Tagarchief: social media

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Voetbalclub checkt social media en kan fans seizoenskaart weigen

Voor voetbalsupporters zijn sociale media als Facebook en Twitter als relatietherapie. Zeker in zware tijden van degradatienood?wordt er veel gefoeterd. Als het aan?de Engelse tweededivisieclub?Charlton Athletic ligt, komt daar nu een einde aan. Een supporter van de Londense club?krijgt alleen een seizoenkaart als hij belooft zich niet meer al te negatief uit te laten over de club.?Charlton Athletic is watching you…

Afbeelding weergeven op Twitter

Afbeelding weergeven op Twitter

‘U bent zonder twijfel meer dan bewust van sommige issues die speelden tegen het einde van afgelopen seizoen’, schrijft Charlton Athletic?in een brief aan de fan. De club?degradeerde in mei uit de Championship. ‘We hebben echter vastgesteld dat bepaalde door u geplaatste reacties op sociale media niet bijzonder constructief zijn geweest.’

In de brief staat dat de fan zijn seizoenkaart persoonlijk dient?op te halen in het Charlton-stadion The Valley en?dat hij gedragsregels moet?ondertekenen. Het strenge beleid is een idee van Cliff Eager. In juni werd de oud-hoofdinspecteur van het Londense politiecorps aangenomen als veiligheidsmedewerker bij Charlton. ‘Ik wil samen met de Charlton-fans werken aan een veilige, familievriendelijke atmosfeer tijdens zowel thuis- als uitwedstrijden van Charlton dit seizoen’, gaf Eager bij zijn aanstelling te kennen.

Strijd en passie

“Het uiten van kritiek is het recht van de supporter. Dat moet” -?Ermis, voorzitter supportersvereniging Vriendenkring FC Twente

Het clublogo van Charlton met een geheven zwaard doet strijd en passie vermoeden, maar nu de club kritiek de kop in probeert te drukken, krijgt het wapen een andere connotatie. En kritiek hoort nu juist bij het supportersschap, zegt Ufuk Ermis, voorzitter van supportersvereniging Vriendenkring FC Twente. Hij zou het wel weten. ‘Als ik zo’n brief zou krijgen, kom ik niet meer naar de club.’

Ermis: ‘Je bent seizoenkaarthouder. Het uiten van kritiek is het recht van de supporter. Dat moet. Je geeft dan alleen maar het signaal dat het niet goed gaat. Je hebt het beste voor met de club en wil dat de club weer vooruit gaat.’

Nadat de fan een foto van de brief van Charlton op Twitter plaatste, werd de club wereldwijd onderwerp van spot. Daarvan schrok de clubleiding zo, dat het nieuwe beleid al deels is teruggedraaid. De supporter heeft inmiddels zijn kaart voor het nieuwe seizoen, zonder de gedragsregels te hebben ondertekend.

Eerdere veroordeling in NL

Een PSV-fan (21, uit Mierlo) die via sociale media had geprobeerd een vechtpartij te organiseren tussen fans van PSV en CSKA Moskou, is door de politierechter veroordeeld tot 120 uur werkstraf en drie maanden voorwaardelijk. De verdachte legde, naar eigen zeggen ?voor de grap?, contact met CSKA-fans toen die club tegen PSV moest spelen, december 2015. In een groepsapp had hij met vrienden gesproken over het ?pakken? van Russische fans. Bij het stadion werden stickers gevonden waarop het telefoonnummer van de man stond, via die stickers konden Russische fans contact met hem zoeken. Het 06-nummer leidde onder meer naar facebookberichten waarin de verdachte over de geplande actie sprak. ?We delen stickers uit. Of ze willen vechten?, schreef de man onder meer. En dat hij ?Moskou net aan de lijn? had. ?Ze willen elk aantal aandoen tot en met 200. Mochten we er meer dan 200 hebben konden ze nog wel aanvullen met pet en sjaals. Maar als we 30-30 zeggen kon dat ook. Waren voor alles in. Na de wedstrijd.? De man werd uiteindelijk op de avond van de wedstrijd door een arrestatieteam uit een caf? gehaald ? hij had al een stadionverbod.

Bronnen: VI.nl, De Volkskrant, CopsinCyberspace

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

knightscope

Afbeelding: Knightscope

De opkomst van nieuwe technologie?n stelt de politie en andere rechtshandhavingsinstanties in staat proactiever en effectiever te opereren. De toepassing van deze technologie?n in het publieke veiligheidsdomein roept echter ook allerlei vragen op met betrekking tot privacy en andere grondrechten van burgers. Het nieuwe?themanummer van Justiti?le verkenningen beoogt enerzijds die nieuwe technologische toepassingen te beschrijven en anderzijds de (mogelijke) consequenties daarvan nader te beschouwen en aan discussie te onderwerpen.

Naast afzonderlijke artikelen over concrete technologische toepassingen (beeldtechnologie, drones) gaat de aandacht uit naar enkele belangrijke trends die alle voortvloeien uit de groeiende beschikbaarheid van ? onderling koppelbare ? grote hoeveelheden data afkomstig uit allerlei bronnen. Bij politiekorpsen wereldwijd heeft dit geleid tot een de groeiende populariteit van predictive policing: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen die gebaseerd zijn op een enorme verzameling historische gegevens over o.a. delicten, de plegers ervan en criminaliteitspatronen, gecombineerd met realtime data. Het politieoptreden wordt aldus datagestuurd en meer op preventie gericht. Een stap verder is prescriptive policing, waarbij de data aangeven wat de meest effectieve interventie zou zijn. Met de film Minority Report in gedachten doemen de zwartste scenario?s op: krijgen we een ?gedachtenpolitie? , staat de onschuldpresumptie op het spel? Deze vragen zijn des te prangender wanneer de rechtshandhaving steeds meer wordt overgelaten aan drones en robots. De grote uitdaging in dit verband is hoe ethische, maatschappelijke en juridische waarden al in het ontwerpproces van articifici?le intelligentie toepassingen kunnen worden ingebouwd. Iets soortgelijks speelt met betrekking tot de bescherming van persoonlijke gegevens en priv?-communicatie bij het gebruik van computers en smartphones e.d. Nieuwe Europese wetgeving schrijft voor dat gegevensbescherming wordt ingebouwd in producten en diensten, een principe dat wordt aangeduid met de term Data Protection by Design and Default.

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

Door A. de Vries* en S. Smit**

* Ir. Arnout de Vries is senior onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid en onder andere auteur van het boek ?Social Media: Het Nieuwe DNA?.
** Dr. Selmar Smit is aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op het onderwerp machine learning, en sindsdien werkzaam als data scientist bij TNO.

George Orwell waarschuwt in zijn boek 1984 (Orwell 1949) voor een?overheid die haar onderdanen monitort en alles in de gaten houdt. In?de film Minority Report is de ?pre-crime squad? in staat om moorden te?voorspellen en daders preventief op te pakken. De Nederlandse politie?heeft dankzij de omvorming tot Nationale Politie toegang tot alle landelijke,?regionale en lokale databronnen met betrekking tot criminaliteit?en is daarmee een ?informatieorganisatie? geworden. Door verbeterde?analysetechnieken, visualisatietools en computerkracht kan zij?deze ?Big Data? inzetten om criminaliteit te voorspellen en op basis?daarvan op te treden. Moeten we nu vrezen voor onze toekomst? Pakt?de politie voortaan burgers preventief op? Worden systemen leidend?

Het antwoord op al deze vragen is nee. Maar welke kant gaat het dan?wel op?

pred1

Interessante patronen
Politieorganisaties over de hele wereld, en dus ook in Nederland, houden?zich momenteel bezig met de ontwikkeling van predictive policing?? ofwel: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen. De reden?daarvoor is dat zij beschikken over ongelofelijk veel digitale gegevens?over misdaden uit het verleden, die met verfijnde algoritmen en diepe?analyse een goudmijn vormen voor het voorspellen van criminaliteit.

Het gevolg daarvan is dat de politie aanwezig kan zijn op plaatsen?waar de kans op een volgend incident het grootst is. Daar komt bij dat deze hoeveelheid beschikbare data exponentieel blijft groeien als?gevolg van databasekoppelingen met veiligheidspartners en het ontstaan?van het ?Internet of Things?, waarbij alles en iedereen aan het?internet gekoppeld is (?Big Data?). Het effect van Big Data-analyses is?al te zien bij commerci?le bedrijven, die verbanden weten te leggen?tussen bijvoorbeeld iemands aankopen, inkomen, leeftijd en postcodegebied.?Ook de politie is op zoek naar dergelijke verbanden, zodat?zij misdaden kan voorspellen.

In de criminologie zijn er voldoende theorie?n over het denken en?doen van criminelen die inzicht geven in dergelijke patronen. Zo zegt?de routine activity theory dat criminelen zullen toeslaan op die locatie?waar de virtuele cirkels rond criminelen en geschikte slachtoffers?elkaar overlappen. Dit leidt tot de gedachte dat steeds dezelfde gebieden?worden getroffen, als er geen maatregelen worden genomen. De?rational choice theory gaat ervan uit dat criminelen een locatie kiezen?waar de afweging tussen risico (pakkans) en buit zo gunstig mogelijk?is. Volgens de crime pattern theory zullen criminelen nooit te dicht bij?hun eigen huis toeslaan, maar altijd in een buurt die ze kennen, vlak?bij huis, werk, sportschool of op de weg daarnaartoe. De blended theory
is een combinatie van de vorige drie: een crimineel zal toeslaan op?een locatie langs zijn ?activiteitenroutes?, maar niet te dicht bij huis en?daar waar de afweging tussen buit en pakkans positief is. Bij predictive?policing worden deze theorie?n vaak overboord gegooid en wordt?voornamelijk gekeken naar de simpele theorie van near repeats: in de?buurt van een incident zal vaak nog een incident volgen zolang er?niets verandert. Hoewel dit op het eerste gezicht niet lijkt op de voorgaande?theorie?n zal, zolang de pakkans, buit en activiteitenroutes?van criminelen niet veranderen, het effect hetzelfde zijn en zullen incidenten?zich in dezelfde buurt blijven voordoen.

Doorontwikkeling informatiegestuurd optreden
Een slimme, effectieve en proactieve aanpak tegen misdaad is duidelijk?beter dan achter criminelen aan hollen; rechercheren verandert in??prerechercheren?. Predictive policing in combinatie met Big Data?neemt daarom logischerwijs een enorme vlucht. En het geeft de Nationale?Politie de mogelijkheid om invulling te geven aan ?meer doen met?minder middelen?. Maar is predictive policing eigenlijk wel nieuw? Nu?al beschikt de politie over slimme analyseteams die een enorme bijdrage?leveren aan het dagelijkse politiewerk door misdaadstatistieken?en andere gegevens, zoals jaargetijden, tijdstippen en locaties, te interpreteren.?Dit leidt onder andere tot hotspotkaarten, waarop locaties te?zien zijn waar specifieke politie-inzet nodig is. Op die manier kan de
politie bijvoorbeeld haar surveillanceteams effectief inzetten. De?gemeente Eindhoven gebruikt dergelijke hotspot- of inzetkaarten om?de effectiviteit van de BOA?s (buitengewoon opsporingsambtenaren)?van Stadstoezicht te verhogen (Van Weerdt & De Vries 2014). Brandweer?Rotterdam-Rijnmond heeft de brandweerradar die voorspelt?waar de volgende brand zich zal voordoen en zorgt vervolgens dat er?een voertuig in de buurt is (Littooij 2015). Een nieuw computermodel?van TNO wordt gebruikt om overlastsituaties in wijken te voorspellen?en interventies te berekenen die het beste zouden moeten werken in?de betreffende specifieke situatie (Smit 2014). De beweging die wij bij?de politie zien, past dan ook in de huidige tijd waarin nieuwe mogelijkheden?ontstaan door het analyseren van Big Data. Het huidige?informatiegestuurd optreden van de politie (intelligence-led policing)?professionaliseert en ontwikkelt zich door naar predictive policing,?waarbij niet alleen gehandeld en gestuurd wordt op basis van informatie?uit het verleden, maar ook gehandeld, gestuurd ?n geanticipeerd?wordt op basis van voorspellingen. Hiervoor is sinds enige tijd het Criminaliteits?Anticipatie Systeem in gebruik bij basisteams, flexteams en?districten door heel Nederland.

pred3

Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS)
Het CAS vindt zijn oorsprong bij de politie Amsterdam. Via het programma?Politie en Wetenschap ontwikkelt zij een geavanceerd plannings-?en voorspellingssysteem. Diverse politiekorpsen in het land?gebruiken het CAS inmiddels voor het voorspellen van high impact?crimes (woninginbraak, straatroof en overvallen). Als voorbeeld?gebruiken we het operationele gebied van de politie Amsterdam. Het?systeem deelt dit gebied op in vakjes van 125 bij 125 meter. Gebiedjes?waarvan de kans op een incident vooraf al laag kan worden ingeschat,?zoals weilanden en open water, worden verwijderd. Van de overblijvende?vakjes wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld: criminaliteitshistorie, afstand tot bekende verdachten, afstand tot de?dichtstbijzijnde snelwegoprit, soort en aantal bedrijven zoals bekend?bij de politie, en demografische en socio-economische gegevens van?het CBS. Van elk vakje wordt op verschillende peilmomenten geregistreerd?welke gegevens er op dat moment bekend zijn. Vervolgens?wordt bepaald wat er in de twee weken na de peiling aan incidenten?kan plaatsvinden. Er wordt kunstmatige neurale netwerktechnologie?toegepast om te bepalen welke combinatie van kenmerken indicatief?is voor criminaliteit in de nabije toekomst. Het resultaat is dat de vakjes?op de kaart indicatief worden ingekleurd, een zogenoemde heat?map, waarin hoge scores een warmere kleur krijgen.

Betrouwbaarheid
Naast het door de politie zelf ontwikkelde CAS zijn er nog diverse?andere softwarepakketten op de markt. Vrijwel alle pakketten kijken?naast near repeats vaak ook naar tijdsaspecten spatiotemporele analyse)?en trends zoals verplaatsingen, seizoenen, weekdagen of weekend?en zelfs specifieke tijdstippen. Verder wordt er gekeken naar kenmerken?als omgevingsfactoren (bijvoorbeeld demografie), weersvoorspellingen,?afstanden tot vluchtwegen (aantrekkende werking) en?locaties van politiebureaus (afstotende werking). Dat levert complexe?formules op met tientallen parameters. Hoe betrouwbaar zijn de voorspellingen?die deze formules opleveren? Kloppen ze wel? Daar is niet?een direct antwoord op te geven. De betrouwbaarheid van de voorspellingen?is logischerwijs ook afhankelijk van de voorspelbaarheid?van de criminelen. Crimineel gedrag blijkt voor veelvoorkomende criminaliteit?zoals inbraken goed te voorspellen. De mens, en dus ook de?crimineel, is een gewoontedier dat succes op succes en ervaring op?ervaring bouwt. Als een bepaald type woning goed te kraken valt, dan?gaan ze daarmee verder. Een bekende omgeving is voor criminelen?prettig, omdat zij dan een betere risico-inschatting kunnen maken en?daarmee de kans op succes vergroten. Grote veranderingen in gedrag?(de modus operandi) of omgeving (nieuwe ?markten?) zonder directe?aanleiding zijn eerder uitzondering dan regel. Rondtrekkend mobiel?banditisme is echter veel lastiger te voorspellen, laat staan impulsieve?misdaden zoals een crime passionnel. Toch kan in algemene zin wel?de betrouwbaarheid van de voorspellingen worden geduid.

Ten eerste is de betrouwbaarheid van een voorspelmodel afhankelijk?van de hoeveelheid incidenten binnen een vakje op de kaart. Het?gedrag van een individu valt moeilijk te voorspellen, maar het gemiddelde?gedrag van een groep is goed mogelijk. Bedrijven als Amazon en?Bol.com gebruiken ditzelfde principe om aanbevelingen te doen. Zij?kunnen niet voorspellen of een individu ge?nteresseerd is in een product,?maar wel dat mensen met een bepaald profiel er gemiddeld vaak?in ge?nteresseerd zijn. Dit geldt ook voor incidenten. Doordat inbraken?relatief vaak voorkomen, levert dit voldoende input op om profielen te?maken en voorspellingen te doen.

Vaak weten analisten zelf al wel wat de kans is op een inbraak in een?specifiek vakje. Maar als dat 80% is, wat is dan de meerwaarde van een?systeem dat voorspelt dat de kans op inbraak de ene dag 75% is en de?andere dag 85%? Daarom is het belangrijk een detailleringsniveau te?kiezen dat klein genoeg is om meerwaarde te hebben ten opzichte van?de intu?tie van een analist. Ook moet de datahoeveelheid groot genoeg?zijn om een bepaald niveau van betrouwbaarheid te halen. Blijkbaar?kan het. Tijdens een test in de Verenigde Staten moesten ervaren analisten?en een predictive policing-systeem aangeven in welke twintig?vakjes een incident zou kunnen plaatsvinden tijdens een dienst. Het?voorspelmodel had twee keer zo vaak gelijk als de analisten (Mohler?e.a. 2015).

Ten tweede zijn de betrouwbaarheid en validiteit van een voorspelmodel?afhankelijk van de hoeveelheid informatie die het herbergt. Met?informatie bedoelen we hier niet alleen databronnen, maar ook kennis?en expertise over gedrag. Zo zullen bijvoorbeeld modellen die uitgaan?van near repeats (een incident zorgt voor een verhoogde kans op nog?een incident in de buurt) beter werken dan modellen die dergelijke?kennis niet meenemen.

Vooral dit tweede aspect lijkt een grenzeloze groei aan voorspelkracht?te bevatten. Er is immers altijd wel een informatiebron te vinden die?we extra kunnen toevoegen. Het eindeloos toevoegen van bronnen?heeft echter niet zoveel zin, omdat de voorspelkracht op een gegeven?moment niet veel meer zal verbeteren. Het gaat daarom met name om?de kwaliteit van bronnen en minder om de hoeveelheid bronnen die?door data-experts en analisten aan het systeem worden toegevoegd.?Goede bronnen leveren continu kwalitatieve en actuele data aan het?predictive policing-systeem, waardoor dit systeem voorspellingen kan?doen op basis van ?verse? data en daarmee een accurate ondersteuning?biedt voor het politiewerk.

Voorspelkracht en effectiviteit
Zelfs als we ervan uitgaan dat gedrag, met genoeg data, is te voorspellen,?betekent dit echter niet dat de voorspellingen van predictive policing?altijd uitkomen. Naast dat voorspellingen enkel een kans aangeven?en geen vaststaand feit, komen voorspellingen niet uit omdat de?politie acteert op de voorspellingen en haar surveillanceteams op?basis daarvan gericht inzet. Die plotselinge aanwezigheid van ??n of?meer agenten be?nvloedt uiteraard het gedrag van een crimineel op?dat moment. Door deze effici?nte en effectieve inzet van agenten op?plekken waar het ertoe doet, zullen minder misdaden worden?gepleegd. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat is?de theorie achter predictive policing. Dat dit werkt, laten de cijfers?zien. In Los Angeles daalt de misdaad met 13%(*1)?en in Santa Cruz daalt?het aantal inbraken met 27% (*2)?. In Kent ligt de hitscore van de software?? waarbij daadwerkelijk een misdrijf plaatsvond in een geselecteerd?vakje op de kaart ? bijna 60% hoger dan wanneer de vakjes handmatig?gekozen werden door analisten (Kent Police 2013). In Amsterdam ligt?de hitscore volgens de politie-eenheid Amsterdam-Amstelland in 2015?op 15% en het aantal near hits (een inbraak of straatroof die niet in het?voorspelde vakje valt maar er net naast) ligt voor woninginbraken op?40% en voor straatroof op 60%. Een pilot in Londen richt zich niet op?de locatie van een misdrijf maar op de dader. Dat levert een heat list?op van driehonderd namen, waarvan er zes nieuw zijn voor de politie?en waarvan er vijf in de weken daarna een misdaad plegen (Basulto?2014). In Memphis loopt de algemene criminaliteit terug met 30% en?het aantal geweldsmisdrijven met 15% (Greenburg 2009). Als gevolg
daarvan behoort Memphis niet meer tot de top 3 van gevaarlijkste steden?in de Verenigde Staten. Volgens de politie komt dat door de juiste?politie-inzet (bijvoorbeeld surveillance, auto?s staande houden en?undercoveroperaties) op de juiste tijd en plek (Williams 2006). Autodiefstallen?daalden met 75% en inbraken in bedrijven met 67% (Perry?e.a. 2013). Inmiddels heeft de politie van Memphis een Real Time?Crime Center van $ 3 miljoen neergezet om predictive policing een?vaste plaats te geven in haar manier van werken. Volgens onderzoek?van Nucleus Research levert dit centrum jaarlijks meer dan $ 7 miljoen?op (Nucleus Research 2010). Ook New York heeft een Real Time Crime?Center, waar alle databases ?n meer dan 3.000 politiecamera?s worden?geanalyseerd. In Zwitserland en Duitsland is een aantal politiekorpsen?Precobs software aan het testen, het zogenoemde Pre Crime Observation?System (*3).?De politie in Noordrijn-Westfalen is daarentegen zeer kritisch?over de effecten van predictive policing, omdat de positieve cijfers?en gemeten effecten veelal worden geleverd door softwareleveranciers?of politiekorpsen die baat hebben bij het presenteren van gunstige?cijfers. In het Amerikaanse Richmond is men gestopt met deze?werkwijze vanwege gebrek aan bewijs dat het zou werken (Aldax 2015).

Ondanks deze kritische geluiden lijkt het erop dat criminaliteit wel?degelijk goed te voorspellen is. Het staat echter nog wel in de kinderschoenen?en het zijn vooral wiskundigen die zich op dit moment?bezighouden met het ontwikkelen van voorspellende algoritmen. Predictive?policing richt zich om die reden nu nog vooral op veelvoorkomende?delicten waar een klein aantal mensen een rol in speelt (zoals?veelplegers uit een buurt of rondtrekkende dadergroepen) en vermogensdelicten?zoals woninginbraken en straatroof, waar vaak aangifte?van wordt gedaan. Maar op termijn, als de politie beschikt over meer?informatie en betere databronnen, valt te verwachten dat het systeem?ook andere delicten kan voorspellen, zoals liquidaties in de onderwereld?of een radicaliseringsproces. De maatschappij zal echter nooit?helemaal zonder misdaad zijn en voorspellend politiewerk is geen?oplossing voor alle misdaad. Het is geen panacee voor een veilige
maatschappij en veiligheid kan niet volledig worden ?gedataficeerd?.

pred4

Risico?s
Technologisch gezien zou predictive policing exponentieel verder kunnen?groeien. Maar vanuit maatschappelijk en organisatorisch oogpunt?zit er nog een rem op. Wil de politie wel zoveel gaan vertrouwen op?technologie? Is de organisatie er wel klaar voor? Nemen algoritmen en?robots het werk van agenten op diverse vlakken zo meteen over? En?wat zijn eigenlijk de juridische en ethische haken en ogen? 100%?betrouwbare voorspellingen zijn immers een illusie; of nemen we een?foutmarge voor lief en worden onschuldige burgers opgesloten? (*4).?Dit?zijn relevante vragen die beantwoord moeten worden. Wij zien de?voordelen van predictive policing, omdat de politie hiermee effici?nter?en effectiever op de juiste plaats ingezet kan worden. Maar wij zien
ook risico?s. We benoemen er een aantal.

Ten eerste kan predictive policing het risico in zich hebben dat de politie?straks allerlei mensen gaat oppakken om vervolgens te zeggen: ja,?dat moest van onze algoritmen. Straks worden we door Facebook bij?de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of je?wordt staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist?door een buurt loopt waar statistisch gezien op dat?moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit?te leggen. De rechter zal hier vanuit de onschuldpresumptie geen?genoegen mee nemen en om bewijs vragen op basis waarvan het algoritme?tot de voorspelling is gekomen en vragen naar de reden waarom?de politie dat advies heeft opgevolgd. Daarom zijn en blijven de kennis?en kunde van de ervaren politieagent leidend. Hij zal moeten beoordelen?hoeveel waarde en bewijswaarde kan worden toegekend aan een?voorspelling van het systeem en hoeveel aanvullend bewijs is vereist.

Dat brengt ons bij een tweede risico, dat het systeem te complex wordt?en niet meer door mensen wordt begrepen. Algoritmen vangen echter?geen boeven. Dat doen mensen van vlees en bloed. Zonder mensen?sta je nergens met intelligence, en al helemaal in de huidige fase van?predictive policing waarin alles nog in de kinderschoenen staat.?Human in the loop by design is de essentie van het principe dat wij?voorstellen, omdat we de mens als belangrijkste schakel in elke toepassing?van predictive policing zien. Alle menselijke schakeltjes moeten?ingebakken zitten in het ontwerp van predictive policing: denk aan?de analisten, de leiding, de beleidsmakers en de agenten op straat.?Hoewel de menselijke schakel onder druk staat in de huidige informatiemaatschappij,
zijn veel data die de politie nu gebruikt nog steeds?door mensen verzameld, verwerkt en in context geplaatst. Analisten?doen vervolgens diverse interpretatieslagen en mensen nemen besluiten op basis van deze adviezen, waarna maatregelen door mensen?worden genomen, die vervolgens weer door mensen worden beoordeeld?op hun effectiviteit. Politiemensen zijn daarom in onze visie de
belangrijkste schakel: het systeem doet de basiszaken, de mens?bepaalt wat ermee gebeurt. Een voorspelling is derhalve dus geen bindend?advies, want mensen zijn slimmer dan een systeem dat alleen?met data werkt. Totdat het moment van singularity aanbreekt, waarbij?computers niet alleen sneller of accurater kunnen rekenen, maar ook?creatiever, slimmer en bewuster zijn dan mensen. Dat duurt nog minstens?twee decennia en zelfs dan is het de vraag of je iets dergelijks in?handen van een machine wilt leggen, want dan komt de ?gedachtepolitie??uit Minority Report wel heel dichtbij.

De menselijke factor levert een derde risico op: dat de data in systemen?een gekleurd beeld geven (zogenoemde bias) en algoritmen dus?gekleurde voorspellingen zullen doen. De voorspelling is zo goed als?de data eronder. Wordt het systeem gevoed met vooroordelen ten aanzien?van bevolkingsgroepen of etnische afkomst, dan zal dat zijn effect?hebben op de resultaten. Daarom is het van belang dat de politie niet?alleen op voorspellingen gaat varen en belangrijke beslissingen alleen?daarop gaat baseren. Tunnelvisie ligt dan op de loer, een bekend?dilemma in het politiewerk. Dit risico zal alleen maar toenemen als het?systeem complexer wordt en kennis over de werking afneemt. Wij pleiten?daarom voor transparantie. Het moet inzichtelijk zijn hoe de systemen?en hun algoritmen werken.

Een vierde risico is dat leveranciers die transparantie niet geven omdat?hun concurrentiepositie dan gevaar loopt. Toch zal de maatschappij of?de wet wellicht gaan eisen dat algoritmen volledig transparant zijn,?want waarom ben je aangehouden, of kwam de politie eigenlijk zelf op?jouw spoor? Dat dit belangrijk is, bewijst het grappige voorbeeld van?de Miss America-verkiezingen (Hiltzik 2014). Zo kun je het aantal?moorden met behulp van stoom of hete vloeistoffen al jarenlang perfect?voorspellen door middel van de leeftijd van de Miss America van?dat jaar. Algoritmen zijn dom, voeren uit wat er van ze wordt gevraagd?en leggen verbanden tussen gebeurtenissen, hoe vreemd een dergelijke?relatie ook is. Dergelijke ?fouten? kunnen desastreuze gevolgen?hebben, dat hoeft geen betoog.

Een vijfde risico is dat de predictive policing-systemen informatie platslaan?tot vakjes en cirkeltjes op een kaart, terwijl academici al honderden?jaren onderzoek doen naar waarom mensen crimineel worden en?hoe ze zich dan gedragen. Om deze kennis, maar ook die van analisten?en politiemensen op straat, toe te kunnen voegen moet v??r de implementatie?expliciet worden nagedacht over hoe dit ingebakken kan?worden in het systeem of in aanvullende processen.?Privacy is een zesde risico. Enerzijds omdat voorspellend politiewerk?inbreuk kan maken op de persoonlijke leefomgeving van mensen. Zo?kreeg de politie van Chicago veel kritiek op de preventieve huisbezoeken?die zij aflegde bij veelplegers (Stroud 2014). Anderzijds zijn er veel?gegevens bekend die ertoe doen en voorspellingen beter maken, maar?die niet gebruikt of gekoppeld mogen worden om redenen van privacy.?Als laatste risico noemen we de valkuil om vooral te blijven werken?aan technologische ontwikkeling en betere computervoorspellingen,?terwijl het veel belangrijker is om na te denken over de vraag hoe de?politie effectief aan de slag kan gaan met enigszins betrouwbare voorspellingen.?De crux zit in het slim regelen van de operationele inzet en?slimme interventies.

Prescriptive policing
Het zo goed mogelijk voorspellen van misdrijven is geen doel op zich.?Het gaat erom dat ze worden voorkomen. Om daar inzicht in te krijgen?zal de politie het effect van een voorspelling en de daaropvolgende?inzet moeten gaan meten. Op die manier leert de politie welke inzet?het beste werkt in welke situatie. Daarmee verschuift het politiewerk?van predictive policing naar effect-led policing. Als die kennis over de?effectiviteit van interventies wordt toegevoegd aan het systeem, verschuift?het politiewerk van effect-led policing naar prescriptive policing.?Het systeem kan dan niet alleen voorspellingen doen, maar op?basis van data uit het verleden ook adviseren over welke politie-inzet?in de gegeven situatie het meest effectief zal zijn.

Prescriptive policing werkt alleen als het is toegespitst op een specifiek?gebied. Als het systeem kan bepalen waarom iets op sommige plaatsen?wel werkt en op andere plaatsen niet, dan kan dat ge?xtrapoleerd worden?naar andere gebieden. Zonder de effectiviteit van elke interventie?in dat specifieke vakje te bepalen kan het systeem inschatten wat?waarschijnlijk wel of niet zal werken. Daarvoor moeten wel de relevante?kenmerken van een gebied bekend zijn, en de kenmerken van?interventies. Misschien werkt patrouilleren met de auto niet, maar met?de fiets wel. Of zijn er specifieke agenten die naast patrouilleren ook?andere acties ondernemen die zorgen dat er wel of geen effect is. Dat?maakt prescriptive policing moeilijker, maar tegelijkertijd ook veel
waardevoller. Het biedt de mogelijkheid om de jarenlange kennis en?ervaring in een context te plaatsen en deze te herhalen daar waar de?context gelijk is. Daarbij is het van belang dat een dergelijk systeem?niet dicteert wat er moet gebeuren. Zelfs als het systeem denkt dat de?context gelijk is, dan nog moeten agenten, analisten, leiding of?beleidsmakers vertrouwen op hun jarenlange ervaring en kennis, helemaal?aangezien een dergelijk systeem niet de creativiteit heeft om iets?nieuws te verzinnen. Het kan enkel de lessen uit het verleden zo goed?mogelijk vertalen. De uitkomst mag daarom hoogstens worden gezien?als een suggestie die de basis moet vormen voor een beslissing of discussie.?De mens blijft wat ons betreft de belangrijkste schakel in het?hele proces. Eerder in dit artikel haalden we al het principe ?human in?de loop by design? aan. Ook is er een juridisch argument om dit principe?toe te passen: de Wet bescherming persoonsgegevens stelt in artikel
42 lid 1 dat ?niemand kan worden onderworpen aan een besluit?waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem in aanmerkelijke?mate treft, indien dat besluit alleen wordt genomen op?grond van een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens?bestemd om een beeld te krijgen van bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid?.

Implementatie
Het doel van predictive en prescriptive policing is niet m??r boeven?vangen, maar misdrijven voorkomen door agenten effectief preventief?in te zetten. Dat vergt een cultuuromslag, waarbij het voorkomen van?slachtoffers voortaan centraal staat. Het ?reactief en op heterdaad?oppakken? verandert in ?proactief voorkomen?. Deze omslag vraagt om?sterk intern leiderschap en sturing. Ook zullen de prestatie-indicatoren?van de politie moeten worden aangepast: het gaat niet meer om?het behalen van bepaalde streefcijfers, maar om de effectiviteit van?politieoptreden. De politie wordt niet meer beloond voor haar inzet,?maar voor het effect dat zij bereikt.

De implementatie van beide vormen van policing gaat echter niet?alleen over de organisatiecultuur, maar ook over politiemensen, hun?competenties en hun samenwerking met de voorspellende software.?Daarnaast gaat het over processen, taken, besluitvorming en manier?van leidinggeven. Verder zal tijdens de implementatie veel aandacht?uitgaan naar de juiste informatiebronnen en integriteit van data. Tot?slot speelt techniek een rol in de implementatie, waarbij de ICT-architectuur?ingericht moet worden op deze nieuwe werkwijze, de juiste?software geselecteerd en aangeschaft moet worden en agenten op?straat de juiste tools krijgen aangereikt.

Alles hangt met elkaar samen. Daarom vraagt de implementatie om?een integrale benadering van doel, mens en organisatie, proces, informatie?en techniek. Daarbij onderscheiden we vier implementatieniveaus:?intelligence-led policing (informatiegestuurd optreden), predictive?policing (voorspellen), effect-led policing (effectmeting) en prescriptive?policing (contextgestuurde adviezen). Deze vier niveaus hebben?we in dit artikel toegelicht.

Discussie
In dit artikel hebben we laten zien wat predictive policing inhoudt en?welke mogelijkheden het biedt. De technologie staat nog in de kinderschoenen,?maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. De Verenigde?Staten lopen hierin voorop. De Nederlandse politie heeft inmiddels de?eerste stappen gezet om van informatiegestuurd politiewerk te komen?tot voorspellend politiewerk. We hebben ook laten zien dat er risico?s?verbonden zijn aan deze nieuwe werkwijze. In ons boek Van predictive?naar prescriptive policing (Smit e.a. 2016) gaan we daar verder op in.

Wij bevelen daarom aan om niet klakkeloos voorspellende software te?implementeren in het politieproces, maar eerst te discussi?ren over?het doel en de mate waarin de software het politiewerk kan gaan?ondersteunen. Zorg er vervolgens voor dat deze nieuwe werkwijze?gepaard gaat met juridische, ethische en organisatorische waarborgen?en start daarna met kleinschalige experimenten die opgeschaald kunnen?worden tot landelijk niveau. Onderschat de veranderingen niet?die predictive policing met zich meebrengt. Dat vraagt om een goede?overdenking en om draagvlak binnen en buiten de politieorganisatie.

(*1) Scientifically Proven Field Results, 2013-2014, www.predpol.com/results.
(*2) Scientifically Proven Field Results, 2011-2012, www.predpol.com/results.
(*3) Zie IfmPt. 2015-2016, www. ifmpt. de.
(*4) Zie voor een overzicht van de risico?s van predictive policing het recente artikel van Kaya Bouma, ?Buienradar voor boeven? in De Groene Amsterdammer, www.groene.nl/artikel/buienradar-voor-boeven. Over de risico’s van etnisch profileren verscheen recent een artikel van Marc Schuilenburg op www.socialevraagstukken.nl/etnisch-profileren-is-onderdeel-van-vooringenomen-criminaliteitsbeleid.

Literatuur

Aldax 2015
M. Aldax, ?Richmond police chief?says department plans to discontinue??predictive policing? software?,?24 juni 2015.

Basulto 2014
D. Basulto, ?Relax, the futuristic?pre-crime system of ?Minority?Report? is still a long way from?becoming reality?, 6 november?2014.

Greenburg 2009
Z.O. Greenburg, ?America?s most?dangerous cities?, Forbes Magazine?23 april 2009.

Hiltzik 2014
M. Hiltzik, ?See some hilarious?charts showing that correlation is?not causation?, Los Angeles Times?12 mei 2014.

Kent Police 2013
Kent Police, PredPol operational?review ? Initial findings, Kent:?Corporate Services, Analysis?Department, Kent Police 2013.

Littooij 2015
A. Littooij, ?Brandweerradar??(J. D. Award, interviewer), 2015.

Mohler e.a. 2015
G. Mohler, M. Short, S. Malinowski,?M. Johnson, G. Tita,?A. Bertozzi & P. Brantingham,??Randomized controlled field?trials of predictive policing?, Journal?of the American Statistical?Association (110) 2015, afl. 512,?p. 1399-1411.

Nucleus Research 2010
Nucleus Research, IBM SPSS ROI?Case Study: Memphis Police?Department (Document K31),?Boston, MA: Nucleus Research,?Inc. 2010.

Orwell 1949
G. Orwell, Nineteen Eighty-Four,?New York: New American Library?1949.

Perry e.a. 2013
Q. Perry, B. McInnis, C. Price,?S. Smith & J. Hollywood, Predictive?policing ? The role of crime?forecasting in law enforcement?operations, Santa Monica, CA:?Rand Corporation 2013.

Smit 2014
S. Smit, ?Computermodel voorspelt?overlast in woonwijken ? en?wanneer die uitblijft?, Secondant?30 april 2014.

Smit e.a. 2016
S. Smit, A. de Vries, R. van Kleij &?H. van Vliet, Van predictive policing?naar prescriptive policing,?Den Haag: TNO 2016.

Stroud 2014
M. Stroud, ?The minority report:?Chicago?s new police computer?predicts crimes, but is it racist??,?The Verge 19 februari 2014.

Van Weerdt & De Vries 2014
C. van Weerdt & A. de Vries,?Dienstverlening verbeteren met?Big Data. Een verkenning voor?gemeenten. Den Haag: TNO 2014.

Willems & Doeleman 2014
D. Willems & R. Doeleman, ?Criminaliteits?Anticipatie Systeem?,?het Tijdschrift voor de Politie?2014, p. 39-42.

Williams 2006
A. Williams, ?Blue C.R.U.S.H.?walks its beat among community?organizations?, Memphis Daily?News 16 november 2006.

[slideshare id=64129657&doc=jv1603-volledige-teksttcm44-643006-160718154218&type=d]

Bronnen:?Justiti?le verkenningen,?jrg. 42, nr. 3, 2016

Dit artikel is gebaseerd op het boek Van?predictive naar prescriptive policing, uitgegeven door TNO en geschreven door Selmar?Smit, Arnout de Vries, Rick van der Kleij en Hans van Vliet. Dit boek is te downloaden via?www.tno.nl/prescriptive-policing.

 

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

Hoe social bots sociale media be?nvloeden

Tay

Zogenoemde ‘social bots’, geautomatiseerde nepprofielen, proberen steeds vaker online mensen en debatten te manipuleren.

Chatbots zijn ouder dan we denken. Origineel noemden we ze ?ChatterBots?, een term die door Michael Mauldin, maker van de eerste?Verbot, werd bedacht in 1994. ?Maar het idee is al veel ouder. In de jaren ?50 bedacht Alan Turing, vooral bekend geworden vanwege zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog, de Turing Test. Daarmee moesten we kunnen aantonen dat een computer intelligent is. Dat doen we door een computerprogramma een mens na te laten doen in een real-time geschreven gesprek met een menselijke ?rechter?. Kan deze ?rechter? de computer niet van mens onderscheiden, dan is de computer intelligent.?Tot nu toe heeft echter geen enkele chatbot deze test behaald.

Verkiezingen in de VS

Begin deze maand merkte een republikeinse blogger op dat 465 accounts op Twitter spam verstuurden ten gunste van Donald Trump. De tweets, voorzien van hashtags en links, riepen op om Ted Cruz aan te geven bij een toezichthoudend agentschap. Maar sommige accounts gaven locaties als Brazili?, Itali? en India aan. Bovendien hadden ze zelden eerder over Trump getweet, volgden ze een verwaarloosbaar aantal andere gebruikers en werden ze zelf niet of nauwelijks gevolgd. De blogger berekende dat in dertig dagen, deze 465 accounts 411.000 tweets over Trump genereerden.

@DeepDrumf is een aardig voorbeeld van een relatief eenvoudig deep learning algoritme dat realistische uitspraken van Donald Trump genereert op Twitter.

drumpf

Politiek debat
‘Bots worden steeds vaker ingezet in het politieke debat’, zegt communicatiewetenschapper Samuel Woolley, die aan de Universiteit van Washington een onderzoek leidt naar het fenomeen. ‘Voorheen werden ze vooral gebruikt om een politicus of campagne populairder te laten lijken, maar tegenwoordig proberen ze steeds geavanceerder publieke opinie te manipuleren.’

Wie stuurt de bots aan?

Of de bots die het op Cruz gemunt hadden afkomstig waren van Trumps campagne is volgens Woolley moeilijk te zeggen. ‘We weten dat bots een actieve rol in de verkiezingen hebben, maar het is moeilijk te zeggen wie de bots aanstuurt.’

Het onderzoeksteam van Woolley heeft nu al moeite om vast te stellen of een account een bot is, mede doordat bots vaak snel uit de lucht worden gehaald en dat de eigenaar zijn bot op non-actief kan zetten om vervolgens zelf vanuit het account te posten.

Vanuit een aantal hoeken is bekend dat social bots worden ingezet. Allereerst waren er commerciele partijen die met bots aanbiedingen via social media als Twitter online wilden posten. Slimmere bots reageerden op Twitter op specifiek gebruikte keywords of mengden zich in trending topics. Al snel werden bots echter ook door regeringen ingezet. Zo is van Rusland bekend dat social bots worden ingezet om het debat te beinvloeden. Maar ook terroristische organisaties als Islamic State gebruiken bots om hun boodschap te propageren.

Groeiend aantal bots

Volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona zijn minstens 7% van alle Twitter accounts social bots. Twitter zelf houdt het bij 5%, maar er zijn onderzoeken die aangeven dat met hun bot detectie tot minstens 9%. Opvallend is dat 50% (!) van alle accounts na 2014 inmiddels suspended zijn. En als het gaat om de hoeveelheid content die bots produceren zegt hetzelfde onderzoek van Arizona dat 24% van alle tweets niet van mensen, maar machines komen. Ook onder Facebook accounts zijn naar schatting 5-11% van alle accounts social bots. Er zijn social bot farms gedetecteerd die wel 750.000 accounts aansturen!

Social bots

facebook bots

Op populaire messaging platformen als KIK, dat vooral onder jongeren zeer populair is (ook in Nederland), wordt steeds meer gebruik gemaakt van social bots. Het is een nieuwe manier ook voor bedrijven om aan marketing te doen (conversational brands) en er zijn al 350 miljoen berichten met social bots zijn uitgewisseld. Ook platformen?als Slack maken er al op grote schaal gebruik van.

Maar juist de grote reuzen van deze aarde zijn er nu groots op aan het inzetten. 2016 wordt het jaar van de social bots genoemd waarin een aantal belangrijke lanceringen gepland staan, zoals de bots van Facebook. Facebook?s varianten blijken nu nog erg?traag, maar?onderstaande video laat zien wat Facebook met chatbots voor ogen heeft:

Remi Zoeten, data scientist bij Bol.com, stelt dat de groei van bots vanuit commerci?le bedrijven?aan meerdere aspecten ligt. ?Er is niet een enkele grote doorbraak geweest in de wereld van chatbots. Maar mogelijk is er een ?tipping point? bereikt welke het verschil maakt tussen wel of niet durven inzetten.? Dat tipping point heeft volgens Zoeten te maken met een aantal verbeteringen die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt. ?We hebben bedacht hoe kunstmatige neurale netwerken kunnen worden gebruikt om met tekst om te gaan.?Neurale netwerken zijn ge?nspireerd op het neurale netwerk dat in ons brein zit. Er zijn dus betere computer-representaties gevonden voor mensentaal. Daarnaast zijn Wikipedia en andere (publieke) tekstbronnen?constant aan het groeien, hier kunnen chatbots van leren.?

Maar ook het aanbod van natuurlijke taalprocessoren als een service en kunstmatige intelligentie als een service dragen hieraan bij, stelt Jerry Wang, ontwikkelaar van chatbots in Silicon Valley. ??Veel verkopers bieden nu natural language processing (natuurlijke taalverwerking) aan als een service. In samenwerking met veel providers die de extra hulpmiddelen aanbieden kan vrijwel iedereen een coole chatbot maken die dingen voor je kan doen, in plaats van alleen maar ?hi? sturen zoals de Cleverbot deed.?

Dat grote bedrijven als Facebook nu op chatbots inspringen heeft volgens Wang en Zoeten ook een logische reden. ?Ik denk dat ze dit doen om dat de meest?intu?tieve interface naast een muis, toetsenbord of touchscreen een gesprek is. Met iemand praten om bepaalde informatie te vinden of een doel te bereiken is iets dat alle mensen doen?, stelt Wang. Zoeten ziet echter ook een commerci?le reden voor de opkomst van chatbots. ?Chatbots hebben veel commerci?le waarde, omdat ze de potentie hebben om veel werk te automatiseren, of zelfs om werk beter te doen dan professionals.
Denk aan chatbots die jou helpen om een goed cadeau te vinden, die zorgen voor een hogere omzet in online retail. Of een chatbot die de klantenservice doet bij online aankopen. Die is misschien wel veel sneller en effectiever dan een menselijke klantenservice.?

june-3-crisis-bot

?Chatbots kunnen leren van bijvoorbeeld Wikipedia of van vijfhonderd dikke boeken over anatomie en medicijnen?, vertelt Zoeten. ?Daar staat vaak het antwoord op een vraag letterlijk in. Maar als het antwoord op een vraag niet letterlijk in een tekst staat, dan kan het moeilijk zijn om het antwoord te bedenken of om het antwoord bij elkaar te verzamelen. Een chatbot kan misschien wel goed communiceren over het weer, of met interessante feitjes komen over een onderwerp, maar vermogen om te redeneren is er nog niet. Bijvoorbeeld: ?Jantje wil graag zijn 7 knikkers verdelen over zijn drie broertjes. Kan hij alle 7 knikkers eerlijk verdelen???Dit soort vragen zijn nog erg lastig. Je zou een programma kunnen maken dat z??r specifiek voor dit soort vragen geschreven is, maar als dan de vraag komt ?De cappuccino van 3.95 wordt afgerekend met een tientje, hoeveel wisselgeld wordt er gegeven??, kun je opnieuw beginnen.?Het moeilijke is om een algemene oplossing te geven voor ?vragen? en om te beslissen of de computer ?berhaupt het juiste antwoord wel heeft.?

Bovendien missen we nog wat features binnen chatbots waar we dankzij smartphones aan gewend zijn geraakt, vertelt Wang. ?Het gaat vooral om het opvragen van je locatie en het doen van betalingen. De Uber-app kan bijvoorbeeld erg goed uitzoeken waar je bent en op basis daarvan een auto naar je toesturen, maar een chatbot die je alleen via SMS spreekt kan dat niet. Tegelijkertijd kan een website als Amazon erg goed bestellingen en betalingen afhandelen, maar een chatbot heeft die mogelijkheid niet.?

Ook Google is achter de schermen druk bezig met hun nieuwste innovatie op het gebied van AI technologie.?En ook Microsoft zet er groots op in. Toch gaat het niet zonder slag of stoot. Onlangs lanceerde Microsoft haar chatbot Tay die leerde van het gedrag van de mensen waarmee de bot in gesprek raakte. De testers wisten dit en gingen zich extreem gedragen met de bot, waardoor de bot al snel rechts-extermistische uitingen deed en binnen korte tijd bekend werd als de nazi bot.

little bingMicrosoft lanceerde in 2015 het kleine zusje van Cortana, de chatbot XiaoIce aka Little Bing, waar miljoenen mensen in China hun diepste geheimen aan toevertrouwen. Volgens Yongdong Wang, de Microsoft medewerker die Xiaolce ontwikkelde, is de chatbot rond middernacht het meest populair. Gemiddeld worden er zo?n 23 berichten heen en weer gestuurd tussen chatbot en mens.

Our vision is we want her to be a friend, not just a professional assistant. A good friend where a user can develop an emotional connection and the trust and the confidence. And someone that the user feels free to talk to.”

?Bots as besties – get ready for a shift from having a bff to a bbf: bot best friend?

Er zijn diverse toepassingen voor social bots en ook veel nieuwe start-ups die bot technologie aanbieden. Magic, Sensay?en Cloe?zijn enkele voorbeelden.

cutting edge bots

Bot en troll farms

Semi-automatisch gebruik van bots lijkt een beproefde methode door de zogenaamde ’troll farms’ in Rusland. Eerder werd bekend dat het Kremlin ook mensen inhuurt om commentaar te leveren op media die zich kritisch uitlaten over Russisch beleid.

Zo werd de Guardian in 2014 gek van de spam die zeer waarschijnlijk afkomstig was van de troll farms. De moderators, mensen die toekijken op de commentaren onder artikelen, verwijderden honderden reacties onder Oekra?ne-gerelateerde artikelen. Ook in landen als China is dit een beproefde methode, en de Verenigde Staten gebruiken vermoedelijk ook al langere tijd social bots.

Het verstoren van het MH17-debat

Voormalig Vrij Nederland-verslaggever Tim de Gier dacht ook te maken te hebben met Kremlin-gestuurd commentaar wanneer het weekblad over MH17-ramp schreef. ‘Er stonden half-afgemaakte zinnen en allerlei opmerkingen die totaal niet logisch waren. Ik durf niet te zeggen of het commentaar geautomatiseerd of menselijk was.’

Probeerden social bots het Nederlandse MH17-debat echt te verstoren? ‘Zeer waarschijnlijk’, zegt Woolley. Zeker is dat de Russen publieke opinie over Oekra?ne probeerden te be?nvloeden, getuige een handleiding van een troll farm in handen van de Volkskrant. In die handleiding wordt de troll farm-medewerkers uitgelegd hoe ze op Twitter, Facebook en andere online media moeten overtuigen dat Oekra?ense politici het land ‘naar de rand van de afgrond’ hebben gebracht.

In de handleiding, gedateerd 7 maart 2015, staan zoekwoorden, casussen en verwijzingen naar media die de Russische trolls kunnen gebruiken in hun reacties. Een van de argumenten die gesuggereerd wordt om de publieke opinie over Oekra?ne te be?nvloeden is door te hameren op het nijpende gebrek aan gas in het land en achterstallige betalingen aan Gazprom, de Russische energiegigant. Een ander argument: Oekra?ense extremisme vormt een bedreiging voor de joodse minderheid. Of: de financi?le steun van het IMF zal vooral naar het leger gaan in plaats van de bevolking.

Tegenwoordig proberen bots steeds geavanceerder de opinies te manipuleren.

Eerlijke en objectieve informatie

Woolley benadrukt dat bots vooral een probleem zijn in landen met een door de overheid gecontroleerd mediabestel, omdat die burgers voor eerlijke en objectieve informatie op sociale media aangewezen zijn.

current_500pxwide_int

Hoe zo’n debat gemanipuleerd kan worden vertelde een hacker onlangs in een interview met Bloomberg Businessweek. De Colombiaan Andr?s Sep?lveda spaarde kosten noch moeite om presidentsverkiezingen te be?nvloeden in negen Latijns-Amerikaanse landen. Hij deed dat vooral door de oppositie digitaal te bespioneren, maar maakte in 2012 ook een Mexicaanse protestbeweging dankzij bots onschadelijk.

#YoSoy 132

De hacker gebruikte een leger van dertigduizend bots om de protestbeweging #YoSoy 132, ook wel de Mexicaanse Lente genoemd, in de kiem te smoren. #YoSoy 132 stelde de warme banden aan de kaak die de partij van presidentskandidaat Enrique Pe?a Nieto tijdens de campagne onderhield met de Mexicaanse media. De beweging benadrukte dat ze geen andere kandidaat steunden.

Sep?lveda’s bots zaaiden verwarring in de onlinediscussie, door #YoSoy 132 nadrukkelijk in verband te brengen met de linkse kandidaat Andr?s Manuel L?pez Obrador. Uit een door hem gehackt campagnememo wist Sep?lveda precies wat de zwakke punten van L?pez Obradors waren, en liet hij de bots die benadrukken. Net als de Occupybeweging en de Arabische Lente had #YoSoy 132 geen centrale leider die de berichten tegen kon spreken. Ongehinderd veroorzaakten de bots een kakofonie op sociale media, waardoor de boodschap van de protesten afzwakte en de beweging uiteindelijk onschadelijk werd gemaakt.

‘Ik werkte voor de donkere kant van de politiek, de kant die niet gezien wordt’, zegt Sep?lveda, die momenteel een straf in Bogot? uitzit vanwege hacken en spionage. Hij zegt zijn verhaal te doen omdat mensen niet bevatten hoeveel invloed hackers kunnen uitoefenen op moderne verkiezingen. Hij is ‘honderd procent zeker’ dat er ook met de Amerikaanse presidentsverkiezingen geknoeid wordt.

Hoe groot het effect van de bots in de Amerikaanse verkiezingen is, valt niet te zeggen. Alleen al omdat het onmogelijk is om in te schatten hoe veel bots er actief zijn. ‘Duizenden, tienduizenden, misschien wel honderdduizenden? Ik weet het niet’, zegt Woolley. Naast zijn onderzoeksteam zijn er nog een handvol mensen die zich met bot-propaganda bezig houden.

Wat zijn bots?

Een chatbot is een geautomatiseerde robot die zo menselijk mogelijk probeert over te komen, bijvoorbeeld op Twitter of Whatsapp. Bots zijn er in allerlei soorten en maten en worden op uiteenlopende manieren gebruikt. Zo zijn er bots die grappen genereren en geen specifiek doel hebben, maar chatbots zijn ook geliefd bij klantenservices van bedrijven. Chatbots kunnen antwoord geven op simpele vragen als ‘wat is de levertijd van het product?’ doordat ze steekwoorden herkennen.

Een chatbot antwoordt door de steekwoorden en zinsopbouw die hij herkent te vergelijken met een database vol voorgeprogrammeerde en aangeleerde woorden en zinnen. De bot hanteert een overeenkomst-percentage zodat hij ook bij taal- en grammaticafouten antwoord kan geven.

Bots worden steeds beter geprogrammeerd. Ze zijn in staat om gesprekken te analyseren en daarvan te leren, waardoor ze steeds menselijker overkomen en langer interacties kunnen volhouden.

Geperfectioneerd zijn ze nog niet – en dat levert nog wel eens problemen op. Zo maakte een bot van de Nederlandse Jeffry van der Goot vorig jaar onbedoeld doodsbedreigingen op Twitter. Tay, een bot die Microsoft ontwikkelde, moest de persoonlijkheid van een 19-jarig meisje nabootsen, maar internetgrappenmakers (trolls) kregen voor elkaar dat Tay racistische opmerkingen ging maken. De social bot paste zich namelijk aan de gesprekspartners aan. In korte tijd werd Tay een geradicaliseerde bot met uitspraken zoals hieronder.

Taytweets

Maar als een bot kan leren en radicaliseren door interactie met anderen, wat zal een social bot dan andersom kunnen doen als de technologie voortschrijdt?

Zero user interface

Maar als we Microsoft en Facebook mogen geloven ligt in de toekomst een grote rol voor bots weggelegd. Met de stevige investeringen die daarbij komen kijken? komt de bot-techniek in een stroomversnelling en zullen bots die door proberen te gaan als menselijke profielen, steeds moeilijker zijn te ontmaskeren.

Lees het rapport van Sander Duivestein en Menno van Doorn over commerci?le trends in social bots:

[slideshare id=63439926&doc=theboteffectfriendingyourbrandmachineintelligencenl-160625124014&type=d]

Bronnen: De Volkskrant, Engadget, The Verge, Global Voices Online,?ReportersOnline

Hoe socia(a)l is de opsporingscommunicatie?

ops00

Coen Hoefnagel, portefeuillehouder Opsporingscommunicatie en sectorhoofd DDR in de Eenheid Den Haag, organiseert op 25 mei in Oud-Zuilen een worldcaf?. Een ontmoeting om te bevorderen dat we opsporingscommunicatie vaker benutten als interventiestrategie en de opsporing een gezicht geven in de media. Dertien voorlopers zetten er hun initiatieven in de etalage.

Is de opsporing wel sociaal genoeg in haar communicatie met burgers, vraagt Coen Hoefnagel zich af: ?De meeste zaken worden opgelost dankzij burgers. Dan durf ik te stellen dat we goud op de plank laten liggen. Recent onderzoek met betrekking tot cold cases geeft aan dat maar liefst achthonderd mensen iets weten over een vroegere moord, maar er niets over zeggen. Wat gebeurt er als we ernaar zouden vragen? Als we optimaal gebruikmaken van de grote hoeveelheid video?s en foto’s die beschikbaar zijn??

Inspireren

Alle Nederlandse smartphonegebruikers delen volgens Coen per dag maar liefst een miljoen foto’s met elkaar: ?En negen op de tien Nederlanders is in 2016 actief op sociale media. Daartussen zit ongetwijfeld ook informatie die cruciaal is voor de opsporing. Het goud moet van de plank en dat wil ik het komende jaar met collega?s nog vaker verzilveren. Dit worldcaf? is bedoeld om de opsporing warm te laten lopen voor de kansen die Opsporingscommunicatie biedt en uit te dagen om het komende jaar vaker gebruik te maken van opsporingscommunicatie als interventiestrategie. Opsporing moet een gezicht krijgen in de media. Dertien voorlopers zetten in dit worldcaf? hun initiatief en ervaring in de etalage. Zij hopen de 65 bezoekers te inspireren om hun idee te adopteren en toe te passen.?

Voorbeelden

Hieronder de voorbeelden van de innovatieve initiatieven van collega?s:

Facebook advertising voor getuigen Amsterdamse zaak Nabiel Amzieb

Een lugubere zaak, een gevonden hoofd voor het waterpijpcaf? in Amstelveen. Wellicht daardoor hadden we het binnen 24 uur voor elkaar. Geweldige samenwerking tussen de TGO onderzoeksleider, het OM, afdeling communicatie en mijn kennis van social media. Mijn filosofie? Je moet gaan vissen waar de vissen zwemmen. Burgers zijn actief op Facebook dus zie dat als kans. U kunt dit in een mum van tijd ook zelf realiseren. Het is goedkoop (750 euro), heeft enorm bereik (116.523) en leverde tientallen tips op. Ik vertel u graag over de do?s en don?ts.

Mobiel medialab: kansrijk voor de opsporing

ops12

Contact: Ed Sabel (Programma Integraal Mediabeleid en Digitale Media, adviseur innovatie en burgerpanels)

Pas ??n keer is ons mobiele medialab ingezet voor?opsporing. Een gemiste kans want wij komen met onze grote bus letterlijk naar de plaats delict met alle beschikbare communicatietools. Dankzij samenwerking met de imam en met collega?s die Turks en Marokkaans spreken, bezochten in Amsterdam West 350 burgers onze bus om mee te denken over het oplossen van de moordzaak. Buurtbewoners kregen exclusieve beelden te zien. Dit alles leverde 19 bruikbare tips op. Onze tools gaan verder dan vragen naar daderinformatie. Denken in scenario?s, brainstormen, het kan allemaal.

Hand in hand kameraden: samenwerking opsporing en communicatie in Rotterdam

ops11

Contact: Angelique Chatta (eenheid Rotterdam, communicatieadviseur) en Jan-Tjeerd de Jong (eenheid Rotterdam, operationeel expert tactische opsporing)

Je hebt iemand in de top nodig die zorgt dat communicatie ook echt geoormerkte capaciteit heeft om de handjes te laten wapperen. Dankzij Piet Melse is onze organisatie zo ingericht dat communicatie ook ondersteunend kan zijn aan de opsporing. De opsporing wordt steeds enthousiaster over het samenwerken en de interventiemogelijkheden. Graag vertellen we u aan de hand van de praktijk hoe succesvolle samenwerking kan ontstaan. Snel kunnen acteren is een must.

OM: ga niet los in de media maar vlieg onder de vlag van opsporing

ops10

Contact: Diederik Greive (Openbaar Ministerie, hoofdofficier van justitie)

Opsporingsberichtgeving zet je in om zaken op te lossen. Een effectief opsporingsmiddel. Toch gaan we niet ?los? in de media. Opsporingsbelang en privacy moeten eerst afgewogen worden. Vertrouwen wek je met succesvolle vervolging. Op termijn dus, geen snelle imagowinst. Dat vereist recherchekunde, opsporingscapaciteit en communicatie skills. In de mix. Er zijn mooie communicatie-initiatieven maar geen solide opsporingsbasis. Er moet een breed pallet aan middelen komen. Van digitaal buurtonderzoek, ZSM communities, TGO platforms, een 24/7 politiekanaal tot cold case zaken op het scherm. Dit onder de vlag van opsporing.

Communicatie als interventie bij aanpak ondermijning

marloes van nistelrooij

Contact: Marloes van Nistelrooij (RIEC Zeeland-West-Brabant en Oost-Brabant, communicatieadviseur)

Those who tell stories rule the world! We zijn het niet gewend, maar als overheid kunnen we veel vertellen over wat we doen. Vanuit het RIEC motiveren we partners om communicatie in te zetten als interventie bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Er kan meer dan achteraf persberichten versturen. Durf specifieke doelgroepen te benaderen om zo gericht je doel te bereiken. Bijvoorbeeld door ondernemers in hun eigen blad te attenderen op de risico?s die kleven aan het zaken doen met bepaalde mensen. Gewoon door te doen, ontwikkelden we best practices voor het inzetten van communicatie als interventie en experimenteren we hiermee door.

Scenariodenken in mediastrategie Jumbozaak: won journalistiek prijs

ops8

Contact: Henk Deekens (eenheid Noord-Nederland, teamchef TGO)

Burgers beschermen en niet opsporing was onze eerste prioriteit. Op basis van onze 18 scenario?s hebben we gekozen om vooral de omgeving te alarmeren en burgers te vragen om mee te denken. Het mooie van deze zaak is dat deze crimineel een oude bekende is die zich van een nieuwe techniek bediende, bitcoins. We hebben hem gepakt door de combinatie van oud recherchewerk en nieuwe technologie?n. Samenwerking was onze sleutel tot succes. Zowel met Team High Tech Crime als met de afdeling communicatie. Daarom vind ik deze prijs voor onze communicatiemedewerkers ook echt verdiend.

Basisteam Almelo slagvaardig in opsporen dankzij Facebookpagina

ops7

Contact: Marleen Olde Heuvel (eenheid Oost-Nederland, hoofdagent)

Na vier jaar hebben we 9260 volgers. Wekelijks roepen we hun hulp in en daardoor valt er ook wekelijks wel een succesje te vieren. Een gestolen auto is teruggevonden en dankzij het sporenonderzoek is er een verdachte aangehouden. Van de 10 gevonden fietsen zijn er 7 terug naar de eigenaren. Een agressieve man is opgespoord die met een honkbalknuppel iemand te lijf was gegaan. Met twee collega?s uit blauw onderhouden wij de Facebookpagina. We kleuren niet buiten de lijntjes. Alles waar we niet zeker over zijn, leggen we voor aan onze chef. Mijn advies? Start ook een pagina, het is leuk en makkelijk te doen.

Participatieladder: kunnen we een treetje hoger?

ops6

Contact: Nicolien Kop (Politieacademie, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde)

Uit onderzoek blijkt dat burgers de succesfactor zijn bij het opsporen. Welke mogelijkheden ziet u bij het actief betrekken van burgers bij de opsporing? Waar loop je risico? Van informeren, raadplegen en adviseren naar co-creatie met burgers. Dat zijn de 5 treden van de participatieladder. Lector Nicolien Kop van de Politieacademie heeft praktijkvoorbeelden per trede. Zij gaat met u in gesprek over de dilemma?s per trede. Bij welke trede ligt voor u de grens?

Digitaal buurtonderzoek: een nieuw veelbelovend tool

kees van der kraan? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ?adriaan proos

Contact: Kees van der Kraan (eenheid Amsterdam, programmasecretaris stelselherziening geweldsaanwending) en Adrian Proos (directie communicatie IMDM, business consultant)

Jaarlijks voert de politie 60.000 buurtonderzoeken uit. Vandaag de dag gaat de politie nog altijd langs de deuren. Bewoners worden echter veelal niet bereikt. Aankomend najaar start een pilot die bewoners via de politie-app vraagt of ze iets (verdachts) gezien of gehoord hebben. Nee? Dan wordt er geen verder contact opgenomen met de bewoner. Ja? Dan wordt er contact opgenomen met de bewoner voor opsporingsinformatie. Het digitale buurtonderzoek is een enorme besparing op capaciteit. Doordat betrokken burgers direct bereikt worden, is de kans op kwalitatieve informatie en/of tips groter. Vanaf 1 januari 2017 kan deze tool landelijk worden ingezet.

Naming and shaming van subject in de media

erie hulleman

Contact: Erie Hulleman (eenheid Oost-Brabant, ontkleurd projectleider en integraal programmaleider bij de taskforce BZ)

We konden hoog vliegen mede dankzij onze mediastrategie. Die hebben we ingezet als interventie bij de integrale aanpak van huisjesmelkers. Bewust bespelen van de publieke opinie om de ogen de goede kant uit te laten kijken. Is je doel naming en shaming via de krant, dan vergt dat professioneel omgaan met journalisten. Begrip hebben dat we beiden vanuit een andere professionele waarde werken: voor ons is geheimhouding essentieel maar voor de journalist openbaarheid. Dat vergt vooraf niet alleen vertrouwen in elkaar maar ook duidelijke afspraken wat ?off the record? wordt gezegd, dus niet in de krant kan.

Jongerenchat: vraag het de politie

ops2

Contact: Kristian Harmelink (eenheid Den Haag, schoolwijkagent)

Onze chat is een gat in de markt voor jongeren die geen contact met de politie hebben maar wel met vragen zitten. Over huiselijk geweld, wapens, dreiging dat een naaktfoto geplaatst wordt. Je vraag appen is laagdrempeliger dan naar het bureau gaan. Als het gaat om opsporingscommunicatie, proberen wij jongeren juist te informeren in de hoop dat ze geen slachtoffer worden. Zo houden we maandelijks thema chats op onderwerpen zoals geldezels, radicalisering en drank en drugs. Zo?n 80 jongeren per week bereiken we op onze twee avonden. We willen meer en daarom hebben we vloggers uitgenodigd om filmpjes te maken over specifieke thema?s.

Videoscreening in Oost: superservice aan de opsporing

Contact: Team Video Expertise Oost-Nederland – VIDEX

In een apart hoekje werkt het team Videx continu aan het bewerken van videobeelden voor onze rechercheurs. Stel: een ondernemer doet aangifte, dan bewerken deze mensen meteen de screenshots, YouTube filmpjes of beelden van social media. Alles waar rechercheurs wat mee kunnen, wordt geoormerkt, gearchiveerd en ingebed in de WPG. Deze service bespaart de opsporing veel capaciteit, de kwaliteit van de beelden is beter en ?last but not least?: beelden verdwijnen niet in laatjes.

Burgers in de bijzondere opsporing? Nieuwe kansen!

Contact: Frank Debije (Landelijke Eenheid, co?rdinator HUMINT)

Door het verbod op de inzet van criminele burgerinfiltranten raakte de inzet van burgers in de bijzondere opsporing deels buiten beeld. De opheffing van dit verbod cre?ert nieuwe mogelijkheden voor deze en andere bijzondere vormen van burgerparticipatie in de opsporing. Politie en OM bundelen hun expertise om een zorgvuldige en integere toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden met burgers te kunnen garanderen.

Toekomstbestendig

Een impressie van het tweede opsporingscaf? in de reeks die de School voor Politie Leiderschap organiseert op verzoek van Wim van Amerongen (programmadirecteur Herijking Opsporing). Dit keer was het thema ?Opsporingscommunicatie?. Het worldcaf? is het tweede caf? in de reeks Opsporingscaf??s die de School voor Politieleiderschap samen met het programma Herijking Opsporing organiseert om de opsporing toekomstbestendig te maken. Coen Hoefnagel, als portefeuillehouder opsporing, vertelt in onderstaand?verslag wat hij het komende jaar wil bereiken.

ops14

Ambitie: verbinden van opsporing, communicatie en social media

Het wordt nu echt tijd om de idee?n rond opsporing, communicatie en social media om te zetten in toepasbare operationele activiteiten. Dit opsporingscaf? doet me denken aan oude tijden waarin minister de Cock niet alleen zijn successen vierde, maar ook op zoek was naar kritische reflectie aan de bar, in gesprek met ?burgers?. Het lijkt voor de opsporing haast ondenkbaar in deze tijd?

Wat heeft gemaakt dat de opsporing een licht autistische neiging heeft ontwikkeld in verbinding en relatie met de samenleving. Waarom zijn we (nog) niet in staat gebleken structureel sociaal of social burgers te betrekken. De opsporing heeft zichtbaar moeite zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden in de fysieke maar zeker in de virtuele wereld. Dat wordt bevestigd in de zelfanalyse ?Handelen naar Waarheid?. Adaptie, leren en actiegerichtheid moeten worden vergroot om als opsporing effectief te kunnen blijven.

Mijn opvatting is dan ook dat de opsporing zich op dit thema 3-dimensionaal moet ori?nteren: Opsporing, tradionelere communicatie en de nieuwe vormen van social media niet als afzonderlijke elementen maar een samenhangend stelsel.

Ik heb dan ook een ambitie langs deze drie lijnen:

  • De opsporing moet realtime in verbinding met de samenleving komen (fysiek en virtueel) door het aangaan van duurzame relaties met burgers en organisaties in netwerken en platforms;
  • Opsporingscommunicatie als interventiestrategie moet ?standaard? worden: van een afzetlint op de PD naar een realtime virtueel toegankelijke PD en van een traditioneel buurtonderzoek in de fysieke wereld naar een digitaal buurtonderzoek in de virtuele wereld;
  • De opsporing moet een herkenbaar gezicht in de samenleving krijgen door het vakmanschap lokaal, regionaal en landelijk weer herkenbaar aan het woord te laten.

Ik hoop dat we met elkaar de ?lef? hebben om een stap te zetten om opsporing, communicatie en social media aan elkaar te verbinden.

-?Coen Hoefnagel; sectorhoofd regionale recherche, eenheid Den Haag

Bronnen: Politieacademie

App: FindFace

facefind
Anonimiteit in het openbaar is binnenkort geschiedenis. Tenminste, als de oprichters van een nieuwe gezichtsherkenningsapp hun zin krijgen. FindFace werd twee maanden geleden gelanceerd en verovert gestaag heel Rusland. De app stelt gebruikers in staat mensen op straat te fotograferen en doorzoekt vervolgens met 70 procent betrouwbaarheid op social media naar de persoon in kwestie.

Op dit moment werkt de app alleen nog in combinatie met Vkontakte, met 200 miljoen gebruikers een van de populairste sociale netwerken in Rusland en de voormalige Sovjetstaten. De makers van FindFace hebben grotere dromen: zij stellen zich een wereld voor waarin je, willekeurig waar ter wereld, voorbijgangers op straat kunt fotograferen en vervolgens al hun op social media gedeelde informatie met ??n druk op de knop naar boven kunt halen. En niet alleen de gewone man op straat, volgens de ontwikkelaars biedt de app oneindig veel mogelijkheden voor winkeliers, reclamemakers en opsporingsdiensten.

In de korte tijd sinds de lancering heeft FindFace al een half miljoen gebruikers verzameld en zijn er inmiddels drie miljoen zoekopdrachten uitgevoerd. Dat zeggen de ontwikkelaars, Artem Kukharenko (26) en Alexander Kabakov (29).

?Drie miljoen zoekopdrachten in een database met bijna een miljard foto?s: dat zijn biljoenen uitgevoerde vergelijkingen en dat op vier doodnormale servers. Met ons algoritme kan je vanaf je eigen computer een miljard foto?s doorzoeken in minder dan een seconde tijd,? zegt Kabakov in een interview met The Guardian. De app geeft je uiteindelijk het profiel dat het meest dichtbij komt, plus nog eens tien profielen die dicht in de buurt komen.

Volgens Kabakov kan de app gebruikt worden als revolutionaire stap in het online daten: ?Wanneer je iemand ziet die je leuk vindt, dan kan je een foto maken, de identiteit van die persoon achterhalen en een vriendschapsverzoek sturen.? Stalkerig? Welnee, zegt Kabakov:

De app zoekt ook naar vergelijkbare mensen. Dus je kan ook gewoon een foto van een filmster of muzikant die je aantrekkelijk vindt uploaden, of van je ex, en dan via de app tien meisjes vinden die op haar lijken om vervolgens berichtjes te kunnen sturen.

Een aantal mensen heeft al alarm geslagen over de verontrustende manieren waarop de app ingezet kan worden. Een fotograaf uit Sint Petersburg heeft met zijn project ?Your Face Is Big Data? al aangetoond hoe goed de app in de praktijk werkt. De kunst van het meta-stalken, noemde hij het. En ook wordt een aantal pornoactrices lastiggevallen nadat FindFace-gebruikers hun foto uploadden om zo hun werkelijke identiteit te achterhalen.

Facebook
De technologie beperkt zich niet tot Vkontakte, maar werkt in theorie op elke fotodatabase. De app is op het moment echter nog niet te gebruiken in combinatie met Facebook, omdat het platform van Mark Zuckerberg de foto?s in een veel complexere database opslaat dat zijn Russische concurrent. Een kwestie van tijd, aldus de makers van FindFace.

Zij noemen FindFace ?niet meer dan een etalage waarin de technologie uitgestald ligt?. De app is gratis, maar wie meer dan dertig zoekopdrachten per maand wil doen, zal moeten betalen. Dat is overigens eerder een manier om de beperkte servercapaciteit niet al te zeer te overbelasten, dan om er daadwerkelijk geld mee te verdienen. Ook mikken Kabakov en Kukharenko helemaal niet op het publiek als de echte gebruikers van de technologie; zij hebben hun zinnen gezet op opsporingsdiensten en de detailhandel als de echte grootgebruikers.

Het tweetal, net terug van een zakenreis naar de VS en op het punt af te reizen naar Macau voor een presentatie voor een casino, zeggen al benaderd te zijn door de Russische politie. Die heeft de app al meerdere malen gebruikt om verdachten op te sporen. ?Het is bizar, zaken die al jaren stilliggen worden nu opeens opgelost,? zegt Kabakov.

Opsporingsmogelijkheden
Het duo bevindt zich in de laatste fase van contractbesprekingen met het stadsbestuur van Moskou. Als de laatste puntjes op de i zijn gezet, zal de technologie worden ge?mplementeerd in het netwerk van 150 duizend CCTV-camera?s door heel de stad. Zodra ergens iets gebeurt, kunnen de camerabeelden direct in het systeem worden ingevoerd om binnen politiedatabases en rechtbankverslagen op zoek te gaan naar de vastgelegde personen. En ja, ook op de sociale netwerken.

Er is niet veel fantasie nodig om te bedenken op welke manieren repressieve overheden de technologie kunnen inzetten. Tijdens ongewenste straatprotesten wordt het een koud kunstje de identiteit van demonstranten vast te stellen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Kabakov en Kukharenko zeggen nog niet benaderd te zijn door de Russische geheime dienst, maar: ?Als de FSB belt, dan luisteren we uiteraard naar wat ze te zeggen hebben.?

Volgens Kabakov klinken de mogelijkheden van FaceFind verontrustender dan ze daadwerkelijk zijn. Kabakov, van huis uit filosoof, meent dat aangezien de technologische ontwikkelingen niet gestopt kunnen worden, die maar beter open en transparant kunnen zijn.

?In de wereld van vandaag zijn we omring door gadgets. Onze telefoons, televisies en zelfs koelkasten, alles om ons heen verzendt in real-time informatie over ons. We weten allang waar mensen gaan en staan, wat hun interesses zijn enzovoorts. Mensen moeten begrijpen dat zij in de moderne wereld in de schijnwerpers van de technologie staan. Je moet er maar mee leren leven.?

Bronnen: Joop, The Guardian, The Washington Post

Is met Predictive Policing de heilige graal gevonden?

Opinie_en_debat_05

Het politiewerk gaat ingrijpend veranderen door de invoering van?Predictive Policing. Door verfijnde algoritmen los te laten op big data over eerdere incidenten ? en die hoeveelheid gegevens neemt alleen maar toe ? kan de politie straks misdaden voorspellen.

Predictive Policing is de heilige graal waar criminaliteits- en terrorismebestrijders naar op zoek zijn. Het biedt de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het grootst is. De methode werkt preventief. Ook de nationale politie is al aan de slag met deze ontwikkeling.
Algoritmen die aardbevingen voorspellen

Predictive policing komt uit de Verenigde Staten, waar het in de praktijk beter lijkt te kunnen voorspellen dan menselijke analisten. De ontwikkeling begon in 2008 bij de politie van Los Angeles. Samen met Jeff Brantingham (UCLA en PredPol) werkte de politie het idee uit om algoritmen die aardbevingen konden voorspellen, toe te passen op oude misdaadstatistieken. Het bleek een gouden greep. Ineens kon men een veelvoud aan invloedsfactoren (zoals variaties in plaatsen en tijden) meewegen. PredPol claimt hiermee 1,5 tot 2 keer beter risicogebieden in te schatten dan de politieanalisten.

Naast PredPol zijn er meer ontwikkelingen, zoals HunchLab en het?Amsterdamse Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS). En er komen er meer. Invoering van Predictive Policing bij de nationale politie is mogelijk onontkoombaar, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. Het vraagt namelijk om een wezenlijke verandering.

Integrale benadering

De ontwikkeling naar Predictive Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel (in welke context en met welk doel gebruiken we het?), proces, informatie, techniek, en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt.

Predictive policing is in essentie niets anders dan vakjes op een kaart

De politie zal dus tal van vragen moeten oplossen. Hoe betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? Wat zijn de juridische en ethische gevolgen van Predictive Policing? En hoe past het in het politieproces? De organisatie bestaat immers traditioneel uit medewerkers, die in hun werk informatie gebruiken, verwerken en leveren. Hoe past een computer daartussen? Is het als een collega die af en toe kritisch met je mee kijkt, of wordt hij de baas die je oplegt wat je moet doen? Technici, analisten, teamleiders, wijkagenten en andere deskundigen moeten samen aan tafel komen om duidelijkheid te krijgen over de (on)mogelijkheden.

Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing

Predictive Policing lijkt de heilige graal, maar is in essentie niets anders dan vakjes op een kaart. Om eenvoudiger, effici?nt en effectief te inzet te plegen is handelingsperspectief en dus Prescriptive Policing onontbeerlijk. Prescriptive Policing voorspelt voor een specifieke situatie wat de effecten zijn van bepaalde interventies en een bepaalde inzet van politiemiddelen. Het systeem doet deze suggestie op basis van gegevens uit soortgelijke situaties in het verleden en daarbij gemeten effectiviteit. Daarbij wordt de menselijke factor expliciet meegenomen, want juist het praatje op straat is een hele effectieve ‘interventie’.

Ook de acceptatie door gebruikers is essentieel

Misschien nog wel meer dan bij Predictive Policing is hier een integrale benadering nodig, waarin doel, proces, informatie, techniek en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In feite zijn er 4 opeenvolgende implementatieniveaus, inclusief bijbehorende uitdagingen:

  • Intelligence-led Policing: informatie delen en deze gebruiken om te sturen.
  • Predictive Policing: analisten en wijkteams?trainen in?de omgang met voorspellende informatie.
  • Effect-led Policing: daadwerkelijke?het effect?registreren van verschillende interventies. Dus ook registreren wat er is gedaan, in plaats van alleen wat daar de resultaten van waren.
  • Prescriptive Policing:?de adviezen?accepteren van een systeem. Dit vraagt om aanpassing van de aansturing (cultuur en organisatie-inrichting) op door een systeem voorgestelde interventies.

Tot besluit: een wezenlijke verandering

De komst van Predictive, Prescriptive, en andere vormen van politieoptreden op basis van computeralgoritmen, vraagt om een wezenlijke verandering in het proces van politieoptreden. Niet alleen moeten ze hun plaats vinden in de informatieketen, ook de acceptatie door gebruikers is essentieel. Om te hoge, of te lage, verwachtingen te voorkomen is een integrale benadering nodig, waarin doel, proces, informatie, techniek en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt.

Publicatie over Predictive Policing
In Van Predictive naar Prescriptive Policing. Verder dan vakjes voorspellen houden Selmar Smit en Arnout de Vries alle aspecten van Predictive Policing en Prescriptive Policing tegen het licht, inclusief de mythen rond dit thema. De publicatie bevat een stappenplan voor een geleidelijke invoering van deze nieuwe ontwikkelingen.

Bronnen: Secondant

Jeugdtaak in het online domein

jeugd online

Foto: ANP, Roos Koole / Pieter van Schouwenburg

In het tijdschrift voor de politie stond onderstaand artikel van Solange Jacobsen. Hij is spreker en projectleider Online veiligheid, Bureau Jeugd & Media.

Een van de onderwerpen op de jeugdagenda van de politie is een actief beleid op het uitvoeren van de jeugdtaak in het online domein. Een goede zaak. Het is steeds meer een voorwaarde om ?cht en intensief in contact te zijn met jongeren, te signaleren wat er speelt en er voor hen te zijn als zij de politie nodig hebben. Jongeren verwachten niet anders dan dat agenten hun werk ook online doen en grenzen stellen. Dat maakt de politie voor hen geloofwaardig en betrouwbaar.

Ik sta samen met de wijkagent voor een groep onrustige brugklassers met een stevige mening over hun klasgenootje wier naaktfoto de school rondgaat. Het meisje in kwestie heeft de laatste dagen niet ongezien door school kunnen lopen. Ze is voor van alles uitgemaakt, bespuugd, bedreigd en zelfs geslagen. De kern van de verwijten van haar leeftijdsgenoten is ?eigen schuld, dikke bult?. Ze vond het toch zelf nodig om zo?n foto te maken en online te zetten? Haar sociale veiligheid is duidelijk in het gedrang en de school staat voor een ?inke uitdaging om deze weer te herstellen.

Het gesprek dat wij met de klas gaan voeren moet daaraan bijdragen. Het verzoek is van het meisje zelf, die ondanks alle emoties verrassend stevig in haar schoenen staat. ?Ik wil graag dat jullie alle kinderen duidelijk maken dat het hun ook had kunnen overkomen. Want ik ben niet dom h?, ik heb alleen iets doms gedaan??

Terwijl ze dat zegt richt ze haar blik voor het eerst omhoog. Haar verhaal heeft ze tot aan dat moment toevertrouwd aan de vloertegel onder het bureau van de zorgco?rdinator. Ze kijkt ons met grote bruine ogen indringend aan. Schaamte en verdriet hebben even plaats gemaakt voor?boosheid en onmacht. Ze is zichtbaar opgelucht als ze merkt dat we haar verhaal serieus nemen. Het gesprek dat we vervolgens in de klas voeren is pittig. We moeten ?ink aan de bak om uit te leggen dat je ook gedwongen kunt worden tot het maken van naaktfoto?s. En dat iemand die de dappere beslissing neemt om niet in te gaan op verzoeken tot webcamseks, ondanks de dreiging van verspreiding van die naaktfoto?s, juist steun en respect verdient in plaats van hoon en belediging.

Dit roept vragen en discussie op. Wie valt iets te verwijten? Wat is eigenlijk strafbaar? Wanneer vraag je de politie om hulp? Slechts op enkele momenten is het compleet stil. Dat is wanneer ze er onderling niet uitkomen en zich voor de uitkomst richten tot de wijkagent. Want over ??n ding zijn ze het wel eens: die moet toch weten hoe het ?cht zit?

Willen weten wat er leeft en speelt

Dit was mijn eerste ?sextingzaak?, inmiddels zes jaar geleden. Voor de wijkagent ook. Leerzaam in alle opzichten. Het gaf ons diverse inzichten, onder andere over online groepsdynamiek, risicovol gedrag en weerbaarheid. En het sterkte de overtuiging dat je als politie moet willen weten wat er online leeft en speelt. Zonder die basis ben je uiteindelijk onvoldoende in staat om je kerntaken ef?ci?nt en effectief uit te voeren. Dat begint al met het ontrafelen van verhalen aan de balie om helder te krijgen wat er nou eigenlijk aan de hand is: cijfergooien, bangalijst, cammen, snapchat, fakeaccount? Je zult moeten kunnen duiden om situaties te beoordelen en te vertalen naar noodzakelijke acties. Of die nou betrekking hebben op repressief optreden, preventie, zorgsignalering of doorverwijzing.

Grensoverschrijdend gedrag online, onbewust of bewust, leidt tot nieuwe verschijningsvormen van strafbaar gedrag en heeft grote impact op de politi?le jeugdtaak. Die overtuiging is in de afgelopen jaren met fenomenen als dreigtweets, kopschop?lmpjes, massamobilisatie, haatprofielen en accounts met gephotoshopte pestfoto?s alleen nog maar bevestigd. In de verbinding met jeugd is het in ieder geval nodig om de hoge drempel die jongeren richting de politie ervaren, te verlagen. Ze vinden het moeilijk om zich met signalen en hulpvragen tot de politie te wenden. De meeste jongeren gaan eerst zelf op zoek naar informatie om te bepalen of hun probleem wel serieus genoeg is en wat ze er zelf aan kunnen doen op het op te lossen.

Om die drempel te verlagen moet je uitstralen op de hoogte te zijn van online risico?s en laten merken dat je begrijpt hoe makkelijk het is om online in vervelende situaties terecht te komen. Als je vervolgens in het contact de situatie niet bagatelliseert maar serieus neemt en ernaar handelt, win je vertrouwen. Je hoeft daarvoor geen whizzkid te zijn of zelf urenlang op sociale media door te brengen. Een open en onderzoekende houding is belangrijker; waarom doen ze wat ze doen?

Wat ze online doen is eigenlijk niet veel anders dan wat hun ouders vroeger deden

Digitale jeugdcultuur

Jongeren groeien op in een andere wereld dan wij vroeger. Ze kunnen altijd en overal online en doen dat ook, zonder na te denken. Jongeren doen gewoon de dingen die ze doen, zonder erbij stil te staan dat ze daarvoor ?online gaan?. Online contact is voor jongeren net zo ?echt en hecht? als of?ine contact. De grootste valkuil is om te denken dat een tiener niets zit te doen als deze hangend op de bank met smartphone of tablet bezig is. Hij is in verbinding met de groep. Daarvoor hoef je niet fysiek bij elkaar te zijn. Via WhatsApp, Facetime of Snapchat kun je samen lachen, kletsen, emoties en ervaringen delen, je mening toetsen et cetera.

Wat jongeren online doen is eigenlijk niet heel veel anders dan wat hun ouders vroeger deden. Ze zijn zich aan het ontwikkelen, de wereld en hun eigen ik aan het ontdekken en daarin zijn sociale contacten enorm belangrijk. Door zich te spiegelen aan leeftijdsgenoten, leren ze
zichzelf kennen en bouwen ze zelfvertrouwen op. Ze toetsen hun identiteit aan anderen. Fysiek op straat en schoolplein, maar ??k online. In de kern draait het om contact; bestaande vriendschappen worden versterkt, nieuwe gesloten.

Onderdeel van het vormen van een eigen identiteit is jezelf pro?leren. Dat doe je door goed na te denken over hoe je jezelf presenteert, hoe je je gedraagt en met wie je je laat zien. Dat geldt ??k online. Daarom besteden jongeren veel aandacht aan hun online pro?el. Het gaat om de beste foto, de leukste teksten, het juiste ?lmpje en de hipste muziek. Dat ze zelf controle hebben over hoe ze zich presenteren, geeft een zeker gevoel. Als je veel reacties terugkrijgt, voel je je gezien en dat geeft zelfvertrouwen. Net zoals positieve reacties. Voor negatieve reacties geldt het omgekeerde. Maar sommigen vinden dat altijd nog minder erg dan helemaal geen reacties krijgen en het gevoel te hebben onzichtbaar te zijn.

Online groepsdynamiek en verschuivende grenzen

De aantrekkingskracht van sociale media zit dus voor een groot deel in het bij de groep aangesloten willen zijn en blijven. De groepsdynamiek is door de komst van sociale media en smartphones niet meer beperkt tot schooltijd. Hij is er continu, 24/7! Een belangrijk inzicht om te onthouden als je met jongeren werkt. Een tweede inzicht dat relevant is, ligt in het verlengde daarvan: internet ontremt en anonimiseert, waardoor grenzen vervagen. Je durft online meer dan of?ine. Liever te zijn (kusjes en liefdesverklaringen vliegen over en weer), maar ook gemener te zijn (roddelen, schelden, bedreigen). Door het ontbreken van non-verbale signalen en het verkeerd interpreteren van tekst ontstaat makkelijk een ruzie. Die wordt uiteraard online ?uitgevochten?, maar komt ook regelmatig tot ontlading op straat of het schoolplein.

Online zijn grenzen niet heel duidelijk en pubers, gevoelig voor sociale acceptatie en beloning op de korte termijn, verleggen deze ook nog eens zonder de gevolgen van hun handelen te kunnen overzien. Ze geven onbewust zomaar persoonlijke informatie prijs, maken ruzie of geven zich letterlijk bloot. Ze staan er echter niet altijd bij stil (en soms boeit dat gewoon ook even niet) wie er toegang tot die informatie heeft en wat er mee gedaan kan worden. Een pro?elfoto, informatie in de bio, vriendenlijsten, foto?s en online berichten? informatie die op zich onschuldig is, kan door mensen met verkeerde intenties handig gebruikt worden. Om iemand online te pesten, op te lichten of af te persen. Je kunt je met alle verkregen informatie heel geloofwaardig voordoen als ?een vriend van een goede vriend? en zo makkelijk contact leggen en een vertrouwensband opbouwen; een tactiek die loverboys en pedoseksuelen vaak hanteren.

Drempel verlagen en grenzen stellen

Online moet je ??k weerbaar zijn en respectvol met elkaar omgaan. Eigen grenzen kunnen aangeven en die van anderen respecteren. In de mix van pubergedrag, groepsdynamiek en onzichtbare dynamiek van sociale media gaan jongeren regelmatig te ver. Ze overschrijden niet alleen persoonlijke grenzen, maar ook ethische/morele grenzen en die van het strafrecht. De wetenschap dat iets consequenties kan hebben, weerhoudt hen niet. Wat op het moment van handelen vaak zwaarder weegt, is dat het aandacht en aanzien binnen de groep genereert. Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Allereerst voor ouders en scholen om kinderen te helpen nadenken over eigen grenzen en ze uit te dagen te re?ecteren op wat ze doen en welke verantwoordelijkheid ze daarin hebben.

Maar ook politie kan een grote rol van betekenis spelen. Door te vertellen hoe je kunt voorkomen slachtoffer te worden, maar vooral door duidelijk te maken wat strafrechtelijke grenzen zijn en door zichtbaar handelend op te treden als die grenzen overschreden worden. Dat werkt preventief, doordat jongeren kennis aangereikt krijgen waar ze wat mee kunnen op het moment dat dit nodig is. Het vergroot bovendien de subjectieve pakkans. Soms zijn jongeren zich wel degelijk bewust dat ze grenzen overgaan, maar wanen ze zich anoniem en onaantastbaar: ?Wie let er nou op mij??, en: ?Er wordt toch niets aan gedaan?.

?Durf van de jeugd te leren. Wat maken ze mee? Wat verwachten ze van de politie?

Met de website vraaghetdepolitie.nl heeft de politie al een goede stap gezet om aan te sluiten bij de doelgroep. Jongeren kunnen er betrouwbare informatie vinden en bovendien met agenten en rechercheurs chatten. Dat werkt enorm drempelverlagend. Jongeren vinden het makkelijker om op die manier met politie in contact te zijn en te praten over moeilijke situaties waar ze zich voor schamen of zorgen over maken. Dat merken ook wijkagenten die Instagram, Facebook en Snapchat inzetten om in contact met de jeugd in hun wijk te blijven. Zij begrijpen: je moet d??r zijn waar je doelgroep is voor verbinding en kansen op vroegsignalering. Met alle opgedane ervaring en inzichten is het nu tijd om na te denken over verdere doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak. Dat is nodig om geloofwaardig en betrouwbaar te blijven.

Met zenden bouw je geen relatie op

Noodzakelijk is in ieder geval een ander type communicatie. De wijkagenten die Instagram, Facebook en Snapchat zijn gaan gebruiken, snappen dat je met alleen ?zenden? geen relatie opbouwt en er niet achter komt wat er speelt. Laten zien dat je er bent levert al wat op, maar het is vooral de kunst om interactie aan te gaan om vertrouwen te winnen. Dat is in de basis niets anders dan wat je op straat zou doen: ?luisteren?, ?vragen durven stellen? en ?reageren?. Dat geldt ook voor de wijze waarop een wijkagent zich online in dialogen mengt die zich buiten zijn invloedssfeer ontwikkelen. Bij een gesprek met jongeren op straat beweegt hij mee in de dynamiek van het gesprek. Dat is online niet anders.

Je moet kansen pakken om een krachtige boodschap te brengen die men van de politie zou verwachten. Het is effectiever om online te reageren op iets wat je ziet, dan alleen mededelingen te doen die algemeen en aan iedereen gericht zijn. Jongeren be?nvloeden elkaar immers en de impact is groter vanwege het bereik van sociale media. Het beeld dat je betrouwbaar bent, wordt vooral door je reactie gevoed. Als je nalaat te reageren op gestelde vragen of aangedragen signalen, brokkelt dit beeld sneller af dan je het ooit hebt kunnen opbouwen.

Dat geldt voor de wijkagent in zijn functie, maar ook voor de politie als organisatie. Een proactief communicatiebeleid is daarom wenselijk, om duidelijk te maken dat?je het online domein als een logisch domein voor kerntaken ziet. Niet alleen afwachten dus tot er een incident plaatsvindt dat de aandacht van de media trekt. Met sociale media heeft de politie een prachtige kans om uit eigen beweging kwesties aan de orde te stellen die belangrijk zijn, en op die manier inspirator te zijn van publieke debatten over online veiligheid en grenzen.

Heldere kaders voor online interventies

Met alle wijkagenten die sociale media al succesvol weten in te zetten als verlengstuk van hun wijk, en met de inrichting van de RTIC?s, staat de politie al met een stevig been in de digitale samenleving. Voor de doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak is het zaak om nu door te pakken op de vraag hoe actief zij wil zijn in het signaleren en acteren op online strafbare feiten. En uiteraard, wat daar organisatorisch voor nodig is.

Het is een vraag die je niet kunt laten liggen. Politie die actief op sociale media is, wordt onherroepelijk geconfronteerd met onwenselijk en/of strafbaar gedrag. Is het niet door eigen waarneming, dan is het wel doordat gebruikers hen hierop wijzen of er vragen over stellen. Een paar voorbeelden: een sel?e van iemand met een vuurwapen; een bericht waarin opgeroepen wordt om die homo van nr. 76 in elkaar te slaan; onrust over een naaktfoto die verspreid wordt; een pestaccount met bewerkte foto?s van docenten als nazi?s; een screenshot van een bewerkte cijferlijst nadat iemand het schoolsysteem gehackt heeft. Je kunt dit niet zomaar negeren zonder dat dit impact heeft op de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Dat zou hetzelfde zijn als wanneer je op straat tijdens de surveillance zonder blikken of blozen langs iemand loopt die een ander op dat moment bedreigt, berooft of op een andere manier lastigvalt.

Maar wat doe je dan wel? Het is noodzakelijk om richtlijnen te hebben die duidelijke houvast geven hoe hiermee om te gaan. Welke signalen hebben prioriteit? Op basis van welke criteria moet een afweging gemaakt worden? Hoe te handelen en wie te betrekken? En daarnaast; welke interventiemogelijkheden heb je online? Voor de politi?le jeugdtaak is een dergelijk beleid van groot belang en dat hangt nauw samen met doelstellingen om mogelijke hypes vroegtijdig te signaleren, jongeren duidelijk te maken dat
er grenzen zijn en (potenti?le) daders te laten zien dat de politie ingrijpt en optreedt.

Ook jeugdgroepen zijn online

Online aanwezig en actief zijn loont ook in de aanpak van problematisch groepsgedrag. Zonder zicht op de ?online hangplek? missen politie en ketenpartners cruciale informatie. Het gedrag van criminele jongeren is in de basis niet anders dan van ?gewone? jongeren: ze zijn online en gebruiken sociale media om met elkaar in contact te zijn, nieuwe contacten te vinden en te onderhouden. Ook bij hen draait het voor een groot deel om jezelf pro?leren, je verbinden aan een groep en daarmee aansluiting blijven houden. Maar natuurlijk is er in motivatie en doel wel een verschil?

Online kun je (nog veel beter dan op straat!) bouwen aan een imago en reputatie. Status verwerven en bevestigen is enorm belangrijk. Dat zul je met name kunnen zien in beeldmateriaal dat online gezet wordt. Foto?s van wapens, illegale waar, geldstapels, dure kleding, drank, kassabonnetjes. Maar ook berichten waarin verwezen wordt naar strafbare feiten en/of het gezag uitgedaagd wordt. Iemand die crimineel gedrag vertoont en onder de radar wil blijven, zal dat online ook doen. Hij zal zich meer dan gemiddeld bewust zijn van het gebrek aan anonimiteit van verschillende platformen en voorzichtiger zijn met wie hij w?t online deelt. Soms echter is reputatie belangrijker voor het individu of de groep dan privacy, dan neemt men bewust het risico (?kosten-batenanalyse?).

Het beeld dat je online van iemand krijgt zonder begrip van de groep en/of straatcultuur, hoeft niet altijd juist en volledig te zijn. Kennis van de straat, aanwezig bij wijkagenten en jongerenwerkers, is noodzakelijk om goed te kunnen duiden. Een sterke informatiepositie bestaat daarom uit online ?n of?ine informatie. Hierdoor ontstaat er een completere basis om te analyseren, te prioriteren en activiteiten te ontwikkelen. Scholen zijn ook een belangrijke partij om mee op te trekken. Zeker als het gaat om de aanpak van online incidenten met mogelijke impact op de openbare orde en veiligheid, zoals vecht?lmpjes en challenges. Informatie uitwisselen en kennis delen betekent samen een voorsprong in kennis ontwikkelen, die nodig is om vooraan de jeugdproblematiek te komen.

Durf te leren van jeugd

De oplossing om te komen tot een doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak ligt in de verbinding met jeugd zelf. Durf van hen te leren. Vraag hen. Wat maken ze online mee? Wat verwachten ze van de politie? Wat niet? Welke idee?n hebben zij om daders aan te pakken? Wat voor advies hebben ze als het gaat om de benodigde krachtige statements om aan te geven waar de grenzen zijn? Je hoeft echt niet alles te weten, maar neem een pro actieve houding aan om te willen weten hoe iets zit. Ook dat draagt bij aan geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de politie.

Bronnen: Het tijdschrift voor de politie, jg.78, nr.5, 2016

 

In de h200d: een eigentijdse etnografie

Robby Roks heeft verslag gelegd van een langdurig etnografisch onderzoek onder (ex-)leden van de Haagse jeugdbende Rollin 200 Crips. Drs. Robby Roks is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Gedurende het veldwerk heeft de auteur de mogelijkheden van sociale media verkend. Hij laat zien dat de activiteiten van deze jongeren zich in toenemende mate op social media afspelen en dat de grens tussen offline en online steeds moeilijker te trekken is. Posts en foto?s op social media kunnen op eenvoudige wijze door criminologen worden gebruikt voor dataverzameling, terwijl social media ook kunnen dienen als platform om contact te leggen en te communiceren met informanten. Ten slotte staat deze auteur stil bij de ethische dilemma?s en beperkingen die gepaard gaan met het gebruik van deze nieuwe, andersoortige methoden van dataverzameling.

Juan: ?Twitter tripple OG?S? (11-08-2013 17:06)
Fernando: @Juan: ?hahahah Rollin Twitter Crips? (11-08-2013 17:10)

De bovenstaande ?tweets? zijn afkomstig van twee jongeren die ik in?het kader van het veldwerk voor mijn promotieonderzoek vanaf 2011?tot en met 2013 heb gevolgd. Juan en Fernando, twee gefingeerde?namen, hebben allebei deel uitgemaakt van de Rollin 200 Crips, een?Nederlandse ?gang? naar Amerikaans voorbeeld die sinds de jaren?negentig in de media geregeld van zich heeft laten horen. (o.a. in de documentaire Strapped ?n strong uit 2009, maar ook in het boek Crips.nl van Saul van Stapele uit 2003 en diverse artikelen in het tijdschrift Nieuwe Revu, zoals Van Stapele 1998; 2009). Hun tweets?verwijzen naar de toenemende virtualisering van de Nederlandse?straatcultuur. OG, oftewel ?Original Gangster?, is slang die afkomstig is?uit de Verenigde Staten, maar als gevolg van de mondiale verspreiding?van Amerikaanse gang- en straatstijlen ook onderdeel is geworden van?het vocabulaire van jongeren in Nederland. Op Twitter wordt volgens?Juan geclaimd dat mensen ?Tripple OG? zijn: een term die gebruikt?wordt als verwijzing naar een hoge hi?rarchische en respectabele positie?op straat. Fernando lacht uitbundig om de opmerking van Juan en
maakt van Rollin 200 Crips de ?Rollin Twitter Crips?, implicerend dat?de activiteiten van de Crips zich in toenemende mate op social media?afspelen.

In deze bijdrage wil ik laten zien dat social media een relatief onontgonnen?bron van criminologisch relevante data kunnen opleveren. In?het bijzonder wil ik daarbij het belang van deze online praktijken illustreren?voor eigentijds etnografisch onderzoek. Ten slotte sta ik stil bij?de ethische dilemma?s en beperkingen die gepaard gaan met het?gebruik van deze nieuwe, andersoortige methoden van dataverzameling.

Etnografisch onderzoek
Sinds de Chicago School kent etnografisch onderzoek een stevige verankering?in de historie van de criminologie. Door de jaren heen lijkt er?een wisselende belangstelling te bestaan voor deze onderzoeksbenadering,?mede als gevolg van discussies over ethiek (Adler & Adler 1998)?en het tijdsintensieve proces van dataverzameling. In toenemende?mate wordt echter gewezen op de meerwaarde van dit methodologische?perspectief voor de criminologie (Ferrell & Hamm 1998), ook in?Nederland (Schuilenburg e.a. 2011, p. 13-14).

Etnografisch onderzoek vormt niet zozeer een methode van onderzoek,?maar dient gezien te worden als een onderzoeksbenadering die?meerdere methoden behelst. Naast participerende observatie, wordt?veldwerk gekenmerkt door het gebruik van diverse methoden en technieken,?zoals interviewen, maar ook het verzamelen en analyseren van?allerlei persoonlijke documenten. De kern van het verrichten van?etnografisch veldwerk is gelegen in het ?being there?: het langdurig?deelgenoot worden van een gemeenschap, cultuur of setting om deze?leefwereld van binnenuit te begrijpen en te beschrijven (Zaitch e.a.?2010, p. 262-274). Er valt een aantal ontwikkelingen waar te nemen die?inwerken op het centrale uitgangspunt van ?being there?. Allereerst?hebben processen van mondialisering invloed op de betekenis die?wordt gehecht aan de notie van lokaliteit (Wittel 2000). Hannerz pleit?om die reden voor zogenaamde ?multi-sited ethnographies? om recht?te doen aan het feit dat personen, verhalen en objecten steeds mobieler?worden (Hannerz 2003). Een hieraan verwante ontwikkeling betreft?de komst van het internet en de toenemende virtualisering van het?dagelijks leven.

Het internet biedt voor onderzoekers interessante uitdagingen, vooral?in methodologische zin. Ook binnen de criminologie is aandacht voor?het gebruik van internet bij het verrichten van kwalitatief onderzoek?(vgl. Flick 2010). In een themanummer van het Tijdschrift voor Criminologie?(2013) wordt daarbij onder andere gewezen op het gebruik van?online dader- en slachtofferenqu?tes, de opkomst van Big Data, digitale?of virtuele vormen van participerende observatie of het gebruik?van computertechnologie als aanvullend hulpmiddel waarmee respondenten
aan virtuele situaties kunnen worden blootgesteld (Van?Erp e.a. 2013, p. 332-333). Wat opvalt wanneer de mogelijkheden van?de gedigitaliseerde wereld worden verkend, is dat er over het algemeen?een (te) strikte scheiding wordt aangebracht tussen het verrichten?van online en offline onderzoek. Het is de vraag of een dergelijke?binaire scheiding voldoende recht doet aan de werkelijkheid (vgl. o.a.?Leander & McKim 2003; De Jong & Schuilenburg 2006; Murthy 2008;?Ferrell e.a. 2015). Online en offline praktijken raken immers in toenemende?mate verweven met elkaar, een ontwikkeling die nadrukkelijke?consequenties heeft voor het ?being there?. Etnografisch onderzoek?zou anno 2016 niet enkel aandacht moeten hebben voor wat respondenten
offline doen en zeggen, maar tevens proberen te incorporeren?wat zij online doen en zeggen. De mogelijkheden en moeilijkheden die?daarmee gepaard gaan, wil ik illustreren aan de hand van mijn veldwerk??in de h200d? (Roks 2016).

Offline in de h200d
Het startpunt voor mijn onderzoek naar de inbedding van criminaliteit?en identiteit was een kleine wijk in Den Haag, die in de volksmond?bekendstaat als het Vergeten Dorp. Sinds eind jaren tachtig van de?vorige eeuw claimen de Haagse Crips deze buurt als hun territorium?en noemen ze het hun ?h200d?.

?H200d? (uitgesproken als ?hood?) vormt een verbastering van het Engelse ?neighborhood?. Het vervangen van de letters ?O? in het woord door het getal ?200? vormt een verwijzing naar de volledige naam van deze Haagse Crips, de Rollin 200 Crips. Het gebruik van de term ?h200d? dient te worden gezien als een manier waarmee de Rollin 200 Crips de fysieke ruimte van het Vergeten Dorp claimen als hun territorium.

In januari 2011 begon ik mijn veldwerk?in de h200d met het intensiveren van de contacten die ik daar?had opgedaan in een eerder onderzoek (Roks 2007). Omdat mijn gatekeeper?Keylow, de leider en oprichter van deze Haagse Crips, op dat?moment in detentie verbleef, zocht ik naar plekken in de buurt waar?het sociale leven zich afspeelt. In navolging van anderen (o.a. Van
Gemert 1998; De Jong 2007) begon ik in het lokale buurthuis. Daar?bezocht ik, na overleg met de jongerenwerker, een paar keer per week?de inloop van het jongerenwerk. Ongeveer vijftig jongeren tussen de?12 en 20 jaar uit het Vergeten Dorp en omringende buurten kwamen?daar op vaste tijden bijeen in een kleine ruimte van het buurthuis.

Omdat deze inloop alleen werd bezocht door jonge buurtbewoners,?besloot ik ook contact te zoeken met de actieve bewonersorganisatie?die het Vergeten Dorp van oudsher kent. Een halfjaar en een flink aantal?e-mails later kwam ik in contact met de voorzitter en penningmeester?en werd ik uitgenodigd om de maandelijkse vergaderingen?van de bewonersorganisatie bij te wonen.

Toen Keylow een halfjaar na de start van mijn veldwerk weer in vrijheid?werd gesteld, besloot ik meer te investeren in het opbouwen van?relaties met leden van de Crips. Een direct gevolg hiervan was dat ik?minder tijd stak in het onderhouden en uitbouwen van contacten met?jongeren uit de buurt en oudere buurtbewoners. Omdat het buurthuis?bovendien in de zomermaanden gesloten bleef, zorgde dit voor een?extra complicerende factor voor mijn relaties met jongeren uit de?buurt. Ook het contact met de Crips verliep in het begin moeizaam,?ook al had ik al enkele jaren geleden het vertrouwen van mijn gatekeeper?Keylow weten te winnen. Bij afwezigheid van Keylow in de h200d?werd ik niet gegroet en op tijden zelfs opzichtig genegeerd wanneer ik?een gesprek probeerde aan te knopen. Het duurde bij sommige respondenten?meer dan een jaar, waarin ik de buurt meermaals per week?bezocht, voordat ze mijn aanwezigheid in hun nabijheid tolereerden?en mij actief betrokken in gesprekken. Na een jaar waarin vooral de?nadruk op observeren lag en ik bewust niemand van de Crips heb?ge?nterviewd, was ik gedurende de zomermaanden van 2012 in staat
om mezelf te midden van de Crips te begeven. Langzaamaan begon ik?met het systematisch verzamelen van informatie over de individuele?leden van de Crips. Mijn rol verschoof hierbij gradueel richting participerende?vormen van onderzoek in de vorm van gezamenlijke sportactiviteiten?en het luisteren van muziek, maar hoofdzakelijk het hele?dagen rondhangen in de h200d.

Het leggen van contacten in het buurthuis verliep in het begin eveneens?uiterst moeizaam. Tijdens mijn bezoeken aan het buurthuis trof?ik dezelfde jongeren die ik eerder in 2007 had gezien in de buurt, maar?die toen nog hooguit 10 of 11 jaar waren. Bovendien herkende ik een?deel van de bezoekers van het buurthuis van gezicht omdat zij naar?voren komen in de documentaire Strapped ?n strong (2009) over de?Rollin 200 Crips. Naarmate ik vaker in het buurthuis kwam, werd het?contact met sommige jongeren beter. In de periode dat ik meer tijd op?straat met de Crips doorbracht, zag ik deze jongeren echter steeds?minder. Slechts sporadisch trof ik ze nog op straat of in de wijk en het?contact met een deel van hen dreigde te verwateren.

Online in de h200d
Tijdens mijn eerste bezoeken aan de inloop sprong in het oog hoezeer?de jongeren gebruik maakten van sociaalnetwerksites als Hyves en?Twitter via de internetverbinding op de vaste computers in het buurthuis?of op hun mobiele telefoons. Op momenten dat ik niet in het Vergeten?Dorp of in het buurthuis was, probeerde ik de jongeren online te?vinden. Een probleem daarbij was dat lang niet iedereen onder zijn of?haar eigen naam actief is op social media. Na het nodige zoekwerk en?het systematisch doorzoeken van zogenaamde ?followlijsten? en hun?online ?vrienden? vond ik het grootste deel van de jongeren uit de?buurt online. Uiteindelijk heb ik van veertig jongere respondenten die?actief gebruik maken van social media als Twitter, Facebook en Instagram?gedurende drie jaar hun online activiteiten gemonitord, opgeslagen?en geanalyseerd.

Social media bieden mogelijkheden voor verschillende rollen, analoog?aan de methode van participerende observatie in bredere zin. De?nadruk tijdens mijn bezoeken aan de inloop in het buurthuis lag op?observeren. Onder de noemer ?lurking? (Leander & McKim 2003) of??cyberstealth? (Murthy 2008) is dit ook mogelijk online. De socialmedia-accounts?van de jongeren uit de buurt bevatten een scala aan relevante?informatie. Demografische gegevens, zoals leeftijd, afkomst en?woonplaats, waren te vinden op de openbare profielen. Op ?timelines??op Twitter stond daarnaast informatie over school, bijbanen, werk,?hobby?s en andere activiteiten in hun vrije tijd. De interactie tussen?jongeren op social media leerde mij bovendien veel over welke jongeren?met elkaar in contact staan en online veel contact met elkaar?onderhouden.

Door het volgen van hun online praktijken op social media kreeg ik op?een eenvoudige manier veel te weten over deze jongeren. Enigszins tot?mijn verbazing stuitte ik op social media bovendien op informatie?waarvan ik op voorhand niet direct had verwacht deze online te vinden.?In het buurthuis en op straat gingen gesprekken tussen jongeren?onderling geregeld over hun criminele betrokkenheid of hun aanrakingen?met politie. In het begin vonden dergelijke conversaties niet in?mijn aanwezigheid plaats en vielen jongeren stil of deden ze geheimzinnig?wanneer ik in staat was om delen van een gesprek op te vangen.?Met de jongeren sprak ik hoofdzakelijk over meer neutrale onderwerpen,?in het bijzonder omdat ik door enkele jongeren uitgemaakt was?voor ?po-po? of ?scotoe?. Dezelfde jongeren leken op social media veel?minder bezig met het afschermen van hun activiteiten op straat. Sterker?nog: social media werden expliciet gebruikt om de indruk te wekken?van criminele betrokkenheid.

Het eerste thema dat op social media valt waar te nemen, is geweld, in?het bijzonder in de vorm van het tonen van (vuur)wapens of kogels?(zie figuur 1 en 2).

Figuur 1

hood1

Figuur 1 is een beeldfragment dat afkomstig is uit de documentaire?Strapped ?n strong (2009), waarop twee jongeren uit de buurt, gehuld?in de voor de Crips kenmerkende blauwe kledingstijl, een volautomatisch?machinegeweer dragen. Het onderschrift ?hoodmovement? verhult?bovendien de mate van trots en identiteit die ontleend wordt aan?het feit dat de jongen afkomstig is uit de wijk waar de Crips hun wortels?hebben. Ondanks de symboliek van de Crips die hier gecommuniceerd?wordt, maakt de jongen in kwestie geen onderdeel uit van de?Rollin 200 Crips. Sterker nog: tijdens mijn onderzoek stond hij lange?tijd op gespannen voet met enkele jongere leden van de Crips.?Figuur 2 is een voorbeeld van een post waarop een vuurwapen wordt?getoond. Er bestaan hierbij verschillen tussen jongeren wat betreft

Figuur 2

hood2

hun herkenbaarheid wanneer ze afbeeldingen met vuurwapens of?kogels plaatsen op social media. Gedurende mijn veldwerk viel hierin?een ontwikkeling waar te nemen en verschenen de jongeren steeds?minder met hun gezicht in beeld. Deels was dit het gevolg van verhalen?die er op straat verteld werden over jongeren die door de politie?opgepakt werden vanwege het posten van dergelijke foto?s. Bovendien?bleven afbeeldingen met vuurwapens over het algemeen slechts een?beperkte tijd online staan en werden ze vaak nog dezelfde dag, nadat?de foto?s tientallen likes hadden gekregen, weer verwijderd.?Een tweede veelvoorkomend thema betreft het tonen van grote hoeveelheden?contact geld. Railey toont op figuur 3 dat hij in zijn zak een??bom? heeft bestaande uit diverse gekleurde bankbiljetten.

Figuur 3

hood3

Reynaldo plaatste een video op Instagram, waarvan figuur 4 een?snapshot vormt, waarop hij gedurende enkele seconden demonstratief?een stapel geld aan het tellen is. Naast het tentoonspreiden van?hun weelde, laat een deel van deze jongeren er op social media geen?misverstand over bestaan wat de herkomst van deze verdiensten is. In?tweets bieden zij onder andere scooters, televisies, tablets of telefoons?te koop aan, maar wordt er eveneens geadverteerd met diensten op?het gebied van de verkoop van drugs.

Social media worden ook gebruikt om uitdrukking te geven aan het?feit dat de politie op straat beschouwd wordt als ?de natuurlijke vijand?

Figuur 4

hood4

(De Jong 2007, p. 67). Met tweets als ?Fuck the Cops?, ?Fucc a popo? en??Fuck de 5?0??presenteren sommige jongeren op wekelijkse basis ? en?een enkeling zelfs dagelijks ? hun aversie tegen de politie.?Over de ontstaansgeschiedenis van deze denigrerende termen voor de politie doen op?internet diverse verhalen de ronde. Door populaire Amerikaanse films, series en (rap)muziek hebben deze termen?een mondiale verspreiding gekregen.

Een enkeling?heeft dit in de vorm van een tatoeage met ?FTP? ? oftewel Fuck The?Police ? zelfs vereeuwigd op zijn lichaam. Een specifiek thema waarin?de relatie met de politie naar voren komt, is ?snitchen?: het geven van?belastende verklaringen bij de politie over anderen, onder andere tijdens?verhoren (Roks 2015). Naast scheldkanonnades richting het?adres van politie, plaatsen de jongeren foto?s online van vrienden die?staande worden gehouden, worden gearresteerd, vrienden die vastzitten?en zich laten fotograferen tijdens hun gevangenisstraf van achter?de tralies (figuur 5), en ook verdachte vrienden worden tijdens rechtszaken?in de beklaagdenbank op de gevoelige plaat vastgelegd.

Figuur 5

hood5

Ook de afwikkeling van strafzaken valt online te volgen. Zo doet Jack?eigenhandig verslag van zijn rechtszaak. Hij begint op 11 mei 2011 met?de tweets ?Dood zenuw8tig main?, gevolgd door ?Morgen voorkomen?.?Een dag later brengt hij uitvoeriger verslag uit:

?@paleis van justesie? (12-05-2011 08:49)
?Fuck rechtzaken? (12-05-2011 09:55)
?Fuck werk school allleS !? (12-05-2011 09:55)
?Nu rechtzaak? (12-05-2011 10:33)
?Nu w8ten op uitspraak? (12-05-2011 11:14)
?Vrij kkk gesproken mossssssss !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!? (12-05-2011 13:00)
?Moss eerst 90 dagen zitten nu gewooon vrygesproken? (12-05-2011?13:08)

De eerdergenoemde Fernando plaatst eerst ?OMW rechtzaak?, om vervolgens?figuur 6 op Instagram te plaatsen. De foto, genomen voor het?Paleis van Justitie in Den Haag, is zo bewerkt dat er staat ?Eis van Justitie?,?terwijl de print op de rode trui van Fernando leest: ?FOKDEMCOPS?.

Naast inhoudelijk relevante informatie bieden social media eveneens?mogelijkheden tot het benaderen en werven van respondenten. Zo?werden telefoonnummers en e-mailadressen genoemd in berichten,?geplaatst onder afbeeldingen of gepubliceerd op gebruikersprofielen.?Daarnaast maakten veel jongeren gebruik van social media om met?elkaar af te spreken. Op die manier kreeg ik zicht op locaties in de stad?of buurt waar respondenten zich bevonden of openbare plekken waar?zij veel tijd doorbrachten. Bovendien bieden diverse sociaalnetwerksites?functies die gebruikers in staat stellen om priv?berichten of een?zogenaamde ?DM? (Direct Message) te sturen. Deze mogelijkheden?gebruikte ik om af te spreken met jongeren die ik offline langere tijd?niet had gezien of die ik wat langer een-op-een wilde spreken. Toch?was deze laagdrempelige manier van het leggen van contacten niet?altijd even succesvol en heeft een aantal respondenten nooit gereageerd?op mijn verzoeken, ondanks herhaaldelijke berichten. In die?gevallen probeerde ik hen offline te benaderen.?Ook offline verliep het benaderen van respondenten niet zonder problemen. De centrale?bevindingen in mijn proefschrift baseer ik op een netwerk van 150 respondenten. Van zestig?van deze respondenten heb ik gedetailleerde informatie verzameld, ofwel op basis van
??n (of meerdere) interview(s), ofwel omdat ik ze gedurende drie jaar meermaals op informele?basis heb gesproken en heb geobserveerd.

Beperkingen en dilemma?s: selectie, het gebruik van beelden en?performance
Social media bieden diverse mogelijkheden voor criminologisch?onderzoek, maar het gebruik van deze data dwingt ook tot een reflectie?op de beperkingen en brengt bovendien een aantal ethische
dilemma?s met zich mee. Een aantal van deze methodologische vertekeningen?is vergelijkbaar met de problemen en dilemma?s die inherent?zijn aan de meer klassieke, offline kwalitatieve methoden. Etnografisch?onderzoek kent als evident nadeel dat de nadrukkelijke aanwezigheid?van de onderzoeker en zijn of haar ?selectieve oog? invloed?kunnen hebben op de resultaten van de studie. Naast de beperkte?externe validiteit, gaat het gebruik van deze onderzoeksbenadering

Figuur 6

hood6

gepaard met diverse morele, juridische en ethische dilemma?s (Zaitch?e.a. 2010, p. 282-284). De toevoeging van een online dimensie aan?offline praktijken roept een aantal nieuwe vragen op.

De eerste beperking ten aanzien van online vormen van kwalitatief?onderzoek betreft selectiviteit. Tussen de respondenten in mijn studie?bleek een verschil te bestaan in de mate waarin zij actief waren op?social media. Vrijwel iedere jongere maakte gebruik van (meerdere)?social media en plaatste dagelijks meerdere foto?s of berichten. De?online praktijken van respondenten boven de 30 vielen veel minder?goed waar te nemen.?Wel viel er een opmerkelijke gelijkenis waar te nemen tussen wat jongere respondenten?op social media plaatsten en de profielfoto?s op BlackBerry ?Ping? en WhatsApp van?oudere respondenten.

Daarnaast bestond er een duidelijk verschil tussen?welke informatie online werd geplaatst. Sommigen plaatsten allerlei?facetten van hun dagelijks leven online, inclusief (de suggestie van)
hun criminele betrokkenheid, terwijl anderen zich beperkten tot het?reageren op berichten en foto?s van anderen. Als onderzoeker heb ik?hierdoor (slechts) zicht gekregen op een deel van de activiteiten van?deze veertig respondenten op social media. Dit geldt overigens eveneens?voor de offline praktijken van mijn respondenten: ondanks dat ik?getracht heb zo veel mogelijk deelgenoot te worden van hun dagelijks?leven, is er onherroepelijk een deel aan mijn oog onttrokken gebleven.?Het is immers onmogelijk om altijd en overal in het veld aanwezig te?zijn. Daarnaast hebben respondenten, ongeacht hoe hecht of vriendschappelijk?onze relatie in de loop der jaren werd, ook altijd een deel?van hun leven voor mij weten af te schermen.?Een bijkomende uitdaging op social media was dat jongeren zich in?toenemende mate?bewust leken van hun zichtbaarheid en privacy op?internet en zodoende hun profielen en accounts afschermden met de?mogelijkheden die sociaalnetwerksites daartoe bieden. Rond de start van mijn veldwerk was hier nauwelijks sprake van. Tegen het einde van mijn?onderzoek leken respondenten echter veel meer gebruik te maken van de mogelijkheden?die sociaalnetwerksites bieden om hun profielen af te schermen. Om toch toegang?te krijgen tot de inhoud van iemands online profiel of timeline,?dient dan een vriendschaps- of volgverzoek te worden verstuurd. Aan?de veertig respondenten die ik op social media gedurende drie jaar?heb gevolgd, heb ik allemaal een vriendschaps- of volgverzoek verstuurd.?Daarbij kwam het overigens ook voor dat respondenten mij een vriendschaps- of volgverzoek?stuurden.?Op een enkel geval na werden deze verzoeken vrijwel direct?geaccepteerd, naar alle waarschijnlijkheid omdat ik hen, op een enkeling na, ook offline ken of wel eens ontmoet heb. Daarbij was ik online?transparant over mijn identiteit als onderzoeker. Naast persoonlijke
foto?s valt in de profielen van mijn eigen socialmedia-accounts te?lezen dat ik als criminoloog verbonden ben aan de Erasmus Universiteit?Rotterdam.

Het gebruik van de berichten, afbeeldingen en video?s op social media?roept vervolgens de vraag op hoe deze informatie gebruikt kan worden,?in het bijzonder als het gaat om publicatie. Een dergelijk dilemma?doet zich ook voor als het gaat om offline vormen van etnografisch?onderzoek. Het gaat daarbij om ethische afwegingen rondom herkenen?herleidbaarheid, waarbij het de taak van de onderzoeker is om er zo?veel mogelijk zorg voor te dragen dat respondenten geen nadelige?gevolgen ondervinden van hun participatie aan het onderzoek (Van de?Bunt 2015). Op social media spelen deze overwegingen evenzeer,?maar wordt het complexer vanwege de visuele component: veel jongeren?maken immers foto?s en video?s van zichzelf, en elkaar, en plaatsen
deze in veel gevallen op openbaar toegankelijke profielen op internet.?Over de manier van het gebruiken van visuele data woeden discussies?over ethiek (Vanderveen 2010, p. 406-408). Allen (2015) werpt?de terechte vraag op of het anonimiseren van afbeeldingen, iets dat?gemeengoed is als het gaat om de verslaglegging van offline onderzoek,?geen farce maakt van de visuele dimensie van het onderzoek,?omdat het de respondent diens ?stem? ontneemt wanneer foto?s worden?geretoucheerd of ?geblurd?. In deze bijdrage, en in mijn proefschrift,?heb ik tweets geanonimiseerd en gezichten onherkenbaar?gemaakt. Een belangrijke overweging daarbij was dat het gaat om?afbeeldingen waarop strafbare feiten worden gepleegd, afgebeeld of?verbeeld. Ik heb ervoor gekozen om wel de verbeelding van deze?gedragingen, zoals wapens, kogels, grote hoeveelheden contant geld,?drugs en gestolen goederen te tonen, maar zonder gebruikersnaam of?gezicht. Herkenbaarheid van de respondent in kwestie had in dergelijke?gevallen geen meerwaarde of functie.

Een laatste beperking hangt samen met het voorgaande thema. Op?social media is het lang niet altijd duidelijk of afbeeldingen ?echt? of?authentiek zijn. Van Erp e.a. stellen daarnaast de terechte vraag ?of?online beweringen ook offline worden waargemaakt? (Van Erp e.a.?2013, p. 333). Social media bieden een dankbaar podium voor vormen?van ?impression management? (Goffman 1959), iets dat in het bijzonder?zichtbaar wordt als het gaat om online uitingen van straatcultuur?(Van den Broek 2013). In het geval van de voorbeelden in deze bijdrage?is het moeilijk om te achterhalen of we van doen hebben met echte?wapens of echt geld en of diegene die de afbeelding plaatst ook diegene?is die gefotografeerd is, behoudens de gevallen waarin gezichten?of andere duidelijk herkenbare persoonskenmerken zichtbaar zijn. De?informatie op social media lijkt in eerste instantie meer te zeggen over?de indrukken die respondenten willen overbrengen. Dit vormt een?beperking in het analyseren van online praktijken, maar dit geldt in?het bijzonder wanneer enkel wordt afgegaan op wat respondenten?online doen. Over het algemeen is kwalitatief onderzoek in staat om?zicht te geven op het bestaan van verschillen tussen wat mensen zeggen?en wat ze doen. In het geval van etnografisch onderzoek kan dit?bijvoorbeeld door het combineren van gesprekken met het observeren?van gedrag. Social media kunnen hierbij een extra dimensie aanbrengen,?die de onderzoeker in staat stelt om een inschatting te maken van?de manier waarop posts en poses zich verhouden tot offline praktijken,?maar ook andersom.

Conclusie
De prominente plaats van internet in ons dagelijks leven dwingt tot?een reflectie op de rol van online praktijken in wetenschappelijk?onderzoek. Het centrale punt dat ik in deze bijdrage heb willen maken,?is dat social media diverse relatief laagdrempelige, aanvullende mogelijkheden?bieden voor het verzamelen van data en het leggen van contacten?met respondenten. De toenemende mobiliteit en virtualisering?van het dagelijks leven hebben gevolgen voor het klassieke etnografische?uitgangspunt van ?being there?. Het gebruik van social media?kent daarbij beperkingen die in het verlengde liggen van discussies?rondom selectiviteit en ethiek die opgeld doen in offline vormen van?etnografisch onderzoek. Maar bovenal hoop ik dat deze bijdrage heeft?laten zien dat het incorporeren van online praktijken onderzoekers in?staat stelt om beter recht te doen aan het gegeven dat verhalen, ook?criminologisch relevante verhalen, zich niet langer enkel offline afspelen.

Literatuur
Adler & Adler 1998
P. Adler & P. Adler, ?Foreword:?Moving backward?, in: F. Ferrell?& M. Hamm (red.), Ethnography?at the edge: Crime, deviance and?field research, Boston: Northeastern?University Press 1998, p. xiixvi.

Allen 2015
L. Allen, ?Losing face? Photo-anonymisation?and visual research?integrity?, Visual Studies (30)?2015, afl. 3, p. 295-308.

Van den Broek 2013
J.B.A. van den Broek, Van de?straathoek naar Facebook. Een?onderzoek naar het gebruik van?social media door jongeren binnen?de straatcultuur (ongepubliceerde?masterscriptie). Erasmus
Universiteit Rotterdam 2013.?Van de Bunt 2015?H.G. van de Bunt, ?Ethische?dilemma?s bij criminologisch?onderzoek?, Tijdschrift over Cultuur?en Criminaliteit (5) 2015, afl.?1, p. 55-70.

Van Erp e.a. 2013
J. van Erp, D.W. Stol & J. van?Wilsem, ?Criminaliteit en criminologie?in een gedigitaliseerde?wereld?, Tijdschrift voor Criminologie?(55) 2013, afl. 4, p. 327-341.

Ferrell & Hamm 1998
J. Ferrell & M.S. Hamm, Ethnography?at the edge. Crime, deviance,?and field research, Boston:?Northeastern University Press?1998.

Ferrell e.a. 2015
J. Ferrell, K. Hayward & J. Young,?Cultural criminology: An invitation,?Londen: Sage 2015.

Flick 2010
U. Flick, ?Kwalitatief onlineonderzoek:?gebruik van internet?,?in: T. Decorte & D. Zaitch (red.),?Kwalitatieve methoden en technieken?in de criminologie, Leuven/Den?Haag: Acco 2010,?p. 407-431.

Van Gemert 1998
F.H.M. van Gemert, Ieder voor?zich. Kansen, cultuur en criminaliteit?van Marokkaanse jongens,?Amsterdam: Het Spinhuis 1998.

Goffman 1959
E. Goffman, The presentation of?self in everyday life, Harmondsworth,?Middelsex: Penguin Books?1959.

Hannerz 2003
U. Hannerz, ?Being there? and?there? and there! Reflections on?multi-site ethnography?, Ethnography?(4) 2003, afl. 2, p. 201-216.

De Jong 2007
J.D. de Jong, Kapot moeilijk. Een?etnografisch onderzoek naar?opvallend delinquent groepsgedrag?van ?Marokkaanse? jongens,?Amsterdam: Aksant 2007.

De Jong & Schuilenburg 2006
A. de Jong & M. Schuilenburg,?Mediapolis. Populaire cultuur en?de stad, Rotterdam: Uitgeverij?010, 2006.

Leander & McKim 2003
K.M. Leander & K.K. McKim,??Tracing the everyday ?sitings? of?adolescents on the Internet: A?strategic adaption of ethnography?across online and offline?spaces?, Education, Communication
& Information (3) 2003, afl. 2,?p. 211-240.

Murthy 2008
D. Murthy, ?Digital ethnography:?An examination of the use of new?technologies for social research?,?Sociology (42) 2008, afl. 5,?p. 837-855.

Roks 2007
R.A. Roks, ?Het is hier toch geen?Amerika?? Reconstructie van de?criminele carri?re van een Nederlandse??gangsta? (ongepubliceerde?masterscriptie), Erasmus?Universiteit Rotterdam 2007.

Roks 2015
R.A. Roks, ?Never snitch broertje,?want de straat hoort het?, Ars?Aequi (64) 2015, afl. 5, p. 422-425.

Roks 2016
R.A. Roks, In de h200d. Een eigentijdse?etnografie over de inbedding?van criminaliteit en identiteit,?Rotterdam: Erasmus School?of Law 2016.

Schuilenburg e.a. 2011
M. Schuilenburg, D. Siegel,?R. Staring & R. van Swaaningen,??Over cultuur en criminaliteit?,?Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit?2011, afl. 1, p. 3-17.

Van Stapele 1998
S. van Stapele, ?Crips?, Nieuwe?Revu (15) 1998, afl. 3, p. 42-47.

Van Stapele 2003
S. van Stapele, Crips.nl: 15 jaar?gangcultuur in Nederland,?Amsterdam: Vassallucci 2003.

Van Stapele 2009
S. van Stapele, ?Papa is een Crip?,?Revu (45) 2009, afl. 14, p. 22-28.

Vanderveen 2010
G. Vanderveen, ?Visuele data en?methoden in de criminologie?, in:?T. Decorte & D. Zaitch (red.),?Kwalitatieve methoden en technieken?in de criminologie, Leuven:?Acco 2010, p. 380-413.

Wittel 2000
A. Wittel, ?Ethnography on the?move: From field to net to Internet?,?Forum: Qualitative Sozialforschung/Forum:?Qualitative?Social Research (1) 2000, afl. 1,

Zaitch e.a. 2010
D. Zaitch, D. Mortelmans &?T. Decorte, ?Participerende?observatie in de criminologie?, in:?T. Decorte & D. Zaitch (red.),?Kwalitatieve methoden en technieken?in de criminologie.?Leuven: Acco 2010, p. 257-309.

Bron: Justiti?le verkenningen, jrg. 42, nr. 1, 2016