Tagarchief: social media

Maatschappelijke ontwikkelingen en hun implicaties voor Gebiedsgebonden politiewerk: Een verkenning

Bij Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP) is het politiewerk ingebed in de samenleving. Kernbegrippen zijn: dichtbij georganiseerd, kennen en gekend worden, werken aan een breed scala van veiligheidsproblemen, zowel reactief, preventief als proactief optreden, samenwerking met uiteenlopende andere partijen en betrokkenheid van burgers. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft onderzoek laten doen naar de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op GGP en, indien nodig, hoe deze verder geprofessionaliseerd zou kunnen worden. De meest in het oog springende ontwikkelingen die van invloed zijn op het werk van de politie en het gebiedsgebonden werk daarbinnen zijn:

  • Decentralisaties in het sociaal domein;
  • Digitalisering inclusief sociaal media;
  • Demografische ontwikkelingen, migratie en vluchtelingen;
  • Radicalisering, terrorisme en terreurdreiging;
  • Internationalisering van misdaad en ondermijnende criminaliteit;
  • Groei van toerisme, evenementen en horeca.

In deze rapportage worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Per gesignaleerde maatschappelijke ontwikkeling worden de implicaties voor het gebiedsgebonden politiewerk en de daarmee samenhangende mogelijke professionaliseringsnoodzaak geschetst.

Digitalisering en sociale media be?nvloeden het GGP. Daarbij gaat het om de organisatie van het politiewerk, de communicatie onderling en met burgers, omgaan met de berichten en beelden die op internet circuleren en het benutten van data ten behoeve van de optimalisering van het gebiedsgebonden politiewerk. De digitale mogelijkheden hebben direct betrekking op de kern van GGP, namelijk dicht bij de burger staan, weten wat er speelt, tijdig signalen opvangen waarop reacties nodig zijn en in direct contact staan met andere betrokkenen. Goed omgaan met digitale mogelijkheden verhoogt de efficiency en de effectiviteit van GGP. De ontwikkelingen in digitalisering en sociale media stellen aan de politie permanent nieuwe eisen die vragen om competenties in het bijzonder op de volgende terreinen:

  • Effectieve informatie en communicatie via gangbare en aan populariteit winnende sociale media;
  • Kennis van bestaande en nieuwe vormen van cybercrime en de wijze waarop die zich bij de bewoners van de wijken manifesteren;
  • Effectief sociale netwerken opbouwen, onderhouden en benutten;
  • Inwinnen, verwerken, opslaan en analyseren van data ten behoeve van de optimalisering van het GGP; ? omgaan met digitale financi?le administratieve en operationele tools ter ondersteuning van het politiewerk.

[slideshare id=75598435&doc=maatschappelijkeontwikkelingenenhunimplicatiesvoorggp-170502121238&type=d]

Bronnen: WODC

Botlegers: Opmars van de Twitterbots

In verkiezingstijd proberen kwaadwillenden via volledig geautomatiseerde social-media-robots en trollenlegers mensen ertoe te bewegen om een bepaalde kandidaat te kiezen. Hoe groot is dit probleem? En wat kunnen we ertegen doen?

Geschreven door Marc Seijlhouwer, MSc en verschenen in De Ingenieur

Robots verspreiden volautomatisch allerlei boze, agressieve of misleidende berichten op sociale media

#Kominverzet?Deze zogenoemde hashtag wordt veelvuldig gebruikt op sociale media, onder anderen door Geert Wilders. Het is ook de hashtag die, elke keer als hij wordt gebruikt in een tweet, een robot doet ontwaken. Deze Twitterbot, actief sinds februari 2017, ?retweet? elk bericht dat de hashtag bevat. Zonder enige menselijke interventie verspreidt hij de vaak hatelijke boodschappen van anderen over het internet. Daardoor zien meer mensen deze boodschappen ?n wordt de hashtag vaker gebruikt ? als hij tot extra retweets leidt, is hij immers de moeite waard. Dat zijn de regels van sociale media; hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

De robot is op de redactie van De Ingenieur gebouwd. Het was heel makkelijk; robotisering van tweets is inmiddels al zo wijdverspreid dat verschillende websites een kant-en-klare service leveren. Daarvoor moet je wel je gegevens aan die sites geven, en controle over je Twitteraccount. Maar als het verder toch een nepaccount is, maakt dat weinig uit. Iemand met wat meer programmeerkennis zet met een paar regels code geavanceerdere bots in elkaar, die bijvoorbeeld geautomatiseerd nieuws verspreiden, reageren op bepaalde soorten tweets of zelfs taal gebruiken zoals mensen dat op Twitter doen. Dankzij technieken als deep learning gaat het soms nog verder, totdat een robot op een gegeven moment niet meer van een echte gebruiker is te onderscheiden.
Die bots kunnen een slechte invloed hebben op mensen. Ze kunnen manipuleren, verwarren en in de maling nemen. Nu is hun invloed nog klein, maar de kans is groot dat ze in de toekomst een steeds grotere rol spelen.

Twitterbots zijn overal op Twitter en bestaan in mindere mate ook op andere sociale media. Facebook probeert ze tegen te houden en slaagt daar beter in dan Twitter, maar het bedrijf heeft er alsnog last van. Twitter is transparant over het feit d?t er bots bestaan. Het sociale medium vindt het namelijk niet erg als gebruikers in meer of mindere mate automatisch tweets plaatsen. Het genereren van content is immers belangrijk voor het succes van de dienst.

Hoeveel nepaccounts (bots, inactieve gebruikers en andere accounts waar geen mens achter zit) er zijn op sociale media, is moeilijk te zeggen.?Schattingen uit onderzoeken en cijfers van bedrijven zelf komen uit op zo?n 7 ? 8 %?, vertelt dr. Mirko Tobias Sch?fer, docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en projectleider van de Utrecht Data School, waar wordt gekeken naar de relatie tussen data, overheid en social media. ?Het verifi?ren van die cijfers is echter onmogelijk.? Er is in elk geval een aanzienlijk aantal nepaccounts, waarvan een deel valt onder wat men ?kwaadaardige bots? kan noemen. Dat sociale-media-bedrijven daar niet meer tegen doen, is misschien begrijpelijk. Een groot bedrijf haalt niet zomaar bijna 10 % van zijn gebruikers weg. Zeker niet als die actief zijn of zelfs, in het geval van Facebook, regelmatig op advertenties klikken en zo de inkomsten verhogen.

“Online de boel verzieken is vaak nog mensenwerk”

Pro-Trump-bots
Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Twitter kreeg regelmatig kritiek over de grote hoeveelheid geautomatiseerde accounts. Daarom stelt het bedrijf inmiddels een heleboel voorwaarden aan een bot. Hij mag bijvoorbeeld geen trending topics kopi?ren. En iemand die een bot wil bouwen, moet zijn account verifi?ren met een telefoonnummer. Facebook is in principe nog strenger, wat daar moet een ?echt? persoon met naam, voornaam, woonadres en telefoonnummer achter het account zitten. Het probleem is alleen dat er tegenwoordig websites bestaan die uit het niets een neppersoon cre?ren. Die kun je zelfs op nationaliteit uitkiezen; een slimme willekeurige generator maakt zo de fraaiste fictieve mensen aan. Klinkt Lysanne Terlingen uit Ede, 27 jaar oud en woonachtig op de Tollenburg 99 niet als een echt bestaande Nederlandse vrouw? Op die manier valt er dus van alles te omzeilen. En dat gebeurt ook massaal, gezien de schattingen van het aantal fake accounts.

Zo?n percentage nepaccounts hoeft niet erg te zijn. Er komen pas problemen als de neppers het verpesten voor de echte mensen. Dat is nu overwegend niet het geval, zegt Sch?fer. ?Veel bots zijn nuttig of grappig, en vaak is het door hun naam of biografie overduidelijk dat het geen menselijke gebruikers zijn. Die machines zijn onschuldig.?
Het probleem komt van de minder frisse bots. Ze houden geheim dat het robots zijn en dienen een specifiek manipulatief doel. Hiervan zijn de politieke bots een voorbeeld. Vlak na de campagne van Donald Trump in 2016 deden geruchten de ronde dat hij mede had gewonnen dankzij de aanwezigheid van pro-Trump-bots op Twitter. Die tweetten dag en nacht leugens de wereld in over Hillary Clinton, prezen Trump en gebruikten populaire hashtags om de aanwezigheid van Trump-aanhangers overal voelbaar te maken. Hoeveel het er precies waren, weet niemand. Was hun invloed echt zo groot? Sch?fer: ?De invloed van bots is moeilijk te meten. Maar ik weet vrijwel zeker dat het niet de bots waren die de doorslag gaven.?

Trollenleger
Dat Trump hoogstwaarschijnlijk niet won dankzij ?zijn? bots, betekent echter niet dat ze niet zijn gebruikt. ?Maar waarschijnlijk zijn ze niet door zijn campagneteam in gang gezet?, denkt Sch?fer. ?Je kunt als kandidaat vaak niet bepalen welke groeperingen zich bij je aansluiten en wat ze gaan doen. Er zijn botnets te huur, en een aanhanger van Trump zou zo?n netwerk kunnen inzetten tijdens de campagne. Vaak zorgt de aanhang van een politieke partij voor meer manipulatie dan de partij zelf.? Hoewel social-media-invloed bij deze verkiezingen mogelijk nog geen doorslaggevend effect had, kan dat in de toekomst anders zijn, waarschuwt ir. Arnout de Vries, social-media-onderzoeker bij TNO. ?Bedrijven, maar ook politieke partijen, kunnen tegenwoordig steeds specifiekere datapakketten kopen. Daarin staat allerlei informatie over groepen mensen. Bedrijven kunnen via Facebook heel gericht zo?n groep benaderen. Als een politieke partij dat zou doen, en zich bijvoorbeeld op be?nvloedbare mensen zou richten, kunnen ze denk ik veel teweeg brengen.?

Dat gebeurt nu nog niet; hoewel alle partijen op de een of andere manier de vergaande advertentiemogelijkheden van Facebook benutten, maken ze geen gebruik van wat De Vries het ?onethische? deel van gericht adverteren noemt. ?Profileren van potenti?le kiezers en ze be?nvloeden lijkt me onethisch, net als je in het debat mengen via sociale bots of trollen. Maar voorlopig kopen Nederlandse partijen nog niet massaal gegevens in bij databrokers.?

Dat is wel anders in de VS. Daar is de afgelopen paar verkiezingen gebleken hoe nuttig het kan zijn om je verschillende kiezersgroepen te kennen. Dat lukte daar mede zo goed doordat de privacywetgeving er anders is dan in Nederland. Hier moeten politieke partijen openheid van zaken geven, ook over het gebruik van datasets. Bovendien mogen bedrijven hier minder opslaan over individuen. ?In de VS zijn er per persoon ontzettend veel datapunten, naar schatting gemiddeld 1500?, weet De Vries. ?Daarmee kun je bijvoorbeeld ?uitrekenen? wat iemands pressiepunten zijn. Als je het zou willen, kan je daarmee iemand chanteren zodat hij jouw kant kiest.? De marketingwereld heeft volgens De Vries inmiddels een grote hoeveelheid informatie over het be?nvloeden van mensen. ?Door die kennis te combineren met steeds slimmere zelflerende algoritmes is er technisch nu al van alles mogelijk. De politiek loopt alleen achter in de toepassing ervan. Maar er zijn partijen die het idee van online invloed oppakken.? Voorlopig zijn de algoritmen echter nog net niet slim genoeg om over te komen als internetgebruikers van vlees en bloed. Daarom is online de boel verzieken vaak nog mensenwerk, waarbij zogenoemde trollen heel fel tegenstanders aanpakken en nieuws verspreiden dat een bepaald standpunt ondersteunt. ?Politieke partij DENK gebruikte een klein aantal trollen en er zijn sterke vermoedens dat Russische trollenlegers invloed uitoefenen in de VS, Nederland en Frankrijk.?

Brutale gebruikers
Zoals De Vries het beschrijft, ziet de toekomst er niet bijster rooskleurig uit. Maar er is wat aan te doen. ?Blijf onethisch gedrag van partijen onthullen en informeer mensen over de mogelijkheden van onbewuste be?nvloeding. Dat is het beste wat overheid, media en maatschappij kunnen doen. Het oprollen van dit soort legers is juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk, dus dat is geen oplossing.?

Wel vindt De Vries dat partijen zich, zeker in campagnetijd, wat ethischer mogen opstellen. Want ze richten zich, via Facebook, allemaal al met specifieke advertenties op kleine, specifieke groepen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die tactiek, narrowcasting, is potentieel zorgelijk. ?De partijen verschuilen zich achter het algoritme van Facebook, maar ze hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is echter lastig om de partijen tot ethisch adverteren te dwingen, omdat online de brutale en onethische gebruikers vaak het best worden gehoord.? Sch?fer is het daarmee eens: ?In het Duits noemen we dit de Schweigespirale; het fenomeen ? onderzocht door de Duitse politicoloog Elisabeth Neille-Neumann ? dat een minderheid schreeuwers meer voor elkaar krijgt en de meerderheid zwijgt omdat de ze denken de minderheid te zijn. Aangezien sociale media volledig om emoties draaien, is het logisch dat boosheid van verongelijkte mensen sneller scoort. Bots en trollen spelen daar perfect op in.?

De vraag blijft of de invloed van de robots en algoritmes op de verkiezingen groot is. De sociale wetenschappers geven meteen toe dat die nauwelijks valt te meten; zelfs als er een verband is, hoeft dat niet causaal te zijn. Het feit dat er veel bots tweeten over een bepaalde gebeurtenis, waarna die gebeurtenis veel aandacht krijgt, hoeft niet te betekenen dat de aandacht kwam door de bottweets. De Vries denkt dat opleiding en voorlichting kunnen helpen om de negatieve invloed van deze technologie?n te verminderen. Sch?fer is het hiermee eens, maar stelt ook voor om verder te gaan: ?Als ik een politieke partij was, zou ik het gebruik van bots omarmen. Maar dan niet stiekem; ik zou bijvoorbeeld een factcheckbot bouwen om populistisch ?nepnieuws? automatisch te ontkrachten. En dan duidelijk maken dat deze nuttige robot van mijn partij afkomstig is. Maar de partijen gebruiken sociale media nu vooral om onderbuikgevoelens van de achterban aan te spreken. Dat is geen effectief social-media gebruik.?

Leuke bots

Lang niet alle bots hebben als doel om chaos, wanorde en misinformatie te verspreiden. Vaak zijn ze nuttig, grappig of fascinerend. Een kleine selectie.

@klmfares: Wil je op reis? Tweet je begin- en eindpunt, en de Twitterbot vertelt automatisch de kosten van de vlucht, inclusief link naar een boekingspagina. Een voorbeeld van automatische, snelle klantenservice.

@thinkpiecebot: ziet u ook wel eens n?t iets te vergezochte artikelen over de actualiteit, trends onder jongeren en andere onzin? Deze bot maakt die belachelijk door een aantal bekende krantenkopconstructies in te vullen met min of meer willekeurig gekozen woorden.

@we_didnt_start: een alternatieve manier om het nieuws binnen te krijgen. Dit stukje programmatuur plukt de meestgezochte termen op een dag van Google en probeert er een zin van te maken op de wijs van Billy Joels hit ?We Didn?t Start The Fire?.

@congressedits: deze bot is niet grappig, maar vervult wel een interessante functie: hij monitort Wikipedia en tweet elke keer als iemand van het Amerikaanse Congres een aanpassing doorvoert. Zo is te zien of senatoren misschien onwelgevallige informatie wegpoetsen of op een andere manier de waarheid proberen te manipuleren.

Darknet Shopper: geen Twitterbot, wel fascinerend. Dit programma koopt willekeurige dingen van het Dark Web, de schaduwkant van het internet waar alles kan. De bot mag 100 dollar per week uitgeven en koopt alles wat hij kan vinden. Zo liet hij al een keer drugs bij de makers thuis bezorgen, waarna de politie langskwam om ze in beslag te nemen.

https://twitter.com/rickdus/status/835810423228227584

[slideshare id=73257805&doc=botlegers-170317155114]
Bronnen: De Ingenieur, april 2017

App: Tip411

 

Tip411 logo

Je kunt de politie anoniem een melding geven per app?om te helpen misdaden op te lossen, terwijl je je privacy beschermt. De politie in de VS gebruikt al op diverse plaatsen de?app Tip411 (iOS, Android) waarbij een tussenpartij (vergelijkbaar met Meld Misdaad Anoniem) je gegevens afschermt voor de politie.

Burgers hebben inmiddels wel een idee over?hoe mobiele telefoons kunnen worden opgespoord of gevolgd. En dat zorgt ervoor dat sommige mensen hun slimme telefoon liever niet gebruiken om een misdaad te melden. Tip 411 probeert een oplossing te bieden. De politie van Leander zegt dat de app onlangs weer geholpen heeft om een dief te vangen.

tip411billboard
Omdat Facebook zo veel mensen kan bereiken, waarschuwt de politie tegen het plaatsen van gevoelige informatie die beter discreet gemeld kan worden. De politie adviseert in de VS op veel plaatsen daarom om berichten niet?op Facebook te zetten, maar de Tip 411 app te gebruiken waarin maar een heel beperkt aantal mensen toegang heeft tot dit systeem waar ze de tip kunnen inzien. Tip 411 is een gratis app waarmee tips in vertrouwen gedeeld kunnen worden.



De Tip 411 app ondersteund het delen van tekst, maar je kunt er ook?foto’s mee uploaden en delen met de?politie.
Tip411 Tip411 2

Bronnen: CBS Austin, Tip411, WTNH

Social media DNA controle aan de grens?

cell-phone-1245663-768x512

Wie dacht dat de Amerikaanse president Donald Trump zich na alle kritiek op zijn inreisverbod gedeist zou houden, heeft het mis. Zo lijkt er alweer een nieuwe maatregel aan te komen: bij de controle van de Amerikaanse grens zou binnenkort om het wachtwoord van Facebook-accounts van mensen kunnen worden gevraagd.

Deze actie zou vooral bedoeld zijn om mensen te controleren die afkomstig zijn uit de zeven landen waarvoor Trump eerder ook het inreisverbod instelde. John Kelly, de chef van Homeland Security, stelt de maatregel de Verenigde Staten in staat om te controleren wat deze mensen doen op het internet, zo meldt?Fox News.

?We willen?in hun social media-accounts kijken, met hun wachtwoord?, zo vertelde Kelly aan een comit??van Homeland Security tijdens een hoorzitting.??Het is heel moeilijk om mensen afkomstig uit deze landen echt goed te controleren. Maar wanneer ze bij de grens staan willen we weten wat voor websites zij bezoeken. Wanneer ze hun wachtwoord geven kunnen we zien wat ze op internet doen.?

Ook wil?het Witte Huis dat buitenlandse bezoekers contactenlijsten delen en vragen over hun overtuigingen beantwoorden. De maatregelen zouden moeten bijdragen aan een betere bescherming tegen terrorisme. In december begon de Verenigde Staten al met het opvragen van social-media-accounts van inwoners uit ESTA-landen. Dat zijn landen waarvan inwoners onder voorwaarden zonder een visum naar de Verenigde Staten kunnen reizen. In totaal doen 38 landen mee aan dit programma, waaronder Nederland en Belgi?.

“Als er enige twijfel bestaat over iemands motieven om naar de Verenigde Staten te komen, moet diegene?kunnen bewijzen dat hij met legitieme redenen binnenkomt?, zegt een medewerker van het Department of Homeland Security (DHS) tegen The Wall Street Journal.

Een groep van ongeveer vijftig mensenrechten- en vrijheidsorganisaties heeft eerder al?zorgen over de plannen uitgesproken. De organisaties noemen de plannen??een directe aanval op fundamentele rechten?, inclusief het recht op vrijheid van meningsuiting.

Daarnaast waarschuwen zij voor tegenmaatregelen van andere landen. Buitenlandse overheden zouden bij binnenkomst van Amerikaanse burgers ook wachtwoorden kunnen eisen.

3,6 miljoen Chinezen?door social media scanner?

Chinezen met een tienjarig visum (zaken of toerisme) gevraagd wordt de sociale media platforms waarop ze actief zijn en bijhorende gebruikersnamen door te geven alvorens naar de VS te reizen. De vraag zou online gesteld worden als onderdeel van het Elektronisch Visum Update Systeem (EVUS), waarin alle Chinezen met een tienjarig visum zijn ingeschreven. De US Customs and Border Protection (CBP) stelde via een document voor om een optioneel item toe te voegen aan het EVUS online systeem, waarbij aan aanvragers gevraagd wordt op welke sociale media ze actief zijn en onder welke gebruikersnaam. CBP-officieren zouden dan deze informatie kunnen gebruiken om een evaluatie te maken alvorens de visumhouder in het land toekomt.Ongeveer 3,6 miljoen Chinese aanvragers zouden op deze manier met de sociale media controle geconfronteerd worden.?Het is niet duidelijk welke sociale media platforms het nieuwe voorstel zou omvatten, maar de meeste van onze westerse sites zijn geblokkeerd in China. Chinese webgebruikers hebben hun eigen sites, die niet toegankelijk zijn voor westers gebruik.

Onder de regering van Barack Obama was er al een soortgelijke (maar optionele!) vraag in zijn Visa Waiver Programma, een ander online systeem dat bezoekers uit twee?ndertig ‘rijke’ landen in staat stelt de formele weg om een visum aan te vragen, over te slaan. De optionele vraag in het Visa Waiver Programma is een keuzemenu met platforms als Facebook, Twitter, Google+, Instagram, LinkedIn en YouTube met bijhorende plaats om de gebruikersnaam voor deze sites in te geven.

Nederlanders weigeren wachtwoord af te geven

Zes op de tien Nederlanders die naar de VS willen, weigert hun wachtwoorden van sociale media op te geven als de Amerikaanse douane daar om vraagt. Metazoekmachine Kayak onderzocht de houding van Nederlanders tegen de verscherpte anti-terrorismemaatregelen die de regering-Trump onlangs heeft voorgesteld. De Immigration Service wil ook een overzicht van alle contacten op je telefoon en zelfs je financi?le gegevens. Van de ondervraagden zegt een kwart deze informatie wel te verstrekken ?als het echt nodig is?. 60% vindt de maatregel ?een regelrechte inbreuk op hun privacy?. De weigering wachtwoorden af te geven, blijkt vooral ingegeven door de angst dat er aan hun account wordt gerommeld, dat vrienden of posts verwijderd worden en dat een ander iets post van zijn/haar account. Ruim een derde wil niet dat de autoriteiten toegang krijgt tot de priv?-informatie die op vele accounts te vinden is.

Bronnen: Metronieuws,?The Wall Street Journal, Telegraaf, Emerce

Informatiegestuurd politiewerk in de praktijk

igp

De politie staat met informatiegestuurd werken op een keerpunt: van informatiegestuurd politiewerk naar politiewerk in een informatie(gestuurde) maatschappij. De afgelopen jaren is er veel tot ontwikkeling gekomen. Wie had bijvoorbeeld bij de start van het lectoraat intelligence, zeven jaar geleden, voor mogelijk gehouden dat de politie op straat real-time toegang heeft tot gegevens uit verschillende systemen? Wie kon toen vermoeden dat de politie met een druk op de knop alle incidenten in de wijk van de afgelopen week op een kaart te zien krijgt? Wie had gedacht dat de politie de kans op veelvoorkomende criminaliteit redelijk kan berekenen? Hoewel er nog verbeteringen mogelijk en nodig zijn, is de politie er de afgelopen jaren in geslaagd het politiewerk meer informatiegestuurd te maken. Tegelijkertijd is dit slechts een eerste stap, de basis, op weg naar een effectieve en effici?nte politie in de informatiemaatschappij. Politiewerk in een informatiemaatschappij stelt andere eisen. Alles en iedereen genereert informatie, mensen en objecten hebben sensoren die voortdurend met internet verbonden zijn. Alles en iedereen is dus ook met elkaar verbonden. De genetwerkte samenleving is daardoor meer dan partners die samenwerken. Net zo goed als dat we zeven jaar geleden niet voor mogelijk konden houden waar we nu staan, kunnen we dat nu niet voor de komende zeven jaar. We kunnen wel, en moeten ook wel, net zoals zeven jaar geleden, stappen zetten met de kennis die we nu hebben over politiewerk en over de maatschappij.

Seminar politieacademie

Op woensdag 22 maart jl. werd een seminar georganiseerd waarin dit keerpunt in informatiegestuurd politiewerk centraal stond. Het keerpunt is beschreven in het boek ?Informatiegestuurd politiewerk in de praktijk? (zie hieronder). Dit boek werd tijdens het seminar gepresenteerd en aan alle deelnemers uitgereikt. Pieter-Jaap Aalbersberg, politiechef Eenheid Amsterdam en portefeuillehouder Intelligence, gaf?tijdens het seminar een beschouwing hierop. Mari?lle den Hengst, lector Intelligence aan de Politieacademie, gaf een overzicht van het keerpunt door de lessen uit zeven jaar onderzoek samen te vatten en te vertalen naar wat dat betekent voor informatiegestuurd politiewerk in de toekomst. Daarmee nam zij tevens afscheid als lector Intelligence. Hiermee markeert het seminar niet alleen een inhoudelijk keerpunt, maar ook een persoonlijk keerpunt voor haar.

Download of lees het hele boek hier online.

Bronnen: De politieacademie

Camarilla

Hoe onderscheid je jezelf in een bomvol social media-landschap?waar apps zoals?Facebook en Whatsapp de dienst uitmaken? Constance Scholten bouwde, met hulp van onder meer Chris Zadeh (Ohpen)?en medeoprichter van Brand New Day Olaf de Bruijn een app waarmee je je leven met maar 15 mensen kunt delen.

Bestaande sociale netwerken schieten tekort, vinden de bedenkers van Camarilla?(iOS;?Android volgt “snel”). Intieme momenten knal je niet zomaar op Facebook, en deelnemen aan een Whatsappgroep is lang niet altijd vrijwillig.

In Camarilla deel je je updates met maximaal 15 bekenden. Er zijn meer apps met besloten groepen, beaamt Scholten. Maar bijzonder aan Camarilla is volgens haar dat alles weliswaar draait om 1 groep, maar dat al die leden weer hun eigen persoonlijke ?Camarilla? hebben. Chats ?n comments zijn altijd 1 op 1 en zoeken naar andere gebruikers zit er niet in. Zo speelt de dienst ook in op de behoefte aan privacy en bescherming tegen bedrijven en overheden die data verzamelen.

??

Exclusief

Met de app willen de makers ook een gevoel van exclusiviteit – of intimiteit -?oproepen: de naam verwijst naar een groep van getrouwen die een koning of koningin om zich heen verzamelt. ?Eigenlijk zijn we?allemaal een ‘koning’ met 15 mensen om ons heen die ons happymaken en belangrijk voor ons zijn?, zegt Scholten.

Dat gevoel van discretie wordt versterkt doordat de app zich ook leent voor beroemdheden en captains of industry, mensen?die volgens Scholten nog niet beschikken over een sociaal medium dat past bij hun levensstijl. ?Die willen hun echte leven delen, maar niet met zo’n groot openbaar netwerk.?

Ook voor mensen die veel op reis zijn is de app volgens haar een uitkomst. ?We merkten dat zij veel moesten ondernemen om hun meest dierbare kring op de hoogte te houden. Je deelt je leven misschien met 1 of 2 Whatapp’jes, maar daarna schiet het er soms bij in.?

Chris Zadeh

Scholten richtte haar startup in februari op. Als cto haalde zij de voormalig technisch directeur en medeoprichter van Brand New Day?Olaf de Bruijn binnen. De ontwerper van de app werkte eerder bij Blendle. Opvallend is ook de betrokkenheid van Ohpen-oprichter Chris Zadeh en zijn operationeel directeur Matthijs Aler, beide oud-directeuren?van Binckbank.

Scholten: ?We zijn de afgelopen maanden dag en nacht bezig geweest om de app zo mooi en simpel mogelijk te maken.? Een eerste kapitaalronde is ook binnen, van investeerder Amerborgh. Scholten noemt het een partij “die gelooft dat er op langere termijn een?shift?komt naar het delen van informatie binnen een kleinere groep mensen”.

Met die eerste geldronde is er vooralsnog genoeg kapitaal om te kunnen opschalen als gratis app. ?Wij zien dit als iets waar iedereen behoefte aan kan hebben, maar dan moet de drempel zo laag mogelijk zijn.? Eerst de users, dan het verdienmodel, is het uitgangspunt.??Dat hoort een beetje bij het ondernemen in het internetlandschap. Het belangrijkste is een goed product, daar gaat alle aandacht naar uit.?

Travelbird

Scholten zegde voor dit nieuwe avontuur haar baan als commercieel directeur bij Travelbird op. Dat was geen makkelijke beslissing, geeft zij toe, om weg te gaan bij een florerend bedrijf. “En een keuze te maken voor iets totaal nieuws en iets aparts eigenlijk. Een social media-app in een landschap waarvan je zou denken dat het al volledig uitgedacht is. Het was een moeilijke beslissing, maar ik ben blij dat ik mijn gevoel heb gevolgd. Ik kan volledig mijn ei kwijt in het idee van Camarilla.?

?Het idee voor de app ontstond toen ik voor mijn vorige baan veel op reis was in de periode waarin ik net moeder was geworden. Ik merkte dat ik een manier zocht om mijn dierbaren op de hoogte te houden van mijn leven en waarmee ik ook op de hoogte kon blijven van hun leven. Hoewel ik gelukkig word van het contact dat ik met hen heb, merkte ik dat het in drukke perioden er soms bij inschoot.

WhatsAppen met de ene groep, losse WhatsApp-jes en iMessages met de anderen. Een gedoe als je dat voor elke foto moet doen. Er was niets wat goed inspeelde op dat probleem, hoewel het bij veel mensen in mijn omgeving ook speelde. Tijdens diners werd het wel eens besproken, zo ook met Chris Zadeh. Hij dacht er net zo over. Gevolg was dat ik een aantal maanden later een sms ontving met: ?ik heb de financiering rond. Wanneer kun je lunchen??

Zo is Camarilla geboren!?

Bronnen: Sprout, Telegraaf,?Camarilla

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Internet Referral Unit: Internetpolitie op social media

twitter guns

Een landelijke politie-eenheid gaat zich bezighouden met het bestrijden van IS-propaganda op internet.?In sommige gevallen zal providers gevraagd worden de berichten te verwijderen.
Het team, met de naam Internet Referral Unit, gaat ook meehelpen om de verspreiders van de propaganda van de terreurgroep te achterhalen. Deze maand worden vijf politiemedewerkers geworven voor de eenheid.

De politie heeft met deze aanpak al bijna een?jaar?ge?xperimenteerd. In die periode werden negentien jihadistische berichten ge?dentificeerd, waarvan er tien werden gemeld aan providers. Die hebben op hun beurt zeven van die berichten verwijderd. Sommige van de niet doorgegeven berichten werden zelf al door providers gewist.
‘G?nante situatie’

Het plan voor een dergelijke eenheid was er al langer, maar tot nu toe kwam het niet van de grond. In 2014 stond in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme al dat de politie cyberjihadisten hard zou gaan aanpakken en dat er een zwarte lijst zou komen van jihadistische websites. De ministeries van Veiligheid en Justitie en?Sociale Zaken erkennen dat beide maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Onder ambtenaren wordt gesproken van een “g?nante situatie”, schrijft de NRC.

De Nationale Politie erkent tegen de NOS?dat het veel tijd heeft gekost om de werkwijze van het IRU te ontwikkelen, zoals dit ook op EU niveau al gangbaar is. Wanneer de onlineberichten opruiend zijn of werven voor de gewapende strijd kan de politie actie ondernemen.

“We hebben veel aandacht besteed aan het defini?ren van die twee pijlers. Dat is gebeurd in samenspraak met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.?We willen voorkomen dat we een soort internetpolitie worden die tornt aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt Suzanne de Graaf van de Nationale Politie. Ook kost het werven van het juiste personeel veel tijd.

Deze week?werd bekend dat nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel Twitter aanklagen. Het sociale medium zou te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat IS het platform gebruikt als “krachtig wapen voor terrorisme”.

Normoverschrijdend gedrag

Het onderzoek van Elien Padje benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen, waaronder de politie, om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden dat bovendien moet resulteren in een meer geco?rdineerde en eenduidige aanpak.

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen ging het?Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing?vorig jaar nog uitgebreid?in, met de roep om van kijken en begrijpen ook over te gaan tot ingrijpen.

Digigeren

In de publicatie #SM @OOV presenteerde TNO jaren geleden al haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. ?Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers?, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. ?De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO aanvullende methoden die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.?

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een voorbeeld van zo’n nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: ?Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.? Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. ?Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.?

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht. Lees hier meer over de methode die al eerder werd toegepast op normoverschrijdend gedrag online in relatie tot?grooming.

 

 

 

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: NOS, Computable, Elsevier

Schokkende beelden online delen

Burgemeester Arjen Gerritsen sprak er schande van en de politie deed een oproep om onmiddellijk te stoppen met het verspreiden van de schokkende beelden. Nadat de 16-jarige Chiel Meesters uit Almelo om het leven kwam, doordat hij met zijn fiets werd geschept door een auto, werden filmpjes en foto?s van het verkeersdrama via sociale media rondgestuurd.

De moeder van Chiel vindt het afschuwelijk dat de filmpjes en foto?s zijn verspreid: ?Als familie hebben wij echter geen enkele behoefte om te reageren op de vreselijke beelden die worden gedeeld van onze zoon en broer. Wij volgen het nieuws niet en sluiten ons bewust hiervoor af.?

?Ik heb de beelden niet gezien en wil ze ook beslist niet zien?, zegt een aangeslagen Merijn Ipskamp. Hij runt samen met Paulien Beunk InnerAll in Almelo, de dansschool waar Chiel al zijn halve leven danste. ?We hebben met onze leerlingen een groeps-app, maar gelukkig zijn de beelden hierop niet voorbijgekomen.?

Chiel was leerling aan Het Moza?ek, een school voor speciaal onderwijs. ?Chiel leerde misschien wat moeizamer, maar voor de rest was het een heel normale jongen. Nuchter en bescheiden?, zegt Ipskamp. ?Met gevoel voor vooral droge humor. Iemand die altijd goed in de groep lag.?

Het ongeval had plaats op een drukke kruising in de Almelose binnenstad en er waren nogal wat ooggetuigen, die meteen met hun mobieltjes foto?s en filmpjes maakten. De schok was groot toen in de loop van de avond bleek dat deze beelden via sociale media werden verspreid. ?Beelden waarop Chiel te zien was, liggend in een plas bloed?, aldus een verontwaardigde Almelose moeder, die de beelden ongevraagd kreeg toegestuurd. ?Afschuwelijk, uit respect voor de ouders heb ik ze meteen verwijderd.? Volgens de moeder kregen ook jonge kinderen van 12 en 13 jaar de beelden ongevraagd toegestuurd. Burgemeester Arjen Gerritsen sprak zijn afschuw erover uit en riep via Twitter iedereen op tot bezinning. ?Dat je die beelden maakt is al heel wat, maar als je ze dan ook nog verspreidt is ronduit smakeloos. Het zegt iets over het gebrek aan medeleven van de mensen die dit doen.?

De politie gaf ouders het advies om eventueel met hun geschrokken kinderen ter verwerking hier veel over te praten en desnoods slachtofferhulp in te schakelen.

Foto’s van zelfmoord

Of neem de foto’s?waarin te zien was hoe een?man bij het NS-station Driehuis In Noord-Holland voor de trein sprong. Scholieren die het voorval zagen maakten foto?s van het gruwelijke tafereel en zetten die op Twitter. De beelden gingen vervolgens rond, soms voorzien van ?grappig? commentaar. Onder degenen die de schokkende foto?s onder ogen kregen was ook de nietsvermoedende zoon van de dode man. Op Twitter ontstond een storm van verontwaardiging over de beelden.?De politie deed in allerijl een oproep om de foto?s te verwijderen: ?Gaat veel te ver!?

Hoe ver het werkelijk gaat, wist toen nog niemand. De politieagent die het gezin moest meedelen dat hun vader was overleden ontdekte dat pas later. Hij twitterde?op woensdag zijn relaas:

De nabestaanden van het slachtoffer dat om het leven is gekomen #driehuis mogen vertellen dat hun man en vader om het leven is gekomen.??zeer emotioneel. Zoon heeft de foto?s op internet gezien voordat hij wist dat het zijn vader betrof! Zeer heftig vandaar dus de oproep!

Op het station waren op het moment van het drama zo?n zeventig scholieren van het nabijgelegen Ichthus Lyceum aanwezig.

De?IJmuider Courant schrijft:

Meerdere scholieren zien de zelfmoord voor hun voeten gebeuren. Enkelen nemen er een foto van, plaatsen die op twitter. Terwijl deze vijftienjarigen op hun nabijgelegen school worden opgevangen door slachtofferhulp, opent heel twitterend Nederland het vuur op hen. Schelden hen de huid vol onder de noemer #respect.?Nadat de verguisde vijftienjarige twitteraars hun eerste verwerkingsgesprek met slachtofferhulp achter de rug hebben en hun mobieltje weer aanzetten, krijgen ze een vrachtwagenlading aan haat over zich heen. Van afzenders uit heel Nederland en verder.

Voor de scholieren die getuige waren is Slachtofferhulp ingeschakeld. Volgens de directeur hebben de tieners mogelijk in shock gehandeld. De scholieren hebben enorm veel spijt van het plaatsen van de foto?s. Sommigen hebben hun accounts verwijderd.

?We hebben deze technologie ontwikkeld zodat we van nu af aan alle persoonlijke, emotionele en rauwe manieren waarop mensen willen communiceren kunnen ondersteunen?, aldus Facebook-topman Zuckerberg. Facebook laat weten dat hun beleid ten opzichte van live streaming hetzelfde is als bij de andere content die gepost wordt en dat er 24 uur per dag een team klaar zit waaraan misstanden kunnen worden gerapporteerd. Het probleem is alleen dat Facebook pas in actie komt als er geklaagd wordt en dan is in het geval van een live event het kwaad vaak al geschied.
Live streaming in al zijn vormen is een trend die de komende tijd alleen maar groter gaat worden. Maar voor de problemen die dit met zich meebrengt, is voorlopig nog geen oplossing. Zowel Facebook als andere techgiganten als Google en Apple zeggen hard te werken aan beeldherkenningssoftware om verwerpelijke beelden in de toekomst te kunnen onderscheppen, maar het zal naar verwachting nog wel even duren voor dit succesvol kan worden ingezet. Er bestaan al algoritmes om op plaatjes en tekst te screenen, maar voor bewegende beelden, en dan met name livebeelden, is dat technologisch veel ingewikkelder.
Mediapsycholoog William Rice: ?Als je herhaaldelijk wordt blootgesteld aan media-content die in eerste instantie als schokkend wordt ervaren, kan dat na verloop van tijd juist zorgen voor afstompingseffecten: je vindt iets steeds minder heftig. Na verloop van tijd doet het je gewoon niet zo veel meer. In de psychologie wordt dit wel aangeduid als desensitization voor bepaalde stimuli. Ik wil niet zover gaan dat hierdoor bij iedereen de morele grenzen vervagen, maar bij sommige mensen wel, bijvoorbeeld bij copy cats.?
Toch is er misschien nog een positieve kant aan deze ontwikkeling. Omdat we niet meer kunnen wegkijken, worden we geconfronteerd met de harde realiteit en zien we dat er mensen doodgaan doordat ze al lange tijd depressief zijn en er vervolgens zelf een eind aan maken. Of we zien slachtoffers van extreem pestgedrag, die zelfmoord plegen. Misschien dat we hierdoor meer begrip krijgen voor onze medemens ?n misschien dat we meer in actie komen om mensen in nood te helpen daar waar mogelijk.
22-01-2017: Zelfdoding 14-jarig meisje Miami

Nakia Venant zond via Facebook uit hoe zij zichzelf van het leven beroofde in de badkamer van een weeshuis. Een kijker sloeg alarm, maar hulpdiensten kwamen ruimschoots te laat om haar te redden.

21-01-2017: Groepsverkrachting vrouw in Zweden

Zo?n 200 mensen keken in een besloten Facebookgroep naar de verkrachting van een Zweedse vrouw door drie mannen. Al snel werden de beelden ook buiten de beslotenheid van die groep gedeeld. Een van de kijkers alarmeerde de politie.

05-01-2017: Mishandeling 18-jarige jongen Chicago

In een halfuur durende live-uitzending was te zien hoe vier jongeren een verstandelijk beperkte jongen vastbinden, martelen en uitschelden. De video heeft geleid tot de arrestatie van de daders.

02-01-2017: Zelfdoding 12-jarig meisje Georgia

Na pesterijen op school en seksueel misbruik door een familielid, deelt Katelyn Nicole Davis haar zelfmoord in de tuin van haar ouderlijk huis met haar volgers. Het duurde twee weken voor de beelden van de wanhoopsdaad van Facebook waren verwijderd.

Of neem de casus bij het gezin Catsouras al meer dan 10 jaar geleden, dat een dochter verloor bij een auto-ongeluk en daar vervolgens gruwelijke foto?s van kreeg toegestuurd door internettrollen. In de documentaire Lo and Behold (Netflix) staan de overgebleven familieleden in de keuken achter een tafel vol gebak, terwijl de moeder met een doodserieus gezicht zegt dat ze het internet altijd al zag als ?de manifestatie van de Antichrist?.

Bronnen: De Telegraaf, EenVandaag, Wikipedia, AD, Joop, Grazia

Jonge meiden moeten misdaad meer melden

meldmisdaadanoniem

Onder de naam ‘je zal hem maar tegenkomen’ start Meld Misdaad Anoniem vandaag een campagne om meisjes en jonge vrouwen over te halen om informatie over criminele vriendjes en kennissen te delen met de politie.

Uit onderzoek van de meldlijn blijkt dat veel jonge vrouwen in de leeftijd van 14 tot 22 jaar mensen kennen die criminele dingen hebben gedaan. Jonge daders scheppen graag op tegen leeftijdsgenoten over hun criminele gedrag, zoals het plegen van diefstal, beroving, vandalisme of een overval.

Toch blijkt de drempel voor de meiden om met die informatie naar de politie te stappen voor veel jongeren te groot. Daarom worden de komende maanden korte filmpjes verspreid op sociale media en online platforms over de dilemma’s die gepaard gaan met het melden van een criminele activiteit. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de campagne mede financiert, hoopt hiermee meer tips te krijgen over daders, die nu vaak onder de radar blijven.

In EenVandaag praten we met Annemarie van der Burg, projectleider van Meld Misdaad Anoniem over de nieuwe campagne en met Psychiater Jeanine te Velthuis van Expertisebureau Kwetsbare Meiden over de mogelijke keerzijde van het melden van criminele activiteiten over vrienden.

Bronnen: EenVandaag, MeldMisdaadAnoniem