. “Er worden vooral jongeren gepakt voor het versturen van dreigberichten en je kunt je afvragen of het een kwestie van opsporing is, of meer een kwestie van opvoeding.”

Maar los daarvan is het ook een kwestie van prioriteit bij de politie, denkt hij. “Online dreigementen gericht aan personen kun je in het lijstje zetten van wraakporno of cyberpesten. Het veroorzaakt groot persoonlijk leed, maar heeft in veel gevallen geen grote maatschappelijke impact. Dan staat dat momenteel niet bovenaan de prioriteitenlijst van de politie.”

Monitoren

“Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was”. – Ron Ritzen, docent rechtspsychologie

Volgens De Vries is de politie wel veel meer online aan het monitoren dan een aantal jaar geleden. Zo zijn er speciale teams die het internet afstruinen op zoek naar dreigementen. “Maar ze zien lang niet alles. Ze zoeken bijvoorbeeld slechts op bepaalde platformen. En wat dacht je van foto’s en filmpjes, die zijn veel minder makkelijk automatisch te doorzoeken.”

De politie roept mensen daarom op vooral aangifte te doen van online bedreigingen, aldus een woordvoerder. Meestal is dat het startpunt van een onderzoek.

Komt een afzender van een online bedreiging voor de rechter – cijfers over hoeveel mensen dat jaarlijks zijn, heeft het Openbaar Ministerie niet – dan komt het wel vaak tot een straf, zegt Ritzen. “Mijn indruk is dat rechters het over het algemeen heel serieus nemen. Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was.”

Van Twitter naar andere kanalen

doodsbedreiging1
Wie een idee wil krijgen wat op Twitter allemaal langskomt aan bedreigingen, kan op doodsbedreigingen.nl terecht. De site werd bijna zes jaar geleden opgericht door Sietse van der Meer en Pim Graus om de discussie rond de aanpak van online doodsbedreigingen aan te wakkeren.Nog altijd verzamelen ze systematisch dreigtweets. Zo werd er gisterochtend nog een doodsbedreiging aan het adres van minister Ard van der Steur genoteerd. Maar ook bedreigingen gericht aan onbekende mensen worden verzameld op de site.

In de aanpak van de afzenders is volgens Van der Meer en Gaus de afgelopen jaren weinig veranderd. Wat dat betreft is hun project nog altijd relevant, aldus Van der Meer. Wat wel veranderde is de plek waar bedreigingen worden geuit. “Twitter is veranderd, vooral jonge gebruikers zijn er weggegaan. De online bedreigingen zijn daarom verplaatst naar andere kanalen, zoals e-mail, facebookgroepen of Instagram.

Bron: Trouw

Appen met de politie

2014-05-12 18:41:58 GOUDA - Een politieagent stuurt een tweet waarin staat dat de 11-jarige Annemarie Luyten weer is gevonden. De mobiele eenheid van de politie is ingezet bij de zoekactie naar het meisje uit Gouda. ANP MARCO DE SWART

De politie wil bij alle eenheden in?Nederland gaan werken met WhatsApp om sneller en?vaker contact te krijgen met burgers. Die kunnen via de berichtendienst bijvoorbeeld overlast, een inbraak of een verkeerskwestie?melden, een vraag stellen of een getuigenverslag geven.

Met WhatsApp is proefgedraaid bij de eenheid Zeeland-West-Brabant en dat is buitengewoon goed bevallen, zei plaatsvervangend politiechef Jaco van Hoorn op NPO Radio 1. “Het was ook eigenlijk een logische aanvulling op andere sociale media die we gebruiken, zoals Facebook en Twitter.”

Spoedmeldingen

Van Hoorn benadrukt dat WhatsApp niet bedoeld is voor spoedmeldingen. “Die zijn er tijdens de proef gelukkig ook niet veel geweest. Ons advies: bel 112. In noodsituaties telt immers elke seconde en dan is rechtstreeks bellen met 112 het handigst.”

Het aantal onzinmeldingen via WhatsApp viel ook erg mee, zegt Van Hoorn. “In het begin kwamen er een paar, maar dat hield al snel op. Daarna hebben we zulke goede ervaringen opgedaan, dat alle andere politie-eenheden ??n voor ??n vermoedelijk ook zullen aansluiten.”

Vier berichtjes

De proef bij de politie?Zeeland-West-Brabant begon in maart. Bij elkaar namen 3250 mensen contact op. Ze voerden 5100 gesprekken via WhatsApp?met gemiddeld vier berichtjes per gesprek.

De berichtendienst heeft als voordeel dat er ook foto’s, filmpjes en locaties kunnen worden meegestuurd. Doordat de politie niet kan worden opgenomen in een WhatsApp-groep, blijft het contact ??n op ??n. Als bijkomend voordeel wordt genoemd?dat mensen dan bereid zijn meer privacygevoelige informatie te delen.

Bij echt gevoelige zaken of belangrijke meldingen neemt de politie zelf contact op, door te bellen of te mailen.

Bezetting

Het is de vraag of het overal lukt om WhatsApp snel ‘in te voeren’, omdat?de berichten zeven dagen per week van 07.00 tot 22.00 uur moeten worden gelezen. Zeker als er actie moet worden ondernomen, is er?bezetting nodig en die personele consequenties moeten eerst geregeld worden. Rotterdam is in elk geval al wel bezig met het invoeren van de politie-WhatsApp.

Bronnen: NOS, Alarmeringen, Security.nl, Omroep Zeeland, NPO Radio 1