Auteursarchief: Frank Smilda

Criminelen verraden moorden op Twitter

De bendeleden in San Francisco stuurden elkaar een waarschuwing via twitter met de tekst: ‘Een van ons is een verklikker’. Ze wisten niet dat hun tweets werden gevolgd door de politie. Rechercheurs leunden rustig achterover en noteerden alle belastende informatie.
Twitter en Facebook zijn populair onder Amerikaanse bendes. Daardoor worden ze een belangrijke informatiebron voor de politie. ,,Je leert er mensen door kennen van wie je nog nooit had gehoord,” zegt Dean Johnston van het Bureau voor Drugsbestrijding in Californi?. ,,Je leert hoe ze zich organiseren, je brengt hun netwerk in kaart.” In het geval van de verdachte informant leidden tweets naar drie andere bendeleden die meteen konden worden opgepakt wegens drugshandel.

Bedreigingen
Bendes waren al te vinden in chatrooms en op sociale netwerksites zoals MySpace, maar Twitter en Facebook zijn ‘hot’. Daar kunnen ze snel iemand bedreigen, opscheppen over misdrijven, informatie uitwisselen over andere bendes en met anderen ‘netwerken’. ,,Er lijkt geen rem op te zitten. Zij kloppen zich op de borst als ze iemand hebben neergeschoten,” zegt rechercheur Johnston.
In een klopjacht op een Californische bende komt bijna alle bewijslast van accounts op Facebook. De komende weken worden er arrestaties verricht. ,,Als je eenmaal in zo’n netwerk op Facebook zit, is het betrekkelijk eenvoudig.” Met een gerechtelijk bevel krijgen agenten ook alle medewerking van beheerders van Twitter en Facebook.
Hoeveel bendeleden Twitter en Facebook gebruiken, is onbekend. Amerikaanse politiekorpsen praten er niet graag over omdat zij niets willen prijsgeven over de technieken die ze gebruiken. De moeilijkste klus is het achterhalen van de echte identiteit van de Twitter-gebruiker. Bendeleden gebruiken bijnamen, niet hun echte naam. ,,Ook de boodschap is niet altijd meteen duidelijk,” zegt David Anguiano van de politie van Los Angeles County.
Bendes als de Crips, Bloods en MS-13 gebruiken al jaren MySpace om met foto’s en video’s al hun ‘prestaties’ breed uit te meten. Er staan ook berichten op voor en over rivaliserende bendes. Op accounts op Facebook van bijvoorbeeld de bende MS-13 zijn video’s te zien van vermoorde leden van de concurrerende 18th Street-bende. Ondanks waarschuwingen uit eigen kring dat de politie zeker zal meekijken, worden de beelden niet weggehaald. ,,Bendeleden scheppen altijd zo graag op over hun daden. Dat is ons grote voordeel. Ze willen schouderklopjes, meer aanzien en een grotere status, dus moet je er mee naar buiten komen. En dan komen ze in de problemen,” zegt politiechef David Anguiano.

Social Media Mobsters:

Bronnen: AD, Huffington Post, Tesh

SMC Amsterdam: rol van sociale media bij (georganiseerde) misdaad

Voor het eerste event van seizoen 2013/2014 zijn we te gast bij?OMspaces?aan de Herengracht, een mooie plek midden in de stad waar het Openbaar Ministerie verschillende bijeenkomsten organiseert. Na een welkomstwoord van bestuurslid?Gitta Bartling, een korte toelichting op?de veranderingen binnen SMC Amsterdam?en het voorstellen van ons nieuwste bestuurslid?Ghislaine Peters, gaan we van start?

Misdaadbestrijding 3.0 & Opsporingscommunicatie

Bart Driessen?werkt al bijna 40 jaar bij de Politie Amsterdam-Amstelland, waar hij inmiddels?verantwoordelijk is voor opsporingscommunicatie. Hij houdt zich dagelijks bezig met de vraag: hoe zet je verschillende communicatiemiddelen zo effectief en effici?nt mogelijk?in om verdachten van misdrijven?op te sporen? Van groot belang hierbij is het zogenaamde?framing; de bewoording die je gebruikt in je opsporingsbericht en de informatie die je wel of juist niet vrij geeft.

Om het publiek te bereiken worden persberichten en televisieprogramma?s zoalsOpsporing Verzocht?en?Hart van Nederland?ingezet. De Politie maakt nog steeds gebruik van deze middelen, maar merkt ook dat de afhankelijkheid van deze traditionele media de snelheid uit het onderzoek kan halen. In de zomer zendt?Opsporing Verzocht?niet uit. Hoe bereik je mensen dan? Het antwoord is via de website?Politie.nl/gezocht. Op deze site staan alle opsporingsberichten uit heel Nederland. Je kan er zien welke misdrijven bij jou in de buurt zijn gepleegd en welke verdachten daarbij worden gezocht. De berichten worden automatisch doorgezet naar verschillende website via RSS, maar ook naar het Twitter-account van de Politie. Zo worden duizenden mensen bereikt.

2013-09-18 - Bart Driessen

Bart leert ons meer over opsporingscommunicatie aan de hand van een aantal cases. De eerste case gaat over de mishandeling van een meisje in een Amsterdams zwembad. Ze werd daar door twee andere meisjes in elkaar geslagen. Het voorval was opgenomen door de bewakingscamera?s van het zwembad en de beelden (alleen van de verdachten,?niet?van de mishandeling zelf)?werden ? na het verplichte overleg met het Openbaar Ministerie ? door de Politie op YouTube geplaatst. Nieuwswebsites namen de video over en binnen 5 dagen kwam de moeder van ??n van de daders haar dochter aangeven. De dader was nu zelf slachtoffer geworden. Ze werd door haar klasgenootjes bedreigd, die de beelden op YouTube ook hadden gezien.

Content, zoals de genoemde video, is een soort ruilmiddel geworden. Nieuwssites zijn voortdurend op zoek naar dit soort content en de Politie kan het bereik van deze sites goed gebruiken bij hun opsporing. Door de inzet van nieuwe media is het oplossingspercentage al met 15% gestegen, maar in de toekomst wil de Politie nog sneller kunnen handelen. Ze zouden meer op een GeenStijl-achtige manier verslag willen kunnen doen, waardoor ze minder afhankelijk zijn en misdrijven effici?nter en effectiever kunnen oplossen.

Sociale media, DNA van de opsporing

Dit sluit mooi aan op het korte verhaal van?Frank Smilda?(Politie Noord-Nederland), die ons vertelt dat de informatie op sociale media wat hem betreft het nieuwe DNA van de opsporing is. Alle informatie die mensen hier zelf op plaatsen zijn van grote waarde voor het oplossen van misdrijven en het opsporen van verdachten. Op de websiteSocialMediaDNA, die hij samen met?Arnout de Vries?(TNO) is gestart, lees je er veel meer over.

Deze nieuwe middelen brengen echter wel een aantal dilemma?s met zich mee. Deze dilemma?s werden eerst door Frank en Arnout toegelicht en daarna in break out sessies verder behandeld.

2013-09-18 - Arnout de Vries

Dilemma 1: Hoe ga je als veiligheidsorganisatie om met bedreigingen via sociale media? Moet je bij ieder bericht ingrijpen of wacht je totdat er veel geklaagd en gebuzzt wordt? En wat is veel? De groep geeft aan, dat dit afhangt van de context. Wat is de impact van de dreiging? Hoe is er omgegaan met eerderde, vergelijkbare berichten en problemen? Iemand zal dit moeten uitzoeken. Volgens de groep kan de wijkagent daarin een belangrijke rol spelen, maar ook burgers kunnen helpen. Er wordt gesproken over gezamenlijke dossiervorming, het inhuren van een bureau of jongeren die hierbij kunnen helpen. Tenslotte wordt nog het verschil tussen een melding en een aangifte benadrukt. Op het moment dat je ergens aangifte van doet,?moet?de Politie daarmee aan de slag gaan. Een melding?kunnen?ze naast zich neerleggen.

Dilemma 2: Wie bepaalt wat een echte dreiging is en of die impact heeft op onze veiligheid? Veiligheidsorganisaties? De overheid? Het sociale platform waarop mensen zichzelf organiseren? Of de burger zelf? Met het uit de hand gelopen Project X feest in Haren (2012) vers in het achterhoofd, gaat de groep aan de slag. Hoewel de veiligheidsorganisaties wel een?worst case scenario?hadden benoemd, hadden ze dit niet uitgewerkt. Ze werden overvallen door de kracht en snelheid van (sociale) media, waardoor het feest uit de hand kon lopen. Er is echter wel veel van geleerd. Arnhem ging een paar maanden later volledig op slot, toen daar een dergelijk feest werd aangekondigd. Iets dat sinds de Tweede Wereld Oorlog niet meer is voorgekomen.?Oplossingen vanuit de groep zijn: in een stadium vroeg stadium virtueel contact zoeken met de doelgroep, maar ook met influencers. Luister goed naar hen, leer veel en probeer te duiden. Op basis daarvan kan je voorspellingen doen, een draaiboek maken, protocol opstellen, maar ? net zo belangrijk ? een communicatie- en contentplan.

2013-09-18 - Frank Smilda

 

Dilemma 3: Hoe kan de Politie bij haar offici?le opsporingstaak sociale media en burgers effectief en effici?nt inztten, zonder de privacy van (potenti?le) criminelen ernstig te schaden? Hoe kan je eigenrecht voorkomen? De groep geeft aan, dat er veel burgerinitiatieven zijn. Zo zijn er straten met een eigen Facebook-groep. Binnen die groep worden buurtbewoners gealarmeerd als er dealers in de straat staan of iemand een fiets probeert te stelen. Helaas komt deze informatie nu nog niet bij de Politie terecht. Het zou fijn zijn als er vanuit de Politie een bepaalde structuur (een soort vast grid) wordt geboden, dat de burger kan gebruiken om meldingen te doen. Dit zorgt ook voor (h)erkenning bij de burger. Het lijkt de groep een goed idee als er meer analyse en duiding van data gedaan kan worden door gebruik te maken van sensoren en de meta data die foto?s en video?s bevatten. De Politie mag van de groep wel wat meer lef tonen: zoek de randen maar op van wat mag en wat wij als samenleving accepteren. Het is goed om de maatschappelijke discussie op gang te brengen.

Dilemma 4: Wat vinden wij acceptabel als het gaat om monitoring van ons gedrag op internet en sociale media? Hoe ver mag een veiligheidsinstantie gaan om het land en de brugers veilig te houden? De groep discussieert over het?profilen?wat veel commerci?le organisaties doen om ons producten en diensten te verkopen. Daar heeft de groep meer moeite mee, dan met het?profilen?van mensen om onze veiligheid te kunnen waarborgen. Wel wil de groep graag de optie hebben om op online netwerken aan te geven welke informatie ze wel en welke informatie ze juist niet willen laten zien. De optie om soms helemaal anoniem te zijn, spreekt mensen ook aan. Eigenlijk tot het moment dat iemand verdacht is en de Politie van het OM toestemming krijgt om iemand te volgen. In dat geval mogen veiligheidsinstanties alle gegevens hebben, zegt de groep. Tenslotte benadrukt de groep het belang van opvoeding / bewustwording: mensen moeten bewust gemaakt worden van het feit dat ze gemonitord worden ? zowel online, als off line. Alles wat je online doet, blijft daar echter altijd staan en de snelheid van deze middelen zorgen er ook voor dat er snel gestigmatiseerd wordt. Houd daar rekening mee.

Na de terugkoppeling vanuit alle groepen liet Frank weten blij te zijn met alle input. Hij gaf aan, veel geleerd te hebben van de discussies en inzichten van de SMC-leden. Wij waren op onze beurt erg blij met de komst van Frank en Arnout naar Amsterdam en het interessante verhaal van Bart. Een stuk wijzer was het voor iedereen tegen 22:00 uur tijd om aan de borrel te gaan. Het OM zorgde niet alleen voor de mooie locatie, maar ook voor de hapjes en drankjes. Veel dank daarvoor!

Wil je meer zien van deze avond? Bekijk dan?het fotoalbum?met fraaie foto?s van huisfotograaf?Daniel van de Wetering?op onze Facebook-pagina. Hoge resolutie foto?s kan je bij Daniel nabestellen.

Dossier opsporingsberichtgeving “8 van Eindhoven”

kopschoppers-621x328 Burgers betrekken bij de opsporing loont. Dit was eind januari te zien bij een mishandelingszaak in Eindhoven. Deze mishandeling in Eindhoven leidde tot een fel debat over de inzet van burgers bij opsporing. Nu de politie steeds vaker burgers betrekt bij politiewerk zal het debat over burgeropsporing nog wel een tijdje doorgaan. Deze blogpost geeft achtergrond en inzicht in het debat. Opmerkingen uit de media van gezaghebbende specialisten worden op een rijtje gezet.

Een reconstructie
Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) uit Turnhout en omgeving gingen een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstond er enige irritatie waarbij er eentje sloeg met een ketting tegen een fiets. Een voorbijganger – een 22-jarige student uit Oirschot – zei daar wat van. Dat schoot de jongens in het verkeerde keelgat. Ze sloegen en schopten de voorbijganger en lieten hem voor dood achter.
Drie weken later zorgde de politie ervoor dat de beelden van de mishandeling werden getoond op de regionale televisiezender Omroep Brabant. Een zaak die eerst niet opschoot beleeft door het raadplegen van burgers plots een doorbraak. Het filmpje werd door geschokte burgers verspreid via Facebook en Twitter. Binnen een paar dagen meldden drie Nederlandse jongens zich bij de politie in Eindhoven. Zij werden direct aangehouden en vastgezet.

Burgeropsporing:
Steeds vaker betrekt de politie burgers bij de opsporing, via de televisie, tiplijnen, en door het vrijgeven van?beelden via internet. En het werkt: misdaden worden vaker opgelost. Sterker nog, verdachten melden zich vaak spontaan bij de politie vanwege de publiciteit. Maar er is een keerzijde, want wat als de vrijgegeven beelden leiden tot een klopjacht op de daders? Foto’s en namen van de vermeende daders verschenen voluit op sociale media en sites als GeenStijl. Een onschuldige naamgenoot van een van de betichte mannen kreeg tientallen dreigtelefoontjes.

Het raadplegen en betrekken van burgers bij politiewerk is een trend. Niet voor niets vertelde hoofdofficier bij het?OM in Arnhem Nicole Zandee bij Pauw Witteman dat het ,,goed” is om burgers te betrekken. Het is effectief, vertelde ze: tv-programma Opsporing Verzocht heeft volgens wetenschappelijk onderzoek?geleid tot een significant hoger oplossingspercentage van misdaden.

Hier het fragment uit Pauw en Witteman:

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

In de NRC zegt universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Nico Kwakman er het volgende over:

Maar het betrekken van burgers maakt het OM ,,tot op zekere hoogte” verantwoordelijk voor de ,,dynamiek”?die daarna onder burgers ontstaat. ,,Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan.”?Kwakman noemt Winschoten, waar de politie afgelopen najaar op zoek was naar een pyromaan. ,,De?politie betrok de burgers. ‘Wees oplettend’, zei ze. Daar is op zich niets mis mee, maar burgers kunnen zo’n?instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.”?Tot dusver blijft het bij harde woorden van burgers die zich opwinden over de betreffende misdaad, zegt?Kwakman. ,,Maar ik houd mijn hart weleens vast, als ik merk hoe sommige burgers praten over laffe?vonnissen, of hoe ze praten over het recht op zelfverdediging in noodweersituaties.” En daarom, zegt?Kwakman, moet het OM duidelijk de grenzen aangeven aan de burger. Hij prijst het persbericht van het OM?dat opriep tot het stoppen met eigenrichting. ,,Maar stel: de politie raadpleegt burgers, en vervolgens gaat er?iets fout. Dan moet de politie zich wel achter de oren krabben”, aldus Kwakman. ,,Is er wel de goede?afweging gemaakt? Was er geen risico voor de verdachten?”

In hetzelfde NRC artikel reageert Diederik Greive, hoofdofficier van justitie verantwoordelijk voor de manier waarop de media worden ingezet om misdaden op te lossen:

“Zo’n afweging maken wij juist altijd. Zo wegen wij het privacybelang van de in beeld verschijnende verdachten af tegen het opsporingsbelang.” De inbreuk op de ?privacy, zegt Greive, wordt ,,be?nvloed door wat er gebeurt op sociale media. Dat wegen wij dus mee.” Maar, zegt hij, als het delict ernstig is, andere opsporingsmethoden tot niets leiden, en verwacht wordt dat het betrekken van burgers effectief kan zijn, dan ,,kunnen we de beelden naar buiten brengen”.?Verantwoordelijkheid voor de klopjacht werpt het OM verre van zich. Greive: ,,Wij staan voor de dingen die?wij doen. Niet voor de dingen die anderen doen.” Het zijn gebruikers van sociale media, het is GeenStijl, die?besluiten om verdachten om te dopen tot daders, en hun namen te publiceren. ,,Zeker”, zegt Greive, ,,je kunt?redeneren: als wij de beelden niet hadden vrijgegeven, was de hetze niet ontstaan. Maar daarmee hebben wij die niet veroorzaakt.” Laat ??n ding duidelijk zijn, zegt Greive: ,,Ik ben niet bereid de veiligheid van de?burger, of de gerechtigheid van een zaak op te offeren vanwege de grillen van twitterende burgers en?Facebook-users.”
Draai het eens om, zegt Greive. ,,Als we de beelden hadden achtergehouden, had u mij ook gebeld. Dan
had ik Kamervragen gekregen. Men had gezegd: on-be-grij-pe-lijk dat het OM geen beelden laat zien! Dan?had de roep om veiligheid en gerechtigheid de boventoon gevoerd. En dat mogen burgers ook van justitie?verwachten.” Het OM zal, zo zegt hoofdofficier Greive, niet uit zichzelf optreden tegen media die hebben bijgedragen aan de klopjacht. ,,Dat moeten we niet willen.” In geval van smaad, of van laster, kan men aangifte doen. Voor?zover bekend heeft nog geen van de verdachten dat gedaan.

Hier de reactie van Diederik Greive bij het NOS-journaal:

Het succes heeft ook duidelijk gemaakt hoeveel moeite politie en justitie nog steeds hebben om de krachten?van internet in te schatten, en waar nodig in bedwang te houden. De tijd is allang voorbij dat filmpjes alleen door handige computergebruikers verspreid konden worden. Iedereen kan dat, met de telefoon in de hand. En steeds vaker staat de politie voor de keuze: als zij niet zelf de beelden uitzenden, doen de ‘brutale media’ of burgers dat zelf wel.?Dat vergt nieuwe afwegingen en nieuwe inschattingen in de opsporing. Bijvoorbeeld: moet het altijd het?filmpje zelf zijn dat wordt uitgezonden, of is het soms beter om stilstaande beelden te kiezen? Of: wat?moeten de waarborgen zijn als de verdachten nog minderjarig lijken?

Het OM werkt met een richtlijn voor opsporingsberichtgeving. Het is van belang, meldt die richtlijn, dat er?rekening wordt gehouden met ‘het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het?internet. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde?berichtgeving zich niet meer zonder meer laat verwijderen of herroepen’. En wat betekent het als je naam en?je foto online altijd geassocieerd worden met een misdrijf waarvoor je je straf hebt uitgezeten, of – ernstiger -?voor een misdrijf dat je niet hebt gepleegd?
De Rotterdamse criminoloog Judith van Erp schreef: ‘Opsporing via internet leidt tot een gelijkwaardiger?relatie tussen politie en burger, maar dat leidt er ook toe dat burgers hun eigen invulling geven aan de?opsporing. Dit kan een aanvulling zijn op formele handhaving, maar ze kan ook tot gevolg hebben dat?opsporing gestart door de politie uitmondt in willekeurig en disproportionele reacties.’?Dat opsporing geholpen kan worden door internet – daar is iedereen het over eens. Maar een oplossing voor?de nadelen die daaraan kleven, lijkt voorlopig niet in zicht.

De eis van het Openbaar Ministerie:

Uitspraak rechter
Vanwege de ,,buitengewoon grote media-aandacht” voor hun daad gaf de strafrechter in Den Bosch twee van de vier verdachten van ernstig uitgaansgeweld lagere straffen dan ge?ist. De hoofdverdachte Brent L. (nu 18) kreeg tien maanden jeugddetentie, waarvan vier voorwaardelijk, terwijl twee jaar was ge?ist. Verdachte Tom K. (17) kreeg een half jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De rechter woog daarbij ook mee dat de jongens niet eerder delicten hadden gepleegd en spijt hebben betuigd.

De rechter verweet het openbaar ministerie dat het de beelden van deze ,,geweldsexplosie” aan de regionale televisie ter beschikking stelde zonder zich af te vragen of de identiteit van de verdachten ook op een minder belastende manier achterhaald kon worden. Niet alleen voor de verdachten, maar ook voor het slachtoffer, aldus de rechter. Als ,,minder ingrijpende opsporingsmiddelen” zag de strafrechter het verspreiden van stilstaande beelden van de afzonderlijke verdachten. Door ook de ,,geweldsexplosie” te laten zien kon het openbaar ministerie een golf media-aandacht verwachten, die ,,grote gevolgen zou hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de verdachten, maar ook, zoals ook feitelijk is gebleken, van het slachtoffer”. De rechter zegt in het dossier geen aanwijzingen te hebben kunnen vinden dat het Openbaar Ministerie hierover heeft nagedacht. De officier van Justitie in Eindhoven had evenmin toestemming voor uitzending gevraagd aan de hoofdofficier, zoals wettelijk verplicht. De rechter weegt mee dat twee verdachten na de uitzending niet meer bij hun werkgever en hun opleiding welkom waren en ook niet bij sportscholen en uitgaansgelegenheden. De rechter neemt aan dat de beelden nog lang op internet beschikbaar blijven en ,,verstrekkende gevolgen” hebben voor de rest van hun leven. Een derde verdachte, die een gering aandeel had, kreeg een straf van twee maanden. Deze dader werd ontslagen, raakte zijn partner kwijt en werd tijdens zijn voorarrest zo ernstig bedreigd dat hij moest worden overgeplaatst. In de publieke opinie werd hij bovendien verantwoordelijk gehouden voor ,,veel verder gaande handelingen” dan hij had verricht. Deze verdachte moest enige tijd door de politie worden beveiligd. Een vierde verdachte werd vrijgesproken. Weliswaar stond hij ,,dicht op het geweldincident” maar hij leverde geen bijdrage.

Uitspraak van de rechter en achtergrond:

Super PG Herman Bolhaar over het hoger beroep in Pauw en Witteman:

Hoofdverdachte heeft spijt:

Onderzoek: ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving

Rede over burger en opsporing van Mr. F. W. Bleichrodt

Bronnen: NRC, NOS, Geenstijl, PenW,

M- Moord: Facebookmoord

Winsie Hau werd op 14 januari 2012 op straat bij haar ouderlijk huis in Arnhem neergestoken. Zij overleed aan de verwondingen. Een vijftienjarige jongen zou die hebben toegebracht in opdracht van Winsie?s beste vriendin Polly (16). Polly en haar zeventienjarige vriend worden verdacht van het uitlokken van de moord. Winsie moest vermoedelijk een lesje krijgen omdat ze over Polly had geroddeld. Polly?s vriend ontkende echter dat hij iets met de moord te maken had. Hij wees zijn vriendin aan als opdrachtgever. Zij zou accounts van hem ? onder meer op Facebook ? hebben gebruikt om de moordopdracht te geven. Het OM meende echter dat de jongen wel degelijk actief was geweest om de steekpartij mogelijk te maken. Polly wees juist weer naar haar vriend. Wegens de ernst van de zaak wilde het OM hen volgens het volwassenenstrafrecht berecht zien. Men eiste vijf jaar cel met tbs. Die eis werd herhaald tijdens het hoger beroep in juli 2013.

Hier een aantal goede achtergronduitzendingen:

Haar vader Chun Nam Hau hoopt dat ouders en tieners gewaarschuwd zijn voor de gevaren van ruzies via internet. ‘Ik hoop dat deze zaak de mensen wakker kan schudden.??Kleine dingen kunnen via internet zomaar uit de hand lopen -?Vader Chun Nam Hau

Blinde woede
Joyce zou bij een onbenullige ruzie via Facebook haar vriendin Polly W. (toen 15) diep hebben gekwetst. ? Wesley liet daarop zijn dan pas 14-jarige ‘stapmaatje’ Jinhua K. opdraven die vervolgens met een mes naar de woning van Joyce ging, die hij vaag kende. Voor naar verluidt 100 euro stak Jinhua op 14 januari van dit jaar op Joyce in, ze stierf enkele dagen later in het ziekenhuis.

Wat de tieners exact heeft bezield, is nog een raadsel. Maar voor vader Hau is ??n ding duidelijk: het chatleven van zijn dochter en haar leeftijdsgenoten is een katalysator geweest in een onbenullige tienerruzie. ‘De wereld is veranderd sinds het internetgebruik,’ vertelt hij daags voor het proces.

Chun Nam Hau raakte gewond aan het gezicht toen hij zijn dochter Joyce wilde verdedigen.

Gevaren
‘De wereld is zoveel groter geworden met het gebruik van sociale media en mobiele telefoons. En de gevaren zijn daarmee ook groter geworden. Ik denk dat het te snel komt voor de kinderen. Ze zijn nog te jong.’

Rechtszaak openbaar
De rechtbank in Arnhem heeft vandaag besloten de zaak tegen de 15-jarige Jinhua K., die in januari het meisje Winsie Hau zou hebben neergestoken, in de openbaarheid te behandelen. De drie kinderrechters die de zaak behandelen, vinden dat het belang van de maatschappij om de feiten in de zaak te kennen zwaarder weegt dan K.’s persoonlijke belang. Rechtszaken tegen minderjarigen worden doorgaans achter gesloten deuren behandeld.

De rechtbank in Arnhem heeft maandag en dinsdag uitgetrokken voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaken tegen drie jongeren van 15, 16 en 17 jaar, die verdacht worden van betrokkenheid bij de moord op een 15-jarig meisje uit Arnhem. Hoofdverdachte is een jongen, die zich op 14-jarige leeftijd voor een klein bedrag liet inhuren om het meisje in de deuropening van haar ouderlijk huis dood te steken.

De zaak staat bekend als de Facebook-moord, omdat de aanleiding voor de moord een ruzie op Facebook was. Het slachtoffer zou iets lelijks hebben gezegd over haar beste vriendin, de 16-jarige verdachte. Dit meisje klaagde bij haar 17-jarige vriendje, die vervolgens de nu 15-jarige jongen inhuurde om het Arnhemse meisje om het leven te brengen. De moord op de scholiere op 14 januari van dit jaar zorgde voor een grote schok in Arnhem.

Zaken tegen minderjarige verdachten hebben gewoonlijk achter gesloten deuren plaats. Maar omdat het om een ‘ernstige en uitzonderlijke zaak’ gaat, besloot de rechtbank eerder om die toch in het openbaar te behandelen.

De raadsman van het meisje verzette zich daar met succes tegen, zodat haar zaak alsnog achter gesloten deuren wordt behandeld. De advocaten van beide jongens willen dat ook. Daarover neemt de rechtbank aan het begin van de zittingen tegen die verdachten een besluit. Eerder oordeelde de rechtbank dat het belang van de openbaarheid boven dat van de privacy van verdachten gaat.

Bron: NOS,?AD,?EenVandaag

L – Loverboys


In bijna de helft van de gevallen van jeugdprostitutie is er een loverboy in het spel. En in de helft van die gevallen is het slachtoffer geworven via internet. Reden genoeg voor een voorlichtingsactie, Loverboy 2.0. De verleidingstactieken van een loverboy noemen we?grooming: aandacht, vleierij, cadeautjes en indruk maken met status. Voor je het weet heeft een loverboy je ingepalmd en begint de seksuele uitbuiting. Of moet je meedoen met criminele handelingen. In onderstaand filmpje vertelt een Rotterdamse politieman hoe het werkt: ?Het begint met verleiding en misleiding. Daarna volgt chantage, de ronselaar dreigt naaktfoto?s of seksfilmpjes op internet te zetten. Met al die social media heb je tegenwoordig heel veel technieken om iemand te chanteren. Excessief geweld, wat we vooral in het begin zagen, gaat steeds vaker over in psychisch geweld.

De Mooiste Chick van het Web’ is een voorlichtingsfilm over de ‘loverboy 2.0′. De film is bedoeld om jongeren voor te lichten over de risico’s van het gebruik van sociale media – die door loverboys steeds meer als werkterrein gebruikt worden. Daarnaast is de film bedoeld voor de omgeving van de kwetsbare groep slachtoffers; vriendinnen, ouders, leraren. Want hoe merk je nou aan je dochter, vriendin of leerling dat er iets aan de hand is? De film is geproduceerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en zal ingezet worden als voorlichtingsfilm op scholen door het hele land.

K – Kinderporno

Een achttienjarige Tilburger zette een zogenoemd misbruikfilmpje op internet waarop te zien was hoe een meisje van veertien seks had met meerdere jongens in de leeftijd van dertien tot zestien jaar. Ze werden gearresteerd voor verkrachting dan wel het verspreiden van een kinderpornografisch filmpje. PowNews bracht het filmpje op tv. Telefonisch en via Twitter kwamen enkele tientallen tips binnen. De tipgevers bevestigden dat de jongens en het meisje in het filmpje uit Tilburg komen. Burgemeester Peter Noordanus, plaatsvervangend districtschef van de politie Rianne Visser en rector Tomas Oudejans van het Theresialyceum – de school van het meisje – reageerden vol verontwaardiging op de uitzending van televisie PowNews maandagavond. Tijdens die uitzending werden de beelden getoond. In het filmpje lijkt het er op dat het meisje seks heeft met een jongen, terwijl drie anderen, onder wie de filmer, toekijken. In het filmpje valt het meisje voorover en vraagt een jongen ‘of ze moet huilen’.

De verontwaardiging van de burgemeester schoot televisieprogramma PowNews in het verkeerde keelgat. PowNews besloot volgens presentator Dominique Weesie de beelden te laten zien omdat de video v??r de uitzending via twitter ‘al 540.000 keer was bekeken’.

Op die video was het meisje herkenbaar in beeld. PowNews werd maandag ‘maar’ door 291.000 mensen bekeken. Weesie: “Noordanus heeft geen idee hoe social media werken.” Volgens Weesie werd het filmpje – ‘met onherkenbaar gemaakt meisje’ – door PowNews uitgezonden met de bedoeling ‘zo snel mogelijk’ de daders te pakken’. “Anders had de opsporing nog weken geduurd.”

Hier de uitzending van Pownews:

Bron: ?Pownews en BN/DeStem, 19 mei 2012 zaterdag

P – Pedofilie

GroomingEen Britse detective deed zich voor als veertienjarig meisje op Facebook: ?Binnen vijf minuten had het profiel drie berichten van mannen tussen twintig en veertig die ?asl? vroegen (leeftijd, geslacht en woonplaats). De mannen deden maar weinig moeite zichzelf te verbergen, misschien omdat ze denken dat ze ermee weg komen, zoals velen ook doen. (…) Sommige bouwden het traag op, eerst met een beetje small talk in tienertaal of vragen over mijn hobby?s. Maar al gauw kwamen de vragen: of ik al seks had gehad, met wie en of ik dat leuk vond. Anderen gingen nog verder en vroegen of ik het erg zou vinden iets seksueel te doen voor de webcam. Of ze vroegen of zij iets mochten tonen via de webcam. En ik was maar een uur online geweest!? Het zijn geen vieze oude mannetjes of engerds: ?Ze lijken heel verantwoordelijk en degelijk. Ze hebben zelfvertrouwen en weten precies hoe ze kinderen en tieners moeten benaderen. Ouders moeten zich realiseren dat pedofielen heel normaal lijken, ze vallen niet op. Ze hebben werk, en gebruiken de anonimiteit van het internet om zich uit te leven.? Het Engelse woord ‘grooming’ wordt vaak gebruikt voor dit soort zaken.

Uitleg Grooming

Grooming is het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen. De Nederlandse uitdrukking ‘kinderlokker’ komt hier dicht bij in de buurt, hoewel het niet hetzelfde is. Ook bij seksueel misbruik binnen een gezin kan sprake zijn van een groomingproces, waarbij de dader de normale familierelatie stap voor stap ‘ombuigt’ tot een seksuele relatie. Niet elke pedofiel die contact legt met kinderen heeft echter tot doel om seksueel contact te hebben met kinderen. Er dient dus een onderscheid gemaakt te worden tussen grooming en andere vriendschappelijke contacten tussen een pedofiel en een kind. Niet alle pedoseksuele contact gebeuren door pedofielen en lang niet alle pedofielen hebben seksueel contact met kinderen.

Grooming in Opsporing Verzocht

BBC over gebruik van Twitter door pedofielen:

I – Identiteitsfraude

identitytheftEen beetje slimme crimineel neemt op het web zo een andere identiteit aan. Strafrechtadvocaat B?n?dicte Ficq maakte het mee toen iemand uit haar naam valse berichten verstuurde via Twitter.
Ziet dat er nog betrekkelijk onschuldig uit, criminelen kunnen veel meer dan dat. Neem e-mailspoofing, het vervalsen van e-mailadressen van burgers, bedrijven en overheidsinstanties. Iedereen heeft wel eens zo?n in slecht Nederlands mailtje gekregen met daarin het bericht van zogenaamd je eigen bank en vervolgens de vraag even op een link te klikken om je bankgegevens te controleren. Dat is phishing. Het leeghengelen van je bankrekening vanuit het buitenland.

Rijbewijs gehaald en dat met de wereld delen?

Het AD beschrijft een voorbeeld van identiteitsfraude door social media waarbij gemaakte foto’s van identiteitsbewijzen een rol spelen. ??n van de slachtoffers van dergelijke fraude is Bianca van Dieren (18). Dolblij is ze als ze op 7 juli haar rijbewijs ophaalt bij de gemeente Schoonrewoerd. Ze is geslaagd en dat mag de hele wereld weten. Ze maakt een foto van haar ‘roze trofee’ en zet die op Facebook. De felicitaties stromen binnen, maar nog geen week later wordt ze gebeld door de organisatie van het festival Pukkelpop. Bij de poort staan feestvierders met nepkaartjes die ze van ene ‘Bianca van der Dieren’ hebben gekocht. Ze tonen een e-mail met een foto van haar rijbewijs waarmee ze het vertrouwen van de kopers zou hebben gewonnen. ‘Ik schrok me rot. Ik had helemaal geen kaartjes verkocht. Kende dat festival niet eens.’

In de weken die volgen krijgt ze via Facebook het ene na het andere bericht van boze kopers die vragen waar hun kaarten blijven. ‘Ik geef je nog ??n kans om het geld terug te storten’, stuurt ene ‘Popie Jopie’ haar die 220 euro voor twee kaarten heeft betaald. ‘Ja leuk, maar ik wist nergens van’, zegt Van Dieren. De schrik slaat haar om het hart als ze bij de gedupeerden doorvraagt wat er gaande is. Iemand blijkt met haar identiteit valse kaartjes aan de man te brengen. Om kopers te overtuigen stuurt hij een kopie van haar rijbewijs rond.
‘Heel frustrerend. Ik kan er niets tegen doen. Ik heb het in m’n na?viteit online gezet.’ De politie adviseert haar om op internet te laten weten dat zij geen valse kaarten verkoopt. Het lijkt te werken.

Het is nu rustig. Maar Van Dieren is er niet gerust op. ‘Wie weet wat die persoon nog meer met mijn rijbewijs doet.’
Van Dieren is lang niet de enige die trots haar rijbewijs online deelt. Een zoektocht op internet levert een flinke verzameling op. Zelfs een rijschool uit Almere zet rijbewijzen van leerlingen op de website, om te laten zien ‘hoe blij ze zijn’. ‘Ik ben niet strafbaar en heb toestemming’, laat een rijschoolhouder weten als hij hiermee wordt geconfronteerd. Slim is het volgens de politie in elk geval niet.

Strafrechtadvocaat B?n?dicte Ficq in de wereld draait door:

Hieronder een een 3-tal stappen om het tegen te gaan:
Stap 1
Maak melding van het onrechtmatig gebruik van uw identiteit bij Twitter. Dit kan via een e-mail of een webformulier op de Twitter-site. Vaal zal Twitter het nepaccount ? al dan niet uit voorzorg ? spoedig blokkeren.
Stap 2
Het is ook mogelijk om bij Twitter een verzoek in te dienen om u de identiteitsgegevens van de fraudeur te verstrekken. Hiertoe is Twitter verplicht op grond van het arrest Lycos/Pessers. In dat arrest besliste de Hoge Raad dat internetprovider Lycos de priv?-gegevens van een klant moest onthullen die op internet ? anoniem ? een postzegelhandelaar had beschuldigd. Het belang van de postzegelhandelaar behoorde zwaarder te wegen dan het belang van vrije meningsuiting van de anonieme klant en de bescherming van zijn persoonsgegevens (art. 8 onder f Wpb). Met dit arrest heeft de Hoge Raad de vrijheid van een internetgebruiker om anoniem zijn mening te uiten vergaand opgeheven.
Stap 3
Als de identiteitsgegevens van de fraudeur zijn achterhaald, is het mogelijk hem of haar aansprakelijk te stellen. Te denken aan imago en/of reputatieschade als gevolg van het onrechtmatig handelen.

Hier een rechtstreekse verwijzing naar het wetsvoorstel.

Filmpjes over identiteitsfraude:

Mijn Kind Online from Wefilm on Vimeo.

En als je wat meer tijd hebt kun je de film bekijken (gebaseerd op een echt verhaal) van Michelle Brown:

C – Cyberpesten

banner-IUTYOp 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.


Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.

cyberpesten

Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.

Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.

Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”

Een voorbeeld

Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.

Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”

Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”

Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.

Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):

Deskundigen

Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”

Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.

Scholen

Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”

Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.

Docenten en ouders

Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”

Innovatie en wetenschap

Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.

  • Ze krijgen bij het eerste advies inzicht in:
  • Een negatieve cyberpest-ervaring (gebeurtenis)
  • Veroorzaakt irrationele negatieve gedachtes (gedachtes)
  • Leidt tot erg negatieve emoties (gevoel)
  • Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
  • Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)

De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.

Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.

Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.

Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).

De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:

Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:

Burgeropsporing

Facebook-opsporingAfgelopen week schreven Trouw en de Volkskrant een artikel over de voor- en nadelen van burgeropsporing in Nederland. Deze blog is een weergave van die 2 artikelen aangevuld met achtergrond materiaal. Er werden enkele interessante voorbeelden genoemd waar de rol van burgers in de opsporing duidelijk naar voren kwam:

1: Verbrande fiets in Kloosterburen

De dag na de Ronde van Kloosterburen, in het laatste weekeinde van juni, wordt de fiets van de tienjarige Puck teruggevonden bij de voetbalclub. Verbrand. Haar ouders overwegen het wrak op een paal in de tuin te zetten met een bordje ‘bedankt’ erbij. In plaats daarvan maken ze het voorval op Facebook en Twitter wereldkundig en vragen of iemand iets gezien heeft. IJme Woensdregt, vader van Puck, greep naar de sociale media om de tongen in het kleine dorp los te maken. “Het is voor de gemeenschap goed als we over dit soort gebeurtenissen praten. Je hoopt natuurlijk dat iemand zich verspreekt en de zaak daardoor wordt opgelost.”

2: Gooien wijnfles tijdens TT in Assen

Wouter Schuurmans uit Rolde zet op 29 juni op zijn Facebook-pagina: ‘EUR2.500,- voor de naam van de flessengooier die mijn dochter beschadigd heeft voor haar leven!’. Naast zijn oproep staan foto’s van zijn gehavende dochter Sanne Sofia. Tijdens een avond stappen breekt zij haar neus wanneer iemand een lege wijnfles in de lucht gooit die haar in het gezicht raakt. Haar vaders Facebook-bericht wordt duizenden malen gedeeld en leidt tot veel reacties en tips. De vader van Sanne, wilde de politie helpen. Tijdens de TT had die vast geen tijd voor de mishandeling van zijn dochter, dacht hij. “Er zou belangrijk bewijs verloren kunnen gaan.” “Zo’n beloning zet aan tot actie.” Zeker tien anderen zegden op Facebook vervolgens ook beloningen toe. Een man bood aan het gestolen bedrag uit Sanne’s portemonnee te vergoeden. Volgens Schuurmans zijn de berichten over zijn onfortuinlijke dochter in totaal wel een paar honderdduizend keer geshared en geliked. Dat de mishandeling een hype werd, had hij niet voorzien en ook niet bedoeld. “Ik baal er ook wel van dat het zo is gegaan. Dat er meteen van die opmerkingen kwamen als ‘het zullen wel weer buitenlanders zijn geweest’ of grote woorden als ‘het moet niet gekker worden in ons land’.”

3: Bereiden shetlandpony, allias de ?Ponypletter?

In juli ontstaat op sociale media verontwaardiging over een filmpje van een gezette vrouw die een shetlandpony berijdt. Het dier zakt letterlijk door zijn hoeven. De vrouw blijft zitten en steekt een sigaret op. Wat volgt is een onlineklopjacht. Volgens de politie wemelde het al snel van berichten met namen, adressen en telefoonnummers. Een man die niets met de zaak te maken heeft, wordt bedreigd. Familie van een verdachte moet onderduiken. De politie zegt mede op basis van informatie op internet drie vrouwen en twee mannen te hebben aangehouden.

 

4: Dood door schuld vanwege doorrijden na dodelijke aanrijding Donnie

In de zomer van 2012 wordt de Haagse jongen Donnie Rog (13) aangereden. De bestuurder rijdt door. Een dag later overlijdt Donnie. Het OM eiste een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van vier maanden tegen de verdachte. De familie vindt dat veel te weinig. De moeder van Donnie plaatste deze week een foto van de verdachte op Facebook, met het onderschrift: ‘De doodrijder van Donnie met blow in de auto.’ Ze zou de foto hebben gekopieerd van de Facebook-pagina van de verdachte. De moeder van het slachtoffer zegt de foto te hebben geplaatst om te bewijzen dat de verdachte drugs gebruikt, vertelt zij aan de NOS. “Volgens justitie doet hij dat niet, maar op de foto rookt hij een jointje. Die foto is acht weken na de dood van Donnie gemaakt.” De foto van de verdachte plukte ze van zijn Facebook-pagina.

5: Gestolen laptop in de universiteitsbibliotheek

Studente Corinna Lattmann plaatste een foto van iemand die er in de Groningse universiteitsbibliotheek met haar laptop en externe harde schijf vandoor ging. Lattmann nam foto’s van de beelden van de bewakingscamera – die de diefstal registreerde – en zette deze op Facebook.

Reactie Politie

We zien in Nederland steeds vaker dat slachtoffers geen aangifte meer doen maar zelf via sociale media op zoek naar getuigen en daders. De politie reageert in Trouw en de Volkskrant op de volgende wijze:

Woordvoerders zeggen dat het veel tijd en mankracht kost alle informatie die dat genereert te verwerken, maar dat sociale media zeker wat opleveren. De politie, die de sociale media zelf ook steeds vaker gebruikt, spreekt in de zaak-Sanne op Facebook zelfs van samenwerken met de burger.

“Vroeger deden we buurtonderzoek, nu volgen we de sociale media”, stelt Jeroen Steenmeijer van de eenheid Zeeland/West-Brabant. Hij noemt tegelijk ook de bezwaren: “Zomaar namen noemen van mogelijke daders of zelfs foto’s plaatsen”.

Dirk Neef van de politie Noord-Nederland: “Mocht de dief gepakt worden, dan kan de rechter hem een lagere straf geven omdat zijn foto al op internet staat. Rechters houden daar steeds vaker rekening mee. Om het verstoren van de rechtsgang te voorkomen, raden wij het gebruik van sociale media eigenlijk af.”