Tagarchief: amsterdam

Opening academisch jaar Ad de Jonge Centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsstudies

social_networking_services

Altijd al willen weten wat de invloed is van sociale media op inlichtingen? En hoe deze ook door potenti?le opponenten worden ingezet om hun doelen te verwezenlijken?

Op woensdag 17 september opende het Ad de Jonge Centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsstudies het academisch jaar met een openbaar hoorcollege, waarin deze vragen worden beantwoord.

Arnout de Vries (TNO), Paul Ducheine (UvA) en een beleidsadviseur van het Korps Nationale Politie (KNP) zullen ingaan op de verschillende aspecten van het gebruik van social media in inlichtingen. Na de presentaties worden de verschillende vakken uit de minor Inlichtingenstudies van het Ad de Jonge Centrum kort gepresenteerd en is er ruimte om met elkaar in gesprek te gaan tijdens een borrel.

Het programma was als volgt:

17:00-17:05 Introductie contra-Socmint door Willemijn Aerdts (Ad de Jonge Centrum)
17:05-17:35 Arnout de Vries (TNO)
17:35-18:05 Paul Ducheine (UvA)
18:05-18:35 Beleidsadviseur Korps Nationale Politie (KNP)
18:35-19:00 Giliam de Valk (Ad de Jonge Centrum)
19:00-19:15 Pauze
19:15-20:00 Toelichting keuzemodules door de docenten
20:00-21:00 Borrel en minormarkt

Hieronder vind je de presentatie die Arnout de Vries van TNO gaf:

Bronnen: Ad De Jonge Centrum

App: Amsterdam ruimt op!

Amsterdam ruimt op!

opgeruimd opgeruimd5 opgeruimd4 opgeruimd3 opgeruimd2

Zwerfvuil. Fietswrakken. Overlopende afvoerputten, losliggende stoeptegels en hondenpoep. U kunt zich eraan blijven ergeren. Maar u kunt er ook iets aan doen! Met de app Amsterdam ruimt op!

Hoe werkt het?

1. U meldt met uw iPhone de overlast via de app Amsterdam Ruimt Op! Het gaat om overlast in de openbare ruimte: op straat en op de stoep, op het water of in parken.

2. Als u een melding doet, toont Amsterdam Ruimt Op! een kort formulier waarop u het probleem kunt aangeven. U kunt een foto meesturen van hetgeen u hebt gezien.

3. De gemeente controleert de melding en doet er zo snel mogelijk iets aan. De gemeente houdt u op de hoogte van de acties naar aanleiding van uw melding.

Zo werkt Amsterdam Ruimt Op!

Bronnen: Amsterdam, iOS

 

Grooming: man misbruikt honderden kinderen (2 cases)

Webcamzaak Amsterdam

Een 40-jarige Amsterdammer wordt verdacht van seksueel misbruik van ongeveer vierhonderd kinderen tussen twaalf en veertien jaar oud via de webcam.

Politie en justitie hebben tot dusver 56 slachtoffers ge?dentificeerd. Het gaat om een omvangrijk onderzoek. Dit meldt?het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag tijdens een voorbereidende zitting bij de rechtbank Amsterdam in de zaak tegen verdachte Michel S. De verdachte zit al ruim een half jaar vast. Eerder is geen ruchtbaarheid aan de zaak gegeven. In omvang is de zaak?te vergelijken met de zaak tegen de eveneens vorig jaar aan het licht gekomen zaak tegen Frank R. uit Cuijk (zie zaak hieronder), waarin driehonderd meisjes slachtoffer van grooming zouden zijn geworden. In zijn geval kwam het echter ook tot fysieke contacten, bij Michel S. is het niet zover gekomen.?Volgens S.’ advocaat heeft hij daartoe ook geen initiatieven genomen.? De aanklacht tegen S. omschrijft ??n concrete aangifte, waarbij het gaat om grooming van een 12-jarige jongen. S. deed zich daarbij voor als een meisje. Op een harddisk van S. zijn enkele pornografische filmpjes van deze jongen gevonden. Op internet bediende hij zich van verschillende aliassen waarmee hij zijn slachtoffers om de tuin leidde.

Behandeling

S. heeft in eerdere verhoren bij de politie aangegeven dat hij inziet dat hij ‘grenzen heeft overschreden’. Hij wil graag behandeld worden. Hij heeft onder meer verklaard dat hij ‘het boek wil sluiten’. Hij gaf vrijdag ter zitting aan dat hij zijn huidige situatie, in detentie, ‘heel zwaar’ vindt, ‘omdat ik nergens mijn verhaal kwijt kan.’? S. is medewerker bij een bank. Zijn werkgever is op de hoogte van de aard van de zaak, maar heeft hem niet ontslagen. S. is geschorst. Hij is een zogeheten ‘first offender’: S. kwam niet eerder in aanraking met justitie en heeft een blanco strafblad. Zijn ouders waren vrijdag bij de zitting aanwezig.

Onderzoek in Nederland, Belgi?, Spanje en VS

De slachtoffers van S. zijn voornamelijk jongen, maar ook?meisjes. Ze zijn uit het hele land afkomstig, maar niet uit Amsterdam. S. begaf zich volgens justitie onder diverse aliassen in chatrooms om kinderen aan te zetten tot seksuele handelingen. Hij zou daarbij ook hebben gedreigd beelden op internet te zetten of door te spelen aan bekenden of familie van het slachtoffer. Het onderzoek strekt zich uit tot in de Belgi?, Spanje en de Verenigde Staten. In Nederland is niet alleen de Amsterdamse politie bezig met het onderzoek, maar ook rechercheurs elders in het land. De eerste melding bij de politie dateert uit 2012. Het onderzoek kwam in april vorig jaar op stoom, na doorzoekingen in de?woning van S.?en het doorlichten van zijn computer. De politie heeft vermoedens gehad dat S. na deze?doorzoeking opnieuw op zoek is geweest naar kinderen in chatrooms, maar S. ontkende dit vrijdag.

‘Geen toename’?

“Hoewel er nu twee kort op elkaar volgende gevallen zijn, heb ik niet het idee dat deze vorm van misbruik veel vaker voorkomt”, reageert Remco Pijpers, expert op het gebied van kinderen en media voor Mijn Kind Online. “De politie wordt ook steeds handiger in het vinden van dit soort mensen. Bovendien hielden kinderen eerst vaak hun mond tegen hun ouders als iets dergelijks speelde. Doordat er nu meer aandacht is voor deze vorm van misbruik, vertellen ze het eerder aan hun ouders.”

Volgens Pijpers is het vooral belangrijk dat ouders goed met kinderen praten over de gevaren die bij contact via de webcam komen kijken. “Dat kinderen nieuwsgierig zijn is goed, maar ze moeten op jonge leeftijd hun grenzen nog ontdekken. Wees als ouders niet bang om daarover in gesprek te gaan.” “Ouders moeten hun kinderen ook niet bang maken door te veel te wijzen op zaken die niet online niet goed kunnen gaan. Kinderen vrezen dan dat hun ouders boos worden als ze iets meemaken, waardoor ze het niet durven te vertellen. Geef je kind vertrouwen, waardoor ze het idee hebben dat ze bij hun ouders terecht kunnen.” “Kinderen moeten zelf goed beseffen dat ze nee kunnen zeggen en het aan hun ouders moeten vertellen als ze iets meemaken dat ze te ver vinden gaan”, voegt Pijpers toe. “Ze kunnen bijvoorbeeld ook terecht op Meldknop.nl, als ze iemand willen aangeven.”

‘Ernstige kwestie’

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) noemt de omvangrijke Amsterdamse zedenzaak van misbruik via de webcam een ”ernstige kwestie”. Volgens hem hebben politie en Openbaar Ministerie de zaak ”ten volle” aangepakt en zitten ze er bovenop. Hij zei dat vrijdag in reactie op het onderzoek naar Michel S., die verdacht wordt van misbruik van honderden kinderen via de webcam. Opstelten is hard bezig om de politie meer mogelijkheden te geven dergelijk misbruik aan te pakken. Eerder wees de rechter de inzet van een lokpuber af. Opstelten is daarom bezig met een nieuw wetsvoorstel dat inzet van de lokpuber wel mogelijk maakt.

Bovenstaand virtueel meisje, ontwikkeld door kinderrechten organisatie Terre des Hommes, lokt pedofielen in de Philipijnen.

Man misbruikt honderden jonge meisjes

Ongeveer 300 slachtoffers tussen de 10 en 17 jaar uit heel Nederland en Belgi?. De 48-jarige Frank R. wordt onder meer verdacht van grooming, ook wel online kinderlokken, en het bezit van kinderporno. Hij is minimaal 8 jaar actief geweest en er zijn 26.000 filmpjes en 144.000 foto’s van Nederlandse en Belgische kinderen gevonden in zijn woning. Ook stonden op zijn PC een groot aantal seksueel getinte chatgesprekken. In eerste instantie dacht men dat het om 1200 meisjes ging. Het is namelijk lastig te zien wie welk meisje is op de vele filmpjes die in zo?n lange tijdsperiode ook nog veel van uiterlijk veranderen.

Grooming

Grooming is wanneer een volwassene via social media contact aanknoopt met kinderen onder de 16 jaar, met als doel seks te hebben. Volgens landelijk projectleider Walter van Kleef van de Nationale Politie is grooming een maatschappelijk probleem dat steeds groter wordt. “We maken ons veel zorgen over dit internetfenomeen. Het aantal groomingzaken neemt snel toe.” Alleen al in Noord-Nederland zijn er zo’n zes meldingen per dag.

Een groomer probeert onder meer via chatprogramma’s op het internet op sluwe wijze intieme foto’s, beelden of details van de kinderen te krijgen. Vaak doen groomers zich voor als iemand van dezelfde leeftijd, om zo het vertrouwen van de jongeren te winnen. Die denken lange tijd dat ze een bijzondere band met iemand hebben, waardoor de drempel lager wordt om bijvoorbeeld seksueel beeldmateriaal van zichzelf te sturen. Kinderen die eenmaal zijn overgehaald om voor de webcam naaktfilmpjes en -foto’s te maken zouden daarna makkelijk chanteerbaar zijn. De groomer kan de kinderen dwingen om steeds verder te gaan, waarbij hij dreigt anders alles openbaar te maken. Na het uitwisselen van beelden wordt er aangestuurd op een afspraak; maar bij de seks die volgt, is er niet altijd sprake van dwang.

Strafbaar feit

Grooming is een fenomeen dat pas sinds drie jaar strafbaar is in Nederland, maar het voeren van seksuele gesprekken door volwassenen met minderjarigen op internet is nu nog niet strafbaar. Uit onderzoek van Digibewust blijkt dat bijna de helft van de jongeren tussen de 12 en 16 jaar online benaderd is door een onbekende terwijl men dit niet prettig vond.

Preventie is erg lastig. De methode waarin lokpubers gebruikt worden mag in Nederland niet zomaar. Een politieagent mag zich volgens de wet niet voordoen als een minderjarige. Je kunt alleen iemand groomen die werkelijk jonger is dan 16. Een agent die zich op het internet begeeft en er een valse identiteit aanneemt, is niet een werkelijke minderjarige. Ook uitlokking licht bij deze kwetsbare methode op de loer. De lokpuber methode is gemodelleerd naar Amerikaans voorbeeld. In programma’s als NBC?s Dateline doen vrijwilligers van de controversi?le organisatie Perverted Justice zich op sociale media en chatsites voor als tieners. De organisatie werkt samen met de politie; mensen die in de val zijn gelokt, kunnen worden vervolgd en veroordeeld. In de Verenigde Staten hoeft er geen sprake te zijn van een feitelijk minderjarig persoon.

Naast principi?le bezwaren zijn er ook praktische beperkingen zoals het gebruik van beeldmateriaal van minderjarigen. Wie zich als lokpuber voor wil doen op sociale media of in een chatroom, zal van groomers verzoeken krijgen om seksueel getinte foto’s te sturen. De politie mag wettelijk gezien geen foto’s gebruiken van een bestaand kind, dus wat doe je als zo?n groomer vraagt: “Laat eens iets meer van jezelf zien??.

Het OM verdenkt Frank R. van het plegen van ontucht, verleiding van minderjarige meisjes via internet, het bezit van kinderporno en het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag.

Meldingen

De zaak – Ellikom genaamd – kwam aan het licht toen op 18 mei van dit jaar een 12-jarig meisje uit een Gronings dorp verdween. Een dag later vond de politie haar samen met Frank R. in Bedum. Eerder al, in 2012, ging het mis nadat twee ouders zich met hun 16-jarige dochter meldden bij de Drentse zedenpolitie. De dochter had een relatie met Frank R. en de politie sprak uitgebreid met het drietal. Na twee weken besloot het gezin geen aangifte te doen. Schaamte speelt hierbij vaak een belangrijke rol. De twee rechercheurs die de zaak behandelden schreven naar aanleiding van de beslissing van de ouders een eindrapport en sloten de zaak af.

Opsporing

Inmiddels zijn 65 van de 300 meisjes ge?dentificeerd. Het is allemaal handwerk. Rechercheurs pluizen de chatgesprekken uit op zoek naar namen, telefoonnummers, woonplaatsen en andere aanwijzingen. Soms kan men een e-mailadres of IP-adres achterhalen. Alle meisjes identificeren is zeer lastig.

De ervaringen met Project X in Haren hielp de politie met het vinden van persoonsgegevens via internet. En dat is niet eenvoudig door onder andere regelgeving en allerlei verschillende internetproviders. De afgelopen maanden werkten 25 agenten aan de zaak. Onder hen zedenrechercheurs, digitaal rechercheurs, rechercheurs die gespecialiseerd zijn in opsporing via social media, rechercheurs van het team bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme (TBKK), analisten en gewone rechercheurs.

Het is een spel

Er zijn veel tienermeisjes die via social media worden benaderd door mannen die seks willen. ‘Het is een spel’ zeggen meiden die samen achter internet veel lol hebben. Ze vinden het niet eng en al helemaal geen reden om aangifte te doen bij de politie. Want naakte mannen achter de webcam, dat is juist grappig. Favoriet is chatroulette, eigenlijk een website voor boven de 18, maar daarop controleert niemand, dus ook schoolmeisjes kunnen zich aanmelden. Ook Snapchat – een programma waarbij je een foto maar een paar seconden ziet ? accepteren jonge meisjes uitnodigingen van vreemde mannen. Je ziet van tevoren niet of het een bekende is en er kan toevallig iets leuks achter zitten. Vieze potloodventers zien ze maar twee seconden en klikken ze weg. Je klikt erop en het is weer weg.

Update juli 2014:?De rechtbank in Assen heeft Frank R. (49, uit Cuijk)?veroordeeld tot zes jaar celstraf plus tbs. R. stond uiteindelijk terecht voor 21 zedendelicten, waaronder grooming, verkrachting, ontucht en het maken/bezitten van kinderporno. De verdachte deed zich voor als 18-jarige, en wist zo, ?willens en wetens?, vermoedelijk honderden minderjarige meisjes voor de webcam te verleiden tot het plegen van seksuele handelingen. Deze handelingen waren in de helft van het totale aantal tenlasteleggingen in ?aard en omvang niet passend? bij de leeftijden van de meisjes. In enkele gevallen kwam het ook tot fysieke ontmoetingen, waarbij de seks ?extreem was en steeds extremer werd?. Volgens onderzoekers was de verdachte ?sociaal incompetent? en ontwikkelde hij een steeds sterkere voorkeur voor extreme en dominante seks met jonge meisjes van 12 of 13. Tegen hem was tien jaar ge?ist maar de rechtbank vond niet alle aanklachten bewezen. Waar het OM aanvankelijk sprak over ?mogelijk honderden slachtoffers? ?waren slechts 21 zaken in de dagvaarding vermeld. De rechter heeft veel slachtoffers verder een schadevergoeding toegewezen.

Bronnen: Elsevier, Trouw, Nu.nl, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ‘Grooming’ steeds groter probleem?, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ?Politie had R. eerder kunnen pakken?, Elsevier (2013, 19 oktober), ??Pedofielen betrappen;? Digitaal kinderlokken/ Om grooming via internet tegen te gaan, wil minister Opstelten lokpubers inzetten. Maar wat een ogenschijnlijk kleine aanpassing van de wet lijkt, is zowel principieel als praktisch een discutabel middel?, De Volkskrant (2013, 12 oktober). ?Met ??n klik is de naakte man weg?.

 

SMC Amsterdam: rol van sociale media bij (georganiseerde) misdaad

Voor het eerste event van seizoen 2013/2014 zijn we te gast bij?OMspaces?aan de Herengracht, een mooie plek midden in de stad waar het Openbaar Ministerie verschillende bijeenkomsten organiseert. Na een welkomstwoord van bestuurslid?Gitta Bartling, een korte toelichting op?de veranderingen binnen SMC Amsterdam?en het voorstellen van ons nieuwste bestuurslid?Ghislaine Peters, gaan we van start?

Misdaadbestrijding 3.0 & Opsporingscommunicatie

Bart Driessen?werkt al bijna 40 jaar bij de Politie Amsterdam-Amstelland, waar hij inmiddels?verantwoordelijk is voor opsporingscommunicatie. Hij houdt zich dagelijks bezig met de vraag: hoe zet je verschillende communicatiemiddelen zo effectief en effici?nt mogelijk?in om verdachten van misdrijven?op te sporen? Van groot belang hierbij is het zogenaamde?framing; de bewoording die je gebruikt in je opsporingsbericht en de informatie die je wel of juist niet vrij geeft.

Om het publiek te bereiken worden persberichten en televisieprogramma?s zoalsOpsporing Verzocht?en?Hart van Nederland?ingezet. De Politie maakt nog steeds gebruik van deze middelen, maar merkt ook dat de afhankelijkheid van deze traditionele media de snelheid uit het onderzoek kan halen. In de zomer zendt?Opsporing Verzocht?niet uit. Hoe bereik je mensen dan? Het antwoord is via de website?Politie.nl/gezocht. Op deze site staan alle opsporingsberichten uit heel Nederland. Je kan er zien welke misdrijven bij jou in de buurt zijn gepleegd en welke verdachten daarbij worden gezocht. De berichten worden automatisch doorgezet naar verschillende website via RSS, maar ook naar het Twitter-account van de Politie. Zo worden duizenden mensen bereikt.

2013-09-18 - Bart Driessen

Bart leert ons meer over opsporingscommunicatie aan de hand van een aantal cases. De eerste case gaat over de mishandeling van een meisje in een Amsterdams zwembad. Ze werd daar door twee andere meisjes in elkaar geslagen. Het voorval was opgenomen door de bewakingscamera?s van het zwembad en de beelden (alleen van de verdachten,?niet?van de mishandeling zelf)?werden ? na het verplichte overleg met het Openbaar Ministerie ? door de Politie op YouTube geplaatst. Nieuwswebsites namen de video over en binnen 5 dagen kwam de moeder van ??n van de daders haar dochter aangeven. De dader was nu zelf slachtoffer geworden. Ze werd door haar klasgenootjes bedreigd, die de beelden op YouTube ook hadden gezien.

Content, zoals de genoemde video, is een soort ruilmiddel geworden. Nieuwssites zijn voortdurend op zoek naar dit soort content en de Politie kan het bereik van deze sites goed gebruiken bij hun opsporing. Door de inzet van nieuwe media is het oplossingspercentage al met 15% gestegen, maar in de toekomst wil de Politie nog sneller kunnen handelen. Ze zouden meer op een GeenStijl-achtige manier verslag willen kunnen doen, waardoor ze minder afhankelijk zijn en misdrijven effici?nter en effectiever kunnen oplossen.

Sociale media, DNA van de opsporing

Dit sluit mooi aan op het korte verhaal van?Frank Smilda?(Politie Noord-Nederland), die ons vertelt dat de informatie op sociale media wat hem betreft het nieuwe DNA van de opsporing is. Alle informatie die mensen hier zelf op plaatsen zijn van grote waarde voor het oplossen van misdrijven en het opsporen van verdachten. Op de websiteSocialMediaDNA, die hij samen met?Arnout de Vries?(TNO) is gestart, lees je er veel meer over.

Deze nieuwe middelen brengen echter wel een aantal dilemma?s met zich mee. Deze dilemma?s werden eerst door Frank en Arnout toegelicht en daarna in break out sessies verder behandeld.

2013-09-18 - Arnout de Vries

Dilemma 1: Hoe ga je als veiligheidsorganisatie om met bedreigingen via sociale media? Moet je bij ieder bericht ingrijpen of wacht je totdat er veel geklaagd en gebuzzt wordt? En wat is veel? De groep geeft aan, dat dit afhangt van de context. Wat is de impact van de dreiging? Hoe is er omgegaan met eerderde, vergelijkbare berichten en problemen? Iemand zal dit moeten uitzoeken. Volgens de groep kan de wijkagent daarin een belangrijke rol spelen, maar ook burgers kunnen helpen. Er wordt gesproken over gezamenlijke dossiervorming, het inhuren van een bureau of jongeren die hierbij kunnen helpen. Tenslotte wordt nog het verschil tussen een melding en een aangifte benadrukt. Op het moment dat je ergens aangifte van doet,?moet?de Politie daarmee aan de slag gaan. Een melding?kunnen?ze naast zich neerleggen.

Dilemma 2: Wie bepaalt wat een echte dreiging is en of die impact heeft op onze veiligheid? Veiligheidsorganisaties? De overheid? Het sociale platform waarop mensen zichzelf organiseren? Of de burger zelf? Met het uit de hand gelopen Project X feest in Haren (2012) vers in het achterhoofd, gaat de groep aan de slag. Hoewel de veiligheidsorganisaties wel een?worst case scenario?hadden benoemd, hadden ze dit niet uitgewerkt. Ze werden overvallen door de kracht en snelheid van (sociale) media, waardoor het feest uit de hand kon lopen. Er is echter wel veel van geleerd. Arnhem ging een paar maanden later volledig op slot, toen daar een dergelijk feest werd aangekondigd. Iets dat sinds de Tweede Wereld Oorlog niet meer is voorgekomen.?Oplossingen vanuit de groep zijn: in een stadium vroeg stadium virtueel contact zoeken met de doelgroep, maar ook met influencers. Luister goed naar hen, leer veel en probeer te duiden. Op basis daarvan kan je voorspellingen doen, een draaiboek maken, protocol opstellen, maar ? net zo belangrijk ? een communicatie- en contentplan.

2013-09-18 - Frank Smilda

 

Dilemma 3: Hoe kan de Politie bij haar offici?le opsporingstaak sociale media en burgers effectief en effici?nt inztten, zonder de privacy van (potenti?le) criminelen ernstig te schaden? Hoe kan je eigenrecht voorkomen? De groep geeft aan, dat er veel burgerinitiatieven zijn. Zo zijn er straten met een eigen Facebook-groep. Binnen die groep worden buurtbewoners gealarmeerd als er dealers in de straat staan of iemand een fiets probeert te stelen. Helaas komt deze informatie nu nog niet bij de Politie terecht. Het zou fijn zijn als er vanuit de Politie een bepaalde structuur (een soort vast grid) wordt geboden, dat de burger kan gebruiken om meldingen te doen. Dit zorgt ook voor (h)erkenning bij de burger. Het lijkt de groep een goed idee als er meer analyse en duiding van data gedaan kan worden door gebruik te maken van sensoren en de meta data die foto?s en video?s bevatten. De Politie mag van de groep wel wat meer lef tonen: zoek de randen maar op van wat mag en wat wij als samenleving accepteren. Het is goed om de maatschappelijke discussie op gang te brengen.

Dilemma 4: Wat vinden wij acceptabel als het gaat om monitoring van ons gedrag op internet en sociale media? Hoe ver mag een veiligheidsinstantie gaan om het land en de brugers veilig te houden? De groep discussieert over het?profilen?wat veel commerci?le organisaties doen om ons producten en diensten te verkopen. Daar heeft de groep meer moeite mee, dan met het?profilen?van mensen om onze veiligheid te kunnen waarborgen. Wel wil de groep graag de optie hebben om op online netwerken aan te geven welke informatie ze wel en welke informatie ze juist niet willen laten zien. De optie om soms helemaal anoniem te zijn, spreekt mensen ook aan. Eigenlijk tot het moment dat iemand verdacht is en de Politie van het OM toestemming krijgt om iemand te volgen. In dat geval mogen veiligheidsinstanties alle gegevens hebben, zegt de groep. Tenslotte benadrukt de groep het belang van opvoeding / bewustwording: mensen moeten bewust gemaakt worden van het feit dat ze gemonitord worden ? zowel online, als off line. Alles wat je online doet, blijft daar echter altijd staan en de snelheid van deze middelen zorgen er ook voor dat er snel gestigmatiseerd wordt. Houd daar rekening mee.

Na de terugkoppeling vanuit alle groepen liet Frank weten blij te zijn met alle input. Hij gaf aan, veel geleerd te hebben van de discussies en inzichten van de SMC-leden. Wij waren op onze beurt erg blij met de komst van Frank en Arnout naar Amsterdam en het interessante verhaal van Bart. Een stuk wijzer was het voor iedereen tegen 22:00 uur tijd om aan de borrel te gaan. Het OM zorgde niet alleen voor de mooie locatie, maar ook voor de hapjes en drankjes. Veel dank daarvoor!

Wil je meer zien van deze avond? Bekijk dan?het fotoalbum?met fraaie foto?s van huisfotograaf?Daniel van de Wetering?op onze Facebook-pagina. Hoge resolutie foto?s kan je bij Daniel nabestellen.

De uitzondering op de regel: ambtenaren in de openbaarheid

uitzondering

?Fantastisch dat we actief aan de slag gaan met social media! Maar ??n ding: zou jij daar op jouw dossier niets mee willen doen? Dat ligt nogal gevoelig.? Deze ? waargebeurde ? conversatie tussen een ambtenaar en zijn manager legt precies de paradox bloot rond ambtenaren in de openbaarheid, waar EMMA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar verrichtte.

Enerzijds erkennen ambtenaren het belang van een transparante en interactieve overheid, anderzijds zijn ze heel goed in staat uit te leggen waarom ze zich hier in veel gevallen niet naar (kunnen) gedragen. Dat blijkt uit ons verkennende onderzoek De uitzondering op de regel, waarin we hebben gekeken naar het gedrag van ambtenaren in de openbaarheid en de factoren die hierop van invloed zijn. Dat deden we aan de hand van een literatuuronderzoek, een enqu?te onder 1.522 Rijksambtenaren, een social media-analyse van ambtelijk gedrag en een tweetal expertsessies.

Naar binnen gericht professioneel netwerk
Wat doen ambtenaren in de openbaarheid en wat zijn hun motieven? Of, als ze niet in de openbaarheid treden: welke obstakels houden hen dan tegen? Uit de enqu?te bleek dat iets meer dan een vijfde van de 1.522 ondervraagde ambtenaren het afgelopen jaar in de openbaarheid is getreden, zowel op online als offline platforms. Onze data-analyse laat zien dat hogere inkomens en opleidingen relatief vaker naar buiten treden, net als ambtenaren met bepaalde functieomschrijvingen (bijvoorbeeld internationaal werk en beleidsontwikkeling). Wel blijft het online netwerk van twitterende ambtenaren een naar binnen gericht professioneel netwerk: vrijwel alle actoren zijn (direct of indirect) verbonden aan de overheid; het maatschappelijke middenveld ontbreekt.

Ambtelijke dilemma?s
Ambtenaren herkennen dit beeld. Hun verklaringen over het feit dat slechts een klein gedeelte van hun beroepgroep in de openbaarheid treedt, hebben we opgedeeld in vier categorie?n:

  • Politiek-bestuurlijk: Ondanks dat de samenleving steeds horizontaler geori?nteerd is, blijven binnen de overheid verticale structuren zichtbaar. ?We zijn er voor de samenleving, maar werken voor de minister?, aldus een ambtenaar tijdens de expertsessie.
  • Maatschappelijk: De overheid ligt onder een vergrootglas, vooral in de nieuwe media. En in hoeverre is de netwerksamenleving ge?nteresseerd in lineaire beleidsprocessen?
  • Media: Er bestaat een paradoxaal verband tussen een interactieve en snelle overheid enerzijds en een betrouwbare en precieze overheid anderzijds. Het is niet altijd even gemakkelijk om de berg aan (digitale) informatie (snel) te duiden en hierop in te spelen.
  • Priv?: Niet iedere ambtenaar wil even herkenbaar zijn als ambtenaar. Hoe ver kun je gaan in het verspreiden van je eigen mening over maatschappelijke kwesties? Sommige ambtenaren zien dit overigens juist als manier om hun carri?re een boost te geven.

Paradox
Blijkbaar zijn ambtenaren het wel eens met de opvatting dat de overheid moet kantelen en zich de horizontale structuur eigen moet maken. Hun daadwerkelijke gedrag sluit hier echter niet bij aan. Hun dossier ligt gevoelig, de samenleving is er druk over in gesprek, niets doen lijkt misschien de veilige oplossing. Kunnen we dat ook omdraaien? Hoe kunnen ambtenaren op een positieve manier onderdeel worden van het gesprek en hun kennis delen? Dat is de uitdaging voor de komende jaren.

Bronnen: EMMA,?Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infopuntveiligheid

Buurtgroep met ‘good old’ SMS Alert

samensterk

Het preventieproject ?SMS Alert onze (Molen) wijk? is de winnaar van de Hein Roethofprijs 2012. Dat maakte secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, mr. J. Demmink, vandaag bekend in Den Haag.

Volgens de jury is het project uit de vijf genomineerde projecten als beste gekozen vanwege ‘Het succesvol cre?ren van participatie en samenwerking, de tastbare resultaten, de ondersteuning van slachtoffers en er is sprake van een echt burgerinitiatief. Het project is volledig vanuit de bewoners en zonder enige subsidie tot stand gekomen.’

De winnaars ontvingen uit handen van secretaris-generaal Demmink een beeldhouwwerkje en een bedrag van 20.000 euro, te besteden aan de preventie van criminaliteit of het bevorderen van sociale veiligheid.

Winnaar Hein Roethofprijs 2012 met cheque van 20.000 euro

SMS Alert onze (Molen) wijk

De Molenwijk in Amsterdam Noord is een soort voorloper van de Bijlmer, ruim opgezet en met veel hoge flatgebouwen. Als gevolg daarvan kent de wijk een vergelijkbare, maar kleinschaliger, problematiek als in de Bijlmer. In de praktijk betekent dit verloedering, overlast en toename van criminaliteit. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid en veiligheid en de daarmee gepaard gaande gevoelens van onveiligheid onder de bewoners.

Nederland kent vanuit de overheid een aantal initiatieven die met SMS-alert werken. SMS-alert in de Molenwijk werkt andersom. Burgers organiseren en beheren SMS-alert zelf en waarschuwen de politie als ze die nodig hebben.

Werkwijze

SMS-alert werkt als volgt: als een van de deelnemers iets verdachts ziet in de wijk, worden de overige deelnemers gewaarschuwd via een centrale SMS. Deze SMS activeert iedereen en vaak wordt ook contact opgenomen met de politie. De politie kent dit burgerinitiatief en waardeert het zeer.

Deze even simpele als effectieve werkwijze loste inmiddels een aantal belangrijke misdrijven op of voorkwam deze. Als het nodig is gaan deelnemers de straat op om slachtoffers te steunen. Daarnaast overlegt de groep regelmatig over incidenten in de wijk met betrokken professionals. Vanuit dit overleg worden diverse andere activiteiten ontwikkeld om de wijk leefbaar en veilig te maken. De SMS-alert is helemaal zelf door de bewoners georganiseerd zonder enige subsidie. De bewoners betalen de geringe kosten van de sms?jes zelf.

Bewoners maken het verschil in de wijk

Bewoners zien een duidelijke verbetering in de wijk en voelen zich prettiger. Met name op het gebied van overlast is sprake van een aanzienlijke verbetering. De woningbouwvereniging meldt dat het aantal reparaties als gevolg van vandalisme en vernieling overduidelijk is afgenomen. Actieve participatie van bewoners leidde ertoe dat de politie meerdere verdachten kon aanhouden. Vroegtijdige alarmering door buurtbewoners tenslotte zorgde ervoor dat de politie vaker met succes preventief kon opereren. Bewoners voelen duidelijk dat zij het verschil in hun eigen wijk maken.

Hein Roethofprijs

De Hein Roethofprijs is in 1986 ingesteld door het ministerie van Justitie en wordt jaarlijks toegekend aan het beste initiatief in Nederland om criminaliteit te voorkomen of sociale veiligheid te bevorderen. De organisatie is in handen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Utrecht.

Bronnen: Henk Veen, CCV

Politiekids in de wijk

In multiculturele wijken als de Schilderswijk in Den Haag zijn kinderen en jongeren vaak weinig?betrokken bij hun woon- en leefomgeving en zij voelen zich daar ook niet (mede)verantwoordelijk voor.?Zij hebben meestal weinig respect en een negatief beeld over de politie en willen daar dan ook niet mee?samenwerken. In wijken zoals de Schilderswijk werken veel professionele en vrijwilligersorganisaties aan?dezelfde problemen, maar vaak langs elkaar heen.?Al enkele decennia is er enerzijds een daling van de geregistreerde criminaliteit zichtbaar, maar?anderzijds een concentratie van veelvoorkomende criminaliteit op bepaalde plekken en een groeiende??twaalfminners? problematiek. Ook tekent zich een tendens af dat bevolkingsgroepen negatiever over?elkaar en over instituties gaan denken.

Het project Politiekids zet kinderen van 7-10 jaar in voor de veiligheid van de wijk door hen informatie te?laten verstrekken aan bewoners en verkeersdeelnemers. De kinderen ontwikkelen vaardigheden en?verwerven kennis die nodig is om deze taak adequaat te vervullen. Ouders, scholen en?welzijnsinstellingen worden actief bij de uitvoering betrokken. De ca. 55 deelnemertjes zijn afkomstig?van scholen in de buurt en van een kinderproject van een welzijnsinstelling.?Inmiddels is er een stabiele groep ?Kids? gevormd die qua omvang rond de 50 is gebleven. De acties vallen?goed in de buurt. De scholen zien dat de deelnemertjes ?groeien?. Er is belangstelling uit andere?stadsdelen om ook daar met Politiekids te starten.

Burgemeester van Aartsen be?digd Politiekids

De kinderen, tussen de 7 en 10 jaar oud, kregen een echte Politiekids-badge en bijbehorende ?werkkleding?, waarmee ze meteen aan de slag mochten. De kersverse Politiekids gingen in groepjes met een politieagent en enkele ouders de straat op. De dagen worden steeds korter en sneller donker, daarom stond deze middag in het teken van ?Licht zet inbrekers in het zicht?. De Politiekids spraken, onder het toeziend oog van een politieagent en enkele ouders, buurtbewoners aan en reikten een preventiefolder uit met tips hoe zij het beste inbrekers buiten de deur kunnen houden.

Acties

Met een herkenbare pet en geel hesje met daarop politiekids gaan de kinderen aan de slag

Politiekids is een initiatief van de politie in Amsterdam dat nu dus ook in de Schilderswijk is gestart. Twee keer per maand gaat een groep van ongeveer 50 kinderen uit de Schilderswijk, die zich vrijwillig hebben aangemeld, een bepaalde actie onder de aandacht van wijkbewoners brengen. Zij helpen op die manier mee om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. De politiekids spreken bijvoorbeeld fietsers op de stoep aan op hun gedrag of waarschuwen bewoners tegen inbraak of zakkenrollers. De Politiekids, herkenbaar door pet met daarop Politiekids en een geel hesje, krijgen vooraf instructies van een politieagent en helpen bij het uitreiken van preventie- en promotiemateriaal.

Samen met een politieagent de straat op

Kracht

De kracht van het project is dat jongeren onder de 10 jaar op een positieve manier in aanraking komen met de politie. De kinderen leren tijdens de acties over normen en waarden, wat goed en slecht is en worden zich bewust van de gevolgen van ontoelaatbaar gedrag in hun woonomgeving. Samen met de politie en hun ouders werken ze aan een betere buurt.

De politiekids delen flyers uit

Bronnen: Politie.nl, CCV