Tagarchief: social media

Another crimefighting tool on our belt

social_media_police__hajo

Enkele maanden geleden werd misschien wel de meest imposante loopbaan uit de geschiedenis van de politie afgesloten. William Joseph (Bill) Bratton vertrok bij de New Yorkse politie. Zijn naam is verbonden aan, bij elke politieman- en vrouw inmiddels bekende, begrippen als het Zero Tolerance, CompStat en Predictive Policing. Voor hem is het altijd vanzelfsprekend geweest dat politiemensen gebruikmaken van de laatste innovaties. Als ik aan Bratton denk, zie ik agenten met aan hun koppel niet alleen een wapen, handboeien, pepperspray, maar ook een up to date smart device, waarmee ze in verbinding staan met Facebook en Twitter. In de woorden van Bratton zijn de sociale media ‘another crime fighting tool on our belt’.

Bill Bratton: The future of policing

Voor de verbetering van de opsporing is er behoefte aan het soort innovatieve elan dat Bratton zijn hele loopbaan heeft gekenmerkt. Maar met elan alleen kom je er niet. Vernieuwing vereist het vermogen te zien welke mogelijkheden zich voor ons werk aandienen. Een van de grote revoluties in het opsporingswerk werd ingeleid door wat we leerden over DNA en DNA-sporen. Cruciaal was echter dat onze voorvaderen in de opsporing begrepen welke mogelijkheden die kennis bood. Inmiddels zijn we gewend aan het beeld van de witte tenten waarin de sporen worden veilig gesteld.

Historisch overzicht 25 jaar DNA mooi in beeld gebracht:

De sociale media zijn voor een vergelijkbare revolutie aan het zorgen. Vandaar de titel van het boek dat ik in 2013 samen met Arnout de Vries van het TNO publiceerde: Social Media, het nieuwe DNA. De sociale media zullen op alle aspecten van het onderzoek impact hebben. We hebben te maken met nieuwe (digitale) sporen. Met een ander soort daders en slachtoffers. Het biedt andere manieren om het publiek in te schakelen. Dat is wat Bratton bedoeld met zijn uitspraak dat we er een tool on our belt bijkrijgen.

De kunst is er voor te zorgen dat we die optimaal gaan gebruiken. Wat dat betreft is er goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat sociale media nu al volop door de politie en door de opsporing worden ingezet. Denk aan WhatsApp-groepen van wijkagenten.

De Amber Alerts. Twitterende wijkagenten. De weblogs en facebookpagina’s van basisteams. Het gespecialiseerde onderzoek in de strijd tegen High-Tech-Crime. Het minder goede nieuws is dat politieleiders zich vaak toch nog onvoldoende bewust zijn van de mogelijkheden om de hulp van burgers in te roepen om informatie te verzamelen, of van andere manieren om actief met het verzamelen van digitale sporen aan de slag te gaan. In het in 2013 verschenen onderzoek Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap zegt een politieleider bijvoorbeeld: “Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben al een paar keer gehad dat we, nou ja ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op zijn minst getuige waren geweest van een delict.”

Het moet dus echt beter. De komende tijd hoop ik daaraan op deze plek een bescheiden bijdrage te leveren: door voorbeelden te geven van wat sociale media voor de opsporing gaan betekenen.

Onderzoek Recherchebazen:

Bron: Columns Herijking Opsporing

’s Werelds eerste DIY Policing workshop in Berlijn

De Do-It-Yourself Policing workshop die in Berlijn voor het eerst in de wereld georganiseerd werd door het MEDI@4Sec project consortium op 10 januari jl. was een groot succes. Voor de eerste keer konden belanghebbenden uit heel Europa een interactieve dialoog voeren over de toekomst van DIY?Policing, de kansen en uitdagingen voor veiligheidsorganisaties, en de ethische en juridische implicaties. Terwijl de ervaringen in Europa sterk vari?ren, was iedereen er van overtuigd dat het de toekomst van de politie enorm zal veranderen.
Worlds_ first_DIY_Policing_ workshop_13012017_1_800.jpg

 

Social media zorgt dat burgers activiteiten ontplooien die normaal onderdeel waren van het politiewerk en het werk van andere organisaties die zich bezighouden met de openbare veiligheid. Als moderne Sherlock Holmes helpen burgers de politie of nemen ze taken zelfs over. Zij onderzoeken misdaden, identificeren verdachten, vormen lokale buurtwachten, jagen op pedofielen en melden op allerlei manieren?misdaad.

Het doel van het evenement was om de kansen en uitdagingen van de DIY Policing en de relevantie ervan voor de openbare veiligheid voor nu en in de toekomst te bespreken. Een selecte groep genodigden?op deze workshop waren vertegenwoordigers van de wetshandhavingsinstanties, het publiek, diverse publieke veiligheidsorganisaties en onderzoekers uit heel Europa. Door de gedeelde kennis en discussies cre?erden?zij?een begrip?begrip van de mogelijkheden en uitdagingen van de DIY Policing, wisselden ‘best practices’ uit, schetsten toekomstige oplossingen en ontwikkelden input voor een roadmap?en Europese beleidsagenda. Anderen die niet in staat waren om aanwezig te zijn konden het evenement op Twitter volgen en maakten de workshop een trending topic in Nederland en Duitsland.

Worlds_ first_DIY_Policing_ workshop_13012017_2_800.jpg

 

Veel deelnemers erkenden de kracht van sociale netwerken en crowdsourcing voor het verbeteren van intelligence en opsporing. Anderen zagen mogelijkheden voor “toezicht op de politie”, een waakhond functie van burgers om de politie ter verantwoording te blijven roepen en daardoor uiteindelijk hun legitimiteit en kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. Alle deelnemers waren ervan overtuigd dat online DIY Policing de toekomst van de politie enorm zal veranderen. Een van de deelnemers zei: “Kodak werd verwoest door Instagram. Als de politie DIY Policing wil overleven, dan moeten ze veranderen?en die verandering niet van het publiek verlangen”.

Wil meer weten?

Verslagen over de workshop worden momenteel gemaakt door het Media4Sec onderzoeksteam en zullen op de website van het project gedeeld worden. Volg het project op Twitter @MEDIA4SEC of wordt lid van de MEDIA4SEC groep?op LinkedIn om op de hoogte te blijven en ij te dragen aan discussies. Of bekijk alvast de Storify met handmatig geselecteerde tweets over het event:

Source: TNO

Overzicht Social Media monitoring tools bij politiekorpsen in de VS

De kaart hieronder toont welke betaalde social media monitoring tools de Amerikaanse politiekorpsen gebruiken:

In een wereld waar steeds meer communicatie te doorzoeken is – en waar mensen hun nieuws?krijgen en delen, hun mening geven en vertellen wat ze doen – is de wetgeving niet in alle landen even duidelijk over wat je met al die informatie mag doen. Daarom heeft het onafhankelijke Brennan Centrum van Justitie, gegevens (die?reeds openbaar waren uit SmartProcure) op een kaart gezet over het gebruik van social media monitoring. Korpsen die minstens $ 10.000 hebben besteed aan social media monitoring software staan op bovenstaande kaart. Bij elkaar opgeteld wordt er in de VS door 151 korpsen miljoenen dollars worden uitgegeven aan dergelijke software. Volgens het IACP (International Association of Chiefs of Police) gebruiken meer dan 300 korpsen dergelijke software en zijn er meer dan 400 veiligheidsorganisaties die social media voor intelligence doeleinden gebruiken.

“We hopen dat mensen de kaart gebruiken om te zien hoe het geld wordt besteed”, zegt Rachel Levinson-Waldman, senior adviseur bij het Brennan Centrum. “Wat zijn de gevolgen hiervan? Wordt dit gebruikt beschermde informatie te controleren? Wordt het gebruikt om een bepaalde vorm van activisme te controleren? In bepaalde gebieden kan men zien dat er zelfs $30.000 tot $100.000 wordt besteed aan dit soort software. Dit kan een publieke discussie op gang brengen. Welke macht en mogelijkheden heeft de politie hiermee in handen, en is dit ook iets wat de gemeenschap wil? Wat is het beleid rond dit soort praktijken? ‘

De kaart richt zich op een?achttal social media monitoring producten: Geofeedia, Media Sonar, Snaptrends, Dataminr, DigitalStakeout, Pathar, Meltwater en Babel Street. Maar de kaart wordt volgens Levinson-Waldman bijgewerkt als er nieuwe tools gebruikt worden.

Als je klikt op een locatie op de kaart zie je?de bevoegdheid van de politie, het aankoopbedrag, het aantal jaren dat men het al gebruikt, een beschrijving van de aankoop, en bronnen of?PDF-bestanden van de aankoop. De kaart toont bijvoorbeeld dat de Los Angeles County $ 137.625 betaalde in de periode 2014-2016 aan Geofeedia, software?die het mogelijk maakt bepaalde geografische gebieden te selecteren en te zoeken naar de openbare berichten op de meest courante sociale platforms. In Baton Rouge, La., betaalde men $ 19.000 aan Geofeedia in dezelfde periode van 2014-2016.

GeoFeedia, MediaSonar en meer…

Het gebruik van social media monitoring door de politie werd niet eerder op deze manier zo breed in kaart gebracht. En er is veel controverse. Zo heeft de ACLU van Californi? onderzoek gedaan naar het gebruik van?Twitter, Facebook en Instagram in relatie tot de software van Geofeedia. Uit e-mails blijkt dat Geofeedia politiekorpsen op een speciale manier toegang gaf tot deze platformen, wat na het uitkomen van dit onderzoek al snel leidde tot het blokkeren van Geofeedia door deze diensten. Ook de software van MediaSonar werd kort daarna geblokkeerd.

“Als ik iemand wil volgen, is dat wel heel iets anders dan de geavanceerde?analytische mogelijkheden die deze bedrijven gebruiken”, zegt Levinson-Waldman. “Als ik iets zie op social media, kan ik reageren of retweeten, maar ik heb geen bevoegdheid om op speciale manieren op te treden. Maar deze software kan veel meer op het gebied van het onderzoeken van hashtags, bijzondere foto’s, of met behulp van geo-sensing of een heel netwerken in beeld brengen van een bepaalde club. ”

In een artikel beschrijven?Rachel Cohn en Angie Liao, twee stagiaires van het centrum, dat een aantal social media monitoring tools?sarcasme kunnen interpreteren in berichten, maar ook de geloofwaardigheid vaststellen en de invloed van een bericht in kaart brengen, dreigingen herkennen op basis van foto’s, en locaties van individuen volgen.

“We kunnen zien dat er enorm veel politie-afdelingen zijn die deze software hebben”, zegt Levinson-Waldman. “En het lijkt, op basis van de bedragen, dat het ook effectief is. Maar of het dat ook is, weten we niet.”

Bronnen: Govtech

Moord voorspellen op basis van social media woorden

gettyimages-524310122_slide-92ad4da60676965f35e48b2bbe6ec55e5540cc57-s800-c85

Het is een grimmige mijlpaal, maar in Chicago zijn in september van dit jaar al meer dan?500 moorden?gepleegd. De?politie worstelt de laatste jaren met de toename van illegale vuurwapens en de groei van ‘ gang related violence’. Pas nu wordt social media toegevoegd in de aanpak van de vele bendes die al een tijdje gebruik maken van platformen als Facebook, Twitter of YouTube. Het is eenvoudig om daar beelden te vinden over jonge kinderen die geslagen worden of er nog slechter aan toe zijn.

Pizzagate

pizzagate

Uit het AD komt onderstaand bericht over “Pizzagate”: hoe een wilde complottheorie gevaarlijk werd:

Het was al weken slechts een bizarre complottheorie: pizzagate. Een niet op feiten gebaseerde theorie over een pedonetwerk rond de Democratische partij in de Verenigde Staten, gerund vanuit de kelder van een pizzarestaurant in Washington. Tot deze week een gewapende man het restaurant in liep om eigen ‘onderzoek’ te doen.

Het was en is nog steeds onderdeel van de debatten: de niet aflatende stroom nepnieuws tijdens de Amerikaanse verkiezingen. Deze week kwam daar echter een zorgwekkende dynamiek bij toen de 28-jarige Edgar Welch uit North Carolina restaurant Comet Ping Pong belaagde en zelfs een kogel afvuurde in de grond. Het restaurant in Washington was bepaald geen toevallig doelwit, het is al weken slachtoffer van een bizar complot.

Wat is pizzagate?
Pizzagate begon toen complotdenkers bizarre verbanden begonnen te leggen op basis van uitgelekte e-mails van John Podesta, de campagneleider van Hillary Clinton. In de e-mails sprak de eigenaar van Comet Ping Pong, James Alefantis, over een onschuldige benefietavond in zijn restaurant, met de bedoeling geld in te zamelen voor de campagne van Clinton. Volgens complotdenkers blijkt uit de e-mails echter iets heel anders. Het restaurant zou een dekmantel zijn voor een groot satanisch netwerk van kindermisbruikers.

Wat is het bewijs?
Geloof het of niet, maar complotdenkers zien in het woord pizza aanleiding om uit te gaan van kindermisbruik. Het woord zou namelijk in kringen van pedoseksuelen gebruikt worden om pedofilie en kinderporno uit te drukken. Op basis van die aanname zien complotdenkers in de mails van Podesta ineens een wereld aan kindermisbruik. Een lunchafspraak met pizza is niets anders dan een afspraak om kinderen te misbruiken. Een door Podesta beschreven verloren zakdoek met een afbeelding van een pizza het ultieme bewijs van een pedoseksuele voorkeur.

Aangespoord door het pizza-‘bewijs’ doken de complotdenkers in de uitingen op sociale media van de eigenaar van het restaurant en zijn medewerkers. Waar zij een grote foto van een koelkast ontdekten. Op zich niet zo raar voor een restaurant, maar de complotdenkers zagen er al snel de deur in van een sekskelder. Op het instagram-account van de eigenaar werd een foto ontdekt van een man met een kind in zijn armen. Het onschuldige familiekiekje werd meteen gezien als een pedoseksuele daad, de halsketting van de man zou zijn bizarre seksuele voorkeuren onthullen.

Bleef het daar bij?
Niet echt. Complotdenkers gingen verder dan het pizza-restaurant en deden onderzoek naar andere bedrijven in de omgeving. Ze ontdekten iets verderop een organisatie, opgericht om wezen in Ha?ti te helpen. Voor de complotdenkers zonder aarzelen een duidelijk teken van kindermisbruik. Ze gingen zelfs zo ver om te veronderstellen dat alle verdachte gebouwen onder de grond verbonden waren met elkaar en het pizza-restaurant. Uiteraard om grootschalig kindermisbruik mogelijk te maken.

Haatmails
Hoewel de politie in de Verenigde Staten geen spoor van een begin van bewijs heeft gezien voor het bestaan van een netwerk van kindermisbruikers vanuit het pizza-restaurant, werd de eigenaar bedolven onder de dreig- en haatmails. Uiteindelijk kreeg hij in zijn zaak zelfs te maken met een gewapende man die op eigen houtje wel eens wilde weten hoe het nu precies zat.

De gewapende Edgar Welch werd uiteindelijk door de politie afgevoerd. Hij is waarschijnlijk de eerste schutter die op basis van bizarre complotgedachten op deze manier in actie is gekomen. De vraag is echter of hij ook de laatste is.

pizzagate2

 

?

De commentaren bereikten al snel de voordeur van restaurant Comet waar eigenaar James Alefantis een verklaring aflegde:

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec

Stand van zaken: toenemende impact social media op veiligheid

media4sec

Onlangs is nieuw Europees onderzoek gestart naar de toenemende rol van sociale media in publieke veiligheid. Het consortium, MEDI@4SEC, met TNO als belangrijke partner, onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media voor veiligheidsdiensten zoals de politie, met een focus op de ethische en juridische aspecten. Ook het gebruik van sociale media door burgers en criminelen en de gevolgen daarvan voor onze veiligheid worden onderzocht.

Sociale media bieden veel voordelen voor de samenleving waaronder nieuwe mogelijkheden om veiligheidsproblemen aan te pakken, zoals in de strijd tegen criminaliteit, het verminderen van angst voor criminaliteit en,? in meer het algemeen het verhogen van de kwaliteit van het leven. Echter, de nadelen kunnen gaan overheersen door toenemende vormen van gedigitaliseerde criminaliteit en terrorisme. Andere negatieve effecten zijn het gebruik van het sociale web voor trollen, cyberpesten, bedreigingen, dark web marktplaatsen. Ook het nutteloos delen van live video van politieoptreden tijdens incidenten kan vervelende gevolgen hebben voor de veiligheid. Het publiek ziet graag dat politie en beleidsmakers vergaande plannen hebben om de nieuwe technologische mogelijkheden optimaal te benutten, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vrijheden van deze nieuwe technologie?n.

media4sec

MEDI@4SEC heeft bijna 2 miljoen euro aan financiering van de Europese Commissie gekregen en het brengt onderzoekers en professionals uit de praktijk van diverse veiligheidsorganisaties uit heel Europa bij elkaar, waaronder: de Universiteit van Warwick (Engeland), TNO (Nederland), de Europese Organisatie voor Security (EOS, Belgi?) Fraunhofer IAO (Duitsland ), Europees Forum voor Urban Security (EFUS, Frankrijk), Center for Security Studies (KEMEA, Griekenland), de Universiteit van Utrecht (Nederland), XLAB (Sloveni?), de politie van Noord-Ierland (UK) en de politie van Valencia (Spanje).

Victoria Sloss, landelijk communicatie verantwoordelijke van de Noord-Ierse politie zegt; “Het gebruik van sociale media binnen de politie ontwikkelt zich in een snel tempo. De media die de politie ter beschikking heeft om te communiceren, om deel te nemen en informatie te verstrekken aan gemeenschappen worden uitgebreid. Maar het is belangrijk dat ze op de juiste manier worden gebruikt, binnen de juridische en ethische kaders.?
“Betrokkenheid bij onderzoek hiernaar, zoals het MEDI@4SEC project, is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebruik van sociale media door politie organisaties. We hebben de plicht om te communiceren en te interacteren met de maatschappij en het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om dit met de juiste tools te doen. Bovenal verwacht de maatschappij dat we criminaliteit blijven opsporen en voorkomen, en dat we hiervoor alle beschikbare tools in zetten.”

De technologische, sociale en politieke omgevingen waarbinnen de maatschappelijke veiligheid en openbare orde in steden worden gecre?erd veranderen snel. Het consortium start haar project door een breed scala van politieorganisaties, veiligheidsprofessionals en beleidsmakers samen te brengen met lokale gemeenschappen en eindgebruikers van sociale media in een serie van workshops. Deze workshops gaan over verschillende thema?s, waaronder de publieke betrokkenheid in maatschappelijke veiligheid, trollen, het dark web, rellen en massabijeenkomsten en doe-het-zelf politiewerk. MEDI@4SEC zal inzicht geven hoe sociale media wel en niet gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke veiligheid en kennis delen over de ethische, juridische overwegingen waaronder privacy en zorgvuldige omgang van data.

De resultaten uit onderzoek in MEDI@4SEC zullen beleidsmakers en professionals ondersteunen om de juiste keuzes te blijven maken met: best practice rapporten; informatie en raamwerken over een reeks van sociale media-technologie?n; aanbevelingen voor Europese normen en standaarden; trainingsmogelijkheden; en, ethische bewustwording.

Bronnen: TNO.nl, Medi@4Sec

Tarik Z.: verwarde man of terrorist?

Door:?Vina Wijkhuijs, Menno van Duin, uit?Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Op donderdagavond 29 januari 2015, zo?n twintig minuten voor aanvang van het achtuurjournaal, probeert een jonge man onder dreiging van geweld zich toegang te verschaffen tot de NOS-studio op het Mediapark in Hilversum. Hij wil tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal een mededeling doen. Terwijl hij een bewaker met een wapen bedreigt, begeleidt deze hem naar een opnamestudio. De bewaker brengt hem echter niet naar de studio waarvandaan het achtuurjournaal wordt uitgezonden, maar naar een studio die op dat moment niet in gebruik is. Aldaar wordt de man door de politie overmeesterd. Toch vindt er die avond geen uitzending van het achtuurjournaal plaats, wat een unicum is in de geschiedenis. Medewerkers hebben na het ontruimingsalarm of op last van de politie het NOS-gebouw in allerijl verlaten. De programmering op zowel NPO1 als NPO2 wordt noodgedwongen aangepast; ook het populaire programma Wie is de Mol? komt te vervallen. Vanaf ongeveer 21.00 uur volgt er op NPO1 een ge?mproviseerde reportage vanuit de NOS-studio in Den Haag. Daarin wordt verslag gedaan van wat er zich die avond op het Mediapark in Hilversum heeft voorgedaan.

Op het moment dat deze gebeurtenis plaatsvond, lag bij velen de herinnering aan de terroristische aanslag op de redactie van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo nog vers in het geheugen. Op 7 januari 2015 werden bij die aanslag in Parijs twaalf mensen gedood en raakten nog eens enkelen ernstig gewond. Bij menigeen ? zo kon uit berichten op sociale media worden opgemaakt ? leefde de vraag wat er in Hilversum aan de hand was. Werd dit keer Nederland getroffen door een terroristische aanslag?

Het incident bij de NOS liep gelukkig met een sisser af. Door kordaat optreden van de beveiliging en de politie kon de dader, Tarik Z., snel overmeesterd worden. De 19-jarige student bleek bovendien alleen te hebben gehandeld. Toch kon de situatie niet anders dan serieus worden genomen en leverde het daarmee een goede leerervaring op.

In dit hoofdstuk analyseren wij het incident aan de hand van twee dilemma?s. Het eerste dilemma betreft de vraag of en hoe de NOS over de bedreiging kon berichten nu de nieuwsorganisatie zelf onderwerp van dreiging was. Het tweede dilemma waar wij op in zullen gaan is de vraag van welke autoriteit in een casus als deze een duiding van
de gebeurtenis mag worden verwacht. Is dat de burgemeester van de gemeente waar de (dreiging van een) terroristische aanslag plaatsvindt, de hoofdofficier van justitie (omdat het een strafrechtelijk incident betreft), de bestuurlijk verantwoordelijke minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) of de minister-president?

De informatie in dit hoofdstuk is mede gebaseerd op een uitzending van Argos TV-Medialogica ‘Even geduld a.u.b.‘ die aan deze casus was gewijd. Daarnaast is gebruikgemaakt van twee evaluatierapporten die naar aanleiding van dit incident zijn opgesteld (Kaptein et al., 2015 en Scholtens et al., 2015).

Feitenrelaas
Het is donderdagavond 29 januari 2015 even voor acht uur. De mensen die in afwachting zijn van het achtuurjournaal weten niet dat een kleine twintig minuten voordien een jonge man de beveiligers bij de receptie van het NOS-gebouw onder dreiging van geweld heeft opgedragen hem naar de studio te brengen van waaruit om 20.00 uur het NOS Journaal zal worden uitgezonden.
Op het moment dat hij zich bij de receptie meldt, zegt hij voor een radioprogramma te komen. Plotseling legt hij op de balie een briefje neer en houdt met een wapen de beveiligers onder schot (Later blijkt het geen echt wapen te zijn). De beveiligers lezen het briefje, waarin staat dat er een cyberaanval zal plaatsvinden en in het land zware explosieven met radioactief materiaal tot ontploffing zullen worden gebracht, als de man niet in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal zijn verhaal te doen; hij eist tien minuten zendtijd. Na het briefje gelezen te hebben, zegt een van de twee dienstdoende beveiligers de man naar de opnamestudio te brengen. Terwijl de beveiliger met hem op weg gaat, activeert zijn collega de meldkamer van het beveiligingsbedrijf. Deze alarmeert onmiddellijk de security-officer van de NOS.

De beveiliger brengt de gijzelnemer echter niet naar studio 8 (van waaruit het achtuurjournaal zal worden uitgezonden), maar naar studio 10. Wanneer zij bij de regiekamer van studio 10 aankomen, is daar op dat moment een voltallige studioploeg van vijf personen aanwezig. Zodra de beveiliger de regieruimte binnenkomt, bemerken de aanwezigen al snel dat de man die bij hem is, gewapend is. De beveiliger overhandigt aan een van hen (i.c. de regisseur van het NOS Journaal) het briefje waarin de gijzelnemer zijn eisten stelt. De gijzelnemer wordt gezegd, dat als hij in het achtuurjournaal een mededeling wil doen, hij naar de opnamevloer van studio 10 zou moeten gaan; een opnamevloer ? zo weten de NOS-medewerkers ? die op dat moment niet in gebruik is.

Juist op het moment waarop de gijzelnemer dit wordt gezegd, probeert Herman van der Zandt ? ter voorbereiding van het achtuurjournaal ? contact te leggen met verslaggever Martijn Brink die in studio 10 gereed staat om later een kruisgesprek met hem te voeren. Van der Zandt hoort wat er in studio 10 wordt gezegd, maar krijgt geen respons. Hem bekruipt het vermoeden dat er serieus iets ernstigs aan de hand is en hij maant zijn collega?s de opnamestudio van het achtuurjournaal te verlaten. Ondertussen brengt de beveiliger de gijzelnemer naar de opnamevloer van studio 10; een regisseur en een geluidsman lopen met hen mee. Eenmaal op de vloer van studio 10 zorgen zij ervoor dat de gijzelnemer ? zonder dat hij daar iets van merkt ? in andere ruimtes op beeldschermen te zien is.

Om 19.54 uur activeert de beveiliger die bij de receptiebalie gebleven is het ontruimingsalarm op de eerste, tweede en derde verdieping van het NOS-gebouw. Om escalatie van de gijzeling te voorkomen, activeert hij het ontruimingsalarm op de vierde, vijfde en zesde verdieping bewust niet. Hij is daarbij in de veronderstelling dat de gijzelnemer naar studio 8 (op de vierde verdieping) is gebracht en weet niet dat zijn collega hem naar studio 10 (op de derde verdieping) heeft geleid (Kaptein et al., 2015).

Nagenoeg tegelijkertijd komt bij de meldkamer van de politie een eerste melding binnen van een NOS-medewerker die met spoed om de politie vraagt. Hij meldt dat er een gijzeling in het NOS-gebouw gaande is en dat een gewapende man zendtijd eist (Scholtens et al., 2015, p. 11).

Uit de beelden die in studio 10 worden opgenomen en die in andere ruimtes op beeldschermen te zien zijn, wordt het voor medewerkers van het achtuurjournaal duidelijk dat het journaal niet om 20.00 uur zal kunnen beginnen. Besloten wordt om op NPO1 een stilstaand beeld uit te zenden: ?Even geduld a.u.b.?, met daaronder ?I.v.m. omstandigheden is er op dit moment geen Journaal mogelijk.? Vanaf 19.59:58 uur tot uiteindelijk 21.05 uur is dit beeld op NPO1 te zien, op enkele momenten kort onderbroken door gereedstaande promo?s en leaders die per ongeluk worden uitgezonden (Kaptein et al., 2015, p. 15).

Rond 20.00 uur brengt de regie van het NOS Journaal de NOShoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, op de hoogte van de situatie. Gerlauff belt vervolgens onmiddellijk naar de NOS-redactie in de studio in Den Haag en vraagt hen om via de Rijksvoorlichtingsdienst de minister-president te informeren.

Rond diezelfde tijd wordt burgemeester Broertjes van Hilversum door de basisteamchef van de politie van het incident op de hoogte gesteld. Burgemeester Broertjes besluit naar het Mediapark te gaan om te zien wat zich daar afspeelt (Scholtens et al., 2015, p. 11). Onderwijl (om 20.05 uur) formeert de politie een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) en schaalt (op hetzelfde moment) de meldkamer op naar GRIP-1 (Scholtens et al., 2015, p. 11). Zo?n twintig minuten later (om 20.25 uur) schaalt de Leider CoPI, na overleg met de Operationeel Leider, op naar GRIP-2 (Scholtens et al., 2015). Bij het NOS-gebouw zijn dan inmiddels politiemensen gearriveerd. Eenmaal in het gebouw lopen zij richting studio 10, waar om 20.14 uur de gijzelnemer wordt vermeesterd en gearresteerd.

Ondertussen vindt er tussen leidinggevenden van de NOS en de NPO overleg plaats over het al dan niet uitzenden van de reguliere programmering. Na het achtuurjournaal zou een aflevering van het programma Wie is de Mol? volgen, maar besloten wordt dat het ongepast is tot uitzending van de reguliere programmering over te gaan. Voor wat betreft de berichtgeving over het incident doet NOS-hoofdredacteur Gerlauff aan medewerkers van de NOS (per e-mail) de oproep om niet aan ?externe berichtgeving? te doen, ook niet via sociale media. ?We doen niets aan communicatie tot er meer duidelijkheid is? (Kaptein et al., 2015, p. 17).

Voor televisiekijkers die op NPO1 hadden afgestemd, is inmiddels wel duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand is. Ook op NPO2 vindt er geen uitzending meer plaats. Op sociale media wordt er druk gespeculeerd over wat er bij de NOS aan de hand is. Voor informatie kan men (onder meer) terecht bij RTL-4. Deze zender onderbreekt om 20.25 uur de uitzending van Goede Tijden Slechte Tijden om van de ontwikkelingen verslag te doen. In een extra uitzending van RTL Nieuws wordt gemeld dat het NOS-gebouw, waarin tevens de NPO gehuisvest is, door de politie wordt ontruimd.De extra uitzending van RTL Nieuws wist vlak voor half negen ruim 2,6 miljoen kijkers te boeien en was daarmee die avond het best bekeken televisieprogramma. Zie: Mediacourant, 30 januari 2015. Kijkcijfers: Veel kijkers voor extra RTL Nieuws over gijzeling NOS (Bron). Zo?n zeventig ? tachtig medewerkers van de NOS en de NPO staan buiten in de winterkou te wachten op wat er verder gebeurt. Aan medewerkers werd overigens spontaan opvang geboden in de kantine van RTL en zij konden, na bemiddeling van de OvD Bevolkingszorg, ook terecht in een nabijgelegen restaurant. Zie: Bevolkingszorg Flevoland & Gooi en Vechtstreek, 22 februari 2015. Ervaringsverhaal: Paniek in Hilversum. (Bron).

Gaandeweg komt ? met enige improvisatie ? ook de berichtgeving door de NOS weer op gang. Vanaf 21.05 uur vindt er op NPO1 een extra journaaluitzending plaats vanuit de NOS-studio in Den Haag. Later die avond vindt de uitzending weer plaats vanuit het NOS-gebouw in Hilversum, dat de politie om 22.15 uur heeft vrijgegeven. Op het stadhuis in Hilversum start om 22.38 uur een persconferentie met burgemeester Broertjes, hoofdofficier van justitie Bac en teamchef Wielandt van de politie. Van de persconferentie en wat er zich eerder die avond in het NOS-gebouw heeft voorgedaan, wordt in het late NOS Journaal van 23.00 uur verslag gedaan.

Vijf maanden later, op vrijdag 19 juni 2015, verschijnt Tarik Z. voor de rechter. Het OM eist vier jaar celstraf vanwege gijzeling, bedreiging en verboden wapenbezit. Eind december 2015 wordt Tarik Z. in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar en vier maanden celstraf (waarvan twee jaar voorwaardelijk). Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 22 december 2015 in zaaknr. 21-003994-15 (ECLI:NL:GHARL:2015:9778).

Nieuwsvoorziening en duiding: twee dilemma?s
Opeens was de NOS, de grootste nieuwsorganisatie van Nederland, zelf onderwerp van ?breaking news?. Onder televisiekijkend Nederland, en uiteraard ook onder medewerkers van de NOS en NPO, heerste grote consternatie over wat er in het NOS-gebouw gaande was. Met een dergelijke situatie had de NOS geen rekening gehouden, ook al was men zich na de recente aanslag op Charlie Hebdo ervan bewust dat ook journalisten doelwit van terroristische acties kunnen zijn. De NOS-hoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, werd met deze situatie voor het lastige dilemma gesteld hoe en wanneer over de gebeurtenis te berichten, terwijl hij niet wist hoe het met de veiligheid van het eigen personeel was gesteld. Het bleek niet alleen een moreel vraagstuk te zijn, maar ook een kwestie die gepaard ging met allerlei praktische problemen.

Daarnaast kan deze casus worden beschouwd aan de hand van de vraag wie in een dergelijke situatie de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om de situatie te duiden. Was burgemeester Broertjes hiervoor verantwoordelijk, gezien het feit dat het incident in Hilversum plaatsvond, of lag die verantwoordelijkheid ? omdat het mogelijk een terroristische aanslag betrof ? bij de hoofdofficier van justitie, de minister van VenJ dan wel de minister-president? Het is een vraag waar ? in de hectiek van het moment ? doorgaans de tijd voor ontbreekt om bij stil te staan. Het is daarom goed om achteraf ook op deze vraag in te gaan.

Analyse

Nieuwsvoorziening versus veiligheid personeel
?Informeren is mijn journalistieke en publieke taak?, stelde Marcel Gerlauff enkele dagen na het incident in een column in NRC
Handelsblad.(Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015.) Het is journalisten eigen onder alle omstandigheden het nieuws te verslaan om anderen kennis te laten nemen van wat er in de wereld gebeurt. Daarop geldt ??n uitzondering ? zo bleek in deze casus ? en dat is als er daardoor gevaar dreigt voor eigen of andermans
leven. Toen NOS-hoofdredacteur Gerlauff onderweg in zijn auto telefonisch van de gijzeling vernam, gingen zijn gedachten uit naar de veiligheid van diegenen die in het NOS-gebouw aanwezig waren. ?Ik had onmiddellijk veel zorgen over wat er gebeurde en hoe het met de collega?s zou zijn?, aldus Gerlauff (Bron).

?Ik kreeg te horen dat er op de redactie een man met een wapen rondliep die van alles eiste en dat er een gijzeling gaande was. Dat de collega?s zich hadden opgesloten in de regie en niet wisten wat te doen. Ik hoorde angst, paniek en ontreddering.? (Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015). Gerlauff deelde wat hij had gehoord met Bram Schilham, chef van de NOS-redactie in Den Haag. Die schrok daarvan:?Ik schrok behoorlijk; het was kort na de gebeurtenissen in Parijs. We hadden het daar best wel eens over gehad (?): hoe zou dat zijn, als zoiets in Nederland zou gebeuren? Dus dat speelde toch wel in je hoofd. En je eerste gedachte is toch: zou dit het dan zijn?? (Bron)

Ook Martijn Brink, die de gijzeling van nabij meemaakte, legde een associatie met de terroristische aanslag in Parijs: ?We hadden natuurlijk net Charlie Hebdo gehad. Dat lag bij iedereen hier op de redactie nog heel vers in het geheugen. Ik dacht: nu zijn wij het, nu zijn wij de klos.?

Het is dan ook volstrekt logisch dat Gerlauff vanwege de veiligheid van het personeel besloot voorlopig niet aan externe berichtgeving te doen; de nieuwsvoorziening kwam nu even op de tweede plaats. NOS-directeur Jan de Jong deelde dit standpunt: ?De veiligheid van de mensen was voor ??n keer belangrijker dan het brengen van het nieuws.?

Naast de veiligheid van het personeel was er voor Gerlauff echter nog een reden om zijn medewerkers te manen (vooralsnog) niet naar buiten toe te communiceren. De kans was immers groot dat als iemand van de NOS iets over het incident zou melden, dit zou worden ge?nterpreteerd als zijnde een bericht dat was vrijgegeven door de NOS, terwijl voor Gerlauff en anderen die buiten stonden te wachten nog onduidelijk was wat er gaande was, laat staan hoe de gebeurtenis te duiden.

?Hoe noem je het? Noem je het een gijzeling, een incident. Dat vaststellen was heel erg moeilijk, omdat het voor de mensen die buiten stonden lastig was om daar een beeld van te krijgen.?

Gerlauff wenste dus eerst meer duidelijkheid over de situatie alvorens naar buiten te treden. Maar in hoeverre hield zijn beslissing stand in het huidige mediatijdperk? Degenen die nog in het NOS-gebouw waren en de gijzelnemer van nabij hadden meegemaakt of de gebeurtenissen in studio 10 via beeldschermen hadden gevolgd, wisten de ernst van situatie al beter in te schatten. Er was weliswaar sprake geweest van een gijzeling, maar de gijzelnemer was inmiddels gearresteerd. Ook hadden zij sterk het vermoeden dat hij alleen had gehandeld en met zijn aanhouding de dreiging was geweken. Zij schakelden daarom als van nature over op hun journalistieke taak om van het incident verslag te (gaan) doen. Via de zenders van de publieke omroep ging dat echter nog niet zo eenvoudig.

Op Twitter daarentegen verschenen al kort na acht uur enkele berichten ? eerst veelal nog met humoristisch ondertoon ? over de vertraging in de uitzending van het achtuurjournaal.

?Lol. Vanwege omstandigheden geen Journaal. Zit Rik te mollen achter de schermen? #npo1 #Nosjournaal #widm.? (Bron).

Ondanks Gerlauff?s oproep om niet aan externe berichtgeving te doen, mengden ook enkele NOS-medewerkers zich (op persoonlijke titel) in de berichtenstroom. Om 20.05 uur kwam van Studio Sportmedewerker Stefan van der Weijde het bericht: ?Paniek in Hilversum. Man met wapen eist zendtijd. Journaal gaat niet door.? (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twee minuten later volgde een ANP-persalarm dat door verschillende journalisten (Metro, de Volkskrant, RTL) werd verspreid: ?Pand NOS in Hilversum wordt ontruimd. Man met pistool zou zendtijd eisen (bron: NOS).? Tot het moment waarop Tarik Z. werd overmeesterd is dit bericht 2.628 keer gedeeld (Jong & D?ckers, 2016).

[slideshare id=76811611&doc=presentatielogeiondag-wouterjong-170609215531]

Rond 20.20 uur werd via tweets van wederom enkele NOS medewerkers duidelijk dat de gijzelnemer was overmeesterd. (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twintig minuten later verscheen een eerste afbeelding van de brief die Tarik Z. bij zich had. Om 20.45 uur meldde politiek verslaggever Dominique van der Heyde in een tweet dat er binnen enkele minuten een journaaluitzending over de ?kortstondige gijzeling? zou volgen (bron). Daarmee was uit het berichtenverkeer op Twitter in feite binnen drie kwartier de aard en afloop van het incident bekend.

Twitteranalyses
Van de Wijngaert (2015) en Jong & D?ckers (2016) hebben ? vanuit een eigen invalshoek ? de Twitterberichten over het NOS-incident geanalyseerd. Uit beide analyses bleek dat van alle tweets die op donderdagavond 29 januari 2015 vanaf 20.00 uur over het incident zijn verstuurd, twee derde een retweet was. In haar twitteranalyse geeft Van de Wijngaert op een heldere wijze weer hoe de thema?s van de berichten gedurende de avond veranderden en wie de prominente auteurs in het twitternetwerk waren. Jong & D?ckers besteedden specifiek aandacht aan zowel het ontstaan als de correctie van een tweetal geruchten die op Twitter rondgingen, namelijk dat ook bij de Belgische VRT sprake zou zijn van een gijzeling en dat de ouders van Tarik Z. bij de vliegramp MH17 zouden zijn omgekomen.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

[slideshare id=51556135&doc=gewapendemaneistzendtijdresultaten-150812182023-lva1-app6892]

Een deel van het (twitterende) publiek was dus al op de hoogte waarom er die avond geen achtuurjournaal was, hoewel de NOS daarover zelf nog geen mededeling had gedaan. In de live-uitzendingen op RTL-4 en op NPO Radio 1 en op verschillende nieuwssites (o.a. Nu.nl en de Volkskrant) werd vanaf ongeveer 20.20 uur van de ontwikkelingen in Hilversum verslag gedaan.

Al snel werd de Facebook pagina van Tarik gedeeld met een opvallende voorpagina foto:

Twitter864f65e

Na de arrestatie van Tarik Z. wilden ook de medewerkers van de NOS en de NPO direct weer aan de slag. Zij konden echter op dat moment niet in het NOS-gebouw terecht, omdat dit door de politie werd ontruimd om de aanwezigheid van explosieven uit te sluiten. Dat dit een vertragende factor was in de nieuwsvoorziening was zeker niet voor iedereen duidelijk, zo bleek uit de kritieken die de NOS te verduren kreeg.37 Om zo snel mogelijk weer ?op zender? te zijn, moest worden uitgeweken naar een ander gebouw van de NPO. Vandaaruit werd getracht een verbinding met de studio in Den Haag tot stand te brengen. Onderwijl had de NOS-redactie in Den Haag van de beelden die in studio 10 waren opgenomen een filmpje van de gijzeling samengesteld. Tijdens de extra journaaluitzending (die vanaf 21.05 uur kon aanvangen) werd dit aan het brede publiek getoond. Bij aanvang van die uitzending hadden bijna drie miljoen mensen hun tv (weer) op NPO1 afgestemd (zie figuur 2.1).

Wie geeft duiding?
Een kwestie die eveneens uit de casus naar voren kwam, is dat het niet altijd even duidelijk is wie nu, in een casus als deze, de leiding heeft en zich tot het publiek zou moeten richten. Welke autoriteit is bestuurlijk verantwoordelijk en zou naar buiten moeten treden om burgers te informeren en de gebeurtenis te duiden?

De lokale bestuurder?
De burgemeester heeft op grond van de Wet veiligheidsregio?s (Wvr) bij lokale rampen en crises een centrale rol. Hij is in die gevallen bestuurlijk verantwoordelijk voor de inzet van de brandweer, de ambulancevoorziening en de politie (voor zover het de handhaving van de openbare orde en veiligheid betreft). Ook dient hij ervoor te zorgen dat ?de bevolking informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp of crisis die de gemeente bedreigt of treft? (art. 7, lid 1 Wvr). De burgemeester stemt zijn informatievoorziening af met de informatievoorziening door of onder verantwoordelijkheid van de bij de ramp of crisis betrokken ministers (art. 7, lid 3 Wvr).

Uitgaande van deze wettelijke bepalingen was het begrijpelijk dat burgemeester Broertjes van Hilversum, na de melding dat er op het Mediapark sprake was van een ernstig voorval, zijn verantwoordelijkheid nam. In plaats van direct naar het gemeentehuis te gaan, besloot hij om eerst ter plaatse poolshoogte te gaan nemen. Buiten in de kou stonden enkele tientallen medewerkers van de NOS en de NPO die mogelijk opvang en zorg nodig hadden; iets waarin overigens ook spontaan door collega?s van RTL werd voorzien.

In het evaluatierapport dat door Crisislab is opgesteld, krijgt burgemeester Broertjes het compliment dat hij, door naar het Mediapark te gaan, al binnen ??n uur na de melding in staat was de bevolking over het incident te informeren (zie Scholtens et al., 2015, p. 26). Om 20.25 uur wist hij te melden dat iemand in het NOS-gebouw zendtijd eiste. Of deze persoon gewapend was, kon de burgemeester nog niet zeggen. Hierbij zij opgemerkt dat er op dat moment nog geen cameraploegen aanwezig waren, waardoor de burgemeester slechts de schrijvende pers (ook van weblogs) te woord kon staan. Desondanks, zo stellen Scholtens et al., voldeed de burgemeester aan de ?richtlijn? die het Veiligheidsberaad heeft vastgesteld. Deze richtlijn luidt (Bron: Bevolkingszorg op orde 2.0, p. 45.):

?Binnen een uur komt de gemeente of burgemeester (het boegbeeld: ?het gezicht van de overheid?) met een proportionele reactie, die rekening houdt met de lokale impact en de vragen die onder de bevolking leven (?).?

Hoewel burgemeester Broertjes aan deze richtlijn zou hebben voldaan, is het te eenvoudig om te veronderstellen dat in dit geval de lokale bestuurder de meest aangewezen persoon voor de crisiscommunicatie was. Dat de burgemeester van Hilversum, later ook op de persconferentie, in de woordvoering een centrale positie innam, lag geenszins voor de hand. Er waren bij de gijzeling geen slachtoffers gevallen, hetgeen een prominente rol van de burgemeester zou hebben gerechtvaardigd. Verder heeft de richtlijn waar Scholtens et al. aan refereren specifiek betrekking op situaties met een ?lokale? impact, terwijl in dit geval de impact veel breder was en vooral ook buiten Hilversum werd ervaren.

De hoofdofficier van justitie?
Al uit de eerste melding die bij de meldkamer binnenkwam, kon worden opgemaakt dat het niet ging om een lokale calamiteit (als een gezinsdrama of een brand); er werd met spoed om de politie gevraagd, omdat er ?een gijzeling gaande was in het NOS-gebouw?. Er was daarmee sprake van een strafrechtelijk incident en in dat geval heeft ook de strafrechtsketen (de hoofdofficier van justitie, het college van Procureurs-Generaal en de minister van VenJ) een rol. Daarbij kwam dat ? zoals Tarik Z. in zijn brief had aangegeven ? rekening moest worden gehouden met de aanwezigheid van explosieven. In deze casus zou daarom het ?Stelsel bewaken en beveiligen? van toepassing kunnen worden geacht. Dit is het geheel van regelgeving en werkafspraken die tot doel hebben (terroristische) aanslagen te voorkomen. Een uitgangspunt van het stelsel is dat ?de ernst van de dreiging? en in het bijzonder ?het effect en de aard van de verwachte gebeurtenis? bepalend zijn voor de vraag of het primaat bij hetzij de burgemeester hetzij de hoofdofficier van justitie ligt. (Bron: paragraaf 4.2 van de Circulaire bewaking en beveiliging personen, objecten en diensten 2015).?De burgemeester is (op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid) verantwoordelijk voor de bewaking en beveiliging van objecten en diensten. Zo ging de discussie na afloop vooral over de vraag hoe het kon dat Tarik Z. zich toegang tot het NOS-gebouw had verschaft. Is er echter sprake van ?een concrete dreiging waarbij beveiligingsmaatregelen worden genomen ter voorkoming van strafbare feiten? (zoals in dit geval de ontruiming van het NOS-gebouw vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieven), dan is de hoofdofficier van justitie primair verantwoordelijk.

Langs deze lijn bezien lag het gezag in deze casus dus primair bij de strafrechtsketen. Het zou daarom logisch zijn geweest als niet de burgemeester, maar de hoofdofficier van justitie de persconferentie had geleid. Ook in andere strafrechtelijke casus waarbij sprake was van maatschappelijke onrust, zoals na de arrestatie van de moordenaar van Marianne Vaatstra (2013) en de fatale overval in Deurne (2014), was het vanzelfsprekend dat de hoofdofficier van justitie de centrale positie achter de perstafel innam. Natuurlijk kan daartegenin worden gebracht dat het OM in die casus het voortouw nam, omdat over de (voorlopige) uitkomst van het opsporingsonderzoek iets kon worden gemeld. Op het moment waarop in Hilversum de persconferentie plaatsvond, was weliswaar de dader al gearresteerd, maar het onderzoek naar de toedracht van zijn handelen nog in volle gang. Hoofdofficier Bac was om die reden terughoudend. In het belang van het opsporingsonderzoek konden alleen de leeftijd en woonplaats van de dader worden gemeld. Een duiding van de gebeurtenis (bijvoorbeeld in termen als ?Dit is geen Charlie Hebdo?) bleef achterwege en was misschien ook wel te veel gevraagd.

Toch kwam de persconferentie die om 22.38 uur op het stadhuis in Hilversum aanving een beetje als mosterd na de maaltijd. In de twee uren voorafgaand had menigeen, hetzij via RTL Nieuws, Radio 1, Hart van Nederland of Twitter, al van het incident en de afloop ervan kunnen vernemen. Ook de NOS had inmiddels in een extra journaaluitzending al uitgebreid verslag van de gijzeling gedaan en meerdere keren het filmpje getoond waarop te zien was hoe Tarik Z. was overmeesterd. Nederland haalde weer opgelucht adem. Het beeld van een terrorist was al genuanceerd tot ?een verward persoon?. Een bevestiging van de hoofdofficier van justitie dat ?het gevaar? was geweken, was op zijn plaats geweest of er zou daarover bij het OM nog gerede twijfel moeten hebben bestaan. Als dat het geval was, dan had van de autoriteiten wel wat meer informatie ? en betekenisgeving (zoals dat zo mooi in de boekjes heet) ? mogen worden verwacht. De vraag is wie dan degene zou kunnen zijn die iets over de aard en omvang van de dreiging had kunnen zeggen?

De voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester?
Aangezien de actie van Tarik Z. een incident was van meer dan plaatselijke betekenis, waarover de hoofdofficier van justitie nog geen verdere uitspraken kon doen, zou het te overwegen zijn geweest om de publiekscommunicatie over te laten aan een bestuurder op regionaal niveau; hetzij de voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester.

Hoewel bij een (dreigende) aanslag de strafrechtsketen formeel de leiding heeft, betekent een aanslag per definitie een verstoring van de openbare orde en veiligheid. Ook de algemene keten heeft daarom in die situaties een rol. Op grond van de Wet veiligheidsregio?s is ?in het geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis? (of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan), de voorzitter van de veiligheidsregio bestuurlijk verantwoordelijk voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daaronder zij inbegrepen de informatievoorziening aan de bevolking over de oorsprong, omvang en de gevolgen van de gebeurtenis. In situaties waarin sprake is van een (dreigende) aanslag zou dus de woordvoering c.q. duiding van de situatie kunnen worden overgelaten aan de voorzitter van de veiligheidsregio waar de (dreigende) aanslag plaatsheeft. In deze casus zou dan burgemeester Broertjes niet als lokale bestuurder hebben opgetreden, maar als voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (wat feitelijk niet het geval is geweest).

Een andere optie zou kunnen zijn om in dit soort situaties de regioburgemeester de gebeurtenissen te laten duiden. De regioburge meester is een relatief ?nieuwe speler? in het veld die in bepaalde gevallen een rol heeft of kan vervullen. Sinds de invoering van de nieuwe Politiewet (1 januari 2013) kennen we tien politie-eenheden, waarbij voor elke politie-eenheid een regioburgemeester is aangewezen die regelmatig overleg heeft met de hoofdofficier van justitie en de politie chef over zaken die de inzet van de politie betreffen. Hoewel het overleg in de zogenoemde ?regionale driehoek? voornamelijk over beheerszaken gaat, kan het niet anders dan dat de regioburgemeester in die functie beter dan andere burgemeesters op de hoogte raakt van ontwikkelingen op strafrechtelijk terrein. Mede om die reden zou juist in strafrechtelijke casus die een landelijke impact hebben, maar in ernst niet direct noodzaken tot opschaling naar nationaal niveau, de regioburgemeester de rol van ?duider? kunnen vervullen. In deze casus had dan de burgemeester van Utrecht (als regioburgemeester van de politie-eenheid Utrecht-Flevoland) tijdens de persconferentie naast de hoofdofficier van justitie gezeten en een duiding van de situatie kunnen geven.

De minister van Veiligheid en Justitie?
Zoals gezegd gingen de gedachten aanvankelijk uit naar een terroristische actie. Als daar werkelijk sprake van zou zijn geweest, dan was onmiskenbaar de strafrechtsketen ?in charge?. Bij (dreiging van) een terroristische aanslag zou bovendien bij voorbaat opschaling plaatsvinden van de informatievoorziening en het mediabeleid. (Bron: Bestuurlijke Netwerkkaart Terrorisme, p. 1).?Het is in dat soort situaties aan de minister van VenJ (of de minister-president) om de gebeur tenis(sen) te duiden. Vooral de aanvankelijke onwetendheid (?Is hier sprake van een terroristische aanslag??), die breed (onder televisiekijkend Nederland) werd gedeeld, maakte dat ? zeker als de situatie langer had voortgeduurd ? de minister van VenJ primair verantwoordelijk
zou zijn geweest voor de crisiscommunicatie.

[slideshare id=76811524&doc=systeemevaluatienos-incident-170609215022&type=d]

Tot slot
Premier Rutte verklaarde achteraf dat in dit geval de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) al vrij snel had geconcludeerd dat het een aangelegenheid voor de lokale driehoek betrof, maar dat desalniettemin het incident een ?hele grote landelijke impact? had (Bron).De gevolgen van de gijzelingsactie bleven gelukkig beperkt, maar het is niet moeilijk allerlei varianten te bedenken die de casus hadden kunnen compliceren. Enkele varianten zouden kunnen zijn geweest:
? De dader is gewapend en schiet ??n of enkele personen neer en weet te ontkomen.
? Er zijn meerdere terroristen die het NOS-gebouw weten binnen te dringen en mogelijk over explosieven beschikken.
? De gijzeling doet zich bij een regionale omroep voor (bijvoorbeeld TV-Rijnmond of AT5 in Amsterdam).
? Door minder handig optreden van de NOS worden beelden van de gijzeling, de verklaring van de gijzelnemer(s) en mogelijk zelfs een beschieting rechtstreeks uitgezonden.
? Vrijwel gelijktijdig of kort erna is er ook een gewapende inval in de studio van Omroep Brabant (of elders in Nederland of Europa).
? Na korte tijd vindt er op Schiphol (of elders) een hevige explosie plaats.

In elk van deze situaties zou steeds opnieuw de vraag gesteld moeten worden wie in dat specifieke geval de leiding behoort te nemen en de situatie dient te duiden. Met andere woorden: van wie mag worden verwacht op televisie te verschijnen? Het zal duidelijk zijn dat de situatie al naargelang de ernst van het scenario (de mate van dreiging, de plaats waar het incident zich voltrekt, de mate waarin burgers van de situatie op de hoogte zijn, enzovoort) anders zal worden beleefd en dus ook een andere aansturing vergt. Bij (mogelijke) terroristische acties verwachten we niet dat een burgemeester van een kleine gemeente op televisie verschijnt, maar dat op zijn minst een hoofdofficier van justitie of de minister van VenJ uitleg geeft. Bij een casus met een daadwerkelijke schutter of meerdere daders die nog niet allemaal opgepakt zijn, zal het justiti?le aspect een veel grotere betekenis krijgen. Als echter de situatie zich in Amsterdam of Den Haag zou voordoen, zullen we ook weer niet vreemd opkijken als burgemeester Van der Laan of burgemeester Van Aartsen ? die mede vanwege hun voormalig ministerschap landelijke bekendheid genieten ? op de voorgrond zou treden. Het is ten slotte goed denkbaar ? en misschien soms zelfs wel verstandig ? dat degene die naar buiten toe de situatie duidt en als de ?gezaghebbende autoriteit? opereert, achter de schermen een beperkter rol heeft. Er hoeft geen volledige congruentie te bestaan tussen ?de duider? en ?de beslisser?.

In deze casus werd de woordvoering gedaan door burgemeester Broertjes van Hilversum. Achteraf kan echter de vraag worden gesteld of het primaat van de crisiscommunicatie in dit geval wel bij de lokale bestuurder lag. Uit de evaluatie van Crisislab blijkt dat de Hilversumse driehoek niet heeft onderkend dat afgewogen had moeten worden of er een landelijke dreiging bestond (zie Scholtens et al., 2015, p. 34). Dat is opmerkelijk, ook omdat NOS-hoofdredacteur Gerlauff daarmee wel rekening hield en direct de minister-president over de situatie bij de NOS liet informeren. Hij zei hierover achteraf:

?Het was mij onmiddellijk helder dat dit een heel groot nieuwsfeit betrof, en het leek mij belangrijk dat het kabinet direct hoorde wat er bij de publieke omroep aan de hand was.? (Bron)

Als inderdaad van een landelijke dreiging sprake zou zijn geweest, dan had naar nationaal niveau opgeschaald moeten worden. Een gijzeling of terroristische actie kan daarnaast natuurlijk ook reden zijn voor opschaling op lokaal niveau om bijvoorbeeld de hulpverlening en eventuele effecten voor de openbare orde en veiligheid in goede banen te leiden, maar dat maakt niet automatisch de lokale bestuurder ?het boegbeeld? van de samenleving.

[slideshare id=76811554&doc=coteindrapportagelessenonderzoekveiligheidsincidentnosnpo-170609215156&type=d]

Afronding
Het bericht dat in het NOS-gebouw een gijzeling gaande was, zette twee simultane processen in gang die beide als doel hadden het publiek te informeren over wat er in Hilversum aan de hand was.
Ten eerste trachtten de NPO en de NOS de nieuwsvoorziening via NPO1 weer zo snel mogelijk te hervatten. Over de inspanningsverplichting waaraan de NPO zou moeten voldoen, bestond in de dagen na het incident enige onduidelijkheid (zie Kaptein, 2015, p. 10). Volgens sommigen zou NPO1 te allen tijde als rampenzender moeten kunnen fungeren. Die suggestie werd mede gewekt door de reactie van minister Opstelten van VenJ (?publieke omroep mag niet op zwart gaan?, bron) op de dag na het incident, maar dit betreft echter een misverstand. Weliswaar kan de minister-president op grond van de Mediawet in buitengewone omstandigheden van de publieke omroep zendtijd en faciliteiten vorderen, maar de nationale publieke omroep heeft niet de verplichting om als rampenzender te fungeren. Die taak is neergelegd bij de regionale omroepen.(Sinds 1991 fungeren de radiozenders van regionale omroepen als calamiteitenzender, hetgeen betekent dat deze zenders bij een ramp of calamiteit direct gebruikt moeten kunnen worden voor mededelingen van het bevoegd gezag).

Terwijl bij de NOS de nieuwsvoorziening weer opgang kwam, kwam in Hilversum de lokale driehoek bijeen. Daarnaast vond in Den Haag overleg plaats tussen de NCTV, de minister van VenJ en de minister-president. De crisisstructuren werden zogezegd in werking gesteld. In Hilversum bleek het overleg in de driehoek lastig samen te gaan met opschaling volgens de GRIP-methodiek; een knelpunt dat zich wel vaker voordoet bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component. Politie en OM zijn in dergelijke situaties weinig bereid om informatie over het opsporingsonderzoek met anderen dan de burgemeester te delen. Toch zal de burgemeester ook in staat moeten worden gesteld zijn verantwoordelijkheid in de crisisbeheersing te nemen. Het is dan zoeken naar een passende modus waarin een driehoeksoverleg samengaat met een multidisciplinair beleidsteam. In de Handreiking aanpak van radicalisering en terrorismebestrijding op lokaal niveau geeft de NCTV aan dat er bij een terroristische aanslag voor gekozen kan worden de lokale driehoek en het beleidsteam (deels) te integreren:

?Op die manier kunnen de belangen van hulpverlening, openbare orde en opsporing goed op elkaar worden afgestemd. Door de regio naal geneeskundig commandant en de regionaal commandant brandweer te betrekken bij de besluitvorming, kunnen zij de noodzakelijke maatregelen treffen, zoals het gereedstellen van ambulances, het voorbereiden van ziekenhuizen, en mankracht beschikbaar houden voor hulpverlening.? (NCTV, 2014, p. 55)

Bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component kan het dus beter zijn om ? in plaats van een heel team ter ondersteuning van de burgemeester in te richten ? de driehoek uit te breiden met een of enkele adviseurs die voor de burgemeester relevant zijn en bij het OM en de politie het vertrouwen mogen genieten om met gevoelige informatie om te gaan.

Ten slotte heeft het weinig zin om naar aanleiding van een enkele casus regels en structuren aan te passen. Diegenen die eerdere publicaties van ons ? in bijvoorbeeld deze reeks ? gelezen hebben, weten dat wij daar geen voorstander van zijn. Vandaar dat wij hier geen andersoortige invulling van de besluitvormingsstructuur voorstellen. Wel denken wij dat het goed is als ? bijvoorbeeld binnen de veiligheidsregio?s en/of politie-eenheden ? geagendeerd wordt hoe bij een (dreigende) terroristische aanslag de externe communicatie en voorlichting ter hand te nemen? Het kan geen kwaad deze discussie vooraf eens expliciet met elkaar te voeren. Wie regisseert? Is er een rol voor de regioburgemeester weggelegd? Wanneer stapt de hoofdofficier van justitie naar voren? Zeer waarschijnlijk zal in een onverhoopt geval ?naar bevind van zaken? gehandeld (moeten) worden. Dat laat echter onverlet dat een discussie over dit thema het handelen wel degelijk kan versterken.

Zelfcorrigerend vermogen

Uit de twitter-analyse komen twee zaken naar voren:

  • Een echo-effect, wat betekent dat tweets met oud en achterhaald nieuws van Nu.nl nog steeds worden geretweet en blijven na-ijlen, ook als Nu.nl zelf inmiddels met een update van het nieuws is gekomen.
  • Daarnaast een?zelfcorrigerende vermogen van twitter. Op de avond van de gijzeling ontstonden namelijk twee hardnekkige geruchten. Allereerst dat er ook bij het VRT nieuws iets vergelijkbaars gaande was. Daarnaast werd later op de avond beweerd dat de ouders van de dader zouden zijn omgekomen bij de MH17 ramp. Twitteraars wisten deze twee geruchten te ontkrachten, door de geruchten online en in gezamenlijkheid te fact-checken.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

Bij grote, onverwachte gebeurtenissen ontkracht de onlinegemeenschap op Twitter razendsnel geruchten die niet blijken te kloppen. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Tilburg. De onderzoekers analyseerden het Twittergedrag op 29 januari 2015, toen een man de NOS-studio binnendrong, personeel gijzelde en zendtijd eiste. De studie biedt tegenwicht aan het idee dat misinformatie zich ongestoord kan verspreiden op sociale media.

Onderzoekers Wouter Jong en Michel D?ckers verzamelden bijna zestigduizend tweets over de gijzeling die in de uren tijdens en na de het incident circuleerden op Twitter. Deze werden aan de hand van steekwoorden geselecteerd en geanalyseerd op inhoud. Zo konden zij in kaart brengen hoe informatie zich tijdens zo’n crisissituatie via het medium verspreidt.

Daarnaast onderzochten zij ook de ontwikkeling van twee specifieke geruchten die tijdens het twitteren waren ontstaan. De gijzelaar zou zijn ouders zijn verloren bij de vliegramp MH17 waarbij op 17 juli 2014 298 mensen om het leven kwamen en er zou tegelijkertijd ook een gijzeling van het Vlaamse journaal plaatsvinden.

Verspreiding of kritiek?

“Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren” -?Onderzoeker Wouter Jong

Tweets gerelateerd aan deze geruchten werden ingedeeld naar of ze het gerucht verspreidden of juist bekritiseerden. Aan de hand hiervan kon worden vastgesteld hoe de geruchten zich over tijd ontwikkelden. ‘Zodra een gerucht ontstaat, gaan andere twittergebruikers aan de slag met het checken van de feiten’, schrijven de onderzoekers. Neem het verhaal dat indringers ook in Belgi? het journaal gijzelden. Twitteraars ontkrachtten dat al snel toen bleek dat de foto van het testbeeld die rondging niet authentiek was. ‘Samen reconstrueren ze het verhaal’, aldus Jong. ‘Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren.’

Kunnen we altijd vertrouwen op dit zelfcorrigerend mechanisme? Dat is niet zeker. Jong: ‘Dit onderzoek zou je opnieuw moeten uitvoeren voor andere situaties. Zo is de sociale dynamiek waarschijnlijk anders op Facebook, omdat informatie daar minder openbaar wordt gedeeld.’

Peter Burger, mediaonderzoeker in Leiden en niet betrokken bij de Tilburgse studie , is het daarmee eens: ‘Tragere crises, zoals met het Zika-virus ontspinnen zich over langere perioden, waarbij allerlei ingewikkelde complottheorie?n opduiken. Die hebben tijd nodig zich te ontwikkelen.’

Mogelijk is het zelfcorrigerend vermogen ook afhankelijk van het type gerucht. ‘Sommige informatie is gewoon moeilijker te checken’, legt Jong uit. ‘Dat zien we terug in onze studie. Het gerucht dat de ouders van de gijzelaar bij de vliegramp zouden zijn omgekomen, begon pas na twee uur te vervagen. Het duurde even voordat twitteraars toegang vonden tot informatie om een gerucht van zo persoonlijke aard te ontkrachten.’

Bronnen: IFV,?Volkskrant,?Human, LinkedIn?(2), Elsevier, Burgemeesters.nl

Toepassing Social Media Data-Analytics voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie

De essentie van sociale media is dat er een online platform is waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Doordat sociale media zo intensief en door zoveel mensen wordt gebruikt, worden er dagelijks enorme hoeveelheden data gegenereerd. Coosto is een Nederlands bedrijf dat applicaties maakt waarmee het openbaar toegankelijke, Nederlandse deel van deze databerg beter toegankelijk wordt gemaakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een licentie voor het gebruik van Coosto. Dit bedrijf levert softwaretools om inzichten te krijgen vanuit het sociale web en controle te krijgen over de sociale media. De social media tool is een sterke zoekmachine, waarmee zowel social media monitoring als online klantenservice eenvoudiger wordt gemaakt. Er staan miljarden documenten in opgeslagen.

Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de data die Coosto verzamelt, gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan webcare alleen (op VenJ terrein). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel I van het onderzoek is de creatieve interactie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer van essentieel belang. In deel II van het onderzoek wordt een nog nader te bepalen toepassing verder uitgewerkt.

[slideshare id=77337491&doc=toepassingsocialmediadataanalyticsvoorhetministerievanveiligheidenjustitie-170628132658&type=d]

Bron: WODC

Is jeugd minder crimineel door social media?

Internet zou wel eens de reden kunnen zijn dat de criminaliteit onder jongeren daalt. Doordat jongeren meer tijd online doorbrengen, hebben ze minder tijd om op straat rond te hangen. De kersverse Rotterdamse hoogleraar Frank Weerman wil graag onderzoeken of dat vermoeden klopt.

dr.-Frank-Weerman_avatar_1466097000

Weerman (48) is voor vier jaar aangesteld als bijzonder hoogleraar jeugdcriminologie aan de Erasmus Universiteit. Hij doet al jaren onderzoek naar jeugdcriminaliteit, invloed van groepen en criminele jeugdgroepen en groepsinvloeden. “Ik heb veel onderzoek gedaan naar netwerken waar jongeren deel van uit maken. Daarbij werden jongeren zelf gevraagd of ze betrokken waren bij crimineel gedrag, alles van kleine diefstallen tot berovingen. Daaruit bleek onder meer dat jongeren die bij een problematische jeugdgroep horen veel vaker betrokken zijn bij ernstige delicten.”

Weerman deed onderzoek naar criminaliteit onder Haagse jongeren. Hij stelde vast dat het doorbrengen van veel tijd op straat de kans op crimineel gedrag vergroot.?Van het tijd doorbrengen achter de computer bleken jongeren n?et crimineler te worden. Daarom noemt Weerman het ?plausibel? dat de afname van jeugdcriminaliteit te maken heeft met het feit dat jongeren meer tijd achter hun computer doorbrengen. Maar feitelijk onderbouwen kan hij het niet.

Internet lijkt de rol van de straat deels te hebben overgenomen, zegt Weerman. Snapchat, YouTube en Instagram zijn als het ware virtuele pleintjes. “Traditioneel kijken jongeren op straat of op school naar elkaar. Wie is stoer? Naar wie kijken ze op? Dat doen ze nu ook op sociale media. Ik zou graag willen weten of blootstelling aan crimineel gedrag op sociale media ook extra crimineel gedrag uitlokt.”

“Jongeren plaatsen foto’s van bijvoorbeeld vernielingen of vechtpartijen op internet om te laten zien dat ze veel durven, jeugdgroepen gebruiken Facebook om zich te manifesteren, pesten gebeurt via internet. Jongeren kunnen door internet status krijgen. En status is juist ??n van de dingen waarvoor jongeren crimineel gedrag vertonen. Jezelf interessant voordoen op internet kan een vervanging zijn van crimineel gedrag: misschien komt het voor die jongeren op hetzelfde neer: het is een soort reputatiemanagement.”Onderzoek

Weerman wil heel graag in Rotterdam onderzoek doen naar het internetgedrag van jongeren en de relatie met jeugdcriminaliteit. “Ik vermoed dat internet, sociale media en de smartphone er voor een belangrijk deel voor hebben gezorgd dat de jeugdcriminaliteit daalt. Dat gebeurt als sinds 2007, en niet alleen in Nederland, maar in meerdere landen. Het komt ook naar voren in de vragenlijsten die jongeren invullen. Komt die daling doordat jongeren minder op straat rondhangen omdat ze achter hun computer zitten? Of doordat ze – als ze op straat hangen – meer met hun smartphone bezig zijn? Dat moet echt onderzocht worden.”

Interessant doen op internet kan een vervanging zijn van crimineel gedrag.

Jeugdcriminaliteit daalt al jaren

Dat de jeugdcriminaliteit al jaren daalt, blijkt uit cijfers en wordt bevestigd door diverse?criminologen. Al jaren breken wetenschappers hun hersens over wat de oorzaak is van die daling. Eigenlijk weten ze het nog steeds niet.?Dat komt omdat het moeilijk is na te gaan of macrobeleid (zoals het strenger aanpakken van probleemjeugd) direct invloed heeft op microniveau (of een jongere hierdoor minder crimineel wordt). Want stel d?t een jongere minder crimineel gedrag gaat vertonen in een periode waarin probleemjeugd strenger wordt aangepakt, dan kan dat ook komen doordat de jongere bijvoorbeeld opeens weer naar school gaat, of de relatie met zijn ouders is hersteld.

m1nxfaucw9ak

Jeugd minder crimineel door gaming?

Eerder werd gespeculeerd dat gaming zou zorgen voor deze daling. Meerdere experts bevestigen echter dat geen enkel onderzoek heeft kunnen aantonen dat gamen leidt tot minder criminaliteit.?Dus blijft bij veronderstellingen.

Zoals Arnhemse jongerenwerkers die in 2010 opeens een sterke afname van de overlast merkten. De afname viel precies samen met de release van computergame Black Ops (een schietspel, overigens). Volgens de jongerenwerkers zaten hangjongeren thuis achter hun computers tegen elkaar te gamen.

In Noors onderzoek wordt hetzelfde vermoeden uitgesproken. De onderzoekers zien aanwijzingen dat de daling van de Noorse jeugdcriminaliteit te maken heeft met het feit dat jongeren vaker thuis achter hun computer zitten.

Of leidt gaming en social media weliswaar tot een afname van traditionele criminaliteit, maar leidt dit hangen op digitale straat tot meer digitale criminaliteit? Zo werd eerder deze week de 22 jarige Tariq opgepakt voor cybercrime.?Hele dagen zat hij op zijn kamer in Maassluis computerspelletjes te spelen, dachten zijn ouders. In werkelijkheid brak hij in op computers om bankrekeningen te plunderen.

NOS stelt dat gamen ?jongeren uit de rechtbank? houdt. Bewijs hiervoor ontbreekt. Wel zijn er aanwijzingen dat jeugdcriminaliteit afneemt omdat jongeren steeds meer tijd doorbrengen achter hun computer, en dus niet op straat rondhangen. Ook jongeren gedragen zich anders dan zes jaar geleden. Zo stoppen minder jongeren voortijdig met school. Uit onderzoek blijkt dat voortijdige schoolverlaters vaker in de criminaliteit terechtkomen, zegt het OM. Daarmee is echter niet gezegd dat gamen of social media ervoor zorgt dat jongeren minder crimineel worden.

Bronnen: Algemeen Dagblad (17 aug 2016), NRC, NOS