Tagarchief: politie

BlueLine Connect

In Nederland kent de Politie het interne Politie+. Een soort Facebook voor de politie. In de VS is er sinds kort een vergelijkbaar BlueLine Connect dat, als het aan oprichter Bill Bratton ligt, ook internationaal gebruikt gaat worden. Eerst twee filmpjes over BlueLine waarin de essentie wordt uitgelegd:



In onderstaand filmpje geeft Bill Bratton zelf wat uitleg en zijn wat gebruikers ervan aan het woord:

Binnen de omgeving zijn net als Facebook en Politie+ genoeg mogelijkheden om met elkaar te communiceren. Uiteraard is deze interne omgeving niet bedoeld om familiefoto’s uit te wisselen, maar is het gebruik gerelateerd aan de politieprofessie. Er zijn groepen waarin tips worden uitgewisseld over de politieuitrusting, zoals in onderstaand voorbeeld het gebruik van de bodycam:

Blue line temp

Maar ook kan men op diverse andere manieren communiceren, zoals een videochat waarbij agenten zelfs vanaf de straat met hun iPhone kunnen meedoen in een gesloten Google Hangout-achtige dienst:

call

“Agenten doen graag geheimzinnig.” vertelt Bill Bratton tegen Mashable?”Maar mijn hele leven al probeer ik de samenwerking tussen agenten in alle afdelingen en tussen korpsen te verbeteren.” Hoewel het een zeer beveiligd netwerk is waarin agenten kennis kunnen uitwisselen, is het niet bedoeld om informatie over lopende zaken te delen. Bill Bratton en het achterliggende bedrijf?BrattonTech?stopt er veel geld in en Bratton heeft eerder nieuwe technologische trends helpen invoeren, zoals het predictive policing en crime mapping system?CompStat?(zie ons blog erover). Zij?zien uiteindelijk een verdienmodel waarin ook andere partijen diensten kunnen aanbieden. Hij verwacht dat advertenties en marktplaatsen (zoals leveranciers voor politieuitrusting) ook op BlueLine mogelijk gemaakt worden om zo dit initiatief te kunnen bekostigen. “Veel agenten krijgen budget voor hun uniformen en uitrusting, dus er is een marktvraag vanuit het netwerk” ?zegt Bratton die hoopt dat op termijn ook andere korpsen uit andere landen mee gaan doen. Binnen enkele weken zaten er meer dan 1000 agenten online uit 50 staten. De potentie is groot, want Amerika kent?15,000 politiekorpsen. Toch wordt het spannend of de adoptie wijdverbreid door alle staten zal doordringen. In tegenstelling tot bedrijven als?Yammer gaat het hier om een bedrijf dat nu alle vertrouwen geniet, want het verzamelt natuurlijk veel informatie over haar eindgebruikers. En de regels zijn niet eenvoudig. Zo schrijft de wet in California voor gegevens over publieke functionarissen niet langer dan 2 jaar bewaard mogen worden.

"/

Bronnen: Mashable, BlueLineConnect, Wikipedia,?Huffington Post, FastCompany

Spoedje? 112 app!

112app

Het gebruik van de smartphone en social media voor het verbeteren van noodhulp lijkt voor de hand liggend. Immers de technologie is breed verspreid (72% van de telefoongebruikers heeft een smartphone) en de social media adoptie hoog (meer dan 95% van de jongeren gebruikt het dagelijks). Door de beschikbaarheid van locatiegegevens zijn kortere verwerkingstijden mogelijk en adequatere reactie. Er ontstaat een extra communicatiekanaal? om betrokkenen te informeren of adviseren en de hulpverleningsdiensten kunnen door ruimere informatievoorziening beter voorbereid (en ook veiliger) optreden.

De verwachtingen zijn hoog, zo blijkt ook uit onderzoek. Het Rode Kruis deed al in 2012?in de VS een onderzoek?waaruit bleek dat jongeren verwachten dat de autoriteiten een noodoproep op bijvoorbeeld Facebook oppikken.?VDMMP herhaalde dit onderzoek (zie rapport onderaan) in Nederland en ook daaruit bleken hoge verwachtingen van burgers in?het gebruik van sociale media door de hulpdiensten tijdens noodsituaties. Ook bleek dat veel mensen verwachten dat sociale media op termijn 112 gaat vervangen of daarmee gecombineerd zal worden. Uit onderzoek naar alerteringssystemen (zie onderaan dit blog) vorig jaar bleek verder dat het huidige aantal (met Amber Alert, Burgernet, NL Alert of Rijnmond Veilig) niet teveel of te weinig is en dat burgers best meer betrokkenheid wensen.?

Sinds vorig jaar is de MeldAPP ontwikkeld. Met deze 112 app kunnen burgers via berichten worden ge?nformeerd en ge?nstrueerd (handelingsperspectieven) en kunnen zij situatiefoto?s? maken en delen. De app bevindt zich momenteel nog in testfase.

In de Verenigde Staten was er al een Smart911 registratiedienst die het mogelijk maakte gegevens te koppelen aan je mobiele telefoon als naam en adres maar echt een accurate locatie kon niet meegegeven worden. Later werd er in Europa een?112Echo app ontwikkeld die in Zwitserland is getest en in Denemarken is in april 2013 een meldapp voor het publiek gelanceerd. De app geeft de locatie van de melder door en contacteert de juiste meldkamer en is positief ontvangen. In Spanje (Murcia) liet men in 2009 al zien hoe een toekomstige 112 app met moderne smartphones in de noodhulp zou kunnen betekenen:

Per 1 oktober 2015 moeten nieuwe voertuigen op basis van Europese regelgeving uitgerust worden met een zgn E-call voorziening. Onder andere autofabrikanten als BMW en Peugeot willen dergelijke toepassingen aanbieden. Voor de logistieke sector is er ook veel winst te behalen bij modernere informatievoorziening en communicatie, bijvoorbeeld bij het vervoer van gevaarlijke stoffen:

Bekijk de prezi die erover is gemaakt door Loek Pfundt?en Ben Miedema:

Of lees het artikel in Melding! van februari (pagina 16+17):

En tenslotte het onderzoek van VDMMP over de toepassing van social media bij noodhulp:

Zo lijkt de digitale melding van een “spoedje” voor burgers in nood nabij. Want wie herinnert zich nog de populaire KPN reclame uit 2007 waarin een spoedje per e-mail op de mobiel een revolutie was voor onze maatschappij en men grapte over de miscommunicatie die deze moderne vorm van communiceren zou veroorzaken? Ook met 112 roggelen we het wel…

Drones van politie en burger met live video

Politie-drone

Er vliegen steeds vaker drones van Defensie en de politie boven Nederland.?Het zou onder meer de ‘heterdaadkracht’ van de politie moeten?vergroten. Ook steeds meer burgers zetten de technologie (niet-commercieel) in, terwijl autoriteiten worstelen met wetgeving.

De militaire drone lijkt definitief zijn intrede te doen als?opsporingsmiddel voor de Nederlandse politie. Plaatsen als Rotterdam,?Utrecht, Arnhem en Harlingen werden vorig jaar dagen- of wekenlang?vanuit de lucht bespied door onbemande Defensie-vliegtuigjes van het?type Raven RQ 11B. Veel vaker dan in voorgaande jaren werden ze?ingezet boven Nederland, diverse malen voor de opsporing van?criminelen. De Tweede Kamer maakt bovendien plannen om de toekomstige,?veel geavanceerdere drones van Defensie ook boven Nederland te?gebruiken. Waarvoor de Ravens precies worden ingezet, blijft vaak?onbekend, omdat het OM en het ministerie van Defensie daar weinig over?loslaten.

Burgerrechtenactivist Rejo Zenger, ook werkzaam voor?privacyorganisatie Bits of Freedom, vroeg Defensie onlangs hoe vaak de?onbemande toestellen boven Nederland vliegen. In 2012 ging het tot in?augustus om vijf keer, zo antwoordde het ministerie van Defensie. Nu?blijken die inzetten, op basis van gegevens in de Staatscourant, vaak?vele weken te duren. Steeds meer Raven-teams van Defensie zijn?gecertificeerd om in Nederland boven bewoond gebied te patrouilleren.?Daardoor neemt de nationale inzet steeds verder toe. Vorig jaar werd?veertien keer op grond van de Politiewet boven Nederland gevlogen. In?2011 was dat drie keer, in 2010 vier keer en in 2009 ??nmaal.?Aanvragen komen van het OM, de politie, gemeentes en brandweer. Als?het om handhaving van de openbare orde gaat, wordt soms wel bekend?waarvoor de Ravens worden gebruikt. Zo hielden twee toestellen in?oktober toezicht op de ‘4 mijl van Groningen’, een grote?hardloopwedstrijd.

Maar als het om strafrechtelijk onderzoek gaat is het OM, dat politie?en Defensie toestemming moet geven voor publiciteit, minder scheutig?met informatie. Waarom werd er vorig jaar ruim drie weken boven?Amersfoort gevlogen? We weten het niet. Waarom werd er ruim een week?boven Den Oever gevlogen, waarom wekenlang tussen Utrecht en Arnhem en?waarom boven Harlingen en Soesterberg?

Ook de nieuwe Nationale Politie doet geen mededelingen. Eerst wordt er?een ‘werkgroep voor de nationale co?rdinatie van drone-activiteiten’?opgezet, zegt een woordvoerder. De politie zelf heeft namelijk ook?drones. Die zijn kleiner dan die van Defensie, ze vliegen lager en?minder lang. Ze worden alleen gebruikt om een plaats delict te?fotograferen, of te kijken hoe een brand zich ontwikkelt.?Nu vliegt de politie vaak met helikopters boven Den Haag, maar dat kost volgens VVD-lijsttrekker Boudwijn Revis uit Den Haag?te veel geld. “Het werkt sneller als we drones laten opstijgen bij wijkbureaus en misschien later zelfs vanuit de achterbak van politiewagens.”?Begin 2013 bleek dat de politie steeds vaker drones?inzet, onder meer voor inbraakpreventie. De politie Amsterdam?stopte?met het gebruik van zijn drone door een defect.?D66-Kamerlid Gerard Schouw, die vorig jaar?opriep?tot nieuwe wetgeving die de inzet van politiedrones reguleert, vindt het plan van de VVD overhaast. Hij wil een onafhankelijk onderzoek, waar minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) opdracht toe heeft gegeven, eerst afwachten.?Tegenover?Radio 1?zegt Revis de drones gericht te willen inzetten: “Het is niet zo dat wij denken dat een drone 24 uur per dag boven de stad moet hangen. Maar hij moet?wel snel en makkelijk ingezet worden op het moment dat er ergens een overval is geweest, een inbraak of overlast is.”?”Niemand zal er bezwaar tegen hebben als we op deze manier sneller misdrijven opsporen en mensen achter de tralies krijgen”, aldus de lijsttrekker.

In Almere was het een wijkagent die in januari tegen Omroep Flevoland?vertelde dat er boven de stad met Ravens naar inbrekers werd gespeurd.?Veel inwoners waren toen al maanden onwetend. Uit mededelingen in de?Staatscourant, die achteraf worden gepubliceerd, blijkt namelijk dat?de eerste Ravens al op 21 oktober boven Almere vlogen. Voor de?toestellen moet een deel van het luchtruim worden vrijgemaakt, vandaar?de verplichte bekendmaking in de Staatscourant.?Over de reden van de Raven-inzet is op basis van mediaberichten soms?wel te speculeren. Harlingen werd eind vorig jaar getroffen door een?inbraakgolf, dus mogelijk werd er daarom gevlogen. In Zaandam werd?rond de Raven-inzet op 27 november een meisje vermist, misschien werd?naar haar gezocht. En rond de jaarwisseling 2011-2012 werd in?Culemborg waarschijnlijk weer gevreesd voor rellen tussen?Nederlands-Marokkaanse en Nederlands-Molukse jongeren.?In Almere wilde D66 na de mededelingen van de wijkagent wel wat meer?weten over die Ravens. Moeten burgers niet vooraf worden ge?nformeerd??Nee, antwoordde het college van burgemeesters en wethouders. Aangezien?het om opsporing gaat, is de inzet per definitie ,,heimelijk”. Uit het?antwoord bleek wel dat de Raven in ?meerdere gemeenten voor?strafrechtelijke doeleinden is ingezet. De onbemande vliegtuigjes?worden gebruikt voor het ,,vergroten van de heterdaadkracht” van de?politie. De inzettijden in Almere werden bepaald door de momenten?waarop woninginbraken het vaakst voorkomen. Er werd in Almere gevlogen?tussen zes uur ’s avonds en acht uur ’s morgens.

080409_Robotvogel_0206

Privacy

Ook van een inbreuk op de privacy zou geen sprake zijn, omdat mensen?onherkenbaar in beeld komen en de beelden niet worden bewaard. Maar in?een filmpje op de website van Defensie zegt Frank Ostendorf,?commandant van een Raven-team: ,,Afhankelijk van de vlieghoogte kan?het beeld heel gedetailleerd zijn, tot en met wat voor kleding je aan?hebt.”

Als de drones tot aanhoudingen leiden, zou dat mogelijk tegenwicht?bieden aan het privacybezwaar. Maar ook daarover is weinig bekend. De?wijkagent in Almere zei tegen Omroep Flevoland dat het aantal inbraken?in de drie wijken waarboven gevlogen werd met eenderde was gedaald.?Onbekend is of er ook aanhoudingen zijn verricht.?In de Tweede Kamer juichen diverse partijen de inzet van?Defensie-drones toe. In 2011 riepen VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en?SGP het kabinet in een Kamermotie op ook de toekomstige?Defensie-drones ,,in het kader van de binnenlandse veiligheid” in te?zetten. In 2017 wil Nederland over vier geavanceerde drones beschikken?die 24 tot 48 uur, op een hoogte van vijfduizend tot vijftienduizend?meter, surveillance- en verkenningstaken kunnen uitvoeren.

Raven RQ 11B Het Nederlandse leger beschikt over 72 onbemande?vliegtuigjes van het type Raven RQ 11B. Die zijn 0,91 meter lang,?hebben een spanwijdte van 1,37 meter en een bereik van 10 kilometer.?Ze worden vanuit de hand gelanceerd en worden uitgerust met dag- of?nachtcamera’s (warmtebeeld).?Een vlucht duurt maximaal 60 minuten. De toestellen vliegen meestal op?300 meter hoogte. Op het grondstation kunnen militairen en politie?live meekijken en de beelden opslaan en bewerken. Een Raven-team van?Defensie kan meerdere vliegtuigjes tegelijk de lucht insturen. Door af?te wisselen kan uren achtereen worden gepatrouilleerd.

Defensie beschikt ook over een grotere drone, de Scaneagle, met een?bereik van 70 kilometer en een vluchtduur van 12 uur. Deze wordt nog?niet boven Nederland ingezet. In 2017 wil Nederland beschikken over?een drone die tot 48 uur kan vliegen op een hoogte 15.000 meter. Een?voorbeeld is de MQ-1 Predator, die ook kan worden bewapend en al?veelvuldig door de VS worden gebruikt.

Eerder (wat later een hoax bleek) was er een rus die een drone maakte met een machinegeweer eraan. Hoewel het in de lucht houden van drones met de ?terugslag van zo’n geweer niet eenvoudig is, zal het niet lang duren voordat men dit uitregelt. Onder dit filmpje kun je namelijk zien hoe ver men al is (meestal in gereguleerde omgeving) met het gedrag van deze quadcopters, hexacopters en octocopters.

Embedded image permalink

Burgers met drones opgepakt

De politie heeft een 18-jarige jongen opgepakt omdat hij met een drone luchtbeelden heeft gemaakt van de Efteling. Het filmpje heeft voor nogal wat ophef gezorgd, omdat de beelden illegaal gemaakt zijn en het onbemande vliegtuigje waarmee gefilmd werd vlak over de Python heen vloog.

Ook een brand in Vlijmen is met een drone in beeld gebracht:

Eerder klaagde?een burger de politie aan omdat zijn vliegpraktijken gestopt werden toen hij een auto ongeluk vanuit de lucht filmde. Hij vraagt zich af welke wet hij schond als burger. Peugeot toonde zelfs een conceptauto met drone voor de automobilist.

In Turkije schoot de politie zelfs een drone uit de lucht, terwijl de bestuurder protesten filmde op het?Taksimplein in Istanbul waar de politie waterkanonen en traangas inzette.

Bekijk onderstaande grap van De Speld over drones die burgers realtime corrigeren:

Maar bekijk ook onderstaande gevaarlijkere toepassingen van drones vanuit het oogpunt van criminelen (de film is een hoax, maar toch…)

Of deze mogelijke toekomstige drone:

Bronnen:?NRC.NEXT (6 maart 2013), Hart van Nederland, Nu.nl, The Courant,

App: Met PhotoFit je eigen compositiefoto

photofitmeStelt u zich voor: u bent getuige van een diefstal en enige tijd later wordt u door een agent ondervraagd over de situatie. De agent vraagt u een beschrijving te geven van het uiterlijk van de dader. U kunt eenvoudig aangeven welke kleur kleding hij aanhad, maar… wat hoe zag zijn gezicht eruit? U herinnert zich dat hij blank was, donker haar had en ergens in de twintig zal moeten zijn, maar u kan niet onder woorden brengen wat zijn gelaatskenmerken zijn.

In de politiepraktijk en ook vanuit de wetenschap is dit probleem al jarenlang onderkend. Het is een probleem dat alle ooggetuigen ervaren. Niet alleen moet je het gezicht terughalen in je geheugen, je moet het ook nog onder woorden brengen. Beide taken zijn zeer moeilijk en daarom is er een app voor ontwikkeld. Niet meer wachten tot je in het politiebureau door een boek kan bladeren of wachten tot een tekenaar een schets maakt.?De Photofit methode houdt in dat beeldkenmerken van een gezicht worden gecombineerd (ogen, neus, haar) waarmee een volledig gezicht geconstrueerd kan worden. Maar ook deze methode kent gebreken. Het menselijk brein onthoudt niet zomaar onderdelen van een gezicht zoals een neus of mond. De PhotoFit Me app daagt je daarom ook uit om je cognitieve vermogen te testen door eens te proberen om een beroemdheid (of jezelf) te construeren middels de app.photofitme

Prof Graham PikeAl enige jaren oud, maar in het kader van opsporing zeer relevant is de PhotoFit Me app van de Open universiteit van forensische psychologie in Engeland. De app is bedacht door professor Graham Pike die gespecialiseerd is in ooggetuige verklaringen en het identificeren van daders op basis van gezichtsherkenning. Hij heeft een verleden in de politiewereld waar hij bij de?West Yorkshire Police werkte aan videosystemen. Hij werkte ook aan E-FIT-V technologie?n (Electronic Facial Identification Technieken) waarmee computers in staat worden gesteld een compositiefoto volledig in kleur te maken op basis van getuigenverklaringen, een techniek die veel in BBC’s CrimeWatch (de Engelse Opsporing Verzocht) wordt toegepast.

Je kunt de app downloaden voor iPhone of Android, maar hem ook uitproberen achter de computer.

De moderne agent: mobiel effectiever op straat

MEOS2Scan een rijbewijs, controleer de identiteit en antecedenten van een bestuurder,?een bekeuring in en stuur deze direct toe. Binnenkort kan het allemaal op straat op de smartphone. Op het bureau is er vooral koffie, geen administratie.

De huidige minister Ivo Opstelten wil vooral meer blauw op straat. Maatregelen als meer ZSM zaken en het Programma Informatievoorziening Strafrechtketen (PROGIS) moeten ervoor zorgen dat politiewerk effici?nter wordt. Via zijn smartphone kan de agent op straat de identiteit en antecedenten van een verdachte vaststellen. Van nieuwe nog onbekende personen wordend e verplicht getoonde wettige identiteitsbewijzen gescand en opgeslagen, samen met vingerafdrukken en een foto.

De introductie van de mobiele werkplek waarmee het werken op straat dynamisch wordt ondersteund. Informatie is snel beschikbaar, compleet en automatisch herbruikbaar voor vervolghandelingen. 25.000 collega’s werkend in “toezicht en handhaving” gaan via apps op een telefoon, scannen, identificeren, integraal bevragen en een bon schrijven. Het programma Mobiel Effectiever Op Straat (MEOS): meer kwaliteit, betere informatiepositie, verhoging veiligheid, blauw meer op straat, overal en altijd beschikbaar. Bedacht door, ontwikkeld met en ingevoerd voor “Blauw”.

Een aantal politie-eenheden raadplegen al mobiel op straat politie-informatiesystemen via BVI-B, maar anderen doen het nog altijd via de porto. Maar het initiatief MEOS ging nog een stap verder. Want ook het uitschrijven van bonnen op straat (met de nodige na-administratie aan het bureau) zou verleden tijd zijn.

In de tweede helft van 2014 moet MEOS technisch klaar zijn. Een voorbeeld. Een agent kan zometeen op afstand een kenteken met de smartphone scannen, net als een politieauto dat met ANPR kan (Automatic Number Plate Recognition). Het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer)?wordt onmiddellijk geraadpleegd en vermeld of het een gestolen voertuig betreft. Ook of de eigenaar van de auto vuurwapengevaarlijk is kan op het scherm verschijnen. Ook als het een andere bestuurder betreft kan diens rijbewijs gescand worden (het nieuwe model rijbewijs heeft zelfs een chip) om te zien of het document geldig is. De gegevens verschijnen in het scherm en kunnen komen uit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie), BVH (Basis Voorziening Handhaving) of HKS (Herkenningsdienstsystemen dat gegevens over verdachten registreert). Als de persoon ergens van verdacht wordt is dit direct zichtbaar.?Als de bestuurder geen gordel aan had kan direct een bekeuring worden uitgegeven. De locatie van de bekeuring wordt vastgelegd en er kan eventueel een foto worden toegevoegd van de situatie. ?De agent selecteert uit de top 10 van feitcodes ‘HELMGRAS’ simpelweg ‘Gordel’ en alle elementen komen in beeld. Tijdstip en gegevens van de persoon en voertuig worden gebundeld en de agent handelt de bekeuring ter plekke af. Automatisch ligt de bekeruing binnen vijf dagen op de mat van de bestuurder.

“Dit is lik-op-stuk op zijn best”zegt Ciska de Vogel, brigadier in Oost-Nederland die momenteel met MEOS werkt. Het opstellen van een digitale bon is pas de eerste stap in een proces van verregaande digitalisering van de politieadministratie vertelt Edwin Delwel, landelijk programmamanager MEOS en landelijk programmaleider Digitaal Werken in de Strafrechtketen (DWS). “De snelle en correcte bon is niet de grootste winst. De echte winst is dat we nu razendsnel over alle informatie kunnen beschikken en dat die informatie beter geverifieerd is. Bij een vechtpartij zou je ter plekke een foto kunnen maken van het letsel, een korte gesproken verklaring van de aangever opnemen en een gesproken getuigenverklaring van de portier. Alle identiteiten stel je vast met de scanner van de smartphone. Met al deze informatie kan al een beslissing genomen worden voordat de verdachte op het bureau is en beschik je al over een groot deel van de gegevens voor je digitale dossier. Zo ver zijn we nog niet, maar het is een kwestie van tijd.”

Agenten kunnen nu al filmen op straat, maar er ontbreken op de meeste bureau’s nog altijd computers die de beelden met geluid kunnen afspelen. “Het papier gaat eruit. De smartphone wordt de voornaamste werkplek van de politieagent” aldus Delwel, die vervolgt: ?”Dat betekent dat justitie en de rechterlijke macht dezelfde inhaalslag moeten maken als de politie. Er moet ??n digitale strafrechtketen komen, waarin iedereen kan werken. Voor mobiel werken moeten we niet meer alleen in apps denken. Apps hebben het risico dat we het politieproces gaan versnipperen. Ik wil een diender geen zestien apps op zijn telefoon geven voor zestien processen. De oplossing ligt in een goed en volledig processysteem, ondersteund door moderne technologie. Daar maken we nog lang niet voldoende gebruik van.”

MEOS

Bronnen: artikel Blauw januari 2014: “Bureau op straat”en VKA.nl, Ministerie VenJ, Leertuin Mobiel Werken Vreemdelingenpolitie

Bill Bratton & social media

Sinds korte tijd heeft Bill Bratton zijn welverdiende pensioen weer ingeruild voor het werk dat in zijn hart en nieren zit: politiewerk. De ’top cop’ keert weer terug als korpschef op zijn oude stek: New York City. En sinds een paar dagen maakt hij ook gebruik van social media, namelijk:?Twitter.

 

Politiecommisaris Bill Bratton heeft ten tijde van de Londense rellen ook in de Europese media veel aandacht gekregen nadat de Britse politiek zijn hulp had ingeroepen. De Britse politietop was niet gelukkig met de komst van de Amerikaan. Commissaris Hugh Orde, voorzitter van de Association of Chief Police Officers gaf aan dat als je 400 bendes hebt in de Verenigde Staten, je niet echt effectief bent in de bestrijding daar van. En als je naar de manier van politieoptreden kijkt in de VS, en het niveau van geweld, dan is dat fundamenteel anders dan in Engeland.

Bill Bratton bij CBS-news

Bill Bratton in het NOS-journaal

Bill Bratton heeft er al een hele carri?re opzitten. Sinds de jaren tachtig leidde hij de politie in Amerika’s moeilijkste steden – Boston, New York en Los Angeles. Hij liet een erfenis na die twintig jaar terug ondenkbaar leek: overal waar hij werkte ging de stijgende criminaliteit over in een spectaculaire daling. Zijn aanpak werd wereldwijd overgenomen. In de media verklaarde hij dat het aantal moorden in New York halveerde tijdens zijn bewind, in Los Angeles daalde het aantal misdaden door bendes met 60 procent. Rellen zijn volgens Bratton niet alleen te stoppen door veel mensen te arresteren. Ook aan de sociale redenen voor de onrust moet worden gewerkt. Bratton zal de Britse regering advies geven. Hij is vooral gevraagd om te kijken naar het probleem van misdaad en geweld door bendes. Beperking van bewegingsvrijheid van bendeleden zodat ze niet samen kunnen komen, ze geen mobiele telefoons kunnen hebben en op bepaalde tijden niet op bepaalde plekken mogen zijn, zei hij in The Daily Telegraph. Tevens wil hij sociale media inzetten om activiteiten van bendeleden te volgen.

Britse politiecommissaris over social media

Hieronder een aantal van zijn stokpaardjes

Broken windows theorie:
Bratton, heeft in de Verenigde Staten het ‘kapotte-ruitenbeleid’ in de praktijk gebracht. Volgens deze criminologische visie leidt goed onderhoud van een stedelijke woonomgeving tot minder criminaliteit.?Uitleg Brolen windows theory hieronder:

Brokenwindowstheory

View more documents from frank.

Compstat:
Bill Bratton voerde een computersysteem in waarmee misdaden nauwkeurig konden worden bijgehouden. De agenten moesten optreden tegen agressief en hinderlijk gedrag van met name zwervers. Hij liet de politie nauwgezet de resultaten registreren, zodat patronen van criminaliteit zichtbaar werden. Districtchefs werden aangesproken op de resultaten in ‘hot spots’ van criminaliteit.

Achtergrondfilm uitleg Compstat

BlueLine

Sinds kort heeft Bill Bratton ook geholpen met de realisatie van BlueLine. Het internet social media platform voor de Amerikaanse politie. Enigzins vergelijkbaar met het Nederlandse Politie+.

AP PROVIDES ACCESS TO THIS PUBLICLY DISTRIBUTED HANDOUT PHOTO PROVIDED BY BLUELINE FOR EDITORIAL PURPOSES ONLY.

Zero tolerance:
Bill Bratton had eerder ook invloed op Nederlandse politie hij bedacht het ?zero tolerance? beleid. Bratton had zijn idee?n ontwikkeld als chef van de spoorwegpolitie, waar hij agenten in de metro en treinen meer liet surveilleren en strenger controleren op zwartrijden, bedelen, dronkenschap, rondhangen, enzovoort. Het aanpakken van relatief kleine vergrijpen hielp grotere vergrijpen voorkomen en oplossen.

Predective Policing:
Een zeer interessante ontwikkeling waar hij in de Verenigde Staten mee experimenteert is predective policing: de politie slaat zoveel persoonlijke gegevens over burgers op in de computer dat ze voortaan kan voorzien waar en door wie een misdaad zal worden gepleegd.

Een voorbeeld is een jongetje dat met een pistool op de stoep in New York speelt . Een man passeert, het jongetje schiet per ongeluk, de man schiet terug en ontkomt. Getuigen zeggen dat de schutter een tatoeage – ‘I love you’ – op zijn onderarm had.

Vroeger duurde het dagen, soms weken, voordat de politie in zo’n geval de identiteit van de verdachte achterhaalde. Nu kan het veel sneller: de korpsen van New York en Los Angeles beschikken namelijk over real time crime centers, databanken waarin de intieme persoonsgegevens – zoals tatoeages – van miljoenen burgers zijn opgeslagen.
Daarin kan de politie terugvinden dat er in New York een aantal mensen zijn die een variant van ‘I love you’ op hun lichaam hebben getatoe?erd. Dan wordt het een stuk makkelijker om verder te rechercheren.

Het interessante is dat de politie diezelfde databanken nu ook kan gebruiken om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld uit de politiepraktijk van een grote Amerikaanse staat. De scholen in die stad hebben te maken met een schrikbarend hoog moordpercentage. Een politiecommissaris besloot de persoonsgegevens van alle vermoorde leerlingen van de laatste jaren in een databank te stoppen voor een slachtofferprofiel. Zo was het mogelijk om een lijst van vijfhonderd studenten samen te stellen die het risico lopen dat ze ook vermoord worden. Nu weet de politie beter waar ze moet zijn en op wie ze moeten letten. Het is nog onduidelijk of het werkt, want het is een proefproject, maar Bratton voorziet dat dit de toekomst van politiewerk is.

Achtergrondmateriaal:

Compstat

View more documents from frank.

Compstat strategic police management for effective crime deterrence in new york city

View more documents from frank.
Bronnen: NRC, Volkskrant, DailyNews, DailyTelegraph, Wikipedia.

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)