Categoriearchief: Best Practice

Duizenden digitale buurtwachten. Hoe werkt het en wordt het veiliger?

Overal in Nederland verenigen buurtbewoners zich in Whatsappgroepen om de boel in de gaten te houden. Nederland telt intussen duizenden van zulke digitale buurtwachten. Hoe werkt het en worden wijken er veiliger van?

?De politie kan niet permanent op elke straathoek staan?

Kat verdwenen, fiets gestolen, oppas gevraagd; zulke berichten horen niet thuis in een WhatsAppgroep buurtpreventie. ?Je moet alleen iets melden als je nog iets verdachts ziet, want dan kunnen de buurt en de politie actie ondernemen?, zegt Hielke Bethlehem (53), die in Ede-West betrokken was bij de oprichting van WhatsAppgroepen. Ede West was een van de eerste wijken in Nederland met een digitale buurtwacht. Ede-Rietkampen was de allereerste. In 2012 werd daar zoveel ingebroken, dat het werk van de wijkagenten vrijwel geheel bestond uit het opnemen van aangiftes. Op hun voorstel gingen bewoners elkaar via WhatsApp waarschuwen voor onraad. Het jaar erna nam het aantal inbraken af met bijna 40 procent. Snel daarop vond het initiatief navolging in andere Edese wijken. Bethlehem reageerde op een oproep van de wijkagenten en werd co?rdinator voor Ede-West. Op basis van de ervaringen van de politie in Ede-Rietkampen, bedachten de wijkagenten en Bethlehem samen regels om WhatsAppgroepen te laten functioneren. ?Dus geen berichten over buurtbarbecues of kaartavondjes. Dan verslapt de aandacht en haken mensen op den duur af.? Hun zogenoemde SAAR-methode (zie kadertekst) wordt door veel WhatsAppgroepen overgenomen. SAAR staat voor?Signaleren van de verdachte, Alarmeren van de politie via 112, Appen met de overige buurtbewoners en vervolgens Reageren, door de persoon die zich verdacht gedraagt aan te spreken.

De SAAR-methode:

  • Signaleer een verdachte situatie: er klimt b? voorbeeld iemand b? de buren over de schutting.
  • Alarmeer de politie via 112. Maar alleen als er nog een verdachte in beeld is. De politie houdt contact met de melder.
  • App. Deel observatie, eventueel met een foto of filmpje. Meld dat 112 is gebeld, om te voorkomen dat meer deelnemers bellen.
  • Reageer, als dat veilig l?kt te kunnen, door de persoon in kwestie aan te spreken.

wabp-grafiek

Natuurlijk loop je dan de kans dat die de benen neemt. ?Misschien?, zegt Bethlehem, ?maar het belangrijkste doel van de groepsapp is inbraken voorkomen.? En misschien houdt de politie hem dan een?paar straten verderop aan. ?Omdat alle deelnemers in de groepsapp hem zullen proberen te volgen.? De beheerders van alle digitale buurtwachten in Ede zitten samen ook in een aparte groepsapp. Zo kunnen berichten met meerdere wijken worden gedeeld. In alle wijken van de stad zijn intussen WhatsAppgroepen actief met in totaal zo?n drieduizend deelnemers. Ook in de meeste omliggende dorpen van de gemeente Ede hebben buurtbewoners zich digitaal verenigd. Het aantal woninginbraken in de gemeente nam in 2014 met 45 procent af in vergelijking met het jaar ervoor. Vorig jaar registreerde de politie wederom een daling van 15 procent. Bethlehem: ?In sommige wijken is het zo rustig dat groepsleden zich opnieuw aanmelden omdat ze denken dat ze eruit zijn gegooid.? Waterbedeffect bl?ft uit Het voorbeeld van Ede vond hier en daar al navolging, maar de landelijke groei zette pas goed in toen de Tilburg universiteit in oktober 2015 met de uitkomst kwam van een onderzoek naar het effect van dergelijke WhatsAppgroepen. De universiteit had het half jaar ervoor het aantal inbraken in 35 buurten in Tilburg geteld, voor en na de invoering van een digitale buurtwacht. Het totaal aantal inbraken daalde van 60 naar 30 per maand. Die daling is volgens onderzoeksleider en ?misdaadeconoom? Ben Vollaard het gevolg van een combinatie van factoren. ?Waarschuwingsstickers en -borden in de wijk die erop wijzen dat er een groep actief is (verkrijgbaar via wabp.nl, Red.), hebben een preventieve werking. En ik denk dat mensen ook echt alerter zijn als ze meedoen aan een WhatsAppgroep.? Daarbij komt, denkt Vollaard, dat bewoners door de aandacht voor inbraken meer gaan letten op inbraakpreventie. Opvallend is dat het zogenoemde waterbede ect in Tilburg uitbleef; inbrekers zochten hun heil niet in buurten zonder WhatsAppgroep. ?Woninginbraken worden meestal gepleegd door gelegenheidsinbrekers die alleen in de eigen wijk toeslaan?, zegt Vollaard. Inbrekers aangehouden In Tilburg zijn dankzij WhatsAppgroepen zo?n tien inbrekers aangehouden. Ton Evers, oprichter van de eerste digitale buurtwacht in Tilburg, was betrokken bij zo?n actie. ?Een jongen gedroeg zich nerveus bij een woning. De politie werd gealarmeerd en informatie over de knul inclusief een foto werd meteen met de groep gedeeld.? De jongen vluchtte, maar de deelnemers van de groepsapp hielden elkaar op de hoogte van de route die hij afl egde. ?Zo kon de 112-melder de politie vertellen wat de?laatste stand van zaken was. Hij gaf de laatste update uit de WhatssAppgroep door.? Daardoor kon de politie de jongen op het station aanhouden. ?Het e ectief inzetten van die honderden extra ogen op straat verklaart volgens Vollaard het succes van de WhatsAppgroepen. ?De politie kan niet permanent op elke straathoek staan. Je moet het van de bewoners hebben.? In heel Tilburg, waar nu 90 groepen actief zijn, daalde het aantal woninginbraken vorig?jaar met bijna 40 procent ten opzichte van 2011.?

wabp-kaart

Tips voor een WhatsAppgroep:

  • Maak afspraken over b? voorbeeld de minimumleeft?d van de deelnemers en welke straten deelnemen.
  • Zorg voor een of meerdere beheerders van de groep. Z? onderhouden contact met de w?kagent en eventueel andere groepen in de buurt.
  • De WhatsAppgroep is een burgerinitiatief. De politie komt pas in actie na een melding b? 112.
  • Hanteer de SAAR-methode.
  • Gebruik een afw?kend meldingsgeluid voor de app.
  • Gebruik de WhatsAppgroep alleen voor verdachte situaties en niet voor andere buurtberichten. Anders wordt de attentiewaarde minder.
  • Bent u melder van een 112-bericht? Deel dan de informatie die u van de politie kr?gt met de groep, zodat iedereen betrokken bl?ft.

Op heterdaad Landelijk daalde het aantal geregistreerde inbraken vorig jaar onder de 65 duizend, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2012 was dat nog ruim 91 duizend. De politie schrijft deze daling niet uitsluitend toe aan de opkomst van de WhatsAppgroepen. ?Ook andere burgerinitiatieven (zie kader) en voorlichting door de politie dragen hieraan bij?, zegt Sybren van der Velden, landelijk projectleider Woninginbraak bij de Nationale Politie. ?Wat we van oudsher wel weten, is dat van alle aanhoudingen van inbrekers op heterdaad, 80 procent dankzij meldingen van burgers gebeurt.? Hoeveel digitale buurtwachten Nederland telt, is niet bekend, omdat registratie niet verplicht is. Maar op de site van WhatsApp Buurtpreventie (wabp.nl) hebben zich 3.301 groepen aangemeld, waarvan 21 vlak over de grens in Belgi? een oogje in het zeil houden. Stephanie Nap (37), zelf meerdere malen slachto er van een woninginbraak, begon wabp.nl vorig jaar om beginnende groepen te helpen. Op haar site houdt ze onder meer bij?waar al buurtwachten actief zijn, op een kaart, inclusief contactgegevens. ?Ik vind samenwerking tussen aangrenzende buurten belangrijk?, zegt Nap. Projectleider Woninginbraak Van der Velden adviseert groepen zich vooral ook aan te melden bij de gemeente en de wijkagent. Van der Velden is zelf beheerder van een digitale buurtwacht in zijn woonplaats en heeft geregeld contact met de wijkagent. ?WhatsApp?Buurtpreventie en de gemeente faciliteren de groepen en de politie wil graag ondersteunen.? Verdachte situatie Wordt de politie niet overstelpt met 112-meldingen van enthousiaste whatsappers? ?Nee, dat is niet het geval?, zegt Van der Velden. Dankzij de SAAR-methode, vermoedt hij. ?Mensen weten dat ze alleen een melding mogen doen bij een verdachte situatie waarbij ze nog een persoon zien.? Wat verdacht is, is overigens niet altijd even simpel vast te stellen. Van der Velden: ?Dat is altijd lastig. Iets wat afwijkt van het normale straatbeeld,? Gewoon afgaan op je onderbuikgevoel, adviseert Hielke Bethlehem. Garanties zijn er niet. Zo zag Bethlehem twee jongens meerdere keren door zijn straat lopen en bij huizen naar binnen kijken. Hij vertrouwde het niet, belde de politie en appte zijn groep. De jongens verdwenen uit zijn zicht, maar de politie wist hen toch te vinden en aan te spreken. Bleken het twee onschuldige jongens te zijn die een afspraak hadden met een meisje, maar haar huisnummer niet meer wisten. En dat konden ze met een WhatsAppbericht bewijzen.

Bronnen: Eigen Huis

https://issuu.com/eigenhuis/docs/preview_ehm_juni_2016/3?e=2414833/36099823

Bitcoins is het nieuwe geld van de onderwereld

bitcoins_verbieden-480x270

Tien verdachten die komend jaar in het internationale bitcoin-onderzoek ‘IJsberg’ voor de rechter staan, werden opgepakt nadat banken iets opmerkelijks hadden gemeld. De verdachten schreven ongewoon grote geldbedragen over en namen dat geld vervolgens onmiddellijk contant op.
Het is een typische praktijk in het kat-en-muisspel dat criminele organisaties en de opsporingsdiensten met elkaar uitvechten: hoe kun je de winst uit criminele activiteiten witwassen zonder dat dit opvalt?

Reservemunt van het dark web
Dat spel is de voorbije jaren ingrijpend veranderd door de opkomst van bitcoin. Wie weet waar hij mee bezig is, kan de internetmunt gebruiken zonder zijn identiteit te verraden. Meer dan 40% van de onlinetransacties tussen criminelen loopt via bitcoin, zo blijkt uit de cybercrimerapportage 2015 van politie-organisatie Europol. Bitcoin is inmiddels de ‘reservemunt’ van het dark web, de schimmige achterafsteegjes van het internet waar de handel in onder meer wapens, drugs en gestolen creditcardgegevens plaatsvindt.

Zo zouden ook de verdachten in de IJsberg-zaak te werk zijn gegaan. Het tiental bestaat uit handelaren die op het dark web in illegale goederen zouden hebben gehandeld en uit zogenoemde bitcoincashers, mensen die zijn gespecialiseerd in het omwisselen van de opbrengst van bitcoin naar euro’s. Bij hun arrestatie werden luxe voertuigen, contanten, bankrekeningen, bitcoinaccounts en grondstoffen voor de productie van xtc in beslag genomen.

Vastgelegd op blockchain
‘Bitcoin heeft de reputatie een anonieme valuta te zijn, maar in werkelijkheid is pseudoniem een beter woord’, zegt Rolf van Wegberg van kennisinstituut TNO, die onderzoek deed naar witwassen via bitcoin. Iedere bitcointransactie wordt namelijk vastgelegd op de blockchain, het openbare online transactiearchief. ‘Zo is iedere bitcoin te volgen, maar zolang er geen koppeling kan worden gemaakt tussen een bitcoinrekening en een bankrekening, kan niemand aan de bitcoins met criminele herkomst worden gekoppeld.’
Vandaar dat de handelaren uit de IJsberg-zaak gebruikmaakten van ‘cashers’: zijn wisselen de bitcoins om, nemen de euro’s cash op en geven die aan de handelaren.
Iedere bitcoin is te volgen, maar is niet altijd te koppelen aan een bankrekening ? en dus een persoon

Grabbelton voor bitcoins
Toch denkt het OM in de IJsberg-zaak de bitcoin wel aan de criminele handelaren te kunnen linken. Daarom bouwen criminelen tegenwoordig vaak een extra veiligheidsmaatregel in: de bitcoinmixer. Dit is het darkweb-equivalent van de grabbelton: een grote bak met bitcoins van diverse eigenaren. Een crimineel kan zijn bitcoins in de mixer stoppen en krijgt er fracties van willekeurige andere bitcoins uit de mixer voor terug op een nieuwe rekening. ‘Zo is de link tussen criminele transactie en de opbrengst in bitcoin verbroken’, aldus Van Wegberg.
Hij testte voor zijn onderzoek een handvol bitcoinmixers, met namen als OnionWallet en BitcoinBoost. Net als bij populaire reiswebsites als Airbnb en Booking.com draait het ook op het dark web om gebruikersbeoordelingen. ‘Die mixers worden door gebruikers gerecenseerd en dat werkt perfect.’ Bij laagbeoordeelde mixers raakte hij zijn geld kwijt, maar bij hoogaangeschreven mixers kreeg hij keurig bitcoins terug die hij kon omzetten naar euro’s en vervolgens via onlinebetaalsystemen PayPal of Western Union kon laten opsturen. ‘Vaak kost witwassen meer dan 40%, maar hier ben je zo’n 15% kwijt.’ Voor dat geld heeft de gebruiker echter nog geen legitieme verklaring voor de herkomst van de bitcoins.

Omgekeerde bewijslast
Bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC) van de Fiod willen ze het gebruik van zo’n mixer als witwasindicator erkend krijgen bij de Financial Intelligence Unit, een zelfstandig onderdeel van de politie. Daarmee zou alleen al het gebruik van een mixer voldoende zijn om een zaak te starten tegen een handelaar. Een beetje zoals het gebruik van een biljet van ?500 ook een ‘red flag’ is. Een crimineel kan dan voor witwassen worden vervolgd, in plaats van voor de oorspronkelijke ? vaak moeilijk te bewijzen ? criminele transactie waarmee de bitcoins zijn verdiend. Medewerker opsporing Suzanne Visser: ‘Waarom zou je gebruikmaken van een dienst waar geen logische economische verklaring voor is, anders dan het verhullen van de herkomst?’

Betaalplatforms

Financi?le dienstverlener Western Union laat weten geen bitcoins of andere digitale valuta te accepteren. Het bedrijf heeft een ‘complianceprogramma’ om de herkomst van geld te monitoren, maar maakt daar verder geen details over openbaar. Het bedrijf zegt alle 200 landen waar het actief is aan de regelgeving te voldoen, waarbij een identificatieplicht voor klanten kan gelden.

Digitaal betaalplatform PayPal zegt ‘een grote verantwoordelijkheid’ te hebben geld ‘veilig en weg van criminelen te houden, kopers en verkopers te beschermen en ervoor te te zorgen dat de geldstromen aan de wet- en regelgeving voldoen’. Het bedrijf heeft ‘een zerotolerancebeleid voor voor het gebruik van ons veilige betaalplatform voor illegale activiteiten en we doen er alles aan om over de hele wereld aan de wet- en regelgeving te voldoen’, aldus een woordvoerder.

Volgens TNO-onderzoeker Van Wegberg hebben veel van de bitcoins in mixers waarschijnlijk inderdaad een illegale herkomst. Toch wijst hij erop dat er ook legitieme redenen kunnen zijn om zo’n mixer te gebruiken. ‘Wat als je bijvoorbeeld een buitenlandse journalist bent in een land als Myanmar? Daar is het wellicht geen goed idee publiekelijk als journalist te werken, en als je je salaris van een buitenlands medium krijgt, loop je in de gaten. Bitcoin biedt dan uitkomst, en met zo’n bitcoinmixer kun je verhullen dat jouw geld van een buitenlands mediabedrijf komt.’
Volgens AMLC-teamleider Ton Scholing hoeft dat geen probleem te zijn. ‘Als iemand niet kan aangeven wat de legale bron is van zijn bitcoins, kunnen we ervan uitgaan dat ze uit illegale bron komen. Het is een soort omgekeerde bewijslast.’

Internationaal onderzoek
In de zaak-IJsberg gingen volgens het OM miljoenen euro’s om zonder dat er een mixer aan te pas kwam. De tien Nederlandse arrestaties waren onderdeel van een grootschalig internationaal onderzoek, waar ook Australi?, Litouwen, Marokko en de VS aan meewerkten. Het tekent het internationale karakter van het dark web. Volgens Rolf van Wegberg moeten er ook bitcoinmixers in Nederland zitten. ‘Met ons goede netwerk zou het een illusie zijn te denken dat dat hier niet gebeurt.’

Bronnen: FD (1, 2), BNR

Overzicht Social Media monitoring tools bij politiekorpsen in de VS

De kaart hieronder toont welke betaalde social media monitoring tools de Amerikaanse politiekorpsen gebruiken:

In een wereld waar steeds meer communicatie te doorzoeken is – en waar mensen hun nieuws?krijgen en delen, hun mening geven en vertellen wat ze doen – is de wetgeving niet in alle landen even duidelijk over wat je met al die informatie mag doen. Daarom heeft het onafhankelijke Brennan Centrum van Justitie, gegevens (die?reeds openbaar waren uit SmartProcure) op een kaart gezet over het gebruik van social media monitoring. Korpsen die minstens $ 10.000 hebben besteed aan social media monitoring software staan op bovenstaande kaart. Bij elkaar opgeteld wordt er in de VS door 151 korpsen miljoenen dollars worden uitgegeven aan dergelijke software. Volgens het IACP (International Association of Chiefs of Police) gebruiken meer dan 300 korpsen dergelijke software en zijn er meer dan 400 veiligheidsorganisaties die social media voor intelligence doeleinden gebruiken.

“We hopen dat mensen de kaart gebruiken om te zien hoe het geld wordt besteed”, zegt Rachel Levinson-Waldman, senior adviseur bij het Brennan Centrum. “Wat zijn de gevolgen hiervan? Wordt dit gebruikt beschermde informatie te controleren? Wordt het gebruikt om een bepaalde vorm van activisme te controleren? In bepaalde gebieden kan men zien dat er zelfs $30.000 tot $100.000 wordt besteed aan dit soort software. Dit kan een publieke discussie op gang brengen. Welke macht en mogelijkheden heeft de politie hiermee in handen, en is dit ook iets wat de gemeenschap wil? Wat is het beleid rond dit soort praktijken? ‘

De kaart richt zich op een?achttal social media monitoring producten: Geofeedia, Media Sonar, Snaptrends, Dataminr, DigitalStakeout, Pathar, Meltwater en Babel Street. Maar de kaart wordt volgens Levinson-Waldman bijgewerkt als er nieuwe tools gebruikt worden.

Als je klikt op een locatie op de kaart zie je?de bevoegdheid van de politie, het aankoopbedrag, het aantal jaren dat men het al gebruikt, een beschrijving van de aankoop, en bronnen of?PDF-bestanden van de aankoop. De kaart toont bijvoorbeeld dat de Los Angeles County $ 137.625 betaalde in de periode 2014-2016 aan Geofeedia, software?die het mogelijk maakt bepaalde geografische gebieden te selecteren en te zoeken naar de openbare berichten op de meest courante sociale platforms. In Baton Rouge, La., betaalde men $ 19.000 aan Geofeedia in dezelfde periode van 2014-2016.

GeoFeedia, MediaSonar en meer…

Het gebruik van social media monitoring door de politie werd niet eerder op deze manier zo breed in kaart gebracht. En er is veel controverse. Zo heeft de ACLU van Californi? onderzoek gedaan naar het gebruik van?Twitter, Facebook en Instagram in relatie tot de software van Geofeedia. Uit e-mails blijkt dat Geofeedia politiekorpsen op een speciale manier toegang gaf tot deze platformen, wat na het uitkomen van dit onderzoek al snel leidde tot het blokkeren van Geofeedia door deze diensten. Ook de software van MediaSonar werd kort daarna geblokkeerd.

“Als ik iemand wil volgen, is dat wel heel iets anders dan de geavanceerde?analytische mogelijkheden die deze bedrijven gebruiken”, zegt Levinson-Waldman. “Als ik iets zie op social media, kan ik reageren of retweeten, maar ik heb geen bevoegdheid om op speciale manieren op te treden. Maar deze software kan veel meer op het gebied van het onderzoeken van hashtags, bijzondere foto’s, of met behulp van geo-sensing of een heel netwerken in beeld brengen van een bepaalde club. ”

In een artikel beschrijven?Rachel Cohn en Angie Liao, twee stagiaires van het centrum, dat een aantal social media monitoring tools?sarcasme kunnen interpreteren in berichten, maar ook de geloofwaardigheid vaststellen en de invloed van een bericht in kaart brengen, dreigingen herkennen op basis van foto’s, en locaties van individuen volgen.

“We kunnen zien dat er enorm veel politie-afdelingen zijn die deze software hebben”, zegt Levinson-Waldman. “En het lijkt, op basis van de bedragen, dat het ook effectief is. Maar of het dat ook is, weten we niet.”

Bronnen: Govtech

Appen met de politie

2014-05-12 18:41:58 GOUDA - Een politieagent stuurt een tweet waarin staat dat de 11-jarige Annemarie Luyten weer is gevonden. De mobiele eenheid van de politie is ingezet bij de zoekactie naar het meisje uit Gouda. ANP MARCO DE SWART

De politie wil bij alle eenheden in?Nederland gaan werken met WhatsApp om sneller en?vaker contact te krijgen met burgers. Die kunnen via de berichtendienst bijvoorbeeld overlast, een inbraak of een verkeerskwestie?melden, een vraag stellen of een getuigenverslag geven.

Met WhatsApp is proefgedraaid bij de eenheid Zeeland-West-Brabant en dat is buitengewoon goed bevallen, zei plaatsvervangend politiechef Jaco van Hoorn op NPO Radio 1. “Het was ook eigenlijk een logische aanvulling op andere sociale media die we gebruiken, zoals Facebook en Twitter.”

Spoedmeldingen

Van Hoorn benadrukt dat WhatsApp niet bedoeld is voor spoedmeldingen. “Die zijn er tijdens de proef gelukkig ook niet veel geweest. Ons advies: bel 112. In noodsituaties telt immers elke seconde en dan is rechtstreeks bellen met 112 het handigst.”

Het aantal onzinmeldingen via WhatsApp viel ook erg mee, zegt Van Hoorn. “In het begin kwamen er een paar, maar dat hield al snel op. Daarna hebben we zulke goede ervaringen opgedaan, dat alle andere politie-eenheden ??n voor ??n vermoedelijk ook zullen aansluiten.”

Vier berichtjes

De proef bij de politie?Zeeland-West-Brabant begon in maart. Bij elkaar namen 3250 mensen contact op. Ze voerden 5100 gesprekken via WhatsApp?met gemiddeld vier berichtjes per gesprek.

De berichtendienst heeft als voordeel dat er ook foto’s, filmpjes en locaties kunnen worden meegestuurd. Doordat de politie niet kan worden opgenomen in een WhatsApp-groep, blijft het contact ??n op ??n. Als bijkomend voordeel wordt genoemd?dat mensen dan bereid zijn meer privacygevoelige informatie te delen.

Bij echt gevoelige zaken of belangrijke meldingen neemt de politie zelf contact op, door te bellen of te mailen.

Bezetting

Het is de vraag of het overal lukt om WhatsApp snel ‘in te voeren’, omdat?de berichten zeven dagen per week van 07.00 tot 22.00 uur moeten worden gelezen. Zeker als er actie moet worden ondernomen, is er?bezetting nodig en die personele consequenties moeten eerst geregeld worden. Rotterdam is in elk geval al wel bezig met het invoeren van de politie-WhatsApp.

Bronnen: NOS, Alarmeringen, Security.nl, Omroep Zeeland, NPO Radio 1

Criminelen vangen met software

pred1

Met behulp van software criminelen op heterdaad betrappen, of voorkomen dat ze toeslaan: het gebeurt allang in Amsterdam. Hoewel er belangrijke gevaren kleven aan de technologie, ziet het ernaar uit dat Predictive Policing de toekomst heeft.

Predictive Policing is het voorspellen van misdaadrisico?s met behulp van software, op grond van grote hoeveelheden data die aan elkaar worden gekoppeld. Ook in Amsterdam gebruikt de politie sinds een jaar Predictive Policing, het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS). Groningen, Enschede en Hoorn volgen dit jaar. Wat zijn de voordelen van dit systeem en wat kunnen we er in de toekomst van verwachten? We vroegen het aan Arnout de Vries van TNO.

Waar gebruikt de Amsterdamse politie Predictive Policing voor?

?Om ?eenvoudige?, maar veel voorkomende misdaden als inbraak en zakkenrollen te voorkomen.?

Wat betekent CAS voor het werk van een politieagent?

?De agenten gaan nog steeds op pad, maar gerichter. Het systeem geeft aan waar en wanneer het risico op een misdaad groot is, maar schrijft niet voor wat de agenten moeten doen. Ga je er bijvoorbeeld naartoe, of hang je camera?s op? De leidinggevende bepaalt altijd al waar de agenten naartoe gaan. Die beslissing is nu deels gebaseerd op de risicobepaling van CAS.?

Werkt het systeem goed?

?De ervaringen in Amsterdam zijn positief, maar wetenschappelijk onderbouwde resultaten zijn er nog niet. We weten dus niet met welk percentage de misdaad is gedaald door dit systeem.?

Welke data gebruikt de politie bij predictive policing?

?Ze gebruiken de misdaadgegevens van de politie zelf, in combinatie met andere data. Denk aan de evenementenkalender of de weersvoorspelling. Is het druk in de binnenstad? Doen mensen hun ramen open? Ook de woonplaats van veelplegers wordt erin meegenomen, want binnen een straal van twee kilometer rondom hun woning is de kans groot dat er iets gebeurt. CAS gebruikt nu al meer dan honderd soorten data.?

Hoe meer data ze gebruiken, des te beter de voorspelling?

?Dat is maar de vraag. Je zou bijvoorbeeld social media kunnen gebruiken om de meest actuele gegevens in je rekenmodel te stoppen. Bij TNO denken we echter, dat het gebruik van nog meer gegevens op een zeker moment alleen zorgt voor optimalisatie in de marge. De opbrengst wordt steeds kleiner. Er bestaat bovendien een risico dat de politie zelf het zicht verliest op het model: hoe meer data je gebruikt, des te complexer worden de berekeningen. Willen we een situatie, waarin de politie zelf geen idee meer heeft waarom het systeem een locatie als risicovol aanwijst??

CAS richt zich vooral op inbraken en zakkenrollen. Komt er een uitbreiding naar andere criminaliteit?

?Zo?n uitbreiding kan zeker, maar is complex en vereist dat je fors inzet op data science. Het is de vraag of de politie hiervoor het geld en de expertise heeft.?

Werkt Predictive Policing altijd beter dan de intu?tie van een agent?

?De software bevat het collectieve geheugen van de politie, dat is meer dan het individu kan onthouden. Maar er kleven ook risico?s aan het gebruik van wiskundige modellen. Zo kan er een tunnelvisie ontstaan, doordat de software zich baseert op data uit het verleden. Als het systeem agenten een wijk in stuurt, zullen deze in veel gevallen wel wat vinden. Als het systeem vervolgens redeneert dat het risico in die wijk groter is dan elders, stuurt het de agenten er nogmaals heen. Zo kan onterecht het idee ontstaan dat die wijk crimineler is dan andere wijken. Die versterkende redeneringsloop kun je onder andere doorbreken door agenten af en toe willekeurig een wijk in te sturen.?

Critici van predictive policing zijn bang dat onterecht mensen op worden gepakt. Is die angst terecht?

?Een veel gebruikt voorbeeld is dat iemand ten onrechte wordt aangehouden, omdat hij ?s nachts toevallig met een schroevendraaier rondloopt over straat. Ook ?racial profiling? kan het systeem insluipen: mechanismen, waardoor mensen met een etnische achtergrond vaker worden aangehouden. Stel, bijvoorbeeld, dat de eerder genoemde wijk toevallig erg multicultureel is. Je moet je bewust zijn van de data het systeem ingaan en welke juist ontbreken. Eigenlijk zou een onafhankelijke ethische ICT-commissie het systeem moeten toetsen.?

Prescriptive policing zou de volgende stap kunnen zijn. Wat houdt dat in?

?Predictive Policing zegt alleen op welk moment er mogelijk iets gaat gebeuren. Prescriptive Policing voorspelt welke maatregel het meest effectief is gebleken om het te voorkomen. Het politiesysteem bevat een schat aan gegevens die nu onbenut blijft. Met smartphones kun je bijvoorbeeld meten waar agenten geweest zijn en deels ook wat ze gedaan hebben. Welk effect heeft dat gehad??

Is de politie hier klaar voor?

De Nederlandse politieleiding stuurt nu juist erg aan op professionele vrijheid van de agenten. Als die vrijheid wordt ingeperkt door software, zal dat lastig te accepteren zijn. Bovendien is er een enorme allergie voor cijfers: een kopje koffie drinken in een buurthuis is moeilijk in cijfers uit te drukken, toch kan het enorm nuttig zijn. Het is heel belangrijk dat agenten en leidinggevenden de toegevoegde waarde van het systeem zelf gaan ervaren. Die mindset is nog belangrijker dan de dataset.?

Is het nog een optie om deze technologie?n links te laten liggen?

?Gezien de effici?ntie van de bedrijfsvoering ligt het voor de hand om toch op predictive en prescriptive policing in te zetten. De politie weet momenteel niet wat allerlei interventies opleveren. Zowel de politiek als de samenleving verwacht dat resultaten aantoonbaar gehaald zijn. En de politie moet steeds meer doen met minder. Deze technologie stelt je daartoe in staat. Wat ook sterk meespeelt, is dat het bedrijfsleven deze systemen wel heel snel accepteert. De beveiliging van steeds meer openbare ruimten, zoals voetbalstadions, bedrijventerreinen en pompstations, raakt geprivatiseerd. Dat kan ertoe leiden dat de politie straks wordt verdrongen door technieken die veel effectiever werken.?

knightscope

Tien mythen over predictive policing

  1. Crimineel gedrag is niet te voorspellen

Criminelen zijn vaak net zulke gewoontedieren als andere mensen. Na een succesvolle woninginbraak zijn ze bijvoorbeeld geneigd het in een vergelijkbare woning in dezelfde omgeving nog eens te proberen. Dergelijke patronen maken woninginbraak redelijk voorspelbaar. ?

  1. Robots zullen agenten vervangen

Predictive policing maakt gebruik van algoritmes om agenten te helpen misdaden te voorkomen. De agenten worden niet vervangen door machines, hoewel hun rol kan veranderen.

  1. Met predictive policing maken boeven geen kans meer

Het algoritme van Predictive Policing wijst plaatsen aan op de kaart: hier is de kans op een misdaad hoog. Welke actie de politie vervolgens het best kan ondernemen, is vaak minder duidelijk. Nieuwe analyses van veel cases (big data) kunnen inzicht geven in de effectiviteit van verschillende maatregelen, want boeven blijven creatief.

  1. Voor een goede voorspelling zijn data nodig van iedereen

De politie analyseert al jarenlang processen verbaal om inzicht te krijgen in misdaadnetwerken. Predictive Policing doet dit ook, maar koppelt meer gegevens in tijd en plaats. Het is niet nodig gebleken om van alle burgers data te verzamelen om te voorspellen op welke plaatsen het risico op een misdaad groot is.

  1. Predictive Policing is een gedachtenpolitie die je oppakt voordat je iets doet.

Met Predictive Policing wil de politie misdrijven voorkomen door op tijd actie te ondernemen. Dat wil niet automatisch zeggen dat onschuldige burgers worden opgepakt voordat ze iets hebben gedaan. Wel is het belangrijk dat Predictive Policing zich baseert op data die onbevooroordeeld en controleerbaar zijn.

  1. Predictive Policing helpt misdaad de maatschappij uit

Predictive Policing biedt geen oplossing voor alle soorten misdaad. Risico?s, veiligheid en politiewerk zijn niet volledig uit te drukken in cijfers, waardoor computermodellen soms tekortschieten. De menselijke benadering van de agent blijft belangrijk en misdaad zal altijd blijven bestaan.

  1. Gezond verstand van de wijkagent is altijd beter dan een stukje software

?Gezond verstand? bevat vaak meer vooroordelen dan software gebaseerd op objectieve statistische modellen. Het is wel belangrijk dat de modellen zelf niet onbedoeld bevooroordeeld ?zijn. Predictive Policing werkt ter aanvulling van gezond agentenverstand.

  1. Predictive Policing is oude wijn in nieuwe zakken

Vroeger gebruikte de politie prikborden met een regiokaart om de criminele ?hotspots? aan te geven, uitgaande van misdaadcijfers uit het verleden. Predictive Policing doet hetzelfde, maar op digitale kaarten die de toekomst tonen. Er worden ook veel meer gegevens aan elkaar gekoppeld. Het is dus eerder nieuwe wijn in oude zakken.

  1. Predictive Policing is plug & play

Predictive Policing lijkt zo simpel: je haalt de criminaliteitsgegevens door een computer en

er rolt een kaart met rode vakjes uit. Organisatorisch vereist de toepassing echter een cultuurverandering. De agenten moeten hun denk- en werkwijze aanpassen.

  1. Agenten laten zich niet sturen door een algoritme

Wanneer agenten zelf ervaren dat Predictive Policing een meerwaarde heeft, zullen ze de technologie eerder accepteren.

Eerder verschenen op TNO Time online?

Buurtwacht nuttig, maar jammer dat het noodzakelijk is

leger

Prima dat er buurtwachten zijn, maar jammer dat het nodig is, zo luidt de conclusie van de deelnemers aan de Stelling van de Dag. ?Dan wordt de boel tenminste in de gaten gehouden?, stelt een respondent, ?want politie zie je niet?.

Het aantal vrijwillige buurtpreventieteams is de afgelopen jaren fors toegenomen. Bijna 40 procent vindt dat geen positieve ontwikkeling. ?Dat er buurtwachten nodig zijn is van de zotte. Dat geeft precies aan hoe ver wij in Nederland zijn afgezakt met politie, aanpak en rechtspraak?, reageert iemand verbolgen.

Mensen voelen zich door de overheid en daardoor ook de politie, niet gehoord en in de steek gelaten, redeneren veel respondenten. Logisch dat steeds meer mensen zich aanmelden als buurtwacht. Een van hen merkt op: ?Probleem is dat de politie niets kan, niets mag en geen gezag meer uitstraalt. Er gebeurt pas iets als de buurt de problemen in het nieuws brengt.?

Zie Maassluis, waar bewoners het afgelopen weekend het heft in eigen hand dreigden te nemen omdat zij vonden dat gemeente en politie niet adequaat ingrepen bij overlastgevende jongeren. Ruim 90 procent kan zich de frustratie van die bewoners heel goed voorstellen. ?De overheid faalt en mensen zien geen andere mogelijkheid.?

De overgrote meerderheid is van mening dat burgerwachten zeker van nut kunnen zijn. Ze hebben een preventieve werking, zorgen voor saamhorigheid in de wijk en kunnen een gevoel van veiligheid cre?ren, worden als voordelen genoemd.

Maar voor sommigen kleven er ook wel wat nadelen aan, zoals het risico op eigen rechter spelen, een tekort aan kennis van wet en regelgeving en beperkte kunde over hoe het best te reageren op bepaalde situaties.

De ervaringen met buurtpreventieteams zijn niet altijd positief. Een respondent vertelt: ?Hier lopen buurtwachten in de wijk, de afvalbakken staan de hele week op straat maar er wordt niets van gezegd. Het zijn gewoon kletsclubjes, die niets aan de veiligheid in de wijk toevoegen, integendeel zelfs.? Een ander: ?Mijn persoonlijke ervaring is dat buurtwachten zichzelf enorm belangrijk vinden en zich willen bewijzen.?

Een buurtwacht kan ook stigmatisering in de hand werken, meent een op de vijf. ?Het grote nadeel is dat zij zelf bepalen wie of wat gevaarlijk of verdacht is. En zeer vaak vindt dit plaats onder hun eigen oordeel, een vooroordeel. Mijn man is al vier keer aangehouden in onze buurt omdat hij de vuilniszakken wegbracht.?

De meeste respondenten vinden het dan ook van groot belang dat de preventieteams samenwerken met politie en gemeenten. ?Stel eisen aan de deelnemers van deze teams; stel een landelijk beleid op (kaders, bevoegdheden en taken); zorg voor een centraal meldpunt.?

Tegenwoordig kunnen buren elkaar ook via een digitale buurtwacht op Whatsapp attenderen op overlastgevend gedrag of verdachte situaties. Niet iedereen ziet daar het voordeel van in. ?Iedereen is verdacht en bij elk geluid wordt een appje gestuurd. Hoe maak je de hele buurt bang voor niets?.

Twee derde is echter van mening dat zo?n app de buurt veiliger maakt. Een gebruiker stelt: ?Sinds wij zelf een whatsapp buurtpreventie hebben, wordt er een stuk minder ingebroken?.

Burgerwacht: zegen of vloek?

De overheid is maar wat blij met de duizenden burgers die via buurtpreventie een oogje in het zeil houden. Maar het gevaar is dat bezorgde buurtwachten voor eigen rechter spelen, zoals afgelopen weekend dreigde in Maassluis. Wat mag je wel verwachten van de burgerwacht?

Boos over de overlast van vernielzuchtige jongeren togen buurtwachten en bewoners in Maassluis zaterdagavond de straat op, waar het tot een handgemeen kwam met een van de jongeren. Burgemeester Haan vond de situatie zo dreigend, dat hij een noodbevel uitvaardigde.

Gemeenten moedigen buurtpreventie aan om criminaliteit in de buurt te signaleren. Burgers geven daar massaal gehoor aan: er bestaan ruim vijfduizend WhatsAppgroepen die veiligheid in de buurt moeten vergroten. Maar wat wordt er eigenlijk verwacht van de onbetaalde vrijwilligers van buurtpreventieteams?

Boze burgers

Juridisch gezien ligt het simpel, legt Jan Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap uit. ?Burgerwachten mogen niks meer dan jij en ik. Als je iemand op heterdaad betrapt bij het plegen van een strafbaar feit, mag je die staande houden tot de politie er is. Als het nodig is, mag je iemand zelfs vastbinden.?

Toch liggen de mogelijkheden van de burgerwacht in de praktijk ingewikkelder. Bij asociaal gedrag is het voor politieagenten vaak al moeilijk om met normloze hangjongeren om te gaan. Voor boze burgers, die zich in de steek gelaten voelen door de gemeente en politie, is dat niet eenvoudiger.

Voor hetzelfde probleem gebruiken burgerwachten ook heel verschillende oplossingen. Zo verbieden gemeente en politie de mensen van de ?nachtpreventie? in het Haagse Laakkwartier met hangjongeren te praten. ?Als ze overlast veroorzaken, melden we dat meteen aan de wijkagenten?, zegt aanvoerder Jan Zuiderhoek van deze buurtwacht.

In Capelle aan den IJssel maakt Alex Weekhout van buurtpreventieteam De Diepen juist steevast een praatje met de jeugd. ?Als je aardig tegen ze doet, zijn ze ook flex tegen jou?, is de ervaring die hij opdeed in het half jaar dat de buurtwacht nu actief is. ?Maar gaan ze te ver, dan is er van ons ook meteen een waarschuwing?, vervolgt hij. ?Nog ??n keer en dan sturen we de handhavers van de gemeente op je af.? In Capelle moet de buurtwacht nog getraind worden door de gemeente. Wel is er al een zes pagina?s tellend document met regels, waaruit blijkt wat absoluut verboden is. ?Iemand staande houden mag wel, iemand meesleuren niet?, noemt hij als voorbeeld.

Zaterdagnacht had zijn team waakzame burgers voor het eerst ?beet?. Een vermoedelijke inbreker gooide een ruit in, lieten buren weten via de app. Via de portofoons, aangestuurd door Weekhouts vrouw die aan haar keukentafel een provisorische ?meldkamer? beheert, wordt iedereen op straat gewaarschuwd. ?We hebben ons opgesplitst en zijn gaan zoeken. Het was uiteindelijk een hele achtervolging, waarbij de inbreker in de sloot sprong. Toen kon hij niet meer weg, en kwam de politie om hem op te halen.?

Zo spannend werd het tijdens de buurtwacht in Laak nooit, zegt Zuiderwijk. ?En ik doe het al sinds het begin in 2003. Wat we vaak tegenkomen, is dat bedrijven niet goed afsluiten. Of mensen die vergeten zijn de auto op slot te doen.? In zo?n geval laten ze de wijkagent het kenteken natrekken. Woont iemand in de straat dan belt burgerwacht Zuiderwijk even aan. ?Laatst bracht ik nog een motorhelm terug die iemand inderhaast had laten liggen. Je kan je voorstellen hoe blij hij was.?

Zowel in Capelle als in Den Haag worden de vrijwilligers vooraf gescreend. De gemeente en de wijkagent kijken of de deelnemers geen crimineel verleden hebben.

Verschillende gemeenten controleren de burgerwachten via vooraf opgelegde spelregels. Gelokt met subsidie voor bijvoorbeeld kleding, portofoons en zaklampen ondertekenen de buurtwachten een convenant, waarin is vastgelegd wat de burgerwachten wel en niet mogen.

?Het is vooral belangrijk dat het contact met de politie goed is geregeld?, zegt een woordvoerder van de Haagse burgemeester Van Aartsen. Een wijkagent heeft bijvoorbeeld geen zin om de hele dag allerlei berichten uit WhatsApp-groepen in zijn gebied te ontvangen. Belangrijke tips worden daarom via de telefoon aan de politie doorgegeven.

Iedereen mag een buurtwacht oprichten. Ook zonder visie op veiligheidsproblemen. Vasco Lub, socioloog aan de Erasmus Universiteit en onderzoeker naar buurtpreventie, pleit voor meer duidelijkheid over wat buurtwachten precies mogen. ?Zij zijn de ogen en oren van de politie bij verdachte situaties. Maar wat onveilig of verdacht is, is voor iedereen weer anders.?

Gerrit van de Kamp, voorzitter van de politievakbond ACP, waarschuwt al langer voor de burgerwacht. ?Ik vind het wel logisch dat burgers boos zijn. Te vaak wil, kan of durft de gemeente haar bevoegdheden niet in te zetten. Dan blijft de irritatie toenemen.?

Hoe vaak buurtpreventie uit de hand loopt, is niet duidelijk. ?Maar schimmige groepjes zijn er wel degelijk. Ze hebben het gevoel dat ze problemen beter zelf kunnen oplossen, voelen zich in de steek gelaten door politie en gemeente?, zegt Eric Bervoets, die onderzoek deed naar problemen in Ede. ?Zij moeten echt aangesproken worden om niet als The A-team door de buurt te rijden.?

Toch handelen burgerwachten over het algemeen niet gewelddadig, volgens onderzoeker Vasco Lub. ?De problematiek bij buurtpreventie zit over het algemeen meer in passieve agressie: een controlecultuur is de wens voor een veilige wijk.?

Voor Zuiderwijk en Weekhout staat vast dat het hebben van een buurtwacht preventief werkt tegen criminaliteit.

Weekhout: ?Sinds wij zes dagen in de week rondlopen, is er nog maar ??n keer ingebroken. En dat was in een steegje dat pikdonker was omdat een lantaarnpaal het niet deed. Hadden wij al weken eerder aan de gemeente doorgegeven, maar die deed niks met de melding.?

Maar het leger op straat, is dat het waard?

buurtwacht-pekela

‘Een buurtwacht voelt veilig’

Martin Romijn en Rachid Aityahya Leden buurtwacht Maassluis
“Sinds de onrust heeft de buurt twee buurtwachten”, zegt Martin Romijn. Hij loopt al drie jaar als vrijwilliger mee. De Marokkaanse vaders lopen sinds drie dagen. Als reactie op de ‘raddraaiers’, zegt Rachid Aityahya. “Ik heb zelf vijf kinderen en voel me verantwoordelijk voor deze wijk.” “Jongens van 12 tot 16 veroorzaken ellende”, zegt Romijn. “Gewoon pubers dus. Maar naar mij luisteren de Marokkaanse jongens niet.” “En naar mij de Nederlandse niet”, zegt Aityahya. Samen lopen ze nu rondes door de wijk om ellende te voorkomen. “Ik ben begonnen wegens de inbraken. Nu spreek ik ook jongeren aan. Wijkbewoners reageren positief, een buurtwacht voelt veilig.”
‘Zo lang het nodig is, gaan we door’

Paul R?bbecke Initiatiefnemer burgerwacht Oude Pekela
Sinds twee weken surveilleert een burgerwacht in Oude Pekela. In het dorp is onrust ontstaan door incidenten met asielzoekers. “Mensen uit Oost-Europa zorgen voor overlast”, zegt initiatiefnemer Paul R?bbecke. “Ze drinken bier in het park, plegen winkeldiefstallen en roepen naar dames. We zijn met twaalf tot vijftien man. Zodra we iets signaleren schakelen we de politie in.” De burgerwacht is spontaan opgericht ‘door bezorgde vaders en boze Pekelders omdat de politie weinig doet’. Volgens R?bbecke voelen dorpelingen zich nu veiliger. “Zolang het rumoerig blijft, gaan we hiermee door”, zegt hij. De burgerwacht is inmiddels in gesprek met de gemeente Pekela.

Bronnen: De Telegraaf (1, 2), ?Trouw, NRC

 

 

Zo wassen criminelen bitcoins op het web wit

witwassen

Geld witwassen? Al Capone deed het via wasserettes.

Hoe de Al Capone van de 21e eeuw zijn geld witwast? Online natuurlijk! Wetenschapper Rolf van Wegberg van de TU Delft ging na hoe je dat met bitcoins doet. Criminelen passen daarbij onder meer een digitale wisseltruc toe.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Kennislink, en is geschreven door?.?Dit artikel is onderdeel van een tweeluik. Lees ook Nadert het einde van de bitcoin?

Daar zit je dan als crimineel met al die bitcoins, het elektronische betaalmiddel. Je hebt een levendig drugshandeltje op het dark net opgezet, een deel van het internet waar je anoniem rond surft en het bijzonder lastig is om getraceerd te worden. Klanten laten uitstekende recensies over de kwaliteit en snelle levering van jouw pillen achter en het loopt storm. De bitcoins stromen binnen.

En dan? Ze zomaar omwisselen voor euro?s is onverstandig. Dat valt de politie meteen op. ?Natuurlijk kun je online van alles en nog wat kopen met het elektronische betaalmiddel. Het is zelfs mogelijk om er huizen mee aan te schaffen. Maar dat zal een crimineel nooit doen, omdat de politie je dan al snel op het spoor is. Bovendien krijgen succesvolle criminelen vaak meer geld binnen dan ze uit kunnen geven?, zegt Rolf van Wegberg, als?cybercrime-onderzoeker verbonden aan de TU Delft en TNO.

witwassen bitcoins Helix

Rechtszaken

Veel boeven op het dark net kiezen daarom voor het witwassen van hun zwarte bitcoins. Net zoals bijvoorbeeld de beruchte maffiabaas Al Capone deed met zijn zwarte geld. Hij waste het wit door een keten van wasserettes op te zetten, en daar komt de term witwassen dus ook vandaan. Capone verdiende veel geld met zijn illegale (drank)handel. Bij de wasserettes van Capone stonden de wasmachines altijd aan. Op die manier kon hij beweren dat hij heel veel klandizie had, terwijl hij in wezen zijn eigen geld in zijn wasserettes pompte en over de ?winst? die hij zo maakte netjes belasting betaalde. Daarmee was zijn zwarte geld dus wit geworden. ?Dat criminelen bitcoins online witwassen is wel zeker, maar hoeveel het er precies zijn, daar hebben we nog geen zicht op?, zegt Van Wegberg. Onlangs nog werden er in Nederland een aantal gesnapt. Inmiddels zijn er rechtszaken tegen deze verdachten in voorbereiding. Van Wegberg trad in de voetsporen van de misdadigers en probeerde hetzelfde te doen als zij: bitcoins witwassen.

Opmerkelijk genoeg kun je nu al helemaal nagaan welke weg bitcoins hebben afgelegd. Dat komt door de zogeheten blockchain van het elektronisch betaalmiddel. Eenvoudig gezegd is dat een soort openbaar kasboek dat iedereen in kan zien, waardoor je na kunt gaan waar de bitcoins zijn geweest.

?Dat maakt criminelen kwetsbaar?, zegt Van Wegberg. Je kunt bitcoins volkomen anoniem gebruiken. Maar stel dat een boef een foutje heeft gemaakt en een emailadres heeft achtergelaten? ?Of dat een ander de identiteit van de crimineel onthult? Dan kan de politie het spoor van de bitcoins achterhalen?, aldus Van Wegberg.

money1

Je kunt bitcoins die zijn verdiend met illegale praktijken vrij eenvoudig witwassen.

Grabbelen

Dat maakt criminelen begrijpelijkerwijs zenuwachtig. ?Daarom is op het dark net een oplossing bedacht: de zogeheten bitcoin-mixer. Dat is een soort virtuele grabbelton. Meerdere criminelen gooien daar hun bitcoins in. Vervolgens krijgen ze volstrekt willekeurig andere ervoor terug.?

Die zijn waarschijnlijk tevens met criminele activiteiten verdiend. Anders gebruik je immers deze grabbelton niet zo snel. ?Maar ze zijn niet verdiend met jouw eigen handel. En dus kun je altijd naar eer en geweten ontkennen dat jij iets te maken had met hoe deze ?nieuwe? bitcoins zijn verdiend. Als jij in Apeldoorn een handeltje hebt en jouw bitcoins uit de mixer komen uit Itali?, dan heb je vrijwel altijd een alibi. Het elektronische geld is nog wel te traceren maar niet meer naar jouw handeltje.?

Geen spoor

Van Wegberg testte in totaal vijf mixers. Twee werkten uitstekend, de drie anderen werden gerund door oplichters. ?Dat is het risico van deze grabbeltonnen. Op het dark net zijn daarom allemaal reviews te vinden van de mixers en die kloppen voor de vijf mixers die wij testten. Als er ??n een slechte of twijfelachtige reputatie had, dan klopte dat.? De mixers vragen zo?n drie procent voor hun diensten.

15285694851_ede084b833_o

Van Wegberg probeerde een jaar lang op alle mogelijke manieren na te gaan of de bitcoins die hij in de grabbeltons stopte tot hem te herleiden vielen. ?Maar we vonden geen spoor van het elektronische geld dat we zelf in de mixer stopten. Kortom, die virtuele grabbeltonnen zorgen er inderdaad voor dat het elektronische geld welhaast niet meer te koppelen valt aan de crimineel die het verdiende.?

Maar dan is de crimineel er natuurlijk nog niet. Een boef heeft nog altijd bitcoins en geen euro?s, dus is er nog een stap nodig. Ze gebruiken daarvoor criminele dienstverleners, die ook op het dark net actief zijn. ?Via deze dienstverleners, maar ook via platforms als PayPal en Western Union kun je eenvoudig en anoniem bitcoins omzetten in geld?, zegt Van Wegberg.

Neapolitan pizza

Rolf van Wegberg kocht pizza?s van zijn ?witgewassen? bitcoins.?

Pizza

Is dat niet vreemd? Je kunt immers aan de bitcoins zien dat ze door een mixer zijn gegaan en zeer waarschijnlijk door illegale handel zijn verkregen? ?Ja, dat is inderdaad opmerkelijk. Zowel Western Union als Paypal zouden moeten weten dat het gebeurt. Ze komen voor in onderzoeken van Interpol. Officieel moeten zij, net als onder meer banken en casino?s, het melden als ze vermoeden dat er een luchtje aan geld zit. Maar bitcoins worden niet als officieel geld gezien, dus valt het daarom niet onder de meldplicht.? Om te laten zien hoe makkelijk het allemaal gaat, wisselde Van Wegberg zijn bitcoins die door de mixer gingen om via een dienstverlener voor euro?s bij Paypal. Vervolgens kocht hij er bij de website thuisbezorgd.nl pizza?s voor. ?Die werden netjes bezorgd. Er werden geen vragen gesteld?, zegt hij.

Nu zal een boef natuurlijk geen pizza?s bestellen van zijn bitcoins, maar het laat zien hoe verrassend eenvoudig het witwassen is. ?Een crimineel zal natuurlijk nog allerlei constructies opzetten om ervoor te zorgen dat het geld echt niet herleidbaar is tot hem of haar. Dus die maakt het bijvoorbeeld over naar een nep-goed doel in het buitenland, die weer een dienst levert aan een ander. Zo komt via een omweg het geld weer terug bij de crimineel.?

Lucratief

Op deze manier veel geld, bijvoorbeeld zestigduizend euro witwassen is potentieel niet zo moeilijk, geeft Van Wegberg aan. Maar elke dag zestigduizend euro witwassen, dat is wel ontzettend lastig. ?Daarom nemen criminelen vaak wel een waardeverlies van vijftig procent voor lief. Het geld gaat dan naar allerlei manieren en trucjes om het geld wit te wassen. De methode die ik heb onderzocht levert maximaal zo?n vijftien procent waardeverlies, maar dan ben je met je omgewisselde geld al bij Paypal. Dat is dus zeer lucratief. Het kan daarom gezien worden als een prikkel voor criminelen om online hun geld wit te wassen.?

Hoe bewijst de politie dat iemand op deze manier geld witwast? ?Dat is erg lastig. Er lopen meerdere zaken, maar juridisch is het een uitdaging. De kennis die we nu hebben opgedaan, helpt ongetwijfeld. Door zelf geld wit te wassen ? uiteraard niet met ?cht crimineel geld ? begrijpen we namelijk beter welke beslissingen een crimineel neemt. En natuurlijk ook waar hij of zij een foutje kan maken.?

Bronnen: Kennislink

Sweetie 2.0

sweetie-2_1_0
?Sweetie 2.0?: Een nieuwe methode om kindmisbruikers op het internet op te sporen, te waarschuwen en af te schrikken, zodat kinderen veiliger kunnen opgroeien.

Met het Sweetie project in 2013 heeft Terre des Hommes aard en omvang aangetoond van een betrekkelijk nieuw fenomeen: webcam child sex tourism. Mannen in rijkere delen van de wereld betalen kinderen in ontwikkelingslanden om voor de webcam sexshows op te voeren. Met name in de Filippijnen worden tienduizenden kinderen op deze wijze seksueel uitgebuit. In 10 weken tijd is Sweetie, een digitaal lokmeisje, erin geslaagd om 1000 mannen uit 71 landen te identificeren. Hun gegevens zijn overhandigd aan Interpol. Arrestaties en veroordelingen hebben inmiddels plaatsgevonden in Australi?, Belgi?, Denemarken, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Er moet echter meer gebeuren.

Met Sweetie 2.0 gaan ?chatbots? in combinatie met digitale nep-kinderen (avatars) duizenden chatrooms op het internet monitoren om mannen die op zoek zijn naar seks met kinderen op te sporen, te identificeren, te ontmoedigen, waarschuwen en afschrikken. In samenwerking met criminologen en psychologen van de Universiteit van Tilburg zal statistisch worden aangetoond dat deze pro-actieve, preventieve wijze van optreden tot het gewenste resultaat leidt; een veiliger internet voor kinderen. De software zal uitgebreid worden getest tijdens de operationele fase en vervolgens beschikbaar worden gesteld aan politie en justitie.

Bronnen: Terres des Hommes

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing

Vandaag ontving Siebe Riedstra, Secretaris Generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het boek ?Van Predictive naar Prescriptive Policing? uit handen van Leen van Duijn, directeur Nationale Veiligheid en Crisismanagement TNO. In dit boek adviseert TNO over de invoering van Predictive policing en Prescriptive policing.

Allereerst gaven?Jeff Brantingham en Sean?Malinowski van de LAPD?een presentatie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie over wetenschap en praktijk van Predpol en daarna was het aan Reinder Doeleman van de politie Amsterdam om de ervaringen?van CAS uit de doeken te doen.

Voor TNO de uitgelezen kans om de publicatie “Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing” aan te bieden. Jeff heeft het altijd over ‘Beyond the box’ , want predictive policing kan zoveel meer zijn?dan alleen vakjes op een kaart voorspellen waar misdaad volgens kansberekening gaat plaatsvinden. TNO trekt de lijn van ontwikkelingen door van predictive naar prescriptive policing. Van misdaad voorspellen tot voorspellend effect van politiewerk.

DSCF5511

Predictive Policing

Predictive Policing is politiewerk aan de hand van voorspellingen. Door verfijnde algoritmen?los te laten op big data kan de politie straks misdaden voorspellen. Predictive Policing biedt?de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het?grootst is. Het werkt preventief. Ook de politie is al aan de slag met deze ontwikkeling. Deze?publicatie beschrijft de ontwikkeling van Predictive Policing en de basisprincipes ervan. De?auteurs ontkrachten 10 mythen rond dit thema, zoals: crimineel gedrag is niet te voorspellen.?Ook gaan ze in op de verschillende ontwikkelingen, zoals PredPol en het Amsterdamse?Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS).

Invoering van Predictive Policing bij de politie kan, maar wat zijn de uitdagingen? Die spelen?zich op meerdere vlakken af: doel en toepassing, mens en organisatie, proces, informatie en?techniek. Wat zijn bijvoorbeeld de juridische en ethische aspecten van Predictive Policing??Hoe moeten mens en organisatie veranderen om dit instrument effectief te gebruiken? Hoe?betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? De effectiviteit van Predictive?Policing hangt in feite af van de informatie die in het systeem wordt ingevoerd. Het gaat?de politie er bovendien niet om zo goed mogelijk te voorspellen waar een incident kan plaatsvinden,?maar om dit incident te voorkomen. De politie zal daarom in kaart moeten brengen?wat de effectiviteit is. Meetbaar maken van het effect van de inzet dus.

Prescriptive Policing

Als Predictive Policing voorspellen is wat er gebeurt als je niets doet, wat is dan Prescriptive?Policing? Prescriptive Policing voorspelt op basis van de kennis van de effecten van bepaalde?interventies wat de effectiviteit van een bepaalde inzet van politiemiddelen zal zijn, gegeven?een specifieke situatie. Het systeem suggereert wat de beste interventie is op basis van
vergelijkbare context, maar de mens beslist uiteindelijk. De ontwikkeling naar Prescriptive?Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel, proces, informatie, techniek en?mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In een stappenplan?onderscheiden de auteurs vier implementatieniveaus, inclusief de stappen die de politie?moet zetten om een niveau hoger te komen. Van Intelligence-led Policing naar Predictive Policing?naar Effect-led Policing naar Prescriptive Policing.

Hoe de politie te werk zou kunnen gaan? Een competitieve test uitvoeren, voor een systeem?kiezen en dat langzaam uitrollen. Dat laatste is belangrijk, omdat mensen een gevoel?moeten krijgen voor de mogelijkheden van het systeem. Invoering van Prescriptive Policing?vraagt dus om professionalisering van de politie. Pas als men meetbaar maakt wat het?effect is van een interventie wordt de stap naar het vierde implementatieniveau mogelijk. De?innovatie moet stapsgewijs plaatsvinden in publiek-private samenwerking met leveranciers?en kennisinstellingen, waarbij in Living Labs wetenschappelijke kennis wordt toegepast in de?politieomgeving, samen met technologieleveranciers.

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]