Auteursarchief: Arnout de Vries

Stand van zaken: toenemende impact social media op veiligheid

media4sec

Onlangs is nieuw Europees onderzoek gestart naar de toenemende rol van sociale media in publieke veiligheid. Het consortium, MEDI@4SEC, met TNO als belangrijke partner, onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media voor veiligheidsdiensten zoals de politie, met een focus op de ethische en juridische aspecten. Ook het gebruik van sociale media door burgers en criminelen en de gevolgen daarvan voor onze veiligheid worden onderzocht.

Sociale media bieden veel voordelen voor de samenleving waaronder nieuwe mogelijkheden om veiligheidsproblemen aan te pakken, zoals in de strijd tegen criminaliteit, het verminderen van angst voor criminaliteit en,? in meer het algemeen het verhogen van de kwaliteit van het leven. Echter, de nadelen kunnen gaan overheersen door toenemende vormen van gedigitaliseerde criminaliteit en terrorisme. Andere negatieve effecten zijn het gebruik van het sociale web voor trollen, cyberpesten, bedreigingen, dark web marktplaatsen. Ook het nutteloos delen van live video van politieoptreden tijdens incidenten kan vervelende gevolgen hebben voor de veiligheid. Het publiek ziet graag dat politie en beleidsmakers vergaande plannen hebben om de nieuwe technologische mogelijkheden optimaal te benutten, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vrijheden van deze nieuwe technologie?n.

media4sec

MEDI@4SEC heeft bijna 2 miljoen euro aan financiering van de Europese Commissie gekregen en het brengt onderzoekers en professionals uit de praktijk van diverse veiligheidsorganisaties uit heel Europa bij elkaar, waaronder: de Universiteit van Warwick (Engeland), TNO (Nederland), de Europese Organisatie voor Security (EOS, Belgi?) Fraunhofer IAO (Duitsland ), Europees Forum voor Urban Security (EFUS, Frankrijk), Center for Security Studies (KEMEA, Griekenland), de Universiteit van Utrecht (Nederland), XLAB (Sloveni?), de politie van Noord-Ierland (UK) en de politie van Valencia (Spanje).

Victoria Sloss, landelijk communicatie verantwoordelijke van de Noord-Ierse politie zegt; “Het gebruik van sociale media binnen de politie ontwikkelt zich in een snel tempo. De media die de politie ter beschikking heeft om te communiceren, om deel te nemen en informatie te verstrekken aan gemeenschappen worden uitgebreid. Maar het is belangrijk dat ze op de juiste manier worden gebruikt, binnen de juridische en ethische kaders.?
“Betrokkenheid bij onderzoek hiernaar, zoals het MEDI@4SEC project, is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebruik van sociale media door politie organisaties. We hebben de plicht om te communiceren en te interacteren met de maatschappij en het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om dit met de juiste tools te doen. Bovenal verwacht de maatschappij dat we criminaliteit blijven opsporen en voorkomen, en dat we hiervoor alle beschikbare tools in zetten.”

De technologische, sociale en politieke omgevingen waarbinnen de maatschappelijke veiligheid en openbare orde in steden worden gecre?erd veranderen snel. Het consortium start haar project door een breed scala van politieorganisaties, veiligheidsprofessionals en beleidsmakers samen te brengen met lokale gemeenschappen en eindgebruikers van sociale media in een serie van workshops. Deze workshops gaan over verschillende thema?s, waaronder de publieke betrokkenheid in maatschappelijke veiligheid, trollen, het dark web, rellen en massabijeenkomsten en doe-het-zelf politiewerk. MEDI@4SEC zal inzicht geven hoe sociale media wel en niet gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke veiligheid en kennis delen over de ethische, juridische overwegingen waaronder privacy en zorgvuldige omgang van data.

De resultaten uit onderzoek in MEDI@4SEC zullen beleidsmakers en professionals ondersteunen om de juiste keuzes te blijven maken met: best practice rapporten; informatie en raamwerken over een reeks van sociale media-technologie?n; aanbevelingen voor Europese normen en standaarden; trainingsmogelijkheden; en, ethische bewustwording.

Bronnen: TNO.nl, Medi@4Sec

Digitaal buurtonderzoek

Vanaf 1 december 2016 gaat de politie in Amsterdam starten met een proef digitaal buurtonderzoek, zodat burgers nog beter kunnen helpen bij het oplossen van misdrijven. Heel simpel, via de Politie app en de website www.politie.nl.?De politie hoeft na een inbraak niet meer alleen langs alle deuren voor een buurtonderzoek.

buurtonderzoek1

Hoe werkt het?

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.?Je kunt deze vraag dan beantwoorden met de ?Ja? of ?Nee? knop. Bij ?Ja? word je op een door u gekozen tijdstip teruggebeld door de politie.

Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Het enige wat je hoeft te doen is in de politie-app bij locatiebepaling een gebied te selecteren aan de hand van je postcode en niet via een plaatsnaam. ?Voor gebruikers van www.politie.nl hoeft er niets te worden aangepast.

Proeftijd

Deze nieuwe manier van werken gaat d epolitie een half jaar uitproberen. Na afloop daarvan krijg je nogmaals een (push)bericht met de vraag een enqu?te in te vullen.

Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.

buurtonderzoek

Bronnen: politie.nl, AD

Waarom een online bedreiger meestal vrijuit gaat

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM - Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM – Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

Vergelijk de aanpak van online bedreigingen met een grote trechter. Bovenin gaan een heleboel tweets, facebookposts en berichten vol dreigende taal. Aan de onderkant blijft maar een klein deel van de zaken over die voor de rechter verschijnen.

“Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is” – Arnout de Vries, TNO

Dat vervolging voor online bedreigingen zo lastig is, begint al bij de opsporing van afzenders. De 37-jarige man die eerder deze week werd aangehouden voor een filmpje waarin het hoofd van Sylvana Simons op een lynchpartij was gefotoshopt, meldde zichzelf bij de politie. Maar vaak is de opsporing lastiger, omdat het bericht wordt verstuurd via een anoniem account en een anonieme server.

Bovendien is een dreigend bericht niet altijd klip en klaar een bedreiging. Dat heeft vooral te maken met context. Zoals: is iemand in staat om de bedreiging echt uit te voeren? Is het bericht bedoeld als grap? Of is het taalgebruik nou eenmaal de manier waarop bepaalde groepen communiceren? “Om een simpel voorbeeld te geven: ‘Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is”, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en maatschappelijke veiligheid.

Hij maakte samen met de politie een schatting van de hoeveelheid dreigementen die dagelijks over het internet vliegen: tienduizenden als je de context niet meeneemt, en als je dat wel doet enkele tientallen. En dat is alleen op het openbare net, de bedreigingen via bijvoorbeeld e-mail zijn niet meegeteld – ook daar krijgt iemand als Simons volop mee te maken.

Onmogelijk

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK - Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK – Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Je kunt onmogelijk van de politie verwachten dat ze achter al die online bedreigingen aan gaat, zegt Ron Ritzen, docent rechtspsychologie aan de Juridische Hogeschool Avans/Fontys. “Ik vind dat er weleens makkelijk wordt verwezen naar de politie voor een hardere aanpak. Maar het strafrecht is eigenlijk het laatste middel in de keten. Liever zou je zien dat de samenleving veel van de verzenders zelf bijstuurt.”

Ook De Vries erkent dat. “Er worden vooral jongeren gepakt voor het versturen van dreigberichten en je kunt je afvragen of het een kwestie van opsporing is, of meer een kwestie van opvoeding.”

Maar los daarvan is het ook een kwestie van prioriteit bij de politie, denkt hij. “Online dreigementen gericht aan personen kun je in het lijstje zetten van wraakporno of cyberpesten. Het veroorzaakt groot persoonlijk leed, maar heeft in veel gevallen geen grote maatschappelijke impact. Dan staat dat momenteel niet bovenaan de prioriteitenlijst van de politie.”

Monitoren

“Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was”. – Ron Ritzen, docent rechtspsychologie

Volgens De Vries is de politie wel veel meer online aan het monitoren dan een aantal jaar geleden. Zo zijn er speciale teams die het internet afstruinen op zoek naar dreigementen. “Maar ze zien lang niet alles. Ze zoeken bijvoorbeeld slechts op bepaalde platformen. En wat dacht je van foto’s en filmpjes, die zijn veel minder makkelijk automatisch te doorzoeken.”

De politie roept mensen daarom op vooral aangifte te doen van online bedreigingen, aldus een woordvoerder. Meestal is dat het startpunt van een onderzoek.

Komt een afzender van een online bedreiging voor de rechter – cijfers over hoeveel mensen dat jaarlijks zijn, heeft het Openbaar Ministerie niet – dan komt het wel vaak tot een straf, zegt Ritzen. “Mijn indruk is dat rechters het over het algemeen heel serieus nemen. Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was.”

Van Twitter naar andere kanalen

doodsbedreiging1
Wie een idee wil krijgen wat op Twitter allemaal langskomt aan bedreigingen, kan op doodsbedreigingen.nl terecht. De site werd bijna zes jaar geleden opgericht door Sietse van der Meer en Pim Graus om de discussie rond de aanpak van online doodsbedreigingen aan te wakkeren.Nog altijd verzamelen ze systematisch dreigtweets. Zo werd er gisterochtend nog een doodsbedreiging aan het adres van minister Ard van der Steur genoteerd. Maar ook bedreigingen gericht aan onbekende mensen worden verzameld op de site.

In de aanpak van de afzenders is volgens Van der Meer en Gaus de afgelopen jaren weinig veranderd. Wat dat betreft is hun project nog altijd relevant, aldus Van der Meer. Wat wel veranderde is de plek waar bedreigingen worden geuit. “Twitter is veranderd, vooral jonge gebruikers zijn er weggegaan. De online bedreigingen zijn daarom verplaatst naar andere kanalen, zoals e-mail, facebookgroepen of Instagram.

Bron: Trouw

Appen met de politie

2014-05-12 18:41:58 GOUDA - Een politieagent stuurt een tweet waarin staat dat de 11-jarige Annemarie Luyten weer is gevonden. De mobiele eenheid van de politie is ingezet bij de zoekactie naar het meisje uit Gouda. ANP MARCO DE SWART

De politie wil bij alle eenheden in?Nederland gaan werken met WhatsApp om sneller en?vaker contact te krijgen met burgers. Die kunnen via de berichtendienst bijvoorbeeld overlast, een inbraak of een verkeerskwestie?melden, een vraag stellen of een getuigenverslag geven.

Met WhatsApp is proefgedraaid bij de eenheid Zeeland-West-Brabant en dat is buitengewoon goed bevallen, zei plaatsvervangend politiechef Jaco van Hoorn op NPO Radio 1. “Het was ook eigenlijk een logische aanvulling op andere sociale media die we gebruiken, zoals Facebook en Twitter.”

Spoedmeldingen

Van Hoorn benadrukt dat WhatsApp niet bedoeld is voor spoedmeldingen. “Die zijn er tijdens de proef gelukkig ook niet veel geweest. Ons advies: bel 112. In noodsituaties telt immers elke seconde en dan is rechtstreeks bellen met 112 het handigst.”

Het aantal onzinmeldingen via WhatsApp viel ook erg mee, zegt Van Hoorn. “In het begin kwamen er een paar, maar dat hield al snel op. Daarna hebben we zulke goede ervaringen opgedaan, dat alle andere politie-eenheden ??n voor ??n vermoedelijk ook zullen aansluiten.”

Vier berichtjes

De proef bij de politie?Zeeland-West-Brabant begon in maart. Bij elkaar namen 3250 mensen contact op. Ze voerden 5100 gesprekken via WhatsApp?met gemiddeld vier berichtjes per gesprek.

De berichtendienst heeft als voordeel dat er ook foto’s, filmpjes en locaties kunnen worden meegestuurd. Doordat de politie niet kan worden opgenomen in een WhatsApp-groep, blijft het contact ??n op ??n. Als bijkomend voordeel wordt genoemd?dat mensen dan bereid zijn meer privacygevoelige informatie te delen.

Bij echt gevoelige zaken of belangrijke meldingen neemt de politie zelf contact op, door te bellen of te mailen.

Bezetting

Het is de vraag of het overal lukt om WhatsApp snel ‘in te voeren’, omdat?de berichten zeven dagen per week van 07.00 tot 22.00 uur moeten worden gelezen. Zeker als er actie moet worden ondernomen, is er?bezetting nodig en die personele consequenties moeten eerst geregeld worden. Rotterdam is in elk geval al wel bezig met het invoeren van de politie-WhatsApp.

Bronnen: NOS, Alarmeringen, Security.nl, Omroep Zeeland, NPO Radio 1

Find My Phone: documentaire

anthony-van-der-meer

Per week wordt er in Nederland ongeveer 300 keer aangifte gedaan van smartphonediefstal. Naast het feit dat jij een vaak dure telefoon kwijt bent, heeft een onbekende ook nog eens toegang tot al je foto?s, video?s, e-mails, contacten en berichten. Maar wat voor persoon steelt eigenlijk een telefoon? En waar komen al die smartphones uiteindelijk terecht?

Op die vragen probeert Anthony van der Meer (23)?een antwoord te geven in zijn afstudeerdocumentaire?Find my Phone.

Anthony kwam op het idee voor de film nadat z’n eigen telefoon?gestolen werd?in een caf? in Amsterdam. “Ik vond het echt een heel naar idee dat iemand anders toegang had tot mijn foto’s, mijn contacten, mijn mail.” vertelt hij de NOS. Maar de diefstal maakte hem ook nieuwsgierig. “Ik wilde weten waar mijn telefoon terechtkwam.”

Hij ging op onderzoek uit en kwam op het idee om nog een keer een?telefoon te laten stelen, maar dan eentje met aangepaste spionagesoftware Cerberus erop. Via de software kan hij op zijn computer de telefoon op afstand uitlezen. Hij kan zien waar de telefoon precies is, hij kan?berichten lezen, contactgegevens zien. Maar hij kan ook foto’s, video’s en geluidsopnamen maken.?Zo ziet hij al snel dat de dief er een Arabische simkaart in plaatst, dat hij een Egyptenaar is die vooral in Amsterdam verblijft.?En het duurt ook niet lang voor hij een foto van het gezicht van de man kan maken.

“Ik vond het op bepaalde momenten extreem stressvol. Ik was constant bang voor een technische fout die ervoor zou zorgen dat ik niks meer met de telefoon kon.” Ondertussen kreeg?hij een inkijkje in het leven van de man.?Hij zag hem?porno kijken op zijn telefoon, hij hoorde hem afspreken met vrouwen die hij online ontmoette, hij hoorde hem bidden. “Ik kreeg een band met hem; toen ging ik me best wel?schuldig voelen.”

Privacy uit je broekzak

boef

De documentaire gaat voor het grootste deel over de dief van de telefoon. Maar dat is niet het enige, zegt Anthony.?”Het is een portret van iemand die een telefoon steelt, maar tegelijkertijd wil ik laten zien hoe makkelijk het was om iemand te volgen. Hoe privacygevoelig je telefoon is.”

Hoe goed kun je iemand eigenlijk leren kennen aan de hand van zijn telefoon? Maar misschien nog wel veel belangrijker. Wat kan iemand allemaal wanneer je telefoon wordt gehackt?

“Via zijn telefoon kon ik zo’n goed beeld van zijn leven krijgen. Dat zou iemand anders ook bij jou kunnen?doen. We doen alles met onze telefoon, we delen er zo veel mee. Stel je voor dat iemand mee kan kijken met alles wat je doet.”

Vervolg

Anthony kon de man in Amsterdam twee weken lang volgen. Daarna ging?de telefoon offline. Zeven maanden later ging hij pas weer aan. Dat was in?Roemeni?. Wie de telefoon?toen in handen kreeg, houdt Anthony nog voor zich. Hij werkt aan een vervolg van zijn documentaire.

Bronnen: NOS, DutchCowboys, Parool, Joop, Bright

BART! Burger Alert Real-Time

bart-logo

Met BART! werken aan een veilige buurt

In Den Haag moet het project BART! een digitaal verbindingsmiddel worden. Het moet ervoor zorgen dat politie, gemeente en burgers samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een veilige leefomgeving. Hoe zijn de eerste ervaringen in de wijk Bouwlust?

We leven in een participatiesamenleving waarin begrippen als zelfredzaamheid als vanzelfsprekend worden gebruikt. Andere zijn eigen verantwoordelijkheid, burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Het aantal initiatieven en applicaties voor participatie op de thema?s veiligheid en leefbaarheid groeit bijna wekelijks. En toch is de telefoon nog de belangrijkste verbinding naar de politie. De participanten lijken zich nog voornamelijk te bevinden onder de toch al actieve en betrokken burgers. Hoe kunnen politie, gemeente en burgers, in de huidige digitale maatschappij, samen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid nemen?

Project BART!

Het project BART! (Burger Alert Real-Time!) moet dit mogelijk maken. De nationale politie en de gemeente Den Haag hebben de handen ineengeslagen en zijn in 2014 dit project gestart. Verschillende organisaties, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL, hebben in kaart gebracht hoe burgers, gemeente en politie samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het realiseren van een veilige leefomgeving. Dat deden zij samen met bewoners uit de Haagse wijk Bouwlust, een onderdeel van het stadsdeel Escamp. Centraal staat een systeem voor samenredzaamheid:

  • Burgers die met elkaar leefbaarheidsissues oppakken, zonder tussenkomst van derden, zoals gezamenlijk het plantsoen opruimen.
  • Burgers die, al dan niet door expliciet melding te maken, de hulp van de overheid inroepen, zoals bij overlast en verloedering of in spoedsituaties zoals bij een ongeval.
  • De overheid die burgers betrekt bij bijvoorbeeld de (heterdaad)opsporing van misdrijven.
Living-lab-experiment

Nederland. 16 november 2016. Den Haag. In de wijk Bouwlust is sinds 2014 het project BART (Burger Alert Real-Time) gelanceerd. Het moet een digitaalverbindingsmiddel zijn tussen politie, gemeente en burgers om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige leefomgeving. Foto: Inge van Mill

Foto: Inge van Mill

Om een systeem voor samenredzaamheid te ontwerpen hebben we deelvragen beantwoord, om daarmee toe te werken naar een proof-of-concept. Dat gebeurde met onder andere 126 interviews en 194 enqu?tes met burgers, werksessies en interviews met meer dan 100 professionals, simulaties, en prototypes. Het proof-of-concept is in een living-lab-experiment beproefd in de praktijkstraat op locatie ?De Yp? van politie-eenheid Den Haag. Bewoners uit Bouwlust en professionals van gemeente en politie speelden 3 veiligheidssituaties na: (1) een melding openbare ruimte zonder spoed; (2) een onveilige of verdachte situatie; (3) een urgente situatie met spoed. Dit artikel beschrijft de belangrijkste bevindingen. `

Geen nieuw digitaal initiatief

Voor allerlei vormen van samenredzaamheid bestaan er inmiddels verschillende initiatieven en applicaties, zowel van publieke als van private partijen. Zonder de ambitie te hebben volledig te zijn volgt hier een aantal voorbeelden. Politie en de VNG hebben bijvoorbeeld Burgernet, daarnaast gebruikt de politie Amber Alert en is de politie in enkele plaatsen via WhatsApp bereikbaar. De gemeente Den Haag gebruikt bijvoorbeeld de BuitenBeter-app en ondersteunt initiatieven zoals BuurtBestuurt en Buurtinterventieteams. Burgers gebruiken WhatsApp om elkaar op de hoogte te brengen van verdachte situaties. Andere voorbeelden zijn: dadergezocht.nl, boevenvangen.nl, SOSAlarm, VerbeterDeBuurt, ClaimJeStraat, Civilant, HartslagNu, Lokaal Alarm Systeem, en NextDoor.

In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn

De uitdaging is dan ook niet het zoveelste digitale initiatief te ontwikkelen, maar verschillende initiatieven bij elkaar te brengen. Centraal staan 2 vragen: (1) Hoe zorg je voor een brede en langdurige betrokkenheid van burgers? (2) Hoe kun je als overheid in verschillende veiligheidssituaties aansluiten op de kanalen die bij burgers in gebruik zijn?

Betrokkenheid van burgers

Het is een uitdaging van alle tijden om burgers betrokken te krijgen. De toch al actieve burgers in een wijk sluiten meestal wel aan. De uitdaging is om een brede vertegenwoordiging van alle burgers te krijgen. En te houden: in de onlinewereld haken mensen sneller af dan in de offlinewereld. Er moet aan een aantal ontwerpeisen worden voldaan, blijkens ons onderzoek onder burgers. De belangrijkste daarvan staan hieronder.

  1. Ritme in een systeem; dit is belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen en is onmisbaar voor langdurige betrokkenheid. Met een vast ritme, aansluitend op het leefritme van mensen in de buurt, kan informatie gegeven worden, bijvoorbeeld dagelijkse feedback bij incidenten en wekelijks nieuws uit de buurt.
  2. Lokale binding; het nieuws uit de buurt draagt daaraan bij. De betrokkenheid van burgers neemt toe wanneer ze niet alleen kennisnemen van (negatieve) veiligheids- en leefbaarheidsissues, maar ook concrete aanknopingspunten zien om trots op de buurt te zijn. Het kunnen zien en aanspreken van lokale professionals en hen bekende buurtgenoten, in plaats van ?de overheid? of ?de wijk?, draagt eveneens bij aan lokale binding.
  3. Flexibiliteit; iedere burger en buurt is uniek en heeft zijn eigen voorkeuren. Taalkeuze is een voor de hand liggende persoonlijke voorkeur, maar ook het soort informatie dat men wil ontvangen, de locaties waarin men interesse heeft en de instanties of personen waarmee men informatie wil delen.

Om betrokkenheid van burgers te realiseren, is het noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten

Om brede en langdurige betrokkenheid van burgers te realiseren is het, kortom, noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten: wat is het ritme in een buurt, welke iconen uit de buurt zorgen voor een gevoel van lokaliteit, welke talen en welke mate van digitalisering kent de buurt?

Explosie van informatie bij overheid

De overheid kan aansluiting vinden bij de kanalen waarmee burgers onderling informatie uitwisselen over veiligheid en leefbaarheid. Dan leidt dit echter tot een ongekende realtime-explosie van informatie (zonder wachttijden) bij dezelfde overheid. In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn. Het volgens een vast protocol uitvragen van de burger om relevante informatie te krijgen is er niet meer bij. Vele burgers delen tegelijk relevante en irrelevante, soms tegenstrijdige, informatie. Spoedeisende en minder spoedeisende voorvallen lopen door elkaar.

De processen bij de overheid moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd

Op dit moment is het niet mogelijk deze enorme informatiestroom te volgen, laat staan de relevante informatie uit de kakofonie te filteren. Daarmee zou een zodanig beeld kunnen worden gevormd dat de juiste overheidspartij, afhankelijk van het soort veiligheidssituatie, tot actie over kan gaan. En dat terwijl de burger in de onlineomgeving steeds sneller optreden van de overheid verwacht. Niet alleen in spoedgevallen, maar ook bij minder spoedeisende incidenten. Afhandeling van de melding, maar ook de nazorg zoals beantwoorden van vragen en wegnemen van geruchten, vragen om een professionele webcare-aanpak.

Dit kan niet losstaan van wat er op straat wordt gedaan en verteld door professionals. De processen bij de overheid, die nu nog vaak verkokerd per organisatie zijn ingericht, moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd, juist ook tussen organisaties. Overheidsprofessionals en burgers, maar ook andere stakeholders zoals wooncorporaties, worden niet meer top-down benaderd. Zij informeren elkaar op basis waarvan ze tot handelen kunnen overgaan. En dit alles terwijl de ?oude? processen ook gewoon blijven bestaan. Voor spoedeisende incidenten blijven burgers en professionals de komende jaren bij voorkeur de 112-telefonische spraakverbinding gebruiken.

Eisen aan participatiesysteem

De overheid kan niet willekeurig op ieder (digitaal) participatiesysteem aansluiten. De overheid werkt met bepaalde normen en waarden en heeft te voldoen aan bepaalde wet- en regelgeving. Zo is er de Wet Bescherming Persoonsgegevens die regels stelt voor het verwerken van persoonsgegevens. De politie heeft specifiek te maken met de Wet Politiegegevens. Om als participatiesysteem aansluiting te kunnen vinden bij de overheid, moet dus voldaan zijn aan bepaalde juridische waarborgen. En er moeten bepaalde gedragsregels geborgd zijn om bijvoorbeeld privacyschendingen, eigenrichting, represailles, polarisatie en uitsluiting te voorkomen. Zo weten burgers waar ze aan toe zijn als ze deelnemen aan het participatiesysteem. Dan hebben ze duidelijkheid over opvolging door de overheid.

Tot besluit: BART! wordt vervolgd

BART! heeft ons tot dusver geleerd aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden als politie, gemeente en burgers via een digitaal verbindingsmiddel samen verantwoordelijkheid gaan nemen voor veiligheid en leefbaarheid. Kanteling van de organisatie, van aansturing naar integraal werken als ??n overheid samen met burgers, webcare integreren over alle kanalen, een richtlijn die de kwaliteitseisen beschrijft, flexibel aansluiten bij het DNA van een buurt, zijn grote voorwaarden. In BART! gaan we deze voorwaarden verder uitwerken en vertalen naar concrete handvatten en processen.

Mari?lle den Hengst is Lector Intelligence bij de Politieacademie en tevens verbonden aan de TU Delft, Richard Vriesde is werkzaam als Sectorhoofd Dienst Regionaal Operationeel Centrum in Den Haag, Erwin Rouwenhorst is beleidsmedewerker bij de Directie Veiligheid van de gemeente Den Haag, Arnout de Vries is adviseur bij TNO rondom social media en veiligheid, Robert van den Berg is Director Consulting Services bij CGI, Hans Arnold, werkzaam bij TIGNL, is gespecialiseerd in het faciliteren van publiek private cocreatie-projecten.

Mari?lle den Hengst, Richard Vriesde en Erwin Rouwenhorst zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: M.denHengst-Bruggeling(at)tudelft.nl, Richard.Vriesde(at)politie.nl en Erwin.Rouwenhorst(at)denhaag.nl.

Bronnen: Secondant

App: Boeven

foto boeven app

Initiatiefneemster Josette Hogewoning?

Ze kunnen zo handig zijn, die groepsgesprekken met de buurt op WhatsApp. Deelnemers attenderen elkaar bijvoorbeeld op een volgens hen verdacht persoon dat door de straat loopt. Of ze roepen op tot waakzaamheid als in de buurt weer eens een winkel is overvallen.

Maar tegelijkertijd grijpen veel appers de gelegenheid aan om het weer of de laatste buurtroddels te bespreken. Praat de Vlaardingse Josette Hogewoning er niet van. Weinig Vlaardingers krijgen op een dag zoveel appjes als zij.

Waarschuwing
Hogewoning stond aan de wieg van de razend populaire buurtgroep in Vlaardingen, zag het initiatief overgenomen worden in andere steden en beheert nu ook groepen in Maassluis, Rozenburg, Rotterdam, Schiedam, Barendrecht en Groningen.?In totaal kijkt ze in zo’n negentig groepen mee. Alleen in de haringstad zijn al zo’n zesduizend belangstellenden aangesloten.

Hogewoning zegt snel in te grijpen wanneer de gesprekken niet langer over ongure types of diefstallen gaan: ,,Dan zeg ik dat de groep daar niet voor bestemd is. De volgende keer geef ik een waarschuwing. Als het dan n?g eens gebeurt, verwijder ik die persoon uit de groep.”

Want als het in zo’n WhatsApp-groep gesmeerd loopt, kan het een hoop opleveren. Hogewoning: ,,Je werkt samen met buurtbewoners. Dat betekent dat je extra ogen en oren hebt. Sinds ik vier jaar geleden met wijkagent Kor de Jong een groep begon, hebben we verschillende successen gehad. Er zijn inbrekers opgepakt en winkel- en scooterdieven aangehouden. Allemaal dankzij de groepen.”

Professionaliseren
En om successen te blijven boeken, wil Hogewoning – mede op aanraden van de CDA-fractie – professionaliseren. Samen met wijkagent De Jong heeft ze inmiddels appontwikkelaars aangeschreven om naar een nieuw soort applicatie te kijken.?,,Een app waarmee je all??n zaken kunt melden. Chatten is dus niet mogelijk. Er liggen grove ontwerpschetsen bij twee ontwerpers, het project staat nog in de kinderschoenen. Doel van de app is voorkomen dat mensen dingen melden die niet gemeld moeten worden. Zo hopen we dat anderen niet meer afhaken.”

Hoeveel geld de app zal kosten, is nog onduidelijk. Het plan is een stichting op te richten en daarmee geld in te zamelen. Hogewoning hoopt dat de gemeente wil meebetalen. Het college heeft al gezegd positief tegenover het idee te staan en onder andere met de Vlaardingse in gesprek te willen. De raad zal trouwens het laatste woord hebben.

Bronnen: AD

Lees de publicatie over Het Nieuwe Melden:

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Forensic Architecture

HoB calculation 1 amended-new

Hoe zoek je uit wat er gebeurd is op een bepaalde tijd en plaats in een oorlogsgebied? Forensic Architecture, een onderzoeksbureau aan de Universiteit van Londen, doet dit met behulp van de nieuwste technologie?n op het gebied van 3d-modellering. Wetenschappers, architecten en experts op het gebied van ruimtelijke planning werken in dit initiatief samen om internationale aanklagers en mensenrechtengroepen te voorzien van informatie.

Fragment ‘saydnaya’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:


Een van hun grootste projecten is het gevangenencomplex?Saydnaya, dat door de Syrische regering wordt gebruikt om tegenstanders van het regime – waaronder burgerjournalisten – vast te houden en te martelen. Afgezien van de autoriteiten weet niemand precies hoeveel mensen gevangen zitten in het complex. Daarnaast is het voor journalisten niet toegestaan het gebouw te bezoeken. Er is geen beeldmateriaal van het gebouw. De enige mensen die weten hoe het er van binnen uit ziet, zijn de bewakers en de Syrische autoriteiten. Gevangenen zien namelijk niks; ze worden in donkere ruimtes gestopt. Als ze naar een andere ruimte moeten, gebeurt dit geblinddoekt.

‘Forensisch onderzoek in de populaire cultuur gaat over regeringen die onderzoek doen naar burgers; wij draaien de rollen om.’

Desondanks wisten onderzoekers van Forensic Architecture een 3d-model te maken van de gevangenis. Aangezien de gevangenen niets konden zien, werd het model gemaakt afgaande op geluiden als opengaande deuren en voetstappen van bewakers, zoals op de video hierboven te zien is.

forensic-architecture2

De organisatie is bezig met soortgelijke projecten over heel de wereld, zoals onderzoek naar genocide in Guatemala?en Isra?lische aanvallen op de Gazastrook.

Bronnen: Arch Daily, VPRO

Airwars

Airwars is een onderzoekscollectief bestaande uit journalisten, mensenrechtenactivisten en vluchtelingen. Airwars doet onderzoek naar luchtaanvallen uitgevoerd in Syri?, Irak en Libi?. Wegens een gebrek aan transparantie van alle partijen in deze conflictgebieden, doet dit elfkoppige team z?lf onderzoek naar exacte locaties en data van luchtaanvallen. Belangrijker nog; de burgerslachtoffers die hierbij vallen.

Deze worden namelijk vaak ‘over het hoofd gezien’. Zo claimt de Amerikaanse overheid – die aan hoofd staat van de Internationale Coalitie tegen IS – slechts twintig burgerdoden op haar geweten te hebben door bombardementen in 2015. Hoewel het lastig blijft om de exacte data te achterhalen, schat Airwars het aantal burgerslachtoffers in de honderden. De organisatie neemt ook luchtaanvallen van de Russische en Syrische regeringen onder de loep, die volgens bronnen van Airwars vaak met opzet?op burgers gericht zijn.

Fragment ‘Airwars’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:

Maar hoe komt Airwars aan haar informatie?

Het collectief maakt gebruik van een grote verscheidenheid aan bronnen: internationale, lokale en landelijke media worden in de gaten gehouden, samen met berichten op Facebook en Twitter. Ook YouTube en Google Maps worden gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van gebeurtenissen. Soms wordt zelfs propagandamateriaal van IS aangehaald als bewijs, maar dan wordt dat wel als zodoende bestempeld. Omdat niet elke bron even betrouwbaar is, maakt Airwars gebruik van een?beoordelingssysteem. Dit, in combinatie met de brede vari?teit aan bronnen, heeft ertoe geleid dat Airwars gezien wordt als een van de meest betrouwbare bronnen voor westerse media, als het om de oorlogen in Syri? en Irak gaat.

Bronnen: Airwars, VPRO

Criminelen vangen met software

pred1

Met behulp van software criminelen op heterdaad betrappen, of voorkomen dat ze toeslaan: het gebeurt allang in Amsterdam. Hoewel er belangrijke gevaren kleven aan de technologie, ziet het ernaar uit dat Predictive Policing de toekomst heeft.

Predictive Policing is het voorspellen van misdaadrisico?s met behulp van software, op grond van grote hoeveelheden data die aan elkaar worden gekoppeld. Ook in Amsterdam gebruikt de politie sinds een jaar Predictive Policing, het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS). Groningen, Enschede en Hoorn volgen dit jaar. Wat zijn de voordelen van dit systeem en wat kunnen we er in de toekomst van verwachten? We vroegen het aan Arnout de Vries van TNO.

Waar gebruikt de Amsterdamse politie Predictive Policing voor?

?Om ?eenvoudige?, maar veel voorkomende misdaden als inbraak en zakkenrollen te voorkomen.?

Wat betekent CAS voor het werk van een politieagent?

?De agenten gaan nog steeds op pad, maar gerichter. Het systeem geeft aan waar en wanneer het risico op een misdaad groot is, maar schrijft niet voor wat de agenten moeten doen. Ga je er bijvoorbeeld naartoe, of hang je camera?s op? De leidinggevende bepaalt altijd al waar de agenten naartoe gaan. Die beslissing is nu deels gebaseerd op de risicobepaling van CAS.?

Werkt het systeem goed?

?De ervaringen in Amsterdam zijn positief, maar wetenschappelijk onderbouwde resultaten zijn er nog niet. We weten dus niet met welk percentage de misdaad is gedaald door dit systeem.?

Welke data gebruikt de politie bij predictive policing?

?Ze gebruiken de misdaadgegevens van de politie zelf, in combinatie met andere data. Denk aan de evenementenkalender of de weersvoorspelling. Is het druk in de binnenstad? Doen mensen hun ramen open? Ook de woonplaats van veelplegers wordt erin meegenomen, want binnen een straal van twee kilometer rondom hun woning is de kans groot dat er iets gebeurt. CAS gebruikt nu al meer dan honderd soorten data.?

Hoe meer data ze gebruiken, des te beter de voorspelling?

?Dat is maar de vraag. Je zou bijvoorbeeld social media kunnen gebruiken om de meest actuele gegevens in je rekenmodel te stoppen. Bij TNO denken we echter, dat het gebruik van nog meer gegevens op een zeker moment alleen zorgt voor optimalisatie in de marge. De opbrengst wordt steeds kleiner. Er bestaat bovendien een risico dat de politie zelf het zicht verliest op het model: hoe meer data je gebruikt, des te complexer worden de berekeningen. Willen we een situatie, waarin de politie zelf geen idee meer heeft waarom het systeem een locatie als risicovol aanwijst??

CAS richt zich vooral op inbraken en zakkenrollen. Komt er een uitbreiding naar andere criminaliteit?

?Zo?n uitbreiding kan zeker, maar is complex en vereist dat je fors inzet op data science. Het is de vraag of de politie hiervoor het geld en de expertise heeft.?

Werkt Predictive Policing altijd beter dan de intu?tie van een agent?

?De software bevat het collectieve geheugen van de politie, dat is meer dan het individu kan onthouden. Maar er kleven ook risico?s aan het gebruik van wiskundige modellen. Zo kan er een tunnelvisie ontstaan, doordat de software zich baseert op data uit het verleden. Als het systeem agenten een wijk in stuurt, zullen deze in veel gevallen wel wat vinden. Als het systeem vervolgens redeneert dat het risico in die wijk groter is dan elders, stuurt het de agenten er nogmaals heen. Zo kan onterecht het idee ontstaan dat die wijk crimineler is dan andere wijken. Die versterkende redeneringsloop kun je onder andere doorbreken door agenten af en toe willekeurig een wijk in te sturen.?

Critici van predictive policing zijn bang dat onterecht mensen op worden gepakt. Is die angst terecht?

?Een veel gebruikt voorbeeld is dat iemand ten onrechte wordt aangehouden, omdat hij ?s nachts toevallig met een schroevendraaier rondloopt over straat. Ook ?racial profiling? kan het systeem insluipen: mechanismen, waardoor mensen met een etnische achtergrond vaker worden aangehouden. Stel, bijvoorbeeld, dat de eerder genoemde wijk toevallig erg multicultureel is. Je moet je bewust zijn van de data het systeem ingaan en welke juist ontbreken. Eigenlijk zou een onafhankelijke ethische ICT-commissie het systeem moeten toetsen.?

Prescriptive policing zou de volgende stap kunnen zijn. Wat houdt dat in?

?Predictive Policing zegt alleen op welk moment er mogelijk iets gaat gebeuren. Prescriptive Policing voorspelt welke maatregel het meest effectief is gebleken om het te voorkomen. Het politiesysteem bevat een schat aan gegevens die nu onbenut blijft. Met smartphones kun je bijvoorbeeld meten waar agenten geweest zijn en deels ook wat ze gedaan hebben. Welk effect heeft dat gehad??

Is de politie hier klaar voor?

De Nederlandse politieleiding stuurt nu juist erg aan op professionele vrijheid van de agenten. Als die vrijheid wordt ingeperkt door software, zal dat lastig te accepteren zijn. Bovendien is er een enorme allergie voor cijfers: een kopje koffie drinken in een buurthuis is moeilijk in cijfers uit te drukken, toch kan het enorm nuttig zijn. Het is heel belangrijk dat agenten en leidinggevenden de toegevoegde waarde van het systeem zelf gaan ervaren. Die mindset is nog belangrijker dan de dataset.?

Is het nog een optie om deze technologie?n links te laten liggen?

?Gezien de effici?ntie van de bedrijfsvoering ligt het voor de hand om toch op predictive en prescriptive policing in te zetten. De politie weet momenteel niet wat allerlei interventies opleveren. Zowel de politiek als de samenleving verwacht dat resultaten aantoonbaar gehaald zijn. En de politie moet steeds meer doen met minder. Deze technologie stelt je daartoe in staat. Wat ook sterk meespeelt, is dat het bedrijfsleven deze systemen wel heel snel accepteert. De beveiliging van steeds meer openbare ruimten, zoals voetbalstadions, bedrijventerreinen en pompstations, raakt geprivatiseerd. Dat kan ertoe leiden dat de politie straks wordt verdrongen door technieken die veel effectiever werken.?

knightscope

Tien mythen over predictive policing

  1. Crimineel gedrag is niet te voorspellen

Criminelen zijn vaak net zulke gewoontedieren als andere mensen. Na een succesvolle woninginbraak zijn ze bijvoorbeeld geneigd het in een vergelijkbare woning in dezelfde omgeving nog eens te proberen. Dergelijke patronen maken woninginbraak redelijk voorspelbaar. ?

  1. Robots zullen agenten vervangen

Predictive policing maakt gebruik van algoritmes om agenten te helpen misdaden te voorkomen. De agenten worden niet vervangen door machines, hoewel hun rol kan veranderen.

  1. Met predictive policing maken boeven geen kans meer

Het algoritme van Predictive Policing wijst plaatsen aan op de kaart: hier is de kans op een misdaad hoog. Welke actie de politie vervolgens het best kan ondernemen, is vaak minder duidelijk. Nieuwe analyses van veel cases (big data) kunnen inzicht geven in de effectiviteit van verschillende maatregelen, want boeven blijven creatief.

  1. Voor een goede voorspelling zijn data nodig van iedereen

De politie analyseert al jarenlang processen verbaal om inzicht te krijgen in misdaadnetwerken. Predictive Policing doet dit ook, maar koppelt meer gegevens in tijd en plaats. Het is niet nodig gebleken om van alle burgers data te verzamelen om te voorspellen op welke plaatsen het risico op een misdaad groot is.

  1. Predictive Policing is een gedachtenpolitie die je oppakt voordat je iets doet.

Met Predictive Policing wil de politie misdrijven voorkomen door op tijd actie te ondernemen. Dat wil niet automatisch zeggen dat onschuldige burgers worden opgepakt voordat ze iets hebben gedaan. Wel is het belangrijk dat Predictive Policing zich baseert op data die onbevooroordeeld en controleerbaar zijn.

  1. Predictive Policing helpt misdaad de maatschappij uit

Predictive Policing biedt geen oplossing voor alle soorten misdaad. Risico?s, veiligheid en politiewerk zijn niet volledig uit te drukken in cijfers, waardoor computermodellen soms tekortschieten. De menselijke benadering van de agent blijft belangrijk en misdaad zal altijd blijven bestaan.

  1. Gezond verstand van de wijkagent is altijd beter dan een stukje software

?Gezond verstand? bevat vaak meer vooroordelen dan software gebaseerd op objectieve statistische modellen. Het is wel belangrijk dat de modellen zelf niet onbedoeld bevooroordeeld ?zijn. Predictive Policing werkt ter aanvulling van gezond agentenverstand.

  1. Predictive Policing is oude wijn in nieuwe zakken

Vroeger gebruikte de politie prikborden met een regiokaart om de criminele ?hotspots? aan te geven, uitgaande van misdaadcijfers uit het verleden. Predictive Policing doet hetzelfde, maar op digitale kaarten die de toekomst tonen. Er worden ook veel meer gegevens aan elkaar gekoppeld. Het is dus eerder nieuwe wijn in oude zakken.

  1. Predictive Policing is plug & play

Predictive Policing lijkt zo simpel: je haalt de criminaliteitsgegevens door een computer en

er rolt een kaart met rode vakjes uit. Organisatorisch vereist de toepassing echter een cultuurverandering. De agenten moeten hun denk- en werkwijze aanpassen.

  1. Agenten laten zich niet sturen door een algoritme

Wanneer agenten zelf ervaren dat Predictive Policing een meerwaarde heeft, zullen ze de technologie eerder accepteren.

Eerder verschenen op TNO Time online?