Categoriearchief: Best Practice

Botlegers: Opmars van de Twitterbots

In verkiezingstijd proberen kwaadwillenden via volledig geautomatiseerde social-media-robots en trollenlegers mensen ertoe te bewegen om een bepaalde kandidaat te kiezen. Hoe groot is dit probleem? En wat kunnen we ertegen doen?

Geschreven door Marc Seijlhouwer, MSc en verschenen in De Ingenieur

Robots verspreiden volautomatisch allerlei boze, agressieve of misleidende berichten op sociale media

#Kominverzet?Deze zogenoemde hashtag wordt veelvuldig gebruikt op sociale media, onder anderen door Geert Wilders. Het is ook de hashtag die, elke keer als hij wordt gebruikt in een tweet, een robot doet ontwaken. Deze Twitterbot, actief sinds februari 2017, ?retweet? elk bericht dat de hashtag bevat. Zonder enige menselijke interventie verspreidt hij de vaak hatelijke boodschappen van anderen over het internet. Daardoor zien meer mensen deze boodschappen ?n wordt de hashtag vaker gebruikt ? als hij tot extra retweets leidt, is hij immers de moeite waard. Dat zijn de regels van sociale media; hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

De robot is op de redactie van De Ingenieur gebouwd. Het was heel makkelijk; robotisering van tweets is inmiddels al zo wijdverspreid dat verschillende websites een kant-en-klare service leveren. Daarvoor moet je wel je gegevens aan die sites geven, en controle over je Twitteraccount. Maar als het verder toch een nepaccount is, maakt dat weinig uit. Iemand met wat meer programmeerkennis zet met een paar regels code geavanceerdere bots in elkaar, die bijvoorbeeld geautomatiseerd nieuws verspreiden, reageren op bepaalde soorten tweets of zelfs taal gebruiken zoals mensen dat op Twitter doen. Dankzij technieken als deep learning gaat het soms nog verder, totdat een robot op een gegeven moment niet meer van een echte gebruiker is te onderscheiden.
Die bots kunnen een slechte invloed hebben op mensen. Ze kunnen manipuleren, verwarren en in de maling nemen. Nu is hun invloed nog klein, maar de kans is groot dat ze in de toekomst een steeds grotere rol spelen.

Twitterbots zijn overal op Twitter en bestaan in mindere mate ook op andere sociale media. Facebook probeert ze tegen te houden en slaagt daar beter in dan Twitter, maar het bedrijf heeft er alsnog last van. Twitter is transparant over het feit d?t er bots bestaan. Het sociale medium vindt het namelijk niet erg als gebruikers in meer of mindere mate automatisch tweets plaatsen. Het genereren van content is immers belangrijk voor het succes van de dienst.

Hoeveel nepaccounts (bots, inactieve gebruikers en andere accounts waar geen mens achter zit) er zijn op sociale media, is moeilijk te zeggen.?Schattingen uit onderzoeken en cijfers van bedrijven zelf komen uit op zo?n 7 ? 8 %?, vertelt dr. Mirko Tobias Sch?fer, docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en projectleider van de Utrecht Data School, waar wordt gekeken naar de relatie tussen data, overheid en social media. ?Het verifi?ren van die cijfers is echter onmogelijk.? Er is in elk geval een aanzienlijk aantal nepaccounts, waarvan een deel valt onder wat men ?kwaadaardige bots? kan noemen. Dat sociale-media-bedrijven daar niet meer tegen doen, is misschien begrijpelijk. Een groot bedrijf haalt niet zomaar bijna 10 % van zijn gebruikers weg. Zeker niet als die actief zijn of zelfs, in het geval van Facebook, regelmatig op advertenties klikken en zo de inkomsten verhogen.

“Online de boel verzieken is vaak nog mensenwerk”

Pro-Trump-bots
Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Twitter kreeg regelmatig kritiek over de grote hoeveelheid geautomatiseerde accounts. Daarom stelt het bedrijf inmiddels een heleboel voorwaarden aan een bot. Hij mag bijvoorbeeld geen trending topics kopi?ren. En iemand die een bot wil bouwen, moet zijn account verifi?ren met een telefoonnummer. Facebook is in principe nog strenger, wat daar moet een ?echt? persoon met naam, voornaam, woonadres en telefoonnummer achter het account zitten. Het probleem is alleen dat er tegenwoordig websites bestaan die uit het niets een neppersoon cre?ren. Die kun je zelfs op nationaliteit uitkiezen; een slimme willekeurige generator maakt zo de fraaiste fictieve mensen aan. Klinkt Lysanne Terlingen uit Ede, 27 jaar oud en woonachtig op de Tollenburg 99 niet als een echt bestaande Nederlandse vrouw? Op die manier valt er dus van alles te omzeilen. En dat gebeurt ook massaal, gezien de schattingen van het aantal fake accounts.

Zo?n percentage nepaccounts hoeft niet erg te zijn. Er komen pas problemen als de neppers het verpesten voor de echte mensen. Dat is nu overwegend niet het geval, zegt Sch?fer. ?Veel bots zijn nuttig of grappig, en vaak is het door hun naam of biografie overduidelijk dat het geen menselijke gebruikers zijn. Die machines zijn onschuldig.?
Het probleem komt van de minder frisse bots. Ze houden geheim dat het robots zijn en dienen een specifiek manipulatief doel. Hiervan zijn de politieke bots een voorbeeld. Vlak na de campagne van Donald Trump in 2016 deden geruchten de ronde dat hij mede had gewonnen dankzij de aanwezigheid van pro-Trump-bots op Twitter. Die tweetten dag en nacht leugens de wereld in over Hillary Clinton, prezen Trump en gebruikten populaire hashtags om de aanwezigheid van Trump-aanhangers overal voelbaar te maken. Hoeveel het er precies waren, weet niemand. Was hun invloed echt zo groot? Sch?fer: ?De invloed van bots is moeilijk te meten. Maar ik weet vrijwel zeker dat het niet de bots waren die de doorslag gaven.?

Trollenleger
Dat Trump hoogstwaarschijnlijk niet won dankzij ?zijn? bots, betekent echter niet dat ze niet zijn gebruikt. ?Maar waarschijnlijk zijn ze niet door zijn campagneteam in gang gezet?, denkt Sch?fer. ?Je kunt als kandidaat vaak niet bepalen welke groeperingen zich bij je aansluiten en wat ze gaan doen. Er zijn botnets te huur, en een aanhanger van Trump zou zo?n netwerk kunnen inzetten tijdens de campagne. Vaak zorgt de aanhang van een politieke partij voor meer manipulatie dan de partij zelf.? Hoewel social-media-invloed bij deze verkiezingen mogelijk nog geen doorslaggevend effect had, kan dat in de toekomst anders zijn, waarschuwt ir. Arnout de Vries, social-media-onderzoeker bij TNO. ?Bedrijven, maar ook politieke partijen, kunnen tegenwoordig steeds specifiekere datapakketten kopen. Daarin staat allerlei informatie over groepen mensen. Bedrijven kunnen via Facebook heel gericht zo?n groep benaderen. Als een politieke partij dat zou doen, en zich bijvoorbeeld op be?nvloedbare mensen zou richten, kunnen ze denk ik veel teweeg brengen.?

Dat gebeurt nu nog niet; hoewel alle partijen op de een of andere manier de vergaande advertentiemogelijkheden van Facebook benutten, maken ze geen gebruik van wat De Vries het ?onethische? deel van gericht adverteren noemt. ?Profileren van potenti?le kiezers en ze be?nvloeden lijkt me onethisch, net als je in het debat mengen via sociale bots of trollen. Maar voorlopig kopen Nederlandse partijen nog niet massaal gegevens in bij databrokers.?

Dat is wel anders in de VS. Daar is de afgelopen paar verkiezingen gebleken hoe nuttig het kan zijn om je verschillende kiezersgroepen te kennen. Dat lukte daar mede zo goed doordat de privacywetgeving er anders is dan in Nederland. Hier moeten politieke partijen openheid van zaken geven, ook over het gebruik van datasets. Bovendien mogen bedrijven hier minder opslaan over individuen. ?In de VS zijn er per persoon ontzettend veel datapunten, naar schatting gemiddeld 1500?, weet De Vries. ?Daarmee kun je bijvoorbeeld ?uitrekenen? wat iemands pressiepunten zijn. Als je het zou willen, kan je daarmee iemand chanteren zodat hij jouw kant kiest.? De marketingwereld heeft volgens De Vries inmiddels een grote hoeveelheid informatie over het be?nvloeden van mensen. ?Door die kennis te combineren met steeds slimmere zelflerende algoritmes is er technisch nu al van alles mogelijk. De politiek loopt alleen achter in de toepassing ervan. Maar er zijn partijen die het idee van online invloed oppakken.? Voorlopig zijn de algoritmen echter nog net niet slim genoeg om over te komen als internetgebruikers van vlees en bloed. Daarom is online de boel verzieken vaak nog mensenwerk, waarbij zogenoemde trollen heel fel tegenstanders aanpakken en nieuws verspreiden dat een bepaald standpunt ondersteunt. ?Politieke partij DENK gebruikte een klein aantal trollen en er zijn sterke vermoedens dat Russische trollenlegers invloed uitoefenen in de VS, Nederland en Frankrijk.?

Brutale gebruikers
Zoals De Vries het beschrijft, ziet de toekomst er niet bijster rooskleurig uit. Maar er is wat aan te doen. ?Blijf onethisch gedrag van partijen onthullen en informeer mensen over de mogelijkheden van onbewuste be?nvloeding. Dat is het beste wat overheid, media en maatschappij kunnen doen. Het oprollen van dit soort legers is juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk, dus dat is geen oplossing.?

Wel vindt De Vries dat partijen zich, zeker in campagnetijd, wat ethischer mogen opstellen. Want ze richten zich, via Facebook, allemaal al met specifieke advertenties op kleine, specifieke groepen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die tactiek, narrowcasting, is potentieel zorgelijk. ?De partijen verschuilen zich achter het algoritme van Facebook, maar ze hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is echter lastig om de partijen tot ethisch adverteren te dwingen, omdat online de brutale en onethische gebruikers vaak het best worden gehoord.? Sch?fer is het daarmee eens: ?In het Duits noemen we dit de Schweigespirale; het fenomeen ? onderzocht door de Duitse politicoloog Elisabeth Neille-Neumann ? dat een minderheid schreeuwers meer voor elkaar krijgt en de meerderheid zwijgt omdat de ze denken de minderheid te zijn. Aangezien sociale media volledig om emoties draaien, is het logisch dat boosheid van verongelijkte mensen sneller scoort. Bots en trollen spelen daar perfect op in.?

De vraag blijft of de invloed van de robots en algoritmes op de verkiezingen groot is. De sociale wetenschappers geven meteen toe dat die nauwelijks valt te meten; zelfs als er een verband is, hoeft dat niet causaal te zijn. Het feit dat er veel bots tweeten over een bepaalde gebeurtenis, waarna die gebeurtenis veel aandacht krijgt, hoeft niet te betekenen dat de aandacht kwam door de bottweets. De Vries denkt dat opleiding en voorlichting kunnen helpen om de negatieve invloed van deze technologie?n te verminderen. Sch?fer is het hiermee eens, maar stelt ook voor om verder te gaan: ?Als ik een politieke partij was, zou ik het gebruik van bots omarmen. Maar dan niet stiekem; ik zou bijvoorbeeld een factcheckbot bouwen om populistisch ?nepnieuws? automatisch te ontkrachten. En dan duidelijk maken dat deze nuttige robot van mijn partij afkomstig is. Maar de partijen gebruiken sociale media nu vooral om onderbuikgevoelens van de achterban aan te spreken. Dat is geen effectief social-media gebruik.?

Leuke bots

Lang niet alle bots hebben als doel om chaos, wanorde en misinformatie te verspreiden. Vaak zijn ze nuttig, grappig of fascinerend. Een kleine selectie.

@klmfares: Wil je op reis? Tweet je begin- en eindpunt, en de Twitterbot vertelt automatisch de kosten van de vlucht, inclusief link naar een boekingspagina. Een voorbeeld van automatische, snelle klantenservice.

@thinkpiecebot: ziet u ook wel eens n?t iets te vergezochte artikelen over de actualiteit, trends onder jongeren en andere onzin? Deze bot maakt die belachelijk door een aantal bekende krantenkopconstructies in te vullen met min of meer willekeurig gekozen woorden.

@we_didnt_start: een alternatieve manier om het nieuws binnen te krijgen. Dit stukje programmatuur plukt de meestgezochte termen op een dag van Google en probeert er een zin van te maken op de wijs van Billy Joels hit ?We Didn?t Start The Fire?.

@congressedits: deze bot is niet grappig, maar vervult wel een interessante functie: hij monitort Wikipedia en tweet elke keer als iemand van het Amerikaanse Congres een aanpassing doorvoert. Zo is te zien of senatoren misschien onwelgevallige informatie wegpoetsen of op een andere manier de waarheid proberen te manipuleren.

Darknet Shopper: geen Twitterbot, wel fascinerend. Dit programma koopt willekeurige dingen van het Dark Web, de schaduwkant van het internet waar alles kan. De bot mag 100 dollar per week uitgeven en koopt alles wat hij kan vinden. Zo liet hij al een keer drugs bij de makers thuis bezorgen, waarna de politie langskwam om ze in beslag te nemen.

https://twitter.com/rickdus/status/835810423228227584

[slideshare id=73257805&doc=botlegers-170317155114]
Bronnen: De Ingenieur, april 2017

Dronepiraten opsporen via YouTube

https://www.youtube.com/watch?v=1x1P66pCQYA&feature=youtu.be

Veertig politiemedewerkers hebben woensdag meegeholpen met het online opsporen van dronepiloten die de regels hebben overtreden.

Het politiekorps Noord-Holland heeft woensdag tijdens een speciale bijeenkomst samen met de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie dronepiloten die in overtreding waren opgespoord via internet. In totaal 40 politiemedewerkers keken naar video’s en zochten op fora en social media. Ze hebben dronevliegers die de regels?schonden waarschuwingen gegeven.

Wie tijdens deze actie een waarschuwing kreeg, kan bij de volgende geconstateerde overtreding meteen een boete krijgen. “Sommige overtredingen waren zo ernstig dat het Openbaar Ministerie gaat bekijken of er strafvervolging, zoals een boete, mogelijk is.” Die boetes kunnen al snel in de honderden euro’s lopen.

De politie heeft 45 dronebestuurders opgespoord. Ze hebben een waarschuwing kregen. Vijf overtredingen waren zo ernstig dat het OM gaat bekijken of de overtreders gestraft kunnen worden, bijvoorbeeld met een boete.

Mensen met een drone mogen niet boven mensenmassa’s vliegen en de vliegtuigjes mogen ook niet gebruikt worden in de buurt van luchthavens. Ook is het niet de bedoeling dat drones in het donker worden gebruikt. “Veel particulieren zijn zich niet bewust van deze regels en de daarbij behorende gevaren en risico’s”, schrijft de politie.

noflyzone-drone-bon

De dienst luchtvaartpolitie kreeg in 2015 in totaal 64 meldingen van neergestorte drones of gevaarlijke situaties door drones. Vorig jaar was dat aantal gestegen naar 96 meldingen. “Maar deze cijfers zijn slechts het topje van de ijsberg”, stelt de politie.

Explosie Veendam

Woensdagochtend hield de politie in Veendam nog een dronevlieger aan, die met zijn drone boven een zwaar beschadigd appartementencomplex vloog. Omdat er een politiehelikopter aanwezig was bij het pand, mocht de drone niet de lucht in.

De regels rond drones in het kort:
– Niet vliegen boven mensenmassa’s, de bebouwde kom, spoorlijnen, autowegen of natuurgebieden
– Niet ’s nachts vliegen
– Niet vliegen in een groot gebied rond vliegvelden, helikopterlandingsplaatsen en andere no-fly-zones
– Niet hoger dan 120 meter vliegen
– De bestuurder moet zijn drone altijd in het zicht houden

Bronnen: Bright, NOS, BlikOpNieuws, NoordHollandsDagblad, Rijksoverheid

Geen nieuwe Project X door slimme inzet mens en techniek

Door?, Fast Moving Targets?en eerder geplaatst op MarketingFacts

De politie is in de kern een informatiefabriek. En waar die informatie vroeger handmatig werd verzameld, vastgelegd en geanalyseerd, gaat dat tegenwoordig meer en meer met behulp van computers. Big data, artificial intelligence en crowdsourcing zijn niet meer weg te denken.?Frank Smilda, sectorhoofd regionale informatieverzameling, constateert drie grote veranderingen: de impact van het web, de rekenkracht van computers en de snelheid van informatie.

Een paar jaar terug, in 2012, ging het nog goed mis met de inschatting van de kracht van het web. Een op Facebook openbaar aangekondigd feestje in Haren bracht meer dan 5000?mensen op de been. Burgemeester en politie werden totaal overvallen door de opkomst. Vandaag de dag zou dat veel lastiger zijn. Het web wordt 24 uur per dag?gemonitord. Bij verdachte activiteiten wordt die informatie direct gedeeld met de politie ter plekke.

?Wanneer je iets virtueel ziet wat?impact kan hebben op de fysieke wereld, maak je heel snel de koppeling met de wijkagent die direct op pad gaat en gaat onderzoeken wat er aan de hand is. Dat gaat nu veel sneller dan in 2012. Er zijn daarna nog veel Project X-achtige aankondigingen geweest en die hebben we allemaal in de kiem kunnen smoren.”

?In de grote steden kunnen we nu al ? van de woninginbraken voorspellen?

De komst van ??n nationale politie is voor het verzamelen en delen van informatie van enorme waarde. ?We hadden altijd 25 regio?s en moesten dus op 25 manieren in systemen kijken. Er is nu ??n systeem. We kunnen in ??n systeem alle vragen stellen en antwoorden ophalen. Dat is ongekend, dat hebben we in Nederland nog nooit gehad. We kunnen er ook allerlei analyses op los laten. Stel: er vindt een overval plaats en het signalement luidt: rood petje, zwarte Audi, groene jas. Dan krijg je wanneer je in het nationale systeem kijkt, met de snelheid van Google, antwoord. Dat is de wereld waar we in leven. Dat kun je direct koppelen aan social media, maar ook aan andere antecedenten.?

Op dit moment werken 3300 mensen in de politie intelligence, zo?n 5 procent van de totale politiecapaciteit.

Door middel van data science software kunnen in luttele seconden analyses worden gemaakt. Het gaat zelfs zo ver dat er ook voorspellingen van misdaad kunnen worden gegeven. ?We kunnen vrij goed voorspellen waar in grote steden bijvoorbeeld woninginbraken of straatroven zullen gaan plaatsvinden. Per wijk, per straat, in de ochtenddienst of in de late dienst. Het begon met heatmaps, de historie en nu koppelen we daar voorspellingen aan. Daar heb je wel veel data voor nodig. In de grote steden kunnen we nu al een derde van de woninginbraken voorspellen. Daar kun je dan weer intelligent je inzet van blauw op plegen.?

Daarmee volgt de politie de trend in de zorg: voorkomen in plaats van genezen. ?Natuurlijk mensen zullen altijd ziek worden en misdaad blijft bestaan, maar er is zoveel meer intelligentie mogelijk met big data, slimme software en mensen om daar verbetering in te brengen.?

?Wet- en regelgeving loopt achter?

De praktijk leert dat veel organisaties problemen hebben met technische ontwikkelingen. En ook binnen de politie zijn er ongetwijfeld agenten te vinden die menen dat er niks boven het oude handwerk gaat. Maar tegelijkertijd biedt de organisatie veel ruimte voor experimenteren en vernieuwen.

?De wet- en regelgeving loopt natuurlijk achter, maar met rugdekking en wat budget kan je veel. Zelf heb ik bijvoorbeeld ge?xperimenteerd met het online zetten van een moordzaak naar aanleiding van het boek over de wisdom of the crowd. Ik dacht: er is veel interesse in dat soort type zaken, waarom zou je het niet online brengen? In het begin was er veel twijfel. We zijn toch begonnen met een cold case en we hebben het publiek gevraagd mee te denken. Dan zie je een hele nieuwe dynamiek ontstaan. Nu begint dat veel normaler te worden. We moeten dan wel het hele spel opnieuw leren.?

In Noord-Nederland, de regio waar Smilda werkzaam is, werd onlangs een zogenaamde innovatie-expeditie gestart. ?We kregen allerlei innovatietools aangereikt binnen ons team en daar zijn vier hele interessante initiatieven uit tevoorschijn gekomen.?

Bijvoorbeeld een app die gebruikt kan worden bij de 40.000 jaarlijkse vermissingen die Nederland telt. De app, nu nog in ontwikkeling, maakt optimaal gebruik van de inzet van burgers. ?Het?legt een raster over een geografisch gebied en dan kun je met bewoners die mee helpen zoeken afspreken in welk?raster zij zoeken. Als ze iets zien of vinden vullen ze dat in binnen?de app. Dan verwerken wij dat weer met onze politie informatie. Het klinkt logisch, maar dat is er nog niet.?

Het veronderstelt ook een andere manier van werken. De politie moet kennis delen en verder durven los laten. ?Dat is wel het leuke van de politieorganisatie: als je dit soort idee?n hebt, krijg je de ruimte om te pitchen en geld bij elkaar te brengen om kennis en kunde te bundelen.?

Bronnen: Marketingfacts

Serious Game: De Moordzaak

moord zaak

Het Openbaar Ministerie wil met de OM Moordgame jongeren leren hoe een officier van justitie te werk gaat. En dat is hard nodig. “Ze hebben vaak geen idee wat het verschil is tussen rechtbank, OM en soms zelfs een advocaat.” Het Openbaar Ministerie richt zich met het spel vooral op jongeren. “Het spel geeft een goede kijk in het werk van een officier van justitie. We zien het graag als lesmateriaal op scholen,” geeft een woordvoerder van het OM aan.

Er is een moord gepleegd, los jij ?m op? In de serious game De Moordzaak, ben jij de officier van justitie en geef je leiding aan het onderzoek door de politie. Wie betrek je er nog meer bij om de zaak op te lossen? Geef je het Nederlands Forensisch Instituut opdracht om sporen te onderzoeken? Vraag je toestemming aan de rechter-commissaris om de telefoon van de verdachte te tappen? Wanneer heb je genoeg bewijs en beslis je om de verdachte aan te houden? Kortom: jij neemt belangrijke beslissingen om er voor te zorgen dat de verdachte voor de rechter komt.

Deze serious game is gebaseerd op een echte zaak en laat in grote lijnen zien wat er komt kijken bij een moordonderzoek. Officier van justitie Gabrielle Hoppenbrouwers neemt je aan de hand van een aantal vragen in het spel mee door de verschillende fasen van het onderzoek. Door de game krijg je inzicht in het werk van de officier van justitie en ervaar je de complexiteit van het werk. Ook zie je in grote lijnen hoe het OM samenwerkt in zo?n onderzoek met de politie, het NFI, Opsporing Verzocht en het Pieter Baan Centrum.

Lijk op de weg

Aan het begin van het spel wordt een lijk gevonden op een autoweg. Vervolgens leidt de speler als officier van justitie het onderzoek van de politie en moet hij beslissingen nemen over sporenonderzoek en het ondervragen van getuigen.

moord zaak2

Telegraaf-journalist Saskia Belleman is bijna dagelijks in de rechtbank te vinden. Ze vindt het zorgwekkend dat jongeren zo weinig van ons rechtssysteem weten. “Mijn eigen dochter zit op het VWO en krijgt wel wat lessen over ons rechtssysteem, maar daar blijft niets van hangen. Terwijl het extreem belangrijk is. Justitie is ??n van de drie machten in Nederland.” ?Belleman?is dan ook blij met de OM Moordgame. “Het is heel goed dat het OM door middel van een spel hier meer duidelijkheid over probeert te scheppen.”

moord zaak 3

Bronnen: OM Moordgame, OM.nl

Proef: live getuigenvideo doorsturen naar politie

agentsmartphone-600x372

De politie Noord-Nederland is een proef gestart waarbij getuigen van een vechtpartij, brand of ongeluk live beelden doorsturen naar de hulpdiensten. Wie een incident naar de meldkamer in Drachten doorbelt, kan sinds een maand de vraag krijgen om ter plekke met zijn smartphone foto?s of video?s te maken. De beelden kunnen de hulpdiensten van pas komen bij de beslissing over het aantal politie- of brandweerauto?s dat ter plaatse moet komen en of er een ambulance nodig is.

De getuige krijgt van de meldkamer een sms toegestuurd met daarin een link naar een mobiele site waarop de beelden direct naar de politie kunnen worden ge?pload. De proef loopt tot de zomer, waarna de politie besluit of de werkwijze in heel het land wordt ingevoerd.

Beeld als bewijs
Het idee komt uit de koker van Ferdinand Nauta en Hans van Dijk, de beeldspecialisten van de politie Noord-Nederland. Zij werken vanuit het bureau in Wolvega aan manieren waarop bewegend beeld beter kan worden ingezet voor de opsporing.

Door de opkomst van smartphones, dashcams en bewakingscamera?s heeft de politie het afgelopen decennium elk jaar te maken met een groei van 10 tot 20 procent aan potentieel bewijsmateriaal in de vorm van video?s. De politie Noord-Nederland telt nu jaarlijks 3000 zaken waarbij bewegend beeld een rol speelt.

Klantvriendelijker
De enorme hoeveelheid video?s levert de politie extra werk op. Zeker omdat het gros binnenkomt op ?ouderwetse? dvd?s en usb-sticks. ,,Dat moest slimmer, innovatiever?, zegt Ferdinand Nauta. Samen met Van Dijk werkt hij aan een een systeem waarbij winkeliers en particulieren hun videobeelden rechtstreeks naar de juiste plek in de politie-organisatie kunnen sturen.

In Noord-Nederland begint dit langzamerhand in te burgeren bij de politie. Later volgt de rest van het land. Het laat volgens de specialisten de politie-organisatie een stuk effici?nter werken en is voor gedupeerden klantvriendelijker.

Beste getuige
Het duo beeldspecialisten weet: video is de beste getuige die je in de rechtszaal kunt hebben. ,,Video wordt niet moe, vergeet nooit iets en haalt personen niet door elkaar?, zegt Hans van Dijk in een met computerschermen gevuld kantoor op het politiebureau van Wolvega. ,,Met video is het: wat je ziet is wat je krijgt.?

Van Dijk en zijn collega Ferdinand Nauta noemen hun werkplek het epicentrum op het gebied van video van de politie Noord-Nederland. Hier staat alles in het teken van bewegende beelden: het type bewijsmateriaal dat het afgelopen decennium een steeds grotere rol is gaan spelen in het strafrecht.

3000 video?s
Door de opmars van smartphones en bewakingscamera?s kreeg de politie sinds 2011 elk jaar 20 procent meer videobeelden binnen van misdrijven. De laatste jaren is dit afgevlakt tot een stijging van 10 procent. Voor de eenheid Noord-Nederland betekent dit dat er inmiddels elk jaar zo?n drieduizend zaken zijn waar video bij geleverd wordt.

Dat is een geweldige ontwikkeling, benadrukt Nauta. Maar het levert de politieorganisatie ook een heleboel extra werk op. ,,De politie in heel Nederland worstelt met dit probleem?, zegt Nauta.

In kartonnen dozen
Hij schuift twee kartonnen dozen onder een bureau vandaan, vol met dvd?s met beelden van veelvoorkomende criminaliteit. Het gaat om bijvoorbeeld winkeldiefstal, uitgaansgeweld, verkeersovertredingen en geld opnemen met gestolen pinpassen. Nauta kan net zo goed dozen vol usb-sticks en harde schijven laten zien. Hij wil er maar mee zeggen: hoewel de wereld digitaliseert, blijft een groot deel van de video?s op gegevensdragers binnenkomen bij de politie.

Al die beelden moeten door de politie worden bekeken. ,,Het is aan ons om er achter te komen of er alleen schimmen in de mist op staan, of dat de opsporing er daadwerkelijk iets aan heeft?, zegt Nauta.

Extra werk
De grote bulk fysieke gegevensdragers levert de politie volgens Nauta in de hele organisatie een boel extra werk op. Het kunnen afspelen van de filmpjes is ook een probleem. Want elk beveiligingssysteem heeft weer zijn eigen software om de beelden te kunnen bekijken. Met een simpele mediaplayer van Windows alleen red je het niet. Dus hebben Nauta en Van Dijk inmiddels de beschikking over zo?n tweehonderd verschillende programma?s om video?s mee af te spelen, tot de meest obscure Chinese aan toe.

Aan de gribus aan videoplayers is niet direct iets te doen, maar aan de manier waarop al het materiaal wordt aangeleverd wel, bedacht het digitale duo. ,,Dat moest slimmer, innovatiever?, zegt Nauta. Hij ontwikkelde het programma dat er toe moet leiden dat een groot deel van het videomateriaal straks digitaal wordt aangeleverd. Dus niet meer op schijfjes en usb-sticks.

Smartphone-beelden
Wie in Noord-Nederland aangifte doet, krijgt daarom nu een mail toegestuurd met daarin een link waarmee een video van het misdrijf kan worden ge?pload naar de politie. ,,Alles zo simpel mogelijk?, aldus Nauta. ,,Dat moet, anders gaat het onherroepelijk mis.?

Dit jaar moet blijken hoe werkbaar de proef met live smartphone-beelden is. Mogelijk wordt de werkwijze in de hele politieorganisatie doorgevoerd.

Bron: Dagblad van het Noorden, RBenW

Internet Referral Unit: Internetpolitie op social media

twitter guns

Een landelijke politie-eenheid gaat zich bezighouden met het bestrijden van IS-propaganda op internet.?In sommige gevallen zal providers gevraagd worden de berichten te verwijderen.
Het team, met de naam Internet Referral Unit, gaat ook meehelpen om de verspreiders van de propaganda van de terreurgroep te achterhalen. Deze maand worden vijf politiemedewerkers geworven voor de eenheid.

De politie heeft met deze aanpak al bijna een?jaar?ge?xperimenteerd. In die periode werden negentien jihadistische berichten ge?dentificeerd, waarvan er tien werden gemeld aan providers. Die hebben op hun beurt zeven van die berichten verwijderd. Sommige van de niet doorgegeven berichten werden zelf al door providers gewist.
‘G?nante situatie’

Het plan voor een dergelijke eenheid was er al langer, maar tot nu toe kwam het niet van de grond. In 2014 stond in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme al dat de politie cyberjihadisten hard zou gaan aanpakken en dat er een zwarte lijst zou komen van jihadistische websites. De ministeries van Veiligheid en Justitie en?Sociale Zaken erkennen dat beide maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Onder ambtenaren wordt gesproken van een “g?nante situatie”, schrijft de NRC.

De Nationale Politie erkent tegen de NOS?dat het veel tijd heeft gekost om de werkwijze van het IRU te ontwikkelen, zoals dit ook op EU niveau al gangbaar is. Wanneer de onlineberichten opruiend zijn of werven voor de gewapende strijd kan de politie actie ondernemen.

“We hebben veel aandacht besteed aan het defini?ren van die twee pijlers. Dat is gebeurd in samenspraak met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.?We willen voorkomen dat we een soort internetpolitie worden die tornt aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt Suzanne de Graaf van de Nationale Politie. Ook kost het werven van het juiste personeel veel tijd.

Deze week?werd bekend dat nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel Twitter aanklagen. Het sociale medium zou te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat IS het platform gebruikt als “krachtig wapen voor terrorisme”.

Normoverschrijdend gedrag

Het onderzoek van Elien Padje benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen, waaronder de politie, om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden dat bovendien moet resulteren in een meer geco?rdineerde en eenduidige aanpak.

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen ging het?Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing?vorig jaar nog uitgebreid?in, met de roep om van kijken en begrijpen ook over te gaan tot ingrijpen.

Digigeren

In de publicatie #SM @OOV presenteerde TNO jaren geleden al haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. ?Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers?, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. ?De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO aanvullende methoden die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.?

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een voorbeeld van zo’n nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: ?Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.? Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. ?Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.?

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht. Lees hier meer over de methode die al eerder werd toegepast op normoverschrijdend gedrag online in relatie tot?grooming.

 

 

 

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: NOS, Computable, Elsevier

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

Jonge meiden moeten misdaad meer melden

meldmisdaadanoniem

Onder de naam ‘je zal hem maar tegenkomen’ start Meld Misdaad Anoniem vandaag een campagne om meisjes en jonge vrouwen over te halen om informatie over criminele vriendjes en kennissen te delen met de politie.

Uit onderzoek van de meldlijn blijkt dat veel jonge vrouwen in de leeftijd van 14 tot 22 jaar mensen kennen die criminele dingen hebben gedaan. Jonge daders scheppen graag op tegen leeftijdsgenoten over hun criminele gedrag, zoals het plegen van diefstal, beroving, vandalisme of een overval.

Toch blijkt de drempel voor de meiden om met die informatie naar de politie te stappen voor veel jongeren te groot. Daarom worden de komende maanden korte filmpjes verspreid op sociale media en online platforms over de dilemma’s die gepaard gaan met het melden van een criminele activiteit. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de campagne mede financiert, hoopt hiermee meer tips te krijgen over daders, die nu vaak onder de radar blijven.

In EenVandaag praten we met Annemarie van der Burg, projectleider van Meld Misdaad Anoniem over de nieuwe campagne en met Psychiater Jeanine te Velthuis van Expertisebureau Kwetsbare Meiden over de mogelijke keerzijde van het melden van criminele activiteiten over vrienden.

Bronnen: EenVandaag, MeldMisdaadAnoniem

Another crimefighting tool on our belt

social_media_police__hajo

Enkele maanden geleden werd misschien wel de meest imposante loopbaan uit de geschiedenis van de politie afgesloten. William Joseph (Bill) Bratton vertrok bij de New Yorkse politie. Zijn naam is verbonden aan, bij elke politieman- en vrouw inmiddels bekende, begrippen als het Zero Tolerance, CompStat en Predictive Policing. Voor hem is het altijd vanzelfsprekend geweest dat politiemensen gebruikmaken van de laatste innovaties. Als ik aan Bratton denk, zie ik agenten met aan hun koppel niet alleen een wapen, handboeien, pepperspray, maar ook een up to date smart device, waarmee ze in verbinding staan met Facebook en Twitter. In de woorden van Bratton zijn de sociale media ‘another crime fighting tool on our belt’.

Bill Bratton: The future of policing

Voor de verbetering van de opsporing is er behoefte aan het soort innovatieve elan dat Bratton zijn hele loopbaan heeft gekenmerkt. Maar met elan alleen kom je er niet. Vernieuwing vereist het vermogen te zien welke mogelijkheden zich voor ons werk aandienen. Een van de grote revoluties in het opsporingswerk werd ingeleid door wat we leerden over DNA en DNA-sporen. Cruciaal was echter dat onze voorvaderen in de opsporing begrepen welke mogelijkheden die kennis bood. Inmiddels zijn we gewend aan het beeld van de witte tenten waarin de sporen worden veilig gesteld.

Historisch overzicht 25 jaar DNA mooi in beeld gebracht:

De sociale media zijn voor een vergelijkbare revolutie aan het zorgen. Vandaar de titel van het boek dat ik in 2013 samen met Arnout de Vries van het TNO publiceerde: Social Media, het nieuwe DNA. De sociale media zullen op alle aspecten van het onderzoek impact hebben. We hebben te maken met nieuwe (digitale) sporen. Met een ander soort daders en slachtoffers. Het biedt andere manieren om het publiek in te schakelen. Dat is wat Bratton bedoeld met zijn uitspraak dat we er een tool on our belt bijkrijgen.

De kunst is er voor te zorgen dat we die optimaal gaan gebruiken. Wat dat betreft is er goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat sociale media nu al volop door de politie en door de opsporing worden ingezet. Denk aan WhatsApp-groepen van wijkagenten.

De Amber Alerts. Twitterende wijkagenten. De weblogs en facebookpagina’s van basisteams. Het gespecialiseerde onderzoek in de strijd tegen High-Tech-Crime. Het minder goede nieuws is dat politieleiders zich vaak toch nog onvoldoende bewust zijn van de mogelijkheden om de hulp van burgers in te roepen om informatie te verzamelen, of van andere manieren om actief met het verzamelen van digitale sporen aan de slag te gaan. In het in 2013 verschenen onderzoek Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap zegt een politieleider bijvoorbeeld: “Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben al een paar keer gehad dat we, nou ja ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op zijn minst getuige waren geweest van een delict.”

Het moet dus echt beter. De komende tijd hoop ik daaraan op deze plek een bescheiden bijdrage te leveren: door voorbeelden te geven van wat sociale media voor de opsporing gaan betekenen.

Onderzoek Recherchebazen:

Bron: Columns Herijking Opsporing