Auteursarchief: Arnout de Vries

Moord voorspellen op basis van social media woorden

gettyimages-524310122_slide-92ad4da60676965f35e48b2bbe6ec55e5540cc57-s800-c85

Het is een grimmige mijlpaal, maar in Chicago zijn in september van dit jaar al meer dan?500 moorden?gepleegd. De?politie worstelt de laatste jaren met de toename van illegale vuurwapens en de groei van ‘ gang related violence’. Pas nu wordt social media toegevoegd in de aanpak van de vele bendes die al een tijdje gebruik maken van platformen als Facebook, Twitter of YouTube. Het is eenvoudig om daar beelden te vinden over jonge kinderen die geslagen worden of er nog slechter aan toe zijn.

Project X Mexico: Vader nodigt miljoenen mensen uit voor verjaardag 14 jarige dochter

Image result for mexico rubi birthday

Miljoenen mensen hebben gereageerd op een uitnodiging voor een verjaardagsfeest van een Mexicaans meisje. De ouders van de 14-jarige roepen in een onschuldige video op Facebook ?iedereen? op naar het feest te komen. Zelfs bij grote bedrijven, acteurs en zangers is de uitnodiging niet onopgemerkt gebleven.

De video is gemaakt door een lokale fotograaf. Te horen is hoe vader Crescencio Ibarra met zijn in luipaardprint gehulde dochter en zijn echtgenote aan zijn arm het aankomende verjaardagsfeest beschrijft: veel eten, paardenraces met geldprijzen en optredens van lokale bandjes.

Mensen uit de buurt

Blijkbaar maakt deze beschrijving een hoop mensen enthousiast, want de video is miljoenen keren bekeken en maar liefst 1,2 miljoen?mensen geven aan naar de verjaardag van Rubi te willen komen.

?De uitnodiging van mijn man was bedoeld voor mensen die in de buurt wonen?, zegt de vrouw des huizes?Anaelda Ibarra tegen The Guardian. ?Ik weet niet wie de video gekopieerd heeft, maar het is uit de hand gelopen. Het lijkt nu een uitnodiging aan de hele wereld.?

Groots uitpakken wanneer een meisje 15 jaar oud wordt, is traditie in Mexico. De zogenoemde?quincea?eras?zijn vergelijkbaar met de sweet sixteens in Noord-Amerika.

Grappen

Op internet gaat het ondertussen los. Zo heeft een?Mexicaanse vliegtuigmaatschappij?een advertentie gepubliceerd waarin vluchten met 30 procent korting worden aangeboden naar San Luis Potosi, waar de familie Ibarra woont, met de slogan: ?Ga jij naar Rubi?s feestje??

Een Mexicaanse acteur maakte een parodie op de video en zanger Luis Antonio L?pez maakte speciaal voor de gelegenheid een liedje met de zin: ?Nooit eerder in de geschiedenis zorgde een verjaardagsfeest voor een 15-jarige voor zoveel ophef.?


Hoewel het nog volstrekt onduidelijk is hoeveel gasten er op 26 december werkelijk naar Rubi?s feest komen, hebben de lokale autoriteiten alvast extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd.

Want, ondanks dat vader Ibarra toegeeft dat het allemaal wat uit de hand is gelopen, blijft hij bij zijn aanbod: ?Iedereen die wil komen, is welkom.?

image-6784631
Feestje loopt dodelijk af
Tijdens een Mexicaans Project X-verjaardagsfeest dat bezocht werd door duizenden feestgangers zijn gisteren twee gasten vertrappeld door een paard. Een van hen overleed, de ander brak een been. Het slachtoffer is volgens BBC de 66-jarige eigenaar van een van de paarden die meededen aan een paardenrace, een van de hoofdevenementen op het feest. Volgens omstanders stapte hij tijdens de race de baan op.
De familie vertelde dat het feest de hele dag zou duren, dat er drie bands kwamen optreden en dat een paardenrace zou worden georganiseerd waarin er een hoofdprijs van 10.000 pesos (ongeveer 460 euro) gewonnen kon worden. ,,Bij deze is iedereen vriendelijk uitgenodigd”, klonk het enthousiast. Maar het lachen verging het gezin snel. Maar liefst 1,2 miljoen mensen antwoordden dat ze bij het feestje zouden zijn, nadat de uitnodiging openbaar op sociale media verscheen. Uiteindelijk kwam gisteren maar een fractie opdagen voor het feest, maar het waren er genoeg om Rubi en haar familie compleet te overdonderen.

La quincea?era
De vijftiende verjaardag van een meisje (la quincea?era) is een belangrijke gebeurtenis in Mexico, omdat het de dag is waarop een meisje een vrouw wordt. Grote feesten met livebands zijn niet ongewoon. De meisjes dragen pofjurkjes, tiara’s en make-up. Ze zijn dan voor een dag ‘koningin’.

Verschillende Mexicaanse partijen sprongen daarom massaal in op de hype. Een vliegmaatschappij bood mensen 30 procent korting op een ticket als ze naar het verjaardagsfeest gingen. Een zanger maakte een lied voor de jarige. Als gevolg daarvan stonden straten vast door alle auto’s en werden het Rode Kruis en de politie ingeschakeld om de situatie in de gaten houden.

Bronnen: Metro,?The Guardian, BBC

Predictive Policing: te vroeg, te snel of precies op tijd?

pp1

Onderstaand onderzoek naar de invloed van de fasen van technologie?n op predictive policing op beleidsvorming bij de Nationale Politie is gedaan door Melissa Kont,?Erasmus Universiteit Rotterdam.

In dit onderzoek is onderzocht of predictive policing zich bevindt in de laatste fase van technologische ontwikkelingen. Filosoof, Alan Drengson, stelt dat technologische ontwikkelingen bepaalde fasen doormaken en dat de menselijke houding tegenover technologie, de fasen onderscheidt. De theorie stelt dat de laatste fase, appropiate technology, leidt tot succesvolle implementatie van technologie?n. Mocht predictive policing zich in deze fase bevinden, dan zou dat kunnen leiden tot een versterkend effect op de Advocacy Coalition Framework van Sabatier en Smith. In dit onderzoek zou dat betekenen dat predictive policing een versterkend effect heeft op advocacy coalities, die betrokken zijn bij predictive policing, invloed uitoefenen op beleidsvorming bij de Nationale Politie. Hiertoe is een documentenonderzoek uitgevoerd en zijn interviews afgenomen met de politie en betrokken actoren. Uit de voortgekomen data blijkt dat predictive policing zich niet in de fase van appropiate technology bevindt. Hierdoor is er geen sprake van een versterkend effect van advocacy coalities op beleidsvorming bij de politie. De betrokken actoren spreken van verschillende voordelen en mogelijkheden rondom predictive policing, maar niet van een systeem dat de menselijke ontwikkeling kan bevorderen en een onmisbaar systeem is in de samenleving. Om vast te stellen in welke fase predictive policing zich dan wel bevindt, vereist vervolgonderzoek.

Hoofdstuk 1: Probleemstelling

1.1.De glazen bol van de politie

?De organisatieontwikkeling bij de politie is een beetje als surfen. Soms is het even wachten op de juiste golf. In sommige coalities zijn die golven klein en is het surfen niet spectaculair. Maar die juiste golf waar op gewacht wordt komt, en dan wordt ervoor gegaan. Dat is niet eenvoudig, maar al die andere, kleine golfjes in de windstille periodes hebben de organisaties gelouterd. Nu staat het getij, de wind en de stroming goed? (Spelier, 2011).

Henk Pethke, senior-adviseur Ministerie Veiligheid en Justitie, doet deze uitspraak op 08 april 2011 over de ontwikkeling van de reorganisatie bij de politie (Spelier, 2011). De politie staat in de huidige, steeds verder globaliserende, informatiesamenleving voor een grote uitdaging. Sinds de invoering van de reorganisatie, kampt de Nationale Politie met moeilijkheden om het nieuwe beleid succesvol uit te voeren. Daarnaast is er sprake van financi?le druk bij de politie; de effectiviteit moet omhoog (Jonker, 2015). De politie moet meer zien te realiseren met dezelfde middelen. Ook zijn er nieuwe vormen van criminaliteit ontstaan door ontwikkeling van nieuwe technologie?n. Criminelen weten elkaar digitaal makkelijker te vinden en kunnen in groten getale criminele activiteiten uitvoeren (Prins, 2004). De aanslagen in Parijs en Brussel zijn hier een treurend voorbeeld van.

?L? o? il n’y a pas de gendarmes, une certaine race d’honn?tes gens est capable de tout.? (Mauriac, 1968). Vertaalt stelt Frans schrijver en Nobelprijswinnaar Mauriac dat waar geen politie is, een bepaald slag ?nette mensen? tot alles in staat is.

Mocht de uitspraak van Francois Mauriac juist zijn, dan is het de vraag of de politie door alle bezuinigingen en nieuwe vormen van criminaliteit wel is opgewassen tegen de huidige criminelen. Nieuwe vormen van criminaliteit vragen om nieuwe vormen van aanpak in de huidige informatiesamenleving. Als altijd en overal aanwezig door de bezuinigingen niet realistisch is, is altijd op de juiste locatie dat dan wel; is criminaliteit voorspelbaar?

Het bepalen waar en wanneer politie inzet ertoe doet is het terrein van predictive policing. Dit wordt bepaald aan de hand van statistische voorspellingen om te kunnen anticiperen op criminele incidenten. De informatie die resulteert vanuit de statistische voorspellingen, kan misdaad voorkomen of de heterdaadkracht vergroten, dat is gebaseerd op harde feiten afkomstig uit data analyses (Noort, 2016). Een voorwaarde voor het succesvol kunnen inzetten van predictive policing is dat gegevens over criminele activiteiten ontgrendeld worden in een datawarehouse, en dat andere data hieraan gekoppeld kunnen worden (Doeleman, 2014).

Momenteel wordt het Criminaliteits Anticipatie Systeem ingezet om criminaliteit te voorspellen en de politie inzet erop te baseren. De toegepaste technologie kan leiden tot verandering in beleid bij de politie. Zo zou succesvolle resultaten van CAS kunnen leiden tot uitbreiding van het systeem naar meerdere Nederlandse steden (Rienks, 2015). Om tot beleidsvorming rondom predictive policing te kunnen komen, moeten verschillende betrokken actoren tot een gezamenlijk besluit komen. In dit onderzoek zal onderzocht worden welke actoren betrokken zijn bij dit proces en wat de invloed is van deze actoren op beleidsvorming. Daarbij wordt onderzocht wat de invloed is van predictive policing op de invloed van de betrokken actoren. Als predictive policing uitgebreid wordt naar andere steden in Nederland, is het van grote waarde om te weten welke actoren die uitbreiding kunnen voorkomen of ondersteunen. Het is daarom interessant onderzoek te doen naar de invloed van predictive policing op beleidsvorming bij de Nationale Politie.

Doelstelling in dit onderzoek is:

Het toetsen van de theorie over de fasen van technologie op predictive policing door interviews en bureauonderzoek bij betrokken actoren.

Vraagstelling in het onderzoek is:

Wat is de invloed van de fasen van technologie op predictive policing op beleidsvorming bij de Nationale Politie?

1.2.Relevantie

Predictive policing is ontstaan door de politie in Los Angeles. De succesvolle resultaten hebben geleid tot uitbreiding naar andere steden en landen. Er is al veel onderzoek gedaan naar de toepassing van dit nieuwe systeem en de voordelen ervan. Echter, betreft dit onderzoek een toetsing door gebruik te maken van al bestaande theorie over technologie. Er is nog geen wetenschappelijke literatuur bekend over de toetsing van de theorie van Drengson op predictive policing. Veelal baseert literatuur over predictive policing zich op de invloed ervan op criminaliteit. Dit onderzoek is wetenschappelijk relevant, omdat het een basis betreft om te kijken of predictive policing zich in de juiste ontwikkelingsfase bevindt van technologie?n. De resultaten kunnen een basis vormen voor verdere wetenschappelijk onderzoek.

Daarnaast is dit onderzoek maatschappelijk relevant, omdat wordt onderzocht in welke fase van technologie predictive policing zich bevindt. Hierdoor kan gekeken of predictive policing wel past in de huidige maatschappij. Predictive policing staat in lijn met het alom bekende dilemma van de rechtstaat: aan de ene kant wil de burger zich zo veilig mogelijk voelen, maar aan de andere kant daar zo weinig mogelijk privacy voor opgeven. Daarom wordt onderzocht of de samenleving klaar is voor dit systeem. Ook biedt predicitive policing kansen voor een veiligere samenleving en kan de effectiviteit van de politie vergoot worden. Dit is een belangrijke kans in tijden van financi?le druk; er kan immers meer met minder worden gerealiseerd.

1.3.????? Structuur

Het onderzoek bestaat uit vijf hoofdstukken, waarbij in het laatste hoofdstuk de hoofdvraag wordt beantwoord. Hiertoe zal in hoofdstuk twee alle gebruikte theorie?n voor het onderzoek worden toegelicht. Het theoretisch kader wordt vervolgens gebruikt om in hoofdstuk drie het conceptueel model te schetsen. De verwachtingen van het onderzoek zullen worden besproken aan de hand van het conceptueel model. Vervolgens zal in hoofdstuk drie, de operationalisatie plaatsvinden. De variabelen zullen in dit gedeelte van het onderzoek meetbaar worden gemaakt aan de hand van indicatoren in het codeerschema. Daarnaast wordt in hoofdstuk drie de methodologie besproken waarbij belangrijke keuzes omtrent het onderzoek worden toegelicht. In hoofdstuk vier worden de resultaten gepresenteerd waaruit vervolgens de analyse volgt in hoofdstuk vijf. Tot slot wordt in hoofdstuk zes aan de hand van de conclusie antwoord gegeven op de hoofdvraag en zal de discussie een kritische reflectie schetsen op het onderzoek.?

pp5

Hoofdstuk 2: Theoretisch Kader
Om in kaart te brengen welke theorie al bestaat omtrent de opgestelde probleemstelling, zullen een aantal theorie?n worden toegelicht. Deze theorie?n zijn zo gekozen om een sterke ondersteuning mogelijk te maken voor het onderzoek.

Het begrip technologie zal allereerst met de theorie van Val Dusek?(Dusek, 2006) worden toegelicht aan de hand van drie karakteristieken over technologie. Vervolgens volgt de theorie van Alan Drengson (Drengson, 1982) waarin vier fasen over technologische ontwikkeling worden toegelicht. Hierin is het meest kenmerkende onderscheid de menselijke houding tegenover technologie. Om beleidsvorming toe te kunnen lichten zal gebruik worden gemaakt The Advocacy Coalition Framework van Sabatier en Smith (Sabatier, 2014).

2.1.????? Val Dusek
Val Dusek noemt drie karakteristieken om technologie te omschrijven, namelijk technologie als hardware, technologie als regels en technologie als systeem. De drie karakteristieken zullen hieronder worden toegelicht:

  • Technology as hardware bevat alle technologie als machines en gereedschap. Hierbij kan gedacht worden aan computers, energiecentrales en fabrieken. Technologie als hardware is concreet en grijpbaar, het is om ons heen (Dusek, 2006).
  • Technology as rules wordt door Jacques Ellul, Frans filosoof en socioloog, omschreven als organisatorische methodes, managementtechnieken en het denken op een mechanistische wijze (Ellul, 1964). Hierbij wordt technologie beschreven als regels in plaats van grijpbare middelen (Dusek, 2006).
  • Technology as system houdt in dat technologie moet dienen als technologisch middel om het begrip technologie eraan toe te schrijven. Zo zijn technologische middelen die honderden jaren geleden werden gebruikt als technologie, maar nu enkel dienen als museumstukken om te bezichtigen, niet als technologie. Binnen technology as system is een samenleving van gebruikers, onderhouders en reparateurs van technologie dan ook een vereiste. Technologie moet immers onderhouden worden om de oorspronkelijke doel te kunnen realiseren (Dusek, 2006).

Dusek licht drie karakteristieken van technologie toe om het begrip technologie te omschrijven. Alan Drengson neemt deze karakteristieken op in zijn theorie. Hierin maakt hij onderscheid in verschillende fasen van technologie, waarin ook de drie karakteristieken van Dusek zijn opgenomen.

2.2.????? Alan Drengson
Alan Drengson beschrijft vier stages van technologie (Drengson, 1982) welke hieronder zullen worden toegelicht:

  1. Technological anarchy houdt in dat technologie en technologische kennis enkel dienen als instrumenten en nagestreefd moeten worden om macht en welvaart te realiseren en om de natuur te kunnen temmen. Technologie dient hierbij als middel en moet ingezet worden waar mogelijk om de doelen na te kunnen streven (Drengson, 1982). De overheid behoort een kleine rol te spelen en zou technologische ontwikkelingen de vrijheid moeten geven om plaats te vinden. Alleen de marktsector bepaalt welke technologie?n blijven bestaan (Drengson, 1982). Technologie krijgt in deze fase zekere autonome kenmerken op een grote schaal. Technologie, oorspronkelijk bedoeld om bepaalde wensen en doelen na te streven, wordt in dit proces een doel op zichzelf. Technolgische anarchie verliest in dit proces haar machtspositie en maakt hierdoor de weg vrij voor technophilia, een structuur met technocratische kenmerken (Drengson, 1982).
  2. Technophilia is de liefde voor technologie, waarbij mensen verliefd worden op hun eigen mechanische kennis, op hun technieken en trucs en de technische apparatuur en processen (Drengson, 1982). Drengson beschrijft technophilia als volgt:

?It is like the love of adolescence (Drengson, 1982).? De producten van technologie worden niet meer enkel gebruikt als productieve instrumenten, maar ook als speelgoed van de mens; technologie wordt een spel van het leven. Als gevolg hiervan, heeft technologie de neiging om de mens te controleren, aangezien de mens niet in staat is om zichzelf van technologie te distanti?ren. De mens kan niet objectief kijken naar technologie (Drengson, 1982). De liefde voor technologie verandert in dit proces naar het streven van technologie in alle vormen van het alledaagse leven, zoals onderwijs, overheid, zorg en seks. In dit geval wordt gesproken van technocratie, aangezien technologie nu een regerende kracht is, waarbij het in de samenleving louter draait om mechanisme (Drengson, 1982).

  1. Technophobia ontstaat wanneer men zich realiseert dat alleen mensen en menselijke waarden de gevaren van technologie kan tegenhouden. Een reactie hierop is dat technophobia tracht om het menselijk leven van alle technologie te ontdoen (Drengson, 1982). Er heerst een onbewust verlangen om terug te keren naar de menselijke controle over technologie, complexe technologie?n worden wantrouwt te en een ?do-it-yourself? houding tegenover technologie is ontstaan (Drengson, 1982). Uiteindelijk is het doel van deze fase om technologie?n op grote schaal te be?indigen en technologie opnieuw onder menselijke controle te houden. De fase technophobia zet de basis voor de volgende fase.

Hoewel in de eerste fase werd gedacht dat maximale ontwikkeling van technologie het leven gemakkelijker zou maken, is onvoldoende rekening gehouden met de innovatie en planning van de technologie. Dit werd namelijk vaak gedaan door personeel dat onvoldoende begrip had van verantwoordelijkheid over complexe en machtige technologie?n. Of omdat personeel in situaties werd gebracht waarbij verantwoordelijkheid uitdragen in moeilijkheden werd gebracht (Drengson, 1982). Hierdoor wordt in de fase van technophobia de autonomie van de mens boven technologische autonomie geplaatst. In de fase van technophobia is het een vereiste de relatie tussen technologie en mens te begrijpen (Drengson, 1982). Vanuit dit gezichtspunt kan technophobia worden gezien als een van de fases, waarin groei inhoudt dat men zich bewust wordt van het gebruik van technologie op een reflectieve, kritische wijze (Drengson, 1982).

  1. Appropiate technology is de laatste fase van technologische ontwikkeling. Deze fase omvat een rijpingsproces van de wederzijdse relatie tussen technologie, mens en wereld. Appropiate technology vereist dat men nadenkt over eigen doelen en waarden, voordat men zich inzet voor de ontwikkeling van nieuwe technologie?n, of zelfs voor de voortzetting en het gebruik van bepaalde oudere technologie?n (Drengson, 1982). In de fase van appropiate technology wordt men steeds beter in het beheersen van technologie als instrument, om eigen doeleinden te bereiken. In deze fase behoren technologie?n volgens Drengson (1982) aan bepaalde eisen te voldoen. Allereerst moet er behoud van diversiteit zijn. Ten tweede moeten technologie?n goedaardige interactie tussen mensen, hun machines en de biosfeer promoten. Tot slot, moet de menselijke ontwikkeling bevorderd worden door het gebruik van technologie, technologie is in deze fase een onmisbaar systeem. Wanneer wordt voldaan aan de bovengenoemde vereisten, worden de technologische processen een leven verbeterend deel van een significante reeks van waarden. Arbeid wordt in dit geval zinvol werk, waarbij technologie wordt ontworpen om individuele personen, ecologische integriteit en culturele gezondheid te verbeteren (Drengson, 1982).

Volgens Drengson (1982) is appropiate technology de meest complete fase, aangezien meer relevante waarden worden aangehaald. Ook brengt deze fase het object en subject samen in een verantwoordelijke, wederzijdse interactie. In deze fase is er de mogelijkheid tot verdere technologische ontwikkeling, op een manier dat de negatieve gevolgen van de moderne geschiedenis van de mensheid kan oplossen (Drengson, 1982). Daarnaast brengt approtiate technology volgens Dengson (1982), technologie dichterbij. De meeste systemen zijn te centraal volgens Drengson (1982), door appropiate technology kan technologie veel meer toegepast worden op een lokaal probleem of situatie.

Dusek en Drengson zijn van belangrijke waarde geweest in theorie over technologie. De theorie van Sabatier en Smith wat hieronder zal worden toegelicht, is een theorie over beleidsvorming wat van groot belang is in de publieke sector.

2.3.????? Sabatier & Smith

Advocacy Coalition Framework is een beleidsvorming model, gebaseerd op het gebruik van diverse instrumenten door concurrerende coalities binnen een beleidssubsysteem (Cairney, 2013). Tijdens dit proces spelen externe actoren een belangrijkere rol dan interne actoren, doordat de externe actoren meer invloed hebben op het beleidsvorming proces. Het model is afkomstig van Sabatier en Smith en volgens het model is beleidsevolutie het product van verschillende coalities om juridische en politieke instrumenten in te zetten om doelen te bereiken en om tot een gewenst beleid te komen (Sabatier, 2014).

Binnen het ACF beleidsmodel is het van belang de belangrijkste concepten van het model te beschrijven om tot een beleidsproces te kunnen komen. Een eerste concept is ?advocacy coalitions?. Dit zijn coalities bestaande uit hele diverse leden met verschillende functies die een gezamenlijk doel willen bereiken binnen het politiek systeem?(Sabtier, 2007). Leden kunnen journalisten of onderzoekers zijn, maar ook vakbonden, ambtenaren of belangenorganisaties. Daarnaast spelen de belangen van de coalities een belangrijke rol binnen het proces, doordat deze belangen diep geworteld zijn binnen de leden van de coalitie. Ieder coalitie binnen het politiek systeem wil de eigen belangen vertalen in beleid en gelijke belangen tussen coalities zorgt ervoor dat er samenwerking plaatsvindt. Om overtuiging van de eigen standpunten te realiseren worden politieke instrumenten en sturende mechanismen ingezet (Cairney, 2013). Voorbeelden hiervan zijn publicaties van evaluatierapporten, technische informatie dat wordt gepolitiseerd, wijziging in wetgeving of participatie in agentschappen. De instrumenten worden bewust en rationeel ingezet door coalities om de eigen belangen te realiseren in subsystemen?(Cairney, 2013) .Subsystemen zijn issue-specifieke netwerken en zijn actief in de regering omdat verkozen ambtenaren verantwoordelijkheid over beleidsvorming overdragen aan bureaucraten, die op hun beurt, regelmatig overleggen met leden van advocacy coalitions zoals belangengroepen. Hierdoor stelt ACF dat externe actoren meer invloed uitoefenen op politieke kwesties dan interne actoren binnen het politiek systeem. Hieronder vallen ook veranderingen in de omgeving zoals veranderingen in de publieke opinie en veranderingen in sociaaleconomische condities (Sabtier, 2007).

m1

Zoals bovenstaand schema toont ontstaat beleid volgens Sabatier doordat coalities, eigen waarden en instrumenten omzetten naar strategie?n. Deze strategie?n be?nvloeden keuzes die gemaakt worden door beleidsmakers. De veranderingen in het beleidsproces komt volgens ACF tot stand, doordat advocacy coalitions invloed uitoefenen op beleid (Sabtier, 2007). Volgens het ACF is bijna altijd sprake van een dominante coalitie die de meeste instrumenten en sturingsmechanismen in bezit heeft. Externe veranderingen kunnen openingen bieden voor coalities om beleidsveranderingen door te duwen in het subsysteem, aangezien actoren dan eerder geneigd zullen zijn om de eigen beleidsvisie aan te passen. Bemiddeling tussen coalities om tot nieuw beleid te komen versoepelt in dit geval. De overheid kan de bemiddelde strategie overnemen, waardoor een beleidsverandering in werking treedt (Sabtier, 2007).

Hoofdstuk 3: Operationalisatie, onderzoeksontwerp en methodologische verantwoording
Om tot een succesvolle analyse te komen van de invloed van de fasen van technologie voor predictive policing op veranderingen van beleidsvorming bij de Nationale Politie zal in dit hoofdstuk allereerst het conceptueel model worden getoond. In dit model worden de variabelen in vereenvoudigde vorm geschetst. Daarnaast blijkt uit dit model wat de verwachte uitkomsten zijn. Vervolgens zullen de variabelen in het conceptueel model meetbaar worden gemaakt, door deze te operationaliseren. Ook zal de strategie van het onderzoek en de methodes die hiertoe worden toegepast, worden beschreven. Tot slot zal beargumenteerd worden in hoeverre dit onderzoek valide en betrouwbaar is.

3.2. ? ? ?Conceptueel model

m2

Bovenstaand conceptueel model toont de concepten die onderzocht zullen worden binnen dit onderzoek. Daarnaast worden verwachte richtingen getoond in het model. De verwachtingen zijn:

Advocacy coalities zoals beschreven in de theorie van Sabatier hebben veel invloed op beleidsvorming. In dit onderzoek is de verwachting dat advocacy coalities invloed uitoefenen op beleidsvorming. De verwachte invloed is sterker wanneer predicitive polcicing zich bevindt in de fase van approtiate technology. Drensgon stelt namelijk dat de fase appropiate technology de beste fase is om technologische ontwikkelingen toe te passen in de samenleving, omdat in deze fase de meeste acceptatie aanwezig is voor technologie. Hierdoor heeft de variabel approtiate technology een medi?rend effect op beleidsvorming.

De verwachting van dit onderzoek volgens de toegelichte theorie?n is:

De invloed van advocacy coalities die predicitive policing nastreven op beleidsvorming, is groter wanneer de fase van appropiate technology van toepassing is op predicitive policing.

 

3.2.????? Operationalisatie
De variabelen in het conceptueel model zullen worden geoperationaliseerd aan de hand van het operationalisatieschema. In dit schema worden de variabelen weergegeven en als subcode worden meetbare indicatoren gepresenteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van subsubcodes, waardoor een variabel verder kan worden gespecifieerd.

m3

3.3. ? ? ?Strategie

In dit onderzoek is gekozen voor het gebruik van kwalitatief onderzoek. Om de hoofdvraag te beantwoorden is namelijk kennis vereist over verschillende inzichten. Daarnaast zijn de uitkomsten van de hoofdvraag minder goed te voorspellen, vergeleken met kwantitatief onderzoek. Er is ook geen sprake van cijfers, waardoor de data ook niet statistisch verwerkt kan worden, wat wel gebeurt bij kwantitatief onderzoek (Doorewaard, 2015).

Tijdens dit onderzoek is er sprake van een deductieve nadruk. In het onderzoek wordt immers empirie getoetst aan wetenschappelijke theorie, waarbij van theorie naar data wordt gewerkt. Daarnaast worden de belangrijkste concepten in de theorie geoperationaliseerd om de betrouwbaarheid en validiteit te garanderen (Doorewaard, 2015).

Het onderzoek betreft een enkelvoudige casestudy, waarbij getracht wordt om diepgaand inzicht te verkrijgen in predictive policing bij de Nationale Politie door middel van methodentriangulatie. Er is sprake van een smal domein, er zullen acht individuele interviews worden afgenomen bij de Nationale politie en betrokken actoren. De respondenten zijn werkzaam bij de politie en zijn selectief gekozen om verschillende inzichten mogelijk te maken, ofwel een strategische steekproef (Doorewaard, 2015). Doordat het afnemen van acht interviews met belangrijke sleutelfiguren bij politie-eenheden niet werd toegestaan door de communicatieafdeling van de Nationale Politie, vanwege de drukte door de reorganisatie en kwesties bij de politie rondom publicaties met gevoelige informatie, is gekozen om vijf interviews af te nemen met betrokken actoren. Hierbij is gekozen voor TNO en Risbo vanwege de kennis over technologie?n, die worden ingezet bij de politie en vanwege kennis over samenwerkingen. Daarnaast is ook gekozen voor een interview met een ICT-jurist vanwege de juridische aspecten rondom predictive policing.

De interviews zijn semi-gestructureerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vragenlijst dat flexibel wordt gehanteerd. Het is de bedoeling om de respondent zoveel mogelijk aan het woord te laten en als interviewer enkel te sturen in het gesprek, wanneer te veel van de vragenlijst wordt afgeweken. Op basis van de operationalisering zijn interviewvragen en ?topics opgesteld en zijn te raadplegen in bijlage 8.1. Daarnaast zal een bureauonderzoek worden uitgevoerd, wat bestaat uit het boek Predictive policing: kansen voor een veiligere toekomst (Rienks, 2015) en de publicatie van het Inrichtingsplan Nationale Politie (Justitie, 2012) en mogelijk andere relevante literatuur. Rutger Rienks is zelf werkzaam als intelligenceprofessional bij de politie en geeft weer welke kansen en mogelijkheden de auteur ziet omtrent predictive policing. In het Inrichtingsplan van de Nationale Politie gebruikt (Justitie, 2012) wordt beleidsvorming bij de Nationale Politie beschreven en verschillende samenwerkingen met hun doelen beschreven.

  • Validiteit en betrouwbaarheid

Om de kwaliteit van het onderzoek te meten wordt gebruik gemaakt van de indicatoren validiteit en betrouwbaarheid. De validiteit wordt onderverdeeld in interne validiteit en externe validiteit. Vervolgens wordt de betrouwbaarheid van dit onderzoek beoordeeld.

De interne validiteit meet of er wordt gemeten wat gemeten wilt worden. In dit onderzoek wordt voldaan aan de interne validiteit, omdat alle stappen in het onderzoek op elkaar zijn gebaseerd. De belangrijkste concepten in het theoretisch kader leidt tot het conceptueel model. Vervolgens worden de variabelen in het conceptueel model geoperationaliseerd, waaruit de interviewvragen worden opgesteld. De data afkomstig van de interviews, leiden mede tot een antwoord op de hoofdvraag.

De externe validiteit meet of de uitkomsten uit het onderzoek generaliseerbaar zijn over andere organisaties, dan wel andere sectoren. Dit onderzoek betreft een casestudy waarbij wordt getracht diepgaand informatie te verkrijgen over de Nationale politie. De verkregen informatie is daarom niet te betrekken op andere organisaties. De resultaten zijn gebaseerd op data verkregen van de Nationale Politie en betrokken actoren en daarom zijn de resultaten enkel te betrekken op politie in Nederland. Predictive policing wordt in iedere samenleving anders, of niet uitgevoerd. De resultaten zijn daarom niet extern valide.

De betrouwbaarheid meet of dezelfde resultaten verkregen worden, wanneer hetzelfde onderzoek opnieuw wordt uitgevoerd. De betrouwbaarheid is in dit onderzoek gering. Immers worden medewerkers ge?nterviewd en kunnen medewerkers na verloop van tijd van mening veranderen. Ook kunnen ontwikkelingen omtrent predictive policing optreden waardoor het beeld van predictive policing verandert. Om de betrouwbaarheid toch te kunnen waarborgen, worden twee soorten methoden van onderzoek toegepast. Hierdoor wordt uit meerdere bronnen data verkregen, namelijk documenten over predictive policing.

pp3

Hoofdstuk 4: Context en Bevindingen
In dit deel van het onderzoek worden de bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd. Allereerst zal er een context beschrijving plaatsvinden en vervolgens zullen de resultaten verkregen uit interviews worden besproken.

4.1.????? Context
Predictive policing is de toepassing van verschillende analytische technieken, met name kwantitatieve technieken om risico?s van criminele activiteiten te kunnen bepalen en criminele activiteiten te kunnen voorkomen door het doen van statistische voorspellingen. De term is in 2008 geintroduceerd door politiechef William Bratton van de Los Angeles Police Department (Perry, 2013, p.1). Inmiddels zijn er vele ontwikkelingen geweest rondom de voorspellingstool. In Amsterdam wordt het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) gebruikt om High Impact Crimes mee te voorspellen. Onder High Impact Crimes vallen woninginbraak, straatroof en overvallen (De Vries, 2016). CAS doet voorspellingen op basis van criminaliteitsgegevens, maar ook andere variabelen, zoals de dichtstbijzijnde snelwegenoprit en bekende criminele bedrijven in het gebied, worden gebruikt als input voor de voorspelling (Rienks, 2015, p.23). Daarnaast worden in vier grote steden in Nederland pilots uitgerold, waarbij predictive policing systemen worden gebruikt bij de politie. Het predictive policing model kan een goede duiding kan geven van het risico, maar ook maatregelen voorstellen om deze risico?s zo goed en effici?nt mogelijk te neutraliseren. De komst van predictive policing zou de ?pre-recherche? introduceren, waarbij niet wordt gericht op waarheidsvinding, maar op waarheidsvinding in de toekomst (Rienks, 2015, p.24).

De reorganisatie van de Nationale Politie heeft ertoe geleid dat de politie voor grote problemen is komen te staan?(Lieshout, 2014). In het Inrichtingsplan van de Nationale Politie wordt verwezen naar het doel van de Nationale Politie; bijdragen aan een veiliger samenleving. Hiertoe zijn strategische doelen opgesteld waarbij samenwerking met interne partijen, maar ook met externe partijen van groot belang is, om de doelen te realiseren (Justitie, 2012). In het plan wordt gesproken van samenwerkingen met de gemeente, burgers en politieacademie maar ook van internationale samenwerkingen. Rienks (2015) sluit aan op de voordelen van samenwerkingen door te stellen dat criminaliteit verandert en de ingevoerde data dus moet mee veranderen om de voorspelling up-to-date te houden. Zoveel mogelijk data zou de voorspelling sterker kunnen maken qua impact. Samenerkingen op verschillende gebieden, met verschillende actoren kan dus een grote bijdrage leveren aan predictive policing. Door het volgen van soortgelijke delicten zouden er ook geografische patronen kunnen ontstaan, waaruit verwachtingen kunnen worden afgeleid over een eventueel volgend delict (Rienks, 2015, p.64). Een uitdaging is hierbij het interpreteren van data naar concrete beleidsstappen.

Juridische aspecten om de bevoegdheden van de politie te garanderen zijn vastgelegd in wetten, zoals de Wet Politie Gegevens, die bepaalde vormen van verwerking en verstrekking van politiegegevens mogelijk maakt en hierover waarden en condities vaststelt. Rienks (2015, p.79) stelt het volgende over inbeslagname van gegevens in juridische zin:

?De inbeslagname van gegevens in juridische zin is trouwens nog een lastig geval. Want volgens artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering zijn alleen voorwerpen (onder andere die de ?waarheid aan de dag kunnen brengen?) vatbaar voor inbeslagname. Een gegeven is in deze context geen voorwerp. Gegevens zijn een abstract begrip. Gegevensdragers kunnen daarentegen wel in beslag worden genomen. Dus bij het vermoeden dat de gegevens, vastgelegd op een gegevensdrager, kunnen worden gebruikt voor waarheidsvinding, is slechts deze drager vatbaar voor inbeslagname.

?4.2.???? Bevindingen interviews

Om een helder overzicht te bieden van de bevindingen, zullen per actor de bevindingen worden gepresenteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de actor politie en onderzoeksinstelling TNO, Risbo en een ICT-jurist als actor.

De medewerkers van de politie zijn te spreken over de voordelen van predictive policing. Het programma CAS zou volgens de innovatiemakelaar ertoe kunnen leiden dat politie inzet wordt gebaseerd op het programma en dit op een effectieve en effici?nte wijze kan gebeuren. De generalist spreekt ook van voordelen voor capaciteitsmanagement. De projectleider zegt hierover kort:

?Ja de voordelen zijn denk ik dat je anders dan gebaseerd op trends, intelligenter met je informatie omgaat.?

De projectleider voegt hier wel aan toe dat tijdens de pilot, dat de echte concrete voorspelling redelijk laat werd gedaan door het programma CAS. De aard van de interventie naar aanleiding van het predictive signaal, wordt daardoor moeilijk om op aan te passen. Daarnaast spreekt de innovatiemakelaar van bepaalde aannames intern bij de politie:

?Dus je kunt bij wijze van spreken uitrekenen waar en wanneer het zal plaatsvinden. Dat is best een gek idee voor politiemensen die uit de praktijk komen. En zeggen: ?Ja het is toch een beetje je instinct want je kijkt naar de omgeving en je denkt dit is mogelijk en dat niet.? Dus die eigen subjectieve invulling maakt ook wel dat ze het lastig vinden om te doorleven, om te denken, ja misschien zit er wel een systeem in, misschien zit er wel een patroon in.??

Ook de andere medewerkers spreken hierover, en stellen dat dit ook voor een deel uit onwetendheid komt. Zo stelt de projectleider dat in de beginfase van de pilot in Hoorn de medewerkers nogal sceptisch waren over de voorspellingen, omdat de variabelen waarmee werd gewerkt, nog onbekend waren. Over andere actoren, betrokken bij predictive policing, stelt de innovatiemakelaar dat het heel goed mogelijk is dat er andere belangen invloed uitoefenen op de samenwerking:

?Een gemeente heeft naast veiligheid natuurlijk ook leefbaarheid. Die moeten ook hun budget rondkrijgen dus die willen ook dingen doen waarvan politie zegt: ?Hey dat vraagt best wel veel inzet van ons voor de veiligheid.? Belangen zijn niet altijd helemaal gelijk. Er kan dan weleens gebeuren dat de gemeente zegt: ?Ik zie hier dat een tool een bepaalde verhoogde onveiligheid voorspelt, maar ik ga het toch doen, want ik wil mijn gemeente die kermis gunnen of die feestweek.??

De projectleider is het hier volkomen mee eens, en voegt eraan toe dat de beste resultaten wellicht ook behaald kunnen worden als het samen wordt gedaan met de gemeente, besturing, handhavers, maar misschien ook wel nog meer als de maatschappij er ook bij wordt betrokken. De innovatiemakelaar bespreekt tevens een ander voordeel van predicitive policing en stelt dat predictive policing niet een totaal nieuw systeem is:

?We weten niet tot op huishoudniveau hoe het zit met de beveiliging, sloten en honden. Dat weten we gelukkig niet, dat hoeft ook helemaal niet. Maar we weten wel: waar zijn de mensen gemiddeld wel thuis en waar zijn ze gemiddeld niet thuis overdag? Maar dat weet een inbreker ook als hij vier keer op een dag rondfietst door een wijk. Zo doen ze die dingen. Predictive policing is dus niet nieuw in die zin, maar het systematisch onderbouwen met data wat we nu op grote schaal kunnen verzamelen en die combineren en naast elkaar leggen. Ja, voor een deel zeggen mensen ja ik herken dit van mijn onderbuik gevoel maar dat is niet overal waar. Want er zijn ook mythes in de criminaliteitsbestrijding en die kunnen we nu mooi ontkrachten.?

Het onderbuik gevoel wordt ook besproken door de andere medewerkers. Er wordt door alle politiemedewerkers veel waarde gehecht aan de inzichten van ervaren agenten. Volgens de generalist, wordt hier zelfs onvoldoende aandacht aan besteedt. De projectleider zegt het volgende erover:

?Wat we gezien hebben bij die pilots van CAS wel hebben gezien dat het wel heel belangrijk is om al die verschillende bronnen van informatie, van onderbuik gevoel tot gewoon de klassieke manier van hotspots, die trendanalyses, te bundelen met de informatie die CAS oplevert. Maar je niet verlaten op 1 bron, dus als in we hebben nu CAS dus we gaan nu alleen daarmee plannen. Ten eerste, stuit je dan ook echt op weerstand, want mensen zeggen dan krijg je: ?Mijn gevoel zegt wat anders en ik vertrouw mijn gevoel meer dan een vaag kaartje wat ik uit de computer krijg.? Dus dat soort weerstanden, maar tegelijkertijd, en ten tweede zie je dat je ondanks het gebruik van big data en intelligentie systemen dat je niet volledig daarop kunt vertrouwen.?

Tot slot zou predictive policing volgens alle politiemedewerkers nog veel meer kunnen bieden dan dat het nu doet en kan het effect van predictive policing veel groter en uitgebreider zijn dan op dit moment. Er zullen hier nog wel een aantal ontwikkelingen vooraf moeten gaan volgens de projectleider. Zo zal data beter aangeleverd moeten worden en is het ook vrijwel onmogelijk om van een causaal verband te spreken tussen predictive policing en het effect op de buitenwereld, omdat vele andere factoren ook van invloed kunnen zijn en het niet altijd duidelijk is welke factor, wat voor invloed speelt. De innovatiemakelaar zegt over de toekomst van predictive policing dat er verwacht wordt, dat intelligenter gestuurd zal worden op de inzet van de capaciteit en dat dit iets vraagt van de operationale medewerker, maar voegt daaraan toe:

?Daarnaast is er een leidinggevende laag, die moet daarop gaan sturen. Dit is wat we zien, daarom verwachten we dat en daarom vragen we jou: ?wil je vooral op die fiets in die wijk?? Daar gaat gewoon ingebroken worden, we kunnen het gewoon uittellen en de meeste inbraken zijn overdag dus fiets vooral overdag als burger. Of met een scootertje, jij ziet er heel jong uit, dus trek lekker kleding aan waarbij je tussen die jongeren in blendt. Ga op dat pleintje zitten en kijk dan of je die kerel te pakken kan krijgen.?

pp4

Maar de innovatiemakelaar ziet hierin ook meer schakels waaronder:

?Welke ketenpartners zijn hier van belang? Want misschien hoef je er niet als politie te zijn. Misschien kun je bij een wijk wat geteisterd wordt door inbraken, de groenvoorziening vragen om juist daar te gaan schoffelen, want ja er moet toch iemand wat zien. Het kan ook zo zijn en nu ben ik misschien wat achterdochtig, dat als wij het patroon weten van de groenvoorziening en we denken nou dat is toch ook toevallig die zijn altijd in de wijk aan het schoffelen waar wordt ingebroken. Dan moet je een andere vraag stellen natuurlijk haha.?

De generalist deelt in het interview ook mee dat de komende vijf jaar predictive policing zich zeker zal uitbreiden naar meerdere delen van het land. Echter, moet er dan nog het een en ander gebeuren. De projectleider spreekt ook over positieve effecten in de toekomst, maar stelt ook dat het programma CAS tegenwoordig ook kaarten aanbiedt in heel veel andere teams in het land. Echter, wordt dit gedaan zonder begeleidende methode van gebruik. Hierdoor gaat ieder team er op zijn eigen manier mee om en dan wordt het vaak gebruikt als een hotspot kaart, terwijl CAS meer zou kunnen bieden. De projectleider zegt het volgende hierover:

?Daarmee doe je iets als predictive policing te kort, want het wordt dan gebruikt als een soort trendanalyse. En dat vind ik te kort en dat is jammer. Er zit meer in.?

De actor onderzoeksinstellingen wijst ook op bepaalde voordelen, die ook worden gedeeld door de politiemedewerkers. Alle respondenten die werkzaam zijn bij TNO wijzen op de voordelen voor politie inzet en de onderzoeker bij Risbo stelt daarnaast:

?Ik denk natuurlijk meteen aan de preventie. Kijk van oudsher is de politie heel erg reactief van aard. Er gebeurt een bepaald incident, mensen doen daar al dan niet aangifte op en de politie gaat dan rechercheren om te kijken kan ik het misdrijf, incident, ect. opsporen. Je loopt daarmee achter de feiten aan. Het grote voordeel van predictive policing is dat je aan die preventieve sfeer wijkt. Dus je probeert incidenten voor te zijn, erop te anticiperen, op gedragingen van burgers, groepen, terroristen.?

Echter, hebben de vier respondenten wel hun bedenkingen van de effectiviteit op dit moment. Volgens de program manager bij TNO, is predictive policing slechts een signaal, waarvan de impact op het moment nog relatief bescheiden ligt. Het signaal is niet dwingend, slechts suggestief en de overige respondenten sluiten zich ook hierbij aan. Daarnaast spreekt de program manager van TNO van belangen die een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van predictive policing:

?Uh ja, ten eerste kan het natuurlijk stigmatiserend zijn. Als je in een bepaalde wijk, bepaalde tijdsstip veel aanwezig gaat zijn met politiemensen. Dat is het lastige van je baseren op historische data, je bevestigt het, je typeert het. Dus dat kan een effect zijn. Wat ook een effect kan zijn, is dat politiemensen op straat zich heel erg gestuurd voelen. Dat hangt heel erg van de implementatie af, van hoe je dat doet. Als je het ?rescriptief? (voortschrijvend) gaat gebruiken, dan kunnen agenten het als lastig ervaren, het is verlies van vrijheid. Omdat je als een marionet van de ene naar de andere kant moet hollen. Door het systeem geregeerd worden. Dus dat kan een effect zijn.?

Ook is predictive policing volgens een medewerker bij TNO momenteel een hype, doordat heel veel mensen nog niet precies zouden weten hoe die voorspellingen werken. Echter, is volgens de TNO medewerker, men wel al heel snel blij met het programma, zonder echt een goede effectmeting te doen.

Een andere medewerker van TNO spreekt over belangrijke aspecten bij het gebruik van predictive policing:

?Dan liggen er wel maatschappelijk / ethische vragen. Als je nou eigenlijk niet echt begrijpt wat een tool doet en je laat je politiemensen erop inzetten. Je levert je dus over naar artificial intelligence, dus daarmee is een stapje gezet naar een moeilijk te controleren overheidsoptreden. En daarmee verlies je ook als het ware de regie, want machines doen dan het werk. Zo ver is het natuurlijk nog niet. De huidige tool is redelijk eenvoudig. Maar dat zet wel aan het denken.?

De respondenten van TNO en Risbo spreken over samenwerkingen met de politie en de TNO medewerkers stellen dat er sprake is van nauwe contacten. Zo zitten medewerkers van TNO ook bij de politie aan tafel om te overleggen. Echter, door de drukte van de reorganisatie medewerkers er ook voor kiezen om via het ministerie te helpen. Tijdens de interviews spreken de respondenten van verschillende belangen om mee te werken aan predictive policing. Hierbij speelt financieel belang een rol, maar stelt een respondent ook over samenwerkingen met de gemeente en de private beveiliging:

?Zeker, gemeentes zijn heel erg ge?nteresseerd in dit soort ontwikkelingen. Want heel veel dingen die je kunt veranderen om criminaliteit terug te dringen is niet iets wat de politie alleen kan. Dus de gemeente is een hele interessante. Het andere is, heel veel dingen die je doet voor de politie, kun je een op een kopi?ren naar private beveiligers. Ook als je een bedrijventerrein wilt bewaken, is het interessant om te weten of het nu op vrijdagavond populaire tijd is in dat bepaalde gebied. Dus moet ik daar nu een mannetje extra heen sturen? Dus ook met dat soort partners, zijn we ook bezig om te kijken: hoe kunnen we dit voor jullie inzetten??

Belangen kunnen volgens de onderzoeker bij Risbo ook hele andere doelen hebben:

?Maar daarnaast, informatie kan ook een politieke perspectief hebben. Informatie is ook een potentiele bron van macht, er komen allemaal strategische gedragingen uit. Op het moment dat je met verschillende actoren, data, kennis deelt. Dat kan gevoelig liggen, want iedereen heeft een bepaald kennismonopolie. En om dat te delen, ja dat kan bepaalde weestanden oproepen.?

De respondenten spreken allen van bepaalde barri?res. Zo wordt gesproken over juridische barri?res zoals etnisch profileren en het invoegen van bepaalde variabelen aan de voorspellingstool die in een rechtszaak in twijfel getrokken kunnen worden. Zo licht de ICT-jurist toe dat dit soort zaken nieuw zijn en nog vrij onbekend terrein. Een medewerker van TNO vertelt hierover dat er ook geen jurisprudentie bekend is over predictive policing en dat uiteindelijk juridisch zal blijken of wat de politie doet ook wettelijk mag. Tot slot bespreekt de onderzoeker bij Risbo van nog andere mogelijke belemmeringen:

?Dus als je puur uitgaat van de techniek dan denk ik dat je heel weinig barri?res hebt. Maar je hebt natuurlijk ook een andere kant en dat is natuurlijk wat wel een rem kan zijn. Als je kijkt naar de politie, de Nationale Politie, de reorganisatie, heeft geleid tot bepaalde knelpunten, onzekerheden, dingen die niet helemaal goed lopen. Mensen die onzeker zijn over hun baan. Dus zijn er wel een aantal organisatorische belemmeringen om dit soort dingen in de organisatie in te voeren uit te rollen, over alle politie-eenheden. Dat is een barri?re. Je hebt natuurlijk ook een financi?le barri?re, je kan bijvoorbeeld inzetten op predictive policing, maar dat is een aspect en je kunt ook op tal van andere dingen inzetten. En uiteindelijk is er een budget kwestie, waar ga je op investeren??

pp2

Hoofdstuk 5: Analyse
In dit deel van het onderzoek worden de resultaten getoetst aan de theoretische concepten die eerder in het onderzoek zijn behandeld. Hiertoe worden de bevindingen gebruikt om te kunnen reflecteren op het conceptueel model in dit onderzoek.

Uit de bevindingen blijkt dat de verschillende actoren bepaalde belangen delen maar er ook grote verschillen bestaan in een aantal aspecten rondom predictive policing. De interviews tonen aan dat alle respondenten te spreken zijn over de voordelen. Veiligheid wordt tijdens de meeste interviews aangehaald als een gedeeld belang om samen te werken, maar autonomie en kennismonopolie zijn belangen die kunnen leiden tot barri?res in het samenwerkingsproces. Uit de interviews blijkt dus dat er wel degelijk advocacy coalities zijn die predictive policing nastreven. Ook worden verschillende instrumenten aangehaald tijdens de interviews om beleidsvorming bij de politie te be?nvloeden. Hoewel het bij de meeste respondenten blijft bij een adviserende taak, worden verschillende actoren genoemd die wel degelijk politieke en juridische invloed uitoefenen op beleidsvorming bij de politie. Daarnaast wordt gesproken van andere wegen die bewandeld kunnen worden om alsnog enige invloed te kunnen uitoefenen. Het gebruik van gepolitiseerde technische informatie en publicaties van evaluatierapporten is tevens een instrument, dat ingezet kan worden bij onderzoeksorganisaties.

Verschillende actoren proberen dus op verschillende manieren invloed uit te oefenen op beleidsvorming bij de politie. Hiertoe hebben actoren verschillende belangen. Dit kunnen belangen zijn om samenwerkingen omtrent predictive policing met de politie te realiseren, zoals financi?le belangen of het stimuleren van het maatschappelijk debat rondom ethische kwesties. Maar ook kan er sprake zijn van tegenstrijdige belangen waardoor er barri?res optreden in de ontwikkeling van predictive policing.

Daarnaast zou de onderzochte data, getoetst worden aan de laatste fase van de theorie van Drengson. Uit de toetsing blijkt dat predictive policing zich niet bevindt in de fase van appropiate technology, de laatste fase. Om te kunnen spreken van appropitate technology moet sprake zijn van het gebruik van het systeem als instrument om bepaalde doelen te bereiken. Interviews tonen aan dit het geval is; alle respondenten stellen dat predictve policing belangrijke doelen kan realiseren bij de Nationale Politie. Het vergroten van efficiency en effectiviteit is een van de meest genoemde voordelen. De mogelijkheden en diversiteit zijn groot, er worden voorbeelden aangehaald waarbij mogelijke toekomstige terroristische aanslagen voorkomen kunnen worden. Ook blijkt het voorspelbare tool bruikbaar in meerdere organisaties, zoals de Belasting om belastingontduiking effectiever op te sporen. Het systeem zou dus ook, indien verdere ontwikkeling plaatsvindt, lokale en specifieke criminaliteitsproblemen kunnen oplossen. Er is daardoor ook sprake van diversiteit in het gebruik van predictive policing op het gebied van criminaliteit. Hoewel het systeem nu nog vrij simpel wordt gebruikt, tonen de interviews klaarblijkelijk aan dat er grote mogelijkheden denkbaar zijn. De menselijke attitude is kenmerkend voor scheiding tussen verschillende fasen. Wanneer de menselijke attitudes over mogelijke barri?res en gevaren worden besproken in de ontwikkeling van predictive policing, blijkt uit de interviews dat er een bepaalde angst heerst om gestuurd te worden door een technologisch systeem. Verlies van de eigen menselijke autonomie en onvoldoende kennis van het daadwerkelijke programma, heeft hier invloed op. Respondenten zijn momenteel kritisch over de daadwerkelijke effecten van het voorspellende programma en zien predictive policing merendeels als een signaal dat genegeerd kan worden als de politiecapaciteit ontoereikend. In de toekomst is de kans groot, dat predicive policing grote invloed kan hebben op beleid, vanwege de diversiteit en effectiviteit. Echter, kan er aan de interviews momenteel nog niet vastgesteld worden dat predictive policing een onmisbaar systeem is in de samenleving. Het technologisch systeem, wat in dit onderzoek predictive policing voorstelt, is daardoor niet een systeem dat menselijke ontwikkeling bevordert. De data in dit onderzoek toont aan dat de menselijke houding tegenover predictive policing niet overeenkomt met de fase van appropiate technology. Predictive policing bevindt zich dus niet in de laatste fase. Drengson stelt over de fasen waarin technologie?n kunnen worden geplaatst, dat appropiate technology de beste fase is voor implementatie van beleidsvorming. Uit de data in dit onderzoek blijkt dat de implementatie nog niet volledig succesvol is. De belangen van de actoren wegen mee in deze implementatie.

Aan het eind van het conceptueel model werd een verwachting geschetst aan de hand van de theoretische concepten. De verwachting was het volgende:

De invloed van advocacy coalities die predicitive policing nastreven op beleidsvorming, is groter wanneer de fase van appropiate technology van toepassing is op predicitive policing.

Deze verwachting is niet uitgekomen in dit onderzoek. Dit onderzoek heeft namelijk geleid tot resultaten waaruit blijkt dat predictive policing zich niet in de gestelde fase bevindt. Hierdoor kan de verwachting niet worden bevestigd. De fase waarin predictive policing zich bevindt, zorgt er juist voor dat respondenten kritisch kijken naar de toepassing. Een deel van de respondenten geven aan juist door middel van onderzoek, de politie te adviseren een meer terughoudende positie aan te nemen in de ontwikkelingen rondom predictive policing. Er zijn momenteel nog juridische barri?res waaruit moet blijken of de voorspellende technologie wel is toegestaan in de samenleving. Daarnaast zijn er barri?res in de samenleving en intern bij de politie zelf. Draagvlak en sturing door technologie zijn veel aangehaalde argumenten. Een deel van de actoren wenst dat de experimenteerfase wordt verlengd in plaats van uitbreiding plaatsvindt naar meerdere steden, zoals de politie dat wenst. Verschillende instrumenten worden ingezet om de eigen belangen van de coalities te realiseren in dit proces. Zo blijkt uit de interviews dat er sprake is van een eigen website van de onderzoeksinstelling waarin verschillende kritische onderzoeken van de politie aan het licht worden gebracht. Als achterliggende belang van de website wordt gesproken van het stimuleren van het maatschappelijk debat en de zin en onzin rondom predictive policing te onderscheiden. De actoren onderling proberen dus het beleid te be?nvloeden. Echter, bevindt predictive policing zich mogelijk in een fase waardoor actoren niet meewerken aan verdere uitbreiding zoals de politie dat wenst. Er wordt juist invloed uitgeoefend door actoren om een meer terughoudende positie te realiseren bij de politie. De actoren geven verschillende argumenten om het debat te stimuleren, van juridische tot aan organisatorische argumenten.

pp7

Hoofdstuk 6: Conclusie
In dit deel van het onderzoek, wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag. De hoofdvraag zal allereerst herhaald worden, waarna aan de hand van de analyse een antwoord gegeven zal worden op de hoofdvraag.

Om tot de conclusie te komen zal allereerst de hoofdvraag hieronder worden geformuleerd:

Wat is de invloed van de fasen van technologie op predictive policing op beleidsvorming bij de Nationale Politie?

Het onderzoek heeft aangetoond dat predictive policing zich niet in de fase appropiate technology bevindt. Er wordt niet voldaan aan alle vereisten om te kunnen spreken van deze fase. Bij de toepassing van het systeem ontbreekt de bevordering van de menselijke ontwikkeling en het ervaren van een onmisbaar systeem tijdens het gebruik. De menselijke houding tegenover het voorspellingstool wijst op een meer terughouding en meer experimenten om effecten te verduidelijken van preditcive policing op de criminaliteit en samenleving. Hierdoor heeft predictive policing niet een versterkend invloed op beleidsvorming bij de politie. Uit de interviews blijkt wel enthousiasme voor voorspelbare programma?s, maar wordt ook gewezen op de gevaren. Predictive policing wordt op dit moment gezien als een programma met veel mogelijkheden maar tevens serieuze ethische kwestie in de huidige informatiesamenleving. De menselijke houding is kritisch naar deze vorm van technologie. Overgeleverd worden aan een technologisch systeem, waarbij de eigen autonomie wordt ingekort, stuit tot veel weerstand bij betrokken actoren. Dit wordt versterkt, doordat er onvoldoende kennis is over de technologie. De totstandkoming van de voorspelling is voor veel gebruikers nog een raadsel en daardoor wordt het enkel als een voorspellend signaal gezien onder de meeste respondenten. Verschillende inzichten zijn hierop mogelijk, de discussie blijven voeren tussen betrokken actoren is dan ook van groot belang om tot gezamenlijk beleid te kunnen komen. De betrokken actoren zijn in staat om invloed uit te oefenen op beleidsvorming bij de politie, door de inzet van verschillende instrumenten.

Uit dit onderzoek blijkt dan ook dat de Advocacy Coalition Framework van toepassing is op beleidsvorming bij de Nationale Politie. Echter, kan er geen versterkend invloed van predictive policing vastgesteld worden op beleidsvorming bij de politie. Er is in dit onderzoek sprake van invloed vanuit de betrokken actoren om de experimenteerfase te verlengen. De theorie van Drengson benoemt vier fasen waarin de laatste fase is getoetst in dit onderzoek. Echter, blijkt uit de analyse dat er sprake is van een andere fase. De eerste fase stelt dat ontwikkelingen worden gediend als instrument om macht en welvaart te realiseren. De tweede fase stelt dat er een liefde ontstaat voor technologie, waarin technologie een spel van het leven wordt. De derde fase technophobia benoemt de angst voor bepaalde technolgische ontwikkelingen en stelt als belangrijk kenmerk dat de mens de behoefte heeft om de technologie zelf te sturen in plaats van dat de mens wordt gestuurd door de technologie. Dit is een overeenkomst met de data en zou kunnen verklaren waarom actoren een verlening van de experimenteerfase wensen. Doordat er geen onderzoek is gedaan naar de eerste drie fasen, kunnen hieruit geen conclusies over worden getrokken.

Om tot deze conclusie te komen zijn er acht interviews afgenomen met betrokken actoren die voldoende kennis hebben van predictive policing om een eigen inzicht te bieden aan de onderzoeker met betrekking tot het onderwerp predictive policing, beleidsvorming bij de politie en betrokken actoren in dit proces. In dit onderzoek is gekozen om enkel de laatste fase te toetsen door gebrek aan tijd en data. Hierdoor kan in dit onderzoek niet worden getoetst in welke fase predictive policing zich dan wel bevindt. De toetsing op andere fasen binnen de theorie van Drengson vereist vervolgonderzoek.

pp6

Hoofdstuk 7: Discussie

In dit afsluitend deel van het hoofdstuk zal een kritische reflectie plaatsvinden op het onderzoek dat is uitgevoerd. Hierbij zullen kanttekeningen worden geplaatst op het onderzoek.

Allereerst kan kanttekeningen worden geplaatst bij het lage aantal respondenten met een functie binnen de politie. Het afnemen van interviews met sleutelfiguren bij de politie bleek een lastige taak. Hierdoor is gekozen betrokken actoren te benaderen. Meer sleutelfiguren binnen de politie op het gebied van predictive policing en beleid, had meer diepgaand inzicht kunnen bieden. Daarnaast kunnen acht respondenten weinig zijn om te onderzoeken welke actoren er zijn betrokken bij samenwerking omtrent predictive policing. Om de belangen van de betrokken actoren allemaal afzonderlijk te meten, zijn meer interviews vereist. Doordat kennisinstellingen veel informatie tot beschikking hadden over de politie en betrokken actoren, is gekozen om deze actor te interviewen. In de samenleving spelen veel meer actoren een rol bij beleidsvorming omtrent predictive policing.

Daarnaast kunnen er bedenkingen worden geplaatst bij de toetsing op louter de laatste fase van de theorie van Drengson. Door beperkte tijd en enkel acht interviews is gekozen om de overige fasen niet toetsen. Echter, had het veel waarde kunnen toevoegen aan het onderzoek als wel gesteld kon worden in welke fase predictive policing zich dan wel bevindt. De invloed op beleidsvorming zou in dat geval beter onderzocht kunnen worden.

Literatuurlijst

Cairney, P. (2013, Oktober 30). Paul Cairney. Opgehaald van Policy Concepts in 1000 words: The Advocacy Coalition Framework: https://paulcairney.wordpress.com/2013/10/30/policy-concepts-in-1000-words-the-advocacy-coalition-framework/

De Vries, A. & Smit. S. (2016, april 25). Predictive policing: een overzicht. Opgehaald van socialmediadna: http://socialmediadna.nl/predictive-policing-overzicht/

Doeleman, D. W. (2014). Predictive policing – wens of werkelijkheid? het Tijdschrift voor de Politie, 29-42.

Doorewaard, P. V. (2015). Het ontwerpen van een onderzoek. Amsterdam: Boom Lemma uitgevers.

Drengson, A. R. (1982, Summer). Four Philosophies of Technology. Philosophy Today, 103-117.

Dusek, V. (2006). Philosophy of Technology: An Introduction. In V. Dusek, Philsophy of Technology: An Introduction (pp. 26-37). USA, UK, Australia: Blackwell Publishing.

Ellul, J. (1964). In The Technological Society (J. Wilkinson, Vert., pp. 333-343). New York: Alfred A. Knopf, Inc. and Random House, Inc.

Jonker, J. (2015, augustus 31). Rem op reorganisatie politie. De Telegraaf.

Justitie, M. V. (2012). Inrichtingsplan Nationale Politie. kwartiermaker Nationale Politie.

Lieshout, L. v. (2014, november 15). De vijf grootste problemen van de politie. Opgehaald van nrcreader: http://www.nrcreader.nl/artikel/7368/de-vijf-grootste-problemen-van-de-politie

Mauriac, F. (1968). Le nouveau bloc-notes 1961-1964. Frankrijk: Flammarion.

Noort, W. (2016, april 15). Slimme stad of dataslurper. NRC.nl.

Paul A. Sabatier, C. M. (2014). Theories of the policy process. Boulder: Westview Press.

Prins, J. (2004). Tehcnologie en de nieuwe dilemma’s rond identificatie. Justiti?le Verkenningen, 1-47.

Rienks, R. (2015). Predictive Policing: Kansen voor een veiligere toekomst. Apeldoorn: Politieacademie Apeldoorn.

Sabtier, W. (2007). The Advocacy Coalition Framework: Innovations and Clarifications. Boulder: Wetsview Press. Opgehaald van The Advocacy Coalition Framework: Innovations and Clarifications: http://collectivememory.fsv.cuni.cz/CVKP-29-version1-priloha_2_FF.pdf

Spelier, R. (2011). Onderweg naar nationale politie?! Utrecht: Department Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Walter L. Perry, B. M. (2013). Predictive Policing: The Role of Crimecasting in Law Enforcement Operations. RAND Corporation.

Bijlage

Bijlage 8.1.: Kwalitatieve vragenlijst

Appropiate technology

  1. Wat is predicitive policing en wat is het doel van het gebruik ervan?
  2. Wat zijn de voordelen van predictive policing?
  3. Hoe wordt predicitive policing gebruikt in het dagelijks leven?

Advocacy coalition framework

  1. Welke coalities zijn betrokken bij beleidsvorming omtrent preventief opsoringsbeleid?
  2. Wat zijn de belangen van die coalities?
  3. Welke instrumenten hebben zij om beleidsvorming te be?nvloeden (zowel meewerken als beleid hinderen)?
  4. Wat is het belang voor de desbetreffende organisatie om mee te werken met de politie?
  5. Op wat voor manier komen de coalities tot een gezamenlijk standpunt?

Veranderingen in beleidsvorming

  1. Hoe is beleid omtrent predictiev policing ontstaan?
  2. Hoe ziet u predictive policing over vijf jaar?
  3. Wat voor invloed heeft predictive policing gehad op beleidsvorming?
  4. Wat voor effect kan het nog hebben op beleidsvorming?

Bekijk, download of print het onderzoek hier:

[slideshare id=69627654&doc=bachelorscriptiemelissakont-161129090425&type=d]

Of bekijk het onderzoek uit Chicago naar de effecten van Predictive Policing daar:

[slideshare id=65229286&doc=predictionsputintopractice-aquasi-experimentalevaluationofchicagospredictivepolicingpilot-160822101738&type=d]

Bronnen: The Verge, Mic

Predictive policing predicts police harassment, not crime

 

Agenten beschermen tegen internetfilmpjes? #treitervlogs

anp-1024_30709972_1

Bekend is dat publieke professionals, zoals politieagenten en docenten, hun beroep uitvoeren in een stressvolle context. Sinds een aantal decennia valt het op dat de veranderde relatie tussen professional en burger vaker tot botsingen leidt. Zo maken professionals vaker agressie en geweld mee. Sinds een aantal jaar vormen sociale media een belangrijk strijdtoneel. Beelden van professionals, zoals aanhoudingen door agenten, veroorzaken hier publieke verontwaardiging. Professionals geven aan dit opnemen en online plaatsen als zeer stressvol te ervaren en weten niet goed hoe hiermee om te gaan of hoe zulke situaties te voorkomen. Veilige Publieke Taak heeft een aantal jaar gewerkt aan voorlichting en handelingsperspectief, bijvoorbeeld in geval van?bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media.

De vloggertjes die agenten filmen moeten worden aangepakt volgens een meerderheid van de Tweede Kamer. Volgens Kamerlid Marcouch staat er bij een actie van de politie altijd een groepje omheen dat filmt. Marcouch krijgt klachten van agenten dat hun familie daarna wordt lastiggevallen. Daarom grijpt de politie soms maar gewoon niet in als er wat op straat gebeurt.

Daarom vindt Marcouch dat video’s van agenten alleen online gezet mogen worden als de gezichten onherkenbaar zijn. “Politici kiezen ervoor om een publiek en bekend figuur te worden, deze agenten niet. We moeten voorkomen dat ze vogelvrij worden”, aldus het Kamerlid volgens De Telegraaf.

Maar leidt bedreiging er bijvoorbeeld toe dat professionals situaties gaan vermijden? Of verharden ze juist in de relatie met de burger? Welke ondersteuning heeft de professional nodig? Door kennis te ontwikkelen en verspreiden, draagt Impact bij aan het weerbaarder maken van professionals en publieke organisaties op dit thema.

Impact doet verkennend onderzoek naar de impact van social media framing op professionals. Daarin wordt specifiek gekeken naar het effect van het opnemen en online plaatsen van publieke handelingen op publieke professionals en de organisaties waarin zij werken. Men kijkt naar de motieven van burgers om beelden vast te leggen en te delen, in sectoren als het onderwijs, de jeugdzorg en veiligheidsinstellingen als de politie.

Impact op professionals met publieke taken

De gevolgen van het filmen lijken een beperking van de professionele bewegingsruimte en een aantasting van de professionele integriteit te veroorzaken.

Het blog Cops in Cyberspace noemt het “Fobf”, ofwel: Fear of being filmed dat bij steeds meer agenten lijkt op te spelen. Het artikel “agenten verlamd door YouTube” of?de politie uit Chicago die hun eigen dashcams uit de auto’s slopen laat zien dat niet alle agenten gediend zijn bij dergelijke transparantie. Toch mogen burgers nog steeds zelf dergelijke camerabeelden publiceren.

Negatieve framing kent twee belangrijke elementen, namelijk opnames op een dergelijke manier manipuleren dat een voor de professional negatieve situatie ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld worden aan door het begin en het einde van een filmpje te knippen. Het tweede element is het vaak contextloze filmpje in verband brengen met een bepaalde sociale gebeurtenis of het image van een organisatie.

Het autonome handelen van de professional wordt soms in twijfel getrokken door de maatschappij. De boodschap van dergelijke filmpjes, en met name de reacties daaronder, is dan dat deze professional zijn of haar werk niet goed doet en ter verantwoording dient te worden geroepen. Deze situatie is nieuw in de zin dat het filmen en plaatsen van beeldmateriaal van professioneel handelen vaker gebeurt, maar vooral dat er na het plaatsen op sociale media een ongekende verspreidingssnelheid kan ontstaan, een olievlek werking naar andere media en dat er een gevoel van ongrijpbaarheid bij de professional ontstaat. Voor de professional is de problematisch omdat er geen mogelijkheid van hoor en wederhoor toegepast kan worden (de professional is monddood in dit geval) en de handelingsruimte van de professional wordt ingeperkt door permanente verantwoordingsdruk. Daarnaast wordt professioneel handelen persoonlijk handelen. Door professionals is aangegeven dat zij in toenemende mate in de priv?sfeer met hun professionele gedrag worden geconfronteerd door middel van sociale media. Dit uit zich in het plaatsen van filmpjes of foto?s op sociale media waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gedeeld, waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gevraagd of waarbij bedreigingen aan het persoonlijke adres van de professional worden geuit. Sociale media heeft daarin een bepalende rol doordat persoonlijke informatie van professionals makkelijk toegankelijk is via internet en cli?nten vaak niet in staat zijn de grens tussen professioneel handelen en persoonlijke situaties te onderscheiden. Deze situatie is problematisch doordat voor professionals ook de scheidingslijn tussen professioneel handelen en priv? kleiner wordt gemaakt. Professionele distantie maakt het mogelijk in moeilijke situaties juist te handelen. Doordat werk persoonlijk gemaakt wordt, lijkt juist handelen in bepaalde situaties moeilijker te worden.

Hieronder nog een aantal fragmenten van onder andere Rapper Boef en treitervlogger Ismail met de politie.

Impact kijkt naar diverse oplossingen. Oplossingen voor organisaties, professionals zelf en media en burgers. Intussen komen technologiepartijen ook met hun eigen oplossingen, zoals onderstaande app die al in lijkt te spelen op het idee van?Kamerlid Marcouch:

Bronnen: RTL Nieuws,?Powned, IMPACT

Pizzagate

pizzagate

Uit het AD komt onderstaand bericht over “Pizzagate”: hoe een wilde complottheorie gevaarlijk werd:

Het was al weken slechts een bizarre complottheorie: pizzagate. Een niet op feiten gebaseerde theorie over een pedonetwerk rond de Democratische partij in de Verenigde Staten, gerund vanuit de kelder van een pizzarestaurant in Washington. Tot deze week een gewapende man het restaurant in liep om eigen ‘onderzoek’ te doen.

Het was en is nog steeds onderdeel van de debatten: de niet aflatende stroom nepnieuws tijdens de Amerikaanse verkiezingen. Deze week kwam daar echter een zorgwekkende dynamiek bij toen de 28-jarige Edgar Welch uit North Carolina restaurant Comet Ping Pong belaagde en zelfs een kogel afvuurde in de grond. Het restaurant in Washington was bepaald geen toevallig doelwit, het is al weken slachtoffer van een bizar complot.

Wat is pizzagate?
Pizzagate begon toen complotdenkers bizarre verbanden begonnen te leggen op basis van uitgelekte e-mails van John Podesta, de campagneleider van Hillary Clinton. In de e-mails sprak de eigenaar van Comet Ping Pong, James Alefantis, over een onschuldige benefietavond in zijn restaurant, met de bedoeling geld in te zamelen voor de campagne van Clinton. Volgens complotdenkers blijkt uit de e-mails echter iets heel anders. Het restaurant zou een dekmantel zijn voor een groot satanisch netwerk van kindermisbruikers.

Wat is het bewijs?
Geloof het of niet, maar complotdenkers zien in het woord pizza aanleiding om uit te gaan van kindermisbruik. Het woord zou namelijk in kringen van pedoseksuelen gebruikt worden om pedofilie en kinderporno uit te drukken. Op basis van die aanname zien complotdenkers in de mails van Podesta ineens een wereld aan kindermisbruik. Een lunchafspraak met pizza is niets anders dan een afspraak om kinderen te misbruiken. Een door Podesta beschreven verloren zakdoek met een afbeelding van een pizza het ultieme bewijs van een pedoseksuele voorkeur.

Aangespoord door het pizza-‘bewijs’ doken de complotdenkers in de uitingen op sociale media van de eigenaar van het restaurant en zijn medewerkers. Waar zij een grote foto van een koelkast ontdekten. Op zich niet zo raar voor een restaurant, maar de complotdenkers zagen er al snel de deur in van een sekskelder. Op het instagram-account van de eigenaar werd een foto ontdekt van een man met een kind in zijn armen. Het onschuldige familiekiekje werd meteen gezien als een pedoseksuele daad, de halsketting van de man zou zijn bizarre seksuele voorkeuren onthullen.

Bleef het daar bij?
Niet echt. Complotdenkers gingen verder dan het pizza-restaurant en deden onderzoek naar andere bedrijven in de omgeving. Ze ontdekten iets verderop een organisatie, opgericht om wezen in Ha?ti te helpen. Voor de complotdenkers zonder aarzelen een duidelijk teken van kindermisbruik. Ze gingen zelfs zo ver om te veronderstellen dat alle verdachte gebouwen onder de grond verbonden waren met elkaar en het pizza-restaurant. Uiteraard om grootschalig kindermisbruik mogelijk te maken.

Haatmails
Hoewel de politie in de Verenigde Staten geen spoor van een begin van bewijs heeft gezien voor het bestaan van een netwerk van kindermisbruikers vanuit het pizza-restaurant, werd de eigenaar bedolven onder de dreig- en haatmails. Uiteindelijk kreeg hij in zijn zaak zelfs te maken met een gewapende man die op eigen houtje wel eens wilde weten hoe het nu precies zat.

De gewapende Edgar Welch werd uiteindelijk door de politie afgevoerd. Hij is waarschijnlijk de eerste schutter die op basis van bizarre complotgedachten op deze manier in actie is gekomen. De vraag is echter of hij ook de laatste is.

pizzagate2

 

?

De commentaren bereikten al snel de voordeur van restaurant Comet waar eigenaar James Alefantis een verklaring aflegde:

App: Meld een vermoeden

De “Meld een vermoeden” app won de Hackathon Aanpak Fraude 2016, een app gericht op het verbeteren van de aanpak fraude.
ICTU organiseerde de hackathon op vrijdag 22 en zaterdag 23 april jl. in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Salim Hadri van team Milvum over de ?Meld een Vermoeden app?: ?Het is een praktische tool gericht op het verbeteren van de communicatie bij gemeenten als het gaat om melden en onderzoeken van adresfraude.?

meldvermoeden

Met de “Meld een vermoeden” app kan men op een innovatieve wijze sneller woonoverlast, onjuiste GBA gegevens en signalen van fraude doorgeven aan de gemeente. Denk hierbij aan illegale onderverhuur, drugspanden, overbewoning, ernstige armoede, een vervuilde woning of anderszins.

Meld een Vermoeden, het centrale meldpunt voor signalen over ondermijning door professionals, is trots op de publiek-private samenwerking met het RIEC.

?Toezichthouders in Alphen aan de Rijn hebben nu ook de Meld-een-vermoeden-app. Ze melden wat ze op straat tegenkomen. Met al die puzzelstukjes bij elkaar, ontstaat er een veel completer beeld.? -?Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn

Bekijk onderstaande filmpjes over de ingebruikname en toepassing:

Meld een Vermoeden – Gemeente Den Haag – Politie Den Haag from Anti-Fraud Company on Vimeo.

Meld een Vermoeden – Politie Den Haag from Anti-Fraud Company on Vimeo.

Het begon met een winnend idee

Voor dit winnende idee op de hackathon heeft BZK tot maximaal 30.000 euro beschikbaar gesteld voor de verdere uitvoering en toets van het idee. Onder begeleiding van ICTU zullen de twee teams hun idee in de praktijk samen met een overheidsorganisatie in het klein uitproberen.

De jury bestond uit Franc Weerwind, burgemeester van Almere en bestuurder van ICTU, Ren? Bagchus directeur directie Democratie en Burgerschap binnen ministerie van BZK, Boyd Rotgans medewerkervan LUSTlab, het creatieve bureau dat de hackathon 2014 won en Giulietta Marani projectmanager Aanpak Fraude bij ICTU.

Het project Aanpak Fraude ontwikkelt hulpmiddelen voor organisaties om bestendiger te worden op adresgerelateerde fraude en identiteitsfraude. Organisaties verschillen qua doelstellingen, omvang en middelen en dat heeft effect op de fraudeaanpak en de mate waarin processen, medewerkers en informatie zijn toegerust. Het project Aanpak Fraude van ICTU, daagt uit tot innovatie en hergebruik van beproefde methoden en stimuleert bewustwording, kennisdeling en samenwerking in de aanpak van identiteitsfraude en adresgerelateerde fraude. Dit doet zij in nauwe samenwerking met Logius, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), het Centraal Meldpunt voor Identiteitsfraude en -fouten (CMI) en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB).

compilatie-hackathon-aanpak-fraude-2016

Bronnen: ICTU, Antifraud.Company

Safe Smart Toys

smart-toys

Geweldig, een pop die kinderen antwoorden geeft op hun vragen. Maar die pop is verbonden met internet, en dat kan gevaarlijk zijn. ?Speelgoedfabrikanten hebben weinig kaas gegeten van IT.?
Lieve grote poppenogen, blond haar en een roze balletrokje. Speelgoedpop ?My Friend Cayla? heeft op het eerste gezicht weinig kwaads in de zin. Ze moet een ?beste vriendin? zijn voor kinderen en praten over hobby?s, huisdieren en haar favoriete eten. Als je haar aansluit op internet kan ze ook moeilijkere vragen beantwoorden over zaken als aardrijkskunde. Maar in een video gepubliceerd door de Britse beveiligingsexpert Ken Munro zegt Cayla ineens ?Merry bloody Christmas? in de camera ? met dezelfde stralende glimlach als altijd.

Wat is er aan de hand? Cayla is te hacken; wie de expertise heeft kan via bluetooth de pop van alles laten zeggen tegen een kind. Zo wordt de privacy geschaad van kinderen, de meest kwetsbare groep gebruikers.

Vorige maand werd bekend dat Blokker Holding ? eigenaar van speelgoedwinkels Intertoys en Bart Smit ? Cayla voorlopig uit de collectie haalt. Europese consumentenorganisaties hadden aan de bel getrokken nadat uit onderzoek van de Noorse consumentenbond bleek dat hackers kinderen via het speelgoed kunnen afluisteren. Bovendien wordt alles wat kinderen tegen Cayla zeggen, doorgestuurd naar een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in spraakherkenning. Waarschijnlijk voor betere gesprekken tussen kinderen en de pop, zonder dat de meeste ouders op de hoogte zijn.

Connected speelgoed
Twee jaar geleden ontdekte Ken Munro al dat je simpel kan ?inbreken? bij Cayla. Ondanks aandacht van Britse media bleef de pop op de markt. Een woordvoerder van Blokker zegt dat het concern niet op de hoogte was: het zou pas van de gebreken weten sinds de waarschuwing van consumentenbonden vorige maand.
Cayla is ?connected? speelgoed, in dat genre is er steeds meer te kiezen voor ouders. Het Britse bureau Juniper Research schat dat de jaarlijkse omzet in met internet verbonden speelgoed stijgt van

2,7 miljard euro in 2015 naar 10,7 miljard in 2020.
Zo is er de knuffel Talki. Ouders en vrienden kunnen op afstand met hun smartphone berichten sturen naar Talki; die spreekt de boodschap daarna uit aan het kind. Fabrikant Fisher Price heeft een slimme beer die ?onthoudt? wat je kind zegt voor betere gesprekken. Slimme kinderhorloges laten met gps zien waar kinderen uithangen.
Ook zijn er ?beeldbabyfoons?, waarmee ouders op afstand kunnen praten tegen baby?s. De apparaten bevatten ook een repertoire aan slaapliedjes en tot vier op afstand bestuurbare camera?s voor in de kinderkamer. De beelden kunnen ouders op de smartphone bekijken.

Wifi is probleem
Waar klassieke babyfoons werken met een lokaal radionetwerk, geven deze babyfoons de informatie door via wifi. Met huis-tuin-en-keuken-apparaten die met internet worden verbonden, loop je een risico, zegt hoogleraar computerveiligheid Michel van Eeten (TU Delft). Dat soort spullen worden volgens hem steeds vaker bestookt door hackers.
Je moet er bij Cayla niet aan denken dat een pedofiel aan digitaal kinderlokken gaat doen met zo?n pop, zegt expert Munro. ?Of dat dieven meeluisteren of het stil wordt in huis, om toe te slaan als iedereen naar bed is.?

Fabrikanten van goedkopere apparaten hebben volgens hoogleraar Van Eeten ?te weinig prikkels? om de beveiliging op orde te krijgen en houden. Met updates zouden ze bijvoorbeeld programmeerfouten in de software kunnen herstellen zodat hackers niet via een ?achterdeurtje? kunnen binnentreden, maar dat gebeurt te weinig. ?Fabrikanten zien het als weggegooid geld?, zegt Van Eeten. ?Het product is verkocht, het geld is binnen. Vaak hebben fabrikanten ook weinig kaas gegeten van IT.?
In 2015 werd de Chinese fabrikant Vtech ? dat computers en tablets voor kinderen maakt ? gehackt. Een hacker kon bij gegevens van miljoenen kinderen en ouders, net als de voor de accounts gemaakte profielfoto?s van kinderen. De Amerikaanse site Vice, die als eerste over het lek publiceerde, schreef dat de hacker aandacht wilde vragen voor de slechte beveiliging bij het bedrijf.

Criminele activiteiten
Volgens Van Eeten is de kans dat het een hacker specifiek om kinderen te doen is, nog klein. Gehackte apparaten worden volgens hem vooral voor criminele activiteiten gebruikt. Bijvoorbeeld DDOS-aanvallen: er wordt zoveel internetverkeer naar een server of site gestuurd dat deze vastloopt. Daarvoor wordt een netwerk van duizenden ? soms honderdduizenden ? gehackte laptops en andere slimme apparaten gebruikt. Sites als Twitter, Spotify, Netflix en Airbnb werden in oktober bij ??n grote aanval deels platgelegd. In totaal werden vorig jaar bijna achtduizend DDOS-aanvallen geregistreerd door het Europese onderzoeksbureau Security Operations Center.
Maar er zijn wel degelijk voorbeelden van hackers die w?l kwaad willen met individuen. Sommige criminelen zijn ge?nteresseerd in persoonsgegevens van kinderen, om ze te gebruiken voor identiteitsfraude. En enkele jaren geleden werd een destijds achttienjarige Rotterdammer veroordeeld voor het op afstand inbreken bij minimaal tweeduizend computers. Hij zette onder meer webcams van tienermeisjes aan om ze te bespieden.

Mede door de DDOS-aanvallen willen steeds meer beleidsmakers fabrikanten verplichten de beveiliging te verbeteren van ?slimme? producten als speelgoed. Zowel de Europese Commissie als het Nederlandse ministerie van Economische zaken doen daar nu onderzoek naar. D66 wil een keurmerk voor de beveiliging van slimme apparaten.
Als het in de huidige situatie misloopt, staan consumenten niet sterk in de rechtszaal, zegt hoogleraar Van Eeten. ?De fabrikant is alleen aansprakelijk als er grote fysieke of economische schade is. Als video?s van een kinderkamer op internet verschijnen, kun je heel moeilijk bij een rechter aantonen dat je fysiek leed hebt.?

Veiliger e-speelgoed
Wat kunnen ouders doen om hun kinderen veilig te laten spelen met connected speelgoed ? als ze dan per se hun poppen willen koppelen aan het net? In november publiceerde een expertgroep een checklist voor ouders. Een belangrijke tip: verschaf alleen persoonsgegevens die strikt noodzakelijk zijn , of verzin persoonsgegevens voor een speelaccount. Een ander advies: zet speelgoed helemaal uit als het kind klaar is met spelen.

Pas ook het standaardwachtwoord van bijvoorbeeld beveiligingscamera?s in de kinderkamer aan ., ?Dat is het allertreurigste?, zegt de Delftse hoogleraar Van Eeten. ?Gewone consumenten moeten zich eerst afvragen hoe ze het wachtwoord kunnen aanpassen van hun babycam of hoe ze de router moeten aanpassen, in plaats van dat de fabrikant dat goed regelt.?
Standaardwachtwoorden van fabrikanten zijn vaak op internet te vinden en een hacker is dan zo binnen. Via internet zijn duizenden livebeelden te zien van kantoren, huiskamers en kinderkamers van nietsvermoedende mensen.

Let ook goed op de reputatie van de speelgoedfabrikant en pas op voor goedkope troep, bijvoorbeeld uit Azi?. De Britse beveiligingsexpert Ken Munro zegt: ?Er zijn gelukkig hele vooruitstrevende speelgoedfabrikanten die de beveiliging goed op orde hebben, maar zij zijn in de minderheid. Voordat de rest van de fabrikanten overstag gaat, is echt strengere wetgeving nodig.?

Bronnen: NRC Next, NOS

App: Verhoord

Op vrijdag 25 november en zaterdag 26 november organiseerde het ministerie van Veiligheid en Justitie een?appathon. Het doel van de appathon was om de agent op straat optimaal te voorzien van technische hulpmiddelen. Het bedrijfje Milvum maakte een ?Verhoord app?, een blockchain concept dat de 1ste prijs bij de Appathon VenJ 2016 binnensleepte. Hoe is Milvum te werk gegaan tijdens deze hackathon?

anp-900_47702020

Een Appathon is een wedstrijd voor app-ontwikkelaars die twee dagen lang aan de slag gaan met het bedenken van een slimme oplossing voor een gesteld vraagstuk.
Dit vraagstuk gaat over het ontwikkelen van een applicatie om de agent op straat te ondersteunen bij het maken van geluidsopnamen, zoals verklaringen van slachtoffers, mogelijke daders en getuigen en vervolgens te kunnen gebruiken voor politietaken en in de strafrechtketen (digitaal) te delen wanneer het tot vervolging komt.

App voor geluidsopnamen

Foto, film en geluidsmaterialen (multimedia) zijn inmiddels onlosmakelijk verbonden met ons priv?- en werkleven. Deze multimedia producten vormen ook een steeds belangrijker onderdeel van het opsporings- en aansluitende juridische proces. Om ervoor te zorgen dat de multimedia producten aan het einde van het proces?-?het strafproces?-?nog steeds bruikbaar zijn, is kwaliteit van groot belang. Kwaliteit van het product zelf, maar ook de kwaliteit van het proces. Naast de burger en ondernemer is de politie de grootste ‘maker’ van film-, foto- en geluidsmateriaal. Om de agent op straat? te helpen multimedia producten te maken van goede kwaliteit wordt aan de app-ontwikkelaars gevraagd te komen met een oplossing in de vorm van een app.

Lees hieronder een verslag dat ook op de website van Milvum staat:

Aanpak

Emine ?zyenici, directeur Informatisering & Inkoop, gaf aan door vooral te kijken naar wat er nog niet is. Foto en video zijn middelen die beide al ingezet worden door de politie, maar geluid blijft nog enigszins achterwege, dus tijd om van start te gaan! Hoe breng je slimmer werken en innovatieve technieken samen om het algehele proces van verhoor tot en met de rechter te kunnen verbeteren? Alle ketenpartners moeten profiteren van de applicatie, dus zij moeten allen ook onderzocht worden. Belangrijk hierbij is om ook draagvlak vanuit de eindgebruikers te hebben. Deze bottom-up approach, door ook goed in gesprek te gaan met de politieagenten, typeert de aanpak van Milvum. Waarde moet voor iedereen gecre?erd worden, maar door goed te luisteren en onze kennis van nieuwe technologie?n in te zetten, is Milvum met de ?Verhoord app? gekomen.

milvum-hackathon-venj-verhoord-blockchain-aan-het-werk-500x313

De ?Verhoord app?

Milvum is met een oplossing gekomen waarbij een nieuwe technologie als blockchain op een laagdrempelige manier wordt ingezet door middel van de ?Verhoord? applicatie. Hoe werkt de app precies?

Op het moment dat de app door een politieagent met ??n klik wordt opgestart, begint direct de opname. Metadata zoals de locatie worden automatisch ingevuld en het ID wordt gescand door de koppeling met MEOS. De agent verwerkt de basiszaken met behulp van zijn telefoon, kan tevens gesprekken opnemen en realtime de kwaliteit van de opname zien. Dat laatste geeft de app weer door een combinatie van geluidsgolven en kleur. Daarnaast kan de agent via een ontwikkeld web portaal verder werken, namelijk door het scannen van een QR code hoeft hij geen inloggegevens meer te onthouden en logt hij eenvoudig in met zijn telefoon. Hij ziet vervolgens meteen een overzicht van zaken waaraan hij al werkt en welke opnames er al binnen dat dossier gemaakt zijn. Door op een opname te klikken, ziet hij wanneer hij zelf en degene die verhoord werd aan het woord was. De oplossing biedt dus ook de mogelijkheid om verschillende stemmen van elkaar te onderscheiden. Met een druk op de tijdslijn kunnen aanvullingen of opmerkingen worden toegevoegd. Aan het einde van het proces kan het geluid worden omgezet naar tekst in een pdf, waarna een handtekening wordt gezet en alles (digitaal) op de post gaat naar de Officier van Justitie.

verhoord2 verhoord1 verhoord3

 

Authenticiteit met Blockchain

Om de authenticiteit, of terwijl de geldigheid van de opname te valideren, wordt er gebruik gemaakt van een blockchain concept. Milvum zet blockchain in om een vingerafdruk (hash) te maken (vaststelling van het brondocument). Elk audiobestand heeft een vingerafdruk en door hier een timestamp (datum en tijd) aan toe te voegen, wordt een unieke waarde in de blockchain opgeslagen. Dat maakt de controle door justitie en OM op het brondocument eenvoudig. Door de inzet van de blockchain kunnen meerdere partijen de authenticiteit controleren en dat maakt de oplossing ook decentraal inzetbaar.

Waardevolle Innovatie

In de oplossing van Milvum is het proces van verhoor tot en met de rechter verbeterd. ?Wij vinden dat Milvum hoog scoort op het innovatieve onderdeel. De weergave van het geluid in golven en gerelateerde kleuren zijn leuk en gebruiksvriendelijke gekozen. Doorslaggevend voor het beste functionele ontwerp is de combinatie van bovenstaande aspecten met machine learning en de inzet van de nieuwe technologie blockchain. Dat jullie daarmee een ontwikkeling voor de hele keten voor ogen hebben, maakt de oplossing duidelijk en overtuigend.?, zo concludeerde Ronald Barendse ? Secretaris Generaal en CIO van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

[slideshare id=69863137&doc=venjappathon-161206075937&type=d]

Bronnen: Milvum, Rijksoverheid.

Buurtbord Vreewijk

In 2016 is er door bewoners van de wijk Vreewijk in Rotterdam Feijenoord besloten om iets extra?s te gaan doen, zodat Vreewijk een fijne wijk blijft. Daarbij is als concreet doel gesteld, dat de woninginbraken in de wijk af moeten nemen.

Hiervoor is het hackathon-concept toegepast, waarbij in korte intensieve sessies van enkele dagen, nieuwe technologie?n op nieuwe uitdagingen worden uitgewerkt. De groep bewoners startte?in de buurt De Vaan, op 9 en 10 juni en daarna op 22 tot 24 september 2016. Plaats van handeling was de speeltuin van Speeltuinvereniging De Vaan. Concreet is er toen gekozen voor het realiseren van een buurtbord. Dat buurtbord gaat helpen om de bewoners van Vreewijk te binden.

Mededelingen
Het buurtbord wordt opgezet als een set van TV-kanalen en biedt ruimte voor kleine berichtjes, filmpjes en een agenda van de evenementen in de wijk. Ook mededelingen van de professionele organisaties kunnen er een plek op krijgen, zoals van de gemeente, politie, woningbouw en de middenstanders in Vreewijk. Afgelopen september is een concept opgeleverd, waardoor de bewoners en professionals een beeld hebben gekregen hoe zo?n bord eruit zal gaan zien.

Wat er op het buurtbord komt, bepaalt de wijk. Verder uitwerken van het concept wordt gedaan door de politie en Games for Health, gesponsord door de gemeente en aangestuurd door de bewoners. Wellicht kunnen scholen in de wijk, zoals MBO Zadkine, ook meewerken. Begin 2017 zal het eerste buurtbord in Vreewijk geplaatst kunnen worden.

Bronnen: Natuurlijk Vreewijk

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec