Tagarchief: burgerparticipatie

M – Mensenhandel

Mensenhandel gebeurt ook via social media, zoals deze man die 14 jaar gevangenisstraf boven het hoofd houdt, omdat hij zijn illegale handel regelde via Facebook. Maar social media is ook een krachtig medium voor bewustwording over mensenhandel, zoals onderstaande video op YouTube: “Girls going wild in red light district”.

Burgerparticipatie versterkt actie tegen mensenhandel

Het laatste decennium groeit het aantal geregistreerde slachtoffers van mensenhandel jaarlijks. In 2011 is ten opzichte van het jaar daarvoor sprake van een stijging met 23 procent. Het is dan ook geen wonder dat het Openbaar Ministerie als topprioriteit het tegengaan van mensenhandel heeft. Want lang niet alle gevallen zijn bekend. Tijdens een actie in Eindhoven springt TNO bij om burgers te betrekken.

Driehonderd agenten en vele tientallen hulpverleners worden tijdens een avond in maart ingezet op het Baekelandplein in Eindhoven. Openbaar Ministerie (OM), gemeente Eindhoven en de politie starten deze grootschalige actie om internationale mensenhandel tegen te gaan. Burgers worden via sociale media opgeroepen om signalen van mensenhandel te melden bij de politie. Achter deze oproep zit TNO. In samenwerking met het OM houden onder andere TNO?ers Arnout de Vries en Jop Esmeijer zich bezig met ?burgerparticipatie?. ?Burgers blijken nauwelijks een beeld te hebben van wat het OM en het Landelijk Parket nou eigenlijk doen?, vertelt De Vries. ?Bij de actie in Eindhoven wil het OM echter graag gebruik maken van de kennis van het publiek. Aangezien TNO op beleids- en strategisch niveau ervaring heeft met burgerparticipatie, worden wij gevraagd het OM te ondersteunen.?

Actief met sociale media

Samen met het OM gebruikt TNO sociale media als Twitter, Facebook en Storify actief. De Vries: ?We hebben actief informatie verstrekt over hoe je mensenhandel kunt herkennen en wat je daar vervolgens zelf aan kunt doen. Ook hebben we tijdens de actie informatie en foto?s verspreid om mensen een kijkje achter de schermen te geven. Zodat ze begrijpen wat er gebeurt en waarom het gebeurt.? Daarnaast monitort TNO de verschillende sociale mediakanalen, om te kijken wat er over mensenhandel wordt gezegd. In Amerika is het inzetten van social media zelfs een aanpak die bewezen helpt. ?We kijken hoe de berichtgeving van het OM wordt overgenomen en door wie. Daarmee maken we goed zichtbaar welke individuen en belangenorganisaties in dit kader relevant zijn. Een deel blijkt nog geen onderling contact of contact met het OM te hebben. Deze inzichten helpen het OM zijn bereik en samenwerking gericht te verbeteren op het gebied van mensenhandel.?

Strategie voor burgerparticipatie

De ondersteuning van TNO gaat echter verder. De actie in Eindhoven geldt als experiment, om te kijken wat burgerparticipatie oplevert en welke strategie daarvoor het beste is. ?Want er doen zich allerlei dilemma?s voor?, legt De Vries uit. ?Als je actief bent op Facebook, wil je dan dat mensen je actie tegen mensenhandel kunnen ?liken?? Of komt dat raar over? Ga je in dit geval als OM zelf de lucht in met een Facebookpagina, of kan het sociale netwerk van bijvoorbeeld twitterende wijkagenten gebruikt worden? Hoe pik je signalen over mensenhandel op via sociale media en hoe kun je burgerparticipatie daarin stimuleren? Mensenhandel is immers een maatschappelijk probleem waarin de rol van de burger van groot belang is. Deze en andere dilemma?s nemen we mee in het formuleren van een strategie. Daarbij maken we gebruik van de uitgebreide kennis die TNO heeft op het gebied van maatschappelijke veiligheid, burgerparticipatie en cocreatie.?

Storify

De Gemeente Eindhoven, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie zijn op 23 maart 2012 een grootschalige actie begonnen tegen internationale mensenhandel. Meer informatie over mensenhandel is te vinden op de Facebook pagina van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie, waar ook de link staat naar een Storify.

Er is afgelopen jaren veel aandacht geweest voor vrouwenhandel en loverboys. De vraag dringt zich op: wie trapt daar nog in?

“Iedereen. Het gaat om aandacht. Ik zeg altijd tegen mensen: kijk naar je eigen leven; waar loopt het over rozen en waar niet. Je hebt geluk als je op een kwetsbaar moment niet de verkeerde tegenkomt. Want d?t gebeurt bij de meeste van die meiden; als je in de shit zit, slaat zo’n mensenhandelaar toe. Het begint met verleiding en misleiding. Daarna volgt chantage, de ronselaar dreigt naaktfoto’s of seksfilmpjes op internet te zetten. Met al die social media heb je tegenwoordig heel veel technieken om iemand te chanteren. Excessief geweld, wat we vooral in het begin zagen, gaat steeds vaker over in psychisch geweld.”

Bronnen: de Volkskrant (18 jan 2012), TNO.nl

Seminar cocreatie in de opsporing (verslag en presentaties)

Het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde organiseerde op 11 september jongstleden het seminar ?Cocreatie in de opsporing.? Een druk bezochte bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de politiepraktijk, het politieonderwijs en ? inherent aan het thema ? burgemeesters, gemeenteraadsleden en vertegenwoordigers van andere partners in de veiligheidsketen. In de maandelijkse seminars van de Politieacademie delen lectoraten hun visie en onderzoeksresultaten met politiepraktijk en -onderwijs.?Conclusie van deze avond: cocreatie kan de politie veel brengen, maar vraagt ook veel. Kansen en risico?s, dilemma?s, opbrengsten, randvoorwaarden en succesvolle voorbeelden: het lectoraat zal een belangrijke bijdrage hebben door deze in kaart te brengen.?
?
Cocreatie is een van de speerpunten van het lectoraat, zo maakte lector Nicolien Kop al duidelijk in haar lectorale rede op 21 juni ?Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing.? Volgens Kop moet de politie van een incidentgerichte, reactieve werkwijze naar een meer pro-actieve, op problemen gerichte aanpak van criminaliteit. De samenwerking met burgers en veiligheidspartners en publiek-private samenwerking is daarin onontbeerlijk. Kop: ?Het is niet effectief om de politie alleen verantwoordelijk te stellen voor het opsporen van daders van gepleegde misdrijven. Willen we echt wat doen aan de veiligheid in Nederland dan moeten we meer inzetten op het voorkomen van misdrijven en zowel burgers, bestuur als bedrijfsleven daarbij betrekken.? Nicolien verwees daarbij naar enkele actuele voorbeelden uit de praktijk, onder meer in Rotterdam-Rijnmond (zie?www.helpmonikavinden.nl).
Vermaatschappelijking
Na de inleiding van Nicolien Kop was het woord aan Pieter Tops, portefeuillehouder kennis en onderzoek binnen het College van Bestuur van de Politieacademie. Hij sprak over ?vermaatschappelijking van de opsporing? als verbijzondering van de vijfentwintig jaar geleden ingezette vermaatschappelijking van de politie als geheel. Tops sprak in navolging van Kop van een onvermijdelijke ontwikkeling, maar wees ook op de ?geboortepijnen? die ermee gepaard gaan. In dat kader benadrukte hij het belang van wederkerigheid. ?Cocreatie is niet een kwestie van over de schutting gooien van taken. Het vraagt van de politie dat zij ook informatie deelt en terugkoppelt wat zij doet met informatie. Om vrijblijvendheid te voorkomen is het van het grootste belang om betrouwbaar te zijn als politie, om afspraken na te komen. Dat vraagt om het nadrukkelijk uitspreken van verwachtingen tussen de samenwerkende partijen.? De Politieacademie gaat onderzoek uitvoeren naar de invoering van de Nationale Politie. Dat onderzoek zal zich onder meer toespitsen rondom de robuuste basisteams en de rechercheteams. Tops deed hierbij een oproep aan de aanwezige recherchechefs om zich hiervoor aan te melden.
?
Cultuurverandering
Albert Meijer van?de Universiteit Utrecht, ging vervolgens dieper in op de kenmerken en het ontstaan van cocreatie en het gebruik??van nieuwe media voor cocreatie in de opsporing. Ook hij benadrukte dat het veel verder gaat dan het benutten van de burger als informatiebron. De relatie moet wederkerig zijn en de burger is nadrukkelijk bezig met het bedenken van creatieve idee?n. Volgens Meijer past het versterken van burgerparticipatie bij een ?strong democracy? en zijn er indicaties voor positieve opbrengsten voor de politie. Wel zijn er ook ongewenste effecten, maar dat is geen reden om het niet te doen. Volgens Meijer vraagt cocreatie wel om een cultuurverandering bij de politie.
?
Opbrengsten en randvoorwaarden
De volgende spreker, Martin van Bochove van het Centrum Versterking Opsporing, gaf aan dat in zijn optiek cocreatie onvermijdelijk is en derhalve niet om een??cultuurverandering bij de politie vraagt maar die cultuurverandering zelf zal brengen. Hij ging verder in op cocreatie als een van de drie hefbomen die een dreigende crisis in de opsporing moet bezweren. Naast cocreatie zijn dat netwerkend werken en directe aanpak & afhandeling. Arnout de Vries van TNO ging vervolgens in op?Burgeropsporing?online: van crowdsourcing naar online cocreatie. Met een pakkende presentatie wist hij de aanwezigen mee te nemen in de nabije toekomst waar de politie in haar netwerken effectief is als gelijkwaardige partner in het proces naar criminaliteitsbe?nvloeding. De avond werd afgesloten met een paneldiscussie tussen de sprekers en het publiek.?Een van de aanwezige burgemeesters zei de politie in de praktijk als een ?gesloten bastillon? te ervaren, met weinig oog voor de verantwoordelijkheid voor veiligheid van het openbaar bestuur. Een tweede aanwezige burgemeester had daar weer heel andere ervaringen mee. Beiden erkenden het belang van cocreatie voor de politie. Er lijkt nog een wereld te winnen.
?
De presentaties van Albert Meijer en Arnout de Vries vind je hieronder:
En de lectorale rede van Nicolien Kop:

Burgerparticipatie, al eeuwenoud

Burgerrechercheur mag meespeuren

De politie houdt informatie niet meer onder de pet. Steeds vaker wordt het publiek gevraagd te helpen: het tijdperk van de burgerrechercheur.

Billboards met foto’s van hooligans. Oproepen om filmpjes van rellen te uploaden. Burgernet. Opsporing Verzocht. Een rechercheteam dat een deel van een moordonderzoek online zet zodat iedereen mee kan puzzelen.??Voorbeelden van burgerparticipatie in opsporing. De politie, die jarenlang heeft geprobeerd opsporingsinformatie onder de pet te houden, beseft dat de massa veel kennis heeft waarmee misdrijven kunnen worden opgelost.

“Burgerparticipatie bestaat al sinds Sherlock Holmes”

Dit zegt criminoloog Henk Ferwerda. Bureau Beke in Arnhem, waar hij directeur is, heeft onderzoek gedaan naar burgerparticipatie in de opsporing.??”Een getuigenverhoor en buurtonderzoeken zijn klassieke vormen van burgerparticipatie. Door internet, Twitter en Facebook kan de politie veel gemakkelijker veel meer mensen bereiken en betrekken. De burger is niet enkel getuige. Er wordt zelfs gesproken van burgerrechercheurs.” ?Twee feiten spreken volgens Ferwerda in het voordeel van burgerparticipatie: “85 procent van alle aangehouden verdachten van misdrijven wordt op heterdaad betrapt en opgepakt. Zo’n 60 procent met hulp van burgers. Als tweede speelt de factor tijd een belangrijke rol. Het eerste uur na een misdrijf wordt het gouden uur genoemd. De uren daarna neemt de kans dat de zaak ooit wordt opgelost dramatisch af. Een getuigenoproep twee weken na een misdrijf heeft weinig zin. Het menselijke geheugen is een slechte bron, zeker als er veel tijd overheen gaat.”

Volgens Ferwerda moet het inzetten van het publiek een vaste plek krijgen in een onderzoek. “Net zo goed als dat je zoekt naar vingerafdrukken, zou je ook standaard direct het publiek om informatie moeten vragen.? Niet pas als je ten einde raad bent, veel eerder.”

Het gaat niet alleen om informatie van getuigen. “Ik weet dat in een onderzoek een slager nuttige informatie kon geven over met welk mes bepaalde verwondingen werden veroorzaakt. Het gezamenlijke publiek heeft onschatbaar veel informatie. Wisdom of crowds wordt dat genoemd, de wijsheid van de massa. Zeer ervaren rechercheurs zeggen dat de politie de schaarse middelen beter kan investeren in burgerparticipatie dan in recherchecapaciteit.” Natuurlijk zijn er valkuilen. “Je kunt niet onbeperkt een beroep doen op het publiek. Als je drie keer per dag een oproep krijgt van Burgernet, werkt het niet meer.”

Een andere valkuil is het gevaar dat burgers op eigen houtje aan de slag gaan. “Burgerrechercheurs moeten niet aan de slag gaan met burgeropsporing. De regie moet bij de politie liggen. Als je ziet hoe pedojagers zelf aan de slag gaan met namen en shamen. Of de hetze die Maurice de Hond voerde tegen de ‘Klusjesman’ in de Deventer moordzaak. Zo moet het dus niet. Ook niet op de manier van Alberto Stegeman: die spoort met een verborgen camera misstanden op en confronteert dan de politie.” Aldus Ferwerda.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de bereidheid van het publiek de politie te helpen groot is. “Niet iedereen wil politieagent zijn, maar burgers willen graag helpen. Kijk naar programma’s als Radar, Opgelicht?! en Vermist. Die behandelen zaken waar voor de politie te weinig opsporingsindicatie inzit. Daar gaan twee signalen vanuit: de politie doet zijn werk niet goed. Dan gaan mensen zelf aan de slag. Aan de andere kant laat het wel zien dat mensen graag samenwerken om criminelen te pakken.”

De politie kan volgens Ferwerda over veel extra ogen en oren beschikken. “Maar zorg dat je het snel doet, open bent en terugkoppelt wat je met de informatie hebt gedaan. Opsporing Verzocht zendt met regelmaat een blokje uit waarin wordt gemeld: ‘Deze zaken zijn met uw hulp opgelost’. Dat willen mensen horen.”

Er zijn destijds bij de verschillende korpsen veel initiatieven opgedoken. Ferwerda heeft in zijn onderzoek een zo compleet mogelijk beeld proberen te geven.

“Er zitten goede en minder goede initiatieven tussen. Probleem is dat er geen eenheid is. De politie is ??n organisatie. Maar toch wordt niet overal op dezelfde manier gewerkt. Initiatieven belanden op eigen websites, niet op http://politie.nl. Net of de Albert Heijn in Zeeland plots eigen ‘Hamsterweken’ heeft. Mogelijk dat het onder de Nationale Politie verbetert. Er ligt een taak voor de nationale korpschef.”

Volgens Ferwerda ontbrak het tot voor kort aan visie. “Het is goed dat overal proeftuinen zijn, maar er is behoefte aan professionalisering. Door alle wildgroei, sneuvelen mooie initiatieven. De innovatieve kracht is bij de politie lager in de organisatie groter dan in de top. Overal groeien bloemen, maar niemand maakt er een boeket van. Waarom gebeurt dat met dit soort projecten niet, maar wel bij de aanschaf van een nieuw dienstwapen? De terughoudendheid is ingegeven door de angst fouten te maken. Je moet fouten durven maken. Het enthousiasme is nu groot. Daar moet je gebruik van maken.”

Het ministerie van Veiligheid en Justitie probeert burgerparticipatie bij professionele hulpdiensten zo breed mogelijk in te zetten. Onderzocht wordt de mogelijkheid om ook commerci?le beveiligingsbureaus en vervoerders als bus- en taxichauffeurs bij de opsporing van verdachten in te zetten. Maar inzet van burgers bij de opsporing oogst ook nog steeds kritiek. ‘Je loopt het risico van persoonsverwisseling’, stelt GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed, die vreest voor privacyschendingen. ‘Het inschakelen van burgers zou een laatste redmiddel moeten zijn, niet iets waarmee je begint.’

Bronnen: (15 dec 2011), Politieacademie.

Burgernet en andere vormen van burgerparticipatie in de veiligheid

Stuive, K. en P. Deelman (red.) (2010).?Burgernet en andere vormen van burgerparticipatie in de veiligheid. De Bilt/Dordrecht: Stichting SMVP Producties.

Het bevorderen en behouden van veiligheid in onze samenleving is een kernopgave van de overheid, maar ook instellingen, bedrijven en burgers hebben daaraan een wezenlijke bijdrage te leveren. In deze ‘gedeelde verantwoordelijkheid voor veiligheid’ neemt burgerparticipatie een belangrijke plaats in. Een concreet voorbeeld daarvan is Burgernet: een uniek samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen. Na een positief beoordelde pilot heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties begein 2010 besloten tot een gefaseerde invoer van Burgernet in het hele land.

Interessant uit deze publicatie zijn oa:?

Hoofdstuk?1. Dick Schoof,?Burgernet en andere vormen van burgerparticipatie in de veiligheid, pp. 23-28.
Hoofdstuk?3. Stoffel Heijsman,?Burgernet en zijn toekomst, pp. 47-52.
Hoofdstuk?5. Frits Vlek,?Geregistreerd partnership. Politie en burger op weg naar gelijkwaardige relatie, pp. 71-88.

Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten.

Burgerparticipatie in de opsporing, Politiekunde nr. 30

Cornelissens, A., H. Ferwerda, I. van Leiden, N. Arts & T. van Ham (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Amsterdam: Reed Business.

Op tal van plaatsen binnen de politie wordt ge?xperimenteerd met creatieve manieren om burgers bij de opsporing te betrekken. Daarbij wordt handig gebruik gemaakt van nieuwe media. Voorbeelden zijn internetsites, mail-alerts en sms-bommen. Die maken het ook mogelijk in heterdaadsituaties snel burgers als mogelijke getuigen te mobiliseren wat de pakkans vergroot. Ook worden burgers uitgenodigd actief mee te denken bij lopend of opnieuw opgestart onderzoek (cold cases). Hoewel sommige burgers de burgerparticipatie zien als een inbreuk op de privacy – bijvoorbeeld bij een ongevraagd sms-je van de politie – zijn burgers in het algemeen erg positief over deze vormen van burgerparticipatie. Het draagt bij aan hun vertrouwen in de politie. Voorwaarde is wel dat ze beter ge?nformeerd worden over relevante uitkomsten en resultaten van hun inspanningen. Voorts moet binnen de politie gewaakt worden voor wildgroei en dienen initiatieven en ervaringen beter uitgewisseld te worden.

Getuigenverhoren en buurtonderzoek zijn klassieke methoden om in en ten behoeve van?opspringsonderzoeken informatie van burgers te verkrijgen. In het laatste decennium zijn er tal van innovatieve en creatieve manieren bijgekomen om de burger bij het politiewerk te betrekken waarop volop gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van de nieuwe media. Nieuwe technieken en mediakanalen maken het nu mogelijk opsporingsboodschappen en masse over te brengen. De vraag die daarbij rijst is welke innovatieve vormen van burgerparticipatie er anno 2010 door de politie worden toegepast en wat deze opleveren voor de opsporing. En wat vinden burgers ervan dat zij via steeds meer kanalen door de politie om informatie worden gevraagd?

Het onderzoek laat zien dat er bij de Nederlandse politie op veel plaatsen ge?xperimenteerd is en wordt met allerlei manieren om burgers actief bij de opsporing te betrekken. In het boek worden twaalf vernieuwende vormen van burgerparticipatie beschreven. Daarbij gaat het vooral om vormen waarbij gebruik wordt gemaakt van internet en (mobiele) telefonie zoals internetsites, mail-alerts en sms-bommen. Maar ook om creatieve vormen zoals het gebruiken van posters en flyers.
De meeste van deze vormen van burgerparticipatie zijn feitelijk oude methoden in een nieuw jasje: nieuwe manieren om burgers op te roepen om te getuigen. Maar sommige gaan ook verder, wanneer niet een beroep op burgers wordt gedaan om te getuigen maar om actief mee te denken: de burger als co-rechercheur. De burger krijgt dan bijvoorbeeld de kans mee te denken met een lopend opsporingsonderzoek dat op internet wordt geplaatst zoals op www.politieonderzoeken.nl.

Dankzij de nieuwe communicatiemiddelen kan er direct na een misdrijf snel een beroep worden gedaan op potenti?le getuigen die op dat moment bijvoorbeeld in de buurt van de plaats delict zijn waardoor de pak- en ophelderingskans worden vergroot. Bovenal legitimeert een gouden tip over een ernstig misdrijf elke inspanning van de zijde van de politie en de burger.

Over het algemeen zijn burgers erg positief over burgerparticipatie in de opsporing. Doordat ze beter op de hoogte zijn wat er in hun omgeving gebeurt, geven ze aan meer grip op de eigen veiligheidssituatie te hebben. Verder lijkt de betrokkenheid een positief effect te hebben op de alertheid van de burger en het vertrouwen in de politie en voelt men zich door de politie serieus genomen. Niet iedereen kan het echter waarderen, sommige burgers zien de burgerparticipatie namelijk als een inbreuk op de privacy wanneer ze bijvoorbeeld ongevraagd een sms-bericht van de politie ontvangen.

Het onderzoek leert dat er enkele belangrijke randvoorwaarden zijn om de doorontwikkeling van vormen van burgerparticipatie goed te stroomlijnen. Zo blijkt allereerst dat verschillende politiekorpsen soms met min of meer dezelfde methoden experimenteren. Dit veroorzaakt enige wildgroei die voor de burger maar ook voor de politie verwarrend kan werken. Het centraal bundelen, doorontwikkelen en co?rdineren van het toepassen van burgerparticipatie is daarom wenselijk. Daarnaast is borging en onderhoud van belang. Vaak komen initiatieven van?zeer enthousiaste politiemensen op de werkvloer maar is er geen ruimte voor verdere ontwikkeling en bloedt het dood. Ten overstaan van de burger is een goede communicatie belangrijk. Terugkoppeling van resultaten die zijn behaald dankzij de reactie van burgers stimuleert de participatie en vergroot de betrokkenheid.

Samenvatting

Voor succesvolle opsporing is de politie in veel opzichten afhankelijk van burgers: slachtoffers die aangifte doen of getuigen die zich melden met belangrijke informatie. Het betrekken van burgers bij het opsporingsproces is een vorm van burgerparticipatie. De laatste jaren wordt door de politie veel ge?nvesteerd in nieuwe vormen en methoden, mogelijk gemaakt door de snelle opkomst van nieuwe media: internet en mobiele telefonie. Was voorheen het tv-programma Opsporing Verzocht een van de bekendste vormen van burgerparticipatie, nieuwe media bieden geheel nieuwe mogelijkheden, zoals smsbommen, e-mailalerts en websites waarop de politie onopgeloste of lopende zaken plaatst. De achterliggende gedachte is veelal tweeledig. Enerzijds dat meer mensen gewoonweg meer weten en als ze hun kennis (tijdig) delen met de politie, stijgt de kans op opheldering van misdrijven. Tegelijk draagt het actief betrekken van burgers bij het politiewerk vermoedelijk ook bij aan het versterken van het maatschappelijk vertrouwen en gezag van de politie. In deze studie worden de belangrijkste ontwikkelingen en initiatieven in kaart gebracht en, voor zover mogelijk, beoordeeld op hun nut en effectiviteit. Beschreven wordt hoe verschillende vormen van burgerparticipatie er precies uit zien en op welke wijze ze toegepast worden. Daarnaast worden de do’s en don’ts van het benutten van burgerparticipatie in de opsporing uiteengezet, mede aan de hand van wat deze initiatieven in de praktijk kosten en opleveren.

Bron: Reed Business

 

Sociale Media, Burgerparticipatie en Sociale veiligheid. Het grote plaatje

Incidenten, rampen, noodsituaties, crises hebben altijd impact op burgers. De fysieke en sociale veiligheid van burgers is dan direct in het geding. Maar burgers zijn niet alleen slachtoffer, zij kunnen ook zichzelf of anderen helpen en redden. Daarnaast spelen burgers een belangrijke rol bij het voorkomen of vroegtijdig signaleren van (potenti?le) gevaren. Bij deze gebeurtenissen, die een levensbedreigend karakter hebben, is zelfredzaamheid en inzicht in het handelingsperspectief dan ook essentieel. Burgers kunnen ook bijdragen aan sociale veiligheid door de effectiviteit van het optreden van offici?le instanties te vergroten, bijvoorbeeld door ?ogen en oren? te zijn van de hulpverleners en bij te aan snellere beschikbaarheid van betere informatie. Professionele veiligheidsorganisaties, zoals de politie, maar ook gemeenten, openbaar vervoer organisaties en organisatoren van evenementen, zien in sociale media een middel om burgers actief te betrekken bij de zorg voor meer sociale veiligheid. Wat zijn de ervaringen tot nu toe? Hoe ver zijn organisaties met het gebruik van sociale media? Hangt dit af van individuele enthousiastelingen of is het al helemaal in het beleid opgenomen? Kost het niet veel meer dan het oplevert? Om hier meer zicht op te krijgen heeft TNO in 2011 een verkenning uitgevoerd. In deze presentatie doen we verslag van deze verkenningstocht door het sociale media landschap. We proberen het klimaat te beschrijven en te schetsen wat de ontwikkelingen zijn.

 

Betrokken burgers: Motieven, verwachtingen en ervaringen van burgers en politie in burgerparticipatieprojecten

Stokes, R. (2010). ‘Betrokken burgers: Motieven, verwachtingen en ervaringen van burgers en politie in burgerparticipatieprojecten’. Universiteit Twente, Enschede.?

Burgerparticipatie is een instrument dat steeds meer wordt gebruikt om burgers te betrekken bij de aanpak van problemen in hun eigen omgeving. De politie Haaglanden is hier ook steeds meer mee bezig en heeft al behoorlijk wat projecten lopen op allerlei niveaus. De politie Haaglanden heeft de opdracht gegeven om te onderzoeken of de verwachtingen van participerende burgers en politie afhankelijk zijn van het niveau waarop wordt geparticipeerd in burgerparticipatieprojecten. De onderzoeksvraag in dit onderzoek is de volgende: In hoeverre speelt het niveau van participatie een rol bij de verwachtingen van zowel politie als participerende burgers bij burgerparticipatieprojecten van de politie Haaglanden? Voor het beantwoorden van deze vraag zijn drie verschillende burgerparticipatieprojecten van de politie Haaglanden onderzocht welke zich elk op een ander niveau van burgerparticipatie bevinden. Dit is gedaan door het verzamelen van informatie over de projecten, het houden van interviews met betrokken participanten en politiemensen, en het observeren van de projecten. De projecten die zijn onderzocht zijn: Burgers in Blauw Scheveningen: burgers krijgen de mogelijkheid om een dienst mee te draaien met de politie. Dit project wordt door de politie ingedeeld op het niveau ?informeren?, waarbij de politie vooral de burger informeert, in dit geval door te laten zien wat er allemaal bij het politiewerk komt kijken. Wijk en Agent Samen (WAS) Rokkeveen: bij dit project gaan burgers en politie samen de straat op om te surveilleren in hun wijk. Dit project wordt door de politie Haaglanden ingedeeld op het niveau ?consulteren?, waarbij de politie de burger raadpleegt over problemen en kwesties die spelen in hun directe woonomgeving. Buurtpreventie Wateringen: een aantal malen per week surveilleren participanten van dit project zelfstandig in hun eigen woonomgeving. Dit project wordt door de politie Haaglanden ingedeeld op het niveau ?participeren?, waarbij de burger zelf actief meehelpt om de woonomgeving veiliger te maken. Het antwoord op de onderzoeksvraag luidt dat het niveau van burgerparticipatie zeker van invloed is op de verwachtingen die participanten en politie hebben van de projecten. Het lijkt er op dat niveau een grotere invloed heeft op verwachtingen van de politie dan die van de participanten. Echter niet alleen het niveau is hierop van invloed. Ook zaken als doel en duur van het project en de motieven waarmee geparticipeerd wordt zijn belangrijk bij het opstellen van verwachtingen bij zowel politie als participerende burgers. Naast deze bevindingen zijn ook nog andere opvallende zaken geconstateerd. Allereerst blijkt dat het niveau van participatie in theorie en praktijk wel eens van elkaar verschilt. Een project kan ingedeeld zijn in een bepaald niveau, maar uit de werkzaamheden van participerende burgers blijkt dit op een heel ander niveau plaats te vinden. De treden tussen de verschillende niveaus zijn te groot, waardoor de doorstroming van burgers van het ene naar het andere niveau heel klein is. Vooral de stap tussen informeren en consulteren is erg groot. Uit dit onderzoek blijkt ook dat burgers anders kijken naar resultaten van projecten dan wel eens wordt gedacht. Participanten willen goed ge?nformeerd worden over de dingen die ze doen en vinden het belangrijk dat de zaken waaraan zij werken worden teruggekoppeld, maar echt concrete resultaten blijken niet altijd nodig te zijn om de participanten tevreden te houden. Voor hen is het belangrijker dat de politie aandacht besteed aan het werk dat ze doen en dat ze op de hoogte worden gehouden van allerlei zaken. De politie Haaglanden kan een aantal dingen doen, zodat burgerparticipatie in de toekomst nog belangrijker en beter wordt. Betrokken burgers Motieven, verwachtingen en ervaringen van burgers en politie in burgerparticipatieprojecten 1. Door de niveaus van burgerparticipatie anders vorm te geven kunnen de projecten beter in een bepaald niveau geplaatst worden. Er zou een stap tussen ?informeren? en ?consulteren? geplaatst moeten worden. 2. Betrokken agenten kunnen veel van elkaar leren met betrekking tot de begeleiding van participanten. Het zou een goed idee zijn om de betrokken agenten een soort ?meeloopdag? aan te bieden bij een ander project. Op die manier leren de agenten van elkaar en kunnen projecten nog succesvoller gemaakt worden. 3. De politie zou meer moeten doen met burgers die al actief hebben geparticipeerd in bijvoorbeeld Burgers in Blauw. Deze mensen zijn vaak erg enthousiast geworden door hieraan mee te doen en daarom makkelijk te benaderen voor een vervolgproject. Het zou voor de politie ook heel nuttig kunnen zijn om te horen van burgers in blauw wat zij opvallend vonden en waar zij problemen mee hadden. Zeker omdat dit project lokaal geco?rdineerd wordt, zou hier veel meer mee gedaan kunnen worden. 4. Voor de participanten is het belangrijk om te weten wat er wordt gedaan met de zaken die zij aanleveren bij de politie. Het stimuleert burgers enorm om te weten wat er is gedaan met hun suggesties en op deze manier blijven ze dingen aandragen. 5. Bij het opstarten van projecten is het verstandig om burgers te betrekken bij de opzet hiervan. Vaak hebben zij een bepaald beeld van hoe ze zouden willen meewerken binnen het project en beschikken ze over specifieke kennis.